CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsadviescommissie 29 januari 2024, gemeente Roerdalen16.959 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

MER

te wijzigen conform de ontwerp-regeling.

Inleiding Op 1 juli 2022 is de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) in werking

getreden. Deze wetswijziging

heeft als belangrijkste doelstelling de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken. De aanpassing van de Wgr maakt het noodzakelijk om gemeenschappelijke regelingen aan te passen. Dit geldt ook voor de Gemeenschappelijke Regeling Servicecentrum

MER. De ontwerp

voorgelegd aan de gemeenteraden

regeling is in het najaar 2023 voor zienswijzen

van Maasgouw, Echt-Susteren en Roerdalen. Uw raad en ook

de andere twee gemeenteraden

hebben geen zienswijzen ingediend. Wij (en ook de colleges van regeling nu dan ook aan de raad voor, met het te verlenen voor het wijzigen van de GR.

Echt-Susteren en Maasgouw) leggen de ontwerp

verzoek om toestemming

Beslispunten Het college toestemming te wijzigen conform

te verlenen om de Gemeenschappelijke de ontwerp-regeling.

Regeling Servicecentrum

MER

gemeente

roerdalen

Argumenten

ingediend ln de raadsvergadering van 21 september 2023 heeft u besloten om geen zienswijzen in te dienen tegen de ontwerp Gemeenschappelijke Regeling Servicecentrum MER. De raden van Maasgouw en Echt-Susteren hebben ook geen zienswijzen ingediend. De ontwerp Gemeenschappelijke Regeling die nu voorligt is dan ook niet gewijzigd ten opzichte van de regeling die op 21 september 2023 aan u voor zienswijzen is voorgelegd. 1.1 Geen zienswijzen

1.2 Wettelijke verplichting om de raad om toestemming te vragen De gewijzigde Wgr (artikel lid 4 Wgr) voor, dat wij niet over gaan tot het treffen van een regeling dan nadat wij daarvoor toestemming hebben gekregen van uw raad. 1.3 Grondige voorbereiding

De aanpassing van de gemeenschappelijke regeling Servicecentrum MER kent een grondig besluitvormingsproces, waarbij het voorstel eerst voor zienswijzen aan de drie raden is voorgelegd en vervolgens wordt voorgelegd voor toestemming. De planning koerst op finale college besluitvorming in voorjaar 2024. De raden hebben geen zienswijzen ingediend. Nu ligt de regeling voor toestemming aan de raden voor.

Kanttekeningen Niet voldoen aan wettelijke verplichting wat betreftde inhoud Indien u geen toestemming geeft om de ontwerp GR SC MER te wijzigen, kunnen wij de GR niet wijzigen en voldoet deze regeling dus niet aan de wettelijke verplichtingen.

1.2 Onthouden toestemming Uw raad kan de toestemming alleen onthouden wegens strijd met het recht of strijd met het algemeen belang (art.1 lid 4 Van 'strijd met het recht' is sprake wanneer de gemeenschappelijke regeling in strijd is met (hoger) geschreven of ongeschreven recht. De grond 'strijd met het algemeen belang' is wat vager. Van een dergelijke strijd kan sprake zijn als er bijvoorbeeld onverantwoorde financiële risico's worden genomen, als uw raad vindt dat er teveel zeggenschap verloren gaat of wanneer blijkt dat niets of niet afdoende met de ingediende zienswijzen is gedaan.

Financiën

Voorliggend voorstel heeft geen financiële consequenties.

Communicatie Op dit moment nog niet van toepassing. de voorgeschreven wijze.

Pagina 2 van 4

Pas als de regeling is vastgesteld, volgt bekendmaking op

roerdalen

gemeente

Planning en uitvoering

Nadat uw raad besloten heeft over de toestemming, zal ons college het definitieve besluit tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling nemen. Nadat aIIe colleges besloten hebben, is de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Servicecentrum MER tot stand gekomen. In onderstaande tabel is het hele besluitvormingsproces

weergegeven.

Wanneer Instemmen

met wijzigingsvoorstel

Instemmen

met wijzigingsvoorstel

19 april 2023 AB

30 mei 2023

Instemmen met wijzigingsvoorstel en toezending wijzigingsvoorstel aan raden voor zienswijzen

Colleges

juni 2023

Informatiebijeenkomst raden Agendering raden zienswijzen Verwerking eventuele Inbrengen

Raden

C12-Q3 September/ oktober 2023 Niet van toepassing

zienswijzen Verwerking eventuele zienswijzen in wijzigingsvoorstel

Voorlopige collegebesluiten tot wijziging GR Toezending van voorlopige collegebesluiten en gewijzigde regeling aan raden voor toestemming Verlenen toestemming

Raden Raden Bijeenkomst 3 colleges afstemming Colleges Raden

Raden

Niet van toepassing

Q4 2023

Februari/maart 2024 05-03 E-S

Definitieve collegebesluiten tot wijziging

Colleges

Maart 2024

Privacy

Het verwerken van persoonsgegevens is bij dit voorstel niet aan de orde.

10. (Wettelijk

en/of beleidsmatig) kader

Het wettelijk kader wordt gevormd door de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Pagina 3 van 4

RD 29-

gemeente

11. Bijlagen

Ontwerp Gemeenschappelijke Concept-raadsbesluit

Regeling Servicecentrum

Sint Odiliënberg, 19 december 2023

Burgemeester

en wethouders van Roerdalen,

L'ortije

Pagina 4 van 4

MER

roerdalen

Gemeenschappelijke Regeling Servicecentrum MER 2023 De Colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Maasgouw, Echt-Susteren en Roerdalen, ieder voor zover het zijn eigen bevoegdheden betreft; overwegende dat de Gemeenteraden van de gemeenten Maasgouw, Echt-Susteren en Roerdalen op grond van artikel 1, leden 4 en 5 van de Wet gemeenschappelijke regelingen toestemming hebben verleend voor het wijzigen van deze Regeling door de Colleges van die gemeenten; overwegende de ontwikkeling van GR Servicecentrum MER, recente regelgeving en praktijkervaring; gelezen de uitkomsten van de zienswijzeprocedure; gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Archiefwet;

Besluiten De Gemeenschappelijke Regeling Servicecentrum Maasgouw, Echt-Susteren en Roerdalen te wijzigen en als volgt vast te stellen:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke Regeling wordt verstaan onder: a. Aanvullende dienstverlening: taken, activiteiten en projecten die niet in onder basistaken vallen. b. Basistaken: de (wettelijke) taken die Servicecentrum MER uitvoert en die alle Deelnemende gemeenten afnemen. c. Colleges: de Colleges van burgemeester en wethouders van de Deelnemende gemeenten. d. Deelnemende gemeenten: de gemeenten Maasgouw, Echt-Susteren en Roerdalen. e. De Regeling: Gemeenschappelijke Regeling Servicecentrum MER. f.

De Wet: Wet gemeenschappelijke regelingen.

g. Servicecentrum MER: Het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling. h. Taakvelden: Omgevingsdienst, Sociaal Domein en Bedrijfsvoering.

Servicecentrum MER, P.a. Nieuwe Markt 55, Echt Postbus 450, 6100 AL Echt

Artikel 2 Openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wet, met de naam Servicecentrum MER. 2. Servicecentrum MER is gevestigd in de gemeente Echt-Susteren.

Hoofdstuk 2 Belangen, uitgangspunten, taken en bevoegdheden Artikel 3 Belangen en uitgangspunten 1. Servicecentrum MER behartigt de gemeenschappelijke en afzonderlijke belangen van de Deelnemende gemeenten met name op de taakvelden Omgevingsdienst, Sociaal Domein en Bedrijfsvoering.

Artikel 4 Taken en bevoegdheden 1. Servicecentrum MER ontwikkelt voor de taakvelden Omgevingsdienst en Sociaal Domein het uitvoeringsbeleid en verricht op basis daarvan alle uitvoerende taken voor de Deelnemende gemeenten. 2. Servicecentrum MER ontwikkelt voor het taakveld Bedrijfsvoering het inhoudelijk (en uitvoerings) beleid voor de Deelnemende gemeenten en verricht op basis daarvan alle uitvoerende taken voor de Deelnemende gemeenten. 3. De Colleges van de Deelnemende gemeenten mandateren hun taken en bevoegdheden met betrekking tot de hiervoor genoemde taakvelden aan de bestuursorganen van het openbaar lichaam. 4. De Colleges kunnen besluiten nader te bepalen taken en bevoegdheden te delegeren aan de bestuursorganen van het openbaar lichaam. 5. Bij toepassing van het bepaalde in het voorgaande lid dienen de Colleges een unaniem besluit te nemen. 6. Zij kunnen over een voorgenomen delegatiebesluit de zienswijze van de Gemeenteraden van de Deelnemende gemeenten vragen. 7. De Colleges kunnen besluiten andere taken en bevoegdheden, dan die op basis van de in art 3 genoemde taakvelden, te mandateren aan de bestuursorganen van het openbaar lichaam. Zij kunnen over een dergelijk voorgenomen besluit de zienswijze van de Gemeenteraden vragen. 8. Voorts is Servicecentrum MER belast met: a. De afhandeling van klachten voor zover deze betrekking hebben op Servicecentrum MER. 2

b. Het bieden van ondersteuning aan de Colleges bij de behandeling van bezwaar- en beroepsschriften en in civiele procedures. De bevoegdheid tot het nemen van beslissingen op bezwaar wordt niet gemandateerd en blijft bij de Colleges berusten. 9. Het Dagelijks Bestuur kan besluiten dat Servicecentrum MER, middels een samenwerkingsovereenkomst en onder door het Dagelijks Bestuur te stellen voorwaarden, één van de in het eerste lid genoemde taken verricht ten behoeve van andere instanties of van buiten het verzorgingsgebied van deze Regeling gelegen gemeenten die daartoe een verzoek doen.

Artikel 4a Participatie 1.

Het Dagelijks Bestuur kan, in het kader van het in het voorgaande artikel bepaalde, nader regelen dat bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van beleid op grond van deze Regeling ingezetenen van de Deelnemende gemeenten en overige belanghebbenden kunnen worden betrokken.

2.

Bij de toepassing van het voorgaande lid is in beginsel afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het Dagelijks Bestuur anders heeft bepaald.

Hoofdstuk 3 Het Algemeen Bestuur Artikel 5 Samenstelling 1.

Het Algemeen Bestuur staat aan het hoofd van het samenwerkingsverband.

2.

Het Algemeen Bestuur bestaat uit de drie Colleges van de Deelnemende gemeenten.

3.

Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur eindigt op het tijdstip waarop de zittingsperiode van de Colleges afloopt.

4.

Het lidmaatschap eindigt tevens bij beëindiging van het lidmaatschap van het College waaruit het lid is aangewezen.

5.

Indien tussentijds een zetel van een lid van het Algemeen Bestuur vacant komt, wijst het College van de betreffende gemeente zo spoedig mogelijk een nieuw collegelid aan.

6.

Bij het bestaan van een vacature blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen.

Artikel 6 Werkwijze 1.

Het Algemeen Bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht of als de meerderheid van de Deelnemende gemeenten in het Algemeen Bestuur daarom vraagt onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen.

2.

In het Algemeen Bestuur heeft elk College één stem.

3

Het Algemeen Bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast.

Artikel 7 Taken en bevoegdheden 1.

Alle taken en bevoegdheden die in het kader van deze Regeling niet zijn opgedragen aan het Dagelijks Bestuur, behoren aan het Algemeen Bestuur.

2.

Tot de taken en bevoegdheden van het Algemeen Bestuur, als bedoeld in het eerste lid, behoren in ieder geval: a.

Het aanwijzen en zo nodig ontslaan van de leden van het Dagelijks Bestuur.

b.

Het instellen van een commissie, zoals vermeld in de artikelen 24, 24a en 25 van de Wet.

c.

Het vaststellen van de begroting en begrotingswijzigingen.

d.

Het vaststellen van de jaarrekening.

e.

Het besluiten tot de oprichting van of de deelneming in een privaatrechtelijke rechtspersoon. Het bepaalde in artikel 31a van de Wet is van toepassing.

f.

Het aanwijzen dan wel ontslaan van de accountant.

Hoofdstuk 4 Het Dagelijks Bestuur Artikel 8 Samenstelling 1.

Het Dagelijks Bestuur bestaat uit drie leden, één lid per College, waaronder de voorzitter.

2.

De leden van het Algemeen Bestuur wijzen uit hun midden één lid per deelnemend College aan om zitting te nemen in het Dagelijks Bestuur.

3.

Het lidmaatschap van het Dagelijks Bestuur eindigt op het tijdstip waarop de zittingsperiode van het College afloopt.

4.

De leden van het Dagelijks Bestuur blijven na het verstrijken van de in het derde lid bedoelde termijn hun functie waarnemen tot het tijdstip dat de nieuwe leden zijn aangewezen.

5.

Het lidmaatschap eindigt tevens bij beëindiging van het lidmaatschap van het College waaruit het lid is aangewezen.

6.

Bij het bestaan van een vacature blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen.

Artikel 9 Werkwijze 1.

Het Dagelijks Bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of een ander lid van het Dagelijks Bestuur dit nodig acht, zulks onder opgave van de te behandelen onderwerpen.

2.

Het Dagelijks Bestuur besluit bij consensus. Indien wordt geconstateerd dat geen consensus mogelijk is, besluit het Dagelijks Bestuur in een volgende vergadering bij meerderheid van stemmen. 4

3.

Het Dagelijks Bestuur kan de uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden opdragen aan een of meer leden van dat bestuur.

4.

De opgedragen bevoegdheid wordt uit naam en onder verantwoordelijkheid van het Dagelijks Bestuur uitgeoefend.

5.

Het Dagelijks Bestuur kan te dien aanzien alle aanwijzingen geven die het nodig acht.

6.

Het Dagelijks Bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast. Het brengt dit reglement ter kennis van het Algemeen Bestuur.

Artikel 10 Taken en bevoegdheden Dagelijks Bestuur 1.

Tot de taken en bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur behoren: a.

Het voorbereiden van al hetgeen aan het Algemeen Bestuur ter overweging en ter beslissing moet worden voorgelegd.

b.

Het uitvoeren van de besluiten van het Algemeen Bestuur.

c.

Het houden van toezicht op het functioneren van Servicecentrum MER.

Artikel 10a Evaluatie 1.

Het Dagelijks Bestuur draagt om de vier jaar zorg voor een evaluatie van de Regeling.

2.

Het Dagelijks Bestuur zal daartoe telkens een evaluatieplan voorstellen aan het Algemeen Bestuur. Het evaluatieplan heeft betrekking zowel op nut en noodzaak van het samenwerkingsverband als op het functioneren daarvan.

3.

Het Algemeen Bestuur kan de Gemeenteraden een zienswijze vragen met betrekking tot het ontwerp van een evaluatieplan.

Hoofdstuk 5 De voorzitter Artikel 11 Aanwijzing, taken en bevoegdheden 1.

De voorzitter is tevens voorzitter van het Algemeen Bestuur en van het Dagelijks Bestuur.

2.

De voorzitter wordt door het Algemeen Bestuur aangewezen uit de leden van het Algemeen Bestuur met in achtneming van artikel 8, eerste en tweede lid van de Regeling.

3.

Bij verhindering van de voorzitter wordt deze vervangen door een ander lid van het Dagelijks Bestuur aan te wijzen door het Algemeen Bestuur.

4.

De voorzitter tekent de stukken die van het Algemeen Bestuur of het Dagelijks Bestuur uitgaan, tenzij hij het tekenen van bepaalde stukken aan andere personen heeft opgedragen.

5.

De voorzitter vertegenwoordigt Servicecentrum MER in en buiten rechte. De voorzitter kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde. 5

Hoofdstuk 6 Inlichtingen en verantwoording Artikel 12 Informatieverschaffing 1.

De bestuursorganen van de Regeling leggen de actieve informatieverschaffing aan de Gemeenteraden, de Colleges en de individuele leden daarvan vast in een informatiereglement.

2.

3.

In dit reglement zullen in elk geval worden bepaald: a.

De momenten van informatieverschaffing.

b.

De onderwerpen van informatieverschaffing.

c.

De wijze van informatieverschaffing.

Het Algemeen Bestuur geeft de Gemeenteraden schriftelijk de door een of meer leden daarvan gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken daarvan in strijd is met het openbaar belang.

Artikel 13 Verantwoording leden Algemeen Bestuur 1.

Een lid van het Algemeen Bestuur kan door het College dat dit lid heeft aangewezen, ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.

2.

Een lid van het Algemeen Bestuur verstrekt aan het College dat dit lid heeft aangewezen, alsmede aan de betreffende Raad de door een of meer leden van dat College of Raad gevraagde inlichtingen. De verstrekking geschiedt mondeling of schriftelijk.

Artikel 14 Verantwoording Dagelijks Bestuur 1.

Het Dagelijks Bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het Algemeen Bestuur verantwoording schuldig over het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur.

2.

Het Dagelijks Bestuur geeft het Algemeen Bestuur alle inlichtingen die het Algemeen Bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

3.

Het Dagelijks Bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk geven het Algemeen Bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.

Artikel 15 Verantwoording voorzitter 1.

De voorzitter is aan het Algemeen Bestuur verantwoording schuldig over het door hem gevoerde bestuur.

2.

De voorzitter geeft het Algemeen Bestuur alle inlichtingen die het Algemeen Bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

6

3.

De voorzitter geeft het Algemeen Bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.

Hoofdstuk 7 Personeel en directie Artikel 16 Personeel 1.

Bij Servicecentrum MER is personeel werkzaam voor de uitvoering van de aan Servicecentrum MER opgedragen taken.

2.

Voor het personeel in dienst van Servicecentrum MER geldt vanaf 1 januari 2020 de Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO).

3.

Het Dagelijks Bestuur kan in verband met de rechtspositie van de personeelsleden zo nodig aanvullende regelingen vaststellen.

Artikel 17 Directeur 1.

Aan het hoofd van de ambtelijke organisatie van Servicecentrum MER staat een directeur.

2.

De directeur staat het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, de voorzitter en de door het bestuur ingestelde commissies terzijde bij de uitoefening van hun taak.

3.

De directeur is verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken van Servicecentrum MER en draagt zorg voor de kwaliteit van de organisatie.

4.

De directeur ondertekent mede alle stukken die van het Algemeen en Dagelijks Bestuur dan wel de Voorzitter uitgaan.

Hoofdstuk 8 Archief Artikel 18 Archief 1.

Het Dagelijks Bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van Servicecentrum MER overeenkomstig de Archiefwet en met in achtneming van het bepaalde in het Archiefbesluit.

2.

De directeur is belast met de bewaring van de archiefbescheiden als bedoeld in het vorige lid overeenkomstig de door het Dagelijks Bestuur vast te stellen nadere regels, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

3.

De, conform de Archiefwet aangewezen, archivaris is belast met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van Servicecentrum MER, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

4.

De archivaris brengt periodiek aan het Dagelijks Bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden die niet of nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 7

5.

Voor de bewaring van de op grond van de Archiefwet over te brengen archiefbescheiden is door het Dagelijks Bestuur een archiefbewaarplaats aangewezen.

6.

Bij ontbinding en liquidatie van deze Regeling worden de archiefbescheiden geplaatst in een door het Dagelijks Bestuur aan te wijzen archiefbewaarplaats.

Hoofdstuk 9 Begroting, jaarrekening en financiering Artikel 19 Financiën algemeen 1.

De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing voor zover daarvan bij of krachtens de Wet niet is afgeweken.

2.

Het Algemeen Bestuur stelt in dat kader de vereiste regelingen vast.

3.

De begroting en jaarrekening dienen te voldoen aan het bepaalde in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

Artikel 20 Kadernota: algemene financiële en beleidsmatige kaders Het Dagelijks Bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de kadernota met daarin de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de Gemeenteraden van de Deelnemende gemeenten.

Artikel 21 Begroting 1.

Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.

2.

Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden aan de Gemeenteraden van de Deelnemende gemeenten.

3.

De ontwerpbegroting wordt door de Colleges van de Deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en algemeen (digitaal) beschikbaar gesteld.

4.

De Gemeenteraden van de Deelnemende gemeenten kunnen bij het Dagelijks Bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. Het Dagelijks Bestuur voegt zijn oordeel over de ingediende zienswijzen toe aan de ontwerpbegroting.

5.

Na vaststelling van de begroting zendt het Algemeen Bestuur deze, zo nodig, aan de Gemeenteraden, die ter zake hun zienswijzen naar voren kunnen brengen bij gedeputeerde staten.

6.

Het bepaalde in dit artikel is voor wat betreft de procedurele gang van zaken van overeenkomstige toepassing op de besluiten tot wijziging van de begroting van Servicecentrum MER die financiële gevolgen hebben voor de begrotingen van de Deelnemende gemeenten. 8

Artikel 22 Jaarrekening 1.

Het Dagelijks Bestuur zendt de voorlopige jaarrekening vóór 30 april aan de Gemeenteraden.

2.

Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.

3.

Het Dagelijks Bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.

Artikel 23 Financiering 1.

De Deelnemende gemeenten betalen Servicecentrum MER voor te leveren dienstverlening conform hetgeen daarover is afgesproken. Servicecentrum MER brengt de integrale kosten voor de geleverde dienstverlening bij de Deelnemende gemeenten in rekening.

2.

Voorschotten voor de dienstverlening worden bij de aanvang van elk kwartaal door Servicecentrum MER aan de gemeenten gefactureerd. De basis hiervoor vormt de begroting van het betreffende jaar.

3.

Facturering van de aanvullende dienstverlening geschiedt achteraf.

4.

De deelnemers zullen er steeds voor zorgdragen dat Servicecentrum MER over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden en de eigen organisatie te kunnen voldoen.

5.

Indien het Algemeen Bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet.

6.

Alvorens het rekeningresultaat wordt bepaald, zal een her-calculatie plaatsvinden van de bij de Deelnemende gemeenten in rekening gebrachte bedragen. Uiteindelijk zal Servicecentrum MER niet meer en niet minder dan de werkelijke na-calculatorische kosten in rekening brengen.

Hoofdstuk 10 Toetreding, uittreding, wijziging en liquidatie Artikel 24 Toetreding 1.

Toetreding door het College van een andere gemeente vindt plaats indien alle Deelnemende Colleges hiermee instemmen, na verkregen toestemming van hun Gemeenteraden.

2.

Het Algemeen Bestuur brengt de gevolgen van een toetreding in beeld. Het kan hierover aan de Gemeenteraden van de Deelnemende gemeenten een zienswijze vragen.

3.

Het Algemeen Bestuur bepaalt de voorwaarden voor een toetreding in het toetredingsbesluit. Daarbij wordt ook de ingangsdatum van de toetreding bepaald.

9

Artikel 25 Uittreding 1.

Een deelnemend College kan pas na een deelname periode van ten minste vier jaren besluiten tot uittreding, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de Wet.

2.

Het betreffende College zendt, na verkregen toestemming van zijn gemeenteraad het voorgenomen besluit tot uittreding aan het Algemeen Bestuur. De procedure tot uittreding begint op de dag na ontvangst van het voorgenomen besluit.

3.

Het Algemeen Bestuur benoemt een arbitragecommissie met als samenstelling een lid namens het Algemeen Bestuur van het openbaar lichaam, een lid namens de uittredende deelnemer en een onafhankelijk voorzitter aan te zoeken door de twee overige leden van de commissie.

4.

De arbitragecommissie stelt een uittredingsarrangement op waarin de gevolgen van de uittreding worden beschreven. Tevens dient de implementatie van dit arrangement te worden beschreven. Daarvan maken in ieder geval deel uit:

5.

a.

De personele gevolgen.

b.

De gevolgen voor de huisvesting.

c.

De gevolgen voor externe verplichtingen (waaronder huurovereenkomsten).

d.

De gevolgen van de ontvlechting van ICT en data.

e.

De gevolgen voor de meerjarenbegroting, de reservepositie en voorzieningen en activa.

f.

Vermijding van frictiekosten.

g.

De kosten voor opstellen van het uittredingsarrangement.

h.

De wijze van afwikkeling van het arrangement.

De arbitragecommissie legt het arrangement uiterlijk binnen een jaar na het begin van de uittredingsprocedure voor aan het Algemeen Bestuur en het uittredend College.

6.

Het Algemeen Bestuur stelt het arrangement vast. Het Dagelijks Bestuur legt, met in achtneming van artikel 1, lid 4 van de Wet dit besluit voor instemming voor aan de Gemeenteraden van de Deelnemende gemeenten.

7.

De effectuering van het arrangement mag niet meer dan drie kalenderjaren duren.

8.

Het uittredend College dient het besluit van het Algemeen Bestuur over te nemen. Indien dat niet het geval is, vervalt het uittredingsvoornemen. Alle kosten die in het kader van voorgenomen besluit tot uittreding gemaakt zijn, komen dan voor rekening en risico van het betreffende College.

Artikel 26 Wijziging 1.

De Regeling inclusief taken en bevoegdheden kan worden uitgebreid/gewijzigd, indien de meerderheid van de Deelnemende gemeenten in het Algemeen Bestuur daarmee instemmen, na verkregen toestemming van alle Gemeenteraden. 10

2.

Het Algemeen Bestuur stelt een concept wijzigingsbesluit op waarin de gevolgen voor de deelnemers worden beschreven.

3.

Indien nodig kan het Algemeen Bestuur een arbitragecommissie instellen om de financiële gevolgen van een voorgenomen wijziging te beschrijven en een financieel overgangsvoorstel te doen.

4.

Een wijzigingsbesluit regelt de datum van inwerkingtreding met in achtneming van het bepaalde in artikel 26 van de Wet.

Artikel 27 Ontbinding en liquidatie 1.

De Regeling kan worden opgeheven bij een unaniem besluit van de Colleges van de Deelnemende gemeenten, na verkregen toestemming van de Gemeenteraden.

2.

In geval van opheffing stelt het Algemeen Bestuur een liquidatieplan vast, de Colleges van de Deelnemende gemeenten gehoord.

3.

Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing.

4.

Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen van de opheffing voor het personeel.

5.

Het Dagelijks Bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.

6.

De organen van de Regeling blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.

11

Hoofdstuk 11 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 28 Inwerkingtreding en duur 1.

De gewijzigde Regeling treedt met ingang van <

> in werking.

2.

Het College van de gemeente Echt-Susteren draagt zorg voor bekendmaking van de Regeling overeenkomstig het bepaalde in artikel 26 van de Wet.

Artikel 29 Onvoorziene gevallen In alle gevallen waarin deze Regeling of de Wet niet voorziet, beslist het Algemeen Bestuur.

Artikel 30 Titel Deze Regeling kan worden aangehaald als Gemeenschappelijke Regeling Servicecentrum MER.

Ondertekening:

12

Artikelsgewijze toelichting op Gemeenschappelijke regeling Servicecentrum MER Artikel 3, lid 1 De opname van de woorden “met name” geeft de kern van de taakstelling van de regeling aan. Het is echter mogelijk dat in de toekomst ook andere taakgebieden op- dan wel overgedragen kunnen worden aan het openbaar lichaam. Een eventuele bestuurlijke keuze in deze krijgt op deze wijze al een juridische basis. Zie hiervoor ook het zevende lid van dit artikel. Artikel 4, leden 1 en 2 Uit de tekst van het eerste lid blijkt dat de Regeling met name een uitvoeringsregeling is. Beleidsvoorbereiding blijft bij de Deelnemende gemeenten. In het tweede lid is echter bepaald dat op het taakveld Bedrijfsvoering ook beleidsontwikkeling van deze taakopdracht aan het openbaar lichaam mogelijk is. Deze keuze is met name ingegeven door efficiency en effectiviteit van de te nemen maatregelen. Deze hebben met name interne werking voor het openbaar lichaam en organisaties van de deelnemende gemeenten. Artikel 4, leden 3 t/m 6 In de tot nu toe geldende regeling is steeds uitgegaan van een mandaatverhouding tussen de deelnemende Colleges en de bestuursorganen van het openbaar lichaam. Op deze wijze wordt de bestuurlijke nabijheid en dus de lokale maat gegarandeerd.

In de praktijk blijkt echter dat op het taakveld Bedrijfsvoering de beleidsvorming heel goed op regelingniveau kan gebeuren zonder iets af te doen aan de lokale maat daarvan (bijvoorbeeld ICT, personeelszaken, huisvesting). Efficiency en effectiviteit in beleidsvoorbereiding, besluitvorming en uitvoering van dat beleid zijn voor dit taakveld essentieel. Gelet op het voorgaande is daarom in het vierde lid een “kan-bepaling” opgenomen dat op dit taakveld ook delegatie mogelijk kan zijn. Daarbij gaat de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid dus over naar het niveau van de bestuursorganen van de Regeling. In het vierde lid is deze delegatiemogelijkheid niet beperkt tot het taakveld Bedrijfsvoering. Uitbreiding naar andere taakvelden of onderdelen daarvan wordt hierdoor mogelijk. In het vijfde en zesde lid zijn daarom waarborgen opgenomen om deze keuzes zorgvuldig te laten verlopen (besluitvorming bij unanimiteit en een zienswijze procedure). 13

Artikel 4a Dit is de uitwerking van de participatie van belanghebbenden in het functioneren van de Regeling. Als gevolg hiervan wordt het democratisch gehalte van de voorbereiding en de uitvoering verhoogd. De toepassing van deze bepaling is ook flexibel geformuleerd door middel van de opdracht dat hiervoor een nadere regeling opgesteld dient te worden. Artikelen 5 t/m 10 en 11 Ofschoon het Algemeen Bestuur aan het hoofd staat van het openbaar lichaam, blijkt uit deze bepalingen dat het bestuurlijk zwaartepunt van het samenwerkingsverband als collegeregeling bij het Dagelijks Bestuur ligt. In die zin is ook hier sprake van verlengd lokaal bestuur. Artikel 10a De evaluatiebepaling is een direct gevolg van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Hier is gekozen voor een evaluatietermijn van vier jaar. Nader te bepalen is de startdatum van deze termijn. Het ligt in de reden dat dit vier jaar is vanaf de inwerkingtredingsdatum van de gewijzigde regeling. Zie hiervoor artikel 28 van de regeling. Het is van belang hier te wijzen op de strekking van deze bepaling (en in het verlengde daarvan het op te stellen evaluatieplan en de uitvoering daarvan): de principiële vraag naar nut en noodzaak van de samenwerking moet uitdrukkelijk aan de orde gesteld worden.

Artikel 12 Actieve informatieverschaffing is essentieel voor het transparant functioneren van het openbaar bestuur. Dit beginsel is ook recent neergelegd in de Wet open overheid (Woo). Zie met name Hoofdstuk 3 van de Woo. Om de toepassing van dit artikel en dus de Woo zo flexibel mogelijk te maken en te houden, is hier gekozen voor een nadere uitwerking in een informatiereglement. Door dit op deze wijze te doen kan worden bereikt dat de uitkomsten van de actieve openbaarheid snel verwerkt kunnen worden zonder dat de Regeling gewijzigd zou moeten worden. Artikel 18 Artikel 18 heeft betrekking op archiefbescheiden van Servicecentrum MER. De zorg voor de archiefbescheiden van de in artikel 4, lid 1-3 en 7, genoemde taken blijft berusten bij de deelnemende gemeenten.

14

Artikelen 19 t/m 22 Voor begroting en rekening sluiten deze bepalingen aan op het regime van de artikelen 34 e.v. van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Omdat deze wettelijke regelingen goed uitgewerkt zijn vergen die geen nadere uitwerking in de tekst van de Regeling. Artikel 25 De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen vereist een uitwerking van de procedure voor uittreding en de gevolgen daarvan. In de hier opgenomen uitwerking ligt de nadruk op het in gezamenlijk overleg op te stellen uittredingsarrangement (zie lid 4). De bedoeling hiervan is dat partijen in redelijkheid en billijkheid een evenwichtig akkoord kunnen bereiken over de financiële gevolgen van een uittreding.

15

Raadsbesluit

Jaar …./../..

Zaaknummer: Z23-036801 Onderwerp: Toestemming wijzigen Gemeenschappelijke Regeling Servicecentrum MER De raad van de gemeente Roerdalen heeft; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 december 2023, gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, het volgende besluit genomen:

Besluit: het college toestemming te verlenen om de Gemeenschappelijke Regeling Servicecentrum MER te wijzigen conform de ontwerp-regeling. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 29 februari 2024. De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier,

De voorzitter,

mr. M. Heijnens-Coenjaerts

mr. M.D. de Boer-Beerta

Pagina 1 van 1

_, gemeente roerdalen

Raadsvoorstel Zaaknummer Onderwerp:

Z23-040499 Wijziging Afvalstoffenverordening Roerdalen 2022

Datum: Indiener agendapunt: Portefeuillehouder: Gevraagd besluit:

12 december 2023 College van Burgemeester en wethouders Roerdalen A.C.A.G. Smits 1. De wijziging van de Afvalstoffenverordening Roerdalen 2022, eerste wijziging vast te stellen. • Bijlage 1: Afvalstoffenverordening Roerdalen 2022; • Bijlage 2: Raadsbesluit wijziging Afvalstoffenverordening Roerdalen 2022.

Bijlage(n):

Toelichting bij het raadsvoorstel

1.

Onderwerp

Wijziging Afvalstoffenverordening Roerdalen 2022. 2.

Inleiding

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft in maart 2021 een geactualiseerd model van de Afvalstoffenverordening naar de leden gestuurd. In 2021 is de Afvalstoffenverordening Roerdalen dan ook geüpdatet aan de hand van het geactualiseerde model van VNG (zie bijlage 1: Afvalstoffenverordening Roerdalen 2022). In verband met een aantal inhoudelijke wijzigingen en redactionele verbeteringen was het wenselijk om de Afvalstoffenverordening Roerdalen 2022 aan te passen. Uw college heeft op 12 december hierover al een positief besluit genomen. De gewijzigde artikelen zijn opgenomen in bijlage 2 'Raadsbesluit wijziging Afvalstoffenverordening Roerdalen 2022'.

Pagina 1 van 3 1111111111

_,_ gemeente roerdalen

3.

Beslispunten

De raad besluit: 1.

4.

De wijziging van de Afvalstoffenverordening Roerdalen 2022, eerste wijziging vast te stellen.

Argumenten

In de huidige Afvalstoffenverordening 2022 staan in artikel 7 de afvalstoffen vermeld welke door de gemeente afzonderlijk dienen te worden ingezameld. Deze lijst is volgens de huidige standaarden van de VNG niet meer compleet vandaar dat deze geactualiseerd moet worden. De nieuwe opgenomen tekst komt geheel overheen met de afvalstromen die wij als gemeente momenteel apart inzamelen. Dit dus in tegenstelling tot de oude tekst waarin een aantal stromen nog ontbraken. Verder is er in artikel 12 een extra paragraaf opgenomen zodat burgemeester en wethouders in het kader van educatie en/of maatschappelijk belang een uitzondering kunnen maken op het verbod om bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan de inzameldienst aan te bieden of over te dragen bij een inzamelplaats. Denk hierbij bijvoorbeeld aan GFT en PMD inzameling op scholen. Via de RD Maasland samenwerking bieden we scholen in onze gemeente de mogelijkheid aan om een lesprogramma af te nemen in het kader van afval scheiden. Kinderen leren hoe ze afval moeten scheiden waardoor scholen in plaats van alleen restafval ook stromen als GFT en PMD krijgen. Het college kan door het toevoegen van dit artikel een uitzondering maken zodat RD Maasland tijdens de huishoudelijke route inzameling het GFT en PMD van deze scholen meeneemt. 5.

Kanttekeningen

Op het moment dat uw raad besluit om niet in te stemmen met de wijziging van de Afvalstoffenverordening Roerdalen 2022 (eerste wijziging) dan zal de huidige Afvalstoffenverordening 2022 gemeente Roerdalen van kracht blijven. Deze zal dan op sommige punten niet meer actueel zijn.

6.

Financiën

Er zijn geen financiële consequenties aan het voorstel verbonden.

Pagina 2 van 3

± gemeente roerdalen d 7.

Communicatie

De wijziging van de Afvalstoffenverordening Roerdalen 2022 wordt na vaststelling door de raad bekendgemaakt in het elektronisch gemeenteblad.

8.

Planning en uitvoering

Na de raadsvergadering van 29 februari 2024 wordt het besluit gepubliceerd. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.

9.

Privacy

Er is geen sprake van de verwerking van persoonsgegevens.

10. Wettelijk en/of beleidsmatig) kader Op grond van artikel 10.23 van de Wet Milieubeheer zijn gemeenten verplicht een Afvalstoffenverordening op te stellen. De bevoegdheid tot het vaststellen van deze verordening ligt bij de gemeenteraad. 11. Bijlagen • •

Bijlage 1: Afvalstoffenverordening Roerdalen 2022; Bijlage 2: Raadsbesluit wijziging Afvalstoffenverordening Roerdalen 2022.

Sint Odiliënberg 12 december 2023,

.M. L'Ortije

Pagina 3 van 3

Lokale wet- en regelgeving

Afvalstoffenverordening Roerdalen 2022 Geldend van 02-03-2022 t/m heden

Intitulé Afvalstoffenverordening Roerdalen 2022 De raad van de gemeente Roerdalen heeft; gelet op de artikelen 10.23, 10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26 van de Wet milieubeheer; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 december 2021, het volgende besluit genomen: Besluit: 1.

De Afvalstoffenverordening Roerdalen 2020 in te trekken;

2.

De navolgende Afvalstoffenverordening Roerdalen 2022 vast te stellen.

§ 1. Algemeen

Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: •

inzamelmiddel: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, ten behoeve van een huishouden;

•

inzamelplaats: daartoe op grond van artikel 5 aangewezen plaats;

•

inzamelvoorziening: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats ten behoeve van meerdere huishoudens;

•

perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.

Artikel 2. Doelstelling De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen.

§ 2. Huishoudelijke afvalstoffen

Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst 1.

Burgemeester en wethouders wijzen de inzameldienst aan die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.

2.

Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet

3.

van toepassing. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt.

Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars 1.

2.

Het is anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar: a.

daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders;

b.

bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of

c.

verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer.

Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld in het eerste lid, onder a, is artikel 3, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats Burgemeester en wethouders dragen zorg voor ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval, achter te laten.

Artikel 6. Algemene verboden Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen: a.

ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid;

b.

over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of

c.

achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5.

Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling 1.

Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel.

2.

In ieder geval de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen worden afzonderlijk ingezameld: a.

bioafval;

b.

papier en karton;

c.

metaal;

d.

glas;

e.

textiel;

f.

kunststof verpakkingsmateriaal;

g.

gevaarlijke afvalstoffen;

h.

afgedankte elektrische en elektronische apparatuur;

i.

grof huishoudelijke afvalstromen.

Artikel 8. Gescheiden aanbieding 1.

2.

Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, anders dan afzonderlijk: a.

ter inzameling aan te bieden;

b.

achter te laten op een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5.

Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 9. Tijdstip van aanbieding Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door burgemeester en wethouders daartoe bepaalde dag en tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden vastgesteld.

Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding 1.

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouder te stellen regels over het gebruik van: a.

inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel;

b.

inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel.

2.

Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de bepaalde dag en tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan.

3.

Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.

§ 3. Bedrijfsafvalstoffen

Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst Burgemeester en wethouders kunnen bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen op grond van artikel 3, in gevallen waarin de voor deze inzameling krachtens Verordening reinigingsheffingen 2022 verschuldigde heffing is voldaan.

Artikel 12. Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 11 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden, of over te dragen, of bij een inzamelplaats, als bedoeld in artikel 5, achter te laten.

Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen 1.

Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen.

2.

Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het aanbieden, overdragen of achterlaten van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.

§ 4. Zwerfafval en overige

Artikel 14. Dumpingsverbod 1.

Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders, buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op:

3.

a.

het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening;

b.

het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan;

c.

het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;

d.

handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit.

Indien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel.

Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte 1.

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen.

2.

Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde.

3.

Het is verboden zwerfafval te veroorzaken door ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze anderszins te behandelen.

Artikel 15a. Ongeadresseerd drukwerk 1.

2.

In dit artikel wordt verstaan onder: •

huis-aan-huisblad: ongeadresseerd blad dat met een vaste frequentie gratis huis aan huis wordt verspreid in een geografisch beperkt gebied, waarvan tenminste 10% van de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen verspreidingsgebied, niet zijnde reclame;

•

ongeadresseerd reclamedrukwerk: reclamedrukwerk of proefmonsters van producten die gratis huis aan huis worden verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, niet zijnde: a.

een huis-aan-huisblad of andere informatie over werkzaamheden of activiteiten in de buurt die voor de bewoners of gebruikers van een woning, bedrijf of woonschip in die buurt van belang zijn om te weten;

b.

drukwerk van vrijwilligers of niet-commerciële organisaties.

Een huis-aan-huisblad mag worden bezorgd bij een perceel, tenzij de bewoner of gebruiker expliciet kenbaar heeft gemaakt geen prijs te stellen op het ontvangen ervan.

Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen

1.

Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting, van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval.

2.

Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen, die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd, binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting.

3.

De vorige leden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg 1.

Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten.

2.

Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt, of diens opdrachtgever, zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.

Artikel 18. Geen opslag van afval in de open lucht Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 van deze verordening aanbieden, achterlaten of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen.

Artikel 19. Ontdoen van autowrakken Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken.

§ 4a. Kadavers van gezelschapsdieren

Artikel 19a. Kadavers van gezelschapsdieren 1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gezelschapsdier verstaan: een dier dat de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, niet zijnde een hobby- of landbouwhuisdier.

2.

Burgemeester en wethouders wijzen een of meer verzamelplaatsen aan waar kadavers van gezelschapsdieren worden ingezameld.

3.

Van ingezamelde kadavers wordt aangifte gedaan bij Rendac Son B.V. De kadavers worden bewaard en overgedragen aan Rendac Son B.V. in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens artikel 3.1 van de Wet dieren.

4.

Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het gezelschapsdier dood is aangetroffen, geeft de houder van het kadaver dit af op een aangewezen verzamelplaats, bedoeld in het tweede lid.

5.

Tot het tijdstip van afgifte bewaart de houder het kadaver zodanig dat er geen vermenging is met ander materiaal.

6.

Het vierde lid is niet van toepassing op het kadaver dat wordt begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de houder van het kadaver of dat uiterlijk de eerste werkdag na overlijden wordt afgegeven aan een ondernemer die is erkend op grond van artikel 24, eerste lid, onder b, c of d, van de Verordening 1069/2009/EG.

§ 5. Handhaving en toezicht

Artikel 20. Strafbare feiten Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 4, 6,8 tot en met 10 en 12 tot en met 19a bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.

Artikel 21. Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.

§ 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 22. Wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet en overgangsrecht Op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt, wordt deze verordening gewijzigd als volgt: a.

in artikel 14, tweede lid, onder d, wordt “Waterwet” vervangen door “Omgevingswet”;

b.

in artikel 16 vervallen de aanduiding “1.” voor het eerste lid, en het tweede en derde lid;

c.

in artikel 18 vervalt “en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer” en na het slot van het artikel wordt toegevoegd “Het verbod geldt niet als voor de opslag van afvalstoffen een omgevingsvergunning is afgegeven.”;

d.

in artikel 19 wordt “anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken” vervangen door “anders dan door afgifte aan de houder van een omgevingsvergunning voor het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen”;

e.

in artikel 21 wordt na “Wet algemene bepalingen omgevingsrecht” ingevoegd “of artikel 18.6 van de Omgevingswet”.

Artikel 23. Intrekking oude verordening De Afvalstoffenverordening Roerdalen 2020 wordt ingetrokken.

Artikel 24. Inwerkingtreding en citeertitel. 1.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking.

2.

Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening Roerdalen 2022.

Ondertekening Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 3 februari 2022 De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier, R.J.J. Notermans De voorzitter,

mr. M.D. de Boer-Beerta

Ziet u een fout in deze regeling? Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl. Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl

Raadsbesluit

Jaar …./../..

Zaaknummer: Z23-040499 Onderwerp: Wijziging Afvalstoffenverordening Roerdalen 2022 De raad van de gemeente Roerdalen heeft; Gelet op het bepaalde in de Wet milieubeheer en gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 december 2023;

Besluit: vast te stellen de navolgende eerste wijziging van de Afvalstoffenverordening Roerdalen 2022. Leeswijzer: In de ‘nieuwe tekst’ zijn de wijzigingen dikgedrukt. Tekst welke wordt verwijderd is doorgehaald. Artikel I Wijzigingsverordening Afvalstoffenverordening 2022 gemeente Roerdalen. A. Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars

Nieuwe tekst Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars

1.Het is anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar:

1.Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar:

a. daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders;

a. daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders;

b. bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of

b. bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of

c. verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer.

c. verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer.

2.Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld in het eerste lid, onder a, is artikel 3, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

2.Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld in het eerste lid, onder a, is artikel 3, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

Pagina 1

B. Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling

Nieuwe tekst Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling

1.Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel.

1.Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel.

2.In ieder geval de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen worden afzonderlijk ingezameld:

2.In ieder geval de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen worden afzonderlijk ingezameld:

a. b. c. d. e. f.

bioafval; papier en karton; metaal; glas; textiel; kunststof verpakkingsmateriaal; g. gevaarlijke afvalstoffen; h. afgedankte elektrische en elektronische apparatuur; i. grof huishoudelijke afvalstromen.

Pagina 2

a. asbest en asbesthoudend afval; b. autobanden; c. bouw en sloopafval; d. (afgedankte) elektronische en elektronische apparatuur; e. glas; f groente, fruit en tuinafval etensresten; g. bioafval; g. grof huishoudelijke stromen; h. grof tuinafval; i. huishoudelijk restafval; j. klein chemisch en gevaarlijk afval; k. kunststof verpakkingsmateriaal samen met drankkartons en metalen verpakkingen (PMD); m. gevaarlijke afvalstoffen; l. metaal; m. papier en karton; n. textiel; o. verduurzaamd hout; p. vlakglas.

C. Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 12. Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 11 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden, of over te dragen, of bij een inzamelplaats, als bedoeld in artikel 5, achter te laten.

Nieuwe tekst Artikel 12. Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen 1.Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 11 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden of over te dragen, of bij een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5, achter te laten. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het houden van (pilot)projecten in het kader van afvalpreventie en afvalscheiding voor scholen, maatschappelijke organisaties, gemeenschapshuizen of (sport)verenigingen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod in het eerste lid inhouden.

II. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Wijziging Afvalstoffenverordening Roerdalen 2022, eerste wijziging”.

III. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 29 februari 2024.

De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier,

De voorzitter,

mr. M. Heijnens-Coenjaerts

mr. M.D. de Boer-Beerta

Pagina 3

Raadsbesluit

Jaar …./../..

Zaaknummer: Z23-040656 Onderwerp: Archiefverordening gemeente Roerdalen 2024 De raad van de gemeente Roerdalen heeft; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 december 2023, gelet op de artikelen 30, eerste lid en 32, tweede lid van de Archiefwet 1995 en de dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente Roerdalen als opdrachtgever en servicecentrum MER als opdrachtnemer het volgende besluit genomen:

Besluit: 1. De Archiefverordening gemeente Roerdalen 2018 in te trekken; 2. De navolgende Archiefverordening gemeente Roerdalen 2024 vast te stellen.

Artikel 1. Zorgplicht burgemeester en wethouders 1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het ontwikkelen en uitvoeren van het beleid in zake van de wettelijke taken en verantwoordelijkheden op grond van de Archiefwet 1995 en de interne regels ten behoeve van het beheer van archiefbescheiden van de gemeentelijke organen. 2. Burgemeester en wethouders dragen hierbij zorg voor de onderlinge samenhang met andere onderdelen van het gemeentelijk informatiebeleid en treffen daartoe de nodige maatregelen. Artikel 2. Taken gemeentearchivaris 1. In afwijking van artikel 32, tweede lid, van de Archiefwet 1995 is, onder de bevelen van burgemeester en wethouders, de gemeentearchivaris belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995 ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van de gemeentelijke organen die zich bevinden in de archiefruimte van de gemeente Roerdalen en die niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats voor blijvende bewaring. 2. De gemeentearchivaris brengt tweejaarlijks aan burgemeester en wethouders verslag uit over het beheer van de archiefbescheiden van de archiefbewaarplaats en de archiefbescheiden die hiernaartoe zijn overgebracht en over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de gemeentelijke organen die niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

Pagina 1 van 2

3. De gemeentearchivaris kan daarnaast op verzoek of op eigen initiatief, advies uitbrengen aan burgemeester en wethouders over het beheer van de archiefbescheiden die zich bevinden in de archiefruimte/archiefbewaarplaats van de gemeente Roerdalen en niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. Artikel 3. Verantwoording door burgemeester en wethouders Burgemeester en wethouders informeert de gemeenteraad tweejaarlijks over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden van de gemeentelijke organen. Zij voegen daarbij in ieder geval: a. het verslag van de gemeentearchivaris (of de verslagen, als de verslaglegging neerslag krijgt in meerdere, afzonderlijke verslagen), bedoeld in artikel 2, eerste lid; b. de op verzoek of eigen initiatief van de gemeentearchivaris aan hen uitgebrachte adviezen (zo die er zijn geweest in de periode waarop ook de verslaglegging betrekking heeft) en een voorstel voor de in het kader van de zorgplicht voor de archiefbescheiden te treffen maatregelen, zo nodig voorzien van een kostenraming; c. als er op te lossen knelpunten zijn, zal het onder b bedoelde voorstel neerkomen op een verbeterplan, dat gepaard kan gaan met een plan van aanpak. Als er aan de te treffen maatregelen extra kosten zijn verboden, dan zullen deze meegenomen moeten worden in de begrotingscyclus.

Hierdoor wordt de gemeenteraad in de gelegenheid gesteld burgemeester en wethouders te controleren ten aanzien van hun wettelijke zorgplicht. Ook wordt op deze wijze een cyclisch proces van beleidsvorming, begroting en financiering, uitvoering, controle en (financiële) verantwoording en bijstelling geborgd. Artikel 4. Intrekking oude verordening De Archiefverordening Roerdalen 2018, vastgesteld 1 november 2018, wordt ingetrokken. Artikel 5. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en heeft terugwerkende kracht op 1 januari 2024. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Archiefverordening Gemeente Roerdalen 2024. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 29 februari 2024. De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=69642acc-39e6-47f0-96ec-b816dafed2d4