Agendabundel
Tekst van het document
Hij vraagt zich af wat de opvolgende acties van de gemeente zullen zijn en wat daar voor hem in de toekomst de gevolgen van zullen zijn. De onzekerheid die daaruit voortvloeit heeft een grote impact. Er wordt op gewezen dat de gemeente op dit moment informatieavonden organiseert over het bestaansrecht binnen de gemeente, terwijl diezelfde gemeente met dit besluit zijn bestaansrecht aantast! In zijn bezwaar heeft hij als alternatief ‘De Donck’ genoemd en het is mooi dat de raad zijn suggestie heeft overgenomen en ook dit gebied heeft aangewezen. Zijn verzoek is dan ook om op zijn percelen het voorkeursrecht er van af te halen. Hij wijst er verder op dat zijn percelen vlak bij een Natura 2000 gebied liggen en dat de raad om die reden bij een ander perceel het voorkeursrecht er af heeft gehaald. In het verweer van de gemeente wordt regelmatig gezegd dat er op dit moment nog niets anders aan de hand is dan het vestigen van een voorkeursrecht en dat pas gevolgen heeft als je percelen wilt verkopen. Juridisch zal dat best zo zijn, maar het onderliggende doel is het ontwikkelen van woningbouw en dat kan niet los van elkaar worden gezien. Het is dan ook te gemakkelijk om in het verweer te stellen dat er niets aan de hand is. verzoekt om zijn bezwaar gegrond te verklaren en de gemaakte kosten te vergoeden. Door wordt een pleitnota overgelegd.
Deze pleitnota is als bijlage bij dit verslag gevoegd en maakt integraal deel uit van dit verslag. Verweerder geeft aan dat het verweerschrift op 23 september 2024 is opgesteld. De bedoeling is dan ook geweest dat reclamanten daar eerder kennis van hadden kunnen nemen. Wel wordt opgemerkt dat de termijn van tien dagen niet hard is en nu ook ter zitting nog op het verweer kan worden gereageerd. In het verweerschrift is ook al ingegaan op de meeste punten die nu ter zitting weer zijn ingebracht. Het vestigen van voorkeursrecht heeft alleen tot doel om grondspeculatie op die gronden te voorkomen. Dat is ook de reden dat dit onder geheimhouding is gedaan en er aan de voorkant daarom geen dialoog is gevoerd. Dit in tegenstelling tot het beleid van de gemeente om zo vroeg en transparant mogelijk met de burgers te communiceren. Verweerder kan dan ook goed voorstellen dat een dergelijk besluit rauw op je dak valt. Door de raad is nu besloten dat een wijziging van de omgevingsvisie moet worden opgesteld waarin een eerste beleidsmatige keuze wordt gemaakt ten aanzien van gebieden waar de gemeente
Pagina 2 van 4
woningbouw wil toestaan. Daarin wordt meer duidelijkheid gegeven waar de gemeente precies woningbouw wil ontwikkelen, in welke vorm etc. De voorzitter vraagt of het in theorie mogelijk is dat de percelen van reclamanten buiten de verdere procedure vallen. Bewoners worden in de gelegenheid te reageren op die visie voordat die door de raad wordt vastgesteld. Door verweerder wordt de verdere procedure met daaraan verbonden termijnen verder uiteengezet en er op gewezen dat ook daar nog alle mogelijkheden tot inspraak zijn. Desgevraagd wordt door verweerder aangegeven dat reclamanten geen apart bericht krijgen als de omgevingsvisie en verdere plannen voor inspraak ter inzage komen te liggen. Publicatie hiervan vindt plaats op de gemeentepagina en reclamanten kunnen zich ook abonneren op gemeentenieuws, zij krijgen dan automatisch mail over door de gemeente genomen besluiten waar inspraak op mogelijk is. vraagt op basis van welke criteria gebieden waar de gemeente woningbouw wil gaan realiseren, worden aangewezen. Verweerder geeft aan dat er nog niet is gestart met het opstellen van de wijziging van de omgevingsvisie. Met dit besluit is een groot aantal percelen aangewezen en in de verdere verdiepingsslag kunnen de in deze procedure ingediende argumenten, zoals de bedrijfssituatie, een rol spelen. Maar die nadere afweging moet dus nog plaatsvinden.
vraagt hoeveel van de percelen die zijn aangewezen de gemeente acht daadwerkelijk nodig te hebben. merkt op dat twee keer zoveel hectare aan gronden als nodig voor de realisatie van 500 woningen is aangewezen. Verweerder geeft aan dat ook daar de raad nog een besluit over moet nemen. Er wordt op gewezen dat de doorlooptijd van de gehele procedure van het opleggen van voorkeursrecht tot de daadwerkelijke realisering meer dan 16 jaar kan duren. Gelet op de ambitie van de bouw van 125 woning per jaar en de wetenschap dat er gronden tussen zitten die niet of niet optimaal ontwikkeld kunnen worden, zijn er met dit besluit meer gronden aangewezen dan op het eind feitelijk noodzakelijk. Verweerder geeft aan dat het absoluut niet de bedoeling is om in te breken in de bedrijfsvoering. geeft aan dat met name het vestigen van een voorkeursrecht op het perceel waar hij woont met zijn familie een grote impact heeft. De voorzitter geeft aan dat hij de onzekerheid die dat voor reclamanten met zich meebrengt goed begrijpt.
Pagina 3 van 4
Verweerder geeft aan dat de gemeente op percelen met een reguliere woonbestemming geen voorkeursrecht mag vestigen. Het betreft hier echter percelen met een agrarische bestemming waarop een bedrijfswoning is toegestaan. benadrukt de impact die het besluit heeft op mensen die door het besluit lang in onzekerheid leven. Verweerder geeft aan dat onteigening op dit moment niet aan de orde is, maar erkent dat de door reclamanten genoemde onzekerheid op korte termijn niet kan worden weggenomen. De te ontwikkelen omgevingsvisie wordt het eerste document waarin de beleidsmatige keuzes van de gemeente worden neergelegd. De voorzitter zegt dat de standpunten duidelijk zijn. Hij stelt vast dat de commissie geen vragen meer heeft. Hij adviseert reclamanten de publicaties over het vervolgtraject goed in de gaten te houden zodat ze gebruik kunnen maken van de mogelijkheid om in die procedures hun standpunt weer naar voren te brengen. Hij sluit de hoorzitting en bedankt de aanwezigen voor hun komst.
St. Odiliënberg, 10 oktober 2024 De commissie bezwaarschriften, de secretaris,
de voorzitter,
Pagina 4 van 4
pleitnota
Verslag 20
COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN Verslag van de hoorzitting gehouden op 3 oktober 2024 Betreft het door: van Brandmeester namens ingediende bezwaarschrift tegen het besluit van de gemeenteraad van 3 juli 2024, waarbij op grond van hoofdstuk 9 van de Omgevingswet, artikel 9.1, percelen, gelegen in de gebieden ‘Woningbouwontwikkeling Roerdalen’ wat betreft de kern Montfort, zijn aangewezen waarop de artikelen 9.1 en verder van de Omgevingswet van toepassing zijn. De percelen zijn aangegeven op de bij het besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte tekeningen en de percelenlijst, waarop zijn vermeld de in de aanwijzing opgenomen percelen/perceelsgedeelten, hun grootte alsmede de namen van de eigenaren en van de rechthebbenden op de daarop rustende beperkte rechten, een en ander naar de rechtstoestand van de openbare registers van het kadaster. Aanwezig: Verweerder: gemeenteraad
gemachtigden namens de
Commissie bezwaarschriften:
Aanwezig: Reclamant:
De voorzitter opent de hoorzitting om 19:45 uur en heet de aanwezigen welkom. Hij legt de taak en werkwijze van de commissie uit. Centraal staat het besluit van de gemeenteraad van 3 juli 2024 voor wat betreft de kern Montfort. De voorzitter geeft aan dat de zitting wordt opgenomen, maar dat na het uitwerken van het verslag de opname direct wordt verwijderd. verslag.
vraagt of hij de geluidsopname kan krijgen zodat hij kan reageren op het
Pagina 1 van 4
Geantwoord wordt dat de geluidsopname niet wordt verstrekt en dat het verslag pas wordt meegestuurd met de beslissing op bezwaar. Na ontvangst van het verslag kan hier schriftelijk op worden gereageerd. Die schriftelijke reactie wordt dan als bijlage bij het verslag gevoegd. spreken.
vraagt of verweerders gerechtigd zijn om namens de gemeenteraad te
Geantwoord dat verweerders daartoe bevoegd zijn. geeft aan dat in de Omgevingswet letterlijk is bepaald dat er geen programma mag zijn. In dit geval is er sprake van een lastige situatie omdat het gaat om een woningbouwopgave die door het Rijk is opgelegd. Hij geeft aan geen gemeentelijke visie te zien op de plekken, alleen op het aantal woningen. In het verweerschrift wordt woordelijk gezegd dat de gemeente zoveel mogelijk plekken heeft aangewezen zonder daar eigenlijk te willen bouwen. Waar het om gaat is dat er niet zo zeer een visie van de gemeente is, dan wel een visie voor of van de provincie. En in de wet staat de mogelijkheid voor de gemeente om op basis van een programma van de provincie een voorkeursrecht te vestigen. Dat betekent dat de gemeente op basis van wat tussen het Rijk en de provincie is afgesproken een voorkeursrecht vestigt, maar dat botst dan weer met de motivering voor het opleggen van het voorkeursrecht. Want in de jurisprudentie is aangegeven dat er een zekere mate van concretisering moet zijn wat de gemeente met die percelen wil omdat anders een belangenafweging niet mogelijk is. In dit geval vindt hij dat het door de gemeente te grofmazig is gedaan en kan hij dan ook niet zeggen of er rekening is gehouden met de belangen van zijn cliënten.
De voorzitter vraagt verweerders te reageren en met name aan te geven wat de wettelijke grondslag is voor het bestreden besluit. Verweerders antwoorden dat zij gebruik hebben gemaakt van de wettelijke mogelijkheid om een voorkeursrecht te vestigen. De wet schrijft dan vervolgens voor dat je het doel moet beschrijven waarom je dat doet. De gemeente is er zich van bewust dat het Rijk een opgave heeft geformuleerd om woningbouw te versnellen en dat in de uitvoering heeft doorgelegd naar de provincie. Vervolgens is een woondeal gesloten en de gemeente Roerdalen heeft daar een handtekening onder gezet, maar dat is geen programma in de zin van de Omgevingswet. Dat betekent dat de gemeente Roerdalen momenteel geen omgevingsprogramma heeft en dat zij geen gebruik kan maken van die wettelijke grondslag om een voorkeursrecht te vestigen. Daarnaast zijn verweerders van mening dat de wettelijke bepaling zo kan worden gelezen dat de gemeente geen voorkeursrechtbeschikking kan nemen op het moment dat er al een programma is vastgesteld door het Rijk of de provincie. De gemeente heeft op dit moment geen eigen visie op woningbouw. In de Memorie van Toelichting staat ook dat dit instrument bedoeld is om meteen aan de voorkant, dus voordat wordt gestart met een nadere beleidsafweging, hiervan gebruik te maken.
In die context moet ook het verweer worden gelezen dat er nog geen nadere beleidsmatige afweging heeft plaatsgevonden. De gemeente heeft niet in het luchtledige zo maar de helft van het grondgebied aangewezen voor woningbouw en bijbehorende voorzieningen. Er is wel degelijk al gekeken naar welke gebieden daar in potentie geschikt voor zouden zijn, maar in de nog op te stellen omgevingsvisie en het omgevingsplan worden de beleidsmatige keuzes pas
Pagina 2 van 4
nader geconcretiseerd. En dat doet ook recht aan de mogelijkheid van burgers voor participatie in tegenstelling tot het besluit tot het opleggen van voorkeursrecht waartoe onder geheimhouding en zonder de mogelijkheid van dialoog is besloten. geeft aan dat wat er over het hoofd wordt gezien is dat er tegenstrijdige belangen kunnen zijn tussen provincie en gemeenten. Waar over het gaat is een voorkeursrecht gevestigd door de gemeente Roerdalen op basis van een afgesloten woondeal. Maar deze woondeal kan echter ook weer gewijzigd worden. Aan de voorkeursrechtbeschikking moet echter een visie van de gemeente ten grondslag liggen en die is er niet. En die is ook niet mogelijk omdat de woondeal gewijzigd kan worden omdat andere gemeenten wellicht liever een grotere deal van de woning opgave voor zich willen nemen. Gelet hierop is het dan ook de taak van de provincie om een voorkeursrecht op te leggen. De voorzitter geeft aan dat door de gemeente in verweer wordt gesteld dat de woondeal Limburg niet relevant is en de voorkeursrechtbeschikking nog wordt uitgewerkt in een omgevingsvisie en een omgevingsplan. Hij vraagt waarom er dan een beletsel zou zijn om een voorkeursrecht te vestigen. antwoordt dat de woondeal moet worden aangemerkt als een omgevingsprogramma en op basis van de Omgevingswet kan er geen voorkeuringsrecht worden gevestigd als er sprake is van een omgevingsprogramma.
De voorzitter geeft aan dat hij de rol die gemachtigde aan de provincie toekent niet begrijpt. Hij vraagt waarom de gemeente niet zelf gebieden zou mogen aanwijzen waarop de gemeente in de toekomst woningbouw wil ontwikkelen en daarom op die gebieden een voorkeursrecht wil vestigen. antwoordt dat dat zou kunnen op basis van een gemeentelijke visie en die visie kan niet los worden gezien van het programma van de provincie. En dat veroorzaakt het probleem. Verweerders geven aan dat de gemeente van mening is dat de woondeal zoals die is gesloten geen omgevingsprogramma is, maar hierin alleen gemaakte afspraken zijn neergelegd. De woondeal was alleen de aanleiding voor de gemeente om te overwegen welke gebieden geschikt zijn voor woningbouw. Aangegeven wordt dat de gemeente tien jaar geleden op aandringen van het rijk en de provincie planvoorraad heeft moeten afbouwen omdat de gemeente geen woningen meer mocht toevoegen en onbenutte bouwtitels moesten worden verwijderd. Terwijl nu door het Rijk en de provincie wordt gevraagd om de taak om extra woningen te realiseren samen op te pakken. Door de provincie wordt nu gevraagd, in het kader van de gewenste decentrale aanpak van woningbouw, waar de gemeente wil gaan bouwen.
Vooruitlopend op de nog te ontwikkelen omgevingsvisie is om grondspeculatie tegen te gaan gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot het nemen van een voorkeursrechtbeschikking. De voorzitter vraagt of de gemeente daarmee aangeeft dat er geen sprake is van strijd met de Omgevingswet.
Pagina 3 van 4
Dit wordt door verweerders bevestigend beantwoord. geeft aan dat het de gemeente ontbreekt aan een visie waar ze willen bouwen en dit is een vereiste voor het mogen vestigen van een voorkeursrecht. Het voorkeursrecht is gevestigd onder druk van de hogere overheid. Daarnaast is het door de gemeente aangewezen gebied te ruim. Verweerders geven aan dat alleen op gebieden waar woningbouw in potentie mogelijk is een voorkeursrecht gevestigd is. geeft desgevraagd aan dat zijn perceel circa 4.700 m2 groot is en is gelegen tegenover zijn woning en zijn plan was om dat perceel te gebruiken voor het stallen van een paard. De voorzitter zegt dat de standpunten duidelijk zijn. Hij stelt vast dat de commissie geen vragen meer heeft. Hij sluit de hoorzitting en bedankt de aanwezigen voor hun komst. St. Odiliënberg, 3 oktober 2024 De commissie bezwaarschriften, de secretaris,
de voorzitter,
Pagina 4 van 4
verslag 21
COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN Verslag van de hoorzitting gehouden op 23 september 2024 Betreft het door: , ingediende bezwaarschrift tegen het besluit van de gemeenteraad van 3 juli 2024, waarbij op grond van hoofdstuk 9 van de Omgevingswet, artikel 9.1, percelen, gelegen in de gebieden ‘Woningbouwontwikkeling Roerdalen’ wat betreft de kern Vlodrop, zijn aangewezen waarop de artikelen 9.1 en verder van de Omgevingswet van toepassing zijn. De percelen zijn aangegeven op de bij het besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte tekeningen en de percelenlijst, waarop zijn vermeld de in de aanwijzing opgenomen percelen/perceelsgedeelten, hun grootte alsmede de namen van de eigenaren en van de rechthebbenden op de daarop rustende beperkte rechten, een en ander naar de rechtstoestand van de openbare registers van het kadaster. Aanwezig: Verweerder: Commissie bezwaarschriften:
,
gemachtigden namens de gemeenteraad De heer mr.
(lid)
Reclamant:
De voorzitter opent de hoorzitting om 19:45 uur en heet de aanwezigen welkom. Hij legt de taak en werkwijze van de commissie uit. Centraal staat het raadsbesluit van 3 juli 2024 wat betreft de kern Vlodrop. Reclamant verwijst naar het ingediende bezwaarschrift. Hij geeft aan dat hij in het kader van de benodigde woningbouw het besluit begrijpt, extra woningen zijn nodig. Maar hij begrijpt niet dat niet is besloten om op een ander perceel de bouw van grote hallen toe te staan, op die locatie hadden veel woningen kunnen worden gebouwd. Daarnaast zijn de woningen die wel worden gebouwd niet betaalbaar voor de doelgroep, met name voor de jeugd. Hij is van oordeel dat hij door het vestigen van een voorkeursrecht op zijn perceel wordt bestraft door verkeerde beslissingen van de gemeenteraad. Reclamant vraagt hoe de prijs tot stand komt als hij zijn perceel te koop aanbiedt aan de gemeente.
Pagina 1 van 3
De voorzitter antwoordt dat partijen met elkaar in onderhandeling treden en alleen als partijen onderling niet tot overeenstemming komen over de verkoopprijs het uiteindelijk de rechtbank is die de verkoopprijs bepaalt. Verweerders geven aan dat een onafhankelijk taxateur de waarde van het perceel bepaalt. Reclamant geeft aan dat hij een interessant bod heeft gekregen, maar die partij heeft zich teruggetrokken nu er een voorkeursrecht op het perceel rust. Hij vraagt wat er met de twee huurders gebeurt die er nu zitten. De voorzitter antwoordt dat deze gewoon mogen blijven zitten. Reclamant geeft aan dat hij had begrepen dat de opstallen worden gesloopt. De voorzitter geeft aan dat daar nu nog geen sprake van is en dat dat afhankelijk is van de nog door de gemeente te ontwikkelen plannen. Reclamant vraagt wat er in de diverse stukken wordt bedoeld met de drie maanden termijn. Verweerders antwoorden dat de gemeenteraad binnen een termijn van drie maanden het besluit van het college tot het nemen van een voorkeursrechtbeschikking moet bekrachtigen. Dat is door de raad gedaan op 3 juli 2024. Het bezwaar wordt dan ook geacht te zijn gericht tegen dat raadsbesluit. Het voorkeursrecht geldt nu voor een periode van maximaal drie jaar, binnen die periode moet de gemeenteraad een omgevingsvisie vaststellen.
Als de gemeenteraad in die visie het betreffende perceel aanwijst voor woningbouw dan kan die termijn tot maximaal 16 jaar en drie maanden worden verlengd. Wordt het perceel in de visie niet aangewezen voor woningbouw dan komt het voorkeursrecht te vervallen. Reclamant en verweerders spreken af om, buiten de bezwaarprocedure om, met elkaar om de tafel te gaan zitting over woningbouw in Roerdalen in het algemeen en de mogelijkheden met zijn perceel in het bijzonder.
Pagina 2 van 3
De voorzitter zegt dat de standpunten duidelijk zijn. Hij stelt vast dat de commissie geen vragen meer heeft. Hij sluit de hoorzitting en bedankt de aanwezigen voor hun komst. St. Odiliënberg, 23 september 2024 De commissie bezwaarschriften, de secretaris,
de voorzitter,
Pagina 3 van 3
Verslag 22
COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN Verslag van de hoorzitting gehouden op 23 september 2024 Betreft het door: , ingediende bezwaarschrift tegen het besluit van de gemeenteraad van 3 juli 2024, waarbij op grond van hoofdstuk 9 van de Omgevingswet, artikel 9.1, percelen, gelegen in de gebieden ‘Woningbouwontwikkeling Roerdalen’ wat betreft de kern Herkenbosch, zijn aangewezen waarop de artikelen 9.1 en verder van de Omgevingswet van toepassing zijn. De percelen zijn aangegeven op de bij het besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte tekeningen en de percelenlijst, waarop zijn vermeld de in de aanwijzing opgenomen percelen/perceelsgedeelten, hun grootte alsmede de namen van de eigenaren en van de rechthebbenden op de daarop rustende beperkte rechten, een en ander naar de rechtstoestand van de openbare registers van het kadaster. Aanwezig: Verweerder:
,
gemachtigden namens de gemeenteraad
Commissie bezwaarschriften:
Afwezig: Reclamant:
, adequaat uitgenodigd ter zitting, is zonder afmelding niet ter zitting verschenen.
De voorzitter opent de hoorzitting om 19:15 uur en heet de aanwezigen welkom. Hij geeft aan dat reclamant zonder afmelding niet is verschenen. Hij legt de taak en werkwijze van de commissie uit. Centraal staat het besluit van de gemeenteraad van 3 juli 2024 voor wat betreft de kern Herkenbosch. De voorzitter vraagt naar de aanleiding voor het vestigen van het voorkeursrecht op het perceel van reclamant. Verweerders geven aan dat de gemeente zich heeft geconformeerd aan de woondeal. Door de gemeente is de ambitie uitgesproken om de komende jaren 125 woningen per jaar toe te voegen. Binnen de kernen is hiervoor onvoldoende ruimte. De gemeente heeft gelet hierop besloten om, voordat definitief wordt besloten waar buiten de grenzen van de kernen woningbouw kan
Pagina 1 van 2
worden gerealiseerd en voordat daar breed over wordt gecommuniceerd om ongewenste grondspeculatie te voorkomen, op een groot aantal percelen voorkeursrecht gevestigd. De voorzitter vraagt naar de bestemming van het perceel van reclamant. Verweerders geven aan dat het perceel de bestemming “maatschappelijk” heeft. Verder wordt opgemerkt dat dit perceel wel is gelegen binnen de kern. Binnen de kern is ook op een aantal percelen voorkeursrecht gevestigd waarvan de gemeente denkt dat herontwikkeling naar woningbouw kansrijk zou kunnen zijn. Voor deze locatie is in het verleden ook al een keer gevraagd om de bestemming van dit perceel om te zetten naar wonen, maar dat is toen niet van de grond gekomen. geeft aan dat reclamant heeft aangegeven voor dit perceel al een potentiële koper te hebben. Verweerders antwoorden aan reclamant te hebben verzocht om de potentiële koper contact te laten opnemen met de gemeente. Als die voornemens is om op dat perceel woningen te gaan ontwikkelen, is het niet de bedoeling van de gemeente om daar tussen te gaan zitten en is de gemeente bereid om te faciliteren bij die ontwikkeling. Maar zowel door reclamant als door de potentiële koper is daarna geen contact opgenomen met de gemeente. vraagt of er wel al sprake is van een koopovereenkomst.
Verweerders antwoorden dat niet bekend is of er al een koopovereenkomst is gesloten, maar deze overeenkomst is in ieder geval niet ingeschreven in het Kadaster. Dit betekent dat, ook als er een koopovereenkomst zou zijn gesloten, het perceel toch eerst te koop moet worden aangeboden aan de gemeente. De voorzitter zegt dat het standpunt van de gemeente duidelijk is. Hij stelt vast dat de commissie geen vragen meer heeft. Hij sluit de hoorzitting en bedankt de aanwezigen voor hun komst. St. Odiliënberg, 23 september 2024 De commissie bezwaarschriften, de secretaris,
de voorzitter,
Pagina 2 van 2
Advies 1 tot en met 16
COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN ADVIES 1. Onderwerp Advies inzake de bezwaarschriften ingediend door:
Aanleiding voor de bezwaarschriften is het raadsbesluit ‘Vestigen voorkeursrecht F’, van 3 juli 2024, waarbij op grond van hoofdstuk 9 van de Omgevingswet, artikel 9.1, percelen, gelegen in de gebieden ‘Woningbouwontwikkeling Roerdalen’ wat betreft de kern Sint Odiliënberg, aan zijn gewezen waarop de artikelen 9.1 en verder van de Omgevingswet van toepassing zijn. De percelen zijn aangegeven op de bij besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte tekeningen en de percelenlijst, waarop zijn vermeld de in de aanwijzing opgenomen percelen/perceelsgedeelten, hun grootte alsmede de namen van de eigenaren en van de rechthebbenden op de daarop rustende beperkte rechten, een en ander naar de rechtstoestand van de openbare registers van het kadaster.
Pagina 1
2. Adviescommissie De adviescommissie bezwaarschriften ex artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), bestaat uit de volgende personen: Zij komen op basis van het verhandelde tijdens de hoorzitting gehouden op 10 oktober 2024, het gestelde in de bezwaarschriften en na kennisneming van de overige op deze zaak betrekking hebbende stukken tot de volgende bevindingen. 3. Ontvankelijkheid De bezwaarschriften zijn gericht tegen een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb. Een belanghebbende kan tegen een besluit een bezwaarschrift indienen binnen zes weken na de voorgeschreven wijze van bekendmaking (artikel 6:7 in samenhang met de artikelen 6:8, 7:1 en 8:1 van de Awb). Onder belanghebbende wordt verstaan “degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken” (artikel 1:2 van de Awb). Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder meer de uitspraak van 8 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1083, zijn bij een besluit tot de vestiging van een voorkeursrecht belanghebbenden de eigenaar en alle rechthebbenden die in hun mogelijkheden worden beperkt door het voorkeursrecht. De commissie stelt vast dat reclamanten 1 tot en met 15 geen eigenaar en/of rechthebbende zijn van één van de in het bestreden besluit aangewezen percelen en derhalve niet als belanghebbende kunnen worden aangemerkt.
De commissie adviseert deze reclamanten dan ook niet-ontvankelijk te verklaren in hun bezwaar. De commissie beoordeelt deze bezwaren dan ook verder niet inhoudelijk. De commissie stelt vast dat de reclamanten 16, wel als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt. Ook is aan de overige eisen die de Awb aan bezwaarschriften stelt voldaan door deze reclamanten. De commissie adviseert deze reclamanten ontvankelijk te verklaren in hun bezwaar. 4. Beoordeling van het bezwaarschrift van de Rechtsbijstand namens
van Stichting Achmea
De overwegingen van de commissie zijn als volgt: Wat ging aan het bestreden besluit vooraf (de feiten) Bij besluit van 23 april 2024, bekend gemaakt op 25 april 2024, heeft het college van burgemeester en wethouders van Roerdalen besloten tot het nemen van een voorkeursrechtbeschikking op grond van artikel 9.1, tweede lid van de Omgevingswet op onder meer het perceel kadastraal bekend als gemeente Sint Odiliënberg,
Pagina 2
Tegen dit besluit is bij brief van op 31 mei 2024, ingekomen op 31 mei 2024, bezwaar ingediend door de heer van Stichting Achmea Rechtsbijstand namens Bij besluit van 3 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Roerdalen besloten om voornoemd perceel aan te wijzen als grond waarop hoofdstuk 9 van de Omgevingswet van toepassing is. Uit artikel 9.4, derde lid van de Omgevingswet volgt dat een besluit van het college tot voorlopige aanwijzing vervalt als een besluit van de raad tot aanwijzing in werking treedt. Een voorkeursrechtbeschikking treedt ingevolge artikel 16.82a, tweede lid van de Omgevingswet in werking op het tijdstip van inschrijving in de openbare registers van het Kadaster. Dit tijdstip wordt door het Kadaster heel precies geregistreerd. Het tekent zowel de datum als het tijdstip aan. Het voorkeursrecht is dan direct voor iedereen zichtbaar in de openbare registers. Op grond van artikel 16.82a, eerste lid van de Omgevingswet kan, nadat een voorkeursrechtbeschikking bekend is gemaakt, de beschikking binnen vier dagen worden ingeschreven in de openbare registers. Het raadsbesluit van 3 juli 2024 is op 19 juli 2024 ingeschreven.
Uit artikel 16.32c, eerste lid, van de Omgevingswet, volgt dat als bezwaar aanhangig is tegen een voorkeursrechtbeschikking van het college van burgemeester en wethouders en die beschikking vervalt omdat voor de onroerende zaak een voorkeursrechtbeschikking van de gemeenteraad in werking is getreden, het bezwaar geacht wordt te zijn gericht tegen de voorkeursrechtbeschikking van de gemeenteraad. Gelet op het bovenstaande is het collegebesluit van 23 april 2024 met de inwerkingtreding van het besluit van de raad van 3 juli 2024 van rechtswege vervallen. Hierdoor is volgens vaste rechtspraak het bezwaar tegen het collegebesluit van rechtswege omgezet in een bezwaarschrift tegen het besluit van de raad. Relevante wet- en regelgeving Uit het bestreden besluit volgt dat de aanwijzing is gebaseerd op artikel 9.1, eerste lid onder c van de Omgevingswet.
Op grond van dit artikel kunnen de gemeenteraad, provinciale staten of de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij voorkeursrechtbeschikking op een onroerende zaak een gemeentelijk, provinciaal of nationaal voorkeursrecht vestigen, voor zover die zaak deel uitmaakt van een locatie waaraan in de voorkeursrechtbeschikking een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functie en de functie niet is toegedacht in een gemeentelijke, een provinciale respectievelijk de nationale omgevingsvisie of een programma en niet is toegedeeld in een omgevingsplan.
Pagina 3
Op grond van artikel 9.4, eerste lid onder a van de Omgevingswet vervalt een voorkeursrecht bij een voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onder c drie jaar na het ingaan ervan, tenzij voor dat tijdstip de functie waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd, is toegedacht in een omgevingsvisie of een programma of is toegedeeld in het omgevingsplan. Welke bezwaren zijn ingebracht Door reclamanten is kortheidshalve verwezen naar de op 8 mei 2024 ingediende zienswijze. In deze zienswijze hebben reclamanten, kort samengevat, aangegeven dat: Hun perceel waarop een voorkeursrecht is gevestigd is, wordt gebruikt als tuin. Zij zijn onaangenaam verrast door het bestreden besluit omdat dit hun woongenot aantast. Het gebied een landschappelijke en natuurwaarde kent. De aanwezige flora en fauna is zeer gevarieerd en bevat diverse plant- en diersoorten die bescherming verdienen. Gesteld wordt dat het bosperceel en hun perceel in stand zouden moeten worden gelaten als zijnde klimaatmaatregel. Het perceel niet efficiënt en goedkoop kan worden bebouwd. Zij zich door het besluit voelen gegijzeld.
Welke vragen dient de commissie dient te beantwoorden Op grond van vaste rechtspraak, onder meer de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) van 25 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW3871, gaat het bij de vestiging van een voorkeursrecht om een discretionaire bevoegdheid van de raad. Het al dan niet uitoefenen van die bevoegdheid dient, indien aan de wettelijke voorwaarden voor de toepassing daarvan is voldaan, terughoudend te worden getoetst. Dat betekent dat alleen moet worden getoetst of de raad bij haar besluitvorming heeft voldaan aan de voorwaarden genoemd in de Omgevingswet. Wat is de conclusie De commissie merkt allereerst op dat het vestigen van een voorkeursrecht alleen betekent dat als reclamanten hun perceel willen verkopen zij eerst de gemeente in de gelegenheid moet stellen om het perceel te kopen. Zoals ook door de gemeente aangegeven als reactie op de ingediende zienswijze wordt met het vestigen van het voorkeursrecht uitdrukkelijk niet een nieuw planologisch kader geregeld of de Omgevingsvisie aangepast. Dit zijn trajecten die nu, na het definitief vestigen van het voorkeursrecht, worden opgestart. Bij die trajecten zal door de gemeente de door reclamanten aangehaalde aspecten zoals de landschappelijke en natuurwaarde van het perceel in de besluitvorming worden betrokken.
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling, onder meer de uitspraak van 27 januari 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL0750, maakt het wettelijk voorkeursrecht slechts een betrekkelijk beperkte inbreuk op het eigendomsrecht. De vestiging van het voorkeursrecht heeft niet tot gevolg dat reclamanten als eigenaar van het betrokken perceel de hen toekomende eigendomsrechten niet meer zouden kunnen uitoefenen. En houdt evenmin in dat zij verplicht zijn het perceel te
Pagina 4
verkopen, maar alleen dat zij eerst de gemeente in de gelegenheid moeten stellen om het perceel te kopen. De commissie is dan ook niet gebleken dat reclamanten door het vestigen van het voorkeursrecht op hun perceel in hun woongenot worden aangetast. Volledigheidshalve merkt de commissie op dat in verweer namens de gemeente is gesteld dat zodra er meer duidelijkheid is over de wenselijkheid en haalbaarheid van het door reclamanten ingediende initiatief voorstel tot wijziging van de op het betreffende perceel rustende bestemming, zal worden bekeken of het voorkeursrecht ingetrokken kan worden. 5. Advies van de commissie Gelet op het voorgaande adviseert de commissie uw raad om: - De bezwaarschriften van reclamanten 1 tot en met 15 niet-ontvankelijk te verklaren. - Het bezwaarschrift van de van Stichting Achmea Rechtsbijstand namens ontvankelijk maar ongegrond te verklaren. - In heroverweging het bestreden besluit in stand te laten. - De gevraagde redelijke vergoeding van de proceskosten af te wijzen. Sint Odiliënberg, 16 oktober 2024 DE COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN, de secretaris,
Pagina 5
de voorzitter,
Advies 17,18 en 19
COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN ADVIES 1. Onderwerp Advies inzake de bezwaarschriften ingediend door:
Aanleiding voor de bezwaarschriften zijn het raadsbesluit ‘Vestigen voorkeursrecht D’, van 3 juli 2024, waarbij op grond van hoofdstuk 9 van de Omgevingswet, artikel 9.1, percelen, gelegen in de gebieden ‘Woningbouwontwikkeling Roerdalen’ wat betreft de kern Posterholt, aan zijn gewezen waarop de artikelen 9.1 en verder van de Omgevingswet van toepassing zijn. De percelen zijn aangegeven op de bij het besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte tekeningen en de percelenlijst, waarop zijn vermeld de in de aanwijzing opgenomen percelen/perceelsgedeelten, hun grootte alsmede de namen van de eigenaren en van de rechthebbenden op de daarop rustende beperkte rechten, een en ander naar de rechtstoestand van de openbare registers van het kadaster. 2. Adviescommissie De adviescommissie bezwaarschriften ex artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), bestaat uit de volgende personen: (voorzitter), en Zij komen op basis van het verhandelde tijdens de hoorzitting gehouden op 3 oktober 2024, het gestelde in de bezwaarschriften en na kennisneming van de overige op deze zaak betrekking hebbende stukken tot de volgende bevindingen. 3. Ontvankelijkheid De bezwaarschriften zijn gericht tegen een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb.
Een belanghebbende kan tegen een besluit een bezwaarschrift indienen binnen zes weken na de voorgeschreven wijze van bekendmaking (artikel 6:7 in samenhang met de artikelen 6:8, 7:1 en 8:1 van de Awb). Onder belanghebbende wordt verstaan “degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken” (artikel 1:2 van de Awb).
Pagina 1 van 6
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder meer de uitspraak van 8 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1083 zijn bij een besluit tot de vestiging van een voorkeursrecht ‘belanghebbende’: de eigenaar en alle rechthebbenden die in hun mogelijkheden worden beperkt door het voorkeursrecht. De commissie stelt vast dat en eigenaar zijn van in het bestreden besluit aangewezen percelen en derhalve als belanghebbende kunnen worden aangemerkt. Ook is aan de overige eisen die de Awb aan bezwaarschriften stelt voldaan. De commissie stelt vast dat geen eigenaar is van één van de in het besluit van het college van 23 april 2024 genoemde percelen en daarom niet als belanghebbende tegen het besluit van het college kan worden aangemerkt. In zijn bezwaar geeft hij aan bezwaar te maken tegen het besluit omdat op de bij hem in eigendom zijnde percelen kadastraal bekend gemeente Posterholt geen voorkeursrecht is gevestigd. De commissie merkt op dat bij besluit van 3 juli 2024 de raad van de gemeente Roerdalen heeft besloten om voornoemde percelen alsnog aan te wijzen als gronden waarop hoofdstuk 9 van de Omgevingswet van toepassing is.
De commissie merkt op dat volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State, hierna Afdeling, onder meer de uitspraak van 23 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:571 in beginsel een belanghebbende die opkomt tegen een besluit procesbelang heeft bij een beoordeling van zijn bezwaar of beroep tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is komen te vervallen. Het is vaste rechtspraak dat procesbelang ontbreekt als het gebruiken van een rechtsmiddel een partij niet in een gunstiger positie kan brengen. De commissie is van oordeel dat nu met het raadsbesluit volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van enig procesbelang ontbreekt. De commissie is dan ook van oordeel dat niet-ontvankelijk is in zijn bezwaar. Dat betekent dat op het bezwaarschrift van in dit advies niet verder inhoudelijk wordt ingegaan. 4. Beoordeling van de bezwaarschriften De overwegingen van de commissie zijn als volgt: Wat ging aan het bestreden besluit vooraf (de feiten) Bij besluit van 23 april 2024, bekend gemaakt op 25 april 2024, heeft het college van burgemeester en wethouders van Roerdalen besloten tot het nemen van een voorkeursrechtbeschikking op grond van artikel 9.1, tweede lid van de Omgevingswet op onder meer de percelen kadastraal bekend als: gemeente Posterholt, gemeente Posterholt,
Pagina 2 van 6
Tegen dit besluit is voor zover het ziet op voornoemde percelen op 27 mei 2024 bezwaar ingediend door en bij brief van 30 mei 2024 namens Bij besluit van 3 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Roerdalen besloten om voornoemde percelen aan te wijzen als gronden waarop hoofdstuk 9 van de Omgevingswet van toepassing is. Tevens heeft de raad besloten om ook de percelen kadastraal bekend gemeente Posterhalt, sectie aan te wijzen als gronden waarop hoofdstuk 9 van de Omgevingswet van toepassing is. Uit artikel 9.4, derde lid van de Omgevingswet volgt dat een besluit van het college tot voorlopige aanwijzing vervalt als een besluit van de raad tot aanwijzing in werking treedt. Een voorkeursrechtbeschikking treedt ingevolge artikel 16.82a, tweede lid van de Omgevingswet in werking op het tijdstip van inschrijving in de openbare registers van het Kadaster. Dit tijdstip wordt door het Kadaster heel precies geregistreerd. Het tekent zowel de datum als het tijdstip aan. Het voorkeursrecht is dan direct voor iedereen zichtbaar in de openbare registers. Op grond van artikel 16.82a, eerste lid van de Omgevingswet kan, nadat een voorkeursrechtbeschikking bekend is gemaakt, de beschikking binnen vier dagen worden ingeschreven in de openbare registers. Het raadsbesluit van 3 juli 2024 is op 19 juli 2024 ingeschreven.
Uit artikel 16.32c, eerste lid, van de Omgevingswet, volgt dat als bezwaar aanhangig is tegen een voorkeursrechtbeschikking van het college van burgemeester en wethouders en die beschikking vervalt omdat voor de onroerende zaak een voorkeursrechtbeschikking van de gemeenteraad in werking is getreden, het bezwaar geacht wordt te zijn gericht tegen de voorkeursrechtbeschikking van de gemeenteraad. Gelet op het bovenstaande is het collegebesluit van 23 april 2024 met de inwerkingtreding van het besluit van de raad van 3 juli 2024 van rechtswege vervallen. Hierdoor zijn volgens vaste rechtspraak de bezwaren tegen het collegebesluit van rechtswege omgezet in een bezwaarschrift tegen het besluit van de raad. Relevante wet- en regelgeving Uit het bestreden besluit volgt dat de aanwijzing is gebaseerd op artikel 9.1, eerste lid, onder c, van de Omgevingswet. Op grond van dit artikel kunnen de gemeenteraad, provinciale staten of de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij voorkeursrechtbeschikking op een onroerende zaak een gemeentelijk, provinciaal of nationaal voorkeursrecht vestigen, voor zover die zaak deel uitmaakt van een locatie waaraan in de voorkeursrechtbeschikking een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functie en de
Pagina 3 van 6
functie niet is toegedacht in een gemeentelijke, een provinciale respectievelijk de nationale omgevingsvisie of een programma en niet is toegedeeld in een omgevingsplan. Op grond van artikel 9.4, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet vervalt een voorkeursrecht bij een voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onder c drie jaar na het ingaan ervan, tenzij voor dat tijdstip de functie waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd, is toegedacht in een omgevingsvisie of een programma of is toegedeeld in het omgevingsplan, Welke bezwaren zijn ingebracht Reclamant kan zich om de navolgende redenen niet vinden in het besluit: Vrijheid tot verkopen van het perceel tegen de huidige marktwaarde met een financieel nadelig gevolg. Verleggen van de bebouwde kom grens (rode lijn) heeft nadelige gevolgen voor de huidige agrarische bedrijfsvoering, waarin er beperkingen uit voortkomen. Toekomstige uitbreidingsplannen komen in het gedrang. Agrarische bestemming dient behouden te worden voor de huidige bedrijfsvoering. Emotionele schade als gevolg van het besluit.
Reclamant ziet door de beschikking zijn ambitie om op zijn gronden en in de gebouwen nog lang agrarische activiteiten te ontplooien en in de recent vernieuwde woning nog lang te wonen in rook opgaan. Wanneer de plannen voor woningbouw doorgaan zou dat het einde van zijn bedrijf betekenen. Met de vestiging maakt de gemeente inbreuk op (het ongestoord genieten van) het eigendomsrecht, waaronder te verkopen op een vrije markt en aan wie hij wil. Ondanks alle waarborgen in de procedure verwacht reclamant niet dat verplichte aanbieding bij één partij leidt tot een eerlijke marktprijs. Er wordt veel meer voorkeursrecht gevestigd dan feitelijk nodig is om het doel te halen. Verzocht wordt om af te zien van het vestigen van een voorkeursrecht op zijn perceel zodat hij het gebruik van zijn eigendom ongestoord kan voortzetten.
Welke vragen dient de commissie dient te beantwoorden Op grond van vaste rechtspraak, onder meer de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) van 25 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW3871, gaat het bij de vestiging van een voorkeursrecht om een discretionaire bevoegdheid van de raad. Het al dan niet uitoefenen van die bevoegdheid dient, indien aan de wettelijke voorwaarden voor de toepassing daarvan is voldaan, terughoudend te worden getoetst. De commissie merkt op dat ondanks dat ze begrip heeft voor de impact die het bestreden besluit voor reclamanten met zich brengt, zij alleen mag toetsen of de raad bij haar besluitvorming heeft voldaan aan de voorwaarden genoemd in de Omgevingswet.
Pagina 4 van 6