CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: Ontwerp omgevingsvisie Roerdalen 2050

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsvisie Roerdalen 205032.133 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Stap 1: Beoordelen ruimtelijke wenselijkheid initiatief Indien een ontwikkeling niet passend is in het omgevingsplan wordt op basis van de omgevingsvisie (en ander beleid) en de omvang van de plannen bepaald of een ontwikkeling wenselijk is. Nadat deze ruimtelijke-functionele afweging heeft plaatsgevonden is het vervolgens per gebiedstype verschillend of een ontwikkeling wel, niet of in een bepaalde maat en schaal is toegestaan. Want ook ruimtelijk-kwalitatieve voorwaarden kunnen er toe leiden dat aan bepaalde functies geen ruimte geboden kan worden omdat ze qua schaal en maat niet passen in het landschap. Zonder de kwaliteitsverbeterende maatregelen en/of (financiële) bijdragen zal de ruimtelijke afweging niet positief uitvallen en werkt de gemeente niet mee aan de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Hierbij wordt ook gekeken naar de voorgaande tabel. Per ontwikkeling is aangegeven of de grondhouding ten opzichte van de verschillende ontwikkelingsmogelijkheden (ingedeeld in zogenaamde ‘modules’) voor de betreffende categorie positief (groen), negatief (rood) of er tussen in (oranje) is. Een positieve grondhouding betekent dat de gemeente in principe de potentiële ontwikkeling faciliteert. In alle gevallen zijn er voorwaarden verbonden aan de ontwikkeling.

Bij een negatieve grondhouding is de potentiële ontwikkeling niet gewenst en zal de gemeente hieraan geen medewerking verlenen. Stap 2: Ruimtelijke en landschappelijke inpassing Bij de toepassing van alle modules geldt dat er altijd sprake is van ruimtelijke en landschappelijke inpassing van het initiatief, evenals zorgen voor de opvang van hemelwater. Indien er sprake is van een ontwikkeling in een cultuurlandschap moet een oppervlakte ter grootte van minimaal 10% van het bouwvlak worden ingezet als inpassing. Bestaand aanwezig kwalitatief en inheems groen telt daarin mee. De omgevingscommissie MER bepaalt of en in welke mate het bestaande groen daarin verankerd kan worden. Voor een ontwikkeling in een bos- en mozaïek landschap is dat ter grootte van minimaal 15% van het bouwvlak en in het beekdallandschap en natuurlandschap minimaal 20% van het bouwvlak. De inpassing hoeft niet in het bouwvlak, maar wel op eigen terrein ter plaatse. Overigens zijn niet alle ontwikkelingen onder een module te scharen (bijvoorbeeld een schuilgelegenheid). In een dergelijke situatie is alleen een ruimtelijke en landschappelijke inpassing noodzakelijk.

70

Stap 3: Bepalen hoogte van de tegenprestatie Vervolgens wordt op basis van de aard en omvang van de ontwikkeling bepaald welke module van toepassing is en welke tegenprestatie daar tegenover staat. Ruimtelijke- en landschappelijke inpassing van de ontwikkeling is dus altijd van toepassing, evenals zorgen voor de opvang van hemelwater. De aanvullende kwaliteitseisen worden op basis van tabel 2 eerst berekend/gekwantificeerd. In tabel 2 zijn drempelwaarden opgenomen die de minimale bijdrage aangeven, waardoor een minimale kwaliteitsverbetering wordt gegarandeerd. Deze zijn gebaseerd op de bedragen uit het voormalige Limburgs Kwaliteitsmenu. Daarnaast is er in voorkomende gevallen een extra en aanvullende kwaliteitsbijdrage als de ruimtelijke ontwikkeling meer invloed heeft op de omgeving en dientengevolge ook het verlies aan omgevingskwaliteit groter is. Hierbij wordt verwezen naar de tabel 2.

71

72

Stap 4: Bepalen wijze van tegenprestatie Via kwaliteitsverbetering wordt vervolgens de (ruimtelijke) ingreep die door een ontwikkeling plaatsvindt gecompenseerd. Als eerste wordt bekeken of compensatie op eigen terrein mogelijk is. Als dit niet mogelijk is, kan elders in onze gemeente worden gecompenseerd. Is ook dit niet mogelijk, dan kan worden gecompenseerd door een financiële kwaliteitsbijdrage af te dragen in ons gemeentelijke kwaliteitsvoorziening (zie stap 4). In overleg tussen gemeente en initiatiefnemer wordt bepaald of fysieke kwaliteitsverbetering mogelijk is of dat een bijdrage wordt gestort in de Voorziening LKM. Bij gebiedseigen-ontwikkelingen (zoals module gebiedseigen toerisme en recreatie) geldt dat gestreefd wordt naar een kwaliteitsbijdrage ‘in natura’: ter plekke of in hetzelfde landschapstype. Hierbij wordt gedacht aan: • • • • • • • •

Realisering nieuw groen, landschap en herstel cultuurhistorie Lijnvormige beplantingselementen Natuurontwikkeling Ontwikkelen landschappelijke en cultuurhistorische waarden Afname van bebouwing Saneren bedrijfsbebouwing Stimuleren vernatting Overgang kern-buitengebied

De kwaliteitsverbeterende maatregel moet duurzaam zijn en verzacht waar mogelijk de impact van de ruimtelijke ontwikkeling op het omliggende landschap. Het werken met inheems, gebiedseigen groen is verplicht, het leveren van kwaliteit staat centraal en gestreefd wordt naar natuurlijk materiaalgebruik. Realisatie van de kwaliteitsverbeterende maatregelen dient publiekrechtelijk planologisch geborgd te worden en via een privaatrechtelijke overeenkomst. De kwaliteitsverbeterende maatregel dient binnen één jaar na realisatie van de ruimtelijke ontwikkeling aangebracht te zijn. De tegenprestatie wordt altijd ter beoordeling voorgelegd aan de omgevingscommissie MER. Het leggen van zonnepanelen wordt ook niet gezien als een kwaliteitsverbeterende maatregelen. Stap 5: Fondsafdracht indien (volledige) fysieke compensatie niet mogelijk is. Het is dus aan de initiatiefnemer om te zorgen dat kwaliteitsverbeteringen in natura plaatsvinden. Pas als aantoonbaar geen fysieke maatregel mogelijk of wenselijk is op die locatie, is een financiële bijdrage in de Voorziening LKM aan de orde. Ruimtelijk/landschappelijke inpassing kan in geld worden gecompenseerd maar moet altijd ter plaatse worden gerealiseerd.

Aangezien de kwaliteitsverbeterende maatregel van ruimtelijke ontwikkelingen in Roerdalen dus niet altijd betrekking hebben op dezelfde locatie als de ontwikkeling, is bij het opstellen van de Structuurvisie Roerdalen 2030 al een Voorziening LKM opgericht. Hierin worden de (financiële) bijdragen gestort van de ruimtelijke ontwikkelingen. Vervolgens moet de Voorziening LKM worden ingezet voor de plannen en projecten in de projectenlijst. Een en ander wordt vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente. Er wordt nog nader onderzocht of de Voorziening LKM breder kan worden ingezet (behoud cultuurhistorie, aanpak verkeersonveilige situaties etc.) 1 Asbestsanering maakt geen onderdeel uit van de kwaliteitsverbetering, want is immers een wettelijke verplichting en kan daarmee niet worden ingezet als tegenprestatie.

73

Bijlage III Beleidsanalyse Actieplan Duurzame Energie gemeente Roerdalen 2019-2022 Datum vaststelling: 2019

Samenvatting De gemeente Roerdalen wil samen met ondernemers, inwoners en andere belanghebbenden het gebruik van fossiele brandstoffen beperken, energie besparen en ruimte maken voor schone hernieuwbare energie. In het Actieplan ligt de focus op Duurzame Energie, als prioritaire opgave binnen de duurzaamheidsdoelstellingen. Dit Actieplan is daarnaast het resultaat van de ambities van het college van Burgemeester en Wethouders zoals opgenomen in het Coalitieakkoord 2018 – 2022, alsmede de uitwerking van de ambities van de gemeenteraad in de Programmabegroting en Kadernota. Het Actieplan is een eerste stap in de verduurzaming van Roerdalen en sluit aan bij het Nationale Klimaatakkoord dat in juni 2019 door de regering is gepresenteerd. De rol van de gemeente hierbij is vooral aanjagen, faciliteren en stimuleren. Vanuit haar voorbeeldrol inspireert de gemeente inwoners en het bedrijfsleven op het gebied van energiebesparing en energieopwekking. Ook kan de gemeente beleid en regelgeving aanpassen zodat de transitie versneld wordt. Relatie / relevantie omgevingsvisie Het aspect duurzaamheid / klimaat is nieuw onder de Omgevingswet. Dit aspect heeft nadrukkelijk een positie gekregen in de Omgevingsvisie.

Archeologie-verordening Roerdalen Datum vaststelling: 2010

Samenvatting In de verordening worden locaties met een archeologische verwachtingswaarde aangeduid. Op deze locaties is het verboden om op enigerlei wijze de bodem te verstoren of doen verstoren door werkzaamheden. Relatie / relevantie Omgevingsvisie Met de locaties dient rekening gehouden te worden in de Omgevingsvisie of in ieder geval in het omgevingsplan.

Provinciaal geluidsbeleid Datum vaststelling: -

Samenvatting In Roerdalen liggen 3 gezoneerde industrieterreinen (Vekoma, Akzo en Middenweg) en een groot deel van de geluidszone vanuit het bedrijventerrein Roerstreek (gemeente Roermond). Spoorwegen en alle wegen met een toegestane rijsnelheid van meer dan 30 km/uur hebben ook een geluidszone. Binnen de gemeente Roerdalen liggen 3 stiltegebieden: Roerdal, Meinweg en (gedeeltelijk) Reutje-Munnigsbos-Sweeltje. Dit zijn gebieden waarin de normale geluiden van de natuur zo min mogelijk verstoord mogen worden. Hier gelden de regels uit de Provinciale Milieuverordening. Relatie / relevantie omgevingsvisie Op specifieke onderwerpen rekening houden Rekening houden met de aanwezige geluidcontouren / stiltegebieden. Eveneens aandachtspunt richting de verdere uitwerking in het omgevingsplan.

74

Beleidsnotitie externe veiligheid Datum: 2012

Samenvatting De Notitie geeft een beeld van de aanwezige risicobronnen in 2012. De Notitie geeft weer welke wet en regelgeving voor de diverse risicobronnen van toepassing is. Algemene Beleidsuitgangspunten: Wanneer een structuurvisie wordt opgesteld of een bestemmingsplan wordt herzien, zal de Notitie als uitgangspunt dienen voor externe veiligheid. Er mogen geen nieuwe (beperkt)kwetsbare objecten binnen de 10-5 en 10-6 contour, tenzij er zeer zwaarwegende redenen zijn in de volgende situaties: Opvullen van kleine open gaten in bestaand stedelijk gebied ( inbreiding); Vervangende nieuwbouw in het kader van de herstructurering van stedelijk gebied. Overschrijding van de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico in nieuwe situaties is niet aanvaardbaar. Een risico is onaanvaardbaar indien de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij- en beheersbaarheid van een ramp onvoldoende worden geacht; Nieuwe inrichtingen of uitbreidingen: Een toename van het groepsrisico binnen het invloedsgebied van een inrichting is aanvaardbaar mits de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. Voor kwetsbare objecten binnen het invloedsgebied zullen indien nodig preventieve en preparatieve maatregelen worden genomen. Objecten voor verminderd zelfredzame personen zijn niet wenselijk binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting. Voor verminderd zelfredzame personen is extra aandacht.

Transport gevaarlijke stoffen: Een toename van het groepsrisico binnen het invloedsgebied van een transportroute is aanvaardbaar mits de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. Voor kwetsbare objecten binnen het invloedsgebied zullen indien nodig preventieve en preparatieve maatregelen worden genomen. Het is op dit moment niet noodzakelijk om over te gaan tot de invoering van een routering gevaarlijke stoffen. (wanneer hiervoor aanleiding is zal dit punt worden bijgesteld). Ruimtelijke aspecten: Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt advies gevraagd aan de Veiligheidsregio. Dit advies wordt meegewogen in het hele proces van de ruimtelijke ontwikkeling. Relatie / relevantie omgevingsvisie De notitie bevat een overzicht van wettelijke verplichtingen voor externe veiligheid. Hoofdpunten zijn verwerkt in de visie. Nadere uitwerking krijgt een plek in het omgevingsplan.

Beleidsregels inzake onrechtmatige bewoning van recreatiewoningen Datum vaststelling: 2018 Samenvatting Kern van het probleem van onrechtmatige bewoning van recreatiewoningen is, dat het permanent bewonen van recreatieverblijven niet is toegestaan en evenmin wenselijk is, maar dat het desondanks in de praktijk toch voorkomt. Het onrechtmatig bewonen van recreatiewoningen en recreatieverblijven is in strijd met de bestemmingsplanregels. Deze situatie is onwenselijk en tegen de overtreding wordt handhavend opgetreden, zodat een einde wordt gemaakt aan de illegale bewoning van recreatiewoningen en recreatieverblijven. Daartoe wordt gebruik gemaakt van bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen. In de beleidsregel geldt een eenduidige begunstigingstermijn van 6 maanden. De nieuwe beleidsregel beoogt bewoning van recreatiewoningen tegen te gaan. Relatie / relevantie omgevingsvisie Beleidsregels (tegengaan bewoning) benoemen in de omgevingsvisie. Nadere uitwerking richting omgevingsplan.

Beleidsregel woningbouwcompensatie 2019 Datum vaststelling: 2019

Samenvatting Betreft een uitwerking van de Structuurvisie Roerdalen 2030. Als er woningen worden toegevoegd bovenop de planvoorraadlijst uit de structuurvisie die niet fysiek gecompenseerd kunnen worden, dan mogen zij onder voorwaarden gebruik maken van de financiële compensatieregeling. Relatie / relevantie omgevingsvisie De beleidsregels is benoemt in de Omgevingsvisie.

75

Belevingspark De Meinweg Datum vaststelling: 2020

Samenvatting In de gebiedsvisie zijn de volgende ambities geformuleerd: samen bouwen met de groene omgeving aan een uniek recreatie en shopping gebied; Bezoekers een samenhangend, herkenbaar, streekeigen gebied laten beleven; Een natuurbelevingspark met unieke producten en unieke natuur. De gebiedsvisie bevat verschillende processtappen om daadwerkelijk te komen tot de geformuleerde ambitie. De gebiedsvisie vormt een gezamenlijke basis om vervolgens concreet mee aan de slag te gaan. Relatie / relevantie omgevingsvisie De hoofdlijnen van de gebiedsvisie zijn vertaald in de omgevingsvisie. De gebiedsvisie kan vervolgens als zijnde een gebiedsgericht programma (in lijn met omgevingswet) verder uitgewerkt worden.

Erfgoedverordening Roerdalen Datum vaststelling: 2018

Samenvatting Hierin zijn regels opgenomen over het culturele erfgoed in totaliteit; roerende en onroerende objecten. Naast gemeentelijke monumenten en gemeentelijke beschermde dorpsgezichten kunnen ook bijzondere roerende cultuurgoederen en verzamelingen worden aangeduid, die in hun bezit zijn of aan hun zorg is toevertrouwd aanwijzen als beschermd. De Erfgoedverordening kent de volgende onderdelen: het gemeentelijk erfgoedregister; de aanwijzing en bescherming van gemeentelijke cultuurgoederen en verzamelingen; de aanwijzing en bescherming van gemeentelijke monumenten; de advisering over omgevingsvergunningen voor rijks en gemeentelijke monumenten, en; de handhaving en het toezicht op de instandhouding van het cultureel erfgoed. De Erfgoedverordening borgt het behoud en beheer van het cultureel erfgoed, dat van bijzonder belang is voor onze gemeente. Relatie / relevantie omgevingsvisie Cultuurhistorie vormt een belangrijke pijler in de visie en koers van de Omgevingsvisie Roerdalen 2050. Cultureel erfgoed dat is opgenomen in de genoemde registers of verzamelingen heeft een beschermde status. Bij ontwikkelingen, concreet het omgevingsplan, dient hiermee rekening te worden gehouden.

Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Datum vaststelling: 2019 Samenvatting Het POL is een integrale visie op wat er nodig is om de kwaliteit van de fysieke omgeving te verbeteren, met als centrale ambitie het realiseren van een voortreffelijk grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat. Het POL heeft vier wettelijke functies: structuurvisie (Wet ruimtelijke ordening), provinciaal milieubeleidsplan (Wet milieubeheer), regionaal waterplan (Waterwet) en het Provinciaal Verkeer- en Vervoersplan (Planwet verkeer en vervoer). In het POL komen alleen die zaken aan bod, die er op provinciaal niveau echt toe doen en die vragen om regionale oplossingen. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, het versnellen van de energietransitie, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. De belangrijke principes in het Limburgse omgevingsbeleid zijn: 1. Kwaliteit staat centraal. 2. Uitnodigen staat centraal. In het POL zijn zeven globaal afgebakende gebiedstypen onderscheiden. Dit zijn zones met een eigen karakter, herkenbare eigen kernkwaliteiten, en met heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. In het POL staan de regio’s centraal.

Het plan bevat vanuit dat perspectief ook een samen met de gemeenten opgestelde visie op Midden-Limburg. Relatie / relevantie omgevingsvisie POL en zijn opvolger waaraan gewerkt wordt de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) biedt een basis voor de gemeentelijke Omgevingsvisie. Momenteel werkt de provincie aan haar POVI. Onze gemeente levert hieraan een bijdrage beoordeelt de POVI.

76

Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan 2016 – 2021 Datum vaststelling: Samenvatting Het GVVP 2016-2021 is een momentopname met een vooruitblik voor de komende 5 jaar. Er zijn enkele ontwikkelingen die nu (anno 2016) al moeten worden toegevoegd zoals Raadsbesluit categorisering wegen 2 november 2017; 1. Ontsluiting LOG en doorgaand vrachtverkeer; 2. Toekomstige fietsverbindingen; 3. Routes openbaar vervoer. Op dit moment stelt de Provincie een nieuw mobiliteitsplan op en dit plan heeft mogelijk gevolgen voor onze gemeente. Relatie / relevantie omgevingsvisie De hoofddoelen uit het GVVP hebben een plek gekregen in deze omgevingsvisie.

Gemeentelijk Riolerings-plan Datum vaststelling: 2013

Samenvatting In het Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) ligt het gemeentelijk beleid vast met betrekking tot de rioleringszorg en de gemeentelijke zorgplichten voor het afval, hemel- en grondwater. Waar het Waterketenplan vooral strategisch is en ingaat op de ambities voor de langere termijn, gaat het GRP meer in op de beheersmatige kant van de rioleringszorg. De boodschap van het GRP is ook: partijen staan voor een gezamenlijke opgave om de veranderende omstandigheden (klimaat) het hoofd te kunnen bieden. Daarnaast is het zeer belangrijk om in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken te zijn om goede afwegingen te kunnen maken en/of om overlast of schade te voorkomen. Relatie / relevantie omgevingsvisie De opgaves in de waterketen worden in deze omgevingsvisie zoveel mogelijk integraal benaderd en zijn voorafgaand afgestemd met onze ketenpartners zoals het waterschap Limburg en WML.

Gezondheidsnota Gemeente Roerdalen Datum vaststelling: 2018 Samenvatting De gezondheidsnota gaat hoofdzakelijk over het bevorderen van gezond gedrag. De gemeente hanteert hierbij een flexibele aanpak, dicht bij de praktijk en dicht bij de inwoners. De gemeente stimuleert een beweging waarbij steeds meer mensen bij betrokken raken, initiatief nemen en bewust worden van het belang van positieve gezondheid. In de aanpak staat een tweesporenbeleid centraal: een extern spoor met een netwerkbenadering en een intern spoor vanuit de organisatie ontwikkeling. Relatie / relevantie omgevingsvisie Gezondheid is één van de nieuwe thema’s in de Omgevingswet heeft, in samenspraak met onze ketenpartners, een plek gekregen in deze omgevingsvisie.

Belevingspark De Meinweg Datum vaststelling: 2020

Samenvatting In de gebiedsvisie zijn de volgende ambities geformuleerd: samen bouwen met de groene omgeving aan een uniek recreatie en shopping gebied; Bezoekers een samenhangend, herkenbaar, streekeigen gebied laten beleven; Een natuurbelevingspark met unieke producten en unieke natuur. De gebiedsvisie bevat verschillende processtappen om daadwerkelijk te komen tot de geformuleerde ambitie. De gebiedsvisie vormt een gezamenlijke basis om vervolgens concreet mee aan de slag te gaan. Relatie / relevantie omgevingsvisie De hoofdlijnen van de gebiedsvisie zijn vertaald in de omgevingsvisie. De gebiedsvisie kan vervolgens als zijnde een gebiedsgericht programma (in lijn met omgevingswet) verder uitgewerkt worden.

77

Horecavisie Gemeente Roerdalen Datum vaststelling: mei 2018

Samenvatting De gemeente Roerdalen kenmerkt zich door een zestal dorskernen, een aantal buurtschappen en een groot buitengebied, daar hoort een kleinschalig horeca-profiel bij . Elke nieuwe lokaliteit moet op de schaal van Roerdalen passen. Hierbij is het niet kwantiteit maar kwaliteit die leidend hoort te zijn. Recreatie en toerisme is een van de pijlers van de Roerdalens economie. Bij recreatie en toerisme gaat het per definitie om een samengesteld product; mensen willen wat te doen hebben, mensen willen ergens verblijven en mensen willen tegelijkertijd wat kunnen eten. Horeca speelt in de zin van de ontwikkeling van recreatie en toerisme een belangrijke rol. In 2011 heeft de gemeenteraad de Strategische visie Roerdalen’25 vastgesteld. Hierin stelt de gemeente Roerdalen dat zij een levendige plattelandsgemeente is waarbij de dorpen de leefgemeenschappen zijn. Recreatie en toerisme, waarin horeca een grote rol speelt, wordt genoemd als een belangrijke pijler van de plaatselijke economie. In de Structuurvisie Roerdalen 2030 is de strategische visie Roerdalen 2025 ruimtelijk vertaald: Kernen: Vanuit de kernen worden de recreatief-toeristische ontwikkelingen door de gemeente ondersteund door te kiezen voor een positieve insteek bij nieuwe initiatieven. Regionale samenwerking wordt toegejuicht.

Buitengebied: De structuurvisie biedt in de natuurlijk en ecologisch minder waardevolle gebieden zoals verscheidene landbouwgebieden ruimere mogelijkheden voor recreatief-toeristisch (mede)gebruik en landbouw met verbrede doelstellingen waarbij de landelijke structuur niet wordt aangetast. Grote en potentieel ontwrichtende (horeca) activiteiten passen niet binnen ons buitengebied. Cultureel erfgoed: De instandhouding van cultuurhistorisch interessante elementen vereist maatwerk. Een gemeente kan, veelal op basis van bestemmingsplannen, sturen waar welke zaak zich mag vestigen. Door het aanwijzen van horecaconcentratiegebieden, of een dergelijke maatregel, kan ook gestuurd worden waar men uitbreiding wil zien. De gemeente Roeralen heeft in de kernen dergelijke gebieden aangewezen door hier in de bestemmingsplannen de bestemming ‘Centrum’ op te nemen. Nieuwe innovatieve concepten worden positief benaderd. In de bestemmingsplannen is een verdeling gemaakt in categorieën horeca. Op alle locaties waar de mogelijkheid bestaat om een horeca onderneming te starten dan wel uit te voeren wordt een onderverdeling naar een van de onderstaande categorieën en sub categorieën gemaakt. Nieuwe initiatieven worden op basis van onderstaande categorisering beoordeeld in relatie tot de leefomgeving. Categorie 1 : Deze categorie zal weinig tot geen hinder opleveren voor omwonenden.

Lichte Horeca Initiatieven zouden positief worden benaderd, zeker wanneer het initiatief past binnen de door de gemeenteraad vastgestelde toeristische of recreatieve kaders. Horeca die ondersteunend of aanvullend is aan de normale bedrijfsvoering, en als zodanig behandeld wil worden, dient ook daadwerkelijk ondersteunend en aanvullend te blijven. Categorie 2: Middelzware Deze categorie is ook ‘s avonds en eventueel het begin van de nacht open. Dit Horeca zal in potentie wel overlast opleveren voor omwonenden. Hierbij is maatwerk noodzakelijk. Categorie 3: Zware horeca valt veelal buiten het kleinschalige profiel van de gemeente Roerdalen. Het landelijke kleinschalige profiel van de gemeente Roerdalen Zware Horeca staat niet in verhouding tot de impact die dit soort lokaliteiten hebben. Relatie / relevantie omgevingsvisie De relevante hoofddoelen van de Horecavisie Gemeente Roerdalen zijn vertaald in de Omgevingsvisie Roerdalen 2050.

78

Kadernota en uitvoeringsnota Grondbeleid Datum vaststelling: 2015

Samenvatting De Kadernota Grondbeleid 2016-2019 bevat de kaders van het grondbeleid (strategisch beleid) die betrekking hebben op de grond die in eigendom is van de gemeente. In deze kadernota staat onder andere aangegeven hoe het grondbeleid aansluit op andere beleidskaders van de gemeente. In een afzonderlijke nota zijn door het college deze kaders verder uitgewerkt, de zogenaamde Uitvoeringsnota Grondbeleid 2016 – 2019 (operationele beleid). Relatie / relevantie omgevingsvisie Op grond van de aanvullingswet grondeigendom, onderdeel van de Omgevingswet dient het vigerende grondbeleid van gemeente Roerdalen op termijn geactualiseerd te worden.

Nationale omgevings-visie Datum: 2020

Samenvatting Aan de hand van een toekomstperspectief op het jaar 2050 brengt de NOVI de langtermijnvisie in beeld. Daar volgt een viertal prioriteiten uit, zijnde: 1) Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2) Duurzaam economisch groeipotentieel; 3) Sterke en gezonde regio’s 4) Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen deze prioriteiten is het nodig om keuzes te maken. Binnen het NOVI worden daarvoor de volgende drie afwegingsprincipes gebruikt: a) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies b) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en c) Afwentelen wordt voorkomen Binnen de prioriteiten worden vervolgens beleidskeuzes gemaakt. Een aantal van die beleidskeuzes wordt hier apart benoemd. Zoals bekend moet de inpassing van duurzame energie zijn beslag krijgen in de Regionale Energie Strategie. Uitdagingen liggen er ten aanzien van grensoverschrijdende uitwisseling van arbeidspotentieel, openbaar Vervoer en woon- werkverkeer. Binnen de prioriteit “Sterke en gezonde regio’s” wordt aandacht gevraagd voor de beleidskeuze om in gebieden met bevolkingsdaling de vitaliteit en leefbaarheid te versterken. Binnen de prioriteit “Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied” wordt aangegeven dat de unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd.

Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied dienen landschapskwaliteit toe te voegen. Relatie / relevantie omgevingsvisie Onder andere die vier prioriteiten zijn meegenomen bij het tot stand brengen van deze omgevingsvisie.

Nota Bodembeheer Datum vaststelling: -

Samenvatting Enkele kenmerkende beleidskeuzes in de Nota bodembeheer zijn: • in veel voorkomende gevallen geldt voor diverse wettelijke sporen een verminderde onderzoeksinspanning mede op basis van de (regionale) bodemkwaliteitskaart wat kan leiden tot kortere procedures en kostenbesparingen; • het uitvoeren van een Vooronderzoek conform NEN5725 is het vertrekpunt voor alle bodemgerelateerde wettelijke kaders; • het bijstellen van het percentage bodemvreemd materiaal; • hergebruik van grond binnen de regio Maas & Roer wordt mogelijk gemaakt; • het gedachtegoed van het (nieuwe) provinciale meersporenbeleid wordt gevolgd; • voor het toepassen van grond en baggerspecie geldt (met uitzondering van deelgebied Roerdelta in Roermond) de generieke normstelling uit het Besluit bodemkwaliteit. Bovenstaande beleidskeuzes zorgen voor meer hergebruiksmogelijkheden in de regio Maas & Roer (inclusief Roerdalen), waardoor invulling wordt gegeven aan de duurzaamheidgedachte en lastenvermindering. Regionaal afgestemd bodembeleid zorgt voor uniforme regels bij regionale planvorming. Kortom: een nieuwe beleidsrichting die duurzaam bodemgebruik stimuleert, regionale planvorming niet belemmert en bijdraagt aan een lastenvermindering voor burgers en bedrijfsleven.

Relatie / relevantie omgevingsvisie De nota richt zich vooral op de uitvoering van concrete werkzaamheden en is daarmee minder relevant voor deze omgevingsvisie.

79

Provinciale Omgevingsvisie Limburg Datum vaststelling: ontwerpversie 2020. Samenvatting Toekomstbeeld 2030-2050 Limburg is een regio die haar inwoners goede omstandigheden biedt om te leven, leren, wonen en werken. Limburg kent een goed vestigingsklimaat met een sterke sociale cohesie en uitstekende omgevings-kwaliteiten. De leefomgeving in zowel stad als dorp als in het landelijk gebied is niet alleen aantrekkelijk, veilig en gezond, maar biedt ook plaats aan een duurzame energievoorziening, voorzieningen voor het opvangen van wateroverlast en voldoende groen om hittestress tegen te gaan. Steden en dorpen hebben een gecoördineerde, maar organische transformatie doorgemaakt door het waar nodig aanpassen/herschikken van onder meer woningen, winkels, kantoren, werklocaties, vervoers-, nuts-, cultuur- en onderwijsvoorzieningen met respect voor de monumentale en identiteitsbepalende onderdelen. Dankzij een sterk adaptief vermogen van ondernemingen, zowel van het midden en klein bedrijf (MKB) als de multinationals, maken sectoren als de (maak-)industrie, agrofood- complex, logistiek, vrijetijdseconomie en zorg grote technologische en digitale veranderingen door. Duurzame energieopwekking is in Limburg geïntegreerd in steden, dorpen en enkele grootschalige productielocaties in Limburg.

De overgangen tussen bebouwde gebieden en het landelijk gebied zijn optimaal ingericht voor stads(kringloop)landbouw, recreatie, natuur- en landschapsbeleving en klimaatadaptieve voorzieningen. De beekdalen hebben een klimaatadaptieve functie. Maar ze zijn ook ingericht als waterreservoir in het kader van het verminderen van watertekorten in periode van droogte. Er is meer ruimte voor water, klimaatbossen, natuurgerichte vormen van landbouw en vrijetijdseconomie. Het Natuurnetwerk Limburg en de daarbinnen gelegen Natura 2000-gebieden hebben een meer robuust karakter gekregen. Zij hebben een sterkere onderlinge verbinding, en mede door de multifunctionele overgangszones rondom het Natuurnetwerk, is er ook een verbetering van goede instandhoudingscondities voor de biodiversiteit. Kringlooplandbouw bepaalt in belangrijke mate het grondgebruik in het landelijk gebied van Noord- en Midden-Limburg buiten de groenblauwe mantel - vooral beek- en rivierdalen en verbindingszones van natuurgebieden - en het Natuurnetwerk Limburg. De balans met de omgeving water, bodem, lucht, mens en natuur - is hersteld. Limburgse principes en zoneringen De Omgevingsvisie is geen blauwdruk voor de toekomst. Bij (nieuwe) ontwikkelingen kunnen we nog keuzes maken.

Daarbij kiest de provincie voor maatwerk en houdt rekening met het karakter en mogelijkheden van een gebied en de afweging van belangen op lokale schaal. Als er afwegingen worden gemaakt wordt dat gedaan op basis van de Limburgse principes: • Streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving • Kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal • Meer stad, meer land (compacte steden en dorpen en landelijke gebieden als tegenhanger van stedelijke gebieden) • Zorgvuldig omgaan met onze ruimte en voorraden bovengronds én ondergronds • Procesmatige uitgangspunten Naast de inhoudelijke principes, hanteert de provincie de volgende procesmatige uitgangspunten over de beoogde uitvoering en samenwerking met de partners: • de maatschappelijke opgaven en kansen staan centraal; • samenwerking, participatie en eigenaarschap; • we werken gebiedsgericht; • we werken adaptief aan de opgaven; • we werken als één overheid. Provinciale belangen De overheid richt zich op het algemeen belang: datgene dat voor het welzijn van de bevolking in zijn geheel nuttig, gewenst of nodig is. De Provincie heeft speciale aandacht voor het algemeen belang van onze bevolking en het bedrijfsleven.

De Provincie oefent haar taken en bevoegdheden uit als dat nodig is met het oog op het provinciaal belang, als dat belang niet doeltreffend en doelmatig kan worden behartigd door gemeente of waterschap, of als dat bij wet is bepaald. De volgende belangen zijn geformuleerd. Wonen en leefomgeving: • Een woningaanbod/planvoorraad waarbij vraag en aanbod in evenwicht zijn. Derhalve voldoende (betaalbare) woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek; • Alle woningbouwontwikkelingen beschouwt de provincie als provinciaal belang. Veiligheid: • Een gezonde en veilige leefomgeving voor iedere Limburger; • Een inrichting van de leefomgeving die bewegen, ontmoeten, zelfredzaamheid, educatie en een gezonde levensstijl stimuleert.

80

Cultuur, sport en erfgoed: • Een divers aanbod van regionale voorzieningen voor sport en cultuur; • Het behoud en (her)gebruik van cultureel erfgoed en monumenten in hun omgeving (erfgoed- ensembles); • Een zorgvuldige omgang met en behoud van archeologische waarden. Economie: • Een excellent vestigingsklimaat met een sterke economische structuur: • Innovatiekracht en bloeiende innovatie ecosystemen op basis van triple helix samenwerking; • Een circulaire economie en spaarzaam omgaan met primaire grondstoffen; • Een goede kennis- en onderwijs (infra)structuur; • Een wendbare en inzetbare arbeidsmarkt waarin talent op elk niveau tot zijn recht komt. Vestigingsklimaat: • Genoeg en kwalitatief goede ontwikkelruimte voor bestaande en nieuwe bedrijven, werklocaties voor bedrijven kantorenlocaties en winkelgebieden Mobiliteit: • Een goede aansluiting op (inter)nationale en (Eu)regionale netwerken (weg, spoor, water, lucht, buis) • Een toekomstbestendige, toegankelijke, veilige, slimme, schone en grenzeloze mobiliteit, zodat mensen zich naar wens en behoefte vrij kunnen bewegen. Energie: Een innovatieve energietransactie, die de economische structuur versterkt, ons minder afhankelijk maakt van fossiele energie, de gevolgen van uitstoot vermindert en rekening houdt met de biodiversiteit.

Landbouw: • Een gunstig ondernemersklimaat voor de agrofoodsector; • Een betekenisvolle transitie in de agrofoodsector: een overgang naar een meer duurzame, circulaire, vraaggerichte productie, die in balans is met, en bijdraagt aan een gezonde en duurzame leefomgeving. Water: • • •

Een ecologisch gezond, veerkrachtig en adaptief watersysteem om weerextremen zoveel mogelijk op een natuurlijke wijze op te vangen; Een integrale en realistische benadering van hoogwaterbescherming, wateroverlast, watertekort, verdroging en de verbetering van de waterkwaliteit in het stroomgebied van de Maas; De zoetwatervoorziening (voor drinkwater) natuurherstel, watersysteemherstel, waterveiligheid, landbouw, landschap en de stikstofproblematiek in samenhang bezien en aanpakken.

Natuur: • Het in stand houden van biodiversiteit; • Het realiseren van een robuust natuur-, bos-, en waternetwerk en een groen dooraderd landelijk gebied; • De maatschappelijke verankering en beleefbaarheid van natuur. Landschap: Het behouden en versterken van kenmerkende kwaliteiten en afwisseling van het Limburgse landschap waaronder de groenblauwe mantel, verbrede Nationale Parken en stadlandzones. Bodem en ondergrond: • Ondergrond blijft duurzaam inzetbaar, ook voor toekomstige generaties; • Spaarzaam omgaan met de winning van de grondstoffen (voor meerdere doelen en met draagvlak); • Nazorg van gesloten stortplaatsen; • Een doelmatige bescherming van milieukwaliteit van de bodem. Relatie / relevantie omgevingsvisie De relevante hoofddoelen van de provinciale omgevingsvisie (Povi) zijn vertaald in de Omgevingsvisie Roerdalen 2050. De gemeente Roerdalen heeft een bijdrage geleverd aan deze ontwerp omgevingsvisie.

81

Strategische investeringsagenda Midden Limburg Datum vaststelling: 2019

Samenvatting Deze investeringsagenda is opgesteld door de samenwerkende gemeenten binnen het samenwerkingsverband Midden-Limburg (SML) om te komen tot een economische samenwerking. Aan de hand van analyses die in het regioprofiel zijn gemaakt, is gekomen tot zes opgaven voor de regio: 1. Vitale werklocaties; 2. Arbeidsmarkt en onderwijs; 3. Innovatie en ondernemerschap; 4. Leisure / vrije tijdseconomie; 5. Mobiliteit en infrastructuur; 6. Circulaire economie. De opgaven zijn nader beschreven en vertaald in speerpunten die samen de investeringsagenda vormen. Het Ontwikkelbedrijf Midden-Limburg (OML), Keyport 2020 en SML dragen samen zorg voor de uitvoering van de investeringsagenda. Relatie / relevantie omgevingsvisie De doelstellingen zoals vervat in de investeringsagenda hebben een plek gekregen in deze omgevingsvisie.

Strategische visie ‘Roerdalen 2025’ Datum vaststelling: 2011 Samenvatting Roerdalen ‘25 beschrijft belangrijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de identiteit van de gemeente, het strategische beleid en het gewenste doel bij de verschillende taakvelden. Het beleid is opgesteld vanuit drie thema’s: Wonen, Werken en Leven. Roerdalen heeft in haar eigen visie de identiteit van een levendige plattelandsgemeente. Het zijn dorpen in een prachtig buitengebied waarbij cultuurlandschap, bos en natuurgebieden elkaar afwisselen. Het woningenbestand moet kwalitatief en kwantitatief voldoen aan de behoefte van de inwoners waarbij jong en oud bij of door elkaar heen wonen. De gemeente stimuleert nieuwe woonvormen en combinaties van wonen en zorg en verwelkomt initiatieven van particulieren, ondernemers, zorgverleners en andere participanten. Het landschappelijk en cultureel erfgoed en de rijke natuur bieden vele mogelijkheden voor de verdere toeristische en recreatieve ontwikkeling met een voor bewoners en bezoekers kwalitatief goed voorzieningenaanbod en nieuwe participatiemogelijkheden. Dit geeft de leefbaarheid en de sociale dynamiek een nieuwe impuls. De eigen identiteit kan verder worden geprofileerd door een hernieuwde bevordering van de maatschappelijke participatie in de dorpskernen.

Relatie / relevantie omgevingsvisie Deze strategische visie is verwerkt in de Structuurvisie Roerdalen 2030, en vormt daarmee mede een basis voor deze omgevingsvisie.

Structuurvisie Roerdalen 2030 Datum vaststelling: 2012

Samenvatting Roerdalen is in 2030 een zeer aantrekkelijke woongemeente die tot ver buiten de regio daarvoor bekend is. Er wordt een prettig woon- en leefklimaat gecreëerd voor de bewoners en de bezoekers. Dit vergroot de aantrekkingskracht. Dit komt doordat er gewoond, gewerkt en ondernomen kan worden in een omgeving van rust, ruimte en groen die voorzien is van een goede infrastructuur. Verder wordt gewoond in een zestal levensvatbare, vitale en levensloopbestendige kernen met goede voorzieningen. In het buitengebied ligt het accent op recreatie en toerisme en zorg, en is wonen in beperkte mate toegestaan. De economische activiteiten zijn gericht op recreatie en toerisme, zorg, een moderne en innovatieve agrarische sector en kleinschalige lokale industriële/ambachtelijke bedrijven. Relatie / relevantie omgevingsvisie De goede elementen uit de structuurvisie Roerdalen 2030 zijn gebruikt en geactualiseerd in deze omgevingsvisie.

Structuurvisie Wonen Midden Limburg, ‘Bouwen aan de toekomst 2018-2021 Datum vaststelling: 2019

Samenvatting De samenwerkende gemeenten in Midden-Limburg (Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert) hebben de Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg (Structuurvisie 2014) geactualiseerd. Daartoe is een woningmarktonderzoek uitgevoerd (2018). In deze actualisatie zijn de leermomenten van de Structuurvisie 2014 meegenomen. Er zijn concrete afspraken gemaakt voor de periode 2018 tot en met 2021 en er wordt een doorkijk gegeven op de verwachte behoefte tot 2030. Hierin staan zowel kwantitatieve afspraken over bouwambitie en sloopopgave alsook een kwalitatieve opgave. Belangrijk is dat inbreiding voor uitbreiding gaat en herbestemming voor nieuwbouw. Relatie / relevantie omgevingsvisie De hoofdlijnen daar waar het gaat over principes zijn verwerkt in deze omgevingsvisie. De opgaves in termen van typologie en aantallen volgen uit separaat woonbeleid (een toekomstig programma) en volgen niet uit de omgevingsvisie.

82

Uitgangspunten maatschappelijke accommodaties Datum vaststelling: Samenvatting De gemeente wil het aantal maatschappelijke gemeenschapsaccommodaties terugdringen en herverdelen per kern. Dit gebeurt door verkoop, overdracht of amoveren. Voor de basisscholen is er een lange termijnplanning met als doel de ontwikkeling van scholen tot integrale kindcentra. Sporthallen worden overgedragen aan dorpsinitiatieven. Met de gemeenschap wordt nagedacht over de invulling van de vrijgekomen voetbalparken. Voor de buitenbaden binnen de gemeente wordt een toekomstbeeld opgesteld. Relatie / relevantie omgevingsvisie De hoofdlijnen uit de uitgangspuntennotitie zijn vervat in deze omgevingsvisie.

Uitvoeringsplan afbouwen planvoorraad Datum vaststelling: 2019 Samenvatting Op basis van de Structuurvisie Wonen dienen gemeenten in de regio 40% van de overcapaciteit aan woningbouwplannen af te bouwen tussen 2014 en 2017. Voor Roerdalen betreft dit 95 woningen. In de Structuurvisie is een afwegingskader opgenomen op basis waarvan de programmering van plannen kan worden afgewogen en geordend. Per kern dient de planvoorraad in overeenstemming te worden gebracht met de lokale woningbouwbehoefte. Relatie / relevantie omgevingsvisie Het terugdringen van overcapaciteit wordt niet geregeld in deze omgevingsvisie. Wél bevat deze omgevingsvisie duidelijke kaders voor de realisatie van nieuwe woningen.

Verordening Wet geurhinder en veehouderij Datum vaststelling: 2009 Samenvatting De landelijke wet geurhinder stelt gemeenten in staat om lokaal aangepaste geurnormen vast te stellen. In deze verordening is met name vastgesteld waar welke geurnormen gelden. Ook is in de verordening vastgesteld welke minimumafstand geldt bij veehouderijen die vallen onder het Besluit landbouw. Relatie / relevantie omgevingsvisie Deze verordening is minder relevant voor de omgevingsvisie. Deze verordening is met name van belang bij het verlenen van omgevingsvergunningen en bij het wijzigen van functies in de nabijheid van veehouderijen.

Waterketen-plan Limburgse Peelen 2017 – 2021 Datum vaststelling: -

Samenvatting Dit is de opvolger van het Afvalwaterplan en een gezamenlijk plan van de ketenpartners (Gemeenten, Waterschap, Waterschapsbedrijf en Waterleidingmaatschappij). In dit plan staat wat de gemeente wil bereiken met de waterketen. Met de samenwerking wil de gemeente de kwetsbaarheid verminderen door kennisdeling, kwaliteit verhogen van de dienstverlening en kosten besparen om aan de doelen uit het Bestuursakkoord Water te voldoen (3K’s). In het plan zijn de gezamenlijke ambities opgenomen waarmee is vastgelegd hoe de zorg voor de waterketen de komende periode wordt ingevuld. 1. Samenhang in de waterketen is het vertrekpunt voor de samenwerking, waarbij partners gelijkwaardig zijn en als doel het realiseren van de 3 K’s; 2. Het is niet mogelijk de onderwerpen water, riolering, watersysteem, leefomgeving en ruimtelijke ordening los van elkaar te zien. Keuzes moeten goed afgestemd worden; Om de beschikking te hebben over voldoende en veilig drinkwater, beschermen we de bronnen voor drinkwater. 3. Negatieve effecten van afvalwater wentelen we niet af. De verschillende partners nemen ieder hun verantwoordelijkheid. 4. Waar nuttig en doelmatig steunen partners initiatieven voor de zuivering van afvalwater op kleine schaal als bestrijding bij de bron en om water in het gebied te houden. 5.

Burgers en bedrijven hebben een eigen verantwoordelijkheid voor het hemelwater wat op hun terrein valt, de gemeente voor het hemelwater op openbaar gebied. De gevolgen van klimaatverandering vangen we op met de aanleg van robuuste systemen waarbij zowel boven als ondergonds meer ruimte wordt gemaakt voor water. Burgers en bedrijven doen dat, als dat redelijkerwijs mogelijk is, óók op eigen terrein. Voor een robuust systeem moet het hemelwater zo veel mogelijk binnen de wijk (of binnen het gebied) worden verwerkt en vastgehouden. Alle partijen spannen zich hier vanuit hun eigen verantwoordelijkheid voor in. Relatie / relevantie omgevingsvisie De opgaves in de waterketen worden in deze omgevingsvisie zoveel mogelijk integraal benaderd en zijn voorafgaand afgestemd met onze ketenpartners zoals het waterschap Limburg en WML.

83

Bijlage IV Kernenkaarten

Kern Melick

Stichting Pergamijn

School

Zorgcomplex (beoo BENU Apotheek

Tandartspraktijk

Landgoed Tonnedenhof

84

ogd)

Verklaring Zoekgebied verdunnen woonkernen Concentratiegebied Concentratiegebied voorzieningen voorzieningen

Dorpspark Dorpspark

Supermarkt Bushalte Bedrijventerrein Maatschappelijke Bushalte voorzieningen Huisartsenpraktijk Maatschappelijke voorzieningen School

Brandweer Montfort

School

Basisschool Huisartsenpraktijk

Basisschool Dorpshuis Dorpshuis Binnensportvoorzieningen

Buitensportvoorzieningen Binnensportvoorzieningen Zwembad

Buitensportvoorzieningen Sint-Andreaskerk

Zwembad Prins-Bernhard molen

Kasteel Montfort Grens kernen Parochie H. Catharina

Grens kernen

85

Kern Montfort

Oorlogsmonument Montfort

Tandartspraktijk

School

86

Verklaring Zoekgebied verdunnen woonkernen Concentratiegebied voorzieningen Dorpspark

Supermarkt

Bedrijventerrein

Bushalte Maatschappelijke voorzieningen Huisartsenpraktijk

Brandweer Montfort

Basisschool School

Dorpshuis

Binnensportvoorzieningen

Buitensportvoorzieningen

Zwembad

Kasteel Montfort

Parochie H. Catharina

Grens kernen

87

Kern Herkenbosch

Zorg

Woonzorgcentrum Bosscherhof

Apotheek Herkenbosch

Tandartspraktijk

88

Verklaring Zoekgebied verdunnen woonkernen

ggroep HD

Concentratiegebied voorzieningen School

Dorpspark Supermarkt Begrenzing bedrijventerrein

Bedrijventerrein

Bushalte Maatschappelijke voorzieningen Huisartsenpraktijk

Tandartspraktijk School

Basisschool

Dorpshuis

Buitensportvoorzieningen

Binnensportvoorzieningen

Kasteel Daelenbroeck

Sint-Sebastianuskerk

Grens kernen

89

Kern Posterholt

School

BENU Apot

90

Verklaring Zoekgebied verdunnen woonkernen Concentratiegebied voorzieningen

Dorpspark

Supermarkt Begrenzing bedrijventerrein

Bedrijventerrein

theek

Bushalte Maatschappelijke voorzieningen Huisartsenpraktijk

School

Basisschool

Dorpshuis

Buitensportvoorzieningen

Binnensportvoorzieningen

Sint-Matthiaskerk

Grens kernen

91

Kern Vlodrop

School

92

Tandartsprak

ktijk

Verklaring Zoekgebied verdunnen woonkernen Concentratiegebied voorzieningen Dorpspark

Supermarkt Begrenzing bedrijventerrein

Bedrijventerrein

Zoekgebied bedrijvigheid

Bushalte Maatschappelijke voorzieningen Huisartsenpraktijk

School

Basisschool

Dorpshuis

Buitensportvoorzieningen

Binnensportvoorzieningen

Kasteel het Steenen Huys

Parochie St Martinus

Grens kernen

93

Kern St. Odiliënberg Priorij Thabor Heemkundevereniging Roerstreek

School

Landgoed hoosden

Zorgcentrum Bergh

Toekomstig dorpspark Schepersheuvel

94

Verklaring Zoekgebied verdunnen woonkernen Concentratiegebied voorzieningen Dorpspark

Supermarkt Begrenzing bedrijventerrein Bedrijventerrein Bushalte Maatschappelijke voorzieningen Huisartsenpraktijk

School

Basisschool

Dorpshuis

Gemeentehuis

Handboogvereniging

Buitensportvoorzieningen

Binnensportvoorzieningen

Kasteel Frymerson

Basiliek van de HH Wiro, Piechelmus en Otgerus

Molen van Verbeek Grens kernen

95

Kern Etsberg

96

Verklaring Grens kernen

N

Omgevingsvisie Roerdalen

‘s-Hertogenbosch

Kern Etsberg

Hambakenwetering 5-J, 5231 DD ’s-Hertogenbosch Postbus 2309, 5202 CH ‘s-Hertogenbosch

088 - 3366333 info@kragten.nl www.kragten.nl

Opdrachtgever

Gemeente Roerdalen

Fase

Datum

Opstellen omgevingsvisie

01-12-2020

Formaat

Projectnummer

Schaal

Behorende bij doc. nr.

A3

Herten

Schoolstraat 8, 6040 BN Herten Postbus 14, 6040 AA Roermond

Onderdeel

RDL027

97

Kern ‘t Reutje

98

Verklaring Grens kernen

N

Omgevingsvisie Roerdalen

‘s-Hertogenbosch

Kern Reutje

Hambakenwetering 5-J, 5231 DD ’s-Hertogenbosch Postbus 2309, 5202 CH ‘s-Hertogenbosch

088 - 3366333 info@kragten.nl www.kragten.nl

Opdrachtgever

Gemeente Roerdalen

Fase

Datum

Opstellen omgevingsvisie

01-12-2020

Formaat

Projectnummer

Schaal

Behorende bij doc. nr.

A3

Herten

Schoolstraat 8, 6040 BN Herten Postbus 14, 6040 AA Roermond

Onderdeel

RDL027

99

COLOFON Omgevingsvie Roerdalen 2050

Ontwerp1.0 Datum: 15-03-2021 rapportnummer: RDL027 Imrocode: NL.IMRO.1669. VISIEROERDALEN2050-OW01

Foto’s

Anki Riteco Ruud Snijders

GEMEENTE ROERDALEN Schaapsweg 20, 6077 CG Sint Odiliënberg Postbus 6099, 6077 ZH Sint Odiliënberg Telefoon Email Website

(0475) 538 888 info@roerdalen.nl www.roerdalen.nl

KRAGTEN-LOCATIE HERTEN Schoolstraat 8, 6049 BN Herten Postbus 14, 6040 AA Roermond

100

Telefoon Fax Email Website

+31(0)88-3366333 +31(0)88-3366099 info@kragten.nl www.kragten.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=71158ce6-41ad-4a5f-ad25-d9603da380f6