CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsadviescommissie 10 mei 2022, gemeente Roerdalen29.752 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

 De Stichting Baanmobiel, Roermond Deze in 1997 opgerichte stichting is in 2001 aan de Gemeenschappelijke Regeling Westrom gelieerd. De stichting vervult louter de rol van formeel werkgever voor de PW-ers die na 18 juni 2017 een arbeidsovereenkomst hebben gekregen.

19

Besloten Vennootschappen De Gemeenschappelijke Regeling Westrom is 100% aandeelhouder van Westrom Holding BV; Westrom Groen BV is een 100% dochtermaatschappij van Westrom Holding BV.  Westrom Holding BV, Roermond Met instemming van de raden van de deelnemende gemeenten en onder goedkeuring van het College van Gedeputeerde Staten van Limburg heeft de Gemeenschappelijke Regeling Westrom op 24 juni 2010 de besloten vennootschap Westrom Holding opgericht. Westrom Holding BV Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat 2021

ultimo 2021 ultimo 2020 volgt € 9.863 volgt € 930.714 volgt

 Westrom Groen BV, Roermond Op 9 december 2013 is de besloten vennootschap Westrom Groen BV opgericht. Deze BV is per 1 januari 2014 toegetreden tot het bestaande samenwerkingsverband tussen Risse Cultuurtechniek BV en Vebego Wsw-activiteiten IV BV. Vanaf 1 januari 2014 opereerden zij als VOF onder de naam RisseWestrom Groen, tegenwoordig Prio Verve Groen. In onderling overleg hebben de vennoten besloten om Prio Verve Groen met ingang van 31 december 2018 te ontbinden. Om de gemeenten de tijd te geven de eigen groenactiviteit voor de toekomst te organiseren, is Westrom vanaf 2019 (tijdelijk) verder gegaan met uitvoering van de groenactiviteit onder de naamstelling “Westrom Groen BV”. Vanaf 2020 hebben de gemeenten Leudal en Roerdalen de groen-activiteit zelf georganiseerd. De gemeente Roermond heeft in 2021 nog gebruik gemaakt van “Westrom Groen BV”. Vanaf 2022 zijn de groen-activiteiten van de gemeente Roermond georganiseerd in Groen & Doen Roermond BV. Eind 2019 is met de gemeente Roermond de afspraak gemaakt dat de groenactiviteit maximaal één jaar langer (dus t/m het jaar 2021) via Westrom Groen BV kan verlopen. De randvoorwaarden daarbij zijn dat evt.

verliezen in Westrom Groen BV in het jaar 2021 volledig gedragen worden door de gemeente Roermond en dat vanaf 2021 ook voor Roermond -conform planning- de hogere detacheringsvergoeding voor de gedetacheerde medewerkers geldt. Westrom Groen BV Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat 2021

ultimo 2021 ultimo 2020 volgt -€ 649.495 volgt € 1.825.166 volgt

.

20

3.

Financiële begroting 3.1 Baten en lasten 3.1.1.

Overzicht baten en lasten

Jaarrekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Toegevoegde waarde

8.348.328

8.738.000

9.025.000

Loonkosten regulier

-5.235.520

-5.159.000

-5.096.000

Overige kosten

-4.111.131

-4.283.000

-4.391.000

Gemeentelijke bijdrage

530.000

530.000

530.000

Operationeel resultaat

-468.322

-174.000

68.000

Loonkosten Wsw

-23.372.956

-22.546.000

-21.521.000

Subsidies Wsw

21.034.472

20.614.000

20.238.000

Subsidieresultaat Wsw

-2.338.484

-1.932.000

-1.283.000

Kosten Begeleid Werken

-341.659

-348.000

-378.000

Subsidies Wsw

755.759

775.000

841.000

Resultaat Begeleid Werken

414.100

427.000

463.000

Loonkosten PW

-887.306

-844.000

-749.000

Loonkostensubsidie PW

282.790

328.000

257.000

304.000

283.000

Begeleidingsvergoeding PW Subtotaal PW

-604.516

-212.000

-209.000

Loonkosten BuW

-871.278

-717.000

-1.065.000

Loonkostensubsidie BuW

551.144

468.000

674.000

Begeleidingsvergoeding BuW

309.601

323.000

431.000

Subtotaal BuW

-10.533

74.000

40.000

1.945

-606.000

-100.000

3.550.001

2.450.000

1.050.000

544.190

27.000

29.000

9.110.000

9.092.000

8.626.000

Overige baten en lasten Gemeentelijke bijdragen Wsw Gerealiseerd / geraamd totaal saldo van baten en lasten Kosten van overhead

21

3.2 Grondslagen Onderstaande uitgangspunten waarop de begroting is gebaseerd, zijn bedoeld als leidraad voor een juiste interpretatie van de financiële overzichten.    

    

De realisatie van circa 668 fte’s arbeidsovereenkomsten Wsw van de deelnemende gemeenten en de realisatie van circa 26 fte’s Begeleid Werken; Uitbesteding re-integratieactiviteiten door gemeenten op tenminste het bestedingsniveau van 2021; Uitbesteding te plaatsen beschut werk door gemeenten binnen de kaders van de Participatiewet; Ten behoeve van prognose prijspeil 2023, hanteren we een indexering 2,16% voor prijspeil 2022 en 2,5% voor prijspeil 2023 op de loonkosten Wsw ten opzichte van 2021, waarbij het personeelsverloop gerelateerd wordt aan pensioen en 2% extra uitstroom; De te ontvangen Rijksbijdrage Wsw wordt begroot op basis van de Septembercirculaire 2021 (exclusief de eenmalige coronagelden) eveneens geïndexeerd met resp. 2,16 % en 2,50%; Een gemeentelijke bijdrage van € 1,05 miljoen ter dekking van het exploitatietekort; Een gemeentelijke bijdrage van € 530.000 voor de infrastructuur; Een indexering van de reguliere loonkosten met jaarlijks 2,0% ten opzichte van 2021; Toepassing van de regeling van het lage-inkomensvoordeel (LIV) of het loonkostenvoordeel (LKV);

3.3 Toelichting baten en lasten Toegevoegde waarde Onder de toegevoegde waarde zijn de opbrengsten geraamd van de operationele activiteiten van Westrom, verminderd met de direct aan deze opbrengsten toe te rekenen kosten. Deze activiteiten bestaan uit industriële werkzaamheden in de divisie Bedrijven, detacheringen via de divisie Arbeidsontwikkeling in het reguliere bedrijfsleven en re-integratietrajecten in het kader van de Participatiewet. Subsidies De subsidies bestaan uit de door de gemeenten doorbetaalde Rijkssubsidie Wsw, de loonkostensubsidies op de PW’ers en BuW’ers en de begeleidingsvergoedingen BuW en PW. Gemeentelijke bijdrage De totale gemeentelijke bijdrage Wsw wordt binnen Westrom uitgesplitst naar gemeentelijke bijdrage voor de infrastructuur (€ 530.000) en een gemeentelijke bijdrage overig ter dekking van het exploitatietekort van de pijler Wsw. Loonkosten De loonkosten bestaan uit de loonkosten voor de Wsw-, PW- en Buw-medewerkers en de reguliere medewerkers die werkzaam zijn bij Westrom. De loonkosten van de doelgroep-medewerkers (Wsw / PW / BuW) zijn – indien van toepassing - gecorrigeerd voor de verwachte korting Lagere Inkomens Voordeel (LIV). Bij de doelgroep PW en BuW wordt rekening gehouden met het terug te ontvangen ziekengeld op basis van de ervaringscijfers van het afgelopen jaar.

Overige kosten De overige kosten worden gevormd door de kosten voor de infrastructuur en diverse kosten.

22

3.4 Financiële positie 3.4.1. EMU-saldo Het exploitatiesaldo (i.e. het saldo van de rekening van baten en lasten) waar decentrale overheden mee werken is een saldo in “baten-lasten” termen. Voor het EMU-saldo zijn echter alleen de transacties met derden relevant. Om het EMU-saldo vanuit het exploitatiesaldo van gemeenten te berekenen moeten correcties worden doorgevoerd. Enerzijds moet het exploitatiesaldo worden gecorrigeerd voor lasten en baten die geen transacties met derden betreffen, zoals afschrijvingen en dotaties aan de voorzieningen. Dit zijn immers lasten die niet tot daadwerkelijke uitgaven leiden. Deze worden dus verwijderd. Anderzijds moet het exploitatiesaldo worden gecorrigeerd voor transacties met derden die niet in de exploitatie zijn opgenomen, zoals investeringen in de (im-)materiële vaste activa die direct op de balans worden geactiveerd en/of mutaties in de voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen. Deze worden toegevoegd. Jaarrekening 2021

Prognose 2022

Prognose 2023

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves Mutatie (im)materiële vaste activa

544.190

27.000

29.000

223.396

-52.000

-20.000

Mutatie voorzieningen

995.432

506.000

0

Mutatie voorraden

23.671

-13.775

0

1.292.555

598.775

49.000

EMU-saldo

EMU-norm Volgens het Groei- en Stabiliteitspact voor euro-voerende landen mag het tekort van de overheid niet boven 3% van het bruto binnenlands product (bbp) en de schuld van de overheid niet boven 60% van het bbp uitkomen. Is dit wel het geval dan moet de overheid inspanningen verrichten om tekort en/of schuld te verlagen. Het EMU-saldo van de vier overheidslagen samen wordt door de decentrale overheden voor het verslagjaar 2022 geraamd op -/- € 6,6 miljard euro (-/- 0,8% van het bbp). Het saldo overschrijdt de macronorm van – 0,4% van het bbp, die afgesproken is tussen het Rijk en de decentrale overheden. De raming van het EMU-saldo van -/- 6,6 miljard euro voor het verslagjaar 2022 is een verslechtering ten opzichte van die uit de EMU-enquête 2021 voor het verslagjaar 2022, die -/- 3,9 miljard euro bedroeg. Zolang het EMU-saldo > € 0 is, is Westrom GR geen onderdeel van het landelijk tekort. 3.4.2. Verplichtingen jaarlijks terugkerende arbeidskosten Volgens de voorschriften van het BBV dient aandacht besteed te worden aan de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. In dit kader volgt hier een opsomming van de niet uit de balans blijkende jaarlijkse verplichtingen voor wat betreft vakantiegeld en vakantiedagen.

Voor het niet-gesubsidieerd personeel geldt dat vanaf 2017 geen vakantiegeld verplichtingen meer ontstaan doordat opbouw en uitkering plaatsvinden in hetzelfde boekjaar.

23

Wsw-medewerkers. Deze verplichting kent het volgende verloop: Bedragen in euro's

Realisatie 2021

Prognose 2022

Prognose 2023

Vakantiegeld

903.825

878.000

850.000

Vakantiedagen

591.000

574.000

556.000

1.494.825

1.452.000

1.406.000

Totaal

Niet-gesubsidieerd personeel. Deze verplichting kent het volgende verloop: Bedragen in euro's Vakantiedagen

Realisatie 2021 225.000

Prognose 2022 217.000

Prognose 2023 215.000

225.000

217.000

215.000

Totaal

3.4.3.

Verloop Vaste activa € € € € € € €

681.720 100.000 152.000 629.720 100.000 120.000 609.720

€ € € € €

0 0 0 0 0

Algemene reserve Deze reserve is opgebouwd ter dekking van het benodigde weerstandsvermogen. Stand per 31 december 2021 € 2022: € Stand per 31 december 2022 € 2023: € Stand per 31 december 2023 €

1.100.000 0 1.100.000 0 1.100.000

Boekwaarde per 31 december 2021 Prognose Investeringen 2022 Prognose Afschrijvingen 2022 Boekwaarde per 31 december 2022 Prognose Investeringen 2023 Prognose Afschrijvingen 2023 Boekwaarde per 31 december 2023 3.4.4.

-/-

Verloop Financiering

Stand per 31 december 2021 Aflossing 2022 Stand per 31 december 2022 Aflossing 2023 Stand per 31 december 2023 3.4.5.

-/-

-/-/-

Ontwikkeling eigen vermogen

Egalisatiefonds Dit fonds wordt (tot aan het maximum) opgebouwd door de gerealiseerde exploitatieresultaten. Stand per 31 december 2021 € 1.636.383 2022: Resultaat 2021 € 544.190 Stand per 31 december 2022 € 2.180.573 2023: Resultaat 2022 € 27.000 Stand per 31 december 2023 € 2.207.573

24

Bestemmingsreserve personele verplichtingen Deze reserve is in het verleden gevormd voor de verplichtingen ten aanzien van het vakantiegeld en de vakantiedagen van het niet-gesubsidieerd personeel. M.i.v. 2017 (vanwege invoering IKB) is deze reserve bestemd voor de vakantiedagen van het niet gesubsidieerd personeel. Stand per 31 december 2021 € 420.000 2022: € 0 Stand per 31 december 2022 € 420.000 2023: € 0 Stand per 31 december 2023 € 420.000 Bestemmingsreserve corona Deze reserve is gevormd voor de opvang van eventuele negatieve financiële effecten ten gevolge van de pandemie COVID-19. Jaarlijks beoordelen we of deze reserve is ingezet, moet blijven bestaan of kan vrijvallen. Uiteraard is dit afhankelijk van de ontwikkelingen rondom de pandemie. Stand per 31 december 2021 € 450.000 2022: € 0 Stand per 31 december 2022 € 450.000 2023: € 0 Stand per 31 december 2023 € 450.000

Samenvattend ziet het verloop van het eigen vermogen er als volgt uit: Jaarrekening 2021

Prognose 2022

Prognose 2023

Algemene reserve

1.100.000

1.100.000

1.100.000

Egalisatiefondsreserve

1.636.383

2.180.573

2.207.573

Bestemmingsreserves

870.000

870.000

870.000

Gerealiseerd / geraamd resultaat

544.190

27.000

29.000

4.150.573

4.177.573

4.206.573

Totaal

25

3.5 Meerjarenraming 3.5.1. Meerjarenraming Programmarekening

Begroting 2023

2025

2026

Toegevoegde waarde

9.025.000

8.841.000

8.541.000

8.227.000

Loonkosten regulier

-5.096.000

-5.056.000

-5.143.000

-5.245.000

Overige kosten

-4.391.000

-4.425.000

-4.436.000

-4.436.000

Gemeentelijke bijdrage

530.000

530.000

530.000

530.000

Operationeel resultaat

68.000

-110.000

-508.000

-924.000

Loonkosten Wsw

-21.521.000

-20.301.000

-18.759.000

-17.129.000

Subsidies Wsw

20.238.000

19.350.000

18.161.000

16.933.000

Subsidieresultaat Wsw

-1.283.000

-951.000

-598.000

-196.000

Kosten Begeleid Werken

-378.000

-384.000

-389.000

-396.000

Subsidies Wsw

841.000

854.000

865.000

881.000

Resultaat Begeleid Werken

463.000

470.000

476.000

485.000

Loonkosten PW

-749.000

-760.000

-772.000

-783.000

Loonkostensubsidie PW

257.000

261.000

265.000

269.000

Begeleidingsvergoeding PW

283.000

283.000

283.000

283.000

Subtotaal PW

-209.000

-216.000

-224.000

-231.000

-1.065.000

-1.081.000

-1.098.000

-1.114.000

Loonkostensubsidie BuW

674.000

684.000

695.000

705.000

Begeleidingsvergoeding BuW

431.000

431.000

431.000

431.000

Subtotaal BuW

40.000

34.000

28.000

22.000

Overige baten en lasten

-100.000

-100.000

-100.000

-100.000

Gemeentelijke bijdragen Wsw

1.050.000

900.000

950.000

975.000

29.000

27.000

24.000

31.000

8.626.000

8.586.000

8.673.000

8.775.000

Loonkosten BuW

Gerealiseerd / geraamd totaal saldo van baten en lasten Kosten van overhead

3.5.2.

2024

Toelichting

Op basis van de op dit moment bekend zijnde informatie is een meerjarenraming voor de jaren 2023 tot en met 2026 opgesteld. Bij het opstellen van deze raming is rekening gehouden met een uitstroom Wsw op basis van pensioen en 2% extra. Voor de jaren 2023 en volgende is het niveau PW en BuW constant gehouden (basis = niveau Januari 2022), omdat de daadwerkelijke instroomcijfers niet bekend zijn.

26

3.5.3

Eigen vermogen

Stand per primo

Prognose 2023

2024

2025

2026

4.177.573

4.206.573

4.233.573

4.257.573

Mutaties reserves Resultaat Stand per ultimo

3.5.4

29.000

27.000

24.000

31.000

4.206.573

4.233.573

4.257.573

4.288.573

Prognose 2023

2024

2025

2026

EMU-saldo

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves Mutatie (im)materiële vaste activa

29.000

27.000

24.000

31.000

-20.000

-20.000

-20.000

-20.000

Mutatie voorzieningen

0

0

0

0

Mutatie voorraden

0

0

0

0

49.000

47.000

44.000

51.000

EMU-saldo

27

4

Bijlagen

4.1 Gemeentelijke tabellen De volgende tabellen geven inzichten, onderverdeeld naar gemeenten. 4.1.1.

Totale gemeentelijke bijdrage per gemeente 2023

2024

2025

2026

Echt-Susteren

261.582

235.242

242.522

244.862

Leudal

244.087

229.149

236.979

240.152

Maasgouw

186.548

165.674

171.448

176.202

Roerdalen

186.081

168.897

173.796

174.919

Roermond

701.701

631.038

655.254

668.865

Totaal

1.580.000

1.430.000

1.480.000

1.505.000

Met ingang van 2019 wordt het aandeel gemeentelijke bijdrage huisvesting à € 530.000 verdeeld conform een vaste verdeelsleutel (inwoners per gemeente peildatum 1-1-2017 = eind 2016). De resterende gemeentelijk bijdrage wordt verdeeld naar rato van de loonsom Wsw-ers van het voorbije jaar. 4.1.2.

Prognose FTE Wsw inclusief Begeleid Werken per gemeente 2023

2024

2025

2026

Echt-Susteren

97,2

91,8

84,2

75,8

Leudal

87,7

83,6

78,2

73,1

Maasgouw

67,1

64,0

60,7

58,5

Roerdalen

80,0

75,2

69,3

63,2

Roermond

321,5

302,4

281,1

256,6

Totaal

653,5

617,0

573,5

527,1

4.1.3.

Bijdrage ten behoeve van financiering Wsw uit participatiebudget per gemeente 2023

2024

2025

2026

Echt-Susteren

3.145.631

3.036.357

2.753.930

2.593.182

Leudal

2.770.069

2.691.211

2.529.998

2.375.045

Maasgouw Roerdalen Roermond

2.258.855

2.154.910

2.091.017

2.054.345

2.494.188

2.352.384

2.200.670

2.090.726

10.410.399

9.968.728

9.450.755

8.700.491

Totaal

21.079.142

20.203.591

19.026.369

17.813.788

De Rijkssubsidie Wsw is - met als basis Septembercirculaire 2021 - naar prijspeil 2023 gebracht.

28

4.1.4.

Subsidiesaldo Wsw per deelnemende gemeente.

Subsidiesaldo Wsw resultaten per gemeente gebaseerd op de begrote loonkosten en de te ontvangen geprognotiseerde Rijkssubsidie. Subsidiesaldo Wsw arbeidsovereenkomsten 2023

Loonkosten Wsw 2023

Subsidie Wsw arbeidsovereenkomsten 2023

Subsidie Wsw Begeleid Werken 2023

Echt-Susteren

3.247.173

3.001.088

134.795

3.135.883

-246.085

Leudal

2.796.545

2.632.532

196.133

2.828.665

-164.013

Maasgouw

2.185.353

2.086.738

77.159

2.163.897

-98.614

Roerdalen

2.492.623

2.373.374

207.776

2.581.150

-119.249

Subsidie Wsw 2023

Roermond

10.799.261

10.144.478

225.068

10.369.546

-654.783

Totaal

21.520.956

20.238.211

840.931

21.079.142

-1.282.745

4.1.5.

Onderbouwing krimpvoorziening per deelnemende gemeente. Basis = Primaire Begroting 2022 Prognose Gem Prognose Gem WSW FTE's 2021 WSW FTE's 2022

Prognose Gem WSW FTE's 2023

Basis = Primaire Begroting 2023 Prognose Gem Prognose Gem WSW FTE's 2024 WSW FTE's 2025

Prognose Gem WSW FTE's 2026

Echt-Susteren

113,7

102,6

97,2

91,8

84,2

75,8

Leudal

94,0

88,7

87,7

83,6

78,2

73,1

Maasgouw

77,6

74,0

67,1

64,0

60,7

58,5

Roerdalen

88,4

84,2

80,0

75,2

69,3

63,2

Roermond

365,9

339,4

321,5

302,4

281,1

256,6

Totaal

739,6

689,0

653,5

617,0

573,5

527,1

-50,6

-35,5

-36,5

-43,6

-46,3

Delta t.o.v. jaar ervoor Prognose Krimpvoorziening

506.000

In BJ2020 is € 651.000 gedoteerd aan de krimpvoorziening. In BJ2021 is € 558.000 gedoteerd aan de krimpvoorziening (o.b.v. gerealiseerde krimp gemiddeld aantal Wsw-FTE's BJ2021 versus BJ2020). Daarnaast is in BJ2021 een bedrag van € 437.432 gedoteerd aan de krimpvoorziening (= besluit resultaatsbestemming BJ2020 medio BJ2021) Totaal saldo krimpvoorziening ultimo BJ2021 = € 1.646.432 Conform het bestuursbesluit op 10 juni 2021, wordt de dotatie aan de krimpvoorziening voorlopig stilgelegd met ingang van begroting 2023. Dus in BJ2022 wordt voor nu voor de laatste keer gedoteerd aan de krimpvoorziening. Op basis van de geprognotiseerde krimp bedraagt deze dotatie ca. € 506.000. Eind BJ2022 is de definitieve gerealiseerde krimp van het gemiddeld aantal Wsw-FTE's BJ2022 versus BJ2021 en de hoogte van de dotatie definitief bekend.

29

4.1.6.

Overzicht van toegerekende baten en lasten per pijler 3.

Wsw

BuW

PW

Re-Int

Totaal

Toegevoegde waarde

6.759.000

486.000

599.000

1.171.000

9.015.000

Rechtsstreeks toewijsbare kosten

-1.556.000

-123.000

-116.000

-36.000

-1.831.000

Totaal doorbelastingen

-5.304.000

-420.000

-213.000

-1.179.000

-7.116.000

-101.000

-57.000

270.000

-44.000

68.000

Resultaat na doorbelastingen Loonkosten Wsw

-21.521.000

-21.521.000

Subsidies Wsw

20.238.000

20.238.000

Subsidieresultaat Wsw

-1.283.000

-1.283.000

Kosten Begeleid Werken

-378.000

-378.000

Subsidies Wsw

841.000

841.000

Resultaat Begeleid Werken

463.000

463.000

Loonkosten PW

-749.000

-749.000

Loonkostensubsidie PW

257.000

257.000

Begeleidingsvergoeding PW

283.000

283.000

Subtotaal PW

-209.000

-209.000

Loonkosten BuW

-1.065.000

-1.065.000

Loonkostensubsidie BuW

674.000

674.000

Begeleidingsvergoeding BuW

431.000

431.000

Subtotaal BuW

40.000

40.000

Overige baten en lasten

-100.000

-100.000

Gemeentelijke bijdragen Wsw

1.050.000

1.050.000

Resultaat

29.000

-17.000

61.000

-44.000

29.000

3

Volledigheidshalve: De toewijzing van de toegevoegde waarde aan de pijlers is in tabel 4.1.5 in totaal € 9.015.000. Dit wijkt € 10.000 af van de Toegevoegde Waarde in PB2023. De reden is dat deze omzet gebudgetteerd is onder Staf DBR en dientengevolge via de verdeelsystematiek verdisconteerd is in de post doorbelastingen.

30

4.1.7.

Overzicht van geraamde baten en lasten per taakveld.

Taakveld

Benaming

Lasten 2023

0.4

Overhead

-8.626.000

0

0.7

Algemene uitkering

0

24.304.000

0.10

Mutaties reserves

0

0

6.4

Begeleide participatie

-23.370.000

7.430.000

6.5

Arbeidsparticipatie

-1.965.000

2.256.000

Totalen

-33.961.000

33.990.000

Saldo

Baten 2023

29.000

31

-14.935.000

0 -8.626.000 0 0 -8.626.000

23.590.000 0 0 0 23.590.000

14.964.000

Saldo van baten en lasten programma's

Lasten algemeen dekkingsmiddel Lasten overhead Lasten vennootschapsbelasting Lasten onvoorzien Totaal lasten diverse

Baten algemeen dekkingsmiddel Baten overhead Baten vennootschapsbelasting Baten onvoorzien Totaal baten diverse

Saldo van diverse

Totaal structurele lasten Totaal structurele baten Structurele baten - structurele lasten

0

0 0 29.000

10.400.000

Totaal baten programma's

Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves Geraamd resultaat

10.400.000

Baten programma

29.000

-25.335.000

Totaal lasten programma's

Totale saldo van baten en lasten van de programma's en diverse

-25.335.000

totaal

Lasten programma

Recapitulatie begrotingsevenwicht

0

0

0

0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0

0

0

0

0

-33.961.000 33.990.000 29.000

29.000

29.000

14.964.000

23.590.000 0 0 0 23.590.000

0 -8.626.000 0 0 -8.626.000

-14.935.000

10.400.000

10.400.000

-25.335.000

-25.335.000

Begroting 2023 waarvan: incidenteel structureel

0

0 0 27.000

27.000

13.993.000

22.579.000 0 0 0 22.579.000

0 -8.586.000 0 0 -8.586.000

-13.966.000

10.203.000

10.203.000

-24.169.000

-24.169.000

totaal

0

0

0

0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0

0

0

0

0

-32.755.000 32.782.000 27.000

27.000

27.000

13.993.000

22.579.000 0 0 0 22.579.000

0 -8.586.000 0 0 -8.586.000

-13.966.000

10.203.000

10.203.000

-24.169.000

-24.169.000

Begroting 2024 waarvan: incidenteel structureel

0

0 0 24.000

24.000

12.793.000

21.466.000 0 0 0 21.466.000

0 -8.673.000 0 0 -8.673.000

-12.769.000

9.881.000

9.881.000

-22.650.000

-22.650.000

totaal

0

0

0

0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0

0

0

0

0

-31.323.000 31.347.000 24.000

24.000

24.000

12.793.000

21.466.000 0 0 0 21.466.000

0 -8.673.000 0 0 -8.673.000

-12.769.000

9.881.000

9.881.000

-22.650.000

-22.650.000

Begroting 2025 waarvan: incidenteel structureel

0

0 0 31.000

31.000

11.518.000

20.293.000 0 0 0 20.293.000

0 -8.775.000 0 0 -8.775.000

-11.487.000

9.544.000

9.544.000

-21.031.000

-21.031.000

totaal

0

0

0

0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0

0

0

0

0

-29.806.000 29.837.000 31.000

31.000

31.000

11.518.000

20.293.000 0 0 0 20.293.000

0 -8.775.000 0 0 -8.775.000

-11.487.000

9.544.000

9.544.000

-21.031.000

-21.031.000

Begroting 2026 waarvan: incidenteel structureel

4.1.8. Overzicht recapitulatie van het structureel en reëel evenwicht.

32

4.2. Overig Overzicht gebruikte afkortingen BBV BuW Fte PW RC Wsw

-

Besluit Begroting en Verantwoording Beschut werk Fulltime equivalent Participatiewet Rekening Courant Wet sociale werkvoorziening

33

1 05 Conceptbegroting 2023 GR Westrom - Verzoek om inhoudelijk advies B&W, gedateerd 7 april 2022.pdf

gemeente roerdalen

Aan

College van Burgemeester en Wethouders Gemeente Roerdalen Postbus 6099 6077 ZH Sint Odiliënberg

uw kenmerk

ons kenmerk

contactpersoon

2022/G028

Rob Notermans

onderwerp

datum

telefoon

Conceptbegroting 2023 GR Westrom

7-4-2022

0475-538 830

Geacht college, Op 7 april 2022 werd van het Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Westrom de bijgevoegde conceptbegroting 2023 ontvangen. Het Dagelijks Bestuur van de GR Westrom stelt de gemeenteraad in de gelegenheid om zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op 2 juni 2022, eventuele zienswijze(n) kenbaar te maken. Het Dagelijks Bestuur zal vervolgens de kenbaar gemaakte zienswijze(n) beoordelen en op 22 juni 2022 ter besluitvorming aanbieden aan het Algemeen Bestuur. U wordt hierbij verzocht om ten aanzien van de voorliggende conceptbegroting 2023 een inhoudelijk advies uit te brengen aan de gemeenteraad.

bijlage(n): - Aanbiedingsbrief, gedateerd 7 april 2022, conceptbegroting 2023 GR Westrom - Conceptbegroting 2023 GR Westrom

bezoekadres Schaapsweg 20, 6077 CG Sint Odiliënberg postadres Postbus 6099, 6077 ZH Sint Odiliënberg

telefoon 0475 538 888 e-mail info@roerdalen.nl website www.roerdalen.nl

1 06 Adviesbrief B&W, gedateerd 26 april 2022, inzake conceptbegroting 2023 GR Westrom.pdf

gemeente roerdalen Raadsinformatiebrief

zaaknummer

uw kenmerk

contactpersoon

Z22-028503

Z22-028503

W. Top

onderwerp

datum

telefoon

Zienswijze begroting GR Westrom 2023

26 april 2022

0475-538 888

Geachte leden van de gemeenteraad,

De GR Westrom heeft aan u de jaarstukken 2021 en de conceptbegroting 2023 gestuurd. U bent in de gelegenheid op de conceptbegroting 2023 een zienswijze kenbaar te maken aan het Dagelijks Bestuur van de GR Westrom. Wij adviseren u om een zienswijze in te dienen op de conceptbegroting van 2023 GR Westrom en daarin de onderstaande opmerkingen te verwerken: De raad constateert dat Westrom een sluitende concept-begroting 2023 (inclusief meerjaren-doorkijk tot en met 2026) voor zienswijze voorlegt. De gemeentelijke bijdragen maken de begroting sluitend. Het verloop van de gemeentelijke bijdragen laat voor de komende jaren een dalende trend zien ten opzichte van voorgaande begrotingsjaren. De raad vindt dit positief. Daar staat wel tegenover dat het operationeel resultaat de komende jaren in versneld tempo onder druk komt te staan en dat baart zorgen.In de nabije toekomst zijn effecten van de coronapandemie en de negatieve gevolgen van de oorlog in Oekraïne op humanitair en financieel-economisch gebied zichtbaar. De stijgende inflatie heeft mogelijk invloed op de bedrijfskosten en loonkosten. Westrom heeft met deze factoren wel rekening gehouden bij de bepaling van de weerstandscapaciteit en risico's, maar dit heeft nog geen financiële doorvertaling gekregen in de voorgelegde begroting.

De raad wil aangeven dat het risico groot is ,dat hierdoor het operationeel resultaat zoals nu opgenomen in de (meerjaren-) begroting onzekerder wordt. Dit kan van negatieve invloed zijn op het exploitatieresultaat van Westrom en de benodigde gemeentelijke bijdragen. De raad vraagt om alertheid en voorzichtigheid ten aanzien van de (toekomstige) bedrijfsvoering. De raad heeft vorig jaar in haar zienswijze over de begroting 2022 e.v. aangegeven dat het goed is dat wordt geanticipeerd op een eventuele afschaling van personeel en infrastructuur. Daarmee kan begrotingstechnisch een krimpvoorziening worden ingericht. Dit hangt samen met de besluitvorming van de doorontwikkeling participatiewet De inrichting en concrete afspraken over de inzet van de krimpvoorziening dient te worden uitgewerkt.

Pagina 1 van 5

1111111111111111111111111111111111111111111 IIII 111111111111111111

De raad dringt er op aan dat, zodra de besluitvorming over de doorontwikkeling P-wet definitief is, hieraan voortvarend en concreet gestalte wordt gegeven. De uitkomst van de besluitvorming over de doorontwikkeling P-wet kan immers leiden tot een versneld krimpscenario voor Westrom met bijkomende financiële en organisatorische gevolgen. De vorig jaar door Westrom - in het verlengde hiervan - aangekondigde nieuw op te stellen strategienota ziet de raad met belangstelling tegemoet. Dit in samenhang met een bijbehorend plan van aanpak en financieel meerjarenperspectief ter facilitering van de uiteindelijke krimp c.q. afschaling, waarbij de belangen van de doelgroep steeds goed in beeld dienen te blijven. Verder merkt de raad op dat het door Westrom in de begroting gehanteerde uitgangspunt dat de uitbesteding van re-integratieactiviteiten door gemeenten op tenminste het bestedingsniveau van 2021 blijft, wellicht niet haalbaar is. Dit hangt namelijk nauw samen met de uiteindelijke besluitvorming over de doorontwikkeling van de P-wet en de eventuele gevolgen hiervan voor gemeenten en de Westromorganisatie. De raad sluit zijn zienswijze af met de oproep aan Westrom om, indien daar aanleiding toe is, tijdig een begrotingswijziging 2023 voor zienswijze voor te leggen.

Dit gegeven de nog niet in de begroting te vertalen onzekerheden als gevolg van corona, de oorlog in Oekraïne en de definitieve besluitvorming over het traject doorontwikkeling P-wet."

Toelichting opzet begroting

Zoals bekend is deze begroting sinds 2020 zo opgezet, dat de bedrijfsvoering transparant is. Om beter inzicht te geven in de financiële resultaten van de verschillende diensten van Westrom, is de begroting onderverdeeld in 4 pijlers. Deze pijlers zijn als volgt gedefinieerd: 1. WSW (aantallen medewerkers WSW in fte) 2. Beschut (aantallen medewerkers met indicatie beschut in fte) 3. PW-LKS (aantallen PW-medewerkers met LKS met contract bij Westrom in fte) 4. Re-integratie en overige activiteiten in het kader van de P-wet (trajecten e.d.) De insteek is dat de pijlers 2, 3 en 4 kostendekkend moeten worden georganiseerd. De gemeentelijke bijdrage ziet dan alleen op de pijler WSW, waarvoor rijksmiddelen worden ontvangen door de gemeenten. Dit heeft als gevolg dat de detacheringsvergoedingen voor medewerkers vanuit de pijlers 2, 3 en 4 kostendekkend moeten zijn. Deze zijn verhoogd, omdat dit in het verleden niet het geval was. Dit heeft tot gevolg dat de gemeente voor trajecten en detacheringen, die zij inkoopt bij de Westrom, een hoger bedrag moet betalen. Maar dat geldt evenzeer voor commerciële partijen die diensten inkopen bij de Westrom. Het belangrijkste is dat deze aanpassingen een positief effect hebben op de vaste gemeentelijke bijdrage. Deze bijdrage wordt elk jaar lager.

Pagina 2

Toelichting Jaarrekening 2021 Jaarrekening 2021

De jaarrekening 2021 sluit met een positief saldo van € 544.190 ten opzichte van een begroot resultaat van € 30.000. Ondanks het feit dat de toegevoegde waarde van de doelgroepmedewerkers achterblijft wordt dit enerzijds vrijwel geheel gecompenseerd door lagere operationele kosten zoals reis- en opleidingskosten en anderzijds door een hogere Rijkssubsidie. Daarnaast zorgt de incidentele coronacompensatie in 2021 voor een fors positief resultaat. Westrom stelt voor het gerealiseerde resultaat van 2021, conform de richtlijnen, toe te voegen aan de algemene reserve en het egalisatiefonds van Westrom, tenzij het maximum wordt bereikt. Medio mei 2022 wordt een resultaatbestemmingsbesluit voorgelegd aan het algemeen bestuur. Besluitvorming hierover vindt plaats op 22 juni 2022. Meerjarenbegroting 2023-2026

De meerjarenbegroting is de financiële weergave van alle activiteiten van Westrom zijnde de uitvoering van de Wsw, PW, re-integratie en beschut werk. Hieronder een korte uitleg over de begroting. Operationeel resultaat Het operationeel resultaat daalt onder andere vanwege de effecten van een krimpende doelgroep. Lagere instroom, hogere uitstroom, vergijzing van de populatie. Kortom de toegevoegde waarde staat onder druk. Dit zorgt voor een daling van het operationeel resultaat. Subsidieresultaat Het subsidiebedrag per standaardeenheid ontwikkelt zich de komende jaren gunstig. Dit heeft een positief effect op het bedrijfsresultaat van Westrom. Begeleidingsvergoeding PW en BuW Begeleidingsvergoedingen zijn bedoeld ter dekking van de begeleidingskosten en overheadkosten van de pijlers PW en BuW. Tegenover deze begeleidingsvergoedingen staat een daling van de gemeentelijke bijdrage. Voorziening krimp Gelet op de hoogte van de krimpvoorziening eind 2021 en de geplande storting in het boekjaar 2022, heeft het bestuur besloten om in de begroting 2023 niet te storten in deze voorziening. Of en in welke mate Westrom de opgebouwde krimpvoorziening nodig heeft voor het opvangen van krimpkosten, hangt mede af van de besluitvorming doorontwikkeling Participatiewet en de ontwikkeling van de PW-doelgroep.

Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage wordt voor 2023 met € 700.000 naar beneden bijgesteld tot een bedrag van € 1.580.000. Voor Roerdalen betekent dit een daling van € 80.950 voor 2023 ten opzichte van de begrote gemeentelijke bijdrage 2023 in de meerjarenbegroting 2022. Hier staat tegenover dat er een hogere begeleidingsvergoeding PW en BuW betaald moet worden.

Pagina 3

Desondanks heeft de voorliggende begroting 2023 van Westrom een gunstig effect op de gemeentelijke begroting. Gemeentelijke bijdrage o.b.v. begroting 2023 1641 1711 1669 957 1640

2023 261.582 244.087 186.548 186.081 701.703 1.580.000

Echt-Susteren Leudal Maasgouw Roerdalen Roermond

2025 242.522 236.979 171.448 173.796 655.255

2024 235.242 229.149 165.674 168.897 631.038 1.430.000

2026 244.862 240.152 176.202 174.919 668.865

1.480.000 1.505.000

Verschil tussen begroting 2023 -/- mjb 2023 uit PB2022 (voordelig effect op gemeentelijke bijdrage) 2026 2025 2024 2023

Tariefstijging/daling begeleidingsvergoeding BuW & PW 2024 2023 Echt-Susteren Leudal Maasgouw Roerdalen Roermond

BuW -9.643 -11.571 -11.571 -7.714 -67.500 -108.000

PW 3.073 4.098 1.024 1.537 11.268 21.000

BuW -9.643 -11.571 -11.571 -7.714 -67.500 -108.000

2026

2025 PW 3.073 4.098 1.024 1.537 11.268

31.613 23.898 24.174 21.603 98.711 200.000

31.613 23.898 24.174 21.603 98.712 200.000

46.242 35.103 35.616 33.218 149.821 300.000

108.091 87.926 74.843 80.950 348.190 700.000

Echt-Susteren Leudal Maasgouw Roerdalen Roermond

BuW -9.643 -11.571 -11.571 -7.714 -67.500

21.000 -108.000

BuW PW -9.643 3.073 4.098 -11.571 1.024 -11.571 -7.714 1.537 11.268 -67.500 21.000 -108.000

PW 3.073 4.098 1.024 1.537 11.268 21.000

Netto effect op begroting 2023 en verder (gemeentelijke bijdrage -/- begeleidingsvergoeding) 2023

2024

2025

2026

Echt-Susteren

101.521

39.672

25.043

25.043

Leudal

80.452

27.629

16.424

16.424

Maasgouw

64.296

25.069

13.627

13.627

Roerdalen

74.772

27.040

15.425

15.425

Roermond

291.958

93.589

42.480

42.480

613.000

213.000

113.000

113.000

Pagina 4

De aangepaste bijdragen worden verwerkt in de programmabegroting 2023 van Roerdalen. Het resultaat over 2020 bedraagt € 750.964 ten opzichte van een begroot gerealiseerd totaal van € 47.000. Ondanks corona is het operationeel resultaat ten opzichte van 2019 (€ 263.200) verbeterd. De lagere toegevoegde waarde van de doelgroep-medewerkers is opgevangen en gecompenseerd door lagere operationele kosten en de hogere bijdrage Rijkssubsidie Wsw. Het resultaat ad € 750.964 wordt volgens de richtlijnen van de GR Westrom toegevoegd aan de algemene reserve en het egalisatiefonds. Als de reserve en het fonds op peil zijn, wordt het restant teruggeven aan de gemeenten door middel van verlaging van de eigen bijdrage. Hiertoe wordt in de tweede helft van 2021 een resultaatbestemmingsbesluit aan het algemeen bestuur van de GR Westrom voorgelegd. Meerjarenbegroting 2022-2025 De meerjarenbegroting is de resultante en financiële weergave van alle activiteiten van Westrom zijnde de uitvoering van de Wsw, Participatiewet, re-integratie en beschut werk. Met vriendelijke groet,

Burgemeester en wethouders van Roerdalen, retaris, De burgemeester

~l Bijlage(n): e.c.:

Pagina 5

Geen

5 Begrotingswijziging 2022-1 en conceptbegroting 2023 & meerjarenperspectief 2024-2026 Omnibuzz 1 01 Raadsvoorstel - Begrotingswijziging 2022-1, begroting 2023 en mjp 2024-2026 GR Omnibuzz.pdf

gemeente roerdalen Raadsvoorstel Onderwerp:

Indiener agendapunt: Portefeuillehouder: Contactpersoon: Bijlage(n):

Bijlage(n) ter inzage:

Concept begrotingswijziging 2022-1, concept begroting 2023 en meerjarenperspectief 2024-2026 gemeenschappelijke regeling (GR) Omnibuzz Raadspresidium L. Vestjens Rob Notermans, griffier • Aanbiedingsbrief GR Omnibuzz, gedateerd 6 april 2022; • Uitgangspuntennotitie begrotingswijziging 2022-1 en begroting 2023 en MJP 2024-2026; • Concept begrotingswijziging 2022-1; • Concept begroting 2023 en meerjarenperspectief 2024-2026; • Brief aan B&W, gedateerd 6 april 2021, verzoek om inhoudelijk advies. n.v.t.

Inleiding, aanleiding en doelstelling

De gemeente Roerdalen participeert in de GR Omnibuzz. Bij brief van 6 april 2022 heeft het Dagelijks Bestuur van de GR Omnibuzz de concept begrotingswijziging 2022-1, de concept begroting 2023 en het meerjarenperspectief 2024-2026 voorgelegd aan de gemeenteraad. Het Dagelijks Bestuur stelt daarbij uw gemeenteraad in de gelegenheid om een of meerdere zienswijze(n) ten aanzien van de voorliggende stukken kenbaar te maken. Verzocht wordt uiterlijk 22 juni 2022, aan het betreffende verzoek te voldoen, zodat het Algemeen Bestuur hierover besluitvorming kan plegen. Alvorens de gemeenteraad besluit tot het al dan niet kenbaar maken van een of meerdere zienswijze(n) is het college van burgemeester en wethouders, bij brief van 6 april 2022, verzocht om een inhoudelijk advies uit te brengen over de voorgelegde concept begrotingswijziging 2022-1, concept begroting 2023 en het meerjarenperspectief 2024-2026.

Bevoegdheid

De onderhavige bevoegd- en verantwoordelijkheid om zienswijze(n) in te dienen vloeit voort uit de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) en het bepaalde in artikel 19 van de GR Omnibuzz.

Reden besluit

Het besluit geeft invulling aan wettelijke bevoegdheid om als gemeenteraad, ten aanzien van de voorgelegde concept begrotingswijziging 2021-1, concept begroting 2022 en meerjarenperspectief 2023-2025 aan het Algemeen Bestuur van de GR al dan niet zienswijzen kenbaar te maken.

Gevraagd besluit

• kennis te nemen van de concept begrotingswijziging 2022-1 van de GR Omnibuzz.

Pagina 1

gemeente roerdalen • kennis te nemen van de concept begroting 2023 en meerjarenperspectief 2024-2026 van de GR Omnibuzz. Het concept besluit zal mogelijk nog worden gecompleteerd met een of meerdere zienswijze(n), zo het college van burgemeester en wethouders de gemeenteraad daartoe adviseert.

Risico's

Indien u geen opmerkingen over de voorliggende concept begrotingswijziging 2022-1, concept begroting 2023 en meerjarenperspectief 2024-2026 heeft en het college van burgemeester en wethouders geen aanleiding ziet te adviseren een of meerdere zienswijze(n) kenbaar te maken, kunt u volstaan met kennis hiervan te nemen. Mocht u het daarentegen het niet eens zijn met het bij de raadsbehandeling voorliggende concept besluit, dan kunt u middels het indienen van een amendement voorstellen het voorliggende concept besluit te wijzigen.

Toelichting

De GR Omnibuzz is een van de gemeenschappelijke regelingen waaraan de gemeente Roerdalen deelneemt. Voor wat betreft de concept begrotingswijziging 2022-1, de concept begroting 2023 en meerjarenperspectief 2024-2026 is in artikel 19 van de GR geregeld dat het Dagelijks Bestuur deze bescheiden, voordat zij aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden, toezendt aan de raden van de deelnemende gemeenten om eventuele zienswijze(n) kenbaar te maken. De gemeenteraad wordt hierbij verzocht om uiterlijk 22 juni 2022 zienswijze(n) kenbaar te maken. Het college van burgemeester en wethouders is bij brief van 6 april 2022 verzocht om een advies uit te brengen over de voorgelegde concept begrotingswijziging 2022-1, concept begroting 2023 en meerjarenperspectief 2024-2026. Er wordt van uitgegaan dat het college in ieder geval vóór de raadsbehandeling een advies aan de raad zal afgegeven.

Middelen

Het onderhavige voorstel, in het kader van de zienswijzeprocedure, heeft als zodanig geen begrotingstechnische invloed. Het besluit van het Algemeen Bestuur van de GR Omnibuzz over de voorliggende begrotingswijziging 2022-1, de concept begroting 2023 en meerjarenperspectief 20242026 kan dat daarentegen wel hebben. Uiteraard is dat afhankelijk van het door het Algemeen Bestuur te nemen besluit.

Planning en uitvoering

n.v.t.

Evaluatie

n.v.t.

Pagina 2

gemeente roerdalen Communicatie en participatie

n.v.t. St. Odiliënberg, 20 april 2022 Raadspresidium gemeente Roerdalen,

Qjir

.J.J. Notermans

Pagina 3

1 02 Raadsbesluit - Concept begrotingswijziging 2022-1, concept begroting 2023 en mjp 2024-2026.docx

Raadsbesluit Onderwerp:

Jaar 2022/06/02/..

Concept begrotingswijziging 2022-1, concept begroting 2023 en meerjarenperspectief 2024-2026 gemeenschappelijke regeling (GR) Omnibuzz

De raad van de gemeente Roerdalen heeft; gezien het voorstel van het raadspresidium van 20 april 2022, gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, gelet op artikel 19 van gemeenschappelijke regeling Omnibuzz, gelet op het advies van het college van burgemeester en wethouders van .. …….. 2022, het volgende besluit genomen:

Besluit: • Kennis te nemen van de concept begrotingswijziging 2022-1 van de GR Omnibuzz; • Kennis te nemen van de concept begroting 2023 en het meerjarenperspectief 2024-2026 van de GR Omnibuzz.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 2-6-2022. De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier,

De voorzitter,

R.J.J. Notermans

mr. M.D. de Boer-Beerta

Pagina 1

1 03 Aanbiedingsbrief gemeenteraden begroting 2022-1, 2023-mjp en jaarrekening 2021.pdf

Aan: Gemeenteraad T.a.v. de Griffie Sittard, 6 april 2022

Onderwerp:

Concept Jaarverslag 2021. Uitgangspuntennotitie begroting 2022-1 en 2023. Concept eerste wijziging begroting 2022-1. Concept begroting 2023 & meerjarenperspectief 2024-2026.

Geachte dames en heren, Met genoegen bieden wij u bovengenoemde financiële stukken aan met betrekking tot de Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz. In deze brief geven wij een korte inhoudelijke toelichting hierop. Concept jaarverslag 2021 In het jaarverslag 2021 blikken wij terug op het afgelopen jaar. Evenals 2020 was ook dit jaar anders dan ‘normaal’ en hadden wij te dealen met de COVID-19 pandemie. Het effect hiervan op de vervoersvraag was in 2021 weliswaar minder extreem dan in 2020, maar nog steeds aanzienlijk. De daling die zich in het laatste kwartaal van 2020 manifesteerde als gevolg van een nieuwe opleving van het virus, zette zich begin 2021 door. In de eerste twee maanden van dit jaar zat het vervoer op gemiddeld 41%, vanaf maart is het geleidelijk aan gaan stijgen. In juli topte het vervoer tot 73,5%, hierna vlakte de stijging af en vanaf september is het weer gaan dalen als gevolg van nieuwe besmettingsgolven en dientengevolge nieuwe maatregelen met een remmende werking op de mobiliteit. In bijgaande figuur wordt de ontwikkeling van het vervoer in de jaren 2019, 2020 en 2021 grafisch weergegeven. De grijze lijn betreft het aantal ritten in het ‘normale’ jaar 2019. De blauwe lijn geeft 2020 weer, waarin duidelijk de extreme terugval in vervoer naar aanleiding van de eerste lockdown is te zien.

De rode lijn laat de vervoersvraag in 2021 zien, die gedurende het jaar geleidelijk oploopt om vervolgens weer te dalen.

Aantal ritten 6000 5000 4000 3000 2000 1000

week 1 ma week 2 vr week 4 di week 5 za week 7 wo week 8 zo week 10 do week 12 ma week 13 vr week 15 di week 16 za week 18 wo week 19 zo week 21 do week 23 ma week 24 vr week 26 di week 27 za week 29 wo week 30 zo week 32 do week 34 ma week 35 vr week 37 di week 38 za week 40 wo week 41 zo week 43 do week 45 ma week 46 vr week 48 di week 49 za week 51 wo weel 52 zo

0

2019

2020

2021

Naar aanleiding van COVID-19 hebben wij in 2020 met de vervoerders aanvullende continuïteitsafspraken gemaakt, die zijn vastgelegd in een addendum. Deze afspraken zijn in lijn met de Europese regels rondom staatssteun en zijn verlengd t/m 31 december 2021. De afspraken komen er kortgezegd op neer dat indien het vervoer uitkomt op beneden de 60% van vergelijkingsjaar 2019 (fase 1), het voorschot definitief wordt. Hierbij wordt dan aangegeven welk deel hiervan betrekking heeft op het wel gereden vervoer (realisatie) en dat het overige deel van het voorschot als Corona-compensatie (staatssteun) wordt gezien. Vanaf 60% (fase 2) is overeengekomen dat er geen sprake meer is van staatsteun, maar wordt er afgerekend op basis van realisatie aan de hand van een gecorrigeerd (hoger) tarief, waardoor het basiscontract in feite weer herleeft. In de basis raamovereenkomst was ook reeds een tarief correctie tabel opgenomen voor het geval de vraag zou dalen tot 80% (fase 3). In het addendum met de vervoerders zijn deze afspraken doorgetrokken tot een vraagniveau van 60%. Voor 2021 hadden wij in de begrotingswijziging 2021-1 het vervoer vanwege COVID-19 en de lagere vervoersvraag reeds naar beneden bijgesteld met ruim € 2,8 mln.

In de praktijk is het vervoer nog lager uitgevallen, door weer nieuwe virus varianten en maatregelen, waardoor wij in de voorliggende jaarrekening over 2021 een onderschrijding (ten opzichte van de begrotingswijziging 2021-1) van het vervoer hebben gerealiseerd van € 2,3 mln. Ook op de bedrijfsvoeringskosten hebben wij € 0,6 mln. minder kosten gemaakt, waardoor wij de jaarrekening 2021 afsluiten met een positief resultaat van € 2,9 mln. In het voorstel winstbestemming wordt voorgesteld het jaarrekening resultaat 2021 van € 2.885.894 als volgt te bestemmen: - € 2.820.894 uitbetalen aan de deelnemende gemeenten.

-

€ 65.000 toevoegen aan de bestemmingsreserve ICT. Hiermee kunnen de benodigde investeringen worden afgedekt om het hybride werken binnen Omnibuzz te realiseren. In 2020 zijn nagenoeg alle werkplekken naar huis verplaatst en in 2022 willen we naar een definitieve hybride oplossing waarbij we ‘het beste van 2 werelden’ willen combineren.

Uitgangspuntennotitie begroting 2022-1 en 2023 De uitgangspuntennotitie biedt het beleidsmatig en financieel kader voor de begrotingen 2022-1 en 2023 en het meerjarenperspectief 2024-2026. De notitie is gebaseerd op het Bedrijfsplan Doelgroepenvervoer van Omnibuzz. Op basis van de missie en visie uit dit stuk, een terugblik en evaluatie op reeds gerealiseerde zaken en een omgevingsanalyse, legt Omnibuzz in dit document vast wat in de periode 2022 en volgende de te realiseren doelstellingen zijn. Hiermee wordt invulling gegeven aan artikel 34 b van de wet GR. Concept begroting 2022-1 en concept begroting 2023 & meerjarenperspectief 20242026 Op basis van de vastgestelde financiële uitgangspunten zijn de begrotingen opgesteld. In de eerste wijziging van de begroting 2022-1 zijn de geactualiseerde inzichten met betrekking tot de begroting 2022 verwerkt. Dit betreft zowel voortschrijdend inzicht met betrekking tot de invulling van beleid als ook aanpassing van financiële parameters die inmiddels veranderd zijn. Ten opzichte van de vorige begroting 2022 vallen de totale kosten € 0,4 mln. lager uit. Deze daling is grotendeels toe te schrijven aan de vervoerskosten: - Normaal gesproken zou het vervoersvolume voor de begrotingswijziging 2022-1 gebaseerd worden op de gerealiseerde vervoerscijfers in 2021.

Vanwege COVID19 en het hierdoor ingezakte vervoer in 2020/2021 is dit echter geen realistisch uitgangspunt. Op basis van de meest recente inzichten (gemaakte continuïteitsafspraken met vervoerders) en ontwikkelingen (bijvoorbeeld vervoer naar vaccinatielocaties) hanteren wij als uitgangspunt het gerealiseerde vervoersvolume in 2019, minus een afslag van 5%. - In de begroting van voorgaande jaren werd een opslagpercentage van 5% op het gerealiseerde vervoersvolume van het voorgaande jaar gehanteerd om een verdere stijging in het vervoersvolume op te vangen. De individuele gemeentes hadden de mogelijkheid om naar wens een ander % toe te passen, dan wel geen opslag toe te passen. Voor het jaar 2022 is geen opslagpercentage toegepast, tenzij een individuele gemeente dit wel heeft aangegeven. De gemeentes Sittard-Geleen en Stein hebben aangegeven een individueel opslagpercentage van 5% te willen hanteren. - Het vervoerstarief is geïndexeerd met de NEA-index voor 2022: 3,5%. In de eerste begroting 2022 was 1% ingerekend (de index voor 2021). Per saldo heeft dit dus geleid tot een kostenstijging van 2,5%. - Per saldo (hogere NEA-index, lager vervoersvolume) dalen de vervoerskosten met € 0,4 mln. Ten opzichte van de eerste begroting 2022 laten de regiekosten en de beheerkosten een daling zien van € 59.000 respectievelijk € 2.000.

Deze daling is het resultaat van het herrekenen van premies sociale lasten en pensioenen, invulling formatie en

diverse aanpassingen in de beheerkosten. Kostenstijgingen als gevolg van bijvoorbeeld toegankelijkheid hebben wij, waar mogelijk, opgevangen door bijvoorbeeld zaken te temporiseren om de bedrijfsvoering in lijn te brengen met het vervoer. Hierdoor kunnen we per saldo een daling laten zien in de kosten van regie en beheer. De loonkosten laten daarentegen een stijging zien van € 54.000, deze is toe te schrijven aan de CAO stijgingen per 1 december 2021 en 1 april 2022. Het overhead percentage voor de begrotingswijziging 2022-1 bedraagt, conform de gemeentelijke IV-3 maatstaven 10,5% en bevindt zich hiermee ruim binnen de bandbreedtes van gemeentelijke organisaties. Voor de toekomstige begrotingen zullen wij de ontwikkeling van dit percentages nauwlettend in de gaten houden en stabiel houden. Voor de begroting 2023 is de actuele NEA-index á 3,5% toegepast. In de vorige meerjaren begroting was voor 2023 de op dat moment meest recente NEA-index (2021) ingerekend á 1%. Dit effect van de gewijzigde NEA-index leidt derhalve tot een stijging van de vervoerskosten met € 1 mln. Voor 2023 en verdere jaren is conform de vastgestelde financiële uitgangspunten gerekend met een vervoersvolume van 100% van het gerealiseerde vervoer in 2019. De kosten van regie blijven gelijk en voor de beheerkosten laten we een daling zien van € 16.000.

De lonen laten een stijging zien van € 28.000 als gevolg van het doorwerken van de CAO afspraken in 2022. Ten slotte Wij denken u met deze documenten een goed inzicht te hebben verschaft in de missie, visie, doelstellingen en hiervoor benodigde middelen op korte en middellange termijn, alsmede de realisatie van onze doelstellingen in 2021. Wij wensen u veel leesplezier en nodigen u uit om uw zienswijze op de voorliggende stukken te geven. Deze kunt u indienen binnen een termijn van acht weken, de wettelijke deadline hiervoor is 1 juni 2022. Wij willen u er graag op wijzen dat het dagelijks bestuur coulance zal betrachten bij reacties die ontvangen worden tot 3 weken na deze datum (22 juni 2022), en deze ook zal meenemen in de beantwoording van de zienswijze ten behoeve van het algemeen bestuur. Ten slotte attenderen wij u er op dat Omnibuzz op 20 april aanstaande om 19.00 uur een digitale informatiebijeenkomst organiseert voor raadsleden over deze onderwerpen. De uitnodiging hiervoor is aan de griffies verstuurd.

Mr. G.M.F. Vreuls Directeur

M. Smitsmans-Burhenne Voorzitter

1 04 Uitgangspuntennotitie begrotingswijziging 2022-1, begroting 2023 en mjp 2024-2026 GR Omnibuzz.pdf

Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz

Uitganspuntennotitie bij de begroting 2022-1, 2023 en meerjaren 2024-2026

1

1 Inleiding 1.1 Doel uitgangspuntennotitie Deze uitgangspuntennotitie heeft betrekking op de begrotingswijziging 2022-1, de begroting 2023 en het meerjarenperspectief 2024 tot en met 2026. Deze uitgangspunten vloeien voort uit eerdere besluiten, contractuele afspraken en het financieel economisch beleid van Omnibuzz. Omnibuzz hanteert een aantal vaste uitgangspunten en werkt vanuit vastgestelde kaders. De belangrijkste kaders waarbinnen Omnibuzz werkt, zijn het bedrijfsplan (5 januari 2016, actualisatie 2019), de Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz, de nota reserves en voorzieningen, financiële verordening, raamovereenkomsten met vervoerders en de dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) met de gemeenten. In 2021 is het productenboek geactualiseerd en vastgesteld als bijlage bij de DVO. Hierin zijn alle reguliere taken goed omschreven. De vertaling van deze kaders en uitgangspunten naar jaarlijkse begrotings- en verantwoordingsstukken gebeurt conform het ‘Besluit begroting en verantwoording’ (BBV). Deze uitgangspuntennotitie helpt om de deelnemende gemeenten in een vroeg stadium te betrekken bij beleidsmatige ontwikkelingen en de financiële consequenties. De uitgangspunten worden gehanteerd als parameters voor het opstellen van betreffende begrotingen.

Dit geeft gemeenten de mogelijkheid invloed hierop uit te oefenen en dit te plaatsen in de context van hun eigen financiële huishouding.

1.2 Leeswijzer Voor bovengenoemde kaders verwijzen we naar bijbehorende documenten. In deze notitie worden deze niet verder omschreven. In de uitgangspuntennotitie staan we stil bij de actualiteit en de wijze waarop de actuele ontwikkelingen (de prioritering van) onze uitgangspunten, taken en advisering raken. Op basis hiervan formuleren we de belangrijkste speerpunten voor de komende periode. Hiervoor gebruiken we de gebruikelijke pijlers uit de visie van Omnibuzz. Het vastgestelde jaarplan 2022 en de vastgestelde financiële uitgangspunten vormen hierbij de basis.

2

2 Relevante ontwikkelingen 2.1 Impact van COVID-19 De impact van COVID-19 is overduidelijk en werkt in nagenoeg alle aspecten door. In de ontwikkeling in het vervoersvolume was altijd al sprake van verschillen tussen gemeenten en schommelingen in de tijd. Door de actualiteit is de bandbreedte van deze schommelingen aanzienlijk toegenomen, dus neemt de voorspelbaarheid af. Dit maakt het moeilijk om begrotingen strak op te stellen en compliceert het maken van passende (beleids-)keuzes. Door de teruggevallen volumes en de aangepaste uitvoeringsregels van het vervoer zijn de reguliere maatstaven voor efficiënt vervoer niet meer in elke situatie van toepassing. De veiligheid van het vervoer staat voorop. Doordat klanten Omnibuzz als besloten vervoer meer vertrouwen in de COVID-19 dan het openbaar vervoer is de vraag naar Omnibuzz wellicht in verhouding hoger geweest. Het is aannemelijk dat een gesloten systeem als veiliger wordt ervaren dan reizen met een open systeem. Het openbaar vervoer (OV) lijkt voor onze klanten gedurende de pandemie daarom een minder geschikt alternatief. Het contractbeheer met vervoerders omvat naast het reguliere werk alle aanvullende en noodzakelijke afspraken in het kader van COVID-19. De effecten van de overheidsmaatregelen en het voortdurend monitoren van de continuïteitafspraken vraagt veel van de vervoerders en Omnibuzz.

Het controleren op naleving van de protocollen vraagt extra aandacht in de dagelijkse uitvoering van het vervoer. In het algemeen kan worden gesteld dat bestaande kwaliteitsafspraken in deze periode zijn nageleefd, mits toegestaan binnen de geldende protocollen. Omnibuzz speelt een actieve rol in de totstandkoming van de landelijke richtlijnen en protocollen voor de uitvoering van het vervoer en de financiële continuïteit. Zo dragen we bij aan het beperken van de gevolgen van deze crisis voor klanten, gemeenten en vervoerders. De voortdurend veranderende richtlijnen in het vervoer vragen intensieve communicatie met klanten, gemeenten, vervoerders en cliëntenpanel. De reguliere processen met gemeenten vragen extra aandacht door de registratie van COVID-19 gerelateerde kosten, de afrekening en de uitwerking van een nieuw model voor de jaarrekening. Tenslotte vraagt de situatie ook organisatorische uitdagingen. Alle medewerkers zijn gefaciliteerd om vanuit thuis te werken. Het dienstverleningsniveau richting klanten en gemeenten is op niveau gebleven. Binnen het vitaliteitsbeleid is onder andere aandacht voor het welzijn van medewerkers, zodat het dienstverleningsniveau ook op lange termijn geborgd blijft.

2.2 Tekorten aan personeel in de vervoerssector Mede als gevolg van COVID-19 en de terugval in het zorgvervoer, zijn veel chauffeurs noodgedwongen vertrokken en uitgeweken naar andere sectoren. Zij keren niet vanzelfsprekend terug als chauffeur op het moment dat het vervoer weer aantrekt. Veel vervoerders ondervinden problemen met het aantrekken en behouden van voldoende gekwalificeerd chauffeurs. 3

2.3 Groeiende zorgbehoefte bij klanten De toename van dementie/verward gedrag binnen de doelgroep heeft gevolgen voor de uitvoering van het vervoer en de dienstverlening aan klanten via de telefoon. Het uitvoeren van ritten en het verwerken van rit- en informatieaanvragen kost gemiddeld meer tijd.

2.4 Toename ‘kruimelfuncties’ De stapeling van ‘kruimelfuncties’, vooral veroorzaakt door wettelijke verplichtingen, zoals de AVG, de archiefwet, digitoegankelijkheid etc. leidt tot groeiende uitdagingen in de uitvoeringsorganisatie. Bovendien leidt dit tot groeiende overheadkosten. Bij de deelnemende gemeenten is geen ondersteuning beschikbaar voor deze taken. Daarom vult Omnibuzz deze taken deels intern in en huurt tevens extern in via Daadkracht.

2.5 Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz In 2021 is een wijziging van de GR Omnibuzz voorbereid naar aanleiding van een wetswijziging in de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr). Deze wijzigingen worden verwerkt in een conceptwijzigingsvoorstel dat halverwege 2022 aan het bestuur wordt voorgelegd. Het streven is om in hetzelfde wijzigingsvoorstel de uitwerking van de verdeelsystematiek en het uittredingsprotocol mee te nemen.

4

3 Beleidsmatige uitgangspunten 3.1 Pijler 1 - Minder doelgroepenvervoer door toeleiding naar voorliggende voorzieningen 3.1.1 Focus op integratie en gebruik voorliggende voorzieningen De focus zal blijven liggen op het optimaliseren van het gebruik van OV en andere voorliggende voorzieningen. Het aanbod van het OV wordt jaarlijks aangepast. Hierin constateren we nog steeds een tendens van terugtrekkend OV en verschraling van het aanbod in steeds meer gebieden. Dit vraagt voor afstemming met de Provincie Limburg. Een betere afstemming tussen beide vervoerssystemen kan voordelen bieden voor alle partijen. Samen met de Provincie Limburg werken we toe naar integrale mobiliteit. Daarom hebben we in 2021 samen een onderzoek laten uitvoeren. De resultaten uit het onderzoeksrapport van Forseti gaan wij via gezamenlijke ontwikkeltafels omzetten in concrete projecten die de komende jaren worden uitgevoerd en bijdragen aan een beter integraal mobiliteitsaanbod in Limburg. In dit traject leggen we de verbinding met andere initiatieven zoals Trendsportal en de website ikwilvervoer.nl, waarmee we actiever gaan sturen op het gebruik van alternatief vervoer in de brede zin. De terugtrekkende beweging van OV biedt ruimte voor (lokaal) aanbod van ander vervoer en biedt dus ook kansen.

In lijn met de aanbevelingen uit de evaluatie van ikwilvervoer, gaan we de komende jaren actief sturen op het benutten van deze kansen.

3.1.2 Optimaliseren Voor Elkaar Pas De afspraken over de Voor Elkaar Pas (VEP) zijn vastgelegd in 2017 en hebben een looptijd van 5 jaar. In 2022 gaan we opvolgende afspraken vastleggen, waarbij we de VEP willen optimaliseren en aansluiting zoeken bij innovaties in het OV. We zetten in op verlenging van het concept en verbetering van de productvoorwaarden op basis van onze data en ervaringen van de afgelopen 5 jaar. Aansluitend zal de VEP actief onder de aandacht worden gebracht, onder andere door deelname aan de open dagen van Arriva. Uiteraard onder voorbehoud dat het organiseren van deze dagen mogelijk is.

3.2 Pijler 2 - Efficiënt doelgroepenvervoer en bundeling van vervoer 3.2.1 Efficiënt Omnibuzz vervoer We passen de overeenkomsten met vervoerders optimaal aan op de nieuwe werkelijkheid om de continuïteit van het vervoer voor de lange termijn te borgen. Efficiënter plannen maakt hier onderdeel van uit. De inzet van vervoer kan daarmee immers worden beperkt. Dit helpt bij het aanpakken van het chauffeurstekort en het borgen van de afgesproken kwaliteitseisen voor klanten. Belangrijke instrumenten hierbij zijn vraagspreiding en actief sturen op groepsritten en vast werk. In de advisering aan gemeenten zetten we in op bewustwording en signalering, zodat vervoerspecificaties voor de klant passend zijn. Bijvoorbeeld in gevallen van beperkte zelfregie, maar tegelijk ook zo 5

efficiënt mogelijk voor gemeenten door kritisch te kijken naar de noodzaak van (individuele) vervoersspecificaties. Omnibuzz ondersteunt bij het nemen van beheersmaatregelen door gemeenten. Hiervoor kunnen gemeenten de richtlijn voor indicatiestelling gebruiken die door Omnibuzz is opgesteld. De efficiëntie van het vervoer is ook verhoogd door de contante betalingen te minimaliseren. Sinds COVID-19 vinden er helemaal geen contante betalingen meer plaats in ons vervoer. De taxipoints in de ziekenhuizen worden vervangen door meer toegankelijke systemen. Het klantportaal waarmee klanten ritten kunnen boeken, wordt doorontwikkeld tot een volwaardige MijnOmnibuzz omgeving. Deze digitalisering is wettelijk verplicht, maar biedt tegelijk kansen om het telefonisch contact en bijbehorende capaciteit af te bouwen. Dit nieuwe portaal ‘MijnOmnibuzz’ wordt vanaf de start opgebouwd conform alle wettelijke eisen, waarbij met name de digitoegankelijkheid veel aandacht vraagt. Tenslotte is de functie van data-analyse weer ingevuld. Dit moet gaan leiden en tot meer sturing op vervoer via proactieve analyse van beschikbare data.

3.2.2 Mogelijke instroom van ander doelgroepenvervoer De huidige contracten in het Omnibuzz-vervoer bieden mogelijkheden om ander vervoer uit te voeren, zonder dat altijd een aanbesteding nodig is. Over de wijze waarop de instroom van ander vervoer kan plaatsvinden zijn geen eenduidige afspraken in tijd, vorm of omvang gemaakt. Deze taak is als zodanig niet ingerekend in de begroting. Er vinden regelmatig gesprekken plaats met (individuele) gemeenten over mogelijke instroom. Dit leidt concreet tot de uitvoering van een deel van het jeugdwet-vervoer voor de gemeente Roermond in 2022.

3.2.3 Invulling andere vervoersbehoeften Vanuit het versterkte partnership met vervoerders kan Omnibuzz snel inspelen op urgente behoeften. De capaciteit van Omnibuzz kan flexibel worden ingezet bij nieuwe maatschappelijke behoeften aan vervoer. In eerste instantie ging het om vervoer van en naar ‘besmette’ huisartsenpraktijken en corona-hotels, later hoofdzakelijk naar vaccinatielocaties. In de zomer van 2021 is Omnibuzz ingezet voor evacuaties gedurende de wateroverlast. Op deze wijze kan de beschikbare (over-)capaciteit worden ingezet ten behoeve van maatschappelijke doelen.

3.3 Pijler 3 - Investeren in een slimme organisatie 3.3.1 Omnibuzz als kennisorganisatie Om al het voorgaande mogelijk te maken, zijn informatie- en kennismanagement, kwaliteitsbeheer en rapportageinstrumenten binnen Omnibuzz voortdurend in ontwikkeling. Hierdoor kan Omnibuzz veel werk binnen de andere twee pijlers (grotendeels) zelfstandig uitvoeren en manifesteert Omnibuzz zich als inhoudsdeskundig adviseur voor gemeenten. Het onderhandelingsresultaat met betrekking tot de hoge indexering voor het jaar 2020 (NEA) is hiervan een concreet resultaat. Deze compenseert de kostenstijging op vervoer in 2022 nog voor een deel. In algemene zin is inhoudelijke kennis noodzakelijk om adequaat te kunnen reageren op de groeiende uitdagingen en onzekerheden in 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=3d7e5145-9666-4c2d-8e44-ddb54a4a62e9