Bijlage 1: Toelichting, regels en verbeelding bestemmingsplan 't Binnenhaof Melick
Tekst van het document
’T BINNENHAOF, MELICK Roerdalen bestemmingsplan 30 mei 2024
1/2
DATUM KENMERK
30 mei 2024 NL.IMRO.1669.BPMLK202DORPSST63C-VG01
PROJECT PROJECTLEIDER
’t Binnenhaof, Melick mr. S. Peters
GEMEENTE Roerdalen PROJECTNUMMER 20550 AUTEUR STATUS
2/2
Rho Adviseurs voor leefruimte Vastgesteld
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
3
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
9
1.1
Aanleiding
9
1.2
Begrenzing plangebied
10
1.3
Geldend bestemmingsplan
11
1.4
Leeswijzer
12
Hoofdstuk 2
Beschrijving plan
13
2.1
Huidige situatie
13
2.2
Planbeschrijving
15
Hoofdstuk 3
Beleid
19
3.1
Rijksbeleid
19
3.2
Provinciaal beleid
23
3.3
Regionaal beleid
27
3.4
Gemeentelijk beleid
30
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
33
4.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
33
4.2
Bedrijven en milieuzonering
34
4.3
Archeologie
37
4.4
Cultuurhistorie
39
4.5
Water
39
4.6
Bodem
42
4.7
Geluid
42
4.8
Externe veiligheid
43
4.9
Luchtkwaliteit
45
4.10
Ecologie
46
4.11
Verkeer en parkeren
48
4.12
Kabels, leidingen en straalpaden
50
Hoofdstuk 5
Juridische aspecten
51
5.1
Planvorm
51
5.2
Toelichting op de verbeelding
51
5.3
Toelichting op de regels
51
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
53
6.1
Inleiding
53
6.2
Economische haalbaarheid
53
6.3
Maatschappelijke haalbaarheid
54
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
4
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Akoestisch onderzoek omgevingslawaai
Bijlage 2
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief doorlatendheidsonderzoek
Bijlage 3
Afwateringsplan
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek wegverkeers- en industrielawaai
Bijlage 5
Stikstofdepositieberekening gebruiksfase
Bijlage 6
Stikstofdepositieberekening realisatiefase
Bijlage 7
Notitie stikstofdepositieberekeningen
Bijlage 8
Verkeer- en parkeeronderzoek
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
5
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende bepalingen
77
Artikel 1
Begrippen
77
Artikel 2
Wijze van meten
83
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
85
Artikel 3
Groen
85
Artikel 4
Tuin
87
Artikel 5
Verkeer
89
Artikel 6
Wonen
91
Artikel 7
Waarde - Archeologie 4
94
Artikel 8
Waarde - Archeologie 5
97
Artikel 9
Waarde - Archeologie 7
100
Hoofdstuk 3
Algemene regels
103
Artikel 10
Anti-dubbeltelregel
103
Artikel 11
Algemene bouwregels
104
Artikel 12
Algemene gebruiksregels
105
Artikel 13
Algemene aanduidingsregels
106
Artikel 14
Algemene afwijkingsregels
108
Artikel 15
Algemene wijzigingsregels
109
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
111
Artikel 16
Overgangsrecht
111
Artikel 17
Slotregel
112
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
Rho adviseurs voor leefruimte
Staat van bedrijfsactiviteiten
44004451.20550
6
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
TOELICHTING
9
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Hartjes ontwikkeling B.V. wil aan de Dorpsstraat 63c, aan de zuidrand van Melick, het woonzorgcomplex 't Binnehaof ontwikkelen: 22 woonzorgappartementen voor ouderen. Tot voor kort werden hier (hobbymatig) paarden gehouden. Op het terrein stonden een open machineloods en een paardenstal die inmiddels zijn gesloopt. De ontwikkeling van 't Binnehaof past niet binnen het geldende bestemmingsplan '1e herziening Kernen Roerdalen': er is nu geen bouwvlak aangeduid. Daarom is voor dit initiatief een herziening van dat bestemmingsplan nodig.
figuur 1.1: ligging plangebied
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
10
figuur 1.2: plangebied in vogelvlucht
1.2
Begrenzing plangebied
Het plangebied betreft een gedeeltelijk onverhard en gedeeltelijk verhard terrein, aan de achterzijde van de woningen aan de Dorpsstraat, Marktstraat, St. Servaaslaan en Graaf van Gelrestraat (zie figuur 1.3). Aan de zuidkant loopt de Dorpsstraat en liggen ook een cafetaria en een kringloopwinkel. Het plangebied is samengesteld uit de kadastrale percelen gemeente Melick en Herkenbosch, sectie E, nummers 6625 en 6637 en het is in totaal 2.932 m² groot (zie figuur 1.4).
figuur 1.3: luchtfoto plangebied
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
11
figuur 1.4: kadastrale percelen plangebied
1.3
Geldend bestemmingsplan
Het plangebied ligt in bestemmingsplan '1e herziening Kernen Roerdalen', vastgesteld op 22 maart 2016 door de gemeenteraad van Roerdalen. Het plangebied heeft hoofdzakelijk de bestemming 'Maatschappelijk'. Gronden met de bestemming 'Maatschappelijk' zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, sportvoorzieningen of evenementen. 'Maatschappelijke voorzieningen' zijn in het geldende bestemmingsplan gedefinieerd als: voorzieningen op het gebied van welzijn en zorg, alsmede zorgwoningen, volksgezondheid, cultuur, religie, onderwijs, sport, verenigingsleven, hondenschool, opvoeding, kinderopvang, kinderboerderij, openbaar bestuur en andere openbare en sociale voorzieningen. Het gebruik voor zorgwoningen is in het geldende bestemmingsplan dan ook al toegestaan. Omdat echter een bouwvlak ontbreekt, is de bouw van de zorgwoningen op deze locatie niet toegestaan. Aan de kant van de Marktstraat heeft een klein deel van het plangebied de bestemming 'Wonen', ook hier zonder bouwvlak. Voor het plangebied zijn ook de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 4, 5 en 7' van kracht. Op grond hiervan is het plangebied behalve voor de bestemmingen 'Maatschappelijk' en 'Wonen', mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. Paragraaf 4.3 licht toe hoe in dit plan met deze waarden is omgegaan.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
12
Een gedeelte van het plangebied ligt in een 'geluidzone - industrie'. Binnen deze zone is de bouw van een woning of een ander geluidsgevoelig gebouw alleen toegestaan als hiervoor een besluit tot vaststelling van een hogere grenswaarde is verleend en als uit akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting vanwege het industrieterrein op de gevels van de woning of het geluidgevoelig gebouw niet hoger zal zijn dan 50 dB(A). Paragraaf 4.7 licht toe hoe hiermee in dit plan is omgegaan. Op grond van het 'Facetbestemmingsplan Vervallen bestemmingsplanregeling huisvesting (buitenlandse) werknemers', vastgesteld op 23 mei 2019 door de gemeenteraad van Roerdalen, is de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor het huisvesten van arbeidsmigranten geschrapt uit de bestemmingsplannen van de gemeente Roerdalen. Daarmee wordt in dit bestemmingsplan rekening gehouden.
figuur 1.5: uitsnede verbeelding bestemmingsplan '1e herziening Kernen Roerdalen'
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het plan beschreven. Hoofdstuk 3 gaat in op relevant ruimtelijk beleid van rijk, provincie en gemeente. Hoofdstuk 4 gaat in op relevante omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 licht de juridische aspecten van dit plan toe. Hoofdstuk 6 beschrijft de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
13
Hoofdstuk 2
2.1
Beschrijving plan
Huidige situatie
2.1.1 Historische ontwikkeling Het plangebied ligt in de kern Melick achter het dorpslint van de Dorpsstraat. Deze historische weg kenmerkt zich door uiteenlopende lintbebouwing. Hoewel de Dorpsstraat en de omgeving ervan in de 20e eeuw in toenemende mate is verstedelijkt, is het plangebied steeds onbebouwd en als weiland in gebruik gebleven. Tot circa 1960 bleef de bebouwing van de kern Melick beperkt tot het dorpslint. Na de komst van een eigen rooms-katholieke kerk eind jaren '50 breidde de bebouwing naar het noorden uit en raakte het plangebied hierdoor ingesloten (zie figuur 2.1).
2.1.2 Ruimtelijke en functionele structuur Nu grenst het plangebied aan de achtertuinen van de woningen aan de Dorpsstraat, Marktstraat, St. Servaaslaan en Graaf van Gelrestraat. Aan de kant van de Dorpsstraat liggen cafetaria 'De Pearsstal' en een brocanterie. Links van het cafetaria is de huidige inrit naar het plangebied (zie figuur 2.2).
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
14
figuur 2.2: huidige inrit naar het plangebied (bron: StreetSmart) Op het perceel Dorpsstraat 63c stonden tot voor kort een open machineloods en een paardenstal (zie figuur 2.3), met een oppervlakte van in totaal circa 770 m². De rest van het perceel was onbebouwd, deels verhard en deels in gebruik als weiland voor paarden.
figuur 2.3: situatie plangebied d.d. 25 augustus 2021 (bron: StreetSmart)
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
15
2.2
Planbeschrijving
In het nieuwe woonzorgcomplex komen 22 appartementen voor maximaal 2 personen per appartement, bedoeld voor ouderen die zorg nodig hebben. Bij het complex worden ook gemeenschappelijke voorzieningen gerealiseerd, zoals een gemeenschappelijke woonkamer met keuken, een centrale wasruimte en een lift. De footprint van het gebouw is circa 1.163 m² , het totaal aantal m² bvo is circa 1.264 m². De gebruikersoppervlakte per appartement is circa 49 m². Het gebouw telt twee bouwlagen met de tweede bouwlaag gedeeltelijk onder een kap. De lichttoetreding van de woonzorgappartementen op de verdieping vindt plaats via dakramen in de kap (zie figuur 2.4). Zo is er aan de ene kant voldoende lichttoetreding en wordt aan de andere kant de privacy van omwonenden gerespecteerd. Door het raam in het schuine dak is er namelijk geen direct uitzicht op (de tuinen van) de omliggende woningen. Dit was een belangrijk uitgangspunt voor het ontwerp.
figuur 2.4: impressie voor- en zijgevel
figuur 2.5: impressie voorgevel Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
16
Voor de ontsluiting van gemotoriseerd verkeer wordt een doorsteek naar de Marktstraat gemaakt. De huidige inrit naar de Dorpsstraat wordt gewijzigd in een langzaam-verkeersroute: een ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer is hier uit verkeerskundig oogpunt ongewenst. Bij de nieuwe in- en uitrit komt een slagboom en achter de slagboom is ruimte voor 22 parkeerplaatsen (zie figuur 2.6). Aan de kant van Marktstraat liggen nu haaksparkeerplaatsen. In de uitwerking van het plan worden de beschikbaarheid van openbare parkeerplaatsen op deze plek, de groenvoorziening en de verkeersveiligheid nader afgewogen (zie paragraaf 4.11). In dat verband toont de inzet in figuur 2.6 een variant voor de in- en uitrit. Het terrein is elke dag tussen 7:00 en 23:00 uur toegankelijk voor de bewoners en bezoekers van het woonzorgcomplex. Het parkeerterrein is 's nachts afgesloten. De tuinen van de woningen aan de Dorpsstraat worden door een geluidsafschermende voorziening, gecombineerd met een haag / hoge beplanting, afgeschermd voor het parkeerterrein.
figuur 2.6: situatieschets Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
17
De tuinen van het woonzorgcomplex worden landschappelijk ingericht, met aandacht voor hemelwaterberging. De tuinen worden gemeenschappelijk gebruikt, zodat een grote, open en groene tuin kan worden ingericht. Daarnaast krijgen de woningen afzonderlijk een klein terras. Als verlengstuk van de gemeenschappelijke woonkamer is ook een gezamenlijk terras voorzien. Op de verdieping komt de lift uit bij een gemeenschappelijke daktuin (zie figuur 2.7). Alle appartementen op de verdieping zijn aangesloten op deze daktuin die zo uitnodigt tot ontmoetingen en bijeenkomsten. De daktuin is vrijwel helemaal omsloten, zodat er niet of nauwelijks geluidbelasting is van deze daktuin op de omliggende woningen (zie paragraaf 4.2).
figuur 2.7: impressie daktuin
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
18
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
19
Hoofdstuk 3
3.1
Beleid
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie In Nederland staan we voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Denk aan de opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. Door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. duurzaam economisch groeipotentieel 3. sterke en gezonde steden en regio's 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Wonen is voor dit project het meest relevant. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren.
Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit verbeterd. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. Er wordt met het plan een bijdrage geleverd aan de benodigde woningbouw. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De nationale belangen uit de SVIR worden, naast het Barro, ook geborgen door middel van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Het uitgangspunt daarbij is een goede ruimtelijke ordening. In artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro is gesteld dat indien sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' een bestemmingsplan een beschrijving moet bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
20
Toets aan ladder voor duurzame verstedelijking Conform het Bro dient aan de ladder te worden getoetst bij een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Wanneer geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, is geen verantwoording van de ladder benodigd. Ingevolge de overzichtsuitspraak die is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724) geldt dat bij woningbouwlocaties vanaf 12 woningen in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ABRS overwoog daarbij het volgende: “Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt.” Dit bestemmingsplan voorziet in de beoogde realisatie van een woonzorgcomplex met 22 appartementen voor ouderen met zorg, in bestaand stedelijk gebied. Er is dus sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', waardoor de behoefte aan deze ontwikkeling moet worden gemotiveerd. Zorgwoningen Limburg ontgroent en vergrijst snel.
Uit onderzoek van Progneff blijkt dat in Limburg het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder, in verhouding tot het aantal personen van 20 tot 65 jaar (ofwel: de demografische druk), toeneemt van 68,6% in 2015 naar 106,8% in 2040. De leeftijdsopbouw van de Limburgse bevolking is daarmee aan een (grote) verandering onderhevig. Ten aanzien van het aantal huishoudens constateert Progneff in haar onderzoek dat het aantal huishoudens tot begin jaren twintig op provinciaal niveau (nog) zal groeien met zo'n 9.000 huishoudens. Rond 2022 komt deze groei tot stilstand, waarna het aantal huishoudens geleidelijk aan zal afnemen. Ook het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hebben onderzoek gedaan naar de bevolkingsontwikkeling. De gegevens van PBL/CBS komen in essentie overeen met de bevindingen van Progneff. Op basis van de Regionale prognose 2020-2050 van het CBS (2018) stijgt het aandeel ouderen in de leeftijdsklassen vanaf 60 jaar in de gemeente Roermond met 2.900 personen van 2021 tot en met 2031. Dat is een stijging van 17%. Het percentage 65+ gaat de komende jaren toenemen van 20,3% in 2018 naar 26,1% in 2035. In de regio Midden-Limburg gaat het om een stijging van 27% (aantal personen vanaf 60 jaar), waarbij het aantal personen in leeftijdsklassen vanaf 80 jaar sterk stijgen met meer dan 40%.
In aantallen uitgedrukt gaat stijgt het aantal 65+-ers in de regio in de periode 2021-2031 van 58.000 naar 70.000. Ook zijn er andere indicatoren en prognoses die duidelijk maken dat er op lokaal niveau sprake is van een hogere mate van dementie en chronisch zieken dan elders in Nederland. Zo verdubbeld het aantal dementen met van 1.000 in 2020 naar 1.400 in 2030 (Bron: ABF Research). Dit betekent dat het aantal huishoudens met een 65-minner de komende jaren weliswaar zal afnemen, maar dat het aantal huishoudens met een 65-plusser voorlopig nog wel toeneemt. Kort samengevat is in de toekomstige situatie vooral een toename te zien van het aantal eenpersoonshuishoudens en stellen zonder kinderen, waarvan een persoon ouder is dan 65 jaar. Resumerend kan worden gesteld dat met name de 'vergrijzing' in Limburg, en daarmee ook in Melick en omgeving, toeneemt. De bevolking is onmiskenbaar aan het vergrijzen en ouderdom komt vaak met gebreken. In de toekomst zal er daarom vooral vraag zijn naar zorggeschikte dan wel levensloopbestendige c.q. seniorenwoningen.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
21
Ouderdom en dementie Niet alleen is er sprake van een groter aantal ouderen (>65 jaar), deze ouderen zullen ook in toenemende mate langer thuis willen of moeten blijven wonen. Dit vanwege het gegeven dat er minder snel een (CIZ-)indicatie wordt afgegeven voor verblijf in een (intramurale) zorginstelling. Als deze wel afgegeven wordt is er, naast wachtlijsten, niet direct een passende vorm van wonen met (intensieve) zorg als alternatief beschikbaar is (bij voorkeur in de eigen vertrouwde woonomgeving). De constatering dat ook het aantal 75+-ers toeneemt, met daarbij een toenemende kans op de aanwezigheid van mensen met cognitieve problemen of dementie, vergroot deze zorgvraag verder. Het toenemen van de kans op dementie met het toenemen van de leeftijd, blijkt uit het navolgende (bron: www.alzheimer-nederland.nl): Ruim 10% van de mensen boven de 65 jaar heeft dementie. Ruim 20% van de mensen boven de 80 jaar heeft dementie. Ruim 40% van de mensen boven de 90 jaar heeft dementie. De stichting Alzheimer Nederland heeft een inventarisatie gemaakt van het aantal mensen met dementie in Nederland, per provincie en per gemeente. De navolgende cijfers geven een indicatie van het aantal mensen met dementie in 2018. Op basis van voorspellingen van de toekomstige bevolkingsopbouw, is ook een prognose gemaakt van het aantal mensen met dementie in de toekomst.
Een uitsnede van deze berekening, gemaakt door ABF Research in opdracht van Alzheimer Nederland (peildatum: 01-11-2018), is gegeven in navolgende tabel. 2018 2020 2025 2030 2040 2050 Nederland 270.000 280.000 330.000 390.000 520.000 620.000 Limburg 21.000 23.000 26.000 30.000 38.000 43.000 Roerdalen 400 420 500 600 750 820 figuur 3.1: aantal mensen met dementie in Nederland, provincie Limburg en gemeente Roerdalen Woonmonitor Limburg 2016 Ten behoeve van de 'Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving' (SWZW) voert Etil research group, in opdracht van de Provincie Limburg, sinds 2006 de provinciale woonmonitor uit. Op basis van deze monitor kan het beleid tijdig aangepast of bijgestuurd worden. In de Woonmonitor 2020 wordt op het vlak van Wonen met Zorg geconstateerd dat, bij de huidige demografische ontwikkeling, de vraag naar voor ouderen geschikte woningen de komende jaren sterk zal blijven toenemen. Deze toenemende vraag betreft zowel wooneenheden, geschikt voor intensieve 'intramurale' zorg, als zelfstandige woningen. De Woonmonitor stelt dan ook vast dat een substantiële toename van het aantal zorgwoningen moet worden ingepland, met name zelfstandige 'extramurale' zorgwoningen voor ouderen. De voorziene toename van de woningbehoefte voor de verschillende zorgdoelgroepen binnen de regio Midden-Limburg in de periode 2016-2030 is weergegeven in navolgende tabel.
Legenda: Scenario 0: op basis van demografische ontwikkelingen. Scenario 1: rekening houdende met het actuele beleid. Scenario 2: versterkte extramuralisering. figuur 3.2: prognose 'Wonen met Zorg', naar doelgroep en scenario
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
22
Indien de focus wordt gericht op de gemeente Roerdalen ontstaat het volgende beeld van actuele en toekomstige woningbehoefte voor de verschillende zorgdoelgroepen in de periode 2016-2030:
figuur 3.3: kerncijfers Wonen met Zorg Geconstateerd kan worden dat de gemeente Roerdalen, in lijn met de regio Midden-Limburg, in de periode tot 2030 een (sterke) stijging kent in de vraag naar Wonen met Zorg. Deze trend is in het meest recentelijk 'Woningmarktonderzoek Midden-Limburg 2018' bevestigd, waarbij is geconstateerd dat het aantal ouderen huishoudens vanaf 65 jaar fors toeneemt, terwijl de doelgroepen daaronder afnemen. In kwalitatieve zin is er een sterke behoefte aan seniorenwoningen. De zorgcomponent is daar onlosmakelijk aan verbonden. Kort samengevat kan daarom worden gesteld dat initiatieven vanuit de markt, gericht op het bieden van passende woon-zorgvoorzieningen, gezien kunnen worden als een welkome aanvulling op het tekort aan bestaande zorgplaatsen. Gezien vorenstaande is er voldoende behoefte voor de realisatie van 22 appartementen voor ouderen met zorg. Conclusie Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het plan conform artikel 3.1.6 lid 2 voorziet in een behoefte.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
23
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Limburg Algemeen Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten van Limburg de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld, met inachtneming van de aanvaarde amendementen. De Omgevingsvisie Limburg vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) en is via een interactief proces met overheden, semioverheden, belangenorganisaties en burgers opgesteld. De Omgevingsvisie Limburg is op 25 oktober 2021 in werking getreden. De Omgevingsvisie Limburg is een strategische en lange termijn visie (2030-2050) op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie Limburg kijkt echter breder dan enkel naar de fysieke leefomgeving. Dat wil zeggen dat de visie ook ingaat op onderwerpen als gezondheid en veiligheid, economie en sociale aspecten. Dit in onderlinge samenhang en met oog voor de internationale context waarin Limburg zich bevindt. De opzet en scope van de Omgevingsvisie (fysieke leefomgeving in brede zin) sluiten aan bij de nieuwe Omgevingswet (beoogde inwerkingtreding per 01-07-2022). Wonen De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Conjuncturele ontwikkelingen en migratiestromen beïnvloeden vraag en aanbod op de woning- markt. Daarnaast zien we dat de woonvraag verandert waardoor het woningaanbod niet altijd aansluit op de vraag.
Daardoor is er op korte termijn een vraag naar woningen voor specifieke doelgroepen en lokaal een overschot aan incourante plannen en woningen. Voor zover (harde en zachte) planvoorraad voorziet in de mogelijkheid om woningen te bouwen waar niet langer behoefte aan is, zal de Provincie in overleg met de gemeenten onderzoeken hoe deze planvoorraad aangepakt kan worden. Hiertoe is reeds in POL2014 een oproep gedaan aan gemeenten, die Limburgbreed nog niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd. Het gevolg is dat woningbouwplannen waaraan dringend behoefte bestaat, niet kunnen worden toegevoegd vanwege een te grote voorraad aan niet meer actuele plannen die niet meer aansluiten bij de behoefte. Volgens de huidige prognoses kunnen we ongeveer vanaf 2030 overschotten in de woningvoorraad verwachten. Lokaal zijn die er nu al of ontstaat dit overschot juist later. Getalsmatig zijn er voldoende woningen en liggen er meer dan genoeg plannen klaar. Kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Daarnaast is er behoefte aan passende, en mogelijk tijdelijke, huisvesting voor bijvoorbeeld internationale werknemers, vluchtelingen, statushouders en woonurgenten.
Limburg kent daarnaast een relatief oude, incourante woning- en planvoorraad. Deze woningen moeten toekomst- en levensloopbestendig én verduurzaamd worden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld isoleren, het plaatsen van zonnepanelen en woningen van het gas halen. Dit leidt tot sloop- en/of herstructureringsopgaven in centra, buurten, wijken, dorpen en het buitengebied, om daarmee de woningvoorraad up-to-date en passend bij de woonbehoefte te maken. Bovendien dragen we hiermee bij aan het verbeteren van de sociaaleconomische en gezondheidssituatie van de inwoners en het voorkomen van segregatie.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
24
figuur 3.4: woningbouwontwikkeling als provinciaal belang Beoordeling plan Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 22 woonzorgappartementen in het bestaand stedelijk gebied. De woningen zijn beoogd op een locatie waar in de huidige planologische situatie reeds een maatschappelijke functie is toegestaan. Het plan sluit aan bij de geconstateerde behoefte aan woonzorgconcepten, waardoor passende woon- en zorgvoorzieningen kunnen worden getroffen voor de snel groeiende groep senioren. Daarnaast wordt met het plan beoogd een sociale omgeving te realiseren waar ontmoeting en leefbaarheid centraal staat. Het plan past daarmee binnen de kaders van het POL2014 voor wat betreft het aspect bebouwd gebied, wonen en leefbaarheid. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 In de Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie) staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van het POL 2014 juridische binding te geven. De Omgevingsverordening is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. De Omgevingsverordening is uitgebreid met een nieuw hoofdstuk Ruimte. Dat hoofdstuk Ruimte bevat een aantal instrumenten die gericht zijn op de doorwerking van het ruimtelijk beleid van het POL 2014.
Behalve de toevoeging van het hoofdstuk Ruimte zijn in de Omgevingsverordening Limburg 2014 ook de Verordening Veehouderijen en Natura 2000 en de Verordening Wonen Zuid-Limburg vrijwel ongewijzigd opgenomen. Hierdoor zijn alle doorwerkingsinstrumenten van het omgevingsbeleid nu ondergebracht in één document.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
25
Duurzame verstedelijking en wonen Op kaart 2 'Duurzame verstedelijking en wonen' is het plangebied aangeduid als 'Bebouwd gebied', zoals op de navolgende afbeelding is te zien. Met onderhavig plan wordt de realisatie van een woonzorgcomplex mogelijk gemaakt op een perceel. In het kader van duurzame verstedelijking geeft de omgevingsverordening aan dat aan de Ladder voor duurzame verstedelijking moet worden getoetst, indien een ruimtelijk plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. In paragraaf 3.1.4 is reeds aandacht besteed aan de ladder. Daarbij is geconcludeerd dat er behoefte is aan deze ontwikkeling. Conform artikel 2.4.2 mag een plan niet voorzien in de toevoeging van wonen, tenzij dit is afgestemd in de Regionale Structuurvisie. In paragraaf 3.3 komt het regionaal woonbeleid van de regio Midden-Limburg aan bod. Strikt genomen zijn het geen reguliere woningen, waardoor regionale afstemming niet noodzakelijk is.
figuur 3.5: uitsnede Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerd) kaart 2
figuur 3.6: uitsnede Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerd) kaart 8 Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
26
Milieubeschermingsgebieden Het hoofdstuk Milieubeschermingsgebieden bevat regels met betrekking tot de boringsvrije zone waarbinnen het plangebied is gelegen. Conform kaart 8 'Milieubeschermingsgebieden' en kaart 11 'Grondwateronttrekking' uit de Omgevingsverordening Limburg 2014 is het plangebied gelegen in de boringsvrije zone Roerdalslenk III. Voorts zijn in de verordening enkele bepalingen opgenomen die gelden voor werken en werkzaamheden binnen deze boringsvrije zone. Het is in het gebied Roerdalslenk III verboden: a. een boorput of een bodemenergiesysteem te maken of hebben of de grond roeren, dieper dan (80 meter) de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei; b. werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei kunnen aantasten. Met bovenstaand verbod is in dit planvoornemen rekening gehouden. Er worden geen boorputten of bodemenergiesystemen aangelegd, dieper dan 80 meter. Dit is opgenomen in de regels. Daarmee voldoet het plan aan de Omgevingsverordening Limburg 2014. Herbenutting leegstaande monumentale en beeldbepalende panden Conform artikel 2.2.3 voorziet een ruimtelijk plan in het toestaan van nieuwe functies tevens de mogelijkheid om deze functie(s) in leegstaande monumentale panden onder te brengen.
In eerste instantie is onderzocht of de bestaande bebouwing kon worden gebruikt voor dit plan. Al snel bleek dat de huidige bebouwing constructief niet voldeed, waardoor hiervan is afgezien. Omdat het niet gaat om een leegstaand monumentaal pand voldoet het plan aan de Omgevingsverordening Limburg 2014. 3.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2021 Provinciale Staten hebben op 17 december 2021 de nieuwe Omgevingsverordening vastgesteld. Deze Omgevingsverordening treedt tegelijk in werking met de Omgevingswet op 1 januari 2024. Tot die tijd blijft de Omgevingsverordening Limburg 2014 gelden. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg 2021 hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers.
figuur 3.7: uitsnede Omgevingsverordening Limburg 2021 Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
27
Het plangebied is gelegen in 'Landelijke kernen' (Midden-Limburg). Conform de instructieregel in artikel 12.1 van de Omgevingsverordening Limburg 2021 wordt voorrang verleend aan stedelijke ontwikkelingen in het bestaand stedelijk gebied. Dit plan voldoet daar aan. Tevens is in een instructieregel opgenomen dat er sprake moet zijn van een plan waar behoefte aan is. Paragraaf 3.1.2 gaat hierop nader in, in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. Het plan voldoet aan het regionaal beleid (zie paragraaf 3.3.1) en het is beoogd het plan binnen 5 jaar te realiseren. 3.2.4 Ontwerp Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 (klimaatadaptief bouwen) Op 16 december 2022 is de Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Op grond van artikel 2.19.1 in deze wijzigingsverordening moet een toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico's en gevolgen van klimaatverandering en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico's en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperkten en de afweging die daarbij is gemaakt. In dit geval wordt rondom de nieuwbouw een gezamenlijke groene tuin aangelegd waarin ook het hemelwater - dat op eigen terrein terecht komt - wordt geïnfiltreerd.
Het realiseren van een gezamenlijke groene tuin en het afkoppelen van het hemelwater zijn voorbeelden van klimaatadaptieve oplossingen. Met dit plan is aldus rekening gehouden met klimaatverandering.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021 Algemeen Op 4 juli 2019 is de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021 vastgesteld. In deze structuurvisie wordt de gewenste ruimtelijke ontwikkelingsrichting ten aanzien van het beleidsveld wonen voor de termijn van 2018 tot en met 2021 met een doorkijk naar de lange termijn (2030) vastgelegd. De structuurvisie is een actualisatie van zijn voorganger uit 2014. De structuurvisie is uitvoeringsgericht en bevat afwegings- en toetsingskaders om te beoordelen of een initiatief past binnen de (toekomstige) regionale woningbehoefte. Het beleid is met name gericht op sturing vanuit actuele behoeftecijfers en vanuit de kwantiteit en kwaliteit, zowel algemeen als gespecificeerd naar doelgroep. Een grootschalig uitgevoerd woningmarktonderzoek (voorjaar 2018) heeft hiervoor de benodigde input geleverd. De Structuurvisie Wonen 2018 richt zich primair op wonen. Aanvullend dient er aandacht te blijven voor het aspect Wonen en Zorg. De gemaakte afspraken in de structuurvisie uit 2014 voor wat betreft het kwantitatief afwegingskader blijven gehandhaafd. Voor de uitgangspunten van de Structuurvisie Wonen 2018 betekent dit dat: Elke gemeente opnieuw de mogelijkheid geboden wordt te bouwen in elke kern.
Tegelijkertijd voor elke gemeente een plafond aangegeven wordt van het aantal woningen dat maximaal gebouwd mag worden, met dien verstande dat de realisatie of de in productie name van de toegestane te bouwen woningen daadwerkelijk moet gebeuren voor 1-1-2024. De opgave om de planvoorraad in de komende planperiode verder terug te dringen, gehandhaafd blijft. Daarbij evenals in de voorgaande planperiode een realisatie opgave van 40% afbouw wordt afgesproken in de periode 2018 tot en met 2021.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
28
Gemeente Roerdalen Er heeft voor de gemeente Roerdalen ook op kernenniveau een verdieping plaatsgevonden. Hieronder worden de belangrijkste conclusies uit het woonbehoefteonderzoek in de regio opgesomd: Het aantal huishoudens neemt in Midden-Limburg tot 2029 nog toe met 2.600 huishoudens. In Roerdalen wordt de top in 2022 bereikt. Als gevolg van deze (beperkte) groei neemt de vraag naar woningen beperkt toe. De groei bestaat voornamelijk uit ouderenhuishoudens. Een doorkijk tot 2030 levert op het aantal huishoudens met circa 200 zal dalen. De grootste behoefte bestaat uit appartementen met lift en grondgebonden seniorenwoningen, zowel in de sociale huursector als in de koopsector. Overschotten ontstaan vooral in appartementen zonder lift en rij/hoekwoningen in de sociale huursector en 2onder1 kap/geschakelde woningen in de koopsector. In Roerdalen zijn met name vrijstaande koopwoningen in de duurdere prijsklassen in trek en zijn appartementen met lift of grondgebonden seniorenwoningen in de sociale huurprijsklassen gewild. Het aandeel oudere huishoudens (>65 jaar) neemt toe. Ongeveer een derde van alle huishoudens is 65 jaar en ouder en dat aandeel zal tot 2030 toenemen. Veel oudere huishoudens wonen in een 2 onder 1 kap woning of een vrijstaande woning. Ouderen zijn minder verhuisgeneigd. Aanpassingen aan de woning zijn deels uitgevoerd.
Het merendeel verwacht geen belemmeringen om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen. Voor de kern Melick is in de kwaliteitsenvelop opgenomen dat er kwantitatief ongeveer 70 woningen gebouwd kunnen worden (richtcijfer). Kwalitatief gezien ligt de voorkeur bij appartementen met lift en grondgebonden seniorenwoningen, zowel in de huur- als koopsector (lager en middensegment). Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025 In de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025 leggen de gemeenteraden van gemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert de gewenste ruimtelijke ontwikkelingsrichting vast op het gebied van wonen. Uitgangspunt is dat Midden-Limburg het verbindend hart is van Limburg, waar wonen aantrekkelijk is. De kwaliteit van de leefomgeving en daarmee van het wonen is hoog. Toch zijn er op het gebied van wonen, zeker gezien de huidige woningmarkt, uitdagingen: het (laten) bouwen van voldoende woningen voor de juiste doelgroepen. De structuurvisie legt de nadruk op het tegemoet komen aan de groeiende woningbehoefte met kwalitatief het juiste aanbod. Maar ook de bestaande woningen moeten duurzamer en levensloopbestendiger worden. In deze Structuurvisie wordt ruimte gemaakt om de juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment te kunnen realiseren.
De ambitie, zoals opgenomen in de Structuurvisie, is hoog. Daarnaast is er aandacht voor transformatie en herstructurering. Doel is het op peil houden van de leefbaarheid in steden en dorpen en een thuis te kunnen bieden aan (toekomstige) inwoners. Na de Structuurvisie Wonen voor de periode 2014 t/m 2017 en 2018 t/m 2021 is in kwantitatieve zin overcapaciteit voor een deel blijven bestaan, maar heeft er wel een kwalitatieve opschoning van de plannen plaatsgevonden. Deze Structuurvisie biedt een toetsings- en afwegingskader voor het invullen van de resterende opgave met nieuwbouw en transformatie. De afzonderlijke gemeenten worden in staat gesteld de meest passende onderdelen uit het beschikbaar instrumentarium in te zetten om daadwerkelijk sturing te geven.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
29
De Structuurvisie bevat regionale afspraken. Binnen deze regionale afspraken kunnen gemeenten uiteraard desgewenst meer uitgewerkt lokaal beleid vaststellen. Concreet betekent dit: 1. Het voortzetten van regulier woonbeleid. Realiseren van woningbouwplannen uit de planvoorraadlijst, passend bij de woningbehoefte zoals die o.a. op basis van de resultaten van het Woningmarktonderzoek Midden-Limburg is vastgesteld. Het bestaand lokaal woonbeleid zoals de lokale “Beleidsregel compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen (2019)” met de daaraan gekoppelde afwegingscriteria of de “Verordening Starterslening gemeente Roerdalen 2021” blijft onverminderd van kracht. 2. Het koppelen van wonen en zorg. Onze ambitie is om de koppeling tussen zorg en wonen te versterken. Dit doen we door samen te werken met woon- en zorgpartners. 3. Woningbouw aanvullend op de, volgens de huishoudensprognose, benodigde aantallen. Hierbij wordt vooral ingezet op herstructurering- en transformatieprojecten. De mogelijkheden van aanvullende woningbouw zijn mede afhankelijk van de behoefte. (Ook voor deze aanvullende woningbouw geldt het lokaal woonbeleid, zoals vermeld onder 1). 4. Samenwerken met de woningcorporatie.
We maken ieder jaar afspraken met Wonen Limburg en de huurderbelangenvereniging over thema's als beschikbaarheid, betaalbaarheid, duurzaamheid, zorg, bijzondere doelgroepen (woonwagenbewoners, statushouders etc.) en leefbaarheid. 5. Innovatieve projecten. Verkennen van mogelijkheden voor innovatie projecten zoals ecologische wonen, tiny housing, tijdelijke woningen en alternatieve woonconcepten door en voor eigen inwoners. 6. Verduurzaming en klimaatadaptatie. De komende jaren staan in het teken van het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad en de duurzame, groenere en klimaat adaptieve woonomgeving (in combinatie met de resultaten uit de stresstest). Beoordeling plan Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van 22 appartementen voor ouderen met zorg. Specifiek voor de doelgroep ouderen is er een aanvullende behoefte aan appartementen met lift en grondgebonden seniorenwoningen. Het aantal ouderen in Roerdalen neemt in de komende jaren sterk toe, daarmee ook het aantal mensen dat thuiszorg nodig heeft. Dit plan is specifiek op deze doelgroep gericht, in lijn met ambitie 2 in de ontwerp-structuurvisie. Gezien deze feiten is het plan passend in de regionale Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021 (en opvolger) en de kwaliteitsenvelop Melick.
Dit plan past daarmee ook binnen de kader van de structuurvisie wonen Midden-Limburg 2018-2021 (en opvolger) en het onderliggende woningmarktonderzoek uit 2018.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
30
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie Roerdalen 2050 Algemeen De 'Omgevingsvisie Roerdalen 2050' is gericht op de kwaliteit en ontwikkeling buiten (onze fysieke leefomgeving) voor de lange termijn. De omgevingsvisie heeft betrekking op alle terreinen van de leefomgeving en gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur (wegen, sporen etc.) en cultureel erfgoed. Met betrekking tot de woningmarkt wordt gestreefd naar een gezonde evenwichtige verdeling van koop, middenhuur en sociale huurwoningen. Hiermee wordt ingezet op het behoud van een gezonde mix (diversiteit) aan inwoners, zowel in leeftijd als achtergrond. Het strategisch verdunnen van het woningaanbod vormt een oplossingsrichting om de balans op de woningmarkt te herstellen. Het biedt kansen om de kwaliteit van de woningvoorraad, binnen de kernen van Roerdalen, op peil te houden. Strategisch verdunnen kan vorm krijgen door op specifieke plekken in een wijk een deel van de bebouwing te slopen. De vrijgekomen ruimte wordt benut voor de herbouw van woningtypes die aansluiten bij de behoefte; bijvoorbeeld levensloopbestendige woningbouw voor senioren. Deze vastgoedontwikkeling kan vervolgens direct worden gebouwd conform de nieuwste eisen ten aanzien van energie en duurzaamheid.
Zorg De ontwikkeling dat mensen steeds ouder worden gaat helaas ook vaak gepaard met chronische ziekten (CBS-Stateline, 2020). De behoefte aan zorg en de toegankelijkheid en veiligheid hiervan spelen dan ook belangrijke rol. De verzorgingsstaat staat, als gevolg van groeiende vergrijzing, onder druk. Als antwoord hierop ontstaan steeds meer verschillende zorginitiatieven, maar komt er ook steeds meer gedeelde verantwoordelijkheid om voor elkaar te zorgen bij onze inwoners te liggen. Vergrijzing (ouderen die langer zelfstandig thuis wonen) en ontgroening (jongeren gaan op kamers). De vraag naar gezinswoningen neemt af terwijl de behoefte aan passende eenpersoonshuishoudens (of kleine huishoudens) groeit (Volksgezondheid, 2018). De vraag ligt hierbij met name bij levensloopbestendige woonvormen. Voor ouderen zijn dit bijvoorbeeld woningen die gelijkvloers zijn, dichtbij voorzieningen als een supermarkt liggen en zijn gevestigd in een dorp met goede verbindingen rondom het openbaar vervoer. Voor ouderen is zelfstandigheid erg belangrijk. Ze willen dan ook vaak zolang mogelijk zelfstandig blijven wonen. De locatie van woningen, in de nabijheid van voorzieningen en dichtbij anderen is hierbij van belang. Hierdoor ontstaan er nieuwe initiatieven in woonvormen.
Vanuit de zorg wordt er steeds meer geleund op mantelzorgers die vaak moeite hebben om de zorgtaken te combineren met hun werk en gezin (Planbureau, 2019). Hierdoor wordt de zelfstandigheid voor de ouderen nóg belangrijker. Beoordeling plan Het plan omvat de bouw van een woonzorgcomplex met 22 appartementen op een inbreidingslocatie, nadat op de locatie de huidige opstallen zijn gesloopt. Er wordt gebouwd ten behoeve van de doelgroep ouderen met zorg. Dat is een van de grote opgaves in de gemeente Roerdalen. Het planvoornemen past daarmee binnen de beleidsuitgangspunten uit de gemeentelijke Omgevingsvisie.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
31
3.4.2 Beleidsregel compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen 2022 De regionale sectorale Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025 is nader uitgewerkt in beleidsregel 'Compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen 2022'. Ontwikkeling van nieuwe wooninitiatieven heeft een negatieve invloed op de woningvoorraad. Om deze negatieve invloed te compenseren wordt voor bepaalde initiatieven een financiële bijdrage gevraagd. De beleidsregel is van toepassing op nieuw te bouwen woningen, die niet zijn opgenomen in de planvoorraadlijst. De te bouwen wooneenheden betreffen specifieke zorgwoningen. In lijn met de gemeentelijke 'Gedragslijn wonen en zorg in het bestemmingsplan', is voor dit planvoornemen de bestemming “Wonen” met aanduiding 'zorgwonen' opgenomen. Deze bestemmingswijze wordt gehanteerd voor woningen of gebouwen waarin mensen zelfstandig hun woning huren of kopen, en daarnaast een vorm van zorg inhuren/verkrijgen. Met de aanduiding 'zorgwonen' wordt aan de bestemming een specifieke functie aangewezen, omdat deze woningen specifiek voor mensen die vanwege hun leeftijd, gezondheid of beperkingen aangewezen zijn op (enige) zorg en ondersteuning. Deze woningen tellen mee in de woningvoorraad maar zijn uitsluitend beschikbaar voor een specifieke doelgroep.
Beoordeling plan Gezien de behoefte aan woningen voor deze doelgroep en het specifieke woningbouwtype (één gebouwencomplex t.b.v. zorgwonen) is de beleidsregel niet van toepassing op onderhavig plan en is een compensatiebijdrage per nieuwe wooneenheid niet vereist. 3.4.3 Kwaliteitskader Roerdalen Het Kwaliteitskader Roerdalen van de gemeente Roerdalen is geïntroduceerd bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie Roerdalen 2050. In het gemeentelijk kwaliteitskader van de gemeente Roerdalen wordt onderscheid gemaakt tussen ontwikkelingen binnen dan wel buiten de rode contour. Beoordeling plan Onderhavige locatie is gelegen binnen de kern van Melick. Dit kan onder andere worden teruggevoerd op het ter plaatse geldende bestemmingsplan, genaamd '1e herziening Kernen Roerdalen'. In het kwaliteitskader Roerdalen wordt voor de module 'bebouwd gebied (binnen de kerngrenzen)' onderscheid gemaakt in een aantal soorten ruimtelijke ontwikkelingen. Het realiseren van een woonzorgcomplex dat niet in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan valt onder module 13 "projectmatige woningbouw" waarbij maatwerkafspraken moeten worden gemaakt. 3.4.4 Gedragscode wonen en zorg in het bestemmingsplan Op 22 december 2020 heeft het college van gemeente Roerdalen de 'Gedragscode wonen en zorg in het bestemmingsplan' vastgesteld.
Deze gedragslijn schept duidelijkheid in het besluitvormingsproces rondom het toekennen van een bestemming bij een nieuwbouwopgave waarbij het leveren van zorg een belangrijke rol speelt. In dit geval is de bestemming Wonen gehanteerd met de aanduiding 'zorgwoning'. Dit omdat het woonzorgcomplex beoogd is voor mensen die zelfstandig wonen, met daarnaast een zorgcomponent. Deze bestemming is specifiek voor mensen die vanwege hun leeftijd, gezondheid of beperkingen zijn aangewezen op enige zorg en ondersteuning. Deze woningen tellen mee in de woningvoorraad maar zijn uitsluitend beschikbaar voor een specifieke doelgroep.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
32
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
33
Hoofdstuk 4
4.1
Omgevingsaspecten
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Zo moet voor de ontwerpbestemmingsplanfase een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Toetsing In categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.
is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op 1) een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2) een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat of 3) een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer, m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Met de realisatie van 22 appartementen en een totaal van 1.264 m² bvo blijft de ontwikkeling ruim onder de drempelwaarde. UIt de toetsing aan relevante omgevingsaspecten in de volgende paragrafen blijkt dat, mede gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden als gevolg van het plan. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure. Conclusie Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling volgt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er is dus voldaan aan de wettelijke verplichtingen hieromtrent.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
34
4.2
Bedrijven en milieuzonering
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient tussen kwetsbare of gevoelige objecten, zoals een woning, en bepaalde functies en bedrijven voldoende afstand te worden gehouden. Deze afstand is enerzijds nodig om het woon- en leefklimaat ter plaatse van het gevoelige object niet aan te tasten, anderzijds is deze afstand nodig om het bedrijf of de functie niet te beperken in de betreffende (bedrijfs)activiteiten. Als uitgangspunt worden de richtafstanden uit de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) genomen. In de VNG-publicatie is voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar een richtafstand gegeven, waarbij de grootste richtafstand leidend is. De VNG maakt onderscheid tussen de omgevingstypen 'Rustige woonwijk / rustig buitengebied' en 'Gemengd gebied'. Bij het eerste type is er duidelijk sprake van functiescheiding. Bij het tweede is sprake van functiemenging en komen direct naast woningen ook andere functies voor zoals winkels, horeca en (kleine) bedrijven. In de VNG-publicatie is aangegeven dat wanneer er sprake is van een 'gemengd gebied', de richtafstand met één afstandsstap mag worden verminderd. Dat wil zeggen dat een oorspronkelijke richtafstand van 30 meter wordt verminderd naar 10 meter en een oorspronkelijke richtafstand van 10 meter wordt verminderd naar 0 meter.
Toetsing omgevingslawaai als gevolg van plan Het woonzorgcomplex sluit in de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' het meest aan bij de omschrijving 'verpleeghuis'. Hiervoor geldt voor het omgevingstype 'Rustige woonwijk' een richtafstand van 30 meter. De omgeving van het plangebied kan echter worden aangemerkt als gebiedstype 'Gemengd gebied', gezien de ligging aan de doorgaande Dorpsstraat en de daaraan gelegen horeca- en detailhandelsbedrijven. Daarom kan de richtafstand met één stap worden teruggebracht tot 10 meter, waarbij geluid het maatgevend omgevingsaspect is. Voor diverse omliggende woningen geldt dat niet aan deze richtafstand kan worden voldaan. Derhalve dient te worden aangetoond dat na realisatie van het woon-zorgcomplex een akoestisch goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd ter plaatse van de omliggende woningen. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het effect van het omgevingslawaai als gevolg van het plan op de omliggende woningen onderzocht. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd. Het aspect omgevingslawaai heeft betrekking op het te realiseren parkeerterrein. Hierbij is de geluidbelasting op de bestaande woningen inzichtelijk gemaakt.
Daarnaast is onderzocht of ter plaatse van de omliggende woningen hinder wordt ondervonden ten gevolge van stemgeluiden bij samenkomsten op het dakterras en het kleine terras op de begane grond. Als hulpmiddel voor de inpassing van functies in haar fysieke omgeving of van gevoelige functies nabij bedrijven, heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een indicatieve bedrijvenlijst opgesteld. Deze bedrijvenlijst is opgenomen in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009 (verder: VNG-uitgave). Hoewel de onderhavige situatie duidelijk een woonfunctie betreft, sluit het woonzorgcomplex het meest aan bij de omschrijving 'verpleeghuis' uit de VNG-uitgave. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter behorende bij het gebiedstype 'rustige woonwijk'. De omgeving kan echter worden aangemerkt als gebiedstype 'gemengd gebied' gezien de ligging aan de doorgaande Dorpsstraat en de aanwezigheid van detailhandel en horeca en een maatschappelijke bestemming. Derhalve kan de richtafstand met een stap worden teruggebracht tot 10 meter. Voor diverse omliggende woningen geldt dat niet aan deze richtafstand kan worden voldaan. Derhalve dient te worden aangetoond dat na realisatie van het woon-zorgcomplex een akoestisch goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd ter plaatse van de omliggende woningen.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
35
Uit het onderzoek blijkt dat in het kader van best beschikbare technieken (BBT) geluidafschermende voorzieningen dienen te worden gerealiseerd. Om de geluidbelasting op de woningen van derden te reduceren dienen ten noorden en ten zuiden van de parkeerplaats geluidschermen te worden gerealiseerd. Dit geluidscherm dient een massa te hebben van minimaal 10 kg/m2, kierdicht te worden uitgevoerd en een hoogte te hebben van minimaal 1,8 meter boven maaiveld. Een mogelijke geluidafschermende voorziening is bijvoorbeeld een steenachtige tuinmuur of een kokoswand geluidscherm.
figuur 4.1: positie geluidafschermende voorzieningen (rood) Uitgaande van het toepassen van bovenstaande maatregel kunnen de volgende conclusies worden getrokken: De beschouwde situatie voldoet aan het BBT-principe daar er redelijkerwijs, behalve voornoemde maatregel, geen aanvullende doelmatige maatregelen te treffen zijn om de geluidbelasting in de omgeving verder terug te dringen. Met betrekking tot zowel het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) als het maximale geluidniveau (LAmax) kan worden gesteld dat op alle gevels van de omliggende woningen wordt voldaan aan de grenswaarden van respectievelijk 50 en 70 dB(A) etmaalwaarde, behorende bij stap 2 van het stappenplan uit de VNG-uitgave; Met betrekking tot zowel het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) als het maximale geluidniveau (LAmax) kan worden gesteld dat ter plaatse van alle beschouwde buitenruimten van de omliggende woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden van respectievelijk 50 en 70 dB(A) etmaalwaarde.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
36
In onderliggend rapport zijn de geluidniveaus tijdens de representatieve situatie berekend, inzichtelijk gemaakt en tevens getoetst aan de gestelde geluideisen. Op basis van de resultaten kan worden gesteld dat op de gevels van de omliggende woningen na realisatie van het parkeerterrein en het realiseren van de extra geluidafschermende voorzieningen een akoestisch goed woon- en leefklimaat gewaarborgd blijft en er derhalve akoestisch gezien sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het plan betreft meerdere (zorg)woningen die niet meer aan het bestaande gasnetwerk worden aangesloten. Derhalve worden mogelijk een of meerdere warmtepompen met buitenunits toegepast. Conform opgave van de opdrachtgever staat het nog niet vast welk systeem gebruikt wordt om het gebouw te verwarmen. Conform opgave van de gemeente Roerdalen dient de cumulatie van geluid bij toepassing van meerdere warmtepompen met buitenunits bij planologische ontwikkelingen in het kader van een goede ruimtelijke ordening te worden onderzocht en beoordeeld. Indien de cumulatie van het geluid problematisch blijkt te zijn, dienen bijvoorbeeld geluidsisolerende omkastingen te worden toegepast.
Uit het aanvullend onderzoek naar stemgeluiden bij samenkomsten op het gezamenlijke dakterras en het kleine terras op de begane grond blijkt dat met een langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en een maximale geluidniveau (LAmax) van respectievelijk 47 en 62 dB(A) etmaalwaarde op de maatgevende toetspunten ruimschoots aan de grenswaarden voor stap 2 wordt voldaan. Derhalve wordt het onwaarschijnlijk geacht dat ter plaatse van de omliggende woningen hinder wordt ondervonden van het dakterras en het kleine terras op de begane grond. Toetsing invloed omliggende bedrijven op het plan In de omgeving van het plangebied ligt een aantal bedrijven met een richtafstand op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering': Dorpstraat 65 (cafetaria, milieucategorie 1). Voor restaurants, cafetaria's, snackbars geldt, na een verlaging met een afstandsstap, een richtafstand van 0 meter. De afstand tussen het woonzorgcomplex en het cafetaria bedraagt 23 meter, zodat aan de richtafstand wordt voldaan. Dorpsstraat 61a (detailhandel, milieucategorie 1). Voor detailhandel geldt, na een verlaging met een afstandsstap, een richtafstand van 0 meter. De afstand tussen het woonzorgcomplex en de (meubel)winkel bedraagt 16 meter, zodat aan de richtafstand wordt voldaan. Dorpstraat 82 (horeca, milieucategorie 1).
Voor deze horeca(bestemming) geldt, na een verlaging met een afstandsstap, een richtafstand van 0 meter. De afstand tussen het woonzorgcomplex en het perceel bedraagt 55 meter, zodat aan de richtafstand wordt voldaan. Dorpsstraat 71a (detailhandel, milieucategorie 1). Voor detailhandel geldt, na een verlaging met een afstandsstap, een richtafstand van 0 meter. De afstand tussen het woonzorgcomplex en de (hengelsport)winkel bedraagt 57 meter, zodat aan de richtafstand wordt voldaan. Conclusie Onderhavig plan voorziet in een goede ruimtelijke ordening. Enerzijds is sprake van een goed woon- en leefklimaat, zoals ook uit het akoestisch onderzoek is gebleken. Anderzijds worden bedrijven niet in de bedrijfsvoering belemmerd.
Rho adviseurs voor leefruimte
44004451.20550
37
4.3
Archeologie
Toetsingskader Sinds 2007 kent Nederland de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, gewijzigde Monumentenwet 1988). Per 1 juli 2016 zijn de bepalingen van de Wamz 2007 gedeeltelijk overgegaan in de Erfgoedwet. Op basis van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Verder stelt de Wamz 2007 dat gemeenten archeologieparagrafen moeten opnemen in bestemmingsplannen en archeologische waarden en verwachtingen op te nemen op de verbeelding en ze te beschermen middels regels.
figuur 4.2: uitsnede archeologische waardenkaart Toetsing Op basis van de Archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Roerdalen ligt het plangebied in een gebied met een hoge en - aan de zuidoostkant - lage verwachtingswaarde. Daarom is het gebied in het geldende bestemmingsplan '1e herziening Kernen Roerdalen' bestemd met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 4', 'Waarde - Archeologie 5' en 'Waarde - Archeologie 7'. Voor bouw- en aanlegwerkzaamheden groter dan respectievelijk 250 m², 1.000 m² en 10.000 m² of dieper dan 40 cm is een omgevingsvergunning nodig. Deze omgevingsvergunning kan alleen worden verleend als op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord of dat deze afdoende kunnen worden beschermd door middel van voorschriften. De bebouwing van het woonzorgcomplex en het bouwvlak daarvan zijn geprojecteerd op de dubbelbestemmingen die in het plangebied gelden (zie figuur 4.3).
Daarbij is het bouwvlak, conform de verbeelding bij dit plan, 1 meter buiten de nieuwe bebouwing geprojecteerd: binnen 'Waarde - Archeologie 4' vindt geen bebouwing plaats; binnen 'Waarde - Archeologie 5' is de oppervlakte van de nieuwe bebouwing 924 m² en blijft deze onder de drempel van 1.000 m²; binnen 'Waarde - Archeologie 7' is de oppervlakte van de nieuwe bebouwing 290 m² en blijft deze onder de drempel van 10.000 m². Hieruit volgt dat voor de bebouwing op grond van de dubbelbestemmingen in het geldende bestemmingsplan (en de Archeologische waarden- en verwachtingenkaart die daaraan ten grondslag ligt) geen archeologisch onderzoek nodig is. Voor de aanleg van erfverhardingen en hemelwatervoorzieningen wordt de bodem niet dieper dan 40 cm beneden maaiveld geroerd. Daarnaast was een deel van het plangebied bebouwd, waardoor gronden reeds zijn geroerd. Hierom is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk. De dubbelbestemmingen blijven van kracht en zijn als zodanig overgenomen in de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan. Rho adviseurs voor leefruimte