CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsadviescommissie 9 mei 2023, gemeente Roerdalen23.127 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

3.1.3. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Algemeen Ter bescherming van de nationale belangen is door het Rijk het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen. In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen: - Rijksvaarwegen - mainportontwikkeling Rotterdam - kustfundament - grote rivieren - Waddenzee en waddengebied

15

-

Defensie hoofdwegen en landelijke spoorwegen elektriciteitsvoorziening buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen ecologische hoofdstructuur primaire waterkeringen buiten het kustfundament IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde

In titel 2.6 van het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling nationale ruimtelijke belangen, zoals gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In een regeling (genaamd Rarro) wordt daar uitvoering aan gegeven.

Uitsnede kaartbeeld Rarro (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Beoordeling plan In het plangebied zijn regels uit het Barro van toepassing. Het gaat om de aanwijzing van een ‘zoekgebied buisleidingen’ dat aan weerszijden van het buisleidingen tracé Limburg is geprojecteerd. Dit zoekgebied is binnen het plangebied gelegen. Het buistracé loopt ten oosten van het plangebied in noord-zuidelijke richting zoals op voorgaande afbeelding is weergegeven. Het Barro bevat regels omtrent deze aanwijzing. In artikel 2.9.2. is opgenomen dat de breedte van een dergelijk zoekgebied aan weerszijden van het tracé 250 meter is, gemeten vanaf de buitenste begrenzing van dit tracé. In artikel 2.9.4. is opgenomen dat een bestemmingsplan, zoals dit bestemmingsplan, geen nieuwe activiteiten mag toelaten die een belemmering kunnen vormen voor de aanleg van een

16

buisleiding van nationaal belang. Met dit bestemmingsplan worden ter plaatse van het ‘zoekgebied buisleidingen’ geen nieuwe activiteiten toegestaan of gerealiseerd. Deze gronden blijven namelijk in gebruik conform bestaand gebruik, namelijk als golfbaan. Dit bestemmingsplan heeft dus geen invloed op het buisleidingentracé of de beschermingszone ervan, en anderzijds vormt de aanwezigheid van het ‘zoekgebied buisleidingen’ geen belemmering voor het beoogde planvoornemen. In de omgeving van het plangebied zijn meerdere nationale ruimtelijke belangen aangewezen: • direct ten zuidwesten van het plangebied is een reserveringsgebied opgenomen voor de mogelijke aanleg van een nieuwe landelijke spoorweg. Dit reserveringsgebied heeft geen ruimtelijke of planologische invloed op het planvoornemen en het plangebied. Andersom geldt dat het beoogde planvoornemen geen belemmering vormt voor dit reserveringsgebied; • 900 meter ten noorden van het plangebied is een obstakelbeheergebied aangewezen rondom vliegbasis Brüggen. In dit gebied dient de maximale toelaatbare hoogte van objecten in overeenstemming te zijn met artikel 16 van het Besluit militaire luchthavens. Dit obstakelbeheergebied heeft geen ruimtelijke of planologische invloed op het planvoornemen en het plangebied. Andersom geldt dat het beoogde planvoornemen geen belemmering vormt voor dit obstakelbeheergebied.

Bovendien is het vliegveld reeds lange tijd niet meer in gebruik. Concluderend kan worden vastgesteld dat aan de regels van het Barro kan worden voldaan en dat de genoemde nationale belangen geen belemmering vormen voor het beoogde planvoornemen.

3.1.4. Ladder voor duurzame verstedelijking Algemeen Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, naast het Barro, tevens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) waarmee dit mogelijk is. Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Nationaal belang 13 uit de SVIR vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit nationale belang is wettelijk verankerd in het Bro. In artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro is gesteld dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van: a. de behoefte aan die ontwikkeling; b. indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

17

Beoordeling plan Het plan betreft de realisatie van een golfhotel met 40 kamers, waarvan al 20 kamers zijn vergund in 1992. Deze zijn echter nooit gebouwd. Tevens wordt een nieuwe bedrijfswoning gebouwd ten zuiden van de woning Stationsweg 104. De feitelijk aanwezige bedrijfswoning (Stationsweg 104) wordt juridisch-planologisch omgezet naar burgerwoning. Het aanwezige kantoor (vergund als bedrijfswoning) wordt gesloopt. De aanwezige recreatiewoning elders op het terrein wordt als recreatiewoning aangeduid. Het planvoornemen ten opzichte van de vergunde situatie betreft dus de uitbreiding van een golfhotel met 20 kamers, de omzetting van één bedrijfswoning naar één burgerwoning. Bovenstaande is op navolgende tabel inzichtelijk gemaakt. Hierna wordt ingegaan op deze verschillende onderdelen Vergunde situatie 1 recreatiewoning 2 bedrijfswoningen 0 burgerwoning 20 hotelkamers

Planologisch toegestaan 2 recreatiewoningen 0 bedrijfswoning (abuis) 0 burgerwoning 40 hotelkamers

Feitelijk aanwezig/gebruik 1 recreatiewoning 1 bedrijfswoning 1 kantoor 0 hotelkamers

Beoogde situatie 1 recreatiewoning 1 bedrijfswoning 1 burgerwoning 40 hotelkamers

Golfhotel Vast staat dat in het bestaande bestemmingsplan aan het plangebied de bestemming ‘recreatie - dagrecreatie’ is toegekend. De locatie waar het hotel gerealiseerd wordt, heeft in het huidige bestemmingsplan al een groot bouwvlak en er is geen maximale bouwhoogte opgenomen. Daarnaast was horeca die ondergeschikt is aan het golfterrein ook al toegestaan op grond van de regels van het geldende bestemmingsplan. Het hotel past daarom al binnen de kaders van het bestemmingsplan. Het plangebied kan hierdoor bestempeld worden als een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van horeca en recreatie zoals bedoeld in artikel 1.1.1 Bro. Gelet hierop - en doordat de bebouwing direct aansluit op de bebouwing ten zuiden van het plangebied (woningen aan Stationsweg en industrieterrein Roerstreek) kan gesteld worden dat het plangebied binnen het bestaand stedelijk gebied ligt. Hierdoor geldt de verzwaarde motiveringsplicht voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied niet. Van belang is om te toetsen of sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, zoals bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 Bro. In dit geval is géén sprake van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, omdat er ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag wordt mogelijk gemaakt. Het bouwvlak is verkleind en de bouwmogelijkheden zijn ingeperkt.

In het voorgaande regime waren namelijk ter plaatse van de aanduiding ‘golfbaan’ geen bouwregels opgelegd voor gebouwen ten dienste van de bestemming, met uitzondering van het aantal schuilgelegenheden, het aantal en de maatvoering van recreatiewoningen en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Dit betekende dat er binnen het bouwvlak gebouwen ten dienste van de bestemming mogelijk waren, zoals een clubhuis, met onbeperkte bouwregels (m.u.v. het bouwvlak). Met dit bestemmingsplan zijn deze mogelijkheden sterk begrensd. Zo is

18

er een aanduiding geprojecteerd waarbinnen de horecabebouwing mag worden opgericht en zijn bouwregels (maatvoering) opgenomen voor deze bedrijfsbebouwing. Daarnaast is duidelijkheid verschaft in hetgeen gebouwd mag worden, waardoor in dit geval sprake is van een planologische functiewijziging. Zoals de Afdeling al heeft overwogen in haar overzichtsuitspraak van 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724) voorziet een bestemmingsplan dat bij recht een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, maar ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt, maar alleen een planologische functiewijziging, in beginsel niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit werd bevestigd in de uitspraak op 10 maart 2018 (ECLI:NL:RVS:2021:518). In de laatstgenoemde uitspraak was sprake van een overeenkomende situatie. Van dit uitgangspunt wordt afgeweken indien die planologische functiewijziging zo’n aard en omvang heeft dat toch sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In dit geval voorziet het plan ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan niet in een uitbreiding van de bebouwingsmogelijkheden, en derhalve niet in nieuw ruimtebeslag, maar uitsluitend in de uitbreiding van de gebruiksmogelijkheden.

In dat kader kan worden betoogd dat de aard en de omvang van functiewijziging niet zodanig is dat moet worden geoordeeld dat (alsnog) sprake is van een nieuwe ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Ten slotte is met dit bestemmingsplan het bouwvlak verkleind. Nu met recht betoogd kan worden dat het project geen nieuw beslag legt op de ruimte, is géén sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Er wordt immers niet meer bebouwing mogelijk gemaakt dan op basis van het vigerende bestemmingsplan reeds kon worden gerealiseerd. Volledigheidshalve is door Stec groep alsnog een ladderonderzoek uitgevoerd. In de periode tussen het ontwerp-bestemmingsplan en de vaststelling is vervolgens een notitie opgesteld door Stec groep, waarin onder andere ook is gekeken naar vergelijkbare golfhotelconcepten elders in Nederland. Hierna volgen achtereenvolgend de resultaten en conclusies uit het ladderonderzoek en daarna de conclusies uit het memo. Beide rapportages zijn als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Ladderonderzoek Stec groep Ten tijde van het opstellen van het ladderonderzoek (datum oorspronkelijke rapport is 8 april 2020) bleek er kwantitatief voldoende ruimte te zijn voor de toevoeging van 20 extra hotelkamers bij golfbaan de Herkenbosche. De navolgende tekst bevat de bevindingen en conclusies uit het rapport van 8 april 2020.

Er is namelijk geconstateerd dat er binnen een cirkel van 60 km rondom het plangebied vraag is naar toevoeging van circa maximaal 1.300 extra hotelkamers. Binnen het verzorgingsgebied (Midden-Limburg) bestaat een kwantitatieve behoefte van circa maximaal 70 kamers. Ook kwalitatief speelt de bouw van een golfhotel in op verschillende trends: • Het golfhotel speelt in op de behoefte aan meer beleving. Gasten willen iets bijzonders meemaken, bij voorkeur in de natuur. Rust, ruimte, comfort, kwaliteit, persoonlijke

19

•

•

aandacht en gemak zijn hierbij belangrijk. Door aan de golfbaan een hotel toe te voegen wordt ingespeeld op deze behoefte. Golfers spelen het liefst op veel verschillende banen. Hierdoor hebben ze in toenemende mate behoefte aan locaties waar ze kunnen overnachten. Hierdoor kunnen ze de volgende dag nog een ronde spelen of in de omgeving een andere baan aan doen. Het golfhotel speelt in op de vraag vanuit Duitsland. Door het toevoegen van een hotel wordt de reisbereidheid van golfers verhoogd. Naar verwachting wordt de reikwijdte van de golfbaan daarmee ook groter. Hierdoor wordt de golfbaan niet alleen aantrekkelijker voor Nederlandse gasten, maar ook voor Duitse gasten. In Duitsland groeit de vraag naar golfbanen namelijk sterk, maar blijft het aanbod (kwalitatief) achter. Hierdoor golfen steeds meer Duitsers in Nederland. Zeker in grensgebieden.

Met het realiseren van het golfhotel zal een zeer specifiek publiek worden getrokken. Nagenoeg de volledige vraag zal vanuit golfers komen. Het hotel concurreert daarmee niet tot nauwelijks met de reeds gevestigde hotels in Midden-Limburg en zorgt juist voor bijzonder en passend aanbod náást het reguliere aanbod. In het ladderrapport zijn daarom aanvullend kwalitatieve argumenten benoemd die hieronder zijn samengevat: • golfmarkt groeit sterk, zowel in Nederland als in Duitsland; • structuur van golfmarkt verandert: van overwegend clubverband naar meer vrije golfers; • vitaliteit en bedrijfsvoering moderne golfbanen steeds meer afhankelijk van ‘secundaire’ inkomsten zoals hotelaanbod; • naar verwachting een toename van circa 800 golfers in de regio Midden-Limburg in de komende 10 jaar; • ook vanuit Duits achterland een forse toename van het aantal golfbezoekers verwacht voor Midden-Limburg; • toevoeging hotelkamers bij De Herkenbosche speelt in een op specifieke kwalitatieve behoefte en trekt ‘nieuwe en unieke’ doelgroep naar Midden-Limburg; • golfhotel-aanbod binnen de regio is beperkt. Effecten Stec groep taxeert in het rapport van 8 april 2020 dat er zowel kwantitatief als kwalitatief voldoende behoefte bestaat aan een golfhotel in het verzorgingsgebied.

Het beoogde golfhotel is ondergeschikt aan de golfbaan en richt zich primair op een specifieke doelgroep (golfers van golfbaan de Herkenbosche). Verwacht wordt daarom dat er na toevoeging van het golfhotel geen onaanvaardbare ruimtelijke effecten zullen optreden (c.q. onaanvaardbare leegstand) binnen de bestaande (reguliere) hotelmarkt. Hiermee kan worden voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Notitie kwalitatieve behoefte Stec groep Na ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan bleek er nogal wat tijdsverloop ten opzichte van het oorspronkelijk rapport van 8 april 2020. Begin 2023 heeft Stec groep daarom een aanvullende notitie opgesteld die met name in gaat op de kwalitatieve behoefte. Stec concludeert dat golfhotel de Herkenbosche voorziet in een kwalitatieve behoefte. De golfmarkt verandert en vraagt om een dergelijke voorziening. Hierdoor blijft de golfbaan een moderne en aantrekkelijke golfbaan en behoudt het ook in de toekomst haar bestaansrecht. De hotelgast

20

van het golfhotel zal voor het overgrote deel bestaan uit golfers, zoals ook bij vergelijkbare golfhotel-concepten elders in Nederland het geval is. Het hotel concurreert daarmee niet tot nauwelijks met ander hotelaanbod in de omgeving. Negatieve ruimtelijke effecten zullen zich daarmee niet voordoen. Sterker nog: het hotel trekt met het nieuwe hotelaanbod een ander en nieuw publiek naar de regio. Hiermee draagt het hotel bij aan extra bestedingen in de regio en zorg voor extra draagvlak voor voorzieningen in de regio. Bedrijfswoning, burgerwoning en kantoor Met het plan wordt één nieuwe bedrijfswoning gebouwd in het plangebied. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning (Stationsweg 104, in 1992 vergund als beheerderswoning) om te zetten naar burgerwoning. Het pand Stationsweg 100 (in 1992 vergund en gebouwd als beheerderswoning) is nu feitelijk als ondergeschikt kantoor in gebruik. Dit pand wordt gesloopt. De vergunde situatie is echter niet planologisch als zodanig vastgelegd. Ten opzichte van het huidig planologische regime is hierdoor sprake van de toevoeging één bedrijfswoning en één burgerwoning maar verdwijnt er ook één recreatiewoning. Het kantoor is feitelijk als zodanig in gebruik ten dienste en ondergeschikt van het golfterrein. Het kantoor wordt gebruikt door medewerkers van het golfbedrijf. Hiermee is aangetoond dat er sprake is van behoefte aan dit kantoor.

Het aanwezige gebouw wordt gesloopt en de kantoorruimte wordt ondergebracht in het nieuw te bouwen hotel. De om te zetten bedrijfswoning naar burgerwoning (Stationsweg 104) is al als zodanig in gebruik. De woning wordt al jaren bewoond door een derde, waardoor van een bedrijfswoning feitelijk geen sprake (meer) is. Door een omissie is dat destijds verkeerd bestemd in het nu geldende bestemmingsplan. De nieuw te realiseren bedrijfswoning is vanuit bedrijfsoogpunt noodzakelijk, omdat de beoogde ontwikkeling van het golfhotel zorgt voor de continue aanwezigheid van gasten. Vanwege het belang vanuit bedrijfsoogpunt wordt de bedrijfswoning voor een specifiek doel gerealiseerd, waardoor leegstand wordt voorkomen. De bedrijfswoning mag pas worden gerealiseerd nadat het golfhotel is gerealiseerd. Uit jurisprudentie blijkt verder dat kleinschalige woningbouwplannen niet als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ worden aangemerkt en dat daarmee een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking achterwege kan blijven. Op basis van de overzichtsuitspraak die is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724) geldt dat bij woningbouwlocaties vanaf 12 woningen in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

De ABRS overwoog daarbij het volgende: “Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt.” Op basis van het feit dat de ABRS eerder heeft geoordeeld dat de realisatie van 11 woningen op zichzelf geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft, kan gesteld worden dat ook onderhavig plan voor wat betreft de woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft.

21

Verder kan gesteld worden dat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik, in die zin dat de beoogde ontwikkeling geen nieuwe ruimte claimt omdat de nieuwe bedrijfswoning op het bestaande golfterrein gerealiseerd wordt en er een groot deel van de bestaande bouwmassa gesloopt wordt en compacter nieuw gebouwd wordt. Per saldo betekent deze ontwikkeling een toename van één woning ten opzichte van de huidige planologische situatie. Ten opzichte van de vergunde situatie neemt het aantal woningen echter niet toe. Vanuit het oogpunt van plancapaciteit is derhalve geen sprake van een woningtoename. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is in paragraaf 3.3 en 3.4 ingegaan op de realisatie van de woningen in het kader van de geldende structuurvisies op het gebied van wonen. Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat onderhavig plan geen belemmering ondervindt als gevolg van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Het plan voorziet namelijk in een duurzame verstedelijking.

3.2. Provinciaal beleid 3.2.1. Provinciale Omgevingsvisie Limburg Algemeen Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten van Limburg de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld, met inachtneming van de aanvaarde amendementen. De Omgevingsvisie Limburg vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) en is via een interactief proces met overheden, semioverheden, belangenorganisaties en burgers opgesteld. De Omgevingsvisie Limburg is op 25 oktober 2021 in werking getreden. De Omgevingsvisie Limburg is een strategische en lange termijn visie (2030-2050) op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie Limburg kijkt echter breder dan enkel naar de fysieke leefomgeving. Dat wil zeggen dat de visie ook ingaat op onderwerpen als gezondheid en veiligheid, economie en sociale aspecten. Dit in onderlinge samenhang en met oog voor de internationale context waarin Limburg zich bevindt. De opzet en scope van de Omgevingsvisie (fysieke leefomgeving in brede zin) sluiten aan bij de nieuwe Omgevingswet (beoogde inwerkingtreding per 01-07-2022). Vrijetijdseconomie Ook de vrijetijdseconomie vormt een belangrijke economische pijler in Limburg. Voor een florerende vrijetijdseconomie zijn de kwaliteit van landschap en natuur, aantrekkelijke steden en een goede bereikbaarheid van belang.

Een stabiele balans is nodig: • tussen beleving en bescherming van landschap en natuur • tussen belangen van toeristen, recreanten en inwoners • tussen uiteenlopende wensen van verschillende groepen recreanten • tussen de verschillende groepen in het landelijk gebied die gebruik maken van dezelfde infrastructuur

22

Vraag en aanbod van verblijfsaccommodaties dienen beter in balans gebracht te worden, zowel kwantitatief als kwalitatief. Meer van hetzelfde leidt tot verdringing en leegstand. Een voortdurende kwaliteitsslag is nodig om nieuw en bestaand aanbod aan te passen aan de veranderende vraag van zowel vaste als nieuwe gasten. Bij de herbestemming van vrijkomende agrarische bebouwing wordt verblijfsrecreatie vaak, zonder nadere kwantitatieve en kwalitatieve onderbouwing, als mogelijke nieuwe functie gezien. Dit is geen realistische oplossing wanneer dan sprake is van enkel een kwantitatieve toevoeging. Oneigenlijk gebruik van verblijfsaccommodaties (zoals permanent of tijdelijk wonen) leidt tot vertroebeling van de recreatieve identiteit en is ongewenst. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor handhaving, maar dat blijkt niet eenvoudig. Beoordeling plan De ambities van de provincie Limburg zijn als volgt als het gaat om hotels: • Wij blijven voorstander van afspraken over kwantiteit en kwaliteit van verblijfsrecreatie en hotels op regionale schaal. • De kwaliteitsslag die is ingezet voor bungalowparken en kampeerterreinen moet worden voortgezet en aangevuld met een kwaliteitsslag voor hotels. Bij deze kwaliteitsslag wordt in een maatwerkaanpak per individuele onderneming de gewenste doorontwikkeling bepaald.

Mogelijke opties zijn daarbij onder meer: een verdere doorontwikkeling van het bedrijf, eventueel in combinatie met een kwaliteitsverbetering; een herontwikkeling van de bestaande locatie binnen de vrijetijdseconomie; een transformatie/sanering van de bestaande locatie naar een andere functie. Hier kan sprake zijn van een nieuwe functie voor bestaande gebouwen, sloop van die gebouwen of een combinatie daarvan. Specifiek voor de sector ‘toerisme en recreatie’ in Midden-Limburg is de volgende ambitie gesteld: “We zetten in op bevordering van de kwalitatieve groei van toerisme boven kwantitatieve groei. We zorgen dat de groei in goede balans blijft met andere belangen zoals landschap en natuur. Op het gebied van toerisme en recreatie ondersteunen we de triple helix-aanpak - de samenwerking tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid - zoals die van Keyport. Tevens versterken we de vitale functies van de binnensteden van Roermond en Weert, die een belangrijke rol voor de regio vervullen. We zetten in op de bereikbaarheid van deze centra per fiets en met het openbaar vervoer.

Hierdoor houden we de kernen en steden leefbaar en leveren we een bijdrage aan de gezondheid van de inwoners en aan de verduurzaming van de mobiliteit.” Dit plan past binnen bovengenoemde ambities, omdat het beoogde golfhotel zich primair richt op een specifieke doelgroep, namelijk golfers, zoals in paragraaf 3.1.4 reeds is toegelicht. Daarbij wordt het bestaande groene karakter van de huidige golfbaan zo veel mogelijk in stand gehouden er wordt er per saldo geen verstening toegevoegd. Zodoende ontstaat kwalitatieve groei. De instandhouding van de golfbaan wordt met dit bestemmingsplan gecontinueerd. De golfbaan en haar natuurlijke en landschappelijke omgeving worden niet aangetast.

23

Impressie toekomstige situatie (Bureau Verbeek)

Het plan betreft een toevoeging in de vorm van een golfhotel aan het verharde gedeelte ten oosten van het verenigingsgebouw/restaurant. Echter wordt er ook een grote bouwmassa gesloopt waardoor per saldo sprake is van ontstening. De bouwlocatie van het hotel ligt binnen het huidige bouwvlak en vormt de bebouwingsconcentratie op het golfterrein. Daarnaast is bij de ingang een nieuwe bedrijfswoning voorzien. Een landschapsplan is opgesteld om de nieuwbouw landschappelijk in te richten en er is gekeken naar de impact van het plan op de flora & fauna. Overigens is De Herkenbosche sowieso in het bezit van een certificering op het gebied van groenbeheer. De kernkwaliteiten van de groenblauwe mantel (voorheen Bronsgroene landschapszone) blijven daarmee behouden. Er wordt voldaan aan het Provinciale Omgevingsvisie Limburg. Daarnaast is er onderzoek gedaan naar de aanwezige flora en fauna hetgeen elders in dit bestemmingsplan nader is toegelicht.

3.2.2. Omgevingsverordening Limburg 2014 Algemeen In de Omgevingsverordening Limburg 2014 staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van het POL 2014 juridische binding te geven. De Omgevingsverordening is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. De Omgevingsverordening is uitgebreid met een nieuw hoofdstuk Ruimte. Dat hoofdstuk Ruimte bevat een aantal instrumenten die gericht zijn op de doorwerking van het ruimtelijk beleid van het POL 2014. Behalve de toevoeging van het hoofdstuk Ruimte zijn in de Omgevingsverordening Limburg 2014 ook de Verordening Veehouderijen en Natura 2000 en de Verordening Wonen Zuid-Limburg vrijwel

24

ongewijzigd opgenomen. Hierdoor zijn alle doorwerkingsinstrumenten van het omgevingsbeleid nu ondergebracht in één document. Natuur en landschap

Uitsnede Omgevingsverordening Limburg 2014, kaart Natuur en landschap (gecon. versie 23-02-2018)

Het planvoornemen is gelegen in de Bronsgroene landschapszone. Hiervoor geldt volgens artikel 2.7.2. van de Omgevingsverordening dat de toelichting een beschrijving moet bevatten van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd, waarbij de beleidsregel conform artikel 2.6.7, lid 2, dient te worden toegepast. De golfbaan blijft ingevolge dit bestemmingsplan onveranderd. De kernkwaliteiten van de bosachtige en landschappelijke inrichting van het golfterrein blijft daarmee onveranderd van kracht, waarmee ook de kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone in stand blijven. Sterker nog: er vindt door de realisatie van het landschappelijk inpassingsplan een verbetering plaats doordat het parkeerterrein een upgrade krijgt en de afscherming naar het spoor vergroend wordt. Direct ten oosten van het huidige restaurant- en verenigingsgebouw is een golfhotel met faciliteit voorzien. De huidige bebouwing wordt gesloopt. Ook dit zorgt voor een verbetering doordat minder fraaie en losstaande bebouwing vervangen wordt door nieuwbouw aansluitend aan de bestaande bebouwing. Er vindt clustering van bebouwing plaats en daarmee tevens een beter aanzicht en uitstraling van het gehele complex.

Daarnaast wordt een nieuwe bedrijfswoning gerealiseerd naast het huidige parkeerterrein. Tevens wordt de al feitelijke aanwezige bebouwing, in de vorm van een recreatiewoning als zodanig bestemd, en wordt een bestaande bedrijfswoning omgezet naar burgerwoning. In 1992 zijn reeds vergunningen verleend voor de bouw van een hotel met 20 kamers, twee beheerderswoningen en één recreatiewoning. De ontwikkelingen worden gerealiseerd op gronden waarin zich geen kernkwaliteiten bevinden, zoals ook in de vorige paragraaf is toegelicht. In paragraaf 2.2 en 4.3 zijn de bekende en geïnventariseerde natuurwaarden van het plangebied toegelicht.

25

Milieubeschermingsgebieden

Uitsnede Omgevingsverordening Limburg 2014, kaart Milieubeschermingsgebieden (gecon. versie 23-02-2018)

Het plangebied is gelegen in de ‘Boringsvrije zone Roerdalslenk III’, waarbinnen geen boorput of bodemenergiesysteem mag worden gerealiseerd dieper dan 80 m-mv. Deze regels worden opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan. Tevens is het oostelijk gedeelte van het plangebied aangeduid als ‘Stiltegebied’. Hierbinnen is het verboden buiten een inrichting met een motorvoertuig of een bromfiets met draaiende verbrandingsmotor te bevinden buiten de voor deze voertuigen openstaande wegen en terreinen. Duurzame verstedelijking en bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 Het plangebied is gelegen in de regio Midden-Limburg en in het ‘Landelijk gebied’. Met betrekking tot dit planvoornemen gelden daarom specifieke regels vanuit de Omgevingsverordening met betrekking tot wonen en vrijetijdseconomie. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg. In paragraaf 3.3.1. is ingegaan op deze regeling.

Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor voorzieningen voor vrijetijdseconomie aan de bestaande voorraad vrijetijdseconomie alsmede aan de bestaande planvoorraad vrijetijdseconomie anders dan in overeenstemming met de opgaven en algemene principes van het POL2014 en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio MiddenLimburg. In paragraaf 3.3.2. is ingegaan op deze regeling. Met betrekking tot de Omgevingsverordening Limburg 2014 kan worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan de regels.

26

3.2.3. Ontwerp Omgevingsverordening Limburg Het ontwerp van de Omgevingsverordening Limburg (2021) heeft in de zomer van 2021 ter inzage gelegen. Omdat de Omgevingsverordening nog niet vastgesteld en nog niet in werking getreden is, is dit planvoornemen niet uitgebreid aan deze verordening getoetst. Inhoudelijk is de verwachting dat dit planvoornemen aan de Omgevingsverordening Limburg voldoet omdat de relevante provinciale belangen voor deze ontwikkeling niet wijzigen.

3.3. Regionaal beleid 3.3.1. Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021 Inleiding In 2014 is voor de eerste maal een gezamenlijke Structuurvisie 2014 tot stand gekomen als uitwerking van het POL2014. Deze actualisatie is wederom een uitwerking van het POL2014 en bevat een regionale reactie op het Provinciale woningmarktonderzoek “Beweging op de woningmarkt”. De samenwerkende gemeenten in Midden-Limburg zijn Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert. In de actualisatie worden de leermomenten van de Structuurvisie 2014 meegenomen. Er zijn concrete afspraken gemaakt voor de periode 2018 tot en met 2021 en er is een doorkijk gegeven op de verwachte behoefte tot 2030. In de periode 2014-2017 heeft de economie laten zien dat nieuwbouw en economie niet losgekoppeld kunnen worden. Voor de komende periode heeft de regio haar ambities om te bouwen naar behoefte geactualiseerd om er voor te blijven zorgen dat de juiste kwaliteit woningen op de juiste plekken kunnen worden gebouwd. Hiervoor ligt aan deze actualisatie een nieuw woningmarktonderzoek ten grondslag en zijn de meest recente landelijke, provinciale en regionale ontwikkelingen vertaald. In de geactualiseerde Structuurvisie Wonen 2018 is afgesproken dat 40% van de planovercapaciteit de komende 4 jaar wordt gereduceerd. Dit zijn in de regio nog plannen voor 873 woningen.

Hiermee wordt de systematiek, zoals vastgelegd in de Structuurvisie Wonen 2014, gehandhaafd. Roerdalen De planvoorraad is afgenomen van 725 woningen per 1 januari 2014 tot 557 woningen per 1 januari 2018. Een deel van de afname (36%) is het gevolg van realisaties. Het merendeel (64%) is het resultaat van het actief ingrijpen in de planvoorraad. Netto zijn hierdoor 107 woningen geschrapt. In de afgelopen vier jaar zijn er ook aantallen toegevoegd aan de planvoorraad. Na aftrek van de netto realisaties in de periode 2014 tot en met 2017, zijnde 61 woningen, resteert in Roerdalen een opgave van 319 te bouwen woningen vanaf 1 januari 2018. Deze opgave is vergeleken met de planvoorraad per 1 januari 2018, zijnde 557 woningen. Daaruit volgt een overcapaciteit van 238 woningen. Van deze overcapaciteit wordt de komende vier jaar 40% gereduceerd, te weten 95 woningen.

27

Beoordeling plan Los van de realisatie van het golfhotel gaat het om drie woningen. Met dit bestemmingsplan wordt de bestaande woning Stationsweg 104 omgezet naar burgerwoning. Deze woning wordt al jaren door dezelfde eigenaar als burgerwoning bewoond. Daarnaast wordt een nieuwe bedrijfswoning gerealiseerd als beheerderswoning voor de golfbaan en het golfhotel. Tenslotte wordt de bestaande recreatiewoning op het terrein zelf wordt als zodanig bestemd met een aanduiding. Vergunde situatie (’91 en ‘92) 1 recreatiewoning 2 bedrijfswoningen 0 burgerwoning 3 woningen totaal

Planologisch toegestaan 2 recreatiewoningen 0 bedrijfswoningen (abuis) 0 burgerwoning 2 woningen totaal

Feitelijk aanwezig/in gebruik 1 recreatiewoning 1 bedrijfswoning 1 kantoor 2 woningen totaal

Planvoornemen 1 recreatiewoning 1 bedrijfswoning 1 burgerwoning 3 woningen totaal

Per saldo betekent dit een toename van één woning ten opzichte van de huidige planologische situatie. Ten opzichte van de vergunde situatie neemt het aantal woningen echter niet toe. Vanuit het oogpunt van plancapaciteit is derhalve geen sprake van een woningtoename. De nieuw te bouwen bedrijfswoning is vanuit bedrijfsoogpunt noodzakelijk, omdat de beoogde ontwikkeling van het golfhotel zorgt voor de continue aanwezigheid van gasten. Vanwege het belang vanuit bedrijfsoogpunt wordt de bedrijfswoning voor een specifiek doel gerealiseerd. De bedrijfswoning mag pas worden gerealiseerd nadat het golfhotel is gerealiseerd, waarmee wordt verzekerd dat in casu sprake is van een bedrijfswoning. Dit plan heeft geen invloed op de Structuurvisie Wonen, omdat geen sprake is van woning toeof afname ten opzichte van de vergunde situatie.

3.3.2. Samenwerking Midden Limburg Samenwerking Midden-Limburg (SML) is een netwerkorganisatie die zich richt op het creëren van kaders voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van de regio. Het is een samenwerkingsverband tussen zeven gemeenten in Midden-Limburg: Roermond, Weert, Nederweert, Leudal, Maasgouw, Echt-Susteren en Roerdalen. De thema’s waar SML zich op richt zijn bepaald in de Agenda voor Midden-Limburg (2015). Deze zijn vertaald in de Strategische Investeringsagenda Midden-Limburg (2016). Gemeente Beesel is bestuurlijk onderdeel van de regio Noord-Limburg, maar schuift in de regio Midden-Limburg aan in het werkveld Recreatie & Toerisme omdat het gebruik maakt van de VVV Midden-Limburg. Binnen het SML zijn afspraken gemaakt om initiatieven te bespreken en te beoordelen op regionaal niveau. Hotels met meer dan 30 bedden worden ter beoordeling voorgelegd aan de werkgroep ‘Dynamisch Voorraadbeheer SML RT’. Dit is een werkgroep van de gemeenten om initiatieven integraal af te stemmen. Initiatieven worden beoordeeld op de volgende 4 criteria: 1. marktonderzoek;

28

2. onderscheidenheid; 3. kwaliteit; 4. locatie en ruimtelijke ontwikkeling. Beoordeling plan Het regionaal samenwerkingsverband streeft naar een divers en duurzaam aanbod van recreatieve voorzieningen, gericht op de specifieke vraag uit de markt. Hieraan voldoet de beoogde accommodatie, omdat specifiek wordt ingezet op golfliefhebbers. Met dit initiatief wordt de dagrecreatieve voorziening (golfen) versterkt door ook verblijf aan te bieden. In 1992 is een vergunning verleend voor de bouw van een hotel met 20 kamers. De vergunning is niet geëffectueerd maar ook nooit ingetrokken, waardoor deze vergunning juridischplanologisch nog rechtsgeldig is. Het plan betreft juridisch-planologisch de uitbreiding van dit vergunde hotel met 20 kamers tot een totaal van 40 kamers. Hoewel het hotel al past binnen het geldende bestemmingsplan is deze planontwikkeling volledigheidshalve voorgelegd aan de werkgroep 'Dynamisch Voorraadbeheer SML RT’. Daaruit zijn aanvullend nog enkele opmerkingen of vragen gesteld. Deze vragen zijn met een oplegnotitie beantwoord. Deze oplegnotitie is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. In het bestuurlijk regionaal overleg in juli 2020 is akkoord gegeven voor deze planontwikkeling.

3.4. Gemeentelijk beleid 3.4.1. Omgevingsvisie Roerdalen 2050 Algemeen Deze visie, vastgesteld door de gemeenteraad op 8 juli 2021, is gericht op de kwaliteit en ontwikkeling buiten (onze fysieke leefomgeving) voor de lange termijn. De omgevingsvisie heeft betrekking op alle terreinen van de leefomgeving en gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur (wegen, sporen etc.) en cultureel erfgoed. De toekomst van de fysieke leefomgeving vanuit een integraal (samenhangend) perspectief benaderd. De opgaves vormen hierbij het uitgangspunt. Het motto van de Omgevingswet ‘ruimte voor ontwikkeling’, sluit hierbij aan. Thema Toeristisch Roerdalen Roerdalen zet in op een verdere versterking en ontwikkeling van het toeristisch-recreatief aanbod om hiermee een impuls te kunnen geven aan de plaatselijke economie. Goed passende recreatief-toeristische bedrijven en specifiek ook horeca, zijn belangrijk voor de gemeente, die deze wil behouden. In de Omgevingsvisie zijn de volgende focuspunten geformuleerd: • Profileren Roerdalen vanuit toeristisch perspectief. • Versterken recreatieve routenetwerk. • Benutten potentie Belevingspark de Meinweg. • Ruimte voor kleinschalige verblijfsrecreatie in het buitengebied.

29

• Focus op kwaliteit van verblijfsrecreatie. • Bewaken balans tussen behoud en beleving van natuurwaarden. • Faciliteren van initiatieven en concrete plannen die bijdragen aan deze focuspunten. Dit plan voor de golfbaan sluit aan bij de genoemde focuspunten. Kwaliteitskader Roerdalen Het Kwaliteitskader Roerdalen is de vervanger/opvolger van het Limburgs Kwaliteitsmenu / Gemeentelijk Kwaliteitsmenu en is nader uitgewerkt in bijlage 2 van de Omgevingsvisie. Grondprincipe van het kwaliteitskader is, dat bepaalde ontwikkelingen in het buitengebied ter plaatse leiden tot verlies aan omgevingskwaliteit, hetgeen dient te worden gecompenseerd door een kwaliteitsverbeteringen maatregel en/of financiële bijdrage. De compensatie wordt ingezet om de omgevingskwaliteit te versterken. Ambitie is dat per saldo daarmee de kwaliteit toeneemt. Het kwaliteitskader is van toepassing op ruimtelijke ontwikkelingen die via een projectafwijking, wijziging, herziening van, of rechtstreeks door het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Het kenmerkende voor de bedoelde ontwikkelingen is dat het veelal nieuwe functies zijn die een nieuw ruimtebeslag leggen met daaraan verbonden specifieke ruimtelijke invloeden op de omgeving.

Toets van dit project aan het Kwaliteitskader Dit project bestaat uit de volgende onderdelen: − Nieuwbouw golfhotel − Nieuwbouw van één bedrijfswoning − Slopen van bestaande bedrijfsbebouwing − Omzetten planologische recreatiewoning (vergund als bedrijfswoning) naar burgerwoning − Bestemmen van bestaande recreatiewoning op het golfterrein als recreatiewoning Uitbreiding golfhotel: “Niet-gebiedseigen recreatie en toerisme” De nieuwbouw van het golfhotel valt in ket kader van het Kwaliteitskader in module 3 ‘nietgebiedseigen recreatie en toerisme”. Het nieuwe golfhotel is groter dan het destijds vergunde hotel waardoor voor de toename van de bruto vloeroppervlakte een kwaliteitsbijdrage verschuldigd is. Overigens is van belang om te vermelden dat een deel van de bestaande bebouwing gesloopt wordt. Op onderstaande luchtfoto is zichtbaar wat gesloopt wordt.

30

Te slopen bebouwing rood omlijnd

Er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit maakt als bijlage deel uit van de toelichting van dit bestemmingsplan. Een uitsnede van dat plan is hieronder opgenomen. Doordat de bebouwing compacter en aaneengesloten wordt, in plaats van verspreid zoals nu het geval is, vindt er ter plaatse een kwaliteitsverbetering plaats. Daarnaast wordt er het nodige geïnvesteerd in nieuw groen op een landschappelijk onderbouwde manier.

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=250e428e-0986-47f7-bc9f-4d08364522da