Agendabundel
Tekst van het document
37
10.
Kostenverhaal
10.1 Waarom kosten verhalen? De Omgevingswet biedt ruimte voor de ontwikkeling van activiteiten in de fysieke leefomgeving. Voor de ontwikkeling van gebieden zal ook de overheid vaak kosten moeten maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van openbare voorzieningen en het wijzigen van het omgevingsplan. De aanleg van voorzieningen vindt in veel gevallen plaats voor rekening van de gemeente. De initiatiefnemers van de ontwikkeling profiteren meer van de aanleg van die voorzieningen dan andere burgers en bedrijven. Om die reden is het gerechtvaardigd om de kosten te verhalen op de initiatiefnemers, het zogenaamde kostenverhaal, zoals dit ook onder de huidige Wet ruimtelijke ordening (Wro) bekend is. De Omgevingswet verplicht overheden om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aan te leggen openbare voorzieningen. 10.2 Wanneer kosten verhalen? De gemeente mag alleen kosten verhalen als sprake is van: a. kosten die toerekenbaar zijn en proportioneel zijn in verhouding tot het profijt; b. een kostenverhaalsplichtige activiteit. De afdeling kostenverhaal in de Omgevingswet mag alleen worden toegepast bij de volgende besluiten: • een omgevingsplan, • een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of; • een projectbesluit.
De mogelijkheid voor kostenverhaalregels of kostenverhaalvoorschriften geldt alleen voor nieuwe bouwactiviteiten of functieveranderingen, niet voor al eerder mogelijk gemaakte bouwactiviteiten. Bouwactiviteiten waarvan kosten moeten worden verhaald, zijn: a. de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie; b. de bouw van een of meer hoofdgebouwen, anders dan gebouwen met een woonfunctie; c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; d. de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte; e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft of f. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m² bedraagt. Als er geen sprake is van kostenverhaalplichtige activiteit dan is er geen kostenverhaal mogelijk.
Belangrijkste verschil/ wijzigingen Omgevingswet en Wet ruimtelijke ordening Het publiekrechtelijk kostenverhaal in de Omgevingswet wijkt op onderdelen af van de regeling in de Wro. Zo is er geen exploitatieplan meer. Publiekrechtelijk kostenverhaal is geïntegreerd in het omgevingsplan, het projectbesluit of de omgevingsvergunning voor een buitenplanse 38
omgevingsplanactiviteit. In plaats van een exploitatieplan komen kostenverhaalregels in het omgevingsplan of kostenverhaalvoorschriften in de omgevingsvergunning of het projectbesluit. De plicht tot jaarlijkse actualisering van de cijfers is vervallen. De term grondexploitatie wordt niet meer gebruikt. De term grondexploitatiekosten is vervangen door kosten die gemaakt zijn voor werken, werkzaamheden en maatregelen. De verplichting uit de Wro om een expliciet besluit te nemen dat kostenverhaal anderszins verzekerd is, is ook vervallen. Bestaande exploitatieplannen die betrekking hebben op een bestemmingsplan of wijzigingsplan gaan op in het omgevingsplan. Een exploitatieplan maakt dus onderdeel uit van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 Omgevingswet. Roerdalen heeft geen exploitatieplannen. 10.3 Hoe kosten verhalen? Kostenverhaal kan op twee manieren plaatsvinden: 1. Via het privaatrecht door een anterieure overeenkomst te sluiten. De overeenkomst bevat afspraken over kostenverhaal. Er zijn geen eisen aan de inhoud van de afspraken over kostenverhaal. Partijen mogen één totaalbedrag afspreken, of werken met deelbedragen per kostensoort of activiteit. De term anterieur (voorafgaand) wordt gebruikt omdat de overeenkomst voorafgaat aan een besluit tot wijziging van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning. 2.
Via het publiekrecht: in het omgevingsplan of de omgevingsvergunning. Voor publiekrechtelijk kostenverhaal zijn er binnen de Omgevingswet 2 systemen: kostenverhaal met en zonder tijdvak. Het systeem van kostenverhaal met tijdvak is het systeem van kostenverhaal uit de Wro. De plannen hebben dan een duidelijk eindbeeld, een fasering en een einddatum. Daardoor is het goed mogelijk om de kosten en opbrengsten van de gebiedsontwikkeling vooraf te berekenen. Er is een nieuw systeem voor kostenverhaal toegevoegd. Dit heet kostenverhaal zonder tijdvak. Dit systeem is bestemd voor organische gebiedsontwikkeling. Dus voor plannen zonder een duidelijk eindbeeld, zonder fasering en zonder einddatum. Het gaat om plannen met globale functieaanduidingen die op verschillende manieren kunnen worden uitgewerkt. Dat maakt het moeilijk om de kosten en opbrengsten van de gebiedsontwikkeling vooraf te berekenen. Bij het vaststellen van het omgevingsplan is dan geen gedetailleerde raming van kosten en opbrengsten vereist, maar een kostenplafond. Het bevoegd gezag kan rekening houden met verschillende scenario's van gebiedsontwikkeling. Het kostenplafond wordt bepaald op basis van een scenariostudie, waarin scenario's voor het gebied worden vergeleken. Bij dit kostenverhaal zonder tijdvak worden de kosten en bijdragen pas bij de aanvraag geconcretiseerd.
Voor privaatrechtelijk kostenverhaal gelden de volgende aandachtspunten: • de verschuldigde kosten zijn de kosten zoals genoemd in artikel 13.11 Ow jo. Ob en alleen voor aangewezen activiteiten; • de overeenkomst bevat afspraken over kostenverhaal. Er zijn geen eisen verbonden aan de inhoud van de afspraken. Dus je mag één totaal bedrag afspreken of werken met deelbedragen per kostensoort of activiteit; • degene die kosten is verschuldigd is degene aan wie de kostenverhaalsbeschikking moet worden gericht: de initiatiefnemer van de activiteit; • er is geen expliciet besluit meer nodig om af te zien van kostenverhaal door de raad, wel moet gemotiveerd worden dat kostenverhaalsregels niet meer nodig zijn (er is sprake van een anterieure overeenkomst); • als de ontwikkelaar de kosten nog niet heeft voldaan voor de besluitvorming, moet de gemeente nagaan of er afdoende zekerheid is over betaling (bijvoorbeeld met een bankgarantie). Als er geen zekerheid is, is kostenverhaal niet verzekerd en zal dit alsnog 39
•
•
publiekrechtelijk geregeld moeten worden. Dit is dus een belangrijke toets bij het opstellen van het omgevingsplan; de gemeente plaatst de kennisgeving van de inzage van de overeenkomst in het elektronisch gemeenteblad binnen twee weken na het aangaan van de overeenkomst. Er is geen verplichting voor publicatie in een huis-aan-huisblad. De uitzonderingsgrond uit de Woo is toepasbaar op bedragen, maar de afspraken moeten dus openbaar worden gemaakt. samenloop met nadeelcompensatie (planschade): de Ow biedt een zelfstandige grondslag voor het sluiten van een overeenkomst over nadeelcompensatie (incl. planschade). Het is echter niet nodig om een afzonderlijke overeenkomst over nadeelcompensatie te sluiten op grond van artikel 13.3c Ow als de kosten van nadeelcompensatie van besluiten volgens artikel 15.1 lid 1 Ow (lees: omgevingsplan, bopa en projectbesluit) deel uitmaken van de kostensoortenlijst in het Omgevingsbesluit.
Schematisch overzicht mogelijkheden kostenverhaal
Keuze Het verhalen van kosten kan nog steeds geregeld worden in een overeenkomst, zoals dat nu ook de gebruikelijke werkwijze is in Roerdalen. Voorgesteld wordt de huidige werkwijze van anterieur kostenverhaal dan ook zoveel mogelijk (en waar mogelijk) in stand te houden. Alleen als dit niet mogelijk is, worden regels over kostenverhaal opgenomen in het omgevingsplan of de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Wanneer kostenverhaal via het omgevingsplan of de omgevingsvergunning aan de orde is, zijn in hoofdzaak de volgende acties nodig: a. bepaal het kostenverhaalsgebied; b. kies de kostenverhaalsmethode (met of zonder tijdvak); c. stel kostenverhaalsregels in omgevingsplan of kostenverhaalsvoorschriften in omgevingsvergunning of projectbesluit. 40
De wijze waarop kostenverhaalregels opgesteld moeten worden, wordt nader uitgewerkt. Hierbij zal gebruik worden gemaakt van de voorbeeldregels die hiervoor inmiddels door het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) beschikbaar zijn gesteld.
41
11.
Participatie en procedure omgevingsplan
Het opnemen van regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan gebeurt met een wijzigingsbesluit. De regels in het wijzigingsbesluit moeten voldoen aan de eisen van de Omgevingswet. Ze moeten voldoen aan de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en provinciale instructieregels in de provinciale omgevingsverordening. 11.1 Voorbereiding omgevingsplan (participatie) Bij het opstellen van (onderdelen van) het omgevingsplan is participatie belangrijk om de opzet en inhoud te staven. Bij het opstellen van het plan kan op diverse manieren gebruik worden gemaakt van participatie: 1. Via een raadswerkgroep en/of 2. door het samenwerken met inwoners en/of 3. door middel van de formele terinzagelegging van het ontwerp wijzigingsbesluit (zie paragraaf 11.2). Raadswerkgroep Omgevingswet Vanuit de raadsadviescommissie- en raadsleden is er een raadswerkgroep Omgevingswet samengesteld. In deze raadswerkgroep worden raadsbesluiten die zien op Omgevingswet gerelateerde onderwerpen voorbereid. Het omgevingsplan wordt in de overgangsperiode omgebouwd van het van rechtswege ontstane tijdelijke omgevingsplan naar het nieuwe omgevingsplan.
Onderdeel van de wijzigingen is het overhevelen van huidige regels die zien op de fysieke leefomgeving uit verordeningen, het vertalen van de bruidsschat en het toevoegen van nieuwe thema’s, zoals gezondheid, in het omgevingsplan. Daar waar sprake is van het wijzigen van het omgevingsplan met nieuwe, niet technische, onderdelen en die nieuw zijn onder de Omgevingswet worden deze voorgesproken in de raadswerkgroep. Dit geldt dus niet voor het wijzigen van het omgevingsplan voor projecten of plannen van derden. Deze onderwerpen worden, net als nu, voorbereid in het reguliere raadsproces. Samenwerking met inwoners Roerdalen zoekt al enige jaren nadrukkelijk de samenwerking met inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen binnen en buiten de gemeente. Met als doel actieve inwoners die meedoen, ambtenaren die luisteren naar ideeën, denken in kansen en lokale initiatieven ondersteunen. Omdat inwoners met initiatieven zelf hun fysieke en sociale leefomgeving willen invullen. En dit ook doen. De doelen van de Omgevingswet (integraliteit en minder regels) vormen de basis voor het Participatiebeleid Omgevingswet gemeente Roerdalen (vastgesteld door de gemeenteraad op 29 september 2021). Daarnaast gaan we uit van de vier kernwaarden van onze gemeente: vertrouwen, respect, gelijkwaardigheid en verantwoordelijkheid. In het participatiebeleid onderscheiden we twee vormen: 1.
beleid en plannen van de gemeente (burgerparticipatie); 2. plannen van andere organisaties of personen (overheidsparticipatie). Burgerparticipatie • Bij het opstellen van de Omgevingsvisie, Programma of Omgevingsplan is er voor onze gemeente een motivatieplicht op basis van artikelen 10.2, 10.7 en 10.8 Omgevingsbesluit. • Op basis van ‘Andere Overheid’ en ‘Samen Doen’ vinden we de inbreng van inwoners en ondernemers bij onze plannen belangrijk. Hierin hebben we de afgelopen jaren geïnvesteerd en deze manier van (samen)werken zetten we ook bij de Omgevingswet door. 42
•
Bij ruimtelijke plannen (waaronder omgevingsplannen) informeren we belanghebbenden en betrokkenen altijd over onze gemeentelijke plannen. Wanneer mogelijk mogen ze meedenken over of meewerken aan de planvorming.
Overheidsparticipatie • Op basis van artikel 7.4 Omgevingsregeling moeten initiatiefnemers aangeven op welke wijze belanghebbenden betrokken zijn bij de planvorming. • Participatie is wettelijk niet verplicht (‘nee’ is dus ook een antwoord). • We vertrouwen erop dat initiatiefnemers zelf de meerwaarde van tijdige participatie inzien en stellen daarom nog geen ‘Lijst verplichte participatie’ op. • Om initiatiefnemers te faciliteren wordt er een handreiking Participatiebeleid opgesteld. Deze kunnen initiatiefnemers gebruiken als inspiratiedocument bij het organiseren van participatie. In het proces van wijzigen van het tijdelijke omgevingsplan naar het nieuwe omgevingsplan (in de overgangsfase) willen we voortborduren op de wijze waarop wij nu als gemeente al werken. Daarom stellen we voor, zodra de eerste contouren voor het nieuwe deel van het omgevingsplan bekend zijn en het plan ook visueel is, een of meerdere informatieve bijeenkomsten voor onze inwoners te organiseren. Enerzijds om ze kennis te laten maken met het nieuwe instrument omgevingsplan en anderzijds om ze ook inhoudelijk te informeren over de omzetting van de huidige regels.
In het kader van het wijzigen van het omgevingsplan voor inpassing van nieuw beleid of gemeentelijke projecten wordt per geval, en met in acht name van het hiervoor genoemde beleid voor burgerparticipatie, bekeken of voor een toelichting op het betreffende plan een afzonderlijke informatieavond noodzakelijk is of dat het volgen van de wettelijke mogelijkheden voor inspraak, zoals in de volgende paragraaf toegelicht, voldoende zijn. Wel zal altijd een kennisgeving met participatieparagraaf worden gedaan in het elektronisch gemeenteblad en op onze website. Hiermee wordt voldaan aan het participatiebeleid dat we altijd informeren. Als er ruimte voor is, bieden we de daarnaast mogelijkheid tot ‘meedenken’ en eventueel ‘meewerken’. In het geval een wijziging van het omgevingsplan nodig is voor plannen van derden (overheidsparticipatie), is het niet mogelijk om af te dwingen dat derden omwonenden mee laten denken, mee laten werken of zelfs mee laten beslissen. De ruimte die een initiatiefnemer geeft aan participanten om mee te denken of mee te werken is een eigen verantwoordelijkheid. Wij vinden het wel belangrijk dat de belanghebbenden in ieder geval wel tijdig worden geïnformeerd. 11.2 Procedure omgevingsplan In de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit staan regels voor het vaststellen van het omgevingsplan.
Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben gemeenten, zoals eerder aangegeven, feitelijk al een (tijdelijk) omgevingsplan. Dit ontstaat door samenvoeging van alle ruimtelijke regels uit bestaande instrumenten en de zogenoemde bruidsschat. In de praktijk zal dus steeds sprake zijn van een wijziging van het omgevingsplan in plaats van het opstellen van een nieuw omgevingsplan. De gemeente zet dan een deel van de regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan om naar het nieuwe deel. Of regels over de fysieke leefomgeving uit gemeentelijke verordeningen. Of ze stelt regels over nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Kennisgeving voornemen wijzigen omgevingsplan De gemeenteraad moet een kennisgeving doen van het voornemen om het omgevingsplan te wijzigen. Voor de publicatie van deze kennisgeving geldt artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dat betekent dat de kennisgeving gepubliceerd moet worden in het gemeenteblad. In de kennisgeving moet de gemeenteraad aangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken 43
(participatie). Als bij de wijziging van het een omgevingsplan een milieueffectrapportage (mer) moet worden gemaakt, kan dat ook in de kennisgeving worden opgenomen. Voorbereidingsbesluit De gemeente kan een voorbereidingsbesluit vaststellen voor het opnemen van voorbeschermingsregels in het omgevingsplan. Voorbeschermingsregels beschermen het betreffende gebied tegen ongewenste ontwikkelingen in de tijd dat de wijziging van het omgevingsplan in procedure is. Ook het Rijk en de provincie kunnen voorbeschermingsregels in het omgevingsplan opnemen. Dit kan als het Rijk of de provincie een projectbesluit wil voorbereiden. Of als het Rijk of de provincie een instructie wil geven of een instructieregel wil stellen gericht op het stellen van regels in het omgevingsplan. Voorbereidingsprocedure Op de voorbereiding van de wijziging van het omgevingsplan is Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Daarnaast geven de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit aanvullende procedurele regels. Ontwerp-omgevingsplan en zienswijzen De gemeente maakt een ontwerpversie van de wijziging van het omgevingsplan. Er wordt, gelijk aan de huidige situatie, niet gewerkt met voorontwerp wijzigingsplannen. De gemeente maakt het ontwerp bekend door kennisgeving in het elektronisch gemeenteblad.
Iedereen kan gedurende 6 weken (schriftelijk of mondeling) zienswijzen indienen tegen het ontwerp. Zienswijzen kunnen geen betrekking hebben op het deel van het ontwerp dat zijn grondslag vindt in een verleende omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De gemeente moet bij het vaststellen van de wijziging van het omgevingsplan in de motivering ingaan op de ingediende zienswijzen. Deze procedurestap wijkt niet af van de bekende procedure voor bestemmingsplannen onder de Wro. Vaststellen omgevingsplan De gemeenteraad stelt de wijziging van het omgevingsplan vast. Los van de gebruikelijke motiveringsplicht van artikel 3:46 Awb, geeft de gemeenteraad ook aan welke rol publieksparticipatie heeft gespeeld. De gemeente geeft in ieder geval aan: • hoe ze aan publieksparticipatie heeft gedaan; • wat de resultaten daarvan zijn; • hoe ze invulling heeft gegeven aan haar participatiebeleid. Als er tijdens de termijn van 6 weken geen zienswijzen op het ontwerpbesluit zijn gekomen, dan doet de gemeente hiervan zo spoedig mogelijk mededeling in het elektronische gemeenteblad en neemt de gemeenteraad het besluit tot vaststelling binnen vier weken nadat de termijn voor zienswijzen is verstreken. Soms kan het college van burgemeester en wethouders de wijziging van het omgevingsplan vaststellen.
Dit kan alleen als de gemeenteraad dit in haar delegatiebesluit heeft vastgelegd (artikel 2.8 Omgevingswet). Zie voor het delegatiebesluit van Roerdalen het raadsbesluit 2022/03/10/16, zaaknummer Z21-026489 van 10 maart 2022. De gemeente maakt het vastgestelde omgevingsplan bekend door kennisgeving in het elektronisch gemeenteblad. Daarnaast stuurt het bevoegd gezag een exemplaar van het besluit aan degenen die zienswijzen over het ontwerpbesluit hebben ingediend en aan een adviseur als het bevoegd gezag van zijn advies afwijkt. Het bevoegd gezag vermeldt hierbij door wie, binnen welke termijn en bij welk orgaan beroep mogelijk is. Tegen de vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan staat beroep open. 44
Reactieve interventie De provincie kan in bijzondere situaties ingrijpen na de vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan van de gemeente. Dit heet een reactieve interventie (artikel 16.21 Omgevingswet). Het inzetten van de reactieve interventie kan alleen als dat nodig is voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarbij moet er sprake zijn van een provinciaal belang dat door de provincie in een openbaar document is aangegeven. De provincie kan de reactieve interventie alleen inzetten als ze over de ontwerpversie van de wijziging van het omgevingsplan een zienswijze heeft ingediend en de gemeente die zienswijze niet volledig heeft overgenomen. De provincie kan de reactieve interventie ook inzetten als de gemeente ten opzichte van de ontwerpversie wijzigingen aanbrengt in een onderdeel waarover de provincie geen zienswijze heeft ingediend. Beroep en voorlopige voorziening Als beroep wordt ingesteld tegen de vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan geeft de rechter in de beroepsprocedure een oordeel over dit besluit. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) is de aangewezen rechter voor een wijziging van het omgevingsplan. Tijdens de beroepsprocedure kan degene die in beroep gaat een verzoek om voorlopige voorziening doen. Inwerkingtreding Een omgevingsplan treedt 4 weken na publicatie van de vaststelling in werking.
Tenzij de gemeente in het vaststellingsbesluit een later tijdstip heeft opgenomen. Als tijdens de beroepsprocedure een voorlopige voorziening is aangevraagd, kan de rechter de wijziging van het omgevingsplan schorsen tot de uitspraak in de beroepsprocedure (ook wel bodemprocedure genoemd). De wijziging van het omgevingsplan treedt dan nog niet in werking. De uitspraak in de bodemprocedure heft de schorsing van de wijziging van het omgevingsplan op en het omgevingsplan treedt vanaf dat moment in werking. De rechter kan in de beroepsprocedure ook besluiten de wijziging van het omgevingsplan te vernietigen. In dat geval treedt de wijziging van het omgevingsplan dus niet in werking. Tenslotte kan de rechter bepalen dat een deel van de wijziging van het omgevingsplan wordt vernietigd. In dat geval treedt dat deel niet in werking en de overige delen wel. 11.3 Beschikbaar stellen van het omgevingsplan Het beschikbaar stellen van het omgevingsplan in het DSO (zie ook paragraaf 2.5) wordt als volgt beoogd: De regels van het omgevingsplan worden zichtbaar in het DSO. De wijziging van het omgevingsplan publiceren we digitaal via de LVBB, het landelijke publicatieplatform. De regels van het omgevingsplan komen dan automatisch in het Omgevingsloket, zodat iedereen op een kaart kan zien welke regels waar gelden.
Bij het opstellen van het omgevingsplan gebruiken we een nieuwe standaard, de Standaard officiële publicaties met toepassingsprofielen (STOP/TPOD). Via vragenbomen kunnen initiatiefnemers in het Omgevingsloket controleren of ze een vergunning nodig hebben of een melding moeten doen. Ook vullen ze in het Omgevingsloket gegevens in voor een aanvraag of melding. Daarvoor kunnen we onze juridische regels omzetten in toepasbare regels. Hiervoor gebruiken gemeenten de Standaard toepasbare regels (STTR). Werkwijze aanpassen omgevingsplan door bureau De werkwijze voor het opstellen van een omgevingsplan verschilt van die van een bestemmingsplan. Een bestemmingsplan wordt geheel nieuw ontwikkeld, het omgevingsplan wordt steeds gewijzigd. Om een wijziging van het omgevingsplan te kunnen verzorgen, moet het adviesbureau dat het 45
‘wijzigingsplan’ (regels en motivatie) opstelt de beschikking hebben over de actuele versie van het omgevingsplan. De gemeente en adviesbureaus hebben ieder hun eigen plansoftware die van verschillende softwareleveranciers kan zijn. Het adviesbureau moet daarom de actuele versie van het omgevingsplan, de zogenaamde geconsolideerde versie, uit het DSO verkrijgen door gebruik te maken van de downloadfunctie in het DSO. Beoogde uitwisseling bestanden met adviesbureau’s Na doorvoering van de wijzigingen in haar versie van het omgevingsplan toetst het adviesbureau de technische juistheid van dit omgevingsplan door gebruik te maken van een specifiek hiervoor in te richten validatiefunctie van het DSO. Deze toets verschaft duidelijkheid of het STOP/TPOD-bestand waarin het adviesbureau het gewijzigde omgevingsplan heeft vastgelegd correct is. Het adviesbureau levert tot slot het gehele gewijzigde omgevingsplan in STOP/TPOD-formaat aan de gemeente. De gemeente verwerkt dit met haar plansoftware in haar versie van het omgevingsplan en start de besluitvorming. Daarbij houdt de software er rekening mee dat de versie van het omgevingsplan bij de gemeente niet dezelfde hoeft te zijn als de versie waarmee het adviesbureau begonnen is. Ondertussen kunnen er andere wijzigingstrajecten gelopen hebben die al geleid hebben tot publicaties van nieuwe versies van het omgevingsplan.
Met het doorlopen van dit werkproces kan, op een vergelijkbare werkwijze als bij bestemmingsplannen, het wijzigen van het omgevingsplan worden uitbesteed aan ruimtelijk adviesbureaus. 11.4 TAM-IMRO Op dit moment (oktober 2022) zijn er nog enkele onduidelijkheden rondom het DSO en de werking hiervan. De grootste onzekere factor is misschien wel de werkzaamheid van het systeem in zijn geheel. Er zijn daarom Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM) opgesteld. Deze zijn er voor het geval overheden niet op tijd kunnen aansluiten op het DSO of wanneer het DSO bijvoorbeeld op een onderdeel niet op tijd klaar is. Met behulp van TAM’s kan worden voorkomen dat bij gemeenten eventuele woningbouwontwikkelingen of ontwikkelingen op bijvoorbeeld het gebied van de energietransitie vertraging oplopen. Op het moment dat de Omgevingswet inderdaad op 1 juli 2023 in werking treedt terwijl er nog onduidelijkheden zijn rondom de werking van het DSO (en er ook nog niet/nauwelijks geoefend is met het DSO) kunnen er dus, zoals het er nu naar uit ziet, alternatieve mogelijkheden worden aangewend om te voorkomen dat planvorming (en in het bijzonder gebiedsontwikkeling) onaanvaardbare vertraging oploopt bij de invoering van de Omgevingswet. TAM-IMRO staat voor ‘Tijdelijke Alternatieve Maatregel opstellen van Omgevingsdocumenten op basis van de IMRO2012 standaard’.
Deze TAM biedt de mogelijkheid om op basis van de huidige bestaande RO Standaarden 2012 (waar IMRO onder valt) omgevingswetbesluiten te kunnen ontsluiten in het DSO als andere alternatieven, zoals het vergunnen door middel van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA), niet gebruikt kunnen worden. In dat geval is dan het gebruiken van de huidige IMRO-standaard en de huidige plansoftware voor het opstellen van een wijzigingsbesluit voor het omgevingsplan een tijdelijke alternatieve maatregel (TAM). Onder TAM-IMRO worden dus met de huidige techniek (huidige planapplicaties en IMRO-standaard) wijzigingsbesluiten van het omgevingsplan bekendgemaakt (conform inhoudelijke eisen Omgevingswet). In deze situatie vindt bekendmaking niet plaats via publicatie naar de LVBB, maar op de huidige gebruikelijke wijze. Dit betekent dat het vaststellingsbesluit via DROP (Decentrale Regelgeving en Officiële Publicaties) in het Gemeenteblad wordt gepubliceerd en het met IMRO 46
vormgegeven plandeel op ruimtelijkeplannen.nl. Via de overbruggingsfunctie zijn deze plannen dan ook direct in de DSO Viewer via het Omgevingsloket te raadplegen. Voordelen van TAM-IMRO • TAM-IMRO biedt gemeenten die direct na de inwerkingtreding van de Omgevingswet een nieuw plan in procedure moeten brengen (en dus niet onder het overgangsrecht vallen), een tijdelijk alternatief indien in hun situatie nog functionaliteiten in de DSO-keten missen of niet goed werken en vergunnen door middel van een BOPA niet mogelijk is. • Een TAM-IMRO omgevingsplan (en voorbereidingsbesluit) kan beschikbaar worden gemaakt met de huidige bestaande Wro-plansoftware. Nadelen van TAM-IMRO • De TAM-IMRO-besluiten maken juridisch gezien deel uit van het (‘nieuwe’) omgevingsplan, maar hebben technisch gezien het ‘oude’ formaat (namelijk IMRO). Ze worden dus op gelijke wijze ontsloten als de plannen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Dit heeft daarom ook gevolgen voor het gebruik van de zogenaamde ‘pons-functie7’. • Besluiten conform de STOP-TPOD-standaard moeten later alsnog gepubliceerd worden bij de LVBB. Dit levert extra werk op en mogelijk juridische risico’s. Een besluit dat opnieuw (via STOP-TPOD) wordt gepubliceerd is, voor zover nu bekend, volledig juridisch appellabel, met uitzondering van technische aanpassingen.
• De TAM is gepositioneerd als een tijdelijke maatregel die op dit moment in gebruik beperkt is tot het 1e jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. • Via TAM-IMRO kan de bruidsschat niet worden gewijzigd. Het is dus beter hiermee te wachten tot het DSO stabiel is en volledig via STOP-TPOD kan worden gewerkt. Waar de inzet van een BOPA (omgevingsvergunningprocedure) niet mogelijk is, het publiceren in STOP/TPOD evenmin aan de orde is en een project toch urgent gerealiseerd moet worden, biedt TAM-IMRO een perspectief. Dit geldt zowel voor het geval we nog niet kunnen werken met STOP/TPOD, als voor het geval dat wel al zouden kunnen werken met STOP/TPOD, maar nog onvoldoende kunnen hebben oefenen. Het bekende IMRO-model biedt dan meer zekerheid om snel tot een goed resultaat te komen. Ondertussen kunnen we doorgaan met oefenen met STOP, bijvoorbeeld in projecten met minder urgentie of kleiner in omvang en complexiteit. Op basis van advies van onze softwareleverancier wordt nu (oktober 2022) voorgesteld de eerste maanden dat de Omgevingswet inwerking treedt wijziging van het omgevingsplan met de TAM-IMRO methode op te stellen/publiceren. Dit is niet nodig als we zeker weten dat het DSO bij inwerkingtreding van de wet stabiel is. Daarover is nu echter nog geen duidelijkheid.
Het is daarom beter om eerst af te wachten of bij inwerkingtreding van de wet het DSO werkt en in de eerste periode (minimaal 3 maanden) niet te publiceren, maar via TAM-IMRO of een omgevingsvergunning te werken (of te wachten met publicatie indien hiervoor tijd is). Hoewel dit voor een latere fase betekent dat hiermee extra werk is gemoeid, kan wel worden voorkomen dat aan bepaalde initiatieven geen medewerking kan worden verleend omdat het DSO nog niet (volledig) functioneert of omdat er nog problemen zijn in de software. Dienstverlening De inzet van TAM-IMRO vermindert de kwaliteit van de dienstverlening in het DSO enigszins. De TAM-IMRO besluiten vormen als het ware een extra laag in het DSO. Dit gaat koste van de
7 Alle geldende regels op een locatie in het tijdelijke deel van het omgevingsplan kunnen alleen in een keer
vervangen worden door nieuwe regels (pons). Dit geldt echter niet voor een TAM-IMRO plan, waardoor er met voorrangsregels moet worden gewerkt. Dit is niet overzichtelijk.
47
begrijpelijkheid van de regels in het DSO. Dit raakt zowel particuliere en professionele initiatiefnemers als de gemeentelijke organisatie, waaronder de vergunningverlening. Om de dienstverlening zoveel mogelijk op peil te kunnen houden, ontwikkelt de VNG op dit moment een factsheet voor het raadplegen van regels in het DSO. Daarnaast kunnen we overwegen om zelf extra interne en/of externe communicatie hiervoor in te zetten. Vertrekpunten Voor het van start kunnen gaan met het opstellen van een TAM-IMRO omgevingsplan moet met de volgende vertrekpunten en kernvereisten rekening te worden gehouden: • Laat het begrip ‘bestemming’ los. • Richt het plan op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. • Voldoe aan de instructieregels van het rijk en de provincie. • Houd rekening met de bruidsschat. Kernvereisten 1. PAS HET TAM-IMRO OMGEVINGSPLAN IN DE REST VAN HET OMGEVINGSPLAN IN Het TAM-IMRO omgevingsplan vormt juridisch één geheel met het omgevingsplan van rechtswege. Echter, de bruidschat, onderdeel van het omgevingsplan van rechtswege, is opgesteld in STOP/TP. Daardoor is het niet mogelijk beide plannen in één bestand samen te voegen. Een oplossing om beide plannen juridisch toch één geheel te laten vormen, is om het TAM-IMRO omgevingsplan als het ware als een nieuw hoofdstuk in te voegen in het omgevingsplan van rechtswege. 2.
BEPAAL HET TOEPASSINGSBEREIK VAN HET TAM-IMRO OMGEVINGSPLAN Het voor een bepaalde locatie vaststellen van nieuwe regels in een TAM-IMRO omgevingsplan zorgt er niet voor dat de oude regels op die locatie automatisch vervallen. Met andere woorden: het is niet mogelijk om in een TAM-IMRO omgevingsplan te ‘ponsen’. Om te voorkomen dat op een bepaalde locatie zowel nieuwe als oude regels gelden, moet in het TAM-IMRO omgevingsplan een toepassingsbereikbepaling worden opgenomen (juridisch ponsen). 3. NEEM DE JUISTE BEPALINGEN OP IN HET TAM-IMRO OMGEVINGSPLAN Bepaalde aannames die gelden bij het opstellen van een bestemmingsplan zullen bij het opstellen van een TAM-IMRO omgevingsplan niet langer onverkort gelden. Enkele bepalingen die in een bestemmingsplan vanzelfsprekend een bepaald rechtsgevolg hebben, kunnen in een TAM-IMRO omgevingsplan hele andere rechtsgevolgen hebben. In het bijzonder speelt dit bij het aanwijzen van bestemmingen in een bestemmingsplan, de juridische status van de plankaart en de aanvraagvereisten voor vergunningen uit het TAM-IMRO omgevingsplan. Voor ieder van deze onderwerpen moet een bepaling worden opgenomen of een formulering worden gehanteerd die tot de gewenste rechtsgevolgen leidt.
Voorbeeldtekst algemeen gebruiksverbod Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies. Voorbeeldtekst juridische status plangebied Artikel 1.2 (Toepassingsbereik) De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie [naam van de locatie van het TAM-IMRO omgevingsplan], waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.[nr]-[versie] zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
48
Voorbeeldtekst aanvraagvereisten Artikel X (Aanvraagvereisten) De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk. Voorbeeldtekst nauwkeurige afbakening vergunningplicht of verbodsbepaling Volgt
49
5 Zonnepanelenproject particuliere daken gemeente Roerdalen 1 Raadsvoorstel - Zonnepanelenproject particuliere daken gemeente Roerdalen (getekend)
9
#i 9emeente roerdalen Raadsvoorstel Zaaknummer Onderwerp: Datum: Indiener agendapunt: Portefeuillehouder: Gevraagd besluit:
Bijlage(n):
Z22-029924 Zonnepanelenproject particuliere daken gemeente Roerdalen 25 oktober 2022 College van Burgemeester en wethouders Roerdalen J.C.L. Westhelle-Aelen 1. Het bijgevoegde projectplan 'Zonnepanelenproject particuliere daken gemeente Roerdalen' (bijlage 1) vast te stellen en het college opdracht te geven om het project uit te voeren conform bijgevoegd projectplan (bijlage 1). 2. De uit het projectplan Zonnepanelenproject particuliere daken gemeente Roerdalen voortvloeiende en daarmee samenhangende activiteiten tot de publieke taak van de gemeente Roerdalen te rekenen. 3. De bijgevoegde verordening 'Verordening Zonnepanelenproject gemeente Roerdalen 2022' vast te stellen (bijlage 3). 4. In te stemmen met een projectomvang van maximaal € 1.530.000 en indien nodig hiervoor een lening voor aan te gaan. Bijlage 1: projectplan 'Zonnepanelenproject particuliere daken gemeente Roerdalen' Bijlage 2: Conceptraadsbesluit - project Bijlage 3: Conceptverordening 'Verordening Zonnepanelenproject gemeente Roerdalen 2022' Bijlagen bij projectplan Proces Flow Chart Risicobeheersing
0&A Tarievenblad Financiële scenario's
Pagina 1 van 12
111111111111111111111111111111111
I III IIII IIIIII IIII IIIII 11111111
9 #g gemeente roerdalen
Toelichting bij het raadsvoorstel 1.
Onderwerp
Zonnepanelenproject particuliere daken gemeente Roerdalen 2.
Inleiding
Aanleiding
In november 2021 heeft uw Raad ons gevraagd om een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren naar de mogelijkheid om eigenaren van koopwoningen te faciliteren bij de installatie van zonnepanelen op hun woningen en voor de begrotingsbehandeling 2023-2026 met een voorstel bij uw Raad terug te komen. Er is behoefte vanuit de inwoners en uw Raad om dit uit te zoeken, omdat de energieopwekking die we met zon op dak realiseren, niet op land gerealiseerd hoeft te worden. De omvang van dit project staat ongeveer gelijk aan het realiseren van 1 hectare zon op land, dat we in mindering kunnen brengen op de hectares zon die op land gerealiseerd moeten worden. Doelstelling (CO.)
Zon op dak is één van de projecten die wij uitvoeren om onze CO doelstellingen te behalen. Op CO reductie (duurzame opwek zodat geen fossiele energiebron gebruikt hoeft te worden), heeft het project een geringe impact. Het streven om 300 daken met gemiddeld 10 panelen te beleggen zal tot gevolg hebben dat we naar verwachting 0,8% van ons CO, reductie doel in 2030 invullen. In de RES-NML is daarnaast vastgesteld dat 70% van de geschikte daken belegd moet zijn met gemiddeld 10 panelen en met dit project werken we ook naar die doelstelling toe. Tot slot staat ook in de Kadernota 2023, op pagina 3, het belang onderschreven van zon op dak: "Met de uitvoering van het plan Zon op Dak willen we inwoners zoveel mogelijk ontzorgen en stimuleren zonnepanelen op hun dak te leggen". Haalbaarheid
Tijdens het onderzoek naar de haalbaarheid, bleek dat de mogelijkheden positief waren. Naast de positieve business case voor onze inwoner voorziet dit project in de behoeftes van onze inwoner. Financiële businesscase
Ondanks de turbulente tijd op de energiemarkt en lastig te voorspellen toekomstige energieprijzen verwachten we een financieel voordeel voor de deelnemer. Dit voordeel schatten we met de huidige kennis rond €20 tot € 40 per maand voor een deelnemer gedurende de looptijd van 25 jaar1. We zijn daarom meteen overgegaan tot verdere verkenning van een project zon op dak voor particulieren.
1
Dit geldt voor de situatie van 10 panelen op een geschikt dak. Het financieel voordeel is niet constant over de looptijd door de
afbouw van de salderingsregeling en aflossing van de lening.
Pagina 2 van 12
., gemeente roerdalen
Vervullen behoeften inwoners
Een onderzoek van de Universiteit Maastricht toont aan dat de inwoners van Roerdalen er baat bij hebben om ontzorgd te worden in het verduurzamen van hun woning. Dit onderschrijven ook de partijen die dicht bij onze inwoners staan, team Maatschappelijke Ontwikkeling en de Coöperatie Duurzaam Roerdalen. Steeds meer inwoners laten zelf al zonnepanelen plaatsen, maar om verschillende redenen blijft een deel van de geschikte daken nog onbenut. Zo zien inwoners soms op tegen de aanschaf vanwege het uitzoekwerk, de administratieve lasten en het onderhoud. Zij maken daarom nu geen keuze tussen de vele commerciële aanbieders2. De huidige marktsituatie heeft deze behoefte alleen maar versterkt. Er is op dit moment schaarste in materiaal en personeel waardoor het proces van offerte tot installatie traag kan verlopen, terwijl de huidige situatie rondom de hogere energieprijzen ertoe leidt dat de urgentie en noodzaak om energie op te wekken of te besparen groot is. Tevens hebben we ook te maken met een financiële drempel, vooral nu de inflatie erg hoog is. Niet iedere inwoner is in staat (meer) om zonnepanelen te bekostigen. De gemeente kan hier als betrouwbare partij een meerwaarde bieden. USP's project.
Met dit project willen we als betrouwbare partner onze inwoners tegemoetkomen in de behoefte om ontzorgd te worden en te verduurzamen. We bieden hen: • • • •
Begeleiding in de aanschaf van zonnepanelen Service en onderhoud gedurende een periode van 15 jaar Een opbrengstgarantie van de zonnepanelen op hun dak Een lening met gunstige voorwaarden
Aanvullend geven we invulling aan o.a. speerpunt 3 uit het coalitieakkoord "Duurzame energie, natuur en klimaat". In andere gemeenten, in bijvoorbeeld de regio Parkstad en de provincie Noord-Brabant, zijn soortgelijke projecten een succes te noemen en ook de gemeenten Roermond en Venlo staan op het punt van beginnen. Relaties tot andere projecten
Zon op dak maakt deel uit van het Programma Duurzaamheid. Ook via de projecten Zon op land en Windenergie dragen we bij aan terugdringing van het gebruik van fossiele grondstoffen en de uitstoot van CO. Daarnaast werken we waar mogelijk samen met inwoners en maken we gebruik van kennis en ervaring uit onze dorpen. Denk aan energiecoaches en klusteams, die voor maatwerk en hulp aan huis zorgen. Zo dragen we tegelijkertijd bij aan terugdringing van de energievraag en helpen we inwoners met een kleine beurs om hun energiekosten te verlagen. Al het bovenstaande heeft geleid tot het volgende voorstel.
2
Dit is gebleken bij soortgelijke projecten die ons voorgingen zoals de Groene Zone (https://www.degroenezone.nl/)
Pagina 3 van 12
gemeente roerdalen
3.
Beslispunten
De raad besluit: 1. Het bijgevoegde projectplan 'Zonnepanelenproject particuliere daken gemeente Roerdalen' (bijlage 1) vast te stellen en het college opdracht te geven om het project uit te voeren conform bijgevoegd projectplan (bijlage 1). 2. De uit het projectplan Zonnepanelenproject particuliere daken gemeente Roerdalen voortvloeiende en daarmee samenhangende activiteiten tot de publieke taak van de gemeente Roerdalen te rekenen. 3. De bijgevoegde verordening 'Verordening Zonnepanelenproject gemeente Roerdalen 2022' vast te stellen (bijlage 3). 4. In te stemmen met een projectomvang van maximaal € 1.530.000 en indien nodig hiervoor een lening voor aan te gaan. 4.
Argumenten
4.1.1 We geven invulling aan o.a. speerpunt 3 uit het coalitieakkoord "Duurzame energie, natuur en klimaat" en de Kadernota 2023 Het zonnepanelenproject beoogt de installatie van gemiddeld 10 zonnepanelen bij 300 kleinverbruikers. De verwachting is dat dit project daarnaast ook andere woningeigenaren aanspoort om zonnepanelen te plaatsen of andere verduurzamingsmaatregelen te nemen. Daarmee draagt dit project op meerdere manieren bij aan de realisatie van onze klimaatdoelstellingen. 4.1.2 Zonnepanelen worden voor een bredere doelgroep toegankelijk Veel woningeigenaren geven aan dat zij wel willen investeren in zonnepanelen, maar dat zij stuiten op een aantal drempels, waaronder: het uitzoekwerk, administratieve handelingen, het terugvorderen van de BTW (niet nodig wanneer het BTW-tarief op zonnepanelen vanaf 1-12023 0% wordt) en het onderhoud. Dit project neemt die drempels weg. Hierbij treedt de gemeente als betrouwbare partner op voor inwoners die nu geen keuze kunnen of willen maken tussen de vele aanbieders. Daarnaast faciliteert de gemeente de financiering en kunnen ook woningeigenaren deelnemen die bij een reguliere kredietverstrekker worden afgewezen. In dit project vindt ook geen BKRtoets of BKR-registratie plaats. Hiermee wordt het aanschaffen van zonnepanelen toegankelijk voor een groep inwoners voor wie dit nu financieel niet mogelijk is.
Met dit project ontzorgen we inwoners en bieden we ze financiële ondersteuning. Juist met die combinatie kunnen we een bredere doelgroep overtuigen.
Pagina 4 van 12
_, gemeente roerdalen
4.1.3 Deelnemers hebben een financieel voordeel vanaf het eerste jaar Omdat de besparing op de energierekening groter is dan de aflossing en rente, bereikt de deelnemer al vanaf jaar 1 een jaarlijks netto financieel voordeel. In tegenstelling tot de leningen die we kennen, levert een duurzaamheidslening zoals deze juist geld op. Dit verhoogt de kans dat uitstaande leningen makkelijk terugbetaald kunnen worden. Nadat de lening is afgelost (in maximaal 15 jaar), wordt het financieel voordeel voor de deelnemer groter, aangezien de panelen langer mee gaan dan de looptijd van de lening. De interne kosten voor de gemeente zijn in grote mate variabel (het inregelen van processen zijn bijvoorbeeld geen variabele kosten) met het aantal deelnemers, wat betekent dat de kosten die per deelnemer worden doorbelast, nagenoeg onafhankelijk zijn met het deelnemers. 4.1.4 Het project is voor de gemeente Roerdalen kostenneutraal AIie aan het project gerelateerde kosten worden in rekening gebracht bij de deelnemers. Ook wordt er een marktconform rentepercentage voor gemeenten in rekening gebracht dat gedurende de looptijd van het project voor de deelnemer niet zal wijzigen. Dit betekent dat de rente die de gemeente betaalt of zou betalen (zie argument 4.4.1) ook de rente wordt voor de deelnemers.
Daarnaast hanteren we een administratieve toeslag ter compensatie van de kosten van de administratieve eenheid en eventueel een risico-opslag. De interne werkzaamheden ten behoeve van het project vallen voor een deel onder het standaard takenpakket. Echter, voor een gedeelte van de interne werkzaamheden in de toekomstige fases, zal extra capaciteit nodig zijn (bijvoorbeeld kosten voor communicatiemiddelen die nog niet in het Actieplan Duurzame Energie zijn opgenomen). Deze kosten worden doorbelast aan de inwoners via de administratieve bijdrage. 4.2.1 Het verstrekken van leningen voor zonnepanelen door de gemeente is alleen toegestaan als dit door de gemeenteraad tot de publieke taak wordt gerekend In de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) is bepaald dat de gemeente alleen leningen mag verstrekken als dit gebeurt in het algemeen belang. Alleen uw Raad kan besluiten of iets behoort tot de publieke taak omdat zij bevoegd is om iets als algemeen belang te laten gelden. Gelet op de klimaatdoelstellingen die de gemeente zich heeft gesteld, wordt uw Raad verzocht om te besluiten dat de activiteiten die voortvloeien uit het projectplan, behoren tot de publieke taak van de gemeente.
Pagina 5 van 12
9 #pg gemeente roerdalen
4.2.2 Door het zonnepanelenproject als publieke taak te rekenen en door aan te besteden, is er geen sprake van staatssteun Om te voldoen aan de wet Markt en Overheid (Wet M&O), rekenen we het project tot de publieke taak. De Wet M&O heeft ten doel om zo een gelijk mogelijke concurrentieverhoudingen tussen overheden en bedrijven te scheppen. Op grond van artikel 25h lid 5 van de Mededingingswet, zijn deze gedragsregels niet van toepassing als de economische activiteiten plaatsvinden in het algemeen belang.
Daarnaast, door marktconform te handelen, voorkomen we dat een overheidsmaatregel als deze wordt aangemerkt als staatssteun. Een openbare aanbesteding is een manier om zeker te stellen dat een dienst tegen marktprijs wordt verkregen en daarmee marktconform is. Met de aanbesteding beogen we een partij (de service provider) te selecteren die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het project. Ook het krediet dat we verstrekken aan deelnemers is niet aan te merken als staatssteun. De verordening is opengesteld voor particuliere woningeigenaren en rechtspersonen zonder winstoogmerk. Van staatssteun kan pas sprake zijn als de begunstigde van de steun een onderneming is, maar ondernemingen behoren niet tot de doelgroep van de regeling. 4.3.1 De verordening biedt de juridische bevoegdheid om leningen te verstrekken zonder dat de gemeente daarvoor een vergunning nodig heeft, als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht De bijgevoegde verordening vormt de juridische grondslag voor het verkrijgen, aanbrengen en onderhouden van een PV-installatie op bestaande gebouwen in de gemeente. Daarnaast geeft de verordening uw College de bevoegdheid om aan deelnemers leningen te verstrekken voor het plaatsen van zonnepanelen. In de verordening zijn ook voorwaarden opgenomen waaraan de aanvragen worden getoetst.
Op die manier is transparant waar de toewijzingen of afwijzingen op zijn gebaseerd. 4.4.1 We hebben naar verwachting niet de liquiditeit om dit project vanuit eigen middelen te bekostigen. Als blijkt dat we niet de middelen hebben om dit project zelf uit te voeren, hebben we een externe financier nodig. Direct volgend op het raadsbesluit gaat het projectteam vaststellen of en in welke mate we een externe financiering moeten aantrekken. 5.
Kanttekeningen
5.1.1 Er bestaan al veel regelingen en leenmogelijkheden voor zonnepanelen en andere verduurzamingmaatregelen Ondanks de vele regelingen en leenmogelijkheden voor verduurzaming, is het project toch onderscheidend ten opzichte van andere mogelijkheden om zonnepanelen te stimuleren (zoals de regeling 'Duurzaam Thuis' van de Provincie Limburg of het Groeifonds 0%-lening voor verduurzaming).
Pagina 6 van 12
_, gemeente roerdalen
De combinatie tussen (technische) advisering, (administratieve) ontzorging, financiële ondersteuning en geen BKR-toets, maken dit project uniek. In onderstaand schema geven we van enkele voorbeelden de verschillen weer: (Technische) advisering
(Administratieve) ontzorging
Financiële ondersteuning
Geen BKR-toets
Zonnepanelenproject gemeente Roerdalen
+
+
+
+
Duurzaamheidslening provincie Limburg
-
-
+
-
Vereniging Eigen Huis (commerciële aanbieder)
+
+
-
n.v.t.
Groeifonds 0%-lening voor verduurzaming
-
-
+
?
5.1.2 Het project vraagt ook interne capaciteit van onze organisatie Alhoewel de gemeente voor een groot deel ontzorgd wordt door de service provider, komen er ook administratieve werkzaamheden terecht bij onze interne organisatie. Een gedeelte van deze werkzaamheden kunnen worden uitbesteed aan een extern administratiekantoor. We verkennen in Q4-2022 of deze werkzaamheden (of een gedeelte hiervan) kunnen worden uitgevoerd door het Servicecentrum MER. Het restant van die werkzaamheden zal in ieder geval intern moeten worden uitgevoerd. Er zal worden onderzocht hoeveel capaciteit dit exact vergt. De kosten worden doorbelast aan de inwoners middels een administratieve bijdrage die inbegrepen is in de maandelijkse bijdrage. 5.1.3 Er is een risico dat de deelnemers de betalingsverplichting niet nakomen (debiteurenrisico) Het debiteurenrisico wordt, net zoals bij de vergelijkbare projecten, verlegd van de gemeente naar de service provider. Hierdoor is er geen debiteurenrisico voor de gemeente. Bovendien tonen ervaringscijfers van gemeenten met vergelijkbare projecten aan dat het debiteurenrisico voor de service provider verwaarloosbaar klein is. Echter, gezien de verwachte financiële problemen bij huishoudens als gevolg van energiearmoede, is het niet uitgesloten dat dit risico groter wordt in de toekomst.
Dit effect zal mogelijkerwijs door de service provider met een risicoopslag ondervangen worden. Het project is uitgespreid over 15 jaar waardoor, naar verwachting, de deelnemer ieder jaar een netto financieel voordeel bereikt. Dit verhoogt de kans dat uitstaande leningen makkelijk kunnen worden terugbetaald. In tegenstelling tot de leningen die we kennen, levert deze lening juist geld op voor de deelnemer.
Pagina 7 van 12
g
#pg 9gemeente roerdalen Voor deelname aan dit project vindt geen BKR-toets en -registratie plaats. Het weghalen van deze drempels voor deelname weegt in dit project zwaarder dan het debiteurenrisico. Omdat we voldoen aan de uitsluitingsgronden van artikel 1:20 Wet op het financieel toezicht zijn we toetsing of registratie niet verplicht. 5.1.4 Er is een risico dat de service providerfailliet gaat De gemeente sluit een contract af met de deelnemer en gaat daarmee een verplichting aan tot het nakomen van contractuele afspraken zoals service en onderhoud. Indien de service provider failliet gaat, moeten we service en onderhoud dus opnieuw aanbesteden. Eventuele meerkosten komen in dit geval voor rekening van de gemeente. Meerkosten kunnen ontstaan doordat de nieuwe service provider geen onderhoudsreserve heeft kunnen opbouwen en daarom mogelijk een hoger tarief hanteert. Dit risico beperken we door de reservering voor onderhoud gedurende de exploitatieperiode deels in eigen beheer te houden. Daarnaast storten we de maandelijkse incassobedragen van de deelnemers op een projectrekening ten name van de gemeente. Hiermee voorkomen we dat de rekening vatbaar is voor beslag ingeval van faillissement van de service provider.
Het risico van faillissement van de service provider voor de gemeente zal meewegen in de keuze om aanvullend een risico-opslag (en de hoogte ervan) te hanteren bij de deelnemers. 5.1.5 Er zijn externe variabelen die invloed hebben op het verdienmodel van de deelnemer en die we als gemeente niet kunnen beïnvloeden Er zijn een drietal variabelen die van grote invloed zijn op het verdienmodel van de deelnemer: • De elektriciteitsprijs De elektriciteitsprijzen zijn momenteel aan het stijgen en hebben een positief effect op de netto opbrengst. Gedurende de looptijd van 15 jaar kunnen de landelijke regels en de elektriciteitsprijzen altijd veranderen. • Het rentepercentage dat in rekening gebracht wordt bij de deelnemer Lange termijnrentes zijn stijgende en hierdoor ook de rente voor de deelnemers. Dit heeft een negatief effect op de netto opbrengst. • De aanschafkosten De aanschafkosten van zonnepanelen zijn pas in beeld na het doorlopen van de aanbestedingsprocedure. Hogere aanschafkosten hebben een negatief effect op de netto opbrengst. Een combinatie van deze factoren kan er in het slechtste geval toe leiden dat de netto opbrengst gedurende de looptijd van de lening niet opweegt tegen de kosten. We wijzen deelnemers er op dat dergelijke ontwikkelingen voor eigen risico zijn. Voor inzicht in het effect van de variabelen op
Pagina 8 van 12
gemeente roerdalen
de netto opbrengst van deelnemers, verwijzen we u naar de financiële scenario's, een bijlage behorende bij het projectplan. 5.1.6 De salderingsregeling wordt mogelijk afgebouwd Als je meer stroom opwekt dan je zelf verbruikt, dan kun je gebruik maken van de salderingsregeling. Aan het eind van het jaar mag je de energie die de zonnepanelen hebben opgewekt, wegstrepen tegen de energie die je hebt verbruikt. Je levert de stroom dan terug aan het net. Het wetsvoorstel om vanaf 2025 stapsgewijs te stoppen met deze regeling kan consequenties hebben voor de netto opbrengst van de deelnemers. De besparing die zonnepanelen opleveren, hangt namelijk af van de prijs van de opgewekte stroom. Deelname aan het project levert echter naar verwachting nog steeds jaarlijks een netto opbrengst op. 5.1.7 Er zijn mogelijk andere verduurzamingsmaatregelen rendabeler voor inwoners Zonnepanelen zijn wel de meest pragmatische oplossing. In de ideale situatie is de inwoner geholpen als deze de meest rendabele investeringen doet om enerzijds energie te besparen en anderzijds om energie op te wekken en zo ook het comfort te vergroten. In een slecht geïsoleerd huis kan het best zijn dat het financieel aantrekkelijker is om te investeren om de warmtevraag terug te dringen. Vaak verbetert dan ook de energetische staat van het huis.
Een grootschalig project starten dat inwoners ontzorgt om de warmtevraag terug te dringen, is echter een stuk complexer. Bijna ieder huis is namelijk uniek. Op dit moment worden energiecoaches ingezet om onze inwoners advies te geven over de te nemen maatregelen. Het project zon op dak biedt ook een hoog (financieel) rendement voor onze inwoners en kan sneller gerealiseerd worden. Daarnaast wordt tegenwoordig al vaak elektrisch verwarmd, denk hierbij aan warmtepompen, airco's of iR panelen. De zonnepanelen kunnen hiervoor een deel van de elektriciteit leveren. Vandaar dat we deze optie graag aan onze inwoners willen aanbieden. 5.2
Bij beslispunt 2 zijn geen kanttekeningen
5.3
Bij beslispunt 3 zijn er geen kanttekeningen
5.4.1 Als het aantal deelnemers tegenvalt, verdienen we de rentekosten niet terug via de deelnemers Indien nodig, gaat de gemeente een lening aan van maximaal € 1.530.000, met een nader vast te stellen rentepercentage. Deze lening is bedoeld om maximaal 300 daken binnen een uitvoeringstermijn van twee jaar te voorzien van zonnepanelen. We lopen een risico op het moment dat het aantal deelnemers minder is dan 300. Dit risico ontstaat omdat de rentekosten van de gemeente dan niet worden terugverdiend via de deelnemers en we niet tussentijds kunnen aflossen. Er wordt nader onderzocht in welke mate we een lening willen aangaan, of de lening in tranches af te sluiten is en of een eventueel niet benut krediet ingezet kan worden voor andere doeleinden van de gemeente.
Pagina 9 van 12
-
#gd gemeente roerdalen 6.
Financiën
Alles binnen de uitgangspunten Op grond van de ambitie is het financieringsvolume bepaald. Het betreft uiteraard een inschatting omdat van te voren het aantal deelnemers niet exact bekend is. Ook is nog niet exact bekend uit hoeveel panelen een installatie zal bestaan en wat de exacte kosten van een installatie zullen zijn. De exacte deelname kan immers pas bepaald worden nadat de aanbesteding afgerond is. Dit omdat dan pas de exacte tarieven en condities bekend zijn. Uitgangspunten blijven dat: • •
Het voor de gemeente Roerdalen kostenneutraal is en Dat de deelnemers over de looptijd van het project van een positief resultaat genieten.
Wanneer bij de start van het project of gedurende de uitvoering het project blijkt dat er niet meer kan worden voldaan aan de uitgangspunten, komen we terug bij uw Raad voor besluitvorming voor maatregelen. Benodigd krediet De aanschafkosten van een zonnepaneleninstallatie bedragen circa € 4.700 incl. btw. (10 panelen van 400 wattpiek met een gemiddelde wattpiekprijs van €1,175). In totaal is dit € 1.410.000 voor 300 daken. Ervaringscijfers van vergelijkbare projecten tonen aan dat bij circa 50% van de deelnemers de bestaande meterkast moet worden vervangen omdat deze niet meer voldoet aan de technische eisen voor een PV-installatie. De kosten hiervoor bedragen gemiddeld €450 excl. BTW per installatie. Om te voorkomen dat dat deze kosten een belemmering vormen voor deelname, is het voorstel om deze kosten mee te financieren. Dit vraagt een aanvullende investering van 150 x €450 = €67.500. In het kredietbedrag wordt ook een opslag opgenomen ter dekking voor de externe administratieve kosten die begroot zijn op € 175 per deelnemer (300 x€ 175 = €52.500). Het totaal benodigde krediet voor dit project bedraagt dan € 1.530.000. Dit bedrag wordt als lening ter beschikking gesteld voor de deelnemers. Gedurende de exploitatieperiode van 15 jaar vloeit dit bedrag via aflossing, rente en een opslag voor administratie terug naar de gemeente.
Interne kosten De extra ambtelijke inzet en de eventuele uitbestede administratieve werkzaamheden zijn ondervangen door de administratieve bijdrage van de deelnemers. Begroting Een aantal kosten- en inkomstenposten zijn pas definitief bekend bij de gunning van het project. Indien dit leidt tot een nodige aanpassing in de begroting, komen we terug bij uw Raad met een begrotingswijziging.
Pagina 10 van 12
g
#gps gemeente roerdalen 7.
Communicatie
De gemeente wordt in de communicatie ontzorgd door de service provider. Dit betekent dat, na opdrachtverstrekking, de primaire verantwoordelijkheid voor het werven van deelnemers bij de service provider ligt. Desalniettemin is er ook voor de gemeente een rol weggelegd in de communicatie. Gerichte communicatie is een instrument om erop te sturen dat inwoners met een smalle beurs en kwetsbare doelgroepen een eerlijke kans krijgen voor deelname aan dit project. Hierbij hebben we niet alleen aandacht voor financieel kwetsbare inwoners, maar kijken we ook naar problematiek zoals laaggeletterdheid. We verkennen met de afdeling communicatie welke tools er nodig zijn om deze groepen doelgericht te bereiken. 8.
Planning en uitvoering
Na positief raadsbesluit ziet de planning er als volgt uit: November/December 2022
Definitief in kaart brengen en vaststellen van het beslag op de interne organisatie
December 2022/Januari 2023
Voorbereiden aanbesteding
Januari 2023
Publicatie aanbestedingsstukken
Maart 2023
Terugkoppelmoment aan uw Raad
Mei 2023
Definitieve gunning, definitieve vaststelling tarieven en definitieve kosten- en inkomstenposten inzichtelijk (middels een raadsvoorstel komen we terug naar uw Raad)
Mei/Juni 2023 September 2023
Inregelen processen en communicatie met service provider Start uitvoering
September 2023
Start exploitatiefase
September 2025
Einde uitvoeringsfase
September 2040
Einde exploitatiefase
Het project zal via een nader af te stemmen KPI-rapportage periodiek gemonitord worden. 9.
Privacy
Met de service provider en de administratieve eenheid zullen verwerkersovereenkomsten worden opgesteld, omdat er wordt gewerkt met privacygevoelige gegevens.
Pagina 11 van 12
g
#pg gemeente roerdalen 10.
(Wettelijk en/of beleidsmatig) kader • • • • • • • • •
11.
Het coalitieakkoord, speerpunt 3 "Duurzame energie, natuur en klimaat Kadernota 2023 Gemeentewet Wet financieel toezicht (WFT) Wet financiering decentrale overheden (FIDO) Europese Aanbestedingsrecht Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) Mededingingswet Wet Markt en Overheid (Wet M&O) Bijlagen
Bijlage 1: projectplan 'Zonnepanelenproject particuliere daken gemeente Roerdalen' Bijlage 2: Conceptraadsbesluit - project Bijlage 3: Conceptverordening 'Verordening Zonnepanelenproject gemeente Roerdalen 2022' Bijlagen bij projectplan Proces Flow Chart Risicobeheersing Q&A