CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Gemeenteraad 4 juli 2024, gemeente Roerdalen30.739 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

6. Het besluit tot opheffing bepaalt wanneer de opheffing ingaat, onverminderd het bepaalde in artikel 74 jo. 9, derde lid, en artikel 26 van de wet.

HOOFDSTUK IX – SLOTBEPALINGEN Artikel 25 – Duur van de centrumregeling De centrumregeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 26 – Bekendmaking en evaluatie van de centrumregeling 1. De centrumregeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2024. 2. De inhoud en werking van de centrumregeling zullen één keer per twee jaar geëvalueerd worden. Het portefeuillehoudersoverleg zal daartoe een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers voorleggen. 3. Het college van de centrumgemeente maakt de centrumregeling overeenkomstig artikel 74 jo. 26 van de wet bekend in het door de centrumgemeente uitgegeven Gemeenteblad. 4. Het bepaalde in het derde lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging of opheffing van de centrumregeling, alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding. 5. De centrumgemeente is belast met de registratie van de centrumregeling overeenkomstig artikel 74 jo. 26, tweede lid, van de wet.

Artikel 27 – Citeerwijze De centrumregeling wordt aangehaald als Centrumregeling RES NML.

Voor: Van: Betreft: Datum:

BO RES NML Kwartiermaker aangepaste reactie op zienswijzen naar aanleiding van BO 25 januari 2024 29 februari 2024

1.0 Aanleiding De 15 gemeenteraden in de regio Noord- en Midden Limburg, Provinciale Staten van Limburg en het algemeen bestuur van het Waterschap Limburg hebben inmiddels besloten omtrent het al dan niet indienen van een zienswijze op het voorstel tot het treffen van de centrumregeling RES NML. Daarbij heeft 2/3e van de deelnemers (11 van de 17) besloten om geen zienswijze in te dienen. Het gaat daarbij om de raden van de gemeenten Venray, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Beesel, Roermond, Nederweert, Maasgouw, Roerdalen, Leudal, het Waterschap Limburg en de Provincie Limburg. De overige raden hebben één of meerdere zienswijzen ingediend. In deze reactienota worden deze zienswijzen één voor één besproken. Ook wordt per onderdeel vermeld of er een wijziging van de centrumregeling RES NML wordt voorgesteld.

2.0 Ingekomen zienswijzen

2.1 Zienswijze gemeenteraad van Bergen De gemeenteraad van Bergen heeft een drietal zienswijzen ingediend. Deze betreffen: -

Actieve betrokkenheid raden: men wenst dat de actieve betrokkenheid van de gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het Waterschap een plek krijgt in de centrumregeling. Daarbij wordt gedacht aan de verplichting tot een regelmatig, minimaal jaarlijks, overleg met de gemeenteraden die zijn vertegenwoordigd in de Regionale Raadswerkgroep Limburg-Noord, waarvoor de Midden-Limburgse gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur alsdan worden uitgenodigd;

Noord- en Midden Limburg Regionale Energiestrategie

resnml@venlo.nl

-

Jaarlijkse verantwoording: de verantwoording van de jaarrekening en jaarverslagen wenst men niet enkel te agenderen in het portefeuillehoudersoverleg, maar ook in de vergaderingen van de gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het Waterschap, en;

-

Kaderstellende taken: tot slot wenst men dat in de regeling wordt opgenomen hoe de gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het Waterschap actief kaders kunnen blijven stellen voor de in de centrumregeling genoemde taken.

2.2 Motie Echt-Susteren De gemeenteraad van Echt-Susteren heeft geen zienswijze ingediend, maar een motie aangenomen. In de motie verzoekt de gemeenteraad het college: 1. Om in de centrumregeling op te nemen dat de bijdrage per inwoner jaarlijks door het college opnieuw wordt vastgesteld, en; 2. De vaststelling van de bijdrage plaatsvindt op basis van een conceptbegroting van de RES-NML.

2.3 Amendement Gennep De gemeenteraad van Gennep heeft een amendement aangenomen op grond waarvan wordt voorgesteld om de centrumregeling op twee onderdelen aan te scherpen: -

Uitvoering door centrumgemeente: In de eerste plaats bestaan er zorgen over het toezicht en de wijze waarop de centrumgemeente Venlo uitvoering gaat geven aan de aan haar toevertrouwde basistaken. Belangrijk is dat de uitvoering moet passen binnen de vastgestelde RES ambities/opgaven en dat de deelnemende partners moeten kunnen blijven sturen op de uitvoering van de basistaken. Verzocht wordt om dit te borgen in de centrumregeling. Tevens wordt verzocht om het agenda-overleg te laten bestaan uit vier portefeuillehouders die jaarlijks rouleren onder de deelnemende partners. Op deze wijze zou de betrokkenheid, deelname en inbreng onder de deelnemende partners worden vergroot;

-

Uittreedtermijn van 1 jaar: ook wenst men de uittreedperiode te verkorten naar één jaar, voor het eerst op 1 januari 2025. In dat kader acht men het ook wenselijk om de partners jaarlijks (schriftelijk) te informeren over de verrichte activiteiten en behaalde resultaten uit de centrumregeling.

Noord- en Midden Limburg Regionale Energiestrategie

resnml@venlo.nl

2.4 Zienswijze Mook en Middelaar De gemeenteraad van Mook en Middelaar heeft een tweetal zienswijzen ingediend: -

Aanpassing van de jaarlijkse bijdrage: graag ziet de gemeenteraad van Mook en Middelaar dat de jaarlijkse bijdrage wordt teruggebracht naar € 1,75 per inwoner en dat het verschil van de thans in de regeling opgenomen bijdrage (€ 2,60) en het rondkrijgen van de begroting wordt gefinancierd door afspraken met de Provincie en het Waterschap;

-

Concrete doelen: graag verneemt men of het mogelijk is om concretere doelen voor de samenwerking te formuleren.

2.5 Amendement Venlo De gemeenteraad van Venlo heeft via een amendement de volgende zienswijze ingediend: -

Aansprakelijkheid: graag wenst men een duidelijk beeld te krijgen van de juridische aansprakelijkheid van de centrumgemeente en de overige gemeenten;

-

Plus-pakket: graag ontvangt men een duidelijker beeld over de doelen en werkwijze van het plus-pakket;

-

Actieve informatievoorziening besteding jaarlijkse bijdrage: graag ziet men een jaarlijkse onderbouwing van de investering van € 2,60 per inwoner, waarbij de bijdragen en voortgang van de deelnemende gemeenten vergeleken kunnen worden. Ook wenst men inzage in de jaarrekening en jaarverslagen door de Raden;

-

Informatievoorziening: ten aanzien van de informatievoorziening wordt verzocht om de relatie tot de Omgevingswet, het Ruimtelijk Arrangement, de Delta Rhine Corridor en andere tendensen in de landelijke wetgeving nadrukkelijk mee te nemen;

-

Samenwerking RES regio Zuid-Limburg: samenwerking met de RES regio Zuid-Limburg is altijd mogelijk, maar deze centrumregeling is er niet voor bedoeld om te bewerkstelligen dat ZuidLimburg de doelstellingen voor 2030 kan halen;

-

Burgerparticipatie: hoewel burgerparticipatie niet van toepassing is, is het handig om te bekijken of er verbanden te leggen zijn;

-

Adviescommissie: graag wenst men dat er in de centrumregeling wordt meegedacht over en meegewerkt wordt aan een adviescommissie. Verwezen wordt naar de huidige regionale raadswerkgroep;

-

Kaderstellende taken: graag ontvangt men nadere duiding hoe de gemeenteraden kaders kunnen blijven stellen voor de in de centrumregeling genoemde taken;

-

Evaluatiemogelijkheid: graag wenst men een jaarlijkse evaluatiemogelijkheid opgenomen te zien, of zo nodig vaker op het moment dat twee of meer gemeenteraden dit willen.

Noord- en Midden Limburg Regionale Energiestrategie

resnml@venlo.nl

2.6 Zienswijze gemeente Weert De gemeenteraad van Weert heeft de volgende zienswijzen afgegeven: -

Taakuitvoering: graag wenst men in de regeling opgenomen te zien op welke wijze de centrumregeling de gemeenten daadwerkelijk kan ontlasten bij de uitvoering van de taken ten aanzien van de energietransitie;

-

Financiële verplichting: de gemeenteraad wenst dat er geen financiële verplichtingen in de centrumregeling worden opgenomen;

-

Aansprakelijkheid: graag wenst men dat in de centrumregeling wordt opgenomen waar de gemeenten (deels) aansprakelijk blijven bij taken die de centrumregeling zelf uitvoert, en;

-

Beperking reservevorming: graag wenst men dat de mogelijkheid van reservevorming wordt beperkt, omdat het overschot namelijk wordt gestald op een plaats waar de eigen raad daar geen invloed op heeft.

3.0 Reactie op zienswijzen Hieronder volgt een geclusterde reactie op de ingediende zienswijzen. Onder de streep zullen alle zienswijzen worden besproken. 3.1 Behoud kaderstellende taak van de raden De gemeenteraden van Bergen, Gennep en Venlo hebben expliciet verzocht om duidelijk in de centrumregeling op te nemen dat de kaderstellende taak van de Raden geborgd blijft. Ten aanzien van deze wens wordt in de eerste plaats opgemerkt dat de kaderstellende taak hoe dan ook bij de gemeenteraden blijft liggen en dus niet verschuift naar de centrumregeling. Dat volgt ook duidelijk uit artikel 4 van de centrumregeling: de basistaken zien enkel toe op het "voorbereiden van de besluitvorming van de deelnemers over de strategische koers en het regionale energiebeleid". Daarmee zijn en blijven het dus de deelnemers zelf die uiteindelijk beslissingsbevoegd zijn over de te volgen koers en dient de centrumgemeente bij de uitvoering van de taken deze koers te volgen. Kaderstellende bevoegdheden zijn, met andere woorden, uitdrukkelijk niet opgedragen aan de centrumregeling. Een nadere toevoeging dat de kaderstellende taak bij de Raden blijft, is dus strikt genomen niet nodig. Het voorgaande laat onverlet, dat uiteraard wel in de centrumregeling kan worden opgenomen dat de kaderstellende taken bij de raden blijven liggen.

Noord- en Midden Limburg Regionale Energiestrategie

resnml@venlo.nl

Concreet wordt aan de overwegingen het volgende zinsdeel toegevoegd (onderstreept): "Overwegende dat: •

De samenwerking daarbij is gericht op het gezamenlijk maken en uitvoeren van regionale afspraken over duurzame energie, (niet-fossiele) warmtebronnen en energiebesparing, een en ander met inachtneming van de door de deelnemers en hun vertegenwoordigende organen vastgestelde kaders;"

3.2 Concretisering van de uit te voeren taken De gemeenteraden van Weert, Venlo, Mook en Middelaar en Gennep wensen voorts om de doelen van de samenwerking, alsmede de plustaken nader te omschrijven. Bij het opstellen van de centrumregeling is getracht om de doelen van de samenwerking zo duidelijk mogelijk te omschrijven. Dit is gedaan door de samenwerking te koppelen aan de doelen van het Nationaal Klimaatakkoord. Binnen de begrenzing van het Nationaal Klimaatakkoord zal de samenwerking haar vorm krijgen. Hoewel deze begrenzing – vanzelfsprekend – ruim is, is door het bestuurlijk overleg geconcludeerd dat een nadere begrenzing niet gewenst is. De samenwerking moet namelijk juist de flexibiliteit krijgen en houden om op regionaal niveau te kunnen inspelen op de uitdagingen die de klimaat- en energietransitie met zich brengen. De concrete invulling van de doelen van de samenwerking vindt vervolgens plaats via de door het portefeuillehoudersoverleg voor te bereiden strategische koers en het regionale energiebeleid. Deze beleidsdocumenten, welke door de deelnemers en/of hun vertegenwoordigende organen zelf moeten worden vastgesteld, vormen de concrete kaders voor deze centrumregeling. Alle partners zijn daarmee gezamenlijk verantwoordelijk om de doelen zo concreet mogelijk te beschrijven in de jaarplanning en wordt vervolgens verwerkt in de begroting.

De plustaken die vervolgens binnen de samenwerking kunnen ontstaan, kunnen helaas niet aan de voorkant nader worden geconcretiseerd. Feit is echter wel dat het afnemen van een plustaak een discretionaire bevoegdheid is van iedere deelnemer en dat er voorafgaand aan het afnemen van een plustaak altijd nog aparte besluitvorming van de deelnemers is vereist. Een plustaak vereist namelijk een voorafgaande samenwerkingsovereenkomst. Een plustaak ontstaat zodoende niet "ineens". Via vooraf vast te stellen werkprogramma's en (een toelichting op) de ontwerpbegroting zal overigens ook worden getracht om zoveel mogelijk inzicht te geven over de in ontwikkeling zijnde plustaken. Overigens kan de wens voor een nadere sturing wel geplaatst worden. Voorgesteld zal daarom worden om vertegenwoordigende organen ook kennis te late nemen van de ontwerpbegroting en de jaarrekening van de RES NML (zie daarover meer in paragraaf 3.7 van deze reactienota).

Noord- en Midden Limburg Regionale Energiestrategie

resnml@venlo.nl

3.3 Borging van actieve informatievoorziening aan raden Ten aanzien van de door Bergen, Gennep, Venlo (en Weert) gewenste actievere informatievoorziening aan de raden, wordt opgemerkt dat artikel 7 van de centrumregeling al voorziet in de mogelijkheid van een actieve informatievoorziening. Ten aanzien van deze mogelijkheid wordt opgemerkt dat deze mogelijkheid al onverplicht en juist ten behoeve van de raden in de regeling is opgenomen. De Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft voor centrumregelingen namelijk geen actieve informatieplicht voor. De reden daarvan is, dat er geen bevoegdheden van de colleges of de raden worden overgedragen en de centrumregeling geen zelfstandige organen kent, waardoor de colleges direct verantwoording schuldig zijn en blijven aan hun eigen vertegenwoordigende organen. Daarmee verschilt een centrumregeling duidelijk van een "klassieke" gemeenschappelijke regeling, waar juist wel aparte organen met eigen bevoegdheden ontstaan. Door desondanks een actieve informatieplicht in de centrumregeling op te nemen, is beoogd om de raden extra te faciliteren. Het voorgaande laat onverlet, dat uiteraard wel aanvullend in de centrumregeling kan worden opgenomen hoe de inlichtingen worden verstrekt. Geborgd wordt dan ook dat de vertegenwoordigende organen jaarlijks geïnformeerd worden over de besteding van de jaarlijkse bijdragen.

Concreet betekent dit dat in artikel 7 het volgende (tweede) lid wordt toegevoegd: 2. Deze inlichtingen worden in beginsel jaarlijks verstrekt door toezending van het werkprogramma, de ontwerpbegroting en de jaarstukken. 3.4 Instelling raadsadviescommissie Voor wat betreft het verzoek van gemeente Bergen en Venlo om mee te denken over een rol voor de regionale raadsadviescommissie wordt opgemerkt dat daartoe zeker bereidheid bestaat. Wil deze raadsadviescommissie echter representatief zijn voor het gehele werkgebied van de RES NML, dan wordt wel geadviseerd om eerst te polsen of, en zo ja op welke wijze, de Raden van de Midden-Limburgse gemeenten, het algemeen bestuur van het Waterschap en Provinciale Staten van de Provincie betrokken kunnen worden bij deze adviescommissie. Voorgesteld wordt om hier, na het treffen van de centrumregeling, in het eerste portefeuillehoudersoverleg bij stil te staan. Een raadsadviescommissie hoeft immers niet geborgd te worden in de centrumregeling zelf. 3.5 Jaarlijkse bijdrage Ten aanzien van de voorgestelde jaarlijkse bijdrage van € 2,60 per inwoner, wensen de Raden van Echt-Susteren en Weert dat er in het geheel geen bedrag in de centrumregeling wordt opgenomen, maar dat er jaarlijks een bijdrage wordt vastgesteld op basis van de ontwerpbegroting. Mook en Middelaar wenst dat het jaarlijkse bedrag wordt verlaagd naar € 1,75 per inwoner.

Alle andere 14 beoogde deelnemers hebben geen zienswijze ingediend tegen de beoogde jaarlijkse bijdrage van € 2,60 per inwoner.

Noord- en Midden Limburg Regionale Energiestrategie

resnml@venlo.nl

Ten aanzien van de vraag of, en zo ja welke, bijdrage in de centrumregeling moet worden opgenomen, is bij de totstandkoming van de centrumregeling lang gesproken. Nu een centrumregeling zelf geen organen kent waardoor ieder besluit (dus ook de jaarlijkse financiële bijdrage) apart langs alle colleges moet, de continuïteit van de regeling wel geborgd dient te zijn en alle deelnemers vanuit het Rijk SPUK's hebben ontvangen, heeft het bestuurlijk overleg de voorkeur uitgesproken om een vaste bijdrage in de centrumregeling op te nemen. In een VNG-publicatie, van oktober 2023, is aangegeven dat de SPUK-middelen als structureel gezien kunnen worden en in ieder geval tot 2030 zijn opgenomen in de afspraken met het rijk1. Het bedrag van € 2,60 per inwoner tot stand gekomen op basis van het inhoudelijke jaarprogramma zoals dat is bijgevoegd en in de begroting is vertaald. Nu bovendien aanvullend in de centrumregeling wordt geborgd dat a) er geen reserves mogen worden opgebouwd (zie paragraaf 3.6), en b) de vertegenwoordigende organen van de deelnemers een mogelijkheid krijgen om te adviseren over de ontwerpbegroting, de jaarrekening en de jaarstukken (zie paragraaf 3.7), wordt voorgesteld om het bedrag van € 2,60 per inwoner te handhaven. Mocht dit bedrag namelijk (achteraf) te hoog zijn, dan wordt dit bedrag jaarlijks teruggestort.

De gemeente Mook en Middelaar geeft in haar zienswijze aan dat ook van de Provincie en het Waterschap een bijdrage wordt verwacht. Het Waterschap ontvangt geen extra middelen voor de uitvoering van het klimaatakkoord en voor de Provincie geldt dat zij beperkte middelen ontvangen voor de gehele provincie. Om deze reden is de bijdrage van deze partners in samenspraak met de gemeenten specifiek opgenomen in de centrumregeling in artikel 15, lid 2. 3.6 Reservevorming De gemeenteraad van Weert wenst dat de mogelijkheid van reservevorming wordt beperkt, omdat een eventueel overschot namelijk wordt gestald op een plaats waar de eigen raad daar geen invloed op heeft. Artikel 16 lid 5 wordt als volgt gewijzigd: Een eventueel verschil tussen de betaalde vergoeding en de werkelijk verschuldigde vergoeding wordt jaarlijks na vaststelling van de jaarrekening door de centrumgemeente terugbetaald aan de betreffende deelnemer(s). 3.7 Begroting en verantwoording De gemeenteraden van Venlo en Bergen wensen aanvullend inzicht in de voor de centrumregeling RES NML op te stellen ontwerpbegroting, de jaarrekening en de jaarstukken. Formeel vormt de begroting en de jaarrekening van RES NML een onderdeel van de totale begroting en jaarrekening van de gemeente Venlo. De centrumregeling is namelijk geen aparte organisatie, maar zal in feite een afdeling van de gemeente Venlo worden.

Een formeel recht tot het indienen van een zienswijze kan daarom niet voor de vertegenwoordigende organen van de andere deelnemers gecreëerd worden. Om toch transparantie te bevorderen, is thans in de regelingen opgenomen dat zowel de begroting als de jaarrekening en jaarstukken voorafgaand aan de vaststelling ervan door de Venlose raad, worden voorgelegd aan het portefeuillehoudersoverleg.

1

Uitvoeringsmiddelen klimaat structureel inzetbaar | VNG

Noord- en Midden Limburg Regionale Energiestrategie

resnml@venlo.nl

Op basis hiervan wordt artikel 17 lid 3 als volgt aangevuld (zie onderstreping): 3. De begroting wordt, voorafgaand aan de vaststelling daarvan, gedurende twaalf weken voor advies voorgelegd aan het portefeuillehoudersoverleg en de vertegenwoordigende organen van de deelnemers. Artikel 18 lid 2 wordt als volgt aangevuld (zie onderstreping): 2. Van de inkomsten en uitgaven van de centrumregeling wordt door het college van de centrumgemeente over elk kalenderjaar vóór 1 juli schriftelijk verantwoording afgelegd aan het portefeuillehoudersoverleg en de vertegenwoordigende organen van de deelnemers, onder overlegging van de jaarrekening met de daarbij behorende bescheiden. 3.8 Samenstelling agenda-overleg De gemeenteraad van Gennep stelt voor om het agendaoverleg uit 4 portefeuillehouders te laten bestaan, welke jaarlijks rouleren. De omvang van het portefeuillehoudersoverleg is een keuze. Thans is ervoor gekozen om het portefeuillehoudersoverleg zo klein als mogelijk te houden, om al te veel bestuurlijke drukte te voorkomen. Er wordt in beginsel vastgehouden aan de voorgestelde twee leden. Wel zal aan artikel 11 lid 1 het woord "minimaal" worden toegevoegd voor het woord "twee leden". Op die wijze verkrijgt de centrumregeling flexibiliteit om desgewenst meer leden aan het agenda-overleg toe te voegen.

3.9 Burgerparticipatie De gemeenteraad van Venlo verzoekt om te bezien of er, hoewel burgerparticipatie niet van toepassing is, te bezien of er verbanden te leggen zijn. Bij het opstellen van de centrumregeling is er duidelijk oog geweest voor de vraag of er een vorm van burgerparticipatie binnen de centrumregeling mogelijk moet worden gemaakt. Burgerparticipatie is mogelijk bij de voorbereiding, evaluatie en uitvoering van beleid (zie artikel 10 lid 7 van de Wgr). Feit is echter dat de deelnemers en hun vertegenwoordigende organen de bevoegdheid tot het vaststellen, en dus ook het evalueren van het beleid, uitdrukkelijk niet aan de centrumregeling hebben opgedragen. Nu iedere deelnemer in de toekomst over zijn eigen beleid zal blijven gaan en bevoegd blijft om het eigen beleid op ieder gewenst moment te herzien of te evalueren, past het niet om Venlo een coördinerende rol in het kader van burgerparticipatie te geven.

Noord- en Midden Limburg Regionale Energiestrategie

resnml@venlo.nl

3.10 Uittreedtermijn De gemeenteraad van Gennep stelt voor om de uittreedtermijn te verkorten van 2 naar 1 jaar. Een uittreedtermijn van één jaar zou namelijk lang genoeg zijn om reeds aangegane verplichtingen te kunnen afbouwen. Tevens wordt voorgesteld om uittreding mogelijk te maken per 1 januari 2025. Bij het opstellen van de centrumregeling is voor een zo kort mogelijke uittreedtermijn gekozen. Standaard geldt er voor gemeenschappelijke regelingen namelijk een uittreedtermijn van vijf jaar. Nu hier sprake is van een lichte samenwerkingsvorm is onderzocht of er maatwerk mogelijk is door de uittreedtermijn zo kort mogelijk te houden. Daarbij is geconcludeerd dat een uittreedtermijn van twee jaar minimaal noodzakelijk is. De reden daarvan is, dat verplichtingen door de centrumregeling moeten worden afgebouwd. Daaronder vallen onder meer personele verplichtingen die de centrumgemeente is aangegaan. De ervaring leert dat een termijn van twee jaar voor het afbouwen van personele verplichtingen minimaal noodzakelijk is. Voorgesteld wordt daarom om aan deze uittreedtermijn vast te houden. Mocht het overigens zo zijn dat er een kortere uittreedtermijn mogelijk is, dan voorziet de centrumregeling ook in de mogelijkheid om daarin te voorzien. Artikel 23 lid 4 van de centrumregeling verwijst daarnaar.

Tevens is het uitgangspunt van het bestuurlijke overleg van de RES NML om vast te houden aan de in de centrumregeling opgenomen regel dat uittreding niet mogelijk is voor 1 januari 2026. De reden daarvan is, dat de regeling niet voor 1 juli 2024 wordt getroffen. Wil de centrumregeling enige resultaten kunnen laten zien, dan is er een zeker commitment en aanloopperiode nodig. Eind oktober heeft de VNG een publicatie uitgegeven waarin staat dat de uitvoeringsmiddelen als structureel kunnen worden gezien en wordt in ieder geval zekerheid gegeven tot 2030.2 3.11 Evaluatiemogelijkheid De gemeenteraad van Venlo wenst in de centrumregeling opgenomen te zien dat de regeling jaarlijks wordt geëvalueerd en zonodig vaker indien twee of meer deelnemers dit wensen. In artikel 26 lid 2 van de centrumregeling is thans opgenomen dat de centrumregeling één keer in de twee jaar wordt geëvalueerd. Daarmee is er dus al een frequent terugkerende evaluatieverplichting in de regeling opgenomen. Een nog frequentere evaluatieplicht in de regeling opnemen wordt onwenselijk geacht, omdat de centrumregeling dan constant aan evaluatie onderhevig zal zijn. Dit komt de effectiviteit van de centrumregeling niet ten goede. Mocht het echter voorkomen dat een tussentijdse evaluatie gewenst is, dan staat niets eraan in de weg om vaker tot evaluatie te besluiten.

Daarom wordt de evaluatieregeling niet nader aangescherpt. 3.12 Aansprakelijkheid De gemeenteraden van Venlo en Weert wensen inzicht in de verdeling van de aansprakelijkheid tussen de centrumgemeente en de andere deelnemers. Ten aanzien van die vraag is het volgende relevant. De RES NML is een centrumregeling. Dat betekent dat er geen nieuwe organisatie wordt opgericht, maar dat er mandaten worden verleend aan het college van B&W van Venlo (de centrumgemeente) om de in de centrumregeling opgenomen taken namens de deelnemers uit te voeren.

2

Uitvoeringsmiddelen klimaat structureel inzetbaar | VNG

Noord- en Midden Limburg Regionale Energiestrategie

resnml@venlo.nl

Concreet brengt dit dan ook met zich dat de deelnemers zelf verantwoordelijk – en dus aansprakelijk – blijven voor hetgeen in RES-NML verband geschiedt. Het voorgaande is enkel anders voor het personeel dat door de centrumgemeente in dienst wordt genomen voor de uitvoering van de taken die bij de centrumgemeente zijn belegd. Voor deze medewerkers is en wordt de centrumgemeente verantwoordelijk en aansprakelijk. Voor de inzet van het personeel dat in dienst blijft van de deelnemers, blijven de deelnemers zelf verantwoordelijk en aansprakelijk. Mocht de centrumregeling onverhoopt met een tekort worden geconfronteerd, dan geldt overigens dat alle deelnemers gehouden zijn om in de tekorten van de centrumregeling bij te dragen.3 Deze verplichte garantstelling vormt een duidelijk verschil ten opzichte van de huidige situatie. In de huidige situatie is de gemeente Venlo als centrumgemeente namelijk geheel verantwoordelijk en aansprakelijk voor alle taken die bij haar zijn belegd. Mocht er een tekort ontstaan, dan staat Venlo in beginsel ook geheel aan de lat om dit tekort te dekken. Juridisch bestaat in de huidige situatie geen verplichting voor de andere deelnemers om aan een eventueel tekort bij te dragen.

3.13 Relatie tot andere ontwikkelingen Tot slot wenst de gemeenteraad van Venlo dat in de informatievoorziening door de RES NML nadrukkelijk andere ontwikkelingen, waaronder de Omgevingswet, het Ruimtelijk Arrangement en de Delta Rhine Corridor worden meegenomen. Ook wenst de raad van Venlo te borgen dat de RES NML niet door Zuid-Limburg wordt gebruikt om haar eigen doelstellingen te behalen. Ten aanzien van de eerstgenoemde wens wordt meegegeven dat de gevraagde monitoring hoe dan ook zal plaatsvinden, zij het dat deze monitoring in eerste instantie in gemeentelijk verband dient plaats te vinden. De centrumregeling stelt namelijk niet zelf het beleid vast, maar het zijn de deelnemers en hun vertegenwoordigende organen die beslissingsbevoegd blijven. Zij dienen bij de vaststelling van het beleid dus alle relevante ontwikkelingen in de afweging te betrekken. Waar zaken en ontwikkelingen de doelstellingen van de RES NML raken (Nationaal Klimaatakkoord), zal daar in de voorbereiding van het beleid overigens duidelijk oog voor zijn. Voor wat betreft de reikwijdte van de doelstellingen van de RES NML, wordt tot slot opgemerkt dat de centrumregeling enkel en alleen tot doel heeft om de deelnemers te faciliteren om de RES NML uit te voeren. Daarmee vallen de doelen van de RES Zuid-Limburg buiten de opgedragen taken.

De centrumregeling kan daarmee niet door Zuid-Limburg worden gebruikt om haar eigen doelstellingen te behalen.

3

Circulaire van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 8 juli 1999, kenmerk FO99/U5911.

Noord- en Midden Limburg Regionale Energiestrategie

resnml@venlo.nl

Memo Aan

Van Plaats/Datum Betreft

De beoogde deelnemers van de centrumregeling RES NML Kwartiermaker Venlo, 29 februari 2024 Toelichting centrumregeling RES NML

Geacht bestuur, Geachte colleges, Hierbij treft u de toelichting aan bij het concept voor een centrumregeling voor de Regionale Energiestrategie Noord- en Midden-Limburg ("RES NML"). In deze toelichting zal achtereenvolgens stil worden gestaan bij de volgende onderwerpen: 1) Aard, inhoud en strekking van een centrumregeling; 2) Uitgangspunten van de centrumregeling; 3) Overlegstructuren van de centrumregeling; 4) Artikelsgewijze toelichting. 1. Aard, inhoud en strekking van een centrumregeling Zoals ook volgt uit het Governance-document van de RES NML, hebben alle partners ermee ingestemd dat er een centrumregeling wordt uitgewerkt voor de RES NML. Een centrumregeling is in wezen een overeenkomst waarbij de colleges van B&W, het college van GS en het dagelijks bestuur van het Waterschap afspreken dat zij op een bepaald beleidsterrein gaan samenwerken. Een centrumregeling is daarbij een lichte vorm van samenwerking op basis van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR), omdat er geen nieuwe organisatie wordt opgericht en er geen bevoegdheden worden overgedragen. Teruggebracht naar de basis, wordt in een centrumregeling dus enkel één gemeente ("de centrumgemeente") aangewezen die voor alle bestuursorganen de taken op het gebied van de energietransitie gaat uitvoeren.

In ruil daarvoor verlenen alle aangesloten bestuursorganen aan het college van de centrumgemeente de vereiste mandaten en voldoen aan de centrumgemeente een gezamenlijk vastgestelde jaarlijkse vergoeding. Belangrijk om te vermelden is, dat het aangaan van een centrumregeling er niet toe leidt dat de deelnemende bestuursorganen hun bevoegdheden kwijt zijn. Alle bestuursorganen blijven namelijk zelf bevoegd om het (energie)beleid vast te stellen en om besluiten te nemen. Ook blijven de deelnemers zelf beschikken over de financiën. Zij laten enkel de uitvoering van de energietransitie over aan de centrumgemeente. De enige verplichting die zij bij deelname hebben, is om de uitvoering van de energietransitie, onder de in de centrumregeling omschreven voorwaarden, bij de centrumgemeente te beleggen en om in de eigen jaarlijkse begroting de overeengekomen jaarlijkse bedragen te reserveren.

Verschillen met een "gewone" overeenkomst Uit het voorgaande volgt dus dat een centrumregeling veel lijkt op een "gewone" overeenkomst. Wij merken op, dat er echter belangrijke verschillen zijn tussen een gewone overeenkomst en een centrumregeling. Een centrumregeling bevat namelijk de waarborgen van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR). Dit brengt onder meer het volgende met zich: -

-

-

-

Instemmingsrecht Raden: voor het aangaan, wijzigen en beëindigen van de samenwerking is de voorafgaande instemming van de Raden, het algemeen bestuur van het Waterschap en Provinciale Staten van de Provincie Limburg nodig; Inlichtingen en verantwoording: de colleges, gedeputeerde staten van de Provincie en het dagelijks bestuur van het Waterschap zijn inlichtingen en verantwoording schuldig aan de Raden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur over hetgeen in de centrumregeling gebeurt; Kaderstellende bevoegdheden: de Raden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur kunnen daarnaast actief kaders blijven stellen voor de taken die in mandaat bij de centrumregeling worden belegd; Duurzame samenwerking: ook kunnen de afspraken niet eenzijdig worden gewijzigd. Voor een wijziging van de afspraken is een tweederde meerderheid nodig; Subsidies aanvragen: er kunnen in mandaat namens alle deelnemers subsidies worden aangevraagd, en; Evenredige verdeling financiële risico's: alle deelnemers lopen tot slot gelijkelijk de financiële risico's bij de uitvoering van de centrumregeling. De financiële afspraken blijven namelijk lopen via de eigen gemeente, het waterschap en de provincie.

De voornoemde waarborgen bevat een "gewone" overeenkomst niet. Nu vanuit de partners RES NML is aangegeven dat men voorstander is van een lichte vorm van samenwerking waarbij: 1 - de blijvende betrokkenheid van de raden, provinciale staten en het algemeen bestuur waar mogelijk moet worden gegarandeerd, 2 - de eigen bevoegdheid om het beleid en de kaders vast te stellen, waar mogelijk moet worden behouden, 3 - de mogelijkheid tot het gezamenlijk aanvragen en voorbereiden van subsidies moet worden gecreëerd, en; 4 - een evenredige verdeling van de financiële risico's moet worden gecreëerd, in plaats van continuering van de huidige situatie waarbij de gemeente Venlo alle financiële risico's loopt, is ervoor gekozen om een concept van een centrumregeling nader uit te werken. 2. Uitgangspunten van de centrumregeling RES NML Basistaken die iedereen afneemt Het uitgangspunt van de centrumregeling RES NML is dat de regionale energiestrategie in Noorden Midden-Limburg wordt uitgevoerd en dat de deelnemers daarin waar mogelijk worden gefaciliteerd. Met het oog op die doelstelling is het de bedoeling dat de deelnemers aan de centrumregeling gezamenlijk het energiebeleid en de strategische koers en ambities van de regionale energiestrategie in de regio Noord- en Midden-Limburg gaan voorbereiden.

Zodra dit beleid door de deelnemers zelf is vastgesteld, zullen de gestelde doelen tevens gezamenlijk worden gemonitord. Uitgangspunt van de centrumregeling is dus gezamenlijke voorbereiding en monitoring van het door de deelnemers zelf vastgestelde beleid. Als gezegd blijven de raden, het algemeen bestuur en provinciale staten het beleid dus uitdrukkelijk zelf vaststellen. De voornoemde taken worden in de centrumregeling aangemerkt als "basistaken". Dat betekent dat alle deelnemers aan de centrumregeling deze bevoegdheden bij de centrumgemeente beleggen. Plustaken bij twee of meer deelnemers Zijn er onderwerpen binnen de regionale energiestrategie waarvan twee of meer deelnemers uitspreken dat ze die projectmatig verder willen uitwerken, dan vormt dat een plustaak (of Coalition of the Willing). Een voorbeeld van een plustaak is het onderwerp groen gas. Dat onderwerp wordt nu door een aantal deelnemers gezamenlijk opgepakt en uitgewerkt. Iedereen is vrij om al dan niet aan deze plustaak deel te nemen. Alleen degenen die aan de plustaak deelnemen, betalen voor de daarmee gepaard gaande kosten. Voor elke plustaak wordt een aparte samenwerkingsovereenkomst opgesteld.

De basisuitgangspunten van deze overeenkomst zijn: - de deelnemers; - de uitgangspunten voor de samenwerking; - de doelstelling van de samenwerking; - de organisatiestructuur van de samenwerking; - de financiële kaders van de samenwerking, en; - de looptijd van de samenwerking. Het model van de samenwerkingsovereenkomst zal worden voorgelegd aan het portefeuillehoudersoverleg. 3. Overlegstructuren van de centrumregeling De overlegstructuur van de centrumregeling bestaat uit: a) Het portefeuillehoudersoverleg, bestaande uit de portefeuillehouders van de deelnemers; b) Het agenda-overleg, bestaande uit twee leden van het portefeuillehoudersoverleg; c) Het programmateam, in ieder geval bestaande uit de programmamanager en de voorzitters van de ontwikkelgroepen; d) De ambtelijke regiegroep, bestaande uit de programmamanager, medewerkers van de deelnemers en een medewerker van de netbeheerder(s), en; e) De ontwikkelgroepen, bestaande uit een voorzitter en terzake deskundige beleidsmedewerkers van de deelnemers. Deze overlegstructuur sluit aan bij het Governance-document van de RES NML en in zoverre is daar in de centrumregeling ook aansluiting gezocht. Op deze plek is van belang om op te merken dat géén van deze overlegstructuren bevoegdheden heeft om besluiten te nemen. Alle overlegstructuren zijn voorbereidend en gericht op het bereiken

van consensus over de regionale energiestrategie. Moeten er echter besluiten worden genomen, dan gebeurt dat door de colleges, raden, GS, PS, DB 'sof AB's zelf. Hét kenmerk van een centrumregeling is namelijk dat er geen aparte organisatie wordt opgericht. Van een bevoegdheidsoverdracht of het nemen van besluiten met externe werking kan en mag daarom geen sprake zijn. Het voorgaande brengt ook met zich mee dat het portefeuillehoudersoverleg geen bevoegdheden heeft over de jaarlijkse begroting of jaarrekening. De begroting en jaarrekening van de RES NML maakt namelijk integraal onderdeel uit van de begroting en jaarrekening van de gemeente Venlo, als zijnde de centrumgemeente. Een instemmingsrecht kan het portefeuillehoudersoverleg daarom niet hebben. Om er echter wel voor te zorgen dat de begroting en jaarrekening van RES NML door alle portefeuillehouders wordt gedragen, is in de centrumregeling wel een adviesbevoegdheid opgenomen. Op die wijze wordt tevens volledige transparantie bewerkstelligd.

4. Artikelsgewijze toelichting Hierna volgt een artikelsgewijze toelichting op de centrumregeling. Om herhalingen te voorkomen, wordt daarin ook verwezen naar het voorgaande. Aanhef en considerans Hieruit volgt dat er sprake is van een regeling van de colleges van B&W, het college van GS en het dagelijks bestuur van het Waterschap. Daarmee zijn enkel collegetaken bij de centrumregeling belegd. Het gaat dus niet om kader stellende of verordenende taken die bij de raden, het algemeen bestuur of provinciale staten liggen. Artikel 1 Definities In dit artikel zijn enkele termen gedefinieerd die vaker in de regeling terugkomen. Artikel 2 Algemene bepalingen De centrumregeling wordt ingeleid met een voor gemeenschappelijke regelingen gebruikelijk artikel, te weten dat er een centrumregeling is en waar die gevestigd is. Artikel 3 Belang en doelstelling Op grond van artikel 10 van de Wet gemeenschappelijke regelingen moet de regeling het belang vermelden ter behartiging waarvan zij is getroffen. Aan die verplichting is in artikel 3 gehoor gegeven. Hieruit volgt dat de regeling is getroffen in het belang van de uitvoering van het Nationaal Klimaatakkoord. Artikel 4 Taken en bevoegdheden De taken en bevoegdheden van de centrumregeling vallen uiteen in zogenaamde basistaken die iedere deelnemer afneemt en plustaken, welke alleen worden afgenomen als een deelnemer daartoe ook besluit.

Basistaken De basistaken van de regeling zijn opgesomd in artikel 4 lid 2. Hieruit volgt in hoofdzaak dat de deelnemers aan de centrumregeling gezamenlijk het energiebeleid en de strategische koers en ambities van de regionale energiestrategie in de regio Noord- en Midden-Limburg gaan voorbereiden. Zodra dit beleid door de deelnemers zelf is vastgesteld, zullen de gestelde doelen tevens gezamenlijk worden gemonitord.

Tevens kan er op die onderwerpen kennisdeling plaatsvinden en kunnen er subsidies worden aangevraagd, voorbereid en verantwoord. Denk daarbij aan specifieke landelijke, provinciale en ook Europese subsidies. Uitgangspunt van de centrumregeling is dus gezamenlijke voorbereiding en monitoring. De raden, het algemeen bestuur en provinciale staten blijven het beleid namelijk wel zelf vaststellen. Die bevoegdheid houden ze dus zelf, waardoor zij zelf aan zet zijn en blijven voor de onderwerpen die gezamenlijk worden opgepakt. Plustaken bij twee of meer deelnemers Zijn er onderwerpen binnen de regionale energiestrategie waarvan twee of meer deelnemers uitspreken dat ze die projectmatig verder willen uitwerken, dan vormt dat een plustaak (of Coalition of the Willing). Een voorbeeld van een plustaak is het onderwerp groen gas. Dat onderwerp wordt nu door een aantal deelnemers gezamenlijk opgepakt en uitgewerkt. Iedereen is vrij om al dan niet aan deze plustaak deel te nemen. Alleen degenen die aan de plustaak deelnemen, betalen voor de daarmee gepaard gaande kosten. Artikel 5 Mandaat, volmacht en machtiging voor uitvoering basistaken Ter uitvoering van de basistaken wordt er door iedere deelnemer mandaat, volmacht en machtiging verleend aan het college van de centrumgemeente.

Er is niet voor gekozen om de mandatering op te nemen in de tekst van de centrumregeling, omdat dan bij iedere wijziging van de te mandateren bevoegdheden een wijziging van de centrumregeling nodig is. Dat is een bewerkelijk en tijdsintensief proces. Om de vereiste flexibiliteit te behouden, is er daarom voor gekozen om een aparte mandaatregeling op te stellen, waar de centrumregeling naar verwijst. De mandaatregeling is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Artikel 6 Samenwerkingsovereenkomst voor uitvoering basistaken Voor elke plustaak wordt een aparte samenwerkingsovereenkomst opgesteld. De basisuitgangspunten van deze overeenkomst zijn: - de deelnemers; - de uitgangspunten voor de samenwerking; - de doelstelling van de samenwerking; - de organisatiestructuur van de samenwerking; - de financiële kaders van de samenwerking, en; - de looptijd van de samenwerking. Artikel 7 Informatieverstrekking In artikel 7 is vastgelegd dat het college van de centrumgemeente de deelnemers zowel uit eigen beweging als op hun verzoek van informatie moet voorzien. Controle en kaderstelling blijft zo mogelijk door de raden, PS en het algemeen bestuur van het waterschap.

Artikel 8 t/m 15 Regionale overlegstructuur De overlegstructuur van de centrumregeling bestaat uit: a) Het portefeuillehoudersoverleg, bestaande uit de portefeuillehouders van de deelnemers; b) Het agenda-overleg, bestaande uit twee leden van het portefeuillehoudersoverleg;

c) Het programmateam, in ieder geval bestaande uit de programmamanager en de voorzitters van de ontwikkelgroepen; d) De ambtelijke regiegroep, bestaande uit de programmamanager, medewerkers van de deelnemers en een medewerker van de netbeheerder(s), en; e) De ontwikkelgroepen, bestaande uit een voorzitter en terzake deskundige beleidsmedewerkers van de deelnemers. Deze overlegstructuur sluit aan bij het Governance-document van de RES NML en in zoverre is daar in de centrumregeling ook aansluiting gezocht. Het besluitvormingsproces binnen RES NML, met daarin alle overlegstructuren is hieronder gevisualiseerd. Deze afbeelding is afkomstig van het Governance-document RES NML.

Artikel 9 en 10 Portefeuillehoudersoverleg Artikel 9 en 10 bevatten de instelling en taken van het portefeuillehoudersoverleg. Uit artikel 9 volgt dat de leden van het portefeuillehoudersoverleg worden aangewezen voor een periode van vier jaar en dat zij aftreden op de dag waarop zij ophouden portefeuillehouder te zijn. Het portefeuillehoudersoverleg kent voorts een voorzitter, alsmede een plaatsvervanger. Als werkafspraak wordt voorgesteld om de portefeuillehouder van Venlo in de eerste termijn als voorzitter aan te wijzen. De reden daarvoor is, dat Venlo de centrumgemeente is en de organisatie in de eerste termijn moet worden opgezet. Daarnaast is de gemeente Venlo zowel verantwoordelijk voor de begroting van de centrumregeling als voor het personeel (denk aan het programmateam, de voorzitter van de ontwikkelgroepen en de programmamanager).

Van belang is om op te merken dat het portefeuillehoudersoverleg geen bevoegdheden heeft om besluiten te nemen. Alle overlegstructuren zijn voorbereidend en gericht op het bereiken van consensus over de regionale energiestrategie. Moeten er echter besluiten worden genomen, dan gebeurt dat door de colleges, raden, GS, PS, DB 'sof AB's zelf. Hét kenmerk van een centrumregeling is namelijk dat er geen aparte organisatie wordt opgericht. Van een bevoegdheidsoverdracht of het nemen van besluiten met externe werking kan en mag daarom geen sprake zijn. Om er echter wel voor te zorgen dat de doelstelling van de RES NML, het gezamenlijk voorbereiden en monitoren van de regionale energiestrategie behouden blijft, bespreekt het portefeuillehouders minimaal vier maal per jaar gezamenlijk de strategische koers. Het doel daarvan is dat alle deelnemers tot een gezamenlijk gedragen strategie en beleid voor de regio komen. Uitgangspunt is overigens dat de vergaderingen van het portefeuillehoudersoverleg achter gesloten deuren plaatsvinden. Het portefeuillehoudersoverleg is namelijk geen formeel bestuursorgaan, waardoor de openbaarheid van de vergaderingen niet als uitgangspunt geldt. Artikel 15 Programmamanager In dit artikel zijn de taken van de programmamanager opgenomen.

Artikel 16 Jaarlijkse bijdragen voor uitvoering basistaken In artikel 16 is de jaarlijkse bijdrage van de deelnemers opgenomen voor de uitvoering van de basistaken en het ter beschikking stellen van voldoende personele capaciteit. In het bestuurlijk overleg is ervoor gekozen om in de centrumregeling zelf de vergoeding vast te leggen die gemeenten en provincie jaarlijks aan de centrumgemeente voldoen. De reden daarvan is, dat de rijksmiddelen (SPUKS) tot en met 2026 in ieder geval al verzekerd zijn. Daarnaast is het opnemen van een vaste vergoeding in dit geval praktisch, omdat de centrumregeling geen bestuur heeft dat beslissingsbevoegd is. Zou er geen vaste vergoeding in de regeling worden opgenomen, dan is de consequentie dat er ieder jaar opnieuw door iedere deelnemer akkoord moet worden gegeven op de jaarlijkse bijdrage voor de centrumregeling. Nu de regionale gelden voor de regionale energiestrategie tot en met 2026 al zijn veiliggesteld, is ervoor gekozen om in de centrumregeling vaste vergoedingen op te nemen. Van belang is voorts, dat de gevraagde vergoeding slechts de kosten dekt zoals die door de centrumgemeente worden gemaakt in het kader van de diensten die zij in verband met de samenwerking aan de deelnemers verleent. In dat verband bevatten artikel 5 en 6 ook een verrekenbeding.

Artikel 17 en 18 Begroting, rekening en verantwoording De begroting en jaarrekening van de RES NML maakt integraal onderdeel uit van de begroting en jaarrekening van de gemeente Venlo, als zijnde de centrumgemeente. De centrumregeling is namelijk geen aparte entiteit. Nu de centrumregeling geen aparte entiteit is, hebben de deelnemers aan de centrumregeling officieel geen bevoegdheden of instemmingsrecht ten aanzien van de begroting en jaarrekening. Om er echter wel voor te zorgen dat de begroting en jaarrekening van RES NML door alle portefeuillehouders wordt gedragen, is in de centrumregeling wel een adviesbevoegdheid opgenomen. Op die wijze wordt volledige transparantie bewerkstelligd, maar wordt niet getornd aan het begrotingsrecht van de raad van de gemeente Venlo, als centrumgemeente.

Artikel 19 Geschillen In artikel 19 is een geschillenregeling opgenomen. Artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is namelijk niet van toepassing. Uitgangspunt van de geschillenregeling is dat een geschil minnelijk moet worden opgelost. Lukt dat niet, dan is de rechtbank Limburg bevoegd. Artikel 20 Archivering Op advies van de archivaris is de archiefbepaling gehanteerd, zoals deze wordt voorgeschreven in de door de provinciale archiefinspectie uitgegeven handreiking voor de inrichting van het archiefbeheer van samenwerkingsverbanden. De handreiking is te raadplegen via de volgende link: Handreiking-Inrichting-informatie-en-archiefbeheer-bij-samenwerkingsverbanden_versie-24november-2021.pdf (provincialearchiefinspecties.nl) Opgemerkt wordt dat alle gemeenschappelijke regelingen in de provincie Limburg nu voor wat betreft de archiefbepalingen zullen gaan aansluiten bij de tekstvoorstellen uit deze handreiking. Artikel 21 Toetreding In artikel 21 is de mogelijkheid tot toetreding aan de centrumregeling opgenomen. Nu het de bedoeling is dat zowel de provincie als het waterschap al zullen toetreden tot de regeling, is de mogelijkheid van toetreding beperkt tot andere gemeenten. Artikel 22 Wijziging Wijziging van de regeling is mogelijk bij besluit van tweederde van de deelnemers.

Voor deze tweederde meerderheid is gekozen, zodat er voor wijziging wel een grote meerderheid nodig is, maar dat voorkomen wordt één deelnemer een wijziging kan blokkeren. Artikel 23 Uittreding De uittredingsbepaling van artikel 23 komt erop neer dat uittreding niet mogelijk is voor 1 januari 2026. De reden daarvan is, dat de rijksmiddelen (SPUKS) tot die periode al zijn veiliggesteld en de deelnemers zodoende geen financieel risico lopen. Vanaf 1 januari 2026 is het voor een deelnemer mogelijk om uit de regeling te treden. Bij een uittreding geldt in dat geval de procedure zoals die is omschreven in de leden 2 tot en met 6. Nu een centrumregeling een lichte vorm van samenwerking betreft waarbij bovendien geen activa namens de deelnemers zullen worden aangeschaft, is gekozen voor een zo eenvoudig mogelijke uittredingsregeling. Concreet komt de uittredingsregeling erop neer dat de uittreder nog twee jaar de volledige jaarlijkse bijdrage is verschuldigd. De tweejaarstermijn gaat lopen vanaf 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar na de opzegging. Wij merken op dat de hier voorgestelde uittredingsregeling afwijkt van de uittredingsregeling die nu wordt opgenomen in veel gemeenschappelijke regelingen in de provincie Limburg.

De reden daarvan is, dat de voor de andere regelingen voorgestelde uittredingsregeling heel uitvoerig is en werkt met een uittredingsplan waarvoor deskundigen moeten worden benoemd. Nu een centrumregeling een lichte vorm van samenwerking betreft, waarbij bovendien geen activa namens de deelnemers zullen worden aangeschaft, is er voor een eenvoudige uittredingsregeling gekozen.

Artikel 24 Opheffing Ook opheffing van de regeling kan niet plaatsvinden voor 1 januari 2026. In lijn met de andere gemeenschappelijke regelingen in de provincie Limburg wordt hier voorgesteld dat opheffing van de regeling mogelijk is bij eensluidend besluit van alle deelnemers minus één. Voor deze formulering is gekozen, zodat enerzijds gewaarborgd wordt dat de centrum regeling kan blijven voortbestaan als er nog 2 (of meer) deelnemers overblijven. Anderzijds wordt er op deze wijze voor gewaakt dat één deelnemer een opheffing kan blokkeren. Met name voor een centrumregeling als de onderhavige biedt dit voorstel meer waarborgen. Bij 18 deelnemers is opheffing bij de 2/3e variant namelijk al mogelijk indien 12 deelnemers daartoe besluiten. Feit is echter dat een regeling met 6 deelnemers nog steeds bestaansrecht heeft. Om dergelijke ongewenste situaties te voorkomen, wordt thans de "minus één"-variant voorgesteld. Ook is bij de opheffing van de regeling de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze voor de raden, het algemeen bestuur van het waterschap en provinciale staten van de provincie ingevoegd. Deze zienswijzemogelijkheid krijgen ook alle andere regelingen in de provincie Limburg. Artikel 25 t/m 27 Slotbepalingen In de slotbepalingen is opgenomen dat de regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Voor wat betreft de bekendmakingsregeling geldt dat die in lijn is gebracht met de Wet elektronische bekendmakingen. Voor wat betreft de mogelijkheid van evaluatie van de regeling is opgenomen dat de regeling één keer per twee jaar zal worden geëvalueerd. De evaluatie vindt plaats zowel op de inhoud als de werking van de regeling. Op basis van de uitkomsten van de evaluatie kan een herijking van de ambities plaatsvinden.

., gemeente roerdalen

Raadsvoorstel Zaaknummer Onderwerp: Datum: Indiener agendapunt: Portefeuillehouder: Gevraagd besluit:

Z23-036617 Raadsvoorstel centrumregeling RES 12 september 2023 College van Burgemeester en wethouders Roerdalen J.C.L. Westhelle-Aelen

1.

Kennis te nemen van de ontwerp centrumregeling RES NML; Geen zienswijze in te dienen tegen het ontwerpbesluit tot het treffen van de centrumregeling RES NML. Bijlage 1: Concept raadsbesluit Bijlage 2: Ontwerpbesluit Centrumregeling RES NML Bijlage 3: Toelichting centrumregeling Bijlage 4: Governance Bijlage 5: Jaarplan

2. Bijlage(n):

Toelichting bij het raadsvoorstel

1.

Onderwerp

De toekomst van de samenwerking binnen de Regionale Energiestrategie Noord- en MiddenLimburg (RES NML).

2.

Inleiding

Om de uitdagingen binnen de Regionale Energiestrategie Noord- en Midden Limburg (RES NML) de komende jaren het hoofd te kunnen bieden is een gelijkwaardige en continue samenwerking cruciaal. Structurele financiële middelen ondersteunen de toekomstbestendige RES NML samenwerking. Regionale samenwerking biedt kansen om menskracht en expertise te delen. Dit is vanwege de krappe arbeidsmarkt ook nodig. Ook kunnen we de RES-samenwerking benutten om verbinding te leggen met andere opgaven in een gebied. De urgentie op snelle maatregelen is groot. Toch werkt juist het investeren in een samenwerking uiteindelijk versnellend. Samenwerking tussen maatschappelijke organisaties, inwoners, energiecoöperaties, netbeheerders, bedrijfsleven en overheden: lokaal, regionaal en landelijk. leder vanuit zijn eigen rol. Samenwerken is belangrijker dan ooit. Om de ambities van het klimaatakkoord te realiseren binnen de RES regio Noord- en Midden Limburg werken de vijftien gemeenten, provincie Limburg, Waterschap Limburg en Enexis intensief samen. De afgelopen periode gebeurde dit in een projectmatige vorm. In 2021 is de Regionale Energie Strategie (RES 1.0) vastgesteld. De gezamenlijke ambities en inhoudelijke uitgangspunten op het gebied van energiebesparing, warmtetransitie en duurzame opwek tot

Pagina 1 van 5

li

111111111111 Ill li lil li lil li lil li lil lil li lil li lil 1 1111111111111

., gemeente roerdalen

2030 met een doorkijk naar 2050 zijn hierin helder verwoord. Het doel van de sterke samenwerking is de implementatie van het Klimaatakkoord versnellen, de maatschappelijke kosten verlagen en meer invloed te hebben op de uitvoering, door: • Kennis opbouwen, bundelen en delen; • Voldoende gekwalificeerd personeel (krapte arbeidsmarkt), continuïteit, efficiency; • (gemeente)grensoverschrijdende onderwerpen gezamenlijk passend oplossen; • Voor (regionaal opererende) stakeholders één regionale aanpak; • lagere kosten. Centrumregeling en governance Op 3 november 2022 is in het bestuurlijk overleg besloten dat alle deelnemers zich via colleges, DB Waterschap en GS konden uitspreken voor de voorkeusvariant van de samenwerking RES NML. Het ambtelijk advies was om de 'Centrumregeling' te kiezen. Op 14 maart 2023 stemde de laatste deelnemer in met de uitwerking van de voorkeursvariant. Zo hebben alle deelnemers ingestemd met de uitwerking van de centrumregeling (bijlage 2 en 3). De regeling vormt de juridische basis voor de samenwerking en legt alle gemaakte afspraken vast. Bijgevoegd is het concept besluit van de centrumregeling RES NML inclusief een toelichting op de regeling. De centrumregeling valt onder de (Wet gemeenschappelijke regelingen) Wgr en gaat naar de raad voor zienswijze en vervolgens nogmaals voor toestemming, waarna het college definitief besluit over de regeling.

Het afgelopen jaar ging de kwartiermaker aan de slag met het opzetten van de governance (bijlage 4) van de RES NML. Hieronder valt de organisatiestructuur, PDCA cyclus, een nieuwe stijl van samenwerken etc. Deze onderdelen vormen de basis van de nieuwe RES NML en de onderliggende juridische regeling. Jaarplan met basis en plustaken In het jaarplan 2024 (bijlage 5) is opgenomen wat we komend jaar gaan doen. Het Jaarplan van 2024 geeft op hoofdlijnen de inhoudelijke werkzaamheden weer die de RES NML het komende jaar gaat oppakken, tevens geeft het een beeld van een aantal mogelijke plustaken. Het jaarplan dient als uitgangspunt voor de begroting 2024 en de meerjarenbegroting. Het jaarplan en de taken van de RES NML zijn ook in één overzicht te zien in het blokkenschema. In het jaarplan zijn basis- en pl usta ken opgenomen. Basistaken zijn taken waar de RES-partners gezamenlijk aan werken. De basis hiervoor ligt in de RES 1.0 en het Klimaatakkoord. De regionale basis is erop gericht om gemeenten te ondersteunen en te ontzorgen op het gebied van voortgangsmonitoring, beleidsvoorbereiding en advies (in beginsel geen beleidsbepaling), kennisontwikkeling, bovenlokaal accountmanagement met strategische samenwerkingspartners, innovatiestimulering en prioritering opwekprojecten met een bovenlokaal effect.

Plustaken zijn uitvoeringstaken en -projecten waaraan in wisselende samenstellingen wordt gewerkt. Het aantal deelnemers kan per taak of project variëren (plustaken-principe). Het initiatief voor een uitvoeringstaak (of -project) kan zowel regionaal vanuit het RES-programma

Pagina 2 van 5

' gemeente roerdalen

komen of lokaal vanuit één of meer deelnemers. De bekostiging van deze taken geschiedt via de gemeenten die deelnemen in deze taak. 3.

Beslispunten

De raad besluit: 1. 2.

Kennis te nemen van de ontwerp centrumregeling RES NML; Geen zienswijze in te dienen tegen het ontwerpbesluit tot het treffen van de centrumregeling RES NML.

4.

Argumenten

1.1 We delen kennis, capaciteit en ervaring Samenwerken is nodig om de energietransitie in Roerdalen en de regio vorm te geven. We leren van elkaar en kunnen gezamenlijk kennis en ervaringen opbouwen. Als we dit als individuele gemeente zouden moeten doen, zou dat fors meer inzet vragen. Inzet die nauwelijks beschikbaar is op de arbeidsmarkt. 1.2 We zijn zelf de RES en dragen daarin verantwoordelijkheid We maken als één van de vijftien gemeenten onderdeel uit van de RES NML. We hebben een gezamenlijke opgave, waar we samen verantwoordelijk voor zijn. Het verder bouwen aan de opgave op regionaal en lokale schaal kunnen we samen beter voor elkaar krijgen. 1.3 De centrumregeling biedt de meeste voordelen Een centrumregeling is een lichte vorm van samenwerking op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen, omdat er geen nieuwe organisatie wordt opgericht en er geen bevoegdheden worden overgedragen. Teruggebracht naar de basis, wordt in een centrumregeling dus enkel één gemeente ("de centrumgemeente") aangewezen die voor alle bestuursorganen de taken op het gebied van de energietransitie gaat uitvoeren. In ruil daarvoor verlenen alle aangesloten bestuursorganen aan het college van de centrumgemeente de vereiste mandaten en voldoen aan de centrumgemeente een gezamenlijk vastgestelde jaarlijkse vergoeding.

5.

Kanttekeningen

1.2 Kunnen we de middelen niet efficiënter inzetten? We zijn onderdeel van de RES en voelen ook die verantwoordelijkheid. De gemeenten in de RES NML samen zorgen ervoor dat de doelstellingen worden gehaald. Het bod van 1.200 Gigawattuur bereiken we als regio samen, zonder dat Roerdalen tot op dit moment een zonneveld gerealiseerd heeft. Daar komt in de toekomst verandering in. We nemen samen verantwoordelijkheid, in de vorm en snelheid die bij de eigen gemeente past. Meedoen aan de RES vinden we dus belangrijk. Als we de taken van de RES NML in Roerdalen zelf uit zouden moeten voeren, zou dat sterk meer middelen en capaciteit vragen.

Pagina 3 van 5

., gemeente roerdalen

1.1 Verliezen we zeggenschap? Gemeenten, provincies en waterschappen blijven dus zelfstandig bevoegd en zelfstandig verantwoordelijk. De centrumgemeente mag geen beslissingen nemen, ze mag alleen adviezen geven of besluiten voorbereiden. Het gaat dus alleen om de uitvoering; besluitvorming en begrotingsrecht blijft bij deelnemers. We leggen ons vast tot minimaal 1 januari 2026. Voor die tijd kunnen we niet uitstappen.

6.

Financiën

In het governance document (bijlage 4) is de meerjarenbegroting opgenomen. Deze geeft weer wat de kosten zijn van het totale basispakket van de RES NML. De begroting is opgebouwd vanuit de inhoud, en vanuit daar wordt de bijdrage van de deelnemers berekend. De bekostiging is op basis van een bedrag per inwoner. Het bedrag per inwoner is € 2,60. De basistaken worden voor dit bedrag uitgevoerd. Voor de plustaken zal separaat een begroting worden opgesteld, aangezien dit afhankelijk is van het aantal deelnemers. We reserveren hier € 0,90 per inwoner voor. Daarmee begroten we € 3,50 per inwoner per jaar, wat neerkomt op € 72.457,- per jaar. We dekken deze bijdrage uit de bestaande duurzaamheidsbudgetten.

7.

Communicatie

Er is op een aantal momenten in Roerdalen en de regio bijeenkomsten georganiseerd over de voortgang van de RES NML. Op 22 oktober 2022 heeft RES NML voorzitter Thijs Kuijpers een presentatie aan de raad gegeven, waarin ook dit onderwerp aan bod is gekomen. In november 2022 heeft het college besloten over de uitwerking centrumgemeente-regeling. Op 2 en 7 maart 2023 zijn twee webinars, specifiek voor volksvertegenwoordigers gehouden die over de doorontwikkeling van de RES gingen. Op 14 september aanstaande wordt nog een raadsbijeenkomst over voorliggend onderwerp georganiseerd in het stadhuis van Venlo. In de toekomst is het de ambitie om regionale raadswerkgroepen verder te betrekken en daar sessies voor te organiseren.

8.

Planning en uitvoering

Het jaarplan 2024 wordt uitgevoerd en ieder jaar zal een nieuw jaarplan worden opgesteld. Het bod van 1.200 Gigawattuur wordt ook in de RES 2.0 die medio volgend jaar gereed zal komen geactualiseerd. Op dit moment wordt aan een monitoringstool (dashboard) gewerkt, waarin de stand van zaken van de te behalen opgave actueel kan worden ingezien. Dat biedt voor alle gemeenten extra inzicht in de stand van zaken in de RES NML en de gemeente zelf.

Pagina 4 van 5

' gemeente roerdalen

9.

Privacy

Niet van toepassing.

10. (Wettelijk en/of beleidsmatig) kader De RES doelstellingen zijn uitwerkingen van het nationale klimaatakkoord. Onze lokale doelstellingen zoals opgenomen in het Actieplan Duurzame Energie 2019-2022 sluiten op de RES doelen aan. Ook de nieuwe koersbepaling zullen we aan laten sluiten op de RES doelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=540a5027-6907-431c-ba50-e0f16a0a3cc4