Agendabundel
Tekst van het document
18-02-2025
18-02-2025
52785-240037
Gemeente Roerdalen, college van b en w
Voor kennisgeving aannemen
De Raad aan zet - Het formatieproces
18-02-2025
18-02-2025
52785-239931
Nederlandse Vereniging voor Raadsleden
Voor kennisgeving aannemen
Terugkoppeling raadsinformatiesessie RES NML 6 februari 2025
17-02-2025
17-02-2025
52785-239936
RES NML
Voor kennisgeving aannemen
5
Onderwerp
Datum stuk
Datum ontvangst
Poststuknr.
Afzender
Advies afdoening
Jeu de boules-accommodatie
18-02-2025
17-02-2025
52785-239765
Senioren Vereniging Posterholt
Voor kennisgeving aannemen
Ledenbrief 25-008 - Bekendmaking benoeming (waarnemende) leden VNG bestuur en commissies
14-02-2025
17-02-2025
52785-239728
VNG
Voor kennisgeving aannemen
Ledenbrief 25-007 - Lokale Ketenaanpak Digitale Inclusie
12-02-2025
14-02-2025
52785-239587
VNG
Voor kennisgeving aannemen
Zienswijze Mobilitätsplan SPNVNahverkehrsplan 2025 des Zweckverbandes
11-02-2025
13-02-2025
52785-239506
Gemeente Roerdalen, college van b en w
Voor kennisgeving aannemen
Afschrift Brief aan Minister Keizer inzake reactie permanente bewoning van recreatiewoningen
12-02-2025
12-02-2025
52785-239505
Gemeente Roerdalen, college van b en w
Voor kennisgeving aannemen
Raadsinformatiebrief - Omgevingsvergunning uitbreiding woonwangenstandplaatsen Sportlaan, Montfort
04-02-2025
11-02-2025
52785-239396
Gemeente Roerdalen, college van b en w
Voor kennisgeving aannemen
Haalbaarheidsonderzoek naar Mensontwikkelbedrijf gestart
11-02-2025
11-02-2025
52785-239326
Gemeente Roerdalen, college van b en w
Motie meer taken meer knaken ondertekend
06-02-2025
11-02-2025
52785-239282
Gemeente Someren
Voor kennisgeving aannemen
6
GGGGGRIFFIE
GRIFFIE OPLEGVEL RAADSVOORSTEL Raadsvergadering:
10 april 2025
Agendapunt:
4
Onderwerp:
Vaststelling besluitenlijst raadsvergadering 20 februari 2025
Commissiebehandeling Raadsadviescommissie:
n.v.t.
Fracties afwezig bij commissiebehandeling:
n.v.t.
Advies commissie: 1. Onderwerp rijp voor behandeling in gemeenteraad
N.v.t.
2. Wijze van agendering voor de raad
N.v.t.
Inhoudelijk commissieadvies:
Bijzonderheden (indien van toepassing):
Pagina 1
Besluitenlijst vergadering gemeenteraad Roerdalen op donderdag 20 februari 2025 Aanwezig Voorzitter: Griffier:
mw. mr. M.D. de Boer-Beerta mw. mr. M. Heijnens-Coenjaerts
Leden:
J. Roubroeks, CDA (vanaf 19.39 uur, start agendapunt 7) J. Vogels, CDA R.J.H. Vrinzen, CDA L.M.E.G.M. Wolters, CDA mw. G.J.C.M. van Elmpt, Democraten Roerdalen R.A.L.J. Joosten, Democraten Roerdalen F.C. Peeters, Democraten Roerdalen H.M.V. van der Linden, Ons Roerdalen mw. M.J.A. Thevissen, Ons Roerdalen P.G.A. Joris, PvdA-GroenLinks mw. A.M.W. Schotemeijer, PvdA-GroenLinks mw. A. Eichholtz, Roerstreek Lokaal! mw. K. Hermans-Roelofs, Roerstreek Lokaal! W.L.C. Van Pol, Roerstreek Lokaal! R.P.T. van den Waardenberg, Roerstreek Lokaal! mw. E.M.J. Willems, Roerstreek Lokaal! A.G.M. Wolters, Roerstreek Lokaal!
Tevens aanwezig Wethouder(s):
F.C.J. Demarteau R.H.G. Slangen A.C.A.G. Smits mw. L. Vestjens
Gemeentesecretaris:
L.H.C. Bijl
Verslaglegging:
mw. W.M.J.M. Jongen-van den Camp
Verhinderd Leden:
C.P.E. Thoolen, Democraten Roerdalen C.H.A. Moorman, PvdA-GroenLinks
Pagina 1
Opening De vergadering wordt geopend om 19.34 uur. Het getrokken volgnummer, dat bepaalt bij welk lid ingeval van hoofdelijke stemming de stemming begint, is nummer 1, mevrouw A. Eichholtz. 1. Vaststelling raadsagenda 20 februari 2025 De voorzitter wijst erop dat de volgende Moties vreemd aan de orde van de dag zijn ingediend; • “Structurele en passende financiering voor gemeenten” (registratienummer 2025M01), agendapunt 12; • “Subsidie Vastelaoveswages”(registratienummer 2025M02, agendapunt 13; • “Aanpassen beleidsregel Limburgs (registratienummer 2025M03), agendapunt 14; En aan de voorlopige agenda van de raad zijn toegevoegd. Verder deelt de voorzitter mede dat er recente wijzigingen zijn met betrekking tot agendapunt 8. Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Roerdalen 2025. Zij stelt daarom voor om dit agendapunt van de agenda te halen en de nieuwe wijzigingen erin te verwerken. Met inachtneming van het vorenstaande besluit de raad zonder stemming de agenda van de vergadering van 20 februari 2025 vast te stellen. 2. Spreekrecht burger Er wordt met inachtneming van de criteria zoals opgenomen in het reglement van orde van de gemeenteraad geen gebruik gemaakt van het spreekrecht. 3. Lijst ingekomen stukken Zonder stemming besluit de gemeenteraad kennis te nemen van de lijst ingekomen stukken (periode 1 december 2024 tot en met 7 februari 2025). 4.
Besluitenlijst raadsvergadering 12 december 2024 De gemeenteraad besluit, zonder stemming, de besluitenlijst van de raadsvergadering van de gemeente Roerdalen van 12 december 2024 vast te stellen. 5. Beslissing op bezwaar vestigen voorkeursrecht De gemeenteraad besluit, zonder stemming, overeenkomstig het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, 1. De adviezen van de commissie bezwaarschriften over te nemen; 2. De bezwaarschriften 1 tot en met 15 en 17 conform het advies niet- ontvankelijk te verklaren; 3. De bezwaarschriften 16 en 18 tot en met 22 conform het advies ontvankelijk, maar ongegrond te verklaren.
Pagina 2
6. Concept Herziene begroting 2025 Gemeenschappelijke Regeling (GR) Westrom De gemeenteraad besluit, zonder stemming, overeenkomstig het voorstel van het raadspresidium, en het advies van het college van burgemeester en wethouders: Kennis te nemen van de concept Herziene Begroting 2025 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Westrom. 7. Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Kleinschalig zorghuis Hoogstraat 11 te Montfort' De gemeenteraad besluit, zonder stemming, overeenkomstig het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, Het bestemmingsplan ‘Kleinschalig zorghuis Hoogstraat 11 te Montfort’, getekend op de ondergrond met identificatienummer o_ NL.IMRO.1669.BPMFT2022HOOGSTR11-VG02, gewijzigd vast te stellen. 9. Controleprotocol De gemeenteraad besluit, zonder stemming, overeenkomstig het voorstel van het college van burgemeester en wethouders en de nota van wijzigingen en met inachtneming van het advies van de auditcommissie: 1. Het controleprotocol vast te stellen; 2. Het normenkader 2024 vast te stellen; 3. Van de “Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Roerdalen 2020” artikel 4 buiten de reikwijdte van de rechtmatigheidstoetsing te laten vallen; 10.
Suppletie aanvraag opsporen en ruimen niet gesprongen explosieven 2024/2025 De voorzitter draagt ten behoeve van de beraadslagingen de hamer over aan de plaatsvervangend voorzitter van de raad, de heer W. van Pol, aangezien dit agendapunt onder haar portefeuille valt. De heer W. van Pol draagt na de beraadslagingen de hamer weer over aan de voorzitter van de raad. De voorzitter legt het voorstel, overeenkomstig het voorstel van het college van burgemeester en wethouders en de nota van wijzigingen (inclusief nieuw voorstel) ter besluitvorming voor aan de raad. Mevrouw Thevissen vraagt om hoofdelijke stemming. De volgende raadsleden hebben vóór gestemd: A. Eichholtz, G. van Elmpt-Huts, K. Hermans-Roelofs, R. Joosten, F. Peeters, W. van Pol, J. Roubroeks, J. Vogels, R. Vrinzen, R. van den Waardenberg, E. Willems, A. Wolters en L. Wolters. De volgende raadsleden hebben tegen gestemd: P. Joris, H. van der Linden, M. Schotemeijer en M. Thevissen. Het voorstel is daarmee aangenomen.
Pagina 3
1. Bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een aanvraag voor een suppletie uitkering uit het gemeentefonds in te dienen ter hoogte van 68% van de totale kosten ad. € 1.707.920,32 (excl. BTW) zijnde dus € 1.161.385,82 2. In te stemmen met het betaalbaar stellen van de geheel / gedeeltelijk door het Rijk toegekende suppletie-uitkering bommenregeling aan: a. Gemeente Roerdalen € 32.342,84 b. Stichting Limburgs Landschap € 15.053,84 c. Vekoma Rides Manufacturing B.V. € 4.081,36 d. Solidiam € 1.109.907,78 11. Definitie en agenda bestaans(on)zekerheid in Roerdalen Wethouder Vestjens heeft ter vergadering de toezegging gedaan om het gesprek aan te gaan met de collega’s in de MER en de regio om zo de Roerdalense mogelijkheden voor een Quiet Community te verkennen, gekoppeld aan het traject dat al in Roerdalen wordt doorlopen en de mooie initiatieven die er al in Roerdalen zijn. (Toezegging reg.nr. 2025-03) De gemeenteraad besluit, zonder stemming, overeenkomstig het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, 1. Het visiedocument ‘Bestaans(on)zekerheid in Roerdalen’ vast te stellen, 2. Voor het jaar 2025 € 300.000 beschikbaar te stellen uit de reserve Armoedefonds, 3. Voor het jaar 2026 € 200.000,- beschikbaar te stellen uit de reserve Armoedefonds, 4. Bijgaande begrotingswijziging nr BW2025-4 vast te stellen. 12.
Motie vreemd aan de orde van de dag – Structurele en passende financiering voor gemeenten Door de fracties van het CDA, Democraten Roerdalen, Ons Roerdalen, PvdA-GroenLinks en Roerstreek Lokaal! is de motie vreemd aan de orde van de dag “Structurele en passende financiering voor gemeenten” (registratienummer 2025M01) ingediend. In de betreffende motie wordt het college verzocht om: • deze motie toe te zenden aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het kabinet en de Tweede Kamer, met de oproep om de financiële positie van gemeenten structureel te verbeteren; • deze motie te versturen aan alle gemeenteraden in Nederland, met de oproep dit signaal te versterken en op te komen voor het behoud van een solide en betrokken lokaal bestuur, indien zij dit nog niet gedaan hebben; • deze motie actief onder de aandacht te brengen van de andere K80-gemeenten. Kortheidshalve wordt verwezen naar de bij deze besluitenlijst gevoegde motie vreemd aan de orde van de dag (registratienummer 2025M01). Het standpunt van het college van burgemeester en wethouders met betrekking tot de ingediende motie 2025M01: het college van burgemeester en wethouders geeft aan de motie te ondersteunen.
Pagina 4
De voorzitter legt de motie 2025M01, ingediend door de fractie(s) van het CDA, Democraten Roerdalen, Ons Roerdalen, PvdA-GroenLinks en Roerstreek Lokaal!, ter besluitvorming voor aan de raad. De fracties van het CDA, Democraten Roerdalen, Ons Roerdalen, PvdA-GroenLinks en Roerstreek Lokaal! hebben vóór gestemd. De motie 2025M01 is daarmee unaniem aangenomen. 13. Motie vreemd aan de orde van de dag – Subsidie vastelaoveswagens Door de fracties van het CDA, Democraten Roerdalen en Roerstreek Lokaal! is de motie vreemd aan de orde van de dag “Subsidie Vastelaoveswages” (registratienummer 2025M02) ingediend. In de betreffende motie wordt het college verzocht/opgeroepen om: Een subsidieregeling op te zetten waarbij iemand uit Roerdalen vóór 1 mei 2025 namens zijn carnavalsgroep eenmalig een vergoeding van maximaal € 150,- kan aanvragen ter bekostiging van de verzekering van de carnavalswagen indien de wagen meeloopt of heeft meegelopen bij een Roerdalense carnavalsoptocht van 2025, en dit te betalen uit het resterende raadsbudget (heden resterend: € 7.000,-). Kortheidshalve wordt verwezen naar de bij deze besluitenlijst gevoegde motie vreemd aan de orde van de dag (registratienummer 2025M03) De heer P. Joris dient namens de fractie van de PvdA-GroenLinks een amendement (registratienummer 2025A01) in, waarmee het volgende wordt voorgesteld. 1.
Een subsidieregeling op te zetten waarbij iemand uit Roerdalen vóór 1 mei 2025 namens zijn carnavalsgroep eenmalig een vergoeding van maximaal € 150,- kan aanvragen ter bekostiging van de verzekering van de carnavalswagen indien de wagen meeloopt of heeft meegelopen bij een Roerdalense carnavalsoptocht van 2025, en dit te betalen uit het resterende raadsbudget (heden resterend: € 7.000,-). Uitbetaling geschiedt enkel als iemand de verzekeringspolis of een kopie hiervan aanlevert bij de aanvraag. 2. Te onderzoeken of er vanuit de gemeente Roerdalen mogelijkheden zijn om een collectieve verzekering op te zetten voor carnavalsoptochten of te faciliteren al dan niet in samenspraak met de carnavalsverenigingen dan wel organisatoren van de carnavalsoptochten. Toelichting: Wij zien graag dat er naast een eenmalige bijdrage ook nagedacht wordt over eventuele structurele hulp dan wel ondersteuning door de gemeente al dan niet in samenspraak met organisatoren van carnavalsoptochten/carnavalsverenigingen betreffende de verzekeringen rondom de carnavalsoptochten. Na schorsing vraagt de fractie van de PvdA-GroenLinks de tekst nog aan te vullen bij punt 2. met: “voor 2026 en verder”. Kortheidshalve wordt verwezen naar het bij deze besluitenlijst gevoegde amendement (registratienummer 2025A01).
Pagina 5
Het standpunt van het college van burgemeester en wethouders met betrekking tot het ingediende amendement 2025A01: het college van burgemeester en wethouders geeft aan geen bezwaar te hebben tegen het voorliggende amendement. De voorzitter legt het amendement 2025A03, ingediend door de fractie van de PvdA-GroenLinks, ter besluitvorming voor aan de raad. De fracties van het CDA, Democraten Roerdalen, Ons Roerdalen, PvdA-GroenLinks en Roerstreek Lokaal! hebben vóór gestemd. Het amendement 2025A01 (geamendeerde motie) is daarmede aangenomen. 14. Motie vreemd aan de orde van de dag – Aanpassen beleidsregel Limburgs Door de fractie(s) van het CDA is de motie vreemd aan de orde van de dag “Aanpassen beleidsregels kinderopvang Limburgse taal” (registratienummer 2025M03) ingediend.
In de betreffende motie wordt het college verzocht/opgeroepen om: De omschrijving van 1.3.6., onder a, en 2.3.3., onder a, van de Beleidsregels uitvoering Wet kinderopvang gemeente Roerdalen 2020 te veranderen in “De Nederlandse taal wordt niet als voertaal gebruikt, waarbij expliciet zij vermeld dat waar naast de Nederlandse taal de Friese taal of een streektaal in levend gebruik is, zoals het Limburgs, ook die taal mede als voertaal mag worden gebruikt”, of een soortgelijke omschrijving waarbij in ieder geval duidelijk wordt voor degenen waarover deze beleidsregel gaat dat het Limburgs als medevoertaal mag worden gebruikt naast het Nederlands. Kortheidshalve wordt verwezen naar de bij deze besluitenlijst gevoegde motie vreemd aan de orde van de dag (registratienummer 2025M03). Het standpunt van het college van burgemeester en wethouders met betrekking tot de ingediende motie 2025M03: het college van burgemeester en wethouders geeft aan de motie overbodig te vinden. De voorzitter legt de motie 2025M03, ingediend door de fractie van het CDA, ter besluitvorming voor aan de raad. De fracties van het CDA, Democraten Roerdalen, PvdA-GroenLinks en Roerstreek Lokaal! hebben vóór gestemd. De fractie van Ons Roerdalen heeft tegen gestemd. De heer H.
van der Linden legt daarbij de volgende stemverklaring af: “Gelet op het betoog van de weghouder zullen wij haar advies volgen” De motie 2025M03 is daarmee aangenomen. De voorzitter sluit de vergadering om 21.16 uur. Aldus vastgesteld in de vergadering van 10 april 2025. De griffier,
De voorzitter,
mr. M. Heijnens-Coenjaerts
mr. M.D. de Boer-Beerta
Pagina 6
~-1 DEMOCRATEN
• ROERSTREEK • LOKAAL!
""'r ROERDALEN
Motie vreemd aan de orde van de dag Raadsvergadering : 20 februari 2025 Agendapunt : 12 Registratienummer : 2025M01 Onderwerp : Structurele en passende financiering voor gemeenten De raad van de gemeente Roerdalen in vergadering bijeen op donderdag 20 februari 2025, Constaterende dat: • gemeenten, waaronder Roerdalen, steeds vaker geconfronteerd worden met groeiende financiële tekorten als gevolg van de toename van taken zonder bijbehorende structurele verhoging van de financiering door het Rijk; • alle gemeenten te maken krijgen met een herstructurering van de financiering waardoor in 2026 de uitkering uit het Gemeentefonds aanmerkelijk lager uitvalt; • de gemeente Roerdalen gedwongen wordt tot bezuinigingen die ten koste gaan van belangrijke voorzieningen en de kwaliteit van zorg en ondersteuning aan onze inwoners; • de gemeente Roerdalen een werkgroep heeft geformeerd (Financieel Gezond Perspectief) die meedenkt hoe de gemeentekas op orde gebracht kan worden.
Overwegende dat: • gemeenten steeds meer verantwoordelijkheden en taken van de Rijksoverheid overnemen zonder voldoende financiële middelen en beleidsvrijheid, waardoor zij het risico lopen louter uitvoeringsorganen te worden zonder ruimte voor lokaal maatwerk; • het essentieel is dat elke gemeente haar maatschappelijke taken effectief en duurzaam kan uitvoeren, in lijn met de waarden van nabijheid, maatwerk en zorg voor hun inwoners; • een solide en betrokken lokaal bestuur de basis vormt voor een goed functionerende democratie en sterke gemeenschap; • gemeenten voldoende en structurele financiële middelen moeten ontvangen van de Rijksoverheid om hun taken op een verantwoorde en rechtvaardige manier uit te voeren.
Verzoekt het college: 1
•
•
•
deze motie toe te zenden aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het kabinet en de Tweede Kamer, met de oproep om de financiële positie van gemeenten structureel te verbeteren; deze motie te versturen aan alle gemeenteraden in Nederland, met de oproep dit signaal te versterken en op te komen voor het behoud van een solide en betrokken lokaal bestuur, indien zij dit nog niet gedaan hebben; deze motie actief onder de aandacht te brengen van de andere KSO-gemeenten.
en gaat over tot de orde van de dag. A. Eichholtz, Roerstreek Lokaal!
mr. drs. R.J.H. Vrinzen, CDA
G. van Elmpt, Democraten Roerdalen
M. Schotemeijer, PvdA-GroenLinks
M. Thevissen, Ons Roerdalen
~-1 DEMOCRATEN
• ROERSTREEK • LOKAAL!
-"'r ROERDALEN
Motie vreemd aan de orde van de dag Raadsvergadering Agendapunt Registratienummer Onderwerp
20 februari 2025 13 2025M02 Motie vreemd aan de orde van de dag - Subsidie Vastelaoveswages
De raad van de gemeente Roerdalen in vergadering bijeen op donderdag 20 februari 2025, Constaterende dat: De regelgeving voor groepen met een wagen tijdens optochten de afgelopen tijd toe is genomen; Daarmee ook de kosten voor een carnavalsgroep, zoals verzekeringskosten voor carnavalswagens, erg zijn gestegen, en Overwegende dat: De gehele gemeenschap kan genieten van de wagens die zijn gebouwd, en Bij uitstek een subsidie voor een dergelijke situatie, waarbij enkele individuen betalen voor een publiek goed, is bedoeld. Roept het college van burgemeester en wethouders op: 1. Een subsidieregeling op te zetten waarbij iemand uit Roerdalen vóór 1 mei 2025 namens zijn carnavalsgroep eenmalig een vergoeding van maximaal€ 150,- kan aanvragen ter bekostiging van de verzekering van de carnavalswagen indien de wagen meeloopt of heeft meegelopen bij een Roerdalense carnavalsoptocht van 2025, en dit te betalen uit het resterende raadsbudget (heden resterend:€ 7.000,-). en gaat over tot de orde van de dag.
mr. drs. R.J.H. Vrinzen, CDA
G. van Elmpt, Democraten Roerdalen
W. van Pol, Roerstreek Lokaal!
~ ~0/'YLe/v
✓ó-ÓfL ·, cOA
tl2tî!
ePvdA 0
Amendement
Raadvergadering
20 februari 2025
Agendapunt
13
?✓oLR lsro~s DeJY10Creck"' Koff~- Koet.,Streelt_ Lo lca.al!
Motie vreemd aan de orde van de dag - Subsidie Vastelaoveswages
De raad van de gemeente Roerdalen in vergadering bijeen op donderdag 20 februari 2025, Ondergetekende(n) stelt/stellen het volgende amendement voor: De in de motie vreemd aan de orde van de dag- Subsidie Vastelaoveswages opgenomen tekst, te weten: 1. Een subsidieregeling op te zetten waarbij iemand uit Roerdalen voor 1 mei 2025 namens zijn carnavalsgroep eenmalig een vergoeding van maximaal € 150,- kan aanvragen ter bekostiging van de verzekering van de carnavalswagen indien de wagen meeloopt of heeft meegelopen bij een Roerdalense carnavalsoptocht van 2025, en dit te betalen uit het resterende raadsbudget (heden resterend:€ 7.000,-). Te vervangen door: 1.
2.
Een subsidieregeling op te zetten waarbij iemand uit Roerdalen vóór 1 mei 2025 namens zijn carnavalsgroep eenmalig een vergoeding van maximaal€ 150,- kan aanvragen ter bekostiging van de verzekering van de carnavalswagen indien de wagen meeloopt of heeft meegelopen bij een Roerdalense carnavalsoptocht van 2025, en dit te betalen uit het resterende raadsbudget (heden resterend:€ 7.000,-). Uitbetaling geschiedt enkel als iemand de verzekeringspolis of een kopie hiervan aanlevert bij de aanvra~. /_ . AJ),,. Te onderzoeke?o~9'?ánuft<a;?-gt!~'Jn~f{oerdalen mogelijkheden zijn om een collectieve verzekering op te zetten, faciliteren of ondersteuning bieden voor carnavalsoptochten al dan niet in samenspraak met de carnavalsverenigingen dan wel organisatoren van de carnavalsoptochten met inachtneming van de financiële positie van de gemeente.
Toelichting: Wij zien graag dat er naast een eenmalige bijdrage ook nagedacht wordt over eventuele structurele hulp dan wel ondersteuning door de gemeente al dan niet in samenspraak met organisatoren van carnavalsoptochten/carnavalsverenigingen betreffende de verzekeringen rondom de carnavalsoptochten.
P.G.A. Joris, PvdA-GroenLinks
/- .
Ons Roe/(._oL~~
Registratienummer Onderwerp
r?
U>rl , î>JolA Jro2'.L:,J,61 Dem oc~ K-o tre_o(_o._lQA_
Roe.z. _<Àr ttk, Lo uoo: L 1
· Ons Ko-ew{ct.LMMotie vreemd aan de orde van de dag Raadsvergadering Agendapunt Registratienummer Onderwerp
20 februari 2025
14
Ç2
2025M03 Aanpassen beleidsregel kinderopvang Limburgse taal
De raad van de gemeente Roerdalen in vergadering bijeen op donderdag 20 februari 2025, Constaterende dat: Een meerderheid van de gemeenteraad vóór de motie van 6 juli 2023 (2023 M 06) van het CDA heeft gestemd, waarbij het college van Burgemeester en Wethouders werd opgeroepen om onderzoek te doen naar een subsidie voor de promotie van de Limburgse taal op kinderdagopvangen; Een meerderheid van de gemeenteraad vóór het amendement van 9 november 2023 (2023 A OS) van het CDA heeft gestemd, waarbij daadwerkelijk gelden beschikbaar zijn gesteld voor de promotie van de Limburgse taal op kinderdagopvangen; In het coalitieakkoord 2024-2026 is opgenomen dat we de Limburgse taal en cultuur willen stimuleren; Het college van Burgemeester en Wethouders volgens zijn beleidsregel een boete op zal leggen aan kindercentra voor buitenschoolse opvang en voorzieningen voor gastouderopvang indien sprake is van de volgende situatie: "De Nederlandse taal wordt niet als voertaal gebruikt"; De formulering van artikel 1.55, eerste lid, Wet kinderopvang, waar de betreffende beleidsregel op doelt, meer ruimte suggereert voor een streekstaal dan de beleidsregel, te weten: "Bij kinderopvang in een kindercentrum of in een voorziening voor gastouderopvang wordt de Nederlandse taal als voertaal gebruikt.
Daar waar naast de Nederlandse taal, de Friese taal of een streektaal in levend gebruik is, kan de Friese taal of de streektaal mede als voertaal worden gebruikt."; De Limburgse taal onder de toepassing van het hierboven genoemde artikel valt, hetgeen expliciet met het Convenant inzake de Nederlandse erkenning van de Limburgse taal is bevestigd, en Overwegende dat: De gedachte achter die concrete subsidie niet slechts het directe effect voor de Limburgse taal, maar ook het domino-effect daarvan, voor ogen had, waarbij kinderopvangen uiteindelijk uit eigen overtuiging verder zouden gaan met de promotie van het Limburgs buiten de subsidieregeling om; Het van belang is dat ieder afschrikkend effect van (beleids)regels dient te worden verwijderd, wil zich dat domino-effect voordoen; Kinderopvangen vaak niet weten wat juridisch mag omtrent het gebruik van de Limburgse taal en de omschrijving van deze beleidsregel op dit moment aan die onwetendheid en onzekerheid bijdraagt; Roept het college van burgemeester en wethouders op: 1.
De omschrijving van 1.3.6., onder a, en 2.3.3., onder a, van de Beleidsregels uitvoering Wet kinderopvang gemeente Roerdalen 2020 te veranderen in "De Nederlandse taal wordt niet als voertaal gebruikt, waarbij expliciet zij vermeld dat waar naast de Nederlandse taal de Friese taal of een streektaal in levend gebruik is, zoals het Limburgs, ook die taal mede als voertaal mag worden gebruikt", of een soortgelijke omschrijving waarbij in ieder duidelijk wordt voor degenen waarover deze beleidsregel gaat dat het Limburgs als medevoertaal mag worden gebruikt naast het Nederlands. en gaat over tot de orde van de dag. mr. drs. R.J.H. Vrinzen, CDA
1
GGGGGRIFFIE
GRIFFIE OPLEGVEL RAADSVOORSTEL Raadsvergadering:
10 april 2025
Agendapunt:
5
Onderwerp:
Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Roerdalen 2025
Commissiebehandeling Raadsadviescommissie:
n.v.t.
Fracties afwezig bij commissiebehandeling:
n.v.t.
Advies raadspresidium: 1. Onderwerp rijp voor behandeling in gemeenteraad
N.v.t.
2. Wijze van agendering voor de raad
N.v.t.
Inhoudelijk commissieadvies: n.v.t.
Bijzonderheden (indien van toepassing): n.v.t.
Pagina 1
gemeente roerdalen
Raadsvoorstel Zaaknummer Onderwerp: Datum: Indiener agendapunt: Contactpersoon: Gevraagd besluit:
Bijlage(n):
Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Roerdalen 2025 17 maart 2025 Raadspresidium , mr. M. Heijnens-Coenjaerts 1. De 'Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Roerdalen 2019' in te trekken. 2. De navolgende 'Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Roerdalen 2025' vast te stellen. Bijlage 1. Concept raadsbesluit Vaststellen Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2025; Bijlage 2. Was-wordt-overzicht Bijlage 3. Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019.
Toelichting bij het raadsvoorstel 1.
Onderwerp
Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Roerdalen 2025. 2.
Inleiding
In verband met een wijziging van de Gemeentewet is de regeling rechtspositie en rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers raads- en commissieleden met ingang van 1 juli 2024 aangepast. Tevens is het rechtspositiebesluit recentelijk in 2025 aangepast. In het raadspresidium van 24 maart 2025 is besloten om de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden uit 2019 te actualiseren. Het gewijzigd VNG model is als richtlijn gebruikt voor de nieuwe verordening. Beslispunten
De raad besluit: 1. De 'Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Roerdalen 2019' in te trekken. 2. De navolgende 'Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Roerdalen 2025' vast te stellen.
Pagina 1 van 3
1111111111
{,,
-~ gemeente roerdalen
3. Argumenten 1. Toelage lid bijzondere commissie
Uw gemeenteraad kan de hoogte van de toelage bepalen voor een bijzondere commissie met een zodanig belang, belasting en tijdsbeslag die niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een raadslid geacht kan worden. Voor wat betreft de hoogte van de toelage volgen we de maximale vergoedingen die hiervoor zijn opgenomen in het Rechtspositiebesluit. 2. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden Voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten aan raads- en commissieleden voor dienstreizen binnen het grondgebied van de gemeente waren al regels gesteld in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Voor dienstreizen buiten de gemeente kon dit nog niet omdat de Gemeentewet daarvoor geen grondslag bood. Inmiddels is dat wel het geval en is het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdrager zo aangepast dat het in een vergoeding voor alle dienstreizen voorziet. De rijkswetgever laat gemeenten geen ruimte hiervan af te wijken. In lijn hiermee zijn de bepalingen in artikel 4 van de voorliggende verordening aangepast. Er zijn vooralsnog geen bedragen hiervoor in de begroting opgenomen. 'Tijdelijke' functionele beperking van een raadslid of commissielid is geschrapt. Een raadslid of commissielid met een functionele beperking kan incidenteel een vergoeding ontvangen voor vervoersvoorziening. 3.
Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. In de geldende verordening was er geen leeftijdsgrens en ontving ieder raadslid een bedrag ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van de werkzaamheden voor één maand, waarmee hij voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. In het rechtspositiebesluit is nu bepaald dat alleen de raadsleden, die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd hebben als bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet, per jaar een bedrag ontvangen ten laste van de gemeente. 4.
Financiën
Tot op heden is er nauwelijks gebruik gemaakt van de declaratiemogelijkheden. Er zijn vooralsnog geen bedragen in de begroting opgenomen. Ná een halfjaar wordt bekeken hoe hoog het bedrag van de daadwerkelijk gedeclareerde kosten is. Mogelijk volgt er nog een eventuele opname van een bedrag in de begroting 2026. 5.
Planning en uitvoering
Ná goedkeuring door de gemeenteraad wordt de verordening openbaar gemaakt en gepubliceerd. De griffie zorgt voor de uitvoering van het besluit.
Pagina 2 van 3
gemeente roerdalen
6.
Bijlagen
Bijlage 1. Concept raadsbesluit Vaststellen Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2025; Bijlage 2. Was-wordt-overzicht Bijlage 3. Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019. Sint Odiliënberg, maandag 24 maart 2025 Raadspresidium gemeente Roerdalen, De griffier,
J:3.~ mr. M. Heijnens-Coenjaerts
Pagina 3 van 3
Raadsbesluit
Jaar 2025/04/10/05
Onderwerp: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Roerdalen 2025 De raad van de gemeente Roerdalen heeft; gezien het voorstel van het Raadspresidium van 24 maart 2025 gelet op artikel 147 van de Gemeentewet het volgende besluit genomen:
Besluit: 1. De ‘Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Roerdalen 2019’ in te trekken. 2. De navolgende ‘Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Roerdalen 2025’ vast te stellen. Artikel 1. Definitiebepaling In deze verordening wordt verstaan onder: a. commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. b. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. c. raadslid: lid van de gemeenteraad. Artikel 2. Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden en commissieleden 1. Raadsleden genieten een maandelijkse vergoeding ongeacht het aantal gehouden of bijgewoonde raadsvergaderingen. De vergoeding voor de werkzaamheden voor raadsleden bedoeld in artikel 3.1.1., eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, is gelijk aan het door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties voor gemeenteklasse 3 vastgestelde bedrag. 2. Een commissielid ontvangt voor het deelnemen aan een, conform art. 82 Gemeentewet ingestelde commissievergadering, een vergoeding per deelgenomen vergadering. Ieder kalenderjaar wordt dit bedrag aan de hand van het indexcijfer cao-lonen overheid aangepast. Artikel 3. Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie 1.
Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van het maximale bedrag van € 153,33 per maand (jaar 2025) ingevolge art. 3.1.2. Rechtspositiebesluit. 2. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4 eerste lid, van het Rechtspositiebesluit wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend van het maximale bedrag van € 153,33 per maand (jaar 2025) ingevolge art. 3.1.2. Rechtspositiebesluit.
Pagina 1 van 7
Artikel 4. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden 1. Reizen voor het bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies en gemaakt voor de uitoefening van de functie worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeerof stallingskosten, veerkosten en tolkosten. 2. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 3. Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld. 4. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed. 5. Aan raads- en commissieleden wordt met het oog op het declareren van de kosten als bedoeld in dit artikel een declaratieformulier ter beschikking gesteld dat zij maandelijks kunnen indienen. Artikel 5. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1.
Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3. De maximale vergoeding van de scholing bedraagt: € 1.250,- per jaar per raadslid; € 100,- per jaar per commissielid. 4. De griffier beslist op de aanvraag op basis van de overgelegde stukken en het beschikbare budget. Artikel 6. Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld, zoals bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Artikel 7. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden 1.
Een raadslid, dat nog niet de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt, ontvangt per jaar ten laste van de gemeente een bedrag ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van de werkzaamheden voor één maand, waarmee hij voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, op grond van artikel X12 van de Kieswet. Artikel 8. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en Pagina 2 van 7
verstrekkingen, zoals genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964. Artikel 9. Betaling vaste vergoedingen Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, halfjaarlijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde commissievergadering. Artikel 10. Betaling en declaratie van onkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, b.
betaling vooruit uit eigen middelen of c. betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard. 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden ieder halfjaar, zijnde vóór 1 juli en vóór 1 januari door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier en verwerkt. 4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 1 maand na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt. Artikel 11. Intrekking oude verordening De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019 wordt ingetrokken. Artikel 12. Inwerkingtreding Deze verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Roerdalen 2025 treedt in werking met ingang van de dag na datum bekendmaking. Artikel 13. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Roerdalen 2025. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 10 april 2025 De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier,
De voorzitter,
mr. M. Heijnens-Coenjaerts
mr. M.D. de Boer-Beerta
Pagina 3 van 7
Toelichting Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Roerdalen 2025
ALGEMEEN DEEL Wettelijke regelingen In de wet en nadere regelgeving zijn alle van belang zijnde onderwerpen geregeld betreffende de rechtspositie van gemeentelijke politieke ambtsdragers. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere invulling van de rechtspositie van raads- en commissieleden alsmede de financiële voorzieningen moet worden geregeld bij of krachtens de wet (AMvB en ministeriële regeling). Deze nadere regeling is vastgelegd in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers zijn de (onkosten)vergoedingen nader uitgewerkt. Hoofdlijnen gemeentelijke verordening In deze verordening zijn alleen bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van raadsleden en leden van gemeentelijke commissies zover die niet dwingend geregeld zijn in hogere wet- en regelgeving. De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Bij de laatste moderniserings- en harmoniseringsoperatie (Staatsblad 15 oktober 2018), betreffende de rechtspositiebesluiten voor decentrale politieke ambtsdragers zijn er wederom een aantal bepalingen imperatief in hogere wet- en regelgeving vastgelegd.
De overweging hierbij is dat het bestuurlijk wenselijk is om de voorzieningen zoals vergoedingen, tegemoetkomingen en andere rechtspositionele aanspraken voor decentrale politieke ambtsdragers dwingendrechtelijk in hogere wet- en regelgeving vast te leggen om politieke discussies te voorkomen. Dit betekent dat er voor gemeenten minder ruimte is om lokaal bij verordening van wettelijke regelingen af te wijken. Indien een gemeente besluit om bij verordening voorzieningen voor politieke ambtsdragers te regelen, zijn een aantal regels van belang. In artikel 99 Gemeentewet is bepaald dat ’buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend’, ontvangen de leden van de raad en/of door de raad ingestelde commissie (in de zin van artikel 82, 83 of 84 Gemeentewet) als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van de gemeente. Deze verordening vormt een (nadere) uitwerking van de bij of krachtens de wet toegekende vergoedingen en tegemoetkomingen. De arbeidsverhoudingen en fiscale positie Raadsleden en commissieleden hebben geen dienstbetrekking bij de gemeente. De gemeente is dus niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij voor zover het betreft het raadslidmaatschap niet vallen onder de werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet (WW), Ziektewet (ZW) en de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA).
Omdat er geen sprake is van een dienstbetrekking vallen raads- en commissieleden niet onder de Wet op de loonbelasting 1964 maar worden hun inkomsten belast in de Wet inkomstenbelasting 2001. Wel kunnen raads- en commissieleden opteren voor de loonbelasting als voorheffing door samen met de gemeente te kiezen voor het fictief werknemerschap, het zogenaamde opting-in. Het fictief werknemerschap kan worden aangevraagd met behulp van een opting-in verklaring bij de Belastingdienst. Als de raads- en commissieleden en gemeente niet kiezen voor het fictief werknemerschap, dan geldt dat de onkostenvergoedingen en raadsvergoeding als inkomsten moeten worden verantwoord en mogen de (beroeps)kosten die worden gemaakt worden afgetrokken. Het resultaat zal het raads- of commissielid moeten verantwoorden in de aangifte inkomstenbelasting, onder de post inkomsten uit overige werkzaamheden. De gemeente dient Pagina 4 van 7
jaarlijks alle betalingen en verstrekkingen voor de raads- en commissieleden die niet als fictief werknemerschap te kwalificeren zijn op grond van deze verordening aan de Belastingdienst doorgeven middels een formulier IB-47. Omdat raads- en commissieleden op persoonlijke titel worden gekozen, zijn zij niet aan te merken als (fiscaal) ondernemer. Er hoeft dan ook geen VARverklaring / Modelovereenkomst ZZP overgelegd te worden aan de gemeente. De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) is niet van toepassing op raads- en commissieleden. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel 2. Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden en commissieleden De hoogte van de raadsvergoeding is verplichtend bepaald op een vast bedrag per inwonersklasse. Vanaf de dag van beëdiging hebben de raadsleden recht op de vergoedingen die verbonden zijn aan hun functie. Wat betreft de vergoedingen is dit geregeld in artikel 3.1.1, eerste lid Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Commissieleden krijgen een vergoeding per bijgewoonde raadscommissie ook wel presentiegeld genoemd. De hoogte is afhankelijk van de inwonersklasse. Overigens is elke vergaderstructuur die wordt ingesteld om zich bezig te houden met de voorbereiding van de besluitvorming door de raad, niet zijnde de raadsvergadering, een raadscommissie (materieel begrip).
De vergoeding is geregeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De hoogte van de vergoeding wordt regelmatig aangepast (2025: € 103,23 per bijeenkomst). Artikel 3. Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie Dit artikel betreft de toelagen voor de raadsleden die lid zijn van zogenaamde 'zware commissies'. Het is verplicht een dergelijk artikel in de rechtspositieverordening op te nemen. Met zware commissies wordt gedoeld op de onderzoekscommissie (enquêtecommissie ex art. 155a Gemeentewet) en bijvoorbeeld de vertrouwenscommissie, zoals deze in de Gemeentewet specifiek zijn omschreven. Ook andere bijzondere commissies (b.v. een onderzoekscommissie die niet de status heeft van art. 155a Gemeentewet) met een zodanig belang, belasting en tijdsbeslag die niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een raadslid geacht kunnen worden, kunnen ingesteld worden. Ook daarvoor dient een toelage te worden bepaald. Voor de hoogte van de toelage voor het werk in deze commissie wordt aangesloten bij de toelage voor de vertrouwenscommissie. In het rechtpositiebesluit is hiervoor een maximum bedrag bepaald (2025: € 153,33 per maand). Indien de hoogte van het bedrag in het Rechtspositiebesluit wordt gewijzigd wordt ook de maximum toelage aan het raadslid dienovereenkomstig aangepast.
Het bedrag wordt naar rato van de duur van de activiteiten toegepast. Zolang een commissie ‘slapend’ is, althans niet actief, ontvangen de leden geen toelage: niet de duur van het lidmaatschap is van belang, maar de duur van de activiteiten. Artikel 4. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden Raads- en commissieleden hebben conform het rechtspositiebesluit recht op een reiskostenvergoeding voor het bijwonen van vergaderingen als reis- en verblijfkosten voor reizen binnen de gemeente als daarbuiten gemaakt t.b.v. de uitoefening van de functie. De rijkswetgever laat gemeenten geen ruimte om hiervan af te wijken. Uit de artikelen 95 en 96 Gemeentewet volgt dat vergoedingen en tegemoetkomingen in de kosten bij verordening moeten worden geregeld. Met het opnemen van dit artikel in de verordening wordt hieraan voldaan. Uitbetaling vindt plaats op basis van declaratie en het is aan de raads- en commissieleden om aanspraak te maken op deze vergoeding.
Pagina 5 van 7
Artikel 5 Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden Voor raads- en commissieleden is expliciet bepaald dat de kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde functionele scholing, zoals deelname aan congressen en opleidingen, ten laste kunnen worden gebracht van de gemeente. Partijpolitieke scholing komt niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking. De inhoud van de scholing is bepalend of deze al dan niet partijpolitiek georiënteerd is. Wanneer scholing verzorgd wordt door een politieke partij betekent dat niet automatisch dat die scholing partijpolitiek georiënteerd is. Om in aanmerking te komen voor vergoeding van de scholingskosten, moet gemotiveerd worden dat het gaat om functiegerichte scholing. Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. Scholing is partijpolitiek georiënteerd als zij geheel of gedeeltelijk tot doel heeft betrokkene op te leiden in het gedachtegoed van de desbetreffende partij. Overigens kan de gemeente ook zelf dit soort scholing (laten) verzorgen. Ook die lasten komen ten laste van de gemeente. Artikel 6.
Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan een raadslid, wethouder of de burgemeester voor de duur van de uitoefening van zijn functie de noodzakelijke informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking. Ook commissieleden kunnen aanspraak maken op ICT-middelen op grond van art. 3.4.4 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Onder informatie- en communicatievoorzieningen wordt ook verstaan (een smartphone, een computer en) de daarbij behorende (internet)abonnementen. Er mag slechts één computer verstrekt worden. Het verstrekken gebeurt op basis van een bruikleenovereenkomst. Een computer is een desktop, laptop, tablet- of minicomputer. Een smartphone is niet te kwalificeren als computer. Artikel 7. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden Raadsleden zijn vaak een significant deel van de werkweek voor de gemeenteraad bezig en kunnen daardoor vaak in hun hoofdfunctie minder pensioen opbouwen. Raadsleden hebben bovendien niet allemaal een hoofdfunctie in loondienst. In artikelen 3.1.9 is daarom de grondslag gecreëerd om bij verordening te bepalen dat raadsleden, die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in art.
7a van de Algemene Ouderdomswet hebben bereikt, een bedrag per jaar ontvangen ter hoogte van één maandbedrag van hun vergoeding voor de werkzaamheden, waarmee zij voorzieningen kunnen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. De vergoeding wordt enkel uitbetaald aan die raadsleden die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Wenst dit raadslid hier geen gebruik van te maken dan moet het raadslid dit expliciet aangeven. Artikel 8. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel In het kader van de werkkostenregeling op grond van artikel 31 Wet op de Loonbelasting 1964 zijn een aantal vergoedingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de verordening aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De gemeente draagt in dat geval de loonbelasting, waardoor de vergoeding belastingvrij (netto) aan de politieke ambtsdrager kan worden overgemaakt. Anders worden deze door de Belastingdienst als loon gezien en moet hierover bij de politieke ambtsdragers loonbelasting worden ingehouden. In het kader van de werkkostenregeling kan in de financiële administratie worden aangegeven of een verstrekking of vergoeding onder de gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten of onder de nihil-waarderingen valt.
Gemeenten mogen daarnaast een verstrekking of vergoeding in de vrije ruimte - tot 1,2% fiscale loonsom - onderbrengen zonder fiscale consequenties. Indien de grens van 1,2% wordt overschreden, zal de gemeente 80% eindheffing moeten betalen. Pagina 6 van 7
Artikel 9 en 10. Betaling vaste vergoedingen en betaling en declaratie van onkosten Het Rechtspositiebesluit en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers regelen wanneer de vergoedingen en onkosten betaald moeten worden aan raads- en commissieleden. Daar waar geen expliciete termijn is genoemd, kunnen deze artikelen uitkomst bieden. De betaling van onkosten kan worden voorgeschoten uit eigen middelen, later gedeclareerd worden of de factuur wordt rechtstreeks naar de gemeente verstuurd. Hierbij gaat de voorkeur uit naar rechtstreeks facturering bij de gemeente. Het verdient aanbeveling dat het college een formulier vaststelt waarmee raads- en commissieleden gemaakte onkosten kunnen verantwoorden. Raads- en commissieleden declareren in beginsel hun kosten bij de griffier.
Pagina 7 van 7
Was-wordt overzicht Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Roerdalen 2025
Verordening 2019
Verordening 2025
Artikel 1. Definitiebepaling In deze verordening wordt verstaan onder: a. commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. b.griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. c. raadslid: lid van de gemeenteraad.
Artikel 1. Definitiebepaling In deze verordening wordt verstaan onder: a. commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. b. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. c. raadslid: lid van de gemeenteraad.
Artikel 2. Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden De vergoeding voor de werkzaamheden voor raadsleden bedoeld in artikel 3.1.1., eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, is gelijk aan het door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties voor gemeenteklasse 3 vastgestelde bedrag.
Artikel 2. Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden en commissieleden 1. Raadsleden genieten een maandelijkse vergoeding ongeacht het aantal gehouden of bijgewoonde raadsvergaderingen. De vergoeding voor de werkzaamheden voor raadsleden bedoeld in artikel 3.1.1., eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, is gelijk aan het door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties voor gemeenteklasse 3 vastgestelde bedrag. 2. Een commissielid ontvangt voor het deelnemen aan een, conform art. 82 Gemeentewet ingestelde commissievergadering, een vergoeding per deelgenomen vergadering. Ieder kalenderjaar wordt dit bedrag aan de hand van het indexcijfer cao-lonen overheid aangepast.
Artikel 3. Toelage raadslid onderzoekscommissie Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
Artikel 3. Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie 1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van het maximale bedrag van € 153,33 per maand (jaar 2025) ingevolge art. 3.1.2. Rechtspositiebesluit. 2. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4. eerste lid, van het Rechtspositiebesluit wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend van het maximale
bedrag van € 153,33 per maand (jaar 2025) ingevolge art. 3.1.2. Rechtspositiebesluit. Artikel 4. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente 1. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt. 2. Voor reizen buiten het grondgebied, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid/commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed. 3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 4. Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 5. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed.
Artikel 4. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden 1. Reizen voor het bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies en gemaakt voor de uitoefening van de functie worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeerof stallingskosten, veerkosten en tolkosten. 2. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 3. Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld. 4. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed. 5. Aan raads- en commissieleden wordt met het oog op het declareren van de kosten als bedoeld in dit artikel een declaratieformulier ter beschikking gesteld dat zij maandelijks kunnen indienen.
Artikel 5. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3. De maximale vergoeding van de scholing bedraagt:
Artikel 5. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3. De maximale vergoeding van de scholing bedraagt:
a. € 1.250,- per jaar per raadslid; b. € 100,- per jaar per commissielid. 4. De griffier beslist op de aanvraag op basis van de overgelegde stukken en het beschikbare budget.
€ 1.250,- per jaar per raadslid; € 100,- per jaar per commissielid. 4. De griffier beslist op de aanvraag op basis van de overgelegde stukken en het beschikbare budget.
Artikel 6. Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie-en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.
Artikel 6. Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.
Artikel 7. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden 1. Een raadslid wordt eenmaal per jaar een bedrag toegekend ter hoogte van het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, waarmee het raadslid voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, op grond van artikel X12 van de Kieswet.
Artikel 7. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden 1. Een raadslid, dat nog niet de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt, ontvangt per jaar ten laste van de gemeente een bedrag ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van de werkzaamheden voor één maand, waarmee hij voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, op grond van artikel X12 van de Kieswet.
Artikel 8. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
Artikel 8. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.
2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.