Bijlage 2.3: Toelichting
Tekst van het document
Plantoelichting Bestemmingsplan – Recreatie aan de Meinweg
IMRO-code: NL.IMRO.1669.BPHKB2021RECadMW-VG01 Status: vast te stellen Datum: 18 oktober 2021
1
Inhoudsopgave
1.
INLEIDING ................................................................................................................... 4 1.1. Aanleiding ............................................................................................................................ 4 1.2. Ligging en begrenzing van het plangebied ............................................................................ 5 1.3. Vigerend bestemmingsplan .................................................................................................. 5
2.
PLANBESCHRIJVING .................................................................................................... 8 2.1. Huidige situatie .................................................................................................................... 8 2.2. Voorgenomen ontwikkeling ............................................................................................... 10 2.3 Landschappelijk inpassingsplan ........................................................................................... 13 2.4 Stedenbouw en beeldkwaliteit ............................................................................................ 15
3.
BELEIDSTOETS........................................................................................................... 17 3.1. Rijksbeleid.......................................................................................................................... 17
3.1.1. Nationale Omgevingsvisie ................................................................................................................. 17 3.1.2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ................................................................................... 17 3.1.3. Ladder voor duurzame verstedelijking .............................................................................................. 18
3.2 Provinciaal beleid ................................................................................................................ 21
3.2.1 Provinciaal Omgevingsplan Limburg .................................................................................................. 21 3.2.2 Omgevingsvisie Limburg..................................................................................................................... 21 3.2.3 Omgevingsverordening Limburg ........................................................................................................ 22 3.2.4 Visie en Actieprogramma Recreatie en Toerisme Midden-Limburg .................................................. 23
3.3 Gemeentelijk beleid ............................................................................................................ 25
4.
MILIEUHYGIENISCHE EN PLANOLOGISCHE VERANTWOORDING ................................ 26 4.1 M.e.r.-beoordeling .............................................................................................................. 26 4.2 Archeologie en cultuurhistorie ............................................................................................ 27
4.2.1 Archeologie ........................................................................................................................................ 27 4.3.2 Cultuurhistorie ................................................................................................................................... 27
4.3 Flora en fauna ..................................................................................................................... 27
4.3.1. Gebiedsbescherming en soortenbescherming .................................................................................. 27 4.3.2. Stikstof............................................................................................................................................... 28
4.4 Waterparagraaf ................................................................................................................... 29 4.5 Bodem ................................................................................................................................ 30 4.6 (Ondergrondse) infrastructuur ............................................................................................ 31 4.7 Bedrijven en milieuzonering ................................................................................................ 31 4.8 Geurhinder .......................................................................................................................... 32 4.9 Geluid ................................................................................................................................. 32 4.10 Luchtkwaliteit ................................................................................................................... 33
4.10.1 Luchtkwaliteit vanuit de inrichting ................................................................................................... 33 4.10.2. Luchtkwaliteit ter plaatse van de inrichting .................................................................................... 33
4.11 Externe veiligheid .............................................................................................................. 34
4.11.2 Transport (spoor-, vaar- en autowegen) en buisleidingen ............................................................... 35
2
4.12 Verkeer en parkeren.......................................................................................................... 36
5.
JURIDISCHE ASPECTEN .............................................................................................. 37 5.1 Wettelijk kader ................................................................................................................... 37 5.2 Analoge verbeelding ........................................................................................................... 37 5.3 Planregels ........................................................................................................................... 37
6.
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .......................................................................... 39
7.
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID .................................................................. 40 7.1 Vooroverleg ........................................................................................................................ 40 7.2 Procedure ........................................................................................................................... 41 7.3 Inspraak- en zienswijzenprocedure ..................................................................................... 41
Bijlagen: 1. Masterplan Huttopia d.d. 29-4-2021 2. Masterplan Oostappen Groep d.d. 1 juni 2021 3. Memo KH3 architecten d.d. 23-6-2021 4. Rapport R12887, Van der Reest, aangepast, d.d. 24-9-2021 5. M.e.r.-aanmeldnotitie d.d. 1-10-2021 6. Quickscan Wet natuurbescherming, Bureau Meervelt d.d. 30-9-2021 7. Onderzoek stikstofdepositie, MBH Consult BV, d.d. 1-10-2021 8. Onderzoek met nummer 20211911, Milon, d.d. 19-7-2021 9. Verkeerskundig onderzoek Elfenmeer Herkenbosch, Grenspaal 12, d.d. 7-9-2021
3
1.
INLEIDING
1.1. Aanleiding De gemeente Roerdalen heeft de afgelopen jaren werk gemaakt van de revitalisering van de recreatiemogelijkheden aan de poort van het Nationaal Park de Meinweg in Herkenbosch. Aan de verharde Meinweg is de locatie van het voormalige recreatiepark ‘Elfenmeer’ gelegen. Sinds eind 2018 had het gemeentelijke deel van dit voormalige recreatiepark geen exploitant meer. De gemeente heeft de overtuiging dat de locatie en het gebied een groot potentieel hebben voor een bijzondere en unieke recreatieve exploitatie. Gestreefd wordt naar een kwalitatief en toekomstbestendig park dat aansluit bij de sfeer en beleving van het Nationaal Park de Meinweg. Het park moet daarbij onderscheidend zijn en een meerwaarde bieden ten aanzien van het reeds bestaande aanbod in de regio Midden-Limburg. De locatie en het gebied bieden daar alle ruimte voor. Voor haar eigendomsdeel heeft de gemeente een nieuwe exploitant gezocht en gevonden. Deze exploitant is Huttopia. Huttopia wil ter plaatse graag een camping gaan exploiteren met het concept dat zij overal hanteert. Dit concept kenmerkt zich in hoofdzaak door de koppeling met de natuur, kleinschaligheid en een groen en duurzaam karakter. Het andere – niet gemeentelijke deel – van het voormalige vakantiepark is eigendom van de Oostappen Groep. Oostappen wil haar deel revitaliseren en vernieuwd exploiteren.
In de huidige situatie zijn er dus twee recreatiebedrijven terwijl in het verleden slechts sprake was van één recreatiebedrijf. Dit betekent dat voor beide parken het planologisch kader geschikt moet worden gemaakt en dus moet worden aangepast. Door allebei de recreatiebedrijven zijn plannen bij de gemeente ingediend om de exploitatie van de recreatieparken naar de toekomst in te richten en vorm te geven. De plannen zijn voorzien van kwaliteit in de exploitatie en kwaliteiten voor en naar de omgeving. Voor de volledigheid wordt aangehaald dat de tennisvereniging aan de Meinweg 1a eveneens binnen het bestemmingsgebied ligt van het voormalige recreatiepark ‘Elfenmeer’. De geldende recreatieve bestemming is niet passend voor deze functie. In het voorliggende bestemmingsplan is daarom ook de ‘tennisbaan’ als sportbestemming planologisch verankerd. Het voorliggende bestemmingsplan bestaat feitelijk gezien dus uit drie delen (zie ook de foto hiernaast): 1. Het gemeentelijke deel van het dat in erfpacht is uitgegeven aan Huttopia; 2. Het deel in eigendom van de Oostappen Groep; 3. De locatie van de tennisvereniging.
Afbeelding 1: luchtfoto locaties
4
1.2. Ligging en begrenzing van het plangebied Het voormalige recreatiepark ‘Elfenmeer’ (het plangebied) is gelegen in de gemeente Roerdalen in het buitengebied van de kern Herkenbosch. Het plangebied ligt te midden van de natuur en is omgeven door een bosrijk gebied. Het plangebied kan gezien worden als entree tot het Nationaal Park de Meinweg. Het plangebied is verder gelegen aan de verharde Meinweg. Deze weg sluit aan de westzijde van het plangebied aan op de Provinciale weg N570 (Keulsebaan). Van daaruit is de A73 eenvoudig bereikbaar. Aan de oostzijde van het plangebied begint het Nationaal Park de Meinweg. Dit gebied kenmerkt zich door met name bos en heidegebieden. Aan de noordzijde van het plangebied wordt het gebied eveneens omringd door bos. Verder naar het noorden is het industrieterrein ‘Roerstreek’ gelegen. Aan de zuidzijde van het plangebied, aan de andere zijde van de verharde Meinweg, ligt het ‘buurtschap’ dat is ontstaan uit het voormalige vakantiepark ‘Reewoude’. Hier is thans reguliere bewoning mogelijk is. Verder liggen aan de zuidzijde met name agrarische percelen.
Afbeelding 2: Topografische kaart
1.3. Vigerend bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Roerdalen – 2e herziening’. Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen – 2e herziening’. Ter plaatse geldt de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie – 5’.
5
De voor ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie – 5’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Toeristische kampeerplaatsen met bijbehorende toiletgebouwen; b. Stacaravans c. Tenten d. Zomerhuisjes e. Trekkershutten f. Tenthuisjes g. Jaarplaatsen h. Een gebouw t en behoeve van centrale voorzieningen, zwembaden, midgetgolfterrein, een zwemvijver en een aan verblijfsrecreatie ondergeschikt café/restaurant uit categorie 1a van de Staat van Horeca-activiteiten; i. Ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ een bedrijfswoning; j. Wonen, mits de bouw van een bedrijfswoning is toegestaan; Met de daarbij behorende: k. Voorzieningen, zoals erven, tuinen, speelvoorzieningen, groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen, recreatieve paden, toegangswegen, bankjes en ander parkmeubilair; l. De nevenfunctie beroep aan huis voor maximaal 1/3 van de woning en bijbehorende bouwwerken. Dwars door het plangebied loopt de ‘Boschbeek’. Deze beek kent de enkelbestemming ‘Water’ met de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Beschermingszone’. Deze bestemmingen zijn bedoeld voor het behoud en de bescherming van de ‘Boschbeek’. In de bouwregels van het bestemmingsplan is vervolgens opgenomen dat bebouwing overeenkomstig het inrichtingsplan gebouwd dient te worden.
Qua aantallen gelden daarbij de volgende bepalingen: • Het aantal zomerhuisjes bedraag ten hoogste 50; • Het aantal stacaravans bedraagt ten hoogste 168; • Het aantal trekkershutten bedraag ten hoogste 3; • Het aantal tenthuisjes bedraagt ten hoogste 10. Voor het overige zijn geen maximum aantallen opgenomen en geldt het hetgeen is opgenomen in het inrichtingsplan. De aantallen en benamingen verschillen van de aantallen en benamingen in het inrichtingsplan. Tevens kent het plangebied voor het overgrote deel de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 5’. Een klein deel aan het oosten van het plangebied heeft geen dubbelbestemming ‘Archeologie’. Verder kent het plangebied diverse functieaanduidingen. In zowel het huidige deel dat ontwikkeld wordt door Huttopia als in het deel dat ontwikkeld wordt door de Oostappen Groep is een aanduiding ‘Bedrijfswoning’ aanwezig. Op basis daarvan zijn binnen het totale plangebied, in totaal twee bedrijfswoningen toegestaan.
6
Het plangebied kent verder op delen van het plangebied de functieaanduiding ‘Houtwal’ en ‘Houtsingel’. Ter plaatse van de aanduiding ‘Houtwal’ dient ten minste 35% aan houtopstanden te worden aangeplant en in stand te worden gehouden. Ter plaatse van de aanduiding ‘Houtsingel’ dienen houtopstanden langs de Boschbeek te worden aangeplant en in stand gehouden te worden. Tot slot kent het overgrote deel van het plangebied de gebiedsaanduiding ‘Milieuzone – Roerdalslenk III’. Op basis daarvan is het niet toegestaan grond dieper dan 30 meter te roeren.
Afbeelding 3: Vigerende bestemmingsplan
Facetbestemmingsplan Vervallen bestemmingsplanregeling huisvesting (buitenlandse) werknemers De gemeente Roerdalen kent verder het facetbestemmingsplan ‘Vervallen bestemmingsplanregeling huisvesting (buitenlandse) werknemers. Dit bestemmingsplan heeft enkele bepalingen met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten uit het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen – 2e herziening’ geschrapt. Tevens zijn enkele definities van begrippen gewijzigd. De beoogde ontwikkeling c.q. revitalisering van één recreatiepark naar een tweetal (toekomstbestendige) recreatieparken is niet passend binnen het huidige bestemmingsplan.
7
2.
PLANBESCHRIJVING
2.1. Huidige situatie Tot eind 2018 bevond zich binnen het huidige plangebied het voormalige recreatiepark ‘Elfenmeer’ dat werd geëxploiteerd door de Oostappen Groep. Het grootste gedeelte van het voormalige vakantiepark, circa 27 hectare, is eigendom van de gemeente Roerdalen. Na het beëindigen van de erfpachtovereenkomst met de Oostappen Groep heeft de gemeente eind 2018 het beheer van het (gemeentelijke deel van het) park overgenomen. Vervolgens heeft de gemeente alle overeenkomsten met de nog aanwezige jaarplaatshouders beëindigd. Tevens zijn de meeste centrale voorzieningen, zoals het receptiegebouw, de horeca, de supermarkt en het zwembad gesaneerd.
Afbeelding 4: Hoofdingang voormalige vakantiepark
Circa 10 hectare van het plangebied was al eigendom van de Oostappen Groep. Na de beëindiging van de erfpacht met de gemeente Roerdalen is de Oostappen Groep gestart met de exploitatie van vakantiepark Boschbeek op haar eigendom. Dit binnen de (beperkte) kaders van het huidige bestemmingsplan. Daartoe is aan de westzijde van het plangebied een nieuwe entree gecreëerd.
8
Afbeelding 5: Nieuwe hoofdingang vakantiepark Boschbeek
Nog westelijker is de locatie van de tennisvereniging gelegen. Deze locatie maakt planologisch gezien onderdeel uit van het voormalige recreatiepark en is derhalve gelegen binnen onderhavig plangebied.
Afbeelding 5: Locatie tennisvereniging
9
2.2. Voorgenomen ontwikkeling Vakantiepark Huttopia Camping de Meinweg Na de beëindiging van de erfpacht met de Oostappen Groep is de gemeente op zoek gegaan naar een nieuwe exploitant voor het gebied. Deze exploitant is gevonden in de Franse partij Huttopia. Deze partij is voornemens om vakantiepark ‘Huttopia Camping de Meinweg’ te realiseren. Ten behoeve van deze ontwikkeling is door Huttopia een masterplan opgesteld (zie bijlage en afbeelding hieronder). Het plan bestaat concreet uit: • 20 verhuur tenten • 80 verhuur accommodaties • 100 vrije kampeerplaatsen • 80 camperplaatsen • Centrumgebouw met een receptie en ondergeschikte horeca-activiteiten met een terras toegankelijk voor fietsers, wandelaars en dagrecreanten • Dagrecreatie rondom de bestaande zwemvijver • Zwembad voor gasten van het vakantiepark • Een activiteitengebouw voor aan het vakantiepark gerelateerde activiteiten (yoga, kinderactiviteiten etc.) • Bedrijfswoning • Seizoensgebonden kamp Het aantal recreatieve overnachtingsmogelijkheden bedraagt 280 plaatsen. Het terrein dat door Huttopia geëxploiteerd gaat worden is ongeveer 27 hectare groot.
Afbeelding 6: Masterplan Huttopia
10
Het bestaande dagrecreatieve deel van het voormalige vakantiepark blijft behouden. Omdat de centrale voorzieningen op het terrein recent gesloopt zijn wordt er een volledig nieuw centrumgebouw gerealiseerd met een oppervlakte van circa 500 m2 met daaromheen een terras. In het centrumgebouw krijgt de receptie haar plek samen met ondergeschikte horeca-activiteiten. Het bijbehorende terras zal ook toegankelijk voor fietsers, wandelaars en dagrecreanten (naast de recreatieve gasten). Ten noorden van het centrumgebouw wordt een nieuw zwembad gerealiseerd. Beoogd is om een groot verwarmd zwembad te realiseren van circa 135 m2 en een klein zwembad van circa 60 m2. Tevens wordt een verwarmd peuterbad gerealiseerd van circa 25 m2 met daaromheen een terras. Bij de centrale ingang (voorheen eveneens de ingang) is het technisch gebied gesitueerd. In dit gebied bevindt zich de bestaande bedrijfswoning. Deze woning zal gerenoveerd worden en opnieuw gebruikt worden als bedrijfswoning. In het technisch gebied zal verder de afvalinzameling plaatsvinden, is plek voor een fietsenstalling en een werkplaats van 150 m2 en kan een tijdelijke voorziening worden gerealiseerd (seizoensgebonden kamp) voor parkmedewerkers gedurende het hoogseizoen. In het gebied parallel gelegen aan de verharde Meinweg is Huttopia voornemens om 80 camperplaatsen te realiseren.
Dit gebied is weliswaar bereikbaar via de rest van het park maar kent wel haar eigen karakter. Het bestaande sanitair gebouw aldaar wordt gerenoveerd en blijft bestaan. Tussen de camperplaatsen en de rest van de kampeerplaatsen en verhuuraccommodaties bevindt zich een natuurzone. Aan de noord-westzijde van het recreatiepark worden de vrije kampeerplaatsen gesitueerd samen met twee grote sanitaire gebouwen of meerdere kleine (eventueel demontabele) sanitairgebouwen. Aan de noord-oostzijde van het recreatiepark zijn de verhuuraccommodaties gelegen. Dit zijn verhuurtenten en mobiele chalets. Vakantiepark Boschbeek Oostappen Groep Vakantieparken, eigenaar van recreatiepark ‘Boschbeek’, is één van de grootste particuliere recreatiebedrijven in de Benelux. Het huidige vakantiepark ‘Boschbeek’, circa 9 hectare groot, maakte tot eind 2018 onderdeel uit van het voormalige recreatiepark ‘Elfenmeer’. Het huidige park is niet toekomstbestendig en kan zich binnen de mogelijkheden van het huidige bestemmingsplan niet ontwikkelen tot een zelfstandig recreatiepark. Om die reden heeft de Oostappen Groep een masterplan ontwikkeld (zie bijlage) ten behoeve van de ontwikkeling van een zelfstandig en toekomstbestendig recreatiepark waarbij centrale voorzieningen gerealiseerd kunnen worden en daarnaast aansluiting wordt gezocht op de omgeving.
11
Afbeelding 7: Masterplan vakantiepark Boschbeek
Het plan van de Oostappen Groep voor vakantiepark Boschbeek bestaat uit: • De bouw van in totaal 180 mobiele chalets; • De renovatie van de 50 bestaande vakantiehuisjes; • 17 camperplaatsen; • Een centrumgebouw met daarin een receptie, een serviceshop, een bedrijfswoning, faciliteiten voor de camperplaatsen, kleinschalige ondergeschikte horeca en de technische dienst. Locatie tennisvereniging De locatie van de tennisvereniging aan de zuid-westzijde van het plangebied maakt eveneens onderdeel uit van dit bestemmingsplan. De reden hiervoor is dat er sprake is van een omissie in het thans geldende bestemmingsplan waarbij de locatie van de tennisvereniging onderdeel uitmaakte van het recreatiepark. In de feitelijke situatie was en is dit echter al enige tijd niet het geval meer en betreft het een solitaire locatie die los van het recreatiepark functioneert. Om die reden wordt de feitelijke situatie nu verankerd in het voorliggende bestemmingsplan.
12
2.3 Landschappelijk inpassingsplan Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen is voor beide nieuwe recreatieparken een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Daarbij is er ook, in beide plannen, aandacht besteed aan de overgang tussen de toekomstige twee recreatieparken. Vakantiepark ‘Huttopia Camping de Meinweg’ Door landschapsarchitect Guido Paumen is ten behoeve van deze ontwikkeling een landschapsplan opgesteld. Basis voor de herontwikkeling van dit plandeel is de bijzondere ligging van het plangebied in het aanliggende Nationaal Park. De ontwikkeling omvat een upgrade van het plangebied naar een hoogwaardige, bij de context aansluitende, de natuur waarderende en respecterende vorm van verblijfsrecreatie. Het aantal standplaatsen wordt daarbij beduidend verkleind. Het opgestelde landschapsplan is op deze visie gebaseerd. Het plangebied wordt in het landschap verankerd door de aanwezige beplanting.
Aan de hand hiervan zijn de navolgende grondslagen voor de inpassing geformuleerd: • De aanwezige landschappelijke beplanting wordt in stand gehouden; • Aan de noord-westkant en noord-oostkant zal de overgang naar het bos, de veldweg worden versterkt door de aanplant van inheems struikgewas; • Aan de westkant van het plangebied zal een dichte strook bos worden aangeplant, deze strook vormt een duidelijke scheiding tussen de beide parken; • De ligging van de boschbeek zal worden “gemarkeerd”; • Tussen de voor campers bedoelde zone en de zone met vrije kampeerplaatsen wordt een strook loofbos gerealiseerd; • Aan de straatkant zal de overgang van de camperzone en de bedrijfswoning naar de openbare weg (verharde Meinweg) worden verbeterd. Op onderstaande afbeelding is het landschapsplan schematisch weergegeven. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar het gehele landschapsplan dat in bijlage bij de planregels is gevoegd. In dit plan is tevens opgenomen op welke wijze de aanplant plaatsvindt (soorten/maten) en op welke wijze het plan duurzaam in stand gehouden wordt.
Afbeelding 8: Landschapsplan Huttopia camping de Meinweg
13
‘Vakantiepark Boschbeek’ Door het Buro Stad+Land is voor het plandeel ‘Vakantiepark Boschbeek’ een landschappelijke inpassing opgesteld. Dit plandeel kent een boomrijk karakter. Als gevolg van het gebruik als vakantiepark heeft het boskarakter van het gebied in de loop der tijd wel als volledig bossysteem aan kwaliteit ingeboet, maar dat kan, inherent aan het gebruik, als acceptabel worden benoemd. De huidige inrichting bestaat voornamelijk uit infrastructuur en bomen (merendeels naaldhout) in gras of kleine bossages. Beoogd wordt het park te ontwikkelen tot een divers bos- en boomrijk gebied met een gevarieerde, streekeigen samenstelling, waarbij 60% van het terrein als groene ruimte (gras, heesters, bomen) wordt ingevuld, gebaseerd op het boskarakter van de Meinweg, waarbij de randen met name worden omgevormd tot natuurbos. Dit met inheemse, bladverliezende soorten maar waarbij op het gehele park de integratie met de recreatiefuncties en het optimaal functioneren ervan het hoofddoel is. Daarbij is het streven dat de functies natuur, recreatie en landschapsschoon zo optimaal mogelijk samengaan.
Concreet gaat het daarbij om de volgende uitgangspunten: • Een visueel aantrekkelijk gevarieerd bosbeeld laten ontstaan; • Een zo natuurlijk mogelijke soortensamenstelling binnen de randen van het bos te bevorderen; • Een natuurlijke overgang van het bos naar de omgeving te ontwikkelen; • Enkel nog inheems (streekeigen) plantmateriaal toe te passen (met uitzondering van het intensievere centrumgebied en entree) en in het velreden aangeplante exoten (als tuininrichting) te verwijderen. In onderstaande afbeelding is het landschappelijk inpassingsplan schematisch weergegeven. Voor een nadere toelichting en concrete invulling op het plan van Buro Stad+Land wordt verwezen naar bijlage bij de planregels.
Afbeelding 9: Landschapsplan Vakantiepark Boschbeek
14
De beide landschapsplannen zijn op 29 juni 2021 besproken in de omgevingscommissie van de gemeente Roerdalen. Om een integrale benadering te bevorderen zijn de beide plannen daar gezamenlijk voorgelegd. De commissie heeft positief geadviseerd op beide plannen. Om te voorzien in een borging van de landschapsplannen en er voor te zorgen dat de plannen zoals opgesteld ook tot uitvoering komen, zijn beide plannen in de planregels gekoppeld aan het beoogde nieuwe gebruik. In de planregels, behorende bij dit bestemmingsplan, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van de realisering en instandhouding van het landschapsplan. Op die manier wordt de landschappelijke kwaliteit ter plaatse geborgd.
2.4 Stedenbouw en beeldkwaliteit Zoals meermaals aangehaald zijn binnen het voorliggend bestemmingsplan twee vakantieparken beoogd, waarbij er feitelijk sprake is van een volledige herstructurering / herinrichting van het gehele plangebied. In onderstaande paragraaf wordt uiteengezet op welke wijze rekening is gehouden met de stedenbouwkundige aspecten en beeldkwaliteit van de beoogde bebouwing binnen het plangebied. Dit mede in relatie tot de omgeving. Welstandsnota gemeente Roerdalen Sinds 1 januari 2003 staat in de Woningwet dat gemeenten verplicht zijn om na te denken over de wijze waarop ze met welstand willen omgaan en de verplichting om deze handelswijze zo duidelijk mogelijk vast te leggen in een beleidsstuk. Met de Welstandsnota wordt er invulling gegeven aan deze verplichting. Hierbij hoort ook het aanbieden van welstandsvrije gebieden. Grofweg kent de gemeente twee niveaus: 1. Waardevolle gebieden waarbij het behoud van de architectonische waarde vraagt om extra aandacht. Het betreft de (oude) kernen van Herkenbosch, Montfort, Sint Odiliënberg, twee straten in ’t Reutje en de lintbebouwing van Lerop. Bij plannen binnen deze gebieden wordt om advies gevraagd bij de omgevingscommissie. Dit geldt ook voor Rijks- en gemeentelijke monumenten. 2. De overige gebieden zijn welstandsvrij.
Concreet betekent dit dat de ontwikkelingen binnen onderhavig plangebied welstandsvrij is. Desalniettemin is, gelet op de inpassing van bebouwing in een bosrijk c.q. natuurlijk gebied, toch een beeldkwaliteitsplan opgesteld voor beide recreatieparken zodat de toekomstige bebouwing passend is binnen de sfeer en beleving van het Nationaal Park de Meinweg. Huttopia Camping de Meinweg Het Franse familiebedrijf Huttopia is wereldmarktleider op het gebied van eco-toerisme. Huttopia ziet het park als de poort naar Nationaal Park de Meinweg. Kernwoorden van Huttopia zijn o.a. respect, duurzaamheid en innovatie.
15
Gasten van Huttopia verblijven relatief kort (en spenderen per persoon, per nacht aantoonbaar meer in de omgeving). Bij de daadwerkelijke inrichting zoeken ze naar een balans tussen het aanbieden van natuurgerichte verhuurcabines en toeristische plaatsen voor toercaravans, tenten en campers. Daarbij heeft Huttopia accommodaties ontwikkeld volgens eigen design welke allen aangepast zijn aan de natuur. Om een beeld te schetsen van de beoogde bebouwing in het park is een beeldkwaliteitsplan opgesteld en als bijlage bij de planregels gevoegd. De beoogde bebouwing (centrumgebouw, sanitair gebouwen en verblijfsaccommodaties) dienen qua uitstraling en materiaalgebruik te voldoen aan de sfeerbeelden zoals opgenomen in het beeldkwaliteitsplan. De formele verankering van de beeldkwaliteit is opgenomen in de bouwregels behorende bij het bestemmingsplan. Vakantiepark Boschbeek De Oostappen Groep is voornemens om binnen haar deel van het plangebied een nieuwe invulling te ontwikkelen. Basisuitgangspunt is dat gekozen is voor recreatiekavels met een oppervlakte van circa 250 m2 met een mobiel chalet van circa 70 m2. Daarbij is tevens ruimte voor een parkeerplaats naast de accommodatie. Verder is variatie mogelijk in het aanbod door het hanteren van een verschil in typologie. Hierdoor ontstaat een meer diverse aanbod.
Om die reden is een maximale maatvoering opgenomen van 125 m2 per mobiel chalet. Tevens is ervoor gekozen om geen bijgebouwenregeling op te nemen zodat een wildgroei en verrommeling qua bebouwing op het park wordt voorkomen. Voor een volledige weergave van het beeldkwaliteitsplan wordt verwezen naar het rapport van K3H architecten dat toegevoegd is aan als bijlage bij de planregels. De formele verankering en borging van de beeldkwaliteit is opgenomen in de bouwregels behorende bij het bestemmingsplan.
16
3.
BELEIDSTOETS
3.1. Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) naar de Tweede Kamer gestuurd. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. De NOVI heeft betrekking op het strategisch beleid voor de fysieke leefomgeving, omdat deze een visie is en hoofdzaken bevat van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Dit volgt uit artikel 3.2 van de Omgevingswet. In de NOVI zijn vier prioriteiten gesteld: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio’s; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In onderhavig situatie is er sprake van een reeds bestaande verblijfsrecreatieve bestemming. Het voormalige recreatiepark wordt opgesplitst in een tweetal recreatieparken waarbij er een volledige herstructurering en herontwikkeling plaatsvindt ten opzichte van de bestaande situatie. Ook neemt het aantal overnachtingsmogelijkheden binnen het gehele plangebied af. Met deze ontwikkeling wordt derhalve ingezet op een toekomstbestendig recreatiegebied dat aansluit bij de sfeer en beleving van het omliggende Nationaal Park. Op basis daarvan zijn er geen nationale belangen in het geding voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. 3.1.2.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Ter bescherming van de nationale belangen is door het Rijk het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen. In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen: • Rijksvaarwegen • Mainportontwikkeling Rotterdam • Kustfundament • Grote rivieren • Waddenzee en waddengebied • Defensie • Hoofdwegen en landelijke spoorwegen • Elektriciteitsvoorziening • Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen • Ecologische hoofdstructuur • Primaire waterkeringen buiten het kustfundament • IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) • Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde
17
Met onderhavige ontwikkeling worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarbij een van bovengenoemde nationale belangen in het geding zijn. Ten aanzien van de ecologische hoofdstructuur wordt daarbij nog expliciet opgemerkt dat de herontwikkeling van het gebied een positieve bijdrage hieraan levert aangezien de parken qua sfeer en beleving aansluiten op de omliggende natuur. 3.1.3. Ladder voor duurzame verstedelijking Voor het juridisch borgen van de nationale belangen heeft het Rijk, naast het Barro, tevens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) waarmee dit mogelijk is. Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Nationaal belang 13 uit de SVIR vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit nationale belang is wettelijk verankerd in het Bro. In artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro is gesteld dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van: • •
de behoefte aan die ontwikkeling; indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Conform het Bro dient de behoefte aan de ontwikkeling te worden beschreven en gemotiveerd indien sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Wanneer geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is dit niet benodigd. Een stedelijke ontwikkeling is als volgt gedefinieerd in artikel 1.1.1, lid 1, Bro: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”.
18
Relatie met plangebied In onderhavige situatie is al sprake van een verblijfsrecreatieve bestemming. De bestaande verblijfsrecreatieve bestemming wordt ten opzichte van het toekomstige bestemmingsplan niet uitgebreid. De bestaande bouwmogelijkheden uit het vigerende bestemmingsplan worden verlegd. Per saldo ziet de verhouding verblijfsaccommodaties er als volgt uit: Deel plangebied Huttopia Camping de Meinweg Perceelgrootte 27 hectare
Planologische mogelijkheden
Huidig BP
Nieuw BP
Verhuurtenten
11
20
Verhuuraccomodatie 137
80
Kampeerplaatsen
100
214
Camperplaatsen
Deel plangebied Vakantiepark Boschbeek Perceelgrootte 9,7 ha Planologische mogelijkheden Bungalows Mobiele Chalets Camperplaatsen Stacaravans Kampeer plaatsen Totaal
Huidig BP
Nieuw BP
50 0 0 16 105
50 180 17 0 0
171
247
80
Jaarplaatsen
302
Seizoensplaatsen
23
Kampeer plaatsen Totaal
687
280
Op basis van bovenstaande kan er geconcludeerd worden dat sprake is van een afname van het aantal overnachtingsmogelijkheden. Het huidige bestemmingsplan (bijbehorende inrichtingsplan) kent voor het hele voormalige recreatiepark, groot ongeveer 37 hectare, een totaal van 858 recreatieve verblijfsplaatsen. Het voorliggende bestemmingsplan kent in totaal 527 recreatieve overnachtingsmogelijkheden voor de beide toekomstige vakantieparken. Dit is een verlaging van het totaal aantal overnachtingsmogelijkheden met 331 plaatsen. Vakantiepark Boschbeek Op basis van bovenstaande aantallen kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een verschuiving van de overnachtingsmogelijkheden. Daar waar Huttopia in haar concept kiest voor een forse verlaging van de verblijfsmogelijkheden is de Oostappen groep voornemens om het totaal aantal overnachtingsmogelijkheden op dit deel van het voormalige recreatiepark te vergroten. Ondanks dat er per saldo sprake is van een afname van het totaal aantal overnachtingsmogelijkheden is er voor de volledigheid wel gekeken naar de behoefte aan deze toename op dit specifieke deel van het voormalige vakantiepark.
19
Om die reden is door K3H architecten een Memo opgesteld welke een motivering van de Ladder voor duurzame verstedelijking betreft (bijlage bij de toelichting). Aan deze memo ligt het onderzoek dat door Van der Reest Advies is uitgebracht ten grondslag. Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de plannen om het bestaande park te herontwikkelen en te voorzien van een kwaliteitsimpuls. Het behoefte onderzoek van Van der Reest Advies is toegevoegd in bijlage. Op basis van dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat geen sprake is van een nieuw ruimtebeslag waardoor eveneens geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Eindconclusie De voorgenomen totale ontwikkeling kan derhalve niet gedefinieerd worden als een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. De ladder van duurzame verstedelijking is derhalve niet van toepassing op dit initiatief.
20
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Provinciaal Omgevingsplan Limburg Het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) is zowel streekplan, als provinciaal waterhuishoudingsplan en provinciaal milieubeleidsplan. Tevens bevat het POL de hoofdlijnen van het provinciaal verkeers- en vervoersplan en vormt het een beleidskader op hoofdlijnen voor zover het de fysieke elementen daarvan betreft. Tenslotte is het POL een welzijnsplan op hoofdlijnen voor zover het de fysieke aspecten van zorg, cultuur en sociale ontwikkeling betreft. Zonering
Afbeelding 10: Uitsnede POL kaart (zonering 1)
Het onderhavige plangebied is gelegen binnen de zone ‘Buitengebied’. Met daarom heen zilvergroene (en op enige afstand goudgroene) natuur welke onderdeel uitmaakt van het Nationaal Park ‘De Meinweg’. Binnen de zone ‘Buitengebied’ is ruimte voor diverse ontwikkeling. Deze zone kenmerkt zich met name door een groot areaal landbouwgronden maar ook toeristisch-recreatieve functies zijn te vinden binnen deze zone. Onderhavige ontwikkeling is derhalve passend binnen de beleidsuitgangspunten van het POL2014. 3.2.2 Omgevingsvisie Limburg De POVI kent ten aanzien van het aspect natuur de volgende provinciale belangen: • Het in stand houden van de biodiversiteit; • Het realiseren van een robuust natuur-, bos- en waternetwerk en een groen dooraderd landelijk gebied; • De maatschappelijke verankering en beleefbaarheid van de natuur.
21
Afbeelding 11: Uitsnede kaart Omgevingsvisie Limburg
Kijkend naar de bijbehorende kaart (onderdeel natuur) dan is het plangebied aangemerkt als zone ‘Landelijk gebied – Buitengebied’. Binnen deze zone wordt een recreatiepark als een passende functie gezien. Specifiek ten aanzien van de Nationale Parken wordt nog opgemerkt dat de provincie Limburg processen ondersteunt om de Nationale Parken te transformeren tot regionale landschappen die het economisch potentieel van de regio versterken. Dit in combinatie met de belevingswaarde van het gebied. Onderhavige ontwikkeling draagt daar op een positieve wijze aan bij doordat een bestaand recreatiepark wordt getransformeerd tot een tweetal recreatieparken die beter aansluiten bij het Nationaal Park. Voorts wordt in de POVI ook aangegeven dat de provincie haar beleid ten aanzien van permante bewoning op recreatieparken continueert. Dit betekent dat zij dit in beginsel niet toestaat. Onderhavige ontwikkeling draagt bij aan dit standpunt van de provincie gelet het feit dat er gekozen wordt voor een verblijfsrecreatief (kortdurend) verblijf. In de regels bij dit bestemmingsplan is dit ook als zodanig verankerd. Permanente bewoning is daarbij expliciet uitgesloten. De planregels zijn op dit gebied geoptimaliseerd naar de laatste stand van zaken op dit gebied. Dit om bestuursrechtelijke handhaving duidelijk en mogelijk te maken.
3.2.3 Omgevingsverordening Limburg In de Omgevingsverordening Limburg 2014 staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van het POL 2014 juridische binding te geven. De Omgevingsverordening is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. De Omgevingsverordening is uitgebreid met een nieuw hoofdstuk Ruimte. Dat hoofdstuk Ruimte bevat een aantal instrumenten die gericht zijn op de doorwerking van het ruimtelijk beleid van het POL 2014. Behalve de toevoeging van het hoofdstuk Ruimte zijn in de Omgevingsverordening Limburg 2014 ook de Verordening Veehouderijen en Natura 2000 en de Verordening Wonen ZuidLimburg vrijwel ongewijzigd opgenomen. Hierdoor zijn alle doorwerkingsinstrumenten van het omgevingsbeleid nu ondergebracht in één document.
22
Voor de herontwikkeling van een recreatiepark is met name artikel 2.4.6 de verordening van toepassing. Artikel 2.4.6 Vrijetijdseconomie Uit een uitgevoerde Vitaliteitsscan verblijfsrecreatie (Rapport Vitaliteit Verblijfsrecreatie, ZKA, 2015) is gebleken dat er binnen de recreatiebranche sprake is van een urgent probleem. Het kwantitatieve aanbod van bungalowparken en camping is groter dan de vraag. Daarnaast sluit de kwaliteit onvoldoende aan bij de eisen en wensen van de klant. Dit betekent concreet dat geanalyseerd moet worden (op regionaal niveau) of er behoefte is aan de voorliggende ontwikkeling in relatie tot bestaande, aanwezige voorzieningen. In onderhavige situatie is sprake van een reeds bestaand recreatiepark. Dit recreatiepark wordt gesplitst in twee recreatieparken die beide aansluiting zoeken bij de sfeer en de beleving van het Nationaal Park. Daarbij is in de paragraaf ten aanzien van ladder voor duurzame verstedelijking al toegelicht dat er in onderhavige situatie in totaliteit sprake is van een afname van het aantal overnachtingsmogelijkheden. Tevens is het regionale overleg vrijetijdseconomie geïnformeerd over onderhavig planvoornemen. Op basis daarvan kan geconcludeerd worden dat deze ontwikkeling op een positieve bijdraagt aan de doelstellingen van de provincie en passend is binnen de provinciale omgevingsverordening.
3.2.4 Visie en Actieprogramma Recreatie en Toerisme Midden-Limburg Recreatie en toerisme is voor Midden-Limburg van groot belang. Het algemene beeld van de vakantieparken in Midden-Limburg is middelmaat. Veel parken richten zich op dezelfde markt en er zijn relatief weinig onderscheidende of luxe concepten. Een deel van deze parken kent verder ook nog een problematiek rondom huisvesting van arbeidsmigranten en/of permanente bewoning. In het licht van de trends is er vooral behoefte aan bungalows die alles zijn behalve de standaard. Van tiny houses en ecolodges midden in de natuur tot en met luxe verblijven al dan niet met aanlegplaats of bungalows in een bosrijke en prikkelarme omgeving. Concluderend is daarbij gesteld dat er de komende jaren in principe voldoende (bestaande) plancapaciteit voor nieuwe vakantieparken is en daarbij vooral behoefte is aan ‘alles behalve de standaard’. Daarnaast is het zichtbaar dat de diversiteit aan kampeermogelijkheden in het hele land steeds verder toenemen onder invloed van gevarieerde consumentenbehoeften, die grotendeels voortkomen uit behoefte aan bijzondere belevenissen, comfort et cetera. Het aantal kampeerplaatsen in de regio is de laatste jaren sterk gedaald. De daling van de vraag naar kamperen lijkt tot stilstand te zijn gekomen. Daarnaast is er meer behoefte aan camperplaatsen.
Een deel van deze behoefte kan mogelijk worden ingevuld op campingterreinen. Afweging De te ontwikkelen recreatieparken bieden overnachtingen aan binnen een verschillend segment. Beide maken hierbij gebruik van de uitzonderlijke ligging in de nabijheid van het Nationaal Park ‘De Meinweg’.
23
In de recreatiebranche (en het bovengenoemde onderzoek) maakt men gebruik van zo genaamde leefstijlgroepen, gebaseerd op het Brand Strategy Research-model. Dit wetenschappelijke model ontrafelt de drijfveren van mensen en wat je moet doen om mensen in beweging te krijgen. Huttopia Camping de Meinweg De leefstijlgroepen ‘Stijlzoekers’ en ‘Avontuurzoekers’ vinden bij Huttopia camping de Meinweg een passend aanbod. De ‘Stijlzoeker’ is actief (ook in de natuur) en geeft om luxe, comfort en exclusiviteit. De ‘Avontuurzoeker’ is op zoek naar authentieke ervaringen en bijzondere of verrassende locaties om te overnachten. Huttopia bedient deze doelgroepen door natuur en comfort met elkaar te verenigen. Zij bieden mooie comfortabele huuraccommodaties en natuurkampeerplekken. Het park is ruim van opzet, de luxe huur accommodaties bevinden zich op geruime afstand van elkaar. Het centrumgebouw met daarin een beperkte horecafaciliteit, terras en nabij een klein zwembad uitsluitend voor de gasten dient als centrale ontmoetingsplek. Vakantiepark Boschbeek Vakantiepark Boschbeek richt zich op de doelgroepen ‘Rustzoekers’ en ‘Inzichtzoekers’. De ‘Inzichtzoeker’ heeft een iets oudere gemiddelde leeftijd. Deze doelgroep zoekt naar inspirerende en rustige activiteiten in de natuur of op het gebied van cultuur. De ‘Rustzoeker’ blijft dicht bij huis en wil op vakantie niet verrast worden.
Deze doelgroep vindt rust belangrijk. ‘Rustzoekers’ en ‘Inzichtzoekers’ vinden zichzelf gewone mensen. Het zijn dan ook geen mensen die op zoek zijn naar bijzondere accommodaties zoals bijvoorbeeld glamping tenten. Ze willen een kwalitatief goede accommodatie waarvan de basisvoorzieningen goed zijn geregeld. Conclusie In algehele zin kan geconcludeerd worden dat met onderhavige ontwikkeling een positieve bijdrage wordt geleverd aan de revitalisatie van verblijfsaccommodaties in Midden-Limburg. Zowel in absolute aantallen als ook in kwaliteit. Het voorheen bestaande recreatiepark ‘Elfenmeer’ kende daarbij diverse problematieken. Door de sanering van dat park kan een nieuwe start gemaakt worden en kunnen een tweetal parken ontwikkeld worden die aansluiten bij de sfeer en beleving van het Nationaal Park. Daarnaast neemt de intensiteit van het plangebied (de overnachtingsmogelijkheden) af. De uitstraling en het aanbod van beide parken completeert elkaar derhalve. Er is sprake van een verbreding van het aanbod. Een recreant kiest het park dat het beste bij zijn of haar behoefte past. Op basis daarvan wordt onderhavige ontwikkeling passend geacht binnen de kaders van het regionale beleid.
24
3.3 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Roerdalen 2050 In juli 2021 is/wordt de Omgevingsvisie Roerdalen 2050 vastgesteld. Dit nieuwe strategische document is gericht op de kwaliteit en ontwikkeling buiten (de fysieke leefomgeving) voor de lange termijn. Ten aanzien van recreatie en toerisme wordt opgemerkt dat de aantrekkingskracht van het landschap en de aanwezige natuur maakt dat het in Roerdalen prettig recreëren is. Toerisme vormt daarbij een belangrijke economische pijler in de Roerdalense economie. Daarbij wordt ingezet op een balans tussen recreatie/toerisme en de aanwezige natuurwaarden. Kijkend naar het aanbod van de verblijfsrecreatieve voorzieningen dan ligt de focus op een kwalitatief goed en onderscheidend aanbod. Innoveren is en blijft daarbij belangrijk. Roerdalen stimuleert dit. Daarbij is concreet op het kaartmateriaal bij de Omgevingsvisie aangegeven dat op de locatie van het voormalige recreatiepark ‘Elfenmeer’ ruimte is voor een tweetal vakantieparken. Conclusie Gelet op het feit dat de beide parken een toekomstbestendige ontwikkeling willen realiseren en, zoals al toegelicht in de paragraaf hierboven, een diverse doelgroep bedienen, sluit onderhavig plan naadloos aan bij de uitgangspunten uit de gemeentelijke Omgevingsvisie. Kwaliteitskader Roerdalen Het kwaliteitskader Roerdalen is de vervanger c.q. opvolger van het Limburgs Kwaliteitsmenu.
Dit kader richt zich op initiatieven in het buitengebied en is van toepassing op ontwikkelingen in het buitengebied die middels een planologische procedure mogelijk gemaakt worden. Op basis van het kwaliteitskader geldt dat gebiedseigen recreatie en toerisme (waaronder deze ontwikkeling valt) in beginsel aanvaardbaar is binnen alle aanwezige landschapstypen in het buitengebied. Concreet geldt vervolgens dat basiskwaliteit en aanvullende kwaliteit van toepassing is. De basiskwaliteit bestaat uit een ruimtelijke en landschappelijke inpassing. De aanvullende kwaliteit bestaat uit € 10,- per m2 bruto vloeroppervlak en verharding. In onderhavige situatie is sprake van een reeds bestaand recreatiepark. Ten behoeve van deze volledige herontwikkeling zijn landschapsplannen opgesteld waarmee voldaan wordt aan de eis van basiskwaliteit. De aanvullende kwaliteitsbijdrage is uitsluitend van toepassing op nieuwe bebouwing en verharding. Gelet op het feit dat de intensiteit van het plangebied afneemt, en daarmee ook de bebouwingsmogelijkheden, is een aanvullende kwaliteitsbijdrage hier niet aan de orde.
25
4.
MILIEUHYGIENISCHE EN PLANOLOGISCHE VERANTWOORDING
4.1 M.e.r.-beoordeling Bij nieuwe ontwikkelingen dient bekeken te worden of deze nadelige milieugevolgen hebben. In het Besluit m.e.r. geldt voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit onderdeel C een m.e.r.-plicht. Voor activiteiten genoemd in onderdeel D geldt een m.e.r.beoordelingsplicht waarbij gekeken moet worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in onderdeel D (categorie D.10) van bijlage II van het Besluit m.e.r. De activiteit ziet op “de aanleg, wijziging, of uitbreiding van skihellingen, skiliften, kabelspoorwegen en bijbehorende voorzieningen, jachthavens, vakantiedorpen en hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen, permanente kampeer- en caravanterreinen of themaparken”. Activiteit Gevallen Besluit D.10 De aanleg, wijziging, In gevallen waarin De vaststelling van of uitbreiding van de activiteit het inrichtingsplan, skihellingen, betrekking heeft op: bedoeld in artikel 17 skiliften, 1. 250.000 van de Wet inrichting kabelspoorwegen en bezoekers of landelijk gebied dan bijbehorende meer per wel een plan bedoeld voorzieningen, jaar. in artikel 18 van de jachthavens, 2. Een Reconstructiewet vakantiedorpen en oppervlakte concentratiegebieden hotelcomplexen van 25 dan wel bij het buiten stedelijke hectare of ontbreken daarvan zones met meer.
het plan bedoeld in bijbehorende 3. 100 artikel 3.6, eerste lid, voorzieningen, ligplaatsen of onderdelen a en b permanente meer of van de Wet kampeer- en 4. Een ruimtelijke ordening caravanterreinen of oppervlakte dan wel bij het themaparken. van 10 ontbreken daarvan hectare of van het plan, bedoeld meer in in artikel 3.1, eerste gevoelig lid, van die wet. gebied. Gelet op het bovenstaande in relatie tot het plangebied en de planologische wijzigingen, kan de beoogde ontwikkeling worden gezien als de wijziging van kampeerterrein in de zin van het Besluit m.e.r. waarvoor een m.e.r. beoordeling aan de orde is. Het opstellen van een aanmeldnotitie is derhalve noodzakelijk. De aanmeldnotitie is in de bijlage bij deze toelichting gevoegd. De conclusie luidt dat belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu, de leefomgeving en natuur kunnen worden uitgesloten. Voor zover er milieueffecten optreden worden deze gemitigeerd dan wel gecompenseerd.
26
4.2 Archeologie en cultuurhistorie 4.2.1 Archeologie Het plangebied kent voor een groot gedeelte de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 5’. Daarbij geldt dat een archeologisch onderzoek niet aan de orde is als: • De oppervlakte van de bebouwing maximaal 1.000 m2 bedraagt; • De ondergrondse bouwdiepte max 40 cm bedraagt. In onderhavige situatie wordt bebouwing opgericht met een oppervlakte van meer dan 1.000 m2. Echter, gelet op het feit dat het merendeel van de bebouwing, mobiele en demontabele, gebouwen betreft is er geen sprake van een ondergrondse bouwdiepte van meer dan 40 centimeter. Op basis daarvan is archeologisch onderzoek op dit moment verder dan ook niet aan de orde. Voor de volledigheid wordt daarbij nog opgemerkt dat de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 5’ wel gehandhaafd blijft. Mochten er dus naar de toekomst toe werkzaamheden plaatsvinden waarbij het bovenstaande wel wordt overschreden, dan gelden de beperkingen zoals opgenomen in deze dubbelbestemming alsnog. 4.3.2 Cultuurhistorie De locatie van het voormalige vakantiepark kent, op basis van gemeentelijke beleidsdocumenten, geen cultuurhistorische status. Vanuit het aspect cultuurhistorie zijn er hierdoor geen belemmeringen.
4.3 Flora en fauna 4.3.1. Gebiedsbescherming en soortenbescherming Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Met ingang van 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb) ingegaan. De Wnb staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezige natuurwaarden in en om het besluitgebied. Voordat ontwikkelingen mogen plaatsvinden, moet worden aangetoond dat in het kader van de huidige natuurwet- en regelgeving van een negatief effect geen sprake is, dan wel dat daarvoor respectievelijk een vergunning of ontheffing kan worden verkregen. Een onderzoek naar beschermde gebieden en de diverse beschermde soorten is uitgevoerd (Quickscan van Bureau Meervelt, d.d. 30-9-2021). Het rapport met de resultaten is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in het kader van Natura 2000: 1. Nader onderzoek nodig is als aan de poel werkzaamheden uitgevoerd worden die ervoor zorgen dat deze ongeschikt wordt als voortplantingswater voor amfibieën. Als blijkt dat Kamsalamander de poel gebruikt als belangrijk voortplantingswater, dient een voortoets uitgevoerd te worden. Afhankelijk van de resultaten kan het nodig zijn een vergunning Wet natuurbescherming aan te vragen. 27
2. Het uitvoeren van een AERIUS-berekening is nodig als in de gebruiksfase gebruik gemaakt wordt van fossiele brandstoffen. Afhankelijk van de resultaten kan het nodig zijn een Wet natuurbeschermingsvergunning Stikstof aan te vragen. Dit kan voorkomen worden door geen gebruik te maken van fossiele brandstoffen. 3. Ten aanzien van de overige aspecten is in relatie tot Natura 2000 geen nader onderzoek nodig en zijn geen vervolgstappen nodig. Significante gevolgen als gevolg van de overige voorgenomen ontwikkelingen kunnen op voorhand uitgesloten worden. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland/Goudgroene natuurzone wordt geconcludeerd dat vrijwel het gehele plangebied buiten de Goudgroene natuurzone ligt. In het meest zuidelijke deel is wel overlap tussen het plangebied en de Goudgroene natuurzone. Hier worden echter geen werkzaamheden of activiteiten uitgevoerd. In dit gebied liggen al heel lang vier tennisbanen, die nu als Goudgroene natuurzone zijn begrensd. Dit berust waarschijnlijk op een vergissing en kan bij provincie Limburg worden aangegeven zodat de tennisbanen worden geëxclaveerd. Het Nationaal Natuurnetwerk/de Goudgroene natuurzone kent in Limburg geen externe werking. Alle voorgenomen ontwikkelingen vinden plaats buiten deze zones. Er gaan geen wezenlijke kenmerken en waarden verloren. Vervolgstappen zijn derhalve niet nodig.
Verder wordt ten aanzien van de beschermde soorten geconcludeerd dat het plangebied en de omgeving naar verwachting deel uitmaakt van het leefgebied van algemene en bijzondere beschermde soorten. Bij ruimtelijke ontwikkelingen gelden voor de algemeen voorkomende soorten vaak een vrijstelling voor het beschadigen van vaste voortplantingsplaatsen en rustplaatsen en het vangen van deze soorten. Wel geldt de zorgplicht. Voor veel minder algemene soorten en de habitatrichtlijnsoorten geldt deze vrijstelling niet. In een tabel is per voorgenomen ontwikkeling aangegeven voor welke soorten nader onderzoek of andere vervolgstappen nodig kunnen zijn. Voor voorliggend bestemmingsplan kan daarmee geconcludeerd worden dat vervolgstappen niet aan de orde zijn. Wanneer de benoemde activiteiten uitgevoerd worden zal aandacht moeten zijn voor de beschermde soorten en het wettelijk beschermingskader. De algemene maatregelen in het kader van de zorgplicht zijn ter kennis gebracht van de exploitanten. 4.3.2. Stikstof De realisatie van voorliggend bestemmingsplan kan negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. Daarom is door MBH Consult BV onderzoek verricht naar de stikstofdepositiebijdrage op de omliggende Natura 2000-gebieden. Het rapport is in de bijlage bij deze toelichting gevoegd. Het rapport komt samengevat met het volgende.
De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn: • De Meinweg (0 km) • Het Roerdal (0 km) • De Meinweg mit Ritzroder Dunen (3 km) • Vogelschutzgebiet ‘Schwalm-Nette-Platte mit Grenzwald u. Meinweg (2 km)
28
Met het bestemmingsplan wordt de herontwikkeling van een bestaand recreatiegbeid beoogd. Het plangebied bevat momenteel twee deelgebieden: ‘Huttopia Camping de Meinweg’ en ‘Vakantiepark Boschbeek’. Beide deelgebieden beschikken in de huidige situatie over een verdeling van accommodaties en staanplaatsen, alsmede een centraal hoofdgebouw. In de doelsituatie wordt de verdeling in accommodaties en staanplaatsen gewijzigd. Diverse objecten worden daarbij gewijzigd naar een gasloze uitvoering. Met het ingaan van de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering per 1 juli 2021 valt de bouwfase onder de partiële vrijstelling natuurvergunningplicht. De verplichting tot het nemen van emissie beperkende maatregelen hangt echter samen met Artikel 7.19a van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Dit artikel is onderdeel van de nieuwe Omgevingswet. Deze gaat in op 1 juli 2022. Tot die tijd geldt de verplichting tot het beperken van de emissies dus nog niet. Toch is in het onderzoek generiek advies gegeven, waarmee de emissies van stikstofverbindingen naar de lucht kunnen worden beperkt. In de huidige en beoogde situatie zijn er diverse stikstofbronnen aanwezig. Het betreft een centraal (reeds gesloopt) gebouw en kampeerplaatsen. Derhalve zijn deze emissies in de bestaande en beoogde gebruiksfase relevant.
De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) in de gebruiksfase vinden tevens plaats door verkeersbewegingen van en naar het plan. De verkeersgeneratie wordt bepaald op basis van kengetallen uit de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig Parkeren’(2018). Dit is hierna toegelicht. Het onderzoek is uitgevoerd conform de invoerinstructie AERIUS en op basis van de nieuwste inzichten door TNO. Alle vergaarde gegevens zijn in de AERIUS Calculator ingevoerd. Het projecteffect bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/j. Bij een dergelijke projectbijdrage treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden. Een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is voor het plan niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van het aspect stikstofdepositie er geen belemmeringen zijn voor voorliggend bestemmingsplan.
4.4 Waterparagraaf In artikel 3.1.6, lid 1 onder b van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. Bij ruimtelijke plannen geldt vanaf 1 november 2003 de wettelijke verplichting van een waterparagraaf/watertoets. De watertoets is één van de pijlers van het Waterbeleid voor de 21e eeuw, waarin aan water een meesturende rol in de ruimtelijke ordening is toegekend. Met de watertoets wordt beoogd waterbeheerders vroegtijdig in het ruimtelijke ordeningsproces te betrekken. De watertoets betreft het hele proces van informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van een waterparagraaf is een samenhangend beeld te geven van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met duurzaam waterbeheer en de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het voorkomen van negatieve effecten op de waterhuishouding staat bij de watertoets voorop.
29
Over het waterbeheer is te zeggen dat als uitgangspunt geldt dat alle hemelwater ter plaatse wordt vastgehouden en niet wordt afgevoerd. Ruimte is er voldoende om al hemelwater in de natuur ter plaatse te laten lopen. Bij een nieuw centrumgebouw wordt gekeken naar mogelijkheden voor bufferen en hergebruiken van hemelwater. Een uitgewerkt plan hiertoe is nog niet beschikbaar. Over het zogenaamde vuilwater wordt opgemerkt dat dit via de hoofdaansluitingen op het openbaar rioolnet gelost zal worden. Daar waar dat op het terrein noodzakelijk zal blijken worden pompstationnetjes ingericht. Bijzondere aandacht in het kader van het waterbeheer gaat uit naar de ‘Boschbeek’ die door plangebied loopt. Gelet op het belang van de beek is planologisch een beschermingsregime opgenomen in de planregeling. Dit regime is gelijk aan het op dit moment reeds geldende beschermingsregime. Onderdeel van het revitaliseringstraject dat wordt gelopen is het herstel van de kwaliteit van de ‘Boschbeek’. Een ander onderdeel van het plangebied is tevens een reeds aanwezige zwemvijver. Ten aanzien van de zwemvijver wordt opgemerkt dat hiervoor planologisch niets wijzigt met voorliggende bestemmingsplan.