Bijlage 1.1 Ruimtelijke onderbouwing Posterholt
Tekst van het document
De richtafstanden voor de te onderscheiden bedrijfstypen zijn afgeleid van: • in Nederland aanvaarde normen voor de emissies door milieubelastende activiteiten; • in Nederland voorgeschreven of aanvaarde grens- en richtwaarden voor de immissies bij woningen en andere milieugevoelige bestemmingen; • ervaringen en waarnemingen met betrekking tot de omvang en schadelijkheid van emissies door activiteiten. De grootste afstand voor geur, stof, geluid en gevaar is bepalend voor de indeling in de milieucategorie. De volgende tabel geeft inzicht in het verband tussen de afstand en de milieucategorie.
Milieucategorie Richtafstand 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
De projectlocatie wordt omringd door woonbestemmingen, agrarische gronden, infrastructuur en groen. Op ruim 150 meter liggen enkele maatschappelijke bestemmingen. Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Willem-Alexanderlaan, Posterholt | 23 april 2024
26
Gezien de aard van de omgeving, met met name burgerwoningen en onbebouwde agrarische gronden, kan het gebied worden aangemerkt als ‘rustige woonwijk’ als bedoeld in de VNG-brochure. Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.
In onderstaande afbeelding zijn de inrichtingen in de omgeving aangeduid. In de navolgende tabel is de omschrijving van de bedrijvigheid en toetsing ten opzichte van het initiatief opgenomen.
4
1 2
3
5 Afbeelding 17. Bedrijvigheid in de omgeving (bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerkt)
Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Willem-Alexanderlaan, Posterholt | 23 april 2024
27
Toegestane bedrijvigheid o.g.v. bestemmingsplan
1. 2. 3. 4. 5.
Bedrijf Maatschappelijk – kapel* Maatschappelijk begraafplaats Agrarisch bouwvlak grondgebonden Agrarisch bouwvlak grondgebonden
Milieucate gorie VNGlijst*
Minimale aanbevolen afstand VNGlijst in rustige woonwijk (meter) (max) 2 30 2 30 1 10
Daadwerkelijke afstand bestemmingsvlak – projectlocatie
Voldoet ja/ nee
255 155 185
J J J
(max) 3.2
100
280
J
(max) 3.2
100
330
J
* De aanwezige kapel op de hoek Mgr. Koningsstraat – Christinalaan is bestemd als ‘Maatschappelijk’ en heeft een bouwvlak van ca. 25 m2 (begrensd strak langs de bestaande bebouwing). De kapel is aan de noord-, oost- en westzijde omringd door woningen. Op grond van de bestemming ‘Maatschappelijk’ zijn binnen het perceel andere gebruiksfuncties mogelijk dan een kapel. Gezien echter de beperkte omvang van het bouwvlak en de kenmerken van de omgeving, is het niet noodzakelijk voor toetsing uit te gaan van de maximale planologische mogelijkheden binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’. Daarbij is de aanwezige afstand tot de projectlocatie zodanig dat functies tot en met milieucategorie 3.2 geen belemmering zijn voor de beoogde ontwikkeling. Overweging Voor alle omliggende inrichtingen wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG-brochure tot de geprojecteerde nieuwbouw. Op grond hiervan kan worden geconcludeerd dat binnen de projectlocatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast heeft de woonfunctie binnen het besluitgebied geen negatieve invloed op de milieuhygiënische kwaliteit van de directe omgeving en de aldaar aanwezige functies.
4.3.
Geluid
Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. Hierbij kan gedacht worden aan weg- en railverkeer, maar ook aan industriële activiteiten. De Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en het Bouwbesluit geven normen weer voor de hoogst acceptabele geluidbelasting en minimale geluidwering bij geluidgevoelige functies, zoals woningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe situaties. Wegverkeerslawaai Op grond van de Wet geluidhinder dient voor nieuwe geluidgevoelige objecten getoetst te worden aan de geluidbelasting vanaf omliggende wegen. De projectlocatie ligt nabij een aantal woonstraten binnen de kern Posterholt, waar een maximumsnelheid geldt van 30 km/uur. Voor deze wegen geldt op grond van de Wet geluidhinder geen onderzoekszone. De afstand tot de doorgaande Karkenerweg, ten noorden/ noordoosten van de projectlocatie, bedraagt minder dan 250 meter, waardoor de locatie in de onderzoekszone van deze weg gelegen Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Willem-Alexanderlaan, Posterholt | 23 april 2024
28
is. Door Econsultancy is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De resultaten zijn vastgelegd in de rapportage ‘Onderzoek wegverkeerslawaai Kloetenweg Posterholt’ (Econsultancy, 16 april 2024), opgenomen als bijlage 5 bij deze onderbouwing. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is niet alleen de Karkenerweg in het onderzoek betrokken, maar zijn tevens de nabijgelegen niet-gezoneerde wegen (Emmalaan, Monseigneur Koningsstraat, Wiersweg en Willem Alexanderlaan) meegenomen. Uitgaande van de beschikbare tekening met de projectie van de woningen, zijn voor elke zijde van de woningen de toetspunten ten behoeve van 2 bouwlagen gemodelleerd. De zijgevels beschikken niet over te openen delen zoals deuren of ramen. Het betreft dus dove gevels die niet getoetst hoeven te worden. De berekeningen zijn verricht aan de hand van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en met behulp van het programma Geomilieu, versie 2023.3. Uit de berekeningen volgt dat de geluidsbelasting op de nieuw te bouwen woningen maximaal 47 dB bedraagt. Er vindt geen overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB plaats. Er gelden vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen voor de realisatie van het plan. Voor de woningen kan het akoestisch klimaat in de woning (het zogenaamde binnenniveau) worden gegarandeerd.
Een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels is voor het plan niet aan de orde. Industrielawaai Het plangebied is niet gelegen binnen de zone van een, op grond van de Wet geluidhinder, gezoneerd industrieterrein. Een nadere toets aan dit aspect is dan ook niet noodzakelijk. Overweging Het aspect geluid vormt, noch vanuit wegverkeerslawaai, noch vanuit industrielawaai een belemmering voor de realisatie van de flexwoningen binnen de projectlocatie.
4.4.
Luchtkwaliteit
Wet Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: • Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. • Een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. • Een project draagt ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. • Een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. Hierna wordt ingegaan op het feit dat het initiatief ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, waardoor luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering vormen.
Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Willem-Alexanderlaan, Posterholt | 23 april 2024
29
‘Niet in betekenende mate (NIBM)’ In het Besluit NIBM is vastgelegd wanneer een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Een project is NIBM als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: • Aantonen dat een project binnen de grenzen van een categorie uit de Regeling NIBM valt. Er is dan geen verdere toetsing nodig, het project is in ieder geval NIBM. • Op een andere manier aannemelijk maken dat een project voldoet aan het 3% criterium. Ook als een project niet kan voldoen aan de grenzen van de Regeling NIBM, is het mogelijk om alsnog via berekeningen aan te tonen, dat de 3% grens niet wordt overschreden. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. De Regeling NIBM geeft voor een aantal soorten van projecten een (getalsmatige) invulling aan de NIBM-grens. Het gaat daarbij om woningbouwprojecten, kantoorprojecten en enkele inrichtingen (bijvoorbeeld landbouwinrichtingen).
Als een project binnen de begrenzing van de Regeling NIBM valt, dan is geen verdere toetsing aan de grenswaarden nodig. Het project geldt dan als een NIBMproject en kan doorgaan zonder dat extra maatregelen worden genomen. Tevens is er dan geen luchtkwaliteitsonderzoek nodig. De 3% is als volgt gekwantificeerd: • Voor woningbouw geldt dat de 3% grens is vastgesteld op 1.500 woningen (bij 1 ontsluitingsweg) en op 3.000 woningen in het geval van 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. • Voor kantoren geldt dat de 1% grens is vastgesteld op 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte kantoorgebouwen (bij 1 ontsluitingsweg) en op 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte kantoorgebouwen in het geval van 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. De invulling van de projectlocatie met 12 flexwoningen valt ruimschoots binnen de NIBM-grens. Een nader onderzoek naar de luchtkwaliteit ten gevolge van de ontwikkeling is dan ook niet nodig. Huidige achtergrondconcentratie Naast het effect dat het plan heeft op de luchtkwaliteit dient ook gekeken te worden naar de luchtkwaliteit in het plangebied zelf wanneer in de nieuwe situatie sprake is van een nieuw gevoelig object. Het woon- en leefklimaat ter plaatse wordt deels bepaald door de luchtkwaliteit. Voor de locatie Willem-Alexanderlaan is de achtergrondconcentratie getoetst.
Op grond van de Wet zijn grenswaarden opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties voor onder andere fijnstof (PM10). De grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie bedraagt 40 μg/m3. Vanaf 1 januari 2015 geldt tevens een grenswaarde voor PM2,5 waaraan door het bevoegd gezag bij vergunningverlening moet worden getoetst. Deze grenswaarde is opgenomen in de Wet milieubeheer en bedraagt 25 μg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie. Voor de kortdurende blootstelling van de mens aan piekconcentraties van NO2 geldt een grenswaarde van 200 μg/m3 voor het uurgemiddelde van NO2, die niet vaker dan 18 maal per kalenderjaar mag worden overschreden. De norm voor langdurende blootstelling van de bevolking is de grenswaarde van 40 μg/m3 voor de jaargemiddelde NO2-concentratie. Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Willem-Alexanderlaan, Posterholt | 23 april 2024
30
Sinds een aantal jaren wordt de achtergrondconcentratie van de luchtkwaliteit gemonitord door de (landelijke) overheid. Zowel de totale situatie, als de invloed van verschillende stoffen en componenten, worden hierbij in de gaten gehouden. De huidige luchtkwaliteit is dan ook getoetst aan de hand van de beschikbare gegevens uit de verspreidingskaarten (Grootschalige Concentratieen Depositiekaarten Nederland, Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu). Ter hoogte van het plangebied is sprake van de volgende waarden: Waarde projectlocatie (μg/m3) - 2025 (gegevens 2023) 13 8 8
PM10 PM2,5 NO2
Grenswaarde (μg/m3) 40 25 40
Zoals blijkt uit bovenstaande tabel wordt voor de belangrijkste luchtkwaliteitscomponenten binnen de projectlocatie voldaan aan de grenswaarden. De luchtkwaliteit ter plaatse legt dan ook geen belemmeringen op aan de beoogde ontwikkeling. Overweging Door het feit dat de ontwikkeling ‘NIBM’ is, kan geconcludeerd worden dat er geen negatieve gevolgen zullen zijn voor het aspect luchtkwaliteit. Daarnaast wordt voldaan aan de grenswaarden voor de verschillende componenten. Geconcludeerd wordt dan ook dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling van de projectlocatie met 12 flexwoningen met bijbehorende voorzieningen.
4.5.
Geur
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is op 1 januari 2007 in werking getreden. De Wgv kent bescherming toe aan zogenaamde geurgevoelige objecten. Hierbij gaat het in algemeen om gebouwen bestemd voor wonen en verblijf, zoals woningen en bedrijfsgebouwen. De wet schrijft afstanden voor tussen een veehouderij en geurgevoelige objecten die moeten worden gehanteerd bij de verlening van een omgevingsvergunning milieu aan een agrarisch bedrijf waar vee wordt gehouden. Echter ook in de omgekeerde situatie, wanneer in de omgeving van agrarische bedrijven een nieuw geurgevoelig object wordt gesitueerd of uitgebreid, dient aan de wet te worden getoetst (de zogenoemde 'omgekeerde werking'). Met de beoogde ontwikkeling worden nieuwe gebouwen ontwikkeld, bestemd voor wonen en verblijf. Het betreft dan ook geurgevoelige functies. Ten behoeve van de ontwikkeling is een onderzoek naar eventuele geurhinder van veehouderijen uitgevoerd. De resultaten zijn vastgelegd in de rapportage ‘Onderzoek geurhinder veehouderijen Kloetenweg te Posterholt’ (Econsultancy, 17 augustus 2023), zie bijlage 1. Uit het onderzoek blijkt dat er voor het aspect voorgrondbelastingen geen overschrijdingen van de geurnorm van 3 ouE/m³ zullen plaatsvinden ten gevolge van omliggende veehouderijen. De Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Willem-Alexanderlaan, Posterholt | 23 april 2024
31
maximale geurbelasting bedraagt 1,1 ouE/m³ voor de projectlocatie. Het percentage geurgehinderden binnen een concentratiegebied II blijft beperkt tot 3,9%. Op basis van het percentage geurgehinderden en de GGD-richtlijn kan gesteld worden dat de milieukwaliteit ten gevolge van de afzonderlijke veehouderijen zeer goed zal zijn. De achtergrondbelasting ,van alle veehouderijen gezamenlijk, varieert ter plaatse van het plan van 1,5 tot 2 ouE/m³. Het percentage geurgehinderden, achtergrondbelasting, binnen een concentratiegebied II blijft beperkt tot 3,5%. Op basis van het percentage geurgehinderden en de GGD-richtlijn kan gesteld worden dat de milieukwaliteit ten gevolge van de gezamenlijke veehouderijen zeer goed zal zijn. Overweging Voor de realisatie van het plan gelden geen beperkingen vanuit het aspect geur. Ter plaatse van de geurgevoelige locaties wordt voldaan aan de Wet geurhinder en veehouderijen en de gemeentelijke verordening. De bestaande veehouderijen worden door de realisatie van het plan niet beperkt.
4.6.
Bodem
Bij een functiewijziging dient gemotiveerd te worden dat de (milieuhygiënische) bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoende is ten opzichte van de in het plan toegelaten bestemming/ functie. Met het oog op de toekomstige bebouwing en gebruiksfuncties is binnen de projectlocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten zijn vastgelegd in de rapportage ‘Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem Kloetenweg Posterholt’ (Econsultancy, 1 augustus 2023), zie bijlage 2. Bij het onderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de onderzoekslocatie te verwachten. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de terreininspectie kan gesteld worden dat er milieuhygiënisch géén belemmeringen bestaan voor de voorgenomen bouwplannen op de onderzoekslocatie. De onderzoeksresultaten geven géén aanleiding voor verder bodemonderzoek dan wel een bodemonderzoek op analytische grondslag. In z’n algemeenheid geldt dat indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing zijn. Conclusie De bodemkwaliteit legt geen beperkingen op aan de voorgenomen plaatsing van de tijdelijke woningen.
4.7.
Externe veiligheid
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege:
Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Willem-Alexanderlaan, Posterholt | 23 april 2024
32
• • • •
het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen door bedrijven (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, waterwegen, spoorwegen en buisleidingen); het gebruik van luchthavens; het gebruik van windturbines.
Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het belangrijkste toetsingskader. Hierin zijn bijvoorbeeld grenswaarden, richtwaarden en oriënterende waarden opgenomen voor het zogenaamde plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Daarnaast is er specifieke wetgeving voor de opslag van vuurwerk en munitie. Voor transport van gevaarlijke stoffen is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen relevant. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden, waarmee het verplicht is geworden transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd, vast te leggen in het bestemmingsplan. Verder is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van belang (Bevb). Voor luchthavens geldt specifiek beleid, dat deels nog in ontwikkeling is. De regels over externe veiligheid en windturbines zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit. De laatste twee onderdelen zijn niet relevant voor dit bestemmingsplan. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet getoetst worden aan het externe veiligheidsbeleid. In ruimtelijke plannen moet worden ingegaan op de risico’s in het projectgebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico.
(Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants, zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Willem-Alexanderlaan, Posterholt | 23 april 2024
33
Risicovolle activiteiten In het kader van het plan moet bekeken worden of er in of in de nabijheid van het plan sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan. Plangebied Uit de Signaleringskaart Externe veiligheid blijkt dat zich in of in de directe omgeving van de projectlocatie geen risicobronnen voor externe veiligheid bevinden. De meest nabijgelegen risicocontour is het gevolg van een gastank op de Vlodropperweg 62 (agrarisch bedrijf). De maximale contour hiervan bedraagt 160 meter, terwijl de projectlocatie op zo’n 370 meter gelegen is. Daarnaast blijkt uit aanvullende informatie dat over de Karkenerweg, N293, vervoer van gevaarlijke stoffen LF1 en LF2 plaatsvindt. Het invloedsgebied als gevolg van deze activiteiten bedraagt 45 meter. De projectlocatie ligt op ruim 80 meter van de weg, waardoor het invloedsgebied niet over de projectlocatie valt. Andere inrichtingen of voorzieningen met effect op de externe veiligheid zijn op grotere afstand van de projectlocatie gelegen.
Afbeelding 18. Uitsnede Signaleringskaart externe veiligheid Willem-Alexanderlaan en omgeving (bron: Signaleringskaart EV)
Overweging De projectlocatie is niet gelegen binnen één of meer risicocontouren of veiligheidszones van omliggende inrichtingen. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Willem-Alexanderlaan, Posterholt | 23 april 2024
34
4.8.
Kabels en leidingen
In het geldend bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen – 2e herziening’ of aangrenzend plan ‘1e herziening kernen Roerdalen’ zijn in of in de omgeving van de projectlocatie geen kabels of leidingen opgenomen die planologische bescherming behoeven. Voor het initiatief gelden dan ook geen belemmeringen vanuit het aspect ‘kabels en leidingen’.
4.9.
Water
Bij het opstellen van ruimtelijke plannen dienen waterhuishoudkundige belangen meegewogen te worden. De ‘watertoets’ is hiervoor het toetsinstrument. Het doel van de watertoets is het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. Nieuwe plannen dienen te voldoen aan het principe van Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen, waarbij de hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de oorspronkelijke situatie. Dit betekent dat voldoende compenserende maatregelen genomen moeten worden, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding niet zwaarder wordt belast dan voordien. Hiermee wordt het functioneren van het watersysteem als geheel gediend (grondwater en oppervlaktewater). 4.9.1.
Stedelijk afvalwater
Door stedelijk afvalwater in te zamelen en af te voeren wordt de volksgezondheid beschermd en gezorgd voor een aantrekkelijke leefomgeving. Voor nieuwbouw is het gebruikers verboden om stedelijk afvalwater in de bodem of op oppervlaktewater te lozen, dit is in facto een aansluitplicht. De gemeente is verplicht stedelijk afvalwater in te zamelen en te transporteren naar een zuiveringtechnisch werk. Dat kan via een traditioneel gemeentelijk rioolstelsel. Overweging Bij de realisatie van de flexwoningen wordt er riolering aangelegd, waar de woningen op aangesloten worden. Het aspect afvalwater vormt derhalve geen belemmering voor de ontwikkeling. 4.9.2.
Hemelwater
De gemeente is verantwoordelijk voor inzameling van afstromend hemelwater van percelen waarvan de eigenaren niet zelf kunnen voorzien in afvoer naar oppervlaktewater of bodem. De voorkeursvolgorde die hierbij gehanteerd wordt, is: 1) vasthouden, 2) infiltreren en 3) bergen. Indien de gemeente het hemelwater inzamelt, is de gemeente ook verantwoordelijk voor de verdere verwerking ervan inclusief de lozing in de bodem of op oppervlaktewater. Het hemelwater zowel gescheiden van als gemengd met huishoudelijk afvalwater ingezameld worden. Overweging Op de projectlocatie is er genoeg ruimte om de flexwoningen te voorzien van een wadi. Op deze manier wordt het hemelwater op de locatie vastgehouden en geïnfiltreerd in de bodem. De minimale eis voor het opvangen van hemelwater heeft gemeente Roerdalen gesteld op 58 mm per m2. Deze eis wordt gewaarborgd middels het aanbrengen van de wadi’s. Het aspect hemelwater vormt derhalve geen belemmering voor de ontwikkeling. Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Willem-Alexanderlaan, Posterholt | 23 april 2024
35
4.10.
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie Het is van belang dat archeologisch erfgoed in Nederland wordt beschermd. De regels hiervoor zijn opgenomen in de Erfgoedwet. Die wet is gebaseerd op het Verdrag van Malta. Beoogd wordt om archeologische waarden zo veel mogelijk in de grond te behouden (behoud in situ). Zo blijven archeologische resten het best bewaard. Als behoud in situ niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en gedocumenteerd. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen effect hebben op de archeologische waarden. Daarom moet rekening gehouden worden met (te verwachten) archeologische waarden. Op de archeologische waardenkaart is aangegeven of er een hoge, middelhoge of lage verwachting is dat archeologische resten te vinden zijn. Daarbij is aangegeven of en wanneer nader onderzoek nodig is. De archeologische waardenkaarten zijn doorvertaald naar het bestemmingsplan. Daarin is tevens een vrijstellingsgrens opgenomen waarbinnen geen nader onderzoek nodig is. Overweging De locatie voor de beoogde ontwikkeling heeft volgens het bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen – 2e herziening’ de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 6’. Er geldt geen onderzoeksplicht voor deze gebieden indien de maximum oppervlakte van de bebouwing ten hoogste 2.500 m2 is of de maximum ondergrondse bouwdiepte ten hoogste 40 cm bedraagt. De omvang van de projectlocatie bedraagt minder dan 2.500 m2.
Daarbij zal slechts in een deel van het gebied sprake zijn van grondroering dieper dan 40 cm. Er is derhalve geen nader onderzoek nodig naar archeologische waarden. Wel geldt ten aanzien van archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalvondsten. Mochten tijdens werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht in art. 5.10 van de Erfgoedwet 2016) direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en de gemeente Roerdalen. Vervolgens zal bepaald worden of en zo ja welke aanvullende maatregelen getroffen worden. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Cultuurhistorie Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten cultuurhistorische belangen worden meegewogen. Het gaat daarbij om cultuurhistorische waarden met betrekking tot sporen, objecten, patronen en structuren die onderdeel uitmaken van de leefomgeving en een beeld geven van de historische situatie of ontwikkeling. Overweging Cultuurhistorisch erfgoed is één van de kernkwaliteiten binnen de Bronsgroene landschapszone, zoals gedefinieerd in Omgevingsverordening Limburg 2014. De planlocatie ligt niet binnen een gebied dat dusdanig is aangeduid. Daarnaast zijn op de kaartlaag ‘Cultuurhistorie’ in de Atlas Limburg onder het aspect ‘bouwkunde’ geen waardevolle elementen opgenomen in of direct rond de projectlocatie.
Qua cultuurhistorisch vlak behoort het projectgebied en omgeving tot de categorie ‘bouwland, veld’. Dit gebiedstype geldt voor een groot deel van het buitengebied ten noorden van Posterholt. In de loop der tijd zijn een
Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Willem-Alexanderlaan, Posterholt | 23 april 2024
36
groot aantal van deze gebieden in gebruik genomen voor het stichten van nederzettingen, die inmiddels zijn uitgegroeid tot dorpen. Binnen de projectlocatie en directe omgeving zijn geen cultuurhistorische waarden of elementen aanwezig. Het aspect cultuurhistorie vormt dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.11.
Wet Natuurbescherming
Bij iedere ontwikkeling dienen de eventuele gevolgen ten aanzien van de natuurbescherming inzichtelijk gemaakt te worden. De strekking van de op 1 januari 2017 in werking getreden Wet natuurbescherming (Wnb) is dat beschermde gebieden en soorten mogen niet aangetast worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Onderstaand wordt allereerst ingegaan op de gebiedsbescherming en vervolgens op de soortenbescherming. Tenslotte wordt aandacht besteed aan houtopstanden. Gebiedsbescherming Door het Rijk zijn in Nederland Natura 2000-gebieden aangewezen. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de Vogel- en Habitatrichtlijnen. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald. De gebiedsbescherming van de Wet natuurbescherming richt zich in hoofdzaak op de bescherming van Natura 2000-gebieden. Bij plannen en projecten dient beoordeeld te worden of deze significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Het is verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000 gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
Natura 2000-gebieden kunnen schade ondervinden wegens diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, optische verstoring, verzuring en vermesting. Het natuurgebied Roerdal is het meest nabij het plangebied gelegen Natura 2000 gebied. De afstand bedraagt ruim 1.200 meter. Overige effecten, niet zijnde stikstof, kunnen bij een afstand, groter dan 1 kilometer, op voorhand worden uitgesloten.
Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Willem-Alexanderlaan, Posterholt | 23 april 2024
37
Afbeelding 19. Ligging projectlocatie Willem-Alexanderlaan ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS.nl)
Voor de toetsing van het aspect stikstof is een onderzoek met berekening uitgevoerd. De resultaten zijn vastgelegd in de rapportage ‘Stikstofdepositie Kloetenweg Posterholt’ (Econsultancy, 28 februari 2024) en opgenomen als bijlage 3 bij deze onderbouwing. Uit het onderzoek blijkt dat het projecteffect op omliggende Natura 2000-gebieden als gevolg van zowel de aanleg- als de gebruiksfase kleiner dan of gelijk is aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij dit projecteffect zal het plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) benodigd is voor het aspect stikstof. Het aspect gebiedsbescherming legt dan ook geen beperkingen op aan de voorgenomen realisatie van 12 flexwoningen aan de Willem-Alexanderlaan. Soortenbescherming In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren. In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet mogen worden gedood, gevangen of verontrust en beschermde plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten.
Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes omschreven. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing en vrijstelling kan worden verleend. Er zijn drie beschermingsregimes, de soorten op basis van de Vogelrichtlijn, de
Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Willem-Alexanderlaan, Posterholt | 23 april 2024
38
soorten op basis van de Habitatrichtlijn en de andere soorten genoemd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De realisatie van de woningen is voorzien op gronden die momenteel onbebouwd zijn en ingericht als agrarisch gebied. Ten behoeve van de ontwikkeling van het terrein is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De resultaten zijn vastgelegd in de rapportage ‘Quickscan Wet natuurbescherming Kloetenweg (ong.) Posterholt’ (Econsultancy, 14 augustus 2023) en opgenomen als bijlage 4 bij deze onderbouwing. In de conclusie van het onderzoek is opgenomen dat voor beschermde soorten overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde is. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Met betrekking tot Natura 2000-gebieden, geldt dat een oriënterend stikstofonderzoek middels AERIUS-calculator noodzakelijk wordt geacht. Hiervoor wordt verwezen naar het eerste deel van deze paragraaf. Met betrekking tot het Natuurnetwerk Nederland en beschermde houtopstanden worden geen vervolgstappen noodzakelijk geacht. Houtopstanden Binnen de projectlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig die beschermd worden door de Wnb, APV of het bestemmingsplan.
Overweging Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de Wnb geen beperkingen oplegt aan de beoogde realisatie van de tijdelijke woningen binnen de projectlocatie.
4.12.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Algemeen In de Wet milieubeheer is aangeven dat voor bepaalde ontwikkelingen een milieueffectrapportage moet worden gemaakt. In de wet is de procedure beschreven en zijn de inhoudelijke eisen opgenomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen ‘m.e.r.-plichtige activiteiten’, waarvoor een volledig milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld en ‘m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten’, waarbij moet worden afgewogen of sprake kan zijn van significant negatieve gevolgen voor het milieu. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het ruimtelijk plan of de omgevingsvergunning plan m.e.r.-plichtig, project m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. In het Besluit m.e.r. zijn voor deze activiteiten drempelwaarden opgenomen. Daarnaast zijn er ruimtelijke ontwikkelingen die behoren tot één van de in onderdeel C en D opgenomen categorieën, maar onder de drempelwaarden blijven. Voor dit soort situaties moet een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' worden gemaakt. Deze toets is weliswaar 'vormvrij'; de wet stelt echter wel eisen aan de inhoud.
Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Willem-Alexanderlaan, Posterholt | 23 april 2024
39
Overweging In dit geval is voorliggende ruimtelijke onderbouwing onderdeel van de omgevingsvergunningaanvraag. De te verlenen vergunning biedt de mogelijkheid tot oprichten van 12 flexwoningen, voor een periode van bepaalde tijd, namelijk maximaal 15 jaar. Gezien de beperkte toevoeging van een ‘stedelijke functies’ is geen sprake van stedelijk ontwikkelingsproject, zoals bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. of andere ontwikkeling die hoort tot onderdeel C of D van de bijlage. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de categorieën of bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Uit de toets van de diverse milieuthema’s in dit onderzoekshoofdstuk blijkt dat geen sprake is van significante negatieve gevolgen. Ook over-all bezien is bij de tijdelijke herontwikkeling van een deel van het intensief bewerkt agrarisch perceel aan de WillemAlexanderlaan voor flexwoningen geen sprake van belangrijke gevolgen voor het milieu.
4.13.
Verkeer en parkeren
Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen en/ of de parkeerbehoefte. Het is daarom van belang om te beschouwen welke veranderingen optreden en welk effect dit heeft op verkeer en parkeren. Verkeer De nieuw te realiseren woningen worden ontsloten via de Willem-Alexanderlaan. Deze weg vomt als het ware de oostelijke rand binnen de kern Posterholt. De weg is vanuit onder andere de Nieuwe Holsterweg, Monseigneur Koningsstraat en Trambaan goed bereikbaar. De weg bestaat ter hoogte van het projectgebied uit één gecombineerde rijbaan met parkeervakken, vrijliggend/ verhoogd voetpad en beperkt groen in de vorm van een border met struiken. Het Kennisplatform CROW heeft kencijfers opgesteld voor de verkeersgeneratie van diverse functies. Deze kencijfers zijn opgenomen in publicatie 381, december 2018 ‘Toekomstbestendig parkeren – Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. De verkeersgeneratie betreft de som van de verkeersproductie en verkeersattractie, of wel het totaal aantal motorvoertuigbewegingen per etmaal (zowel komend, als vertrekkend). In de CROW-publicatie wordt onderscheid gemaakt naar functies en naar verstedelijkingsgraad van het gebied (hoog schaalniveau) en type omgeving (laag schaalniveau).
Posterholt kan worden ingedeeld in de verstedelijkingsgraad ‘weinig stedelijk’ en de projectlocatie kan worden beschouwd als ‘bebouwde kom’. Op basis van voornoemde CROW-publicatie en de bovengenoemde gegevens is de verkeersgeneratie berekend: Verkeersgeneratie (max) Totaal Woningtype Aantal in plangebied Kleine woning, tiny house
12
2,4
Totaal afgerond
Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Willem-Alexanderlaan, Posterholt | 23 april 2024
28,8 29
40
De ontsluiting van de projectlocatie is voldoende gedimensioneerd om de extra verkeersbewegingen te verwerken. Het doodlopend deel van de Willem-Alexanderlaan dat nu wordt benut voor de ontsluiting van 2 woningen wordt verlengd met dezelfde dimensionering. De inrichting van de Willem-Alexanderlaan en aangrenzende wegen is zodanig dat de extra voertuigen zonder nadelige gevolgen voor de doorstroming verwerkt kunnen worden. Bij de bepaling van de afmetingen van zowel rijbanen als parkeerplaatsen is de meest recente NEN normering gehanteerd. Het betreft 30 km-zones. De beperkte maximum snelheid levert een gunstige bijdrage aan de verkeersveiligheid. Parkeren De berekening van de parkeerbehoefte is gebaseerd op bovengenoemde CROW-publicatie. Woningtype Kleine woning, tiny house Totaal afgerond
Aantal in plangebied 12
Parkeernorm 0,8
Totaal 9,6 10
In het plan worden aan de voorzijde van de woningen, aan weerszijden van de weg, parkeerplaatsen aangelegd. In totaal worden 12 parkeerplekken gerealiseerd, waarmee voldaan wordt aan de norm.
Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Willem-Alexanderlaan, Posterholt | 23 april 2024
41
5.
Juridische aspecten
5.1.
Omgevingsvergunning
De voorgenomen ontwikkeling is niet passend binnen het geldende bestemmingsplan. Het is daarom niet toegestaan om de woningen te realiseren zonder omgevingsvergunning (artikel 2.1 lid 1 Wabo). In dit geval kan een omgevingsvergunning worden verleend op grond van artikel 2.12 lid 1 onder a, onder 3° van de Wabo. De motivering van het besluit dient daarbij een goede ruimtelijke onderbouwing te bevatten. Onderhavig document voorziet in deze ruimtelijke onderbouwing.
5.2.
Besluitvormingsprocedure
5.2.1.
Hoofdregel: uitgebreide procedure
Op de voorbereiding van het besluit op de aanvraag is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing. Dit volgt uit artikel 3.10 van de Wabo. Het college van burgemeester en wethouders neemt binnen 6 maanden na ontvangst van de aanvraag een besluit. In de voorbereiding legt het college een ontwerp van het te nemen besluit voor 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn kunnen zienswijzen naar voren worden gebracht. Nadat het definitieve besluit is genomen, staat er beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 5.2.2.
Uitzondering: Crisis- en herstelwet
De procedure van 6 maanden is tijdrovend. De Crisis- en herstelwet geeft bij experimenten de mogelijkheid om af te wijken van de Wabo-regels. De besluitvormingsprocedure wordt verkort door af te wijken van artikel 3.10, eerste lid, onder a van de Wabo. Dit is alleen mogelijk bij aanvragen ten behoeve van het bevorderen van duurzame en innovatieve toepassingen voor een bepaalde termijn. De experimenten moeten tevens zijn opgenomen in de Crisis- en herstelwetgeving. In dat geval is artikel 3.10, eerste lid, onder a van de Wabo niet van toepassing. Dit volgt uit artikel 6 Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Met andere woorden: de uniforme openbare voorbereidingsprocedure is niet van toepassing. In plaats daarvan geldt artikel 3.9 van de Wabo: de reguliere voorbereidingsprocedure. Daarvoor geldt een beslistermijn van 8 weken. Overweging Het college van Roerdalen heeft het project Flexwoningen Roerdalen als experiment aangemeld bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het ministerie heeft het project aangemerkt als experiment. Naar aanleiding hiervan is het grondgebied van de gemeente Roerdalen opgenomen in artikel 3.6 van de Regeling uitvoering Crisis- en herstelwet. Daardoor is artikel 6, eerste en tweede lid van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet van toepassing.
Het betreft namelijk een project dat voldoet aan de voorwaarden uit de Crisis- en herstelwetgeving: • het project is innovatief, omdat de woningen die worden gerealiseerd binnen dit project, de eerste flexwoningen in Roerdalen zijn; • het project draagt op meerdere vlakken bij aan duurzaamheid. De woningen worden gasloos en ‘all electric’ uitgevoerd. Hemelwater wordt op locatie vastgehouden en geïnfiltreerd in de bodem. De flexwoningen zijn eenvoudig te verplaatsen en zodoende na 15 jaar elders inzetbaar; Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Willem-Alexanderlaan, Posterholt | 23 april 2024
42
•
het project is gebonden aan een bepaalde termijn, namelijk 15 jaar.
Artikel 3.10, eerste lid, onder a van de Wabo is daarom niet van toepassing op onderhavig project. Derhalve geldt de reguliere procedure. 5.2.3.
Reguliere procedure
Bij de reguliere procedure geldt een beslistermijn van 8 weken. Het college van burgemeester en wethouders neemt een besluit waartegen belanghebbenden bezwaar kunnen maken. Vervolgens kunnen belanghebbenden beroep instellen bij de rechtbank en daarna hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
5.3.
Vooroverleg
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening pleegt het college van burgemeester en wethouders overleg met de besturen van andere overheidsdiensten, wanneer diens belangen in geding zijn. In het kader van deze omgevingsvergunning wordt vooroverleg gevoerd met de provincie Limburg en waterschap Limburg. Aangezien er geen Rijksbelangen in geding zijn, is er geen vooroverleg met het Rijk gevoerd. De Provincie heeft de omgevingsvergunning beoordeeld op de provinciale belangen. In haar reactie geeft de provincie aan dat alle woningbouwontwikkelingen beschouwd worden als een provinciaal belang. In de vigerende Omgevingsverordening 2014 kent het plangebied de aanduiding ‘Landelijk’. In de vastgestelde Omgevingsverordening 2021 kennen de gronden de aanduiding ‘Buitengebied’. Wonen is in beginsel alleen maar toegestaan in bestaand bebouwd gebied. Voorliggend initiatief voldoet hier niet aan, zo merkt de provincie op. Zij maakt vervolgens de volgende afweging: gezien het om een tijdelijke vergunning gaat, de speciale doelgroep en de urgentie van deze ontwikkeling, kan zij instemmen met deze vergunning. Wel is er aanleiding tot het maken van enkele opmerkingen. Deze worden hieronder opgesomd en van reactie voorzien: De locatie van de vergunning ligt buiten, maar aangrenzend aan, de kern Posterholt.
In de ruimtelijke onderbouwing bij de vergunning wordt benoemd dat er onderzocht is of er geschikte leegstaande panden beschikbaar zijn om de tijdelijke bewoning in te realiseren, waarbij de conclusie was dat dit niet het geval is. Deze onderbouwing mist voor ongebruikte lege terreinen in de kern. U wordt verzocht om te onderbouwing of andere mogelijkheden op braakliggende terreinen binnen de kern mogelijk zijn en waarom deze specifieke locatie buiten de kern gekozen is voor deze ontwikkeling. De gemeente acht het wenselijk om groen en speelplekken binnen de kern te behouden. Dit is beleidsmatig ook vastgelegd als één van de uitgangspunten. Voor het overige zijn er geen braakliggende plekken, die zonder verlies van omgevingskwaliteit in het dorp benut kunnen worden. In de ruimtelijke onderbouwing bij de vergunning wordt gesproken over een tijdelijke situatie, waarbij het termijn 15 jaar betreft. Echter, op pagina 7 van de ruimtelijke onderbouwing wordt het volgende vermeld: “Op termijn wordt de situatie definitief juridisch-planologisch geregeld in het Omgevingsplan.” Dit geeft onduidelijkheid over het al dan niet tijdelijke karakter van de vergunning. U wordt verzocht dit te verduidelijken en te borgen dat het een tijdelijke situatie Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Willem-Alexanderlaan, Posterholt | 23 april 2024
43
-
betreft. Indien in de komende jaren blijkt dat een permanente ontwikkeling voorzien is, dient dit aan het dan geldende beleid getoetst te worden. De tekst omtrent de definitieve regeling in het Omgevingsplan was per abuis opgenomen in de voorontwerp onderbouwing. Aangezien het een tijdelijke situatie betreft en géén permanente instandhouding van de flexwoningen beoogd wordt, is deze tekst verwijderd uit paragraaf 1.3. Overigens blijkt uit de ruimtelijke onderbouwing niet dat het plan regionaal afgestemd is. U wordt verzocht dit nog af te stemmen, alsmede het plan op te nemen in de plancapaciteitsmonitor (PCM). De ontwikkeling is op 5 september 2023 regionaal afgestemd en akkoord bevonden. De gemeente draagt zorg voor opname van het plan in de PCM.
Het waterschap heeft de omgevingsvergunning beoordeeld op de belangen van het waterschap en PM
Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Willem-Alexanderlaan, Posterholt | 23 april 2024
44
6.
Uitvoerbaarheid
6.1.
Economische uitvoerbaarheid
De uitvoerbaarheid van de projectontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. De gemeente Roerdalen is initiatiefnemer van deze ontwikkeling. Daarom is er geen sprake van verhaalbare kosten en is de economische uitvoerbaarheid geborgd.
6.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voor de voorgenomen ontwikkeling is een participatietraject doorlopen. In informatiebijeenkomsten zijn onder andere de aanleiding en doelstelling toegelicht, waarna omwonenden en belanghebbenden gevraagd zijn om input. Tot slot is er een brede inloopavond georganiseerd rondom het definitieve ontwerp.
Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Willem-Alexanderlaan, Posterholt | 23 april 2024
45