CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Gemeenteraad 30 oktober 2025, gemeente Roerdalen27.827 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

-"#.*/01%()(#*"%)2"#3/3)2"#.'#01%(

'$"

'$"

,%4'*

5'%6)%7+*,

Afbeelding 16: verhouding tussen groen en verharding in de openbare ruimte

Afbeelding 17: gras, haag en bomen aan de Beatrixlaan te Melick

Gras maakt het grootste deel uit van dit areaal (80%). De verhouding tussen ruigte (ruig gras enkruiden) en gazon is 16% versus 84%. Het areaal ruigte is de laatste jaren gestegen ten opzichte van gazon om de biodiversiteit te stimuleren. Voor het herstel van biodiversiteit is het ook waardevol om meer hagen en heesters aan te planten. Deze bieden volop schuil- en broedplekken voor vogels en andere dieren.

Plaats

Vlodrop

114.092

68.840

38%

Bovenstaande verdeling in groen is de uitgangssituatie in 2025. De bedoeling is dat de verschillende beplantingsvormen binnen deze vier beheertypes nader gespecificeerd gaan worden. Enerzijds om het beheer van specifieke beplantingsvormen effectief aan te sturen, anderzijds om beter inzicht te geven in hoe we onze groene ambities in de buitenruimte realiseren. Mogelijk komt er in de toekomst bijvoorbeeld een aparte categorie ‘verticaal groen’ (gevelbeplanting).

TOTAAL

1.093.413

698.445

39%

Opvallend is dat in de openbare ruimte het aandeel groen bijna gelijk is aan het aandeel verharding (zoals wegen, stoepen en parkeerplaatsen). Zie afbeelding 16. In onze zes dorpen verschilt de balans tussen groen en verharding in de openbare ruimte. Gemiddeld bestaat 39% van die ruimte uit groenvoorzieningen. Onderling verschillen de dorpen sterk. Melick is het dorp met de groenste openbare ruimte (zie tabel 2). Deze gegevens komen uit ons eigen beheersysteem (peildatum mei 2025). Ze zijn nog niet volledig nauwkeurig en worden regelmatig bijgewerkt, maar geven wel een goed beeld van de situatie.

Verharding Totaal groen in m2 in m2

% Groen tov grijs

Herkenbosch

226.558

183.627

45%

Melick

205.011

187.470

48%

Montfort

179.482

62.427

26%

Posterholt

201.661

81.944

29%

St. Odiliënberg

166.610

114.137

41%

Tabel 2: Verhouding tussen groen en grijs in de zes dorpen (bron: gemeentelijk beheersysteem, peildatum mei 2025)

3.2.2 Bomenbestand openbare ruimte Bomen zijn de meeste beeldbepalende elementen binnen het groen. De gemeente Roerdalen is rijk aan bijzondere- en doodgewone bomen in allerlei soorten en maten. Er staan bomen die hier van nature thuishoren, maar ook gekweekte en exotische soorten. Ze staan op pleinen, trottoirs, gazons, in grasbermen en tussen heesters. Deze verscheidenheid geeft karakter aan straten, wijken en dorpen. De gemeente heeft een grote variatie aan boomsoorten, waaronder verschillende cultivars. In totaal staan er 18.222 bomen in de openbare ruimte (peildatum april 2025), beheerd door de gemeente. Bijna de helft van de bomen is eik. In onze gemeente staan in de openbare ruimte 55 boomsoorten (eigenlijk: geslachten). Zo staan er meerdere soorten eiken, zoals

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

17

de zomereik (90%), de Amerikaanse eik (5%) en de moeraseik (5%). In het buitengebied is de dominantie van de eik (60%) nog groter dan binnen de kom (28%) . Zie bijlage 2. De gemiddelde leeftijd van een gemeentelijke boom in Roerdalen is 37 jaar. In Nederland worden bomen in stedelijke gebieden gemiddeld naar schatting tussen de 35 en 40 jaar oud. Roerdalen is echter een landelijke gemeente waar de stadse drukte ontbreekt, waardoor je een hogere gemiddelde leeftijd zou mogen verwachten. Het grootste deel van het bomenbestand in de dorpen is relatief jong (zie afbeelding 18).

Aantal bomen per soort - gehele gemeente Roerdalen Boomsoort

Nederlandse naam

Aantal exemplaren

Percentage Bomenbestand

Quercus Fraxinus Fagus Acer Tilia Betula Prunus Carpinus Liquidambar Alnus Overige soorten TOTAAL

Eik Es Beuk Esdoorn Linde Berk Kers Haagbeuk Amberboom Els 45 soorten

8490 1591 1441 1294 1208 400 372 334 322 296 2.474 18.222

46,6% 8,7% 7,9% 7,1% 6,6% 2,2% 2,0% 1,8% 1,8% 1,6% 13,6% 100,0%

Tabel 3: Aandeel per boomsoort in Roerdalen

Afbeelding 18: aantal bomen per jaar van aanplant binnen de bebouwde kommen van Herkenbosch, Melick, Montfort, Posterholt, Sint Odiliënberg en Vlodrop

Aantal bomen per plantjaar - Binnen de kom 1.600 1.400 1.200 1.000 800 600 400 200

Bovendien is de gemiddelde leeftijd van onze bomen in de bebouwde kom relatief laag, gezien hun natuurlijke levensverwachting. In Nederland kunnen eiken en beuken honderden jaren oud worden, en zelfs snelgroeiende soorten als es of wilg bereiken onder gunstige omstandigheden vaak de 100 jaar. In bebouwde gebieden zijn de omstandigheden echter vaak minder optimaal voor bomen. Onder de stoep ligt geen bosgrond,

18

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

on be ke nd

02 4 20 20 -2

20 10 -2

01 9

00 9 20 00 -2

99 9 19 90 -1

98 9 19 80 -1

97 9 19 70 -1

96 9 19 60 -1

95 9

94 9

19 50 -1

19 40 -1

93 9 19 30 -1

92 9 19 20 -1

91 9 19 10 -1

19 00 -1

90 9

0

maar zandgrond, dat weinig voedingsstoffen en zuurstof biedt voor wortelgroei. Adequaat beheer en onderhoud is nodig om te voorkomen dat een deel van het bomenbestand uitvalt. Zeker als we in ogenschouw nemen dat door de klimaatverandering bijvoorbeeld een boomsoort als de beuk het moeilijk heeft op de droge zandgronden.

1. Kwaliteit bomen De conditie waarin het bomenbestand verkeert is overwegend voldoende (83%). Slechts een beperkt deel verkeert in een onvoldoende tot slechte conditie (15%). Uit de boomveiligheidscontrole (peiljaar 2024) blijkt dat 75% van de bomen in voldoende conditie geen gebreken vertoont. Bij bomen in onvoldoende conditie is dat slechts 62%.

Conditie bomen - gehele gemeente Roerdalen Conditie

Aantal bomen

Percentage Bomenbestand

Goed Voldoende Onvoldoende Slecht Zeer slecht Dood Onbekend Eindtotaal

16 15.191 2.314 419 36 120 126 18.222

0,1% 83,4% 12,7% 2,3% 0,2% 0,7% 0,7% 100,0% Tabel 4: conditie van de bomen

2. Kwaliteit groeiplaats Het grootste deel van de bomen staat in een ‘groene groeiplaats’. Slechts een beperkt deel staat in de verharding, bijvoorbeeld in de stoep in een boomspiegel van beperkte omvang. Een groene groeiplaats is gunstig voor de kwaliteit van het bomenbestand. Slechts 6% van de bomen staat in de verharding, bijvoorbeeld in de stoep. Onder tegels, klinkers of asfalt ligt een dragende zand/puinlaag, die sterk is verdicht. Deze laag van enkele tientallen cm bevat te weinig zuurstof, water en bodemleven. Nauwelijks geschikt voor wortelgroei. Het is alsof de bomen in een te kleine bloempot staan, waardoor ze niet goed kunnen groeien. De verschillen per dorp zijn ook best groot (zie bijlage 2). In Melick, Posterholt en Vlodrop staan er bijvoorbeeld nauwelijks bomen in het gazon. Terwijl in bijvoorbeeld Sint Odiliënberg bijna een derde van de bomen in het gazon staat.

Aantal bomen per standplaats - gehele gemeente Roerdalen 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0 Ruw gras

Gazon

Beplanting

Bos

Verharding

Onbekend

Afbeelding 19: Aantal bomen per standplaats

Aantal bomen per veiligheidsklasse onderverdeeld naar conditie 16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000

Zonder gebreken

Attentiebomen

Risicobomen

On be ke nd

Do od

le ch t Ze er s

Sl ec ht

On vo ld oe nd e

Vo ld oe nd e

0 Go ed

Gezien de vrij goede standplaatsen is het best opvallend dat de bomen er niet vitaler bij staan. Je zou juist verwachten dat de gemiddelde leeftijd van de bomen hier hoger ligt.

Onbekend

Afbeelding 20: aantal bomen met gebreken per conditieklasse

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

19

3. Biodiversiteit bomenbestand Bij boomsoorten maken we onderscheid tussen inheemse soorten en soorten die zich inmiddels hebben aangepast aan de Nederlandse omgeving

Biodiversiteit - gehele gemeente Roerdalen 2% 15%

Inheems Ingeburgerd Exoot

11%

(ingeburgerd). Dit betekent dat steeds meer planten en dieren van deze bomen gebruikmaken. Een bekend voorbeeld is de tamme kastanje, die al door de Romeinen werd ingevoerd en voor 1500 is ingeburgerd. De Amerikaanse eik daarentegen kwam pas in 1825 naar Nederland en is tussen 1900 en 2000 ingeburgerd geraakt (bron: WUR, soortentabel). Hoewel sommige mensen de Amerikaanse eik nog steeds als exoot zien, wordt deze boom hier tot de ingeburgerde soorten gerekend (ingeburgerd tussen 1900 en 2000). Ruim 72% van het bomenbestand is inheems. Nog eens 11% in ingeburgerd.

Onbekend

72%

Afbeelding 21: Aandeel herkomst bomen

Exotische soorten, zoals de plataan, spelen ook een waardevolle rol. Platanen gedijen goed in verstedelijkte gebieden en dragen bij aan het verminderen van hittestress en CO2-opslag. Voor het groen en leefbaar houden van onze dorpen zijn dus zowel inheemse soorten als exoten en cultuurvariëteiten belangrijk.

Afbeelding 22: door platanen beschut plein, Markt te Montfort

20

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

4. Behoud en bescherming Groen koesteren, is investeren in de toekomst. Groen kost ruimte én verrijkt die. Groen maakt onze leefomgeving gezonder en mooier, en die waarde groeit met de jaren. Het duurt jaren voordat een plantsoen zijn volle functie bereikt, en het kost decennia om een boom te laten uitgroeien. Het verwijderen ervan daarentegen, is in enkele minuten gedaan. Bescherming van groen is daarom essentieel om onze ambities voor vergroening en verbinding te realiseren.

4.1 Bescherming binnen de kernen De bescherming van groen is geregeld in de Omgevingswet, als één wettelijk kader voor de fysieke leefomgeving. De wet stimuleert een integrale aanpak waarbij groen niet op zichzelf staat, maar wordt meegenomen in de afweging met bijvoorbeeld water, bodem, gezondheid en klimaat. In het omgevingsplan hebben de Hoofdgroenstructuur, plantsoenen, groenvoorzieningen, beplantingen en bijvoorbeeld tuinen de functie ‘groen’ of mengfuncties als ‘parkeren en groen’. Daarnaast kan cultuurhistorisch waardevol groen zijn aangewezen als groen cultureel erfgoed. Denk aan historische landgoederen of bomen uit het Register Monumentale Bomen van de Bomenstichting. Voor dit groen en deze bomen gelden vaak extra beschermingsmaatregelen. Zie ook het overzicht van groene monumenten uit de Erfgoedatlas van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Binnen het groen hebben bomen een speciale positie. In de dorpen, dat wil zeggen binnen de zogeheten “bebouwingscontour houtkap’, gelden gemeentelijke kapregels. Dat wil zeggen voor (monumentale) bomen die staan op de Bomenlijst van gemeente Roerdalen. Op deze lijst staan zowel gemeentelijke als particuliere bomen. In de gemeente Roerdalen komt deze bebouwingscontour in beginsel overeen met de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet. De meest recente door de gemeenteraad vastgestelde bebouwingscontour houtkap geldt.

4.2 Bescherming buiten de kernen

of ecologische toets nodig. De provincie is verantwoordelijk voor de bescherming van Natura 2000 gebieden en beschermde plant en diersoorten. Het Limburgs Natuurprogramma 2023 – 2030 geeft nadere invulling aan behoud en bescherming van natuur en landschap. De provincie is ook verantwoordelijk voor het behoud van bossen en grote groepen bomen. Voor het kappen van bomen in een bos groter dan 10 are of een rij van meer dan 20 bomen, geldt een meldingsplicht en herplantplicht bij de provincie. Rijen wilgen of populieren langs buitenwegen of landbouwgronden, populieren, wilgen, essen of elzen die zijn aangeplant voor biomassa-productie, als ook kerstbomen, kweekgoed, fruitbomen en windschermen voor boomgaarden, zijn uitgezonderd van de meldings- en herplantplicht. De gemeente is verantwoordelijk voor de groengebieden in het buitengebied die zij in bezit heeft. En ook voor de bomen buiten de bebouwingscontour houtkap die onder het gemeentelijk kapverbod vallen. Dit zijn bomen in het buitengebied die op de Bomenlijst staan: • in tuinen of op erven staan; • solitair of in een rij van 20 of minder exemplaren of in een bos(je) met een oppervlakte van minder dan 10 are staan. Daarnaast kan groen vanuit het omgevingsplan beschermd zijn, bijvoorbeeld de Hoofdgroenstructuur of groen cultureel erfgoed.

Voor groen buiten de dorpen en buurtschappen kan een gebiedsbescherming gelden, zoals voor Natura 2000-gebieden. Voor ingrepen die gevolgen kunnen hebben voor beschermde natuur is een vergunning

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

21

Afbeelding 23: in deze oude tamme kastanje laan in Linnerveld staan meer dan 20 bomen op een rij. Voorheen was deze laan beschermd via de Bomenlijst. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de bescherming van deze laan op een andere wijze geregeld (zie omgevingsplan).

4.3 Behoud en vergroenen Vergroenen begint met behoud van wat we hebben. De gemeente heeft beperkte invloed op groen en bomen op particulier terrein. Voor behoud en versterking van het groene karakter van Roerdalen zijn we daarom vooral aangewezen op groen en bomen in gemeentelijk bezit. We geven zelf het goede voorbeeld en stimuleren inwoners om mee te doen met onze vergroening (zie hoofdstuk 7). We streven naar meer groen in de dorpen. Dat betekent dat het bestaande groen zoveel mogelijk behouden blijft én waar mogelijk wordt uitgebreid. De ambitie is om in 2050 gemiddeld 1% meer groen te hebben, bij voorkeur op versteende plekken. Bijvoorbeeld door overbodige verharding te vervangen door gras of beplanting (of een gerichte buurtactie voor groenere privé tuinen).

• 1% meer groen 10.000 m2 extra openbaar groen (op basis van tabel 2). Ofwel: elk jaar komt er gemiddeld 400 m² extra openbaar groen bij in onze dorpen.

22

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

We gaan ook voor 10% meer boomkroonbedekking in onze dorpen. Om hitte tegen te gaan én bij te dragen aan de gezondheid van onze inwoners. Het is lastig om deze toename goed te sturen, want bomen verdwijnen door ziekte en ook door herinrichting. Tegelijkertijd groeien bestaande bomen gewoon door. We beperken het verlies aan boomkroonbedekking door goed beheer en onderhoud (zie hoofdstuk 5). Daarnaast vergroten de boomkroonbedekking door bomen te voorzien van goede groeiplaatsen én door extra bomen te planten in de dorpen.

• 10% meer kroonbedekking bomen in de dorpen

400 extra

Ofwel: elk jaar worden er gemiddeld 16 bomen extra in de openbare ruimte bijgeplant, verdeeld over de zes dorpen. Extra wil zeggen dat er meer bomen geplant worden dan de herplant van gekapte exemplaren.

4.3.1 Groen in omgevingsplan De positie van groene buitenruimte in het omgevingsplan is niet vanzelfsprekend. Het vraagt om een actieve keuze van de gemeente om het juridisch-planologisch te verankeren, met duidelijke regels, waarden of beleidsuitgangspunten. Groen moet evenwichtig afgewogen kunnen worden tegen andere ruimtelijke en maatschappelijke belangen. Als groen moet wijken voor bijvoorbeeld wonen, dan wordt de functie van het groen (schaduw, wateropvang, spelen, natuur, enz.) elders of op een andere manier opgevangen, bijvoorbeeld: • Wadi’s in plaats van gazon voor wateropvang; • Groene daken als vervanging voor groenoppervlak; • Klimplanten voor verkoeling waar bomen verdwijnen; • Meer variatie in het groen in de omgeving aanbrengen voor meer biodiversiteit; • Versterken groen in de omgeving voor recreatie.

4.3.2 Gemeentelijk kapverbod Het kapverbod voor bomen van de Bomenlijst wordt (of is) onderdeel van het omgevingsplan. De Bomenlijst wordt periodiek geactualiseerd. De aanwijscriteria voor de Bomenlijst zijn daarvoor geactualiseerd (zie bijlage 3). Met deze vernieuwde criteria kunnen meer gemeentelijke bomen in aanmerking komen voor opname op de Bomenlijst.

wordt namelijk periodiek geactualiseerd. Herplantbomen mogen echter, voordat ze op de Bomenlijst zijn toegevoegd, niet gekapt worden zonder een vergunning. Omgevingsbomen zijn alle overige bomen. Dit is een omvangrijke groep bomen. Hun waarde ligt minder in zeldzaamheid of monumentale status, maar vooral in wat ze (als groep) doen voor hun omgeving. Voor het kappen of drastisch snoeien van een Bomenlijst-boom is een vergunning nodig. Bij het beoordelen van een kapaanvraag gaat het om een evenredige belangenafweging. Een afweging van het belang van verwijdering versus het belang van behoud. Voor dat laatste is de betekenis van de boom in kwestie van belang. Niet iedere boom heeft dezelfde betekenis voor de locatie waar hij staat. Voor het bepalen van het belang ofwel de waarde van de betreffende bomen maken we gebruik van de volgende criteria: • de natuur- en ecologische waarde van de houtopstand; • de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; • de landschappelijke waarde van de houtopstand; • de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; • de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.

Voor het beoordelen van de waarde van een boom maakt Roerdalen onderscheid tussen verschillende categorieën bomen, van belangrijk tot minder belangrijk. • Bomenlijst-bomen (‘monumentale bomen’); • Bomen die in de Hoofdgroenstructuur staan; • Herplantbomen; • Omgevingsbomen. De categorie monumentale bomen heeft de hoogste behoudsprioriteit. Bij bomen in de Hoofdgroenstructuur gaat het om exemplaren die een minimale stamdoorsnede hebben van 10 cm. Herplantbomen vormen een uitzondering. Deze bomen staan bij aanplant niet direct op de Bomenlijst. Deze lijst

Afbeelding 24: monumentale knoteiken langs de Bergerweg

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

23

Voor een evenredige afweging is het ook van belang de restlevensduur (levensverwachting) van de boom mee te nemen. Voor het vellen van een beschermde boom kan worden afgegeven als sprake is van een belang dat zwaarder weegt dan het boombelang.

Hierbij wordt de prioritering ‘hoog-middel-laag’ aangehouden. Zie tabel 5 en ter illustratie bijlage 4 voor deze wijze van rangschikken naar belang. Dit is niet bedoeld als volledige opsomming. Elke afweging vraagt uiteindelijk om maatwerk.

Behoudsprioriteit:

Verwijderingsbelang: laag

Verwijderingsbelang: middel

Verwijderingsbelang: hoog

Monumentaal restlevensduur > 5 jaar

Omgevingsvergunning weigeren

Omgevingsvergunning weigeren

Omgevingsvergunning weigeren / verlenen / alternatief

Monumentaal restlevensduur < 5 jaar

Omgevingsvergunning weigeren

Omgevingsvergunning weigeren / verlenen / alternatief

Omgevingsvergunning weigeren / verlenen / alternatief

Hoofdgroenstructuur restlevensduur > 5 jaar

Omgevingsvergunning weigeren

Omgevingsvergunning weigeren / verlenen / alternatief

Omgevingsvergunning verlenen

Hoofdgroenstructuur restlevensduur < 5 jaar

Omgevingsvergunning weigeren / verlenen / alternatief

Omgevingsvergunning verlenen

Omgevingsvergunning verlenen

Herplantboom

Omgevingsvergunning weigeren

Omgevingsvergunning weigeren / verlenen / alternatief

Omgevingsvergunning weigeren / verlenen / alternatief

Tabel 5: Afwegingskader voor kapaanvragen

4.3.3 Herplantplicht Bij het verlenen van een kapvergunning (‘omgevingsvergunning voor de activiteit kap ‘) kan een herplantplicht opgelegd worden. Herplant is bijvoorbeeld gewenst als de boom moet wijken voor een ontwikkeling, terwijl de betekenis en de kwaliteit van de boom zelf geen aanleiding geven tot het verlenen van een kapvergunning. Bij het kappen van een boom geldt: herplant naar waarde. De nieuwe boom moet zoveel mogelijk de functies van de oude boom compenseren, zoals biodiversiteit, verkoeling en uitstraling. In principe geldt

24

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

één-op-één herplant. Bij waardevolle of grote bomen kan herplant van meerdere exemplaren nodig zijn. Voor en boom van de 1ste grootte (wordt hoger dan 15 m) komt een boom van de 1ste grootte terug. Als er boven- als ondergronds onvoldoende ruimte is voor herplant, kan voor een boom van de 1ste grootte een herplant van twee bomen van de 2e grootte (8-15 m hoog) opgelegd worden. De nieuwe boom moet een minimale stamomtrek van 16–18 cm hebben (= stamdoorsnede 5 -6 cm).

Herplant boomgrootte

Minimale herplant maat 18 - 20 cm

Minimale doorwortelbare ruimte

1e grootte (soort > 15 m hoog)

16 - 18 cm

40 m3

2e grootte (soort 8-15 m hoog)

16 - 18 cm

20 m3

3e grootte (soort < 8 m hoog)

16 - 18 cm

10 m3

Tabel 6: Herplant uitgangspunten Hoofdgroenstructuur

De plek moet geschikt zijn: genoeg ruimte onder de grond en toegang tot water. Kan herplant ter plaatse niet, dan zoeken we een plek binnen 250 meter. Bij herplant in de Hoofdgroenstructuur geldt als extra eis dat de groeiplaats (doorwortelbare ruimte) een minimale grootte moet hebben. Zie tabel 6. Bij het bepalen van de groeiplaatsgrootte moet ook beoordeeld worden of de boom het grondwater kan bereiken. Is dat niet het geval, dan is de boom afhankelijk van hemelwater (hangwaterprofiel) en heeft een grotere groeiplaats nodig. Een eik van meer dan 24 m. hoog in een hangwaterprofiel heeft al gauw 70 m3 doorwortelbare ruimte nodig.

4.4 Behoud en verbinden We streven naar een aaneengesloten Hoofdgroenstructuur. Deze brengt samenhang en verbinding in het landschap en in de dorpen. De Hoofdgroenstructuur maakt het mogelijk dat vogels en andere dieren zich verplaatsen tussen natuur- en voedselrijke gebieden. Verbonden groen vergroot de biodiversiteit. Het breidt leefgebieden uit. Het versterkt de werking van ecosystemen. Aaneengesloten groen draagt ook bij aan de identiteit van Roerdalen. De Hoofdgroenstructuur draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit en versterkt de beleving van het dorp en het omliggende landschap. Het biedt inwoners en recreanten rust, schaduw en aantrekkelijke routes om te wandelen of fietsen.

omgevingsplan. Met duidelijke voorwaarden voor multifunctioneel ruimtegebruik, ook ondergronds (zie ook hoofdstuk 6 ontwerp en planvorming). Extra bescherming is mogelijk door de bomen in deze structuur op te nemen in de Bomenlijst. Het doel is de Hoofdgroenstructuur te versterken. Dit doen we door: • aanvullen; • kwaliteitsverbetering. Aanvullen betekent de lijnen verbinden. Ofwel de groene webstructuur aaneengesloten maken. Uitbreiden betekent ook het toevoegen van groenvlakken. Ofwel de Hoofdgroenstructuur aanvullen met bijzondere groene oases, plantvakken en parkjes. Dit zijn de groene plekken in het landschap en het dorp, waar dieren kunnen schuilen en inwoners kunnen recreëren. Zie afbeelding 25 de groenstructuur van Sint Odiliënberg ter illustratie. Onderdeel van de Hoofgroenstructuur in dit dorp zijn onder andere de wadi langs Schepersheuvel, de speeltuin aan de Fakkelweg en het groen langs de Roer bij de basiliek. De Hoofdgroenstructuur voor onze gehele gemeente en voor de zes dorpen met lijnen en vlakken zijn terug te vinden in bijlage 5. In de toekomst kunnen meer lijnen en vlakken aan deze Hoofdgroenstructuur toegevoegd worden. Bijvoorbeeld in een nieuwe wijk, zodat ook dit gebied onderdeel wordt van het groene netwerk. De (toekomstige) aanvulling is uiteraard ook een kwaliteitsverbetering van de Hoofdgroenstructuur.

De Hoofdgroenstructuur zoals deze is opgenomen in dit beleidsplan is leidend, tot het moment dat de gemeenteraad een nieuwe Hoofdgroenstructuur heeft vastgesteld. Versterken van de Hoofdgroenstructuur houdt ook in: opname in de Omgevingsvisie en/of Omgevingsplan en/of bepalingen als gevolg van de uitwerking in de kaders voor grijs/groen/blauw. We behouden wat we hebben. De structuur blijft zo beter herkenbaar en raakt minder versnipperd.

Behoud en bescherming van de Hoofdgroenstructuur wordt mogelijk door deze op te nemen in het

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

25

Afbeelding 25: Hoofdgroenstructuur van Sint Odiliënberg, met groene lijnen (donkergroen) en groene vlakken (gele sterren)

Kwaliteitsverbetering vindt bijvoorbeeld verder plaats door bomenlanen in de Hoofdgroenstructuur herplanten. Of door omvorming van gazon naar heesters of vaste planten. We werken zoveel mogelijk natuurvolgend, met inheemse soorten en versterking van gezond bodemleven.

26

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

4.4.1 Snippergroen Snippergroen zijn kleine stukjes openbaar groen, vaak grenzend aan tuinen of percelen, die vaak geen duidelijke functie hebben. Ze zijn voor de gemeente lastig te onderhouden. Gemeente Roerdalen verkoopt dit groen soms aan aangrenzende inwoners om het beheer te vereenvoudigen, kosten te besparen en de kavelgrenzen logisch te maken. Vanwege de vergroeningsopgave verkoopt de gemeente nog maar beperkt snippergroen. In de Hoofdgroenstructuur vindt in principe geen verkoop meer plaats.

5. Beheer en Onderhoud Het juiste beheer en onderhoud is nodig om te kunnen vergroenen en verbinden. Beheer richt zich op de toekomst: het bouwen aan een vitaal en duurzaam groen areaal en bomenbestand (investering). Dit omvat het herstellen en versterken van groenvakken en bomen door vervanging, aanplant en herinrichting. Onderhoud richt zich op de dagelijkse zorg voor groen en bomen (exploitatie).

5.1 Beheer van groen en bomen Beheer van groen en bomen omvat alle activiteiten die gericht zijn op het verzorgen en optimaliseren van de gezondheid, veiligheid en esthetische waarde van gazons, ruig gras, vaste planten, heesters, hagen en bomen. Bijvoorbeeld inspecties, snoeiwerk, bemesting, water geven en soms het vervangen of toevoegen van planten of bomen om de omgeving gezond, veilig en toekomstbestendig te houden.

5.1.1 Beheer voor meer groenareaal Meer groen in de openbare ruimte realiseren we vooral in de Hoofdgroenstructuur en op versteende plekken. Bij verbreding van de Hoofdgroenstructuur wordt het groenvak groter, zodat bijvoorbeeld kruiden, planten en bomen beter groeien. Zo kan door het verwijderen van overbodige verharding meer ruimte ontstaan voor groen en zorgt een boom voor minder wortelopdruk. Meer groenareaal betekent meer groenbeheer. Daar staat tegenover minder onderhoudskosten van de verharding en ook voor minder wortelschade, wat de restlevensduur van bomen vergroot. Versterken van de Hoofdgroenstructuur gebeurt door aanplant van bomen, heesters, vaste planten of grassen. Afhankelijk wat er op die locatie kan en gewenst is. Soms geven buurbomen teveel schaduw of is de groeiruimte beperkt vanwege kabels en leidingen. In die gevallen kan worden gekozen voor aanplant van een kleinere boomsoort of een kortere omlooptijd van een grotere boomsoort.

5.1.2 Natuurvolgend beheer Natuurvolgend groenbeheer is een manier van beheren die zoveel mogelijk aansluit bij de natuurlijke processen en eigenschappen van een gebied. In plaats van de natuur te sturen of strak te onderhou-

den, laten we de natuur haar gang gaan waar dat kan. We stimuleren van bodemleven en natuurlijke kringlopen, bijvoorbeeld door blad te laten liggen. Een goed functionerend bodemvoedselweb is ook goed tegen de opwarming. Een gezonde bodem slaat meer broeikasgas (CO2) op in de vorm van organisch materiaal. Het slaat hemelwater op, wat overbelasting van riolen en wateroverlast vermindert. Bovendien creëert het waterbuffers in de bodem die van nut zijn tijdens droge periodes. Natuurbescherming richt zich op het herstellen en behouden van ecosystemen met soorten die er van nature thuishoren. In de Hoofdgroenstructuur wordt daarom zoveel mogelijk gebruik gemaakt van inheemse plant en boomsoorten. Deze Hoofdgroenstructuur verbindt namelijk natuurgebieden. Ook het beheer van andere groenvakken en bomenlanen vindt bij voorkeur ook natuurvolgend plaats. Het idee daarachter is dat een natuurlijk ecosysteem goed functioneert omdat elk organisme in dat systeem al duizenden jaren een specifieke plek heeft. De opwarming gaat sneller dan ecosystemen aankunnen. Soorten die hier thuishoren, krijgen het moeilijk. Beuken houden bijvoorbeeld van vochtige, luchtige grond. Vooral in de bebouwde kom zijn deze omstandigheden vaak afwezig. Daarom vraagt toekomstgericht groenbeheer om slimme keuzes. Soms betekent dat het kiezen van soorten die beter tegen hitte en droogte kunnen.

Ook als die niet-inheems zijn. Zo houden we onze dorpen ook in de toekomst groen en leefbaar. We zorgen voor variatie in plantsoorten. Door klimaatverandering komen soortspecifieke ziektes

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

27

steeds vaker voor, met soms massale uitval tot gevolg. Daarom planten we bij laanbeplanting bij voorkeur een andere soort terug, die qua uiterlijk en eigenschappen past. Een afwisseling van plant- en boomsoorten in wijken en lanen, met inheemse én mediterrane soorten die beter bestand zijn tegen hitte en droogte. Alleen in historische lanen, zoals een oude lindenlaan, kiezen we in principe weer voor lindes.

5.1.2.1 Slim maaibeheer Bij ecologisch maaibeheer wordt het maaisel na 5–7 dagen drogen en zaadval afgevoerd. Dit verschraalt de bodem, bevordert soortenrijkdom en geeft insec-

ten en andere dieren tijd om een nieuwe voedselplek te vinden. De methode is arbeidsintensiever, maar ecologisch effectiever. In het buitengebied wordt op een aantal locaties (Herkenbosscherbroek, Vlootbeek en Waterschei Holst, zie bijlage 6) slim maaibeheer toegepast voor het donker pimpernelblauwtje. Dit is één van de allerzeldzaamste dagvlinders van Nederland. Het donker pimpernelblauwtje is zo zeldzaam vanwege zijn unieke en kwetsbare levenscyclus. De vlinder is volledig afhankelijk van één plant (de grote pimpernel) en één mierensoort (de gewone steekmier). Vrouwtjes leggen hun eitjes in de bloemknoppen. De rupsen eten daar enkele weken van, laten zich dan vallen en worden meegenomen naar mierennesten. Daar leven ze tien maanden als parasiet op mierenlarven. Pas daarna verpoppen ze en komen als vlinder weer tevoorschijn. Deze bijzondere cyclus slaagt alleen bij zorgvuldig beheer en voldoende leefruimte voor zowel plant als mier. Slim maaien kan niet overal. Sommige inwoners ervaren hinder bij het tuinonderhoud doordat zaden uit strooiselstroken overwaaien. De juiste locaties vinden is belangrijk. Goed overleg met inwoners en duidelijke uitleg over het nut van dergelijke stroken maken het verschil. Ook het strak blijven maaien van de eerste meter langs de stoep of het fietspad, vergroot de betrokkenheid.

Voor grotere graslanden adviseert de Vlinderstichting sinusbeheer: gefaseerd maaien in golvende patronen. Eerst wordt een slingerend pad gemaaid en het maaisel afgevoerd. Later volgt het binnendeel. Daarna volgt een nieuwe cyclus met een nieuw pad. Door deze afwisseling ontstaat meer variatie in microklimaat - gunstig voor insecten en andere dieren.

Afbeelding 26: voorbeeld van slim maaibeheer; de eerste meter langs de weg en het fietspad wordt frequent gemaaid, het middengedeelte is voor ruig gras.

28

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

Afbeelding 27: schapenbegrazing op de Schepersheuvel te Sint Odiliënberg

5.1.2.2 Schapen begrazing Begrazing door schapen is een natuurlijke manier om graslanden en heide te beheren. Het vergroot de biodiversiteit. Schapen grazen selectief, waardoor afwisseling in de vegetatie ontstaat. Dat is goed voor insecten, vogels en kleine dieren. Ze houden dominante soorten zoals pijpenstrootje en bramen in toom en geven ruimte aan kwetsbare planten. Zaden verspreiden zich via hun vacht en mest. Wat helpt om plantensoorten te verspreiden. Schapen verstoren de bodem nauwelijks. Het bodemleven blijft daardoor beter behouden dan bij maaien met machines. Zo draagt begrazing bij aan een gezonder en soortenrijk landschap.

deze beheerdata kunnen we ook controleren of we nog op koers liggen om 10% meer boomkroonbedekking in onze dorpen te realiseren. Integraal datagestuurd beheer helpt processen slimmer in te richten. Het brengt inefficiënties in beeld en maakt het mogelijk om onderhoud en inzet van middelen vooraf slim te plannen. Zo combineren we werkzaamheden en verhogen we de efficiëntie. Met realtime data heb je direct inzicht in de staat van plantvakken en bijvoorbeeld straatbomen. Door data te koppelen, nemen we besluiten op basis van actuele en objectieve informatie. Dat verbetert de kwaliteit en leidt vaak tot lagere kosten en meer resultaat.

5.1.3 Datagestuurd beheer

5.1.4 Vervanging in bomenlanen

Onder datagestuurd beheer verstaan we het systematisch monitoren, analyseren en optimaliseren van de gezondheid en groei van planten en bomen met behulp van data en technologie. De gemeente Roerdalen beheert het groen en de bomen zoveel mogelijk op basis van beschikbare data. We gebruiken een eigen databeheersysteem met verschillende beheercategoriën (gazons, ruig gras, vaste planten, heesters, hagen en bomen).

Bomenlanen in de Hoofdgroenstructuur of in een woonstraat hebben niet het eeuwige leven. Tijdige aanvulling of vervanging zorgt voor een natuurlijke verjonging, en voorkomt dat alle bomen in een wijk uit een bepaalde bouwperiode gelijktijdig uitvallen. Om het beeld en de biodiversiteit van een bomenlaan zoveel mogelijk te behouden, heeft geleidelijke vervanging de voorkeur. Het in stand houden en renoveren van lanen vindt op twee manieren plaats: • Onderhoud laan door inboet van één of meerdere exemplaren; • Gefaseerde en of bloksgewijze vervanging van delen van de bomenlaan.

Beheerdata tonen soms dat alle bomen in een wijk even oud zijn als de wijk zelf. Dat is een risico. Bij veroudering vallen ze tegelijk uit. Dit is te voorkomen door op tijd te verjongen. Aanvullende satellietbeelden of klimaatdata laten zien waar extra of grotere bomen nodig zijn, tegen hittestress. Dankzij

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

29

Vervanging gebeurt op plekken waar dat wenselijk en boomtechnisch gezien verantwoord is. Dat betekent afscheid nemen van bomen van slechte kwaliteit, zodat deze niet op het reguliere beheer- en onderhoudsbudget blijven drukken. En beoordelen of de groeiplaats geschikt is voor nieuwe aanplant en welke soort aanplant. Een boom van de 1ste grootte ter plekke vervangen heeft alleen zin als deze niet overschaduwd wordt door zijn buurbomen. Is dat wel het geval, dan dient gewacht te worden met vervangen tot de buurbomen ook uitvallen. Of er wordt gekozen om de buurbomen tegelijkertijd te vervangen. Een andere optie is dat dat een kleinere boomsoort of een heester wordt teruggeplant.

Gefaseerde en of bloksgewijze vervanging gebeurt in beginsel pas wanneer 50% van de bomen in de laan in een onomkeerbare matige of slechte conditie verkeert. Het uitgangspunt is altijd gefaseerde vervanging, zodat er geen kaalslag plaatsvindt voor mens en dier. Bloksgewijs vervangen betekent dat de laan op basis van de kwaliteit van de bomen in de laan in gedeeltes wordt opgedeeld. De slechtste delen worden het eerst vervangen. De vooralsnog te behouden delen van de laanbomen bevinden zich het liefst zo veel mogelijk verspreid over de laan. Gefaseerd onderhoud gebeurt ook bij het periodiek snoeien van treurwilgen, knot- en leibomen. Dat houdt in dat niet alle te knotten bomen in een bepaalde plaats in hetzelfde jaar worden gesnoeid.

Afbeelding 28: laanbomen in gazon aan de Bosserveldweg te Sint Odiliënberg

5.2 Onderhoud van groen en bomen Onderhoud van groenvoorzieningen gebeurt op frequentie. In principe op basis van beeldkwaliteit ‘B’. Beeldkwaliteit B staat voor een net en verzorgd straatbeeld, maar niet tot in de puntjes afgewerkt. Het is het meest gangbare onderhoudsniveau en vormt een praktische balans tussen kwaliteit en kosten. Gazon worden bijvoorbeeld in beginsel één keer per 2 à 3 weken gemaaid tijdens het groeiseizoen, mede afhankelijk van de weersomstandigheden. Heestervakken en hagen worden gemiddeld 2 tot 3 keer per jaar gesnoeid, afhankelijk van de groeisnelheid van de soort (zie afbeelding 28). Voor het onderhoud van een boom is de kwaliteit leidend. Die wordt bepaald op basis van drie factoren: • conditie; • structuur; • veerkracht. De conditie geeft een momentopname van de gezondheid van de boom. Die wordt beoordeeld aan zaken als bladbezetting, scheutlengte en bladkleur. De structurele opbouw gaat over de stevigheid van stam, takken en wortels. Daarbij wordt ook gekeken naar mogelijke gebreken, zoals holtes, scheuren of houtrot. Conditie en structuur kunnen elkaar beïn-

30

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

De groeiplaats is misschien wel de belangrijkste factor voor gezonde bomen. Die moet bij aanplant ruim genoeg zijn en goed doorwortelbaar (zie ook hoofdstuk 6). In stedelijke gebied is die ruimte vaak beperkt, dus moet de groeiplaats bewust worden ingericht en onderhouden. Na graafwerkzaamheden onder de boomkroon kan bijvoorbeeld groeiplaatsverbetering nodig zijn, voor beter herstel van wortelschade.

5.2.2 Boomveiligheidscontrole Elke gemeenteboom wordt periodiek geïnspecteerd op gebreken en mogelijke risico’s voor de omgeving. In beginsel is dit eens in de drie jaar. Dit heet een boomveiligheidscontrole (BVC) of visual tree assessment (VTA). Werkzaamheden die voortkomen uit Afbeelding 30: groter groenvak aangelegd bij monumentale eiken aan de Roermondseweg te Posterholt

Afbeelding 29: snoei van heestervak aan de Zandstraat te Montfort

vloeden, maar zijn niet altijd verbonden. Een boom kan er gezond uitzien, terwijl de stam verzwakt is. De veerkracht laat zien in hoeverre een boom kan herstellen. Er wordt dan gekeken of bijvoorbeeld groeiplaatsverbetering de boom kan helpen om sterker te worden (zie afbeelding 30 ter illustratie).

5.2.1 Cyclus van boom aanplant tot vervanging Het onderhoud van bomen is gericht op het verlengen van hun levensduur. Voor het behoud Vooral jonge en oude bomen vragen meer aandacht. In de jeugdfase is begeleidingssnoei nodig om de gewenste doorrijhoogte te bereiken. Bij oude exemplaren is beheer gericht op het voorkomen van calamiteiten. Uiteraard afhankelijk van de locatie en functie van de boom. Elke boomsoort heeft eigen kenmerken. Daar is het beheer op afgestemd. Zo worden elzen op latere leeftijd sneller breukgevoelig, zeker als ze dicht op elkaar staan.

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

31

deze controle op de boomveiligheid zijn onder andere: • Het snoeien van takken boven wegen, fietspaden en trottoirs (opkronen); • Aanwijzen van attentiebomen, die vaker gecontroleerd moeten worden; • Aanwijzen van risicobomen. Dit zijn exemplaren waarbij direct maatregelen getroffen dienen te worden. Bij risicobomen kan het betekenen dat gevaarlijke of dode takken worden verwijderd of dat zieke en stervende bomen worden gekapt. Zodra het geconstateerde veiligheidsrisico is weggenomen wordt de status van risicoboom in het beheersysteem gewijzigd naar ‘boom zonder gebreken’. Gebreken die worden geconstateerd kunnen bijvoorbeeld dood hout zijn, een holte in de stam of een zwamaantasting op de stamvoet. Daarop worden passende veiligheidsmaatregelen geadviseerd. Zoals de doorgang vrijmaken, nader onderzoek of het verwijderen van dood hout. Daarbij wordt ook de urgentie van de geadviseerde maatregel aangegeven. De frequentie van controle kan nader worden gespecificeerd zodra meer detailgegevens van de bomen bekend zijn en opgenomen zijn in het beheersysteem. Op dat moment is het mogelijk om meer maatwerk in de controlefrequentie op te nemen. Bepaalde leeftijdscategorieën of bepaalde minder druk gebruikte locaties hoeven wellicht minder frequent gecontroleerd te worden. Wat gunstig is voor het controlebudget.

5.2.3 Onderhoud en ervaren overlast Groen wordt door veel inwoners gewaardeerd, maar kan ook als hinderlijk worden ervaren. Ook zijn de meningen over bepaalde groenmaatregelen verdeeld. Het is mogelijk dat zorgen of weerstand ontstaan. Denk aan bladeren die van bomen vallen of boomwortels die bestrating losdrukken. Hinder is vaak subjectief. Niet elke ervaren overlast is reden voor actie. Wij krijgen regelmatig verzoeken van inwoners om overlast te beperken. Elk verzoek wordt

32

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

zorgvuldig bekeken en afgewogen. We kijken hierbij onder andere naar de aard, duur en ernst. We zijn altijd transparant en open over de afwegingen die we maken en wat er wel of niet mogelijk is. In bijlage 7 laten we zien hoe we omgaan met overlast die wordt ervaren door bomen.

5.2.3.1 Zonnepanelen We krijgen met enige regelmaat vragen van inwoners die last hebben van de schaduw van bomen op hun zonnepanelen. We hebben een duidelijke lijn hoe we hiermee omgaan en communiceren hier open en transparant over: • Bestaande bomen hebben voorrang op nieuwe zonnepanelen; • Bij de aanplant van nieuwe bomen, houden we waar mogelijk rekening met bestaande zonnepanelen; tenzij het om aanplant in de Hoofdgroenstructuur gaat - daar krijgen bomen in principe voorrang; • Bij nieuwe ontwikkelingen moet het ontwerp beide belangen combineren. Als een boom in de Hoofdgroenstructuur staat of op de Bomenlijst, dan is de boom bepalend.

5.2.3.2 Burenrecht Buren mogen een boomeigenaar verzoeken om overhangende takken te verwijderen. Ook als dat een tak van een gemeenteboom is. Overhangende takken hoeven niet strak bij de erfgrens afgezaagd te worden. Snoei moet redelijk zijn en mag de boom niet ernstig aantasten. Het verwijderen van een halve kroon kan de boom laten afsterven. De gemeente heeft bovendien de bijzondere taak om een redelijke afweging te maken tussen het algemene en het individuele belang. Het vergroten van de boomkroonbedekking is van groot algemeen belang in de strijd tegen opwarming. We gaan terughoudend om met snoeiverzoeken. Zeker voor bomen in de Hoofdgroenstructuur of op de Bomenlijst geldt dat ze zoveel mogelijk hun natuurlijke vorm moeten behouden. Drastisch- of eenzijdig snoeien wordt niet gezien als een zorgvuldige, toekomstbestendige beheermaatregel.

6. Ontwerp en Planvorming Groen moet functioneel, aantrekkelijk, ecologisch waardevol en goed ontworpen zijn. Een kleine, goed ontworpen groene plek kan een veel grotere positieve impact hebben dan een groot, slecht ingericht terrein. De Gemeente Roerdalen hanteert bij ontwerp en planvorming het principe ‘de juiste soort op de juiste plek’. Plant- of boomsoort, locatie en functie worden zorgvuldig afgestemd.

6.1 Ruimte voor groen in ontwerp Groen speelt een belangrijke rol in het multifunctioneel gebruik van de buitenruimte. Denk aan parkjes die niet alleen recreatie bieden, maar ook water opvangen, verkoeling brengen en biodiversiteit versterken. Bij het toedelen van functies aan locaties – een kernbegrip in de Omgevingswet – is het belangrijk om groen als volwaardige functie mee te nemen. Dat betekent dat groen niet alleen 'overblijft' na inrichting, maar bewust wordt ingezet als klimaatmaatregel, sociale ontmoetingsplek en ecologische verbinding. Een evenredige toedeling van functies houdt in dat elke locatie in balans wordt benut, met oog voor gezondheid, veiligheid en leefkwaliteit. Groen verdient daarin een stevige plek. Het streven is 75 m² openbaar groen per huishouden als richtgetal voor groen binnen de bebouwde kom. Dit is/wordt, zoals aangegeven, nader uitgewerkt in de kaders voor grijs/groen/blauw. Volgens diverse studies is dit een efficiënte maatregel voor leefkwaliteit en gezondheid, mits het groen aansluit op bestaande structuren. Voor ontwikkellocaties werkt gemeente Roerdalen aan een integrale richtlijn voor een buitenruimte in balans. De fysieke leefomgeving wordt zo ingericht dat verschillende functies, belangen en kwaliteiten op een evenwichtige manier samenkomen.

Het gaat om het vinden van een goede verhouding tussen ruimte voor wonen, werken, groen, mobiliteit, gezondheid, veiligheid, erfgoed, duurzaamheid, biodiversiteit en klimaatadaptatie.

6.1.1 Bomenparagraaf De Bomenparagraaf is een praktisch hulpmiddel om de juiste afwegingen te maken bij ruimtelijke plannen. Waarom een bomenparagraaf en geen groenparagraaf? Omdat bomen de meest duurzame planten

Afbeelding 31: voorbeeld van multifunctioneel ruimtegebruik; groen als verkeer remmende maatregel

en tegelijkertijd het meest kwetsbaar zijn. Investeren in bestaande bomen levert vaak meer op aan de vergroening dan nieuwe aanplant. Een jongvolwassen boom heeft al een flinke kroon die zich, bij goede omstandigheden, snel verdubbelt. Een jonge boom daarentegen groeit traag en heeft jaren nodig om zijn functies te kunnen vervullen, zoals effectief koelen. Daarom is het bij ruimtelijke ontwikkelingen essentieel om bestaande bomen zoveel mogelijk te behouden en te integreren.

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

33

De ruimte is schaars en er moeten verschillende activiteiten plaatsvinden. Voor bomen betekent dit vaak dat zij hun groeiplaats (moeten) delen met andere functies. Bouw- en aanlegprojecten of wijzigingen in de buitenruimte kunnen mogelijk een gevolg hebben voor de (kwaliteit van de) bomen ter plaatse. Of juist kansen bieden voor bomen of nieuwe aanplant. Bomen worden vaak pas in een laat stadium van plannen betrokken. Een ogenschijnlijk kleine aanpassing of een ondoordacht ontwerp kan onbedoeld het voortbestaan van een boom ernstig in gevaar brengen. Daarom wordt in een Bomenparagraaf kort vastgelegd welke bomen worden behouden, beschermd en ingepast, welke worden gekapt en of er bomen worden geplant, als ondersteuning van een plan of ontwerp. Met een Bomenparagraaf worden de gevolgen voor bomen vanaf het begin meegenomen en kan er op basis van bijvoorbeeld een Bomen Effect Analyse of een inventarisatie gekozen worden voor behoud of kap van bomen. Bij de uitvoering van het plan kunnen vervolgens beschermingsmaatregelen getroffen worden voor de te behouden bomen. De Bomenparagraaf is zowel uitnodigend als verbindend. Het moedigt de gemeente en marktpartijen aan om actief bij te dragen aan vergroening. De focus ligt op een eenvoudige beoordeling van de mogelijkheden om de groenwaarden van de locatie

te behouden of te versterken. Deze beoordeling bestaat uit drie onderdelen: • Wat is de groene ambitie? • Welke bomen staan er? • Wat zijn de mogelijkheden voor bomen en ander groen? Eerst worden de ambities voor bomen en ander groen op de locatie in kaart gebracht. Wat willen we behouden of versterken? Bij hittestress is meer boomkroon gewenst; op lommerrijke plekken moet verlies van schaduw juist worden voorkomen. Daarna beoordelen we welke bomen er staan. Wat is hun kwaliteit en of er kansen zijn voor verbetering. Soms is dat vervanging vanwege de beperkte restlevensduur van de bestaande boom. Zo kunnen we weloverwogen keuzes maken, in balans met andere functies op de locatie. Bij locaties met beperkt boombelang volstaat een beknopte bomenparagraaf met een korte visie en overzicht van behoudenswaardige bomen. In gebieden met grotere waarde, zoals de Hoofdgroenstructuur of bij Bomenlijstbomen, is een uitgebreidere uitwerking nodig, eventueel ondersteund door een Bomen Effect Analyse (BEA). Het doel is altijd om bij te dragen aan meer en betere boomkroonbedekking en het versterken van de Hoofdgroenstructuur.

Afbeelding 32: grote wadi voor tijdelijke opvang van regenwater in het groen bij nieuwbouw in St. Odiliënberg

34

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

6.1.2 Ruimtelijke groenvoorwaarden Een robuust groenvak maakt de openbare ruimte aantrekkelijker en groener. Ze vangen beter water op, bieden verkoeling en zijn minder kwetsbaar voor droogte. Ook vragen gezonde, goed gewortelde planten in grotere vakken minder intensief beheer. En niet op de laatste plaats bieden ze meer leefruimte voor verschillende soorten planten en dieren. Grotere groenvakken of verbindende groenstructuren zijn beter voor de biodiversiteit. Een gezonde bodem vormt de basis voor groen in het ontwerp. Zand is een slechte voedingsbodem voor planten (en bomen). Plantwortels zijn sterk afhankelijk van bodemleven om te kunnen groeien, functioneren en overleven. Deze samenwerking is cruciaal voor een gezonde plant en een vitaal bodemecosysteem. Bodemorganismen, zoals bacteriën, schimmels en wormen, maken voedingsstoffen beschikbaar die planten niet zelfstandig kunnen opnemen. Ze breken organisch materiaal af tot opneembare vormen van stikstof, fosfor en andere mineralen. Wortels scheiden op hun beurt stoffen uit die als voedsel dienen voor bodemleven, zo’n 30% van de suikers die planten via fotosynthese maken. Een gezonde plant of boom begint dus bij een levende bodem. Voor bomen geldt ‘de juiste boom op de juiste plek’.

Dat wil zeggen: • Passend bij de gewenste functie van de locatie; • Passend bij de grondslag van het gebied; • Passend bij de fysieke omstandigheden; • Geschikte boomsoorten gebruiken. Er dient in het ontwerp ook voldoende ruimte per boom te zijn. Met name de ondergrondse groeiplaats moet afgestemd zijn op de soort en de (toekomstige) grootte van de boom. Zo zorgen we dat bomen kunnen uitgroeien tot waardevolle, blijvende structuren in het landschap. Een geschikte groeiplaats bevat voldoende zuurstof, water, voedingsstoffen en actief bodemleven. Dit bevordert de natuurlijke groei en benut de potentie van de boom optimaal.

Afbeelding 33: Versterken biodversiteit door insectenhotels en gevelbeplanting

Een optimale groeiplaats voldoet aan vier basisvoorwaarden: • Ruimte – Voldoende doorwortelbare bodem. • Zuurstof – Minimaal 16% in de bodemlucht. • Vocht – Goede waterhuishouding, geen wateroverlast. • Voeding – Minimaal 5% organische stof voor een gezond bodemvoedselweb. Een tekort aan één van deze factoren beïnvloedt de andere en verkleint de overlevingskans van de boom. Een gezonde bodem met de juiste balans ondersteunt duurzame groei en behoud. Belemmeringen voor wortelgroei zijn verdichte bodem, hoge grondwaterstand, ondergrondse obstakels (zoals leidingen of funderingen) en verharding, die de luchtuitwisseling met de bodem beperkt. Het borgen van voldoende doorwortelbare ruimte kan door ruimtelijke scheiding van zones met boomwortels en zones met kabels en leidingen. Of door een minimale afstand van kabels en leidingen tot de boom te hanteren. Voor bomen van de 1ste grootte

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

35

Boomsoort

1ste grootte

2de grootte 3de grootte knotboom snelgroeiende soort

Omlooptijd

80 jaar 60 jaar 40 jaar 20 jaar 60 jaar 40 jaar 50 jaar 50 jaar 25 jaar

Eindbeeld

Benodigde ruimte

Kroon doorsnede

Stam doorsnede

doorwortelbare stabiliteitskluit ruimte

15-20 m 10-15 m 8-12 m 3-5 m 8-12 m 3-5 m 2-4 m 15-20 m 8-12 m

60-80 cm 40-60 cm 30-40 cm 15-20 cm 30-40 cm 15-20 cm 20-40 cm 60-80 cm 30-40 cm

40-70 m3 30-50 m3 20-35 m3 10-20 m3 20-35 m3 10-20 m3 4-8 m3 40-70 m3 20-35 m3

3,5-5 m 3-3,5 m 2,5-3 m 1,5-2,5 m 2,5-3 m 1,5-2,5 m 1,5-2 m 3,5-5 m 2,5-3 m

Tabel 7: Boomgroottes en benodigde doorwortelbare ruimte

is dat in beginsel minimaal 2 m, van de 2de grootte 1,5 m en voor bomen van de 3de grootte is dat 1 m. Als er al een boom staat of ondergronds kabels en leidingen liggen, is maatwerk nodig. De genoemde afstanden dienen daarbij als richtlijn. Voor meer groen in de straat wordt soms toch een boom geplant nabij kabels en leidingen. Eventueel kiezen we een kleinere soort of verleggen we later het kabeltracé. Voor de benodigde doorwortelbare ruimte in relatie tot de boomgrootte en de gewenste omlooptijd van de boom, zie tabel 7. De bodem moet voldoende ‘luchtig’ zijn voor wortelgroei. Een te hoge verdichting, een te hoge grondwaterstand of ondergrondse obstakels als lei-

dingen of oude funderingen, beperken de wortelgroei. Verharding (bestrating door klinkers) beperkt de natuurlijke luchtuitwisseling tussen de bodemlucht en atmosferische lucht. Voor een optimale bomengroei is minimaal 16% zuurstof in de bodemluchtsamenstelling nodig. Het organische stofgehalte moet 5% zijn. Bij een lager gehalte ligt groeistagnatie op de loer, terwijl bij een ‘te hoog’ organisch stofgehalte, door omzetting hiervan, zuurstofgebrek kan ontstaan. Bij de groeiplaatskeuze speelt de boomgrootte een rol (1ste, 2de of 3de grootte). Ook de beleidsstatus is van belang: Bomenlijst bomen en bomen in de Hoofdgroenstructuur vereisen een ruimere groeiplaats.

Boomsoort

Omlooptijd

Minimaal benodigde ruimte

Bomenlijst boom Hoofdgroenstructuur boom Omgevingsboom - knotboom

250 jaar 100 jaar 60 jaar 50 jaar

50 m3 30 m3 10 m3 4-8 m3

Tabel 8: Benodigde doorwortelbare ruimte voor verschillende categorieën gemeentelijke bomen

36

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

6.1.2.1 Groeiplaatsinrichting Soms is ondergronds te weinig ruimte voor een gezonde boomgroei. Voor bomen in verharding zijn verschillende groeiplaatsinrichtingen mogelijk, afhankelijk van de beschikbare ruimte en omstandigheden. Enkele veelgebruikte opties zijn: 1 Boomkratten (zoals Permavoid of TreeParker) Ondergrondse constructies die de bodem ontlasten, verdichting voorkomen en water en lucht doorlaten. 2 Bomenzand (Structuurgrond) Een mengsel van zand en organisch materiaal dat voldoende stabiliteit biedt voor verharding, terwijl wortels kunnen groeien. 3 Wortelgeleidingssystemen Wortelschermen of geleiders die wortels sturen om schade aan wegen en trottoirs te voorkomen. 4 Lava- of puimsteen Lichtgewicht, poreuze korrels die de bodemstructuur verbeteren, water vasthouden en beluchting bevorderen. 5 Boomgranulaat Een mengsel van grof gesteente en organisch materiaal dat drukbestendig is en wortelgroei ondersteunt in verharding.

Afbeelding 34: pneumatische injectie met voedingsstoffen bij monumentale eiken Posterholt

Elke groeiplaatsoplossing heeft voor- en nadelen. De keuze hangt af van de situatie en de belasting. Bomenzand is geschikt onder parkeerplaatsen en biedt stabiliteit, maar laat wortels beperkt groeien en is minder geschikt voor zware belasting. Boomkratten zijn dan een beter alternatief. Ze vormen een stevig, dragend fundament, voorkomen wortelopdruk en bieden een goede, beluchte groeiplaats. Nadeel is dat ze graafwerk voor kabels en leidingen lastiger maken, al voorkomt dit juist schade aan wortels. In Roerdalen worden boomkratten alleen toegepast op drukbezochte plekken waar ruimte schaars is.

6.1.3 Groeiplaatsverbetering bij ruimtelijk plan De groeiplaats van planten en bomen kan op verschillende manieren verbeterd worden: • Vergroten boomspiegels; • Vergroten heestervakken; • Uitwisselen straatzand voor bomenzand met een hoog organisch gehalte (minimaal 5%) • Voedingsgehalte in onderlaag van de bodem verhogen door voedingspijlers of pneumatische injectie; • Parkeerplaatsen omhoog brengen tot niveau fietspad (‘opparkeren’) Bij vervanging van bestaand zand door bomenzand of humuscompost wordt veel kwalitatief materiaal toegevoegd. Dit brengt risico op wortelschade met zich mee, vooral bij oppervlakkige beworteling. Daarom verdient grondzuigen de voorkeur. Bomenzand moet minstens 20 cm boven de vol-capillaire zone liggen om contact met grondwater en moerasgasvorming te voorkomen. De bodemvoeding kan worden verbeterd met voedingspijlers of pneumatische injectie. Voedingspijlers brengen rijkere compost aan dan bomenzand, maar alleen verticaal. Minimaal vier per boom, bij voorkeur aangebracht met grondzuiging, voorkomen wortelschade. Het mengsel met humuscompost activeert het bodemleven en maakt voedingsstoffen opneembaar. Pneumatische injectie brengt voedingstoffen horizontaal én verticaal in, en creëert met weinig ingreep veel wortelruimte.

Aanbevolen wordt het gebruik van schimmel-dominante humuscompost (fractie 3–8 mm) met de structuurverbeteraar en draagstof Agra-Perlite. Ook bij bomen in gazons of heestervakken werkt deze methode goed.

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

37

6.1.4 Kroonsnoei en wortelkap bij ruimtelijk plan Als voor bouw of herinrichting de kroon en of het wortelgestel gesnoeid moet worden, dan is de vuistregel dat maximaal 20% gesnoeid mag worden. Is meer snoei gewenst, dan is een kapvergunning (omgevingsvergunning voor de activiteit kap) nodig. Snoei van de kroon van een gemeenteboom mag alleen uitgevoerd worden door een European Tree worker (ETW) of iemand met een aantoonbaar vergelijkbare expertise, na goedkeuring van het snoeiplan door de gemeente. De richtlijn voor wortelkap is: • Boomwortels van 3 cm of dikker van bomen in de Hoofdgroenstructuur en bij Bomenlijst bomen mogen niet verwijderd of beschadigd worden; • Boomwortels van 5 cm of dikker van vergunningvrije gemeentebomen mogen niet worden afgestoken, doorgegraven, doorgezaagd, afgehakt of op een andere manier worden beschadigd. Boomwortels mogen nooit kapotgetrokken worden door graafmachines, alleen loodrecht doorgesneden worden. Dit voorkomt grote wonden, waardoor de kans op zwamaantastingen wordt verkleind.

38

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

6.1.5 Bronbemaling bij ruimtelijk plan Bij bronnering zal een hydrologisch onderzoek moeten worden uitgevoerd naar de mate van water onttrekkingsdebiet in de omgeving van de boom. Op basis van dat onderzoek zullen specifieke boombeschermende maatregelen moeten worden opgesteld ter monitoring van het bodemvocht. Als de boom afhankelijk is van het grondwater en de grondwaterstand fluctueert ten gevolge van de bronbemaling, dient er gerijpt water gegeven te worden bij de bomen. Gerijpt water is water dat enige tijd heeft stilgestaan of opgeslagen is geweest in een bassin, sloot, vijver of reservoir, en daardoor verrijkt is met biologische en chemische stoffen uit de omgeving. De bodemvocht fluctuatie moet als gevolg van bronnering tot een minimum beperkt worden. Bij een fluctuatie groter dan 20 cm in het groeiseizoen, is het treffen van adequate maatregelen sowieso noodzakelijk. Soms is het bij bronnering in het groeiseizoen wenselijk door middel van kroonsnoei het verdampend bladoppervlak van de boom te verminderen. Er mag hierbij nooit meer dan 20% van het bladvolume weggenomen worden. Snoei is echter een curatieve maatregel. Voorkomen dat snoei noodzakelijk is, geniet uiteraard altijd de voorkeur.

7. Communicatie en Participatie Met het groenplan willen we werken aan een groener Roerdalen. Communicatie kan een bijdrage leveren aan de kennis over en het begrip voor de keuzes die we in dit plan hebben gemaakt. Als er zorgen of weerstand ontstaan, kan een open en transparante communicatie voor duidelijkheid zorgen. Verder beschrijven we hieronder hoe we omgaan met initiatieven van inwoners.

7.1 Communicatie De meeste inwoners zijn voorstander van meer groen in Roerdalen. Dat blijkt uit het onderzoek onder het Inwonerspanel Roerdalen, dat we in mei 2025 hebben uitgevoerd. Zie bijlage 8 de belangrijkste conclusies en de vragenlijst. Ook uit gesprekken in de dorpen blijkt dat veel inwoners voorstander zijn van meer groen. Tegelijkertijd zien we ook dat de meningen over concrete groenmaatregelen, zoals het beheer van groen, verdeeld zijn. We vinden het daarom belangrijk om duidelijk te communiceren over onze ambities op het gebied van groen en de keuzes die we in dit groenplan hebben gemaakt. Ook willen we uitleg aan inwoners geven over concrete groenprojecten of -thema’s.

In onze gemeentelijke communicatie besteden we daarom met enige regelmaat aandacht aan deze onderwerpen. Dat gebeurt onder de vlag van ‘Samen Doen, Samen Duurzaam’. Dat doen we omdat in de duurzaamheidskoers van de gemeente de onderwerpen duurzame energie, water en groen nadrukkelijk aan elkaar zijn verbonden. Door te communiceren via ‘Samen Doen, Samen Duurzaam’ laten we zien dat we via het groenplan sámen werken aan een groene en duurzame leefomgeving.

Afbeelding 35: groen parkeren draagt bij aan een duurzame leefomgeving

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=2b7691d8-3bc6-4da5-b73d-0cf1ba1fd28c