Agendabundel
Tekst van het document
23
Omnibuzz
De beleidsbegroting
3.1.7 Financiering Treasury
De financiering van Omnibuzz bestaat uit bijdragen van de deelnemende gemeenten. Omnibuzz maakt op dit moment geen gebruik van een kortlopende kasgeldlening. Indien er in de toekomst gebruik wordt gemaakt van een kortlopende kasgeldlening zullen de hieraan eventueel verbonden kosten in de jaarrekening opgenomen worden als kapitaallasten. Vanwege de daling van het vervoersvolume door de impact van COVID-19 is het uitgangspunt voor het vervoersvolume voor de gewijzigde begroting 2022-1 gebaseerd op het gerealiseerde vervoersvolume 2019 verminderd met een afslag van 5%. Aan de gemeenten is de keuze voor het toepassen van een opslagpercentage voorgelegd, twee gemeenten hebben aangegeven een opslagpercentage van 5% te willen hanteren. Vanuit de in 2018 gevormde bestemmingsreserve ‘ICT’ valt elke jaar het afschrijvingsdeel voor de in het jaar 2018 en 2019 geïnvesteerde activa vrij ter financiering van de afschrijvingslasten. In de gewijzigde begroting 2022 bedraagt dit afschrijvingsdeel € 6.125,-. Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet geeft aan tot welk bedrag korte financiering mogelijk is. Onder korte financiering wordt in de Wet FIDO verstaan leningen met een rente typische looptijd korter dan één jaar. De kasgeldlimiet wordt bepaald als een percentage van het begrotingstotaal. Bij ministeriële regeling is dit percentage voor Omnibuzz vastgesteld op 8,2%. Concreet betekent dit dat de netto vlottende schuld per kwartaal de kasgeldlimiet niet mag overschrijden. Omnibuzz zal naar verwachting binnen de kasgeldlimiet blijven. (1) Vlottende schuld
(2) Vlottende middelen
(3) Netto vlottende schuld
Kwartaal 1
€
1.001.825
€
6.428.882 €
-5.427.056
Kwartaal 2
€
1.128.020
€
8.054.208 €
-6.926.188
Kwartaal 3
€
674.569
€
4.961.838 €
-4.287.269
Kwartaal 4
€
3.625.799
€
7.512.515 €
-3.886.716
(4) Gemiddelde van kwartalen €
1.607.554 €
6.739.361 €
-5.131.807
(6) Ruimte onder kasgeldlimiet
5.131.807
€
(5) Berekening kasgeldlimiet (7) Omvang begroting per 1 januari 2021
€
25.081.324
(5) = (7) x (8) Kasgeldlimiet:
€
2.056.669
Ruimte (+) / overschrijding (-) (6) + (5)
€
7.188.476
(8) in procenten van de grondslag
8,2%
De (verwachte) netto vlottende schuld per kwartaal is berekend door uit te gaan van de realisatie Q1 t/m Q4 2021, als basis voor de kasgeldlimiet 2022. Renterisiconorm
De renterisiconorm is direct gerelateerd aan het budgettaire risico en heeft als doel het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.
24
Omnibuzz
De beleidsbegroting
Schatkistbankieren
Het Wetsvoorstel ‘Verplicht schatkistbankieren’ is op 13 december 2013 in het Staatsblad gepubliceerd. De wet is op 15 december 2013 van kracht geworden en ingevoerd voor gemeenten, provincies, waterschappen en Gemeenschappelijke Regelingen. Schatkistbankieren houdt in dat overtollige publieke middelen worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor zal de Nederlandse staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. Decentrale overheden zullen op de deposito’s een rente vergoed krijgen die gelijk is aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt bij leningen die ze op de markt aangaat. Voor decentrale overheden is het gevolg hiervan dat uitstaande beleggingen bij het vrijvallen niet kunnen worden herbelegd maar naar de rekening courant gaan. Daar kunnen ze hoogstens als deposito worden weggezet tegen de dan geldende rente op Nederlandse staatsobligaties. Er is sprake van een drempelbedrag dat Omnibuzz buiten de schatkist mag aanhouden. Het gaat om 0,75% van het begrotingstotaal. Voor Omnibuzz is het drempelbedrag vastgesteld op € 200.000,-. Dit saldo wordt daarmee niet als overtollig beschouwd. De Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof)
De Europese eisen en afspraken over reductie van het begrotingstekort en de staatsschuld vormen de basis van de Wet Hof. De middellange termijndoelstelling is het op termijn verkrijgen van begrotingsevenwicht in stappen van 0,5% bbp per jaar. Omdat ook gemeenten, provincies, waterschappen en Gemeenschappelijke Regelingen bijdragen aan het begrotingstekort van de collectieve sector, bepaalt het wetsvoorstel dat niet alleen het Rijk maar ook de decentrale overheden zich moeten houden aan de doelstellingen uit het aangescherpte Stabiliteits- en Groeipact.
25
Omnibuzz
De beleidsbegroting
Het EMU-saldo volgt uit de tabel:
Omschrijving
2021 2022-1 Jaarrekening Begroting x € 1.000 x € 1.000 Vorig verslagjaar
2023 Begroting x € 1.000
Huidig Volgend begrotings- begrotingsjaar jaar
1
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
2748
0
0
2
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
45
45
45
3
Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie
0
0
0
4
Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd
23
0
0
5
Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4
0
0
0
6
Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord
0
0
0
7
Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)
0
0
0
8
Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord
0
0
0
9
Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen
0
0
0
10
Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten
0
0
0
11
Verkoop van effecten
a
Gaat u effecten verkopen? (ja/nee)
Nee
Nee
Nee
b
Zo ja, wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie
0
0
0
2.770
45
45
Berekend EMU-saldo
Het EMU-saldo wordt berekend door op het exploitatiesaldo de afschrijvingen, investeringen en mutaties van reserves te corrigeren. Omdat Omnibuzz kostenneutraal begroot, leiden eventuele investeringen in 2022 in materiële vaste activa tot een mutatie in het EMU-saldo. Tevens drukken de afschrijvingen op de exploitatie, welke conform financiële uitgangspunten niet gedekt worden door de algemene reserve. Per saldo wordt hierdoor voor 2022 een negatief EMU-saldo ad € 45.000,- begroot. Economische vooruitzichten
De vooruitzichten voor de Nederlandse economie in de periode 2020-2023 staan, net als in de raming van een jaar geleden, in het teken van de COVID-19 pandemie. In de eerste twee kwartalen van 2020 liep het bruto binnenlands product (bbp) flinke schade op. Het leeuwendeel hiervan werd goedgemaakt door het sterke terugveren in het derde kwartaal. 26
Omnibuzz
De beleidsbegroting
Hierna treedt een gestaag herstel op; in zowel 2022 als 2023 groeit het bbp naar 3,5%. Tegen het einde van de voorspelhorizon van deze raming (het derde kwartaal van 2023) ligt het reële bbp per hoofd van de bevolking weer op hetzelfde niveau als aan het einde van 2019. Het economische herstel zet door vanaf 2022. De inflatie blijft echter oplopen, vooral door de stijging van energieprijzen. Naar verwachting blijft de inflatie hoog, met gemiddeld 3,0% in 2022 en 2,9% in 2023. Tegelijkertijd is de arbeidsmarkt zeer krap. De werkloosheid blijft laag: 3,4% van de beroepsbevolking in 2022 en 3% in 2023. De schuldquote van de overheid loopt in 2021 op tot 55,7% bbp, tegenover 54,4% bbp in 2020, waarna het daalt tot 52,0% bbp in 2023. Ondanks het flinke overheidstekort valt de oploop van de schuld mee in verhouding tot de omvang van de economie, dankzij de sterke groei van het bbp. (bron: DNB, Economische ontwikkelingen en vooruitzichten, december 2021). 3.1.8 Bedrijfsvoering Sturingsprincipes
Sinds de totstandkoming van de Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz, heeft Omnibuzz zich ontwikkeld tot een compacte en doelmatige organisatie. De organisatie is hierbij ingericht op basis van een aantal sturingsprincipes die behouden blijven. Daarnaast vraagt de groei en ontwikkeling van de organisatie om een aantal nieuwe sturingsprincipes. De volgende principes worden door Omnibuzz bij de keuzes omtrent inrichting van de werkorganisatie gehanteerd:
organisatie-inrichting en -sturing faciliterend moeten zijn voor de medewerkers. Doelmatigheid De werkorganisatie wordt doelmatig ingericht. Dat wil zeggen dat binnen de geldende kwaliteitskaders en taakstelling een zo efficiënt mogelijke organisatie wordt ingericht. Lerende organisatie Omnibuzz is een organisatie in groei en in ontwikkeling. Dit betekent dat processen, systemen en werkwijzen voortdurend worden geoptimaliseerd. Omnibuzz stimuleert haar medewerkers bij te dragen aan het principe van een lerende organisatie. Good governance De organisatie wordt ingericht op basis van de principes van good governance en met inachtneming van de bepalingen van de Wet ‘Gemeenschappelijke Regelingen’. Belastingdienst
Kwaliteit en klantgerichtheid staan voorop bij alle inrichtingsvraagstukken. Dit uit zich naar alle betrokkenen, van klanten tot vervoerders en van gemeenten tot de Provincie Limburg.
In 2017 heeft de Belastingdienst Omnibuzz vrijgesteld van de vennootschapsbelasting op basis van de dienstverleningsovereenkomsten vrijstelling. In 2018 heeft de Belastingdienst het standpunt ingenomen dat Omnibuzz btw in rekening dient te brengen over de gemeentelijke bijdrage (vervoer 9%, overige kosten 21%).Dit heeft tot gevolg dat de fiscale afhandeling van het ondernemershandelen in het kader van de vervoersbeweging van Omnibuzz per 1 april 2019 teruggevallen is naar de individuele gemeenten. In 2021 zijn er geen fiscale aanpassingen vanuit de Belastingdienst opgedragen. De in 2021 uitgekeerde Coronacompensatie aan de vervoerders is niet belast met btw.
Professionaliteit
Bestuurlijke structuur
Kwaliteit en klantgerichtheid
Omnibuzz organiseert haar werkorganisatie op een professionele manier. Uitgangspunt hierbij is dat de
De bestuurlijke structuur wordt gevormd door een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur bestaat uit 30 leden met 38 stemmen. 27
Omnibuzz
De beleidsbegroting
Het dagelijks bestuur wordt gevormd door een zevental leden:
› 4 leden vanuit Zuid-Limburg. › 3 leden vanuit Noord- en Midden-Limburg. De directeur van Omnibuzz legt verantwoording af aan het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur. In de nadere uitwerking van de verordeningen van DB en AB alsmede de organisatie- en directieverordening is de relatie met het dagelijks bestuur en algemeen bestuur nader geregeld. Structuur werkorganisatie
De huidige inzichten in de organisatiestructuur worden navolgend nader toegelicht. Omnibuzz staat onder aansturing van een éénhoofdige directie. De directeur legt verantwoording af aan het bestuur en geeft leiding aan de werkorganisatie. Binnen de werkorganisatie wordt twee afdelingen onderscheiden die elk onder aansturing staan van een manager:
› Uitvoering, waaronder ritreservering en tactische regievoering. › Bedrijfsvoering, waaronder de afdeling ICT, financiële administratie, finance & control en klantenservice. Naast deze afdelingen wordt een aantal staffuncties onderscheiden, die onder aansturing van de directeur vallen. De afdelingsmanagers vormen, samen met de directeur, het managementteam. In de vergadering van het dagelijks bestuur op 13 november 2019 is ingestemd met de tweede evaluatie van het organisatieplan. Hieronder volgt naar aanleiding van het goedgekeurde formatieplan een overzicht van de benodigde bezetting per afdeling. Afdeling Uitvoering
Naar huidige inzichten kent de afdeling uitvoering bij benadering de volgende bezetting in de eindsituatie 2021: Functie
Fte
Manager uitvoering
1,00
Teamleider ritreservering
3,00
Medewerkers ritreservering
22,45
Regiemedewerkers
4,45
Projectmedewerker uitvoering
0,80
Hoofd ritreservering
1,00
Afdeling uitvoering totaal
32,7
28
Omnibuzz
De beleidsbegroting
De totale verwachte bezetting van de afdeling uitvoering bedraagt in de eindsituatie 2022 naar huidige inzichten maximaal 32,70 fte en blijft hiermee ongewijzigd ten opzichte van 2021. Afdeling Bedrijfsvoering
De afdeling bedrijfsvoering zal naar verwachting de volgende bezetting in de eindsituatie 2022 kennen: Functie
Fte
Manager bedrijfsvoering
0,90
Teamleider financiële administratie
1,00
Financieel medewerkers A
3,00
Financieel medewerkers B
1,00
Teamleider klantenservice
1,00
Medewerker klantenservice
7,00
Medewerker applicatiebeheer
0,67
Medewerker ICT
0,67
Medewerker finance & control
0,80
Afdeling bedrijfsvoering totaal
16,04
De totale verwachte bezetting van de afdeling bedrijfsvoering bedraagt in de eindsituatie 2022 naar huidige inzichten 16,04 fte en blijft hiermee ongewijzigd ten opzichte van 2021. Staffuncties
De staffuncties zien er naar verwachting als volgt uit: Functie
Fte
Directeur
1,00
HR beleidsadviseur
0,80
HR assistent
0,50
Adviseur projecten
3,50
Secretariaat
1,39
Functionaris gegevensbescherming
0,10
Privacy officer
0,20
Communicatieadviseur
0,50
Coördinator klachtenafhandeling
1,00
Medewerker klachtenafhandeling
0,90
Medewerker databeheer en -analyse
0,60
Afdeling staf totaal
10,49 29