Agendabundel
Tekst van het document
ri
Hoofdstraat
ri wh
40
1
29
de Hoven
25
g
roodwe
Hammer
30
klk
SPT
cai
ri
klk
wl
klk ri
SPT vb
vb klk
46
klk
ri
klk klk
klk
ri
48
straat klk
ri
klk
rijs
37
klk
ww klk
klk
straat
ri
SPT klk
Erep
41
16
bies Veld
51
klk
25
18
cai
23
klk
ri
38
klk
ri
27
Hoo
klk
ri
klk ri
klk
klk
53
28 klk
sve ld
klk
klk
ri
klk
klk ri
21
klk bk
14
35
27
23 ri
19
37
29
klk
klk klk
ri
29
26
t
traa
27
klk
21
32 klk
klk
klk
Kerkplein
29
ri
ri
ri
klk
17
29 27
34
24
et et
klk
anss
ierm
40
et klk
53
Dr.B
33
ri
40a klk
klk
klk
Akkerwinde
klk
19
cai
klk
22
dstra
klk
25
33
10
klk
klk
26
klk ri
51
vb
ri
21
20
31
41 37a
klk klk
2/TRAF ri
28
ri
klk
ww
13
ri
klk
39
klk
28
32
ri
jens
72 klk
Oort
70
klk ri
ri
klk
89
et
klk
klk klk
47
11
veld ri
91
klk
2
36
klk ri
7
klk
klk
weg
56 54
17
ri ri
52 50
Erepr
vb
klk
34
ri
68a
ri ri
4
klk
12
klk
straat
klk
ri
49 klk klk
3
10
8
Vijve
klk
rweg
2
12
klk
Kor
14
8-10a
et
3-3a
85
ri
klk
klk et cai
66
41
klk
44
ri
cai
enb
23
klk
22 18
ri
5 20
24
loem
8
20 14-14a
dre ef
10
16 12 10 22
ww
klk
79 klk
64
klk
43
klk klk
10
et
ri
8
klk
18
straat
2a
klk klk
2
klk
24
klk
62
klk ri
traat
22
ri klk
ri
5
klk
ri
klk ri
ri
8
klk
klk
15
klk
ri
klk
17
straat vb ww ri
7 5 3 klk
ri
ri
19
klk
16 14
ri
Muytertweg
klk
16
straat
18
ri
klk
Vijve
10
klk klk ri klk
rpad
klk
8
klk
30
ri
ri
vb
6
et
klk ri
cai
klk
13
straat klk
4 klk klk
cai cai
klk klk
rik
et
klk
klk straat vb
klk
11
2
klk
Wede
ri klk
klk
9
32
klk
5
12
ri
ww vb klk
3-3/CAFE
klk
klk
15
47
klk
ri
straat klk
klk
ri
24
vb klk
ri
klk vb
klk
3
17
Voetpad
2 LOOD
klk
cai
Schelling
23 21
19
klk et
klk
7
2
klk
Klink erstr
klk
klk
ri
1
1a 1 klk
17a
ri
25 60
bk
45
28
klk
3
ri
straat
6 klk klk klk
klk
49
7
ef
9-29
9
31
ri klk
1
Als aangewezen gebied, bedoeld in artikel 1 van de verordening BI-zone Bedrijventerreinen Roerdalen 2026 - 2030 geldt het op deze kaart rood gearceerde gedeelte. Behoort bij raadsbesluit van 2 juli 2025.
2/TRAF
ri
klk
Mor
ri
2 18 klk klk ri
vb klk
38
51
3
gens
ri
ri klk
terd
5
31
raat
20
klk klk
klk
33
3
Steegst
ri
klk
klk
35
cai
klk
straat
bk
klk
4
klk
klk
dre loem
klk
1
2 ri
ri
enb
klk
ri
klk
5
3
klk
ri
klk ri
11
Oortjensveld
ri
bk ri
klk
13
Kor
1-1a
klk
15
ri
reef
dwe svel tert Muy
15 13 11 9
7
83
rijs
klk
ri
1
aat
klk
9
klk
17b
4
12
cai
ri
19
7
klk
21
g
klk
d klk
24
5
klk
21
25
Oud Schoolpad
vb
vb ww
58
4 klk
ww klk
ri
klk
26
18a
2
4
klk
13 vb
klk
28
klk
vb
klk klk
48
klk klk
Dr.Biermanss traat
ri
et
rgweg
Molenbe
3
ri
klk
klk
5
18
20
svel
26 ri
14
ri
6-6c
ri
klk
klk
ri ri
ri
6
klk ri
klk ri
6
straat
Erep
Hoo
klk
1
vb klk ri
klk
klk
klk
Heikampweg
ri
3
klk
klk
8
klk
ri ri
klk
ri
klk
cai
14
klk
3
klk klk klk bk
2
10
1
12 klk
klk klk
klk klk
ww
1
46
6b-8e
Hoofds
cai
ri ri
klk straat
plaats ww pt vb
56
klk
klk
6
14
klk
4
16
81
cai
16
16
klk
ri
klk
ww
68
87
straat vb
24-24/SCHI
straat vb klk
klk
1
ri
et
20a
klk
klk
bk
Voetpad Oortjensveld
6
ri
18 klk
18
20
klk
straat vb
Muytertweg ri ri
27
20
klk
klk
ri
22
ri ri
16
Wed erik
Schaapsweg 20 6077 CG St. Odiliënberg tel. 0475-538888 Fax 0475-538899 De gemeente Roerdalen aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade die het gevolg is van het gebruik van deze tekening anders dan voor het doel waarvoor deze tekening is opgesteld.
Bijlage 1 behorende bij de verordening BI-zone Bedrijventerreinen Roerdalen 2026 - 2030 Proj. leider:
Formaat:
A3
Getekend:
Schaal:
1:10000
Datum:
30-04-2025
Zaak-/Projectnr:
Tekeningnr.
Bladnr:
Status:
1-1
GGGGGRIFFIE
GRIFFIE OPLEGVEL RAADSVOORSTEL Raadsvergadering:
2 juli 2025
Agendapunt:
6
Onderwerp:
Kennis te nemen van de ontwerpbegroting 2026 inclusief meerjarenperspectief 2027-2029 van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (GR RUD LN)
Commissiebehandeling Raadsadviescommissie:
10 juni 2025
Fracties afwezig bij commissiebehandeling:
n.v.t.
Advies commissie: 1. Onderwerp rijp voor behandeling in gemeenteraad
Ja
2. Wijze van agendering voor de raad
Hamerstuk
Inhoudelijk commissieadvies: Blijkens het raadsvoorstel stelt het raadspresidium de gemeenteraad voor: Kennis te nemen van de ontwerpbegroting 2026 inclusief meerjarenperspectief 2027-2029 van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (GR RUD LN) De fracties van het CDA, Democraten Roerdalen, Ons Roerdalen, PvdA-GroenLinks en Roerstreek Lokaal! adviseren positief over het raadsvoorstel. Bijzonderheden (indien van toepassing): n.v.t.
Pagina 1
gemeente roerdalen Raadsvoorstel Onderwerp:
Gemeenschappelijke Regeling Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) LN
Indiener agendapunt: Portefeuillehouder: Contactpersoon: Gevraagd besluit:
Raadspresidium R. Slangen M. Heijnens-Coenjaerts (raadsgriffier) Kennis te nemen van de ontwerpbegroting 2026 inclusief meerjarenperspectief 2027-2029 GR RUD LN • Aanbiedingsbrief ontwerpbegroting 2026 inclusief meerjarenperspectief 2027-2029; • ontwerpbegroting 2026 inclusief meerjarenperspectief 20272029; • Verzoek om inhoudelijk advies aan het college van Ben W Roerdalen 24 april 2025
Bijlage(n):
Bijlage(n) ter inzage:
Inleiding, aanleiding en doelstelling
De gemeente Roerdalen participeert in de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) LN. Bij brief van 23 april 2025 heeft het Dagelijks Bestuur van de GR Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) de ontwerpbegroting 2026 inclusief meerjarenperspectief 2027-2029 voorgelegd aan de gemeenteraad. Het Dagelijks Bestuur stelt daarbij uw gemeenteraad in de gelegenheid om een of meerdere zienswijze(n) ten aanzien van de ontwerpbegroting 2026 inclusief meerjarenperspectief 2027-2029 kenbaar te maken. Verzocht wordt uiterlijk 28 augustus 2025 aan het betreffende verzoek te voldoen, zodat het Algemeen Bestuur in haar vergadering van 11 september 2025 hierover een besluit neemt. Alvorens de gemeenteraad besluit tot het al dan niet kenbaar maken van een of meerdere zienswijze(n) is het college van burgemeester en wethouders, bij brief van 24 april 2025, verzocht om een inhoudelijk advies uit te brengen over de voorgelegde ontwerpbegroting 2026 inclusief meerjarenperspectief 2027-2029.
Bevoegdheid
De onderhavige bevoegd- en verantwoordelijkheid om zienswijze(n) in te dienen vloeit voort uit artikel 59 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) en het bepaalde in artikel 28 van de GR Regionale Uitvoeringsdienst (RUD).
Pagina 1
gemeente roerdalen Reden besluit
Het besluit geeft invulling aan de wettelijke bevoegdheid om als gemeenteraad, ten aanzien van de voorgelegde ontwerpbegroting 2026 inclusief meerjarenperspectief 2027-2029, aan het Algemeen Bestuur van de GR al dan niet zienswijzen kenbaar te maken.
Gevraagd besluit 1. Kennis te nemen van de ontwerpbegroting 2026 inclusief meerjarenperspectief 2027-2029.
Het concept besluit zal mogelijk nog worden gecompleteerd met een of meerdere zienswijze(n), zo het college van burgemeester en wethouders de gemeenteraad daartoe adviseert.
Risico's
Indien u geen opmerkingen over de voorgelegde ontwerpbegroting 2026 inclusief meerjarenperspectief 2027-2029 heeft en het college van burgemeester en wethouders geen aanleiding ziet te adviseren een of meerdere zienswijze(n) kenbaar te maken, kunt u volstaan met kennis hiervan te nemen. Mocht u daarentegen het niet eens zijn met het bij de raadsbehandeling voorliggende concept besluit, dan kunt u middels het indienen van een amendement voorstellen om het voorliggende concept besluit te wijzigen.
Toelichting
De Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) LN is een van de gemeenschappelijke regelingen waaraan de gemeente Roerdalen deelneemt. Voor wat betreft de ontwerpbegroting 2026 inclusief meerjarenperspectief 2027-2029 is in artikel 59 van de Wet gemeenschappelijke regelingen geregeld dat het Dagelijks Bestuur een ontwerpbegroting twaalf weken, voordat zij aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden, toezendt aan de raden van de deelnemende gemeenten om eventuele zienswijze(n) kenbaar te maken. De gemeenteraad wordt verzocht om uiterlijk 28 augustus 2025 eventuele zienswijze(n) kenbaar te maken. Het college van burgemeester en wethouders is bij brief van 24 april 2025 verzocht om een advies uit te brengen over de ontwerpbegroting 2026 inclusief meerjarenperspectief 2027-2029 Er wordt van uitgegaan dat het college in ieder geval vóór de raadsbehandeling van 2 juli 2025 advies aan de raad zal afgegeven.
Middelen
Het onderhavige voorstel, in het kader van de zienswijzeprocedure, heeft als zodanig geen begrotingstechnische invloed. Het besluit van het Algemeen Bestuur van de GR RUD LN over de
Pagina 2
,~ .'1
~:.~/ ~~
.. ;..
., .
gemeente roerdalen
ontwerpbegroting 2026 inclusief meerjarenperspectief 2027-2029 kan dat daarentegen wel hebben. Uiteraard is dat afhankelijk van het door het Algemeen Bestuur te nemen besluit.
Planning en uitvoering
n.v.t.
Evaluatie
n.v.t.
Communicatie en participatie
n.v.t.
Sint Odiliënberg, 12 mei 2025 Raadspresidium gemeente Roerdalen, De griffier,
{2:Zf~ mr. M. Heijnens-Coenjaerts
Pagina 3
mr. M.D. de Boer-Beerta
Raadsbesluit
Jaar 2025/07/02/06
Onderwerp: Kennis te nemen van de ontwerpbegroting 2026 inclusief meerjarenperspectief 2027-2029 van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (GR RUD LN) De raad van de gemeente Roerdalen heeft, gezien het voorstel van het Raadspresidium van 12 mei 2025, gelet op de wet Gemeenschappelijke Regeling RUD LN, gelet op artikel 28 van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) LN, gelet op het advies van het college van burgemeester en wethouders van 24-6-2025 het volgende besluit genomen:
Besluit: Kennis te nemen van de ontwerpbegroting 2026 inclusief meerjarenperspectief 2027-2029 van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) LN Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 2 juli 2025 De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier,
De voorzitter,
mr. M. Heijnens-Coenjaerts
ing. J.M.A. van Agtmaal
Pagina 1 van 1
Aan:
Gemeenteraden van Beesel, Bergen, Echt-Susteren, Gennep, Horst aan de Maas, Leudal, Maasgouw Mook en Middelaar, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond , Venlo, Venray, Weert en Provinciale Staten van de Provincie Limburg. Markt 31
Kopie: colleges van deze gemeenten en Provincie Limburg.
Postbus 900, 6040 AX Roermond Telefoon (0475)-359999 E-mail info@rudlimburgnoord.nl Internet www.rudlimburgnoord.nl
Van:
Dagelijks Bestuur RUD Limburg Noord
Datum
23-04-2025
Behandeld door
G. Sluijter
Ons kenmerk
B 2025-03
Datum uw brief
--
Uw kenmerk
--
Onderwerp
Aanbieding ontwerpbegroting 2026 inclusief meerjarenraming 2027-2029 RUD Limburg Noord en verzoek tot zienswijze
Geachte leden van de gemeenteraad en Provinciale Staten, Namens het Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUD LN) bieden wij u bijgaand de ontwerpbegroting 2026 inclusief meerjarenperspectief 2027-2029 van de RUD LN aan. In de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is bepaald dat uiterlijk 30 april het Dagelijks Bestuur de algemene financiële en beleidsmatige uitgangspunten aan de raden stuurt. In december 2024 is middels de kadernota 2026 aangekondigd dat de belangrijkste prioriteit voor de komende jaren de transformatie tot een robuuste Omgevingsdienst is. Teneinde niet vooruit te lopen op de uitwerkingen is dan ook besloten nu nog een (nagenoeg) beleidsarme begroting op te stellen, gebaseerd op begroting 2025. In de begroting is deels
rekening gehouden met actuele ontwikkelingen vanuit de “going concern” en het project naar de doorontwikkeling tot een robuuste Omgevingsdienst (OD NML). Op grond van de nieuwe Wgr hebben deelnemers 12 weken de tijd om een zienswijze in te dienen. Wij verzoeken u zo spoedig mogelijk een zienswijze op de ontwerpbegroting 2026 te geven en deze kenbaar te maken, opdat wij uw zienswijze in onze vergadering van het Dagelijks Bestuur op 28 augustus 2025 kunnen beoordelen en de begroting tijdig ter besluitvorming aan het Algemeen Bestuur op 11 september 2025 kunnen aanbieden. U kunt uw zienswijze richten aan de RUD LN: info@rudlimburgnoord.nl Toekomstige ontwikkeling In 2026 vindt een belangrijke transitie plaats, waarbij de huidige organisatie per 1 april 2026 zal overgaan in de nieuwe Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg (OD NML), passend binnen de landelijke robuustheidseisen. Er wordt gewerkt aan de verdere uitwerking en een financieel plan
voor de Robuuste Omgevingsdienst. Nadat dit helder is wordt er een voorstel tot een gewijzigde meerjarenbegroting voorgelegd gevolgd door de formele zienswijze procedure bij u. Wij vertrouwen erop u met deze brief voldoende te hebben geïnformeerd. Een kopie van deze raadsbrief wordt ter kennisgeving naar uw college gestuurd.
Hoogachtend, Namens het Dagelijks Bestuur van de RUD LN,
R.J.H. (Raymond) Vlecken
N (Nini) Bos
Vice-voorzitter AB/DB RUD LN
Secretaris RUD LN
Bijlage 1: Ontwerpbegroting 2026 inclusief meerjarenraming 2027-2029 GR RUD LN
Begroting 2026 Inclusief meerjarenraming 2027-2029 GR RUD Limburg Noord
Datum: 10 april 2024 Versie: 1.0
Inhoudsopgave Voorwoord
2
1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Bestuurlijke organisatie 1.3 Leeswijzer
4 4 4 4
2 Programmabegroting 2.1 Programmabegroting 2.2 Wat willen we bereiken? 2.3 Wat gaan we doen?
5 5 5 6
Opdracht en werkwijze Organisatorische ontwikkelingen en opgaven Landelijke ontwikkelingen en opgaven Vakinhoudelijke ontwikkelingen en opgaven Ontwikkelingen en opgaven in de bedrijfsvoering
2.4 Wat mag het kosten?
6 7 9 9 11
11
3 Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.2 Financiering 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.4 Bedrijfsvoering
13 13 15 17 17
4 Financiële begroting 2026 4.1 Balans inclusief toelichting Overzicht van baten en lasten Overzicht van incidentele baten en lasten Overzicht van reserves en voorzieningen
20 20 22 27 28
Bijlage 1 Bijdrage per deelnemer
30
Bijlage 2 geactualiseerde risico-inventarisatie
33
Bijlage 3 Berekening kengetallen
35
1
Voorwoord Algemeen Voor u ligt de begroting 2026 van de Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUD LN). De RUD LN is één van de inmiddels 28 Omgevingsdiensten die Nederland heeft. Namens haar 16 deelnemers is de omgevingsdienst belast met de uitvoering van taken voor vergunningverlening, toezicht en handhaving, gericht op een schone, veilige en gezonde leefomgeving. Activiteiten die het leefmilieu belasten kunnen langdurige effecten op onze gezondheid hebben en zijn daarom aan regels gebonden. Er wordt gecontroleerd of deze regels in de praktijk worden nagekomen en desnoods wordt er samen met bevoegd gezag corrigerend opgetreden (handhaving). We moeten inspelen op maatschappelijke (milieu) ontwikkelingen die extra aandacht vragen zoals: energiebesparing, ZZS (zeer zorgwekkende stoffen), waterkwaliteit, digitalisering e.d. Regionale ambities kunnen ook om een rol van de omgevingsdienst vragen. De RUD Limburg-Noord krijgt steeds meer met deze overkoepelende en complexe milieuvraagstukken te maken en treedt hierin op als deskundig adviseur vanuit de uitvoering van de VTH-taken. Ontwikkelingen Alle omgevingsdiensten moeten per 1 april 2026 voldoen aan landelijke robuustheid criteria.
Het Algemeen Bestuur (AB) van de RUD Limburg Noord heeft op 17 oktober 2024 met de vaststelling van de opdracht voor de projectorganisatie besloten om onze regionale uitvoeringsdienst om te bouwen tot een robuuste omgevingsdienst die voldoet aan de landelijke criteria. De route naar een robuuste omgevingsdienst en het dus gaan voldoen aan de landelijke robuustheidcriteria loopt langs twee sporen. Enerzijds via het in 2022 ingezette kwaliteit verbeterspoor: het (doorontwikkeling van) going concern (GC) spoor. Anderzijds binnen de projectorganisatie die voortvarend gestart is met het opstellen van het bedrijfsplan op hoofdlijnen. Alle toekomstige medewerkers, de medewerkers van de RUD LN, de 16 bestuurders, de 16 secretarissen, de 16 VTH-managers en de medezeggenschap zijn intensief bij de bouw van de robuuste omgevingsdienst betrokken. We werken aan een nieuwe organisatie die onze leefomgeving vanuit professionaliteit en passie (deskundig, consistent en daadkrachtig) schoner, veiliger en gezonder maakt. Waar mensen en professionals aansprekende en betekenisvolle resultaten gaan boeken. Waar bestuurders en medewerkers met plezier en trots samenwerken. De nieuwe organisatie vraagt om een nieuwe naam en daarom heeft het AB in 2025 besloten dat de nieuwe organisatie de naam Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg krijgt. We gebruiken daarvoor de afkorting OD NML.
2
Gevolgen voor de begroting 2026. De RUD Limburg-Noord heeft met het vaststellen van het plan van aanpak een keuze gemaakt over de toekomst als robuuste omgevingsdienst. Deze transformatie naar een reguliere (fysieke) omgevingsdienst betekent ook een complete herziening van de begroting. Er vinden verschuivingen plaats van mensen en middelen van de deelnemers naar de omgevingsdienst. De gevolgen van de gemaakte keuze laten zich, op het moment dat de begroting 2026 wordt aangeboden, nog niet bepalen. Het Dagelijks Bestuur, het Algemeen Bestuur, de colleges en gemeenteraden zullen over verschillende onderdelen besluiten moeten nemen. De structurele gevolgen worden dan ook in het spoor financiën uitgewerkt en aan de betreffende gremia ter besluitvorming voorgelegd, in de vorm van een meerjarenbegroting. Daarom is deze begroting 2026 als (nagenoeg) beleidsarme begroting opgezet. Indexering dus en aanpassingen van verschillende posten waarover wel al meer bekend is, zoals bijvoorbeeld contributies. Ontwikkelingen vanuit het going concern spoor zijn hier wel in meegenomen.
Namens het Dagelijks Bestuur,
Anne Fleerakkers en Nini Bos Interim-Directeur RUD Limburg Noord
3
1 Inleiding 1.1 Algemeen De 15 gemeenten in Limburg Noord en de provincie Limburg zijn deelnemers van de RUD Limburg-Noord. Er zijn circa 147 fte (conform het tweejaarlijks onderzoek medio 2023) die taken voor vergunningverlening, toezicht en handhaving verrichten en ondersteunende diensten verrichten. Vanwege de nu nog netwerkopzet van de RUD LN werken zij bij de aangesloten partners aan de taken die in het jaarlijks uitvoeringsprogramma zijn opgenomen.
1.2 Bestuurlijke organisatie Het bestuur van de RUD Limburg Noord bestaat uit een Algemeen en een Dagelijks Bestuur. Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur bestaat uit 16 leden, waaronder de voorzitter. De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en Gedeputeerde Staten van de provincie hebben uit hun midden elk één lid en één plaatsvervangend lid aangewezen. Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur is door en uit het Algemeen Bestuur gekozen. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit vijf leden. De voorzitter De tijdelijk voorzitter van de RUD Limburg Noord is de heer R.J.H. (Raymond) Vlecken, burgemeester van de gemeente Weert. Hij is lid en tijdelijke voorzitter van het AB én van het DB. De verkiezing van een nieuwe voorzitter is uitgesteld tot volgend jaar, tegelijk met de vorming van een nieuw algemeen en dagelijks bestuur na de gemeenteraadsverkiezingen.
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de programmabegroting opgenomen. Hierin staat op hoofdlijnen wat de RUD Limburg Noord wil bereiken, wat ze daarvoor gaat doen en wat dat mag kosten. In hoofdstuk 3 wordt inzicht gegeven in de verplichte paragrafen: weerstandsvermogen en risicobeheersing, financiering, onderhoud kapitaalgoederen en bedrijfsvoering. In hoofdstuk 4 is de financiële begroting uiteengezet. In de bijlagen vindt u: 1. de bijdrage per deelnemer; 2. de risico-inventarisatie; 3. de berekening kengetallen.
4
2 Programmabegroting 2.1 Programmabegroting De begroting 2026 van de RUD Limburg Noord is opgezet conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In het BBV is geregeld hoe decentrale overheden hun financiële administratie inrichten en verantwoorden. In de programmabegroting en de paragrafen wordt de voorgenomen uitvoering in het jaar 2026 toegelicht.
2.2 Wat willen we bereiken? De doelstelling van het programma is om in een gezamenlijke verantwoordelijkheid met de deelnemers de kwaliteit van de leefomgeving te borgen danwel te verbeteren bij de uitvoering van VTH-taken. Dit doen we door een goede dienstverlening aan burgers, bedrijven en onze deelnemers. De RUD Limburg-Noord wil daarbij een innovatieve, slagvaardige en efficiënte organisatie zijn, die bijdraagt aan een duurzame, gezonde en veilige leefomgeving en aan de verbetering van de dienstverlening aan burgers en bedrijven. De omgevingsdienst wil een deskundige partner in de regio zijn voor het bereiken van de (kern)doelen van de Omgevingswet; zit bij de partners aan tafel en werkzaamheden worden in goede afstemming uitgevoerd. De RUD LN kan daarbij flexibel inspringen op veranderende behoeften vanuit haar deelnemers en de maatschappij; groeit van de uitvoeringsdienst zoals we nu zijn naar een robuuste Omgevingsdienst die input levert aan (milieu)beleid en adviseert bij de aanpak van maatschappelijke vraagstukken over de leefomgeving; Werkt volgens de wettelijk kwaliteitscriteria (momenteel 3.0) Opereert regionaal, maar ook als onderdeel van het landelijk VTH-stelsel en levert hieraan ook een bijdrage.
5
2.3 Wat gaan we doen? Opdracht en werkwijze Uitvoeringsbeleid Het algemeen bestuur heeft op basis van een probleem- en risicoanalyse en van wettelijke eisen een VTH-uitvoeringsbeleid vastgesteld. Dit vormt het kader voor de manier waarop wordt gewerkt en geprioriteerd. In 2025 is de probleem- en risicoanalyse geactualiseerd voor het opstellen van het RUP 2026. Voor het nog te actualiseren uitvoeringsbeleid in 2026 wordt deze geactualiseerde probleem- en risicoanalyse als uitgangspunt gebruikt. Verder wordt er gewerkt volgens regionaal afgesproken procedures en uitvoeringsniveau. Hierdoor is een level- playing field (wettelijke eis) in de regio geborgd. De gemeenteraden hebben met hun Verordening kwaliteit VTH vastgesteld dat uitvoering van de VTH-taken dient te voldoen aan de geldende kwaliteitscriteria. Dit is ook zo vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling van de RUD Limburg Noord. Takenpakket De RUD Limburg-Noord is een omgevingsdienst op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, advies en monitoring. Deze taken vloeien voort uit de wettelijke verplichtingen uit onder andere de Omgevingswet. Partners brengen minimaal het basistakenpakket in, maar kunnen ook de zogenaamde plus-taken inbrengen. Dit zijn bijvoorbeeld de bouw- en APV-vergunningen.
De RUD LN is samen met het netwerk verantwoordelijk voor de uitvoering van alle ingebrachte taken en tevens verantwoordelijk dat de uitvoering ervan aan de wettelijke kwaliteitscriteria voldoet. Ook wordt gezamenlijk invulling gegeven aan het innovatiebudget, opleidingsbudget en de verdere ontwikkeling van onze uitvoeringdienst. In het op te stellen bedrijfsplan robuuste Omgevingsdienst zal het spoor Taken en processen in samenhang met het spoor Financiën businesscases opstellen voor de inbreng van een uniform takenpakket. Uitvoeringsprogramma Het Algemeen Bestuur stelt jaarlijks vast welke taken komend jaar worden uitgevoerd. Dit wordt vastgelegd in het Regionaal Uitvoeringsprogramma. Het RUP 2026 wordt in december 2025 ter vaststelling voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. Toezicht en handhaving worden risicogedreven en datagestuurd aangepakt. Vanwege de nieuwe werkwijze van het RUP is het de bedoeling dat dan niet alleen het programma (inhoudelijk) wordt vastgesteld, maar wordt ook wordt vastgelegd wie voor de uitvoering van welk onderdeel verantwoordelijk is. Ook zou dan inzichtelijk moeten worden op welke fronten er vacatures ingevuld moeten worden of tijdelijk extra inhuur benodigd is. Met de vaststelling van het RUP dragen de deelnemers de uitvoering van de overeengekomen taken op aan de GR RUD LN.
Na de vaststelling van het jaarprogramma is de Omgevingsdienst hiervoor verantwoordelijk als functioneel opdrachtgever.
6
Verhouding RUP- kosten taken in relatie tot werkzaamheden GR RUD LN Het vastgesteld RUP wordt door de deelnemers gezamenlijk uitgevoerd. De kosten voor deze taken danwel de capaciteit voor de uitvoering van deze taken worden door de netwerkpartners geleverd en zijn dus opgenomen in de begroting van de deelnemers. Gezamenlijk is er een verantwoordelijkheid voor de taakuitvoering qua inzet maar ook in de uitvoering. De GR RUD NL is hierbij vooral ondersteunend. Waarbij er een risico is wanneer er wel middelen beschikbaar zijn danwel taken in het RUP worden opgenomen, maar geen capaciteit voor de uitvoering hiermee de uitvoering van het RUP niet wordt gehaald. De verantwoordelijkheid houdt ook in dat bij de inzet van medewerkers op andere taken of door vacatures of door uitval dit door de netwerkpartners georganiseerd moet worden. De kosten en middelen voor de werkzaamheden van het coördinatie centrum zijn voornamelijk voor de inzet van medewerkers van het CC voor de ondersteuning DB/AB, monitoring, werkverdeling, ondersteuning kennisgroepen, deelname landelijke projecten, beheer ICT-omgeving en uitvoering geven aan het opleidingsplan. Daarnaast is het energieteam ondergebracht bij het coördinatie centrum op basis van de tijdelijke SPUK-regeling.
Organisatorische ontwikkelingen en opgaven Versterking robuustheid VTH-stelsel, Interbestuurlijk programma (IBP VTH) Alle omgevingsdiensten moeten per 1 april 2026 voldoen aan landelijke robuustheid criteria. Het Algemeen Bestuur (AB) van de RUD Limburg Noord heeft op 17 oktober 2024 met de vaststelling van de opdracht voor de projectorganisatie besloten om onze regionale uitvoeringsdienst om te bouwen tot een robuuste omgevingsdienst die voldoet aan de landelijke criteria. Met dit besluit zijn we bestuurlijk nader tot elkaar gekomen en start de bouw van de nieuwe organisatie. Het AB heeft vier leidende principes meegegeven voor de bouw van de nieuwe organisatie. 1. Kwaliteitsverbetering en professionalisering in de taakuitvoering in brede zin is de primaire opgave; 2. De inhoudelijke verworvenheden van de huidige organisatie worden waar mogelijk meegenomen in de doorontwikkeling; 3. Startdatum van de nieuwe Omgevingsdienst Limburg Noord is 1 april 2026. Uitgangspunt daarbij is dat zorgvuldigheid van het proces én draagvlak in de regio voorop staan; 4. De werkbaarheid van de nieuwe organisatie dient te worden geborgd. Voldoen aan de eerste drie principes is één, het praktisch werkbaar kunnen organiseren van de werkzaamheden (lees: het adequaat kunnen faciliteren van de medewerkers) is twee.
De route naar een robuuste omgevingsdienst en het dus gaan voldoen aan de landelijke robuustheidcriteria loopt langs twee sporen. Enerzijds via het in 2022 ingezette kwaliteit verbeterspoor: het (doorontwikkeling van) going concern (GC) spoor. Anderzijds binnen de projectorganisatie.
7
Bouwproces van de robuuste omgevingsdienst Richten In fase 1, tot 1 juli 2025, wordt het bedrijfsplan opgesteld. Dit bedrijfsplan wordt door het DB en AB van de RUD LN vastgesteld en vormt het inrichtingsadvies voor een nieuwe organisatie aan de colleges en raden van 15 gemeenten en de provincie Limburg. Met de vaststelling van het bedrijfsplan door het AB ronden we de ‘richten fase’ af en is de opdracht voor de projectorganisatie afgerond. Inrichten Na deze vaststelling start de volgende bouwfase: het inrichten. In deze fase wordt op basis van het bedrijfsplan de (gewijzigde of nieuwe) gemeenschappelijke regeling vormgegeven en wordt het bedrijfsplan geïmplementeerd of uitgerold. Verrichten Op 1 april 2026 kan de nieuwe Omgevingsdienst Limburg Noord aan de slag met het verrichten (fase 3) van de taken uit het regionaal uitvoeringsprogramma voor alle deelnemers. Er vinden verschuivingen plaats van taken, mensen en middelen van de deelnemers naar de omgevingsdienst. De gevolgen van de gemaakte keuzes laten zich, op het moment dat de begroting 2026 wordt aangeboden, nog niet bepalen. Het Dagelijks Bestuur, het Algemeen Bestuur, de colleges en gemeenteraden zullen over verschillende onderdelen besluiten moeten nemen.
De structurele gevolgen worden dan ook in het spoor financiën uitgewerkt en aan de betreffende gremia ter besluitvorming worden voorgelegd, in de vorm van een meerjarenbegroting. Daarom is deze begroting 2026 als (nagenoeg) beleidsarme begroting opgezet. Indexering dus en aanpassingen van verschillende posten waarover wel al meer bekend is, zoals bijvoorbeeld contributies. De doorontwikkeling van het spoor going concern zijn hier financieel in meegenomen. Ook in de kadernota is dit benoemd. Tevens heeft dit een samenhang met de doorontwikkeling naar een Robuuste Omgevingsdienst. Deze budgetten zijn noodzakelijk voor de verdere ontwikkeling van innovatie, een ICT-omgeving, en de centralisatie van de aansturing binnen de huidige constellatie. Deze ontwikkelingen waren eerder niet voorzien gelet op de besluitvoering in het algemeen bestuur die medio 2024 en eind 2024 hebben plaatsgevonden. Deze ontwikkelingen brachten een versnelling in de doorontwikkeling van de going concern vooruitlopend op de ontwikkeling naar een Robuuste Omgevingsdienst. Ook is bij het rijk een subsidie aangevraagd van maximaal 245.000 euro voor de vorming van de Robuuste Omgevingsdienst wat betreft het concept bedrijfsplan. We verwachten deze middelen in 2025, uiterlijk in 2026 te ontvangen.
8
In deze begroting zijn de voorziene ontwikkelkosten meegenomen voor de doorontwikkeling van de going concern en de projectorganisatie (voorzover bekend). Hierover hebben wij het Algemeen bestuur voorstellen voorgelegd over de noodzaak van de benodigde middelen.
Landelijke ontwikkelingen en opgaven Omgevingswet In 2024 trad de Omgevingswet in werking. Samen met de partners worden nieuwe werkwijzes en processen toegepast. De omzetting naar de zogenaamde ‘ milieubelastende activiteiten” (hierna: MBA’s) is een intensief proces en nog niet in alle systemen doorgevoerd. Naar verwachting vraagt dit in 2026 ook nog de nodige aandacht. De Omgevingswet voorziet in meer lokale afwegingsruimte, passend bij lokaal beleid, in bijvoorbeeld omgevingsplannen. Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om beleidskeuzes te maken en de zogenaamde bruidsschatregels om te vormen tot eigen regels in het omgevingsplan. Welke keuzes gemeenten hierin maken en wanneer, heeft effect op de uitvoering van taken door de RUD Limburg Noord. De RUD Limburg Noord adviseert de gemeenten daarbij, bijvoorbeeld door deskundig advies over geluid- en bodemregels. Doorontwikkeling informatievoorzieningen en datakwaliteit De komst van de Omgevingswet (OW), de ontwikkelingen in digitale dienstverlening vereist een andere manier van bijhouden van de informatie. Doordat alle 15 gemeenten van de RUD Limburg Noord, als ook de veiligheidsregio, de RUD Zuid Limburg als de RUD Limburg Noord werken vanuit hetzelfde VTH-systeem Rx.Mission, is er betere en uniforme werkwijze mogelijk.
Van lokale, stand-alone systemen naar systemen die “in de cloud” zitten en aangesloten zijn op landelijke voorzieningen. In 2025 is gewerkt aan een ICT omgeving waarin vanuit de RUD omgeving in RX.mission gewerkt wordt maar ook wordt samengewerkt en een betere dataverzamelimg kan plaatsvinden en monitoring. Maar borgt ook een betere ontsluiting van informatie naar Inspectieview. De RUD LN zet in op verdere ontwikkeling van Business-intellegence (BI) strategie en uitbreiding van capaciteit en inzet op dit vlak.
Vakinhoudelijke ontwikkelingen en opgaven Energie Vanwege de subsidie die de RUD LN rechtstreeks ontvangt, de zogenaamde specifieke uitkering voor toezicht energiebesparing (SPUK-THE 2022-2026). Voor het uitvoeren van deze extra werkzaamheden is er een energieteam opgezet, waarvan de medewerkers in dienst van de RUD LN werken. Zij werken samen om de bewustwording en energiebesparing bij bedrijven te bevorderen.
9
Voor de RUD Limburg Noord is onder gestelde voorwaarden uit het SPUK THE in totaal maximaal € 2,1 miljoen beschikbaar gesteld voor de periode 2022-2026. Om deze middelen te kunnen inzetten moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Deze zijn: - middelen moeten worden besteed aan additionele inzet merendeels in de vorm van medewerkers in dienst bij de RUD; - middelen dienen te worden ingezet voor producten die zijn vermeld in de regeling; - er dient (half) jaarlijks verantwoording te worden afgelegd over de besteding van middelen; - 40% van het budget moet aan het einde van het jaar minimaal zijn gespendeerd; Voor de jaren waarin de SPUK gelden van toepassing zijn, bestaat het risico dat niet alle werkzaamheden uitgevoerd door het energie-team, in aanmerking komen volgens de subsidieregeling, waardoor niet alle kosten gedekt zullen zijn. Dit risico is meegenomen in de geactualiseerde risico-inventarisatie. In 2026 zal meer duidelijkheid komen of de SPUK regeling nog een vervolg zal krijgen in een subsidieregeling na 2026, of dat partners meer energietaken in zullen brengen bij de RUD LN of dat het personeel dat vast in dienst is genomen ingezet kan worden voor andere werkzaamheden. Het risico bestaat dat vanaf 2027 de kosten voor het team niet of gedeeltelijk niet gedekt zullen zijn. Dit hogere risico zal te zijner tijd in de risico-inventarisatie worden opgenomen.
Waterkwaliteit De waterkwaliteit in Nederland is al langer een thema dat vraagt om aandacht. De kwaliteit van de meeste wateren voldoet niet aan de eisen die daaraan gesteld worden. Omgevingsdiensten spelen hierin een rol, omdat zij verantwoordelijk zijn voor het reguleren en toezicht op de indirecte lozingen van bedrijven. Op welke manier dit zal doorwerken in onze advisering, vergunningverlening, toezicht en handhaving, moeten we gaan bepalen in samenwerking met waterschappen en Rijkswaterstaat. In een project van de waterketen wordt in eerste instantie inzicht gegenereerd in de oorsprong van de schadelijke verontreinigingen. Dan wordt ook duidelijk welke mogelijke rol de RUD Limburg-Noord kan spelen in het verbeteren van de waterkwaliteit. Zeer zorgwekkende stoffen en PFAS Een zeer zorgwekkende stof is een stof die gevaarlijk is voor mens of milieu door de kenmerken van de stof (bijvoorbeeld carcinogeen). Het voorkomen van verspreiding van 10
deze stoffen naar lucht, bodem en water is dus belangrijk voor het behouden van een gezonde leefomgeving. Zowel via vergunningverlening als toezicht besteden we aandacht aan het verminderen van de emissies van ZZS-stoffen.
Ontwikkelingen en opgaven in de bedrijfsvoering Personeel Het blijft lastig om vacatures te vervullen en naar verwachting blijft dit de komende jaren zo. De arbeidsmarktsituatie leidt ertoe dat vacatures niet altijd ingevuld kunnen worden en dit kan een toename van (duurdere) inhuur tot gevolg hebben. Deze krapte geldt niet alleen in onze regio, maar landelijk binnen het gehele VTH-domein. Door de hoge werkdruk is het extra van belang om oog te hebben voor het personeel om “uitval” en ziekteverzuim te voorkomen. Zeker nu de RUD de aankomende jaren voor een forse verandering staat. Het opstellen van het bedrijfsplan en de omvorming van de organisatie kan nog meer werkdruk bij medewerkers veroorzaken. Bij het bedrijfsplan worden uiteraard ook de BOR, vakbonden en dergelijke betrokken.
2.4 Wat mag het kosten? In onderstaande tabel zijn de totale baten en lasten opgenomen voor de uitvoering van de hierboven benoemde doelstellingen en werkwijze. In paragraaf 4.2 als onderdeel van de begroting is een toelichting opgenomen op de lasten en baten.
11
Tabel 2 Programmabegroting Begroting Lasten 1 Programmauitvoering Basis- en milieutaken RUP Basis- en milieutaken overige Projecten Wonen en Bouwen taken RUP 2 Coordinatiecentrum 3 Onvoorzien 4 Vennootschapsbelasting 5 Betalingsverkeer Totaal lasten Baten 6 Programmauitvoering Openbare orde en veiligheid RUP Basis en milieutaken RUP Basis en milieutaken overige Projecten Wabotaken Bestuurskosten Overhead Onvoorzien 5 Betalingsverekeer Totaal baten Resultaat Resultaat voor bestemming 7 Mutatie reserve onttrekkingen 7 Mutatie reserve storting Resultaat na bestemming
Taakveld
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 0.9 Vpb 0.5 Treasury
€ 680.000 € € 555.000 € 106.000 € 21.000 € 1.049.000 € € € € 2.411.000
€ € € € € € € € € €
302.000 177.000 634.000 111.000 31.000 1.376.000 50.000 2.681.000
€ 318.000 € 318.000 € 318.000 € 183.000 € 183.000 € 183.000 € 1.143.000 € € € 117.000 € 117.000 € 117.000 € 32.000 € 32.000 € 32.000 € 1.941.000 € 1.821.000 € 1.821.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € € € € € € € 3.784.000 € 2.521.000 € 2.521.000
€ 318.000 € 183.000 € € 117.000 € 32.000 € 1.821.000 € 50.000 € € € 2.521.000
1.2 Openbare orde en Veiligheid 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 0.5 Treasury
€ € 744.000 € € 419.000 € 106.000 € 30.000 € 1.279.000 € 50.000 € 100.000 € 2.728.000
€ € € € € € € € € €
302.000 177.000 634.000 111.000 31.000 1.346.000 50.000 30.000 2.681.000
€ € € € 318.000 € 318.000 € 318.000 € 183.000 € 183.000 € 183.000 € 1.143.000 € € € 117.000 € 117.000 € 117.000 € 32.000 € 32.000 € 32.000 € 1.920.000 € 1.807.000 € 1.807.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 21.000 € 14.000 € 14.000 € 3.784.000 € 2.521.000 € 2.521.000
€ € 318.000 € 183.000 € € 117.000 € 32.000 € 1.807.000 € 50.000 € 14.000 € 2.521.000
€ € € €
€ € € €
€ € € €
€ € € €
0.10 mutaties reserves 0.10 mutaties reserves
317.000 631.000 626.000 322.000
-
-
€ € € €
-
€ € € €
-
12
-
3 Paragrafen In de BBV zijn meerdere verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de RUD. De RUD int geen belastingen en heffingen, bezit geen grondposities en heeft geen verbonden partijen. Om deze reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid, kapitaalgoederen en verbonden partijen niet opgenomen. Hieronder staan de paragrafen: 1. Weerstandvermogen en risicobeheersing; 2. Financiering; 3. Onderhoud kapitaalgoederen; 4. Bedrijfsvoering.
3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de buffer om tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) die de RUD LN loopt. Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen is inzicht nodig in zowel de omvang en de achtergronden van de mogelijke risico’s als ook in de beschikbare weerstandscapaciteit. De ratio tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit (op basis van de geïnventariseerde risico’s) bepaalt het weerstandsvermogen van de RUD Limburg Noord. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd als de middelen en mogelijkheden waarover de RUD LN kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Het is een buffer om ervoor te zorgen dat de organisatiedoelstellingen niet in gevaar komen, als risico’s werkelijkheid worden. Risicobeheersing De RUD LN inventariseert de risico’s waaraan de RUD LN is blootgesteld. Een aantal risico’s zijn afgedekt met verzekeringen. Denk daarbij aan de aansprakelijkheidsen rechtsbijstandverzekering. Een tabel van de geactualiseerde risico-inventarisatie is in bijlage 2 opgenomen. Opgemerkt dient te worden dat de tabel inzicht geeft in de verwachtingswaarde van de risico’s.
Wanneer een risico zich daadwerkelijk voordoet kan het effect groter of kleiner zijn dan de verwachtingswaarde.
13
Beoordeling weerstandsvermogen Voor de beoordeling van het weerstandsvermogen is gebruik gemaakt van de waarderingstabel die door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is ontwikkeld (NARIS). Tabel 3
In de onderstaande tabel is de beoordeling van het weerstandsvermogen opgenomen. Uit de tabel blijkt dat het huidige weerstandsvermogen door een actualisatie van de risico’s een ratio heeft van 0.94 en daarmee als “matig” wordt beoordeeld. Het uitgangspunt is dat de het weerstandsvermogen als ratio minimaal “voldoende” is. Indien de gekwantificeerde risico’s hoger zijn, dient de algemene reserve daarop te worden aangepast. Ontwikkelspoor Voor onze nieuwe omgevingsdienst wordt gewerkt aan een nieuwe (meerjaren)begroting. Bij het opstellen wordt rekening gehouden met de criteria die het IBP VTH - het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH- stelt aan onder andere de omvang van het weerstandvermogen. Criteria 4c bepaalt dat de weerstandratio minimaal een waarde van 0,8 en streefwaarde van 1,0 heeft. Wij zien dan ook geen aanleiding om nu aanpassingen voor te stellen. De uitgangspunten voor algemene reserve zijn nader toegelicht in paragraaf 4.4 reserves en voorzieningen. Tabel 4
Weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit • Algemene reserve • Post onvoorzien Totaal Risico’s Ratio Beoordeling
€ 155.000 € 50.000 € 205.000 € 212.250 0,97 matig
Kengetallen In artikel 11 van het BBV staat dat gemeenten, Provincies en gemeenschappelijke regelingen in de paragraaf Weerstandsvermogen een set van vijf financiële kengetallen dienen op te nemen. Dit zijn kengetallen voor: de netto schuldquote, solvabiliteitsratio,
14
structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. Gezien de RUD Limburg Noord geen belastingen en heffingen int en geen grondposities bezit zijn de kengetallen voor grondexploitatie en belastingcapaciteit niet van toepassing. Hieronder zijn de (overige) ratio’s weergegeven. In bijlage 3 is de berekeningswijze uiteengezet. Tabel 5 Realisatie 2024
Begroting 2025
2026
2027
Beoordeling 2028
Duiding
2029 Dit kengetal geeft inzicht in het
Netto s chul dquote
Netto s chul dquote, gecorri geerd voor vers trekte l eni ngen
Sol va bi l i tei ts -ra ti o
Structurel e expl oi ta ti erui mte
-39,19%
-39,19%
33,35%
16,64%
-28,42%
-28,42%
25,53%
23,65%
-20,53%
-20,53%
25,39%
0,00%
-31,42%
-31,42%
25,26%
0,00%
-32,01%
-32,01%
25,12%
0,00%
-32,61%
De RUD bes chi kt over niveau van de schuldenlast ten vol doende ei gen opzichte van de eigen mi ddel en en heeft geen middelen. Hoe lager dit l eni ngen. percentage hoe beter.
-32,61%
De RUD heeft geen l eni ngen vers trekt en ga a t deze na a r verwa chti ng ook ni et vers trekken. Hi erdoor wi jkt het percenta ge ni et a f va n de netto s chul dquote.
Bij verstrekte leningen bestaat onzekerheid op terugbetaling. Door deze leningen in mindering te brengen op de financiële activa wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dat betekent voor de schuldenlast. Hoe lager dit percentage hoe beter.
24,99%
Door de a l gemene res erve bl i jft het s ol va bi l i tei ts ra ti o pos i ti ef.
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de RUD in staat is zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage hoe beter.
0,00%
Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke De begroti ng l a a t zi en structurele ruimte de RUD s tructureel i n evenwi cht heeft om de eigen lasten te te zi jn. dragen. Hoe hoger dit percentage hoe beter.
3.2 Financiering Deze paragraaf gaat in op de wijze waarop de RUD LN zo adequaat mogelijk omgaat met het liquiditeitenbeheer. Hiervoor gelden niet alleen wettelijke kaders en regels, zoals vastgelegd in onder andere de wet FiDo (Financiering Decentrale Overheden) en RUDDO (Regeling Uitzettingen Derivaten Decentrale Overheden), maar ook interne richtlijnen; deze interne richtlijnen zijn vastgelegd in het treasurystatuut. Het statuut geeft de kaders aan waarbinnen het beleid wordt uitgevoerd. Bij de inwerkingtreding van de Wet Financiering decentrale overheden (Fido) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening verplicht voorgeschreven. In het Besluit Begroting en Verantwoording is neergelegd dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Onder risico’s worden in dit verband verstaan: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en voor zover van toepassing valutarisico’s. De grondslag voor de treasuryfunctie van de RUD Limburg Noord wordt
15
gevormd door het treasurystatuut. In het treasurystatuut zijn de kaders opgenomen waarbinnen het Dagelijks Bestuur de financieringsfunctie mag uitoefenen.
Treasurybeheer- en beleid De belangrijkste algemene doelstellingen van het treasurybeleid zijn: • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; • Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s; • Het verankeren van de treasury activiteiten in de (administratieve) organisatie; • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; • Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de wet Fido, RUDDO en de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut; • Het bewaken van de financiële risico’s op afgegeven garanties. Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet Fido is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal.
De RUD LN heeft geen opgenomen (noch verstrekte) leningen, waarmee toetsing aan de renterisiconorm niet aan de orde is. Kasgeldlimiet Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,5%, te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de RUD Limburg Noord bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van dit limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien. De RUD Limburg Noord heeft geen schulden en het is ook niet voorzien vreemd vermogen aan te trekken. De activiteiten van de RUD Limburg Noord worden gefinancierd uit voorschotten van de deelnemers. Deelnemers wordt aan de start van ieder jaar verzocht de deelnemersbijdrage voor het gehele jaar over te maken. Als zodanig is het prognosticeren van zowel de kasgeldlimiet alsook de renterisiconorm niet aan de orde. Schatkistbankieren Sinds 15 december 2013 stelt het Rijk Schatkistbankieren verplicht. Dit houdt in dat overtollige liquiditeiten aangehouden dienen te worden in de Nederlandse schatkist: 'overtollig' verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Aan de verplichting tot het aanhouden van overtollige
16
liquide middelen in de schatkist is een ondergrens verbonden, namelijk 2,0% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt Voor de RUD LN betekent dat, dat overschotten slechts in de schatkist aangehouden dienen te worden, zodra deze minimaal € 1 miljoen (gemiddeld tegoed gedurende een heel kalenderkwartaal) bedragen. Inherent aan eerder vermelde is, dat het banksaldo aan het begin van het jaar hoog is en naarmate het jaar vordert afneemt. Overtollige liquiditeiten parkeren wij dan ook conform de verplichting en in overeenstemming met de wet Fido, op een rekening ‘schatkistbankieren’ bij het Ministerie van Financiën. Interne ontwikkelingen en renteresultaat Sedert het derde kwartaal van 2022 wordt door het rijk rente vergoed over het saldo aangehouden in de schatkist. Berekening omslagrente Nieuwe regelgeving binnen het BBV stelt dat de berekening van de ‘omslagrente’ moet worden opgenomen in de paragraaf Financiering. De omslagrente wordt bepaald door de externe rentelasten te delen door het totaal van de activa. Zoals hiervoor is weergegeven heeft de RUD Limburg Noord geen externe rentelasten. De berekening van de omslagrente is daarmee niet van toepassing voor de RUD Limburg Noord.
3.3 Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen heeft tot doel om aan te tonen hoe RUD Limburg Noord de instandhouding van haar kapitaalgoederen waarborgt. Er zijn echter geen investeringen in kapitaalgoederen door de RUD Limburg Noord voorzien. RUD Limburg Noord beschikt vooralsnog niet over dienstauto’s en heeft de ondersteunende diensten zoals kantoorruimte en ICT in bij de gastorganisatie Roermond ingekocht.
3.4 Bedrijfsvoering De landelijke criteria voor een robuuste Omgevingsdienst zijn niet alleen op het primaire proces gericht, maar er worden ook eisen gesteld aan de bedrijfsvoering en de inzet van ICT. . Ook moet dit de dienst in staat stellen snel in te kunnen spelen op wijzigingen in het takenpakket of de omvang ervan. Het IBP bestaat dan ook uit 6 pijlers. De uitwerkingen van de pijlers kunnen in meer of mindere mate in gaan grijpen op de bedrijfsvoering. Zo komt vanuit pijler 1, medio 2024, een voorstel voor de inrichting van de financiële administratie om eenduidigheid te creëren. Uitkomsten van andere pijlers kunnen ook betrekking hebben op de inrichting en uitvoering van bedrijfsvoering. Zodra hier meer over bekend is wordt dit aan u voorgelegd, dan wel in het op te stellen bedrijfsplan verwerkt.
17
Personeelsbeleid Binnen de GR RUD Limburg Noord is een klein team, het coördinatiecentrum in dienst van de RUD Limburg Noord naast het energieteam. Het overig personeel is nog in dienst bij haar partners. De RUD Limburg Noord maakt voor de uitvoering van haar personeelsbeleid en de salarisadministratie gebruik van de ondersteuning door de gemeente Roermond in een gastheerconstructie. Dit is enkel gericht op de beperkte ambtelijke organisatie van de RUD LN. Rechtmatigheid Met ingang van het boekjaar 2023 geldt de nieuwe wet waarbij nieuwe regels gelden voor de financiële verslaglegging en de accountantscontrole. Met deze wetswijziging dient het Dagelijks Bestuur in de jaarrekening een verklaring af te geven over de rechtmatigheid van de financiële beheers handelingen. De accountant toetst de jaarrekening (inclusief rechtsmatigheidsverantwoording) op getrouwheid. Het Algemeen Bestuur geeft in het controleprotocol de nadere aanwijzingen aan de accountant over de reikwijdte van de accountantscontrole. Tevens stelt het Algemeen Bestuur met betrekking tot de rechtmatigheidsverantwoording door het Dagelijks Bestuur de verantwoordings- en rapporteringsgrens vast.
18
Misbruik &Oneigenlijk gebruik beleid De RUD Limburg Noord beschikt nog niet over een M&O beleid. De interne beheershandelingen zijn er mede op gericht om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen, detecteren en corrigeren. Dit wordt tevens via de interne controle (steekproefsgewijs) gecontroleerd. De RUD zal in de verdere doorontwikkeling van de organisatie ook aandacht besteden aan het M&O beleid. Uitvoering Wet open Overheid (Woo) De Wet open overheid (Woo) regelt het recht op informatie over alles wat de overheid doet. Het is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De RUD Limburg Noord heeft een contactpersoon aangewezen die de informatieverzoeken in behandeling neemt. Daarnaast is het mogelijk om informatie via email (laagdrempelig) op te vragen. Stukken die betrekking hebben op de Gemeenschappelijke Regeling worden op grond van artikel 3.1 lid 1 gepubliceerd op de website van KOOP. Vergaderstukken van het Algemeen Bestuur worden voor de betreffende vergadering op de website van de RUD gezet. Op deze manier voldoen wij aan de wettelijke verplichtingen die de Woo aan ons stelt. Overhead Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor in de begroting een apart overzicht “overhead” op te nemen.
Aan de detaillering van dit overzicht worden door het BBV geen eisen gesteld, met uitzondering van de bepaling dat er minimaal een scheiding moet zijn tussen de lasten en de baten. Dit overzicht is hieronder in tabel 6 weergegeven. Tabel 6
Overzicht overhead
Begroting Lasten 2 Coordinatiecentrum Baten 6 Overhead Resultaat 7 Mutatie reserve onttrekkingen 7 Mutatie reserve storting Resultaat na bestemming
Taakveld
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
0.4 overhead
€ 1.049.000 € 1.376.000 € 1.941.000 € 1.821.000 € 1.821.000 € 1.821.000
0.4 overhead
€ 1.279.000 € 1.346.000 € 1.920.000 € 1.807.000 € 1.807.000 € 1.807.000 € 230.000 € -30.000 € -21.000 € -14.000 € -14.000 € -14.000 € € € € € € € € € € € € € 229.000 € -30.000 € -21.000 € -14.000 € -14.000 € -14.000
0.10 mutaties reserves 0.10 mutaties reserves
Een toelichting op de lasten, baten en de reserve mutatie is opgenomen in hoofdstuk 4 de financiële begroting.
19
4 Financiële begroting 2026 4.1 Balans inclusief toelichting Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen
De begroting is opgesteld in overeenstemming met de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten. In overeenstemming met artikel 63 BBV vindt de waardering van de activa plaats op basis van verkrijgingsprijs. De waardering van passiva vindt plaats op basis van nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen welke tegen de contante waarde zijn gewaardeerd. Mits niet anders vermeld bij de desbetreffende balansonderdelen, worden de activa, passiva en de bepaling van het resultaat gewaardeerd tegen nominale waarde. De baten en lasten worden in overeenstemming met artikel 2 BBV toegerekend aan het begrotingsjaar waarop ze betrekking hebben. Baten en winsten nemen we slechts op voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. De verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar, nemen we in acht indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Personeelslasten rekenen wij in principe toe aan het begrotingsjaar waarop ze betrekking hebben. Er geldt echter een formeel verbod om voorzieningen of schulden op te nemen voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten en gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. De referentieperiode is hetzelfde als die van de meerjarenraming.
Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties), dan dienen deze als een verplichting opgenomen te worden. Echter, in de CAO van 2021-2022 is vastgesteld dat medewerkers vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke verlofuren mogen sparen (verlofsparen). Met verlofsparen kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke verlofuren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levensen carrièreplanning. Deze uren verjaren niet en de opbouw is onvoorspelbaar. Zodoende dient deze verplichting daarentegen wel conform het BBV in een voorziening opgenomen te worden. Dit is dan ook in de meerjarenbegroting opgenomen.
20
Tabel 8
Omschrijving
Realisatie
(bedragen x € 1.000)
2024
Begroting 31-12 2025*
2026
2027
2028
2029
Activa Vaste activa: Materiële vaste activa
€
-
€
- €
- €
- €
- €
-
Immateriële vaste activa
€
-
€
- €
- €
- €
- €
-
Financiële vaste activa
€
-
€
- €
- €
- €
- €
-
Totaal vaste activa:
€
- €
- €
- €
- €
- €
-
Vlottende activa: Uiteenzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Liquide middelen
2.453
2.146
2.161
2.176
2.191
2.206
4
4
4
4
4
4
655
655
655
655
655
655
Totaal vlottende activa:
3.112
2.805
2.820
2.835
2.850
2.865
Totaal activa
3.112
2.805
2.820
2.835
2.850
2.865
Eigen vermogen:
1.038
716
716
716
716
716
Voorzieningen
31
46
61
76
91
106
1.069
762
777
792
807
822
Overlopende activa
Passiva Vaste passiva:
Totaal vaste passiva: Vlottende passiva: Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overlopende passiva
280
280
280
280
280
280
1.763
1.763
1.763
1.763
1.763
1.763
Totaal vlottende passiva:
2.043
2.043
2.043
2.043
2.043
2.043
Totaal passiva
3.112
2.805
2.820
2.835
2.850
2.865
* de balans van de begroting 2025 is aangepast n.a.v. de jaarrekening 2024
21
Tabel 8 2025 -322
EMU-SALDO Mutaties (1 januari tot 31 december)
Financiële vaste activa
2026
2027
2028
2029
0
0
0
0
0
0
0
0
0
-307
15
15
15
15
Liquide middelen
0
0
0
0
0
Overlopende activa
0
0
0
0
0
Vaste schuld
15
15
15
15
15
Vlottende schuld
0
0
0
0
0
Overlopende passiva
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Kapitaalverstrekkingen en leningen Uitzettingen
Activa Vlottende activa
Vaste Passiva Passiva Vlottende passiva
Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa * de balans van de begroting 2025 is aangepast n.a.v. de jaarrekening 2024
- Overzicht van baten en lasten Uitgangspunten 1. De begroting 2026 is gebaseerd op de jaarrekening 2024, de begroting 2025 en de kadernota 2026. 2. Voor de indexering van loon-en prijsstijgingen wordt uitgegaan van de meest actuele raming van het CPB (zijnde de MEV 2025 in augustus 2024). • Loonvoet sector overheid: 2,1% • Prijs overheidsconsumptie, netto materieel: 2,2% 3. Voor de indexering van de bijdrage van de provincie is uitgegaan van het afgesproken DPI-index, de meest actuele raming is van het 3e kwartaal 2024, zijnde 4,3%. 4. Zoals vastgelegd in de Kadernota 2026 wordt vanaf de begroting 2026 niet meer gewerkt met een meerjarige indexering van de begroting maar wordt aangesloten bij de systematiek van gemeenten waar constante lonen en prijzen worden toegepast. Dat betekent dat alleen het jaar 2026 is geïndexeerd. 5. 28 maart is het plan van aanpak naar een robuuste omgevingsdienst door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Dit betekende het startsein voor het opstellen van het bedrijfsplan om te komen tot een robuuste omgevingsdienst die daarbij voldoet aan de robuustheidscriteria gesteld vanuit het Interbestuurlijk programma VTH (IBP). 6. De begroting 2026 en verder betreft de ‘going concern’ begroting waarin nog geen rekening is gehouden met de ontwikkelingen rondom de robuuste omgevingsdienst.
Met uitzondering van de doorwerking van de onderstaande punten: • De verwachting is dat de volledige SPUK THE (€ 2.089.000) benut zal worden tot en met 2026 en daarom is in 2026 nog een bedrag van € 1.143.000 opgenomen als baten en lasten m.b.t. SPUK THE. De medewerkers van het energieteam zijn in vaste dienst genomen. Het risico bestaat dat uiteindelijk niet alle kosten declarabel zijn voor de SPUK regeling. De SPUK regeling loopt in 2026 af. De verwachting is dat er een aanvullende regeling zal komen in 2027, of dat partners meer energietaken zullen inbrengen vanaf 2027, of dat deze medewerkers op andere werkzaamheden ingezet kunnen worden. Het blijft echter een risico na 2027.
22
•
AB-besluiten van 27-03-2025 zijn verwerkt binnen de overhead. Dat betreft: i. uitbreiding formatie met 1 FTE Beleidsmedewerker en 1 FTE Functioneel beheerder/data analist (structureel € 180.000) ii. Inrichten tijdelijke ICT omgeving in 2026 (incidenteel € 120.000 in 2026) iii. Innovatiebudget voor versterking van projecten binnen de RUD (structureel € 250.000) 7. Alle bedragen zijn afgerond op duizendtallen. In het onderstaande overzicht van baten en lasten zijn de lasten en baten meerjarig weergegeven. Tevens is aangegeven op welk taakveld de baten en lasten betrekking hebben. Na de tabel volgt een toelichting. De effecten van bovengenoemde aanpassingen op de bijdrage van de deelnemers is toegelicht in bijlage 1. Tabel 9 Programmabegroting Begroting Lasten 1 Programmauitvoering Basis- en milieutaken RUP Basis- en milieutaken overige Projecten Wonen en Bouwen taken RUP 2 Coordinatiecentrum 3 Onvoorzien 4 Vennootschapsbelasting 5 Betalingsverkeer Totaal lasten Baten 6 Programmauitvoering Openbare orde en veiligheid RUP Basis en milieutaken RUP Basis en milieutaken overige Projecten Wabotaken Bestuurskosten Overhead Onvoorzien 5 Betalingsverekeer Totaal baten Resultaat Resultaat voor bestemming 7 Mutatie reserve onttrekkingen 7 Mutatie reserve storting Resultaat na bestemming
Taakveld
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 0.9 Vpb 0.5 Treasury
€ 680.000 € € 555.000 € 106.000 € 21.000 € 1.049.000 € € € € 2.411.000
€ € € € € € € € € €
302.000 177.000 634.000 111.000 31.000 1.376.000 50.000 2.681.000
€ 318.000 € 318.000 € 318.000 € 183.000 € 183.000 € 183.000 € 1.143.000 € € € 117.000 € 117.000 € 117.000 € 32.000 € 32.000 € 32.000 € 1.941.000 € 1.821.000 € 1.821.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € € € € € € € 3.784.000 € 2.521.000 € 2.521.000
€ 318.000 € 183.000 € € 117.000 € 32.000 € 1.821.000 € 50.000 € € € 2.521.000
1.2 Openbare orde en Veiligheid 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 0.5 Treasury
€ € 744.000 € € 419.000 € 106.000 € 30.000 € 1.279.000 € 50.000 € 100.000 € 2.728.000
€ € € € € € € € € €
302.000 177.000 634.000 111.000 31.000 1.346.000 50.000 30.000 2.681.000
€ € € € 318.000 € 318.000 € 318.000 € 183.000 € 183.000 € 183.000 € 1.143.000 € € € 117.000 € 117.000 € 117.000 € 32.000 € 32.000 € 32.000 € 1.920.000 € 1.807.000 € 1.807.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 21.000 € 14.000 € 14.000 € 3.784.000 € 2.521.000 € 2.521.000