CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: Ontwerp ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 3 februari 2022, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen aanvraag Omgevingsvergunning realiseren kindercentrum Wee-Play en kinderboerderij op het dorpspark Schepersheuvel Sint Odiliënberg12.822 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Deze verantwoordingsplicht houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. In het Bevi, de cRnvgs (circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen) en het Bevb (Besluit externe veiligheid buisleidingen) zijn bepalingen opgenomen waaraan deze verantwoording dient te voldoen. De verantwoording van het groepsrisico is conform het Bevi van toepassing indien sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting. Voor buisleidingen geldt dat de verantwoording van het groepsrisico van toepassing is binnen de 1%letaliteitsafstand van de buisleiding. Als de ruimtelijke ontwikkeling buiten de 100%-letaliteitsafstand plaatsvindt of buiten de 10-8 plaatsgebonden risicocontour voor toxische stoffen, of het groepsrisico kleiner is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde of met minder dan 10% toeneemt, kan een aantal onderdelen van de verantwoording achterwege worden gelaten. In dat geval richt de focus zich hoofdzakelijk op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval alsmede hulpverlening en zelfredzaamheid.

Conform het Bevt dient een significante toename van het groepsrisico of een overschrijding van de oriëntatiewaarde verantwoord te worden. 4.6.4 Beoordeling externe veiligheidsrisico’s Ten behoeve van de beoordeling van de mogelijke externe veiligheidsrisico’s, is de Risicokaart Nederland geraadpleegd. Op de risicokaart is informatie opgenomen over risicovolle bedrijven, transportroutes en buisleidingen. Ten opzichte van onderhavig projectgebied kan worden gewezen op het feit dat enkel op een afstand van circa 300 en 350 meter ten zuidenoosten en ten zuidwesten van onderhavig projectgebied bovengrondse propaantanks zijn gelegen. Andere risicobronnen zijn in de nabije omgeving niet aanwezig. Gelet op deze ruime afstand vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

Ruimtelijke onderbouwing kindercentrum en kinderboerderij, Bosserveldweg ong. Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

30

M215856.002/FSC

Uitsnede Risicokaart Nederland met aanduiding projectgebied.

4.6.5 Conclusie externe veiligheid Als gevolg van onderhavig planvoornemen ontstaan er geen (extra) risico’s in het kader van externe veiligheid aangezien het projectgebied niet binnen een invloedsgebied van een risicobron is gelegen. Hierdoor is het planvoornemen in het kader van de externe veiligheid verantwoord te noemen. Gelet op vorenstaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing kindercentrum en kinderboerderij, Bosserveldweg ong. Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

31

M215856.002/FSC

5 Overige ruimtelijke aspecten Naast de diverse milieutechnische aspecten, zoals uiteengezet in hoofdstuk 4, dient tevens te worden gekeken naar de overige ruimtelijke aspecten. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aspecten archeologie, kabels en leidingen, verkeer en parkeren, waterhuishouding, natuur/ecologie en duurzaamheid.

5.1

Archeologie Sinds 2007 kent Nederland de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, gewijzigde Monumentenwet 1988). Per 1 juli 2016 zijn de bepalingen van de Wamz 2007 gedeeltelijk overgegaan in de Erfgoedwet. Op basis van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Verder stelt de Wamz 2007 dat gemeenten archeologieparagrafen moeten opnemen in bestemmingsplannen en archeologische waarden en verwachtingen op te nemen op de verbeelding en ze te beschermen middels regels. Volgens het vigerende bestemmingsplan '1e herziening Kernen Roerdalen' geldt voor het grootste gedeelte van het projectgebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 7'. Een klein gedeelte ligt in de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 5'. Voor 'Waarde - Archeologie 5' bestemde gronden geldt dat het verboden is om zonder of in afwijking van een besluit om van de bouwregels af te wijken, te bouwen of te laten bouwen. Dit verbod is niet van toepassing op bebouwing die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemmingen indien voldaan wordt aan één van de volgende twee voorwaarden: 1. de maximum oppervlakte van de bebouwing bedraagt ten hoogste 1.000 m²; 2.

de maximum ondergrondse bouwdiepte bedraagt ten hoogste 40 cm; De bebouwde oppervlakte als gevolg van de realisatie van de kinderboerderij in dit gedeelte van het projectgebied bedraag minder dan 1.000 m2. Voor 'Waarde - Archeologie 7' bestemde gronden geldt dat het verboden is om zonder of in afwijking van een besluit om van de bouwregels af te wijken, te bouwen of te laten bouwen. Dit verbod is niet van toepassing op bebouwing die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemmingen indien voldaan wordt aan één van de volgende twee voorwaarden: 1. de maximum oppervlakte van de bebouwing bedraagt ten hoogste 10.000 m²; 2. de maximum ondergrondse bouwdiepte bedraagt ten hoogste 40 cm; De bebouwde oppervlakte als gevolg van de realisatie van de kinderboerderij en de kinderopvang in dit gedeelte van het projectgebied bedraagt aanzienlijk minder dan die 10.000 m2. Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen geen belemmeringen ondervindt ten aanzien van het aspect archeologie en dat archeologisch onderzoek niet nodig is.

Ruimtelijke onderbouwing kindercentrum en kinderboerderij, Bosserveldweg ong. Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

32

M215856.002/FSC

5.1.1 Cultuurhistorische waarden Volgens de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg zijn binnen het projectgebied geen objecten van enige cultuurhistorische waarde of monumenten aanwezig. Er worden als gevolg van het planvoornemen derhalve geen cultuurhistorische waarden aangetast.

5.2

Kabels en leidingen Door het projectgebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen met een planologische beschermingszone. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident.

5.3

Verkeer en parkeren Met betrekking tot onderhavige ontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt.

5.3.1 Verkeersstructuur In onderhavige situatie is er sprake van een kinderboerderij en een kinderopvang. De locatie ligt aan de zuidzijde van de dorpskern Sint Odiliënberg. Dit betreft een ‘niet stedelijk gebied’ en kan worden aangemerkt als ‘rest bebouwde kom’. De Bosserveldweg vormt een zuidelijke aftakking van de Schaapsweg. De Schaapsweg ligt in het verlengde van de Linnerweg en mondt uit in de Provincialeweg respectievelijk de N293. Het aantal verkeersbewegingen zal, gezien de bestaande en toekomstige gebruiksfunctie, als gevolg van onderhavige planontwikkeling toenemen. Conform de CROWpublicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ is sprake van ca. (38 per 100 m2 b.v.o. kinderopvang + 22,5 per kinderboerderij) = 251 verkeersbewegingen per etmaal (worse case). (De b.v.o. van de kinderopvang bedraagt ca. 600 m2). Het toevoegen van de kinderboerderij en de kinderopvang vormt voor de verkeersstructuur echter geen belemmering voor de afhandeling van de extra verkeersbewegingen. Kortom, de verkeersstructuur zal geen belemmering vormen voor onderhavig planvoornemen. De ontsluiting wordt samen met de parkeerplaatsen en de inrichting van de openbare ruimte door de gemeente verzorgd. 5.3.2 Parkeren De CROW-publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ voorziet in parkeerkencijfers voor kinderboerderijen en kinderdagverblijven .

Zoals hierboven als is vermeld is onderhavige locatie gelegen in ‘niet stedelijk gebied’ en ‘rest bebouwde kom’ en bedraagt de b.v.o. van de kinderopvang ca. 600 m2. Hieruit volgt dat er maximaal 7,2 parkeerplaatsen per 100 m2 kinderboerderij en 1,5 parkeerplaats per 100 m2 b.v.o. kinderopvang benodigd zijn. Voor de kinderopvang en de kinderboerderij zijn derhalve 16 parkeerplaatsen nodig. Hierin kan worden voorzien in de overige ruimte tussen het projectgebied en de Bosserveldweg. De parkeerplaatsen vallen buiten het projectgebied en zullen samen met de ontsluiting en de inrichting van de openbare ruimte door de

Ruimtelijke onderbouwing kindercentrum en kinderboerderij, Bosserveldweg ong. Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

33

M215856.002/FSC

gemeente worden ingevuld. Geconcludeerd kan worden dat de parkeerbehoefte binnen de openbare ruimte kan worden opgevangen waardoor zich parkeerproblemen in de openbare ruimte ten gevolge van onderhavige ontwikkeling niet zullen voordoen.

5.4

Waterhuishouding Water vormt een steeds belangrijker aspect bij ontwikkelingen op onder meer het gebied van woningbouw en bedrijventerreinen. Belangrijke thema's zijn: het vasthouden in plaats van direct afvoeren van hemelwater, het hergebruik van water, het zuinig omgaan met drinkwater en het beperken van de onttrekking van grondwater. Het is dan ook verplicht om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de toelichting c.q. ruimtelijke onderbouwing aan te geven op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Deze verantwoording wordt ook wel de waterparagraaf genoemd. Deze paragraaf kan als waterparagraaf worden beschouwd.

5.4.1 Beleid en regelgeving Provincie en Waterschap Limburg De provincie Limburg kent als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van het Nationaal waterplan om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties. Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders.

Tot juli 2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde voor veel onduidelijkheid en papieren rompslomp. Daarom hebben de Limburgse waterbeheerders afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Het loket is ondergebracht bij het Waterschap Limburg. Niet alle ruimtelijke plannen behoeven de watertoets te doorlopen. Daartoe heeft het waterschap een stroomschema, met daarbij behorende notitie ondergrens, opgesteld waaruit het toepassingsbereik van de watertoets blijkt. Ook zijn per gemeente waterkaarten opgesteld waaruit de verschillende waterbelangen op een bepaalde locatie zijn af te lezen. Aan de hand van de ‘digitale watertoets’ kunnen (ruimtelijke) plannen voor advies worden voorgelegd aan het Waterschap Limburg.

Ruimtelijke onderbouwing kindercentrum en kinderboerderij, Bosserveldweg ong. Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

34

M215856.002/FSC

5.4.2 Situatie plangebied Het projectgebied is gelegen binnen het werkgebied van het Waterschap Limburg. Het verhard oppervlak, na realisatie van het bouwplan, is kleiner dan de ondergrens waarboven een watertoets uitgevoerd zou moeten worden. Een wateradvies van het waterschap is derhalve niet noodzakelijk. Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen het onderhavige projectgebied wordt hierna uiteengezet. Aanpak afvalwater en hemelwater in her projectgebied Afvalwater Het huishoudelijk afvalwater als gevolg van onderhavige planontwikkeling zal worden geloosd op de gemeentelijke riolering van de gemeente Roerdalen. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het afvoeren van dit afvalwater via de gemeentelijke riolering vereist en daarmee tevens de beste optie. Hemelwater van onverhard en semi-verhard terrein Het hemelwater van binnen het projectgebied aanwezige onverhard of semi-verhard terrein zal rechtstreeks in de bodem infiltreren. Hemelwater nieuwe (dak)verhardingen Het hemelwater dat valt op de nieuwe (dak)verharding zal worden opgevangen en worden afgevoerd naar de wadi ten noorden van het projectgebied, in de hoek Schaapsweg - Bosserveldweg. Capaciteit hemelwatervoorziening Het streven is om bij nieuwbouw 100% van het verharde oppervlak af te koppelen.

Om te beoordelen hoe groot de te realiseren hemelwatervoorziening moet zijn, dient op basis van de nieuwe Keur van het Waterschap Limburg per 1 april 2019 de dynamisch berging-/infiltratievoorzieningen minimaal gedimensioneerd te worden op een neerslaggebeurtenis met herhalingstijd 1:100, gemiddeld klimaatscenario 2050. Voor Noord en Midden-Limburg dient daarbij een bui-duur van 24 uur te worden gehanteerd, zijnde 100 mm (100 liter/m2 verhard oppervlak). Het totale bouwplan zal naar verwachting een verhard oppervlak hebben van ca. 1.000 m2 (dak, speelterrein, terras en looppaden e.d., waarbij opgemerkt dat een gedeelte van het hemelwater direct zal afvloeien naar de naastgelegen bodem om daar te infiltreren. Wanneer er desondanks wordt uitgegaan van 1.000 m2 verhard oppervlak, dient de benodigde infiltratievoorziening een inhoud te hebben van 100 m3. De reeds aanwezige wadi wordt hierop gedimensioneerd. Door afdoende capaciteit van de wadi te realiseren en door bij het bepalen van het hoogste waterniveau hiermee rekening te houden, behoeft voor wateroverlast op de aangrenzende percelen niet te worden gevreesd. Door het hemelwater van de nieuwe bebouwing en bijbehorende verharding niet te lozen op de riolering, wordt voldaan aan de norm dat bij nieuwbouw 100% van het verharde oppervlak dient te worden afgekoppeld.

5.4.3 Conclusie waterhuishouding Gelet op vorenstaande uiteenzetting vormt het aspect waterhuishouding geen onoverkomelijke belemmeringen voor voorliggende planontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing kindercentrum en kinderboerderij, Bosserveldweg ong. Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

35

M215856.002/FSC

5.5

Natuur/ecologie Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de gevolgen van de ontwikkeling voor de natuur. Het natuurbeschermingsrecht is te vinden in verdragen, Europese en nationale regelgeving en in nationaal en provinciaal beleid. Vanuit de Europese regelgeving wordt met name nadruk gelegd op de bescherming van plant- en diersoorten (Vogelrichtlijn) en leefgebieden (Habitatrichtlijn). Ten behoeve hiervan zijn dan ook diverse beschermingsgebieden aangewezen. De belangrijkste beschermingszones zijn Natura 2000-gebieden. In het vervolg van deze paragraaf wordt specifiek ingegaan op respectievelijk gebiedsbescherming en soortenbescherming.

5.5.1 Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming, die de implementatie vormt van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Natura 2000-gebieden vormen samen een Europees netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Als ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van natuurwaarden binnen een Natura 2000-gebied, moet een vergunning worden aangevraagd. Gedeputeerde staten van de provincie zijn het bevoegd gezag voor verlening van deze vergunning. Indien eerst een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor een activiteit waarvoor tevens een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is vereist, dan haakt de natuurtoets aan bij de omgevingsvergunning. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS). Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt het 'nee, tenzij-principe'. Het projectgebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), daarnaast zijn volgens de provinciale verordening geen natuurwaarden binnen het projectgebied aanwezig. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is het 'Roerdal'. Dit betreft een Habitatrichtlijngebied en ligt op ca. 490 meter afstand ten noorden van het projectgebied.

Kaart ‘Natura2000’ van Atlas Limburg met aanduiding projectgebied

In het projectgebied wordt een kinderboerderij en kinderopvang gerealiseerd. Gedurende de realisatiefase zullen machines met verbrandingsmotoren worden ingezet. Daarnaast neemt het aantal verkeersbewegingen gedurende de bouwfase iets toe als gevolg van bouwverkeer van en naar de locatie. Ten aanzien van het gebruik van de kinderboerderij en de kinderopvang zal het aantal

Ruimtelijke onderbouwing kindercentrum en kinderboerderij, Bosserveldweg ong. Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

36

M215856.002/FSC

verkeersbewegingen toenemen. Omdat stikstofemissie mogelijk een effect kan veroorzaken op Natura 2000-gebieden, dient onderzocht te worden of er een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming nodig is. De realisatiefase is met ingang van de inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn), samen met het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn), d.d. 1 juli 2021, vrijgesteld van de Natura 2000-vergunningplicht en is derhalve niet meer opgenomen in dit onderzoek. De vrijstelling geldt niet voor structurele stikstofemissies in de gebruiksfase of voor andere emissies dan stikstof. Aangezien de nieuwe gebouwen gasloos worden uitgevoerd, waardoor er dus ook geen NOx-emissie meer vrijkomt, is in de gebruiksfase de enige bron die vervolgens wel nog NOx- en NH3- emissie veroorzaakt het verkeer van en naar de locatie. Conform de CROW-kencijfers bedraagt het aantal verkeersbewegingen 251 verkeersbewegingen per etmaal, zie paragraaf 5.3. Derhalve is door Aelmans ROM B.V. een stikstofonderzoek uitgevoerd voor alleen de gebruiksfase. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 3.

Uit de resultaten van het onderzoek naar de invloed van NOx- en NH3-emissie van de gebruiksfase op Natura 2000-gebieden blijkt dat dit, in vergelijking met alleen de gebruiksfase - verkeer in de huidige situatie, geen negatieve effecten veroorzaakt op de Natura 2000-gebieden. Er is geen depositietoename > 0,00 mol /ha/jaar. Het aspect stikstof levert geen belemmeringen op voor onderhavig planvoornemen. Een vergunning Wet natuurbescherming t.b.v. gebruiksfase is niet nodig. 5.5.2 Soortenbescherming Behalve de mogelijke effecten op natuurgebieden moet tevens duidelijk zijn of het betreffende plan effecten heeft, en zo ja welke, op beschermde soorten. De soortenbescherming is eveneens vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Deze wet is de implementatie van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn voor wat betreft de soortenbescherming. In verband met de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met soortenbescherming en dan met name de aanwezigheid van beschermde soorten in het projectgebied. In ruimtelijke plannen mogen geen mogelijkheden worden geboden voor ruimtelijke ontwikkelingen waarvan op voorhand redelijkerwijs kan worden ingezien dat in het kader van de Wet natuurbescherming geen ontheffing zal worden verleend. Standaard geldt voor het projectgebied de algemene zorgplicht zoals die in Wet natuurbescherming centraal staat (artikel 1.11 Wnb).

Dit houdt in dat voorafgaand aan een ingreep alle maatregelen genomen dienen te worden om nadelige gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Bovendien moeten de handelingen in logisch verband staan met de ontwikkeling en geen doel op zich vormen. Deze zorgplicht geldt ten allen tijde, ook indien een ontheffing of vrijstelling is verleend. In de huidige situatie staan er binnen het projectgebied geen gebouwen, geen bomen en geen andere begroeiing. Er is sprake van de aanwezigheid van het gras van de voormalige voetbalvelden dat ook nog altijd regelmatig gemaaid wordt. In de rand van de voormalige voetbalvelden staan bomen, deze blijven gehandhaafd. Er dienen derhalve geen sloopwerkzaamheden en rooiwerkzaamheden (kappen

Ruimtelijke onderbouwing kindercentrum en kinderboerderij, Bosserveldweg ong. Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

37

M215856.002/FSC

van bomen en struikgewas) uitgevoerd te worden. Omdat er sprake is van een goed onderhouden terrein dat regelmatig is gemaaid kan de aanwezigheid van beschermde flora- en/of fauna worden uitgesloten. Bovendien is de website www.waarneming.nl geraadpleegd welke recente data bevat met waarnemingen over flora en fauna. Uitgaande van waarneming.nl zijn vanaf 5 april 2020 op de projectlocatie geen beschermde flora en fauna aangetroffen. In onderstaande figuur wordt een en ander nader gevisualiseerd.

Uitsnede website www.waarneming.nl met aanduiding projectgebied

Op basis van de bovenstaande gegevens is derhalve niet te verwachten dat voorliggend planvoornemen inbreuk heeft op de ecologische situatie binnen het projectgebied. Met inachtneming van onderhavige planontwikkeling is eveneens de effectenindicator geraadpleegd. Onderhavige locatie was een onderdeel van de voetbalvelden en is momenteel onbebouwd en begroeid met gras. Het voornemen is om ter plekke een kinderopvang en kinderboerderij op te richten.

Ruimtelijke onderbouwing kindercentrum en kinderboerderij, Bosserveldweg ong. Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

38

M215856.002/FSC

Uitsnede effectenindicator

Onderstaand is per storingseffect beschreven of dit effect aan de orde is als gevolg van de planontwikkeling in het projectgebied:  Oppervlakteverlies: Het project ligt buiten het Natura 2000-gebied Roerdal. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten zijn er geen effecten op dit Natura 2000-gebied. Er is geen sprake van oppervlakteverlies of versnippering van habitat- of foerageergebied;  Verontreiniging: Verontreiniging kan plaatsvinden via bodem, water of lucht. De beoogde ontwikkeling leidt tot een toename van verkeersbewegingen ter plaatse. In sub paragraaf 5.5.1 van voorliggende ruimtelijke onderbouwing is middels een stikstofberekening aangetoond dat de gebruiksfase van onderhavige ontwikkeling qua NOx- en NH3-emissies geen invloed heeft op het nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Roerdal’.  Verstoring door geluid: Ter plaatse van onderhavig projectgebied is momenteel de bestemming ‘Maatschappelijk’ van kracht. Het waren voetbalvelden. Met inachtneming van het (voormalig) gebruik (voetbalvelden), de ligging en afstand van onderhavig projectgebied tot het Roerdal en de tussenliggende woningen van Sint Odiliënberg, leidt deze

Ruimtelijke onderbouwing kindercentrum en kinderboerderij, Bosserveldweg ong. Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

39

M215856.002/FSC

planontwikkeling niet tot een extra verstoring door geluid. Verstoring door licht: Gelet op de ligging, het (voormalig) gebruik (voetbalvelden), de ligging en afstand van onderhavig projectgebied tot het Roerdal en de tussenliggende bebouwing van vele woonhuizen, leidt deze planontwikkeling niet tot een extra verstoring door licht. Optische verstoring: Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. Dit leidt vooral tot vluchtgedrag van dieren. Het project bevindt zich op circa 490 m. afstand van het Natura-2000 gebied, met daartussen nog veel ander bebouwing (vnl. woonhuizen) en activiteiten waardoor van optische verstoring als gevolg van het planvoornemen geen sprake kan zijn. Verstoring door mechanische effecten: Er is geen sprake van mechanische effecten in de vorm van golfslag, luchtwervelingen etc.

Geconcludeerd kan worden dat met betrekking tot het aspect flora- en fauna geen belemmeringen aanwezig zijn ten behoeve van onderhavige ontwikkeling. 5.5.3 Conclusie natuur Gelet op vorenstaande uiteenzetting kan gesteld worden dat het aspect natuur onderhavig planvoornemen niet in de weg staat.

5.6

Duurzaamheid Bij de realisatie van de kinderboerderij en de kinderopvang wordt aandacht besteed aan het duurzaamheidsaspect. Hierbij kan gedacht worden aan energiezuinigheid en het gebruik van duurzame bouwmaterialen. Er zal worden aangesloten bij de duurzaamheidseisen zoals genoemd in het Bouwbesluit. Er wordt geen gebruik gemaakt van fossiele brandstoffen t.b.v. verwarming en warm tapwater. Met betrekking tot de bouwkundige aspecten van onderhavig bouwplan kan worden gewezen op het feit dat deze verder zullen worden uitgewerkt in de aanvraag van de omgevingsvergunning activiteit bouwen.

Ruimtelijke onderbouwing kindercentrum en kinderboerderij, Bosserveldweg ong. Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

40

M215856.002/FSC

Ruimtelijke onderbouwing kindercentrum en kinderboerderij, Bosserveldweg ong. Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

41

M215856.002/FSC

6 Omgevingsdialoog Door initiatiefnemer is er een omgevingsdialoog gevoerd. De direct omwonenden zijn daartoe individueel bezocht en de plannen zijn tijdens die gesprekken toegelicht. De reacties van de omwonenden waren in overwegende mate positief en in een enkel geval neutraal. Niemand van de omwonenden heeft negatief op het plan gereageerd. De bewoners van de woning Schaapsweg 28 zijn niet geconsulteerd. Ten tijde van de omgevingsdialoog was dat huis verkocht. Die bewoners hadden geen belang meer bij het planvoornemen.

Ruimtelijke onderbouwing kindercentrum en kinderboerderij, Bosserveldweg ong. Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

42

M215856.002/FSC

Ruimtelijke onderbouwing kindercentrum en kinderboerderij, Bosserveldweg ong. Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

43

M215856.002/FSC

7 Uitvoerbaarheid De uitvoerbaarheid van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.

7.1

Grondexploitatie

7.1.1 Algemeen Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel ‘Grondexploitatie’. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van den openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6.4 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden. 7.1.2 Exploitatieplan Afdeling 6.4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken op grond van artikel 6.24 Wro. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld).

Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Onderhavige ontwikkeling ziet op de bouw van een kinderopvang en kinderboerderij, waardoor sprake is van een bouwplan. Hoofdregel is dat er een plicht bestaat voor het opstellen van een exploitatieplan. Onder artikel 6.12, lid 2 Wro wordt hierop echter een aantal uitzonderingsmogelijkheden geboden:     

het verhaal van kosten over de in het plan of besluit begrepen kosten is anderszins verzekerd; het is niet nodig een tijdvak te bepalen waarbinnen de grondexploitatie zal plaatsvinden; het is niet nodig een fasering op te nemen waarbinnen werken, werkzaamheden en bouwplannen uitgevoerd moeten worden; het is niet nodig eisen en/of regels omtrent de uitvoering te stellen aan het bouwrijp maken en/of de inrichting van de openbare ruimte en/of de aanleg van nutsvoorzieningen; het is niet nodig regels te stellen omtrent de uitvoering van de in het bestemmingsplan

Ruimtelijke onderbouwing kindercentrum en kinderboerderij, Bosserveldweg ong. Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

44

M215856.002/FSC

opgenomen bepalingen omtrent sociale huur en/of koopwoningen, kavels voor particulier opdrachtgeverschap of branches in de detailhandel. De gemeente Roerdalen sluit een anterieure overeenkomst met de initiatiefneemster van het project. Hiermee is het kostenverhaal anderszins geregeld.

7.2

Planschade Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een ontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een ontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van een dergelijke planschadeovereenkomst is, dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een ontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. De gemeente Roerdalen sluit een planschadeverhaalsovereenkomst met initiatiefneemster. Eventuele tegemoetkomingen in planschade zijn dan ook niet voor rekening van de gemeente Roerdalen.

7.3

Formele procedure

7.3.1 Algemeen De wettelijke procedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. Openbare kennisgeving van de ontwerpvergunning. 2. Ter inzage legging van de ontwerp omgevingsvergunning met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. 3. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. 4. Vaststelling van de omgevingsvergunning door het bevoegd gezag (gemeenteraad dan wel B&W), indien er zienswijzen naar voren zijn gebracht uiterlijk binnen 6 maanden nadat de aanvraag is ontvangen en indien er geen zienswijzen naar voren zijn gebracht uiterlijk 4 weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken. 5. Algemene bekendmaking van de omgevingsvergunning. 6. Mogelijkheid tot beroep bij de rechtbank voor belanghebbende binnen 6 weken na bekendmaking besluit. Voorlopige voorziening bij de rechtbank. Beroep heeft geen opschortende werking. Verzoek om voorlopige voorziening heeft opschortende werking indien ingediend binnen beroepstermijn. 7. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de rechtbank. 8. Uitspraak rechtbank . 9.

Mogelijkheid tot Hoger beroep bij Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Ruimtelijke onderbouwing kindercentrum en kinderboerderij, Bosserveldweg ong. Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

45

M215856.002/FSC

Raad van State voor belanghebbenden binnen 6 weken na bekendmaking uitspraak rechtbank. Voorlopige voorziening bij de rechtbank. Beroep heeft geen opschortende werking. Verzoek om voorlopige voorziening heeft opschortende werking indien ingediend binnen beroepstermijn. 10. Uitspraak Afdeling.

7.3.2 Zienswijzen Het ontwerp van voorliggende omgevingsvergunning heeft vanaf …-…-2021 tot en met …-…-2021 voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn wel/geen zienswijze ingekomen.

Ruimtelijke onderbouwing kindercentrum en kinderboerderij, Bosserveldweg ong. Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

46

M215856.002/FSC

Ruimtelijke onderbouwing kindercentrum en kinderboerderij, Bosserveldweg ong. Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

47

M215856.002/FSC

8 Afweging van belangen en conclusie Initiatiefneemster is voornemens om ter plekke van een gedeelte van het kadastrale perceel Gemeente Sint Odiliënberg – Sectie C - Nummer 4572, een kindercentrum bestaande uit Wee-Play kinderopvang en kinderboerderij het Brombemke te realiseren. Ten behoeve van deze ontwikkeling dient vanwege het ontbreken van een bouwvlak te worden afgeweken van het bestemmingsplan ‘1e herziening Kernen Roerdalen’, vastgesteld door de gemeenteraad van Roerdalen op 17 juni 2016. De gemeente Roerdalen heeft kenbaar gemaakt medewerking te willen verlenen aan onderhavig initiatief door toepassing van de procedure voor het afwijken van het bestemmingsplan ex artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo. Dit is op basis van artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 3 Wabo mogelijk indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Ten behoeve van de afwijkingsprocedure is een ruimtelijke onderbouwing vereist. Voorliggend document voorziet daarin. Tegen de realisering van het project bestaat vanuit ruimtelijk en stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaar aangezien aan de volgende uitgangspunten c.q. randvoorwaarden wordt voldaan:      

het project is niet strijdig met het Rijks- en provinciale beleid; het project past binnen het gemeentelijke beleid en voldoet aan de door de gemeente gestelde randvoorwaarden; door de beoogde ontwikkeling treden er geen conflicterende belangen op ten aanzien van bedrijven en woningen in de omgeving; de milieuaspecten bodem, geluid, milieuzonering, luchtkwaliteit en externe veiligheid vormen geen beletsel voor de realisatie van het project; het project heeft geen negatieve invloed op de aspecten archeologie, kabels en leidingen, verkeer en parkeren, waterhuishouding en natuur/ecologie; het kostenverhaal met betrekking tot voorliggende ontwikkeling is verzekerd.

Op grond van vorenstaande overwegingen kan worden geconcludeerd dat het voornemen niet bezwaarlijk is en in overeenstemming is met de goede ruimtelijke ordening.

Ruimtelijke onderbouwing kindercentrum en kinderboerderij, Bosserveldweg ong. Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

48

M215856.002/FSC

9 Bijlagen 1a 1b 2. 3.

Brief gemeente Roerdalen d.d. 26 januari 2021 (kenmerk: Z20-018653) inzake Wee-Play kinderopvang; Brief gemeente Roerdalen d.d. 26 januari 2021 (kenmerk: Z20-018653) inzake kinderboerderij het Brombemke; Rapportage verkennend bodem- en asbestonderzoek d.d. 30 juni 2021 (Aelmans Eco B.V., rapportnummer: E216769.010/HWO); Rapportage stikstofonderzoek d.d. 5 augustus 2021 (Aelmans ROM B.V., M215856.003).

Ruimtelijke onderbouwing kindercentrum en kinderboerderij, Bosserveldweg ong. Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=bdb24587-df43-4d42-b9ec-c5b0308f5884