Agendabundel
Tekst van het document
(afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving) (gereserveerd) Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving) (gereserveerd) Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving) (gereserveerd) Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving) (gereserveerd) Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit actitiviteiten leefomgeving) (gereserveerd) Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving) (gereserveerd) Samenloop van milieubelastende activiteiten (gereserveerd) Lozingsactiviteiten Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit
€ 3.472,80
€ 5.898,60 € 7.839,25 € 8.809,55
€ 388,15
Paragraaf 2.7 Artikel 2.23 Artikel 2.24 Artikel 2.25
a. b. Artikel 2.26
Artikel 2.27 Artikel 2.28
a. b.
Paragraaf 2.8 Artikel 2.29
Pagina 19 van 29
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Aanlegactiviteiten Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven (gereserveerd) Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde (gereserveerd) Omgevingsplanactiviteit: geluid weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen of wijzigen van een weg als op grond van het omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg, als bedoeld in artikel 22.272 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de
andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2:4 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit (gereserveerd) Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat
om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor een omgevingsplanactiviteit waarvan de aanlegkosten minder bedragen dan € 100.000:
voor een omgevingsplanactiviteit waarvan de aanlegkosten € 100.000 of meer bedragen: van de aanlegkosten voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden. Overige activiteiten Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie (gereserveerd)
€ 388,15
€ 1.552,55 € 1.552,55 € 4.005,80
€ 2.594,70 3%
Artikel 2.30
Artikel 2.31 Artikel 2.32
a. b.
Artikel 2.33 Artikel 2.33a
1. 2. Artikel 2.34
a.
b.
1. 2.
Pagina 20 van 29
Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 4:10 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Omgevingsplanactiviteit: reclame (gereserveerd) Omgevingsplanactiviteit: opslag van roerende zaken Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel 2:3, vijfde lid, van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: als de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken,: als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt
gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen: Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen (gereserveerd)
Omgevingsplanactiviteit: voormalig binnenplans afwijken Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit als bedoeld in artikel 22.280 van het Omgevingsplan gemeente Roerdalen, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: Andere activiteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit: betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor een binnenplanse
omgevingsplanactiviteit: voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit indien het gaat om een activiteit die is genoemd in artikel 22.27 Omgevingsplan gemeente Roerdalen of indien het gaat om het gebruiken van een bestaand bouwwerk voor huisvesting in verband met pre-mantelzorg:
€ 213,20
€ 1.202,75 € 1.202,75
€ 663,65 € 663,65
€ 1.202,75
€ 663,65 € 714,70
3.
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit anders dan bedoeld in onderdeel 2: 4. voor een in een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit aangewezen vergunningplichtige activiteit: 5. voor een omgevingsplanactiviteit waarop artikel 3.6.1.b en artikel 3.6.1.c van hoofdstuk 3 van deze verordening (organiseren A- of B-evenementen) eveneens van toepassing is, in afwijking van het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit artikellid (2.34.b): Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouwactiviteit, bedraagt het tarief: a. voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op: 1. het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 2. bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 3. het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of 4. het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; per maatwerkvoorschrift: b.
in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift: Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten 1. Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op: a. één milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: b. twee tot vijf milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, per milieubelastende activiteit: c. vijf of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, per milieubelastende activiteit: 2. Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit: Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel 1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet, indien het gaat om: a. een bouwactiviteit: b. een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed: c. een milieubelastende activiteit: d. een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c: Paragraaf 2.11 Overige tarieven Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit
Pagina 21 van 29
€ 5.092,85 € 1.435,15
€ 0,00
€ 803,50 € 803,50
€ 803,50 € 803,50
€ 803,50
€ 803,50
€ 803,50
€ 970,35 € 533,60 € 899,65 € 449,85
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, kleine dan wel ondergeschikte wijziging in het project Het in het vorige onderdeel bepaalde vindt geen toepassing indien de afwijking zodanig is, dat naar de omstandigheden beoordeeld, van een nieuw (bouw)plan sprake is.
Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning: Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.58 van toepassing is: Artikel 2.43 Beoordeling aanvullende gegevens Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, in behandeling is genomen: Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit.
Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan: Artikel 2.46a Oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bedraagt het tarief, in afwijking van de overige genoemde tarieven in dit hoofdstuk: Artikel 2.46b Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan: Paragraaf 2.12 Modaliteiten Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met: met dien verstande dat de verhoging maximaal bedraagt: Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure
Pagina 22 van 29
€ 803,50
€ 533,00
€ 803,50
€ 1.308,15
€ 194,10
€ 6.645,00
€ 207,70
€ 265,80
10%
€ 1.066,00
a. b. c. Artikel 2.49
a. b. c. d. e. f. g. h. i. Artikel 2.50 1.
a. b.
i. ii.
iii.
c.
d.
e.
Pagina 23 van 29
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: als sprake is van een milieubelastende activiteit: als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b: Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift, dan wel op verzoek van de aanvrager om een omgevingsvergunning voor de betreffende aanvraag een programma, een rapport, een berekening, of een onderzoek moet worden beoordeeld: voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport: voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport: voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluidof luchtbelasting: voor de beoordeling van een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk: voor de beoordeling van een ecologisch onderzoeksrapport: voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER): voor de beoordeling van een aerius berekening voor de beoordeling van een BENG-berekening voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport: Advies Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk
bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: voor een advies van de gemeenteraad: voor een advies van de Omgevingscommissie MER als bedoeld in de Verordening Omgevingscommissie MER 2022 dat uitsluitend betrekking heeft op de redelijke eisen van welstand bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: Voor de eerste welstandstoets per plan door genoemde commissie: Voor de tweede en volgende welstandstoets per plan, per toets door genoemde commissie, onverminderd de overige onderdelen van dit artikel: en als de aanvrager tijdens de beoordeling van de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een toelichting wenst te geven, per toelichting, onverminderd de overige onderdelen van dit artikel: Indien een plan door de Commissie voor Tweede Adviezen moet worden beoordeeld, bedraagt het tarief, onverminderd de overige onderdelen van dit hoofdstuk, per beoordeling: In afwijking van het bepaalde in artikel 2.50, lid 1, sub b bedraagt het tarief voor een beoordeling van een aanvraag door de Omgevingscommissie MER, als bedoeld in de Verordening Omgevingscommissie MER 2022, indien sprake is van activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten, onafhankelijk van het aantal behandelingen: Indien bij een plan of
aanvraag een beoordeling nodig is van de Omgevingscommissie MER ten aanzien van de toepassing van het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (Kwaliteitskader Roerdalen) bedraagt het
€ 5.385,30 € 4.030,60 € 1.569,90
€ 166,15 € 166,15 € 166,15 € 166,15 € 166,15 € 4.851,60 € 166,15 € 166,15 € 166,15
€ 2.100,85
€ 813,80 € 813,80
€ 128,95
€ 499,30
€ 427,80
€ 639,60
tarief, onverminderd de overige onderdelen van dit hoofdstuk, per beoordeling: f.
voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met e bedraagt het tarief: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2. Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Artikel 2.51 Instemming 1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. 2. Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld.
De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Paragraaf 2.13 Vermindering Artikel 2.52 Vervallen Artikel 2.53 Vermindering bij meervoudige aanvraag (gereserveerd) Paragraaf 2.14 Teruggaaf Artikel 2.54 Vervallen Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a.
bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot zes weken na de indiening van de aanvraag:
Pagina 24 van 29
75%
75%
50%
c.
Artikel 2.57
a.
b.
c.
Artikel 2.58
Artikel 2.59 a.
b.
Artikel 2.59a
Pagina 25 van 29
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen zes weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf achttien weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.
Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 1 jaar na dagtekening van de verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: van de verschuldigde leges voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.
Intrekking op verzoek van de gemeente Indien een aanvraag om een omgevingsvergunning of een reeds verleende omgevingsvergunning op verzoek van de gemeente door de aanvrager wordt ingetrokken of indien een aanvraag op verzoek van de gemeente wordt omgezet naar een omgevingsoverleg zoals bedoeld in paragraaf 2.2, bedraagt de teruggaaf in afwijking van de overige artikelen in deze paragraaf:
25%
75%
50%
25%
20%
50%
100%
van de verschuldigde leges voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken of is omgezet naar een omgevingsoverleg. Artikel 2.59b Teruggaaf na omgevingsoverleg 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, danwel de aanvraag om het wijzigen van het omgevingsplan, zoals bedoeld in artikel 2.45, is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning, of de aanvraag om het wijzigen van het omgevingsplan betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op teruggaaf van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning of de aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan verschuldigde leges. De teruggaaf bedraagt: van de voor het omgevingsoverleg geheven leges 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning, danwel de aanvraag om het wijzigen van het omgevingsplan gedaan: a. voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had; b. in overeenstemming met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; en c.
binnen 12 maanden na het laatste omgevingsoverleg of, als het omgevingsoverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving. Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. Artikel 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 75,00 wordt niet teruggegeven. Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 Paragraaf 3.1
Horeca
Artikel 3.1
Exploitatie openbare inrichting
100%
Tarief 2026
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a.
b. c. Artikel 3.2
een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:13 van de Algemene plaatselijke verordening een aanvraag tot wijziging van de exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:13, 2:13a en 2:13b van de Algemene plaatselijke verordening een melding voor het verlengen van de sluitingstijd als bedoeld in artikel 2:14 van de Algemene plaatselijke verordening Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf
€ 531,65
€ 66,45 € 0,00
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a. b. c.
Pagina 26 van 29
een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet (paracommercie). een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet (verandering inrichting/lokaliteit)
€ 531,60 € 0,00 € 59,80
d.
Paragraaf 3.2
een aanvraag om wijziging van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Alcoholwet (melding wijzigen leidinggevende) een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet Seksbedrijven
Artikel 3.3
Vergunning seksbedrijf
1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3:3 van de Algemene plaatselijke verordening voor het exploiteren van een seksinrichting of escortbedrijf voor een periode van 3 jaar Het onder het eerste lid genoemde bedrag wordt verhoogd met de bijkomende externe kosten van de GGD
e.
2.
Artikel 3.4
Wijzigen vergunning seksbedrijf
Paragraaf 3.3
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 Winkeltijdenwet
Artikel 3.5
Ontheffing winkeltijden
€ 66,45 € 19,90
€ 1.794,15
€ 883,80
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a.
een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet
€ 89,10
b.
wijziging van een in onderdeel a bedoelde ontheffing
€ 89,10
Paragraaf 3.4
Organiseren evenement of markt
Artikel 3.6
Organiseren evenement
1.
a.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening, voor: C-evenementen
b.
Dit betreft grootschalige recreatieve evenementen of evenementen met een verhoogd risico en waarbij veel bezoekers (ook van buiten de gemeente) worden verwacht. B-evenementen
€ 0,00
c.
Dit betreft middelgrote evenementen met een gemiddeld risico en waarbij bezoekers uit zowel de gemeente als buiten de eigen gemeente worden verwacht. A-evenementen
€ 0,00
€ 1.661,20
Dit betreft kleinschalige recreatieve evenementen met een beperkt risico 2.
Voor het bepalen van de categorie evenementen (soort, profiel en aantal bezoekers), als bedoeld in het eerste lid, wordt gebruik gemaakt van de format risicoclassificering van de Veiligheidsregio Limburg Noord.
Artikel 3.7
Gereserveerd (Organiseren markt)
Paragraaf 3.5
Standplaatsen
Artikel 3.8
Gereserveerd (Marktstandplaatsvergunningen)
Artikel 3.9
Gereserveerd (Overige administratieve dienstverlening markt)
Artikel 3.10
Losse standplaatsen
Paragraaf 3.6
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 5:15 van de Algemene plaatselijke verordening Huisvestingswet 2014 en Wet goed verhuurderschap
Pagina 27 van 29
€ 69,80
Paragraaf 3.7 Artikel 3.12 a. b. Paragraaf 3.8 Artikel 3.13
Artikel 3.14
Artikel 3.15
Artikel 3.16
Artikel 3.17
Artikel 3.18
Artikel 3.19
Artikel 3.20
Artikel 3.21
Artikel 3.22
Artikel 3.23
Pagina 28 van 29
Niet van toepassing Campings en recreatieparken Campings en recreatieparken Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: een vergunning zoals bedoeld in artikel 2:22b van de Algemene plaatselijke verordening wijziging van de vergunning zoals bedoeld in artikel 2:22b van de Algemene plaatselijke verordening Algemene plaatselijke verordening Roerdalen Samenscholing en ongeregeldheden Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:1 van de Algemene plaatselijke verordening Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:3 van de Algemene plaatselijke verordening Houden van hinderlijke of schadelijke dieren Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:36 van de Algemene plaatselijke verordening Bijen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:37 van de Algemene plaatselijke verordening Overige geluidhinder Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:5 van
de Algemene plaatselijke verordening Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5:2 van de Algemene plaatselijke verordening Te koop aanbieden van voertuigen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5:3 van de Algemene plaatselijke verordening Kampeermiddelen e.a. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5:6 van de Algemene plaatselijke verordening Parkeren van grote voertuigen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5:7 van de Algemene plaatselijke verordening Aantasting groenvoorziening door voertuigen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5:9 van de Algemene plaatselijke verordening Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurswerving Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:2 van de Nadere regels collecteren
€ 190,45 € 93,05
€ 132,95
€ 59,80
€ 59,80
€ 59,80
€ 69,80
€ 59,80
€ 59,80
€ 59,80
€ 69,80
€ 69,80
€ 16,65
Artikel 3.24
Artikel 3.25
Paragraaf 3.9 Artikel 3.26
Beperking verkeer in natuurgebieden Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5:22 van de Algemene plaatselijke verordening Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5:23 van de Algemene plaatselijke verordening In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Niet benoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 6 november 2025. De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier, De voorzitter,
mr. M. Heijnens-Coenjaerts
Pagina 29 van 29
ing. J.M.A. van Agtmaal
€ 99,65
€ 98,60
€ 59,80
Raadsbesluit
Jaar …./../..
Zaaknummer: Z25-057651 Onderwerp: Verordening begraafrechten Roerdalen 2026 De raad van de gemeente Roerdalen heeft; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 september 2025, gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; het volgende besluit genomen:
Besluit:
vast te stellen de navolgende “Verordening begraafrechten Roerdalen 2026”: Artikel 1 Begrippen Deze verordening verstaat onder: begraafplaats: de begraafplaatsen: “Ter Borgh” te Posterholt, “Het Zittart” te Sint Odiliënberg, “Anxterveld” te Vlodrop, de gemeentelijke begraafplaats te Melick en de gemeentelijke begraafplaats te Herkenbosch; a. graf: een graf, waar één natuurlijk of rechtspersoon de mogelijkheid heeft tot: • het begraven en begraven houden van overledenen; • het bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; b. urnengraf: een graf, waar één natuurlijk persoon of rechtspersoon de mogelijkheid heeft tot het bijzetten en bijgezet houden van asbussen; c. asbus: een bus om de as van een overledene te bewaren; d. urn: een voorwerp om de inhoud van één of meer asbussen te bewaren. Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen, voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten op de begraafplaatsen. Artikel 3 Belastingplicht De natuurlijk persoon of rechtspersoon die het gebruik van de begraafplaats vraagt (of voor wie dit wordt gevraagd), of de begraafplaats daadwerkelijk gebruikt, betaalt de rechten. Artikel 4 Vrijstellingen Er gelden geen begraafrechten voor: a.
het opgraven van een lijk of asbus in opdracht van een rechter; b. het begraven van doodgeboren kind(eren) of kort na de geboorte overleden kind(eren) samen met de overleden moeder in één kist; c. het begraven van een stoffelijk overschot van iemand die het niet kan betalen. Burgemeester en wethouders beoordelen of dit aan de orde is.
Pagina 1 van 5
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarieven De kosten voor de gemeentelijke begraafplaatsen staan in de tarieventabel die bij deze verordening hoort. Artikel 6 Belastingjaar 1. De periode van de begraafrechten is gelijk aan de periode van het gebruik van de begraafplaatsen en/of de dienstverlening daarvoor. 2. Voor de jaarlijkse begraafrechten is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Innen van belasting We innen de begraafrechten, schriftelijk. Dit is een aanslagbiljet. De natuurlijke persoon of rechtspersoon die de belasting moet betalen, ontvangt dit biljet waarin het bedrag dat aan begraafrechten betaald moet worden is vermeld. Artikel 8 Aanvang van de belasting De begraafrechten gelden vanaf het begin van de dienstverlening en/of het gebruik van de begraafplaatsen. Artikel 9 Betaling 1. De betaling van de begraafrechten is binnen één maand na dagtekening van het aanslagbiljet. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de onder 1 genoemde termijn. Artikel 10 Kwijtschelding Wij verlenen geen kwijtschelding voor de betaling van de begraafrechten. Artikel 11 Minimum aanslag 1. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 2. Voor de toepassing van het vorig lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 12 Gebruik en titel 1.
De “Verordening begraafrechten Roerdalen 2025” trekken we in op 1 januari 2026. De verordening uit 2025 blijf van toepassing op de belastbare feiten die zich voor 1 januari 2026 hebben voorgedaan. 2. Deze verordening gaat in op de dag na bekendmaking. 3. De datum van ingang van de belastingheffing is 1 januari 2026 4. Deze verordening noemen we de 'Verordening begraafrechten Roerdalen 2026”.
Pagina 2 van 5
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 6 november 2025. De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier,
De voorzitter,
mr. M. Heijnens-Coenjaerts
ing. J.M.A. van Agtmaal
Pagina 3 van 5
Tarieventabel behorend bij raadsbesluit van 6 november 2025 over de Verordening begraafrechten Roerdalen 2026,
De griffier van de gemeente Roerdalen mr. M. Heijnens-Coenjaerts
Versie: 06-11-2025 Hoofdstuk 1 Gemeentelijke belastingen/de begraafrechten 1.1.
Voor een graf:
1.1.1. 1.1.1.a 1.1.1.b 1.1.2. 1.2. 1.2.1. 1.3. 1.3.1. 1.3.1.a 1.3.1.b 1.3.2. 1.4. 1.4.1. 1.4.1.a 1.4.1.b 1.4.2. 1.5. 1.6.
voor een periode van 20 jaar voor een persoon van 12 jaar en ouder voor een periode van 20 jaar voor een baby van 0 tot 1 jaar voor een periode van 20 jaar voor een kind van 1 tot 12 jaar voor een periode van 20 jaar voor 2 personen van 12 jaar en ouder Voor een urnengraf: voor een periode van 20 jaar Voor het verlengen van 10 jaar voor een graf: voor een enkel graf voor een enkel babygraf 0 tot 1 jaar voor een enkel kindergraf 1 tot 12 jaar voor een dubbel graf Voor het verlengen van 5 jaar voor een graf: voor een enkel graf voor een enkel babygraf 0 tot 1 jaar voor een enkel kindergraf 1 tot 12 jaar voor een dubbel graf Voor het verlengen van 10 jaar voor een urnengraf: Voor het verlengen van 5 jaar voor een urnengraf:
€ 2.256,00 € 562,00 € 1.123,00 € 2.910,00 € 1.164,00 € 740,00 € 179,00 € 362,00 € 965,00 € 449,00 € 112,00 € 220,00 € 582,00 € 592,00 € 352,00
Hoofdstuk 2 Gemeentelijke belastingen/begraafrechten voor het begraven 2.1. Van een stoffelijk overschot: 2.1.1. van een persoon van 12 jaar of ouder in een enkel graf
€ 853,00
2.1.1.a
van een baby van 0 tot 1 jaar in een enkelgraf
€ 209,00
2.1.1.b 2.1.2. 2.1.3. 2.2 2.2.1.
van een kind van 1 tot 12 jaar in een enkel graf: voor het eerste stoffelijk overschot in een dubbel graf voor het tweede stoffelijk overschot in een dubbel graf Van een asbus of urn in een urnengraf, op of in een graf: voor een eerste begraving
Pagina 4 van 5
€ 424,00 € 1.184,00 € 750,00 € 694,00
2.2.2.
voor een tweede begraving
€ 694,00
Hoofdstuk 3 Vervallen
Hoofdstuk 4 Gemeentelijke belastingen/begraafrechten voor grafbedekking en onderhoud Voor het onderhouden van een grafruimte (zonder herstellen of 4.1. vernieuwen van de grafbedekking) voor 20 jaar: 4.1.1. voor een enkel of dubbel graf € 750,00 4.1.1.a voor een enkel babygraf 0 tot 1 jaar € 179,00 4.1.1.b voor een enkel kindergraf 1 tot 12 jaar € 362,00 4.1.2. voor een urnengraf € 531,00 4.2. 4.2.1. 4.2.1.a 4.2.1.b 4.2.2. 4.3. 4.3.1. 4.3.1.a 4.3.1.b 4.3.2.
Pagina 5 van 5
Bij het verlengen van het onderhoud van een graf of urnengraf voor 10 jaar (zonder herstellen of vernieuwen van de grafbedekking): voor een enkel of dubbel graf voor een enkel babygraf 0 tot 1 jaar voor een enkel kindergraf 1 tot 12 jaar voor een urnengraf
€ 362,00 € 92,00 € 179,00 € 260,00
Bij het verlengen van het onderhoud van een graf of urnengraf voor 5 jaar (zonder het herstellen of vernieuwen van de grafbedekking): voor een enkel of dubbel graf voor een enkel babygraf 0 tot 1 jaar voor een enkel kindergraf 1 tot 12 jaar voor een urnengraf
€ 220,00 € 61,00 € 112,00 € 158,00
Raadsbesluit
Jaar …./../..
Zaaknummer: Z25-057651 Onderwerp: Verordening toeristenbelasting Roerdalen 2026 De raad van de gemeente Roerdalen heeft; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 september 2025, gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; het volgende besluit genomen:
Besluit: vast te stellen de navolgende “Verordening toeristenbelasting Roerdalen 2026”: Artikel 1 Begripsomschrijvingen 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden. b. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn en gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden. c. verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd, dan wel te huur worden aangeboden. d. toeristische plaats: een terrein of terreingedeelte, dat bestemd is voor het gedurende een jaar of seizoen plaatsen van steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens. e. kampeerterrein: een terrein dat bestemd is om te worden gebruikt voor de verblijfsrecreatie. f.
particulier verhuurde woning: een woning die door een particulier ter beschikking wordt gesteld voor het houden van recreatiefverblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan ook. g. stacaravan: caravans die op een seizoens-, vaste seizoens- of jaarplaats op een kampeerterrein zijn neergezet om voor langere tijd als verblijfsplaats te dienen en die bestemd zijn voor en gebezigd worden als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden. h. logiesverblijf: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, die gedurende een bepaalde periode voor andere doeleinden dan vakantie en recreatie worden verhuurd dan wel te huur worden aangeboden; i. vaste jaarplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een jaar hebben van een zelfde mobiel
Pagina 1 van 5
kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat door één en hetzelfde gezin wordt gebruikt en, dat doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd; j. vaste seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een seizoen hebben van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen dat door één en hetzelfde gezin gebruikt wordt en, dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd en waarin het gedurende de winterperiode niet toegestaan is om te overnachten; k. seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, waar gedurende het seizoen een zelfde mobiel kampeeronderkomen dat door één en hetzelfde gezin gebruikt wordt, is geplaatst en dat na afloop van het seizoen van de plaats wordt verwijderd; l. verhuureenheden: vakantieonderkomens, mobiele vakantieonderkomens of verhuurde ruimten die door de eigenaar of exploitant worden verhuurd voor perioden korter dan een maand aan steeds wisselende personen. m. particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot recreatiefverblijf; n. Seizoen: een periode van meer dan 6 maanden maar niet langer dan 9 maanden.
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam “toeristenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente: a. tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetenen met een adres in de gemeente in de Basisregistratie Personen zijn ingeschreven. b. door personen die niet als ingezetenen met een adres in de gemeente in de Basisregistratie Personen zijn ingeschreven, indien deze personen gedurende hun verblijf beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden verrichten voor of in opdracht van anderen. Artikel 3 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: a. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders; b.
van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, onderdelen c, d, f, g of h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 2 van de verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers; c. van degene die op de dag waarop de eerste overnachting plaatsvindt, de leeftijd van 2 jaar nog niet heeft bereikt; d. van degene die uit hoofde van een opleiding tijdelijk binnen de gemeente in school- of klassenverband verblijf houdt voor zover het betreft instellingen die onder de Wet op het primair onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs 2020 vallen; e. door verenigingen of stichtingen waarvan de deelnemers de leeftijd van 16 jaar nog niet hebben bereikt, alsmede hun begeleiders;
Pagina 2 van 5
f.
van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf reeds forensenbelasting wordt geheven.
Artikel 5 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingtijdvak. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten dat zij verblijfhouden. Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1. Voor particulier verhuurde woningen en voor mobiele kampeeronderkomens op vaste standplaatsen (jaarplaatsen en seizoenplaatsen) kan het aantal overnachtingen op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld. Bij de forfaitaire berekening voor particulier verhuurde woningen wordt per woning: a. het aantal overnachtende personen gesteld op het aantal slaapplaatsen; b. het aantal nachten als een woning in het belastingjaar geschikt is gesteld op: voor gebruik of alleen mag worden gebruikt gedurende: meer dan maar niet meer dan 1º 30 nachten 3 maanden 2º 40 nachten 3 maanden 6 maanden 3º 50 nachten 6 maanden 9 maanden 4º 80 nachten 9 maanden 2. Voor mobiele kampeeronderkomens op vaste standplaatsen (jaarplaatsen en seizoenplaatsen) kan het aantal overnachtingen op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld. 3. Bij de forfaitaire berekening voor mobiele kampeeronderkomens op vaste standplaatsen (jaarplaatsen en seizoenplaatsen) wordt het aantal overnachtende personen: a.
voor jaarplaatsen gesteld op 2,4 personen; b. voor seizoenplaatsen gesteld op 3 personen. 4. Bij de forfaitaire berekening voor mobiele kampeeronderkomens op vaste standplaatsen (jaarplaatsen en seizoenplaatsen) wordt per standplaats het aantal nachten dat een kampeermiddel geschikt is voor gebruik of alleen gebruikt mag worden: a. gedurende een periode van meer dan 9 maanden maar niet meer dan 12 maanden (jaarplaatsen): gesteld op 80; b. gedurende een periode van meer dan 6 maanden maar niet meer dan 9 maanden (seizoenplaatsen): gesteld op 50. 5. In afwijking van voorgaande leden wordt het forfait niet toegepast op verblijf in logiesverblijven, en op verblijf in verhuureenheden, vakantieonderkomens en mobiele kampeeronderkomens, die niet door dezelfde persoon of personen worden gehuurd voor het gehele jaar of seizoen, doch steeds worden gehuurd door wisselende verblijfhoudenden voor een korte periode. Artikel 7 Belastingtarief Het tarief bedraagt per persoon per overnachting voor verblijf op of in: a. campings en logiesverblijven: € 2,45; b. overige verblijven: € 2,70. Artikel 8 Belastingtijdvak 1. Voor de belastingen bedoeld in artikel 6 is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar. 2. Voor de niet-forfaitaire aanslagen is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderkwartaal.
Pagina 3 van 5
Artikel 9 Wijze van heffing De belasting wordt in de vorm van een aanslag geheven. Artikel 10 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later. 2. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in het eerste lid is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 3. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 11 Aanmeldingsplicht De belastingplichtige, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van de verordening gelegenheid tot overnachten biedt, dit schriftelijk te melden aan de door het dagelijks bestuur van BsGW aangewezen ambtenaar belast met de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder a en b, van de Gemeentewet. Artikel 12 Registratieplicht 1. De belastingplichtige, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd en door de gemeente verstrekt nachtverblijfregister. 2. Het college van burgemeester en wethouders stelt genoemd nachtverblijfregister kosteloos beschikbaar. 3. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de inrichting en gebruik van het nachtverblijfregister. 4. De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruikmaakt van de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 6. Artikel 13.
Aangifte Het uitnodigen tot het doen van aangifte kan naast de op de in artikel 237, eerste lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze geschieden door het uitreiken, toezenden of elektronisch verzenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van elektronische aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. In dat geval geschiedt, in afwijking van de in artikel 237, tweede lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze, de aangifte langs elektronische weg door het inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden via de digitale voorziening ‘Digitale aangifte toeristenbelasting’ van BsGW. Artikel 14 Minimum aanslag 1. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 2. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
Pagina 4 van 5
Artikel 15 Inwerkingtreding en citeerartikel 1. De “Verordening toeristenbelasting Roerdalen 2025” van 12 december 2024, of zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening toeristenbelasting Roerdalen 2026”.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 6 november 2025. De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier,
De voorzitter,
mr. M. Heijnens-Coenjaerts
ing. J.M.A. van Agtmaal
Pagina 5 van 5
Raadsbesluit
Jaar …./../..
Zaaknummer: Z25-057651 Onderwerp: Verordening forensenbelasting Roerdalen 2026 De raad van de gemeente Roerdalen heeft; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 september 2025, gelet op artikel 223 van de Gemeentewet; het volgende besluit genomen:
Besluit: De navolgende "Verordening forensenbelasting Roerdalen 2026" vast te stellen. Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt onder ‘(gemeubileerde) woning’ verstaan een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet. Artikel 2 Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam ‘forensenbelasting’ wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning binnen de gemeente beschikbaar houden. 2. Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel 3 Vrijstellingen Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft. Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld. 2.
In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken. 3. Ingeval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde.
Pagina 1 van 4
4. De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet , met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast. 5. De belasting bedraagt bij een waarde van: a. tot € 100.000,- € 320,-; b. van € 100.000,- of meer € 790,-. Artikel 5 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als bedoeld in artikel 2. Artikel 8 Aanslaggrens 1. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 2. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2.
In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van een of meerdere op een aanslagbiljet vermelde aanslagen niet hoger is dan € 20.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 11 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening forensenbelasting Roerdalen 2026’.
Pagina 2 van 4
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 6 november 2025. De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier,
De voorzitter,
mr. M. Heijnens-Coenjaerts
ing. J.M.A. van Agtmaal
Pagina 3 van 4
Pagina 4 van 4
Raadsbesluit
Jaar …./../..
Zaaknummer: Z25-057651 Onderwerp: Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen Roerdalen 2026 De raad van de gemeente Roerdalen heeft; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 september 2025, gelet op artikel 255 van de Gemeentewet, artikel 26 van de Invorderingswet 1990, de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden; het volgende besluit genomen:
Besluit:
vast te stellen de navolgende “Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen Roerdalen 2026”: Artikel 1. Uitgesloten van kwijtschelding De gemeente verleent geen kwijtschelding voor belastingaanslagen: a. onroerende-zaakbelasting; b. rioolheffing; c. toeristenbelasting; d. begraafrechten; e. leges; f. BIZ-heffing; g. Forensenbelasting; h. Reinigingsrechten. Artikel 2. Beperkte kwijtschelding Bij de afvalstoffenheffing is alleen kwijtschelding mogelijk van de vaste bedragen per jaar zoals opgenomen in hoofdstuk 1, onderdelen 1.1 en 1.2, van de bij de Verordening reinigingsheffingen Roerdalen 2026 behorende tarieventabel. Artikel 3. Berekeningswijze kosten van bestaan 1. Bij de kwijtschelding bedoeld in artikel 2 wordt in afwijking van artikel 16, eerste en tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan gesteld op 100%. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt overeenkomstig artikel 3 van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden voor de vaststelling van de kosten van bestaan van pensioengerechtigden in plaats van de bijstandsnorm het netto-ouderdomspensioen gehanteerd.
Pagina 1 van 2
Artikel 4. Netto kosten kinderopvang Als uitgaven als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 worden mede in aanmerking genomen de in artikel 28, derde lid, van genoemde regeling bedoelde netto kosten van kinderopvang. Artikel 5. Extra toegestane financiële middelen In afwijking van artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 wordt het totale bedrag aan financiële middelen, bedoeld in dat onderdeel, verhoogd met: a. het maximumbedrag genoemd in artikel 4, onder a, van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden voor de belastingschuldige en zijn echtgenoot; b. 75% van het bedrag genoemd onder a voor een alleenstaande; en c. 90% van het bedrag genoemd onder a voor een alleenstaande ouder. Artikel 6. Kwijtschelding aan ondernemers Met inachtneming van het in dit besluit bepaalde, wordt een verzoek om kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en heffingen die geen verband houden met de uitoefening van het bedrijf of beroep, van een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent, behandeld volgens de bepalingen van hoofdstuk II, afdelingen 1, 2 en 5, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Artikel 7. Inwerkingtreding 1.
De “Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen Roerdalen 2025” vastgesteld bij raadsbesluit van 12 december 2024, of zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op kwijtscheldingsverzoeken die voor die datum zijn ingediend. 2. De datum van ingang is 1 januari 2026. 3. Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. Artikel 8. Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen Roerdalen 2026. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 6 november 2025. De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier,