Bijlage 1 Gemeentelijk rioleringsprogramma Roerdalen 2022 - 2026
Tekst van het document
Gemeentelijk rioleringsprogramma Roerdalen 2022-2026 Stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater
Opdrachtgever: Gemeente Roerdalen
Verantwoording Titel
Gemeentelijk rioleringsprogramma Roerdalen 2022-2026
Subtitel
Stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater
Projectnummer
51001394-007
Referentienummer
NL22-648800269-14366-D1.docx
Revisie
D1a
Datum
25-01-2022
Auteur
Karst Jan van Esch, Carl Geuljans
E-mailadres
Karstjan.vanesch@sweco.nl
Gecontroleerd door
Elwin Leusink
Paraaf gecontroleerd en goedgekeurd
2
Inhoudsopgave Voorwoord .............................................................................................................................. 5 Samenvatting ......................................................................................................................... 6 1
Inleiding ................................................................................................................ 11
1.1
Nieuw GRP voor Roerdalen .................................................................................. 11
1.2
De waterketen........................................................................................................ 11
1.3
Zorgplichten ........................................................................................................... 11
1.4
Proces .................................................................................................................... 12
1.5
Leeswijzer .............................................................................................................. 13
2
Wat hebben we de afgelopen jaren bereikt ....................................................... 14
3
Wat willen we bereiken ....................................................................................... 16
3.1
Waarom rioleringszorg .......................................................................................... 16
3.2
Ontwikkelingen en opgaven .................................................................................. 16
3.3
Stedelijk afvalwater ................................................................................................ 19
3.4
Hemelwater............................................................................................................ 19
3.5
Grondwater ............................................................................................................ 22
3.6
Oppervlaktewater................................................................................................... 23
4
Wie doet wat ......................................................................................................... 25
4.1
Gemeentelijke zorgplicht ....................................................................................... 25
4.2
Samenwerking ....................................................................................................... 26
4.3
Wat verwachten we van inwoners en bedrijven .................................................... 26
5
Wat hebben we..................................................................................................... 29
5.1
Totaaloverzicht aanwezige voorzieningen ............................................................ 29
5.2
Stedelijk afvalwater en Hemelwater ...................................................................... 31
5.3
Grondwater ............................................................................................................ 33
5.4
Oppervlaktewater................................................................................................... 34
5.5
Klachten en meldingen .......................................................................................... 34
5.6
Verordeningen en vergunningen ........................................................................... 35
6
Wat gaan we doen ............................................................................................... 36
6.1
Aan de slag ............................................................................................................ 36
6.2
Stedelijk afvalwater en hemelwater ....................................................................... 36
6.3
Klimaatadaptatie- en milieumaatregelen ............................................................... 40
3
6.4
Grondwatermaatregelen ........................................................................................ 40
6.5
Samenwerken ........................................................................................................ 40
6.6
Meerjareninvesteringsprogramma ......................................................................... 41
6.7
Risicobeheersing ................................................................................................... 41
7
Organisatie en financiën ..................................................................................... 44
7.1
Personele capaciteit .............................................................................................. 44
7.2
Kosten en kostendekking ...................................................................................... 45
Bijlage 1
Woordenlijst
Bijlage 2
Uitgangspunten kostendekkingsberekening
Bijlage 3
Inventarisatie en financiële tabellen
Bijlage 4
Overzicht overstorten
Bijlage 5
Informatie berekening personele middelen
4
Voorwoord
Voor u ligt het Gemeentelijk Rioleringsprogramma Roerdalen 2022-2026. In dit GRP geven wij aan hoe wij de komende jaren onze gemeentelijke watertaken willen invullen. We bepalen het beleid wat we gaan voeren en hoe we alle onderdelen van de riolering gaan beheren. Onze riolering is essentieel voor onze leefomgeving, het milieu en de volksgezondheid. Droge voeten in onze huizen, schoon water in onze oppervlaktewateren en voldoende bescherming tegen extreem weer zijn onze hoofddoelen. De gebeurtenissen in Limburg hebben ons laten zien dat klimaatadaptatie een thema is wat serieus genomen moet worden. We moeten harder dan ooit door op de ingeslagen weg, waarbij wateroverlast, hitte en droogte belangrijke thema’s zijn om rekening mee te houden. We zorgen ervoor dat we in 2050 een klimaatrobuust Roerdalen hebben waar het prettig wonen en werken is.
Wethouder Jan Smits, Portefeuillehouder van o.a. Openbare Werken en Vastgoed, Grondzaken, Duurzaamheid en Financiën
5
Samenvatting
Waarom een Gemeentelijk Rioleringsprogramma (GRP)? Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Als gemeente hebben we de taak om voor die riolering te zorgen: we hebben de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, voor afvloeiend hemelwater en voor grondwater. Dit GRP geeft aan hoe wij met deze drie zorgplichten omgaan. We werken samen in de Waterketensamenwerking Waterpanel Noord (WPN). Samen met vijftien gemeenten in Noord- en Midden-Limburg, het waterschap Limburg (WL), Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) en Waterleidingmaatschappij Limburg (WML) werken we aan klantgerichtheid, verhoging van de kwaliteit, vermindering van de kwetsbaarheid en verlaging van de kosten binnen het samenwerkingsverband. Samen hebben we in 2020 een nieuw Waterketenplan opgezet. In dit beleidsplan staan de visie, de gezamenlijke ambities, de uitgangspunten en een actieprogramma die invulling geven aan het samenwerken. Even terugkijken Tijdens de afgelopen planperiode zijn de gestelde doelen grotendeels behaald. Er zijn geen acute problemen bekend met de inzameling van stedelijk afvalwater en hemelwater, en het transport van afvalwater naar de rioolwaterzuiveringsinrichtingen verloopt goed. De kwaliteit van de riolen is onderzocht door inspecties. Waar nodig zijn maatregelen getroffen. Onze personele capaciteit is onvoldoende.
Daardoor blijven werkzaamheden liggen, kunnen we resultaten van onderzoeken niet goed implementeren, onze rol in de samenwerkingsverbanden niet goed oppakken en is de kans op suboptimale oplossingen voor problemen groter. Wat zijn de doelen voor de komende periode? In het Waterketenplan zijn onze ambities opgenomen, die leidend zijn voor dit GRP. De doelen bij de invulling van onze wettelijke zorgplichten zijn niet veranderd: 1. Zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater; 2. Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater; 3. Zorgen voor inzameling van hemelwater (voor zover niet door de particulier); 4. Zorgen voor verwerking van ingezameld hemelwater; 5. Zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert.
6
Daarnaast hebben we als gemeente ook een zorgplicht in de duurzame veiligstelling van de drinkwatervoorziening. Daar houden we bij onze watertaken nadrukkelijk rekening mee. Wat hebben we nu? In onderstaande tabel zijn de kenmerken van onze riolering weergegeven. Tabel 0-1 Kenmerken riolering
Onderdeel Vrijvervalriolering - gemengd - DWA - HWA Totaal Druk-/persleiding
aantal
eenheid
145 11 14 171
km km km km
42
km
Onderdeel Bergbezinkvoorzieningen IBA’s (eigendom gemeente, in beheer bij WBL) Gemalen Drukrioleringunits Overstorten en nooduitlaten
aantal 8 5
eenheid stuks stuks
42 101 30
stuks stuks
Ons rioolstelsel functioneert over het algemeen goed op basis van de uitgangspunten waarop het is ontworpen. We hebben door het uitvoeren van de stresstest light inicht gekregen in de locaties die gevoelig zijn voor wateroverlast. Ook in de praktijk is een beperkt aantal overlastlocaties bekend. Er zijn nagenoeg geen klachten over grondwater. Ook waterlopen en waterbuffers/vijvers maken onderdeel uit van ons hemelwaterstelsel. De gemeente en/of het Waterschap Limburg onderhouden ze om de afvoer- en bergingscapaciteit op peil te houden. Wat gaan we doen in de komende planperiode? In het kader van de samenwerking binnen Waterpanel Noord voeren we onderzoeken uit om onze kwetsbaarheid te verminderen, de kwaliteit te verhogen en verder kosten te besparen. We gaan de komende planperiode onderzoeken en maatregelen uitvoeren om ons rioolstelsel te onderhouden, uit te breiden, oude riolering te relinen of te vervangen en waar mogelijk te verbeteren. Risicogestuurd beheer is steeds meer de leidraad. We voeren onderhoud uit en vervangen of renoveren oude en versleten riolering. We voltooien onze maatregelen om voor 2027 aan de Kaderrichtlijn Water te voldoen. Dat doen we in nauwe samenspraak met het Waterschap. Daarmee minimaliseren we de invloed vanuit de riolering op de waterkwaliteit.
De kans op extreme buien met bijbehorende wateroverlast neemt toe, zo is ook door het recente IPPC-rapport onderschreven. Daarom gaan we verder met klimaatadaptieve maatregelen, dat wordt steeds meer leidend bij alles wat we doen. Bij nieuw- en verbouwplannen is een berging van 58 mm nodig. Dit komt overeen met een bui van een uur die eenmaal in de 100 jaar valt.
7
We hebben ook geld opgenomen voor het duurzamer omgaan met hemelwater bij projecten in de openbare ruimte. Daarmee verminderen we wateroverlast én gaan we verdroging tegen. In 2022 wordt het (regionale) grondwatermeetnet ook in onze gemeente uitgerold. Daarmee krijgen we beter zicht op de grondwaterstanden. In totaal investeren we deze planperiode een bedrag van ongeveer € 7,4 miljoen. Wat hebben we hiervoor nodig? De personele bezetting bestaat uit 3 fte binnendienst en 2 fte buitendienst. De ervaring is dat dit erg krap is. Er is net voldoende tijd voor het dagelijks beheer, maar te weinig voor beleidsontwikkeling en inspelen op actualiteiten, innovaties, nieuwe watertaken zoals klimaatadaptatie en regionale samenwerking. Aandachtspunt is dat de groei van het aantal taken (ook buiten de rioleringszorg) steeds meer beslag legt op de beschikbare capaciteit. Samenwerking met andere partners kan dit slechts zeer gedeeltelijk oplossen. Het gevaar van te weinig personele capaciteit is dat er werkzaamheden blijven liggen en dat er mogelijk te snel en te weinig onderbouwde en dus suboptimale beslissingen worden genomen. Ook kan de kwaliteit van de riolering op langere termijn achteruit gaan waardoor de kans op calamiteiten toeneemt. De totale vervangingswaarde van onze riolering is circa 129 miljoen euro.
Om dat kapitaal goed te beheren is gemiddeld in de planperiode circa € 2,1 miljoen per jaar nodig inclusief de kapitaallasten van nieuwe investeringen. Dat geld wordt opgebracht door burgers en bedrijven in de vorm van rioolheffing. We heffen van de gebruiker van een perceel naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. Daarbij maken we gebruik van een staffeling. In dit GRP houden we rekening met groei van het aantal woningen. We gaan uit van een toename met circa 450 nieuwe heffingseenheden in deze planperiode. Als we per 1-1-2022 een rioolheffing zouden heffen die over de gehele levenscyclus van de riolering van 80 jaar gelijk en kostendekkend is, zou die rioolheffing € 289 moeten bedragen voor de referentiestaffel van 25-150 m3 waterverbruik. Het is echter niet nodig om direct dat tarief te heffen. Er is geld in de voorziening dat kan worden ingezet én hoe verder in de toekomst, hoe groter de onzekerheden. Daarom stellen we ook elke vijf jaar een nieuw GRP op zodat we kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen. De heffing voor 2022 bedraagt € 214 (voor de referentiestaffel van 25-150 m3 waterverbruik). We stellen voor om vanaf 2023 de rioolheffing voor de referentiestaffel met € 6 euro per jaar te verhogen om voldoende middelen te houden om alle maatregelen uit te kunnen voeren. De overige staffels stijgen verhoudingsgewijs mee.
8
In het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) staan regels voor het omgaan met de financiën. Het geld dat we met de rioolheffing ophalen, valt onder de BBV-noemer “van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden”. We gebruiken een voorziening riolering (BBV artikel 44 lid 2). Dat zorgt ervoor dat de baten en lasten van riolering een eigen kostendekkend systeem vormen.
9
Algemeen
10
1
Inleiding
1.1 Nieuw GRP voor Roerdalen Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. In dit GRP (conform de Wet milieubeheer 4.22) beschrijven we hoe we werken in de (afval)waterketen. Daarmee geven we aan hoe wij als gemeente omgaan met de wettelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwatermaatregelen. We geven hiermee ook richting aan de invulling van onze zorgplicht voor het veiligstellen van de drinkwatervoorziening. Daarnaast gaan we in op de nieuwe ontwikkelingen die onze zorgplichten raken; klimaatverandering en de invoering van de Omgevingswet zijn van invloed op onze werkzaamheden. Ons (afval)watersysteem beschermt de volksgezondheid en het milieu door het vuile water af te voeren naar de zuivering. Het is daarmee een belangrijk onderdeel van de leefomgeving, waarmee er een directe relatie ligt met andere vakgebieden. 1.2 De waterketen We zijn onderdeel van Waterpanel Noord. De betrokken partners in de waterketen zijn de gemeenten van Waterpanel Noord, Waterschap Limburg (WL), Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) en Waterleidingmaatschappij Limburg (WML). Samen vertegenwoordigen we alle schakels die nodig zijn om water te winnen en uiteindelijk na gebruik weer te lozen. Drinkwaterbedrijven zorgen voor de waterwinning en drinkwaterdistributie.
Burgers en bedrijven gebruiken het water, gemeenten zamelen het gebruikte drinkwater in (stedelijk afvalwater) en transporteren dat naar een overnamepunt. Ook zamelen ze overtollig afvloeiend hemelwater in, verwerken dat en treffen grondwatermaatregelen als dat nodig is. Waterschappen organiseren de zuivering van het stedelijke afvalwater in rioolwaterzuiveringsinstallaties en beheren het oppervlaktewater. Daarnaast beheren Provincie en waterschap ieder voor hun deel het grondwater. En van dat oppervlakte- en grondwater wordt vervolgens weer drinkwater gemaakt. Daarmee is de keten rond. In het waterketenplan (2021-2025) hebben we de regionale beleidskaders voor de waterketen vastgelegd. In dit programma verankeren we deze uitgangspunten. 1.3 Zorgplichten In dit water- en rioleringsprogramma geven we aan hoe we onze wettelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater invullen.
11
Stedelijk afvalwater
Op grond van de Wet milieubeheer artikel 10.33 (straks Omgevingswet artikel 2.16 lid 1a-3) is elke gemeente verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt van de in de gemeente gelegen percelen. Alle percelen binnen de bebouwde kom zijn daarom aangesloten op (vrijverval)riolering. Buiten de bebouwde kom zijn alle percelen aangesloten op vrijvervalriolering, drukriolering, IBA of een geoorloofd alternatief. Het waterschap heeft op grond van artikel 2.4 uit de Waterwet de verplichting om het afvalwater te zuiveren (of te laten zuiveren door een andere partij).
Hemelwater
Vanuit de Waterwet artikel 3.5 (straks Omgevingswet artikel 2.16 lid 1-a1) zijn gemeenten verplicht om zorg te dragen voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater, maar alleen als degene die zich er van wil ontdoen niet redelijkerwijs het water zelf kan verwerken op het eigen perceel, door het in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen.
Grondwater
In de Waterwet, artikel 3.6 (straks Omgevingswet artikel 2.16 lid 1-a2), is bepaald dat de gemeente de zorg heeft om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit doet de gemeente door maatregelen te treffen in het openbaar gemeentelijke gebied voor zover deze doelmatig zijn en niet tot de zorg van de (grondwater)beheerder of de provincie behoort.
Drinkwater
Zorg voor een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening (samen met provincie en waterschap, Drinkwaterwet, artikel 2).
Ook volgt uit het Ontwerpbesluit kwaliteit leefomgeving (artikel 3.17) dat de gemeente er zorg voor draagt dat een openbaar vuilwaterriool zo wordt ontworpen, gebouwd en onderhouden dat: a) het zoveel mogelijk berekend is op de eigenschappen, samenstelling en hoeveelheid van het afvalwater, b) lekkage zoveel mogelijk wordt voorkomen, en c) het aantal overstortingen zo beperkt is als voor een doelmatig beheer van afvalwater mogelijk is. 1.4 Proces Riolering is samen met de rioolwaterzuiveringsinstallatie onderdeel van de afvalwaterketen en heeft via overstorten en regenwateruitlaten veel relaties met het watersysteem. Dit GRP
12
is daarom ook tot stand gekomen in nauwe samenwerking tussen onze gemeente, het Waterschap Limburg (WL) Vóór vaststelling door de gemeenteraad is het ontwerp-GRP officieel ter becommentariëring gezonden aan de bij wet genoemde instanties (Wet milieubeheer (Wm) 4.23): de waterbeheerder WL en provincie Limburg. 1.5 Leeswijzer Dit GRP sorteert voor op de komst van de Omgevingswet door het onderscheiden van verschillende delen: evaluatie huidig GRP, visie, plan, programma en kostendekking: • We starten met de evaluatie over de huidige planperiode. Wat ging goed, wat kan of moet anders? Dit markeert het startpunt voor het nieuwe GRP 2022-2026. • In het visiedeel beschrijven we de doelen en ambities die er zijn met de gemeentelijke watertaken. Duurzaamheid en klimaatadaptatie spelen hierbij een grote rol. Dit deel heeft een sterke relatie met de inrichting van de openbare ruimte van de gemeente en kan daar ook de input vanuit de gemeentelijke watertaken voor leveren. • In het plandeel gaan we in op de verhouding tussen de gemeente, andere overheden, bewoners en bedrijven: wie doet wat? We beschrijven op hoofdlijnen welke lokale wensen en eisen er zijn op het gebied van de gemeentelijke watertaken en de daarvoor benodigde regels. Dit onderdeel is input voor het gemeentelijke omgevingsplan. • In het programmadeel beschrijven we het huidige areaal en de acties voor de planperiode.
Hierin komen de onderzoeken, onderhoudsactiviteiten en vervangingsplanningen aan bod. Het levert de input voor de kostendekkingsberekening. • In het laatste deel gaan we in op de personele en financiële kant van de gemeentelijke watertaken en beschrijven we de benodigde kostendekkende rioolheffingstarieven.
13
2
Wat hebben we de afgelopen jaren bereikt
We hebben het beheer van onze riolering opgepakt met de middelen die we hebben. De riolering is blijven functioneren en we hebben enkele wateroverlastknelpunten aangepakt. Voorbeelden hiervan zijn de herinrichting van Industrieterrein Veldweg, uitbreiding van de bufferlocaties aan de Daelenbroekweg en de van der Landelaan en de Molenweg waar extra capaciteit voor water is gerealiseerd. Het grondwatermeetnet is in 2021 regionaal uitgewerkt en aanbesteed. In 2022 kan dit uitgerold worden waardoor we meer inzicht in de grondwatersituatie krijgen. De gegevens in ons beheerbestand zijn deels geactualiseerd, maar daar zijn we nog niet mee klaar. Sommige onderzoeken zijn door capaciteitsgebrek blijven liggen. Zo hebben we geen actualisatie van het basisrioleringsplan op kunnen stellen en ook de huisaansluitingen hebben we niet kunnen digitaliseren. Regionaal en lokaal zijn stresstesten-light uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn in de klimaatatlas opgenomen. Ook is een start gemaakt het een uitvoeringsprogramma en de risico-dialogen waar met stakeholders uit het gebied gesprekken zijn gevoerd. In 2022 ronden we deze af. De milieumaatregelen (kaderrichtlijn water KRW) hebben we nog niet allemaal uitgevoerd maar we zijn wel heel ver met de grootste locaties (stroomgebied Vlootbeek). De benodigde gronden zijn verworven en de ontwerpen zijn gereed.
In 2022 starten we met de realisatie van de 8 locaties. De resterende locaties aan de Melicker Leigraaf worden aansluitend opgepakt, zodat we uiterlijk 2027 voldoen aan de KRW. We hebben binnen de regionale samenwerking van Waterpanel Noord (voorheen Limburgse Peelen) ook veel bereikt. Zo hebben we gezamenlijke onderzoeken uitgevoerd, samengewerkt met Waterklaar en in 2020/2021 een nieuw Waterketenplan opgesteld.
14
Visie
15
3
Wat willen we bereiken
3.1 Waarom rioleringszorg Van oudsher is de bescherming van de volksgezondheid de belangrijkste functie van de riolering. Door verschillende deskundigen in binnen- en buitenland wordt de aanleg van de riolering zelfs gezien als de grootste bijdrage aan de volksgezondheid van de 20 e eeuw. Tegenwoordig zijn het verbeteren van de leefbaarheid door ontwatering en afwatering van het stedelijk gebied en de bescherming van het milieu tegen vervuiling ook belangrijke doelen. 3.2 Ontwikkelingen en opgaven Mondiaal, nationaal en regionaal zijn er trends en ontwikkelingen te onderscheiden die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van de beheertaken in de waterketen en het (stedelijk) waterbeheer. In onderstaande figuur zijn deze trends en ontwikkelingen geïllustreerd.
3.2.1 Klimaatverandering en klimaatadaptatie Het klimaat verandert. Het gaat vaker en harder regenen, het wordt warmer en het wordt droger voor lange aaneengesloten perioden. De droge zomers van 2018 en 2019 maar ook het droge voorjaar van 2020 hebben effect op onze waterhuishouding omdat de grondwaterstanden dalen. Aan de andere kant hebben we ook te maken gehad met zware buien die op sommige plaatsen voor overlast hebben gezorgd. Deze veranderende omstandigheden zorgen ervoor dat we de leefomgeving en het watersysteem moeten aanpassen, dit noemen we klimaatadaptatie. We onderzoeken de
16
effecten van klimaatverandering op onze gemeentelijke watertaken en zoeken oplossingen voor problemen. Het ondergrondse rioolstelsel heeft een beperkte capaciteit. Grote hoeveelheden neerslag in een korte periode kunnen niet volledig ondergronds verwerkt worden, daar is ons stelsel niet op ontworpen. Uitbreiding van het stelsel ondergronds is kostbaar en de ruimte in de ondergrond is beperkt. Daarom is ook bovengronds ruimte voor water nodig waar we ons bij ontwikkelingen bewust van moeten zijn. De openbare en Figuur 3-1: Wateroverlast particuliere ruimte moeten we zo inrichten dat een extreme bui tot zo min mogelijk overlast en schade leidt. Droogte gaan we tegen door water zo veel mogelijk vast te houden waar het valt. 3.2.2 Duurzaamheid We volgen de ontwikkelingen om de (afval)waterketen te verduurzamen. Bij het toepassen van materialen kunnen we hergebruikte en herbruikbare materialen kiezen. Daarnaast kunnen we uit afvalwater grondstoffen winnen en kunnen we hieruit energie opwekken. We werken daarin – waar mogelijk – samen met betrokken partijen om te kijken waar we het beste maatregelen kunnen treffen. Waar zinvol en mogelijk implementeren we de duurzaamheidsaspecten.
Ook op andere onderdelen wordt gewerkt met duurzaamheid in het achterhoofd: de drukriolering wordt cyclisch preventief onderhouden, waardoor het energieverbruik minimaal is, storingen minder optreden en een langere levensduur wordt bereikt. Onze persleidingen onderhouden we correctief. Dit betekent dat we onderzoek en onderhoud uitvoeren als daar aanleiding toe is. In de praktijk ervaren we weinig knelpunten op dit vlak. Kapotte vrijvervalriolering wordt zo mogelijk duurzaam gerenoveerd door te relinen in plaats van vervangen. Dat scheelt graafwerk, transport, grondstoffen, overlast en geld. 3.2.3 Invoering van de Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet heeft invloed op de waterketen. Zaken die nu op nationaal niveau geregeld zijn, worden gedecentraliseerd. Dit betekent dat er straks (vermoedelijke inwerkingtreding per 1-7-2022) meer keuze is in hoe wij onze gemeentelijke watertaken, ook juridisch gezien, willen inrichten. De gemeentelijke zorgplichten blijven onveranderd gelden en komen terug in de Omgevingswet.
17
In de Omgevingsvisie Roerdalen staat dat we samen op zoek moeten gaan naar aanpassingen in ons watersysteem voor het voorkomen van wateroverlast en voor het extra (lokaal) vasthouden van water. Ook staat in de visie dat we ons moeten voorbereiden op extra opgaven voor wateroverlast, hoogwaterbescherming, waterkwaliteit, droogte en hittestress als gevolg van een veranderend klimaat. 3.2.4 Integrale kijk op de afvalwaterketen De afvalwaterketen is een complex geheel: grondwater en hemelwater spelen een nadrukkelijke rol en ook watergangen werken mee om overtollig hemelwater af te voeren. Werkzaamheden worden integraal uitgevoerd, in samenhang met weg- en wijkvernieuwing en zo veel mogelijk afgestemd op werkzaamheden van het waterschap. We overleggen dus regelmatig met andere disciplines binnen de eigen organisatie en binnen de afvalwaterketen. Waterketenplan Voor de periode 2021-2025 is binnen Waterpanel Noord gezamenlijk een Waterketenplan opgesteld ’Ambities voor een water- en klimaatbestendig Noord Limburg’. Het is een ambitiedocument met bijbehorende beleidsuitgangspunten en uitvoeringsprogramma op het gebied van duurzaam stedelijk waterbeheer in relatie met watersysteem, drinkwatervoorziening en ruimtelijke ordening voor de komende periode van vijf jaar. Dit waterketenplan is de opvolger van het Waterketenplan Limburgse Peelen 2017-2021.
Kern van het Waterketenplan zijn vier K’s: de drie K’s van het Bestuursakkoord Water van 2011 (kostenbesparing, kwaliteitsverhoging en kwetsbaarheidsvermindering) aangevuld met klantgerichtheid, dat we in Waterpanel Noord hoog in het vaandel hebben staan. We hebben in 2020 onze richting bepaald met werksessies, rekening houdend met bestaande en in ontwikkeling zijnde beleidsdocumenten van bijvoorbeeld WL/WBL, WML, Provincie. In dit GRP borduren we voort op het Waterketenplan en vullen dat lokaal in. Hierna komen onze uitgangspunten voor de omgang met de drie gemeentelijke watertaken: stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwatermaatregelen.
18
3.3 Stedelijk afvalwater We beschermen de volksgezondheid en zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving door stedelijk afvalwater in te zamelen en af te voeren.Bij de invulling van de zorgplicht stedelijk afvalwater maken wij onderscheid tussen de bebouwde kom en het buitengebied, en tussen huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater. Bebouwde kom Voor bestaande bouw en (ver)nieuwbouw is het lozers verboden om stedelijk afvalwater in de bodem of op oppervlaktewater te lozen, dit is in facto een aansluitplicht. De gemeente is verplicht stedelijk afvalwater in te zamelen en te transporteren naar een zuiveringtechnisch werk. Dat kan via een traditioneel gemeentelijk rioolstelsel of een andere voorziening (zoals een IBA) die ervoor zorgt dat er geen ongezuiverd afvalwater in het milieu terecht komt. Voor bedrijfsafvalwater geldt dat de gemeente afvalwater dat qua biologische afbreekbaarheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afvalwater inzamelt. Ook ander bedrijfsafvalwater dat niet lokaal kan worden teruggebracht in het milieu wordt ingezameld, tenzij dit ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering. Het Waterschap geeft hierin advies. De gemeente kan nadere voorwaarden verbinden aan nieuwe of bestaande aansluitingen van bedrijven of deze weigeren of beëindigen.
Buitengebied Voor het buitengebied geldt dat de gemeente huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, dat daar qua biologische afbreekbaarheid op lijkt, inzamelt en afvoert, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze omstandigheden zijn: • De capaciteit van het bestaande collectieve systeem is niet toereikend. • Het einde van de technische levensduur van het collectieve systeem (leidingen) is aanstaande. • Het leveren van een vergelijkbaar effluent door nieuwe decentrale technieken (nieuwe sanitatie) als bij zuivering op de RWZI. • Doelmatigheid. De gemeente onderhoudt de bestaande infrastructuur (drukriolering en gemalen) tenminste tot het moment dat leidingen moeten worden vervangen. Ook biedt de gemeente ruimte voor initiatieven met nieuwe sanitatie. Op het moment dat de infrastructuur aan het einde van de technische levensduur is, zal de gemeente in overleg met het waterschap een nieuwe afweging maken over het invullen van de zorgplicht voor afvalwater in het buitengebied. 3.4 Hemelwater Wij zijn als gemeente verantwoordelijk voor inzameling van afstromend hemelwater van percelen waarvan de eigenaren niet zelf kunnen voorzien in afvoer naar oppervlaktewater of bodem. De voorkeursvolgorde die we hierbij hanteren is vasthouden, infiltreren en bergen.
Als wij het hemelwater inzamelen, zijn we ook verantwoordelijk voor de verdere verwerking ervan, inclusief de lozing in de bodem of op oppervlaktewater. Wij kunnen het zowel gescheiden van, als gemengd met huishoudelijk afvalwater inzamelen. De gekozen route
19
bepaalt de betrokkenheid van de waterbeheerder. Het waterschap kan betrokken zijn als beheerder van de ontvangende zuivering of van het ontvangende oppervlaktewater, soms van beide. Hemelwater niet inzamelen tenzij, … Het algemene uitgangspunt dat wij hanteren, is dat nieuwe gebouwen en percelen geen hemelwater lozen op de gemeentelijke riolering, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid noodzakelijk is. Dit is de invulling van de voorkeursvolgorde uit de Wet milieubeheer (10.29a). Dat geldt naast de private percelen ook voor gebouwen en percelen van de gemeente zelf. Hieronder wordt per gebiedstypologie (bestaande bouw, nieuwbouw en buitengebied) beschreven hoe wij invulling geven aan onze zorgplicht hemelwater. Bestaande bouw Voor bestaande gebouwen en percelen geldt dat wij het hemelwater blijven inzamelen en transporteren naar een zuiveringtechnisch werk (RWZI, bij gemengde riolering), de bodem of het oppervlaktewater (bij gescheiden riolering). Het gescheiden aanleveren van te lozen regenwater en afvalwater op het gemeentelijk rioolstelsel en het verwerken van overtollig regenwater op het eigen perceel wordt door de gemeente en het waterschap gestimuleerd. In ons beleid denken we volgens de trits ’stimuleren-faciliteren-afdwingen’. Dit houdt in dat we in eerste instantie burgers stimuleren, en in laatste instanstie burgers verplichten.
Bij sommige knelpunten (zoals wateroverlast en bij rioolvervangingsprojecten waarbij gemengde riolering wordt vervangen door gescheiden riolering) kunnen we het lozen van hemelwater op het vuilwater of gemengde riool uiteindelijk verbieden op grond van een bestemmingsplan, onze verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater (van 25-42013) of het omgevingsplan (Omgevingswet, vanaf 1-7-2022). In het kader van het Waterketenplan 2021-2025 onderzoeken we deze planperiode welke specifieke bergingseisen we kunnen hanteren in geval van nieuwbouw, verbouw en herinrichting. Dit doen we vanuit de regio in het samenwerkingsverband Waterpanel Noord Dat betekent dat onderstaande gegevens komende jaren kunnen wijzigen. Nieuwbouw Bij nieuwbouwsituaties zamelen wij geen hemelwater in. De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt ten minste 58 mm zelf binnen de perceelgrens, tenzij dat technisch onmogelijk is. Dit betekent dat nieuwbouwpercelen een bui die gemiddeld 1 keer in de 100 jaar valt (T=100) moeten kunnen verwerken op eigen terrein 1. Voor extreme neerslaggebeurtenissen wordt voorzien in een overloop via het oppervlak naar de openbare ruimte. Verbouw Ook bij uitbreiding of vernieuwing van bebouwing zamelt de gemeente geen regenwater in. De eigenaar van het gebouw en perceel verwerkt ten minste 58 mm zelf binnen de
1https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/extreme-neerslag
20
perceelgrens, tenzij dat technisch onmogelijk is. Voor extreme neerslaggebeurtenissen wordt voorzien in een overloop naar de openbare ruimte. Herinrichting Bij herinrichting van het openbaar gebied zal regenwater zoveel mogelijk worden geïnfiltreerd in de bodem. Buitengebied In het buitengebied zamelen wij geen hemelwater in. Dit geldt zowel voor bestaande bouw als (ver)nieuwbouw. De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt zijn hemelwater zelf op het eigen terrein of voert het in overleg met het waterschap af naar het oppervlaktewater of loost het in overleg met de gemeente in de bodem.Hierbij hanteren we de (kwaliteits) uitgangspunten voor verantwoord afkoppelen zoals opgenomen in de nog te actualiseren beslisbomen ”Regenwater schoon naar beek en bodem” van Waterschap Limburg Voorbereiding op klimaatverandering Hevige regenbuien hebben een grote invloed op het functioneren van de riolering en dit zal door klimaatverandering alleen maar sterker worden. Op dit moment komt het al voor dat de riolering zware buien niet altijd aan kan, en dat zal naar verwachting vaker gaan gebeuren. De riolering is ontworpen met een toetsbui (een bui die gemiddeld eenmaal in de twee jaar valt). Als het harder regent dan de toetsbui waarop de riolering is ontworpen, blijft water op straat staan. Water op straat voor korte duur (hinder) zal steeds meer aan de orde zijn.
De hinder daarvan moet worden geaccepteerd, omdat de aanleg van riolering en aansluitende RWZI die dergelijke hoeveelheden water kunnen verwerken extreem Figuur 3-2; Wadi Posterholt duur zijn en bovendien een veel groter ruimtebeslag zouden vragen in een ondergrond die vaak al vol is. Overlast en schade door water op straat voorkomen we zoveel mogelijk om de leefbaarheid op peil te houden. Hierbij laten we, waar mogelijk, het afvloeiend hemelwater in de bodem infiltreren of leiden het via het oppervlak naar open water. We zorgen voor voldoende berging om het water zo lang mogelijk vast te houden voordat het wordt afgevoerd. We doen zoveel mogelijk om overlast en schade te voorkomen. Er zullen echter altijd regenbuien kunnen vallen waartegen we geen maatregelen kunnen treffen. Bovendien
21
hebben lager gelegen woningen een verhoogde kans op schade door hevige regenval, omdat het regenwater zich verzamelt op lager gelegen locaties. Onze inwoners en bedrijven hebben ook een rol bij het opvangen van de gevolgen van hevige buien. Door de tuin voldoende groen te houden, kan het water de bodem in zakken en stroomt het niet direct naar straat en de riolering. Ook het aansluiten van een regenton op de regenpijp is een initiatief waarmee bewoners hun bijdrage kunnen leveren, zowel in letterlijke zin van afkoppelen en hergebruik van hemelwater als een stuk bewustwording rondom (hemel)water. 3.5 Grondwater Het algemene uitgangspunt dat wij hanteren, is dat eigenaren van gebouwen en percelen zelf verantwoordelijk zijn voor de verwerking van overtollig grondwater, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid niet haalbaar en niet doelmatig is. Dit geldt specifiek voor de bebouwde omgeving. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt naar gebiedstypen. De zorgplicht geldt dus ook voor ons als gemeente zelf als gebouw- en perceeleigenaar. Het lozen van grondwater op het riool is in principe niet toegestaan. We hebben ook oog voor de kwaliteit van het grondwater en zetten ons in om die in ieder geval niet te laten verslechteren. Bij bijvoorbeeld afkoppelen wordt hier ook rekening mee gehouden.
Dat is belangrijk voor de kwaliteit van het grondwater in relatie met de drinkwatervoorziening. Vanuit de Drinkwaterwet hebben we hier ook een zorgplicht in. Wij als gemeente zijn verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen in de openbare ruimte om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstanden voor de aan die grond gegeven bestemming zo veel mogelijk te voorkomen (artikel 3.6 Waterwet, artikel 2.16, lid 1a-2 Ow). Althans, voor zover de maatregelen doelmatig zijn en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoren. Dit is vooral kwantitatief gericht. Vaak zal het gaan om het aanbieden van inzamelvoorzieningen voor overtollig grondwater. Als wij als gemeente inzamelen, zijn we ook verantwoordelijk voor de verdere verwerking van het grondwater. Ook zijn we aanspreekpunt bij grondwaterproblemen: we hebben de regie bij het onderzoeken van oorzaken en oplossingen. Onder structurele gevolgen verstaat de gemeente: • Wederkerende (tenminste jaarlijks) te hoge grondwaterstand en gedurende ten minste drie jaar (geen incident); • Én er meldingen zijn over structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand.
Onder nadelige gevolgen van grondwaterstanden verstaat de gemeente: • significante belemmering van het normale gebruik van de bestemming zoals vastgelegd in het bestemmingsplan/omgevingsplan; • of chronische gezondheidsklachten; • of schade aan gebouwen of infrastructuur.
22
Dit kan dus ook gaan over te lage grondwaterstanden. Het gevolg van bovenstaande afwegingen en daarmee invulling van de zorgplicht kan zijn dat de gemeente juridisch bindende regels opneemt in het omgevingsplan over het wel of niet infiltreren van regenwater. 3.6 Oppervlaktewater We beheren binnen onze gemeente een beperkt aantal oppervlaktewateren zoals de vijvers in St. Odiliënberg en Montfort. Het onderhoud wordt door of in opdracht van onze buitendienst uitgevoerd. De vijver in St. Odiliënberg is onderdeel van het hemelwaterstelsel in de wijk. Daarbij zorgen we ervoor dat de afvoercapaciteit op orde blijft. We werken daarbij nauw samen met het Waterschap. Daarnaast proberen we de vuilemissie vanuit onze riolering op oppervlaktewater zoveel mogelijk te beperken door bijvoorbeeld af te koppelen en KRW-maatregelen te nemen. We monitoren de riooloverstorten om inzicht te hebben en houden in het werkelijk gedrag.
23
Plan
24
4
Wie doet wat
4.1
Gemeentelijke zorgplicht
Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor een goede invulling van onze gemeentelijke watertaken. En omdat riolering niet op zichzelf staat, maar onderdeel is van onze gemeentelijke infrastructuur, stemmen we ons beleid af met andere overheden. Zoals in de Wet milieubeheer is aangegeven, zijn dat in ieder geval de beheerder van de zuiveringen waarop we het door ons ingezamelde (afval)water lozen en de beheerder van de oppervlaktewateren waarop wordt geloosd. Voor onze gemeente is dat het Waterschap Limburg.
Daarnaast gelden de regels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving zoals in paragraaf 1.3 aangegeven.
25
4.2
Samenwerking
We werken binnen de gemeentelijke organisatie samen met andere sectoren in de openbare ruimte bijvoorbeeld de afdelingen wegen en openbaar groen. Met de komst van de Omgevingswet (verwacht per 1 juli 2022) wordt dat alleen maar belangrijker. Integraal werken is het devies en dat betekent ook participatie en afstemming. De waterketen houdt zich niet aan bestuurlijke grenzen. Daarom zoeken we de samenwerking op met omliggende gemeenten. We zijn actief in het samenwerkingsverband Waterpanel Noord waar we elkaar weten te vinden, helpen en samenwerken om de kennis, kwaliteit en duurzaamheid te vergroten en de kwetsbaarheid te verlagen. Dit samenwerkingsverband is ontstaan uit het samengaan van het samenwerkingsverband Limburgse Peelen met de regionale samenwerking Venlo-Venray. 4.3
Wat verwachten we van inwoners en bedrijven
Een groot deel van het gemeentelijke gebied is niet in handen van de overheid. Daarom is klimaatadaptatie, waaronder het tegengaan van wateroverlast, een gezamenlijke verantwoordelijkheid van burgers, bedrijven, gemeente en waterschap. De overheden kunnen niet alles oplossen. Perceeleigenaren hebben een belangrijke rol in de verwerking van hemelwater dat op hun eigen terrein valt. Dat is ook wettelijk onderkend door de eigen verantwoordelijkheid die in de Waterwet (artikel 3.5 en 3.6) is opgenomen. Uitgangspunt is dat de perceeleigenaar de neerslag die op zijn perceel valt, zelf verwerkt. Als dat redelijkerwijs niet kan, zijn wij als gemeente aan zet. Wij kunnen veel regelen en sturen in het functioneren van de riolering, maar we kunnen niet alles zelf uitvoeren. Inwoners en bedrijven hebben ook een belangrijke invloed op het functioneren. Wij willen zo min mogelijk extra regels en verplichtingen aan inwoners en bedrijven opleggen, maar willen wel dat zij bijdragen aan het goed laten functioneren van de riolering. Wij verwachten: 1. Dat inwoners en bedrijven het riool, de IBA’s en septic tanks verstandig gebruiken; 2. Dat rioolaansluitingen zorgvuldig worden aangelegd en onderhouden; 3. Dat inwoners en bedrijven hemelwater zelf opvangen en bergen en verwerken als dat redelijkerwijs mogelijk is; 4. Dat hinder (water-op-straat) vaker, binnen marges, wordt geaccepteerd; 5.
Dat inwoners en bedrijven bij grondwateroverlast controleren of hun woning of bedrijf voldoende waterdicht is. In het Bouwbesluit 2012 is opgenomen dat een kelder waterdicht moet zijn als dit een verblijfsruimte is.
26
Zorgplicht lozers (burgers en bedrijven) In het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) en het Activiteitenbesluit zijn zogenaamde zorgplichtbepalingen opgenomen die zicht richten op de lozers op riolering. Het Blah bevat een zorgplichtbepaling die is gericht op het voorkomen van nadelige gevolgen voor het milieu door maatregelen te treffen (art. Besluit lozing afvalwater 4). Dit betreft ook de bescherming van de doelmatige huishoudens artikel 4 lid 1: werking van de voorzieningen voor het beheer van Degene die loost en weet of afvalwater (waaronder riolering) en het doelmatig beheer redelijkerwijs had kunnen weten dat van afvalwater (Blah artikel 4 lid 2). door het lozen nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan, die niet of onvoldoende worden voorkomen of beperkt door naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften, voorkomt die gevolgen of beperkt die voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevergd.
Volgens de toelichting op het Blah betekent deze zorgplicht onder meer dat bij een gescheiden rioolstelsel de beide afvalwaterstromen op het goede stelsel moeten aansluiten. Dit met het oog op de doelmatige werking van de stelsels. Ook het doorspoelen van toiletdoekjes of frituurvet is in strijd met de zorgplicht. Toiletdoekjes horen in de vuilnisbak en frituurvet moet worden gerecycled of ook met het vaste afval worden weggegooid. Ook hoort hemelwater niet op mechanische riolering te worden geloosd, dat verstoort de werking. De zorgplichtbepaling geeft de gemeente de mogelijkheid maatwerkvoorschriften vast te stellen voor de te nemen maatregelen of om rechtstreeks handhavend op te treden. Net als het Blah bevat het Activiteitenbesluit een zorgplichtbepaling (art. 2.1). De zorgplichtbepaling voor afvalwaterlozingen op de riolering komt neer op:
• de bescherming van de doelmatige werking van de voorzieningen voor afvalwaterbeheer (zoals de openbare riolering);
• doelmatig afvalwaterbeheer. In de Omgevingswet komen deze zorgbepalingen terug.
27
Programma
28
5
Wat hebben we
5.1
Totaaloverzicht aanwezige voorzieningen
Tabel 5-1 Overzicht areaal in beheer bij gemeente Roerdalen
Onderdeel Vrijvervalriolering - gemengd - DWA - HWA Totaal Druk-/persleiding
aantal
eenheid
145 11 14 171
km km km km
42
km
Onderdeel Bergbezinkvoorzieningen IBA’s (eigendom gemeente, in beheer bij WBL) Gemalen Drukrioleringunits Overstorten en nooduitlaten
aantal 8 5
eenheid stuks stuks
42 101 30
stuks stuks
De gegevens zijn opgeslagen in een rioleringsbeheersysteem. Een lijst met overstorten en nooduitlaten is opgenomen in Bijlage 4. Het meest omvangrijk is het vrijvervalstelsel. In onderstaande grafiek is weergegeven wanneer het stelsel is aangelegd en hoe het stelsel is opgebouwd.
Aanlegjaren vrijvervalriolering 45 40
Lengte (km)
35 30 25 20 15 10 5 -
Gemengd
HWA
DWA
Figuur 5-2 Aanlegjaren vrijvervalriolering per decenium. Er wordt steeds minder vrijvervalriolering aangelegd en wat wordt aangelegd is steeds vaker gescheiden.
29
30
5.2
Stedelijk afvalwater en Hemelwater
5.2.1
Technische staat
Vrijvervalriolering Het vrijvervalstelsel blijkt in redelijk tot goede staat. Elk jaar wordt ongeveer 1/10e van het rioolstelsel gereinigd en geïnspecteerd. De inspecties worden uitgevoerd en beoordeeld volgens de NEN-normen. Op basis van de beoordelingen wordt een maatregelenpakket opgesteld dat aangeeft welke maatregel (reparatie, renovatie of vervanging) wordt toegepast en wanneer dit gebeurd. De benodigde reparaties bundelen we zodat er telkens een omvangrijker pakket aan werkzaamheden op de markt kan worden gezet. Om vuil te verwijderen worden de kolken 2x per jaar gereinigd. Hierdoor kan water zoveel mogelijk zonder problemen het riool instromen. Ook worden de straten regelmatig geveegd, wat voorkomt dat vuil in de kolken en riolen terechtkomt. Gemalen en drukrioolunits Elk gemaal wordt op dit moment 1x per jaar gereinigd en 1x per jaar geïnspecteerd, elke drukrioolunit wordt eveneens 1x per jaar gereinigd en 1x per jaar geïnspecteerd. Er wordt gewerkt volgens de NEN 3140 en BRL. Op basis van de inspectie wordt beoordeeld welke onderdelen moeten worden vervangen. Indien meerdere en omvangrijke onderdelen aan vervanging toe zijn, wordt besloten om het gemaal of de drukrioolunit volledig te vervangen. Het bouwkundig gedeelte (de putten) zijn nog in goede staat. De toestand van de gemalen en drukrioolunits is zoals verwacht.
Persleidingen en drukleidingen De pers- en drukleidingen worden op dit moment correctief onderhouden. Dit betekent dat er onderzoek en onderhoud plaatsvindt zodra er aanleiding toe is. Een verminderd functioneren van de gemalen en drukrioolunits kan bijvoorbeeld zo’n aanleiding zijn. Er bestaan beperkte mogelijkheden om pers- en drukleidingen te inspecteren, omdat inspectie aan de binnenkant van de buis meestal weinig zekerheid geeft doen we dit niet preventief. Oppervlaktewateren Er zijn weinig oppervlaktewateren in eigendom en beheer van de gemeente. We hebben daarom bijna niet te maken met onderhoud van oppervlaktewateren. Het onderhoud wat nodig is wordt opgepakt vanuit onze buitendienst. 5.2.2
Werking
Hydraulisch Ons Basisrioleringsplan (BRP), waar in staat hoe onze riolering hydraulisch en milieutechnisch functioneert, is verouderd en moeten we actualiseren. We hebben in 2018 een stresstest klimaat (stresstest light, als stap uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie DPRA) uitgevoerd waarin we in kaart hebben gebracht hoe Roerdalen bestand is tegen hevige neerslag. Op onderstaande kaart is te zien waar het water zich verzameld wanneer een bui die één keer in de 100 jaar voorkomt in een uur valt.
31
Figuur 5-2 Deze kaart laat de gevolgen zien van extreme neerslag in de bebouwde kom na extreme buien die eens in de 100jaar (T100 | 60mm/60min), gesimuleerd in 3Di.
Op https://wpn.klimaatatlas.net/ zijn alle kaarten van de stresstest te bekijken. In het samenwerkingsverband met Waterpanel Noord hebben we de resultaten van de stresstest uitgewerkt in Sway: Waterpanel Noord (office.com). Hier zijn voor elke gemeente relevante kaarten uit de stresstest weergegeven. Ook staan hier de resultaten van de stakeholderanalyse en risicodialogen. Voor het opstellen van de Regionale Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie hebben we in 2021 risicodialogen gevoerd over de uitkomst van de stresstest. Samen met stakeholders hebben we de klimaatonderwerpen besproken. We zijn tot tot de conclusie gekomen dat het uitvoeren van een gebiedsgerichte pilot wenselijk is. In dat proces nemen alle partijen deel zodat tegengestelde belangen duidelijk worden en gezamenlijk naar oplossingen gezocht kan worden. Ook is uit de stresstesten gekomen dat klimaat onderdeel moet zijn van ons denken en doen. De ingezette lijn van afkoppelen breiden we verder uit en in projecten kijken we integraal hoe we maatreghelen tegen wateroverlast, hitte en droogte mee kunnen nemen. De Lokale Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie beschrijft het ambitieniveau voor klimaatadaptatie in doelen en strategieën, maar ook de maatregelen (wie, wat, wanneer, financiën, kostendragers) die worden ingezet om de leefomgeving in de gemeente waterrobuust en klimaatbestendig te maken.
De lokale uitvoeringsagenda is begin 2022 gereed, hierin beschrijven we hoe we lokaal aan de slag gaan.
32
De koppeling tussen biodiversiteit en klimaatadaptatie maken we zo veel mogelijk. Het inpassen van groen kan wateroverlast en hittestress voorkomen. Dit is meteen ook een kans om biodiversiteit te bevorderen, door het groen slim te kiezen. Milieutechnisch Om aan de KRW te voldoen leggen we groene bergingen aan bij de overstorten op de Vlootbeek en de Melicker Leigraaf. De voorbereidingen zijn achter de rug en realisatie van de werkzaamheden start in 2022 waarbij de overstorten van de Vlootbeek worden aangepakt. Uiterlijk 2027 moeten ook de resterende overstorten op de Melicker Leigraaf opgepakt zijn. 5.3 Grondwater Op de meeste plekken in onze gemeente ligt het grondwater op 0,7 meter of meer onder maaiveld. De ondergrond bestaat vooral uit zand en leem (silt). Deze grondsoorten kunnen relatief goed hemelwater infiltreren om het grondwater aan te vullen. Over het algemeen zijn er weinig problemen met grondwater, we hebben de afgelopen jaren ook geen meldingen hiervan ontvangen. In 2021 hebben we in regionaal verband een grondwatermeetnet.uitgewerkt. We hebben goed in beeld welke bodemsoorten er zijn en waar water kan infiltreren in de bodem. In de stresstest is de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) en de verwachte ontwikkeling hiervan in beeld gebracht.
33
Figuur 5-2
De GLG, Gemiddeld Laagste Grondwaterstand, geeft een goed beeld van de grondwaterstanden ten tijde van droogte en kan gebruikt worden bij het vaststellen van de impact van droogte op de leefomgeving. De verandering betreft het verschil tussen de Gemiddeld Laagste Grondwaterstanden (GLG) nu en in toekomstig klimaat. Bron: https://wpn.klimaatatlas.net/
Nederland is van oudsher ingericht om hemelwater zo snel mogelijk af te voeren. Inmiddels hebben we het inzicht dat het ook goed is om water vast te houden voor aankomende droge periodes. Wanneer het voor een lange periode niet regent, hebben ook wij last van droogte. Vooral in het buitengebied kan dit voor problemen zorgen. Dit hebben we de laatste jaren in sommige gebieden ook gezien. Stuwen kunnen hierin een oplossing zijn. In dat kader zijn in 2021 samen met het waterschap op een aantal plekken kleine stuwtjes aangelegd om meer water vast te kunnen houden in de ‘haarvaten’ van het watersysteem. Drinkwater Er wordt geen drinkwater gewonnen binnen de grenzen van gemeente Roerdalen. Wel ligt een groot deel van de gemeente in de boringsvrije zone. Voor boringen en het gebruik van grondwater voor beregening of veedrenkputten is in deze gebieden bijna altijd een vergunning of registratie nodig. De regels hierover staan in de Omgevingsverordening Limburg. 5.4 Oppervlaktewater Binnen onze gemeente liggen verschillende beken, sloten en vijvers die belangrijk zijn voor de afvoer van hemelwater. De oppervlaktewateren worden onderhouden door de eigenaar van het grondgebied of via erfpachtconstructies. De belangrijkste oppervlaktewateren zoals de Roer zijn in bezit van het waterschap, een beperkt aantal is eigendom van de gemeente.
Ze worden periodiek onderhouden om de bergings- en afvoercapaciteit op peil te houden. 5.5 Klachten en meldingen Jaarlijks ontvangen we een aantal klachten en meldingen die te maken hebben met riolering en water. In de periode 2017 tot en 2019 waren dit er gemiddeld 50. Bij de invoering van ons meldingen systeem Fixi in 2020 zien we een toename naar bijna 100 meldingen. In
34
2021 hebben we zelfs een piek van ruim 120 meldingen. Dit komt voornamelijk vanwege het hoogwater van de Roer medio 2021. We ontvangen bijna elk jaar ook enkele meldingen die pas na onderzoek en grootschaliger maatregelen kunnen worden verholpen, deze betrekken we bij de maatwerkoplossingen.Het aantal meldingen is vaak afhankelijk van de weersomstandigheden. Deze meldingen gaan met name over hemelwateroverlast. De meldingen over hemelwateroverlast komen voort uit hevige buien. Tijdens en na deze buien wordt duidelijk waar het water niet voldoende wegloopt en zo overlast veroorzaakt. 5.6
Verordeningen en vergunningen
5.6.1 Vergunningen Wet milieubeheer / Wabo Lozingen van afvalwater op de riolering (indirecte lozingen) worden geregeld op basis van de Wet milieubeheer (Wm) / Waterwet / Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de AmvB’s voor lozingen. De vergunningverlening van omgevingsvergunningen en algemene regels hebben we ondergebracht bij het servicecentrum MER, dit is een samenwerkingsverband met de gemeenten Maasgouw, Echt-Susteren en Roerdalen. Ook werken we samen met het waterschap. De milieu-inspecteurs bezoeken met een zekere regelmaat de bedrijven. 5.6.2 Verordeningen en regels Anno 2021 zijn op rioleringsgebied de volgende verordeningen van kracht Verordening Rioolheffing 2021; Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Roerdalen houdende regels omtrent het aansluiten van een riolering (Aansluitverordening riolering gemeente Roerdalen 2020). Bij nieuwbouw of grootschalige aanpassingen moet een watertoets worden overlegd. Hierbij geldt dat op eigen terrein 58 mm moet kunnen worden geborgen2. Ook zijn er gemeentelijke regels voor het omgaan met verstoppingen. Deze staan op onze website.
2https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/extreme-neerslag
35
6
Wat gaan we doen
6.1
Aan de slag
We willen de gewenste situatie zoals in hoofdstuk drie beschreven, bereiken. Dit doen we door het huidige stelsel in stand te houden, de kwaliteit te monitoren en waar dat nodig is te verbeteren. Hiervoor voeren we onderzoek en maatregelen uit. Daarnaast letten we er in nieuwe situaties op dat we riolering aanleggen en het gebied inrichten in lijn met de visie. Alle in dit hoofdstuk genoemde bedragen zijn op prijspeil 2022 en exclusief BTW. 6.2
Stedelijk afvalwater en hemelwater
6.2.1 Aansluiten bestaande bebouwing en aanleg bij nieuwbouw We sluiten alle nieuwbouw in de kernen aan op riolering. In nieuwbouwgebieden wordt stedelijk afvalwater en hemelwater gescheiden. Nieuwe plannen worden op wateraspecten getoetst door de watertoets (onder de Omgevingswet ’weging van het waterbelang’). Dat betekent dat voldoende ruimte moet worden gereserveerd voor het vasthouden en bergen van water. Om dit te waarborgen moeten we vanaf het beginstadium van plantontwikkelingen worden betrokken. Ook hebben we extra aandacht voor klimaat. Bij nieuwe plannen, reconstructies maar ook bij regulier beheer en onderhoud wordt klimaatadaptief denken de leidraad. De eisen voor nieuwbouw liggen vast in het bouwbesluit en in dit GRP.. Binnen de samenwerking Waterpanel Noord doen we komende planperiode nader onderzoek naar gebiedsgerichte bergingseisen. In het buitengebied wordt alleen vuilwater aangesloten op drukriolering. Hemelwater zamelen we in het buitengebied niet in. Voor een aansluiting op de riolering is een vergunning nodig. Dat staat in onze aansluitvoorwaarden. Alle kosten die worden gemaakt ten behoeve van de aansluiting op de riolering, zijn ten laste van de aanvrager. In geval van (kleinschalige) nieuwbouw, bij bestemmingsplan wijziging, dienen de woningen verplicht op de riolering aan te sluiten.
Het Figuur 6-1: Roermondseweg Posterholt vuilwater en hemelwater moet gescheiden worden aangeboden aan de perceelgrens met infiltratie van hemelwater op eigen erf of een gelijkwaardig alternatief. Ook hier zal bij het ontwerp en de aanleg rekening worden
36
gehouden met een duurzame oplossing voor de verwerking van het hemelwater. Nieuwe initiatieven voor duurzame (decentrale) zuivering worden beoordeeld en eventueel toegepast. De aanleg van voorzieningen bij nieuwbouwlocaties wordt in principe bekostigd uit de grondexploitatie. Deze kosten zijn in het GRP buiten beschouwing gelaten. Beheer van deze voorzieningen is wel meegenomen. 6.2.2 Onderzoek In Waterpanel Noordverband voeren we gezamenlijke onderzoeken uit. Deze zijn opgenomen in het Waterketenplan 2021-2025. Daarnaast hebben we ook een aantal gemeentelijke onderzoeken gepland: Onderzoek Data op orde BRP actualiseren (wordt SSW) Rioolbeheersysteem Kikker 6.2.3
Jaar 2022-2024 2024-2025 2022
Kosten € 10.000 per jaar € 20.000 per jaar € 2.500 eenmalig en € 500 jaarlijks
Maatregelen
Onderhoud: Inspectie en reiniging Alle onderhoudswerkzaamheden zijn uitbesteed. Dit betekent dat de werkzaamheden worden uitgevoerd door ingehuurde bedrijven. Wij geven bij deze bedrijven aan wat er moet gebeuren en wanneer dit nodig is. Waar mogelijk baseren we het op planningen, maar we kijken ook naar meldingen van inwoners en ervaring uit het verleden. Tabel 6-1: Inspectie- en reinigingsfrequenties
Onderhoud voor Vrijvervalriolering
Kolken Gemalen
Drukriolering
NEN 3140 keuring Persleidingen
Wat gebeurt er reiniging inspectie verstoppingen verhelpen reinigen reiniging inspectie storingen verhelpen reiniging inspectie storingen verhelpen Inspectie correctief
Frequentie 1x per 10 jaar 1x per 10 jaar na melding 2x per jaar 1x per jaar 1x per jaar na melding 1x per jaar 1x per jaar na melding 1x per 5 jaar bij gebreken
Het reinigen van de straten zorgt ervoor dat er minder vuil in de kolken en riolen terechtkomt. Straatreinigen dient ook andere doelen, daarom worden de kosten gedeeld vanuit verschillende budgetten. We zien drie doelen: voorkomen van vervuiling van kolken en riolen, een nette en gezonde leefomgeving en een aantrekkelijke omgeving voor bezoekers. We rekenen daarom 1/3e van de kosten toe aan de riolering.
37
Bij areaaluitbreiding nemen we de nieuwe voorzieningen mee in het beheersysteem en in de onderhoudsrondes. Renovatie en vervanging De werkzaamheden die we op korte termijn gaan uitvoeren hebben we in beeld en komen voort uit de jaarlijkse inspecties rondes. Voor de lange termijn gaan we uit van strategische vervangingsplanningen, hiervoor hanteren we technische levensduren in Tabel 6-2.
Tabel 6-2: technische levensduren Object Vrijvervalriolen Gemalen Drukriool Persleidingen
Bouwkundig Mechanisch/elektrisch Bouwkundig Mechanisch/elektrisch
Technische levensduur 60/80 jaar 60 jaar 20 jaar 60 jaar 20 jaar 60 jaar
Vrijvervalriolen Aan de hand van inspectiegegevens bepalen we welke riolen we moeten vervangen, vanwege hun technische staat. Daarnaast kijken we ook naar andere plannen die op onze riolering van invloed zijn: plannen voor klimaatadaptatie, ruimtelijke ontwikkelingen, weg- en groenonderhoud. Door een integrale aanpak voorkomen we kapitaalvernietiging zoveel mogelijk. Voor de komende jaren gaan we uit van ons Meerjareninvesteringsprogramma waar de integrale projecten in zijn opgesomd. Daarnaast stellen we aan de hand van de inspectieresultaten reparatie- en reliningsbestekken op. In het Meerjareninvesteringsprogramma staan voor de planperiode € 7,435 miljoen aan investeringen voor vernieuwing van vrijvervalriolen op de planning, dit is inclusief € 1 miljoen voor reparaties en reliningen. Een gedetailleerd overzicht hiervan staat in Tabel 6-3. De riolen van voor 1970 hebben een standaard technische levensduur van 60 jaar. Deze riolen zijn over het algemeen van Figuur 6-2: Markt Posterholt een mindere kwaliteit beton en hebben slechtere verbindingen. De riolen van na 1970 zijn van betere kwaliteit en hebben een verwachte technische levensduur van 80 jaar. De verwachting is dat we tussen 2027 en 2040 gemiddeld 3 km per jaar moeten vervangen en relinen en vanaf 2040 ruim 1,8 km per