CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Concept onderbouwing etfal - Verzwaard advies aanvraag omgevingsvergunning Groenstraat 45 e.o. Melick

Gemeenteraad 2 juli 2025, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Aanvraag omgevingsvergunning Groenstraat 45 e.o. Melick15.262 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Onderbouwing van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) Groenstraat 45 te Melick

CA240025.040.R01.v1.0 22 mei 2025

Bron: schetsontwerp ARCHITECTENBOUWMEESTERS

Onderbouwing van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) Groenstraat 45 te Melick

Projectnummer: Status: Datum:

CA240025.040.R01.v1.0

CA240025.040 Definitief 22 mei 2025

2

Inhoud 1.

Inleiding ............................................................................5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Situering projectlocatie

5

1.3

Geldend ruimtelijk kader

6

1.4

Procedure

8

1.5

Leeswijzer

8

2

Gebiedsbeschrijving .................................................... 9

3

Planbeschrijving .......................................................... 12

4

Planologisch beleidskader........................................ 14

4.1

Rijksbeleid

14

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie ..................................................................................................................... 14

4.1.2

Instructieregels Rijk (AMvB’s) .............................................................................................................. 15

4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking .............................................................................................. 16

4.2

Provinciaal beleid

16

4.2.1

Provinciale Omgevingsvisie Limburg 2021 (POVI 2021) ............................................................... 16

4.2.2

Omgevingsverordening Limburg 2021 ............................................................................................... 18

4.3 4.3.1 4.4

Regionaal beleid

20

Structuurvisie Wonen Midden-Limburg .......................................................................................... 20 Gemeentelijk beleid

22

4.4.1

Omgevingsvisie Roerdalen 2050 ......................................................................................................... 22

5

Omgevingsaspecten................................................... 24

5.1

Bedrijfshinder

5.2

Geluid

27

5.3

Water

29

5.4

Bodem en asbest

32

5.5

Natuurwaarden

33

5.6

Luchtkwaliteit

35

5.7

Omgevingsveiligheid

36

5.8

Archeologie

37

5.9

Cultuurhistorie

38

5.10

Trillingen

39

5.11

Licht

39

5.12

Wind

39

5.13

Kabels en Leidingen

40

5.14

Verkeer en parkeren

40

5.15

Spuitzone

40

5.16

Duurzaamheid en klimaatadaptatie

41

5.17

Gezonde fysieke leefomgeving

42

CA240025.040.R01.v1.0

24

3

5.18

6

Mer-beoordeling

42

Uitvoerbaarheid........................................................... 44

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

44

6.2

Economische uitvoerbaarheid

44

7

Belangenafweging en conclusie ............................ 45

Bijlagen Bijlage 1

Ruimtelijke kaders

Bijlage 2

Landschappelijk inpassingsplan

Bijlage 3

Geluiduitstraling voetbalvelden

Bijlage 4

Geluiduitstraling kinderdagverblijf

Bijlage 5

Geluiduitstraling verloskundige praktijk

Bijlage 6

Optredende geluidbelasting weg- en industrielawaai

Bijlage 7

Infiltratieonderzoek

Bijlage 8

Historisch bodemonderzoek

Bijlage 9

Stikstofonderzoek.

Bijlage 10

Quickscan natuurwetgeving

Bijlage 11

Archeologisch onderzoek IVO-O

Bijlage 12

Participatieverslag

CA240025.040.R01.v1.0

4

1. Inleiding 1.1

Aanleiding

Aan de Groenstraat 45 te Melick bevindt zich een agrarisch perceel tussen de lintbebouwing. Het voornemen van de initiatiefnemers is om op de betreffende kavel de bestaande bedrijfswoning om te zetten naar een burgerwoning en daarnaast de realisatie van een zestal vrijstaande woningen mogelijk te maken. Het perceel is nu bebouwd met een tweetal loodsen en de betreffende bedrijfswoning. De rest van het perceel is in gebruik als grasland.

Uitsnede topografische kaart met aanduiding projectlocatie

Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient er afgeweken te worden van de geldende planologische regels uit het omgevingsplan. Voor deze afwijking wordt op basis van artikel 5.21 lid 2 Ow jo. artikel 8.0a lid 2 Bkl en 12.27a Bkl een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor planologisch strijdig gebruik aangevraagd. Een vereiste bij het aanvragen van zo'n omgevingsvergunning is dat er in de toekomstige situatie sprake blijft van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Met de voorliggende 'goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving' (GoFlo, hierna: onderbouwing) wordt getoetst of de voorgenomen ontwikkeling daarmee in lijn is. Het gaat hierbij om een gefaseerde Omgevingsvergunning waarbij de onderbouwing wordt gebruikt voor het Planologisch basisbesluit.

1.2

Situering projectlocatie

De projectlocatie is gelegen aan de Groenstraat 45 te Melick. De projectlocatie heeft een oppervlakte van ca. 9.380 m² en betreft de volgende kadastrale percelen in gemeente Roerdalen: 169, 171, 173, 315 en 316. CA240025.040.R01.v1.0

5

Luchtfoto met aanduiding projectgebied (rood) + besluitgebied spuitvrijezone (blauw)

1.3

Geldend ruimtelijk kader

Het geldend ruimtelijk kader wordt gevormd door het tijdelijke omgevingsplan ‘Omgevingsplan gemeente Roerdalen’. Dit tijdelijk omgevingsplan is op 1 januari 2024 (met de inwerkingtreding van de Omgevingswet) van rechtswege in werking getreden. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit bestaande ruimtelijke besluiten, waaronder plaatselijke verordeningen en de bestemmingsplannen die onder de Wet ruimtelijke ordening zijn vastgesteld. Daarnaast bestaat het tijdelijk omgevingsplan uit de Bruidsschatregels. Dit zijn de voormalige Rijksregels die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet over zijn gegaan naar decentrale overheden. Bestaande toegestane bouw- en gebruiksactiviteiten De bestaande bouw- en gebruiksactiviteiten die voor het projectgebied gelden zijn opgenomen in onderstaande bestemmingsplannen (die opgenomen zijn in het tijdelijk deel van het omgevingsplan): Bestemmingsplan

Vastgesteld

Status

Buitengebied Roerdalen – 2 herziening

21-4-2021

Geheel onherroepelijk

Actualisatie archeologisch beleid en kwaliteitskader

17-04-2025

Vastgesteld

Facetbestemmingsplan

23-05-2019

Geheel onherroepelijk

e

Vervallen

bestemmingsplanregeling

huisvesting (buitenlandse) werknemers

CA240025.040.R01.v1.0

6

De gronden waarop de ontwikkeling wordt gerealiseerd zijn op grond van dit bestemmingsplan bestemd met de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden - 1’ en de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 5 & 6.

Uitsnede bestemmingsplankaart ‘Buitengebied Roerdalen – 2e herziening’ met aanduiding projectlocatie

Daarnaast kent het projectgebied de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – Roerdalslenk’ en ‘geluidzone – industrie’. Gezien het projectgebied de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden 1’ heeft is het toekomstig gebruik strijdig met de bepalingen uit dit bestemmingsplan. Tevens door het ontbreken van een bouwvlak op een groot deel van het perceel is de realisatie van nieuwe woningen niet toegestaan. Actualisatie archeologisch beleid en kwaliteitskader In 2021 heeft de gemeente Roerdalen de archeologische waarden en verwachtingen in het gehele grondgebied van de gemeente dan ook laten actualiseren, mede ook vanwege de komst van de Omgevingswet. Door deze actualisatie is er een actueel beeld geschetst van de meest recente archeologische gegevens en zijn op basis hiervan de bestaande verwachtingen geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Naar aanleiding van de actualisatie van de archeologische waarden en verwachtingen zijn het aantal beleidscategorieën beperkt van acht naar zes beleidscategorieën. Op 17 april 2025 is het archeologisch beleid en kwaliteitskader opnieuw geactualiseerd en vastgesteld in het betreffende bestemmingsplan. Naar aanleiding van dit bestemmingsplan is het projectgebied opgedeeld in twee Archeologische waarden, namelijk 3 en 4.

Facetbestemmingsplan Vervallen bestemmingsplanregeling huisvesting (buitenlandse) werknemers Vanwege de ontwikkelingen op het gebied van huisvesting voor arbeidsmigranten is nagegaan of het huidige beleid met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten om bijstelling vraagt. Dit heeft geresulteerd in een beleidskader dat is afgestemd op de maatschappelijke ontwikkelingen, bewegingen in de branche, huisvestingsrichtlijnen en ruimtelijke ordening. Tevens is daarbij aandacht geschonken aan beleidsmatige voorkeuren en deregulering. CA240025.040.R01.v1.0

7

Bij voorliggend initiatief is geen sprake van huisvesting van (buitenlandse) werknemers. Zodoende heeft deze omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling.

1.4

Procedure

Zoals ook in paragraaf 1.3. uiteengezet, past voorliggend initiatief niet binnen het geldend planologisch kader. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 beschikken alle gemeenten over een tijdelijk omgevingsplan, bestaande uit onder andere alle bestemmingsplannen. Er zijn twee mogelijkheden om alsnog medewerking te kunnen verlenen aan dit project: 1.

Wijziging van het (tijdelijke) omgevingsplan;

2.

Verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, artikel 5.1, eerste lid onder a Omgevingswet (verder: BOPA).

Gezien de omvang en de beperkte ruimtelijke impact van voorliggend initiatief, wordt gekozen voor een BOPA. Een BOPA is vergelijkbaar met de omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking met ruimtelijke onderbouwing zoals we onder de Wet ruimtelijke ordening kenden, waarbij ook de strijdigheid met het bestemmingsplan werd opgeheven. Er dient wel gemotiveerd te worden dat er sprake is van een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. De Omgevingswet gaat uit van snelle en eenvoudige procedures voor alle vergunningen die verleend moeten worden. Dit betekent dat in principe voor alle plannen de korte (reguliere) procedure uitgangspunt is en daarmee hoofdregel van de Omgevingswet. De kruimelregeling is dan ook komen te vervallen. De beslistermijn voor de korte procedure is normaliter maximaal acht weken (eventueel plus zes weken bij verlenging van de beslistermijn). Daarna is er nog bezwaar en beroep mogelijk. Het gaat in dit geval om een gefaseerde omgevingsvergunning waarbij voorliggende onderbouwing voorziet in de onderbouwing voor het planologische basisbesluit. In de volgende fase is voor de bouwplannen een omgevingsvergunning voor het ruimtelijk bouwen noodzakelijk.

1.5

Leeswijzer

De GoFlo moet aantonen dat de ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Onderdeel hiervan is enerzijds de toetsing aan geldend beleid en anderzijds omgevingsaspecten. Het geldend beleid wordt getoetst in hoofdstuk 4. De omgevingsaspecten worden getoetst in hoofdstuk 5. Aan de hand van de toetsing van de aspecten wordt een belangenafweging gemaakt, waaruit moet blijken dat de beoogde activiteit aanvaardbaar is. De voorliggende rapportage onderbouwt dat de beoogde aanpassing van het planologisch regime aanvaardbaar is.

CA240025.040.R01.v1.0

8

2

Gebiedsbeschrijving

De projectlocatie ligt aan de oostzijde van de dorpskern Melick. Het westelijk deel betreft een agrarisch perceel dat in gebruik is als weide. Op het oostelijk deel van de locatie is bebouwing aanwezig, waaronder een (voormalige) bedrijfswoning met bijgebouw (huisnummer 45) en een bedrijfsloods (huisnummer 45a). Net buiten het projectgebied zijn een vijftal grote bomen aanwezig in de rabatstrook langs de Groenstraat. In de westelijke perceelsgrens is een draadhekwerk aanwezig. De perceelsgrens aan de oostzijde bestaat uit een haag met enkele bomen. Aan de noordzijde grenst het projectgebied aan agrarische percelen.

N Luchtfoto met zicht op de projectlocatie vanuit het zuiden (projectlocatie weergegeven in het rood)

De omgeving van het projectgebied wordt gekenmerkt door een mix van functies. Ten oosten van het projectgebied ligt een kinderdagverblijf en een verloskundige praktijk (huisnummer 47). Daarnaast liggen o.a. een kleine camping en een pizzabar (huisnummer 49). Aan de westzijde van het projectgebied ligt een woning met een weitje met hobby vee. De noordwestelijke punt van het projectgebied grenst aan de voetbalvelden van FC Roerdalen. Ten zuiden van de Groenstraat zijn woningen aanwezig. In de navolgende afbeeldingen wordt de directe omgeving van het projectgebied nader gevisualiseerd.

CA240025.040.R01.v1.0

9

Luchtfoto met zicht op de projectlocatie vanuit het noorden

Zicht op de projectlocatie vanuit het westen

CA240025.040.R01.v1.0

10

Zicht op de projectlocatie vanuit het oosten

In te passen bestaande (bedrijfs)woning

CA240025.040.R01.v1.0

11

3

Planbeschrijving

Het planvoornemen voorziet in de realisatie van zes grondgebonden vrijstaande woningen op de betreffende locatie. De bouwpercelen hebben daarbij een minimale oppervlakte van 900 m², waarbij op ieder bouwperceel één vrijstaande, nul-tredenwoning wordt gerealiseerd. De bestaande (bedrijfs)woning blijft daarbij behouden en wordt als extra reguliere burgerwoning ingepast in de planontwikkeling. Er is in de verkaveling ingezet op het behoud van de bestaande korrelstructuur van de lintbebouwing aan de Groenstraat. Richting het buitengebied vindt een overgang plaats van twee onder een kap woningen naar vrijstaande woningen welke ruim op het perceel staan. Gezien de ligging aan de rand van de kern is bij de ontwikkeling daarom ingezet op vrijstaande woningen op ruime kavels. Op deze wijze wordt het doorzicht op het buitengebied behouden. De woningen sluiten qua positionering en bouwmassa aan bij de ruimtelijke karakteristiek van de belendende bebouwing in de Groenstraat. Daartoe is de voorgevel van de bebouwing op minimaal 6,5 meter gesitueerd vanaf de perceelsgrens aan de Groenstraat en bedraagt de bouwhoogte van de woningen maximaal 10,5 meter met een goothoogte van maximaal 6,5 meter. De woningen worden uitgevoerd met een kap. Bij de woningen zal worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op de eigen kavel (2 parkeerplaatsen per woning).

Daarnaast wordt de ontwikkeling landschappelijk ingepast door de aanplant van hagen op de perceelsgrenzen. Tevens worden bij de voorgenomen herinrichting van het aangrenzende openbare gebied in de Groenstraat de bestaande bomen ingepast.

Opzet planverkaveling (bron: Kern Architecten) met aanduiding projectgebied (rood)

CA240025.040.R01.v1.0

12

Bij de realisatie van het planvoornemen dient te worden voldaan aan de ruimtelijke kaders die voor dit plan zijn opgesteld. Deze ruimtelijke kaders met bijbehorende verbeelding zijn opgenomen in bijlage 1.

Ruimtelijke kaders - Verbeelding

CA240025.040.R01.v1.0

13

4 Planologisch beleidskader In dit hoofdstuk wordt het relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid besproken dat van toepassing is op de projectlocatie. Door de relatief kleine omvang van de ontwikkeling worden de belangen vanuit het rijksbeleid maar beperkt geraakt.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is vastgesteld op 11 september 2020. Deze visie beschrijft dat nationale ruimtelijke opgaven zoals de bouw van 1 miljoen woningen, duurzaam energie opwekken, klimaatverandering en de overgang naar een circulaire economie. Deze opgaven vragen meer ruimte dan er beschikbaar is in Nederland. Het is daarom belangrijk goede keuzes te maken ten aanzien van ruimtebeslag. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) richt zich op onderstaande vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe de fysieke leefomgeving wordt ingericht. De Nationale Omgevingsvisie helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie •

Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. We reserveren voldoende ruimte voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen.

•

We maken de energie-infrastructuur geschikt voor duurzame energiebronnen en reserveren daarvoor ruimte.

•

We passen duurzame energie in met oog voor de kwaliteit van de omgeving en combineren deze zo veel mogelijk met andere functies, zoals zonnepanelen op daken en clustering van windmolens. Voor de inpassing van duurzame energie op land worden regionale energiestrategieën opgesteld.

2.

Duurzaam economisch groeipotentieel •

De Nederlandse economie verandert van karakter en is in 2050 geheel circulair en de broeikasgasemissies zijn dan met 95% gereduceerd, met 55% reductie als beoogd tussendoel in 2030.

•

We zetten in op optimale (inter)nationale bereikbaarheid van steden en economische kerngebieden in het Stedelijk Netwerk Nederland.

•

Overheden investeren in een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving in steden en regio's en bevorderen een aantrekkelijk vestigingsklimaat.

3.

Sterke en gezonde steden en regio's •

We versterken het Stedelijk Netwerk Nederland door de ontwikkeling van de stedelijke regio's te ondersteunen en te zorgen voor goede onderlinge en externe verbindingen. Verstedelijking koppelen we aan de ontwikkeling van de (ov-) infrastructuur en vindt plaats in de regio's waar er vraag is.

•

Het Rijk hanteert een integrale verstedelijkingsstrategie. Dit is een samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid, veiligheid en leefomgevingskwaliteit. Zo kunnen steden zich duurzaam ontwikkelen.

CA240025.040.R01.v1.0

14

•

Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio. Toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op efficiënte wijze ingepast met oog voor beschikbare ruimte en mobiliteit. Het woningaanbod in de regio's sluit aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklasse.

•

We richten de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie bevordert. We verbeteren de luchtkwaliteit, zodat in 2030 wordt voldaan aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie.

•

We versterken het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad en verbeteren de aansluiting op het groene gebied buiten de stad. Een natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke regio's en natuurinclusief bouwen zijn het uitgangspunt.

•

We richten steden en regio's klimaatbestendig in.

•

Het stedelijke mobiliteitssysteem levert een goede bereikbaarheid op. De auto, het ov, fietsen en lopen zijn onderling verknoopt. Het systeem draagt zo bij aan een gezonde leefomgeving en een gezonde leefstijl.

•

Voor gebieden buiten het Stedelijk Netwerk Nederland, die liggen aan de grens van het land en/of waar vraagstukken rond bevolkingsdaling spelen, ontwikkelen de overheden gezamenlijk een integrale gebiedsgerichte aanpak.

4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied •

Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief

Voorliggend plan: Met betrekking tot het voornemen zijn weinig directe en concrete raakvlakken tussen deze visies en onderhavig plan, anders dan de meer algemene uitgangspunten ten aanzien van een veilige en gezonde leefomgeving, duurzaam ruimtegebruik, etc. Op deze onderwerpen wordt in navolgende paragrafen en hoofdstukken nader ingegaan. Conclusie Vanuit de NOVI zijn geen belemmeringen voor het voorgenomen project. 4.1.2 Instructieregels Rijk (AMvB’s) Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a.

de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s;

b.

de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit);

c.

de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert.

De hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels (met het oog op een ETFAL) bevat zijn hieronder opgesomd:

CA240025.040.R01.v1.0

15

•

Waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2)

•

Beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3)

•

Beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geuren bodemkwaliteit;

•

Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 5.129g Bkl);

•

Het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden;

•

Het behouden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten

(paragraaf

5.1.7),

waaronder

landsverdediging

en

nationale

veiligheid,

elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; •

Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8)

Voorliggend plan: Een aantal van deze hoofdonderwerpen komt terug in de voorliggende onderbouwing. De instructieregels die relevant zijn, bijvoorbeeld bij het beschermen van de waterbelangen, worden meegenomen in de toetsing aan de milieu- en omgevingsaspecten in hoofdstuk 5. In paragraaf 4.1.3 wordt ingegaan op de instructieregel 'Ladder voor duurzame verstedelijking' Conclusie Vanuit de instructieregels van de Rijksoverheid zijn geen belemmeringen voor het voorgenomen project. 4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: de ladder) is een motiveringsvereiste voor ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Het doel van de ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De ladder is opgenomen paragraaf 5.1.5.4 van het Bkl. De volgende stappen dienen doorlopen te worden: 1.

Uitgangspunten vaststellen: Wat zal met het projectbesluit mogelijk gemaakt worden. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling?

2.

Afweging locatiekeuze: valt het projectgebied binnen of buiten bestaand stedelijk gebied.

3.

Beschrijving van de behoefte: voorzien de functies die het project mogelijk maakt in een behoefte.

Voorliggend plan: Onderhavig project betreft het toevoegen van zes woningen. Op basis van jurisprudentie (o.a. uitspraak Raad van State d.d. 28 juni 2017, 201608869/1/R3) is gebleken dat het realiseren van zes woningen niet wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet aan de orde is.

4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg 2021 (POVI 2021) Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) vastgesteld. Deze is op 25 oktober 2021 in werking getreden. De POVI richt zich op de langere termijn (2030-2050) en beschrijft onderwerpen zoals wonen, bodem, infrastructuur, milieu, ruimtelijke economie, water, natuur, luchtkwaliteit, landschap en cultureel erfgoed. Maar ook de aspecten gezondheid, veiligheid en gezonde leefomgeving zijn in

CA240025.040.R01.v1.0

16

de POVI meegenomen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: •

Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk- als in het bebouwde gebied;

•

Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie);

•

Klimaatadaptatie en energietransitie.

Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: •

Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema's;

•

Een gebiedsgericht deel waarin de thema's op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio's Noord-, Midden en Zuid-Limburg.

Het thema dat in het kader van onderhavig geval hoofdzakelijk van toepassing is betreft het aspect 'Wonen en leefomgeving'. Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend.

Verder

liggen

hierin

ook

mogelijkheden

bij

te

dragen

aan

klimaat-,

energie-,

en

duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma's, agenda's en instrumenten noodzakelijk. Wonen Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korteen middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen.

Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de Ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is CA240025.040.R01.v1.0

17

dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Leefomgeving Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogtes) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit. Het project In de POVI is onderhavig projectgebied gelegen in de zone ‘Buitengebied’, direct aansluitend aan bestaand bebouwd gebied (zone ‘Landelijke kernen’). De als 'buitengebied' aangewezen gebieden bieden volgens POVl kansen voor een breed scala aan vormen van landbouw maar ook voor andere functies.

Het provinciale beleid is erop gericht om de stad-land relaties te versterken en de landschappelijke kernkwaliteiten te behouden, te beheren, te ontwikkelen en te beleven. Vanuit de principes 'Meer stad, meer land' en 'Zorgvuldig omgaan met onze ruimte en voorraden' streeft de provincie naar functiecombinaties en het optimaal benutten van bestaande functies. Bij onderhavig initiatief wordt een bestaande bedrijfswoning bestemd als burgerwoning en wordt (agrarische)bedrijfsbebouwing gesloopt ten behoeve van de realisatie van een zestal nieuwe nul-treden woningen. Deze nul-treden woningen zijn geschikt of eenvoudig geschikt te maken voor bewoning tot op hoge leeftijd ook in geval van fysieke handicaps of chronische ziekten van bewoners. Met de ontwikkeling wordt een niet courante locatie toekomstgeschikt gemaakt. Het projectgebied ligt weliswaar in het ‘Buitengebied’ maar grenst direct aan de ‘landelijke kern’. Met de ontwikkeling wordt een bestaand ‘gat’ in het bebouwingslint opgevuld. Hierdoor blijft de nieuw toe te voegen stedelijke functie geconcentreerd bij bestaande stedelijk gebied waarmee de variatie tussen stedelijk en landelijk gebied zoveel mogelijk intact blijft. Bij de landschappelijke inpassing van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied leidend geweest.

Daarnaast voorziet voorliggend initiatief in een concrete en acute behoefte op de huidige woningmarkt in de regio, waarmee voldaan wordt aan maatschappelijke opgaven. Gezien het bovenstaande vindt onderhavig plan aansluiting bij de POVI en kent verder geen strijdigheden met de POVI. 4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2021 Op 17 december 2021 heeft Provinciale Staten de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Deze Omgevingsverordening heeft van 7 juni tot en met 19 juli 2021 voor eenieder ter inzage gelegen. De Omgevingsverordening is inwerking getreden op 1 januari 2024 met de Omgevingswet. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, naijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. CA240025.040.R01.v1.0

18

Specifiek voor de doorwerking van het ruimtelijk beleid is in de verordening een hoofdstuk Ruimte opgenomen. Dit hoofdstuk bevat uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen. Zij moeten deze regels in acht nemen bij het vaststellen van omgevingsplannen, beheersverordeningen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. Voorliggend plan: Voor voorliggende ontwikkeling zijn de navolgende bepalingen uit de verordening van belang: Artikel 12.1.1 Wonen In de verordening is bepaald dat bij een ruimtelijk plan, dat voorziet in de toevoeging van woningen, uit de toelichting dient te blijken dat: a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; c. over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio NoordLimburg of Midden-Limburg of Zuid-Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d. het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in afdeling 14.5; e.

realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen Het onderhavige plan voldoet aan het gestelde criterium onder sub a, hetgeen in deze onderbouwing reeds is beschreven bij de behandeling van de Provinciale Omgevingsvisie Limburg 2021 in paragraaf 4.2.1. Ten aanzien van sub b. kan worden aangegeven dat het planvoornemen bestaat uit de realisatie van in totaal 6 nul-treden woningen en de omzetting van een bedrijfswoning naar een burgerwoning. In de hoofdstukken 4.3 en 4.4 wordt ingegaan op de toetsing aan het relevante (woon)beleid. Hierbij wordt tevens ingegaan op de kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van de behoefte. Daaruit blijkt ook dat het planvoornemen in overeenstemming is met de regionale wensen en behoeften. Ten aanzien van sub c. en d. kan worden aangegeven dat gezien de geringe omvang (minder dan 10 woningen) geen afstemming in de regio noodzakelijk is. Het plan zal worden opgenomen in de Plancapaciteitsmonitor Limburg (JUNO). Ten aanzien van sub e. kan worden aangegeven dat voorliggende planontwikkeling nog geen concreet bouwplan betreft. Het gaat in eerste instantie om het planologische basisbesluit om de ontwikkeling van zes nieuwe woningen mogelijk te maken.

Voor de betreffende woonkavels zullen vervolgens concrete bouwplannen worden opgesteld. In die fase vindt de technische uitwerking van de bouwplannen plaats. Gezien de huidige woningmarkt zal dit geheel op relatief korte termijn gerealiseerd worden. Verder is tussen de gemeente en de initiatiefnemer overeengekomen dat er gestreefd wordt om te starten van het bouwplan binnen negen maanden nadat de benodigde vergunningen onherroepelijk zijn geworden en er gestreefd wordt om de bouw binnen twee jaar na de start gereed te hebben. Artikel 11.1 Herbenutting van monumentale en beeldbepalende gebouwen In de Omgevingsverordening Limburg 2021 is opgenomen dat bij nieuwe plannen de mogelijkheid van realisatie door herbenutting van leegstaande monumentale of beeldbepalende gebouwen dient te worden meegenomen. CA240025.040.R01.v1.0

19

Binnen of in de directe omgeving van het projectgebied zijn geen monumentale of beeldbepalende panden aanwezig die leegstaand zijn en aan voornoemde uitgangspunten kunnen voldoen. Artikel 3.5 Klimaatadaptatie Voorts is in de verordening opgenomen dat een plan dat voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling voorziet in een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s en gevolgen van klimaatverandering en een beschrijving van de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico’s en gevolgen van klimaatverandering (wateroverlast, overstroming en droogte) te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Daarin is voorzien in onder meer paragraaf 5.3 van deze toelichting. Blijkens de kaart ‘Milieubeschermingsgebieden’ is onderhavige locatie gelegen binnen het beschermingsgebied milieubeschermingsgebied ‘Boringsvrije zone Roerdalslenk II’. Ten behoeve van de bouwplannen hoeven geen diepe funderingen te worden aangebracht of andere diepe boringen te worden verricht, zodat de beschermende kleilaag door de uitvoering van het project niet wordt aangetast. Conclusie: Gezien het voorgaande voldoet het planvoornemen aan de Omgevingsverordening Limburg 2021.

4.3 Regionaal beleid 4.3.1 Structuurvisie Wonen Midden-Limburg Op 7 juli 2022 heeft de gemeenteraad van Roerdalen ingestemd met de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg (SVWML). De SVWML is een gezamenlijke, Midden-Limburgse ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de 7 Midden-Limburgse gemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert. Hierin staan regionale afspraken tussen Midden-Limburgse gemeenten op het gebied van wonen. De focus ligt op de realisatie van voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek. De nadruk in de structuurvisie ligt op “Tegemoet komen aan een groeiende woningbehoefte met kwalitatief het juiste aanbod”. Voor nieuwe ruimtelijke plannen ligt de aandacht daarom bij de het aanpassen van de woningvoorraad richting de actuele behoefte. In kwalitatieve zin blijkt dan ook uit het onderzoek dat vooral ingezet moet worden op de realisatie van: seniorenwoningen (huur en koop; grondgebonden en appartementen met lift; nultreden en levensloopbestendig); 1- en 2-persoonswoningen (grondgebonden en appartementen; huur en koop); reguliere huurwoningen (grondgebonden en appartementen; sociale en middenhuur). De bouwproductie is momenteel hoog in Roerdalen en die lijn wordt de komende jaren voortgezet met de ambitie om jaarlijks 75-100 woningen te realiseren.

Boven op de groeiambitie zoals opgenomen in de structuurvisie, heeft Roerdalen voor de periode 2025 t/m 2028 de ambitie uitgesproken tot het bouwen van 500 woningen (gemiddeld 125 woningen per jaar). Deze groeiambitie is groter dan de ambitie zoals opgenomen in de structuurvisie, maar is rechtvaardig omdat deze ambitie aansluiting vindt bij de huidige behoefte en woningbouwopgaves. Voorliggend plan:

CA240025.040.R01.v1.0

20

Samenvattend is op grond van de structuurvisie (regionaal) kwalitatief behoefte aan kleinere en betaalbare woningen in zowel huur- als koopsector. De bijbehorende doelgroepen zijn daarbij de groeiende groep ouderen en de toenemende 1- en 2-persoons huishoudens. Onder de voorwaarde dat de nieuwbouwwoningen worden gerealiseerd als nultredenwoningen leveren de woningen een positieve bijdrage aan de realisatie van de woningen die geschikt zijn voor de doelgroep senioren vanwege hun levensloopbestendigheid. Ook zal het bouwen van de woningen een positief effect hebben op de doorstroom op de woningmarkt. Ondanks dat sprake zal zijn van woningen in het hogere segment is ook voor die woningen ruimte in de huidige planvoorraad. Woondeal Op 9 maart 2023 is door de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening, de Provincie Limburg, de Limburgse gemeenten, het Waterschap Limburg en de Limburgse Woningcorporaties, de Woondeal Limburg 2023 gesloten. Met als belangrijkste reden de (groeiende) behoefte aan betaalbare woningen kent de woondeal een eigen aanpak om te voldoen aan die behoefte van zowel woningen voor sociale huur, middenhuur en betaalbare koopwoningen. Er is o.a. overeengekomen: • dat een bijdrage geleverd wordt aan de nationale versnellingsopgave door tot en met 2030 minimaal 26.550 woningen (bruto) toe te voegen in Limburg.

Daarvan is 2/3 betaalbaar en wordt gestreefd naar 30% sociale huur in de bestaande woningvoorraad; • dat voor de regio Midden-Limburg wordt ingezet op het toevoegen van 3450 woningen (bruto) in de periode tot 2025, waarvan 300 in de gemeente Roerdalen. Om hieraan te kunnen voldoen is in de woondeal als uitgangspunt opgenomen dat van alle te realiseren nieuwbouw in de regio (Midden Limburg) 2/3 deel in het betaalbare segment wordt gebouwd (maximale koopprijs van €405.000 in 2025). Daarnaast is opgenomen dat bij het nog niet voldoen aan 30% sociale huur iedere gemeente zich inzet om toe te groeien naar deze grens van minimaal 30%. Dit kan worden bewerkstelligd door in de planvoorraad te zorgen voor een hoger percentage sociale huur dan aanwezig in de werkelijke woningvoorraad. Bij woningbouwplannen waarvan de betaalbaarheid nog niet bekend is sturen we aan tot het realiseren van minimaal 30% sociale huurwoningen. Als bij de ontwikkeling van een woningbouwplan blijkt dat niet voldaan wordt aan het toevoegen van 1/3 deel sociale huurwoningen, wordt een financiële afdracht gedaan aan de gemeente Roerdalen (financiële bijdrage compensatie sociale woningbouw). De financiële afdracht kan worden aangewend voor het toevoegen van sociale huurwoningen elders in de gemeente.

Dit is mogelijk zolang gemeente-breed voldaan wordt aan het toevoegen van 30% sociale huurwoningen en 2/3 deel betaalbare woningen. Voorliggend plan: Bij voorliggende plan wordt niet voldaan aan de norm. Door middel van een overeenkomst is vastgelegd dat initiatiefnemer een afdracht doet aan de voorziening compensatie sociale woningbouw. Deze afdracht zet de Gemeente in om het tekort aan sociale woningen te verevenen met een locatie waar meer sociale woningen worden gerealiseerd dan de norm voorschrijft. Hiermee voldoet het plan aan de Woondeal. Conclusie Kwantitatief is het overschrijden van de ambitie tot het jaarlijks toevoegen van 75-100 woningen te verantwoorden. Deze verantwoording is gebaseerd op grond van de ambitie van Roerdalen tot het bouwen van

CA240025.040.R01.v1.0

21

500 woningen in de periode 2025-2028, in samenhang met het bijdragen aan de productie van woningen in relatie tot de (landelijke) woningbouwopgave. Kwantitatief is bij voorliggend plan geen volledige aansluiting bij de behoefte op grond van de structuurvisie. Echter in aansluiting bij de huidige woningmarkt, met de behoefte aan woningen die geschikt zijn voor de doelgroep senioren, en in samenhang met de ruimte die de Woondeal biedt voor het bouwen van woningen in het duurdere segment, zijn de woningen kwantitatief verantwoordbaar.

4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1 Omgevingsvisie Roerdalen 2050 Op 8 juli 2021 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Roerdalen 2050 vastgesteld. Deze visie is gericht op de kwaliteit en ontwikkelingen van de fysieke leefomgeving op de lange termijn. De visie voor Roerdalen is als volgt geformuleerd: “Roerdalen is een landelijke, groene en duurzame gemeente waar het prettig wonen, werken en recreëren is en waar iedereen gelukkig, gezond en veilig kan verblijven.” De omgevingsvisie biedt de mogelijkheid om woningen te bouwen binnen de bestaande kernen. De bouwplannen moeten passen binnen het dorpse karakter van de gemeente. Bouwen buiten de kerngrenzen is (in principe) niet mogelijk. Verdere randvoorwaarden zijn dat er gebouwd wordt in lijn met de behoeftevraag en dat de plannen moeten passen binnen de provinciale en regionale kaders. Er wordt daarbij niet alleen gekeken naar autonome cijfers, maar ook naar ontwikkelingen die van invloed zijn op de woonbehoefte. Als de behoeftevraag hier aanleiding toe geeft, kan overwogen worden om specifieke locaties- en/of gebieden aan te wijzen voor woningbouw. Kwaliteitskader Roerdalen Verstening/ verharding van het buitengebied welke niet rechtstreeks is toegestaan moet altijd ruimtelijk en landschappelijk worden ingepast.

Voor ontwikkelingen in het buitengebied die middels een planologische procedure mogelijk worden gemaakt is het Kwaliteitskader Roerdalen van toepassing. Het Kwaliteitskader Roerdalen is de vervanger/opvolger van het Limburgs Kwaliteitsmenu/ Gemeentelijk Kwaliteitsmenu uit de Structuurvisie Roerdalen 2030. Het uitgangspunt is dat de negatieve gevolgen van een ontwikkeling die ingrijpt in het buitengebied of de kern gecompenseerd wordt. Via de kwaliteitsbijdrage wordt de ingreep in de ruimtelijke omgeving gecompenseerd. Met de kwaliteitsbijdrage worden aanvullende maatregelen uitgevoerd zodat per saldo sprake is van een kwaliteitsverbetering. De kwaliteitsbijdrage is afhankelijk van de soort ontwikkeling en het gebied waarin de ontwikkeling plaatsvindt. De landschappelijke en ruimtelijke inpassing vindt altijd ter plaatse plaats. Voorliggend plan Bij voorliggend plan is sprake is van een herstructureringslocatie die is gelegen binnen de bebouwde kom, direct grenzend aan de kerngrens van Melick.

Omdat een positieve bijdrage wordt geleverd aan het toevoegen van woningen in relatie tot de huidige woningbouwopgave (landelijk, provinciaal, regionaal en lokaal), en omdat de bouw van de woningen een directe bijdrage levert aan het bevorderen van doorstroming op de huidige woningmarkt (onder de voorwaarde dat sprake is van het bouwen van nultredenwoningen) kan worden afgeweken van de Omgevingsvisie Roerdalen 2050. In een eerdere fase is, met het oog op een aanpassing van de omgevingsvisie Roerdalen 2050, beoordeeld dat, in afwijking van de omgevingsvisie, in voorliggend situatie dient te worden uitgegaan van een ‘gebied binnen de kerngrenzen’. Daarbij past de ontwikkeling binnen de module 12: ‘Woningen (inclusief woningbouwcompensatie)’. De gemeente staat in dit gebied positief tegenover woningbouwplannen, mits passend binnen de behoefte. Dit is ook vastgelegd in een overeenkomst. Hierbij is tevens vastgelegd dat, gezien de ligging, wel een landschappelijk inpassingsplan wordt opgesteld. Een extra

CA240025.040.R01.v1.0

22

aanvullende (financiële) kwaliteitsbijdrage is niet aan de orde omdat per saldo het aantal m² van het huidige agrarisch bouwvlak gesaldeerd wordt met de toe te voegen bebouwing in het projectgebied. Conclusie Bij voorliggend plan worden een zestal nultredenwoningen gerealiseerd. In de hoofdstukken 4.2 en 4.3 is uitgebreid ingegaan op de behoefte aan dergelijke woningen. Daarbij is door Kern Architecten voor de ontwikkeling een landschappelijk inpassingsplan opgesteld welke is opgenomen in bijlage 2. Gezien het voorgaande is de ontwikkeling in lijn met de Omgevingsvisie Roerdalen 2050.

CA240025.040.R01.v1.0

23

5

Omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt aangegeven hoe deze in deze onderbouwing van de fysieke leefomgeving zijn ingepast.

5.1

Bedrijfshinder

Voorheen werd vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een goede ruimtelijke ordening beoogd bij het ontwikkelen van nieuwe ruimtelijke plannen. Deze goede ruimtelijke ordening is gericht op het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. In dat kader is een systematiek ontwikkeld die door middel van richtafstanden voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) op voorhand regelt om hinder en gevaar te voorkomen: De VNGbrochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Deze milieuzonering dient twee doelen: •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen;

•

het bieden van voldoende ruimte en zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam kunnen (blijven) uitoefenen.

Omgevingswet Onder de Omgevingswet wordt een nieuwe werkwijze geïntroduceerd, waarbij het werken met milieucategorieën voor bedrijven komt te vervallen. De regeling wordt vervangen door direct milieuregels in het omgevingsplan op te nemen: 'Milieuzonering nieuwe stijl'. Ook onder deze nieuwe regeling blijven beide doelen die met milieuzonering worden nagestreefd gelden. Het toepassen van de 'milieuzonering nieuwe stijl' is echter vrijwillig. Er kan ook op een andere wijze getoetst worden aan de milieunormen. In de onderbouwing bij een BOPA dient in ieder geval te worden onderbouwd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Een ETFAL kan door voldoende afstand tussen de milieubelastende en de woonactiviteiten aan te houden. Wat voldoende is, hangt af van de aard en omvang van de milieubelastende activiteiten die in de directe omgeving van de projectlocatie zijn toegelaten. De VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' kan hierbij nog steeds een basis bieden voor een indicatie voor de inpasbaarheid van de activiteit. Systematiek De VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) geeft handreikingen voor een verantwoorde inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving en voor de inpassing van gevoelige bestemmingen nabij bedrijven. Het is geen wet, maar een gangbare manier om milieuzonering toe te passen.

In de VNG-brochure worden per bedrijfssoort en per milieuaspect indicatieve afstanden gegeven tot gevoelige objecten. Indien aan de VNGafstand wordt voldaan, kan gesteld worden dat hinder niet te verwachten is. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Milieucategorie

Richtafstand tot gevoelige functies in een

Richtafstand tot gevoelige

rustige woonwijk

functies in gemengd gebied

1

10 meter

0 meter

2

30 meter

10 meter

3.1

50 meter

30 meter

3.2

100 meter

50 meter

4.1

200 meter

100 meter

4.2

300 meter

200 meter

CA240025.040.R01.v1.0

24

5.1

500 meter

300 meter

5.2

700 meter

500 meter

5.3

1.000 meter

700 meter

Voorliggend plan Voorliggend plan bevat de realisatie van zes nieuwe woningen en de functiewijziging van de bestaande bedrijfswoning naar een burgerwoning. Woningen betreffen géén hinder veroorzakende functie. De nieuwe woningen zullen niet leiden tot hinder voor de bestaande of toekomstige hindergevoelige functies. Medewerking aan dit project is echter pas mogelijk indien blijkt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL), zodat een goed woon- en leefklimaat in de woningen gegarandeerd is, alsmede dat bedrijven in de omgeving door de nieuwe woonfunctie niet in hun activiteiten worden gefrustreerd. Bedrijfsbestemming Waterschei 14-16 In de nabijheid van het projectgebied is aan de Waterschei 14-16 een locatie aanwezig met een bedrijfsbestemming waarbij bedrijven zijn toegestaan tot milieucategorie 3.1 (aannemersbedrijf). De milieuhinder richtafstand voor gemengd gebied bedraagt daarbij 30 meter. Het voorliggende initiatief ligt buiten deze richtafstanden. Bedrijventerrein Roerstreek Ten noorden van de projectlocatie is het bedrijventerrein Roerstreek gelegen. Op dit bedrijventerrein zijn bedrijven toegestaan tot milieucategorie 5.1. De afstand tot dit bedrijventerrein bedraagt meer dan 500 meter. De afstand tot het gedeelte van het bedrijventerrein waar bedrijven zijn toegestaan tot milieucategorie 5 bedraagt 1.200 meter.

Het voorliggende initiatief ligt daarmee buiten de richtafstanden. Zie ook paragraaf 5.2. Camping Groenstraat 49 Aan de Groenstraat 49 is Camping van Kempenhof gelegen. Betreffende locatie kent de bestemming ‘RecreatieVerblijfsrecrteatie-9’ waarbij de gronden bestemd zijn voor een (mini)camping. De milieuhinder richtafstand voor kampeerterreinen binnen gemengd gebied bedraagt 30 meter. De afstand van de meest oostelijke woonkavel tot aan de perceelsgrens Groenstraat 49 bedraagt minimaal 31 meter. Het voorliggende initiatief ligt daarmee buiten de richtafstanden. Invloed sportvelden Ten noordwesten van de projectlocatie zijn de sportvelden van FC Roerdalen gelegen. Het betreft een bestaande situatie van een voetbalveld. Voor deze locatie kan worden uitgegaan van gemengd gebied. Hierdoor bedraagt de richtafstand 30 meter (milieucategorie 3.1). De eerste nieuwbouwwoning is op een afstand van circa 50 meter gelegen. Bestaande woningen bevinden zich op een kortere afstand van de voetbalvelden, circa 35 meter. De nieuwe woningen worden buiten de richtafstand gerealiseerd, gezien echter menselijk stemgeluid niet is opgenomen in de Bruidsschat als het omgevingsplan heeft toch toetsing plaatsgevonden in het kader van de ETFAL. Door K+ Adviesgroep is een onderzoek uitgevoerd naar de geluiduitstraling van de sportvelden van FC Roerdalen.

Dit akoestisch onderzoek is uitgevoerd om inzicht te geven in de geluidemissie van het voetbalveld op de nieuwbouwwoningen. De resultaten zijn vastgelegd in de rapportage ‘6 woningen Groenstraat Melick Geluiduitstraling voetbalvelden’, 19 mei 2025. De conclusies uit dit onderzoek zijn hieronder beknopt weergegeven.

CA240025.040.R01.v1.0

25

Bruidschat •

Uit het onderzoek blijkt dat er wordt voldaan aan de geluideisen van de Bruidschat. De optredende gevelbelastingen bedragen ten hoogste 44 dB(A) etmaalwaarde bij de nieuwbouwwoningen. Hierbij is alleen gekeken naar de spelers op het veld. De scheidsrechter hierbij niet opgenomen.

ETFAL •

Uit het onderzoek blijkt dat er wordt voldaan aan de geluideisen van stap 2 van de VNG. De optredende gevelbelastingen bedragen ten hoogste 46 dB(A) etmaalwaarde bij de nieuwbouwwoningen. Hierbij is gekeken naar zowel de spelers op het veld als het fluitsignaal van de scheidsrechter.

•

Het maximaal geluidniveau wordt in voorliggende situatie veroorzaakt door het fluitje van de scheidsrechter. De maximale geluidniveaus bedragen ten hoogste 70 dB(A) in de dag- en avondperiode bij de nieuwbouwwoningen. Daarmee wordt voor de avondperiode niet voldaan aan stap 2 van de VNG. De overschrijding bedraagt maximaal 5 dB(A). Conform artikel 4.102 van het Bbl dienen de woningen te beschikken over een gevelgeluidwering van ten minste 20 dB. Om de te kunnen voldoen aan de door de Bruidsschat gestelde binnenwaarde in de avondperiode van 50 dB(A) dienen de woningen te beschikken over een gevelgeluidwering van 18 dB. Dit is minder dan door het Bbl vereist is. Gezien voldaan dient te worden aan het Bbl kan worden gesteld dat er in de woningen sprake zal zijn van een goed woon- en leekklimaat. Er kan worden gesteld dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De maximale geluidniveaus in de avondperiode worden veroorzaakt door een fluitsignaal. De fluit wordt gebruikt bij wedstrijden. Tijdens een training zal er, op een enkele uitzondering na, geen gebruik worden gemaakt van een fluit. De wedstrijden worden voor het overgrote deel op zaterdag en zondag in de dagperiode gespeelt. Het is in uitzondering mogelijk dat er door de week een enkele wedstrijd wordt gespeelt in de avondperiode, echter zal dit minder dan 12 keer per jaar voorkomen.

In werkelijkheid zullen de berekende maximale geluidniveaus maar in zeer beperkte mate optreden. Gezien de overschrijding in werkelijkheid beperkt zullen voorkomen, de gevelgeluidwering van de woningen gelijk is aan de minimale eis van het Bbl en hiermee voldaan kan worden aan de geëiste binnenwaarde in de woningen conform de Bruidsschat en de woningbouw in Nederland, gezien de woningnood, een zwaarwegend belang is kan worden gesteld dat er in deze situatie sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties met de komst van de nieuwbouwwoningen.

Voor meer informatie wordt verwezen naar het volledige onderzoeksrapport dat is opgenomen in bijlage 3. Invloed kinderdagverblijf Aan de Groenstraat 47 is kinderdagverblijf NATUURLIJK gevestigd. Om aan te tonen dat enerzijds de ontwikkeling van zes nieuwbouwwoningen inclusief de omzetting van de bestaande bedrijfswoning naar burgerwoning aan de Groenstraat 45 de activiteiten van het kinderdagverblijf niet beperken en anderzijds dat het kinderdagverblijf geen nadelig effect heeft op het woon- en leefklimaat in de woningen, is door K+ Adviesgroep is een onderzoek uitgevoerd naar de geluiduitstraling van het kinderdagverblijf. De resultaten zijn vastgelegd in de rapportage ‘6 woningen Groenstraat Melick - Geluiduitstraling kinderdagverblijf NATUURLIJK’, 17 maart 2025. De conclusies uit dit onderzoek zijn hieronder beknopt weergegeven. •

Er wordt voldaan aan de geluideisen stap 2 van de VNG. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus bedragen ten hoogste 44 dB(A) etmaalwaarde op de nieuwbouwwoningen.

CA240025.040.R01.v1.0

26

•

Er wordt voldaan aan de geluideisen stap 2 van de VNG. De optredende maximale geluidniveaus bedragen ten hoogste 68 dB(A) in de dagperiode op de nieuwbouwwoningen.

•

De gevelbelasting vanwege de verkeersaantrekkende werking bedraagt ten hoogste 40 dB(A) etmaalwaarde. De voorkeursgrenswaarde van 50 dB van de Schrikkelcirculaire wordt niet overschreden.

Voor meer informatie wordt verwezen naar het volledige onderzoeksrapport dat is opgenomen in bijlage 4. Invloed verloskundige praktijk Aan de Groenstraat 47 is tevens een verloskundige praktijk gevestigd. Ook hiervoor is door K+ Adviesgroep een onderzoek uitgevoerd. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd om inzicht te geven in de geluidemissie van de installatie op de nieuwbouwwoningen. De resultaten zijn vastgelegd in de rapportage ‘Geluiduitstraling verloskundige praktijk De Roerstreek’, 17 maart 2025. Daarbij is de geluidbelasting van de installatie getoetst aan de Bruidsschat gezien de verloskundige praktijk al voor de ingang van de Omgevingswet actief was. Uit de rekenresultaten van het onderzoek blijkt dat voldaan wordt aan de geluideisen van de Bruidsschat. Voor meer informatie wordt verwezen naar het volledige onderzoeksrapport dat is opgenomen in bijlage 5. Conclusie Met het onderhavige project wordt geen milieubelastende functie opgericht. In de (directe) omgeving van de voorgenomen woningen bevinden zich wel enkele bedrijven waarbij deels wordt voldaan aan de richtafstand. Uit de beschouwing van de betreffende bedrijven en de daarvoor uitgevoerde onderzoeken blijkt dat het aspect bedrijfshinder geen belemmering vormt voor het onderhavige project.

5.2

Geluid

Veel functies in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. Ze maken geluid of ze worden eraan blootgesteld. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. Ook zijn direct werkende regels in de bruidsschat opgenomen. Dit zijn de regels voor het bepalen en beoordelen van geluid door een toegelaten activiteit. In de bruidsschat is het onderdeel geluid geregeld in paragraaf 22.3.4. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn waarden bepaald (zie artikel 22.57 Bruidsschat waar waarden gelden). Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten: • activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2 BS); • geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS); • geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4 BS).

De instructieregels uit afdeling 3.5 (Bkl) zijn van toepassing op de beheersing van geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein (artikel 3.18 lid 1 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl).

CA240025.040.R01.v1.0

27

Het rijk stelt voor een aantal gebouwen specifieke regels. Deze instructieregels van het Bkl voor geluid zijn gericht op aangewezen geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl) en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl). In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.20 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. Voorliggend plan Voor het project is door K+ Adviseurs een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeers- en industrielawaai ter plaatse van de nieuwe situatie in het kader van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De resultaten zijn vastgelegd in de rapportage ‘6 nieuwbouwwoningen Groenstraat te Melick - Optredende geluidbelasting weg- en industrielawaai’, 17 maart 2025. De resultaten uit het onderzoek zijn hieronder beknopt weergegeven. Het onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 6.

CA240025.040.R01.v1.0

28

Gemeentewegen Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de gemeentewegen maximaal 53 dB bedraagt, waarmee deze onder de standaardwaarde ligt. Het Besluit kwaliteit leefomgeving legt ten gevolge van deze weg geen restricties op aan het plan. Industrielawaai De geluidbelasting ten gevolge van de industrieterrein Heide Roerstreek is maximaal 47 dB, waarmee deze onder de standaardwaarde ligt. Het Besluit kwaliteit leefomgeving legt ten gevolge van dit industrieterrein geen restricties op aan het plan. Gecumuleerd geluid Aangezien de standaardwaarde niet wordt overschreden, is een beoordeling van het bevoegd gezag om afwegingsruimte boven de standaardwaarde te benutten in deze situatie niet van toepassing. Gezamenlijk geluid en Besluit bouwwerken leefomgeving Het gezamenlijk geluid hoeft niet te worden bepaald indien voldaan wordt aan de standaardwaarde. Wanneer er wordt voldaan aan de standaardwaarde is er conform het Besluit bouwwerken leefomgeving geen nader onderzoek nodig naar de geluidwerende gevelmaatregelen. De minimaal vereiste karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied bedraagt in dit geval 20 dB. Conclusie Op basis van het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat kan worden voorzien in een goed akoestisch woonen leefklimaat.

Vanuit akoestiek bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.3

Water

Het klimaat is aan het veranderen en leidt tot meer extremere buien. Het (hemel)watersysteem en de afvalwaterketen moet deze neerslag zo goed als mogelijk kunnen verwerken. Het besef groeit dat dit niet meer uitsluitend met grotere rioolbuizen op te vangen is. Om de waterbelangen (hemelwater en grondwater) bij ruimtelijke ontwikkelingen te borgen dient bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de Watertoetsprocedure doorlopen te worden. In het kader van deze toets moet elk plan een waterparagraaf bevatten, waarin wordt aangegeven hoe in het plan wordt omgegaan met water. In deze paragraaf is dit beschreven. Voordat wordt ingegaan op de locatie specifieke kenmerken van het projectgebied, is eerst het relevant beleid samengevat en worden vervolgens de beleidsregels (eisen) aangehaald waarmee in de watertoets gerekend moet worden. Europees en Rijksbeleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel om de kwaliteit van de Europese wateren te verbeteren en die kwaliteit goed te houden. Het belangrijkste middel om dit doel te bereiken is het stroomgebiedbeheersplan (SGBP). In een dergelijk plan worden de waterkwaliteitsdoelen en de daarvoor benodigde maatregelen beschreven om deze goede kwaliteit te bereiken. Nederland maakt deel uit van vier internationale stroomgebieden, waarbij de gemeente Roerdalen in het stroomgebied van de Maas is gelegen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=abbfcc60-fcd4-49b1-84b3-840d444ebd2a