Agendabundel
Tekst van het document
de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren. e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel 5. Maatstaf van heffing 1. De belasting, verschuldigd ingevolge artikel 3, eerste lid, wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 2. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de laatste, aan het begin van het belastingjaar voorafgaande, verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt.
Indien dit aan het begin van het belastingjaar niet bekend is, wordt het aantal kubieke meters water gesteld op het aantal kubieke meters water dat naar het perceel is toegevoerd en/of is opgepompt van de laatst bekende verbruiksperiode. Als de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van 365 dagen, wordt de hoeveelheid water door herleiding bepaald naar een periode van 365 dagen. 3. Als gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie voorzien zijn van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of
Pagina 2 van 4
b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren, dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest, kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 4. De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als water is afgevoerd. 5. Voor nieuwe gebruikers wordt, zolang geen gegevens als bedoeld in het tweede lid bekend zijn, een belasting geheven als genoemd in artikel 6, onderdeel 1. 6. Lid 5 is niet van toepassing voor gebruikers van niet tot woning dienende percelen. Artikel 6. Belastingtarieven De belasting, verschuldigd ingevolge artikel 3, eerste lid, bedraagt bij een hoeveelheid water van: 1. 1 tot 25 m3 € 110,75 3 2. 25 tot 150 m € 242,00 3. 150 tot 500 m3 € 301,95 4. 500 tot 1500 m3 € 858,25 3 5. 1500 tot 3000 m € 2629,35 6. 3000 tot en met 4000 m3 € 5634,00 Indien er meer dan 4.000 m3 water wordt afgevoerd, wordt het bedrag van laatstgenoemde categorie geheven, vermeerderd met € 94,10 voor elke 1.000 m3, waarbij een gedeelte van 1.000 m3 als 1.000 m3 wordt aangemerkt. Artikel 7. Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8. Wijze van heffing De belasting wordt in de vorm van een aanslag geheven. Artikel 9.
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting, verschuldigd ingevolge artikel 3, eerste lid, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht, met betrekking tot het perceel voor de belasting verschuldigd ingevolge artikel 3, eerste lid, in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht, met betrekking tot het perceel voor de belasting verschuldigd ingevolge artikel 3, eerste lid, in de loop van het belastingjaar eindigt, wordt ontheffing verleend over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. Artikel 10. Termijnen van betaling 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
Pagina 3 van 4
verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen. Artikel 11. Minimum aanslag 1. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 2. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 12. Inwerkingtreding en citeerartikel 1.
De "Verordening rioolheffing 2024” van 14 december 2023 vastgesteld door de gemeenteraad van Roerdalen wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening rioolheffing Roerdalen 2025”. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 12 december 2024. De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier,
De voorzitter,
mr. M. Heijnens-Coenjaerts
mr. M.D. de Boer-Beerta
Pagina 4 van 4
Raadsbesluit
Jaar …./../..
Zaaknummer: Z24-047828 Onderwerp: Verordening reinigingsheffingen Roerdalen 2025 De raad van de gemeente Roerdalen heeft; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 29 oktober 2024, gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; het volgende besluit genomen:
Besluit: 1. De “Verordening reinigingsheffingen 2024” zoals vastgesteld in de raad van 14 december 2023 in te trekken. 2. De navolgende “Verordening reinigingsheffingen Roerdalen 2025” vast te stellen. Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: a. een afvalstoffenheffing; b. reinigingsrechten. Artikel 2 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder Minicontainer: een door of namens het college van burgemeester en wethouders ter beschikking gestelde voorziening ten behoeve van de opslag van afvalstoffen niet zijnde gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1 eerste lid van de Wet milieubeheer, met een inhoud van 240 liter of minder. Verzamelcontainer: een door of namens het college van burgemeester en wethouders ter beschikking gestelde voorziening bij o.a. hoogbouw, appartementen en seniorenhofjes ten behoeve van de opslag van afvalstoffen niet zijnde gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1 eerste lid van de Wet milieubeheer, met een inhoud van 500 liter of minder. Gft-afval: groente-, fruit- en tuinafval Restafval: huishoudelijke afvalstoffen zijnde niet gescheiden.
Pagina 1 van 10
‘gebruikmaken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: grof bedrijfsafval:
gebruikmaken in de zin van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.
Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 4. Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren. e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel 5 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikmaakt van een perceel. Artikel 6 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 1 en 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel met in achtneming van de overige leden van dit artikel. 2. Indien tijdens enige inzamelbeurt door een calamiteit of door een technische storing de minicontainerherkenningsapparatuur of de minicontainerregistratieapparatuur op het inzamelvoertuig of de middelen waarmee de gegevens van de geledigde minicontainers worden opgeslagen niet naar behoren functioneren, wordt de lediging voor het restafval niet meegeteld voor het berekenen van de belasting als bedoeld in eerste lid. 3. Voor percelen die zijn aangewezen op het gebruik van verzamelcontainers wordt voor de berekening van de belasting het vast bedrag vermeerderd met het aantal aanbiedingen van een zak die door de op de verzamelcontainer aangebrachte registratieapparatuur wordt geregistreerd.
Pagina 2 van 10
4. Percelen die een afvalcontainer in bruikleen hebben kunnen tevens gebruik maken van een verzamelcontainer. Bij gebruik van de verzamelcontainer in deze situatie geldt naast het vaste bedrag, zoals bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.1 van de tarieventabel, en het bedrag per lediging van de container, zoals bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.4 van de tarieventabel, ook het bedrag per inworp in de ondergrondse container, zoals bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.4 van de tarieventabel. Artikel 7 Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8 Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt geheven in de vorm van een aanslag. 2. De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 9 Reductie heffing medisch afval 1.
De belastingplichtige als bedoeld in artikel 5 komt in aanmerking voor vermindering van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.4, van de tarieventabel indien de belastingplichtige als gevolg van chronische ziekte of handicap dan wel chronische ziekte of handicap van personen die behoren tot zijn of haar huishouden, extra afval moet aanbieden aan de gemeentelijke inzameldienst. 2. De in het eerste lid bedoelde vermindering bedraagt per belastingjaar maximaal € 120 van de totaal verschuldigde belasting als gevolg van het aantal aangeboden ledigingen/ aanbiedingen. 3. De belastingplichtige die in aanmerking wil komen voor vermindering op grond van het eerste lid, dient uiterlijk binnen 6 maanden na dagtekening van de opgelegde belasting, zoals bedoeld in het eerste lid, een daartoe strekkend verzoek in te dienen bij de heffingsambtenaar. Bij dit verzoek dient een schriftelijke verklaring van de huisarts of medisch specialist te worden overlegd, waaruit blijkt dat als gevolg van een chronische ziekte of handicap extra afval wordt aangeboden. 4. De berekening van de vermindering als bedoeld in het eerste en tweede lid vindt plaats na afloop van het betreffende belastingjaar. 5. Er wordt slechts één vermindering per huishouden verleend. Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.
De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdelen 1.1 en 1.2, van de tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. De belasting als bedoeld in Hoofdstuk 1, onderdeel 1.4, is verschuldigd na afloop van het belastingjaar. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op
Pagina 3 van 10
5. 6.
7.
8.
ontheffing van de in het eerste lid bedoelde belasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Het derde en het vierde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt of indien de belastingplichtige de minicontainer voor restafval wisselt voor een andere volumemaat. Voor de beoordeling van de vraag tot welke tariefgroep een belastingplichtige behoort geldt als peildatum 1 januari van het belastingjaar. Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar geldt als peildatum voor het resterend deel van het belastingjaar het tijdstip van aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplichtige in de loop van het belastingjaar wisselt van volumemaat container voor restafval geldt vanaf dat moment het tarief per lediging/ aanbieding behorende bij die nieuwe volumemaat zoals opgenomen in hoofdstuk 1, onderdeel 1.4, van de tarieventabel. De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van bezittingen, werken of inrichtingen.
Artikel 11 Minimum aanslag 1. Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 2. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 12 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3.
Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De belasting moet worden betaald, ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen één maand na dagtekening van de kennisgeving. Hoofdstuk III Reinigingsrechten Artikel 13 Belastbaar feit Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde
Pagina 4 van 10
gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel 14 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruikmaakt. Artikel 15 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 3 en 4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 16 Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 17 Wijze van heffing 1. De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden geheven in de vorm van een aanslag. 2. De rechten bedoeld in hoofdstuk 4 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 18 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang 1.
De rechten bedoeld in hoofdstuk 3, onderdeel 3.1, van de tarieventabel, zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Het recht als bedoeld in hoofdstuk 3, onderdeel 3.2, van de tarieventabel is verschuldigd na afloop van het belastingjaar. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 5. Het derde en het vierde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt of indien de belastingplichtige de minicontainer voor restafval wisselt voor een andere volumemaat. 6. Voor de beoordeling van de vraag tot welke tariefgroep een belastingplichtige behoort geldt als peildatum 1 januari van het belastingjaar.
Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar geldt als peildatum voor het resterend deel van het belastingjaar het tijdstip van aanvang van de belastingplicht. 7. Indien de belastingplichtige in de loop van het belastingjaar wisselt van volumemaat container voor restafval geldt vanaf dat moment het tarief per lediging/aanbieding behorende bij die nieuwe volumemaat zoals opgenomen in hoofdstuk 3, onderdeel 3.2, van de tarieventabel. 8. De rechten als bedoeld in hoofdstuk 4 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van bezittingen, werken of inrichtingen.
Pagina 5 van 10
Artikel 19 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen Artikel 20 Inwerkingtreding en citeertitel 1.
De “Verordening Reinigingsheffingen 2024” van 14 december 2023 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening reinigingsheffingen Roerdalen 2025”. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 12 december 2024. De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier,
De voorzitter,
mr. M. Heijnens-Coenjaerts
mr. M.D. de Boer-Beerta
Pagina 6 van 10
Bijlage 1: Tarieventabel behorende bij de Verordening reinigingsheffingen Roerdalen 2025. Algemeen
De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.
Hoofdstuk 1 Maatstaf en tarief afvalstoffenheffing 1.1 Het belastingbedrag per perceel per belastingjaar is afhankelijk van het grootste minicontainervolume voor restafval dat op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht in bruikleen is: Volume in liters 40 60 80 140 240
Vast bedrag restafval € 259,-€ 259,-€ 259,-€ 286,-€ 309,--
Als geen containers in bruikleen zijn bedraagt het belastingbedrag € 259,-1.2
a. In afwijking van het bepaalde in onderdeel 1.1 bedraagt het belastingbedrag per perceel per belastingjaar dat is aangewezen voor het gebruik van 60 liter inworp ondergrondse container/verzamelcontainer € 259,--; b. In afwijking van het bepaalde in onderdeel 1.1 bedraagt het belastingbedrag per perceel per belastingjaar dat is aangewezen voor het gebruik van een verzamelcontainer zonder inworpregistratiesysteem € 309,--.
1.3 Indien sprake is van een woning met bedrijfsgedeelte en afvoer van afvalstoffen plaatsvindt via een bedrijfsafvalcontainer, en voor de afvoer van restafvalstoffen en GFT-afval geen gebruik wordt gemaakt van een container als bedoeld in onderdeel 1.4 wordt geen belasting geheven als bedoeld in onderdeel 1.4. 1.4 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1 bedraagt de belasting per lediging: Volume in liters
40 60 80 140 240 60 inworp ondergronds
Pagina 7 van 10
Per lediging restafvalcontainer/ of inworp: € 2,-€ 3,-€ 4,-€ 7,-€ 12,-€ 3,--
Hoofdstuk 2 Overige tarieven afvalstoffenheffing 2.1 Voor het omwisselen van een minicontainer is een bedrag verschuldigd van € 35,-Dit bedrag wordt niet in rekening gebracht in de volgende situaties: - Een verhuizing. Bij een verhuizing heeft de nieuwe belastingplichtige het recht binnen 6 maanden na aanvang van de belastingplicht kosteloos van minicontainervolume(s) te veranderen. - Een belastingplichtige die de restcontainer omwisselt naar een kleiner volume. - Het omwisselen van een container voor restafval naar een container voor restafval met een hoger volume als gevolg van het ontstaan van extra medisch afval. 2.2 Voor de levering van een extra GFT-container bedraagt het tarief eveneens € 35,--. 2.3 Vervallen 2.4 Ophalen afval aan huis op verzoek. 2.4.1
Het tarief voor het aan huis ophalen van grof groenafval inclusief stronken bedraagt: € 20,-- voor 4 m³ of een gedeelte ervan. Het basisbedrag van € 20,-- wordt verhoogd met € 5,-- voor iedere m³ meer dan 4 m³. Dit tarief geldt ook voor het ter plaatse versnipperen van groenafval met achterlaten van de snippers voor de aanvrager.
2.4.2
Het tarief voor het aan huis ophalen van grof huishoudelijk afval bedraagt € 20,-- per m³ of gedeelte ervan. Het basisbedrag van € 20,-- wordt verhoogd met € 5,-- voor iedere m³ meer dan 1 m³. ( Toelichting: Voor het ophalen van 3 m³ is het totale tarief dan € 20,-- + € 5,-+ € 5,-- = € 30,--)
2.4.3. Het tarief onder 2.4.2 voor het aan huis ophalen van grof huishoudelijk afval wordt verhoogd met € 18,-- per m³ of gedeelte ervan. De opslag betreft de verwerkingskosten bij de milieustraat. Tarieven milieupark 2.5 De hoeveelheid afval die per week per aanbieder wordt ingenomen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaatst bedraagt maximaal 2m³. 2.6 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het achterlaten van grove huishoudelijke afvalstoffen voor: grof groenafval metaal en blik asbest: maximaal 15 platen of 500 kg per afvalpas, luchtdicht verpakt in dubbel stevig doorzichtig plastic. kunststof wit- en bruingoed frituurvetten
Pagina 8 van 10
-
textiel en schoenen klein chemisch afval papier en karton holglas en vlakglas (geen autoruiten) matrassen lege gasflessen autobanden zonder velg tot een maximum van 4 stuks gratis
2.7 Voor het achterlaten van: autobanden met velg per stuk € 2,50 2.8 Voor het achterlaten van: Zuivere puin € 7,50 per 0,5 m³ 2.9 Voor het achterlaten van overig afval zoals: huishoudelijk restafval (onbewerkt, geïmpregneerd of geverfd) hout draad-, isolatie-, autoglas PVC gasbeton grotere stukken kunststof bitumen dakplaten en dakleer vloerbedekking < 0,25 m³ € 7,50 Per 0,5 m³ (of een deel daarvan) € 15,-Hoofdstuk 3 Maatstaf en tarief reinigingsrecht. 3.1 Het belastingbedrag per perceel per belastingjaar is afhankelijk van het grootste minicontainervolume voor restafval dat op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht in bruikleen is: Volume in liters 40 60 80 140 240
Pagina 9 van 10
Vast bedrag restafval € 259,-€ 259,-€ 259,-€ 286,-€ 309,--
3.2 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 3.1 wordt geheven per lediging: Volume in liters 240 140 80 60 40
Per lediging restafval in euro’s € 12,-€ 7,-,80 € 4,-€ 3,-€ 2,-0
Hoofdstuk 4 Overige tarieven reinigingsrechten. 4.1 Voor het omwisselen van een minicontainer bedragen de kosten € 35,--. Dit bedrag wordt niet rekening gebracht in de volgende situaties: - Een belastingplichtige die de restcontainer omwisselt naar een kleiner volume.
Behoort bij raadsbesluit van 12 december 2024. De griffier van Roerdalen,
De voorzitter,
mr. M. Heijnens-Coenjaerts
mr. M.D. de Boer-Beerta
Pagina 10 van 10
Raadsbesluit
Jaar …./../..
Zaaknummer: Z24-047828 Onderwerp: Legesverordening Roerdalen 2025 De raad van de gemeente Roerdalen heeft; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 29 oktober 2024, gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, de artikelen 2, tweede lid en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet; het volgende besluit genomen:
Besluit: 1. De "Legesverordening 2024" zoals vastgesteld in de raad van 14 december 2023 in te trekken. 2. De navolgende "Legesverordening Roerdalen 2025" vast te stellen. Artikel 1. Definities Deze verordening verstaat onder: a. dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; b. week: een aaneengesloten periode van zeven dagen; c. maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; d. jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; e. kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december. Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam 'leges' worden rechten geheven voor: a. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit; b. het verlenen van een dienst op aanvraag; of; c. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.
Pagina 1 van 27
Artikel 3. Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan. Artikel 4. Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald; b. diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend. Artikel 5. Maatstaf van heffing en tarieven 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6. Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b.
schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving; c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; d. langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8. Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9. Vermindering of Teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een in die tarieventabel opgenomen bepaling met betrekking tot die dienst, dat besluit of die handeling. Artikel 10. Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen: 1. van zuiver redactionele aard zijn;
Pagina 2 van 27
2. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving, die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatcourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft: a. paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); b. paragraaf 1.3 (rijbewijzen); c. artikel 1.16, vierde lid (papieren verstrekkingen uit de Basisregistratie Personen); d. artikel 1.18, onder a (verklaring omtrent het gedrag); e. artikel 1.24 (Wet op de kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel 11. Overgangsrecht 1. De "Legesverordening 2024" van 14 december 2023, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.
Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. 3. De in artikel 2.1, vijfde lid, van de bij deze verordening behorende tarieventabel genoemde, door de burgemeester en wethouders vastgestelde genormeerde eenheidsprijzen per type bouwwerk (de BouwKostenIndicator BKI) en bijbehorende regelingen, worden afzonderlijk bekendgemaakt door publicatie in het elektronisch gemeenteblad en treden in werking de dag na bekendmaking. Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als "Legesverordening Roerdalen 2025” Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 12 december 2024. De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier,
De voorzitter,
mr. M. Heijnens-Coenjaerts
mr. M.D. de Boer-Beerta
Pagina 3 van 27
Tarieventabel behorende bij de legesverordening Roerdalen 2025 Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Paragraaf 1.1 Artikel 1.1 1. a. b. c. d. 2.
Artikel 1.2 1. a. b. c. 2. Artikel 1.3
Artikel 1.4
Artikel 1.5 1. 2. 3. Artikel 1.6
Artikel 1.7
Artikel 1.8
Artikel 1.9
Pagina 4 van 27
Burgerlijke stand Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap op: maandag t/m vrijdag van 9:00 – 17:00 uur, uitgezonderd feestdagen maandag van 9:00 – 9:30, uitgezonderd feestdagen zaterdag van 9:00 – 17:00 uur, in de trouwzaal in het gemeentehuis zaterdag van 9:00 – 17:00 uur, op een externe trouwlocatie De tijdstippen welke in aanmerking komen voor een kosteloze voltrekking van een huwelijk of een registratie van een partnerschap zijn op maandagmorgen van 9:00 – 9:15 uur, en van 9:15 – 9:30 uur, uitsluitend in een spreekkamer van het gemeentehuis.
Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk (omzetting met ceremonie) op: maandag t/m vrijdag van 9:00 – 17:00 uur, uitgezonderd feestdagen zaterdag van 9:00 – 17:00 uur, in de trouwzaal in het gemeentehuis zaterdag van 9:00 – 17:00 uur, op een externe trouwlocatie Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk aan de balie van het gemeenteloket binnen de openingsuren van het gemeenteloket Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap in bijzonder huis Bij de voltrekking van een huwelijk of een registratie van partnerschap in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek worden de tarieven genoemd in artikel 1.1 en 1.2 verhoogd met een extra bedrag van Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap op externe locatie Voor andere trouwlocaties dan het gemeentehuis worden de locatiekosten door de beheerder van de betreffende locatie zelf berekend. De gemeente brengt daar geen aanvullende leges voor in rekening.
Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag Het tarief bedraagt voor de aanwijzing en beëdiging op verzoek tot buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor een huwelijk of registratie van een partnerschap voor één dag Het tarief bedraagt voor de aanwijzing op verzoek tot buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor een huwelijk of registratie van een partnerschap voor één dag. De kosten van de aanvraag van een verklaring omtrent gedrag (VOG) zijn niet opgenomen in het tarief van artikel 1.5, eerste en tweede lid. Beschikbaar stellen getuige door gemeente Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuige voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per getuige Annuleren of wijzigen Het tarief bedraagt voor het wijzigen van gegevens in het voorgenomen huwelijk, geregistreerd partnerschap of omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk (zoals datum, tijdstip, afzegging, getuige), per wijziging Trouwboekje of partnerschapsboekje Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapboekje Overige burgerlijke stand
Tarief 2025
€ 390,45 € 0,00 € 780,90 € 390,45
€ 390,45 € 780,90 € 390,45 € 64,75 € 84,55
€ 390,45 € 149,30
€ 38,65
€ 64,75
€ 38,65
1.
2.
Paragraaf 1.2 Artikel 1.10
a. 1. 2. b. 1. 2. c. 1. 2. d. Artikel 1.11
a. 1. 2. b. Artikel 1.12
Paragraaf 1.3 Artikel 1.13
Artikel 1.14 1. a. b. 2.
Pagina 5 van 27
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand, geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand. Het tarief bedraagt voor een nasporing in de registers van de burgerlijke stand, per kwartier Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Paspoorten of andere reisdocumenten Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: een nationaal paspoort: voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel a (zakenpaspoort): voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort): voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen
Nederlandse identiteitskaart Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: een Nederlandse identiteitskaart: voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon. Modaliteiten Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.10 en 1.11 genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen Rijbewijzen Rijbewijzen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs Modaliteiten Het tarief genoemd in artikel 1.13 wordt: bij een spoedlevering vermeerderd met Indien bij het in behandeling nemen van een aanvraag om afgifte van een nieuw rijbewijs het oorspronkelijk afgegeven document niet (compleet) overgelegd kan worden, worden de leges verhoogd met De verhogingen genoemd in het eerste lid zijn in voorkomend geval cumulatief verschuldigd.
€ 21,80
€ 86,85 € 65,70
€ 86,85 € 65,70
€ 86,85 € 65,70 € 65,70
€ 78,50 € 42,35 € 38,25
€ 59,10
€ 44,65
€ 34,10 € 28,80
Paragraaf 1.4 Artikel 1.15
Artikel 1.16 1. 2. a. 1. 2. 3. 4. b. 1. 2. 3. 4. 3.
4.
Verstrekkingen in het kader van de Basisregistratie Persoonsgegevens Definities Voor de toepassing van artikel 1.16, m.u.v. lid 2 en 3, wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de Basisregistratie Personen moet worden geraadpleegd. Verstrekking van gegevens uit de Basisregistratie Personen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een door of namens het gemeentebestuur te ondertekenen of af te geven verklaring Het tarief bedraagt voor het vervaardigen van incidentele overzichten en selecties uit de geautomatiseerde basisregistratie, indien gebruik wordt gemaakt van standaardselectieprogrammatuur, indien: de gevraagde gegevens aangeleverd moeten worden op papier: voor vaste voorbereidingskosten, per opdracht per geselecteerde persoon voor het afdrukken van etiketten, per etiket per mensuur voor het systeemgebruik de gevraagde gegevens aangeleverd moeten worden via een alternatief medium: voor vaste voorbereidingskosten, per opdracht per geselecteerd persoon alternatief medium per mensuur voor het systeemgebruik Wanneer door de aard van de opdracht geen gebruik kan worden gemaakt van de standaard selectieprogrammatuur gelden de bovengenoemden tarieven, met uitzondering van het tarief voor de vaste voorbereidingskosten dat per opdracht wordt verhoogd met In afwijking van de voorgaande
onderdelen bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen
Paragraaf 1.5
Bestuursstukken
Paragraaf 1.6
Vastgoedinformatie
Paragraaf 1.7 Artikel 1.17
Overige publiekszaken Gemeentegarantie Niet van toepassing Overige publiekszaken Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag tot het verstrekken van een bewijs van in leven zijn tot het legaliseren van een handtekening of legalisatie van een stuk, per legalisatie tot het verkrijgen van een certificaat van oorsprong tot het verkrijgen van een andere, niet elders in deze tarieventabel genoemde verklaring over een bepaald persoon
Artikel 1.18 a. b. c. d. e.
Paragraaf 1.8
Pagina 6 van 27
Gemeentearchief
€ 19,00
€ 166,10 € 0,30 € 0,30 € 58,55
€ 166,10 € 0,20 € 0,20 € 58,45 € 46,25
€ 7,50
€ 41,35 € 17,10 € 27,35 € 17,95 € 17,95
Artikel 1.19 1. 2.
Artikel 1.20
Artikel 1.21
Paragraaf 1.9 Artikel 1.22 Artikel 1.23 a. b.
Artikel 1.24 1. a. b. 2.
Artikel 1.25 1.
a. b. c. d. 2.
3.
Pagina 7 van 27
Naspeuringen in het gemeentearchief Het tarief bedraagt voor het op verzoek doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan te besteden kwartier Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief Voor het verstrekken van een afschriften of kopieën gelden de tarieven opgenomen in paragraaf 1.10 van deze tarieventabel.
Uitlenen archiefbescheiden Niet van toepassing Bijzondere wetten Huisvestingswet 2014 Niet van toepassing Leegstandswet Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte, als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandswet Wet op de kansspelen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen: voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor onbepaalde tijd voor twee kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor onbepaalde tijd Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning) Kabels en leidingen (Telecommunicatiewet) Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van instemming omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4,eerste lid, van de Telecommunicatiewet: indien het betreft tracés vanaf 25m1 tot 250m1 indien het betreft tracés vanaf 250m1 tot 1.500m1 indien het betreft tracés vanaf 1.500m1 tot 5.000m1 indien het betreft tracés vanaf 5.000m1
en meer wordt het tarief berekend aan de hand van een begroting. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van de Telecommunicatiewet omtrent plaats, tijdstip, en wijze van uitvoering van werkzaamheden voor tracés vanaf 0 tot 25 m¹ Indien met betrekking tot een aanvraag overleg moet plaatsvinden tussen de gemeente, andere beheerders van openbare grond en de netbeheerder van het netwerk en/of andere netbeheerders of
€ 21,80
€ 65,05 € 65,05
€ 226,50 € 317,00 € 10,45
€ 445,15 € 512,85 € 645,60
€ 78,10
€ 399,65
belanghebbenden, wordt het het eerste lid genoemde bedrag per overleg verhoogd met Artikel 1.26 1.
2.
a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. 3.
Artikel 1.27 1.
2. a. b. c. d.
3.
Pagina 8 van 27
Medegebruik gemeentelijke infrastructuur voor plaatsen small cells Het tarief bedraagt voor het op aanvraag houden van vooroverleg, eventueel gecombineerd met de afhandeling van een verzoek tot bezichtiging, om een indicatie te krijgen van de mogelijkheden voor medegebruik van publieke infrastructuur van de gemeente voor de plaatsing van small cells als bedoeld in artikel 5c.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet: van de leges zoals deze bij een daadwerkelijke verzoek tot medegebruik overeenkomstig het tweede lid zouden worden vastgesteld. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot medegebruik van publieke infrastructuur van de gemeente voor de plaatsing van small cells als bedoeld in artikel 5c.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet: voor medegebruik van 1 tot en met 20 gemeentelijke objecten: voor medegebruik van 21 tot en met 40 gemeentelijke objecten: voor medegebruik van 41 tot en met 60 gemeentelijke objecten: voor medegebruik van 61 tot en met 80 gemeentelijke objecten: voor medegebruik van 81 tot en met 100 gemeentelijke objecten: voor medegebruik van 101 tot en met 120 gemeentelijke objecten: voor medegebruik van 121 tot en met 140 gemeentelijke objecten: voor medegebruik van 141 tot en met 160 gemeentelijke objecten: voor medegebruik van 161 tot en met 180 gemeentelijke objecten: voor medegebruik van 181 of meer gemeentelijke
objecten: Als het verzoek bedoeld in het tweede lid is voorafgegaan door een aanvraag om vooroverleg als bedoeld in het eerste lid, bestaat aanspraak op teruggaaf van van de voor het vooroverleg geheven leges als het verzoek: a. hetzelfde medegebruik betreft als waarop het vooroverleg betrekking had; b. in overeenstemming is met de uitkomsten van het vooroverleg; en c. is gedaan binnen twaalf weken na het laatste vooroverleg. Wegenverkeerswetgeving Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verstrekking van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: een ontheffing, als bedoeld in artikel 61b van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (toestemming om met een huifkar achter een gemotoriseerd voertuig op de openbare weg te mogen rijden) een ontheffing, als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor zover noodzakelijk en direct samenhangend met de uitvoering van bijzondere transporten een ontheffing, als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 anders dan bedoeld in het eerste lid, onderdeel b (bijvoorbeeld ontheffing vrachtwagenverboden) De Rijksdienst voor Wegverkeer (RDW) handelt namens de gemeente de aanvraag
om een ontheffing, als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor brede landbouwvoertuigen (breder dan 3,0 meter) af. De RDW heft namens de gemeente leges voor een dergelijke ontheffing. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:
10%
€ 1.084,70 € 2.060,95 € 2.928,75 € 3.688,05 € 4.338,85 € 4.881,20 € 5.315,10 € 5.640,50 € 5.857,45 € 5.965,95 80%
€ 110,65
€ 148,40 € 148,40 € 74,25
a.
een ontheffing voor het berijden van "voor het gemotoriseerd verkeer afgesloten wegen", zoals omschreven in de "Beleidsregels ontheffingen afgesloten wegen" voor een periode van 1 dag tot maximaal 1 jaar (hieronder vallen evenementen en kortdurende werkzaamheden)
€ 58,25
b.
een ontheffing zoals omschreven in de "Beleidsregels ontheffingen afgesloten wegen" voor een periode van 1 jaar en 1 dag tot maximaal 3 jaren. een ontheffing voor het berijden van de "Meinweg" tussen de spoorwegovergang en de parkeerplaats "Elfenmeer". De ontheffing wordt alleen afgegeven aan houders van een gehandicaptenparkeerkaart, personen van 65 jaar en ouder of mensen met een WMO-aanstelling. De ontheffing wordt afgegeven voor een periode van maximaal 5 jaren. Voor een ontheffing bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt voor evenementen die korter duren dan 7 dagen geen leges geheven. De in het derde lid, onderdeel a en b verschuldigde leges zijn niet van toepassing op eigenaren, pachters en landbouwbeheerders voor het bereiken van hun landbouwgronden.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een nieuwe ontheffing in verband met een administratieve aanpassing vanwege een nieuw kenteken of voertuig Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag ter verkrijging van een ontheffing voor koetsen en dergelijken: voor aangespannen wagens tot maximaal 6 personen (voor 2 jaren) voor één aanspanning per dag voor huifkarren met een bedrijfsmatig karakter, per jaar Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: een individuele gehandicaptenparkeerplaats op kenteken (zonder speciale gehandicapteninrit) een individuele gehandicaptenparkeerplaats op kenteken (inclusief een speciale gehandicapteninrit) een aangepast onderbord gehandicaptenparkeerplaats op kenteken ten gevolge van het wijzigen van een kenteken
€ 192,00
c.
d. e. 4. 5. a. b. c. 6. a. b. c.
Artikel 1.28 1. a. b. c. d. e. f. g. h. i. 2. a. b. c.
Pagina 9 van 27
Herstellen van plantsoenen, bestratingen, verhardingen en wegbermen Het tarief bedraagt voor het herstellen van plantsoenen, bestratingen, verhardingen of wegbermen, met inbegrip van het gebruik van de aanwezige materialen, per m² herstelde oppervlakte: in het plantsoen tegelbestrating 4 cm, 5 cm en 6 cm gebakken klinker betonklinker grindverharding gesloten asfalt wegdekconstructie afvoeren uitkomende materialen sierbestrating wegbermen Het tarief bedraagt voor het stellen of opnieuw stellen, per m¹: betontrottoirbanden betonopsluitbanden gootklinkers
€ 110,65
€ 37,05
€ 148,40 € 33,20 € 148,40 € 221,30 € 331,95 € 55,35
€ 19,50 € 17,35 € 39,05 € 26,05 € 26,05 € 208,30 € 46,90 € 52,05 € 9,75 € 32,55 € 14,30 € 26,05
3.
4. 5
6.
De in het eerste en tweede lid genoemde tarieven gelden ook voor het herstellen van plantsoenen, bestratingen, verhardingen en wegbermen na het gereedkomen van bouw- en andere werkzaamheden, waarbij plantsoenen, bestratingen, verhardingen of wegbermen zijn beschadigd, besmeurd of anderszins niet meer verkeren in de staat waarin zij zich voor de aanvang van de werkzaamheden bevonden. De beschadigde of niet meer aanwezige materialen zullen dan evenwel extra in rekening worden gebracht. Het tarief bedraagt voor het maken van een standaard uitrit op gemeentegrond over een reeds bestaand trottoir van 4 meter Voor het maken van een uitrit waarbij bijzondere voorzieningen nodig zijn (verplaatsen kabelverdeelkastjes, verwijderen of verplanten van een boom, zwaardere constructie) worden de kosten per geval afzonderlijk begroot. De tarieven uit dit artikel worden verhoogd met het geldende percentage BTW.
Paragraaf 1.10 Diversen Artikel 1.29 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: a. gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina b. een beschikking/vergunning/ontheffing op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tarieventabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen c. afschriften, doorslagen en scans fotokopieën, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen: 1. in formaat A4, per bladzijde 2. in formaat A3, per bladzijde Artikel 1.30 1. 2. a. b. c. d. Artikel 1.31 1. 2. Artikel 1.32 1.
2.
Pagina 10 van 27
Besluit maximumtarieven Wet open overheid (Woo) Voor het verstrekken van kopieën van documenten op grond van artikel 8.6, tweede lid, van de Wet open overheid kan een vergoeding in rekening worden gebracht. Indien een vergoeding in rekening wordt gebracht voor het verstrekken van kopieën van documenten, bedraagt het tarief per kopie: in formaat A4 zwart-wit, per bladzijde, enkelzijdig in formaat A3 zwart-wit, per bladzijde, enkelzijdig in formaat A4 kleur, per bladzijde, enkelzijdig in formaat A3 kleur, per bladzijde, enkelzijdig Visvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het vissen op openbare visvijvers. De leges als bedoeld in het eerste lid worden niet geheven van personen tot 12 jaar en personen vanaf 65 jaar. Verbranden in de open lucht Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een ontheffing op grond van artikel 10.63, lid van de Wet Milieubeheer voor het verbranden van plantaardig- en/of groenafval in de open lucht. De leges als bedoeld in het eerste lid worden niet geheven voor ontheffingen ten behoeve van Sint Maartensvieringen en kampvuren bij scoutingactiviteiten.
€ 788,80
€ 5,40 € 45,55
€ 0,15 € 12,15
€ 0,05 € 0,10 € 0,20 € 0,40 € 13,85
€ 32,50
Artikel 1.33
Toeristische bewegwijzering Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de plaatsing van een toeristische bewegwijzering: a. voor een bord met 1 regel tekst b. voor een bord met 2 regels tekst Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Artikel 2.1 Definities 1. Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 2. In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 3.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan; - binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet; 4. In aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip ‘bouwkosten’ wordt onder de in die omschrijving genoemde Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 verstaan de voorwaarden die bekendgemaakt zijn in Staatscourant 2012, 1567. 5. in afwijking van bijlage I bij de Omgevingsregeling wordt onder bouwkosten verstaan: alle kosten die ontstaan door en worden gemaakt voor de realisering van een bouwwerk tot en met de oplevering van dat (bouw)werk waarvoor een omgevingsvergunning moet worden verleend.
De kosten worden berekend op basis van de laatstelijk door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde genormeerde eenheidsprijzen per type bouwwerk. Deze genormeerde eenheidsprijzen worden bepaald middels de BouwKostenIndicator (BKI), de Regeling vaststellen bouwkosten voor Verbouw en Herbouw en de Regeling toepassing Standaard en Beter bij het vaststellen van bouwkosten. Over deze bouwkosten worden leges berekend en geheven. Het college van burgemeester en wethouders stelt jaarlijks een geactualiseerde BouwKostenIndicator vast. Deze BouwKostenIndicator (BKI) en bijbehorende regelingen worden bekend gemaakt in het elektronisch Gemeenteblad. Voor gebouwtypes en andere bouwwerken waarin de BouwKostenIndicator (BKI) niet voorziet, worden de bouwkosten berekend door een extern bouwkundig calculatiebureau. In bijzondere gevallen kunnen afwijkende en gelijkwaardige berekeningsmethodieken worden gehanteerd bij het vaststellen van de bouwkosten.
Pagina 11 van 27
€ 201,75 € 247,30 Tarief 2025
6.
7.
Artikel 2.2
a. b. c. d. e. f. g. h. Artikel 2.3 1. 2. 3. 4. 5.
6. Paragraaf 2.2 Artikel 2.4
1. 2. 3. a. b.
Pagina 12 van 27
Intaketafel: De intaketafel is een beoordeling van initiatieven die niet passen binnen de regels van het omgevingsplan. De intaketafel leidt tot een standpunt over de wenselijkheid van het initiatief en het eventuele vervolgproces. Omgevingstafel: Aan de omgevingstafel wordt de haalbaarheid beoordeeld van initiatieven waarvan is geoordeeld dat deze wenselijk zijn. Het doel van een omgevingstafel is het initiatief zodanig vorm te geven dat aan de voorwaarden om deze te kunnen realiseren is voldaan en te komen tot een definitief plan dat gereed is voor een (vergunning)aanvraag. Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: omgevingsoverleg; een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit; een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet; toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet; een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning; intrekking van een omgevingsvergunning; wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d; een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g.