CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsadviescommissie 6 september 2022, gemeente Roerdalen31.148 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

2.3 Functionele structuur Gelegen in het buitengebied van de gemeente Roerdalen is voornamelijk sprake van een natuur- en agrarische functie. Deze functies overheersen ook in de (directe) omgeving van het plangebied. Rondom het plangebied is een kleinschalig bosgebied aanwezig met daaromheen grote landbouwpercelen. De landbouwpercelen zijn met name is gebruik als akkergrond voor het telen van gewassen. Ten oosten van het plangebied, in de bebouwde kom van Melick, is juist sprake van een overheersende woonfunctie. In de kern zijn dan ook voornamelijk woningen gelegen afgewisseld met ondersteunende functies. Ook in het westen van het plangebied, in de bebouwde kom van Herkenbosch, overheerst de woonfunctie. In het buitengebied van de gemeente Roerdalen is, rondom de beide kernen en aan de Groenstraat/ Melickerweg, juist sprake van een afwisseling van landbouwpercelen met woningen en (agrarische) bedrijven.

Vastgesteld

9

3.

BEOOGDE SITUATIE

Door de groei van het Team Onderhoud van de gemeente Roerdalen van 25 naar circa 60 medewerkers is de gemeentewerf te klein geworden. Door de vergroting van het personeelsbestand is een behoefte ontstaan aan een grotere of extra kantine, wasgelegenheid en kleedruimte en aan meer parkeergelegenheid. Het is dan ook noodzakelijk om de bestaande gemeentewerf uit te breiden. Het voornemen bestaat om in het bestaande gebouw, ter plaatse van de huidige kantine, de wasgelegenheid, garderobe en kleedruimte uit te breiden. Met deze inpandige verbouwing is geen ruimte meer voor de kantine. Het voornemen bestaat dan ook om de kantine elders te realiseren. Een geschikte locatie voor de kantine is gevonden ter plaatse van het naastgelegen pand, aan de Kastanjelaan 10. Het pand aan de Kastanjelaan 10 is momenteel in gebruik door Stichting Jong Nederland Melick. Het pand verkeert echter in een slechte staat waardoor het pand gerenoveerd dient te worden. Aangezien het renoveren van het pand een dure investering betreft wil de gemeente liever de bestaande bebouwing slopen en een nieuw gebouw realiseren. Het nieuwe gebouw zal worden opgericht als aanbouw van de bestaande gemeenteloods. In die aanbouw worden de kantine en personeelsruimte voor het Team Onderhoud gerealiseerd. Daarnaast zal de aanbouw nog steeds voorzien in de huisvesting van Stichting Jong Nederland Melick.

Het Team Onderhoud zal overdag deze aanbouw in gebruik nemen en Stichting Jong Nederland Melick ’s avonds. De aanbouw kent daarmee een dubbelgebruik.

Afbeelding 9. Situatie tekening aanbouw Kastanjelaan 10 begane grond

Vastgesteld

10

De uitbreiding wil de gemeente graag combineren met het verduurzamen van de gemeentewerf. De bestaande en nieuwe verlichting zal worden uitgevoerd als LED verlichting. Dit type verlichting gebruikt aanzienlijk minder energie en is daarmee energiezuinig. De gemeente is daarnaast voornemens om 250 zonnepanelen te plaatsen op de daken van de daarvoor geschikte gebouwen. Met de plaatsing van de zonnepanelen probeert de gemeente zoveel als mogelijk energieneutraal te zijn. Een deel van de gemeentewerf ligt in de bestemming “Natuur”, buiten de contouren van de bedrijfsbestemming. Dit terwijl dit gedeelte wel als zodanig is vergund en in gebruik is. De gemeente is dan ook voornemens om deze omissie te corrigeren door de natuurbestemming nu meteen om te zetten in een bedrijfsbestemming. De Kastanjelaan 12 is in de huidige situatie bebouwd met een loods (circa 630 m2), een L-vormige overdekte stalling (circa 690 m2), een overdekte stalling met strooizout opslag (circa 630 m2) en een kleine overdekte stalling (circa 130 m2). De bestaande gemeentewerf is dan ook voorzien van circa 2.080 m2 aan bebouwing. De Kastanjelaan 10 is in de huidige situatie bebouwd met het Jong Nederland gebouw en is voorzien van circa 315 m2 aan bebouwing.

Het voornemen bestaat om de kleine overdekte stalling aan de Kastanjelaan 12 uit te breiden (tot circa 450 m2) en aan de loods een extra opslag ruimte te realiseren (circa 70 m2). Daarnaast zal het bestaande Jong Nederland pand worden gesloopt en hiervoor in de plaats wordt een aanbouw aan de bestaande gemeentewerf gerealiseerd van circa 350 m2. In de nieuwe situatie zal circa 2.950 m2.

3.1

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan

De doelstelling van dit bestemmingsplan is gericht op enerzijds het planologisch mogelijk maken om de locatie Kastanjelaan 10 bij de gemeentewerf te betrekken en als zodanig te gebruiken en anderzijds om de omissie, ter plaatse van de Kastanjelaan 12, te herstellen. Bij de opstelling van het onderhavige bestemmingsplan zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest: ▪ De locatie Kastanjelaan 10 wordt bij de gemeentewerf aan de Kastanjelaan 12 getrokken; ▪ Ter plaatse van de Kastanjelaan 10 wordt de maatschappelijke bestemming omgezet naar een bedrijfsbestemming; ▪ De Kastanjelaan 10 en 12 worden voorzien van één bouwvlak dat strak om de bebouwing en verharding is getrokken; ▪ Binnen het bouwvlak zijn de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – gemeentewerf’ en de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bebouwingspercentage: 50%’ opgenomen; ▪ Ter plaatse van de aanbouw aan de Kastanjelaan 10 is binnen het bouwvlak de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – maatschappelijk’ opgenomen; ▪ De gronden die, ter plaatse van de Kastanjelaan 10, buiten het nieuwe bouwvlak zijn gelegen worden herbestemd als ‘Natuur’; ▪ In het oostelijke deel van de Kastanjelaan 12 wordt de omissie hersteld; ▪ Verder dienen alle dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen uit de vigerende bestemmingsplannen opnieuw van toepassing te worden verklaard.

De uitgangspunten hebben geleid tot een bestemmingsplan waarin de locaties Kastanjelaan 10 en 12 samen zijn gevoegd en bestemd zijn als ‘Bedrijf’. Beide locaties zijn voorzien van één bouwvlak met de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijf – gemeentewerf’, ‘specifieke vorm van bedrijf – maatschappelijk’, ‘specifieke vorm van groen – voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing’ en ‘specifieke vorm van natuur – voorwaardelijke verplichting ecologie’ en de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bebouwingspercentage: 50%’. Hiermee kunnen beide locaties worden gebruikt ten behoeve van de plaatselijke gemeentewerf en voor een deel voor Stichting Jong Nederland Melick.

Vastgesteld

11

Het bouwvlak ter plaatse van de Kastanjelaan 10 is strak om de bebouwing en erfverharding getrokken. De gronden die buiten het bouwvlak zijn gelegen worden herbestemd als ‘Natuur’. Daarnaast ligt in het oosten van het plangebied een deel van de locatie buiten de bedrijfsbestemming en buiten het bouwvlak. Om deze omissie te herstellen is dit gedeelte herbestemd als ‘Bedrijf’ en voorzien van een bouwvlak. De archeologische dubbelbestemmingen en de gebiedsaanduidingen zijn voor het gehele plangebied opnieuw van toepassing verklaard.

3.2

Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten

Met de ontwikkeling wordt de gemeentewerf van de gemeente Roerdalen verder ontwikkeld c.q. herinrichting. De uitbreiding vindt plaats door het betrekken van de naastgelegen locatie, Kastanjelaan 10, bij de gemeentewerf. Het huidige gebouw ter plaatse van de Kastanjelaan 10 wordt gesloopt en een nieuw gebouw wordt opgericht, aan de bestaande gemeentewerf. Het pand aan de Kastanjelaan 10 beslaat momenteel een oppervlakte van circa 315 m2. Dit gebouw wordt gesloopt en teruggebouwd in de vorm van een aanbouw van de bestaande gemeentewerf. Daarnaast zal de overdekte stalling, die is gelegen in het noordoosten van de Kastanjelaan 12, worden uitgebreid. Tevens zal aan de bestaande loods een extra opslagruimte worden gerealiseerd. In de nieuwe situatie wordt circa 870 m2 aan nieuwe bebouwing gerealiseerd.

Afbeelding 10. Situatie tekening Kastanjelaan 12

Aangezien het initiatief betrekking heeft op twee reeds bestaand locaties is geen sprake van nieuw ruimtebeslag. Daarnaast betreffen de beide locaties de enige bebouwde percelen aan de Kastanjelaan. Ruimtelijke lijken de locaties samen één geheel en dit wordt nu vastgelegd. Het initiatief zorgt niet tot stedenbouwkundige of ruimtelijke belemmeringen.

3.3

Landschappelijke inpassing

Voor de gehele ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan1 opgesteld, waarmee is gegarandeerd dat de ontwikkeling op een passende wijze onderdeel uitmaakt van het omringende landschap. Uitvoering van het gestelde in het landschappelijk inpassingsplan is als verplichting opgenomen in de planregels als voorwaardelijke bepaling.

1 Ron Janssen, Erf- en landschapsverfraaiing, Landschapsplan ten behoeve van impuls gemeentewerf, 26 januari 2022

Vastgesteld

12

De landschappelijke inpassing geeft weer welke beplanting aangeplant wordt en hoe de locatie onderdeel uit maakt van het omliggende landschap. De landschappelijke inpassing vormt een mooi landschappelijk en goed beheerd plaatje, voor de gemeente, de voorbijgangers en de omgeving. Met de landschappelijke inpassing ontstaat dan ook een meerwaarde voor de ecologische waarden in de omgeving van het plangebied. De visie heeft geresulteerd in het definitieve plan: A. Aanvulling struikenlaag met makkelijke struiken; B. Aanplant losse gemengde haag; C. Aan te planten beeldbepalende toegangsboom; D. Aan te planten beeldbepalende andere boom; E. Aan te planten twee beeldbepalende entreebomen; F. Aanplant struiken bosmantelstruweel; G. Weghalen Amerikaanse vogelkers en waar nodig uitdunnen van de bomen in de rand; H. Suggestie voor het plaatsen landschapsbank met een “Melickse spreuk”.

Dit landschapsplan met beplantings- en beheerplan geeft weer wat aangeplant en verfraaid wordt om er nog meer een mooi geheel van te maken. Dit vormt een mooi landschappelijk en goed beheerd plaatje, voor de gemeente, de voorbijgangers en als voorbeeld naar de omgeving. Middels een voorwaardelijke verplichting wordt geborgd dat het nieuwe gebruik van de locatie pas is toegestaan indien de landschappelijke inpassing is uitgevoerd en in stand wordt gehouden. Binnen het plangebied is dan ook de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing’ toegekend.

Vastgesteld

13

4.

BELEIDSKADER

In dit hoofdstuk worden de op het plangebied van toepassing zijnde beleidskaders behandeld. Gemeenten zijn immers niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincie geven met het door hen gevoerde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het van toepassing zijnde Rijksbeleid. In de daaropvolgende paragraaf komt het provinciaal beleid aan bod. In paragraaf 4.3 volgt ten slotte het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Roerdalen.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale omgevingsvisie In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie die is vastgelegd in artikel 3.1, lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van artikel 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ▪ Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; ▪ Duurzaam economisch groeipotentieel; ▪ Sterke en gezonde steden en regio’s; ▪ Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzen. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteiten van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt: ▪ Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; ▪ Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; ▪ Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; ▪ Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat.

Vastgesteld

14

Met het initiatief wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. Bovendien geldt voor het plangebied dat er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding in het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het initiatief. 4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Met het ontplooien c.q.

herinrichten van de gemeentewerf op deze locatie worden geen van de genoemde belangen geschaad. In het plangebied is verder geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Kortom, het initiatief is niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. 4.1.3

Ladder duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking is in oktober 2012 ingevoerd en is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De ladder is juridisch vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ontwikkeling (Bro). Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd. De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst: “De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd.

Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”.

Vastgesteld

15

Zoals de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen (uitspraak van 20 april 2016, zaak nr. ECLI:NL:RVS:2016:1075), is een planologische functiewijziging geen stedelijke ontwikkeling. Hiervan is met onderhavig initiatief sprake. Onderhavig initiatief heeft immers betrekking op de functiewijziging van een maatschappelijke bestemming naar een bedrijfsbestemming zodat de gemeentewerf van de gemeente Roerdalen kan worden op geschaald. Er hoeft in het kader van het initiatief dan ook niet aan de ladder voor duurzame verstedelijking getoetst te worden.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg De Omgevingsvisie Limburg vervangt in 2021 het POL2014. De ontwerpversie is op 25 augustus 2020 vastgesteld door Gedeputeerde Staten. In 2021 vindt besluitvorming plaats bij de Provinciale staten over de Omgevingsvisie. Om te voldoen aan toekomstig beleid is de ontwerp Omgevingsvisie (POVI) meegenomen in dit bestemmingsplan. De POVI is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. In de Omgevingsvisie provincie Limburg wordt de richting voor de periode 2021 tot 20302050 geschetst. In de omgevingsvisie zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. In stedelijk c.q. bebouwd gebied; Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk.

Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. b. In landelijk gebied; Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden. Dit is niet vanzelfsprekend. In het landelijk gebied ligt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadaptatie, de transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristisch-recreatief (mede)gebruik, biodiversiteit, stikstof en (grond)waterkwaliteit belangrijke thema’s. 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie; Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg. De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag. In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren.

Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. 3. Klimaatadaptieve en energietransitie; Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's. Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors. Deze energietransitie zal ook een grote impact Vastgesteld

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=45a87747-3ee1-43ec-8c9e-0b20ad039717