Bijlage 2.3. Toelichting
Tekst van het document
6.4.4
Afvalwater en hemelwater Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen het onderhavige plangebied wordt hierna uiteengezet. Afvalwater Met inachtneming van de situering van de locatie Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg staat voorop dat onderhavige locatie is gelegen in het buitengebied. Momenteel is ter plaatse van onderhavige locatie een minigemaal aanwezig waarmee het afvalwater naar de rioolwaterzuivering wordt getransporteerd. Wat betreft het aanbod aan afvalwater dient voor het hoofdgebouw rekening te worden gehouden met circa 15 liter per seconde en voor het servicegebouw wordt uitgegaan van 10 liter per seconde. Derhalve zal circa 25 liter afvalwater per seconde worden aangeboden aan het minigemaal. Concreet betreft dit 90 m3 per uur. Onderzocht is of de capaciteit van het bestaande minigemaal voldoende is om het afvalwater te transporteren naar de rioolwaterzuivering. Het minigemaal kan deze afvoer niet aan. Hier ligt maar een r63 PE-leiding. Initiatiefnemer kan dit oplossen met het aanleggen van een afvoerleiding van voldoende capaciteit dan wel het plaatsen van een IBA om het vuilwater zelf op te vangen en te laten infiltreren in de bodem (minizuivering).
Hemelwater van onverhard en semi-verhard terrein Het hemelwater dat valt op de onverharde en semi-verharde terreindelen binnen het plangebied zal, zo nodig na beperkte oppervlakkige afstroming, rechtstreeks infiltreren in de bodem. Hemelwater (dak)verhardingen Het hemelwater dat valt op de nieuwe (dak)verharding zal worden opgevangen en oppervlakkig
54
Bestemmingsplan Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M199046.002.001/ASE
worden afgevoerd, hetzij via aanwezige paden hetzij via goten, naar een te realiseren hemelwatervoorziening. Capaciteit hemelwatervoorziening Het streven is om bij nieuwbouw 100% van het verharde oppervlak af te koppelen. Om te beoordelen hoe groot de te realiseren hemelwatervoorziening moet zijn, dient op basis van de nieuwe Keur van het Waterschap Limburg per 1 april 2019 een te realiseren hemelwatervoorziening te worden gedimensioneerd op een extreme bui van met een neerslaghoeveelheid van 100 millimeter in 24 uur, met een noodoverlaat. Initiatiefnemers zijn voornemens om ter plekke van onderhavig plangebied een facilitair gebouw en een verblijfsgebouw op te richten met een bebouwde oppervlakte van circa 1867 m2. Om de capaciteit van de beoogde hemelwatervoorziening te kunnen berekenen, wordt uitgegaan van een te bebouwen oppervlak van circa 1867 m². Dit oppervlak impliceert een hoeveelheid te bufferen en af te voeren hemelwater van (1867 x 100 =) 186,7 m³. Uitwerking hemelwatervoorziening Onderhavig perceel aan de Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg heeft een oppervlakte van 4,73 hectare. Aan de westzijde van de nieuw op te richten bebouwing is grasland aanwezig en wordt een moestuin beoogd. Het voornemen is om het hemelwater via de grasbegroeiing af te laten vloeien naar een natuurlijke wadi waar het rechtstreeks kan infiltreren in de bodem.
Daarmee wordt wateroverlast voor derden voorkomen. Opvang schoon hemelwater In de hemelwatervoorziening dient enkel schoon hemelwater te worden opgevangen, waaraan geen verontreinigde stoffen worden toegevoegd. Uitloging bij infiltratie wordt voorkómen door alleen schoon hemelwater te infiltreren. Voorkomen van wateroverlast Door bij het bepalen van het bouwpeil en afschot hiermee rekening te houden, wordt voorkomen dat water in de te realiseren gebouwen kan vloeien. Daarnaast kan ten aanzien van wateroverlast voor derden worden gesteld dat hiervan geen sprake zal zijn.
6.4.5
Conclusie Gelet op vorenstaande uiteenzetting vormt het aspect waterhuishouding geen onoverkomelijke belemmeringen voor voorliggende ontwikkeling.
6.5
Natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet.
Bestemmingsplan Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
55
M199046.002.001/ASE
Natura2000 Natura2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd door de biodiversiteit te behouden. Natura2000 gebieden worden beschermd door de ‘Wet Natuurbescherming’. Onderhavig plangebied is op korte afstand gelegen van Natura2000 gebied het ‘Roerdal’. Gelet op deze korte afstand, kan niet worden uitgesloten dat onderhavig planvoornemen negatieve invloed heeft op het Natura 2000-gebied.
Kaart ‘Natura2000’ van Atlas Limburg met aanduiding plangebied
Als een project significant negatieve effecten kan veroorzaken op stikstofgevoelige habitattypen en soorten in een Natura 2000-gebied als gevolg van stikstof of andere effecten is een vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming vereist. Initiatiefnemer heeft de wens om ter plekke van Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg een Stiltecentrum te starten. Daartoe zal een facilitair gebouw, een verblijfsgebouw en schuur/berging worden opgericht. Gedurende de bouwfase van de nieuwe bebouwing zullen machines met verbrandingsmotoren worden ingezet, zoals graafmachines of hijskranen, maar ook machines en werktuigen die elektrisch worden aangedreven. Deze laatste zijn verder niet meegenomen in dit onderzoek, omdat die geen stikstofemissie veroorzaken. Daarnaast neemt het aantal verkeersbewegingen gedurende de gebruiksfase van onderhavige bebouwing toe. Omdat stikstofemissie mogelijk een effect kan veroorzaken op Natura 2000-gebieden, dient een toets te worden uitgevoerd of de realisatiefase en de gebruiksfase mogelijk vergunningsplichtig zijn in het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb). Omdat zowel in de realisatie- als de gebruiksfase sprake is van depositie op Natura 2000-gebieden, zijn op basis van intern salderen voor zowel de realisatiefase als de gebruiksfase verschilberekeningen gemaakt met de oude situatie, waarin de grondexploitatie van het agrarisch
56
Bestemmingsplan Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M199046.002.001/ASE
bedrijf (de bemesting van landbouwgronden) is meegenomen (zie bijlage 8.) In het verleden werden er op dit bedrijf wel dieren gehouden (paarden en rundvee) doch middels dossieronderzoek bij de gemeente kunnen de daaruit vloeiende rechten niet meer worden aangetoond. Ook het gebruik van stookinstallaties (ketels/kachels) in de bebouwing is er geweest, doch deze is met de sloop van de bebouwing verdwenen en dus niet meer aanwezig. Omdat de aanwezigheid van dieren en stookinstallaties niet meer duidelijk kan worden aangetoond middels onderliggende documenten (aantal en capaciteit) is besloten bij het uitwerken van de stikstofberekeningen daar ook geen gebruik van te maken. In de stikstofberekeningen is alleen gebruik gemaakt van de bemesting van de gronden die bij het bedrijf behoren. Met de uitgevoerde stikstofberekeningen wordt aangetoond dat de stikstofdepositie als gevolg van de realisatiefase en de gebruiksfase lager is dan de stikstofdepositie in de oude situatie. Beide berekeningen hebben namelijk geen verschillen opgeleverd boven de 0,00 mol/ha/jr. Op basis van intern salderen dragen de realisatiefase en de gebruiksfase dus niet bij aan een verslechtering van de leefomstandigheden voor de habitattypen in Natura 2000-gebieden. Daar komt bij dat de realisatiefase slechts tijdelijk van aard is.
Uit de resultaten blijkt dat een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming niet nodig is. Op grond van de resultaten uit de 2 berekeningen met Aerius calculator kan geconcludeerd worden dat negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden, ten gevolge van NOxen NH3-emissies in de realisatiefase en gebruiksfase van het planvoornemen, uitgesloten kunnen worden. De uitkomsten geven derhalve geen aanleiding tot het aanvragen van een Wnb-vergunning of een verklaring van geen bedenkingen vanwege mogelijke effecten door NOx- en NH3-emissies op Natura 2000-gebieden. Tevens is ten behoeve van onderhavige planontwikkeling de effectenindicator geraadpleegd. Onderhavige locatie is momenteel gedeeltelijk bebouwd en omliggend in gebruik als grasland. Het voornemen is om ter plekke van onderhavig perceel een verblijfsgebouw en een facilitair gebouw op te richten welke in dezelfde stijl worden opgetrokken als de reeds geamoveerde bebouwing.
Bestemmingsplan Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
57
M199046.002.001/ASE
Uitsnede effectenindicator
Onderstaand is per storingseffect beschreven of dit effect aan de orde is als gevolg van de activiteiten van de initiatiefnemer in het plangebied: • Oppervlakteverlies: Het project ligt buiten het Natura 2000-gebied Roerdal. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten (bouwen en gebruiken) zijn er geen effecten op dit Natura 2000gebied. Er is geen sprake van oppervlakteverlies of versnippering van habitat- of foerageergebied; • Verontreiniging: Verontreiniging kan plaatsvinden via bodem, water of lucht. De beoogde ontwikkeling leidt tot een beperkte toename van verkeersbewegingen ter plaatse. In voorliggende paragraaf 6.5.1 van voorliggende toelichting wordt middels stikstofberekeningen aangetoond dat onderhavige ontwikkeling (realisatie- en gebruiksfase) geen invloed heeft op het nabijgelegen Natura2000-gebied ‘Roerdal’. • Verstoring door geluid: Ter plaatse van onderhavig plangebied is momenteel de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’ van kracht. Het voornemen is om ter plaatse van onderhavig plangebied een bestemmingswijziging door te voeren zodat ter plekke maatschappelijke doeleinden mogelijk worden. Met inachtneming van de ligging van onderhavig plangebied leidt deze bestemmingswijziging niet tot een extra verstoring van geluid omdat ter plaatse geen bedrijfsactiviteiten (meer) zijn toegestaan.
58
Bestemmingsplan Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M199046.002.001/ASE
• Verstoring door licht: Door een ecoloog van bureau Aelmans Milieu is met betrekking tot mogelijke verstoring door licht een aanvullende notitie opgesteld. Deze notitie is als bijlage 14 toegevoegd aan de toelichting. Door het treffen van een aantal maatregelen kan lichtverstoring worden voorkomen. Die maatregelen zijn als voorwaardelijke verplichting (artikel 3.3.3.) opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Gelet op het beoogde gebruik van onderhavige locatie en door het treffen van een aantal maatregelen me betrekking tot de buitenverlichting hebben de activiteiten geen verstoring tot gevolg op Natura 2000 gebieden en omliggende woningen voor wat betreft dit aspect. • Optische verstoring: Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. Vooropgesteld moet worden dat initiatiefnemer voornemens is om ter plekke van onderhavig plangebied een verblijfsgebouw en een facilitair gebouw op te richten. De beoogde activiteiten gericht op persoonlijkheidsontwikkeling worden in hoofdzaak binnen de bebouwing uitgevoerd. Derhalve is geen sprake van optische verstoring. Het nabijgelegen Natura-2000 gebied wordt dan ook niet verstoord. • Verstoring door mechanische effecten: Er is geen sprake van mechanische effecten in de vorm van golfslag, luchtwervelingen etc.
6.6
Flora en fauna Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. In deze wet zijn de onderdelen uit de Europese Habitatrichtlijn en onder meer de Vogelrichtlijn, die de bescherming van soorten betreft, geïmplementeerd. De wet biedt ook het kader voor de bescherming van inheemse dier- en plantensoorten die geen bescherming genieten op grond van de Habitatrichtlijn. Er gelden een aantal verboden ter bescherming van beschermde dier- en plantensoorten. Artikel 1.11 Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
Bestemmingsplan Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
59
M199046.002.001/ASE
Kaart met aanduiding natuurgegevens provincie
Het voornemen is om op de locatie Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg een verblijfsgebouw en een facilitair gebouw op te richten ten behoeve van het Stiltecentrum. Met inachtneming van deze ontwikkeling zijn de in kaart gebrachte natuurgegevens van de Provincie Limburg geraadpleegd. Ter plekke van onderhavig plangebied zelf zijn meerdere soorten fauna waargenomen, namelijk de spotvogel (2007) en de grasmus (2018). Daarnaast is aan de zuid- en westzijde van onderhavig plangebied bosrijk gebied aanwezig. Bovendien zijn in onderhavig plangebied meerdere bomen aanwezig. Quickscan flora- en fauna Bureau Ecoplanning heeft in maart 2023 een quickscan flora- en fauna uitgevoerd. Deze rapportage is bijgevoegd als bijlage 9 (Quickscan flora en fauna Paarloweg 3 Sint Odiliënberg d.d. 26 mei 2023). In die Quickscan zijn ook de eerdere in het plangebied uitgevoerde ecologische onderzoeken meegenomen. In de quickscan flora- en fauna wordt aangegeven dat op basis van het literatuuronderzoek en het veldonderzoek het nodig is om een ontheffing Wnb (artikel 3.10) voor de das (jaarrond beschermd) aan te vragen. Dit is nodig vanwege verstoring van het secundaire leefgebied. De burcht zelf en het primaire fourageergebied wordt niet verstoord. Ten behoeve van het aanvragen van de ontheffing voor de das dient er nog een activiteitenplan te worden opgesteld.
Dit verloopt via het ontheffingsspoor van de Wet natuurbescherming. In die separate procedure en in dat kader wordt nog tijdig een activiteitenplan opgesteld. Voor het overige geldt dat wanneer conform het landschapsplan geen bomen worden gekapt en ook geen nieuwe lichtbronnen buiten de gebouwen worden geplaatst, er geen overtredingen Wet natuurbescherming gaan optreden met betrekking tot de overige flora en fauna, waarvan het functioneel leefgebied het jaarrond is beschermd.
60
Bestemmingsplan Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M199046.002.001/ASE
Voor niet jaarrond beschermde soorten geldt het volgende. Er is potentieel functioneel leefgebied aanwezig van de steenmarter, de hazelworm en diverse broedvogels waarvan het nest is beschermd tijdens het broedseizoen (maart- augustus). De werkzaamheden veroorzaken mogelijk een negatief effect op deze soorten. Dat betekent conform de Wet natuurbescherming (Wnb) het volgende: - Rode eekhoorn Er worden geen bomen gekapt dus een overtreding met de Wnb artikel 3.10 zal niet gaan optreden. -Steenmarter De vrijstellingsperiode Wnb van de steenmarter is in de periode 15 augustus tot en met februari. Vindt de verwijdering van de begroeiing plaats buiten deze periode, dan is er een risico op het overtreden van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb) artikel 3.10. In dat geval is een nader onderzoek naar de aanwezigheid van functioneel leefgebied van de steenmarter nodig. Wanneer de soort wordt vastgesteld, dan is een ontheffing Wnb nodig voor deze soort. - Hazelworm De vrijstellingsperiode Wnb van de hazelworm is in de periode juli tot en met september. Vindt de verwijdering van de begroeiing plaats buiten de vrijstellingsperiode, dan is er een risico op het overtreden van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb) artikel 3.10. In dat geval is een nader onderzoek naar de aanwezigheid van functioneel leefgebied van de hazelworm nodig.
Wanneer de soort wordt vastgesteld, dan is een ontheffing Wnb nodig voor deze soort. - Vogelsoorten nest beschermd in broedseizoen De vrijstellingsperiode voor het verstoren of vernielen van nesten is in de periode september – februari. Vindt een bomenkap plaats tijdens het broedseizoen (maart tot en met augustus), dan is er een risico op het overtreden van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb; artikel 3.1). In dat geval is een check naar de aanwezigheid van bezette nesten broedvogels nodig. Indien uit deze check blijkt dat gebruikte vogelnesten zullen worden verstoord, moet met de kap worden gewacht totdat de vogels zijn uit gebroed. Samenvattend wordt geconcludeerd dat er vanwege de mogelijke aantasting van het secundaire leefgebied van de das, voor aanvang van de werkzaamheden een ontheffing op grond van artikel 3.10 van de Wnb dient te worden aangevraagd. Aangezien de op afstand aanwezige burcht en het primaire fourageergebied niet wordt verstoord; mag worden verwacht dat die ontheffing wordt verleend. Als bij de niet-jaarrond beschermde soorten de noodzakelijke werkzaamheden in de vrijstellingsperiode worden uitgevoerd, dan treedt er geen overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming op.
Op grond van vorenstaande overwegingen wordt geconcludeerd dat regels op grond van de Wet natuurbescherming geen belemmering vormen voor het planvoornemen.
Bestemmingsplan Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
61
M199046.002.001/ASE
6.7
Duurzaamheid Duurzame stedenbouw verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden, landschapsstructuren en landschapselementen. Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op het materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen (levensloopbestendig). Duurzaam bouwen heeft een volwaardige plaats in het ontwerp, het bouwen en beheren van de bebouwing. Tijdens de bouw kan door zuinig om te gaan met bouwmaterialen worden voorkomen dat er onnodig afval ontstaat. Het verblijfsgebouw en het facilitair gebouw worden gebouwd met duurzaam materiaal, waarbij aandacht wordt besteed aan de recyclebaarheid van de bouwmaterialen. Daarnaast wordt de bebouwing gasloos uitgevoerd, goed geïsoleerd en wordt voldaan aan de eisen uit het bouwbesluit. Met betrekking tot de bouwkundige aspecten van onderhavig bouwplan kan worden gewezen op het feit dat deze verder zullen worden uitgewerkt in de aanvraag van de omgevingsvergunning activiteit bouwen.
62
Bestemmingsplan Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M199046.002.001/ASE
7
Uitvoerbaarheid De uitvoerbaarheid van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.
7.1
Grondexploitatie
7.1.1
Algemeen Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel ‘Grondexploitatie’. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van den openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6.2 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden.
7.1.2
Exploitatieplan Afdeling 6.4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld). Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Hoofdregel is dat er een plicht bestaat voor het opstellen van een exploitatieplan.
Onder artikel 6.12, lid 2 Wro wordt hierop echter een aantal uitzonderingsmogelijkheden geboden: • het verhaal van kosten over de in het plan of besluit begrepen kosten is anderszins verzekerd; • het is niet nodig een tijdvak te bepalen waarbinnen de grondexploitatie zal plaatsvinden; • het is niet nodig een fasering op te nemen waarbinnen werken, werkzaamheden en bouwplannen uitgevoerd moeten worden; • het is niet nodig eisen en/of regels omtrent de uitvoering te stellen aan het bouwrijp maken en/of de inrichting van de openbare ruimte en/of de aanleg van nutsvoorzieningen; • het is niet nodig regels te stellen omtrent de uitvoering van de in het bestemmingsplan opgenomen bepalingen omtrent sociale huur en/of koopwoningen, kavels voor particulier opdrachtgeverschap of branches in de detailhandel.
Bestemmingsplan Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
63
M199046.002.001/ASE
De gemeente Roerdalen sluit een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer van het project. Hiermee is het kostenverhaal anderszins geregeld.
7.2
Planschade Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een planontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. De gemeente Roerdalen sluit een planschadeverhaalsovereenkomst met initiatiefnemer. Eventuele tegemoetkomingen in planschade zijn dan ook niet voor rekening van de gemeente Roerdalen.
7.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Initiatiefnemer hecht veel waarde aan communicatie met de omgeving. In het kader van de maatschappelijke uitvoerbaarheid hebben meerdere overlegmomenten met de directe buren en de overige buurtbewoners plaatsgevonden. Initiatiefnemer heeft de omgeving dan ook actief betrokken bij zijn plannen. Onderstaand is een uiteenzetting opgenomen van de overleg- en contactmomenten met de buurtbewoners en de verdere omgeving. Start omgevingsdialoog In februari 2020 heeft een eerste gesprek met direct omwonenden over het initiatief plaatsgevonden. In september 2020 heeft een vervolg bijeenkomst plaatsgehad waarbij alle bewoners van de Paarloweg waren uitgenodigd. Vervolgens zijn de plannen gestagneerd. Als gevolg van het gevoerde proces heeft een landschapsanalyse en een aanpassing van het landschapsplan plaatsgevonden. In 2021 is een nieuw principeverzoek, op basis van de landschapsanalyse, ingediend. Door het college van burgemeester en wethouders is op 26 juli 2022 een principebesluit afgegeven waarop de plannen verder zijn uitgewerkt en het participatietraject is herstart. Bijeenkomst direct aangrenzende omwonenden Op 14 september 2022 heeft in de Roerparel, Schaapsweg 24 te St. Odiliënberg een bijeenkomst voor de direct aangrenzende omwonenden van het plangebied plaatsgevonden. De bijeenkomst had
64
Bestemmingsplan Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M199046.002.001/ASE
als doel om voorliggend plan toe te lichten, vragen te beantwoorden en aandachtspunten van de directe omwonenden op te halen. Het verslag van de bijeenkomst is naar de aanwezige omwonenden verstuurd. Bijeenkomst omwonenden Paarloweg en Frymerson Op 27 september 2022 is een tweede bijeenkomst voor alle omwonenden georganiseerd in de Roerparel, Schaapsweg 24 te St. Odiliënberg. Ook in deze bijeenkomst is voorliggend toegelicht, vragen beantwoord en aandachtspunten opgehaald. Voor deze bijeenkomst zijn, naast de directe omwonenden, ook de omwonenden van de straten Paarloweg en Frymerson uitgenodigd. Het verslag van de bijeenkomst is naar de aanwezige omwonenden verstuurd. Bijeenkomst omwonenden Paarloweg 13 Aangezien de bewoners van de Paarloweg 13 tijdens de bijeenkomst op 27 september 2022 verhinderd waren, is voor hen een extra bijeenkomst georganiseerd op 25 oktober 2022 op het kantoor van bureau Kragten. De bewoners zijn van dezelfde informatie voorzien als die tijdens de bijeenkomst op 27 september 2022 besproken is. Het verslag van de bijeenkomst is naar de bewoners van de Paarloweg 13 toegestuurd.
Bestemmingsplan Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
65
M199046.002.001/ASE
66
Bestemmingsplan Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M199046.002.001/ASE
8
Planstukken Het bestemmingsplan ‘Paarloweg 3, Sint Odiliënberg’ van de gemeente Roerdalen bestaat uit voorliggende toelichting, regels en een verbeelding schaal 1:1000.
8.1
Algemeen Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, worden met de inwerkingtreding van de nieuwe Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket ‘RO Standaarden 2008’ ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende ‘Regeling standaarden ruimtelijke ordening’. Vergelijkbaarheid van bestemmings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012) op drie manieren gerealiseerd: • er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc. Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist; • er is een verplichte ‘analoge verbeelding’ voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan.
Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd; • er is een verplichte ‘digitale verbeelding’ voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website). Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan deze digitaliseringverplichting.
8.2
Toelichting, regels en verbeelding Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderling verband te worden bezien. De regels en de verbeelding zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien op de verbeelding de bestemmingen visueel zijn weergegeven en de regels onder andere het gebruik en de bouwmogelijkheden bij deze bestemmingen geven.
Bestemmingsplan Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
67
M199046.002.001/ASE
8.2.1
Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het bestemmingsplan.
8.2.2
Regels Conform de SVBP2012 dienen de regels van een bestemmingsplan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld, waarbij opgemerkt dient te worden dat niet elk bestemmingsplan alle elementen van navolgende opbouw bevat: -
-
-
-
Hoofdstuk 1: Inleidende regels o Begrippen o Wijze van meten Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels o Bestemmingen o Voorlopige bestemmingen o Uit te werken bestemmingen o Dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3: Algemene regels o Anti-dubbeltelregel o Algemene bouwregels o Algemene gebruiksregels o Algemene aanduidingsregels o Algemene afwijkingssregels o Algemene wijzigingsregels o Verwezelijking in de naaste toekomst o Algemene procedureregels o Overige regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels o Overgangsrecht o Slotregel
De regels van de verschillende bestemmingen worden als volgt opgebouwd, waarbij eveneens geldt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten: - Bestemmingsomschrijving - Bouwregels - Nadere eisen - Afwijken van de bouwregels - Specifieke gebruiksregels - Afwijken van de gebruiksregels - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden - Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk - Wijzigingsbevoegdheid
68
Bestemmingsplan Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M199046.002.001/ASE
Vorenstaande gestandaardiseerde opbouw is gehanteerd bij het opstellen van de regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan. De inhoud van de regels is gebaseerd op het ‘Handboek Ruimtelijke Plannen en Besluiten’ van de gemeente Roerdalen, in combinatie met de regels behorende bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen – 2e herziening’ (het ‘moederplan’). Vanwege de specifieke situatie van voorliggende planontwikkeling is een aantal regels afwijkend c.q. aanvullend op de door de gemeente gehanteerde standaarden. 8.2.3
Verbeelding De ‘vroegere’ plankaart wordt in het kader van het huidige planologische regime aangeduid als ‘verbeelding’. Op een verbeelding wordt de grens van het plangebied weergegeven waarbinnen onder meer de verschillende (dubbel)bestemmingen, bouwvlakken en bouw-/functie/maatvoeringsaanduidingen (en de ligging daarvan) visueel zijn weergegeven. De verbeelding met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan is ingetekend op schaal 1:1000. Verder voorziet bijbehorende verbeelding in de naam van voorliggend bestemmingsplan en een tekeningnummer. Dit zijn verplichtingen in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen.
Bestemmingsplan Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
69
M199046.002.001/ASE
70
Bestemmingsplan Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M199046.002.001/ASE
9
Vooroverleg, inspraak en formele procedure
9.1
Inleiding De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerp bestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.
9.2
Vooroverleg Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen andere betrokken overheden en overheidsdiensten (wettelijke adviseurs). Daarbij moet worden gedacht aan naburige gemeenten, het waterschap, en de diensten van het Rijk en de provincie. Overleg met het waterschap is altijd verplicht, terwijl het tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoort om te beoordelen of overleg met de desbetreffende diensten van het Rijk en de provincie nodig is. Artikel 3:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van overeenkomstige toepassing. De bedoeling van dit vooroverleg is voornamelijk om de opstellers van het plan tijdig de mogelijkheid te geven het plan desgewenst aan opmerkingen van andere overheden aan te passen. De provincie Limburg heeft op 15 november 2023 een vooroverlegreactie gestuurd. Die overlegreactie gaat in op de landschappelijke inpassing en positionering van de gebouwen en op de ligging nabij en deels in een stiltegebied. 1.
Landschappelijke inpassing De Provincie Limburg wijst op de Omgevingsverordening 2021 waarin wordt aangegeven dat gemeenten een motiveringsplicht hebben om in de toelichting op nieuwe omgevingsplannen of omgevingsplanactiviteiten in de groenblauwe mantel en in het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg aan te geven hoe met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten in de betreffende gebieden wordt omgegaan. Verwerking: In paragraaf 4.2.3 van voorliggende toelichting en de ‘Gebiedsanalyse hoeve ’t Hemke Paarlo’ (bijlage 2) en de ‘Toelichting Landschapsplan Paarloweg 3 Sint Odiliënberg’ (bijlage 3) worden de kernkwaliteiten nader beschouwd. Tevens is in paragraaf 4.2.6 van de toelichting ingegaan op het Landschapskader Noord- en Midden Limburg. Voor wat betreft het materiaalgebruik en de kleurstelling van de gebouwen is van belang dat de
Bestemmingsplan Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
71
M199046.002.001/ASE
projectlocatie in een welstandsvrij gebied ligt. In dat kader ligt er vanuit planologisch oogpunt geen verdere motiveringsplicht op die onderdelen. Verder geeft de provincie aan dat het planvoornemen detonerend zou zijn voor het huidige landschap en het planvoornemen geen verbetering betekent ten opzichte van de feitelijke situatie. Verwerking: De provincie miskent op dit vlak de mogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan en de vergelijking die in het kader van de goede ruimtelijke ordening gemaakt moet worden. De provincie verzuimt ten onrechte een vergelijking te maken tussen de bestaande feitelijke situatie en de voorgenomen ontwikkeling. Ze gaat daarbij volledig voorbij aan het feit dat de beoogde ontwikkeling een verbetering creëert ten opzichte van de huidige planologische situatie waarbij een volwaardig agrarisch bedrijf met ruime uitbreidingsmogelijkheden kan worden geëxploiteerd. Dit is nader toegelicht in paragraaf 2.4 (ruimtelijke effecten) van onderhavige toelichting. In het planvoornemen is de op te richten bebouwing door de gemeente begrensd. Daarmee wordt het provinciale belang gediend. 2. Stiltegebieden Aangegeven wordt dat de locatie nabij en deels in een stiltegebied ligt. Om die redenen is het verboden om evenementen te organiseren.
Ook worden er zorgen geuit over hoe het voorliggende plan in de bouw en de gebruiksfase van invloed is op het stiltegebied. Hierop dient een doorkijk te worden gegeven naar de Provinciale omgevingsverordening 2021. Verwerking: Het verbod op het houden van evenementen is in de planregels verwerkt in de gebruiksregels (artikel 3.3.1, sub g). Verder is in paragraaf 4.2.2 (onderdeel: ‘Stiltegebieden’) nader ingegaan op de geluidsuitstraling gedurende de bouw- en de gebruiksfase dit in relatie tot de Provinciale omgevingsverordening 2021.
9.3
Inspraak Ingevolge artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt. Ook is in voornoemd artikel bepaald dat het voornemen tot het voorbereiden van een bestemmingsplan, waarbij geen MER wordt opgesteld, dient te worden gepubliceerd conform artikel 3:12, lid 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht en langs elektronische weg. De gemeente Roerdalen heeft kenbaar gemaakt dat zij, alvorens de formele bestemmingsplanprocedure op te zullen starten geen voorontwerp van voorliggend bestemmingsplan ter inzage zullen leggen.
72
Bestemmingsplan Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M199046.002.001/ASE
9.4
Formele procedure
9.4.1
Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. 2.
3. 4. 5.
6. 7.
9.4.2
Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Zienswijzen Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft vanaf 20 december 2023 tot en met 30 januari 2024 voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn 389 zienswijzen ingekomen. Ten aanzien van deze zienswijzen heeft het college van burgemeester en wethouders een beantwoording geformuleerd in Nota van Zienswijzen ‘Bestemmingsplan ‘Paarloweg 3 Sint Odiliënberg’’ De zienswijzennota is toegevoegd als bijlage 15. Deze zienswijzennota wordt samen met het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan voorgelegd aan de gemeenteraad ter vaststelling. Op [datum] is het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld.
Bestemmingsplan Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
73
M199046.002.001/ASE
10
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.
Brief gemeente Roerdalen d.d. 23 juli 2019 (kenmerk: Z19-008721); Gebiedsanalyse d.d. 02-05-2024 (Kragten, rapportnummer: MVU004-0001); Landschapsplan d.d. 25 mei 2023 (Pouderoyen Tonnaer, rapportnummer: 040-066); Advies Omgevingscommissie MER d.d. 23 maart 2023; Verkennend bodem- en asbestonderzoek d.d. 14 mei 2020 (Aelmans ECO B.V., rapportnummer: E200895.008/HWO); 6. Berekeningen geurbelasting en fijnstof (Aelmans ROM B.V.) 7. Archeologisch onderzoek d.d. 26 maart 2020 (ArcheoPro, rapportnummer: 20-001); 8. Memo stikstofberekeningen d.d. 20 april 2023 (Aelmans ROM B.V.); 9. Quickscan flora en fauna d.d. 26 mei 2023 (Ecoplanning, rapportnummer: 23RQ009). 10. Beschrijving gebruik en activiteiten woongroep ‘International Ladies Organization’; 11. Schetstekeningen beoogde bebouwing d.d. 6 mei 2024 (dhr. Schweitzer); 12. Brief gemeente Roerdalen d.d. 9 augustus 2022 (kenmerk: Z21-025549); 13. Visual Streetview bureau Kragten; 14. Aanvullende notitie Aelmans Milieu d.d. 3 mei 2024 (kenmerk: AMO240200); 15. Nota van Zienswijzen d.d. ……………………………
74
Bestemmingsplan Paarloweg 3 te Sint Odiliënberg Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV