Agendabundel
Tekst van het document
12
Kosten implementatie Het implementeren van deze aanpassingen neemt kosten met zich mee, doordat bijvoorbeeld rapportage- en facturatiestromen moeten worden aangepast. Doordat dit zich alleen op de afrekening met gemeenten richt, zijn de kosten in deze fase beperkt en worden ingeschat op ongeveer € 7.500.
Voorstel 3 - Wijziging GR Omnibuzz Het voorstel voor de aanpassing van de verdeelsystematiek van de beheerskosten is verwerkt in het conceptwijzigingsbesluit van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Omnibuzz onder artikel 18, lid 1. De aanpassingen zijn geel gearceerd, de rest van de tekst is ongewijzigd. Na positieve besluitvorming in de vergadering van het algemeen bestuur op 6 juli 2022 dient elke gemeente de besluitvorming voor de wijziging GR Omnibuzz in gang te zetten. Hierbij zal Omnibuzz de gemeenten ondersteunen. De financiële effecten uit dit voorstel zullen voor dat traject verwerkt worden in een concept begrotingswijziging 2023-1, welke als bijlage bij het conceptwijzigingsbesluit wordt toegevoegd. Op deze wijze krijgen de gemeenteraden de mogelijkheid om ook de financiële gevolgen van de wijziging mee in overweging te nemen. Het besluit om de afrekening van de vervoerskosten aan te passen, is onder voorbehoud van de definitieve wijziging van de GR Omnibuzz. In het geval dat de afrekensystematiek in de GR niet wordt aangepast, blijft de afrekening van het vervoer dus ook voor gemeenten op basis van zones.
Proces besluitvorming wijziging GR en begroting In bijlage 2 treft u een concrete planning, waarin het proces voor besluitvorming over de wijziging van de GR en de begrotingswijziging zijn opgenomen. Hierin wordt duidelijk aangegeven hoe deze twee processen gelijktijdig kunnen lopen, voorzien van een korte toelichting.
Korte toelichting proces en bevoegdheden GR wijziging Conform artikel 23 van de GR kan op voorstel van het dagelijks bestuur of de colleges de regeling gewijzigd worden. Het wijzigingsvoorstel wordt, na instemming door het algemeen bestuur, door het dagelijks bestuur verstuurd aan de colleges en raden van de gemeenten. Een wijziging van de GR komt alleen tot stand, indien drie vierde van de colleges een gelijkluidend besluit daartoe hebben genomen en de raden voor dit besluit de benodigde toestemming hebben gegeven. Dit betekent dat de colleges van de gemeenten bevoegd zijn te besluiten over de voorgestelde wijziging, nadat zij toestemming hebben van de raden. Als de raden de verleende toestemming hebben gegeven, kunnen de colleges overgaan tot definitieve besluitvorming.
13
Op 11 mei heeft het dagelijks bestuur van Omnibuzz kennis genomen van de voorgestelde wijziging (de nieuwe afrekensystematiek). Zij leggen dit op 6 juli voor aan het algemeen bestuur. Na besluitvorming door het algemeen bestuur, kan de procedure bij gemeenten starten: •
Het algemeen bestuur zendt de ontwerpregeling toe aan de colleges van de gemeenten.
•
De nieuwe Wet gemeenschappelijke regeling schrijft voor dat raden hun zienswijze kunnen geven op het ontwerp. Dit betekent dat de colleges de raden de ontwerpregeling voorleggen. De raden moeten binnen 8 weken na ontvangst hun zienswijze geven. Dit is de uiterlijke termijn, raden kunnen ook al eerder hun zienswijze geven.
•
Eventueel wordt de ontwerpregeling aangepast naar aanleiding van de zienswijzen.
•
Na de zienswijzeprocedure kan het college overgaan tot besluitvorming. Hiervoor hebben zij vervolgens de benodigde toestemming nodig van de raad. De termijn voor het vragen van toestemming voor wijziging van de regeling is niet gewijzigd en bedraagt formeel nog steeds 13 weken (art. 10:32 lid 1 jo. art. 10:31 lid 1 Awb). Ook hier geldt, dat de raad ook eerder toestemming kan geven en niet de volledige 13 weken tijd in acht neemt.
•
Als de raad toestemming heeft gegeven, kan het college overgaan tot definitieve besluitvorming.
Korte toelichting proces en bevoegdheden begrotingswijziging Conform artikel 19 van de GR zendt het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting en bijbehorende stukken toe aan de colleges en raden, voordat deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden. Op basis van de nieuwe Wet gemeenschappelijke regeling is het van belang dat raden 12 weken de gelegenheid hebben gehad om op de stukken te reageren. Zij kunnen binnen die 12 weken zienswijzen naar voren brengen. Na verloop van deze termijn beoordeelt het dagelijks bestuur de zienswijzen en geven zij gemotiveerd aan wat er met de zienswijzen gebeurd is. Pas als dit proces is doorlopen, wordt de ontwerpbegroting en bijbehorende stukken toegestuurd aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur stelt de ontwerpbegroting vervolgens vast. Voor het vaststellen van de gewijzigde begroting gaan we uit van de vergadering van 21 december 2022. •
De begrotingswijziging start gelijktijdig met het proces waarin de gemeenteraden toestemming geven aan de colleges voor het vaststellen van de gewijzigde GR.
•
Het algemeen bestuur kan op basis van beide wijzigingen op 21 december 2022 de ontwerpbegroting vaststellen.
•
Dit betekent dat in week 39 het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting en bijbehorende stukken naar de gemeenten moet toesturen. Raden hebben dan precies 12 weken de tijd om zienswijzen te geven.
14
•
De planning is krap, maar haalbaar. We starten we na de zomervakantie met beide processen, zodat we raden voldoende gelegenheid geven om zienswijzen te geven etc.
Bijlagen •
Overzicht amendementen (zie hieronder)
•
Conceptwijzigingsbesluit GR Omnibuzz
•
Toelichting wijziging GR Voorstel aan algemeen bestuur Omnibuzz: Opsteller
: Twan Zimmermann
Telefoon
: 046-4574747
: t.zimmermann@omnibuzz.nl
Datum
: 17 juni 2022
Afdeling
: Staf, advies en projecten
15
Bijlage 1 – overzicht amendementen Weert (23 maart 2016, amendement): De zwaarwegende wens dat art. 18.1.b van de Gemeenschappelijke Regeling niet naar rato van het aantal gebruikers, maar naar rato van het daadwerkelijk ritverbruik per gemeente van het jaar waarop die kosten betrekking hebben, wordt afgerekend. Venray (5 april 2016, motie): Het college opdracht te geven in de GR op te nemen, dat iedere gemeente haar evenredige bijdrage levert aan de directe en indirecte kosten die verbonden zijn met de daadwerkelijke kosten van een rit.
16
Bijlage 2 - Planning besluitvormingsproces Begrotingswijziging is paars gearceerd GR wijziging is turquoise gearceerd. PLANNING
Juni Juli Augustus September Oktober November December Januari 23 29 31 1 WEEK 22 t/m 27 28 t/m t/m 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 t/m 48 49 50 51 52 t/m 4 26 30 34 3 Proces besluitvorming Aanleveren gewijzigde GR algemeen 2bestuur jun Vergadering algemeen bestuur 6inzake GR-wijziging jul Toesturen ontwerp GR-wijziging aan 11colleges jul Zienswijzeprocedure raden ontwerp 29Ten minste 8 weken GR-wijziging aug 24Voorlopige besluitvorming colleges okt Vergadering dagelijks bestuur inzake 28begrotingswijziging sep Toesturen begrotingswijziging en bijbehorende stukken gemeenten Ten minste 13 weken Proces toestemming raden Zienswijzeprocedure raden begrotingswijziging Vaststellen begrotingswijziging algemeen bestuur
Februari 5 t/m 9
Ten minste 12 weken
30jan
Definitieve besluitvorming colleges Bekendmaking gewijzigde GR Vakantie en zomerreces Vakanties Zomerreces colleges en raden
17
1 05 Bijlage 2: Concept wijzigingsbesluit afrekensystematiek GR Omnibuzz
WIJZIGING GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING OMNIBUZZ De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, Echt-Susteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Horst aan de Maas, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Venray, Voerendaal en Weert, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn: Overwegende • dat de colleges van de gemeenten Beek, Echt-Susteren, Eijsden-Margraten, GulpenWittem, Meerssen, Schinnen, Sittard-Geleen, Stein, Vaals en Valkenburg aan de Geul per 8 december 2005 de gemeenschappelijke regeling Omnibuzz zijn aangegaan; • dat de colleges van de gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, EchtSusteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Horst aan de Maas, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Venray, Voerendaal en Weert of hun rechtsvoorgangers, per 11 mei 2016 de gemeenschappelijke regeling Omnibuzz hebben gewijzigd dan wel daartoe zijn toegetreden; • dat de samenwerking is gericht op het gezamenlijk nu en in de toekomst uitvoering geven aan het door die gemeenten te verzorgen
doelgroepenvervoer in de provincie Limburg; • dat na de totstandkoming van de hiervoor vermelde samenwerking gebleken is, dat het nodig is de gemeenschappelijke regeling op een aantal onderdelen aan te scherpen c.q. aan te passen aan nieuwe wet- en regelgeving; • dat na de totstandkoming van de hiervoor vermelde samenwerking gebleken is, dat het nodig is om artikel 18 in de gemeenschappelijke regeling aan te passen naar aanleiding van besluitvorming over de verdeelsleutel van de kosten van personeel en beheer die voortvloeien uit het te behartigen belang en de werkzaamheden; • dat daarom door het algemeen bestuur besloten is een wijzigingsvoorstel aan de colleges voor te leggen; • dat de hiervoor genoemde colleges, na verkregen toestemming van de gemeenteraden, besloten hebben in te stemmen met het wijzigingsvoorstel. Gelet op • de Wet gemeenschappelijke regelingen; • de Gemeentewet. BESLUITEN De gemeenschappelijke regeling Omnibuzz te wijzigen, waardoor deze als volgt komt te luiden: HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN Artikel 1 Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. regeling: de gemeenschappelijke regeling Omnibuzz; b. wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; c. college(s): het/de college(s) van burgemeester en wethouders die de regeling heeft/hebben getroffen; d.
de gemeente(n): de gemeente(n) waarvan het/de college(s) de regeling heeft/hebben getroffen; e. de ra(a)d(en): de gemeentera(a)d(en) van de gemeente(n); f. gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg;
g. h.
gebruiker: een door het college geïndiceerde inwoner van de betreffende gemeente die gebruik kan maken van het doelgroepenvervoer en in het bezit is van een Omnibuzz vervoerspas; doelgroepenvervoer: het niet openbaar vervoer voor de gebruikers waarvoor de gemeenten verantwoordelijk zijn.
Artikel 2 Openbaar lichaam 1. Voor de uitvoering van de regeling wordt een openbaar lichaam in de zin van artikel 8, eerste lid van de wet ingesteld. 2. Het openbaar lichaam is genaamd “Omnibuzz” en is gevestigd te Sittard.
HOOFDSTUK 2 BELANG, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel 3 Te behartigen belang 1. Het openbaar lichaam is ingesteld in het belang van een kwalitatief hoogwaardige, klantgerichte en een zo doelmatig en doeltreffend mogelijke gezamenlijke operationele regie op en uitvoering van het doelgroepenvervoer. 2. De colleges dragen de operationele regie over en de uitvoering van het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 op aan Omnibuzz. 3. Voor wat betreft de andere onderdelen van het doelgroepenvervoer kunnen de colleges de operationele regie en de uitvoering daarvan op nader door de colleges te bepalen tijdstippen opdragen aan Omnibuzz. 4. Gelet op het belang en de ambitie van de samenwerking kunnen de colleges in beginsel ook toekomstige taken met betrekking tot het doelgroepenvervoer opdragen aan Omnibuzz. 5. Het dagelijks bestuur kan, met toestemming van het algemeen bestuur, besluiten andere vormen van vervoer voor derden te regelen en uit te voeren. Hiertoe zullen afzonderlijke dienstverleningsovereenkomsten gesloten worden tussen de betreffende derde(n) en het openbaar lichaam. Artikel 4 Werkzaamheden 1. Ter behartiging van het in artikel 3 genoemde belang verricht Omnibuzz voor de gemeenten, de volgende werkzaamheden: a. het uitvoeren van aanbestedingen; b. het aangaan van contracten; c.
het uitvoeren van contractmanagement en contractbeheer; d. het voeren van operationele regie (onder andere de ritaannames); e. het gevraagd en ongevraagd ondersteunen van de colleges met betrekking tot hun beleidsvorming met betrekking tot het doelgroepenvervoer; f. alle overige werkzaamheden welke ter behartiging van het in artikel 3 van de regeling genoemde belang noodzakelijk zijn. 2. De in het voorgaande lid vermelde werkzaamheden zullen nader worden uitgewerkt in dienstverleningsovereenkomsten tussen de betreffende gemeenten en het openbaar lichaam Omnibuzz. 3. Het algemeen bestuur zal daartoe algemene uitgangspunten voor en voorwaarden van die dienstverleningsovereenkomsten vaststellen.
HOOFDSTUK 3 BESTUUR: ORGANEN, SAMENSTELLING, WERKWIJZE, BEVOEGDHEDEN Artikel 5 Algemeen bestuur: samenstelling 1. Het algemeen bestuur bestaat uit één lid per gemeente, dat evenals diens plaatsvervanger, door het college van die gemeente uit zijn midden wordt aangewezen. 2. De colleges beslissen in de eerste vergadering van hun wettelijke zittingsperiode over de aanwijzing als bedoeld in het vorige lid. 3. Indien tussentijds een vacature in het algemeen bestuur ontstaat, wijst het betreffende college zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. 4. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt als de zittingsperiode van het college afloopt, of indien de zittingsperiode van het college tussentijds beëindigd wordt of indien het lidmaatschap van het college, waaruit het betreffende lid afkomstig is, tussentijds beëindigd wordt. 5. Een college kan een door hem aangewezen lid ontslaan door het vertrouwen op te zeggen. 6. In geval van het bestaan van een of meer vacatures blijft het algemeen bestuur bevoegd besluiten te nemen. Artikel 6 Algemeen bestuur: werkwijze 1. Het algemeen bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht of ten minste zestien leden dit vragen onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen. 2. Op de vergaderingen van het algemeen bestuur is artikel 22 van de wet van toepassing. 3.
In de vergaderingen heeft ieder lid één stem. Voor leden die een gemeente vertegenwoordigen waarvan het inwonertal meer dan 50.000 bedraagt, wordt het stemmenaantal vermeerderd met één stem voor iedere 20.000 inwoners meer. Voor berekening van het aantal inwoners wordt uitgegaan van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek opgemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het betreffende jaar. 4. De besluiten van het algemeen bestuur worden genomen bij meerderheid van stemmen. 5. Stemmen zijn niet overdraagbaar. 6. Het algemeen bestuur stelt voor zijn werkzaamheden een reglement van orde vast. Artikel 7 Algemeen bestuur: bevoegdheden 1. De bevoegdheden die bij de regeling worden opgedragen, berusten bij het algemeen bestuur, tenzij bij wet of in de regeling anders is bepaald. 2. Het algemeen bestuur kan besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam te brengen. 3.
Het algemeen bestuur kan met toepassing van de artikelen 24 en 25 van de wet commissies van advies dan wel commissies belast met de behartiging van bepaalde belangen instellen.
Artikel 8 Algemeen bestuur: informatie en verantwoording 1. Een lid van het algemeen bestuur kan door het college en door de raad van zijn gemeente ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 2.
Een lid van het algemeen bestuur geeft aan het college van zijn gemeente alle inlichtingen die door het college, of één of meer leden daarvan, worden verlangd op de in die gemeente gebruikelijke wijze.
3. Het algemeen bestuur verstrekt aan de raden van de gemeenten de door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. Artikel 9 Dagelijks bestuur: samenstelling 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit zeven leden, waaronder de voorzitter. 2.
De leden van het dagelijks bestuur worden door en vanuit het algemeen bestuur op de volgende wijze aangewezen: - drie leden op voordracht door en uit de leden van het algemeen bestuur die zijn aangewezen door de colleges van de gemeenten uit Noord- en Midden-Limburg en - vier leden op voordracht door en uit de leden van het algemeen bestuur die zijn aangewezen door de colleges van de gemeenten uit Zuid-Limburg; - bij de bepaling van het aantal voor te dragen leden in de voorgaande verdeling wordt rekening gehouden met de gemeente waaruit het lid afkomstig is, die als voorzitter is aangewezen overeenkomstig het bepaalde in artikel 13, eerste lid van de regeling.
3.
Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt, indien een lid als zodanig ontslag neemt of ontslagen wordt door het algemeen bestuur en zodra hij ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn.
4.
Het algemeen bestuur draagt in geval van een vacature zo snel mogelijk zorg voor de vervulling daarvan overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van dit artikel.
Artikel 10 Dagelijks bestuur: werkwijze 1. Het dagelijks bestuur vergadert in beginsel vier keer per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht of ten minste twee der leden daarom verzoeken onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen. 2. Indien in de vergaderingen van het dagelijks bestuur gestemd wordt over zaken en/of personen heeft ieder lid één stem. Indien in geval van een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. 3. Het dagelijks bestuur kan de uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden opdragen aan een of meer van zijn leden. Het algemeen bestuur wordt over de eventueel verleende mandaten geïnformeerd. 4. Het dagelijks bestuur stelt voor zijn werkzaamheden een reglement van orde vast. Dit reglement wordt ter kennis gebracht van het algemeen bestuur. Artikel 11 Dagelijks bestuur: bevoegdheden 1. Het dagelijks bestuur is in ieder geval bevoegd om: a. al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd, voor te bereiden; b. besluiten van het algemeen bestuur uit te voeren; c. toe te zien op de voortgang van de realisering van het bedrijfsplan; d. beheer en administratie van de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam te voeren;
e. f. g.
h. i. 2.
de uitvoeringsorganisatie in te richten en de werkwijze van de uitvoeringsorganisatie te bepalen en in dat kader instructies uit te vaardigen; tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 7, tweede lid van de regeling; te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; zowel in als buiten rechte conservatoire maatregelen te nemen en alles te doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit; klachten te behandelen zoals bedoeld in titel 9.1 Algemene wet bestuursrecht.
Het dagelijks bestuur oefent, indien het algemeen bestuur daartoe besluit en naar door dit bestuur te stellen regels, de aan het algemeen bestuur toekomende bevoegdheden uit met uitzondering van: a. het vaststellen en wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de rekening.
Artikel 12 Dagelijks bestuur: informatie en verantwoording 1. De leden van het dagelijks bestuur verstrekken zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk de door het algemeen bestuur of door een of meer leden daarvan gevraagde inlichtingen. Schriftelijk gevraagde inlichtingen worden zo mogelijk schriftelijk gegeven. 2. De leden van het dagelijks bestuur leggen zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk verantwoording af aan het algemeen bestuur voor het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. 3. Het dagelijks bestuur verstrekt aan de raden van de gemeenten de door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. 4. Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer geniet. Artikel 13 Voorzitter 1. De voorzitter, alsmede zijn plaatsvervanger, wordt in de eerste vergadering van elke zittingsperiode door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen. 2. De voorzitter leidt de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 3. Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslag verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. 4. De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. 5. De voorzitter tekent alle stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan. 6.
De voorzitter verstrekt aan de raden van de gemeenten de door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. 7. Bij afwezigheid van de voorzitter wordt deze vervangen door zijn plaatsvervanger. 8. In afwijking van het gestelde in de leden 1 en 2 van dit artikel wordt de eerste vergadering van het algemeen bestuur in een nieuwe zittingsperiode bijeengeroepen en voorgezeten door de aftredende voorzitter of zijn aftredende plaatsvervanger. Indien zulks niet mogelijk is treedt de burgemeester van de plaats van vestiging van het openbaar lichaam op als tijdelijk voorzitter. In deze vergadering vinden de benoemingen van de voorzitter en de
plaatsvervangend voorzitter van het algemeen bestuur plaats, alsmede de benoemingen van de leden van het dagelijks bestuur.
HOOFDSTUK 4
ORGANISATIE EN PERSONEEL
Artikel 14 Directeur 1. Aan het hoofd van de organisatie van het openbaar lichaam staat een directeur. Hij is belast met de dagelijkse leiding daarvan. 2. Het dagelijks bestuur stelt voor de taken en bevoegdheden van de directeur een directiestatuut vast. Dit statuut wordt aan het algemeen bestuur ter kennisneming verstrekt. 3.
In het directiestatuut wordt de vervanging van de directeur geregeld.
4. De directeur staat het algemeen en dagelijks bestuur bij in hun functioneren. Hij woont als adviseur de vergaderingen van beide bestuursorganen bij. 5. De directeur ondertekent mede alle stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan. 6. De directeur is verantwoording verschuldigd aan het dagelijks bestuur. Artikel 15 Inrichting organisatie en personeel 1. Het dagelijks bestuur stelt de inrichting en werkwijze van de organisatie vast. 2. Op het personeel van de organisatie is de Cao Gemeenten van toepassing alsmede de binnen de organisatie vastgestelde personele regelingen, inclusief alle toekomstige wijzigingen daarvan. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de uitvoering van de arbeidsvoorwaarden en de personele regelingen en kan daartoe volmacht verlenen aan de directeur;
HOOFDSTUK 5
FINANCIËN
Artikel 16 Algemeen De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de financiën van het openbaar lichaam, voor zover daarvan bij of krachtens de wet niet is afgeweken. Artikel 17 Financiële en beleidsmatige kaders 1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting geldt, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de gemeenten. 2.
Bij het opstellen van de beleidsmatige kaders handelt het dagelijks bestuur volgens het door het algemeen bestuur vastgestelde bedrijfsplan.
Artikel 18 Financiering 1. De kosten van personeel en beheer die voortvloeien uit het te behartigen belang en de werkzaamheden, zoals vermeld in de artikelen 3 en 4 van de regeling, met uitzondering van het bepaalde in de leden 3 tot en met 5 van artikel 3, zullen gedragen worden door de gemeenten op basis van de volgende verdeelsleutel: a. Overhead: De totale overhead kosten, conform de definities van de Notitie Overhead Commissie BBV/IV3 systematiek, worden gedragen door de gemeenten
naar rato van het aantal inwoners per gemeente op 1 januari van het jaar waarop die kosten betrekking hebben. Het aantal inwoners wordt bepaald op de cijfers van het CBS. b. Indirecte vervoerskosten: alle kosten verband houdende met de uitvoering van het vervoer binnen de organisatie Omnibuzz op basis van deze regeling worden gedragen door de gemeenten op basis van het werkelijk aantal ritten dat gemaakt wordt door de inwoners van die gemeenten. Het aantal ritten wordt achteraf vastgesteld op basis van het gerealiseerd aantal ritten van klanten van die gemeenten van het jaar waarop de kosten betrekking hebben. 2. Alle kosten verband houdende met de uitvoering van het vervoer op basis van deze regeling worden gedragen door de gemeenten op basis van het werkelijk gebruik daarvan door de inwoners van die gemeenten. 3. De kosten met betrekking tot de andere vormen van vervoer voor derden, zoals vermeld in artikel 3, vijfde lid van de regeling, worden in de betreffende dienstverleningsovereenkomsten doorberekend op basis van de integrale kostprijs. 4. De colleges zullen er steeds zorg voor dragen dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om al zijn verplichtingen te kunnen voldoen. 5.
Indien het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de gemeentebegroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 193 en 194 van de Gemeentewet. 6. Het algemeen bestuur bepaalt de wijze van facturering aan de gemeenten. Artikel 19 Begroting 1. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en bijbehorende stukken acht weken voordat deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden toe aan de colleges en raden. 2. De ontwerpbegroting wordt door de colleges voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, ook algemeen verkrijgbaar gesteld. 3. De raden kunnen binnen acht weken bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden. 4. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 15 juli de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 5. Binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus zendt het dagelijks bestuur de begroting aan gedeputeerde staten en zo nodig aan de raden van de gemeenten die hun zienswijze kenbaar hebben gemaakt zoals bepaald in het derde lid van dit artikel. 6.
Het bepaalde in het eerste, derde en vijfde lid van dit artikel is, met uitzondering van de in de leden 3 en 5 genoemde termijnen, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. Artikel 20 Jaarrekening en jaarverslag 1. Van de baten en lasten van het openbaar lichaam wordt door het dagelijks bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur, onder overlegging van de conceptjaarrekening, het jaarverslag met daarbij behorende bescheiden, zoals vermeld in artikel 213 van de Gemeentewet. Na de eigen oordeelsvorming zendt het dagelijks bestuur de voorlopige jaarrekening jaarlijks vóór 15 april toe aan de raden.
2. De voorlopige jaarrekening en het jaarverslag worden door de gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 197, tweede en derde lid van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 3. De raden kunnen bij het dagelijks bestuur desgewenst hun zienswijze over de voorlopige jaarrekening en het jaarverslag naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de stukken, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling worden aangeboden. Nadat een daartoe aangestelde accountant een controleverklaring over de jaarrekening heeft afgegeven, wordt de jaarrekening vervolgens door het algemeen bestuur vastgesteld. 4. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten en voorts aan de raden. 5. Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast de vaststelling van de jaarrekening de leden van het dagelijks bestuur ten aanzien van het daarin verantwoorde financieel beheer.
HOOFDSTUK 6 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING Artikel 21 Toetreding 1. Toetreding door een niet aan de regeling deelnemend college kan plaatsvinden bij een besluit van het betreffende college en met toestemming van de betreffende raad. Ten minste drie vierde van de deelnemende gemeentebesturen dienen in te stemmen met een toetreding. 2. Het algemeen bestuur bepaalt de voorwaarden voor en de gevolgen van een toetreding. 3. Het algemeen bestuur bepaalt het moment waarop een toetreding van kracht wordt. Artikel 22 Uittreding 1. Een college kan uit de regeling treden door een daartoe strekkend besluit van het betreffende college en na verkregen toestemming van de betreffende raad. 2. Uittreding kan eerst plaatsvinden vijf jaar na toetreding tot de regeling met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste een jaar en welke opzegtermijn aanvangt na het jaar waarin de opzegging plaatsvindt. 3. Het algemeen bestuur regelt de voorwaarden voor en de gevolgen van een uittreding. Artikel 23 Wijziging 1. Het dagelijks bestuur en de colleges kunnen aan het algemeen bestuur voorstellen tot wijziging doen. 2.
Indien het algemeen bestuur instemt met een wijzigingsvoorstel, doet het daarvan mededeling aan de raden en de colleges.
3.
Een wijzigingsbesluit komt vervolgens tot stand, indien drie vierde van de colleges een gelijkluidend besluit daartoe genomen hebben en de betreffende raden daar mee ingestemd hebben.
Artikel 24 Opheffing en liquidatie 1. De regeling kan worden opgeheven bij een daartoe strekkend besluit van ten minste drie vierde van de colleges en indien de betreffende raden daarmee ingestemd hebben.
2. In geval van een opheffingsbesluit draagt het algemeen bestuur zorg voor de opstelling en vaststelling van een liquidatieplan. Alvorens dit plan vast te stellen legt het algemeen bestuur dit voor aan de colleges en raden die daarover hun zienswijzen kenbaar kunnen maken. 3. De gemeentebesturen verbinden zich in het geval van opheffing van het openbaar lichaam in het liquidatieplan de verplichting op te nemen dat zij alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de gemeenten verdelen op een in het plan te bepalen wijze. 4. Het dagelijks bestuur zal als vereffenaar optreden en belast worden met de uitvoering van het liquidatieplan. 5. Het openbaar lichaam en zijn bestuur blijven na het opheffingsbesluit bestaan voor zover dit voor de uitvoering van het liquidatieplan nodig is.
HOOFDSTUK 7
SLOTBEPALINGEN
Artikel 25 Onvoorziene gevallen In alle gevallen waarin de regeling niet voorziet, beslist het algemeen bestuur, met inachtneming van de ter zake geldende bepalingen uit de wet. Artikel 26 Geschillenregeling 1. Voordat een geschil als bedoeld in artikel 28 van de wet ter beslissing wordt voorgelegd aan gedeputeerde staten, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een geschillencommissie. 2. De geschillencommissie bestaat uit drie leden. Eén lid wordt aangewezen door het algemeen bestuur en één lid door het college van de betrokken gemeente(n). Deze leden wijzen gezamenlijk een derde lid aan dat tevens zal optreden als voorzitter van de commissie. 3. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken bestuursorganen en zo nodig derden die van belang kunnen zijn voor de vaststelling van de aard van het geschil en/of het feitencomplex. 4. De geschillencommissie brengt in beginsel binnen drie maanden na het begin van haar werkzaamheden aan de betrokken bestuursorganen advies uit over de mogelijkhe(i)d(en) tot een overeenstemming over de oplossing van het gerezen geschil te komen. Bij acceptatie van het advies zullen partijen ter zake van de oplossing een vaststellingsovereenkomst sluiten. 5. Indien het advies van de commissie niet leidt tot een oplossing van het geschil, wordt dit voorgelegd aan gedeputeerde staten overeenkomstig het bepaalde in artikel 28 van de wet.
Aan gedeputeerde staten wordt eveneens het dossier van de geschillencommissie overgelegd. Artikel 27 Toezending en bekendmaking regeling 1. Het college van de gemeente Sittard-Geleen zendt een exemplaar van de regeling aan gedeputeerde staten. 2. Het college van de gemeente Sittard-Geleen maakt de regeling tijdig in alle gemeenten bekend door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant. Artikel 140 Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 3. De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging, verlenging of opheffing van de regeling, alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding.
4. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de registratie van de regeling in het Handelsregister.
Artikel 28 Archief 1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van Omnibuzz. 2. De directeur van Omnibuzz is belast met het beheer archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden.
van
de
niet
naar
de
3. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van Omnibuzz is de archiefbewaarplaats van de gemeente Sittard-Geleen aangewezen 4. De archivaris van de gemeente Sittard-Geleen is belast met het toezicht op het beheer van de niet naar de archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden. De archiefverordening van de gemeente Sittard Geleen is hiertoe van overeenkomstige toepassing. 5. Bij opheffing van de regeling worden de daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Sittard Geleen. Artikel 29 Inwerkingtreding, duur, evaluatie en citeertitel 1. De regeling treedt in werking op 1 januari 2023, echter niet eerder dan de dag nadat de regeling bekend is gemaakt overeenkomstig artikel 27, tweede lid van de regeling. 2. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 3. De werking van de regeling zal om de vier jaar geëvalueerd worden. Het dagelijks bestuur zal daartoe een onderzoeksvoorstel aan het algemeen bestuur voorleggen. 4. De regeling kan worden aangehaald als “gemeenschappelijke regeling Omnibuzz”.
*******************
1 06 Bijlage 3: Toelichting bij conceptwijzigingsbesluit wijziging GR Omnibuzz
TOELICHTING GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING OMNIBUZZ De wijziging voorziet in een wijziging van de verdeelsleutel van de kosten van Omnibuzz onder de deelnemende gemeenten middels een aanpassing van artikel 18, lid 1. In artikel 18 is bepaald hoe de kosten over de deelnemende gemeenten verdeeld worden. Voor de kosten die verbonden zijn aan het te behartigen belang zoals dat in artikel 3 van deze regeling is opgenomen, is een verdeelsleutel vastgesteld die in het eerste tot en met derde lid van dit artikel is opgenomen. Deze kosten zijn verdeeld in (1) overheadkosten, (2) alle indirecte kosten verband houdende met de uitvoering van het vervoer binnen de organisatie Omnibuzz en (3) directe kosten verband houdende met de daadwerkelijke uitvoering van het doelgroepenvervoer. De wijziging heeft uitsluitend betrekking op lid 1 van dit artikel. De overheadkosten worden gedragen door de gemeenten naar rato van het aantal inwoners per gemeente op 1 januari van het jaar waarop die kosten betrekking hebben. Het aantal inwoners wordt bepaald aan de hand van de cijfers van het CBS. Als definitie van overhead hanteren we de definitie uit de Notitie Overhead Commissie BBV, waarmee we deze lijn brengen met wijze waarop financiële informatie vanuit de wettelijke verplichting aangeleverd moet worden (IV3 systematiek).
Hierbinnen vallen bijvoorbeeld loonkosten van directie, management en staf, automatisering en facilitaire kosten. De resterende indirecte kosten, waaronder de loonkosten voor ritreservering en klantenservice, worden gedragen door de gemeenten op basis van het werkelijk aantal ritten dat gemaakt wordt door de inwoners van die gemeenten. Het aantal ritten wordt achteraf vastgesteld op basis van het gerealiseerd aantal ritten van klanten van die gemeenten van het jaar waarop de kosten betrekking hebben.
7 Ontwerpbegroting 2023 inclusief meerjarenraming 2024-2026 GR RUD LN 1 00 Oplegvel - Ontwerpbegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 GR RUD LN
griffie
OPLEGVEL RAADSVOORSTEL Raadsvergadering
:
29 september 2022
Agendapunt
:
7
Onderwerp
:
Ontwerpbegroting 2023 inclusief meerjarenraming 2024-2026 GR RUD LN
Commissiebehandeling Raadsadviescommissie
: 5 september 2022
Fracties afwezig bij commissiebehandeling: n.v.t. Advies commissie: 1. Onderwerp rijp voor behandeling in gemeenteraad
Ja
2. Wijze van agendering voor de raad
Bespreekstuk
Inhoudelijk commissieadvies: Blijkens het raadsvoorstel stelt het raadspresidium de gemeenteraad voor kennis te nemen van de ontwerpbegroting 2023 inclusief de meerjarenraming 2024-2026 van de GR RUD LN. De fracties van het CDA, Democraten Roerdalen, Ons Roerdalen, PvdA –GroenLinks en Roerstreek Lokaal! adviseren geen eigen zienswijze in te dienen. Bijzonderheden (indien van toepassing):
1 01 Raadsvoorstel - Ontwerpbegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 GR RUD LN
gemeente roerdalen Raadsvoorstel Onderwerp:
Indiener agendapunt: Portefeuillehouder: Contactpersoon: Bijlage(n):
Bijlage(n) ter inzage:
Ontwerpbegroting 2023 inclusief meerjarenraming 2024-2026 gemeenschappelijke regeling {GR) regionale uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUD LN) Raadspresid i um A.C.A.G. Smits Rob Notermans, griffier • Brief RUD LN, gedateerd 14 juni 2022, Ontwerpbegroting 2023 inclusief meerjarenraming 2024-2026; • Ontwerpbegroting 2023 inclusief meerjarenraming 2024-2026 GR RUD LN; • Verzoek om inhoudelijk advies B&W, gedateerd 20 juni 2022. n.v.t.
Inleiding, aanleiding en doelstelling
De gemeente Roerdalen participeert in de GR RUD LN. Bij brief van 14 juni 2022 heeft het Dagelijks Bestuur van de GR RUD LN de ontwerpbegroting 2023 inclusief meerjarenraming 2024-2026 voorgelegd aan de gemeenteraad. Het Dagelijks Bestuur stelt daarbij uw gemeenteraad in de gelegenheid om een of meerdere zienswijze(n) ten aanzien van de voorliggende ontwerpbegroting 2023 inclusief meerjarenraming 2024-2026 kenbaar te maken. Verzocht wordt zo spoedig mogelijk aan het betreffende verzoek te voldoen, zodat het Algemeen Bestuur in haar vergadering van 13 oktober 2022 hierover besluitvorming kan plegen. Alvorens de gemeenteraad besluit tot het al dan niet kenbaar maken van een of meerdere zienswijze(n) is het college van burgemeester en wethouders, bij brief van 20 juni 2022, verzocht om een inhoudelijk advies uit te brengen over de voorgelegde ontwerpbegroting 2023 inclusief meerjarenraming 2024-2026.
Bevoegdheid
De onderhavige bevoegd- en verantwoordelijkheid om zienswijze(n) in te dienen vloeit voort uit de artikel 59 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) en het bepaalde in de GR RUD LN.
Reden besluit
Het besluit geeft invulling aan wettelijke bevoegdheid om als gemeenteraad, ten aanzien van de voorgelegde ontwerpbegroting 2023 inclusief meerjarenraming 2024-2026, aan het Algemeen Bestuur van de GR al dan niet zienswijzen kenbaar te maken.
Gevraagd besluit
Kennis te nemen van de ontwerpbegroting 2023 inclusief meerjarenraming 2024-2026 van de GR RUD LN. Het concept besluit zal mogelijk nog worden gecompleteerd met een of meerdere zienswijze(n), zo het college van burgemeester en wethouders de gemeenteraad daartoe adviseert.
Pagina 1
gemeente roerdalen Risico's
Indien u geen opmerkingen over de voorliggende ontwerpbegroting 2023 inclusief meerjarenraming 2024-2026 heeft en het college van burgemeester en wethouders geen aanleiding ziet te adviseren een of meerdere zienswijze(n) kenbaar te maken, kunt u volstaan met kennis hiervan te nemen. Mocht u het daarentegen het niet eens zijn met het bij de raadsbehandeling voorliggende concept besluit, dan kunt u middels het indienen van een amendement voorstellen het voorliggende concept besluit te wijzigen.
Toelichting
De GR RUD LN is een van de gemeenschappelijke regelingen waaraan de gemeente Roerdalen deelneemt. Voor wat betreft de ontwerpbegroting is in artikel 59 van de Wet gemeenschappelijke regeling geregeld dat het Dagelijks Bestuur een ontwerpbegroting acht weken, voordat zij aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden, toezendt aan de raden van de deelnemende gemeenten om eventuele zienswijze(n) kenbaar te maken. De gemeenteraad wordt hierbij verzocht om zo spoedig mogelijk eventuele zienswijze(n) kenbaar te maken. Het college van burgemeester en wethouders is bij brief van 20 juni 2022 verzocht om een advies uit te brengen over de voorgelegde ontwerpbegroting 2023 inclusief meerjarenraming 2024-2026. Er wordt van uitgegaan dat het college in ieder geval vóór de raadsbehandeling een advies aan de raad zal afgegeven.
Middelen
Het onderhavige voorstel, in het kader van de zienswijzeprocedure, heeft als zodanig geen begrotingstechnische invloed. Het besluit van het Algemeen Bestuur van de GR RUD LN over de voorliggende ontwerpbegroting 2023 inclusief meerjarenraming 2024-2026 kan dat daarentegen wel hebben. Uiteraard is dat afhankelijk van het door het Algemeen Bestuur te nemen besluit.
Planning en uitvoering
n.v.t.
Evaluatie
n.v.t.
Pagina 2
gemeente roerdalen Communicatie en participatie n.v.t.
Sint Odiliënberg, 20 juni 2022 Raadspresidium gemeente Roerdalen, De gri "
Pagina 3
1 02 Raadsbesluit - Ontwerpbegroting 2023 inclusief meerjarenraming 2024-2026 GR RUD LN
Raadsbesluit Onderwerp:
Jaar 2022/09/29/07
Ontwerpbegroting 2023 inclusief meerjarenraming 2024-2026 gemeenschappelijke regeling (GR) regionale uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUD LN)
De raad van de gemeente Roerdalen heeft; gezien het voorstel van het raadspresidium van 20 juni 2022, gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, gelet op artikel 59 van Wet gemeenschappelijke regeling, gelet op het advies van het college van burgemeester en wethouders van 13 september 2022, het volgende besluit genomen:
Besluit: Kennis te nemen van de ontwerpbegroting 2023 inclusief meerjarenraming 2024-2026 van de GR RUD LN.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 29-9-2022. De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier,
De voorzitter,
R.J.J. Notermans
mr. M.D. de Boer-Beerta
Pagina 1
1 03 Aanbiedingsbrief en verzoek zienswijze ontwerpbegroting 2023 RUD LN
1 04 Ontwerpbegroting 2023 inclusief meerjarenbegroting 2024-2026 RUD LN
Begroting 2023 Inclusief meerjarenraming 2024-2026 GR RUD Limburg Noord
Datum: 14 juni 2022 Versie: 1.0
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
1
Voorwoord
2
1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Bestuurlijke organisatie 1.3 Leeswijzer
4 4 4 4
2 Programmabegroting 2.1 Programmabegroting 2.2 Wat willen we bereiken? 2.3 Wat gaan we doen?
6 6 6 7
2.3.1 Prestatie-indicatoren 2.3.2 Organisatie-brede opgaven 2.3.3 Vakinhoudelijke opgaven
2.4 Wat mag het kosten?
7 7 12
18
3 Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.2 Financiering 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.4 Bedrijfsvoering
19 19 21 23 23
4 Financiële begroting 2023 4.1 Geprognosticeerde balans 4.2 Overzicht van baten en lasten 4.3 Overzicht van incidentele baten en lasten 4.4 Overzicht van reserves en voorzieningen
26 26 28 31 32
Bijlage 1 Bijdrage per deelnemer
33
Bijlage 2 geactualiseerde risico-inventarisatie
36
Bijlage 3 Berekening kengetallen
38
1
Voorwoord Voor u ligt de begroting voor 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (GR RUD LN), één van de 29 omgevingsdiensten die Nederland kent. Namens de deelnemers in de GR zijn we belast met de uitvoering van taken gericht op een schone, veilige en gezonde leefomgeving. Nu Europa de effecten voelt van een ernstig conflict in Oost-Europa, kan dit belang misschien in de schaduw daarvan komen te staan. Toch blijft het werken aan de leefomgeving voor al onze inwoners van groot en voortdurend belang. De milieuproblematiek van geluid, lucht, water en bodem heeft voortdurende effect op onze gezondheid. Verder heeft het belang van omvorming van ons energieverbruik vanwege de klimaatverandering zelfs aan belang gewonnen door het conflict in Oekraïne. In de begroting 2023 bestaan de wijzigingen ten opzichte van vorige jaren met name uit: 1. Indexering van lonen en prijzen. Hierbij is uitgegaan van de meest actuele raming van het CPB (MEV 2022). Hiermee is er in feite spraken van een “beleidsarme” begroting. Bij de presentatie van de kadernota 2023 is aangegeven dat er ontwikkelingen zijn, die nog een significante impact kunnen hebben op de begroting 2023 en verder. Die ontwikkelingen komen met name voort uit maatregelen gebaseerd op het rapport van de commissie VTH, ook wel de commissie Van Aartsen.
Gebleken is dat wij met eerder ingezette maatregelen vanuit onze zelfevaluatie in 2020 al goede stappen hebben gezet, maar dat dit nog onvoldoende is. Het Rijk is, samen met VNG, IPO en ODNL, met een bestuurlijk programma bezig voor verbeteringen in het stelsel van de Omgevingsdiensten. Wij willen dit niet afwachten, maar zijn zelf aan de slag gegaan. Dit moet ertoe leiden dat er in de zomer 2022 een pakket ter besluitvorming voorligt in het AB waarmee de RUD LN als robuuste en effectieve netwerkorganisatie de toekomst in kan gaan. De gemeenteraden ontvingen hierover in februari een raadsinformatiebrief. Het pakket zal naar verwachting financiële consequenties hebben voor de begroting van de GR. Dit zijn niet automatisch kostenverhogingen, omdat er ook sprake kan zijn van het budgettair neutraal verschuiven van kosten vanuit de gemeentelijke begrotingen. Toch is de kans groot dat er meerkosten zijn, bijvoorbeeld omdat er een hogere inzet nodig is op onderdelen of omdat er nieuwe activiteiten nodig zijn. Omdat de afwegingen die aan het genoemde pakket ten grondslag liggen nog gemaakt moeten worden, is er nu nog geen financieel plaatje hiervan. In het AB is in december 2021 afgesproken dat er in de zomer 2022, na de presentatie van het pakket, een brief naar alle partners zal gaan waarin de consequenties in beeld zijn gebracht.
Zo kan iedereen hier nog rekening mee houden in de gemeentelijke begrotingen voor 2023.
2
Het voortdurende uitstel van invoering van de Omgevingswet (nu voorzien 1-1-2023) heeft tot een welhaast periodieke beweging geleid waarin eerst sprake is van tijdsdruk en daarna weer van ruimte in de werkplanningen, gevolgd door opnieuw een eindsprint naar de nieuwe deadline. Feit is dat er nog steeds veel werk te doen is om aan alle randvoorwaarden te voldoen voor invoering van de Omgevingswet. Anderzijds is er ook al veel gedaan aan voorbereiding en opleiding. Met name de digitale problemen die aan de Omgevingswet zijn verbonden, lijken nog steeds niet helemaal opgelost. Wat 1 januari 2023 zal brengen is dan ook onzeker, ondanks de aangegeven deadline. Met vriendelijke groet, Namens het Dagelijks Bestuur,
Karel Joosten Directeur RUD Limburg Noord
3
1 Inleiding 1.1 Algemeen De 15 gemeenten in Limburg Noord en de provincie Limburg zijn deelnemers van de GR RUD LN. De circa 140 medewerkers die taken verrichten onder de koepel van deze samenwerking hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om (1) de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden te verbeteren bij de uitvoering van VTH-taken en (2) de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren.
1.2 Bestuurlijke organisatie Het bestuur van de RUD Limburg Noord bestaat uit een Algemeen en een Dagelijks Bestuur. Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur bestaat uit 16 leden, waaronder de voorzitter. De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en Gedeputeerde Staten van de provincie hebben uit hun midden elk één lid en één plaatsvervangend lid aangewezen. Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur is door en uit het Algemeen Bestuur gekozen. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit drie leden en één plaatsvervangend lid. De voorzitter De voorzitter van de RUD Limburg Noord is de heer Tim Snijckers, wethouder van de gemeente Maasgouw. Gemeenteraadsverkiezingen maart 2022 Na de installatie van de nieuwe colleges wordt de portefeuilleverdeling bekend en daarmee de nieuwe leden van het Algemeen bestuur van de RUD Limburg Noord. Uit hun midden zullen zij een Dagelijks bestuur kiezen. Ten tijde van de productie van de conceptbegroting is dus nog niet bekend of dit tot mutaties in het AB c.q. het DB zal leiden.
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de programmabegroting opgenomen. Hierin staat op hoofdlijnen wat de RUD Limburg Noord wil bereiken, wat ze daarvoor gaat doen en wat dat mag kosten. In hoofdstuk 3 wordt inzicht gegeven in de verplichte paragrafen: weerstandsvermogen en risicobeheersing, financiering, onderhoud kapitaalgoederen en bedrijfsvoering. In hoofdstuk 4 is de financiële begroting uiteengezet.
4
In de bijlagen vindt u: 1. de bijdrage per deelnemer; 2. de risico-inventarisatie; 3. de berekening kengetallen.
5
2 Programmabegroting 2.1 Programmabegroting De begroting 2023 van de RUD Limburg Noord is opgezet conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In het BBV is geregeld hoe decentrale overheden hun financiële administratie inrichten en verantwoorden. Hierna wordt via de programmabegroting en de paragrafen de voorgenomen uitvoering in het jaar 2023 toegelicht.
2.2 Wat willen we bereiken? De doelstelling van het programma is om in een gezamenlijke verantwoordelijkheid met de deelnemers de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden te verbeteren bij de uitvoering van VTHtaken en de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren. De GR RUD LN wil daarbij een innovatieve, slagvaardige en efficiënte organisatie zijn, die bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit, gezondheid en veiligheid van de leefomgeving en aan de verbetering van de dienstverlening aan burgers en bedrijven. De RUD wil een vanzelfsprekende deskundige partner in de regio zijn voor het bereiken van de (kern)doelen van de Omgevingswet; zit bij de partners aan tafel en werkzaamheden worden in gezamenlijkheid uitgevoerd. De RUD kan daarbij flexibel inspringen op veranderende behoeften vanuit haar deelnemers; groeit van de uitvoeringsdienst zoals we nu zijn naar dé omgevingsadviseur in brede zin binnen onze leefomgeving, die input levert aan beleid, vergunningverlening, toezicht en handhaving en tot slot procesoptimalisatie. Dit met een organisatievorm die passend is bij de beschreven rol. De inhoud van het werk en te leveren kwaliteit is daarbij altijd leidend; voert uit op een ondernemende, innovatieve, betrouwbare én uitdagende manier.
6
2.3 Wat gaan we doen? 2.3.1 Prestatie-indicatoren De RUD monitort de prestaties van de uitvoering. In het bijzonder gebeurt dit op basis van de prestatie-indicatoren en hun normstelling in tabel 1. Tabel 1
Prestatie-indicator % uitgevoerde milieucontroles (excl. hercontroles) % volledige controles % deelcontroles
Norm 90% 90% 90%
% uren vanuit het RUP gerealiseerd
95%
% adviezen binnen de termijn opgeleverd % adviezen overgenomen door de colleges
90% 100%
2.3.2 Organisatie-brede opgaven Takenpakket De GR RUD LN draagt zorg voor de uitvoering van tenminste de taken zoals opgenomen in het wettelijk basistakenpakket als bedoeld in artikel 7.1 lid 1 van het Besluit Omgevingsrecht. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wijzigt de beoordelingssystematiek en zal aan de hand van de milieubelastende activiteiten (verder MBA’s) bepaald worden of de werkzaamheden onder het basistakenpakket vallen. Met deze nieuwe beoordelingssystematiek zal er een lichte verschuiving van het bassistakenpakket plaatsvinden. Huidige systematiek, waarbij het basistakenpakket middels “activiteiten binnen de branche” bepaalt of het onder het bassistakenpakket valt, sluit deels aan op het werken met MBA’s. De kernactiviteit volgens MBA komt veelal overeen met huidige branche omschrijving. Zodra bij iedere partner de registratie op MBA-niveau gereed is kan de exacte omvang basistakkenpakket in beeld worden gebracht. In aanvulling op de basistaken zorgt de RUD Limburg Noord op verzoek van deelnemers voor de uitvoering van het brede milieutakenpakket, het Wabo-takenpakket inclusief de uitwisseling van specialisten en desgewenst APV en bijzondere wetten. Als netwerkorganisatie kan de RUD flexibel met wijzigingen omgaan gericht op de Omgevingswet. Het Algemeen Bestuur ziet de uitvoering van het Uitvoeringsprogramma als een nietvrijblijvende opgave.
Tijdens de conferentie van 13 februari 2020 heeft het Algemeen
7
Bestuur het Dagelijks Bestuur opdracht gegeven toe te zien op de realisatie van de in het Uitvoeringsprogramma aangegeven doelen en indien nodig bij te sturen c.q. in te grijpen. Indien dit het geval is wordt uiteraard vooraf contact met het betreffende bevoegd gezag opgenomen en overleg gevoerd over de te nemen maatregelen. In de praktijk is inmiddels gebleken dat het bedoelde ingrijpen niet uitvoerbaar is zonder aanpassingen in de wijze van signaleren van achterstanden en het beschikbaar hebben van extra capaciteit om dan de “achterstanden” in te halen. Dit geldt met name voor toezicht omdat vergunningen (m.u.v. revisievergunningen) niet te sturen zijn. Werkwijze Uitvoering vindt plaats in samenwerking tussen de deelnemers door uitwisseling van specialistische kennis en capaciteit. Naast de taken op het gebied van vergunningverlening, handhaving en toezicht behoren tot het takenpakket van de RUD Limburg Noord ook coördinerende, afstemmende en adviserende taken die voor de deelnemers tezamen worden verricht. Gemeenten zijn en blijven het loket voor de vergunningaanvragen waar gemeenten bevoegd gezag voor zijn. Zij verzorgen ook zelf de uitvoering. Coördinatie gebeurt centraal en de werkverdeling en aansturing wordt gezamenlijk gedaan. Borging kwaliteit Voor het takenpakket GR RUD Limburg Noord heeft het Algemeen Bestuur kwaliteitseisen vastgesteld.
Hierin zijn de geldende kwaliteitscriteria, de handhavingsarrangementen met het OM en de politie, de opdrachten van het Algemeen Bestuur en de vastgestelde landelijke prioriteiten verwerkt, en daarmee de uitvoering vastgelegd. Gemeentelijke deelnemers hanteren een gezamenlijk, binnen de RUD Limburg Noord overeengekomen, uniforme methode voor probleemanalyse, risicoanalyse, prioriteitstelling en programmering van het basistakenpakket. In de basis is daarmee het uitvoeringsniveau gelijk (level playing field). Ten aanzien van deskundigheid en continuïteit houden de medewerkers die uitvoering geven aan het RUP, in 2022 hun EVP (Ervaringsprofiel) op basis van de landelijke kwaliteitscriteria actueel. Deze criteria worden geregeld aangepast. Inmiddels spreken we versie 2.2. Ook de nieuwe omgevingswet zal nog tot aanpassingen leiden. Gemeenteraden en provinciale staten verbinden zich aan de kwaliteitscriteria door het vaststellen ervan in een verordening.
8
Samenspel op basis van de PDCA cyclus Het samenspel binnen de gemeenschappelijke regeling tussen het RUD-bestuur, het coördinatiecentrum en de deelnemers is ingericht op basis van de PDCA-cyclus. Deze is in het onderstaande figuur weergegeven:
Gezamenlijk VTH-systeem De RUD en haar deelnemers hebben samen een nieuw VTH systeem ingekocht dat werken onder de nieuwe omgevingswet mogelijk maakt. Het implementeren van dit VTH-systeem, Squit 20/20, heeft nog niet bij alle partners plaatsgevonden. Inmiddels is er al sprake van een update (RX-Mission geheten) die voor een aantal gesignaleerde knelpunten oplossingen biedt. In de loop van 2023 zullen alle partners hiernaar zijn overgegaan. In deze omgeving borgen we het gebruik van gestandaardiseerde en geüniformeerde processen en documenten. Bij uitwisseling van werkzaamheden hoeven dossiers niet meer opgehaald te worden en worden gegevens vanuit de eigen locatie bijgewerkt. Met deze centrale voorziening nemen ook de mogelijkheden voor voortgangsbewaking (dashboards), monitoring en kwaliteitsborging toe. Door de problemen die tijdens de implementatie zijn ervaren kunnen nog niet alle mogelijkheden voor centrale voortgangsbewaking, monitoring en kwaliteitsborging van RUD-taken volledig benut worden. In 2023 zal tevens het beheer voor de applicatie worden ingericht. De partners die deelnemen in SGIV zullen dit wederom samen oppakken.
9