Bijlage 2: Toelichting
Tekst van het document
Boomstraat 18a-d Posterholt Gemeente Roerdalen Vastgesteld
colofon
projectnaam Boomstraat 18a-d Posterholt datum 29 februari 2024 projectnummer P06273 IMRO-identificatienummer NL.IMRO.1669.BPPTH2023BOOMSTR18VG01 opdrachtgever Particulier Concept 31 oktober 2023 Ontwerp 1 december 2023 Vaststelling 30 mei 2024 BRO projectleider WBl projectteam WvdH bron kaft BRO review WBl
Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl
TOELICHTING
Inhoudsopgave 1
2
3
INLEIDING
5
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding en doel Plangebied Vigerend bestemmingsplan Opbouw bestemmingsplan
5 6 7 8
GEBIEDS- EN BESLUITPROFIEL
9
2.1 2.2 2.3
9 10 10
Bestaande situatie Toekomstige situatie Stedenbouwkundige en ruimtelijke inpassing
BELEID 3.1
3.2
3.3
11
3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4
11 12 12 13
4
13
3.2.1 3.2.2
13
Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Limburg Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie van 16 december) en de Omgevingsverordening Limburg 2021
Regionaal beleid Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025
15
21 21
Gemeentelijk beleid
23
3.4.1 3.4.2 3.4.3
23 24 25
Omgevingsvisie Roerdalen 2050 Beleidsregel compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen 2022 Kwaliteitskader Roerdalen
OMGEVINGSASPECTEN
27
4.1
Milieuaspecten
27
4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.1.6
Bodem Geluidhinder Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering Milieueffectrapportage
27 28 28 30 32 34
Archeologie en cultuurhistorie
34
4.2.1 4.2.2
Archeologie Cultuurhistorie
34 35
Leidingen en infrastructuur Ecologie Verkeer en parkeren
36 36 38
4.5.1 4.5.2
38 39
4.2
4.3 4.4 4.5 4.6
5
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking)
Provinciaal beleid
3.3.1
3.4
11
Rijksbeleid
Verkeer Parkeren
Waterhuishouding
39
JURIDISCHE ASPECTEN
42
5.1 5.2 5.3
Planonderdelen Toelichting op de verbeelding Toelichting op de planregels
42 42 42
5.3.1
43
Inleidende regels
Boomstraat 18a-d Posterholt
3
5.3.2 5.3.3 5.3.4
Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels
43 44 45
6
HANDHAVING
46
7
HAALBAARHEID
47
7.1 7.2
47 47
8
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
PROCEDURE
48
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1
Vooronderzoek NEN 5725
Bijlage 2
AERIUS notitie
Bijlage 3
Omgevingsdialoog
Boomstraat 18a-d Posterholt
4
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
De aanleiding van onderhavig bestemmingsplan betreft de formalisatie van een al omgebouwd garagebedrijf tot appartementen en kamerverhuur gelegen aan de Boomstraat 18a-d te Posterholt. Hierbij zal de huidige bedrijfsbestemming worden omgezet naar een woonbestemming met aanvullende ruimte voor bestaande dienstverlening (schuldhulpverlening) en bestaande detailhandel in Chesterfield meubels met ondergeschikt een meubelstoffeerderij. De dienstverlenende functie en de detailhandel wordt op termijn beëindigd. Aangezien het huidige juridisch-planologisch kader niet aansluit bij de feitelijke situatie is besloten om middels een nieuw bestemmingsplan te voorzien in een passend en actueel juridisch-planologisch kader. Het voorliggende bestemmingsplan geeft hier invulling aan. De ligging van het plangebied is onderstaand weergegeven.
Figuur 1.1: Topografische kaart met globale aanduiding planlocatie (rode pijl)
Boomstraat 18a-d Posterholt
5
1.2
Plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Boomstraat 18a-d te Posterholt en omvat het perceel kadastraal bekend als Posterholt, sectie B, nummer 3467. De ligging van het plangebied is weergegeven op de onderstaande kadastrale kaart. Het perceel grenst aan het buitengebied en wordt omringd door woningen en agrarische gronden.
Figuur 1.2: Uitsnede luchtfoto met kadastrale percelen en aanduiding plangebied (rood omlijnd)
Boomstraat 18a-d Posterholt
6
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Bestemmingsplan 1e herziening Kernen Roerdalen Onderhavige locatie maakt onderdeel uit van het vigerende bestemmingsplan ‘1 e herziening Kernen Roerdalen’, zoals vastgesteld op 21 april 2016 door de gemeenteraad van Roerdalen. Binnen het bestemmingsgebied geldt de bestemming ‘Bedrijf’, en de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 4’ en ‘Waarde – Archeologie 5’. Tevens ligt de gebiedsaanduiding ‘milieuzone Roerdalslenk II’ over het perceel en is er een bouwvlak, een functieaanduiding bedrijfswoning, een functieaanduiding detailhandel en de maatvoering: maximum bouwhoogte: 6 m, maximum goothoogte: 5 m opgenomen.
Figuur 1.3: Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘1e herziening Kernen Roerdalen’ met rood omlijnd het plangebied van het planvoornemen
De aanwezige verkoop van Chesterfieldmeubels en bijbehorende meubelstoffeerderij is passend binnen het geldende bestemmingsplan. De bestaande legale bedrijfswoning, het appartement op de benedenverdieping en de kamers worden in strijd met de geldende bestemming gebruikt. Binnen het vigerende bestemmingsplan is het perceel bestemd tot ‘Bedrijf’. Ter plaatse van de desbetreffende bestemming is het niet toegestaan om woningen die niet verbonden zijn aan het naastgelegen bedrijf te realiseren. Daarnaast is ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' maximaal 1 bedrijfswoning toegestaan. In de feitelijke situatie zijn twee appartementen en 6 kamers bestemd voor kamerverhuur aanwezig. Ook het aanwezige bureau voor schuldhulpverlening is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Om de huidige situatie te formaliseren is
Boomstraat 18a-d Posterholt
7
derhalve een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. In het bestemmingsplan zijn geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden opgenomen waarmee de appartementen en kamers en het bureau voor schuldhulpverlening geformaliseerd kunnen worden. Conclusie Het planvoornemen past niet rechtstreeks in het geldende bestemmingsplan. De voorliggende ontwikkeling dient dan ook planologisch te worden geregeld via een herziening van het bestemmingsplan. De dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 4’ en ‘Waarde – Archeologie 5’ worden in paragraaf 4.2 van deze toelichting nader toegelicht in het kader van het aspect ‘archeologie’. Daarnaast geldt voor de gehele planlocatie de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – Roerdalslenk II’. Dit brengt beperkingen met zich mee op een diepte van meer dan 30 meter. Het onderhavige bouwplan ziet niet op bodemingrepen dieper dan 30 meter en deze aanduiding levert voor het planvoornemen dan ook geen belemmeringen op. Facetbestemmingsplan Vervallen bestemmingsplanregeling huisvesting (buitenlandse) werknemers Daarnaast geldt ter plaatse het Facetbestemmingsplan ‘Vervallen bestemmingsplanregeling huisvesting (buitenlandse) werknemers’, zoals vastgesteld op 23 mei 2019 door de gemeenteraad van Roerdalen. Met het facetbestemmingsplan worden de binnenplanse mogelijkheden voor de huisvesting van arbeidsmigranten in de vigerende bestemmingsplannen geschrapt.
Zo ook in het vigerende bestemmingsplan ‘1e herziening Kernen Roerdalen’.
1.4
Opbouw bestemmingsplan
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en onderhavige toelichting. Het juridische gedeelte van het bestemmingsplan wordt gevormd door de regels en de verbeelding tezamen. De toelichting is een beschrijving van hetgeen middels het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Daarnaast onderbouwt het de haalbaarheid van de planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. De toelichting van dit bestemmingsplan is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt allereerst een beschrijving van zowel de bestaande situatie als de toekomstige ontwikkeling gegeven. De hoofdlijnen van beleid zijn vervolgens beschreven in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de uitvoeringsaspecten, waarna in hoofdstuk 5 de juridische planopzet wordt beschreven. In hoofdstuk 6 komt de handhaving van het plan aan bod. In hoofdstuk 7 wordt de haalbaarheid van de ontwikkeling beschreven. In hoofdstuk 8 vindt tot slot een beschrijving van de procedure plaats.
Boomstraat 18a-d Posterholt
8
2
GEBIEDS- EN BESLUITPROFIEL
2.1
Bestaande situatie
De 2 appartementen en 6 kamers zijn reeds gerealiseerd en bevinden zich aan de rand van de dorpskern Posterholt van de gemeente Roerdalen. Gemeente Roerdalen is gelegen ten zuiden van de stad Roermond en grenst aan de zuidoostzijde aan de Duitse grens en in noordwestelijke richting aan de gemeenten EchtSusteren en Maasgouw. De gemeente Roerdalen bestaat uit een zestal dorpskernen en een aantal buurtschappen en gehuchten. De dorpskern Posterholt is zuidelijk gelegen binnen de gemeente Roerdalen. Meer specifiek is het plangebied gelegen aan de Boomstraat 18a-d. Dit perceel staat kadastraal bekend als Posterholt, sectie B, nummer 3467. Het totale plangebied heeft een oppervlakte van circa 2.230 m2. Ter plaatse is momenteel het bedrijf Ledo Interior gevestigd aan de achterzijde van het perceel welke Chesterfield meubels verkoopt en repareert. Aan de voorzijde bevindt zich een kantoorruimte welke wordt verhuurd aan een bureau voor schuldhulpverlening. Op de bovenverdieping bevindt zich de legale bedrijfswoning. Het andere, levensloopbestendige appartement, bevindt zich op de benedenverdieping. Op de bovenverdieping zijn tevens zes kamers gerealiseerd welke momenteel worden verhuurd. Het plangebied grenst ten westen en noorden aan agrarische gronden en ten oosten en zuiden aan woningen.
Het plangebied wordt ontsloten via de Boomstraat welke aansluiting vindt aan de Annendaalse Dijk ten zuiden en aan de Hoofdstraat, Vlodropperweg en Heinsbergerweg ten noorden van het plangebied. De Annendaalse Dijk sluit aan op de N274 waarmee andere omliggende dorpskernen kunnen worden bereikt.
Figuur 2.1: Vooraanzicht van het plangebied in de huidige situatie (bron: Google maps)
Boomstraat 18a-d Posterholt
9
2.2
Toekomstige situatie
De twee appartementen en zes kamers zijn reeds gerealiseerd en het initiatief voorziet derhalve niet in bouw- of sloopwerkzaamheden. Wel zal in de toekomst het pand worden gesloopt. De wens van initiatiefnemer is om er vervolgens grondgebonden levensloopbestendige seniorenwoningen te realiseren. Dit zal plaatsvinden als de bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd. Voor een dergelijke ontwikkeling zal een separate planologische procedure gevoerd worden. De bestaande bedrijvigheid op het perceel zal vooralsnog worden voortgezet. De bestaande bedrijfsactiviteiten van de meubelhandel Ledo interior en het kantoor voor schuldhulpverlening zullen worden geschaard onder de functieaanduiding ‘Detailhandel’ en ‘Dienstverlening’. Voor beide functies wordt een uitsterfconstructie opgenomen. Indien de bestaande bedrijfsactiviteiten gedurende 1 jaar niet als zodanig uitgeoefend worden, dan kan binnen het plangebied het gebouw niet meer worden gebruikt voor de betreffende bedrijfsactiviteiten en zijn enkel nog woondoeleinden toegestaan. De aanwezige bedrijfsmatige opslag van onder andere (bouw)materialen op het buitenterrein zal worden verwijderd, zodra er sprake is van een onherroepelijke bestemming 'Wonen'.
Aangezien het huidige juridisch-planologisch kader niet volledig aansluit bij de feitelijke situatie is besloten om middels dit nieuwe bestemmingsplan het juridisch-planologisch kader af te stemmen op de bestaande situatie waarbij het perceel een woonbestemming krijgt toegekend.
2.3
Stedenbouwkundige en ruimtelijke inpassing
Stedenbouwkundig wijzigt er momenteel ten opzichte van de huidige situatie niets. Er is namelijk geen sprake van een fysieke wijziging van het pand. De bestemmingswijziging heeft enkel betrekking op een functionele wijziging van het pand van bedrijf naar wonen met bestaande bedrijfsactiviteiten. Het initiatief heeft dan ook geen stedenbouwkundige of ruimtelijke consequenties.
Boomstraat 18a-d Posterholt
10
3
BELEID
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de relevante beleidsaspecten op rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
Duurzaam economisch groeipotentieel;
Sterke en gezonde steden en regio's;
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zich in de NOVI op 21 verschillende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. Beperken van klimaatverandering; 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12.
Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen;
Boomstraat 18a-d Posterholt
11
13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Afweging Bij het voorliggende initiatief is sprake van een dermate kleinschalige ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
De AMvB Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden en in de jaren daarna hebben nog diverse wijzigingen plaatsgevonden. In de AMvB Ruimte zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Hoofdwegen en landelijke spoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Natuurnetwerk Nederland, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament, IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Afweging Het Barro heeft voor wat betreft de genoemde onderwerpen en gezien de aard en kleinschaligheid van het project geen gevolgen voor de beoogde ontwikkeling. 3.1.3
Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro)
De Rarro is gebaseerd op het Barro. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen en objecten, hoofdwegen en Nationaal Natuurnetwerk-gebieden worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In het Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Op dit bestemmingsplan zijn geen belangen uit de Rarro van toepassing.
Boomstraat 18a-d Posterholt
12
3.1.4
Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking)
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument welke de gemeente verplicht moet toepassen bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. In artikel 1.1.1 Bro is gedefinieerd wat een nieuwe stedelijke ontwikkeling is: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie blijkt dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn1. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.
Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties van twaalf of meer woningen, sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Voor bedrijfslocaties geldt dat een toename van 500 m2 bruto vloeroppervlak Ladderplichtig is (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724). Afweging Er is planologisch 1 bedrijfswoning gerealiseerd waarvan het gebruik veranderd wordt naar een reguliere woning. Daarnaast wordt er planologisch één levensloopbestendige woning op de benedenverdieping toegevoegd.
Tevens worden er planologisch 6 kamers ten behoeve van kamerbewoning geregeld. Afgezien van circa 200 m2 dienstverlening worden er verder geen vierkante meters bedrijvigheid aan het plangebied toegevoegd. Gelet op de jurisprudentie is er derhalve geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het initiatief is daardoor niet ladderplichtig. Wel moet de nut en noodzaak van het initiatief onderbouwd worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Op de behoefte wordt nader ingegaan in paragraaf 3.3 en 3.4.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Limburg
Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: 'de Provinciale Omgevingsvisie Limburg' (hierna te noemen: POVI Limburg).
1
O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).
Boomstraat 18a-d Posterholt
13
De POVI Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan doorontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De POVI is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL2014). Daarnaast is een nieuwe omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. Deze omgevingsverordening wordt besproken in paragraaf 3.2.3. Hoofdopgaven In de Provinciale Omgevingsvisie Limburg is een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk:
Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk- als in het bebouwde gebied;
Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie);
Klimaatadaptatie en energietransitie.
Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale Omgevingsvisie Limburg wordt vervolgens een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen;
Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema's;
Een gebiedsgericht deel waarin de thema's op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio's Noord-, Midden en Zuid-Limburg.
Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma's, agenda's en instrumenten noodzakelijk. Het provinciaal belang binnen het thema wonen en leefomgeving omvat het creëren en behouden van een woningaanbod / planvoorraad waarbij vraag en aanbod in evenwicht zijn, in kwalitatief en kwantitatief opzicht. Er dienen voldoende (betaalbare) woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek op het juiste moment beschikbaar te zijn in Limburg. Alle woningbouwontwikkelingen worden door de provincie Limburg beschouwd als provinciaal belang. Wonen Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn.
De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig
Boomstraat 18a-d Posterholt
14
dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Afweging Dit bestemmingsplan voorziet in een omzetting van de huidige bedrijfsbestemming naar een woonbestemming met bestaande bedrijvigheid. Er wordt planologisch één levensloopbestendige woning op de begane grond toegevoegd en 6 onzelfstandige woningen in de vorm van kamerbewoning. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woning. Er is sprake van bestaande bebouwing die hergebruikt wordt op een inbreidingslocatie binnen stedelijk gebied. De woningen worden allen verhuurd. De huur bedraagt voor alle woningen minder dan € 850,- waardoor de woningen vallen binnen het goedkope en het middenhuursegment. Hierdoor draagt het initiatief bij aan het reduceren van het tekort aan goedkope woningen.
Daarnaast bestaat er in Limburg tevens een tekort aan levensloopbestendige woningen. Hierdoor draagt het initiatief bij aan het reduceren van dit tekort. De functiewijziging is hiermee passend binnen de POVI Limburg. 3.2.2
Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie van 16 december) en de Omgevingsverordening Limburg 2021
De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid uit het voormalige Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) juridische binding te geven. Het POL2014 is inmiddels komen te vervallen, maar de in 2014 vastgestelde omgevingsverordening blijft van kracht totdat een nieuwe omgevingsverordening op grond van de nieuwe POVI in werking treedt. De instructieregels onder de Omgevingswet zijn verankerd in de Omgevingsverordening Limburg 2021. De regels welke doorwerking hebben op het plangebied zijn ter onderbouwing opgenomen. Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie van 16 december 2022) Onder de huidige Omgevingsverordening zijn de volgende voorschriften binnen het plangebied van toepassing: Ladder voor duurzame verstedelijking In de omgevingsverordening is een verwijzing opgenomen naar de Ladder voor duurzame verstedelijking en hierbij is in artikel 2.2.2 (Omgevingsverordening Limburg 2014) van de verordening het navolgende bepaald: 1. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, houdt rekening met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 2.
Bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, worden tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen, zoals bedoeld in artikel 2.2.3, onderzocht. 3. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid.
Boomstraat 18a-d Posterholt
15
Artikel 2.4.2 Bestuursafspraken wonen Omgevingsverordening 2014 In het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) zijn, na een proces van co-creatie, eind 2014 de hoofdlijnen voor de ambities, opgaven, rolopvatting en aanpak vastgesteld door Provinciale Staten. Samen met stakeholders hebben de gemeenten en provincie geconstateerd dat voor diverse thema's meer uitvoeringsgerichte regionale bestuursafspraken nodig en wenselijk zijn. Het gaat om 8 thema's: wonen, detailhandel, bedrijventerreinen, kantoren, energie, land- en tuinbouw, vrijetijdseconomie en Nationaal Landschap Zuid-Limburg. De bestuursafspraken maken onderdeel uit van het samenwerkingsmodel gemeenten – provincie dat de afgelopen jaren op het gebied van omgevingsbeleid is gegroeid. Het POL2014 schetst de ambities, opgaven, aanpak op hoofdlijnen en principes. Het is in co-creatie met de gemeenten tot stand gekomen. De gemeenten nemen vervolgens het stokje over en stellen regionale uitwerkingen op in de vorm van structuurvisies, visies of anderszins. De provincie is partner in die regioprocessen en faciliteert deze. Vanuit de regierol ziet de provincie toe op de samenhang tussen de aanpak per regio en die in aangrenzende gebieden.
Meer specifiek ten aanzien van het thema wonen hebben de bestuursafspraken geresulteerd in de vaststelling van een drietal woonvisies voor respectievelijk Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. De gemeente Roerdalen maakt onderdeel uit van de regio Midden-Limburg en binnen deze regio is de 'Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025' vastgesteld. In artikel 2.4.2 is een instructieregel opgenomen voor de nieuwe planvoorraad wonen. Hierin is het volgende opgenomen: De toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat: 1. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; 2. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; 3. over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio NoordLimburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio's bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; 4. het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring. 5.
realisatie van de woningen beoogd is binnen vijf jaar na vaststelling van het ruimtelijk plan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Klimaatadaptatie In artikel 2.19.1 is het volgende opgenomen: De toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van: 1. de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico's en gevolgen van klimaatverandering; en 2. de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico's en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende risico's betrokken:
Boomstraat 18a-d Posterholt
16
a. wateroverlast; b. overstroming; c.
droogte.
d. Bij de beschrijving wordt gebruik gemaakt van de informatie van gemeentelijke, regionale en landelijke stresstest- en overstromingskaarten. Omgevingsverordening Limburg 2021 Onder de toekomstige Omgevingswet zijn de volgende voorschriften binnen het plangebied van toepassing: Instructieregels 'Wonen, werken en recreëren' Omgevingsverordening 2021 Volgens de kaart 'Wonen, werken en recreëren' ligt het plangebied binnen gebied 'Landelijke kern' en de regio Midden-Limburg (thema: verstedelijking). Voor het gebied Landelijk kern is de leefbaarheid en vitaliteit van de kernen in het landelijk gebied belangrijk. De zorg voor een goede kwaliteit van de leefomgeving en een goede bereikbaarheid zijn hier belangrijke uitgangspunten. Met het omzetten van het bestaande pand naar wonen wordt de bedrijfsbestemming gesaneerd. Dit in zoverre dat alleen nog de bestaande bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. Het beperken van het aantal mogelijke bedrijfsactiviteiten tot alleen de bestaande activiteiten leidt tot een verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving.
Boomstraat 18a-d Posterholt
17
Figuur 3.2.2.1: Uitsnede kaart Wonen. Werken en recreëren Omgevingsverordening Limburg 2021 (plangebied rood omlijnd)
In hoofdstuk 12 van deze omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen. Conform artikel 12.1 van de omgevingsverordening dient de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van één of meerdere woningen het volgende beschrijven: 1. Rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; 2. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek; 3. over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio NoordLimburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio's bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; 4. het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in Afdeling 14.5; 5. realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.
Boomstraat 18a-d Posterholt
18
Milieu- en omgevingsaspecten onder de Omgevingsverordening Limburg 2014 en 2021 Roerdalslenk II Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 en bij de Omgevingsverordening Limburg 2021 blijkt dat het plangebied zich begeeft binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk II. Het is in de boringsvrije zone Roerdalslenk II verboden om een boorput, een bodemenergiesysteem of een aardwarmtesysteem te maken of hebben of de grond te roeren, dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei. Daarnaast is het verboden om werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei kunnen aantasten. Tot slot moet het voornemen tot het maken van een boorput, het aanleggen van een bodemenergiesysteem of het roeren van grond in de Roerdalslenk dieper dan 30 meter (in zone II) tot aan de Bovenste Brunssumklei vier weken tevoren schriftelijk gemeld worden aan gedeputeerde staten. Beekdal Conform kaart 7 ‘Landschap’ van de Omgevingsverordening Limburg 2021 bevindt het plangebied zich voor een klein gedeelte aan de achterzijde van het perceel binnen de aanduiding ‘beekdal’. De regels opgenomen ter bescherming van de beekdalen zijn enkel van toepassing op gebieden gelegen in het Nationaal Landschap Zuid-Limburg.
Daarnaast is er sprake van de juridische-planologische borging van de feitelijke situatie waardoor er geen sprake is van een toename aan verharding of grond- en bodemwerkzaamheden. De aanduiding heeft derhalve geen belemmerende werking op het planvoornemen. Afweging Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie) en Omgevingsverordening Limburg 2021 Voor dit initiatief is de toets aan de Omgevingsverordening 2014 en de Omgevingsverordening Limburg 2021 (die per 1 januari 2024 in werking treedt) gelijk. Vandaar dat deze afweging hier samen genomen wordt. Ladder voor duurzame verstedelijking Er is planologisch 1 bedrijfswoning gerealiseerd waarvan het gebruik veranderd wordt naar een reguliere woning. Daarnaast wordt er planologisch één levensloopbestendige woning op de benedenverdieping toegevoegd. Tevens worden er planologisch 6 kamers ten behoeve van kamerbewoning gelegaliseerd. In totaal worden er 7 wooneenheden toegevoegd. Uit jurisprudentie 2 blijkt dat een laddertoets verplicht is bij 12 of meer woningen. De ladder voor duurzame verstedelijking hoeft derhalve niet te worden doorlopen. Afgezien van circa 200 m2 dienstverlening worden er verder geen vierkante meters bedrijvigheid aan het plangebied toegevoegd. Gelet op de jurisprudentie is er derhalve geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het initiatief is daardoor niet ladderplichtig.
Wel moet de nut en noodzaak van het initiatief onderbouwd worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Dit wordt onderbouwd in paragraaf 3.3 en 3.4. Bestuursafspraken wonen en instructieregels 'Wonen, werken en recreëren' Conform artikel 2.4.2 van de geconsolideerde Omgevingsverordening Limburg 2014 en artikel 12.1 van de Omgevingsverordening Limburg 2021 dient de toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen te beschrijven dat:
2
ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953
Boomstraat 18a-d Posterholt
19
a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; Het initiatief sluit aan bij het Limburgse principe om zorgvuldig om te gaan met de ruimte en voorraden. Het initiatief voorziet namelijk in het streven naar mogelijkheden voor functiecombinaties (meervoudig ruimtegebruik) en het benutten van het reeds bestaande gebouw. Hiermee wordt leegstand voorkomen. Daarnaast bevindt het plangebied zich binnen de stedelijke contouren waarmee voldaan wordt aan de algemene zonering. In paragraaf 3.2.1 wordt onderbouwd hoe het initiatief rekening houdt met hoofdstuk 5 van de provinciale omgevingsvisie. b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; Het initiatief wordt in paragraaf 3.3.1 aan het regionaal beleid getoetst waaruit blijkt dat er voor het initiatief een kwalitatieve en kwantitatieve behoefte bestaat. c.
over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio's bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; Met onderhavig initiatief wordt het gebruik van een bedrijfswoning naar een reguliere woning veranderd en wordt er een levensloopbestendige woning en 6 onzelfstandige woningen (kamers) toegevoegd. In de regio Midden-Limburg worden woningbouwplannen met meer dan 10 woningen regionaal afgestemd. Daar is in dit geval geen sprake van.
d. het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring. De toe te voegen woning wordt opgenomen in de planmonitor. e. realisatie van de woningen beoogd is binnen vijf jaar na vaststelling van het ruimtelijk plan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. De levensloopbestendige woning en de kamerwoningen zijn reeds gerealiseerd. In artikel 4.4.4 van de planregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee geborgd wordt dat de woning als levensloopbestendige woning vormgegeven en gebruikt wordt. Klimaatadaptatie Het plan bevindt zich in de omgeving van bestaand bebouwd gebied waardoor het niet significant zal bijdragen aan droogte in het gebied. Daarnaast blijkt er uit de stresstesten (zie onderstaand figuur) dat er in het gebied geen sprake is van droogte. Het plan beoogt de bestaande situatie planologisch juridisch vast te leggen. Het plangebied heeft, conform onderstaande stresstesten, een paar plekken welke gevoelig zijn voor wateroverlast. Met onderhavig planvoornemen wordt er echter geen verharding aan de huidige situatie toegevoegd waardoor de huidige situatie niet zal worden verergerd. Tevens zijn in de nabije omgeving geen waterwegen gelegen waarbij rekening moet worden gehouden met een risico op overstroming.
Het dichtstbijzijnde primaire oppervlaktewater betreft de Vlootbeek welke zich op circa 400 meter ten zuidwesten van het plangebied bevindt. Gezien de afstand tot de beek en de afwezigheid van grote rivieren zoals de Maas binnen de straal van 1 kilometer, is de kans op overstroming binnen het plangebied klein en valt binnen de overstromingsnorm van het Waterschap. Het plan voldoet daarmee aan de voorschriften van de geconsolideerde Omgevingsverordening.
Boomstraat 18a-d Posterholt
20
Figuur 3.2.2.2: Uitsnede stresstesten WPN, links: wateroverlast, rechts: droogte Milieu- en omgevingsaspecten onder de Omgevingsverordening Limburg 2014 en 2021 Roerdalslenk II Binnen onderhavig voornemen zijn geen grondboringen dieper dan 30 meter voorzien. De ligging binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk II vormt derhalve geen belemmering. Voor het overige zijn er geen rechtstreeks doorwerkende regels uit de Omgevingsverordening Limburg 2014 en de Omgevingsverordening 2021 die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen de Omgevingsverordening Limburg 2014 en de Omgevingsverordening 2021.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025
De samenwerkende gemeenten in Midden-Limburg (Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert) hebben de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018-2021 geactualiseerd. In de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025 wordt ruimte gemaakt om te bouwen voor de juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment. Daarnaast is er aandacht voor transformatie/herstructurering. Zo wordt de leefbaarheid op peil gehouden en wordt een thuis voor (toekomstige) inwoners geboden. De 'Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025' is door de gemeenteraad van Roerdalen op 7 juli 2022 vastgesteld. De bestaande woningvoorraad in Midden-Limburg bestaat voor 68% uit koopwoningen. Dit percentage ligt in plattelandsgemeenten hoger. Het woningmarktonderzoek uit 2018 geeft aan dat er regionaal behoefte is aan extra huurwoningen. Elke gemeente stuurt bij bouwplannen op het realiseren van de juiste, gevraagde woningen. De regio zet in op een aantal van 975 - 1.150 woningen per jaar.
Boomstraat 18a-d Posterholt
21
Het aandeel en aantal ouderen blijft de komende jaren groeien in Midden-Limburg. Het wordt steeds belangrijker om de toegankelijkheid van (bestaande) woningen te vergroten zodat onze inwoners langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Deze opgave is niet alleen via nieuwbouw (levensloopbestendig en/of zorggeschikt) te realiseren maar vraagt veelal ook aanpassing van de bestaande woningvoorraad. In de particuliere sector hebben woningeigenaren daarin een eigen verantwoordelijkheid, zoals woningcorporaties dat hebben (en nemen) voor hun bezit. De bereidheid om vooruitlopend op een concrete zorgvraag te investeren in dergelijke woningaanpassingen is (nog) beperkt. Er waren 9.428 huishoudens op 1 januari 2021 in Roerdalen. Een stijging van 91 huishoudens ten opzichte van 2018. De werkelijke groei van het aandeel huishoudens overtreft de verwachte groei op basis van eerdere prognoses. Uit de prognose van Etil 2021 blijkt dat de top van het aantal huishoudens in Roerdalen wordt verwacht in 2025. Tot die tijd vertoont het aantal huishoudens een stijgende lijn. Verwacht wordt een toename van 68 huishoudens ten opzichte van 1 januari 2021. Regionaal groeit het aantal huishoudens nog met zo’n 5.400 tot 2034. In de Omgevingsvisie 2050 wordt aangegeven dat de gemeente Roerdalen een aantrekkelijke woongemeente wil zijn.
Hierbij hoort een prettig woon- en leefklimaat om te wonen, werken en ondernemen. Dit in een omgeving van rust, ruimte en groen en een goede infrastructuur. Regionaal wordt deze woon- en leefkwaliteit ook nagestreefd (regiovisie “Midden-Limburg, het verbindend hart van Midden-Limburg”). Gemeente Roerdalen vindt het belangrijk dat de woningvoorraad past bij de wensen en behoeften van de inwoners en om zo de leefbaarheid in de kernen te bevorderen. Daarbij is aandacht voor het welzijn, het woongenot en de veiligheid binnen de gemeente. De gemeente streeft naar een mix van jong en oud waarbij er woningen voor senioren tot op hoge leeftijd worden beoogd maar ook gebouwd dient te worden voor de jongere generatie. Voor kamerbewoning volgt uit de Structuurvisie dat het huisvesten van doelgroepen die tussen wal en schip (dreigen te) vallen om een maatwerkoplossing vraagt. Bij het zoeken van een huisvestingsvorm, zoals kamerbewoning, wordt gezocht naar een win-win situatie. Hiervan is onder andere sprake als de huisvestingsnorm leidt tot een verbetering van het woon- en leefklimaat. Tevens dient er sprake te zijn van een pand binnen de grens van het bestemmingsplan ‘1e herziening Kernen Roerdalen’. Verder volgt uit deze Structuurvisie dat er qua woningen in de kern Posterholt behoefte bestaan aan appartementen en grondgebonden seniorenwoningen.
Afweging Het initiatief omvat het planologisch omzetten van een appartement dat momenteel bestemd is als bedrijfswoning naar een reguliere woning en het toevoegen van een levensloopbestendig appartement en 6 kamerwoningen (onzelfstandige woningen). De kamers worden in het goedkope huursegment aangeboden waar momenteel behoefte voor bestaat. Tevens bestaat er conform de Structuurvisie een behoefte aan grondgebonden seniorenwoningen. Er dient aangetoond te worden dat er sprake is van een levensloopbestendige woning. Dit is ook geborgen met een voorwaardelijke verplichting in de planregels (artikel 4.4.4). Het initiatief voorziet derhalve in het opvullen van dit tekort en voldoet daardoor aan de Structuurvisie Wonen MiddenLimburg 2022-2025.
Boomstraat 18a-d Posterholt
22
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Roerdalen 2050
De ‘Omgevingsvisie Roerdalen 2050’ is gericht op de kwaliteit en ontwikkeling buiten (onze fysieke leefomgeving) voor de lange termijn. De omgevingsvisie heeft betrekking op alle terreinen van de leefomgeving en gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur (wegen, sporen etc.) en cultureel erfgoed. De omgevingsvisie is vastgesteld door de gemeenteraad op 8 juli 2021. Met betrekking tot de woningmarkt wordt gestreefd naar een gezonde evenwichtige verdeling van koop, middenhuur en sociale huurwoningen. Hiermee wordt ingezet op het behoud van een gezonde mix (diversiteit) aan inwoners, zowel in leeftijd als achtergrond. Het strategisch verdunnen van het woningaanbod vormt een oplossingsrichting om de balans op de woningmarkt te herstellen. Het biedt kansen om de kwaliteit van de woningvoorraad, binnen de kernen van Roerdalen, op peil te houden. Strategisch verdunnen kan vorm krijgen door op specifieke plekken in een wijk een deel van de bebouwing te slopen. De vrijgekomen ruimte wordt benut voor de herbouw van woningtypes die aansluiten bij de behoefte; bijvoorbeeld levensloopbestendige woningbouw voor senioren. Deze vastgoedontwikkeling kan direct worden gebouwd conform de nieuwste eisen ten aanzien van energie en duurzaamheid. In de omgevingsvisie zijn een aantal focuspunten opgesomd voor het thema Wonen:
Behoud dorpse karakter.
Bouwen voor behoefte.
Voorkomen van leegstand.
Focus op bouwen binnen de bestaande kernen.
Strategisch verdunnen op specifieke locaties.
Economische concentratiegebieden.
Verduurzaming en klimaatadaptatie van vastgoed en openbaar gebied.
Versterken groene uitstraling kernen onder andere door dorpsparken.
Afweging Het planvoornemen voldoet voornamelijk aan het focuspunt voorkomen van leegstand. Het voormalige bedrijfspand is namelijk destijds verbouwd waarbij twee appartementen en zes kamers zijn gerealiseerd. Dit heeft eventuele (gedeeltelijke) leegstand van het pand voorkomen. Daarnaast zijn de appartementen en kamers binnen de bestaande kern Posterholt gerealiseerd waardoor het voldoet aan het focuspunt bouwen binnen de bestaande kernen. Tevens worden de kamers in het goedkope huursegment aangeboden waar momenteel behoefte voor bestaat. Het blijkt namelijk dat, ondanks het ontbreken van een concreet onderzoek, er behoefte bestaat aan kamerbewoning. De kamers zijn met name interessant voor een doelgroep die in de reguliere woningbouw moeilijk te huisvesten is. Daarnaast bestaat er conform de Structuurvisie Midden-Limburg een behoefte aan grondgebonden seniorenwoningen welke is toegevoegd op de benedenverdieping. Ten slotte wordt een solitaire bedrijfsbestemming in een woonlint omgezet naar een woonbestemming. Dit komt ten goede van de leefbaarheid omdat een woonfunctie minder milieuhinder met zich meebrengt dan een bedrijfsbestemming. Voor de resterende bestaande bedrijvigheid geldt een uitsterfconstructie. Het initiatief voldoet derhalve aan de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Roerdalen 2050.
Boomstraat 18a-d Posterholt
23
3.4.2
Beleidsregel compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen 2022
Op 14 juli 2022 is de beleidsregel ‘Compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen (2022)’ vastgesteld. De beleidsregel is een nadere uitwerking van hetgeen is bepaald in de regionale 'Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022- 2025' en is van toepassing op de realisatie van zelfstandige woningen die niet zijn opgenomen op de planvoorraadlijst. Voor het voorliggende plan betekent dit het volgende: De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. Deze woning leidt dus niet tot een toename van de planvoorraad. Ook de realisatie van de 6 kamers ten behoeve van kamerbewoning leidt niet tot een toename, omdat er sprake is van onzelfstandige wooneenheden. De beleidsregel is wel van toepassing op de realisatie van het appartement op de begane grond. Aan het levensloopbestendig appartement kan daarom uitsluitend medewerking worden verleend wanneer voldaan wordt aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 4 'Nee, tenzij-principe' van de beleidsregel: 1. De ruimtelijke kwaliteit en locatie moeten akkoord zijn. Deze zijn akkoord. Er is immers sprake van hergebruik van bestaand vastgoed. 2. Het gaat om de toevoeging van maximaal 20 woningen per project. Hier wordt aan voldaan, want er worden 1 woning toegevoegd. 3.
Het woningbouwinitiatief voldoet aan minimaal drie van de vijf criteria uit de kwaliteitszeef zoals bedoeld in de 'Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025': a. er moet sprake zijn van inbreiding; b. bestaand vastgoed wordt hergebruikt; c. er moet sprake zijn van een herstructureringslocatie (oplossen rotte plek); d. het plan moet onderscheidend zijn op basis van duurzaamheid; e. er moet sprake zijn van levensloopbestendig wonen. Voor het levensloopbestendig appartement in het bestaand gebouw zijn de criteria a., b. en e. van toepassing. Aan de criteria a. en b. wordt voldaan. Er is immers sprake van hergebruik van bestaand vastgoed op een inbreidingslocatie. Daarnaast is aangetoond dat er sprake is van een levensloopbestendig appartement waardoor aan lid e wordt voldaan. Ten slotte bedraagt op grond van artikel 6 van de beleidsregel de financiele bijdrage voor het levensloopbestendig appartement € 0,--
Boomstraat 18a-d Posterholt
24
Figuur 3.4.2: Plattegrond levensloopbestendig appartement (1:100) 3.4.3
Kwaliteitskader Roerdalen
De provincie verlangt van de Limburgse gemeentes om uitwerking en uitvoering te geven aan het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM). Het LKM wordt uitgewerkt in een gemeentelijk kwaliteitsmenu dat wordt verankerd in de gemeentelijke structuurvisie. Het Limburgs Kwaliteitsmenu van de provincie heeft dan ook zijn uitwerking naar lokaal niveau gekregen in het gemeentelijk Kwaliteitsmenu Roerdalen. Dit is het echter nog het kwaliteitsmenu dat is vastgesteld bij de structuurvisie Roerdalen 2030. Inmiddels is de Omgevingsvisie Roerdalen 2050 in werking getreden. Daarbij is het oude kwaliteitsmenu vervangen door een nieuw kwaliteitskader. Het Kwaliteitskader Roerdalen is de vervanger/opvolger van het Limburgs Kwaliteitsmenu / Gemeentelijk Kwaliteitsmenu. Het Kwaliteitskader Roerdalen richt zich op initiatieven in het buitengebied en is van toepassing op (niet onaanvaardbare) ontwikkelingen in het buitengebied die middels een planologische procedure mogelijk worden gemaakt. Het gaat om ontwikkelingen die niet rechtstreeks of via een flexibiliteitsbepaling zijn toegestaan in het vigerende bestemmingsplan/omgevingsplan. Op onderdelen is het Kwaliteitskader Roerdalen doorgetrokken naar het stedelijk gebied (onze kernen). Het gaat daarbij om ontwikkelingen die ruimtelijk-functioneel wel toelaatbaar zijn, maar een zodanig ruimtebeslag hebben dat compensatie wenselijk is.
Om die reden wordt er een (financiële) kwaliteitsbijdrage gevraagd om een investering elders in het stedelijk gebied te kunnen doen ter compensatie. Bij het kwaliteitskader van de gemeente Roerdalen is een tabel opgezet met daarin de ruimtelijke ontwikkeling en de noodzakelijke kwaliteitsbijdrage. Bij de toepassing van alle modules in het buitengebied geldt dat er altijd sprake is van ruimtelijke en landschappelijke inpassing van het initiatief, evenals zorgen voor de opvang van hemelwater. Deze ruimtelijk en landschappelijke inpassing is niet van toepassing voor initiatieven binnen de kerngrenzen.
Boomstraat 18a-d Posterholt
25
Afweging In het geldende bestemmingsplan '1° herziening Kernen Roerdalen' geldt voor de gehele planlocatie een bestemming 'Bedrijf' met bouwvlak. Voor het omzetten van de bedrijfsbestemming naar een woonbestemming is module 12. Woningen (incl. woningbouwcompensatie) van het Kwaliteitskader Roerdalen van toepassing. De aanvullende kwaliteit in deze module bedraagt € 35,-- per m2 bouwvlak. Omdat er geen extra bouwvlak toegevoegd wordt, is op het voornemen het Kwaliteitskader Roerdalen, zoals opgenomen in bijlage II Kwaliteitskader Roerdalen van de 'Omgevingsvisie Roerdalen 2050', niet van toepassing. Er hoeft dus geen financiële kwaliteitsbijdrage geleverd te worden.
Boomstraat 18a-d Posterholt
26
4
OMGEVINGSASPECTEN
Bij de voorgenomen ontwikkeling dient rekening gehouden te worden met (milieu)-invloeden vanuit de omgeving op de ontwikkeling zelf en met invloeden vanuit de ontwikkeling op de omgeving. Binnen dit hoofdstuk wordt gekeken naar de aspecten bodem, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, archeologie, leidingen en infrastructuur, natuur en landschap, flora en fauna, waterhuishouding, verkeer, duurzaamheid en economische uitvoerbaarheid. De hieruit voortkomende bevindingen zijn in onderstaande paragrafen toegelicht.
4.1
Milieuaspecten
4.1.1
Bodem
Algemeen Formeel gezien dient in het kader van een bestemmingswijziging (over het algemeen middels een bodemonderzoek) aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Aangezien het hier een bedrijfslocatie betreft en dit bestemmingsplan voorziet in het toevoegen van de gevoelige functie wonen, dient aangetoond te worden dat de bodem hiervoor geschikt is. In het kader van de voorgenomen functiewijziging is een vooronderzoek bodem uitgevoerd, waarvan de rapportage is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Onderstaand wordt kort ingegaan op de onderzoeksresultaten. Voor meer informatie wordt verwezen naar het volledige onderzoeksrapport 3. In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit kaartmateriaal van de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat de onderzoekslocatie tot aan halverwege de jaren zestig van de 20ste eeuw altijd onbebouwd is geweest. Op de kaart uit 1970 is voor het eerst bebouwing centraal op de locatie zichtbaar. Volgens de BAG1 dateert de bebouwing uit 1970. Op de kaart uit 1990 is waar te nemen dat er zuidelijk van de bebouwing een gebouw bijkomt. De kaart uit 2006 geeft de huidige bebouwing op de onderzoekslocatie weer. Op 25 augustus 2023 is een veldinspectie uitgevoerd.
Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Op de onderzoekslocatie bevindt zich een loods met hieraan zuidelijk enkele appartementen geschakeld. In het pand zit ten tijde van het veldwerk een meubelzaak. In de zuidwest hoek van de meubelzaak staan op een intacte betonvloer enkele kannen met olie opgeslagen. West-, noord- en oostelijk rondom de bebouwing is een betonverharding aanwezig. Noordelijk van de loods staan diverse materialen (pallets, stenen en ijzerwaren) opgeslagen. Zuidelijk tegen de loods bevindt zich een aantal appartementen. Bij deze appartementen is een betonklinkerverharding aanwezig. De tuin bestaat grotendeels uit grind en stenen en is omheind met een haag. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek dient de onderzoekslocatie als “verdacht” beschouwd te worden op het voorkomen van bodemverontreiniging. Naast licht verhoogde gehalten op het perceel bevindt zich aan de noordwestzijde van het pand een restverontreiniging met minerale olie.
3
Aeres Milieu. Vooronderzoek NEN 5725 Boomstraat 18a te Posterholt. Projectnr.: AM22586, d.d. 18 september 2023
Boomstraat 18a-d Posterholt
27
De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de aan de voorzijde gerealiseerde appartementen. Bij een functiewijziging van de achtergelegen loods en het buitenterrein en bij grondroerende activiteiten of nieuwbouw is het noodzakelijk een bodemonderzoek uit te voeren en/of om de aanwezige restverontreiniging onder de bebouwing te saneren. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (niet verdacht). Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Wanneer in de toekomst de gronden van de huidige achtergelegen loods worden bebouwd of wanneer er grondroerende activiteiten worden uitgevoerd dient een bodemonderzoek uitgevoerd te worden. 4.1.2
Geluidhinder
Algemeen Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van geluidsgevoelige objecten dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidsgevoelige objecten binnen een onderzoekszone van een (spoor)weg, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg een onderzoekszone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. Aangetoond dient te worden dat (weg)verkeerslawaai ter plaatse geen negatieve effecten teweegbrengt voor de bewoners. In feite mogen nieuwe woningen niet worden gerealiseerd, wanneer er een geluidsbelasting van wegverkeer optreedt van 48 dB of hoger, tenzij ontheffing is verleend door het College van burgemeester en wethouders (tot maximaal 53 dB). Conclusie Het plangebied bevindt zich niet binnen de zone van > 30 km/uur-wegen. In het kader van de voorgenomen ontwikkelingen wordt een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai daarom niet noodzakelijk geacht. 4.1.3
Luchtkwaliteit
Algemeen De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: a) Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. b) Een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. c) Een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. d) Een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen.
Boomstraat 18a-d Posterholt
28
Het Besluit NIBM De wet stelt bij een (dreigende) grenswaardenoverschrijding aanvullende eisen en beperkingen voor ruimtelijke plannen die "in betekenende mate" (IBM) leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast moet uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening afgewogen worden of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij speelt de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol, ook als het plan "niet in betekenende mate" (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Op 1 augustus 2009 is het nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL) in werking getreden. Hierdoor dient bij plannen die de luchtkwaliteit beïnvloeden niet langer te worden uit gegaan van de normen uit de interim-periode. Nu het NSL in werking is getreden is een project NIBM, als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM 10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel fijnstof en NO 2. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. Regeling NIBM Binnen de getalsmatige grenzen van de Regeling NIBM draagt een project altijd niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.