Agendabundel
Tekst van het document
De schaal van het gebied dat door de komst van het zonnepark wordt belast, is volgens reclamant onnodig groot, omdat het landbouwperceel van reclamant er geen onderdeel van uitmaakt. Door het perceel bij het plan te betrekken kan elders aan de noord- en oostzijde 1.36 ha zonnepanelen verdwijnen. Een grootschalig zonneveld dat is ingeklemd tussen een mozaïek van landschapselementen is onwenselijk i. Te midden van 26.000 zonnepanelen op metalen stellingen van 1,77 meter hoog ligt een afwijkend landschapselement, namelijk een perceel agrarische grond (ODLOO-F-730). Dit afwijkende landschapselement wordt aan alle kanten ingeklemd en omheind door het zonnepark én door diverse soorten begroeiingen. Hierdoor ontstaat volgens reclamant een ongewenste mozaïek van landschapselementen. Dit is volgens het beleidskader onwenselijk, aldus reclamant. j. Op de tekeningen 1 en 2, zoals opgenomen in de zienswijze, is goed te zien dat het zonnepark niet uit een vloeiende lijn bestaat maar dat het gaat om een grootschalig zonneveld dat is ingeklemd in een mozaïek van landschapselementen. De vloeiende lijn ontbreekt mede doordat het perceel van reclamant geen onderdeel is van het plan én doordat het plangebied van het zonnepark ook nog doorkruist wordt door de Kleine Bergerweg, aldus reclamant.
6
Nota van Zienswijzen
2. Strenge voorwaarde 2. Het te ontwikkelen zonneveld moet landschappelijk worden ingepast: • inpassen van directe (be-)levingsfactoren; • stimuleren biodiversiteit; • stimuleren waterberging en -infiltratie. Toelichting: het te ontwikkelen zonneveld moet zowel visueel als vanuit de landschappelijke beleving in de omgeving opgaan. Daarbij is extra aandacht voor stimuleren van de biodiversiteit en de berging en infiltratie van hemelwater ter plaatse een vereiste. Volgens reclamant is het ontwerp versnipperd en de geplande belevingsfactoren zoals het informatiepunt en de aanplant van bomen vanwege de visuele zichtlijnen en het inzaaien van kruidenrijke graslanden en bloemen in combinatie met mogelijke problemen van de afwatering zal in geval van het perceel ODLOO-F-730 leiden tot diverse vormen van overlast en dus waardevermindering van het perceel. Reclamant onderbouwt het voorgaande aan de hand van onderstaande argumenten. Visuele en landschappelijke inpassing en belemmeren van zichtlijnen a. De gemeente Roerdalen stelt de voorwaarde dat: ‘Het te ontwikkelen zonneveld moet zowel visueel als vanuit de landschappelijke beleving in de omgeving opgaan.’ Zoals op foto 1 in de zienswijze duidelijk te zien is, ligt het geplande zonnepark in een agrarisch gebied met agrarische velden.
Het zonnepark kan naar mening van reclamant noch visueel, noch vanuit de landschappelijke beleving in de omgeving opgaan, omdat in het midden een geïsoleerd agrarisch perceel ligt dat geen onderdeel uitmaakt van het zonnepark. Dit leidt tot een fragmentarische, rommelige en onbegrijpelijke indeling van het landschap, aldus reclamant. b. Hekwerken van 2,5 meter hoog, hagen, begroeiingen en een bomenrij rondom ODLOO-F-730 benadrukken de visuele scheiding van het perceel van reclamant ten opzichte van het zonnepark, waardoor het zonnepark niet visueel in het landschap past en geen samenhangend en mooi aaneengesloten geheel vormt dat in de landschappelijke omgeving geïntegreerd raakt. Door de doorkruising van het zonnepark door de Kleine Bergerweg raakt het landschap extra visueel versnipperd. Belevingsfactoren en overlast c. Aan het zonnepark wordt een informatiepunt toegevoegd. Dit informatiepunt ligt tegenover het perceel van reclamant en wordt aangekleed met bankjes en een 4 meter hoog uitkijkpunt. Het uitkijkpunt zal leiden tot extra bezoekersstromen. Doordat het geplande zonnepark omheind is bestaat volgens reclamant de kans dat bezoekers de neiging krijgen om de niet omheinde delen in het gebied van het zonnepark te betreden, waaronder het perceel van reclamant.
Als dit gebeurt dan zullen de landbouwgewassen vertrapt worden, waardoor minder groei en vermindering van de opbrengst, aldus reclamant.
7
Nota van Zienswijzen
d. Voor de bezoekers die per auto naar het informatiepunt komen, is niets voorzien. Er is in het plan geen parkeergelegenheid gepland. Automobilisten moeten in de berm parkeren. Door de geparkeerde auto’s wordt de toegang tot het agrarische perceel voor grote agrarische werktuigen belemmerd, aldus reclamant. e. Bezoekers van het informatiepunt zullen afval hebben. Dat kan gaan zwerven. Dit zwerfafval kan voor overlast zorgen op het perceel ODLOO-F-730, want vanwege de aanwezige hekken om het zonnepark kan het zwerfafval zich niet verspreiden en zal het afval naar het vrij toegankelijk perceel ODLOO-F-730 toewaaien, aldus reclamant. Stimuleren waterberging en -infiltratie f. Wat zijn de gevolgen van het stimuleren van waterberging en -infiltratie op de goede afwatering van het perceel ODLOO-F-730? De mogelijkheid om het perceel in droge perioden te beregenen wordt ernstig beperkt. Op het perceel zelf ligt geen geregistreerde grondwaterpunt. In de praktijk wordt beregend uit de grondwaterputten op de nabije percelen. Deze putten liggen allemaal in het zonnepark en daarmee vervalt deze mogelijkheid, aldus reclamant. Stimuleren biodiversiteit g. Er worden natuurlijke mengsels ingezaaid, een keverbank aangelegd en andere meer natuurlijke vormen van grondgebruik voorzien waardoor kruiden en bloemen in het zonnepark groeien waarvan de zaden zich verspreiden.
Ook op het perceel van reclamant. Deze zijn in de landbouwkundige exploitatie ongewenst, waardoor het waarschijnlijk is dat er extra gewasbeschermingsmiddelen gebruikt moeten gaan worden. Dit is duurder, leidt tot lagere opbrengsten en tot schade. Dit in combinatie met de schaduw- en wortelschade van de heesters, diverse begroeiingen en bomen is een voor een agrariër een zeer ongewenste combinatie, aldus reclamant. 3. Strenge voorwaarde 3: meervoudig ruimtegebruik Toelichting: deze eis komt gedeeltelijk overeen met de tweede trede van de Limburgse Zonneladder. In de gemeente Roerdalen geldt dat bij omzetting van (bijvoorbeeld) agrarische gronden naar een zonneveld, de nieuwe invulling een functie aan het landschap zelf of aan de beleving van het landschap moet toevoegen. Deze functie kan onder andere vanuit culturele, educatieve of toeristisch doeleinden worden gemotiveerd. Reclamant is van mening dat niet aan deze strenge voorwaarde wordt voldaan. Het voorgestelde zonnepark heeft volgens reclamant significante nadelige gevolgen voor de gebruiksmogelijkheden van het perceel ODLOO-F-730, zowel tijdens als na de exploitatieperiode van het zonnepark. De beperking van de landbouwmogelijkheden en de daaruit volgende schade in combinatie met het niet benutte potentieel van opwekvermogen rechtvaardigen een heroverweging van het plan.
Reclamant onderbouwt het voorgaande aan de hand van onderstaande argumenten. Belemmering meervoudig ruimtegebruik
8
Nota van Zienswijzen
a. Het perceel ODLOO-F-730 is volledig omsingeld door het zonnepark, waardoor het geïsoleerde perceel niet meer effectief gebruikt kan worden voor de landbouw. Hekwerken van 2,5 meter hoogte, landschappelijke hagen, heestergroepen en bomen maken de toegang tot het perceel lastig voor grote landbouwvoertuigen. Kruidenrijke graslanden met bloemen zorgen voor ongewenst onkruid en de mogelijke problemen van de afwatering zijn een ernstige beperking van de agrarische mogelijkheden van het perceel. Kortom, in plaats van meervoudige ruimtegebruik wordt het geplande zonnepark nog een extra perceel met een agrarische bestemming minder bruikbaar. Dit is ook in strijd met de ‘Omgevingsvisie Limburg’: ‘We gaan zorgvuldig om met onze ruimte en voorraden, boven- en ondergronds.’, aldus reclamant. b. Op pagina 29 van de ‘Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Kleine Bergerweg’ wordt gesteld dat de landschapselementen behouden blijven na de exploitatieperiode. Dit wordt door de gemeente Roerdalen bekrachtigd door te stellen: “In de eerst volgende planologische mogelijkheid tot functiewijziging wordt een gedeelte van deze tijdelijke natuur omgezet naar permanente natuur.
Deze permanente natuur wordt dus na beëindiging van het zonnepark niet verwijderd.” Dus zelfs als het zonnepark na 30 jaar zou verdwijnen dan blijven de gemengde haag, de heestergroepen en de bomen rondom het besluitgebied bestaan om de biodiversiteit te behouden. Ook na ontmanteling blijft het perceel ODLOO-F-730 lastig toegankelijk en slecht agrarisch bruikbaar vanwege de geringe grootte en geïsoleerde ligging van het perceel. Bijkomend vanwege schaduw op de te telen gewassen en de wortels van de aangeplante bomen en het feit dat niet meer tot in de perceelgrens kan worden gewerkt vanwege deze beplantingen, aldus reclamant. c. Zoals al gesteld kan het zo zijn dat vanwege de hekwerken en de hagenstructuur rondom het zonnepark bezoekers van het tegenover het perceel ODLOO-F-730 gelegen informatiepunt, op zoek naar dassen en patrijzen etc. – om het zonnepark heen gaan wandelen. Zij kunnen wel het vrij toegankelijke landbouwperceel betreden waardoor de daar groeiende landbouwgewassen beschadigd raken en de gewasopbrengst dientengevolge zal verminderen, aldus reclamant. d. Daarnaast kan de goede afwatering van het perceel door het omringende zonnepark mogelijk worden verstoord. De mogelijkheid om het perceel in droge perioden te beregenen wordt ernstig beperkt. Op het perceel zelf ligt geen geregistreerde grondwaterput.
Het is praktijk dat wordt beregend uit grondwaterputten op nabije percelen. Die putten liggen allemaal in het zonnepark en daarmee vervalt deze mogelijkheid. Wanneer gesteld zou worden dat een put op het perceel kan worden aangelegd dan is relevant dat beregenen van sec het perceel niet mogelijk is. Er zal altijd water terecht komen op de zonnepanelen van het zonnepark of maar een gedeelte van het perceel kan worden beregend. Het water uit de putten is ijzerhoudend. Dit heeft een roestlaagje op de zonnepanelen tot gevolg. Reclamant geeft dit aan omdat zij niet aansprakelijk gesteld wil worden voor schade als gevolg van dit beregeningswater. Het meervoudige gebruik van de grond komt door het ontbreken van een waterput en ijzerhoudend grondwater verder onder druk te staan, aldus reclamant. e. Er zijn dassen aanwezig op de locatie van het zonnepark. ‘Het zonnepark is te allen tijde toegankelijk voor de das. Dit kan worden gedaan door het complete hekwerk minimaal 30 cm
9
Nota van Zienswijzen
boven de grond te laten starten. Indien niet het gehele hekwerk hierop kan worden aangepast dient er om de 50 meter een toegang te worden gerealiseerd van 30 cm hoog en minimaal 30 cm breed.’ In het plan krijgen de dassen ook een uitgang naar het perceel van reclamant. Reclamant is het niet duidelijk of hekwerken rondom het perceel aan de oost- en zuidzijde aangepast worden aan de das of dat de das ‘gevangen’ komt te zitten op het perceel van reclamant en de das daardoor alleen de weg als uitwijk heeft. In dat geval kan de das op ODLOO-F-730 extra schade aan de aanwezige landbouwgewassen toebrengen, aldus reclamant. f. De ‘zonneladder’ benadrukt efficiënt gebruik van schaarse landbouwgrond. Perceel ODLOO-F730 is echter niet opgenomen in het zonneparkplan, waardoor meer dan 1 MW aan opwekvermogen verloren gaat. De beleidsdoelstelling van de gemeente Roerdalen om (gefaseerd) zonnevelden te ontwikkelen wordt hiermee niet optimaal benut aangezien ODLOO-F-730 wel in het plangebied ligt maar geen onderdeel is van het zonnepark, aldus reclamant. 4. “Strenge voorwaarde 4: het te ontwikkelen zonnepark moet aantoonbaar waarden toevoegen: • landschappelijke elementen; • maatschappelijke ontwikkeling; • coöperatieve realisatie; • ontwerpen en toepassing compensatieregeling.
Toelichting: de toevoeging van een zonneveld zal aan het landschappelijk karakter van Roerdalen een verandering teweegbrengen, ondanks de landschappelijke inpassing (strenge voorwaarde 2). Het is aan de initiatiefnemer om in zijn planvorming ruimte vrij te maken (financieel, organisatorisch, fysiek ter plekke of elders) en aantoonbaar te maken welke toegevoegde waarde het te ontwikkelen zonneveld voor (de inwoners van) de gemeente Roerdalen heeft.” Reclamant onderbouwt het voorgaande aan de hand van onderstaande argumenten. Ontwikkelen van een uitzichtpunt en bezoekersinformatiepunt als aantoonbaar toegevoegde waarde. a. Het beoogde uitzichtpunt en het bezoekersinformatiepunt worden aan de overzijde van de Kleine Bergerweg tegenover het perceel van reclamant gesitueerd. Er is echter niet voorzien in parkeergelegenheid voor de auto’s van de bezoekers. Bezoekers zullen dus de auto in de berm van de Kleine Bergerweg parkeren. De Kleine Bergerweg is volgens reclamant een (zeer) smalle weg die aan de zijde van het perceel van reclamant uitgebreid wordt met een bomenrij. De bomenrij in combinatie met de geparkeerde auto’s maken het voor grote landbouwvoertuigen zeer lastig om op het perceel van reclamant te komen, aldus reclamant. b.
Omdat het gehele zonnepark volledig omheind is met een 2,5 meter hoog hekwerk, maar ODLOO-F-730 vrij toegankelijk is, kan het volgens reclamant zo zijn dat bezoekers, om meer te
10
Nota van Zienswijzen
zien van het zonnepark en de aanwezige dassen en patrijzen etc., over het agrarische perceel gaan lopen en de daar aanwezige landbouwgewassen vertrappen. Dit leidt tot een verminderde opbrengst van de landbouwgewassen, aldus reclamant. c. De hekwerken worden pal in de grenzen aangelegd waardoor de bewerkbaarheid van het perceel ODLOO-F-730 verslechterd (er kan niet meer tot in de perceelgrens worden gewerkt; er zal een stukje van het hekwerk af moeten worden gewerkt.), aldus reclamant. d. Vanuit het verhoogde uitzichtpunt bij het bezoekersinformatiepunt hebben bezoekers – door de bomen heen – direct zicht op het agrarische perceel van reclamant. Door de enorme omheining maakt het perceel van reclamant visueel geen onderdeel uit van het geplande zonnepark. Dit zal volgens reclamant bij bezoekers vragen oproepen over de efficiëntie van het plan. Vanaf het verhoogde uitzichtpunt kijken bezoekers naar het ingeklemde en geïsoleerd liggende agrarische perceel van reclamant te midden van een landschappelijk lelijk, gefragmenteerd en verrommeld zonnepark. Dit zal ongetwijfeld leiden tot verwondering over hoe een dergelijk rommelig, wanstaltig en onwenselijk geheel tot stand is kunnen komen.
Dit inzicht draagt volgens reclamant niet bij aan een positief imago van het project en zal twijfels oproepen over de ruimtelijke kwaliteit en de zorgvuldigheid waarmee het plan is ontwikkeld, aldus reclamant. e. Er vindt een maatschappelijke discussie plaats over het feit dat de kleine consument terugleverkosten moet betalen over de opgewekte zonne-energie en het feit dat grote zonneparken geen terugleverkosten betalen. De vraag is wanneer deze discussie aanhoudt en ook grote zonneparken terugleverkosten moeten gaan betalen of het geplande zonnepark dan nog rendabel is, aldus reclamant. 5. “Strenge voorwaarde 5: privaatrechtelijk borgen in anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente Roerdalen of in privaatrechtelijke overeenkomst tussen initiatiefnemer en landeigenaar: -
onderhoud en werking van de technische installatie; onderhoud en landschappelijke inpassing; toevoeging van maatschappelijke meerwaarde; ontmanteling na beëindiging; coöperatieve realisatie; participatie bij de concrete planontwikkeling.
Van belang voor het geval van reclamant zijn de twee punten uit de strenge voorwaarde 5 namelijk: ontmanteling na beëindiging en participatie bij de concrete planontwikkeling. Op basis van de onderstaande argumenten stelt reclamant dat niet aan de strenge voorwaarde kan worden voldaan. Ontmanteling
11
Nota van Zienswijzen
a. Het is volgens reclamant logisch dat na de ontmanteling van het zonnepark de aangeplante winterlinden aan de Kleine Bergerweg blijven staan. Maar in de ‘Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Kleine Bergerweg’ wordt gesteld dat ook de hagenstructuur zo veel als mogelijk gehandhaafd blijft en dat ook de heestergroepen ten behoeve van de biodiversiteit behouden zullen blijven. Dus zelfs nadat het zonnepark ontmanteld wordt, blijft het perceel ODLOO-F730 aan vier zijden omsingeld door hagen, heesters en bomen en blijft het een geïsoleerd perceel. De schaduw van deze aanplant en de wortels ervan hebben grote nadelige gevolgen voor de groei van de landbouwgewassen en verminderd de waarde van het landbouwperceel, aldus reclamant. Participatie b. Uit artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) volgt dat het bevoegd gezag een eigen afweging moet maken over de juistheid van de verstrekte informatie en of nog aanvullende informatie nodig is. Reclamant is van mening dat de communicatie en participatiemogelijkheden over de ontwikkeling van het zonnepark tekort zijn geschoten. Ook voldoen ze niet aan de diverse voorwaarden zoals gesteld in de Zonneladder en in de diverse eigen documenten van de Solar Provider Group. Verwezen wordt verder naar pagina 16 van de volledige zienswijze. c.
Ondanks de expliciete belofte om samenspraak te organiseren en draagvlak te creëren is de Solar Provider Group naar mening van reclamant op dit punt te kort geschoten. Er is volgens reclamant een discrepantie tussen de gecommuniceerde ambities van de Solar Provider Group en de daadwerkelijke uitvoering van participatie en communicatie waardoor de betrokkenheid van de omgeving volgens reclamant niet op de juiste manier is gewaarborgd. d. E-mail van 23 september 2021 gericht aan de rentmeester van reclamant. De e-mail suggereert volgens reclamant dat aan één van de vier zijden van het perceel ODLOO-F-730 een zonnepark wordt gerealiseerd. Indien hier sprake van is dan blijft het perceel via de overige 3 zijden toegankelijk en bewerkbaar. Ook kan het perceel dan opgaan in een groter geheel van door de boer te bewerken percelen, aldus reclamant. e. De Solar Provider Group stelt: “Ons doel wat betreft communicatie en procesparticipatie is om de stakeholders ruimte te geven om input te leveren op onze plannen”. Feit: Reclamant is van mening dat zij als stakeholder niet op een adequate wijze is geïnformeerd en zij heeft geen ruimte gekregen om input te leveren op de plannen. De brief van 18 oktober 2021 aan de omwonenden heeft reclamant niet ontvangen. Ook de rentmeester heeft de brief niet ontvangen volgens reclamant.
De NAW-gegevens van reclamant zijn bij de Solar Provider Group bekend. Van proactief en persoonlijk contact is volgens reclamant dan ook geen sprake. Reclamant is, naar eigen zeggen, ook niet uitgenodigd voor de keukentafelgesprekken of andere overlegmomenten. f. In het ‘Communicatie- en participatieverslag Zonnepark Kleine Bergerweg’ beschrijft de Solar Provider Group uitgebreid hoe ze de communicatie met belanghebbenden hebben ingericht. Hierbij leggen zij de nadruk op strategieën per fase, zoals beschreven in paragraaf 2.3. Zij stellen expliciet dat: “zonder de inzet en persoonlijke betrokkenheid van de omgeving het
12
Nota van Zienswijzen
burgerparticipatietraject niet zal slagen. Het is daarom van groot belang dat de direct omwonenden uitgenodigd wordt om mee te denken en te doen.” De Solar Provider Group omschrijft de diverse middelen die ingezet worden om de betrokkenheid te waarborgen. Volgens het verslag zal in fase 2 nadat een principeakkoord bereikt is, de focus liggen op het betrekken van de wijdere omgeving en in werksessie concreet aan de plannen te werken middels diverse (communicatie)middelen: - Bewonersbrief. Noch de reclamant noch de rentmeester heeft deze bewonersbrief ontvangen, aldus reclamant. - Telefoongesprekken. Reclamant is niet door de Solar Provider Group telefonisch benaderd, aldus reclamant. - Website. Reclamant is nooit door de Solar Provider Group op deze website gewezen. - Nieuwberichten. Aangezien reclamant in Oegstgeest woont heeft deze berichtgeving reclamant nooit bereikt, aldus reclamant. - Workshop. Reclamant is nooit voor een workshop uitgenodigd, aldus reclamant. - Informatieavond. Reclamant is nooit voor een informatieavond uitgenodigd, aldus reclamant. De Solar Provider Group beschrijft in haar communicatievisie een aantal beloftes. Zie pagina 19 van de volledige zienswijze. Volgens reclamant zijn deze beloftes niet nagekomen. Pas nadat reclamant op 25 april 2023 contact zocht met de Solar Provider Group werd zij toegevoegd aan de nieuwsbrief en ontvangt zij informatie.
Volgens reclamant is van een “goede persoonlijke relatie met de omgeving, het hebben van oog en oor voor de omgeving, verzorgen de communicatie met stakeholders op een persoonlijke manier.” totaal geen sprake. g. De Solar Provider Group stelt in haar verslag: “Wij hebben een gewogen afweging gemaakt om met de landeigenaren van deze percelen in gesprek te gaan en overeenkomsten te sluiten.” Volgens reclamant is de ‘gewogen afweging’ van haar perceel blijkbaar negatief uitgevallen ondanks dat het perceel ODLOO-F-730 midden in het plangebied ligt. Als direct belanghebbende is reclamant namelijk nooit uitgenodigd voor gesprekken met primaire als secundaire omwonenden, keukentafelsessies, workshops of informatieavonden, aldus reclamant. h. Volgens het verslag heeft na de start van fase 2 aanvullende communicatie plaatsgevonden richting de omwonenden, maar blijkbaar is dit niet gebeurd met de landeigenaar die een perceel heeft te midden van het geplande zonnepark, aldus reclamant. Hoewel de bovengenoemde stappen in het kader van participatie begrijpelijk en wenselijk zijn, is er vanuit de Solar Provider Group in de richting van reclamant geen enkele serieuze poging ondernomen om reclamant als belanghebbende op de hoogte te stellen of te betrekken bij de plannen voor het zonnepark.
Dit ondanks het feit dat in het ‘Communicatie en participatieverslag’ gesteld wordt dat openheid en transparantie belangrijke pijlers zijn in de voorbereidende fase van het project, aldus reclamant. i. Volgens het ‘Communicatie- en Participatieverslag van de Solar Provider Group’ is de concept landschappelijke inpassing van het zonnepark op 30 mei 2022 gedeeld met omwonenden. Gezien het belang van het eigendom van reclamant in relatie tot het project, had reclamant
13
Nota van Zienswijzen
verwacht dat de Solar Provider Group haar inpassingen tot communicatie en participatie ook richting haar als belanghebbende serieus zou nemen. Op het moment dat de planvorming zodanig gevorderd was dat het duidelijk werd dat het perceel van reclamant ingesloten zou worden door het nieuwe Zonnepark had naar mening van reclamant de Solar Provider Group dit aan reclamant behoren aan te geven en reclamant gezien de geïsoleerde ligging van het landbouwperceel alsnog bij de projectontwikkeling moeten betrekken. Dit is echter niet gebeurd. Reclamant is daarom van mening dat de initiatiefnemer nagelaten heeft om zorgvuldig te communiceren en te streven naar een betere landschappelijke inpasbaarheid van het te ontwikkelen zonnepark. j. Pas na het besluit van het college is reclamant door derden op de hoogte gebracht over de principemedewerking voor het zonnepark. Dit staat in schril contrast met de stelling in het verslag dat de directe omgeving en stakeholders persoonlijk zijn geïnformeerd via een brief of e-mail. Vervolgens heeft reclamant zelf contact opgenomen met de Solar Provider Group op 25 april 2023. C. Stikstof Voor reclamant is onduidelijk wat de invloed is van de recente uitspraak van de rechter van 22 januari 2025 over de uitstoot van stikstof in de nabijheid van een Natura-2000 gebied.
Het zonnepark ligt op een afstand van 1,5 km van het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied. Het stikstofvraagstuk vraagt wellicht om een heroverweging van het geplande zonnepark, aldus reclamant. D. Zienswijze Primaire zienswijze De primaire zienswijze van reclamant is de vernietiging van de ontwerp verklaring van geen bedenkingen. Hier worden de volgende argumenten voor aangevoerd: Reclamant 1. Als direct belanghebbende kan het beoogde zonnepark niet rekenen op het draagvlak en steun van reclamant. De komst van het zonnepark leidt tot een significante en onherstelbare aantasting van het landschap van de Linnerheide te Sint Odiliënberg. Er zijn binnen een straal van een paar kilometer al heel veel voorzieningen voor het algemeen belang aanwezig zoals de Clauscentrale, het hoogspanningsstation tussen de Linnerweerd en Rijksweg: de bouw van twee grote distributieloodsen aan de Rijksweg en de aanleg van de autoweg A73 etc.. Dit in combinatie met nu weer een gepland zonnepark heeft naar mening van reclamant te veel impact op het landschap en haar bewoners. 2. Het uitsluiten van perceel ODLOO-F-730 uit de projectontwikkeling resulteert in landschappelijke versnippering en inefficiënt gebruik van schaarse landbouwgrond. Het geplande zonnepark is niet goed landschappelijk ingepast en is niet in lijn met het
14
Nota van Zienswijzen
‘Beleidskader van de gemeente Roerdalen over zonne- en windenergie 2021-2030’. Aan de diverse gestelde ‘strenge voorwaarden’ uit het beleidskader is voorbijgegaan. Antwoord gemeente Aantasting landschap/landschappelijke versnippering/geen goede landschappelijke inpassing. In tegenstelling tot wat reclamant stelt, is er geen sprake van een aantasting van het landschap of van een landschappelijke versnippering. Ook is er sprake van een goede landschappelijke inpassing. Dit blijkt uit het volgende. Artikel 2.17.2 lid 5 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 gaat ten aanzien van zonneparken op landbouwgrond uit van het zogenaamde ‘nee, tenzij-principe’. Dit betekent dat een ruimtelijk plan een zonnepark op landbouwgrond uitsluitend onder een aantal voorwaarden toelaat. Eén van de voorwaarden is dat het ruimtelijk plan is voorzien van een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing en beheer passend bij de aanwezige kernkwaliteiten van het landschap. Bij het opstellen van deze landschappelijke inpassing bieden het ‘Landschapskader Noord- en Midden Limburg’ en de ‘Handreiking Landschap Grootschalige Energie opwek zon-op-land RES Noord- en Midden Limburg’ handvatten. De landschappelijke analyse heeft daarom aan de hand van deze stukken plaatsgevonden.
Op pagina 39 van de ruimtelijke onderbouwing volgt uit het gestelde onder het kopje ‘Handreiking Landschap RES’ ‘Op de geschiktheidskaart behorende bij de Handreiking Landschap RES Noord- en Midden Limburg is er sprake van ontwikkeling binnen een Zeer geschikte locatie (Droge heideontginning) en Nauwelijks geschikt (Velden). Volgens de Handreiking Landschap RES geldt voor de als ‘nauwelijks geschikt’ aangemerkte landschapstypen dat de geschiktheid beperkt is, omdat de schaal van het initiatief in veel gevallen aanpassingen van landschappelijke structuren vergt. Een belangrijke randvoorwaarde om in die landschapstypen toch een zonnepark te realiseren, is het herkenbaar houden van de karakteristiek van het landschap. Derhalve dient de aanpassing van landschappelijke structuren te worden vergezeld van een onderbouwing waarin is weergegeven op welke wijze de kwaliteiten van het landschap minimaal behouden blijven. Om aan die voorwaarde te voldoen is een onderbouwing opgesteld op welke wijze de kwaliteiten van het landschap wordt behouden en zelfs versterkt. Voor deze locatie is een landschappelijk inpassingplan (zie separate bijlage) opgesteld, welke onder andere ingaat op de inpassing vanuit de RES-Handreiking.’
Op pagina 40 van de ruimtelijke onderbouwing wordt verder gesteld: ‘Ad sub b. De kernkwaliteiten van het landschap worden omschreven in het Landschapskader Noord- en Midden Limburg. Op basis van dit kader ligt het projectgebied grotendeels binnen het gebiedstype ‘Velden’ en deels binnen ‘Droge heide-ontginningen’. In de Handreiking Landschap RES Noord- en Midden Limburg wordt het gebiedstype ‘Velden’ aangemerkt als nauwelijks geschikt, daarentegen wordt het gebiedstype ‘Droge heide-ontginningen’ aangemerkt als zeer geschikt.
15
Nota van Zienswijzen
In het landschapsplan is een onderbouwing gegeven over de landschapskenmerken die aanwezig zijn en waarmee zoveel mogelijk wordt aangesloten op de ontwerpprincipes uit de Handreiking.’
In het Landschapsplan (bijlage 2 bij de ruimtelijke onderbouwing) zijn de 11 landschapskenmerken/kernkwaliteiten behorende bij een ontginningslandschap omschreven. Zie pagina 9 van het Landschapsplan. In het ontwerp van het inpassingsplan is rekening gehouden met deze 11 aanwezige kernkwaliteiten (zie pagina 9 Landschapsplan), waaronder: 1. De panelen en hagenstructuur worden met max. 1,77 meter zo laag mogelijk gehouden, zodat er overheen gekeken kan worden en vergezichten behouden blijven. 2. Prominente zichtlijnen worden opgenomen in het zonnepark. 3. Het zonnepark wordt ingepast in de bestaande kavelstructuur en volgt de leidende kaveloriëntatie. 4. Het panelenveld kent een blokvormige inpassing, heeft geen rafelranden en volgt de leidende kaveloriëntatie. De landschapsdeskundigen van de provincie Limburg hebben het inpassingsplan tijdens het wettelijk vooroverleg beoordeeld of het passend is binnen de aanwezige landschapskenmerken/ kernkwaliteiten. Zie de e-mails in bijlagen 1 en 2. Uit de e-mail van 6 mei 2024 (bijlage 2) volgt onder andere het volgende: ‘Landschappelijke en natuurlijke inpassing De inpassing en ontwerp van het plan dient verbeterd te worden. Daar waar belangrijke zichtrelaties zijn geanalyseerd, worden deze maar marginaal landschappelijk aangezet in het plan. Dit betreft met name de noord-zuid zichtlijn.
Het verbreden en landschappelijk versterken van met name deze noord-zuid zichtlijn, zorgt voor meer openheid. Ook wordt de grootschaligheid van het zonnepark op die manier in ensembles opgedeeld, die passen bij de bovenvermelde overgangszone.’
De provincie heeft dus tijdens de planvorming verzocht om meer openheid in het inpassingsplan te creëren. In het definitieve inpassingsplan is dit verzoek verwerkt. Met name ter plaatse van de noord-zuid zichtlijn moest meer openheid gecreëerd worden. Het perceel ODLOO-F-730 ligt aangrenzend op deze noord-zuid zichtlijn en versterkt dus de openheid van deze zichtlijn. De stelling van reclamant dat het uitsluiten van het perceel ODLOO-F-730 resulteert in landschappelijke versnippering staat dus haaks op het verzoek van de provincie om meer openheid te creëren. Ten slotte heeft de provincie ons tijdens de zienswijzenperiode van de ontwerpomgevingsvergunning en ontwerp verklaring van geen bedenkingen medegedeeld dat het initiatief en de onderbouwing van de instructieregels, waaronder het landschappelijk inpassingsplan, in voldoende mate passend is binnen de vereisten vanuit de Omgevingsverordening 2014. Zie de email in bijlage 3. Op pagina 2 van deze e-mail staat expliciet aangegeven dat de provincie Limburg akkoord gaat met het inpassingsplan. Daarnaast is het landschappelijk inpassingsplan voorgelegd aan een onafhankelijke deskundige commissie (de LKM-commissie). Deze commissie heeft het definitieve inpassingsplan op 9 januari 2025 goedgekeurd. Verwezen wordt verder naar bijlage 4 voor de advisering tijdens de planvorming.
Ook uit het advies van de LKM-commissie blijkt verder niet dat het uitsluiten van het perceel ODLOO-F-730 resulteert in een landschappelijke versnippering.
16
Nota van Zienswijzen
Inpassingsplan voldoet niet aan ‘strenge voorwaarden’ beleidskader. Reclamant stelt dat de landschappelijke inpassing niet in lijn is met het ‘Beleidskader van de gemeente Roerdalen over zonne- en windenergie 2021-2030’. Binnen dit kader is volgens reclamant voorbij gegaan aan diverse gestelde ‘strenge voorwaarden’ uit het beleidskader. In het toelichtende gedeelte van de zienswijze stelt reclamant onder meer dat er sprake is van een fragmentarisch, rommelig en onbegrijpelijke indeling van het landschap, omdat het perceel ODLOO-F-730 niet is opgenomen in het besluitgebied. Er kan niet zonder meer gesteld worden dat voorbij is gegaan aan de ‘strenge voorwaarden’ in relatie tot het landschappelijk inpassingsplan. Ten eerste is in paragraaf 3.5.1 van de ruimtelijke onderbouwing duidelijk omschreven hoe omgegaan is met de ‘strenge voorwaarden’. Verwezen wordt dus naar de inhoud van deze paragraaf. Verder volgt uit pagina 21 van het Landschapsplan (bijlage 2 van de ruimtelijke onderbouwing) welke uitgangspunten zijn gehanteerd voor het opstellen van het landschappelijk inpassingsplan. Hier worden wederom de ‘strenge voorwaarden’ toegelicht, omdat deze ten grondslag hebben gelegen aan de uitgangspunten voor het opstellen van het landschappelijk inpassingsplan.
Daarnaast ligt er een relatie tussen de ‘strenge voorwaarden’ en de landschapskenmerken/kernkwaliteiten zoals bedoeld in het ‘Landschapskader Noord- en Midden Limburg’ en de ‘Handreiking Landschap Grootschalige Energie opwek zon-opland RES Noord- en Midden Limburg’. De landschappelijk gerelateerde ‘strenge voorwaarden’ kunnen immers uitsluitend onderbouwd worden aan de hand van de landschapskenmerken/kernkwaliteiten van het besluitgebied. Zoals onder het bovenstaande kopje ‘Aantasting landschap/landschappelijke versnippering/geen goede landschappelijke inpassing’ reeds aangegeven, hebben verder zowel de landschapsdeskundigen van de provincie Limburg als de LKM-commissie ingestemd met het landschappelijk inpassingsplan. Bij deze toetsing is ook gekeken hoe omgegaan is met diverse beleidsmatige en ontwerpuitgangspunten waaronder de strenge voorwaarden. Voor het overige wordt verwezen naar het gestelde onder het bovenstaande kopje ‘Aantasting landschap/landschappelijke versnippering/geen goede landschappelijke inpassing’. Reclamant 3. Het zonnepark leidt volgens reclamant tot inefficiënt gebruik van de schaarse landbouwgrond. Het agrarisch perceel ODLOO-F-730 komt volgens reclamant geïsoleerd te liggen en is relatief klein om te bewerken.
Schaduw- en wortelschade veroorzaakt door diverse soorten aanplant aan alle vier de zijden van het perceel leiden volgens reclamant tot een verminderde gewasopbrengst. Deze landschapselementen blijven behouden na de exploitatieperiode. Dus zelfs als het zonnepark na 30 jaar ontmanteld wordt en verdwijnt, dan blijven schaduw- en wortelschade van de diverse aanplantingen een probleem en blijft de ligging van het landbouwperceel geïsoleerd van de andere dan weer vrijgekomen landbouwgronden doordat het perceel omringd wordt door de aangeplante hagen, heestergroepen aan drie zijden en bomen aan de kopse kant, aldus reclamant.
17
Nota van Zienswijzen
Antwoord gemeente Inkomensschade. Mocht er sprake zijn van inkomensschade als gevolg van het afgeven van de omgevingsvergunning dan bestaat de mogelijkheid om een aanvraag voor planschade (nadeelcompensatie) in te dienen. De wetgever voorziet in hoofdstuk 6 Financiële bepalingen van de Wet ruimtelijke ordening in combinatie met artikel 4.17 Invoeringswet Omgevingswet in een tegemoetkoming voor inkomensschade bij de verlening van de omgevingsvergunning. Mocht hier sprake van zijn dan kan reclamant altijd een aanvraag om planschade bij de gemeente indienen. Blijkt dat er daadwerkelijk sprake is van inkomensschade dan zal reclamant hier financieel in tegemoet worden gekomen. Reclamant 4. De ontsluiting van het landbouwperceel voor grote landbouwvoertuigen is volgens reclamant ook na de ontmanteling – over 30 jaar – lastig vanwege deze blijvende beplanting. Antwoord gemeente Ontsluiting. In de huidige situatie staat langs het grootste gedeelte aan de noordzijde van het perceel ODLOO-F-730 reeds een bomenrij. Bij het doortrekken van deze bomenrij naar het oosten zal rekening worden gehouden met de toegang voor grote landbouwvoertuigen tot het perceel. Reclamant 5. De hekwerken worden volgens reclamant pal in de grenzen aangelegd waardoor de bewerkbaarheid van het perceel ODLOO-F-730 verslechterd. Er kan niet meer tot in de perceelgrens worden gewerkt.
Er zal een stukje van het hekwerk af moeten worden gewerkt. Antwoord gemeente Hekwerk. Uit de technische tekeningen behorende bij de ontwerp-omgevingsvergunning blijkt duidelijk dat het hekwerk niet op de grens van het perceel ODLOO-F-730 is gepland. Het hekwerk is aan de oost-, west- en zuidzijde op een afstand van meer dan 5 meter van de perceelsgrens gepland. Gelet hierop leidt het geplande hekwerk dus niet tot beperkingen bij het bewerken van het perceel ODLOO-F-730 met grote landbouwwerktuigen. Reclamant 6. Er worden natuurlijke mengsels ingezaaid, een keverbank aangelegd en andere meer natuurlijke vormen van grondgebruik voorzien waardoor kruiden die in het zonnepark groeien waarvan de zaden zich volgens reclamant verspreiden en ook op het perceel ODLOO-F-730 zullen komen. Die zijn in de landbouwkundige exploitatie ongewenst waardoor het waarschijnlijk is dat er extra gewasbeschermingsmiddelen gebruikt moeten worden. Dit is duurder en leidt tot lagere opbrengsten en tot schade en is ongewenst, aldus reclamant. Antwoord gemeente Inkomensschade. Zie het antwoord onder 3.
18
Nota van Zienswijzen
Reclamant 7. De mogelijkheid om het perceel in droge perioden te beregenen wordt volgens reclamant ernstig beperkt. Op het perceel zelf ligt geen geregistreerde grondwaterput. In de directe omgeving liggen er meerdere. Die putten liggen allemaal in het zonnepark en daarmee vervalt deze mogelijkheid. Dat beregend moet worden in droge perioden blijkt alleen al uit de aanwezige grondwaterputten in de directe nabijheid. Stel dat er een put geslagen wordt op het perceel van reclamant dan vormt roestvorming op de zonnepanelen door ijzerhoudend water een probleem, aldus reclamant. Antwoord gemeente Beregenen. Er ligt een beregeningsput ten oosten van het perceel ODLOO-F-730. Deze put ligt in de landschappelijke inpassing van het zonnepark en is niet omsloten met een hekwerk. Het perceel is daarmee vrij toegankelijk. Reclamant kan dus van deze beregeningsput gebruik maken. Wat betreft het ijzerhoudend grondwater kan het volgende gesteld worden. Een agrariër mag zijn perceel beregenen, maar hij mag daarbij geen schade of hinder veroorzaken op het perceel van een ander. Dit is geregeld in het burenrecht in het Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 5:37 BW stelt: ‘De eigenaar van een erf mag niet in een mate of op een wijze die onrechtmatig is, aan eigenaars van andere erven hinder toebrengen zoals door het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen, door het onthouden van licht of lucht of door het ontnemen van steun.’ Er is geen sprake van een limitatieve opsomming, dus het verspreiden van water door beregening kan hier ook onder geschaard worden. Dit betekent dat: -
-
Als door de beregening van perceel ODLOO-F-730 structureel de gronden van het zonnepark worden geraakt en het zonnepark ondervindt daar nadelige gevolgen van (bijvoorbeeld roestvorming op de zonnepanelen) dan kan dit als onrechtmatige hinder worden aangemerkt. Er kan sprake zijn van een onrechtmatige daad als aangetoond kan worden dat de hinder buitensporig is en niet redelijkerwijs te verwachten was.
Kortom, bij normaal gebruik van de sproei-installatie worden er geen nadelige gevolgen toegebracht aan het zonnepark. Dit houdt in dat de sproei-installatie op de algemeen gangbare tijden (ochtenden en avonden) gebruikt wordt, de waterstraal zoveel mogelijk binnen het eigen perceel blijft en niet direct op de zonnepanelen gericht is. Initiatiefnemer heeft aangegeven graag met reclamant in gesprek te gaan om de risico's te minimaliseren. Tevens is initiatiefnemer bereid om te investeren in het beregeningssysteem van reclamant om dit te ondersteunen, mocht hier aanleiding toe bestaan. Ten slotte wordt wat betreft de beregening van het perceel ODLOO-F-730 nog het volgende opgemerkt. Na overleg met verschillende experts (waaronder Wildkamp en Smits B.V.) is gebleken dat er met haspels voldoende flexibiliteit is om deze zo te plaatsen dat de waterstraal niet direct
19
Nota van Zienswijzen
op de zonnepanelen terechtkomt. Dit wordt extra ondersteund door de bufferzone van 5 meter die zich bevindt tussen de perceelsgrens en de zonnepanelen en zoals weergegeven op de technische tekening (bijlage 1 van de ruimtelijke onderbouwing). Daarnaast zijn er aanvullende maatregelen mogelijk om het resterende risico te beperken. Om ervoor te zorgen dat het gehele perceel gelijkmatig en efficiënt van water wordt voorzien, kan de haspel bijvoorbeeld uitgerust worden met sectorcontrol (zoals de Raindancer van Smits B.V.). Sectorcontrol maakt het mogelijk om het kanon elektronisch af te stellen, zodat ook onregelmatige percelen die geen rechte vormen hebben, beregend kunnen worden zonder dat water buiten de perceelsgrenzen terechtkomt. Deze technologie maakt het ook mogelijk om objecten, zoals woningen, in het perceel te omzeilen zodat deze niet nat worden. Reclamant 8. De uitsluiting van het perceel van reclamant uit het zonnepark leidt volgens reclamant niet alleen tot inefficiënt gebruik van landbouwgrond, maar versterkt ook de verrommeling van het landschap. Het perceel van reclamant vormt als het ware een ‘gat’ in het zonnepark, welk beeld versterkt wordt door de omringende hekken, hagen en begroeiingen aan drie zijden van het perceel en de bomenrij aan de kopse kant, aldus reclamant. Antwoord gemeente Verrommeling landschap.
Zie het antwoord onder het kopje ‘Aantasting landschap/landschappelijke versnippering/geen goede landschappelijke inpassing’. Reclamant 9. Het landschap raakt met de komst van het zonnepark volgens reclamant versnipperd. Het zonnepark vormt geen aaneengesloten geheel door de ligging van het perceel ODLOO-F-730 in het midden en daarnaast doordat het zonnepark door de Kleine Bergerweg wordt doorkruist. Het lijkt erop alsof het landelijk beleid om versnippering van natuur te voorkomen niet van toepassing is in dit gebied, aldus reclamant. Antwoord gemeente Versnippering landschap. De gronden waarop het zonnepark is gepland liggen in het geldende bestemmingsplan “Buitengebied Roerdalen – 2e herziening’. Ter plaatse geldt de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden - 1’. Gelet op deze bestemming wordt er dus geen natuurgebied aangetast. Voor zover reclamant bedoelt de aantasting van het landschap wordt verwezen naar het antwoord onder het bovenstaande kopje ‘Aantasting landschap/landschappelijke versnippering/geen goede landschappelijke inpassing’. Reclamant 10. De bezoekers van het tegenover het landbouwperceel gelegen bezoekersinformatiepunt kunnen volgens reclamant overlast geven, omdat er geen parkeerterrein is voorzien voor het geplande bezoekersinformatiepunt.
Dus moeten de bezoekers volgens reclamant uitwijken naar andere parkeermogelijkheden en gaan zij parkeren in de bermen (tussen de bomen)
20
Nota van Zienswijzen
waardoor de toegang tot het perceel ODLOO-F-730 voor landbouwvoertuigen belemmerd wordt. Antwoord gemeente Overlast door bezoekersinformatiepunt. Het bezoekersinformatiepunt waar reclamant op doelt, grenst aan de Kleine Bergerweg. Dit is een recreatieve route waar de auto te gast is. Het informatie- en rustpunt is ingericht voor wandelaars en fietsers die gebruik maken van deze recreatieve route. De inrichting van het informatie- en rustpunt staat weergegeven op pagina 24 van het Landschapsplan (bijlage 2 van de ruimtelijke onderbouwing). De inrichting en het doel van het informatie- en rustpunt maakt het onwaarschijnlijk dat mensen een gericht bezoek met de auto brengen aan het informatie- en rustpunt. Ook worden er geen verwijzingsborden geplaatst om bezoekers te trekken. Daarnaast ligt, zoals hiervoor reeds vermeld, het informatie- en rustpunt aan de Kleine Bergerweg waar de auto te gast is. Het meeste autoverkeer zal daarom gebruik maken van de Grote Bergerweg. Een impulsief bezoek aan het informatie- en rustpunt met de auto zal dus ook niet snel aan de orde zijn. Mede omdat het informatie- en rustpunt niet met verwijzingsborden wordt aangegeven. Gelet op het voorgaande worden parkeerproblemen en dus de belemmering van de toegang tot het perceel ODLOO-F-730 als gevolg van het informatie- en rustpunt niet verwacht. Reclamant 11.
Mogelijk waait volgens reclamant zwerfafval van de bezoekers op het landbouwperceel en betreden onbevoegden (bezoekers van het informatiepunt) het perceel om beter zicht te hebben op het zonnepark en de daar aanwezige kleine zoogdieren als dassen en vogels als patrijzen. Als bezoekers het landbouwperceel betreden dan vertrappen zij de landbouwgewassen hetgeen tot een verminderde opbrengst leidt, aldus reclamant. Antwoord gemeente Zwerfafval. Uit artikel 10.1 van de Wet milieubeheer volgt dat iedereen, dus ook een bezoeker van het informatiepunt, er voor moet zorgen dat er geen nadelige gevolgen voor het milieu zijn of komen door handelingen met afvalstoffen. Dit betekent dus dat het wettelijk niet is toegestaan om afval op de grond te gooien, waardoor zwerfafval ontstaat. Verder volgt uit artikel 5:22 Burgerlijk Wetboek dat: “Wanneer een erf niet is afgesloten, mag een ieder er zich op begeven, tenzij de eigenaar hiervan schade of hinder kan ondervinden of op duidelijke wijze kenbaar heeft gemaakt dat het verboden is zonder zijn toestemming zich op het erf te bevinden.” Kortom, het is weliswaar wettelijk toegestaan om het perceel ODLOO-F-730 te betreden, maar er mag geen schade aan de gewassen toegebracht worden. Om betreding te voorkomen kan bijvoorbeeld een bord geplaatst worden of een hekwerk. Reclamant
21
Nota van Zienswijzen
12. Door de slechte communicatie van de Solar Provider Group met reclamant als belanghebbende is het landbouwperceel uitgesloten van het zonnepark. Dit had volgens reclamant voorkomen kunnen worden wanneer de Solar Provider Group vanaf het begin duidelijk en volledig zou hebben gecommuniceerd. Daarnaast had de Solar Provider Group volgens reclamant, op het moment dat de planvorming zodanig gevorderd was dat het duidelijk werd dat het perceel ingesloten zou worden door het nieuwe zonnepark, dit aan reclamant moeten aangeven en reclamant gezien de geïsoleerde ligging van het landbouwperceel alsnog bij de projectontwikkeling moeten betrekken. Dit is niet gebeurd. Antwoord gemeente Communicatie. Initiatiefnemer heeft in 2021 verschillende pogingen gedaan om reclamant te bereiken en reclamant bij het project te betrekken. Dit is in eerste instantie geprobeerd via de rentmeester van reclamant. Toen er uiteindelijk direct contact was met reclamant (april 2023) was het te laat om het perceel nog toe te voegen. Initiatiefnemer heeft namelijk in december 2022 een positieve reactie ontvangen op het principeverzoek. Vanaf dat moment was het niet meer mogelijk om het besluitgebied aan te passen. Aanpassen van het besluitgebied zou immers betekenen dat er sprake was van een initiatief dat niet gelijktijdig beoordeeld was met de overige initiatieven uit de tender.
Om het perceel toe te kunnen voegen, zou de hele tender opnieuw opengesteld moeten worden. Uit hoofdstuk 5 ‘Voorwaarden voor de ontwikkeling van zonnevelden’ in het ‘Beleidskader Zonne- en Windenergie Gemeente Roerdalen 2021-2030’ volgt namelijk dat uitsluitend initiatieven die de hoogste scoren behalen, mogen worden uitgewerkt. Dit zijn dus de initiatieven waar principemedewerking aan is verleend. Reclamant 13. Een meer logische en efficiënte oplossing zou volgens reclamant zijn geweest om perceel ODLOO-F-730 te integreren in het zonnepark, waardoor 1,36 hectare extra zonnepanelen geplaatst zouden kunnen worden dan wel aan de noord- of oostzijde van het zonnepark 1,36 hectare minder zonnepanelen te plaatsen waardoor een compacter zonnepark ontstaat. Antwoord gemeente Perceel ODLOO-F-730 opnemen in zonnepark. Zie het antwoord onder het bovenstaande kopje ‘Communicatie’. Reclamant 14. Het geplande zonnepark leidt volgens reclamant tot een substantiële waardedaling van het perceel ODLOO-F-730. Schade ontstaat door de geïsoleerde ligging en vermindering van de agrarische bruikbaarheid van het perceel etc.. De Solar Provider Group heeft volgens reclamant onvoldoende rekening gehouden met de belangen van reclamant als grondeigenaar. Antwoord gemeente
22
Nota van Zienswijzen
Waarderdaling perceel ODLOO-F-730. Mocht er sprake zijn van een waardedaling van de betreffende onroerende zaak als gevolg van het afgeven van de omgevingsvergunning dan bestaat de mogelijkheid om een aanvraag voor planschade (nadeelcompensatie) in te dienen. De wetgever voorziet in hoofdstuk 6 Financiële bepalingen van de Wet ruimtelijke ordening in combinatie met artikel 4.17 Invoeringswet Omgevingswet in een tegemoetkoming in de vermindering van de waarde van een onroerende zaak bij de verlening van de omgevingsvergunning. Mocht hier sprake van zijn dan kan reclamant altijd een aanvraag om planschade bij de gemeente indienen. Blijkt dat er daadwerkelijk sprake is van een waardedaling dan zal reclamant hier financieel in tegemoet worden gekomen. Reclamant 15. Volgens reclamant is het onduidelijk wat de invloed is van de recente uitspraak van de rechter van 22 januari 2025 over de uitstoot van stikstof in de nabijheid van een Natura 2000-gebied. Antwoord gemeente Uitspraak 22 januari 2025. Verondersteld wordt dat reclamant de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 22 januari 2025 bedoelt inzake Greenpeace Nederland versus de Nederlandse Staat. Deze uitspraak heeft geen invloed op het project. Uit de uitgevoerde stikstofberekening (bijlage 7 bij de ruimtelijke onderbouwing) volgt immers dat zowel de aanleg- als gebruiksfase geen resultaten kent voor de betreffende situatie.
De ontwikkeling van het zonnepark heeft hiermee geen significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van omliggende Natura 2000-gebieden. Subsidiaire zienswijze Reclamant De subsidiaire zienswijze van reclamant is de gedeeltelijke vernietiging van de ontwerp verklaring van geen bedenkingen. De gedeeltelijke aanpassing van de ontwerp verklaring van geen bedenkingen zou naar mening van reclamant inhouden dat een gedeelte van het zonnepark – te weten de panelen aan de oostzijde van het landbouwperceel – komt te vervallen. Het perceel komt dan slechts aan één zijkant tegen het zonnepark aan te liggen. Alhoewel ook deze opstelling van het zonnepark schade oplevert aan het landbouwperceel, waarvoor reclamant gecompenseerd zal moeten worden door de gemeente Roerdalen en/of de Solar Provider Group, zal deze schade aanmerkelijk minder zijn dan wanneer het landbouwperceel aan vier zijden door het zonnepark omgeven wordt en volledig in het plangebied ligt, aldus reclamant. Antwoord gemeente Deels verlenen VVGB. Er bestaat geen aanleiding om de verklaring van geen bedenkingen (VVGB) maar gedeeltelijk te verlenen. Een gedeeltelijke verlening betekent dat de VVGB deels geweigerd wordt. Uit artikel 6.5 lid 2 van het Besluit omgevingsrecht volgt dat een VVGB alleen geweigerd kan worden in het belang van een goede ruimtelijke ordening.
Dit betekent dat er sprake moet zijn van ruimtelijke argumenten om de VVGB deels te kunnen weigeren. Hier is echter geen sprake van.
23
Nota van Zienswijzen
Mocht er verder sprake zijn van inkomensschade dan wel waardedaling van de betreffende onroerende zaak als gevolg van het afgeven van de omgevingsvergunning dan bestaat de mogelijkheid om een aanvraag voor planschade (nadeelcompensatie) in te dienen. Zie verder het antwoord onder het bovenstaande kopje ‘Waardedaling perceel ODLOO-F-730’. Tertiaire zienswijze Reclamant De tertiaire zienswijze van reclamant is het aanpassen van de ontwerp verklaring van geen bedenkingen door ODLOO-F-730 aan het plan toe te voegen en indien gewenst aan de noord- of oostzijde van het plangebied 1,36 ha zonnepanelen te laten vervallen. Op deze wijze wordt een compacter zonnepark gerealiseerd dat beter in de omgeving en het landschap zal passen. Het perceel ODLOO-F-730 bevindt zich niet in een uitsluitingsgebied Zon en kan dus zonder probleem aan het plan toegevoegd worden. Een andere optie is dat het perceel gebruikt zou kunnen worden voor de bezoekers van het informatiecentrum, aldus reclamant. Antwoord gemeente Perceel ODLOO-F-730 opnemen in besluitgebied. De initiatiefnemer van dit zonnepark heeft bij de gemeente een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning. De raad dient een besluit te nemen over het verlenen van de definitieve verklaring van geen bedenkingen op basis van deze aanvraag.
Immers, uit de jurisprudentie1 blijkt dat indien een project op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking nopen, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Om de volgende reden is het op voorhand niet duidelijk dat door het toevoegen van het perceel ODLOO-F-730 een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Het toevoegen van het perceel ODLOO-F-730 zou betekenen dat de aanvraag afwijkt van het initiatief waar het college van burgemeester en wethouders op 6 december 2022 principemedewerking aan heeft verleend. Deze principemedewerking is gebaseerd op de beoordeling door de destijds daartoe ingestelde adviesgroep. De voorgestelde toevoeging van het perceel ODLOO-F-730 is niet ter beoordeling voorgelegd aan de adviesgroep en kan dus niet zonder meer toegevoegd worden aan het besluitgebied. Wanneer het betreffende perceel toegevoegd wordt dan dient de tender opnieuw opengesteld te worden, zodat alle initiatiefnemers weer de kans hebben om hun eventueel gewijzigd initiatief te laten beoordelen door de adviesgroep.
Het opnieuw openstellen van de tender kan dus tot gevolg hebben dat het aangepaste zonnepark van initiatiefnemer een te lage score behaalt als gevolg van de toevoeging. Op dat moment kan er geen principemedewerking meer verleend worden aan het initiatief. Een eventuele aanvraag van initiatiefnemer voor het gewijzigde plan zal dan geweigerd worden.
1 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de ABRvS van 23 januari 2019, 201804681/1/A1, ECLI:NL:RVS:2019:178.
24
Nota van Zienswijzen
Conclusie Deze zienswijze geeft geen aanleiding om wijzigingen aan te brengen in het ontwerpbesluit en wordt ongegrond verklaard.
Zienswijze 2 Reclamanten Reclamanten stellen dat in het raadsvoorstel de raad is voorgehouden dat in de ruimtelijke onderbouwing is aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en dat er daarom geen weigeringsgronden aanwezig zijn die het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen in de weg staan. Hierop afgaande heeft de raad volgens reclamanten een ontwerp verklaring van geen bedenkingen afgegeven. Reclamanten zijn het hier niet mee eens en verzoeken de raad de definitieve verklaring van geen bedenkingen te weigeren in het belang van een goede ruimtelijke ordening. De argumenten hiervoor zijn opgenomen onder A. tot en met H. A. Ondeugdelijk beleidskader Zonne- en Windenergie Gemeente Roerdalen en ondeugdelijke beoordelingsmatrix. In de aan de raad verstrekte informatie is gesteld (zie beantwoording emailvraag over de procedures Zon op land en de rol van de gemeenteraad hierin d.d. 6 december 2022) dat de raad met de vaststelling van het beleidskader ‘Zonne- en windenergie gemeente Roerdalen’ de ruimtelijke kaders heeft bepaald voor de realisatie van een zonnepark. Gesteld wordt ‘Als de aanvraag voor een zonnepark voldoet aan het beleidskader en voldoende scoort in de beoordelingsmatrix dan voldoet het plan aan de door de raad vastgestelde eisen.
Dit kan niet leiden tot een ruimtelijk argument om de VVGB te weigeren.’ Dit is naar mening van reclamanten niet juist. Dat zou namelijk betekenen dat het voor belanghebbenden zoals reclamanten onmogelijk zou zijn om het beleidskader en de beoordelingsmatrix in een zienswijze en vervolgens eventueel bij de rechter ter discussie te stellen. Reclamanten hebben geen bezwaar kunnen maken tegen het beleidskader en de beoordelingsmatrix, omdat beleidsregels niet voor bezwaar en beroep vatbaar zijn. Om deze reden kunnen reclamanten in deze zienswijze het beleidskader en de beoordelingsmatrix wel degelijk nog aan de orde stellen en heeft u als gemeenteraad nog wel degelijk de mogelijkheid om dit te betrekken in uw overwegingen of sprake is van een goede ruimtelijke ordening en of u een definitieve verklaring van geen bedenkingen afgeeft. U zult u besluit ook afdoende moeten motiveren op basis van een afweging of het zonnepark voldoet aan het criterium van een goede ruimtelijke ordening. Eventuele door de gemeente met de aanvrager/ontwikkelaar Solar Provider Group gemaakte afspraken, doen er niet aan af dat u zorgvuldig moet afwegen en afdoende moet motiveren of het Zonnepark Kleine Bergerweg voldoet aan het criterium van een goede ruimtelijke
25
Nota van Zienswijzen
ordening. Overigens plegen gemeentebesturen in hun afspraken met aanvragers/ontwikkelaars ook een gedegen voorbehoud op te nemen dat zij niet kunnen instaan voor afgifte van een verklaring van geen bedenkingen, omdat dit een bevoegdheid is van de gemeenteraad alsook een voorbehoud dat belanghebbenden zienswijzen mogen indienen en (hoger) beroep mogen instellen en dat dit eveneens aanleiding kan zijn om de aanvraag alsnog te weigeren. Reclamanten zijn van mening dat het gemeentelijke beleidskader en de beoordelingsmatrix ten onrechte onvoldoende kaders bevatten om tot een gedegen selectieprocedure en keuze te komen. Reclamanten zijn van mening dat de opgenomen kaders onvoldoende geschikt zijn om te kunnen beoordelen of een locatie vanuit ruimtelijk oogpunt geschikt en aanvaardbaar is. Reclamanten zijn van mening dat in de beoordelingsmatrix onvoldoende ruimtelijke beoordelingscriteria zijn opgenomen. De beoordelingscriteria gaan over de passendheid binnen het landschap (1), landschappelijke inpassing (2), meervoudig ruimtegebruik (3), toevoeging meerwaarde (4), borging onderhoud, ontmanteling meerwaarde, coöperatieve realisatie, participatie bij planontwikkeling (5). Er zijn bijvoorbeeld geen of onvoldoende criteria opgenomen om te kunnen beoordelen welk plan het beste past gezien de in de directe omgeving reeds aanwezige functies en activiteiten.
Er zijn onvoldoende criteria opgenomen om te kunnen beoordelen welk plan de minste kans geeft op beperkingen voor de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden of anderszins tot hinder of schade voor agrarische bedrijven en omwonenden in de omgeving van het besluitgebied. Er zijn onvoldoende criteria opgenomen om te beoordelen welke locatie het beste voldoet aan de Regionale Energiestrategie en aan rijks, provinciaal en gemeentelijk beleid, waaronder de voorkeursvolgorde voor zon (ook wel zonneladder genomen) die zowel in rijksbeleid als in de Omgevingsvisie Limburg is opgenomen. Er zijn onvoldoende criteria opgenomen ten aanzien van het gebruik waarvoor de locatie is bestemd (in casu agrarisch) en de wenselijkheid om de locatie voor de komende 30 jaar aan dat bestemde gebruik te onttrekken. Er zijn onvoldoende criteria opgenomen op het gebied van milieu (schittering vanaf de panelen, geluid, bodemkwaliteit etc.), cultuurhistorie, archeologie etc. . Al deze voor een goede ruimtelijke ordening relevante criteria ontbreken en zijn bijgevolg niet meegewogen in de beoordelingsmatrix en derhalve ook niet bij de keuze van de locatie. De keuze voor ‘Zonnepark Kleine Bergerweg’ is naar de mening van reclamanten alleen reeds om deze reden onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd en getuigt niet van een goede ruimtelijke ordening.
Bovendien is aan een aantal ‘strenge voorwaarden’ niet voldaan. Reclamanten verwijzen in het bijzonder naar strenge voorwaarde 1, inhoudend dat het te ontwikkelen zonnepark moet passen in de schaal, de sfeer en de maatvoering van het landschap waar het zonnepark deel van gaat uitmaken. Hieraan is naar de mening van reclamanten niet voldaan nu gekozen is
26
Nota van Zienswijzen
voor een locatie gelegen binnen een volgens het RES voor een zonnepark nauwelijks geschikt veldenlandschap. Antwoord gemeente ‘Beleidskader Zonne- en Windenergie Gemeente Roerdalen 2021-2030’ / beoordelingsmatrix. Ten eerste kan door reclamanten uitsluitend een zienswijze worden ingediend op de ontwerp omgevingsvergunning/ontwerp verklaring van geen bedenkingen behorende bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning Zonnepark Kleine Bergerweg. Het ‘Beleidskader Zonne- en Windenergie Gemeente Roerdalen 2021-2030’ en de bijbehorende beoordelingsmatrix maken geen onderdeel uit van deze aanvraag. Op sec het Beleidskader en de bijbehorende beoordelingsmatrix kan binnen deze procedure dus geen zienswijze worden ingediend. Verder is de wijze waarop het Beleidskader en de beoordelingsmatrix tot stand zijn gekomen, en hoe de beoordeling van de ingediende initiatieven heeft plaatsgevonden, binnen het kader van deze vergunningsprocedure, ruimtelijk niet relevant. Voor zover de zienswijze van reclamanten betrekking heeft op het voornoemde, wordt deze voor kennisgeving aangenomen. Ten tweede heeft de raad heeft op 15 juli 2021 het ‘Beleidskader Zonne- en Windenergie Gemeente Roerdalen 2021-2030’ vastgesteld. Na vaststelling van de beoordelingsmatrix door de raad op 3 februari 2022 is een uitvraag aan de markt gedaan om zonnepark initiatieven in te dienen.