Agendabundel
Tekst van het document
Over Omnibuzz
vervolgens via de vaste verdeelsleutel verdeeld. Dat betekent dat er geen extra capaciteit wordt ingezet op de overhead. De achterliggende gedachte hiervoor is dat, zoals hierboven benoemd, veel onderwerpen en thema’s overkoepelend relevant zijn en veel ondersteunende/facilitaire taken, zoals huisvesting en management niet wezenlijk toenemen door het leerlingenvervoer. Zaken als compliance met allerlei wetten (zie de paragraaf over kruimelfuncties) of een wijziging van de GR hebben betrekking op de organisatie Omnibuzz als geheel, los van de vervoersvorm. De ontschotting van verschillende vervoersvormen en een integrale benadering van het vervoer is bovendien een belangrijk aspect in de visie van Omnibuzz. De uitvoering van leerlingenvervoer kan hierin een belangrijke stap zijn, waarbij wij in de bedrijfsvoering geen harde splitsing tussen de vervoersvormen hanteren. Daarom is gekozen om een deel van de overheadkosten voor leerlingenvervoer intern door te belasten vanuit de Wmo. De kosten worden dus verrekend met de overhead van alle 30 deelnemende Wmo-gemeenten. Op die manier leidt het onderbrengen van het leerlingevervoer tot een voordeel voor alle deelnemende gemeenten op het Wmo-vervoer.
Zodra andere gemeenten besluiten het leerlingenvervoer aan Omnibuzz op te dragen, zullen de kosten opnieuw verdeeld worden over de deelnemende gemeenten, waarbij naar verwachting schaalvoordelen optreden in de uitvoeringsorganisatie. Hier hebben alle gemeenten voordelen van. Hetzelfde geldt voor de aanbesteding. Vervoerskosten
De vervoerkosten worden op basis van daadwerkelijk gebruik, middels een gewogen gemiddelde tarief vervoerders oftewel één gemeentelijk tarief, afgerekend met de gemeenten. Alle perceeltarieven samen leiden tot een gewogen gemiddeld tarief (prijs) voor de gemeenten waarbij per gemeente op basis van realisatie en toeslagen (hoeveelheid) wordt afgerekend. De gunning verwachten wij halverwege februari af te ronden. Na definitieve gunning kan dit tarief berekend worden.
3
De beleidsbegroting
17
Omnibuzz
De beleidsbegroting
3. De beleidsbegroting 3.1
Programma Omnibuzz-vervoer
Wat willen wij bereiken?
Omnibuzz heeft haar missie vertaald in enkele concrete doelstellingen. De doelstellingen zijn:
› Iedere doelgroep passend en tijdig vervoer bieden. › Continu werken aan kwaliteitsverbetering. › Het bevorderen van de zelfredzaamheid van de burger
en het zo veel als mogelijk gebruikmaken van algemeen toegankelijke (voorliggende) voorzieningen. › Vervoersuitgaven beheersbaar houden en vervoer blijven uitvoeren binnen de gemeentelijke begrotingen. › Grip op de interne organisatie, ondanks de toenemende (wettelijke) verplichtingen. Wat gaan wij hiervoor doen in het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer?
Voor de deelnemende gemeenten staat het bieden van passend en tijdig vervoer voorop. Dat vervoer moet voor gemeenten en klanten betaalbaar blijven. Door samenwerking binnen Omnibuzz wordt efficiënt met de middelen omgegaan en ontwikkelen wij samen vernieuwingen op het gebied van beheersbaarheid. Door deze manier van (samen-)werken gaat financiële beheersbaarheid samen met kwaliteitsverbeteringen voor de klant. Samengevat zal Omnibuzz in 2024 de volgende taken uitvoeren of ontwikkelen:
› Continue sturing op kwaliteitsafspraken middels con-
tractbeheer en periodiek overleg met vervoerders. › Uitvoeren van concrete onderzoeken op basis van de verschillende aspecten uit het onderzoeksrapport over de integratie tussen OV- en doelgroepenvervoer. › Doorontwikkelen van de VEP om het gebruik van OV te optimaliseren. › Doorontwikkelen mogelijkheden voor maatwerk naar 18
aanleiding van de groeiende zorgbehoefte, met oog voor kwaliteit en binnen de beheersbaarheid en de realiteit in de vervoerssector (chauffeurstekorten). › (Data gedreven) onderzoek naar klant- en vervoersontwikkeling en eventuele prognoses. › Doorontwikkelen van concepten om een efficiënte planning en uitvoering te bevorderen, met specifieke aandacht voor piekspreiding. › Doorontwikkeling MijnOmnibuzz dat het reizen gemakkelijker maakt en de efficiëntie van de bedrijfsvoering bevordert. › Ontwikkeling van een nieuwe eigentijdse website. › Het organiseren en faciliteren van instroom van ander vervoer, indien wenselijk. › Advisering en uitwerking voorstellen voor omzetting vervoerssysteem voor klanten en vervoerders van zones naar kilometers. › Advisering en uitwerking van beheersmaatregelen op gemeenteniveau, indien wenselijk/noodzakelijk. › Doorontwikkelen van informatie- en kennismanagement binnen de organisatie en uitwisseling hiervan met deelnemende gemeenten en andere externe partijen. › Compliant zijn met geldende wet- en regelgeving, met speciale aandacht voor privacy en informatiebeveiliging, digitaal archief, digitale toegankelijkheid en openbaarheid. › Structureel toetsen en controleren van de administratieve organisatie, bijsturing van resultaten en processen via grondige informatievoorziening, rapportages en risicomanagement binnen de planning & control cyclus.
Wat gaan wij hiervoor doen in het leerlingenvervoer?
Voor de deelnemende gemeenten staat het bieden van passend en tijdig vervoer voorop. Dat vervoer moet voor gemeenten en klanten betaalbaar blijven. Door samenwerking binnen Omnibuzz wordt efficiënt met de middelen omgegaan en ontwikkelen wij samen vernieuwingen op het gebied van beheersbaarheid. Door deze manier van (samen-)werken gaat financiële beheersbaarheid samen met kwaliteitsverbeteringen voor de klant. Samengevat zal
Omnibuzz
De beleidsbegroting
Omnibuzz in 2024 de volgende taken uitvoeren of ontwikkelen:
› Afronding aanbesteding en gunning vervoer. › Implementatie van het vervoer en de eigen organisatie gereed hebben om deze nieuwe taak uit te kunnen voeren. › Continue sturing op kwaliteitsafspraken middels contractbeheer en periodiek overleg met vervoerders. › Advisering en uitwerking van beheersmaatregelen op gemeenteniveau, indien wenselijk/noodzakelijk. › Doorontwikkelen van informatie- en kennismanagement binnen de organisatie en uitwisseling hiervan met deelnemende gemeenten en andere externe partijen.
› Compliant zijn met geldende wet- en regelgeving, met speciale aandacht voor privacy en informatiebeveiliging, digitaal archief, digitale toegankelijkheid en openbaarheid.
› Structureel toetsen en controleren van de administratieve organisatie, bijsturing van resultaten en processen via grondige informatievoorziening, rapportages en risicomanagement binnen de planning & control cyclus.
Wat zijn de daarmee gepaard gaande programmakosten?
De programma-indeling voor Omnibuzz is weergegeven in ‘Tabel Begroting 2024-1’. Tabel Begroting 2024-1 Programma Wmo-vervoer
Baten
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken
€
- €
Lasten
2.173.876 €
Saldo 2.173.876
6.6 Maatwerkvoorzieningen (Wmo)
€
- €
24.439.484 €
24.439.484
6.72c Jeugdhulp dagbesteding (GGZ)
€
- €
174.799 €
174.799
Algemene dekkingsmiddelen 0.5 Treasury
€
75.000 €
18.000 €
-57.000
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken
€
2.173.876 €
- €
-2.173.876
6.6 Maatwerkvoorzieningen (Wmo)
€
24.432.484 €
- €
-24.432.484
6.72c Jeugdhulp dagbesteding (GGZ)
€
174.799 €
- €
-174.799
0.4 Overhead Wmo
€
2.874.675 €
2.874.675 €
-
0.4 Overhead GGZ
€
6.122 €
6.122 €
-
0.4 Overhead LLV
€
118.314 €
118.314 €
-
Overhead
Onvoorzien 0.8 Overige baten en lasten
€
- €
50.000 €
50.000
Structureel saldo van baten en lasten
€
29.855.270 €
29.855.270 €
-
Toevoegingen aan de reserves
€
- €
- €
-
Onttrekkingen aan de reserves
€
- €
- €
-
Algemene reserve
€
- €
- €
-
Bestemmingsreserve ICT
€
10.744 €
- €
-10.744
Incidenteel saldo van baten en lasten
€
10.744 €
- €
-10.744
Structureel en reëel evenwicht
€
29.866.014 €
29.855.270 €
-10.744 19
Omnibuzz
De beleidsbegroting
Voor de verdeling van baten en lasten naar taakvelden is aansluiting gezocht bij hetgeen het BBV hieromtrent voorschrijft (IV3). Uitgangspunt is dat baten en lasten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken/activiteiten. Alle bedrijfskosten die direct verbonden zijn aan taken/activiteiten/producten die gericht zijn op de externe klant, moeten in de betreffende taakvelden worden geregistreerd. Omnibuzz kent slechts een beperkt aantal taakvelden. Onder het taakveld ‘Overhead’ zijn, conform de ‘notitie Overhead’ in het kader van het BBV, alle kosten opgenomen die betrekking hebben op sturing en ondersteuning van het primaire proces. Tot de kosten van overhead worden in ieder geval de volgende zaken gerekend:
› Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie. › Personeel en organisatie. › Inkoop (inclusief aanbesteding en contractmanagement). › In- en externe communicatie met uitzondering van klantcommunicatie. › Juridische zaken. › Bestuurszaken en -ondersteuning. › Informatievoorziening en automatisering. › Facilitaire zaken en huisvesting. › Documentaire informatievoorziening. › Managementondersteuning van het primaire proces. › Leidinggevenden primair proces (hiërarchisch). Onder 0.5 ‘Treasury’ zijn de rente- en bankkosten opgenomen. Voor de begroting 2024-1 bestaat dit bedrag uit bankkosten en te ontvangen rente. Op basis van het gestegen rentetarief verwachten wij renteopbrengsten van € 75.000,- voor 2024. Met kosten van eventuele externe financiering is geen rekening gehouden. De kosten die direct toe te rekenen zijn aan het Wmo-doelgroepenvervoer zijn opgenomen onder het taakveld 6.6 ‘Maatwerkvoorzieningen (Wmo)’. Dit zijn de vervoerslasten en de lasten van de afdeling uitvoering (ritreservering), exclusief de lasten van de manager uitvoering, die conform definitie overhead toegerekend wordt aan de overhead. Ook zijn hierin de lasten meegenomen van de afdeling klantenservice en de lasten gekoppeld aan klachtenmanagement, klanttevredenheid, de bonus/malus regeling en dergelijke. De hieronder opgenomen lasten bestaan wederom uit loonen beheerkosten.
Daarnaast nemen wij het GGZ-vervoer weer op in onze begroting. Dit doen wij onder taakveld ‘6.72c Jeugdhulp dagbesteding (GGZ)’. Hiermee zijn wij gedurende 2022 gestart voor de gemeente Roermond. Inmiddels verzorgen wij dit vervoer ook voor de gemeente Nederweert. Tevens nemen wij vanaf dit jaar voor het eerst het leerlingenvervoer (LLV) op in onze begroting. Dit doen wij onder taakveld 4.3 ‘Onderwijs en leerlingenzaken’. Hiermee zullen wij vanaf augustus 2024 starten voor de gemeenten Echt-Susteren, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert. Wij maken daarom ook wederom een splitsing in de overheadkosten tussen het Wmo-vervoer, het GGZ-vervoer en het LLV. Dit is terug te vinden in de tabel onder 0.4 ‘Overhead Wmo’, 0.4 ‘Overhead GGZ’ en 0.4 ‘Overhead LLV’. Er vindt ook een interne doorbelasting plaats van indirecte kosten en overheadskosten van het Wmo-vervoer naar het GGZ-vervoer en een interne doorbelasting van de overheadkosten van het Wmo-vervoer naar het LLV. 20
Omnibuzz
De beleidsbegroting
De baten voor taakveld 0.4 bestaan volledig uit gemeentelijke bijdragen. De baten voor taakvelden 4.3, 6.6 en 6.72c bestaan eveneens uit gemeentelijke bijdragen. De financiële uitgangspunten voor deze begroting staan vermeld in paragraaf 4.1 ‘Financiële kaders’ op pagina 34. Beleidsindicatoren
Met de invoering van het vernieuwde ‘Besluit begroting en verantwoording’ dienen decentrale overheden de voor hun van toepassing zijnde beleidsindicatoren op te nemen. Met deze beleidsindicatoren worden de effecten van het beleid toegelicht. In de tabel zijn de voor Omnibuzz van toepassing zijnde beleidsindicatoren opgenomen. Indicator
2024-1
Eenheid
Bron
Formatie
0,053
fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
Bezetting
0,052
fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
Apparaatskosten
€ 2,72
kosten per inwoner
Eigen begroting
Externe inhuur
1,9%
kosten als % van totale loonsom
Eigen begroting
Overhead
10,0%
% van totale lasten
Eigen begroting
Op basis van de onder ‘Overhead’ opgenomen lasten bedraagt de overhead 10% van de totale lasten. Omnibuzz streeft ernaar om deze factor in de komende jaren van groei van activiteiten zo stabiel mogelijk te houden. Paragrafen
In het kader van artikel 9 van het ‘Besluit begroting en verantwoording’ zijn de volgende paragrafen opgenomen:
› Weerstandsvermogen en risicomanagement. › Financiering. › Bedrijfsvoering. Weerstandsvermogen en risicomanagement
Het weerstandsvermogen kan gedefinieerd worden als het vermogen dat nodig is om incidentele niet voorziene tegenvallers te kunnen opvangen. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties schrijft in artikel 11 van het nieuwe ‘Besluit begroting en verantwoording’ het volgende voor: Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen:
› De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de Gemeenschappelijke Regeling beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken.
21
Omnibuzz
De beleidsbegroting
› Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.
De weerstandsratio is een verhoudingsgetal tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en het op basis van de risicoanalyse bepaalde benodigde weerstandsvermogen. Onderstaand wordt de weerstandsratio aangegeven als de verhouding tussen de algemene reserve (het weerstandsvermogen) en de benodigde weerstandscapaciteit gebaseerd op de totale risico’s. Als onverhoopt veel risico’s optreden, kan dit betekenen dat de deelnemende gemeenten rekening moeten houden met aanvullende bijdragen om tekorten en risico’s te dekken. Algemene reserve
Benodigde weerstandscapaciteit totaal risico
Weerstandsratio
€ 900.000
€ 760.000
1,18
De minimale omvang van de algemene reserve is op 20 december 2023 vastgesteld op € 550.000,-. Met dit minimum wordt met name het risico dat een van de vervoerders (taxibedrijven) failliet gaat afgedekt, alsmede de risico’s van digitale dreigingen. Daarnaast biedt dit minimum voldoende dekking voor de financiering van eventuele investeringen. Risicomanagement
Het beleid van Omnibuzz is zodanig ingericht dat minimaal één keer per 5 jaar de nota ‘Reserves, voorzieningen en risicomanagement’ geactualiseerd dient te worden. Medio 2023 is de nota ‘Reserves, voorzieningen en risicomanagement’ geactualiseerd en op 20 december 2023 is deze vastgesteld door het algemeen bestuur. Bij deze actualisatie is ook de inventarisatie van de belangrijkste risico’s waarmee Omnibuzz kan worden geconfronteerd geactualiseerd. Op basis van deze risico-inventarisatie en de bijbehorende beheersmaatregelen is een inschatting gemaakt van de financiële impact en de kans dat de risico’s zich voordoen. Dit vormt de basis voor het bepalen van het weerstandvermogen. De belangrijkste geïdentificeerde risico’s zijn: Risico’s Economische kwetsbaarheid taxibedrijven Gebrek aan kennis omtrent nieuw doelgroepenvervoer
Politiek
Strategisch
Proces
Personeel
ICT
Financieel
Kwaliteit
Afhankelijkheid leveranciers ICT Digitale dreigingen
Continuiteit risico tgv serverbeheer
Rekening houdende met de beheersmaatregelen die beschikbaar zijn om deze risico’s te mitigeren en de mate waarin de risico’s reeds in de eerdere begroting zijn doorgerekend, wordt de maximale impact geschat op € 760.000,-.
22
Omnibuzz
De beleidsbegroting
Risicomanagement is een belangrijk onderdeel van de planning & control cyclus binnen Omnibuzz. In dit kader wordt regelmatig getoetst of de aanwezige weerstandscapaciteit afdoende is om de risico’s waarmee Omnibuzz geconfronteerd wordt af te dekken. Een overzicht van de kernrisico’s is opgenomen in de bijlagen vanaf pagina 54. De vaststelling is geldend totdat de nota ‘Reserves, voorzieningen en risicomanagement’ opnieuw zal worden geactualiseerd. In de vergadering van het algemeen bestuur d.d. 7 juli 2021 is, naar aanleiding van de bestemming van het resultaat over 2020, besloten om € 368.000,- toe te voegen aan de algemene reserve. Hiermee is de algemene reserve ultimo 2021 uitgekomen op € 900.000,-. Het saldo biedt ruimte om tot aan het minimum actief gelden in te zetten voor afdekking van benoemde scenario’s, dekking van eventuele tekorten en financiering van investeringen.
23
Omnibuzz
De beleidsbegroting
Geprognosticeerde balans 2024-1 Activa
31-dec-2023 €
31-dec-2024 €
Passiva
Vaste activa
Vaste passiva
Materiële vaste activa:
Algemene reserve
Investeringen met een economisch nut
340.206
283.668
Egalisatiereserve Bestemmingsreserve
Financiële vaste activa
-
-
Resultaat voor bestemming Wmo Resultaat voor bestemming GGZ
Totaal vaste activa
340.206
283.668 Totaal vaste passiva
Vlottende activa
Vlottende passiva
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar:
Netto-vlottende schulden:
Uitzettingen in Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
5.948.359
5.349.686
Overige schulden
31-dec-2023 €
900.000
31-dec-2024 €
900.000
-
-
35.244
24.500
2.095.839
-
-25.984
-
3.005.099
924.500
2.232.070
1.538.791
506.730
347.308
1.751.267
3.689.198
Overlopende passiva: Overige vorderingen
408.568
316.921
Te betalen verplichtingen
Liquide middelen
568.157
353.562
Voorschotbedragen:
Overlopende activa
229.876
195.962
Overige Nederlandse overheidslichamen
Totaal vlottende activa
7.154.959
6.216.131 Totaal vlottende passiva
4.490.067
5.575.298
Totaal generaal
7.495.166
6.499.798 Totaal generaal
7.495.166
6.499.798
De vergelijkende cijfers per 31 december 2023 zijn overgenomen uit de concept jaarrekening 2023. De balansposten vlottende activa en vlottende passiva zijn voor 2024 begroot door het gewogen gemiddelde van de afgelopen drie jaren te nemen (incidentele posten buiten beschouwing gelaten), of waar mogelijk een zo accuraat mogelijke inschatting van de balanspost te maken. Voor de gewijzigde begroting 2024-1 is het positieve resultaat 2023 € 2.069.855,- als incidenteel gezien en uit het gewogen gemiddelde van de afgelopen drie jaar gehaald. Het positieve resultaat vloeit via het resultaatvoorstel terug naar de gemeenten of wordt toegevoegd aan de algemene reserve of bestemmingsreserves. Het voorstel resultaatbestemming 2023 wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het algemeen bestuur op 3 juli 2024 en zal in de gewijzigde begroting 2025 worden verwerkt. Het eigen vermogen is begroot door een zo goed mogelijke inschatting te geven van de reserves en voorzieningen op basis van de nu bekende risico’s. Hierbij is rekening gehouden met de nota ‘Reserves, voorzieningen en risicomanagement’ die is vastgesteld door het algemeen bestuur en met de huidige weerstandscapaciteit. 24
Omnibuzz
De beleidsbegroting
Kengetallen
In het kader van artikel 11 van het ‘Besluit begroting en verantwoording’ zijn de volgende kengetallen opgenomen:
› Netto schuldquote. › Solvabiliteitsratio. › Structurele exploitatieruimte. › Grondexploitatie. › Belastingcapaciteit. Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Onderstaand volgt een korte toelichting op de voorgeschreven kengetallen:
› De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. › De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin aan de financiële verplichtingen kan worden voldaan. › De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen of welke structurele stijging van de baten of daling van de lasten daarvoor nodig is.
› De grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten (niet van toepassing voor Omnibuzz).
› De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde (niet van toepassing voor Omnibuzz).
De uitkomsten van deze vijf kengetallen worden voor het begrotingsjaar 2024 (t) weergegeven in de volgende tabel. Begroting jaar
Verloop van de kengetallen
Kengetallen:
2022
2023
2024-1
Netto schuldquote
-16%
-9%
2%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-16%
-9%
2%
Solvabiliteitsratio
69%
40%
14%
Structurele exploitatieruimte
12%
7%
-0,04%
Grondexploitatie
nvt
nvt
nvt
Belastingcapaciteit
nvt
nvt
nvt
Voor 2024 (t) is de geprognosticeerde balans 2024 of een gemiddelde van de afgelopen 3 jaren als basis gebruikt om de kengetallen te berekenen. Voor 2022 (t-2) zijn de gerealiseerde cijfers uit de vastgestelde jaarrekening gebruikt. Voor 2023 zijn de cijfers uit de concept jaarrekening overgenomen. Omdat in 2023 de resultaatbestemming nog opgenomen is, ontstaat er een vertekend beeld, waardoor het verschil tussen de 25
Omnibuzz
De beleidsbegroting
solvabiliteitsratio’s van 2023 en 2024-1 groter lijkt dan het daadwerkelijk is. De solvabiliteitsratio voor 2024-1 is 14%. Dit betekent dat voor 2024 (t) 14% van het totale vermogen uit eigen vermogen bestaat. Hoe hoger dit percentage, hoe beter. De uitkomst van de netto schuldquote is 2%. Dit komt omdat Omnibuzz relatief weinig vreemd vermogen heeft. De structurele exploitatieruimte bedraagt voor 2024 (t) –0,04%. De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor Omnibuzz niet van toepassing. Financiering
Treasury De financiering van Omnibuzz bestaat uit bijdragen van de deelnemende gemeenten. Omnibuzz maakt op dit moment geen gebruik van een kortlopende kasgeldlening. Indien er in de toekomst gebruik wordt gemaakt van een kortlopende kasgeldlening zullen de hieraan eventueel verbonden kosten in de jaarrekening opgenomen worden als kapitaallasten. Vanuit de in 2018 gevormde bestemmingsreserve ‘ICT’ valt elke jaar het afschrijvingsdeel voor de in het jaar 2018 en 2019 geïnvesteerde activa vrij ter financiering van de afschrijvingslasten. In de gewijzigde begroting 2024-1 bedraagt dit afschrijvingsdeel € 6.125,-. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan tot welk bedrag korte financiering mogelijk is. Onder korte financiering wordt in de Wet FIDO verstaan leningen met een rente typische looptijd korter dan één jaar. De kasgeldlimiet wordt bepaald als een percentage van het begrotingstotaal. Bij ministeriële regeling is dit percentage voor Omnibuzz vastgesteld op 8,2%. Concreet betekent dit dat de netto vlottende schuld per kwartaal de kasgeldlimiet niet mag overschrijden. Omnibuzz zal naar verwachting binnen de kasgeldlimiet blijven. (1) Vlottende schuld
(2) Vlottende middelen
(3) Netto vlottende schuld
Kwartaal 1
€
1.362.404
€
5.824.743
€
-4.462.340
Kwartaal 2
€
1.369.219
€
6.033.805
€
-4.664.586
Kwartaal 3
€
1.225.962
€
3.395.699
€
-2.169.737
Kwartaal 4
€
4.490.067
€
7.154.959
€
-2.664.892
5.602.302 €
-3.490.389
(4) Gemiddelde van kwartalen €
2.111.913 €
(6) Ruimte onder kasgeldlimiet
3.490.389
€
(5) Berekening kasgeldlimiet (7) Omvang begroting per 1 januari 2023
€
29.855.270
(5) = (7) x (8) Kasgeldlimiet:
€
2.448.132
Ruimte (+) / overschrijding (-) (6) + (5)
€
5.938.521
(8) in procenten van de grondslag
26
8,2%
Omnibuzz
De beleidsbegroting
De (verwachte) netto vlottende schuld per kwartaal voor de kasgeldlimiet 2024 is berekend door uit te gaan van de realisatie Q1 t/m Q4 2023. Renterisiconorm De renterisiconorm is direct gerelateerd aan het budgettaire risico en heeft als doel het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat overtollige publieke middelen worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor zal de Nederlandse staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. Decentrale overheden zullen op de deposito’s een rente vergoed krijgen die gelijk is aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt bij leningen die ze op de markt aangaat. Voor decentrale overheden is het gevolg hiervan dat uitstaande beleggingen bij het vrijvallen niet kunnen worden herbelegd maar naar de rekening courant gaan. Daar kunnen ze hoogstens als deposito worden weggezet tegen de dan geldende rente op Nederlandse staatsobligaties. Er is sprake van een drempelbedrag dat Omnibuzz buiten de schatkist mag aanhouden. Voor Omnibuzz is het drempelbedrag vastgesteld op maximaal € 1.000.000,-. Het feitelijke bedrag is voor Omnibuzz rond de € 500.000,-.
Dit saldo wordt daarmee niet als overtollig beschouwd. De Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) De Europese eisen en afspraken over reductie van het begrotingstekort en de staatsschuld vormen de basis van de Wet Hof. De middellange termijndoelstelling is het op termijn verkrijgen van begrotingsevenwicht in stappen van 0,5% bbp per jaar. Omdat ook gemeenten, provincies, waterschappen en Gemeenschappelijke Regelingen bijdragen aan het begrotingstekort van de collectieve sector, bepaalt het wetsvoorstel dat niet alleen het Rijk maar ook de decentrale overheden zich moeten houden aan de doelstellingen uit het aangescherpte Stabiliteits- en Groeipact.
27
Omnibuzz
De beleidsbegroting
Het EMU-saldo volgt uit de tabel:
Omschrijving
2023 2024-1 Jaarrekening Begroting x € 1.000 x € 1.000 Vorig verslagjaar
2025 Begroting x € 1.000
Huidig Volgend begrotings- begrotingsjaar jaar
1
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
1.979
0
0
2
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
46
50
50
3
Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie
0
0
0
4
Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd
44
0
0
5
Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4
0
0
0
6
Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord
0
0
0
7
Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)
0
0
0
8
Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord
0
0
0
9
Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen
0
0
0
10
Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten
0
0
0
11
Verkoop van effecten
a
Gaat u effecten verkopen? (ja/nee)
Nee
Nee
Nee
b
Zo ja, wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie
0
0
0
1.981
50
50
Berekend EMU-saldo
Het EMU-saldo wordt berekend door op het exploitatiesaldo de afschrijvingen, investeringen en mutaties van reserves te corrigeren. Omdat Omnibuzz kostenneutraal begroot, leiden eventuele investeringen in 2024 in materiële vaste activa tot een mutatie in het EMU-saldo. Tevens drukken de afschrijvingen op de exploitatie, die conform de financiële uitgangspunten niet gedekt worden door de algemene reserve. Per saldo wordt hierdoor voor 2024 een EMU-saldo ad € 50.000,- begroot. Economische vooruitzichten
De inflatie daalt van 4,1% in 2023 naar 2,9% in 2024. De economische groei is met 0,1% in 2023 laag, maar stijgt iets in 2024, naar 0,3%. Dat blijkt uit de Najaarsraming van december 2023. 28
Omnibuzz
De beleidsbegroting
Na een recordhoogte van 11,6% in 2022, is de inflatie in 2023 gedaald naar 4,1%. Wij verwachten dat deze in 2024 verder daalt naar 2,9%, en in 2025 met 2,2% dichterbij de beoogde 2% komt. De lagere energieprijzen en de renteverhogingen van de centrale banken zijn hier de belangrijkste oorzaken van.
Kwaliteit en klantgerichtheid
De economie is in 2023 met 0,1% gegroeid. Dat is fors lager dan in 2022, toen er nog veel groei werd ingehaald na de COVID-19 pandemie. In de komende jaren zal de groei iets hoger zijn; 0,3% in 2024 en 1% in 2025.
Professionaliteit
De belangrijkste oorzaken van de afkoeling van de economie zijn de terugval van de wereldhandel en het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank. Dat beleid is nodig om de hoge inflatie te bestrijden. Het begrotingstekort van de overheid is in 2023 nog beperkt tot 0,9% van het bruto binnenlands product. Dat beeld verslechtert de komende jaren snel, mede doordat meer rente moet worden betaald over de eigen overheidsschuld. Het tekort stijgt dan richting de EU-grens van 3%. De werkloosheid blijft laag met een 3,6% in 2023 en loopt op naar 4% in 2024. De lonen stijgen fors, met 5,9% in 2023 en 5,7% in 2024. (Bron: DNB, De stand van onze economie - december 2023). Bedrijfsvoering Sturingsprincipes
Sinds de totstandkoming van de Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz heeft Omnibuzz zich ontwikkeld tot een compacte en doelmatige organisatie. De organisatie is hierbij ingericht op basis van een aantal sturingsprincipes die behouden blijven. Daarnaast vraagt de groei en ontwikkeling van de organisatie om een aantal nieuwe sturingsprincipes. De volgende principes worden door Omnibuzz bij de keuzes omtrent inrichting van de werkorganisatie gehanteerd:
Kwaliteit en klantgerichtheid staan voorop bij alle inrichtingsvraagstukken. Dit uit zich naar alle betrokkenen, van klanten tot vervoerders en van gemeenten tot de Provincie Limburg.
Omnibuzz organiseert haar werkorganisatie op een professionele manier. Uitgangspunt hierbij is dat de organisatie-inrichting en -sturing faciliterend moeten zijn voor de medewerkers. Doelmatigheid De werkorganisatie wordt doelmatig ingericht. Dat wil zeggen dat binnen de geldende kwaliteitskaders en taakstelling een zo efficiënt mogelijke organisatie wordt ingericht. Lerende organisatie Omnibuzz is een organisatie in groei en in ontwikkeling. Dit betekent dat processen, systemen en werkwijzen voortdurend worden geoptimaliseerd. Omnibuzz stimuleert haar medewerkers bij te dragen aan het principe van een lerende organisatie. Good governance De organisatie wordt ingericht op basis van de principes van good governance en met inachtneming van de bepalingen van de Wet ‘Gemeenschappelijke Regelingen’. Belastingdienst In 2017 heeft de Belastingdienst Omnibuzz vrijgesteld van de vennootschapsbelasting op basis van de dienstverleningsovereenkomsten-vrijstelling. In 2018 heeft de Belastingdienst het standpunt ingenomen dat Omnibuzz btw in rekening dient te brengen over de 29
Omnibuzz
De beleidsbegroting
gemeentelijke bijdrage (vervoer 9%, overige kosten 21%). Dit heeft tot gevolg gehad dat de fiscale afhandeling van het ondernemershandelen in het kader van de vervoersbeweging van Omnibuzz per 1 april 2019 is teruggevallen naar de individuele gemeenten. Bestuurlijke structuur
De bestuurlijke structuur wordt gevormd door een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur bestaat uit 30 leden met 38 stemmen. Het dagelijks bestuur wordt gevormd door een zevental leden:
› 4 leden vanuit Zuid-Limburg. › 3 leden vanuit Noord- en Midden-Limburg. De directeur van Omnibuzz legt verantwoording af aan het dagelijks bestuur (DB) en het algemeen bestuur (AB). In de nadere uitwerking van de verordeningen van DB en AB alsmede de organisatie- en directieverordening is de relatie nader geregeld. Structuur werkorganisatie
Omnibuzz staat onder aansturing van een éénhoofdige directie. De directeur legt verantwoording af aan het bestuur en geeft leiding aan de werkorganisatie. Binnen de werkorganisatie worden twee afdelingen onderscheiden die elk onder aansturing staan van een manager:
› Uitvoering, waaronder ritreservering en tactische regievoering. › Bedrijfsvoering, waaronder ICT, financiële administratie, finance & control en klantenservice. Naast deze afdelingen wordt een aantal staffuncties onderscheiden die onder aansturing van de directeur vallen. De afdelingsmanagers vormen samen met de directeur het managementteam. In de vergadering van het dagelijks bestuur op 13 november 2019 is ingestemd met de tweede evaluatie van het organisatieplan. In het formatieplan is de benodigde bezetting per afdeling als volgt vastgelegd.
30
Omnibuzz
De beleidsbegroting
Afdeling uitvoering
De afdeling uitvoering kent de volgende verwachte bezetting: Functie
Fte
Manager uitvoering
1,00
Teamleider ritreservering
3,00
Medewerkers ritreservering
22,45
Regiemedewerkers
4,45
Projectmedewerker uitvoering
0,80
Hoofd ritreservering
1,00
Afdeling uitvoering totaal
32,7
De totale verwachte bezetting van de afdeling uitvoering bedraagt in de eindsituatie 2024 naar huidige inzichten maximaal 32,70 fte en blijft hiermee ongewijzigd ten opzichte van 2023. Afdeling bedrijfsvoering
De afdeling bedrijfsvoering zal naar verwachting de volgende bezetting in 2024 kennen: Functie
Fte
Manager bedrijfsvoering
0,90
Teamleider financiële administratie
1,00
Financieel medewerkers A
3,00
Financieel medewerkers B
1,00
Teamleider klantenservice
1,00
Medewerker klantenservice
7,00
Medewerker applicatiebeheer
0,67
Medewerker ICT
0,67
Medewerker finance & control
0,80
Afdeling bedrijfsvoering totaal
16,04
De totale verwachte bezetting van de afdeling bedrijfsvoering bedraagt in 2024 16,04 fte en is hiermee ongewijzigd ten opzichte van vorig jaar. 31
Omnibuzz
De beleidsbegroting
Staffuncties
De staffuncties zien er naar verwachting als volgt uit: Functie
Fte
Directeur
1
HR beleidsadviseur
0,8
HR assistent
0,5
Adviseur projecten
3,5
Secretariaat
1,39
Functionaris gegevensbescherming
0,1
Privacy Officer
0,2
Communicatieadviseur
0,5
Coördinator klachtenafhandeling
1
Medewerker klachtenafhandeling
0,9
Medewerker databeheer en -analyse
0,6
Afdeling staf totaal
10,49
De verwachte bezetting van de staffuncties bedraagt in 2024 10,49 fte en blijft hiermee ongewijzigd ten opzichte van 2023. Daarnaast wordt vanwege de aard van de werkzaamheden externe expertise ingekocht: Functie
Fte
Projectleider
0,50
De totale structurele bezetting van Omnibuzz is 60,03 fte. Hierin is 0,30 fte opgenomen voor invulling van de OR-activiteiten. Het verloop van de bezetting over de jaren is als volgt: Afdeling
2024
2025
2026
2027
2028
Uitvoering
32,70
32,70
32,70
32,70
32,70
Bedrijfsvoering
16,04
16,04
16,04
16,04
16,04
Staf
10,49
10,49
10,49
10,49
10,49
OR
0,30
0,30
0,30
0,30
0,30
Externe expertise
0,50
0,50
0,50
0,50
0,50
Totaal
60,03
60,03
60,03
60,03
60,03
32
4
Financiële begroting
33
Omnibuzz
Financiële begroting
4. Financiële begroting 4.1
Financiële kaders
Ten opzichte van de begroting 2024 (goedgekeurd door het algemeen bestuur op 5 juli 2023) doet zich een aantal wijzigingen voor. Enerzijds vloeien deze wijzigingen voort uit het feit dat de financiële uitgangspunten kunnen worden ingevuld met meer recent cijfermateriaal. Anderzijds is er ook een aantal beleidsmatige wijzigingen die hun effect hebben op de begroting 2024. De financiële uitgangspunten voor de gewijzigde begroting 2024-1 zijn vastgesteld door het algemeen bestuur op 20 december 2023 en hieronder weergegeven. 1 2023 is het eerste jaar sinds COVID-19 waarin er geen
lockdowns of andere beperkende maatregelen zijn ingesteld. Daarnaast heeft de vervoersvraag zich gestabiliseerd ten opzichte van voorgaande jaren. Wij keren dan ook terug naar het oorspronkelijke uitgangspunt, waarin de gerealiseerde vervoerscijfers per gemeente in de periode één jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft (T-1) als uitgangspunt worden genomen. Uitgangspunt is het daadwerkelijk verreden aantal ritten en kilometers per gemeente. Voor de begroting 2024-1 is het uitgangspunt dus het gerealiseerde vervoersvolume in 2023 op gemeenteniveau. 2 Op de vervoerscijfers zoals genoemd bij 1) wordt een opslag van 5% toegepast om de toekomstige groei in de vervoersvraag binnen de begroting op te vangen. 3 De individuele gemeentes hebben de mogelijkheid om naar wens een additioneel opslagpercentage toe te passen om een hogere (of lagere) verwachte stijging van het vervoersvolume op gemeenteniveau (zie 2) op te vangen. Dit individueel opslagpercentage kan op maat worden ingerekend. 4 Vanwege de structureel lagere vervoersvraag zijn de aanvullende addendum afspraken met de vervoerders nog steeds van toepassing. Deze afspraken houden in dat de vervoerders gecompenseerd worden middels een staffel 34
in het tarief voor het lagere vervoersvolume (40% - 90%) ten opzichte van de inschrijving bij de aanbesteding. Het vervoerstarief zal daarom worden verhoogd conform de contractueel overeengekomen staffel in het addendum met de vervoerders. De basis voor het toe te passen staffelpercentage bestaat uit het vervoersvolume genoemd onder 1) en de opslag genoemd onder 2). 5 Het vervoerstarief wordt geïndexeerd met de NEA-index voor 2024 (vastgesteld op 3,4%). Voor het vervoerstarief wordt gerekend met het voorcalculatorisch tarief 2024 op basis van de afgegeven tarieven in de vervoerscontracten of de flexibele tarieven uit het addendum op de vervoerscontracten, verhoogd met de NEA-index die geldt voor 2024. 6 Het voorcalculatorisch tarief 2024 wordt bepaald op basis van het nacalculatorisch tarief voor 2023 (nog te bepalen), voor het gerealiseerde deel van het vervoer 2023, verhoogd met de NEA-index die geldt voor 2024 (3,4%). 7 Voor de salaris- en loonkosten wordt een nieuwe inschatting gemaakt van de diverse kostencomponenten op basis van de meest actuele informatie. In de begroting 2024-1 zal gebruik worden gemaakt van het meest recente formatieplan. Indexatie van de salariscomponent gebeurt op basis van de afspraken tussen werkgevers en de vakbonden, zoals deze zijn overeengekomen in het onderhandelingsresultaat Cao Gemeenten en Cao SGO d.d.
10 november 2023 (per 1 januari 4,75% en per 1 oktober 1,25%). 8 De overheadkosten 2024 zijn gebaseerd op een zo goed mogelijke nieuwe inschatting van de diverse kostencomponenten. Er wordt gewerkt met een indexpercentage gebaseerd op de schatting uit de MEV 2024 middellange termijnplanning van het CPB zijnde 3,3%. 9 Alle vervoerskosten worden conform uitgangspunt uit de notitie afrekensystematiek op basis van daadwerkelijk gebruik met de deelnemende gemeenten afgerekend. 10 De afrekensystematiek voor de indirecte vervoerskosten (zoals loonkosten ritreservering en klantenservice) gebeurt op basis van het aantal ritten. In de begroting
Omnibuzz
Financiële begroting
zal het aantal ritten uit 2023 opgenomen worden. Bij de afrekening wordt het gerealiseerde aantal ritten 2024 als basis genomen. 11 De afrekensystematiek voor de overheadkosten conform ‘Notitie overhead Commissie BBV/IV3’ (bijvoorbeeld loonkosten staf en directie, facilitaire zaken) gebeurt op basis van het aantal inwoners (gebaseerd op CBS-gegevens peildatum 1-1-2024). 12 In de begroting wordt ervan uitgegaan dat de algemene reserve minimaal € 520.000,- bedraagt conform de vastgestelde ‘Nota reserves, voorzieningen en risicomanagement’. Actualisatie van deze nota kan dit bedrag wijzigen (na goedkeuring door algemeen bestuur op 20 december 2023) naar € 550.000,-. 13 In de overheadkosten is een post onvoorzien opgenomen conform voorschrift BBV. Deze post wordt gesteld op € 50.000,-. 14 Alle bedragen zijn weergegeven exclusief btw. Additionele uitgangspunten GGZ-vervoer (alleen voor gemeenten waarvoor dit van toepassing is) 15 Verdeelsleutel GGZ-vervoer: de overheadkosten worden ver-
deeld op basis van inwonersaantal; indirecte vervoerskosten op basis van aantal ritten; directe vervoerskosten op basis van kilometers.
16 Verdeelsleutel interne doorbelasting Wmo-vervoer naar
GGZ-vervoer: de overheadkosten worden doorbelast op basis van het aantal pashouders op 1 januari van het betreffende jaar; indirecte vervoerskosten op basis van het aantal ritten. 17 Investeringskosten GGZ: deze worden op basis van inwoneraantal (peildatum 1 januari van het betreffende jaar) doorberekend aan de betreffende gemeenten. Additionele uitgangspunten leerlingenvervoer (LLV) (alleen voor gemeenten waarvoor dit van toepassing is) 18 De investeringen worden op basis van inwoneraantal
doorberekend aan de betreffende gemeenten.
19 Verdeelsleutel interne doorbelasting Wmo - LLV: over-
head op basis van geïndiceerde reiziger.
20 Verdeelsleutel gemeenten binnen LLV: kilometers voor
vervoer, inwoners voor overheadkosten en ritten voor indirecte vervoerkosten. 21 Vervoerkosten middels gewogen gemiddelde tarief vervoerders: 1 gemeentelijk tarief. Alle perceeltarieven tezamen leiden tot een gewogen gemiddeld tarief (prijs) voor de gemeenten, waarbij per gemeente op basis van realisatie en toeslagen (hoeveelheid) wordt afgerekend.
35
Omnibuzz
Financiële begroting
Beleidsindicatoren Indicator
2024-1
Eenheid
Bron
0,053
fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
Bezetting
0,052
fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
Apparaatskosten
€ 2,72
kosten per inwoner
Eigen begroting
Externe inhuur
1,9%
kosten als % van totale loonsom
Eigen begroting
Overhead
10,0%
% van totale lasten
Eigen begroting
Formatie
Voor een toelichting op de beleidsindicatoren wordt verwezen naar ‘Wat zijn de daarmee gepaard gaande programmakosten?’ op pagina 19. Tabel overzicht van baten en lasten per taakveld Programma Wmo-vervoer
Baten
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken
€
- €
Lasten
2.173.876 €
Saldo 2.173.876
6.6 Maatwerkvoorzieningen (Wmo)
€
- €
24.439.484 €
24.439.484
6.72c Jeugdhulp dagbesteding (GGZ)
€
- €
174.799 €
174.799
Algemene dekkingsmiddelen 0.5 Treasury
€
75.000 €
18.000 €
-57.000
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken
€
2.173.876 €
- €
-2.173.876
6.6 Maatwerkvoorzieningen (Wmo)
€
24.432.484 €
- €
-24.432.484
6.72c Jeugdhulp dagbesteding (GGZ)
€
174.799 €
- €
-174.799
0.4 Overhead Wmo
€
2.874.675 €
2.874.675 €
-
0.4 Overhead GGZ
€
6.122 €
6.122 €
-
0.4 Overhead LLV
€
118.314 €
118.314 €
-
Overhead
Onvoorzien 0.8 Overige baten en lasten
€
- €
50.000 €
50.000
Structureel saldo van baten en lasten
€
29.855.270 €
29.855.270 €
-
Toevoegingen aan de reserves
€
- €
- €
-
Onttrekkingen aan de reserves
€
- €
- €
-
Algemene reserve
€
- €
- €
-
Bestemmingsreserve ICT
€
10.744 €
- €
-10.744
Incidenteel saldo van baten en lasten
€
10.744 €
- €
-10.744
Structureel en reëel evenwicht
€
29.866.014 €
29.855.270 €
-10.744
Voor een toelichting op de baten en lasten per taakveld wordt verwezen naar ‘Wat zijn de daarmee gepaard gaande programmakosten?’ op pagina 19. 36
Omnibuzz
4.2
Financiële begroting
Toelichting op de baten en lasten Wmo
Vervoerskosten en baten
Het vervoersvolume 2024-1 is gebaseerd op de gerealiseerde kilometers, de toeslagen laag en hoog en de meereizend OV-er in de periode 1 januari tot en met 31 december 2023, vermeerderd met een opslag van 5%. Tabel Vervoersvolume 2024-1 Gemeente
Kilometers 2023
Kilometers 2024-1 (incl. opslag)
Opslag
Toeslagen km hoog (incl. opslag)
Toeslagen km laag (incl. opslag)
Meereizend km OV-er (incl. opslag)
Ritten 2024
Beek
79.251
5%
83.214
2.498
20.563
491
10.422
Beekdaelen
237.324
5%
249.190
1.019
49.989
1.615
31.446
Beesel
57.016
5%
59.867
2.416
17.295
582
6.840
Bergen
55.012
5%
57.763
2.038
9.606
259
4.758
Brunssum
250.758
5%
263.296
3.399
75.203
1.818
37.385
Echt-Susteren
212.070
5%
222.673
7.629
56.257
1.769
26.584
Eijsden-Margraten
193.659
5%
203.341
2.711
57.769
1.214
27.021
Gennep
85.945
5%
90.242
5.760
20.558
723
13.317
Gulpen-Wittem
113.286
5%
118.950
8.296
33.038
1.021
13.841
Heerlen
645.482
5%
677.756
23.396
140.168
6.177
113.382
Horst aan de Maas
176.069
5%
184.873
3.169
42.074
698
20.190
Kerkrade
450.948
5%
473.495
20.448
114.402
5.202
80.799
Landgraaf
341.670
5%
358.753
16.175
88.780
2.461
58.593
Leudal
165.142
5%
173.399
2.229
40.941
720
17.386
Maasgouw
160.213
5%
168.224
4.097
37.296
1.114
17.823
Maastricht
855.397
5%
898.167
44.669
279.881
8.183
180.514
Meerssen
166.592
5%
174.922
10.279
38.921
1.372
23.511
Nederweert
55.495
5%
58.269
135
13.219
323
7.249
Peel en Maas
157.377
5%
165.246
5.130
43.840
1.052
16.532
Roerdalen
77.492
5%
81.367
2.553
17.930
655
9.561
Roermond
193.752
5%
203.440
687
44.504
1.672
38.815
Simpelveld
48.156
5%
50.564
904
7.137
531
6.584
Sittard-Geleen
699.304
5%
734.269
38.068
175.042
5.544
112.309
Stein
95.930
5%
100.727
3.542
25.737
791
13.503
Vaals
85.418
5%
89.689
536
24.830
505
9.537
Valkenburg aan de Geul
179.468
5%
188.441
8.244
58.976
930
23.909
Venlo
319.635
5%
335.617
17.346
75.420
3.599
65.751
Venray
149.024
5%
156.475
2.866
36.839
1.134
23.242
Voerendaal
58.925
5%
61.871
1.178
18.671
450
8.142
Weert
114.037
5%
119.739
3.476
36.065
896
24.725
Totaal
6.479.847
6.803.840
244.894
1.700.951
53.503
1.043.671 37
Omnibuzz
Financiële begroting
In de tabel ‘Vervoersvolume 2024-1’ zijn de aantallen vervoersvolumes, opslagpercentages, toeslagen laag en hoog en de meereizend OV-er, waarmee in deze begroting wordt gerekend, weergegeven. Deze vormt dan ook de basis voor de tabellen die op de volgende pagina’s staan. Basis voor de vervoerskosten zijn het opstarttarief en het kilometertarief. Het voorcalculatorisch opstarttarief is vastgesteld op € 5,49 (afgerond) en het voorcalculatorisch kilometertarief is € 1,90 (afgerond). De financiële kaders worden in 4.1 ‘Financiële kaders’ op pagina 34 toegelicht. De tarieven worden vermenigvuldigd met het vervoersvolume uit ‘Tabel Vervoersvolume 2024-1’ op pagina 37. De eigen bijdrage voor klanten per 1 januari 2024 zijn per regio verdeeld. Onderstaand het overzicht van de tarieven per regio per zone:
› € 0,92: Gemeente Maastricht, gemeente Meerssen, gemeente Vaals en gemeente Valkenburg aan de Geul. › € 1,02: Gemeente Stein. › € 0,91: Overige gemeenten. Omnibuzz ontvangt de eigen bijdrage van de klanten middels facturatie. De ontvangen bijdrage van de klanten zal per kwartaal uitbetaald worden aan de gemeenten. Deze eigen bijdrage wordt sinds april 2019 niet meer via de begroting en jaarrekening van Omnibuzz verantwoord. De eigen bijdrage voor de meereizende OV-er bedraagt € 2,77/zone, exclusief btw. Deze bijdrage is kostenneutraal voor de gemeenten. Aangezien de gemeenten de opbrengsten begroten, worden de kosten niet door de begroting van Omnibuzz gedekt maar door de begroting van de gemeenten. Op de toeslagen is geen eigen bijdrage van toepassing.
38
Omnibuzz
Financiële begroting
Tabel directe vervoerskosten 2024-1 Kilometerkosten Toeslagen hoog 2024-1
Gemeente
Toeslagen laag
Meereizend OV-er
Totaal excl. flexibel tarief
Flexibel tarief
Totaal incl. flexibel tarief
Beek
€
215.352 €
1.199 €
3.907 €
1.361 €
221.820 €
19.138 €
240.958
Beekdaelen
€
646.187 €
489 €
9.498 €
4.473 €
660.647 €
56.999 €
717.646
Beesel
€
151.315 €
1.160 €
3.286 €
1.611 €
157.373 €
13.578 €
170.950
Bergen
€
135.881 €
978 €
1.825 €
718 €
139.403 €
12.027 €
151.430
Brunssum
€
705.608 €
1.632 €
14.289 €
5.035 €
726.563 €
62.686 €
789.249
Echt-Susteren
€
569.097 €
3.662 €
10.689 €
4.901 €
588.348 €
50.761 €
639.109
Eijsden-Margraten
€
534.765 €
1.301 €
10.976 €
3.362 €
550.405 €
47.487 €
597.892
Gennep
€
244.608 €
2.765 €
3.906 €
2.004 €
253.282 €
21.852 €
275.135
Gulpen-Wittem
€
302.031 €
3.982 €
6.277 €
2.827 €
315.117 €
27.187 €
342.304 2.135.059
Heerlen
€
1.910.511 €
11.230 €
26.632 €
17.111 €
1.965.483 €
169.576 €
Horst aan de Maas
€
462.158 €
1.521 €
7.994 €
1.934 €
473.608 €
40.861 €
514.469
Kerkrade
€
1.343.443 €
9.815 €
21.736 €
14.409 €
1.389.403 €
119.874 €
1.509.277
Landgraaf
€
1.003.465 €
7.764 €
16.868 €
6.818 €
1.034.915 €
89.289 €
1.124.204
Leudal
€
424.953 €
1.070 €
7.779 €
1.995 €
435.797 €
37.599 €
473.396
Maasgouw
€
417.520 €
1.967 €
7.086 €
3.086 €
429.659 €
37.070 €
466.728
Maastricht
€
2.698.025 €
21.441 €
53.177 €
22.666 €
2.795.309 €
241.171 €
3.036.480
Meerssen
€
461.487 €
4.934 €
7.395 €
3.801 €
477.618 €
41.207 €
518.825
Nederweert
€
150.529 €
65 €
2.512 €
896 €
154.002 €
13.287 €
167.289
Peel en Maas
€
404.774 €
2.462 €
8.330 €
2.914 €
418.480 €
36.105 €
454.585
Roerdalen
€
207.115 €
1.225 €
3.407 €
1.815 €
213.562 €
18.425 €
231.987
Roermond
€
599.736 €
330 €
8.456 €
4.630 €
613.152 €
52.901 €
666.053
Simpelveld
€
132.233 €
434 €
1.356 €
1.472 €
135.495 €
11.690 €
147.185
Sittard-Geleen
€
2.011.991 €
18.273 €
33.258 €
15.357 €
2.078.878 €
179.359 €
2.258.237
Stein
€
265.549 €
1.700 €
4.890 €
2.190 €
274.329 €
23.668 €
297.997 248.938
Vaals
€
222.793 €
257 €
4.718 €
1.399 €
229.167 €
19.772 €
Valkenburg aan de Geul
€
489.361 €
3.957 €
11.205 €
2.577 €
507.100 €
43.751 €
550.851
Venlo
€
998.823 €
8.326 €
14.330 €
9.970 €
1.031.449 €
88.990 €
1.120.439
Totaal
Venray
€
424.963 €
1.376 €
6.999 €
3.141 €
436.479 €
37.658 €
474.137
Voerendaal
€
162.275 €
565 €
3.548 €
1.248 €
167.636 €
14.463 €
182.099
Weert
€
363.314 €
1.669 €
6.852 €
2.481 €
374.316 €
32.295 €
406.611
€
18.659.861 €
117.549 €
323.181 €
148.203 €
19.248.794 €
1.660.728 €
20.909.522
In de tabel ‘Vervoersvolume 2024-1’ zijn de aantallen vervoersvolumes, opslagpercentages, toeslagen laag en hoog en de meereizend OV-er, waarmee in deze begroting wordt gerekend, weergegeven. Deze vormt dan ook de basis voor de tabellen die op de volgende pagina’s staan. 39
Omnibuzz
Financiële begroting
Indirecte vervoerskosten
Alle kosten die verband houden met de uitvoering van vervoer binnen de organisatie Omnibuzz op basis van deze regeling worden gedragen door de gemeenten. Deze worden berekend op basis van het werkelijk aantal gemaakte ritten door de inwoners van de gemeenten. Het aantal ritten wordt achteraf vastgesteld op basis van het gerealiseerd aantal ritten van klanten van die gemeenten van het jaar waarop de kosten betrekking hebben. De verdeelsleutel van de indirecte vervoerskosten gebeurt op basis van het aantal ritten per gemeente. De indirecte vervoerskosten bestaan bijvoorbeeld uit de loonkosten van de medewerkers ritreservering en klantenservice. Tabel indirecte vervoerskosten 2024-1 Gemeente
Aantal ritten
Verhouding ritten
Totaal
Beek
10.422
1,00%
€
34.682
Beekdaelen
31.446
3,01%
€
104.643
Beesel
6.840
0,66%
€
22.760
Bergen
4.758
0,46%
€
15.831
Brunssum
37.385
3,58%
€
124.405
Echt-Susteren
26.584
2,55%
€
88.462
Eijsden-Margraten
27.021
2,59%
€
89.915
Gennep
13.317
1,28%
€
44.315
Gulpen-Wittem
13.841
1,33%
€
46.058
Heerlen
113.382
10,86%
€
377.295
Horst aan de Maas
20.190
1,93%
€
67.187
Kerkrade
80.799
7,74%
€
268.869
Landgraaf
58.593
5,61%
€
194.977
Leudal
17.386
1,67%
€
57.854
Maasgouw
17.823
1,71%
€
59.308
Maastricht
180.514
17,30%
€
600.686
Meerssen
23.511
2,25%
€
78.235
Nederweert
7.249
0,69%
€
24.123
Peel en Maas
16.532
1,58%
€
55.013
Roerdalen
9.561
0,92%
€
31.817
Roermond
38.815
3,72%
€
129.164
Simpelveld
6.584
0,63%
€
21.908
Sittard-Geleen
112.309
10,76%
€
373.724
Stein
13.503
1,29%
€
44.933
Vaals
9.537
0,91%
€
31.736
Valkenburg aan de Geul
23.909
2,29%
€
79.559
Venlo
65.751
6,30%
€
218.796
Venray
23.242
2,23%
€
77.340
Voerendaal
8.142
0,78%
€
27.093
Weert
24.725
2,37%
€
82.277
Totaal
1.043.671
100,00% €
3.472.963
40
Omnibuzz
Financiële begroting
Overheadkosten
De totale overheadkosten, conform de definities van de ‘Notitie Overhead Commissie BBV/IV3 systematiek’, worden gedragen door de gemeenten, naar rato van het aantal inwoners per gemeente. Het aantal inwoners wordt bepaald op de cijfers van het CBS. Overheadkosten bestaan onder andere uit de loonkosten directie, management en staf, automatisering en facilitaire kosten. Tabel overheadkosten 2024-1 Gemeente
Aantal inwoners
Verhouding inwoners
Totaal
Beek
16.215
1,44%
€
42.150
Beekdaelen
35.896
3,19%
€
93.311
Beesel
13.394
1,19%
€
34.817
Bergen
13.154
1,17%
€
34.194
Brunssum
27.770
2,47%
€
72.187
Echt-Susteren
32.041
2,85%
€
83.290
Eijsden-Margraten
26.034
2,31%
€
67.675
Gennep
17.789
1,58%
€
46.242
Gulpen-Wittem
14.054
1,25%
€
36.533
Heerlen
87.461
7,77%
€
227.353
Horst aan de Maas
43.917
3,90%
€
114.161
Kerkrade
45.311
4,03%
€
117.785
Landgraaf
37.112
3,30%
€
96.472
Leudal
36.006
3,20%
€
93.597
Maasgouw
24.406
2,17%
€
63.443
Maastricht
125.285
11,14%
€
325.675
Meerssen
18.576
1,65%
€
48.288
Nederweert
17.492
1,55%
€
45.470
Peel en Maas
45.534
4,05%
€
118.365
Roerdalen
20.806
1,85%
€
54.085
Roermond
60.743
5,40%
€
157.900
Simpelveld
10.255
0,91%
€
26.658
Sittard-Geleen
92.650
8,23%
€
240.841
Stein
24.744
2,20%
€
64.321
Vaals
10.121
0,90%
€
26.309
Valkenburg aan de Geul
16.431
1,46%
€
42.712
Venlo
103.789
9,22%
€
269.797
Venray
44.662
3,97%
€
116.098
Voerendaal
12.375
1,10%
€
32.169
Weert
51.079
4,54%
€
132.779
Totaal
1.125.102
100,00% €
2.924.675
41
Omnibuzz
Financiële begroting
In de begrotingswijziging 2024-1 zijn de geactualiseerde inzichten met betrekking tot benodigde mensen en middelen verwerkt in de bedrijfsvoeringkosten. In paragraaf 4.3 ‘Analyse tweede begrotingswijziging 2024-1 ten opzichte van de eerste begrotingswijziging 2024 (Wmo)’ op pagina 45 zal een toelichting gegeven worden op de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de begroting 2024. Tabel Eindresultaat Gemeente
2024-1
Beek
€
317.790
Beekdaelen
€
915.599
Beesel
€
228.528
Bergen
€
201.455
Brunssum
€
985.841
Echt-Susteren
€
810.861
Eijsden-Margraten
€
755.482
Gennep
€
365.692
Gulpen-Wittem
€
424.896
Heerlen
€
2.739.707
Horst aan de Maas
€
695.817
Kerkrade
€
1.895.930
Landgraaf
€
1.415.653
Leudal
€
624.847
Maasgouw
€
589.479
Maastricht
€
3.962.841
Meerssen
€
645.347
Nederweert
€
236.881
Peel en Maas
€
627.963
Roerdalen
€
317.888
Roermond
€
953.117
Simpelveld
€
195.750
Sittard-Geleen
€
2.872.803
Stein
€
407.252
Vaals
€
306.984
Valkenburg aan de Geul
€
673.122
Venlo
€
1.609.032
Venray
€
667.576
Voerendaal
€
241.360
Weert
€
621.666
Totaal
€
27.307.159
De tabel geeft het resultaat weer van de totale kosten en baten voor de gewijzigde begroting 2024-1 omtrent het Wmo- gedeelte. Het geeft per gemeente inzicht in de bijdrage die van de betreffende gemeente voor het begrotingsjaar 2024-1 gevraagd wordt. 42
Omnibuzz
Financiële begroting
Eindresultaat IV3 Tabel IV3 - 2024-1 Gemeente
6.6 Maatwerkvoorzieningen (Wmo)
Verdeelsleutel
Programma Wmo-vervoer overige kosten (Overhead, Onvoorzien)
Eindresultaat begroting 2024-1
Beek
1,44% €
275.639 €
42.150 €
317.790
Beekdaelen
3,21% €
822.288 €
93.311 €
915.599
Beesel
1,20% €
193.710 €
34.817 €
228.528
Bergen
1,17% €
167.262 €
34.194 €
201.455
Brunssum
2,47% €
913.653 €
72.187 €
985.841
Echt-Susteren
2,85% €
727.571 €
83.290 €
810.861
Eijsden-Margraten
2,32% €
687.807 €
67.675 €
755.482
Gennep
1,59% €
319.450 €
46.242 €
365.692
Gulpen-Wittem
1,27% €
388.363 €
36.533 €
424.896
Heerlen
7,78% €
2.512.355 €
227.353 €
2.739.707
Horst aan de Maas
3,90% €
581.656 €
114.161 €
695.817
Kerkrade
4,07% €
1.778.145 €
117.785 €
1.895.930
Landgraaf
3,32% €
1.319.181 €
96.472 €
1.415.653
Leudal
3,23% €
531.250 €
93.597 €
624.847
Maasgouw
2,17% €
526.036 €
63.443 €
589.479
Maastricht
10,95% €
3.637.166 €
325.675 €
3.962.841
Meerssen
1,66% €
597.060 €
48.288 €
645.347
Nederweert
1,56% €
191.411 €
45.470 €
236.881
Peel en Maas
4,04% €
509.599 €
118.365 €
627.963
Roerdalen
1,85% €
263.804 €
54.085 €
317.888
Roermond
5,35% €
795.217 €
157.900 €
953.117
Simpelveld
0,93% €
169.093 €
26.658 €
195.750
Sittard-Geleen
8,23% €
2.631.962 €
240.841 €
2.872.803
Stein
2,21% €
342.930 €
64.321 €
407.252
Vaals
0,91% €
280.675 €
26.309 €
306.984
Valkenburg aan de Geul
1,47% €
630.410 €
42.712 €
673.122
Venlo
9,22% €
1.339.235 €
269.797 €
1.609.032
Venray
3,98% €
551.478 €
116.098 €
667.576
Voerendaal
1,11% €
209.192 €
32.169 €
241.360
Weert
4,54% €
488.888 €
132.779 €
621.666
24.382.484 €
2.924.675 €
27.307.159
Totaal
100,00%
€
Bovenstaande tabel geeft het resultaat weer van de totale Wmo-kosten en opbrengsten voor de gewijzigde begroting 2024-1. Het resulterende saldo per gemeente geeft inzicht in de bijdrage die van de betreffende gemeente voor het begrotingsjaar 2024-1 gevraagd wordt, uitgesplitst naar het programma Wmo-vervoer en het programma Wmo-vervoer overige kosten (overhead, onvoorzien) conform paragraaf ‘Wat zijn de daarmee gepaard gaande programmakosten?’ op pagina 19. 43
Omnibuzz
Financiële begroting
Vergelijking eindresultaat IV3 Tabel vergelijking IV3 Eindresultaat begroting Eindresultaat begroting Verschil 2024-1 2024
Beek
€
317.790 €
353.096 €
-35.306 €
-36.522 €
1.215
Beekdaelen
€
915.599 €
827.643 €
87.956 €
85.884 €
2.071
Beesel
€
228.528 €
231.522 €
-2.994 €
-3.688 €
693
Bergen
€
201.455 €
212.648 €
-11.193 €
-12.099 €
907
Brunssum
€
985.841 €
927.801 €
58.040 €
56.077 €
1.962
Echt-Susteren
€
810.861 €
840.505 €
-29.644 €
-31.803 €
2.159
Eijsden-Margraten
€
755.482 €
607.564 €
147.918 €
146.180 €
1.738
Gennep
€
365.692 €
452.598 €
-86.906 €
-88.078 €
1.172
Gulpen-Wittem
€
424.896 €
411.798 €
13.098 €
12.605 €
493
Heerlen
€
2.739.707 €
2.911.073 €
-171.366 €
-177.699 €
6.334
Horst aan de Maas
€
695.817 €
723.173 €
-27.356 €
-30.760 €
3.404
Kerkrade
€
1.895.930 €
1.878.083 €
17.847 €
15.855 €
1.992
Landgraaf
€
1.415.653 €
1.398.049 €
17.604 €
15.505 €
2.099
Leudal
€
624.847 €
726.620 €
-101.773 €
-103.689 €
1.916
Maasgouw
€
589.479 €
643.508 €
-54.029 €
-55.807 €
1.778
Maastricht
€
3.962.841 €
4.448.544 €
-485.703 €
-500.221 €
14.518
Meerssen
€
645.347 €
726.625 €
-81.278 €
-82.371 €
1.094
Nederweert
€
236.881 €
282.539 €
-45.658 €
-46.722 €
1.064
Peel en Maas
€
627.963 €
717.115 €
-89.152 €
-92.618 €
3.467
Roerdalen
€
317.888 €
374.206 €
-56.318 €
-57.867 €
1.550
Roermond
€
953.117 €
1.160.849 €
-207.732 €
-213.481 €
5.749
Simpelveld
€
195.750 €
224.626 €
-28.876 €
-29.150 €
275
Sittard-Geleen
€
2.872.803 €
2.821.793 €
51.010 €
44.191 €
6.819
Stein
€
407.252 €
447.724 €
-40.472 €
-41.939 €
1.466
Vaals
€
306.984 €
280.544 €
26.440 €
26.019 €
421
Valkenburg aan de Geul
€
673.122 €
559.540 €
113.582 €
112.551 €
1.031
Venlo
€
1.609.032 €
2.007.958 €
-398.926 €
-406.544 €
7.618
Venray
€
667.576 €
642.794 €
24.782 €
21.932 €
2.850
Voerendaal
€
241.360 €
269.567 €
-28.207 €
-28.902 €
696
Weert
€
621.666 €
673.058 €
-51.392 €
-54.982 €
3.591
Totaal
€
27.307.159 €
28.783.163 €
-1.476.004 €
-1.558.145 €
82.141
44
6.6 Maatwerkvoorzieningen (Wmo )
Programma (Wmo) vervoer overige kosten (Overhead, Onvoorzien)
Gemeente
Omnibuzz
4.3
Financiële begroting
Analyse tweede begrotingswijziging 2024-1 ten opzichte van de eerste begrotingswijziging 2024 (Wmo)
Analyse directe vervoerskosten Tabel analyse directe vervoerskosten 2024-1
2024
Gemeente
Totaal
Totaal
Beek
€
240.958 €
276.772
€
-35.814 €
-47.021 €
11.474 €
-267
Beekdaelen
€
717.646 €
654.132
€
63.514 €
29.972 €
34.174 €
-632
Beesel
€
170.950 €
175.572
€
-4.622 €
-12.593 €
8.140 €
-170
Bergen
€
151.430 €
164.932
€
-13.502 €
-20.553 €
7.211 €
-159
Brunssum
€
789.249 €
748.154
€
41.095 €
4.234 €
37.583 €
-723
Echt-Susteren
€
639.109 €
680.742
€
-41.633 €
-71.409 €
30.434 €
-658
Eijsden-Margraten
€
597.892 €
485.425
€
112.467 €
84.465 €
28.471 €
-469
Gennep
€
275.135 €
356.862
€
-81.727 €
-94.484 €
13.102 €
-345
Gulpen-Wittem
€
342.304 €
340.795
€
1.509 €
-14.462 €
16.300 €
-329
Heerlen
€
2.135.059 €
2.336.873
€
-201.814 €
-301.225 €
101.669 €
-2.258
Horst aan de Maas
€
514.469 €
553.376
€
-38.907 €
-62.871 €
24.499 €
-535
Kerkrade
€
1.509.277 €
1.529.218
€
-19.941 €
-90.334 €
71.870 €
-1.478
Landgraaf
€
1.124.204 €
1.137.203
€
-12.999 €
-65.433 €
53.534 €
-1.099
Leudal
€
473.396 €
577.450
€
-104.054 €
-126.039 €
22.543 €
-558
Maasgouw
€
466.728 €
523.195
€
-56.467 €
-78.186 €
22.225 €
-506
Maastricht
€
3.036.480 €
3.552.071
€
-515.591 €
-656.753 €
144.594 €
-3.432
Meerssen
€
518.825 €
605.854
€
-87.029 €
-111.150 €
24.706 €
-585
Nederweert
€
167.289 €
213.202
€
-45.913 €
-53.673 €
7.966 €
-206
Peel en Maas
€
454.585 €
545.033
€
-90.448 €
-111.568 €
21.647 €
-527
Roerdalen
€
231.987 €
288.010
€
-56.023 €
-66.792 €
11.047 €
-278
Roermond
€
666.053 €
865.692
€
-199.639 €
-230.519 €
31.717 €
-836
Simpelveld
€
147.185 €
177.423
€
-30.238 €
-37.075 €
7.009 €
-171
Sittard-Geleen
€
2.258.237 €
2.265.565
€
-7.328 €
-112.674 €
107.535 €
-2.189
Stein
€
297.997 €
342.781
€
-44.784 €
-58.643 €
14.190 €
-331
Vaals Valkenburg aan de Geul Venlo
€
248.938 €
228.622
€
20.316 €
8.683 €
11.854 €
-221
€
550.851 €
463.565
€
87.286 €
61.503 €
26.231 €
-448
€
1.120.439 €
1.502.810
€
-382.371 €
-434.273 €
53.354 €
-1.452
Venray
€
474.137 €
458.928
€
15.209 €
-6.925 €
22.578 €
-443
Voerendaal
€
182.099 €
208.614
€
-26.515 €
-34.985 €
8.671 €
-202
Weert
€
406.611 €
463.901
€
-57.290 €
-76.205 €
19.362 €
-448
Totaal
€
20.909.522 €
22.722.773 €
-1.813.251 €
-2.786.988 €
995.692 €
-21.954
Verschil
Begroting baseren op realisatie 2023
opslag 5%
Prijseffect NEA index (3,4% i.p.v. 3,5%)
45
Omnibuzz
Financiële begroting
Het totale vervoersresultaat is gedaald ten opzichte van de originele begroting 2024. Deze daling is voor een klein deel te wijten aan de lagere NEA-index (3,4%) dan gehanteerd in begroting 2024 (3,5%). Het grootste deel van deze daling (€ -2.786.988,-) is echter het gevolg van het hanteren van het oorspronkelijke uitgangspunt. Voor de begroting 2024-1 baseren wij het vervoersvolume weer op de realisatie van het voorgaande jaar (2023). In de vorige begrotingen werd het vervoersvolume gebaseerd op de realisatie van 2019 in combinatie met een afslag. Door deze systematiek te hanteren, zal de begroting beter aansluiten op de actualiteit op gemeenteniveau. Tenslotte zorgt de opslag van 5% die wij hanteren voor een stijging van € 995.692,-, met als eindresultaat een totale daling van € 1.813.251,-. Op gemeenteniveau zijn er echter grote verschillen omdat de vervoersvraag zich de afgelopen jaren zeer divers heeft ontwikkeld. Totaalanalyse (Wmo)
Op totaalniveau dalen de kosten voor het Wmo-vervoer ten opzichte van de begroting 2024 met € 1.476.004,- naar € 27.307.159,-. Tegenover de eerdergenoemde daling van het vervoersresultaat ad € 1.813.251,- stijgen de overheadkosten met € 82.141,en de indirecte vervoerskosten met € 255.107,-. De overheadkosten stijgen per saldo met € 82.141,-. Dit is onder andere door de volgende punten te verklaren: 1 De loonstijging voor 2024, die in begroting 2024-1 verwerkt zit, bedraagt 5,08% op jaarbasis. Voor begroting 2024
was een stijging van 2% ingerekend.
2 Wij hebben voor de begroting 2024 een gemiddelde indexatie gehanteerd van 2,5% voor onze overheadkosten, met
3 4 5 6 7
46
uitzondering van de lonen. Voor begroting 2024-1 is deze gemiddelde indexatie op basis van de prijsstijgingen bij onze leveranciers op zo’n 4,5% uitgekomen. De noodzakelijke ontwikkeling en ondersteuning van een nieuwe website voor Omnibuzz (+ € 15.000,-). De vanuit (provinciale en wettelijke) verplichtingen ontstane kosten zoals kosten verband houdend met digitaal archiveren, toegankelijkheid en informatiebeveiliging (+ € 52.000,-). Een plaatsgevonden revisie waarbij kosten die eerder als overheadkosten verwerkt waren, nu als indirecte vervoerskosten zijn verwerkt (- € 75.000,-). Een forse daling van de woon-werkvergoedingen (- € 18.000,-) als gevolg van het hybride werken. Hetzelfde geldt voor de kopieer- en printkosten (- € 3.500,-). Het stijgen van de overheadkosten als gevolg van de aanstaande uitvoering van het leerlingenvervoer. Deze kosten worden echter gedekt door de interne doorbelastingen van overheadkosten van Wmo-vervoer naar leerlingenvervoer. Per saldo levert dit een daling op (- € 16.736,-).