CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Gemeenteraad 4 juli 2024, gemeente Roerdalen30.739 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

mond. Inwoners kunnen hier vragen stellen over duurzaamheid, waaronder de verduurzaming van de woning. Verder kunnen ze er inspiratie opdoen over de werking van materialen en installaties. Via subsidieregelingen hebben we ruim 1.000 woningeigenaren en huurders geholpen met kleine concrete maatregelen om hun woning te verduurzamen. De Coöperatie Duurzaam Roerdalen heeft deze regeling uitgevoerd. We hebben 15 energiecoaches opgeleid. Zij hebben samen ongeveer 275 energiescans bij onze inwoners gedaan.

Waar we naartoe willen Het doel is te komen tot aardgasloze gebouwen in 2050. Daarvoor moet enorm veel gebeuren. De focus ligt op isoleren; dat is voor ieder gebouw een goed idee. Bovenop het doel van 20% besparing dat we ons eerder stelden in de TVW, willen we 20% extra aardgas besparen tussen 2021 en 2030. In 2023 hebben we al gewerkt aan het ontwikkelen van een aanpak om de doelstelling van 20% minder aardgasverbruik in 2030 te gaan behalen. Iedere inwoner die aan de slag wil, moet daarmee aan de slag kunnen. In de komende jaren moet het duurzaamheidsloket doorontwikkeld worden. Daar hoort ook een doorontwikkeling van het advies aan inwoners bij. 6

In 2008 begon de cijferreeks over verbruikt aardgas via RVO te lopen

Koers Duurzaamheid 2050 Gemeente Roerdalen

19

Daarnaast werken we aan gebiedsgerichte- en doelgroepgerichte aanpakken. Zo hebben we Vlodrop als eerste gebied geselecteerd en hier een plan voor opgesteld. Ook hebben we een Gemeentelijke VerduurzamingsRegeling (GVR) ingericht. Met deze regeling is het voor iedere woningeigenaar mogelijk om verduurzaming te betalen. We voeren de aanpak in Vlodrop uit en rollen die verder uit naar andere delen in de gemeente. Doelgroepgericht werken we aan de isolatie en ventilatie-aanpak bij inwoners met een kleinere beurs of slecht geïsoleerde woningen. We willen resultaatgerichte afspraken maken over het aantal woningen dat we verduurzamen. Dat willen we ook met de woningcoöperatie doen. Ook richting commerciële huurders en verhuurders willen we een proactieve aanpak opzetten. In de warmte-aanpak willen we innovatie en experimenten extra ruimte geven. Daar kunnen technische, financiële of sociaal-maatschappelijke accenten in zitten.

Ambitie vermindering aardgas in 2030 Het verbruik van aardgas loopt al een flink aantal jaren terug. Maar er is nog veel te besparen. In de periode met zeer hoge gasprijzen verminderde het verbruik zeer sterk. We hebben als nieuw doel gesteld om in 2030 een besparing van 20% van het aardgasverbruik ten opzichte van 2021 te bereiken. 2021 als bronjaar komt overeen met het jaar waarin we onze Transitievisie Warmte vaststelden en waarin we ook een besparing van 20% opnamen. Het verbruik in 2021 lag op 14,8 miljoen m3 aardgas. 20% besparing komt dus ongeveer overeen met 3 miljoen m3 aardgas. We zetten in op besparen door isolatie en gedrag waarmee we in een derde van de woningvoorraad nog 20% willen besparen. Dit is goed voor een besparing op het totaal van 7%. Aanvullend streven we ernaar dat in één op de vier woningen een warmtepomp of andere warmte-oplossing is gerealiseerd in 2030. Dat zorgt voor 16% aardgasbesparing. Gezamenlijk hebben we daarmee een potentiële besparing van 23%. Het gaat in absolute zin om 3.200 woningen die geïsoleerd (en geventileerd) moeten worden. En om ongeveer 2.000 warmtepompen of andere (elektrische) warmte-installaties. Uiteraard monitoren we de voortgang en sturen we bij waar nodig.

20

Koers Duurzaamheid 2050 Gemeente Roerdalen

3.4 Natuur en biodiversiteit Wat we al bereikten We hebben de druk op de ruimte sterk zien toenemen de afgelopen jaren. Dat ging soms ten koste van de hoeveelheid, de kwaliteit en de beleefbaarheid van het groen en de biodiversiteit. Omdat groen belangrijk is voor een gezonde leefomgeving moet er meer aandacht komen voor onze groene ruimte en de kwaliteit daarvan. We hebben afgesproken dat we meer groen en meer soortenrijkdom (biodiversiteit) willen ontwikkelen. We willen het bestaande groen beter benutten. Daarmee zorgen we voor meer opvang van CO2 en voor behoud en vergroting van de biodiversiteit. De afgelopen jaren hebben we de ontwikkeling van nieuwe natuur ondersteund zoals in het Reigersbroek en het Herkenboscherbroek. We hebben hier maatregelen getroffen om het leefgebied van het donker pimpernelblauwtje te vergroten. Ook hebben we aanpassingen gedaan in onze dorpen en ons landelijk gebied om beter bestand te zijn tegen de klimaatverandering. Denk aan het realiseren van wateropvangbassins en preventieve maatregelen in onze natuurgebieden ter voorkoming van natuuren bosbranden. Verder hebben we ons maaibeleid aangepast om te zorgen voor meer biodiversiteit in de gemeentelijke bermen. We hebben bos verjongd en maatregelen uitgevoerd in het beheer om zo de leefgebieden van de kamsalamander, boomleeuwerik en het donker pimpernelblauwtje te verbeteren.

We hebben schapenbegrazing ingezet om te zorgen voor meer biodiversiteit in de natuurterreinen en insectenhotels geplaatst voor onder andere de wilde bij. Ten slotte hebben we samen met de partners het ambitiedocument voor het transitieproces Nationaal Park afgerond.

Waar we naartoe willen We willen de richting die we de afgelopen jaren hebben ingezet verder doorontwikkelen. We staan voor grote Rijksopgaven voor natuurontwikkeling binnen de Natura 2000 gebieden (Meinweg en Roerdal). Ook

de opgaven vanuit de kaderrichtlijn water bevorderen natuurontwikkeling. De provincie Limburg en het Waterschap Limburg zijn hoofdverantwoordelijk voor deze opgaven. We zijn hier wel nauw bij betrokken. Buiten de Natura 2000 gebieden vindt ook veel natuurontwikkeling plaats. Dat stimuleren we onder andere met Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer. Natuur en landbouw blijven natuurlijk belangrijke uithangborden in het Roerdalen van de toekomst. We willen meer en betere natuur en biodiversiteit. Daarbij willen we ook zicht krijgen op de bijdrage die daarmee geleverd kan worden aan de CO2-reductie. We willen ons inzetten om intensiever op te trekken met inwoners, ondernemers en natuurbeheerders. Bij het tot opstellen van de koers hebben we inspirerende voorbeelden verzameld. Zoals het samen stimuleren van meer soorten en biodiversiteit en het vergroenen van de openbare ruimte en tuinen. Daar kunnen we samen mee verder. Verder gaan we samen met de partners werken aan het grotere Nationaal Park waarbinnen de gehele gemeente Roerdalen valt. We willen ervoor zorgen dat het Nationaal Park groeit tot een park dat behoort tot de topcollectie van de Nederlandse natuur en landschap. We werken aan een sterkere verbinding van de doelen op gebied van energie en natuur en biodiversiteit.

3.5 Duurzame waterhuishouding Wat we al bereikten Afkoppelen van hemelwater is steeds vaker een vast onderdeel geworden binnen de projecten. Afkoppe-

len zorgt ervoor dat we de riolering ontlasten, de kans op wateroverlast verkleinen en de grondwatervoorraad aanvullen. Verder zorgt het voor minder verdunning van het afvalwater en minder water naar de zuivering. Afhankelijk van de mogelijkheden koppelen we jaarlijks minimaal 5.000 m2 verhard oppervlak af. In de openbare ruimte benutten we zoveel mogelijk kansen om ruimte te creëren voor water. Dit doen we door plantsoenen om te vormen of grasvelden te verlagen. Zo kunnen we meer water vasthouden en in de bodem laten zakken. Hiermee verkleinen we ook de kans op wateroverlast. Ook kiezen we vaker voor materialen die water kunnen opvangen. Een goed voorbeeld hiervan zijn parkeerplaatsen van grasbetontegels.

Waar we naartoe willen Tijdens de droge zomers van 2018 en 2019 en het droge voorjaar van 2020 daalden de grondwaterstanden. Dat heeft effect op de waterhuishouding. Tegelijk hebben we te maken met zware buien die op sommige plaatsen voor overlast hebben gezorgd. Vanwege deze omstandigheden moeten we onze leefomgeving en het watersysteem aanpassen. De uitganspunten zijn scheiden van schoon en vuil water en het zoveel mogelijk vasthouden van schoon water op de plaats waar het valt. Daarbij leggen we de relatie tussen waterketen, ruimtelijke inrichting en watersysteem. Samen zorgen we voor een goede borging van waterkwaliteit- en waterkwantiteitsaspecten in boven- en ondergrondse ruimtelijke plannen. Het ondergrondse rioolstelsel heeft een beperkte capaciteit. Het stelsel kan geen grote hoeveelheden neerslag in een korte periode aan. Uitbreiding van het

Koers Duurzaamheid 2050 Gemeente Roerdalen

21

stelsel ondergronds is kostbaar en de ruimte is beperkt. Daarom hebben we ook bovengronds ruimte voor water nodig. We moeten de ruimte, openbaar en particulier, zo inrichten dat extreme buien tot zo min mogelijk overlast en schade leiden. Droogte gaan we tegen door water zo veel mogelijk vast te houden waar het valt. De overheden kunnen niet alles oplossen. Grondeigenaren hebben een belangrijke rol in de verwerking van hemelwater dat op hun eigen terrein valt. In de Waterwet is deze eigen verantwoordelijkheid wettelijk geregeld. Om deze richting vorm te geven brengen we per dorp in beeld hoe we willen dat de (hemel)waterstructuren in 2050 eruit zien. Dit doen we samen met onze inwoners.

3.6 Maatschappelijk vastgoed en openbare ruimte Wat we al bereikten We zijn al langere tijd bezig ons vastgoed en de openbare ruimte te verduurzamen. Het gemeentehuis en sporthal De Roerparel waren het eerst aan de beurt. Ook een aantal scholen heeft zonnepanelen of zijn nog verder verduurzaamd. Begin 2024 verduurzamen we de gemeenteloods in Melick. Eén voetbalvereniging heeft al LED-lampen als veldverlichting. Andere verenigingen volgen de komende tijd meer. Ook hebben veel verenigingen de binnenverlichting aangepast naar LED. Dit geldt ook voor het gemeentehuis. We maken al jaren een slag om de openbare verlichting om te vormen naar LED. Elk jaar worden nieuwe lampen en armaturen vervangen. In 2023 waren dat ruim 300 armaturen. Ondanks een groei in het aantal armaturen, verbruikten we daardoor in 2023 ongeveer 35.000 kWh minder dan in 2022. De afgelopen jaren hebben we in alle dorpen laadpalen geplaatst voor het laden van elektrische voertuigen. Bij aanpas-

22

Koers Duurzaamheid 2050 Gemeente Roerdalen

singen van rioolgemalen zetten we nieuwe zuinigere pompen in. Het aantal pompen stijgt, waardoor het totale energieverbruik toeneemt.

Waar we naartoe willen We werken aan een meerjarenplan voor het vastgoed waarin een we planmatige verduurzaming van het vastgoed ontwikkelen. Daarin komen meerjarig regulier onderhoud, verduurzaming en toekomstperspectief van (gebruik van) gebouwen samen. De komende jaren verduurzamen we een aantal panden. Dat geldt ook de verdere uitrol van omvorming naar LED van sportvelden. We blijven werken aan het omvormen van LED in de openbare ruimte. In 2030 moet alle verlichting op LED werken. Verder werken we aan verdere uitbreiding en verdichting van de laadinfra. Zo kunnen we in blijven spelen op de toenemende vraag.

Verbeteren van de energie-infrastructuur De opwaardering van de energie-infrastructuur is cruciaal en heeft hoge prioriteit. Het elektriciteitsnetwerk heeft onvoldoende capaciteit om de energie te transporteren die we gebruiken en leveren (met zonnepanelen). Dit probleem wordt steeds groter. Het zet de levering van elektriciteit onder grote druk. Het verzwaren van het netwerk gebeurt door netbeheerders Enexis en TenneT. Hiervoor moeten de gemeente overal transformatorhuisjes en stroomkabels bijleggen. Dit kan niet allemaal tegelijk. We geven prioriteit aan de plekken met het hoogste aantal storingen van stroomuitval of staking van teruglevering. We moeten de komende jaren in Roerdalen ongeveer 140 nieuwe transformatorstations plaatsen om ons elektriciteitsnetwerk stabiel te houden. Ook verzwaren we 130 kilometer aan kabels. Door deze aanpassingen kunnen zonnepanelen elektriciteit blijven terugleveren. Ook worden buurten geschikt gemaakt voor een alternatief voor aardgas.

3.7 Regionale en landelijke ontwikkelingen We volgen allerlei innovaties op de voet. De innovaties hieronder zijn bekend en die volgen we. Tot 2030 spelen ze nog een beperkte rol. De invloed van Roerdalen op de ontwikkelingen is beperkt: • Waterstof: dit gaat een rol spelen in de energietransitie maar is niet de oplossing voor het uitfaseren van alle fossiele energiebronnen. We hebben een mix aan alternatieven nodig om onze energievoorziening te verduurzamen. Waterstof is één van die alternatieven. Het duurt nog zeker tot 2030 voordat duurzame waterstof grootschalig gemaakt en gebruikt kan worden. We moeten nu al maatregelen nemen om van fossiele brandstoffen af te gaan en onze energievoorziening te verduurzamen7. • Geothermie: deze techniek biedt interessante mogelijkheden om warmte uit de bodem te winnen. Maar doordat een geothermieproject in 2018 trillingen veroorzaakte in Noord-Limburg, zijn alle geothermie-activiteiten in Limburg stopgezet. De RES Noord- en Midden-Limburg is betrokken bij onderzoeken of er toch mogelijkheden zijn voor geothermie in de regio. Dat is niet op korte termijn. Roerdalen heeft hier geen actieve rol in.

• Kerncentrales en SMR: heeft kernenergie naast zon en wind een rol in de energiemix van de toekomst in Limburg? Dat wordt onderzocht. De provincie Limburg8 heeft een alliantie opgericht over kernenergie in Limburg. Het gaat daarbij om kleine kerncentrales, de Small Modular Reactors (SMR’s). Uit technisch onderzoek blijkt dat kernenergie in Limburg haalbaar is in de vorm van kleine modulaire reactoren. De alliantie gaat verder onderzoek doen en zorgen dat kennis gedeeld wordt rondom SMR’s in Limburg. Ook gaat de alliantie het maatschappelijke debat faciliteren. De bedoeling is de energie uit SMR’s aan te sluiten op de industrie. Dit ontlast het elektriciteitsnet. De leveringszekerheid voor huishoudens blijft dan beter gewaarborgd. Ook is het mogelijk de restwarmte van een SMR in te zetten voor het verwarmen van de gebouwde omgeving. Ook deze SMR’s zullen niet op de korte termijn ontwikkeld worden. Roerdalen heeft hier geen actieve rol in. Vanwege de beperkte aanwezigheid van koelwater en de afstand tot grote energiegebruikers zoals Chemelot lijken SMR’s technisch ook niet haalbaar in Roerdalen.

7

Waterstofladder Natuur en Milieu

8

https://www.limburg.nl/actueel/nieuws/nieuwsberichten/2023/maart/provincie-limburg-start-alliantie/#:~:text=Uit%20technisch%20onderzoek%20is%20gebleken,alliantie%20het%20maatschappelijke%20debat%20faciliteren.

Koers Duurzaamheid 2050 Gemeente Roerdalen

23

Opslag Een belangrijke opgave in de energietransitie is om de opgewekte energie op te slaan zodat deze gebruikt kan worden als het nodig is. Vooral energie uit zon produceren we op momenten dat we het niet gebruiken. Wind- en kernenergie worden continu geproduceerd, maar zijn niet genoeg om piekbehoeften (zoals op koude winterse dagen) op te vangen. De huidige thuisbatterijen bieden op beperkte schaal een oplossing, omdat er een beperkte hoeveelheid energie voor een relatief korte tijd in opgeslagen kan worden. De opgewekte zonnestroom kunnen we in omvang en in tijd niet bewaren voor de winter. De oplossing ligt daarmee niet bij ons als gemeente. Er zullen technieken van opslag ontwikkeld moeten worden, waarmee we ook in Roerdalen in de toekomst de onbalans tussen vraag en aanbod van energie kunnen overbruggen.

Omgeving Maasbracht In februari 2023 is een onderzoek begonnen naar het toekomstperspectief van het Clauscentrale-terrein in Maasbracht en de omgeving daarvan. Dat gebeurde in opdracht van de provincie, gemeente Maasgouw en energiebedrijf RWE. Dat onderzoek loopt nog. Het is wel al duidelijk welke grote energieprojecten (mogelijk) op Maasbracht en omgeving af komen. Het gaat om het verduurzamen van de Clauscentrale, het uitbreiden van het netwerk van hoogspanningsstations en -verbindingen van TenneT, de productie van groene waterstof, de aanlanding van wind die op zee is opgewekt en de aanleg van een leidingenstraat (Delta

24

Koers Duurzaamheid 2050 Gemeente Roerdalen

Rhine Corridor ofwel DRC) voor onder andere waterstof en elektriciteit. De DRC komt door de regio en ook door onze gemeente. De kans is groot dat de DRC en andere projecten effect hebben op Roerdalen. We zijn inmiddels aangehaakt bij het onderzoekstraject. We volgen wat er gebeurt en bepalen onze strategie.

3.8 Iedereen doet mee Wat we al bereikten Duurzaamheid is van iedereen. Iedereen moet dus mee kunnen doen. Daar zetten we al jaren op in. Zo hebben we duurzame relaties opgebouwd met de energiecoöperatie Duurzaam Roerdalen, de energiecoaches, de Groene Transformator en vele betrokken inwoners. Die relaties willen we behouden, versterken en uitbreiden. In het jaar dat we de Koers 2050 hebben voorbereid zijn we met veel nieuwe inwoners in contact gekomen. Inwoners die nieuwe, frisse ideeën hebben en zich daarvoor in willen zetten. We willen die relaties koesteren en stimuleren en staan open om daarin onze bijdrage te leveren. We geven in het bijzonder aandacht aan doelgroepen die het moeilijker hebben om mee te kunnen doen. Goed voorbeeld doet goed volgen. We willen deze doelgroepen bij projecten betrekken. Dat doen we als gemeente natuurlijk zelf, maar we willen ook projecten die door anderen worden getrokken extra aandacht geven.

4. Projecten per thema 4.1 Duurzame opwek In dit thema zetten we vooral in op het afmaken waar we al jaren mee bezig zijn. Twee van de vier zonprojecten zijn waarschijnlijk binnen 1 of 2 jaar klaar. Dat zijn het zonneveld van de gemeente aan de Stationsstraat in Montfort (beter bekend als zonnestation Montfort) en het zonneveld van Attero bij de milieustraat in Montfort. Met de twee commerciële parken en de opwek die we op daken van woningen en bedrijven hebben gerealiseerd, hebben we een goede bijdrage geleverd in de regio. De afgelopen jaren hebben we zonnepanelen op daken voor inwoners ruim onder de aandacht gebracht. We zien nog kansen om zonnepanelen bij bedrijven te stimuleren. Daarmee kunnen bedrijven (deels) zelfvoorzienend worden. Dat vermindert de druk op het elektriciteitsnetwerk. A. DUURZAME OPWEK

TIJDSPANNE

DEELNEMERS

A1. ZONNESTATION MONTFORT ONTWIKKELEN A2. TWEE COMMERCIËLE ZONNEPARKEN AFRONDEN A3. ZONNEVELD ATTERO ONTWIKKELEN A4. ZONNEPANELENPROJECT AFRONDEN A5. BEDRIJFSMATIG ZON OP DAK STIMULEREN

2024-2025 2025 2024 2024-2025 2027

GEMEENTE ONTWIKKELAARS PARKEN ATTERO GEMEENTE MET SUNERGETIC LLTB, OML, PARKMANAGEMENT

4.2 Warmtetransitie De projecten binnen de warmtetransitie zetten in op het helpen verduurzamen van de woningen van onze inwoners. Dit is een enorme opgave. Uiteindelijk komt ieder gebouw in de gemeente aan de beurt. Samen met inwoners en andere partijen de verduurzaming in de buurten in beweging zetten vraagt een grote inzet. Het zal gaan over generieke projecten voor iedereen in de gemeente. Maar ook over specifieke gebieden en doelgroepen. Daarin zullen we intensief samenwerken om onze inwoners te helpen. De projecten dragen bij aan de kerndoelstelling om 20% minder aardgas te besparen ten opzichte van 2021. Daarvoor moeten ongeveer 3.200 woningen geïsoleerd worden en 2.000 warmtepompen (of andere warmte-oplossingen) geplaatst. We volgen een meersporenaanpak, waarin we er voor iedere inwoner willen zijn. Het doel is om In stappen van het gas af te gaan. Daarvoor willen we maatwerk leveren voor onze inwoners. Soms zal dat in grote en veel stappen tegelijk zijn, soms zal een inwoners maar een enkele kleine stap willen of kunnen nemen. We kunnen hierbij stappen zetten met het loket dat we verder doorontwikkelen. En door het verder professionaliseren van het energieadvies. De klankbordgroep Koers 2050 heeft hier al veel aan gewerkt en een eerste aanpak opgesteld9.

9

B. WARMTETRANSITIE

TIJDSPANNE

DEELNEMERS

B1. EÉN-LOKET-DOORONTWIKKELEN B2. DOORONTWIKKELING ENERGIE-ADVIES B3. INZET FIXERS / SOCIAAL KLUSTEAM B4. GEBIEDSAANPAK AARDGASVRIJ VLODROP B5. GVR PILOT B6. DEFINIËREN INNOVATIEPROJECT(EN) B7. DUURZAAMHEIDSAKKOORD WONEN LIMBURG B8. AANPAK COMMERCIËLE VERHUURDERS B9. POTENTIE GROEN GAS REGIONAAL UITWERKEN

2024-2025 2024-2025 2024-2025 2024-2028 2024-2026 2024 2025 2025-2026 2024-2025

GEMEENTE COACHES MET GEMEENTE FIXERS MET GEMEENTE GEMEENTE MET INWONERS GVR MET GEMEENTE EN INWONERS INWONERS, GEMEENTE, DERDEN GEMEENTE MET WONEN LIMBURG VERHUURDERS MET GEMEENTE RES NML MET GEMEENTEN

Klankbordgroep Koers 2050, plan van aanpak Fred Blume, januari 2024

Koers Duurzaamheid 2050 Gemeente Roerdalen

25

Ideeën innovatieprojecten Er leven veel ideeën over innovatieprojecten die in Roerdalen interessant zijn. Een aantal voorbeelden: • Uniformering energieadvies: het ontwikkelen van een aanpak die helpt om voor woningen, rekening houdende met de reeds genomen maatregelen, een no-regret advies stappenplan op te stellen. Dit kan door samen met de coaches en andere partijen een info punt op te zetten. Kan ook i.s.m. andere gemeenten. • Low cost energiestrategie: het ontwikkelen van een low cost pakket. Bijvoorbeeld gebaseerd op het verwarmen van de benedenverdieping (zoals het in de kolenkacheltijd ook gebeurde). De isolatieschil wordt daarmee beperkt en ook het verwarmingssysteem kan daarmee vereenvoudigen. Dit kan met name voor oudere woningen met een beperkte levensverwachting soelaas bieden. Hiermee kan een proef gedaan worden. Eventueel zou dit kunnen worden uitgebreid met het splitsen van woningen. Daarmee werk je tevens aan het woning tekort. Er zijn al ideeën bijvoorbeeld zie statiegeld op jeugd, m.b.t. het splitsen van rijtjeshuizen. Ouderen trekken zich terug op de benedenverdieping en de 1e verdieping wordt geschikt gemaakt voor een jong stel. • Proef met duurzaamheid in huurwoningen: er is een capaciteit te kort vanuit professionele invulling.

Waarom zouden corporaties onder begeleiding en toezicht niet isolatieactiviteiten door huurders uit laten voeren? Door te investeren in tijd bespaar je op dure arbeidsuren en de corporatie hoeft alleen materiaal te leveren en heeft wat overheadkosten. De bewoner verlaagt zijn energielasten en de corporatie ziet de waarde van haar bezit stijgen. Dat heet win-win.

4.3 Natuur en biodiversiteit We zoeken naar een goede balans tussen het voortzetten van wat we al deden en het meer programmatisch aanpakken van projecten samen met onze inwoners en andere betrokken partijen. Dat moeten we omschrijven in de themalijn. Daarbij zorgen we dat we een boost geven aan het vergroenen van tuinen, de aanpak van hittestress en verbetering van de biodiversiteit. We zetten daarbij in op een steeds verder groeiende beweging waarin we dit samen aanpakken.

26

C. DUURZAME NATUUR EN BIODIVERSITEIT

TIJDSPANNE

DEELNEMERS

C1. THEMALIJN DUURZAME NATUUR ONTWIKKELEN C2. VERGROENEN EN ONTSTENEN VAN TUINEN C3. AANPAK HITTESTRESS IN OPENBARE RUIMTE C4. MEER BIODIVERSITEIT IN OPENBARE RUIMTE C5. NATIONAAL PARK NIEUWE STIJL

2024-2025 2024-2025 2025 2025 2024-2026

INWONERS EN GEMEENTE INWONERS EN WONEN LIMBURG INWONERS EN GEMEENTE INWONERS EN GEMEENTE GEMEENTE EN REGIOPARTNERS

Koers Duurzaamheid 2050 Gemeente Roerdalen

4.4 Duurzame waterhuishouding Voor water geldt hetzelfde als voor natuur en biodiversiteit. We werken al lange tijd aan een gezonde waterhuishouding. We ontwikkelen dat continu door. De verbinding met natuur en energie kunnen we verbeteren. We streven ernaar dat veel meer samen met onze inwoners op te pakken. We staan samen aan de lat en kunnen elkaar helpen. Dat geldt voor het afkoppelen en voor opvang van water in tuinen en in de openbare ruimte in de buurten. D. DUURZAME WATERHUISHOUDING

TIJDSPANNE

DEELNEMERS

D1. THEMALIJN DUURZAME WATERHUISHOUDING D2. AFKOPPELEN HEMELWATER D3. KANSEN VOOR BUURTWADI’S VERKENNEN D4. PLAN WATERSTUCTUUR 2050 PER KERN

2024-2025 2024-2025 2025 2025

INWONERS EN GEMEENTE GEMEENTE EN WONEN LIMBURG INWONERS EN GEMEENTE GEMEENTE EN INWONERS

4.5 Maatschappelijk vastgoed en openbare ruimte We hebben de afgelopen jaren al veel stappen gezet in de verduurzaming van het vastgoed en de openbare ruimte. Dat zetten we door. De plannen voor LED in de openbare verlichting en uitbreiden van elektrische laadpalen zetten we onveranderd voort. Sportverengingen blijven we helpen. De LED-verlichting is een concreet project dat we aanpakken. In bredere context kijken we naar een planmatige aanpak van alle verenigingen. De grootste opgave zit in een toekomstbestendige maatschappelijke vastgoedportefeuille, waarin duurzaam gebruik van locaties en een duurzaam pand hand in hand moeten gaan. Dat plan werken we op dit moment uit en zal de verduurzaming de komende jaren gaan sturen. E. MAATSCHAPPELIJK VASTGOED EN OPENBARE RUIMTE

TIJDSPANNE

DEELNEMERS

E1. MEERJARENPLAN VERDUURZAMING VASTGOED E2. LED-VERLICHTING OPENBARE RUIMTE E3. LED-VERLICHTING SPORTVERENIGINGEN E4. UITBREIDEN LAADINFRASTRUCTUUR

2024-2025 2024-2028 2024-2026 2024-2030

GEMEENTE EN GEBRUIKERS GEMEENTE GEMEENTE EN VERENIGINGEN GEMEENTE EN ENERGIEBEDRIJVEN

Koers Duurzaamheid 2050 Gemeente Roerdalen

27

5. Organisatie en uitvoering In dit hoofdstuk geven we een inschatting van de middelen en personele inzet die nodig zijn om de acties uit te voeren die in hoofdstuk 4 zijn gepresenteerd. Daarbij wordt in de begroting uitsluitend rekening gehouden met kosten voor onderzoek en de voorbereiding van projecten. Voor de uitvoering worden aparte calculaties gemaakt en projectbudgetten aangevraagd.

5.1 Uitvoering projecten Het overzicht hieronder geeft de begroting weer van de Koers 2050, uitgesplitst naar de vijf thema’s en met een apart opgenomen budget voor innovatie en experimenten. Per jaar is er € 350.000,- nodig. Dit bedrag is nodig voor het opzetten van projecten. Veel inzet is nodig voor het wijk- en doelgroepgericht aanpakken van de isolatie en duurzame verwarming van alle woningen in de gemeente. De huidige 5 fte is de minimale capaciteit die nodig is om de uitvoering van de koers te realiseren. Er is geen extra personele capaciteit geraamd. Binnen het genoemde budget van € 350.000,- is wel tijdelijke inhuur van expertise mogelijk. De praktische uitvoering van projecten is geen onderdeel van deze begroting. Daarvoor vragen we aparte uitvoeringsbudgetten aan. Ook voor de uitvoering van de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed en openbare ruimte zal fors uitvoeringsbudget nodig zijn. De koers kijkt naar 2050, maar voor de uitvoeringssporen en projecten houden we de periode 2025 tot en met 2030 aan. De bestedingen tussen de thema’s zullen in de tijd mogelijk gaan verschuiven. Naast de hier genoemde € 350.000,- hebben we meerjarige verplichtingen aan de RES Noord- en Midden-Limburg van € 75.000,-10. Daarmee is een totaalbedrag van € 425.000,- nodig. THEMA A. DUURZAME OPWEK B. WARMTETRANSITIE C. NATUUR EN BIODIVERSITEIT D. DUURZAME WATERHUISHOUDING E.

MAATSCHAPPELIJK VASTGOED & OPENBARE RUIMTE F. INNOVATIE EN EXPERIMENT TOTAAL

10

Daarvan bestaat € 65.000 uit een vaste jaarlijkse bijdrage. We hebben € 10.000 extra gereserveerd om deel te namen aan aanvullende projecten waar facultatief aan deelgenomen kan worden. Zoals het groen gas project.

28

Koers Duurzaamheid 2050 Gemeente Roerdalen

PER JAAR

€ 50.000,€ 150.000,€ 25.000,€ 25.000,€ 50.000,€ 50.000,-

€ 350.000,-

5.2 Monitoring en ontwikkelingen We monitoren op inhoud en op financiële voortgang. We rapporteren hier jaarlijks over. Over de financiën rapporteren we al in de P&C-cyclus. We zullen de financiën uiteraard koppelen aan de bereikte inhoudelijke resultaten. Ten aanzien van de resultaten en de inhoud kunnen we de bijdrage aan de duurzame opwek goed in beeld brengen. Voor de besparing van aardgas geldt dit ook, al is die informatie niet helemaal actueel. Vooral de oorzaken van de besparing zijn lastig in beeld te brengen. Ligt het aan gedrag, aan een zachte winter, is er geïsoleerd of zijn er warmtepompen geïnstalleerd? We houden deze indicatoren bij in een overzicht en bouwen in de komende jaren aan een dashboard waarin we dit optimaal bij kunnen houden. We hebben oog voor nieuwe ontwikkelingen en voor de manier waarop samenwerkingen met inwoners en andere partijen zich ontwikkelen. Ook veranderingen en nieuwe initiatieven op gebied van wet- en regelgeving zullen zich de komende jaren voordoen. Het is nodig om hierop te kunnen anticiperen en de koers bij te kunnen stellen als de situatie daarom vraagt. Met de te ontwikkelen monitor en het ingezette proces van samenwerken met onze inwoners en de Raadswerkgroep Duurzame Energie blijven we in de uitvoering van de Koers 2050 samen optrekken en afstemmen.

Koers Duurzaamheid 2050 Gemeente Roerdalen

29

Bijlage 1 evaluatie zon- en windbeleid Aanleiding Na circa 5 jaar werken aan duurzaamheid -en vooral duurzame energie- hebben we het een en ander bereikt. Het Actieplan Duurzame Energie Gemeente Roerdalen 2019-2022 legde hiervoor de basis. Daaruit vloeiden praktische projecten voort. Deze richtten zich onder andere op het isoleren van woningen, het plaatsen van zonnepanelen op woningen en het verduurzamen van openbare verlichting. Ook informeerden we inwoners en stimuleerden we hen om hun woning duurzamer te maken. Daarnaast werkten we aan beleidsrichtingen voor de middellange termijn. We stelden een ambitie op voor het opwekken van grootschalige zonne- en windenergie. De kern hiervan is dat we tot het jaar 2030 ongeveer 75 hectare aan zonnepanelen (zonnevelden of zonnepanelen op daken) willen ontwikkelen. Om de kwaliteit van de zonnevelden te

30

Koers Duurzaamheid 2050 Gemeente Roerdalen

borgen, stelden we een scorematrix op. Inmiddels wordt er gewerkt aan de voorbereiding van vier zonnevelden. Drie door externe partijen en één door de gemeente zelf. We vonden het belangrijk om de scorematrix te evalueren en het beleid voor zon en wind tegen het licht te houden. We hebben met de raadswerkgroep Duurzame Energie afgesproken om de evaluatie te gebruiken om nieuw beleid voor de gemeente op te nemen in de duurzaamheidskoers.

SWOT-analyse Tijdens twee bijeenkomsten met de raadswerkgroep hebben we het beleid geëvalueerd. Alle fracties hebben daarnaast een evaluatieformulier ingevuld. In de SWOT-matrix hieronder staat de samenvatting van de evaluatie.

Een aantal punten stippen we aan: • Met de drie zonnevelden van externe partijen, ons eigen zonneveld en zonnepanelen op daken bereiken we al grotendeels onze ambitie voor 2030. • Het is belangrijk om concretere voorwaarden te stellen aan de manier waarop ontwikkelaars omgaan met participatie. • Het is belangrijk om eerst te bepalen hoeveel energie we in 2050 duurzaam willen opwekken. Daarna werken we dit uit in vormen die bij Roerdalen passen. • Het bestaande beleid over duurzaam opwekken met zonne- en windenergie is te beperkt. Er moet ook aandacht zijn voor knelpunten zoals overproductie, netcongestie en opslagmogelijkheden. Dat geldt ook voor de combinatie met andere opwekbronnen zoals groen gas, geothermie, aquathermie en kernenergie, waterstofproductie en -opslag, en de inzet van restwarmte. • Er moet rekening worden gehouden met andere en nieuwe technieken. Dus naast zonne- en windenergie ook met kernenergie of een thoriumcentrale. • Er moet oog zijn voor (regionale) samenwerking: wat gebeurt landelijk, wat regionaal en wat doen we zelf in Roerdalen? • Er is heel veel in ontwikkeling. Het nieuwe beleid moet dus ruimte bieden om in te spelen op de vele veranderingen en ontwikkelingen, zowel in wet- en regelgeving als nieuwe technieken.

• Door een expertmeeting te organiseren kunnen de leden van de raadswerkgroep, geïnteresseerde inwoners, ambtenaren en raadsleden tot een gedeeld beeld komen van de (nieuwe) technieken die beschikbaar zijn of komen. Daarmee vergroten we het kennisniveau. Dat kan helpen bij de ontwikkeling van nieuw beleid. • Ook inwoners moeten kunnen meedoen in de werkgroepen die bijdragen aan het nieuwe duurzaamheidsbeleid. • Maak via monitoring inzichtelijk wat we op het gebied van duurzaamheid moeten, wat we mogen en wat we al doen binnen de gemeente. En zorg ervoor dat dit inzicht actueel is. Er is nu onduidelijkheid over.

Conclusie In de evaluatie lag de nadruk op het opwekken van zonne-energie en de opgave om tot 2030 ongeveer 75 hectare aan zonnepanelen te ontwikkelen. Duidelijk werd dat het bij de ontwikkeling van nieuw beleid moet gaan om een integrale aanpak. Daarbij was het de wens om te kijken naar de ambitie in 2050. Maar daarbij ook de korte termijn niet te vergeten en open te blijven staan voor nieuwe technieken en regionale en landelijke ontwikkelingen (mogelijk ook regionale en lokale taakstellingen). Het gaat uiteindelijk om de samenhang van besparing, duurzame opwek, opslag, elektriciteit én warmte. En om de manier waarop gemeente en inwoners hier samen invulling aan geven. Het betrekken van inwoners en andere stakeholders is cruciaal. We hebben de aanbevelingen uit de evaluatie gebruikt om de nieuwe duurzaamheidskoers vorm te geven.

Koers Duurzaamheid 2050 Gemeente Roerdalen

31

griffie

OPLEGVEL RAADSVOORSTEL Raadsvergadering

:

3 juli 2024

Agendapunt

:

15

Onderwerp

:

Deelname centrumregeling RES Noord- en Midden-Limburg

Commissiebehandeling Raadsadviescommissie

: 18 juni 2024

Fracties afwezig bij commissiebehandeling: n.v.t. Advies commissie: 1. Onderwerp rijp voor behandeling in gemeenteraad

Ja

2. Wijze van agendering voor de raad

Bespreekstuk

Inhoudelijk commissieadvies: Blijkens het raadsvoorstel stelt het college van burgemeester en wethouders de gemeenteraad voor:

Het college van burgemeester en wethouders overeenkomstig artikel 73, vierde en vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen toestemming te verlenen tot het besluiten tot het treffen van de Gemeenschappelijke regeling Centrumregeling RES NML overeenkomstig het aan de raad gezonden ontwerpbesluit. De fracties van Democraten Roerdalen, PvdA-GroenLinks en Roerstreek Lokaal! adviseren positief over het raadsvoorstel. De fracties van het CDA en Ons Roerdalen onthouden zich van een inhoudelijk advies over het raadsvoorstel. Bijzonderheden (indien van toepassing): --

gg

Eg gemeente roerdalen Raadsvoorstel Zaaknummer Onderwerp: Datum: Indiener agendapunt: Portefeuillehouder: Gevraagd besluit:

Bijlage(n):

Z23-036617 Deelname centrumregeling RES Noord- en Midden-Limburg 14 mei 2024 College van Burgemeester en wethouders Roerdalen R.H.G. Slangen Het college van burgemeester en wethouders overeenkomstig artikel 73, vierde en vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen toestemming te verlenen tot het besluiten tot het treffen van de Gemeenschappelijke regeling Centrumregeling RES NML overeenkomstig het aan de raad gezonden ontwerpbesluit. Bijlage 1: Ontwerpbesluit Centrumregeling RES Noord- en MiddenLimburg Bijlage 2: Reactie op zienswijzen Bijlage 3: Toelichting Centrumregeling RES Noord- en Midden-Limburg Bijlage 4: Raadsvoorstel 2 november 2023

Toelichting bij het raadsvoorstel 1.

Onderwerp

Deelname aan de centrumregeling RES Noord- en Midden-Limburg. 2.

Inleiding

Om de uitdagingen binnen de Regionale Energiestrategie Noord- en Midden-Limburg (RES NML) de komende jaren het hoofd te kunnen bieden is een gelijkwaardige en continue samenwerking cruciaal. Structurele financiële middelen ondersteunen de toekomstbestendige RES NML samenwerking. Regionale samenwerking biedt kansen om menskracht en expertise te delen. Dit is vanwege de krappe arbeidsmarkt ook nodig. Samenwerking tussen maatschappelijke organisaties, inwoners, energiecoöperaties, netbeheerders, bedrijfsleven en overheden: lokaal, regionaal en landelijk. leder vanuit zijn eigen rol. Samenwerken is belangrijker dan ooit. Het doel van de sterke samenwerking is de implementatie van het Klimaatakkoord versnellen, de maatschappelijke kosten verlagen en meer invloed te hebben op de uitvoering, door: • Kennis opbouwen, bundelen en delen; • Voldoende gekwalificeerd personeel (krapte arbeidsmarkt), continuiteit, efficiency; • (gemeente)grensoverschrijdende onderwerpen gezamenlijk passend oplossen; • Voor (regionaal opererende) stakeholders één regionale aanpak; • Lagere kosten. Begin 2023 hebben de partners zich uitgesproken voor een sterke samenwerking en zijn akkoord gegaan met de uitwerking van de centrumregeling RES NML. Op 2 november 2023 is de

Pagina 1 van 3 1111111111

9 5 gemeente roerdalen

centrumregeling aan uw raad voorgelegd met de mogelijkheid zienswijzen in te dienen. Uw raad heeft geen zienswijzen ingediend. Door een vijftal andere RES-partners is wel gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. In bijlage 2 worden de zienswijzen weergegeven en een reactie op de zienswijzen gegeven door het bestuurlijk overleg van de RES NML. Voor de argumenten, kanttekeningen en andere informatie wordt verwezen naar het raadsvoorstel van 2 november 2023 (bijlage 4). Nu ligt de definitieve centrumregeling voor. Ten opzichte van de versie waarover in november 2023 is besloten, is een aantal beperkte aanvullingen opgenomen: • Er is extra benadrukt dat de kaderstellende taken bij de gemeenteraad blijven • •

Er is een actieve jaarlijkse informatieverstrekking aan gemeenteraden opgenomen Er wordt aanvullend inzicht geboden in de voor de centrumregeling RES NML op te stellen ontwerpbegroting, de jaarrekening en de jaarstukken

Uw raad dient toestemming te verlenen aan ons college van burgemeester en wethouders om over het treffen van de centrumregeling te besluiten. 3. Beslispunten De raad besluit: 1.

Het college van burgemeester en wethouders overeenkomstig artikel 73, vierde en vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen toestemming te verlenen tot het besluiten tot het treffen van de Gemeenschappelijke regeling Centrumregeling RES NML overeenkomstig het aan de raad gezonden ontwerpbesluit.

4. Argumenten De in de regeling aangebrachte wijzigingen als gevolg van de zienswijzen zijn beoordeeld akkoord bevonden. De wijzigingen geven geen aanleiding om de regeling af te wijzen. 5. Kanttekeningen Als Roerdalen niet deelneemt aan de centrumregeling, dan kan het uiteindelijk taakstellingen vanuit de provinciale of landelijke overheid opgelegd krijgen. 6. Financiën Het voorstel dat nu voor ligt is om te komen tot toestemming voor de centrumregeling RES NML. De bekostiging is op basis van een bedrag per inwoner. Het bedrag per inwoner is € 2,60. De basistaken worden voor dit bedrag uitgevoerd. Voor de plustaken zal separaat een begroting worden opgesteld, aangezien dit afhankelijk is van het aantal deelnemers. We reserveren hier € 0,90 per inwoner voor. Daarmee begroten we€ 3,50 per inwoner per jaar, wat neerkomt op €72.457,- per jaar. We dekken deze bijdrage uit de bestaande duurzaamheidsbudgetten. In totaal hebben we op dit moment jaarlijks € 450.000 begroot voor duurzaamheid, waarvan € 75.000 voor de RES. Het besluit over de centrumregeling RES NML past hier dus in.

Pagina 2 van 3

gemeente roerdalen

7.

Communicatie

N.v.t.

8.

Planning en uitvoering

De centrumregeling valt onder de (Wet gemeenschappelijke regelingen) Wgr. Na toestemming door uw raad, besluiten wij definitief over de regeling. De raden van alle gemeenten binnen de RES NML, het algemeen bestuur van het waterschap en provinciale staten van de provincie Limburg zullen vermoedelijk voor de zomer besluiten, zodat direct na de zomer de nieuwe regeling formeel in kan gaan. We leggen ons vast tot minimaal 1 januari 2026. Voor die tijd kunnen we niet uitstappen.

9.

Privacy

N.v.t.

10. (Wettelijk en/of beleidsmatig) kader Om de ambities van het klimaatakkoord te realiseren binnen de RES regio Noord- en MiddenLimburg werken de vijftien gemeenten, provincie Limburg, Waterschap Limburg en Enexis intensief samen. De afgelopen periode gebeurde dit in een projectmatige vorm. In 2021 is de Regionale Energie Strategie (RES 1.0) vastgesteld en in 2023 heeft u een voortgangsrapportage ontvangen. De gezamenlijke ambities en inhoudelijke uitgangspunten op het gebied van energiebesparing, warmtetransitie en duurzame opwek tot 2030 met een doorkijk naar 2050 zijn hierin helder verwoord.

11. Bijlagen •

Bijlage 1: Ontwerpbesluit Centrumregeling RES Noord- en Midden-Limburg

•

Bijlage 2: Reactie op zienswijzen

•

Bijlage 3: Toelichting Centrumregeling RES Noord- en Midden-Limburg

•

Bijlage 4: Raadsvoorstel 2 november 2023

Sint Odiliënberg, 14 mei 2024 Burgemeester en wethouders van Roerdalen, De secretaris,

De burgemeeste,

J.J.W.M. L'Ortije

mr. M.D. de Boer-Beerta

Pagina 3 van 3

Raadsbesluit

Jaar 2024/07/03/15

Zaaknummer: Z23-036617 Onderwerp: Toestemming deelname centrumregeling RES NML De raad van de gemeente Roerdalen heeft; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 mei 2024, gelet op artikel 73 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en Afdeling 10.2.1 van de Algemene wet bestuursrecht; het volgende besluit genomen:

Besluit: Het college van burgemeester en wethouders overeenkomstig artikel 73, vierde en vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen toestemming te verlenen tot het besluiten tot het treffen van de Gemeenschappelijke regeling Centrumregeling RES NML overeenkomstig het aan de raad gezonden ontwerpbesluit. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 3 juli 2024. De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier,

De voorzitter,

mr. M. Heijnens-Coenjaerts

mr. M.D. de Boer-Beerta

Pagina 1 van 1

Centrumregeling Regionale Energie Strategie Noord- en Midden Limburg Geldend van 1 januari 2024 t/m heden Initulé Centrumregeling Regionale Energie Strategie Noord- en Midden Limburg De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Mook en Middelaar, Bergen, Gennep, Venray, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Beesel, Roermond, Weert, Nederweert, EchtSusteren, Maasgouw, Roerdalen, Leudal en Venlo, het dagelijks bestuur van het Waterschap Limburg en het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft; Overwegende dat: • De deelnemers binnen de Regionale Energie Strategie Noord- en Midden- Limburg samenwerken om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen conform de afspraken uit het Nationaal Klimaatakkoord; • De samenwerking daarbij is gericht op het gezamenlijk maken en uitvoeren van regionale afspraken over duurzame energie, (niet-fossiele) warmtebronnen en energiebesparing, een en ander met inachtneming • van de door de deelnemers en hun vertegenwoordigende organen vastgestelde kaders; • De deelnemers ieder voor zich, na verkregen toestemming van hun vertegenwoordigende organen, • hebben besloten om de samenwerking te formaliseren via een centrumregeling als bedoeld in artikel 74 jo. artikel 8 lid 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, en; • De gemeente Venlo daarbij als centrumgemeente zal fungeren.

Besluiten gelet op het bepaalde in de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR), hoofdstuk VI en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht, de hiernavolgende centrumregeling te treffen:

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 – Definities In deze centrumregeling wordt verstaan onder: a. centrumgemeente: de gemeente Venlo; b. centrumregeling: de gemeenschappelijke regeling Regionale Energie Strategie Noord- en Midden Limburg, zijnde een centrumregeling als bedoeld in artikel 74 jo. artikel 8 lid 4 van de wet; c. deelnemer(s): het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten Mook en Middelaar, Bergen, Gennep, Venray, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Beesel, Roermond,

d. e. f. g. h. i. j.

k. l.

Weert, Nederweert, Echt-Susteren, Maasgouw, Roerdalen, Leudal en Venlo, het dagelijks bestuur van het Waterschap en het college van gedeputeerde staten van de Provincie; Klimaatakkoord: Nationaal Klimaatakkoord, zoals vastgesteld op 28 juni 2019, alsmede de toekomstige wijzigingen daarvan; netbeheerder(s): een op grond van de Gas- en/of de Elektriciteitswet 1998 aangewezen bedrijf dat de netten beheert in Noord- en/of Midden-Limburg; ontwikkelgroep(en): door het portefeuillehoudersoverleg in te stellen commissies voor de uitvoering van de basistaken; portefeuillehouders: de portefeuillehouders van de deelnemers die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Regionale Energie Strategie; provincie: provincie Limburg; strategische samenwerkingspartners: (markt)partijen die werkzaam zijn op het gebied van de energietransitie, zoals bijvoorbeeld netbeheerders; vertegenwoordigende organen van de deelnemers: de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten, provinciale staten van de provincie en het algemeen bestuur van het waterschap; waterschap: Waterschap Limburg; wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 2 – Algemene bepalingen 1. Er is een centrumregeling genaamd Regionale Energiestrategie Noord- en Midden Limburg. 2. De gemeente Venlo wordt aangewezen als centrumgemeente.

Artikel 3 – Belang en doelstelling De centrumregeling wordt getroffen in het belang van de uitvoering van het Klimaatakkoord en heeft tot doel om de regionale energiestrategie in Noord- en Midden-Limburg uit te voeren en om de deelnemers daarin waar mogelijk te faciliteren.

HOOFDSTUK II TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel 4 – Taken en bevoegdheden 1. Ter verwezenlijking van de doelstelling van artikel 3, voert de centrumgemeente de taken voor de deelnemers uit in de vorm van basistaken en plustaken. 2. De centrumgemeente voert de volgende basistaken uit voor alle deelnemers: a. voorbereiden van de besluitvorming van de deelnemers over het vaststellen en herijken van de gezamenlijke strategische koers en ambities van de centrumregeling; b. voorbereiden van de besluitvorming van de deelnemers over het vaststellen van regionaal energiebeleid;

c. monitoren van de voortgang van de gestelde doelen, welke door de deelnemers zijn vastgelegd in de onder a en b bedoelde beleidsdocumenten; d. opbouwen, bundelen en delen van kennis; e. voeren van bovenlokaal accountmanagement met strategische samenwerkingspartners; f. voeren van de financiële administratie en verantwoording, waaronder het beheer van de algemene reserve; g. opstellen van het werkprogramma voor de centrumregeling. 3. De centrumgemeente kan ter verwezenlijking van de doelstelling als bedoeld in artikel 3 ook plustaken voor twee of meer deelnemers verrichten indien de betreffende deelnemers daartoe gezamenlijk besluiten.

Artikel 5 – Mandaat, volmacht en machtiging voor uitvoering basistaken 1. Ter uitvoering van de in artikel 4 opgenomen basistaken verleent iedere deelnemer mandaat aan het college van de centrumgemeente. 2. De bevoegdheden die ter uitvoering van de centrumregeling worden gemandateerd, worden in een mandaatregeling opgenomen. De mandaatregeling wordt vastgesteld en gewijzigd door eensluidende besluiten van de deelnemers. 3. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op het door de deelnemers verlenen van volmacht en machtiging aan het college van de centrumgemeente.

Artikel 6 – Samenwerkingsovereenkomst voor uitvoering plustaken 1. Ter uitvoering van de in artikel 4 lid 3 opgenomen plustaken gaan de betreffende deelnemers een samenwerkingsovereenkomst aan. 2. De samenwerkingsovereenkomst bevat in ieder geval de omschrijving van het concrete project en thema binnen de regionale energiestrategie dat wordt opgepakt, de te stellen doelen, de budgettering, de samenstelling van de projectgroep, de werkwijze en vergaderfrequentie.

HOOFDSTUK III INFORMATIE- EN OVERLEGSTRUCTUREN Artikel 7 – Informatieverstrekking 1. Het college van de centrumgemeente verstrekt de vertegenwoordigende organen van de deelnemers schriftelijk alle inlichtingen die deze vertegenwoordigende organen nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. 2. Deze inlichtingen worden in beginsel jaarlijks verstrekt door toezending van het werkprogramma, de ontwerpbegroting en de jaarstukken. 3. Het college van de centrumgemeente verstrekt de deelnemers alle door hen gevraagde inlichtingen over de uitvoering van de centrumregeling.

Artikel 8 – Regionale overlegstructuur 1. Met betrekking tot de uitvoering van de regionale energiestrategie is er een regionale overlegstructuur. 2. De regionale overlegstructuur is als volgt georganiseerd: a. Het portefeuillehoudersoverleg; b. het agenda-overleg; c. Het programmateam; d. De ambtelijke regiegroep, en; e. De ontwikkelgroepen.

Artikel 9 – Portefeuillehoudersoverleg 1. Het portefeuillehoudersoverleg bestaat uit de portefeuillehouders van de deelnemers. 2. De leden van het portefeuillehoudersoverleg worden aangewezen voor een periode van vier jaar en zij treden af op de dag waarop zij ophouden portefeuillehouder te zijn. Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen. 3. Het portefeuillehoudersoverleg wijst iedere eerste vergadering in de nieuwe samenstelling uit zijn midden een voorzitter, alsmede een plaatsvervangend voorzitter aan. 4. Strategische samenwerkingspartners kunnen als adviseur deelnemen aan het portefeuillehoudersoverleg. 5. Het portefeuillehoudersoverleg komt tenminste viermaal per jaar in vergadering bijeen en verder zo vaak als de voorzitter dat nodig oordeelt of wanneer een deelnemer dit onder opgave van redenen schriftelijk verzoekt. 6. De vergaderingen van het portefeuillehoudersoverleg worden met gesloten deuren gehouden, tenzij het portefeuillehoudersoverleg anders bepaalt. 7. De adviezen en voordrachten van het portefeuillehoudersoverleg komen tot stand bij gewone meerderheid. Iedere portefeuillehouder heeft daarbij één stem.

Artikel 10 – Taken portefeuillehoudersoverleg Het portefeuillehoudersoverleg heeft de volgende taken: a. monitoren van de uitvoering van de in artikel 4 genoemde taken; b. adviseren over de gezamenlijke strategische koers en ambitie van de centrumregeling; c. adviseren over een model van de samenwerkingsovereenkomst(en) voor de uitvoering van de in artikel 4 lid 3 genoemde plustaken; d. adviseren van de centrumgemeente over de aanstelling, schorsing en het ontslag van de programmamanager; e. instellen en benoemen van de voorzitter van de ontwikkelgroepen en het houden van toezicht daarop; f. adviseren over het jaarplan, de jaarrekening en ontwerpbegroting RES NML, en; g. adviseren over aanpassingen van de jaarlijkse vergoeding van de deelnemers aan de centrumgemeente.

Artikel 11 – Agenda-overleg 1. Het portefeuillehoudersoverleg wijst uit zijn midden minimaal twee leden aan die tevens deel uitmaken van het agenda-overleg. Gelijktijdig wordt voor ieder lid een vaste plaatsvervanger aangewezen. 2. Het agenda-overleg bereidt de portefeuillehouders overleggen voor en ziet toe op de uitvoering van de in het portefeuillehoudersoverleg gemaakte afspraken.

Artikel 12 – Programmateam 1. Het programmateam bestaat uit de programmamanager en de voorzitters van de ontwikkelgroepen. 2. Het programmateam staat onder voorzitterschap van de programmamanager. 3. De leden van het programmateam zijn in dienst van de centrumgemeente. 4. Het programmateam heeft in ieder geval de volgende taken: a. het aansturen van de ontwikkelgroepen; b. het ten behoeve van de in artikel 10 genoemde taken opstellen van voorstellen voor het portefeuillehoudersoverleg, en; c. het afstemmen van de onder b genoemde voorstellen met de ambtelijke regiegroep.

Artikel 13 – Ambtelijke regiegroep 1. De ambtelijke regiegroep bestaat uit de programmamanager, medewerkers van de deelnemers en een medewerker van de netbeheerder(s). 2. De ambtelijke regiegroep staat onder voorzitterschap van de programmamanager. 3. De ambtelijke regiegroep komt minimaal vier maal per jaar in vergadering bijeen en verder zo vaak als de programmamanager dat nodig acht of wanneer een deelnemer van de ambtelijke regiegroep dit onder opgave van redenen schriftelijk verzoekt. 4. De ambtelijke regiegroep heeft de volgende taken: a. het op strategisch niveau adviseren van het programmateam vanuit het perspectief van de eigen deelnemers; b. het op strategisch niveau adviseren van het portefeuillehoudersoverleg over de uitvoering van de basistaken als bedoeld in artikel 4; c. het onder nader overeen te komen voorwaarden verlenen van bijstand aan de centrumgemeente voor de uitvoering van de basistaken als bedoeld in artikel 4.

Artikel 14 – Ontwikkelgroepen 1. De ontwikkelgroepen bestaan uit een voorzitter en terzake deskundige beleidsmedewerkers van de deelnemers. 2. De voorzitter van de ontwikkelgroepen is in dienst van de centrumgemeente. 3. De ontwikkelgroepen hebben de volgende taken: a. het uitvoeren van de basistaken als bedoeld in artikel 4;

b. het onder nader overeen te komen voorwaarden verlenen van bijstand aan de centrumgemeente voor de uitvoering van de plustaken als bedoeld in artikel 4. 4. Iedere ontwikkelgroep geeft periodiek, doch minimaal twee keer per jaar, uitleg over de uitgevoerde werkzaamheden aan het programmateam en het portefeuillehoudersoverleg.

HOOFDSTUK IV – PROGRAMMAMANAGER Artikel 15 – Programmamanager 1. Het portefeuillehoudersoverleg, het agenda-overleg, het programmateam, de ambtelijke regiegroep en de ontwikkelgroepen worden bijgestaan door de programmamanager. 2. De programmamanager verzorgt tevens het secretariaat van het portefeuillehouders- en agendaoverleg, het programmateam, de ambtelijke regiegroep en de ontwikkelgroepen. 3. De aanstelling, de schorsing en het ontslag van de programmamanager geschiedt door de centrumgemeente, na een daartoe strekkend advies van het portefeuillehoudersoverleg.

HOOFDSTUK V – PERSONEEL EN FINANCIËN Artikel 16 – Jaarlijkse bijdrage voor uitvoering basistaken 1. De centrumgemeente brengt voor de uitvoering van de basistaken en voor het beschikbaar stellen van voldoende personele capaciteit alsmede dekking van de daarmee gepaard gaande kosten aan de deelnemers een jaarlijkse vergoeding in rekening. 2. De hoogte van deze vergoeding bedraagt: a. gemeenten: een jaarlijkse vergoeding van € 2,60,- per inwoner; b. provincie en waterschap: of een vergoeding wordt verstrekt en zo ja, hoeveel, wordt jaarlijks, na een verzoek van het portefeuillehoudersoverleg, door de provincie respectievelijk het waterschap vastgesteld, met inachtneming van de begroting RES NML voor het daaropvolgende jaar. 3. De peildatum voor het inwoneraantal is 1 januari 2024 en wordt elke twee jaar geactualiseerd. 4. De in het tweede lid bedoelde gemeentelijke vergoeding wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd op basis van de Consumenten Prijs Index en kan bovendien na een daartoe strekkend voorstel van de centrumgemeente jaarlijks door de deelnemers worden verhoogd of verlaagd indien dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de in artikel 3 en 4 omschreven doelstelling en basistaken. 5.

Een eventueel verschil tussen de betaalde vergoeding en de werkelijk verschuldigde vergoeding wordt jaarlijks na vaststelling van de jaarrekening door de centrumgemeente terugbetaald aan de betreffende deelnemer(s). 6. Indien er bij opheffing van deze centrumregeling of bij uittreding van een deelnemer nog baten over zijn, vindt er door de centrumgemeente een eindafrekening plaats aan de deelnemers naar rato van de betaalde financiële bijdrage.

Artikel 17 – Begroting RES NML 1. Het college van de centrumgemeente is verantwoordelijk voor het tijdig indienen van de jaarlijkse begroting. 2. Het college van de centrumgemeente stelt jaarlijks in april, voorafgaand aan het jaar waarvoor deze geldt, een ontwerpbegroting RES NML op met de integrale kosten die voor haar voortvloeien uit de dienstverlening op grond van de centrumregeling ten behoeve van de deelnemers. De begroting vermeldt hierbij de kosten voor instandhouding en de kosten voor de taakuitvoering. 3. De begroting wordt, voorafgaand aan de vaststelling daarvan, gedurende twaalf weken voor advies voorgelegd aan het portefeuillehoudersoverleg en de vertegenwoordigende organen van de deelnemers. 4. Het bepaalde in dit artikel laat onverlet dat de deelnemers verplicht zijn om jaarlijks binnen hun begroting voldoende middelen te reserveren welke overeenkomen met de in artikel 16 bedoelde jaarlijkse bijdragen.

Artikel 18 – Rekening en verantwoording 1. Het college van de centrumgemeente is verantwoordelijk voor het tijdig indienen van de jaarrekening. 2. Van de inkomsten en uitgaven van de centrumregeling wordt door het college van de centrumgemeente over elk kalenderjaar vóór 1 juli schriftelijk verantwoording afgelegd aan het portefeuillehoudersoverleg en de vertegenwoordigende organen van de deelnemers, onder overlegging van de jaarrekening met de daarbij behorende bescheiden.

HOOFDSTUK VI – GESCHILLEN Artikel 19 – Geschillenregeling 1. Geschillen over de inhoud, strekking en uitvoering van de centrumregeling worden eerst voorgelegd in het portefeuillehoudersoverleg met als doel om minnelijk tot een oplossing te komen. 2. Indien het minnelijke overleg niet tot een oplossing leidt, wordt het geschil onderworpen aan de bevoegde rechter van de rechtbank Limburg.

HOOFDSTUK VII – ARCHIEFBEPALINGEN Artikel 20 – Archivering 1. Het college van de centrumgemeente draagt zorg voor de archiefbescheiden van de centrumregeling. 2. De programmamanager is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

3. Het college van de centrumgemeente stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. 4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de centrumregeling wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van de centrumgemeente. 5. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van de centrumgemeente. 6. De archivaris van de centrumgemeente brengt tweejaarlijks aan het college van de centrumgemeente verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling die niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 7. Het college van de centrumgemeente brengt jaarlijks verslag uit aan de gemeenteraad van de centrumgemeente over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de centrumregeling. 8. De deelnemers stellen tijdig aan het college van de centrumgemeente de archiefbescheiden beschikbaar die nodig zijn voor de uitvoering van de gemandateerde taken.

HOOFSTUK VIII – WIJZIGING, TOETREDING, UITTREDING EN OPHEFFING Artikel 21 – Toetreding 1. Een college van burgemeester en wethouders van een andere gemeente kan toetreden tot de centrumregeling, indien de deelnemers hiermee unaniem instemmen, onverminderd het bepaalde in artikel 73 van de wet. 2. De deelnemers regelen in overleg de rechten, verplichtingen en financiële gevolgen van de toetreding van de nieuwe deelnemers.

Artikel 22 – Wijziging 1. De centrumregeling kan worden gewijzigd bij besluit van ten minste twee derde van de deelnemers, onverminderd het bepaalde in artikel 73 van de wet. 2. Een voorstel tot wijziging kan worden gedaan door een deelnemer. 3. Het wijzigingsbesluit regelt de datum van inwerkingtreding, onverminderd het bepaalde in artikel 74 en 26 van de wet.

Artikel 23 – Uittreding 1. Uittreding kan niet plaatsvinden voor 1 januari 2026. 2. Met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid kan een deelnemer besluiten tot uittreding, onverminderd het bepaalde in artikel 73 van de wet.

3. De uittredende deelnemer deelt het besluit tot uittreding zo spoedig mogelijk schriftelijk mee aan het portefeuillehoudersoverleg en de programmamanager. 4. De uittreding gaat in op 1 januari van het jaar volgende op het verstrijken van een termijn van twee jaren na het nemen van het besluit tot uittreding, tenzij de deelnemers unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen. 5. Gedurende de in het vierde lid genoemde termijn is de uittredende deelnemer de jaarlijkse bijdrage nog volledig verschuldigd. Na volledige betaling en ommekomst van deze termijn zijn de uittredende deelnemer en de deelnemers niets meer jegens elkaar verschuldigd. 6. Het bepaalde in het vijfde lid laat onverlet dat de deelnemers bevoegd zijn om te onderzoeken of de uittredende deelnemer personeel en activa overneemt. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van het besluit tot uittreding van de deelnemer.

Artikel 24 – Opheffing 1. Opheffing kan niet plaatsvinden voor 1 januari 2026. 2. De centrumregeling kan met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid worden opgeheven wanneer alle deelnemers minus één daartoe besluiten. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de vertegenwoordigende organen van de deelnemers gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze bij het college van burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk het college van gedeputeerde staten van de provincie en het dagelijks bestuur van het waterschap naar voren te brengen. 3. De centrumgemeente stelt een liquidatieplan vast. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. 4. Voor de vaststelling van de financiële gevolgen van de opheffing en de daarbij te hanteren verdeelsleutel vraagt de centrumgemeente, na een daartoe strekkend voorstel van het portefeuillehoudersoverleg, het advies van een onafhankelijke adviseur. Het advies van de onafhankelijke adviseur is voor de deelnemers bindend. De kosten van het inschakelen van de adviseur worden gelijkelijk verdeeld over de deelnemers. 5. Het is in ieders belang om de liquidatiekosten zo laag mogelijk te houden en er wordt afgesproken dat iedere deelnemer een bijdrage levert aan het te herplaatsen personeel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=540a5027-6907-431c-ba50-e0f16a0a3cc4