Agendabundel
Tekst van het document
De voorzitter,
mr. M. Heijnens-Coenjaerts
ing. J.M.A. van Agtmaal
Pagina 2 van 2
BIJLAGE A: Voorstel wijziging rioolheffing Aanleiding Gezien de financiële situatie van onze gemeente en de onzekerheid over de financiële middelen vanuit de rijksoverheid, is de gemeente in het najaar 2023 gestart met Roerdalen in Balans 2.0. Dit had als doelstelling een sluitende begroting voor het jaar 2025 met een meerjarige doorwerking zonder beroep te doen op de algemene reserve, incluis ruimte voor nieuw beleid. Tijdens deze benchmark is gebleken dat de gemeente Roerdalen de woonlasten voor huurders hoog zijn. Volgens een provinciale benchmarkt belast de gemeente de huurders bovengemiddeld. Oorzaak ligt in de wijze van toerekening van de rioolheffing naar gebruiker en niet naar eigenaar. Naar aanleiding hiervan is er onderzocht of een andere heffingsgrondslag voor het rioolrecht zorgt voor betere verdeling van de lasten tussen woningeigenaren en huurders. De aanleiding voor deze transitie is de opdracht vanuit "Roerdalen in balans" om de lasten voortkomend uit de rioolheffing te gaan de verleggen van huurder naar eigenaar. Voor de verdere uitwerking hiervan is input gezocht bij BsGW en stichting Rioned. Stichting Rioned is een koepelorganisatie op het gebied van Stedelijk Waterbeheer. Deze organisatie heeft ook het nodige gepubliceerd over rioolheffing.
Uitgangspunten Eén van de belangrijkste uitgangspunten is dat de uitvoerbaarheid van de verordening goed in beeld moet blijven en niet moet leiden tot een zodanige hoeveelheid extra werk (bijv. administratie, toezicht en handhaving) waardoor de perceptiekosten hoog op gaan lopen of dat er extra beslag wordt gelegd op de beschikbare personeelsuren om vragen van inwoners te beantwoorden. Tevens is het wenselijk dat het heffen van de belasting gebeurt tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten. Aandachtspunten De gemeente heeft een grote vrijheid bij het kiezen van een heffingsmaatstaf, er zijn wel een paar regels waar rekening mee gehouden moet worden. • Een heffing naar inkomen, winst of vermogen is verboden • Een heffing die zich richt op het profijt van de gemeentelijke voorziening of naar de mate waarin de belastingplichtige kosten veroorzaakt, zijn wel toegestaan. • Alle andere heffingsmaatstaven moet de gemeente aantonen dat deze aansluiten bij het gevoerde beleid dat aansluit bij een beleidsmatig uitgangspunt. Ook moet de rechtvaardiging plaatsvinden op objectieve gronden. Objectafbakening Een van de onderdelen die opgenomen moet worden in de verordening is het belastingobject oftewel het voorwerp van belasting. Voorheen werd een onroerende of roerende zaak met een aansluiting op de gemeentelijke riolering verstaan.
Tegenwoordig wordt dit steeds vaker losgelaten en wordt voor het belastingobject aangesloten bij een perceel zoals dit is afgebakend voor de Wet WOZ. Door aan te sluiten bij de afbakening van de Wet WOZ is het eenvoudiger om de percelen af te bakenen, omdat die uit de WOZ-administratie overgenomen worden. BsGW geeft aan dat nagenoeg alle deelnemers voor wat betreft de objectafbakening ‘perceel’ uit gaan van het WOZ-object en een (in)directe aansluiting. Maatstaf Op dit moment hanteert de gemeente een gebruikersheffing op basis van waterverbruik. Om de woonlasten voor huurders te verlagen zal de rioolheffing gedeeltelijk of volledig verlegd moeten worden naar de eigenaar.
In 2025 zijn er 11 gemeenten in Limburg die een hybride-variant (eigenaar en gebruikersheffing) hanteren. Het gebruikersdeel varieert tussen € 17,16 en € 267,97. Om de woonlastenverlichting van huurders echter optimaal te benutten zal er aansluiting gezocht moeten worden bij een volledige eigenarenheffing. Heffingsmaatstaven Bij een eigenarenheffing komen de volgende heffingsmaatstaven in aanmerking: • Vast bedrag per perceel of per aansluiting • Bedrag afhankelijk van de WOZ-waarde Volgens de Atlas lokale lasten 2025 van Coelo is het eigenarentarief doorgaans een vast bedrag. In een klein aantal gemeenten is de eigenarenheffing afhankelijk van de WOZ-waarde.
Heffing met een vast bedrag Een veel gebruikte heffingsmaatstaf is het hanteren van een vast bedrag. Deze maatstaf kan gebruikt worden als eigenarenheffingen maar ook als gebruikersheffing. Voordeel van het heffen van een vast bedrag is dat deze leidt tot een eenvoudige uitvoering en dus ook lage perceptiekosten. Nadeel van een vast bedrag is dat kleine objecten hetzelfde bedrag betalen dan grote objecten. Daarnaast worden bij een vast bedrag huishoudens relatief zwaarder belast dan bedrijven. Veel kosten van de riolering worden tegenwoordig veroorzaakt door hemelwaterafvoer en niet zozeer door de afvoer van afvalwater. Aanbevolen wordt om een vast bedrag per perceel te hanteren en niet een vast bedrag per aansluiting. Bij een bedrag per aansluiting moet de gemeente aantonen dat een pand is aangesloten op het riool. Een perceel dat kadastraal op naam staat is transparanter voor het opleggen van de heffing. Aantallen De door BsGW aangeleverde lijst bevat 10.507 objecten die eventueel in aanmerking komen voor rioolheffing. In deze aantallen zitten ook objecten als geldautomaten, zendmasten, trafo, telefooncentrales, gasdistributiestations, etc. Met betrekking tot deze objecten zal moeten worden nagegaan of er sprake is van een (in)directe aansluiting.
Geprognosticeerde aantallen per staffel volgens de huidige systematiek:
Gebruikers o.b.v. waterverbruik:
Prognose aantallen 2025
Tarief 2025
650 165
€ 110,75 € 110,75
0 - < 25 m3 woningen 0 - < 25 m3 niet-woningen > 25 - < 150 m3
8.200
> 150 - < 500 m3 > 500 - < 1.500 m3 > 1.500 - < 3.000 m3 > 3.000 - < 4.000 m3
815 8.200
700 50 5 3
€ 242,00 € 301,95 € 858,25 € 2.629,35 € 5.634,00
758 > 4.000 m3 per eenh. van 1.000 m3
600 totaal
€ 94,10 9.773
Bron: BsGW; Voorlopige Prognose opbrengst Gemeentelijke Heffingen 2025, versie 0.3; 28 november 2024
Voordelen Eenvoudige uitvoering Lage perceptiekosten Voorspelbare en zekere opbrengsten Voorkeursvariant bij BsGW Weinig bezwaar gevoelig
Nadelen Relatie tussen heffing en mate van gebruik niet zichtbaar Percelen zonder afvalwateraansluiting betalen hetzelfde bedrag Eigenaren die nu in de laagste staffel waterverbruik vallen betalen aanzienlijk meer Eigenaren die onder het grootverbruik vallen betalen aanzienlijk minder Voor bepaalde objecten moet worden nagegaan of er sprake is van een (in)directe aansluiting
Variabele heffing via een WOZ-waarde Een aantal gemeenten kiest ervoor om de heffing afhankelijk te stellen van de WOZ-waarde. Nadeel is dat dat een aantal objecten (bv. kerken en kapellen) op basis van de “Uitvoeringsregeling uitgezondere objecten Wet WOZ” niet of lager worden gewaardeerd. Heffing op basis van WOZ-waarde kent een eenvoudige uitvoering en leidt derhalve tot lage perceptiekosten. Door de WOZ-waarde als heffingsmaatstaf te gebruiken zijn er veel verschillende opties mogelijk. Bijvoorbeeld een vast bedrag + een variabel bedrag op basis van WOZ-waarde. De heffing kan ook volledig gebaseerd worden op een percentage van de WOZ-waarde. Bij het hanteren van de WOZ-waarde als heffingsmaatstaf kan er ook voor gekozen worden om te werken met staffels. Nadeel hiervan is dat kleine waardeverschillen kunnen leiden tot een fors hogere heffing. De Hoge Raad heeft bepaald dat deze systematiek is toegestaan, omdat het de gemeente vrij staat heffingsmaatstaven die het beste aansluiten bij de het gemeentelijke beleid. Ondanks dat de HR heeft bepaald dat deze systematiek is toegestaan bestaat het risico dat op enig
moet er een uitspraak volgt dat de grenzen worden overschreden indien er gekozen wordt voor willekeurige of onredelijke tarieven en / of staffelgrenzen. Met de aanname dat percelen met een hogere WOZ-waarde over het algemeen groter zijn en dus meer hemelwater zullen afvoeren, sluit een heffingsmaatstaf op basis van WOZ-waarde gevoelsmatig beter aan bij het principe “de vervuiler betaalt”. Nadeel bij een heffingsmaatstaf op basis van WOZ-waarde is dat deze gevoelig is voor bezwaar. Doordat het financieel belang voor de inwoner bij een lagere WOZ-waarde minder aanwezig is bij het toepassen van staffels op basis van WOZ-waarden, is de variant op basis van staffels minder bezwaar gevoelig. Aantallen De door BsGW aangeleverde lijst bevat 10.507 objecten die eventueel in aanmerking komen voor rioolheffing. Volgens de aangeleverde prognose van BsGW worden er voor 2025 9.773 objecten aangeslagen voor rioolheffing. 23 objecten hebben geen WOZ-waarde of een WOZ-waarde gelijk aan 0. Gemeenten die heffen op basis van WOZ-waarde hanteren voor lagere WOZ-waarden een lager tarief. Indien de gemeente aansluit bij de verordening van Echt-Susteren dan ligt de grens bij € 20.000,-. Op basis van dit criterium vallen 54 objecten eventueel onder een verlaagd tarief. Voordelen Eenvoudige uitvoering* Lage perceptiekosten* Voorkeursvariant bij BsGW*
Nadelen Niet alle objecten hebben een WOZ-waarde of een verlaagde WOZ-waarde. Bezwaar gevoelig Door bezwaargevoeligheid is de werkelijke opbrengst minder voorspelbaar** Kan leiden tot onredelijke hoge heffing indien geen maximum wordt ingebouwd Eigenaren die nu in de laagste staffel waterverbruik vallen betalen aanzienlijk meer
* Geldt alleen bij een percentage van de WOZ-waarde ** Door de WOZ-waarde te hanteren van het jaar voorafgaand aan de aanslagoplegging kan dit grotendeels worden voorkomen.
Overige In theorie zijn er nog meerdere opties, zoals lengte van het riool of verhard oppervlak perceel. In de praktijk worden deze heffingsmaatstaven niet meer vaak gebruikt omdat deze methodes leiden tot een zwaardere administratieve last en controlewerkzaamheden.
Aanbeveling Gelet op hetgeen hiervoor beschreven is en naar aanleiding van het advies van BsGW is het voorstel om voor de vernieuwde rioolheffing uit te gaan van: - een perceel - zoals dat is afgebakend voor de Wet WOZ - met een (in)direct aansluiting - vast bedrag per perceel
Om percelen met een lagere WOZ-waarde minder zwaar te belasten wordt voorgesteld het belastingtarief voor percelen met een WOZ-waarde minder dan € 20.000,- te halveren en percelen met een WOZ-waarde minder dan € 3.000,- vrij te stellen. Belastingverordeningen op basis van bovenstaande uitgangspunten hebben zich inmiddels in de praktijk bewezen. Tevens is dit een variant die BsGW standaard aanbiedt waardoor hier geen extra maatwerkkosten aan zijn verbonden.
BIJLAGE B: Voorstel invoering forensenbelasting 1. Onderwerp Invoering Forensenbelasting per 1 januari 2026 2. Aanleiding Gezien de financiële situatie van onze gemeente en de onzekerheid over de financiële middelen vanuit de rijksoverheid, is de gemeente in het najaar 2023 gestart met Roerdalen in Balans 2.0. Dit had als doelstelling een sluitende begroting voor het jaar 2025 met een meerjarige doorwerking zonder beroep te doen op de algemene reserve, incluis ruimte voor nieuw beleid. Vanuit een benchmark en door de fracties zijn er aantal mogelijkheden aangedragen om aan de doelstelling te voldoen. Samen met de raadswerkgroep zijn er 16 voorstellen gedaan om nader uit te werken. Eén daarvan was de invoering van de forensenbelasting. 3. Forensenbelasting De juridische basis voor de forensenbelasting is te vinden in artikel 223 van de Gemeentewet. De forensenbelasting dient ertoe om mensen die relatief veel in een gemeente verblijven, maar geen ingezetene zijn van deze gemeente, mee te laten betalen aan voorzieningen in die gemeente. Het doel is niet om kosten voor deze voorzieningen één op één te verhalen, maar juist om een bijdrage te vragen voor het algemene voorzieningenniveau van de gemeente. Immers, voor deze mensen ontvangt de gemeente geen uitkering uit het Gemeentefonds. De forensenbelasting valt toe aan de algemene middelen van de gemeente.
Forensenbelasting kan worden opgelegd: • aan natuurlijke personen die, • zonder dat ze hun hoofdverblijf in de gemeente hebben, • meer dan 90 dagen per jaar een gemeubileerde woning tot hun beschikking hebben voor zich zelf of voor hun gezin. De aanslag wordt opgelegd aan degene die de gemeubileerde woning tot zijn beschikking heeft. De forensenbelasting wordt geheven van de gebruiker. Dit betreft niet in alle gevallen de eigenaar. Voor de forensenbelasting is het niet noodzakelijk dat men meer dan 90 dagen daadwerkelijk in de gemeubileerde woning aanwezig is. Het gaat er om dat men meer dan 90 dagen in de gemeubileerde woning had kunnen verblijven. In de zin van de forensenbelasting hoeft een gemeubileerde woning geen onroerende zaak te zijn, ook stacaravans kunnen aangemerkt worden als gemeubileerde woning. Een gemeubileerde woning moet aan een aantal eisen voldoen. Zo moet de gemeubileerde woning beschikken over een toilet, een keuken, een wasgelegenheid, nutsvoorzieningen en riolering. 4. Heffingsmaatstaf De Gemeentewet schrijft geen grondslag voor die gemeenten moeten hanteren. Gemeenten hebben daarmee een ruime beoordelingsvrijheid bij het bepalen van grondslag en tarief. De meest gangbare grondslagen zijn: 1. Een percentage van de WOZ-waarde eventueel aangevuld met een vast bedrag; 2. Een tarief op basis van een WOZ-staffel; 3. Een vast tarief per woning.
Argumenten / kanttekeningen 1.1 Tarieven op basis van WOZ-waarde sluiten beter aan bij de toestand / waarde van de woning. 1.2 BsGW geeft aan dat hanteren van een percentage van de WOZ-waarde niet is aan te bevelen, dit is namelijk erg bezwaargevoelig. 1.3 Bij het hanteren van een percentage van de WOZ-waarde kan de forensenbelasting in verhouding hoog uitvallen indien er geen maximum wordt ingebouwd. 2.1 Tarieven op basis van WOZ-waarde staffel is het meest gangbaar. 2.2 Tarieven op basis van WOZ-waarde sluiten beter aan bij de toestand / waarde van de woning. 2.3 Tarieven op basis van een WOZ-waarde staffel sluit aan bij de overige 2 MER-gemeenten. 2.4 Door meerdere staffels te hanteren wordt de heffingsmaatstaf bezwaargevoeliger, doordat bezwaar lonend kan zijn indien daarmee de “sprong” naar de duurdere staffel wordt voorkomen. 3.1 Een vast bedrag per woning is het meest eenvoudig. 3.2 Een vast bedrag per woning is het minst bezwaargevoelig. 3.3 Een vast bedrag per woning houdt geen rekening met de toestand / waarde van de woning. Het advies is om de heffingsmaatstaf te baseren op de WOZ-waarde, waarbij een onderverdeling in waardeklasse wordt gehanteerd. Door de waardeklassen beperkt te houden blijft de uitvoering van de regeling eenvoudig en minder bezwaargevoelig. Tevens doet een onderverdeling in waardeklasse recht aan de toestand / waarde van de woning.
Aangezien de andere twee MER-gemeenten ook uitgaan van een tarief gebaseerd op een WOZ-waarde vallend in een waardeklasse, is het logisch om hier bij aan te sluiten. Het voorstel is om aan te sluiten bij de meest eenvoudige variant die de gemeente Maasgouw hanteert en 2 staffels op te nemen: WOZ-waarde < € 100.000,- en een WOZwaarde van € 100.000,- of meer. 5. Tarief Bij de bepaling van het tarief is niet alleen gekeken naar de gemiste inkomsten vanuit de algemene uitkering voor de gemeente maar ook naar de extra lastendruk (forensenbelasting en eventuele hogere rioolheffing) voor de eigenaren en naar de tarieven die andere Limburgse gemeenten, met een WOZ-waarde staffel, hanteren. Op basis hiervan is het voorstel om voor de staffel € < 100.000,- een tarief van € 320,- te hanteren en voor de staffel € 100.000,- of meer en tarief te hanteren van € 790,-. Woningen met een WOZ waarde tot € 100.000 Woningen met een WOZ waarde van € 100.000 of meer
€ 320,€ 790,-
Door de grens te leggen bij € 100.000 betalen de kleinere, sobere en minder goed onderhouden woningen een lager tarief dan de luxere woningen. 6. Verwachte opbrengst Bruto opbrengst Op basis van ontvangen gegevens (belastingjaar 2023) van BsGW, uitgaande van voornoemde tarieven en dat het volledig potentieel belastingplichtig is zal dit leiden tot een geschatte potentiële bruto opbrengst van € 60.000,-.
Risico’s Echter, BsGW geeft aan dat hun ervaring leert dat gemeenten zich, bij de invoering van een forensenbelasting, niet te vroeg rijk moeten rekenen: • Enerzijds omdat het potentieel bij de daadwerkelijke uitvraag lager blijkt te liggen, • Anderzijds omdat parken voor wat betreft de contracten met eigenaren inspelen op de termijn van 90 dagen. • Daarnaast gebeurt het steeds vaker dat één van de eigenaren zich laat inschrijven op het adres van de tweede woning. Verwachte opbrengst Op basis van voornoemde bruto opbrengt, perceptiekosten en risico’s is het echter zeer waarschijnlijk dat de daadwerkelijke opbrengst lager zal zijn. Daarom is in de kadernota 2026, voorzichtigheidshalve, € 30.000,- aan opbrengsten geraamd. In verloop van tijd zal duidelijk worden wat de daadwerkelijk verwachte opbrengst zal zijn. Evaluatie In het tweede kwartaal van 2026 zullen de eerste aanslagen opgelegd worden. Aan de hand van de eerste resultaten zal beoordeeld worden of de geraamde opbrengsten bijgesteld moeten worden. Indien deze evaluatie leidt tot aanpassing van de verordening dan wordt dat meegenomen in de nieuwe verordening forensenbelasting die in december 2026 ter besluitvorming aan de raad wordt aangeboden.
Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening
Tarief 2025
Tarief 2026
Paragraaf 1.1
Burgerlijke stand
Artikel 1.1
Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap
1.
Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap op:
a.
maandag t/m vrijdag van 9:00 – 17:00 uur, uitgezonderd feestdagen
b.
maandag van 9:00 – 9:30, uitgezonderd feestdagen
€ 0,00
€ 0,00
c.
zaterdag van 9:00 – 17:00 uur, in de trouwzaal in het gemeentehuis
€ 780,90
€ 797,30
d.
€ 390,45
€ 398,65
Artikel 1.2
zaterdag van 9:00 – 17:00 uur, op een externe trouwlocatie De tijdstippen welke in aanmerking komen voor een kosteloze voltrekking van een huwelijk of een registratie van een partnerschap zijn op maandagmorgen van 9:00 – 9:15 uur, en van 9:15 – 9:30 uur, uitsluitend in een spreekkamer van het gemeentehuis. Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk
1.
Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk (omzetting met ceremonie) op:
a.
maandag t/m vrijdag van 9:00 – 17:00 uur, uitgezonderd feestdagen
€ 390,45
€ 398,65
b.
zaterdag van 9:00 – 17:00 uur, in de trouwzaal in het gemeentehuis
€ 780,90
€ 797,30
c.
zaterdag van 9:00 – 17:00 uur, op een externe trouwlocatie Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk aan de balie van het gemeenteloket binnen de openingsuren van het gemeenteloket Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap in bijzonder huis
€ 390,45
€ 398,65
€ 64,75
€ 66,10
Bij de voltrekking van een huwelijk of een registratie van partnerschap in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek worden de tarieven genoemd in artikel 1.1 en 1.2 verhoogd met een extra bedrag van
€ 84,55
€ 86,35
€ 390,45
€ 398,65
€ 149,30
€ 152,45
€ 38,65
€ 39,45
2.
2. Artikel 1.3
Artikel 1.4
Artikel 1.5 1. 2. 3. Artikel 1.6
Artikel 1.7
Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap op externe locatie Voor andere trouwlocaties dan het gemeentehuis worden de locatiekosten door de beheerder van de betreffende locatie zelf berekend. De gemeente brengt daar geen aanvullende leges voor in rekening. Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag Het tarief bedraagt voor de aanwijzing en beëdiging op verzoek tot buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor een huwelijk of registratie van een partnerschap voor één dag Het tarief bedraagt voor de aanwijzing op verzoek tot buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor een huwelijk of registratie van een partnerschap voor één dag. De kosten van de aanvraag van een verklaring omtrent gedrag (VOG) zijn niet opgenomen in het tarief van artikel 1.5, eerste en tweede lid. Beschikbaar stellen getuige door gemeente Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuige voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per getuige Annuleren of wijzigen
€ 390,45
€ 398,65
Het tarief bedraagt voor het wijzigen van gegevens in het voorgenomen huwelijk, geregistreerd partnerschap of omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk (zoals datum, tijdstip, afzegging, getuige), per wijziging
€ 64,75
€ 66,10
Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapboekje
€ 38,65
€ 45,00
2.
Overige burgerlijke stand Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand, geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand. Het tarief bedraagt voor een nasporing in de registers van de burgerlijke stand, per kwartier
€ 21,80
€ 22,25
Paragraaf 1.2
Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
Artikel 1.10
Paspoorten of andere reisdocumenten
Artikel 1.8 Artikel 1.9 1.
Trouwboekje of partnerschapsboekje
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: a.
een nationaal paspoort:
1.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is
€ 86,85
Volgt rijkstarief
2.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel a (zakenpaspoort): voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is
€ 65,70
Volgt rijkstarief
€ 86,85
Volgt rijkstarief
€ 65,70
Volgt rijkstarief
1.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort): voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is
€ 86,85
Volgt rijkstarief
2.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt
€ 65,70
Volgt rijkstarief
d.
een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen
€ 65,70
Volgt rijkstarief
Artikel 1.11
Nederlandse identiteitskaart
b. 1. 2. c.
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: a.
een Nederlandse identiteitskaart:
1.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is
€ 78,50
Volgt rijkstarief
2.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon. Modaliteiten
€ 42,35
Volgt rijkstarief
€ 38,25
Volgt rijkstarief
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.10 en 1.11 genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen
€ 59,10
Volgt rijkstarief
b. Artikel 1.12
Paragraaf 1.3
Rijbewijzen
Artikel 1.13
Artikel 1.14
Rijbewijzen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs Modaliteiten
1.
Het tarief genoemd in artikel 1.13 wordt:
a.
2.
bij een spoedlevering vermeerderd met Indien bij het in behandeling nemen van een aanvraag om afgifte van een nieuw rijbewijs het oorspronkelijk afgegeven document niet (compleet) overgelegd kan worden, worden de leges verhoogd met De verhogingen genoemd in het eerste lid zijn in voorkomend geval cumulatief verschuldigd.
Paragraaf 1.4
Verstrekkingen in het kader van de Basisregistratie Persoonsgegevens
Artikel 1.15
a.
Definities Voor de toepassing van artikel 1.16, m.u.v. lid 2 en 3, wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de Basisregistratie Personen moet worden geraadpleegd. Verstrekking van gegevens uit de Basisregistratie Personen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een door of namens het gemeentebestuur te ondertekenen of af te geven verklaring Het tarief bedraagt voor het vervaardigen van incidentele overzichten en selecties uit de geautomatiseerde basisregistratie, indien gebruik wordt gemaakt van standaardselectieprogrammatuur, indien: de gevraagde gegevens aangeleverd moeten worden op papier:
1.
voor vaste voorbereidingskosten, per opdracht
2. 3.
€ 52,10
Volgt rijkstarief
€ 39,65
Volgt rijkstarief
€ 28,80
€ 29,40
€ 19,00
€ 19,40
€ 166,10
€ 169,60
per geselecteerde persoon
€ 0,30
€ 0,30
voor het afdrukken van etiketten, per etiket
€ 0,30
€ 0,30
4.
per mensuur voor het systeemgebruik
€ 58,55
€ 59,80
b.
de gevraagde gegevens aangeleverd moeten worden via een alternatief medium:
1.
voor vaste voorbereidingskosten, per opdracht
€ 166,10
€ 169,60
2.
per geselecteerd persoon
€ 0,20
€ 0,20
3.
alternatief medium
€ 0,20
€ 0,20
4.
per mensuur voor het systeemgebruik Wanneer door de aard van de opdracht geen gebruik kan worden gemaakt van de standaard selectieprogrammatuur gelden de bovengenoemden tarieven, met uitzondering van het tarief voor de vaste voorbereidingskosten dat per opdracht wordt verhoogd met
€ 58,45
€ 59,70
€ 46,25
€ 47,20
In afwijking van de voorgaande onderdelen bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen
€ 7,50
€ 7,50
b.
Artikel 1.16 1. 2.
3.
4.
Paragraaf 1.5
Bestuursstukken
Paragraaf 1.6
Vastgoedinformatie
Paragraaf 1.7
Overige publiekszaken
Artikel 1.17
Gemeentegarantie Niet van toepassing
Artikel 1.18
Overige publiekszaken Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
a.
tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag
€ 41,35
Volgt rijkstarief
b.
tot het verstrekken van een bewijs van in leven zijn
€ 17,10
€ 17,80
c.
tot het legaliseren van een handtekening of legalisatie van een stuk, per legalisatie
€ 27,35
€ 27,90
d.
tot het verkrijgen van een certificaat van oorsprong
€ 17,95
€ 18,35
e.
tot het verkrijgen van een andere, niet elders in deze tarieventabel genoemde verklaring over een bepaald persoon
€ 17,95
€ 18,35
Paragraaf 1.8
Gemeentearchief
Artikel 1.19
Naspeuringen in het gemeentearchief Het tarief bedraagt voor het op verzoek doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan te besteden kwartier Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief Voor het verstrekken van een afschriften of kopieën gelden de tarieven opgenomen in paragraaf 1.10 van deze tarieventabel. Uitlenen archiefbescheiden
€ 21,80
€ 22,35
1.
2. Artikel 1.20
Artikel 1.21
Niet van toepassing Paragraaf 1.9
Bijzondere wetten
Artikel 1.22
Huisvestingswet 2014 Niet van toepassing
Artikel 1.23
Leegstandswet Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:
a.
een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet
€ 65,05
€ 66,40
b.
verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte, als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandswet
€ 65,05
€ 66,40
€ 226,50
€ 226,50
€ 317,00
€ 317,00
€ 10,45
€ 10,65
Artikel 1.24 1. a. b. 2.
Artikel 1.25 1.
Wet op de kansspelen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen: voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor onbepaalde tijd voor twee kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor onbepaalde tijd Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning) Kabels en leidingen (Telecommunicatiewet) Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van instemming omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4,eerste lid, van de Telecommunicatiewet:
a.
indien het betreft tracés vanaf 25m1 tot 250m1
€ 445,15
€ 454,50
b.
indien het betreft tracés vanaf 250m1 tot 1.500m1
€ 512,85
€ 523,60
€ 645,60
€ 659,15
€ 78,10
€ 79,75
€ 399,65
€ 408,05
10%
10%
a.
van de leges zoals deze bij een daadwerkelijke verzoek tot medegebruik overeenkomstig het tweede lid zouden worden vastgesteld. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot medegebruik van publieke infrastructuur van de gemeente voor de plaatsing van small cells als bedoeld in artikel 5c.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet: voor medegebruik van 1 tot en met 20 gemeentelijke objecten:
€ 1.084,70
€ 1.107,50
b.
voor medegebruik van 21 tot en met 40 gemeentelijke objecten:
€ 2.060,95
€ 2.104,25
c.
voor medegebruik van 41 tot en met 60 gemeentelijke objecten:
€ 2.928,75
€ 2.990,25
1
1
c.
indien het betreft tracés vanaf 1.500m tot 5.000m
d.
indien het betreft tracés vanaf 5.000m1 en meer wordt het tarief berekend aan de hand van een begroting.
2.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van de Telecommunicatiewet omtrent plaats, tijdstip, en wijze van uitvoering van werkzaamheden voor tracés vanaf 0 tot 25 m¹
3. Artikel 1.26 1.
2.
Indien met betrekking tot een aanvraag overleg moet plaatsvinden tussen de gemeente, andere beheerders van openbare grond en de netbeheerder van het netwerk en/of andere netbeheerders of belanghebbenden, wordt het het eerste lid genoemde bedrag per overleg verhoogd met Medegebruik gemeentelijke infrastructuur voor plaatsen small cells Het tarief bedraagt voor het op aanvraag houden van vooroverleg, eventueel gecombineerd met de afhandeling van een verzoek tot bezichtiging, om een indicatie te krijgen van de mogelijkheden voor medegebruik van publieke infrastructuur van de gemeente voor de plaatsing van small cells als bedoeld in artikel 5c.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet:
d.
voor medegebruik van 61 tot en met 80 gemeentelijke objecten:
€ 3.688,05
€ 3.765,50
e.
voor medegebruik van 81 tot en met 100 gemeentelijke objecten:
€ 4.338,85
€ 4.429,95
f.
voor medegebruik van 101 tot en met 120 gemeentelijke objecten:
€ 4.881,20
€ 4.983,70
g.
voor medegebruik van 121 tot en met 140 gemeentelijke objecten:
€ 5.315,10
€ 5.426,70
h.
voor medegebruik van 141 tot en met 160 gemeentelijke objecten:
€ 5.640,50
€ 5.758,95
i.
voor medegebruik van 161 tot en met 180 gemeentelijke objecten:
€ 5.857,45
€ 5.980,45
j.
voor medegebruik van 181 of meer gemeentelijke objecten: Als het verzoek bedoeld in het tweede lid is voorafgegaan door een aanvraag om vooroverleg als bedoeld in het eerste lid, bestaat aanspraak op teruggaaf van van de voor het vooroverleg geheven leges als het verzoek: a. hetzelfde medegebruik betreft als waarop het vooroverleg betrekking had; b. in overeenstemming is met de uitkomsten van het vooroverleg; en c. is gedaan binnen twaalf weken na het laatste vooroverleg.
€ 5.965,95
€ 6.091,25
80%
80%
€ 110,65
€ 112,95
€ 148,40
€ 151,50
€ 148,40
€ 151,50
€ 74,25
€ 75,80
€ 58,25
€ 59,45
€ 192,00
€ 196,05
€ 110,65
€ 112,95
3.
Artikel 1.27
Wegenverkeerswetgeving
1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verstrekking van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)
2. a. b. c. d. 3. a. b.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: een ontheffing, als bedoeld in artikel 61b van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (toestemming om met een huifkar achter een gemotoriseerd voertuig op de openbare weg te mogen rijden) een ontheffing, als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor zover noodzakelijk en direct samenhangend met de uitvoering van bijzondere transporten een ontheffing, als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 anders dan bedoeld in het eerste lid, onderdeel b (bijvoorbeeld ontheffing vrachtwagenverboden) De Rijksdienst voor Wegverkeer (RDW) handelt namens de gemeente de aanvraag om een ontheffing, als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor brede landbouwvoertuigen (breder dan 3,0 meter) af. De RDW heft namens de gemeente leges voor een dergelijke ontheffing.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: een ontheffing voor het berijden van "voor het gemotoriseerd verkeer afgesloten wegen", zoals omschreven in de "Beleidsregels ontheffingen afgesloten wegen" voor een periode van 1 dag tot maximaal 1 jaar (hieronder vallen evenementen en kortdurende werkzaamheden) een ontheffing zoals omschreven in de "Beleidsregels ontheffingen afgesloten wegen" voor een periode van 1 jaar en 1 dag tot maximaal 3 jaren.
c.
een ontheffing voor het berijden van de "Meinweg" tussen de spoorwegovergang en de parkeerplaats "Elfenmeer". De ontheffing wordt alleen afgegeven aan houders van een gehandicaptenparkeerkaart, personen van 65 jaar en ouder of mensen met een WMO-aanstelling. De ontheffing wordt afgegeven voor een periode van maximaal 5 jaren.
d.
Voor een ontheffing bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt voor evenementen die korter duren dan 7 dagen geen leges geheven.
a.
De in het derde lid, onderdeel a en b verschuldigde leges zijn niet van toepassing op eigenaren, pachters en landbouwbeheerders voor het bereiken van hun landbouwgronden. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een nieuwe ontheffing in verband met een administratieve aanpassing vanwege een nieuw kenteken of voertuig Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag ter verkrijging van een ontheffing voor koetsen en dergelijken: voor aangespannen wagens tot maximaal 6 personen (voor 2 jaren)
b.
voor één aanspanning per dag
€ 33,20
€ 33,90
c.
voor huifkarren met een bedrijfsmatig karakter, per jaar
€ 148,40
€ 151,50
6.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:
a.
een individuele gehandicaptenparkeerplaats op kenteken (zonder speciale gehandicapteninrit)
€ 221,30
€ 225,95
b.
een individuele gehandicaptenparkeerplaats op kenteken (inclusief een speciale gehandicapteninrit)
€ 331,95
€ 338,90
c.
een aangepast onderbord gehandicaptenparkeerplaats op kenteken ten gevolge van het wijzigen van een kenteken
€ 55,35
€ 56,50
Artikel 1.28
a.
Herstellen van plantsoenen, bestratingen, verhardingen en wegbermen Het tarief bedraagt voor het herstellen van plantsoenen, bestratingen, verhardingen of wegbermen, met inbegrip van het gebruik van de aanwezige materialen, per m² herstelde oppervlakte: in het plantsoen
€ 19,50
€ 19,90
b.
tegelbestrating 4 cm, 5 cm en 6 cm
€ 17,35
€ 17,70
c.
gebakken klinker
€ 39,05
€ 39,85
d.
betonklinker
€ 26,05
€ 26,60
e.
grindverharding
€ 26,05
€ 26,60
f.
gesloten asfalt wegdekconstructie
€ 208,30
€ 212,65
g.
afvoeren uitkomende materialen
€ 46,90
€ 47,90
h.
sierbestrating
€ 52,05
€ 53,15
i.
wegbermen Het tarief bedraagt voor het stellen of opnieuw stellen, per m¹:
€ 9,75
€ 9,95
2. a.
betontrottoirbanden
€ 32,55
€ 33,25
b.
betonopsluitbanden
€ 14,30
€ 14,60
c.
gootklinkers De in het eerste en tweede lid genoemde tarieven gelden ook voor het herstellen van plantsoenen, bestratingen, verhardingen en wegbermen na het gereedkomen van bouw- en andere werkzaamheden, waarbij plantsoenen, bestratingen, verhardingen of wegbermen zijn beschadigd, besmeurd of anderszins niet meer verkeren in de staat waarin zij zich voor de aanvang van de werkzaamheden bevonden. De beschadigde of niet meer aanwezige materialen zullen dan evenwel extra in rekening worden gebracht. Het tarief bedraagt voor het maken van een standaard uitrit op gemeentegrond over een reeds bestaand trottoir van 4 meter
€ 26,05
€ 26,60
€ 788,80
€ 805,35
e. 4. 5.
1.
3.
4.
€ 37,05
€ 37,85
€ 148,40
€ 151,50
5 6.
Voor het maken van een uitrit waarbij bijzondere voorzieningen nodig zijn (verplaatsen kabelverdeelkastjes, verwijderen of verplanten van een boom, zwaardere constructie) worden de kosten per geval afzonderlijk begroot. De tarieven uit dit artikel worden verhoogd met het geldende percentage BTW.
Paragraaf 1.10
Diversen
Artikel 1.29
Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels
1.
€ 5,40
€ 5,50
€ 45,55
€ 46,50
1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina een beschikking/vergunning/ontheffing op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tarieventabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen afschriften, doorslagen en scans fotokopieën, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen: in formaat A4, per bladzijde
€ 0,15
€ 0,15
2.
in formaat A3, per bladzijde
€ 12,15
€ 12,40
Artikel 1.30
a.
Besluit maximumtarieven Wet open overheid (Woo) Voor het verstrekken van kopieën van documenten op grond van artikel 8.6, tweede lid, van de Wet open overheid kan een vergoeding in rekening worden gebracht. Indien een vergoeding in rekening wordt gebracht voor het verstrekken van kopieën van documenten, bedraagt het tarief per kopie: in formaat A4 zwart-wit, per bladzijde, enkelzijdig
€ 0,05
€ 0,05
b.
in formaat A3 zwart-wit, per bladzijde, enkelzijdig
€ 0,10
€ 0,10
c.
in formaat A4 kleur, per bladzijde, enkelzijdig
€ 0,20
€ 0,20
d.
in formaat A3 kleur, per bladzijde, enkelzijdig
€ 0,40
€ 0,40
Artikel 1.31
€ 13,85
€ 14,15
2.
Visvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het vissen op openbare visvijvers. De leges als bedoeld in het eerste lid worden niet geheven van personen tot 12 jaar en personen vanaf 65 jaar.
Artikel 1.32
Verbranden in de open lucht
1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een ontheffing op grond van artikel 10.63, lid van de Wet Milieubeheer voor het verbranden van plantaardig- en/of groenafval in de open lucht.
€ 32,50
€ 33,20
a. b. c.
1. 2.
1.
2. Artikel 1.33
De leges als bedoeld in het eerste lid worden niet geheven voor ontheffingen ten behoeve van Sint Maartensvieringen en kampvuren bij scoutingactiviteiten. Toeristische bewegwijzering Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de plaatsing van een toeristische bewegwijzering: