CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsadviescommissie 14 juni 2022, gemeente Roerdalen25.835 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Versterken van de lokale sociale basis Vanuit de in 2020 opgestelde negen regionale uitgangspunten voor samenwerking vormt met name het eerste uitgangspunt een belangrijke basisvoorwaarde voor het bereiken van onze ambities. In het eerste uitgangspunt staat beschreven dat elke gemeente zorgt voor een passend aanbod van voorliggende en algemene voorzieningen, die bijdragen aan het voorkomen van instroom van inwoners in maatschappelijke opvang en beschermd wonen voorzieningen en die duurzame uitstroom van deze groep uit deze voorzieningen bevorderen.

Regiovisie Meedoen en Wonen 2022-2026| 21

Dit uitgangspunt heeft er toe geleid dat in de samenwerkingsovereenkomst een afspraak is opgenomen over deze lokale sociale basis. Alle colleges dienen zorg te dragen voor: a. adequate, afdoende en passende (preventieve) voorzieningen en activiteiten voor onder meer werk/inkomen/schulden, maatschappelijke ondersteuning (met name individuele begeleiding, dagbesteding, vervoer en huishoudelijke hulp), jeugdhulp en wonen. Deze voorzieningen en activiteiten vormen samen de lokale sociale basis en zijn een aanvulling op de regionale voorzieningen voor BW, MO en B&P. b. het creëren van een lokale sociale basis om mogelijke maatschappelijke uitval en complexe problematiek vroegtijdig te signalen en om psychosociale- en psychische problemen te herkennen. Deze lokale sociale basis is nodig om proactief te kunnen handelen. Deze infrastructuur omvat ook de OGGz-taken, indien nodig inclusief specialistische ggz-expertise en/of ervaringsdeskundigheid. c. het gezamenlijk regionaal verwerven van zorg en ondersteuningsaanbod door aanbieders van voorzieningen voor BW, MO en B&P door de MGR. d. voldoende, goed gespreide, adequate en betaalbare (sociale) woonmogelijkheden in de eigen gemeente.

Deze verplichting kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden door middel van het maken van prestatieafspraken met woningcorporaties, zodat uitstroom uit voorzieningen van BW en MO geen of minder belemmeringen ondervindt. e. adequate toegang tot voorzieningen voor BW en MO in samenhang met de toegang tot begeleiding, jeugdhulp, werk/participatie en inkomensondersteuning. f. het zoveel mogelijk voorkomen van de noodzaak tot maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Andere onderdelen uit de NvO Andere onderdelen uit de NvO zijn ook opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst en/of uitgewerkt in deze visie: 1. we hebben afspraken gemaakt over de toegang tot voorzieningen: de lokale Wmoteams vormen de toegang tot BW en MO. Door het toepassen van het afwegingskader BW is een gelijke toegang tot deze zorg voor de hele regio gewaarborgd; 2. we werken volgens de beleidsregels Landelijke toegankelijkheid: de beste plek voor herstel is altijd doorslaggevend voor wat betreft de regio waar een cliënt geholpen wordt. Zodra het woonplaatsbeginsel voor BW wordt ingevoerd, zullen we daar gezamenlijk uitvoering aan geven. 3. via de gezamenlijke inkoop zorgen we door meerjarige contracten voor beschikbaarheid en continuïteit van zorgfuncties voor de kwetsbare inwoners in onze regio. Administratieve lasten worden daarbij zoveel mogelijk beperkt.

Voor meer informatie over de Norm voor Opdrachtgeverschap zie https://vng.nl/artikelen/norm-voor-opdrachtgeverschap-mo-bw-routekaart

Regiovisie Meedoen en Wonen 2022-2026| 22

3.2

MONITORING

Om te kunnen sturen op de regionale taken maatschappelijke opvang, beschermd wonen en bemoeizorg & OGGz-preventie is een regionale monitor opgesteld. In deze regionale monitor zijn ook de KPI’s opgenomen zoals afgesproken tijdens de inkoop van het beschermd wonen, de maatschappelijke opvang, bemoeizorg en preventie. De data die ten grondslag liggen aan de regionale monitor worden door ofwel de opdrachtnemer ofwel de gemeenten periodiek (wekelijks, per kwartaal of per half jaar) aangeleverd aan de MGR. De MGR is verantwoordelijk voor de oplevering van de regionale monitor. Het doel van de regionale monitor is enerzijds om te kunnen beoordelen of de prestaties door de gecontracteerde partijen conform afspraak geleverd zijn. Hierop wordt toegezien tijdens de accountgesprekken die viermaal per jaar plaatsvinden. Anderzijds wordt de informatie vanuit de regionale monitor geduid door beleid, uitvoering en bedrijfsvoering met als doel te bepalen of de ingezette activiteiten in lijn zijn met het beleid zoals vastgelegd in de regiovisie of dat op onderdelen (beleid, uitvoering en/of bedrijfsvoering) aanpassingen nodig zijn. Indien dat laatste aan de orde is, worden de aanpassingen door vertaald in de beleids- en/of ontwikkelagenda van de regio Noord- en Midden-Limburg. Hierover vindt communicatie plaats met de BC Wmo. 3.3

UITVOERING

Jaarlijks stellen de samenwerkende gemeenten een (meerjarige) beleidsagenda vast. Dat is het regionale uitvoeringsprogramma, waar voor het lopende jaar is aangegeven welke activiteiten op regionaal niveau worden ondernomen, om de ambities verder vorm te geven. De beleidsagenda vormt de input voor de regionale begroting. Bij het aanbieden van de regionale jaarrekening wordt ook verslag gedaan van de voortgang die dat jaar is gerealiseerd. Zo werken we stap voor stap aan onze visie, zodat alle kwetsbare inwoners van Noord- en Midden-Limburg zo zelfstandig mogelijk kunnen meedoen in de samenleving.

Regiovisie Meedoen en Wonen 2022-2026| 23

4 BIJLAGEN 4.1

TOELICHTING PROCES TOTSTANDKOMING REGIOVISIE

Tussen november 2020 en september 2021 zijn er diverse momenten georganiseerd waarop we het gesprek zijn aangegaan met organisaties die met de doelgroep beschermd wonen, maatschappelijke opvang, bemoeizorg of preventie in aanraking komen. Door corona zagen we ons genoodzaakt deze ontmoetingen digitaal vorm te geven, dat was een uitdaging. Tegelijkertijd merkten we dat de deelname aan de diverse sessies hoog was: we hebben digitaal veel mensen weten te betrekken. We hebben ervoor gekozen de verslagen van de bijeenkomsten niet op te nemen als bijlage, de verslagen zijn wel opvraagbaar. Al deze bijeenkomsten hebben gezamenlijk de input opgeleverd en draagvlak gecreëerd voor de totstandkoming van de herijkte regiovisie zoals deze nu voorligt. Hieronder een korte toelichting op de bijeenkomsten die zijn georganiseerd. Het voorliggend veld In deelsessies zijn drie thema’s verkend; Inclusie, Dicht bij huis, en Extramuraal. Marktconsultaties Voor ieder onderdeel van de aanbesteding (Preventie, Bemoeizorg, Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen) heeft er een marktconsultatie plaatsgevonden. Inspiratiesessies Daarna zijn alle maatschappelijk relevante partners uitgenodigd deel te nemen aan zes inspiratiesessies, eveneens vormgegeven rondom de pijlers Meedoen en Wonen. Los daarvan is er nog een inspiratiesessie met ervaringsdeskundigen georganiseerd.

Tevens is een enquête rondgestuurd waarin men de kans kreeg te reflecteren op de inspiratiesessies. Bijeenkomst Grenswerk In september 2021 is een bijeenkomst georganiseerd waar de eerste contouren van de regiovisie zijn gepresenteerd en men nogmaals in de gelegenheid werd gesteld te reageren en input te leveren.

Regiovisie Meedoen en Wonen 2022-2026| 24

Regiovisie Meedoen en Wonen 2022-2026| 25

4.2.

BESCHRIJVING VAN DE AMBITIES

1. Meer preventie Door bestaande sociale infrastructuren vaker in te zetten en beter te benutten willen we bereiken dat het steeds beter lukt er vroeg bij te zijn. Het stimuleert daarbij ook het zelforganiserend vermogen en de sociale netwerken van inwoners. Voorkomen is altijd beter dan genezen. Scholing en voorlichting We willen het bereik van de OGGZ-preventieactiviteiten vergroten door meer in te zetten op het scholen van intermediairs. Intermediairs zijn bijvoorbeeld leerkrachten, wijkteams, het welzijnswerk en vrijwilligers. Samenwerking Om de effectiviteit en vindbaarheid van OGGZ-preventieactiviteiten te vergroten willen we de samenwerking met de sociale basis verder versterken zodat er een dekkend aanbod ontstaat (zie verder ook onder de ambities bij punt 3: Samenwerking). Inzet ervaringsdeskundigen We willen meer gebruik maken van de kracht van ervaringsdeskundigen bij preventieactiviteiten die gericht zijn op herstel en zelfregie. Dit past in het concept van positieve gezondheid waarbij de nadruk niet ligt op de afwezigheid van ziekte maar op het vermogen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren (zie verder ook onder de ambities bij punt 4: Versterken inzet ervaringsdeskundigheid en cliëntenparticipatie).

Regionaal basispakket OGGZ-Preventie We streven naar één basispakket van OGGZ-preventieactiviteiten in de regio Noord- en Midden-Limburg waar alle inwoners gebruik van kunnen maken. Het basispakket richt zich ten minste op: kinderen van ouders met psychiatrische problemen of verslavingsproblemen, verslavingspreventie, veerkracht en weerbaarheid, herstelgericht werken en psycho-educatie. 2. Meer maatwerk bieden Inwoners met meervoudige complexe problemen fungeren (nog te) vaak als de contrastvloeistof die de zwakke plekken in systemen en sociale netwerken blootlegt. Hierdoor krijgen ze maar al te vaak te maken met de gevolgen van sociale uitsluiting. Met meer maatwerk bedoelen we overigens geen extra voorzieningen speciaal voor specifieke doelgroepen, maar vaker en meer via maatwerk gebruik maken van wat er al is. Via maatwerk participatie bevorderen

Regiovisie Meedoen en Wonen 2022-2026| 26

De mogelijkheden tot participatie voor kwetsbare inwoners willen we verder vergroten en normaliseren, door met elkaar het gesprek aan te gaan over aanpassingen die deelname van kwetsbare inwoners vergemakkelijkt en mogelijk maakt. Kwetsbare inwoners hebben de keuze uit een prikkelend en motiverend aanbod van participatie mogelijkheden, die aansluiten bij hun wensen en talenten. We streven naar een verbetering in de samenwerking tussen GGZ, maatschappelijke opvang, beschermd wonen en participatieconsulenten. Via maatwerk inclusie bevorderen Participatie en inclusie kunnen hand in hand gaan als we mogelijkheden bieden aan onze kwetsbare inwoners om ‘zo normaal als mogelijk’ mee te doen. Activeringsmogelijkheden die beschikbaar zijn voor alle inwoners willen we ook toegankelijk maken voor kwetsbare inwoners. Participatie en de begeleiding van activiteiten kunnen zijn ingericht aan de hand van onderwerp c.q. activiteit waar brede belangstelling voor bestaat en minder aan de hand van ‘doelgroep’, zodat de inclusiviteit bevorderd wordt. 3. Meer samenwerking De ervaring leert dat juist in complexere situaties samenwerking de sleutel is om te komen tot een passende maatwerkoplossing. De zwakke plekken in systemen oplossen, sociale netwerken versterken en het bevorderen van sociale inclusie is waar we als samenleving zorg voor dragen.

Om al onze ambities te realiseren is samenwerking onmisbaar. Ontwikkelen van netwerksamenwerking Ketensamenwerking willen we doorontwikkelen tot netwerksamenwerking. Deze netwerksamenwerking is op lokaal niveau gericht op het tijdig signaleren van (complexe) problematiek. Meer overstijgend is netwerksamenwerking gericht op kennisuitwisseling, afstemming en coördinatie. Gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de doelgroep Als diverse partijen – vanuit eigen expertise, maar toch – de gezamenlijke opdracht hebben kwetsbare inwoners te ondersteunen en zorg te bieden, dan kan het niet anders dan dat je daar ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor voelt. Deze houding verbetert de samenwerking en creëert ruimte voor oplossingen waar een breed draagvlak voor aanwezig is. 4. Versterken inzet ervaringsdeskundigen en cliëntparticipatie De mogelijkheid hebben ervaringen te delen en hierdoor meer ervaringskennis op te doen wordt alom gewaardeerd. De aanwezigheid van zelfhulpgroepen, herstelgerichte activiteiten en laagdrempelige ontmoetingsplekken draagt bij aan het herstel en de inclusie van inwoners met diverse uitdagingen en problemen. Regiovisie op inzet ervaringsdeskundigen

Regiovisie Meedoen en Wonen 2022-2026| 27

In onze regio zijn al steeds meer ervaringsdeskundigen actief. Zij zijn werkzaam in verschillende organisaties. Om versnippering van de inzet van ervaringsdeskundigen tegen te gaan stellen we onszelf ten doel een gezamenlijke visie te ontwikkelen op de inzet van ervaringdeskundigheid. Vanuit deze visie ontwikkelen we een gezamenlijke taal over de waarden van zelfregie en herstel. We weten hoe en waar we ervaringsdeskundigheid zo optimaal mogelijk kunnen inzetten en zoveel mogelijk inwoners kunnen bereiken. Ontwikkelen en opleiden De inzet van ervaringsdeskundigen kan binnen het brede sociale domein worden vergroot als er ook wordt geïnvesteerd in het opleiden van voldoende ervaringsdeskundigen waarmee aan de vraag kan worden voldaan. Dit kunnen we mogelijk maken met het scheppen van een klimaat waarin ervaringsdeskundigen zich gewaardeerd voelen en er voldoende plekken aanwezig zijn waar een ervaringsdeskundige zich kan ontwikkelen. Vergroten zichtbaarheid ervaringsdeskundigen Door ervaringsverhalen en daarmee de collectieve ervaringskennis zichtbaar en vindbaar te maken kan iedereen toegang krijgen tot deze kennisbron. Dit stimuleert het ontwikkelen van beleid. Inwoners en professionals kunnen inspiratie tot (verder) herstel en hoop putten uit de kennisoverdracht van ervaringsdeskundigen.

Versterken clientparticipatie Cliëntparticipatie willen we beter integreren in de bestaande infrastructuren van kennisoverdracht en beleidsontwikkeling. Om erachter te komen hoe cliënten de ondersteuning en zorg ervaren is het van belang de clientparticipatie onderdeel te laten zijn van overleg- en inspraakstructuren. 5. Door ontwikkelen van de opvang en beschermd wonen Kleinschalige ondersteuningsvormen in de regio Dakloosheid ontstaat midden in de samenleving. Daarom willen we de aanpak van dakloosheid ook midden in de samenleving positioneren. We streven naar een maatschappelijke opvang en locaties voor beschermd wonen die zodanig ingebed zijn in de sociale basisinfrastructuur dat mensen die er op enig moment gebruik van moeten maken, zich ook in die tijdelijke situatie thuis kunnen voelen en onderdeel blijven van de samenleving. Versterken van de toegang Het bieden van maatwerk start zodra iemand zich meldt voor toegang tot beschermd wonen of maatschappelijke opvang. De toegang organiseren we laagdrempelig en integraal in samenwerking met de aanbieders en de inwoner. Een integrale toegang kent twee functies: preventief en als feitelijke toegang tot de voorziening. Vooral de preventieve functie willen we in de komende periode versterken, waarbij de gemeente een steeds nadrukkelijkere rol krijgt. Hiermee bereiken we een verbetering in de dienstverlening en

Regiovisie Meedoen en Wonen 2022-2026| 28

weten we vaker opname in de opvang of beschermd wonen te voorkomen. We positioneren ketenregie zodanig in de regio dat de samenwerking, kennisoverdracht en dienstverlening optimaal aanwezig is. Verbeteren imago doelgroep Een belangrijk uitgangspunt van de pijler Wonen en thuis zijn in de wijk is onze wens dat alle inwoners zich welkom voelen in onze wijken en dorpen, ook kwetsbare inwoners. Om dit te bereiken is het nodig de acceptatie van mensen die gebruik maken van maatschappelijke opvang of beschermd wonen te versterken (zie ook de ambitie onder punt 7: Meer inzetten op veerkrachtige wijken). Aandacht voor bijzonder kwetsbare doelgroepen Onder de mensen die gebruik maken van maatschappelijke opvang of beschermd wonen bevinden zich ook inwoners die extra kwetsbaar zijn. Denk hierbij aan kinderen, jongeren, de LHBTIQ doelgroep, of mensen die vanwege huiselijk geweld de thuissituatie hebben moeten verlaten en een veilige plek nodig hebben. Ook voor hen hebben we een passend aanbod wat aansluit bij wat nodig is op dat moment. 6. Vergroten aanbod woonoplossingen Het aanbod van betaalbare woningen, met oog voor de draagkracht en draaglast in gemeenschappen, blijft ook in de komende jaren een aandachtspunt. Passend wonen Om duurzame uitstroom uit maatschappelijke opvang en beschermd wonen mogelijk te maken zijn voldoende, passende woningen nodig.

Zowel passend qua gemeente en locatie als passend qua bijvoorbeeld betaalbaarheid. Aanbieders en regiogemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het leggen van de verbinding tussen het huisvestingsvraagstuk van kwetsbare inwoners en het fysieke domein. We zetten ons hiervoor in door onder andere prestatieafspraken te maken met woningcorporaties. Daarbij kijken we ook naar lokale (proces-)oplossingen voor het huisvesten van (overlastgevende) zorgwekkende zorgmijders. Door ontwikkelen van het Transfer– en Matchingspunt In 2020 zijn we in de regio gestart met een Transferpunt Noord-Limburg en een Matchingspunt Midden-Limburg waar vraag en aanbod op het gebied van passende huisvesting en ondersteuning samenkomt. Hierin werken gemeenten, woningcorporaties, zorg- en welzijnsaanbieders samen om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. De komende jaren streven we naar uniformiteit in werkwijze van beide punten waarmee ook de beleidsinformatie wordt verbeterd. Daarnaast willen we de mogelijkheden onderzoeken om te verbreden in doelgroepen zodat we meer mensen kunnen voorzien van een passende woning en ondersteuning . Aandacht voor bijzondere woonwensen

Regiovisie Meedoen en Wonen 2022-2026| 29

We realiseren ons dat de huidige huisvestingsmogelijkheden niet altijd aansluiten bij wat inwoners nodig hebben. We herkennen bijvoorbeeld steeds meer inwoners die behoefte hebben aan prikkelarme huisvesting, voor hen is beschermd wonen ook niet altijd passend. Zij kunnen zich niet staande houden in de wijk en veroorzaken overlast. Via maatwerkoplossingen willen we ook voor deze inwoners een oplossing creëren. 7. Meer inzetten op veerkrachtige wijken Het opnieuw of weer gaan wonen van kwetsbare inwoners in de wijk of het dorp vraagt om een open houding tussen inwoners. Het denken in ‘wij’ en ‘zij die anders zijn’ gaat niet helpen om te komen tot de gewenste inclusieve samenleving. Ook van een wijk of dorp mag een inspanning verwacht worden. Nabuurschap Zorgaanbieders, ketenpartners en gemeenten dragen gezamenlijk de zorg voor een goede relatie met omwonenden. Op deze manier versterken we gezamenlijk de acceptatie van maatschappelijke opvang en beschermd wonen voorzieningen in wijken en dorpen. We willen bereiken dat alle inwoners welkom zijn in onze wijken en dorpen, ook kwetsbare inwoners (zie ook de ambitie onder punt 5: Verbeteren imago doelgroep). Dit betekent ook dat de kwetsbare inwoner zich als goede buur opstelt en dat de buurt zorgt voor een goede ontvangst.

Laagdrempelige ontmoetingsplekken De aanwezigheid van laagdrempelige ontmoetingsplekken in de sociale basis waar alle inwoners gebruik van kunnen maken bevordert de integratie en acceptatie van kwetsbare inwoners. We maken hierbij gebruik van best-practices die in de regio zijn ontstaan.

Regiovisie Meedoen en Wonen 2022-2026| 30

4.3

DOCUMENTATIE EN KERNPUNTEN OVERHEIDSBELEID

Hieronder vindt u de belangrijkste documentatie en de kernpunten van het overheidsbeleid. Meerjarenagenda beschermd wonen en maatschappelijke opvang https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/05/24/meerjarenagendabeschermd-wonen-en-maatschappelijke-opvang Van beschermd wonen naar een beschermd thuis https://vng.nl/publicaties/van-beschermd-wonen-naar-een-beschermd-thuis-rapport-ciedannenberg Beleidsdoelen vanuit de Brede Aanpak dak- en thuisloosheid (VWS, 2020) https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/06/03/kamerbrief-overeen-thuis-een-toekomst-de-aanpak-van-dak-en-thuisloosheid Iedereen onder een dak; website gelanceerd in navolging van de Brede Aanpak dak- en thuisloosheid https://www.iedereenondereendak.nl/aanpak-dakloosheid/vernieuwing-in-de-opvang Raad Volksgezondheid en Samenleving (RVS) Herstel begint met een huis https://www.raadrvs.nl/documenten/publicaties/2020/04/21/herstel-begint-met-eenhuis---dakloosheid-voorkomen-en-verminderen Taskforce Wonen en Zorg https://www.taskforcewonenzorg.nl/ Actieprogramma dak- en thuisloze jongeren https://www.16-27.nl/wonen/actieprogramma-dak-en-thuisloze-jongeren Landelijke aanpak 16-27 https://www.16-27.nl/integraal-samenwerken/wat-toekomstgericht-werken Maatwerk Participatiewet dak- en thuisloze jongeren https://www.divosa.nl/sites/default/files/nieuwsbericht_bestanden/20200922_factsheet

_maatwerk_participatiewet_dak-thuisloze_jongeren.pdf Kom uit je Schuld, Actieplan Brede Schuldenaanpak https://www.komuitjeschuld.nl/voor-professionals/samenwerkingsverbanden Landelijk convenant vroegsignalering schulden https://www.nvvk.nl/kennisbank-detail/2021/04/04/Landelijk-ConvenantVroegsignalering Normenkader en handleiding keurmerk “Veiligheid in de vrouwenopvang” https://keurmerkvrouwenopvang.nl/

Regiovisie Meedoen en Wonen 2022-2026| 31

Eindrapportage Lenferink over kinderen in de maatschappelijke – en vrouwenopvang https://vng.nl/sites/default/files/eindrapportage-lenferink_kinderen_in_de_opvang.pdf Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risicogestuurde zorg https://vng.nl/files/vng/201605_visiedocument_gefaseerde_ketensamenwerkingvogtlan der_van_arum_0.pdf Kwaliteitseisen Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang; handreiking voor gemeenten. https://vng.nl/nieuws/kwaliteitseisen-beschermd-wonen-en-opvang-handreiking VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap https://vng.nl/rubrieken/onderwerpen/iedereen-doet-mee

Regiovisie Meedoen en Wonen 2022-2026| 32

7 Bestemmingsplan 'Oprichten levensloopbestendige woning Roermondseweg ong. Posterholt' 1 Raadsvoorstel

± gemeente roerdalen .m. Raadsvoorstel Zaaknummer Onderwerp: Datum: Indiener agendapunt: Portefeuillehouder: Gevraagd besluit:

Bijlage(n):

Z21-020166 Bestemmingsplan 'Oprichten levensloopbestendige woning Roermondseweg ong. Posterholt' 9 mei 2022 College van Burgemeester en wethouders Roerdalen R.H.G. Slangen 1. het bestemmingsplan 'Oprichten levensloopbestendige woning Roermondseweg ong. Posterholt', getekend op de ondergrond met identificatienummer o_NL.IMRO.1669.PPHT2020ROERMONWG-VG01, vast te stellen conform het ontwerpbestemmingsplan NL.IMRO.1669.BPPHT2020ROERMONWG-OW01- zoals dat met ingang van 18 maart 2022 gedurende zes weken voor zienswijzen voor een ieder ter inzage heeft gelegen; 2. voor het plangebied geen exploitatieplan ex artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen. 1. raadsbesluit; 2. bestemmingsplan 'Oprichten levensloopbestendige woning Roermondseweg ong. Posterholt'.

Toelichting bij het raadsvoorstel

1.

Onderwerp

Het vaststellen van het bestemmingsplan 'Oprichten levensloopbestendige woning Roermondseweg ong. Posterholt'.

2.

Inleiding

Op 15 maart 2022 hebben wij ingestemd met het starten van de procedure ex artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening voor de bouw van één levensloopbestendige woning aan de Roermondseweg tussen de nrs. 54 en 60 te Posterholt. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vervolgens vanaf 18 maart 2022 zes weken voor zienswijzen ter inzage gelegen. Uw raad kan nu het bestemmingsplan vaststellen.

Pagina 1 van 5

111111111111111111111111111111111 IIII 111111111111111 IIIII IIII IIII

., gemeente roerdalen

3.

Beslispunten

De raad besluit: 1.

2.

4.

het bestemmingsplan 'Oprichten levensloopbestendige woning Roermondseweg ong. Posterholt', getekend op de ondergrond met identificatienummer o_NL.IMRO.1669.BPPHT2020ROERMONWG-VG01, vast te stellen conform het ontwerpbestemmingsplan - NL.IMRO.1669.BPPHT2020ROERMONWG-OW01- zoals dat met ingang van 18 maart 2022 gedurende zes weken voor zienswijzen voor een ieder ter inzage heeft gelegen; voor het plangebied geen exploitatieplan ex artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen.

Argumenten

1.1. Om het initiatief mogelijk te maken, is een herziening van het geldende bestemmingsplan 1° herziening Kernen Roerdalen' noodzakelijk. Initiatief Uw raad heeft op 7 juni 2018 het bestemmingsplan 'De Danek Posterholt' vastgesteld. In dit besluit heeft uw raad ons college de opdracht gegeven om in overleg te treden met de grondeigenaren over de toekenning van woningbouwtitels behorende bij het plangebied 'De Danek'. Destijds heeft één grondeigenaar er mee ingestemd om de twee bouwtitels, gelegen op zijn eigendom, te verplaatsen naar een inbreidings- dan wel herstructureringslocatie gelegen in de kernen van de gemeente Roerdalen. Eén bouwtitel wenst de grondeigenaar nu te verplaatsen naar het perceel kadastraal bekend Posterholt, sectie D, nr. 1858 en plaatselijk bekend als Roermondseweg ong. te Posterholt. In verband hiermee heeft hij het voorliggende bestemmingsplan laten opstellen. Plangebied Het plangebied omvat het perceel kadastraal bekend Posterholt, sectie D, nr. 1858 en plaatselijk gelegen tussen Roermondseweg nrs. 54 en 60.

t

Pagina 2 van 5

± gemeente roerdalen ,ii Toets geldend bestemmingsplan Het plangebied is gelegen in het geldende bestemmingsplan '1° herziening Kernen Roerdalen'. Ter plaatse geldt de bestemming artikel 3 'Agrarisch'. De voor agrarisch aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Wonen binnen deze bestemming is uitsluitend toegestaan in de vorm van een agrarische bedrijfswoning. Het voorliggende bouwplan voorziet in een levensloopbestendige grondgebonden burgerwoning. Het bouwplan is daarmee in strijd met het bestemmingsplan. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk. Bestemmingsplan 'Oprichten levensloopbestendige woning Roermondsweg ong. Posterholt' In het bestemmingsplan 'Oprichten levensloopbestendige woning Roermondseweg ong. Posterholt' zijn de strijdigheden opgeheven. Om de geplande woning te kunnen realiseren zijn aan het perceelnr. 1858 de bestemmingen 'Tuin' en 'Wonen' toegekend. Het voornemen wordt verder onderbouwd in het voorliggende bestemmingsplan. Op basis hiervan bestaan er geen bezwaren tegen het initiatief. LEGENDA Pangebied

".._.l oo-rs Roer moncsewe g rgenummerdPostertoef Enkelbestemm ng en

•) Dubbelbestemmingen •J

{3@:j .-as·7 Gebiedsaandu idingen

[ETETE] «+ -so+ Bouwvak ken

J-Plangebied en legenda bestemmingsplan

Bouwa andu idingen

[el -rMaatvoerng en

[1]

mum wol woon enhe

£ z: Verklar ng en

[] oso·orKwaliteitskader Roerdalen Op het bouwplan is het Kwaliteitskader Roerdalen van toepassing, zoals opgenomen in bijlage 2 van de 'Omgevingsvisie Roerdalen 2050'. Voor bouwplannen binnen de bebouwde kom is module 12: 'Woningen (incl. woningbouwcompensatie)' van toepassing. Dit betekent dat een financiële kwaliteitsbijdrage geleverd moet worden van € 35,-- per m' toe te voegen bouwvlak. In de voorliggende casus is echter bouwvlakoppervlakte vanuit het plangebied De Danek verlegd naar de Roermondseweg. Initiatiefnemer had in dit plangebied de mogelijkheid om twee woningen te bouwen. De bouwvlakoppervlakte bedroeg in totaal +/- 2.160 m2. Het geplande bouwvlak bedraagt +/-970 m'en is dus kleiner dan de 2.160 m?. Om deze reden hoeft er geen financiële

Pagina 3 van 5

±, gemeente roerdalen

ed kwaliteitsbijdrage geleverd te worden.

1.2. Er zijn tijdens de zienswijzenperiode geen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan ingediend. Het ontwerpbestemmingsplan 'Oprichten levensloopbestendige woning Roermondseweg ong. Posterholt' heeft vanaf 18 maart 2022 zes weken voor zienswijzen ter inzage gelegen, waarbij iedereen een zienswijze kon indienen. Tijdens deze termijn zijn geen zienswijzen binnengekomen. 2.1 Het kostenverhaal is anderszins verzekerd. Uit afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening volgt dat de gemeente de kosten, die gepaard gaan met een bouwplan, op de initiatiefnemer dient te verhalen middels een exploitatieplan of anterieure overeenkomst. Met initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst afgesloten. Aangezien kostenverhaal hiermee anderszins is verzekerd, is het vaststellen van een exploitatieplan door uw raad niet noodzakelijk. 5.

Kanttekeningen

1. Er kan planschade ontstaan door deze bestemmingsplanherziening. Ten behoeve van het risico op planschade is met de initiatiefnemer een overeenkomst gesloten. Eventuele toe te kennen planschadeclaims kunnen hiermee op hem worden afgewenteld. 6.

Financiën

1. Kosten opstellen bestemmingsplan. De gehele kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan inclusief de onderzoeken komen voor rekening van initiatiefnemer. 7.

Communicatie

De bekendmaking van het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan wordt geplaatst in het elektronisch Gemeenteblad, op de gemeentelijke website en in de plaatselijke kerkenblaadjes. De bijbehorende stukken liggen verder ter inzage bij de balie van het Servicepunt van de gemeente Roerdalen en zijn digitaal in te zien via www.ruimtelijkeplannen.nl en de gemeentelijke website. 8.

Planning en uitvoering

Het vaststellingsbesluit en de bijbehorende stukken zullen overeenkomstig de bekendmaking voor de duur van zes weken ter inzage liggen. Gedurende deze termijn bestaat voor belanghebbenden de mogelijkheid om beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Pagina 4 van 5

,. gemeente roerdalen

(hierna: Afdeling). Zij die beroep instellen, kunnen gedurende de genoemde termijn ook een verzoek om voorlopige voorziening indienen bij de voorzitter van de Afdeling. De dag na afloop van de beroepstermijn treedt het bestemmingsplan in werking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingediend bij de Afdeling. 9.

Privacy

Er worden geen persoonsgegevens verwerkt. 10. (Wettelijk en/of beleidsmatig) kader Het kader wordt gevormd door de Algemene wet bestuursrecht, de Wet ruimtelijke ordening, de 'Omgevingsvisie Roerdalen 2050', de 'Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021', het bestemmingsplan 'le herziening Kernen Roerdalen' en het facetbestemmingsplan 'Vervallen bestemmingsplanregeling huisvesting (buitenlandse) werknemers. 11. Bijlagen 1.

2.

raadsbesluit; bestemmingsplan 'Oprichten levensloopbestendige woning Roermondseweg ong. Posterholt' (regels, toelichting en verbeelding).

Sint Odiliënberg, 17 mei 2022 Burgemeester en wethouders van Roerdalen, De secretaris,

J.J.W.M. L'Ortije

Pagina 5 van 5

mr. M.D. de Boer-Beerta

1 Bijlage 1: raadsbesluit

Raadsbesluit

Jaar 2022/../..

Zaaknummer:Z21-020166 Onderwerp: Bestemmingsplan 'Oprichten levensloopbestendige woning Roermondseweg ong. Posterholt' De raad van de gemeente Roerdalen heeft; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 mei 2022, gelet op het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening; het volgende besluit genomen:

Besluit: 1.

2.

het bestemmingsplan 'Oprichten levensloopbestendige woning Roermondseweg ong. Posterholt', getekend op de ondergrond met identificatienummer o_NL.IMRO.1669.BPPHT2020ROERMONWG-VG01, vast te stellen conform het ontwerpbestemmingsplan - NL.IMRO.1669.BPPHT2020ROERMONWG-OW01 - zoals dat met ingang van 18 maart 2022 gedurende zes weken voor zienswijzen voor een ieder ter inzage heeft gelegen; voor het plangebied geen exploitatieplan ex artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 7 juli 2022. De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier,

De voorzitter,

R.J.J. Notermans

mr. M.D. de Boer-Beerta

Pagina 1 van 2

Pagina 2 van 2

1 Bijlage 2: toelichting

Bestemmingsplan “Oprichten levensloopbestendige woning Roermondseweg ongenummerd Posterholt”

Bestemmingsplan “Oprichten levensloopbestendige woning Roermondseweg ongenummerd Posterholt”

NL.IMRO.1669.BPPHT2020ROERMONWG-VG01

Bestemmingsplan “Oprichten levensloopbestendige woning Roermondseweg ongenummerd”

Opdrachtgever: Naam Correspondentieadres Postcode en Woonplaats

-

Kenmerk:

NL.IMRO.1669.BPPHT2020ROERMONWG-VG01

Opgesteld door Naam Adres Postcode en woonplaats Telefoon E-mailadres Datum

Arvalis Janssen, Huub Steegstraat 5 6041 EA Roermond 06-55720227 hjanssen@arvalis.nl 11 mei 2022

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING

3

1.1 1.2 1.3 1.4

3 3 4 4

Aanleiding en doel nieuw bestemmingsplan Ligging en begrenzing van het plangebied Bij het plan behorende stukken Leeswijzer

BELEIDSKADER

5

2.1

Rijksbeleid

5

2.1.1 2.1.2 2.1.3

5 5 6

2.2

2.3

2.4

Provinciaal beleid

7

2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4

7 9 12 12

Provinciale Omgevingsvisie Provinciale omgevingsverordening “hoofdstuk ruimte” Ontwerp Omgevingsverordening Limburg Conclusie provinciaal beleid

Regionaal beleid

13

2.3.1

13

Regionale Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018-2021

Gemeentelijk beleid 2.4.1 2.4.2 2.4.3 2.4.4

3

Nationale Omgevingsvisie Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking

13

Omgevingsvisie Roerdalen 2050 13 Vigerend bestemmingsplan 14 Beleidsregel compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen (2019) 14 Kwaliteitskader Roerdalen 15

OMGEVINGSASPECTEN

17

3.1

Milieuaspecten

17

3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.1.7

17 17 18 19 20 21 22

3.2

Besluit mer Bodem Wet geluidhinder Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Geur Externe veiligheid

Waterparagraaf

23

3.2.1 3.2.2

23 24

Provinciaal Waterplan Limburg Watertoets

3.3 3.4

3.5

3.6

4

24 25

3.4.1 3.4.2

25 25

Archeologie Cultuurhistorie

Ecologie

25

3.5.1 3.5.2 3.5.3 3.5.4

25 25 26 26

Ecologische Hoofdstructuur Gebiedsbescherming; Wet natuurbescherming/ Natura 2000 Soortenbescherming Wet natuurbescherming Bescherming bossen

Verkeer en parkeren

26

UITVOERBAARHEID

27

4.1

Economische uitvoerbaarheid

27

4.1.1 4.1.2

27 27

4.2

5

Kabels en leidingen Cultuurhistorie en archeologie

Exploitatieplan Planschade

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

28

JURIDISCHE TOELICHTING

29

5.1 5.2 5.3

29 29 29

Onderdelen bestemmingsplan Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels

Bijlagen: 1.Verkennend bodemonderzoek 2.Akoestisch onderzoek 3.Geurberekening 4a.Onderbouwing NOx en Aerius 4b.Bouwfase 4c.Gebruiksfase

1 INLEIDING 1.1

Aanleiding en doel nieuw bestemmingsplan

De initiatiefnemer van het voorliggende plan is voornemens een levensloopbestendige woning op te richten binnen de planlocatie Roermondseweg ongenummerd te Posterholt, kadastraal bekend als sectie D nummer 1858. Om het plan mogelijk te maken wordt één van de twee bouwtitels van De Donck ingezet. In het raadsbesluit behorende bij het bestemmingsplan 'De Donk Posterholt' is aan de verplaatsing van de bouwtitels als voorwaarde gesteld dat deze ingezet mogen worden op inbreidings- en herstructureringslocaties binnen de kernen van de gemeente Roerdalen.

Hierbij wordt gestreefd naar het toepassen van duurzame materialen en het toepassen van ‘nul op de meter’. Deze aspecten worden verwerkt in de t.z.t. aan te vragen omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen. Het betreft hier het wijzigen van een agrarische bestemming naar een woonbestemming, waarbij een bouwtitel vanuit het plangebied De Donck gebruikt kan worden binnen voorliggend plangebied. Door het schrappen van de woningbouwlocatie De Donck zijn mogelijkheden ontstaan op inbreidingslocaties in de kern Posterholt. Daarvan maakt het voorliggende planvoornemen gebruik. Om het bovenstaande initiatief mogelijk te maken moet het bestemmingsplan worden herzien. Op 10 juli 2019 is door de gemeente Roerdalen in principe medewerking verleend aan dit initiatief. Dit onder voorbehoud dat er aan enkele voorwaarden dien te worden voldaan. Dit zal blijken uit voorliggende toelichting. In het principebesluit staat dat het woningbouwinitiatief binnen drie jaar na onherroepelijk worden van het voorliggende bestemmingsplan gerealiseerd moet zijn. Daarom moet in de planregels een wijzigingsbevoegdheid opgenomen worden zodat het college, indien geen start is gemaakt met de bouw van de woningen, na drie jaar de bevoegdheid heeft om het van toepassing zijnde bouwvlak van de gronden te kunnen verwijderen.

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied

Het perceel ligt aan de Roermondseweg ongenummerd in het noorden van de kern van Posterholt. Kadastraal bekend als sectie D nummer 1858 met een oppervlakte van 1.860 m2. Het plangebied is nabij de Provincialeweg N293 gesitueerd. Middels deze weg wordt de locatie ontsloten richting Duitsland en Sint Odiliënberg. Rondom de locatie liggen naast bedrijfslocaties, woonbestemmingen tevens agrarische gronden.

3

Afbeelding 1, Topografische kaart

1.3

Bij het plan behorende stukken

Samen met de bijbehorende regels, bijlagen en verbeelding vormt deze toelichting het bestemmingsplan. De toelichting is opgesteld in overeenstemming met artikel 3.1.6. van het Bro. 1.4

Leeswijzer

Deze toelichting voorziet in de benodigde motivering van het planvoornemen. Aan bod komen de volgende aspecten: - Het actuele beleidskader, hoofdstuk 2; - Toetsing aan de verschillende omgevingsaspecten, hoofdstuk 3; - Uitvoerbaarheid van het plan, hoofdstuk 4; - Juridische toelichting, hoofdstuk 5.

4

2 BELEIDSKADER 2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en een gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: ▪

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

▪

Duurzaam economisch groeipotentieel;

▪

Sterke en gezonde steden en regio’s;

▪

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is groot, waardoor belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: - Combinaties van functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; - Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; - Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een toekomstbestendige ontwikkeling aan de rand van Posterholt en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. 2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Om de 13 nationale belangen door te laten werken in ruimtelijke plannen van lagere overheden is naast de SVIR op 30 december 2011 het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 is de eerste aanvulling bij het Barro vastgesteld. In het Barro zijn regels opgenomen waaraan de inhoud van ruimtelijke plannen moet voldoen. Het Barro omvat alle ruimtelijke Rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van ruimtelijke plannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale 5

landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke ruimtelijke plannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is door het Rijk vastgelegd dat de Provincie verantwoordelijk is voor de begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS, inmiddels door het Rijk Nationaal Natuurnetwerk genoemd) en begrenzing en bescherming van de EHS dient vast te leggen in een provinciale verordening. In Limburg is de EHS vastgelegd in de Goudgroene natuurzone. In paragraaf 5 van de omgevingsverordening Limburg 2014 wordt de begrenzing van de Goudgroene natuurzone bepaald en wordt invulling gegeven aan het beschermingsregime op basis van het Barro en de daarin verwoorde ‘Spelregels EHS’. Dit onderwerp is verder uitgewerkt in paragraaf 3.5.1. De besluiten kennen ook een beschermingszones en voorkeurstracés rondom buisleidingen van nationaal belang. In het eind november 2021 aangeboden Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat van de Rijksoverheid wordt de Delta Corridor aangeduid als project van Nationaal Belang.

Dit is een buisleidinginitiatief tussen de Rotterdamse haven, het Duitse achterland en Chemelot. Het voorliggende initiatief ligt in de nabijheid van de beschermingszones en voorkeurstracés, maar is niet gelegen in deze zones.

Afbeelding 2, Uitsnede tracé (ruimtelijke plannen)

In het plangebied werken geen regels vanuit het Barro rechtstreeks door en hoeft hiermee dan ook geen rekening te worden gehouden. 2.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Op grond van artikel 3.1.6, lid 2 Bro dient een toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.’

6

In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens vaste rechtspraak dat, in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. De onderhavige locatie is gelegen binnen de kern van Posterholt. Er vindt een wijziging plaats van een agrarische bestemming naar een woonbestemming. Aangezien de mogelijkheden voor woningontwikkeling op een andere locatie binnen Posterholt zijn verwijderd en het binnen deze locatie wordt toegevoegd, blijft het aantal bouwmogelijkheden gelijk.

Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor er geen laddertoets hoeft te worden uitgevoerd. 2.2

Provinciaal beleid

2.2.1

Provinciale Omgevingsvisie

Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten van Limburg de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld, met inachtneming van de aanvaarde amendementen. De Omgevingsvisie Limburg vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) en is via een interactief proces met overheden, semioverheden, belangenorganisaties en burgers opgesteld. De Omgevingsvisie Limburg is op 25 oktober 2021 in werking getreden. Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen.’ Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt na vaststelling van deze Omgevingsvisie, het huidige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014).’ De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. In de Omgevingsvisie Limburg wordt de richting voor de periode 2021 tot 2030-2050 geschetst. In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1.Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a.In stedelijk c.q.

bebouwd gebied; Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals

7

verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk. Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. b.In landelijk gebied; Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden. Dit is niet vanzelfsprekend. In het landelijk gebied ligt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadaptatie, de transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristischrecreatief (mede)gebruik, biodiversiteit, stikstof en (grond)waterkwaliteit belangrijke thema’s. 2.Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie; Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg. De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag.

In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. 3.Klimaatadaptieve en energietransitie; Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's. Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors. Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg.

Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving. De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: • Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; • Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor

8

een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen.

Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diversere wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied.

Onderhavige ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van een levensloopbestendige woning locatie een op inbreidings- en herstructureringslocaties binnen de kern Posterholt. Door het schrappen van de woningbouwlocatie De Donck zijn mogelijkheden ontstaan op inbreidingslocaties in de kern Posterholt. Daarvan maakt het voorliggende planvoornemen gebruik. Mede gelet op de regionale en gemeentelijke beleidskaders past het onderhavige initiatief binnen de ontwerp Provinciale Omgevingsvisie. 2.2.2

Provinciale omgevingsverordening “hoofdstuk ruimte”

Op 12 december 2014 is de Omgevingsverordening Limburg in werking getreden. In deze verordening is het provinciaal beleid nader uitgewerkt in regelgeving. Het hoofdstuk Ruimte van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is gebaseerd op artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In het hoofdstuk Ruimte van de Omgevingsverordening 2014 zijn voor een beperkt aantal onderdelen van het POL-beleid regels opgenomen. In het POL 2014 is een toelichting gegeven op de gemaakte keuzes voor de onderwerpen die in dit hoofdstuk zijn opgenomen. Daarnaast zijn regelingen opgenomen die naar de mening van het Rijk door de Provincies nader moeten, dan wel kunnen worden uitgewerkt in een provinciale ruimteverordening. 9

De ruimteverordening richt zich tot de gemeentebesturen. De instructies die in dit hoofdstuk staan moeten door de gemeentebesturen in acht worden genomen bij het opstellen van bestemmingsplannen en beheersverordeningen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. De ruimteverordening heeft dus geen rechtstreekse werking naar burgers en bedrijven, zoals dat voor de meeste andere hoofdstukken van de Omgevingsverordening 2014 wel het geval is. Omdat het hoofdstuk ruimte geen rechtstreekse doorwerking heeft is dit opgenomen onder het provinciaal beleid.

Afbeelding 3, Uitsnede provinciaal omgevingsverordening met milieubeschermingsgebieden

De volgende onderdelen uit de provinciale omgevingsverordening zijn van belang voor de gevraagde ontwikkeling; Bestuursafspraken regionale uitwerking Omgevingsvisie Limburg 2014 (onderdeel wonen); In de omgevingsverordening is in paragraaf 2.4.2, onder 2, vastgelegd dat een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg.

Het onderhavige plan voorziet per saldo niet in een toename van de planvoorraad aan woningen (zie tevens de toelichting onder de gewijzigde omgevingsverordening) . Derhalve wordt voldaan aan deze voorwaarde. Boringsvrije zone / Roerdalslenk II; Het is in het gebied Roerdalslenk verboden: a. Een boorput, een bodemenergiesysteem of een aardwarmtesysteem te maken of hebben of de grond te roeren, dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei;

10

b. Werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei kunnen aantasten. Wanneer er toch een boorput wordt gemaakt, een bodemenergiesysteem wordt aangelegd of de grond wordt geroerd dieper dan 30 m (Zone II) beneden maaiveld, dan dient dit 4 weken van tevoren te worden gemeld aan Gedeputeerde Staten. De uit te voeren bouw- en sloopwerkzaamheden vinden niet plaats dieper dan 30 m. Mocht in de toekomst dieper in de bodem gewerkt worden, dan dient ontheffing aangevraagd te worden. Gewijzigde omgevingsverordening Onlangs is de gewijzigde omgevingsverordening door de provincie vastgesteld. Als toevoeging op de rest van paragraaf 3.2.3 moet ook worden voldaan aan de verplichtingen uit het gewijzigde artikel 2.4.2. Deze staan hieronder opgesomd: 1. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. 2.

Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden Limburg. 3. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen. 4. Het derde lid is niet van toepassing indien: ▪

a. er sprake is van een door de gemeenteraad vastgestelde Structuurvisie Wonen ZuidLimburg; en

▪

b. het ruimtelijk plan voldoet aan het bepaalde in de vastgestelde Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg.

5. De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg respectievelijk de regio Midden-Limburg respectievelijk de regio Zuid-Limburg, dat betrekking heeft op het toevoegen van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen, bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid respectievelijk het tweede lid respectievelijk het vierde lid. 6. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat tevens een verantwoording van de bijdrage die met de vaststelling van dat ruimtelijk plan wordt geleverd aan de regionale opgave gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen. In dit kader zijn de leden 2, 5 en 6 van toepassing. De ontwikkeling aan de Roermondseweg ongenummerd sluit aan bij het gestelde in de gewijzigde omgevingsverordening. In de gewenste situatie is sprake van het oprichten van één woning welke eerst op De Donck werd voorzien. Door het schrappen van de woningbouwlocatie De Donck zijn mogelijkheden ontstaan op inbreidingslocaties in de kern Posterholt. Daarvan maakt het voorliggende planvoornemen gebruik. 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=64cabd62-c9b1-4acb-9551-1871f846c8e0