Bijlage 1: Toelichting, regels en verbeelding bestemmingsplan 't Binnenhaof Melick
Tekst van het document
44004451.20550
38
Wel geldt ten aanzien van archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalvondsten. Als tijdens werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht in art. 5.10 van de Erfgoedwet 2016) direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en de gemeente Roerdalen. Vervolgens zal bepaald worden of en zo ja, welke aanvullende maatregelen getroffen worden
figuur 4.3: oppervlakte bebouwing binnen dubbelbestemmingen Gemeente Roerdalen bereidt een actualisatie van haar archeologiebeleid voor en van een (ontwerp)bestemmingsplan waarin dat beleid juridisch-planologisch wordt vertaald. Op de actualisatie van de Archeologische waarden- en verwachtingenkaart is het plangebied hoofdzakelijk aangeduid als een gebied met een archeologisch verwachting van categorie 4, waarin bij bouw en aanlegwerkzaamheden groter dan 2.500 m² en dieper dan 40 cm onder maaiveld archeologisch onderzoek nodig. De inrit aan de Dorpsstraat ligt in een gebied met een archeologisch verwachting van categorie 4 waarin bij bouw- en aanlegwerkzaamheden groter dan respectievelijk 250 m² en 1.000 m² en dieper dan 40 cm onder maaiveld archeologisch onderzoek nodig is. Conclusie Zowel in het kader van het geldend archeologiebeleid als in het kader van het nieuwe archeologiebeleid dat door de gemeente Roerdalen in voorbereiding is, is geen archeologisch onderzoek nodig en is het omgevingsaspect archeologie geen belemmering voor het plan. Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
39
4.4
Cultuurhistorie
Toetsingskader Cultuurhistorische waarden kunnen betrekking hebben op bebouwde cultuurhistorie (monumenten), cultuurhistorische landschappen en archeologische waarden van een gebied. Op basis van provinciaal kaartmateriaal is bepaald welke cultuurhistorische waarden of elementen binnen of in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn. Toetsing Uit de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg blijkt dat binnen het plangebied geen cultuurhistorische waarden zijn. Direct ten zuiden van het plangebied loopt de Dorpsstraat die op de cultuurhistorische waardenkaart is aangeduid als een cultuurhistorisch element, namelijk als een 'weg ouder dan 1806'. De Dorpsstraat kenmerkt zich door haar historische bebouwing. Aan de overkant van de weg zijn Dorpsstraat 78, 80 en 82 aangewezen als gemeentelijk monument. Het gaat om boerderijen uit de periode 1890 tot 1930.
figuur 4.4: uitsnede cultuurhistorische waardenkaart provincie Limburg Conclusie Het plan heeft geen invloed op de cultuurhistorische waarden in de omgeving. Het omgevingsaspect cultuurhistorie is geen belemmering voor het plan.
4.5
Water
Toetsingskader In artikel 3.1.6, lid 1 onder b van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. Bij ruimtelijke plannen geldt vanaf 1 november 2003 de wettelijke verplichting van een waterparagraaf/watertoets. De watertoets is één van de pijlers van het Waterbeleid voor de 21e eeuw, waarin aan water een meesturende rol in de ruimtelijke ordening is toegekend. Met de watertoets wordt beoogd waterbeheerders vroegtijdig in het ruimtelijke ordeningsproces te betrekken.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
40
De watertoets betreft het hele proces van informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van een waterparagraaf is een samenhangend beeld te geven van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met duurzaam waterbeheer en de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het voorkomen van negatieve effecten op de waterhuishouding staat bij de watertoets voorop. Dan pas komen inrichtingsmaatregelen en compensatie in beeld. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Limburg. Het waterschap hanteert als centraal uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen dat deze ontwikkelingen hydrologisch neutraal moeten zijn: het regenwater mag het gebied niet sneller mag verlaten dan het geval is voor aanvang van de ontwikkeling. Waterschap Limburg is het bevoegd gezag voor het afkoppelen van regenwater. Het beleid van het waterschap is opgenomen in de Keur.
De kernpunten uit het beleid van Waterschap Limburg zijn: meenemen waterbelangen uit de WaterATLAS; in bestaand stedelijk gebied respectievelijk nieuwbouwlocaties steven naar 100% afkoppeling van het verharde oppervlak; wateropgave oplossen binnen het plangebied; voorkeursvolgorde waterkwantiteit: hergebruik, vasthouden (infiltratie), bergen, afvoeren; voorkeursvolgorde waterkwaliteit: schoonhouden, scheiden, zuiveren; verantwoord afkoppelen (toepassen voorkeurstabel brochure 'Regenwater schoon naar beek en bodem'); infiltratie en bergingsvoorzieningen dimensioneren op een bui-intensiteit van T=25 jaar met 35 mm; een bui-intensiteit van T=100 jaar in beschouwing nemen uitgaande van een bui van 45 mm; rekening houden met hoogteverschillen in de omgeving; rekening houden met 100 millimeter regenwaterberging als streefwaarde. Watertoets Waterkwantiteit De oppervlakte van het plangebied is 2.932 m². In de huidige situatie is het plangebied onbebouwd, nadat recent twee opstallen met een totale oppervlakte van circa 770 m² zijn gesloopt. De rest van het terrein is in gebruik als weiland (circa 1.060 m²) of is deels verhard. De totale oppervlakte verhard terrein is nu 1.872 m². Bij de ontwikkeling van het woonzorgcomplex wordt het hemelwater afgekoppeld, op eigen terrein opgevangen en in de bodem geïnfiltreerd.
Uit een indicatief doorlatendheidsonderzoek (zie bijlage 2) blijkt dat de bodem, met inachtneming van plaatselijke grondverbetering, geschikt is voor infiltratie. Het hemelwater kan dan ook via infiltratiekratten of wadi's worden geïnfiltreerd op eigen terrein. De exacte dimensionering en positionering van deze hemelwatervoorzieningen (infiltratiekratten en wadi's) worden nader bepaald bij de uitvoering van het project, op basis van de volgende uitgangspunten: 100% afkoppelen van het verhard oppervlak. de wateropgave baseren op 2.287 m² verhard dak- en wegoppervlak. de bergingplicht dimensioneren op 100 mm per etmaal. een neerslaggebeurtenis met een herhalingstermijn van T=100 jaar mag niet tot overlast leiden. de aanlegdiepte van eventuele infiltratievoorzieningen dient hoger te liggen dan de GHG. afvoercapaciteit naar oppervlaktewater van 1/l/s/ha. Aan de hand van een afwateringsplan is beoordeeld of dit bestemmingsplan uit het oogpunt van het omgevingsaspect water uitvoerbaar is, rekening houdend met bovenstaande uitgangspunten. Dit afwateringsplan is als bijlage 3 bij deze toelichting opgenomen.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
41
De totale oppervlakte aan verharding bedraagt 1.940 m². Omdat de halfopen verharding van de parkeerplaatsen (285 m²) voor slechts 80% hoeft worden geteld, is de berekeningsoppervlakte voor de hemelwaterbergingsopgave 1.883 m². Gerekend met een bui van 40 mm is de hemelwaterbergingsopgave: 1.883 m² x 0,04 m = 75 m³ De hemelwaterbergingsopgave wordt ingevuld door middel van een wadi naast het woonzorgcomplex met een inhoud van 15 m³ Het overige hemelwater (60 m³) kan door middel van een ondergrondse berging c.q. infiltratiesysteem worden geborgen, naar verwachting onder de parkeerplaatsen. In het plangebied is voldoende ruimte voor dit systeem. Buien groter dan 40 mm storten via een kolk bovengronds over op het DWA-riool richting de Dorpsstraat. De exacte dimensionering en positionering van deze hemelwatervoorziening (infiltratiekratten en wadi's) worden nader bepaald bij de uitvoering van het project, op basis van bovenstaande uitgangspunten. Afvalwater Het afvalwater zal op eigen terrein onder de nieuwe doorsteek naar de Marktstraat worden afgevoerd en worden aangesloten op het bestaande rioolnetwerk. Riolering De riolering (HWA en DWA) wordt aangesloten op de riolering in de Dorpstraat. De riolering in de Dorpstraat wordt komende zomer vervangen. Eventueel kunnen al uitleggers richting de inrit aan de Dorpsstraat gelegd worden waar op aangesloten kan worden.
Situatietekening DWA en HWA
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
42
4.6
Bodem
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet bij een bestemmingsplan, dat nieuwe bouwmogelijkheden of een nieuwe functies mogelijk maakt, een bodemonderzoek plaatsvinden en moet daarmee de bodem- en grondwaterkwaliteit in voldoende mate worden vastgesteld. Uitgangspunt hierbij is dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater geschikt is voor de voorgenomen functie. Beoordeling plan Voor dit bestemmingsplan is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd. Zintuiglijk zijn vanaf het maaiveld tot 0,4 m-mv heterogene bijmengingen aangetroffen met puin. Tevens is plaatselijk een volledig puinlaag aangetroffen. Dit materiaal betreft geen bodem (minder dan 50% bodemvreemd materiaal). Uit de analyseresultaten blijkt dat de puinhoudende bovengrond licht verontreinigd is met kobalt. De zintuiglijk schone grond onder het pand blijkt licht verontreinigd te zijn met cadmium, kobalt, lood en zink. Verder blijkt de grond niet verontreinigd te zijn met de onderzochte parameters. Gelet op de hoogte van de aangetoonde gehalten wordt nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Het grondwater is in verband met de diepte (7,6 m-mv) conform de NEN 5740 niet onderzocht. Het gehalte aan PFAS van de gehele locatie is niet verhoogd ten opzichte van de risicogrenswaarden.
Op basis van een indicatieve toetsing blijkt dat zowel de boven- als de ondergrond voldoet aan de landelijke toepassingsnormen voor functieklasse “landbouw/natuur”. Zintuiglijk is zowel op het maaiveld als in de grond geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Plaatselijk is een uiterst puinhoudende laag aangetroffen. Deze laag is aangetroffen vanaf het maaiveld tot 0,25 m-mv. De gemiddelde dikte wordt geraamd op 0,2 m. In de uiterst puinhoudende grond is asbest aangetoond met een indicatief gewogen gehalte van 19 mg/kg d.s. Gelet op de hoogte van het aangetoonde gehalte wordt nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. In de overige grondmengmonsters is analytisch geen asbest aangetoond. In de volledige puinlaag ter plaatse van boring 08 is een indicatief gewogen asbestgehalte aangetoond van 10 mg/kg d.s. Gelet op de hoogte van het aangetoonde gehalte wordt nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Conclusie Het omgevingsaspect bodem is geen belemmering voor het plan.
4.7
Geluid
Toetsingskader Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van een geluidgevoelig object moet worden getoetst aan de Wet geluidhinder (Wgh). In de Wgh is bepaald hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. Toetsing wegverkeerslawaai In dit plan worden nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk gemaakt binnen de geluidzone van de Genhofweg. Deze weg is echter niet akoestisch relevant, omdat deze alleen is opengesteld voor bestemmingsverkeer. De geluidbelasting vanwege deze weg hoeft dan ook niet nader worden onderzocht.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
43
Het plangebied ligt ook in de nabijheid van de 30 km/uur-wegen Dorpsstraat, Marktstraat, Sint Servaaslaan en Graaf van Gelrestraat. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening en met het oog op de waarborging van een goed akoestisch woon- en leefklimaat is de geluidbelasting ten gevolge van deze wegen onderzocht. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 4 aan onderhavige toelichting gehecht. Voor de 30 km/uur wegen geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de richtwaarde van 48 dB op geen enkele gevel van het woon-zorgcomplex overschrijdt. Bovendien kan voor 30 km/uur wegen geen hogere waarde worden verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn. Derhalve is een procedure hogere waarde ten gevolge van wegverkeerslawaai niet aan de orde. Toetsing Industrielawaai Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen de geluidzone van industrieterrein Roerstreek (zie paragraaf 1.3). Conform de opgave van de gemeente Roermond bedraagt de geluidbelasting vanwege dit industrieterrein hier 44 dB(A). Omdat dit ruim lager is dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A), hoeft in dit geval geen hogere grenswaarde vastgesteld te worden. Conclusie Gelet op het voorgaande vormt het omgevingsaspect geluid geen belemmering voor (de uitvoerbaarheid van) het plan.
4.8
Externe veiligheid
Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. Bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor (beperkt) kwetsbare objecten (zoals woningen) dient het aspect externe veiligheid meegewogen te worden. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is het begrip beperkt kwetsbaar object gedefinieerd. Nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten moeten buiten de risicocontour van bestaande risicobronnen (inrichtingen, transport gevaarlijke stoffen, luchthavens) gerealiseerd te worden. Wanneer er sprake is van een situatie waarin externe veiligheid een rol speelt en waarin de overheid als bevoegd gezag een beslissing dient te nemen, moet beoordeeld worden of de situatie niet in strijd is met de grenswaarden voor het plaatsgebonden risico en dient het groepsrisico te worden verantwoord. De 'verantwoording van groepsrisico' is ingevoerd met de inwerkingtreding van het Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen).
Kort gezegd komt het er op neer dat het bevoegd gezag verantwoording aflegt over het groepsrisico en de maatregelen die getroffen zijn om dat risico zoveel mogelijk te beperken. Dit onderzoek beschrijft derhalve vanuit de risicobronnen de consequenties voor het bestemmingsplan.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
44
Persoonsgebonden risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6 per jaar) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6 per jaar) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten'. Het PR kan worden weergegeven door een lijn op een kaart die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt (zogeheten risicocontour). Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een groep mensen tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Dat risico laat zich niet in de vorm van een risicocontour op een kaart weergeven, maar kan wel worden vertaald in een dichtheid van personen per hectare. Voor het groepsrisico geldt in bepaalde gevallen een verantwoordingsplicht. Toetsing Op basis van de Professionele Risicokaart is beoordeeld of er zich in de nabijheid van het plangebied risicobronnen bevinden (zie figuur 4.5).
Daarbij is bekeken of er in de nabijheid van het projectgebied risicovolle inrichtingen aanwezig zijn, of er wellicht transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (wegen, spoorwegen, vaarwegen of buisleidingen) in de nabijheid gelegen zijn en of dat het plangebied gelegen is binnen een zone waarbinnen het risico op een luchtvaartongeval verhoogd is. Geen van dergelijke risicobronnen zijn in de nabijheid van het plangebied aanwezig.
figuur 4.5: uitsnede Professionele Risicokaart Nederland Conclusie Het omgevingsaspect externe veiligheid is geen belemmering voor (de uitvoerbaarheid van) het plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
45
4.9
Luchtkwaliteit
Toetsingskader Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. Daarin zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd in welke gevallen de luchtkwaliteitseisen geen belemmering vormen voor een nieuwe ontwikkeling. Dit is het geval wanneer: een ontwikkeling niet leidt tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit; ten gevolge van een ontwikkeling de concentraties van de betreffende stoffen verbeteren of ten minste gelijk blijven; een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties van desbetreffende stoffen in de buitenlucht; een ontwikkeling past binnen een vastgesteld programma (zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit). De uitwerking van het begrip 'niet in betekenende mate' staat in het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)'. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als 'niet in betekenende mate' worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven.
Er is volgens deze regeling geen onderzoek nodig voor 'woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat'. Het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) is gericht op mensen die verhoogd gevoelig zijn voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). In het besluit is geregeld dat wanneer een gevoelige bestemming binnen een onderzoekszone van een Rijks- of provinciale weg wordt gevestigd of uitgebreid, een luchtkwaliteitsonderzoek nodig is. Gevoelige bestemmingen zijn functies waarbinnen kinderen, ouderen en zieken verblijven, zoals scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Een woning of ziekenhuis is geen gevoelige bestemming conform het besluit. De onderzoekszone van een rijksweg betreft 300 meter aan beide zijden van de weg, gemeten vanaf de rand van de weg. Voor een provinciale weg geldt hetzelfde, maar dan een zone van 50 meter. Naast toetsing aan de Wet luchtkwaliteit' en het Besluit gevoelige bestemmingen dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Deze verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg, of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. In het algemeen is het verstandig om terughoudend te zijn met de vestiging van gevoelige bestemmingen nabij drukke (snel)wegen. De Gezondheidsraad concludeert dat ook bij concentraties beneden de grenswaarden gezondheidsschade kan optreden. Toetsing Met de realisatie van een woonzorgcomplex met 22 appartementen voor ouderen is in dit geval sprake van een plan dat 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Binnen het plangebied wordt een gevoelige bestemming als bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. Echter, omdat binnen 300 meter van het plangebied geen rijksweg ligt en binnen 50 meter geen provinciale weg, is ook vanwege het Besluit gevoelige bestemmingen geen luchtkwaliteitonderzoek noodzakelijk.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
46
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied bepaald met de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Met behulp van de monitoringstool kan inzicht worden gekregen in de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wet milieubeheer. Uit de monitoringstool volgt dat ten westen van het plangebied - ter plaatse van het rekenpunt aan de Heinsbergerweg de jaargemiddelde concentraties van NO2 en PM10 ruimschoots onder de grenswaarde van 40 µg/m³ liggen. Het aantal dagen per jaar dat de etmaalgemiddelde concentratie van PM10 groter is dan 50 µg/m³ ligt eveneens ruimschoots onder de grenswaarde van 35 dagen per jaar. De grenswaarde van 25 µg/m³ als jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 wordt ook niet overschreden. Uit de monitoringstool blijkt dan ook dat de concentraties NO2 en PM10 ter plaatse van het plangebied ruim onder de grenswaarden van de Wet luchtkwaliteit liggen: plaatse van het plangebied is uit het oogpunt van luchtkwaliteit sprake van een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Het omgevingsaspect luchtkwaliteit is geen belemmering voor (de uitvoerbaarheid van) het plan.
4.10
Ecologie
Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezige natuurwaarden in en om het besluitgebied. Voordat ontwikkelingen mogen plaatsvinden, moet worden aangetoond dat in het kader van de huidige natuurwet- en regelgeving van een negatief effect geen sprake is dan wel dat daarvoor een vergunning of ontheffing kan worden verkregen.
figuur 4.6: natuurgebieden in de omgeving van het plangebied Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland (Goudgroene natuurzone / Zone natuurbeek). Het gebiedstype 'Zone Natuurbeek' ligt op een afstand van circa 175 meter van het plangebied. Door deze afstand zijn er geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen en kernkwaliteiten van dit gebied te verwachten.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
47
Het plangebied ligt op circa 750 meter van het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Roerdal’. Omdat significant negatieve effecten door stikstofdepositie als gevolg van dit plan niet kunnen worden uitgesloten, zijn stikstofdepositieberekeningen uitgevoerd, zowel voor de gebruiksfase (zie bijlage 5.) als voor de realisatiefase (zie bijlage 6). In een notitie bij deze berekeningen worden de resultaten ervan nader toegelicht (zie bijlage 7) Via de AERIUS-calculator is berekend in hoeverre het initiatief voor wat betreft de gebruiks- en realisatiefase invloed heeft op dit Natura 2000-gebied en andere verder weg gelegen gebieden inclusief de dichtstbijzijnde binnen 25 kilometer van het plangebied in het buitenland. Uit de berekeningen volgt dat geen sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De AERIUS-berekeningen hebben aangetoond dat de stikstofdepositie gelijk is aan 0,00 mol N/ha/jaar. Op basis hiervan hoeft geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd of verder onderzoek naar de stikstofdepositie uitgevoerd te worden. Soortenbescherming Het plangebied is in de huidige situatie onbebouwd, nadat recent twee opstallen (een open machineloods en een paardenstal) zijn gesloopt. Hiervoor is een sloopmelding ingediend. De gronden liggen in de huidige situatie voor een groot gedeelte braak (zie figuur 4.7).
figuur 4.7: luchtfoto huidige situatie zonder bebouwing Voor het overige bestaat het plangebied uit een weiland en erfverharding. Er zijn geen groene elementen, met uitzondering van het gras in het weiland. Het ontbreekt hierdoor aan geschikte habitats voor (beschermde) plant- en diersoorten en het is daardoor niet aannemelijk is dat er (beschermde) plant- en diersoorten aanwezig zijn dan wel verstoord worden. Vanwege het ontbreken van vegetatie is het plangebied ook geen geschikt foerageergebied. Een quickscan naar de mogelijke aanwezigheid van (beschermde) plant- en diersoort of daarvoor geschikt leef- of foerageergebied is voor dit plan niet nodig.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
48
Wel geldt voor alle plant- en diersoorten en voor alle natuurgebieden altijd de algemene zorgplicht. De zorgplicht is als een open norm geformuleerd in het eerste lid van artikel 1.11 Wnb. In het tweede lid wordt de zorgplicht geconcretiseerd door te bepalen dat de zorgplicht in elk geval inhoudt dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: 1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, 2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of 3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Conclusie Er is geen sprake van beschermde gebieden in het plangebied of in de directe nabijheid ervan. Er is ook geen sprake van stikstofdepositie als gevolg van het plan op Natura 2000-gebied. In het plangebied worden geen (beschermde) plant- en diersoorten verwacht. Met inachtneming van de algemene zorgplicht is het omgevingsaspect ecologie daarom geen belemmering voor (de uitvoerbaarheid van) het plan.
4.11
Verkeer en parkeren
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden onderzocht welk effect een plan heeft op de verkeersafwikkeling, de verkeersveiligheid en de parkeerbalans. Voor dit plan is daarom een verkeers- en parkeeronderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 8 bij deze toelichting gevoegd. Toetsing parkeren De parkeerbehoefte wordt berekend aan de hand van de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen', omdat de gemeente Roerdalen niet over een eigen parkeernorm beschikt. De gemeente Roerdalen en het centrum van Melick kunnen in de zin van de CROW-publicatie worden gecategoriseerd als 'niet stedelijke omgeving'. De parkeerbehoefte conform de parkeernormen die dit gebiedstype horen, moet volgens de CROW-publicatie in eerste instantie worden ingevuld op eigen terrein. De parkeerkencijfers van de CROW-publicatie voor een woon- en verzorgingshuis gaan uit van 0,5 tot 0,7 parkeerplaatsen per wooneenheid, ongeacht of het een één of tweepersoonskamer betreft. Op basis hiervan zijn 11 tot 15,4 parkeerplaatsen (22 wooneenheden x 0,5 tot 0,7 parkeerplaatsen per wooneenheid) noodzakelijk voor het woonzorgcomplex. Het aandeel bezoekers wordt volgens de CROW-publicatie geschat op 60%.
Dit wil zeggen dat minimaal 7 en maximaal 10 parkeerplaatsen openbaar toegankelijk moeten zijn voor bezoekers die hun auto willen parkeren. Binnen het plangebied wordt in 19 parkeerplaatsen voorzien, zodat ruimschoots wordt voldaan aan de norm. De totale parkeerbalans in de omgeving gaat er hiermee op vooruit.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
49
figuur 4.8: inrichting parkeerplaatsen
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
50
Toetsing verkeer Het plangebied wordt ingericht als een eenrichtingserftoegangsweg die wordt verbonden met Marktstraat in het westen. Het woonzorgcomplex leidt volgens de CROW-publicatie slechts tot een beperkte verkeersgeneratie: circa 66 verkeersbewegingen per dag van of naar het plangebied. De totale verkeersintensiteiten in de directe omgeving lopen hierdoor beperkt op tot ongeveer 3.166 verkeersbewegingen per dag, wat binnen de normen valt van een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom. Deze waarde overschrijdt weliswaar de streefwaarde van 3.000 voertuigen per dag maar gelet op de beperkte toename wordt niet verwacht dat er door deze planontwikkeling problemen ontstaan ten aanzien van de bereikbaarheid en leefbaarheid op de toeleidende weg. Conclusie De conclusie is dat voorliggend plan haalbaar is op het gebied van verkeer en parkeren.
4.12
Kabels, leidingen en straalpaden
Binnen en in de nabijheid van het plangebied zijn geen planologisch beschermde kabels, leidingen of straalpaden aanwezig die tot belemmeringen in het plangebied leiden. Het aspect kabels, leidingen en straalpaden vormt dan ook geen belemmering voor onderhavig plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
51
Hoofdstuk 5
5.1
Juridische aspecten
Planvorm
Het bestemmingsplan 'Woonzorgcomplex Dorpsstraat 63 Melick' is een bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels, en gaat vergezeld van een toelichting. Onderhavig document vormt de toelichting bij het bestemmingsplan 'Woonzorgcomplex Dorpsstraat 63 Melick'. Dit bestemmingsplan heeft een uniek en eigen identificatienummer, namelijk NL.IMRO.1669.BPMLK202DORPSST63C-OW01. Het bestemmingsplan 'Woonzorgcomplex Dorpsstraat 63 Melick' bestaat uit een verbeelding met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is deze toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.
5.2
Toelichting op de verbeelding
In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen omdat de manier van raadplegen verschillend is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.
5.3
Toelichting op de regels
5.3.1 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Artikel 1 bevat een uitleg van de begrippen die in de planregels voorkomen. Artikel 2 bepaalt de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Door het geven van begripsomschrijvingen en aanwijzingen voor het meten wordt de interpretatievrijheid verkleind en daardoor de duidelijkheid en rechtszekerheid vergroot. 5.3.2 Bestemmingsregels In hoofdstuk 2 worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en voor welke doeleinden de in die bestemmingen opgenomen gronden en gebouwen mogen worden gebruikt. Daarnaast zijn per bestemming de bebouwingsmogelijkheden vermeld.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
52
Artikel 3 Groen De bestemming Groen is opgenomen aan weerszijden van de langzaamverkeersroute van het plangebied naar de Dorpsstraat. Mede hierdoor is het planologisch onmogelijk een inrit voor gemotoriseerd verkeer te realiseren. Artikel 4 Tuin Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de gezamenlijke tuin rondom het toekomstige hoofdgebouw. Artikel 5 Verkeer De doodlopende erftoegangsweg, (eigen) parkeerplaatsen en de langzaamverkeersroute zijn ondergebracht in de bestemming Verkeer. Het is niet toegestaan bebouwing op te richten in deze bestemming, met uitzondering binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - bijgebouwen', voor de realisatie van een stalling voor fietsen, scootmobielen en/of afvalcontainers. Artikel 5 Wonen In lijn met de gemeentelijke 'Gedragslijn wonen en zorg in het bestemmingsplan', vastgesteld door B&W van gemeente Roerdalen, is voor dit planvoornemen de bestemming “Wonen” met aanduiding 'zorgwonen' opgenomen. Deze bestemmingswijze wordt gehanteerd voor woningen of gebouwen waarin mensen zelfstandig hun woning huren of kopen, en daarnaast een vorm van zorg inhuren/verkrijgen. Met de aanduiding 'zorgwonen' wordt aan de bestemming een specifieke functie aangewezen, omdat deze woningen specifiek voor mensen die vanwege hun leeftijd, gezondheid of beperkingen aangewezen zijn op (enige) zorg en ondersteuning.
Deze woningen tellen mee in de woningvoorraad maar zijn uitsluitend beschikbaar voor een specifieke doelgroep. Voor het overige is wat betreft bouw- en gebruiksregels aangesloten bij de bestemmingsplanregels zoals deze in het bestemmingsplan '1e herziening Kernen Roerdalen' zijn opgenomen. Artikel 6, 7 en 8 Waarde - Archeologie (4, 5 en 7) De voor 'Waarde - Archeologie 4, 5 en 7' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. In paragraaf 4.1 is hier nader op ingegaan. 5.3.3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Dit hoofdstuk bevat een aantal algemene regels die gelden voor het hele plangebied. Het betreft de anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, algemene aanduidingsregels (waaronder regels t.b.v. de industriële geluidzone, de roerdalslenk en een aanduiding voor het bouwen van bijgebouwen t.b.v. stallingsruimte) algemene procedureregels en overige regels. 5.3.4 Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregel van het bestemmingsplan. In de overgangsregels is het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik geregeld. In de slotregel is bepaald onder welke titel het plan kan worden aangehaald.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
53
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid
Inleiding
Naast het toetsen van het planvoornemen aan diverse milieu- en veiligheidsaspecten dient ook getoetst te worden aan de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Hierbij wordt gekeken naar de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.2
Economische haalbaarheid
6.2.1 Kostenverhaal Het exploitatieplan biedt de grondslag voor het publiekrechtelijk kostenverhaal. In artikel 6.12 lid 1 en 2 van de Wro is bepaald in welke situatie een exploitatieplan moet worden gemaakt. In artikel 6.2.1 Bro zijn de bouwplannen aangewezen waarvoor de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen. Een exploitatieplan wordt gelijktijdig vastgesteld met het ruimtelijk plan - in dit geval een bestemmingsplan of besluit waarop het betrekking heeft. In de Wro en het Bro is tevens bepaald in welke gevallen kan worden afgezien van het van het vaststellen van een exploitatieplan. 6.2.2 Anterieure overeenkomst De gemeenteraad kan besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen indien er geen verhaalbare kosten zijn als bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen b tot en met f Bro, of indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Tussen de gemeente Roerdalen en initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. Door middel van deze anterieure overeenkomst is het kostenverhaal (anderszins) verzekerd. Het plan is derhalve economisch uitvoerbaar en een exploitatieplan is niet noodzakelijk.
6.2.3 Planschade Op grond van artikel 6.1 Wro kennen burgemeester en wethouders degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden ten gevolge van onder meer een wijziging van het bestemmingsplan, op aanvraag een tegemoetkoming in die schade toe. Daarbij geldt dat het moet gaan om schade die redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en die niet reeds voldoende anderszins is verzekerd. Degenen die schade lijden door planologische wijzigingen krijgen de schade slechts vergoed voor zover deze niet binnen het normaal maatschappelijk risico valt. De schade die minder bedraagt dan 2% van de waarde van de onroerende zaak of het inkomen van de aanvrager voorafgaand aan de planologische wijzigingen blijft in ieder geval voor rekening van de aanvrager. Deze forfaitregeling geldt niet voor schade in de vorm van waardevermindering indien de planologische wijziging ziet op het eigen perceel van de benadeelde, de zogenaamde 'directe' planschade.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
54
Het planvoornemen voorziet in de realisatie van een woonzorgcomplex op de onbebouwde locatie. De afwenteling van eventuele planschade als gevolg van deze ruimtelijke ontwikkeling maakt deel uit van de anterieure overeenkomst.
6.3
Maatschappelijke haalbaarheid
6.3.1 Overleg volgens artikel 3.1.1 Bro Op grond van artikel 6.18 Besluit omgevingsrecht juncto artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening is overleg nodig met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het project in het geding zijn. Het bestemmingsplan is in het kader van het bestuurlijk vooroverleg aangeboden aan de Provincie Limburg en de Veiligheidsregio. De provincie heeft aangegeven dat het plan in beginsel geen provinciale belangen schaadt, al had het enkele inhoudelijke opmerkingen die vanuit de Omgevingsverordening Limburg 2021 (vastgesteld, maar nog niet in werking) en Ontwerp wijzigingsverordening Limburg 2014 van invloed zijn op het plan. Ten slotte is een advies gegeven m.b.t. archeologie. De opmerkingen vanuit het vooroverleg zijn doorgevoerd in het ontwerp-bestemmingsplan. 6.3.2 Samenspraak In september 2022 zijn alle mensen die in de buurt van het gebied wonen, zoals de Dorpsstraat, Graaf van Gelrestraat, Sint Servaaslaan en de Marktstraat, persoonlijk uitgenodigd voor een informatieve bijeenkomst in zaal de Sport in Melick. De opkomst was erg goed, ongeveer 60% van de buurtbewoners was aanwezig. Tijdens de bijeenkomst werden de eerste plannen gepresenteerd.
Er werden verschillende opmerkingen gemaakt over deze plannen. Er is voornamelijk gesproken over de projectering van het gebouw ten opzichte van de erfgrens en de fysieke scheiding tussen parkeerplaatsen en tuinen. Veel oudere mensen spraken hun steun uit voor dit soort woningen met zorg in Melick en toonden interesse om er mogelijk in de toekomst te wonen. Naast de aanwezigheid van de architect en enkele ambtenaren was ook de wethouder aanwezig. Op dat moment werd aangegeven dat de plannen op deze punten zouden worden aangepast, met betrekking tot de afstand tussen het gebouw en de tuinen. Er werd een persoonlijke afspraak gemaakt met de bewoners die hun zorgen uitten, om ter plaatse de situatie te bekijken. Na het bekijken van de situatie werd een voorstel besproken voor een scheiding tussen de erven en maatregelen om het verkeer te regelen, samen met de bewoners. Gedurende het ontwikkelingsproces zijn de buurtbewoners op de hoogte gehouden van de voortgang via brieven.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
55
Op 1 december 2022 vond er een openbare bijeenkomst plaats om de aangepaste plannen aan de buurt te tonen. Naast een persoonlijke uitnodiging voor de buurtbewoners werden ook de andere inwoners van Melick uitgenodigd via een aankondiging in de Heraut, het plaatselijke huis-aan-huisblad. Omdat het plan op veel punten was aangepast, waren er veel vragen. Tijdens deze bijeenkomst werden grote informatieborden gebruikt om gerichte vragen te stellen en uitgebreid te beantwoorden. Ook tijdens deze bijeenkomst was de opkomst goed. Meer dan honderd mensen bezochten de bijeenkomst. Een kleine groep buurtbewoners maakte zich zorgen over het toevoegen van een extra verdieping op het gebouw. Door duidelijkheid te geven over de oriëntatie van de woningen naar de binnenplaats en het feit dat de ramen op een bepaalde hoogte zijn geplaatst om daglicht binnen te laten, werden de meeste zorgen weggenomen. Een vertegenwoordiging van de gemeente gaf uitleg over de ruimtelijke procedure die zal worden gevolgd. Naast het projectteam waren er enkele ambtenaren en twee wethouders aanwezig. Verschillende bezoekers toonden ook interesse in de mogelijkheid om in het project te wonen. 6.3.3 Zienswijzeprocedure Het bevoegd gezag plaatst de kennisgeving van het ontwerpbesluit in de Staatscourant en een huis-aan-huis-blad. Iedereen kan zienswijzen op het ontwerpbesluit indienen (art. 3.12 lid 5 Wabo).
Het ontwerp bestemmingsplan ligt gedurende zes weken voor een ieder ter inzage.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
56
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
Bijlage 1 Akoestisch onderzoek omgevingslawaai
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
documentkenmerk: 2007/137/JOW-02, versie C
Akoestisch onderzoek omgevingslawaai Dorpsstraat 63C te Melick (2007/137/JOW-02, versie C)
documentkenmerk: 2007/137/JOW-02, versie C
Akoestisch onderzoek omgevingslawaai
in opdracht van Hartjes ontwikkelvisie T.a.v. de heer M. Hartjes Kapelaan Verdonschotstraat 55 6104 BL KONINGSBOSCH betreffende locatie Dorpsstraat 63C Melick documentkenmerk 2007/137/JOW-02 versie C vestiging Nuenen datum 21 november 2023
opgesteld door:
gecontroleerd door:
ir. M.C.J. van de Ven - Verrijt
ir. J.W.P. Jansen
Senior projectleider geluid & bouwfysica
Projectleider geluid & bouwfysica
Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies. Op dit rapport is een disclaimer van toepassing; zie https://www.tritium.nl/disclaimer/29-04-2021/
Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid T.
088 44 02 900
E.
info@tritium.nl
I.
www.tritium.nl
KvK-nr.
17108024
Tritium Advies is gevestigd in:
Breda >> Nuenen >> Rijkevoort
documentkenmerk: 2007/137/JOW-02, versie C
Inhoudsopgave pagina 1
Inleiding
1
2
Opzet van het onderzoek
2
3
Situatie en randvoorwaarden
3
3.1
Situatie
3
3.2
Activiteiten
3
3.3
Geluideisen
4
4
Metingen en berekeningen
5
4.1
Meet- en berekeningsmethodiek
5
4.2
Bronbeschrijving
5
4.3
Objecten
6
4.4
Ligging van de beoordelingspunten
6
5
Resultaten
7
5.1
Resultaten gevels woningen van derden
7
5.2
Toepassing van het BBT-principe
9
5.3
Resultaten buitenruimten
9
5.4
Stemgeluiden
10
5.5
Installatiegeluid
10
6
Samenvatting en conclusies
11
Bijlagen Bijlage 1:
Inrichtingstekening van het plan
Bijlage 2:
Grafische weergave akoestisch model omgevingslawaai
Bijlage 3:
Invoergegevens akoestisch model
Bijlage 4:
Resultaten LAr,LT
Bijlage 5:
Resultaten LAmax
Bijlage 6:
Stemgeluiden
documentkenmerk: 2007/137/JOW-02, versie C
1 Inleiding In opdracht van Hartjes ontwikkelvisie is een akoestisch onderzoek omgevingslawaai uitgevoerd ten behoeve van de beoogde ontwikkeling op de locatie Dorpsstraat 63c te Melick. Beoogd wordt om op het binnenterrein achter Dorpsstraat 63c een woonzorgcomplex te realiseren. De ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Het akoestisch onderzoek is derhalve uitgevoerd ten behoeve van een juridisch-planologische procedure. De invloed van de aspecten wegverkeers- en industrielawaai op de nieuwbouw is in het door ons opgestelde rapport ‘Akoestisch onderzoek wegverkeers- en industrielawaai Dorpsstraat 63C te Melick’ met documentkenmerk 2007/137/JOW-01, versie C d.d. 17 oktober 2023 opgenomen. Het aspect omgevingslawaai heeft betrekking op het te realiseren parkeerterrein. Hierbij is de geluidbelasting op de bestaande woningen inzichtelijk gemaakt. Daarnaast is onderzocht of ter plaatse van de omliggende woningen hinder wordt ondervonden ten gevolge van stemgeluiden bij samenkomsten op het dakterras en het kleine terras op de begane grond. Als hulpmiddel voor de inpassing van functies in haar fysieke omgeving of van gevoelige functies nabij bedrijven, heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een indicatieve bedrijvenlijst opgesteld. Deze bedrijvenlijst is opgenomen in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’, editie 2009 (verder: VNG-uitgave).
Hoewel de onderhavige situatie duidelijk een woonfunctie betreft, sluit het woonzorgcomplex het meest aan bij de omschrijving ‘verpleeghuis’ uit de VNGuitgave. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter behorende bij het gebiedstype ‘rustige woonwijk’. De omgeving kan echter worden aangemerkt als gebiedstype ‘gemengd gebied’ gezien de ligging aan de doorgaande Dorpsstraat en de aanwezigheid van detailhandel en horeca en een maatschappelijke bestemming. Derhalve kan de richtafstand met één stap worden teruggebracht tot 10 meter. Voor diverse omliggende woningen geldt dat niet aan deze richtafstand kan worden voldaan. Derhalve dient te worden aangetoond dat na realisatie van het woon-zorgcomplex een akoestisch goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd ter plaatse van de omliggende woningen. Het geluidonderzoek is uitgevoerd conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, uitgave 1999 (verder: HMRI). In verband met opmerkingen van de omgevingsdienst komt het eerder door ons opgestelde “Akoestisch onderzoek omgevingslawaai Dorpsstraat 63C te Melick” met kenmerk: 2007/137/JOW-02, versie B, d.d. 17 oktober 2023 in zijn geheel te vervallen.
pagina 1 van 12
documentkenmerk: 2007/137/JOW-02, versie C
2 Opzet van het onderzoek In onderhavig onderzoek is de akoestische situatie beoordeeld na de voorgenomen ontwikkeling. Daartoe omvat het onderzoek de geluiduitstraling ten gevolge van motorvoertuig- en parkeerbewegingen van bewoners en bezoekers op het beoogde parkeerterrein. Bezien is of de geluidemissie van de personenwagens van de gebruikers van het parkeerterrein geen nadelige invloed heeft op het akoestisch woon- en leefklimaat ter plaatse van de omliggende woningen en of er dus sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Er is hierbij aansluiting gezocht bij het stappenplan en de bijbehorende geluideisen uit voornoemde VNG-uitgave. Er heeft een inventarisatie van geluidbronnen plaatsgevonden in de toekomstige situatie. Hierbij is gebruik gemaakt van:
het voorlopig ontwerp Woon-zorgcomplex ’t Binnehaof te Melick van Mansvelt, projectnummer
informatie verstrekt door Rho Adviseurs (voorheen Plan ROS). Deze informatie betreft met
M252, tekeningnummer 22.67501, d.d. 12-10-2023; name het aantal appartementen met bijbehorend prijssegment binnen het nieuwbouwproject;
archiefgegevens en kentallen.
Voor het verwerken van deze gegevens en het berekenen van de immissieniveaus is gebruik gemaakt van het programma Geomilieu, ontwikkeld door DGMR. De immissieniveaus zijn bepaald op de meest relevante beoordelingsposities, zijnde de toetspunten gelegen op de gevels van de woningen van derden alsmede de tuinen van de woningen van derden in de directe omgeving van het parkeerterrein.
pagina 2 van 12
documentkenmerk: 2007/137/JOW-02, versie C
3 Situatie en randvoorwaarden 3.1 Situatie In bijlage 1 is het voorlopig ontwerp opgenomen met de locatie van de nieuwbouw en het bijbehorende parkeerterrein.
3.2 Activiteiten Het parkeerterrein behoort bij de nieuwbouw van 22 woon-zorg appartementen en omvat 19 parkeerplaatsen. Het parkeerterrein met de 19 parkeerplaatsen zal middels een poort worden afgesloten en is derhalve enkel toegankelijk voor de bewoners en bezoekers van het plan. Vóór de poort zijn nog enkele openbaar toegankelijke parkeervakken. Dagelijkse representatieve situatie De geluidproductie van onderhavig parkeerterrein wordt bepaald door het aan- en afrijden van personenwagens. Het terrein is elke dag tussen 7:00 en 23:00 uur toegankelijk voor de bewoners en bezoekers van het plan. Derhalve is het parkeerterrein gedurende de nachtperiode afgesloten (alleen voor calamiteiten kan de poort worden geopend). Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van de nieuwe woonzorg appartementen is gebruik gemaakt van CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. De gemeente Roerdalen kan daarbij, gezien de omgevingsadressendichtheid als ‘niet-stedelijk’ worden beschouwd. Onderhavige locatie kan worden beschouwd als ‘Rest bebouwde kom’. Dit resulteert in de in tabel 3.1 weergeven verkeersgeneratie voor het gehele planvoornemen. Het totaal komt daarmee op 66 voertuigbewegingen (vertrek of aankomst). Tabel 3.1: Verkeersgeneratie gehele planvoornemen Woning 22 woonzorg appartementen
Stedelijkheid
niet-stedelijk *
Verkeersbewegingen
Totaal
per woning/etmaal
bewegingen/etmaal
2,2 – 3,0 **
66
Ligging
Rest bebouwde kom
Totaal verkeersbewegingen per etmaal *
66
Voor het bepalen van de stedelijkheidsgraad is uitgegaan van het aantal omgevingsadressen van de gemeente Roerdalen in 2022 (233 per km2).
**
Voor het bepalen van het aantal verkeersbewegingen is worst-case uitgegaan van het maximale aantal verkeersbewegingen.
Voor de verdeling van de voertuigbewegingen over de dag- en avondperiode is aangesloten bij de uurverdeling van de Dorpsstraat, zoals opgenomen in het voornoemde rapport voor wegverkeersen industrielawaai. Dit resulteert in 57 en 9 voertuigbewegingen in respectievelijk de dag- en avondperiode (afgerond). Het stemgeluid van mensen op het parkeerterrein is niet meegenomen in het akoestisch onderzoek aangezien dit niet maatgevend is ten opzichte van het geluid van de personenwagens.
pagina 3 van 12
documentkenmerk: 2007/137/JOW-02, versie C
3.3 Geluideisen Voor de beoordeling van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de omliggende woningen wordt aangesloten bij de grenswaarden conform de VNG-uitgave. Zoals in de inleiding omschreven kan voor de omliggende woningen uitgegaan worden van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Voor dit gebiedstype gelden volgens de VNG-uitgave de volgende geluideisen (stap 2):
50 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau;
70 dB(A) etmaalwaarde voor maximale (piek)niveaus.
Indien vorenstaande niet toereikend blijkt, zijn onder nadere voorwaarden afwijkingen tot maximaal de volgende waarden mogelijk (stap 3):
55 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau; 70 dB(A) etmaalwaarde voor maximale (piek)niveaus, exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer.
Zijn ook deze waarden conform stap 3 niet toereikend, dan is een akoestisch goed woon- en leefklimaat doorgaans niet aan de orde, tenzij dit grondig wordt onderzocht en onderbouwd.
pagina 4 van 12
documentkenmerk: 2007/137/JOW-02, versie C
4 Metingen en berekeningen 4.1 Meet- en berekeningsmethodiek Ter bepaling van de geluiduitstraling van de geluidrelevante activiteiten (verkeers- en parkeerbewegingen) is gebruik gemaakt van in het verleden elders uitgevoerde metingen. De uitgevoerde metingen hebben plaatsgevonden binnen het meteoraam, zoals omschreven in de HMRI. De berekeningen van de geluidemissie zijn uitgevoerd conform de voorschriften van methode II in de HMRI.
4.2 Bronbeschrijving Bij geluidbronnen wordt onderscheid gemaakt tussen stationaire bronnen en mobiele geluidbronnen. In het onderhavige akoestisch onderzoek is uitsluitend sprake van mobiele geluidbronnen, behorende bij de verkeers- c.q. parkeerbewegingen op het parkeerterrein. In bijlage 2 zijn de locaties van de mobiele bronnen in het akoestisch model grafisch weergegeven. In bijlage 3 wordt een overzicht gegeven van de invoergegevens van deze geluidbronnen. Hieronder worden de geluidbronnen nader besproken. Aan- en afrijden van personenwagens Voor het bronvermogen van een met lage snelheid (maximaal 10 km/uur) wegrijdende personenwagen is worst-case Lw = 91 dB(A) aangehouden. Piekverhogingen zijn met name afkomstig van het dichtslaan van portieren. Bij vergelijkbare projecten zijn deze piekniveaus vastgesteld op Lw,max = 98 dB(A). Deze piekniveaus treden alleen op ter plaatse van de parkeerlocaties en zijn als afzonderlijke puntbronnen ingevoerd (p01 t/m p19). Voor het optrekken van een personenwagen is maximaal 3 dB op het bronvermogen aangehouden ter plaatse van de gehele rijlijn. In onderstaande tabel 4.1 staat een overzicht van de mobiele geluidbron op het parkeerterrein in de representatieve situatie. Tabel 4.1: Voertuigbewegingen op het parkeerterrein vervoersbeweging in de representatieve situatie personenwagens (aankomen of vertrekken)
bron-
bronvermogens
aantal voertuigbewegingen
nummer
Lw
Lw,max
dag
avond
nacht
mb01
91
94/98
57
9
-
pagina 5 van 12
documentkenmerk: 2007/137/JOW-02, versie C
4.3 Objecten In bijlage 2 zijn de objecten grafisch weergegeven. In bijlage 3 zijn de bijbehorende invoergegevens weergegeven. Voor de omgeving van het plangebied is gebruik gemaakt van een akoestisch model in Geomilieu, versie 2022.2. Alle bodemgebieden en gebouwen zijn verkregen uit de dataset 3D geluid zoals beschikbaar gesteld op PDOK. De invoergegevens van deze objecten zijn steekproefsgewijs gecontroleerd en waar nodig gecorrigeerd of aangevuld. In de berekeningen is als rekenparameter bodemfactor 0,00 (akoestisch hard) aangehouden met uitzondering van de ingevoerde bodemgebieden. De ingevoerde bodemgebieden zijn als akoestisch zacht (bodemfactor 1,00) gemodelleerd. De akoestisch zachte bodemgebieden betreffen groenvoorzieningen. Voor het lokale maaiveld is 29 meter +NAP aangehouden. Er zijn geen significante hoogteverschillen in de omgeving aanwezig. Derhalve zijn in het rekenmodel in de omgeving van het plangebied geen hoogteverschillen in het maaiveld opgenomen.
4.4 Ligging van de beoordelingspunten In bijlage 2 is de ligging van de beoordelingspunten weergegeven. In bijlage 3 zijn de invoergegevens hiervan weergegeven. De relevante beoordelingspunten zijn gelegen op de gevels van de dichtstbijzijnde woningen van derden alsmede de tuinen van de woningen van derden rondom het parkeerterrein. De immissieniveaus op de gevels van de woningen van derden zijn bepaald op een standaardhoogte van 1,5 meter boven maaiveld gedurende de dagperiode en op 5,0 meter boven maaiveld voor de avondperiode. Voor al deze punten is gerekend exclusief gevelreflectie (invallend geluidniveau). De buitenruimten van deze woningen zijn beoordeeld op een beoordelingshoogte van 1,5 meter boven maaiveld. Tevens wordt er vanuit gegaan dat de buitenruimten gedurende de dag- en avondperiode kunnen worden gebruikt.
pagina 6 van 12
documentkenmerk: 2007/137/JOW-02, versie C
5 Resultaten 5.1 Resultaten gevels woningen van derden Uit tussenresultaten blijkt dat zonder extra voorzieningen de geluidbelasting op de woningen van derden de grenswaarden behorende bij stap 2 en 3 overschrijdt. Om hier wel aan te kunnen voldoen dienen geluidafschermende voorzieningen te worden gerealiseerd. Na het realiseren van geluidschermen s1 en s2 (zoals te zien in figuur 5.1) op de perceelsgrenzen, wordt bij het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en de maximale geluidniveaus een overschrijding van de grenswaarde behorende bij stap 2 en 3 voorkomen. Voornoemde geluidschermen dienen een massa te hebben van minimaal 10 kg/m2, kierdicht te worden uitgevoerd en een hoogte te hebben van minimaal 1,8 meter boven maaiveld. Voorbeelden van mogelijke geluidafschermende voorzieningen zijn een steenachtige (gemetselde) tuinmuur of een kokoswand geluidscherm. Een kokoswand geluidscherm bestaat uit kokosvezels en heeft een natuurlijke uitstraling en werkt bovendien geluidabsorberend. De locatie van voornoemde geluidafschermende voorzieningen is weergeven in navolgende figuur 5.1. De invoergegevens van de geluidafschermende voorzieningen zijn tevens opgenomen in bijlage 3. De geluidafschermende voorzieningen dienen te worden geborgd in het bestemmingsplan.
Figuur 5.1: Positie geluidafschermende voorzieningen (rood)
pagina 7 van 12
documentkenmerk: 2007/137/JOW-02, versie C
In tabel 5.1 zijn de rekenresultaten van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidniveau (LAmax) op de gevels van de omliggende woningen van derden, na realisatie van bovengenoemde geluidafschermende voorzieningen samengevat weergegeven. In bijlage 4 en 5 zijn de volledige rekenresultaten opgenomen. Tabel 5.1: Rekenresultaten op gevels woningen derden geluidniveaus [dB(A)] dagperiode punt
adres grenswaarde stap 2
t01 t02
Marktstraat 2
avondperiode
nachtperiode
LAr,LT
LAmax
LAr,LT
LAmax
LAr,LT
LAmax
50
70
45
65
40
60
-
-
≤40
62
-
-
≤45
≤65
≤40
65
-
-
t03
≤45
≤65
≤40
≤60
-
-
t04
≤45
≤65
-
-
-
-
≤45
≤65
-
-
-
-
t05 t06
Dorpsstraat 59
≤45
≤65
-
-
-
-
t07
≤45
≤65
≤40
≤60
-
-
t08
≤45
≤65
≤40
62
-
-
t09
Dorpsstraat 61
≤45
≤65
-
-
-
-
t10
≤45
≤65
-
-
-
-
t11
≤45
≤65
-
-
-
-
-
-
≤40
62
-
-
-
-
≤40
≤60
-
-
≤45
≤65
-
-
-
-
t12
Dorpsstraat 61A
t13 t14 t15
Dorpsstraat 63
t16 t17
Dorpsstraat 65
-
-
≤40
63
-
-
≤45
≤65
≤40
≤60
-
-
≤45
≤65
≤40
≤60
-
-
t18
Graaf van Gelrestraat 3
≤45
≤65
≤40
61
-
-
t19
Graaf van Gelrestraat 1
≤45
≤65
≤40
≤60
-
-
t20
nieuwe woning 1
≤45
≤65
≤40
65
-
-
≤45
≤65
≤40
63
-
-
≤45
≤65
≤40
≤60
-
-
t21 t22
Graaf van Gelrestraat 1 nieuwe woning 2 Graaf van Gelrestraat 1 nieuwe woning 3
Uit de rekenresultaten blijkt dat voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) op alle gevels van de omliggende woningen wordt voldaan aan de grenswaarden van 50 dB(A) etmaalwaarde, behorende bij stap 2 van het stappenplan uit de VNG-uitgave. Dit is onder de voorwaarde dat de voornoemde geluidafschermende voorzieningen worden gerealiseerd. Uit de rekenresultaten blijkt tevens dat voor het maximale geluidniveau (LAmax) op alle gevels van de omliggende woningen wordt voldaan aan de grenswaarden van 70 dB(A) etmaalwaarde, behorende bij stap 2 van het stappenplan uit de VNG-uitgave. Dit is eveneens onder de voorwaarde dat de voornoemde geluidafschermende voorzieningen worden gerealiseerd.
pagina 8 van 12
documentkenmerk: 2007/137/JOW-02, versie C
5.2 Toepassing van het BBT-principe Het bevoegd gezag dient bij het beoordelen van de akoestische situatie na te gaan of de aangevraagde (geluid)situatie voldoet aan het BBT-principe. Aangezien de geluidemissie van de op het parkeerterrein aanwezige geluidbronnen (personenwagens) afkomstig is van voertuigen van derden kan worden gesteld dat het redelijkerwijs niet mogelijk is de geluiduitstraling van deze bronnen te verminderen. Rekening houdend met de logistiek binnen de grenzen van het terrein is het evenmin mogelijk om middels het kiezen van een andere rijroute de geluidafstraling naar de omgeving te verminderen. Om een overschrijding van de grenswaarden te voorkomen zijn reeds geluidafschermende voorzieningen voorgeschreven. Na toepassing van de in paragraaf 5.1 beschreven voorzieningen is op geen van de omliggende woningen nog sprake van een overschrijding van de grenswaarden. Voorts zijn er geen maatregelen denkbaar de geluiduitstraling verder terug te brengen. Gezien het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat de beschouwde situatie derhalve voldoet aan het BBT-principe.
5.3 Resultaten buitenruimten In tabel 5.2 zijn de rekenresultaten van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidniveau (LAmax) ter plaatse van de buitenruimten van de omliggende woningen van derden, na realisatie van voornoemde geluidafschermende voorzieningen samengevat weergegeven. In bijlage 4 en 5 zijn de volledige rekenresultaten opgenomen. De buitenruimten zijn beoordeeld op een beoordelingshoogte van 1,5 meter boven maaiveld. Tevens wordt er vanuit gegaan dat de buitenruimten gedurende de dag- en avondperiode gebruikt worden. Tabel 5.2: Rekenresultaten ter plaatse van de buitenruimten geluidniveaus [dB(A)] dagperiode punt
adres voorkeursgrenswaarde
avondperiode
nachtperiode
LAr,LT
LAmax
LAr,LT
LAmax
LAr,LT
LAmax
50
70
45
65
40
60
b01
buitenruimte Marktstraat 2
≤45
≤65
≤40
63
-
-
b02
buitenruimte Dorpsstraat 59
≤45
≤65
≤40
≤60
-
-
b03
buitenruimte Dorpsstraat 61
≤45
≤65
≤40
63
-
-
b04
buitenruimte Dorpsstraat 61A
≤45
≤65
≤40
63
-
-
b05
buitenruimte Dorpsstraat 63
≤45
≤65
≤40
61
-
-
b06
buitenruimte Dorpsstraat 65
≤45
≤65
≤40
≤60
-
-
b07
buitenruimte Graaf van Gelrestraat 3
≤45
≤65
≤40
65
-
-
Uit de rekenresultaten blijkt dat voor zowel het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) als het maximale geluidniveau (LAmax) gedurende de dag- en avondperiode ter plaatse van alle buitenruimten van de omliggende woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden van respectievelijk 50 en 70 dB(A) etmaalwaarde. Daarnaast zijn de geluiden van de parkeerplaats gebiedseigen geluiden waardoor deze als minder storend worden ervaren.
pagina 9 van 12
documentkenmerk: 2007/137/JOW-02, versie C
5.4 Stemgeluiden Het beoogde planvoornemen bevat tevens een gezamenlijk dakterras en een klein terras bij de gezamenlijke woonkamer op de begane grond. Deze buitenruimten bieden de bewoners de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten. Gezien de aard van het woon-zorgcomplex wordt verwacht dat de ontmoetingen een rustig samenzijn betreft, waarbij het gebruik van versterkte muziek en georganiseerde evenementen buiten onwaarschijnlijk worden geacht. Om geluidhinder vanwege deze gezamenlijke buitenruimte op de omliggende woningen te kunnen uitsluiten is aanvullend het mogelijke stemgeluid bij de ontmoetingen gemodelleerd. Voor het stemgeluid op zowel het dakterras als het kleine terras wordt uitgegaan van een geluidsvermogen van 65 dB(A) per persoon. Dit is overeenkomstig met een normaal sprekend persoon. Voor het maximale geluidsniveau is gerekend met een piekniveau van 86 dB(A) voor normaal roepende personen. In de gemodelleerde situatie is uitgegaan dat het dakterras bij een gezellig samenzijn wordt gebruikt door maximaal 22 personen. Voor het kleine terras op de begane grond wordt uitgegaan van maximaal 16 personen. Voor het stemgeluid is rekening gehouden dat er een kwart van de tijd wordt gesproken (vanwege de beperkte gelijktijdigheid) gedurende worst-case de volledige dag- en avondperiode.