4. Toelichting
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN “Etsberg 38 Vlodrop” NL.IMRO.1669.BPVDP2022ETSBRG38-VG01 Vastgesteld
Document:
Bestemmingsplan “Etsberg 38 Vlodrop”
IDN:
NL.IMRO.1669.BPVDP2022ETSBRG38-VG01
Status:
Vastgesteld
Datum:
31 maart 2023
Aanvrager:
de heer R. van Elmpt
Auteur:
Ing. N.A.H. van den Ekker
Bureau Leefomgeving B.V. Schoolstraat 7 5961 EE HORST 077 – 208 60 99 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl
INHOUDSOPGAVE 1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
INLEIDING ...........................................................................................................................................................4 1.1
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan ................................................................................................................................... 4
1.2
Plangebied en begrenzingen ...................................................................................................................................................................... 5
1.3
Vigerende bestemmingsplannen.............................................................................................................................................................. 5
HUIDIGE SITUATIE ..........................................................................................................................................7 2.1
Algemeen........................................................................................................................................................................................................... 7
2.2
Ruimtelijke structuur ................................................................................................................................................................................... 7
2.3
Functionele structuur................................................................................................................................................................................... 8
BEOOGDE SITUATIE .......................................................................................................................................9 3.1
Uitgangspunten en doelstellingen van het plan.............................................................................................................................. 10
3.2
Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten .................................................................................................................................... 11
3.3
Toetsing aan wijzigingsvoorwaarden ................................................................................................................................................. 12
3.3
Landschappelijke inpassing ...................................................................................................................................................................... 13
BELEIDSKADER................................................................................................................................................16 4.1
Rijksbeleid....................................................................................................................................................................................................... 16
4.2
Provinciaal beleid......................................................................................................................................................................................... 18
4.3
Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................................................................... 24
RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN ..............................................................27 5.1
Milieuaspecten .............................................................................................................................................................................................. 27
5.2
Kabels en leidingen..................................................................................................................................................................................... 35
5.3
Natuur ............................................................................................................................................................................................................. 35
5.4
Water............................................................................................................................................................................................................... 39
5.5
Archeologie en cultuurhistorie............................................................................................................................................................. 40
5.6
Verkeer en parkeren................................................................................................................................................................................. 41
5.7
Volksgezondheid ......................................................................................................................................................................................... 42
JURIDISCHE ASPECTEN ...............................................................................................................................44 6.1
Toelichting op de verbeelding............................................................................................................................................................... 44
6.2
Toelichting op de planregels .................................................................................................................................................................. 45
UITVOERBAARHEID EN PROCEDURE ....................................................................................................47 7.1
Economische uitvoerbaarheid............................................................................................................................................................... 47
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................................................................... 47
Vastgesteld
2
8.
PROCEDURE .....................................................................................................................................................48
SEPARATE BIJLAGEN ▪ AERIUS-berekening sloopfase ▪ AERIUS-berekening (ver)bouwfase ▪ AERIUS-berekening gebruiksfase ▪ Flora en fauna inspectie (Faunaconsult) ▪ Landschappelijk inpassingsplan (Erf en landschapsverfraaiing) ▪ Verkennend bodemonderzoek (asbest) (HMB Groep)
Vastgesteld
3
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan
Ten zuiden van het buurtschap Etsberg, aan de Etsberg 38, ligt een voormalige agrarische bedrijfslocatie. De locatie was voorheen in gebruik als akkerbouwbedrijf. De bedrijfsactiviteiten zijn echter al enige jaren geleden beëindigd. Hoewel er al geruime tijd feitelijk geen sprake meer is van agrarische activiteiten is de locatie op basis van het vigerende bestemmingsplan nog steeds bestemd voor agrarische doeleinden. Conform de vigerende agrarische bestemming moet de aanwezige woning worden beschouwd als een agrarische bedrijfswoning waardoor bewoning door derden formeel is uitgesloten. Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande bedrijfswoning te renoveren en te gaan gebruiken als burgerwoning. Initiatiefnemer is in dat kader voornemens om een deel van de voormalige bedrijfsbebouwing te behouden, als bijgebouw behorend bij de woning, en de rest te slopen. Initiatiefnemer is ten slotte voornemens om ondergeschikt aan het woongebruik een beroep aan huis uit te oefenen. Om dit mogelijk te maken dient de agrarische bestemming omgezet te worden naar een woonbestemming. Hiermee worden agrarische bedrijfsactiviteiten voor de toekomst uitgesloten en wordt de bedrijfswoning feitelijk omgezet naar een burgerwoning, waarmee initiatiefnemer de woning kan bewonen.
Afbeelding 1. Ligging Etsberg 38 Vlodrop (rood omcirkeld)
Op basis van het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Roerdalen – 2e herziening” is het initiatief niet toegestaan. De locatie is namelijk bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’. Binnen deze bestemming is bewoning uitsluitend toegestaan in een bedrijfswoning waar bewoning door derden formeel is uitgesloten. Het gebruiken van de bestaande woning als burgerwoning is dan ook niet toegestaan. Om de beoogde ontwikkeling van de locatie in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgesteld. In dit bestemmingsplan wordt de agrarische bestemming met bouwvlak van de locatie verwijderd en hiervoor in de plaats wordt aan de locatie een woonbestemming met een nieuw bouwvlak toegekend. De beoogde ontwikkeling van de locatie wordt daarmee wel mogelijk.
Vastgesteld
4
1.2
Plangebied en begrenzingen
De locatie (in het vervolg aangeduid als “het plangebied”) is gelegen aan de Etsberg 38 in Vlodrop, tegen de Duitse grens aan. Ten zuiden van het plangebied, net over de Duitse grens, ligt de Effelder Waldsee. Daarnaast ligt op korte afstand het Duitse natuurgebied Maas – Schwalm – Nette. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Vlodrop, sectie G en perceelnummers 1934 en 1935. Betreffende percelen samen hebben een oppervlakte van circa 7.370 m².
Afbeelding 2. Luchtfoto en kadastrale begrenzing Etsberg 38 (plangebied rood omlijnd).
Het plangebied is gelegen ten zuiden van het buurtschap Etsberg. Etsberg is een klein buurtschap dat ten oosten van Vlodrop is gelegen. Het buurtschap is grofweg gelegen als lintbebouwing aan de Klifsbergweg, Ortjensveldweg en de gelijknamige weg Etsberg. Het plangebied is in het noordoosten bebouwd met een bedrijfswoning met daaraan vast een aanbouw en schuur. Op enige afstand ten westen van de woning is een andere schuur gelegen. In het zuiden is de locatie bebouwd met een garage, een werkplaats en twee schuren. De locatie grenst in het noorden en oosten aan een weg. Aan de overzijde van de weg zijn grote landbouwpercelen gelegen. De locatie grenst in het zuiden en westen aan een watergang van het waterschap. Deze watergang is gelegen in een brede groenstrook.
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Op 30 mei 2013 is het bestemmingsplan “Buitengebied Roerdalen” vastgesteld. Een herziening en update van dit bestemmingsplan heeft plaatsgevonden in het bestemmingsplan “Buitengebied Roerdalen – 2 e herziening” van de gemeente Roerdalen (vastgesteld d.d. 21 april 2016). In deze herzieningen van het bestemmingsplan buitengebied zijn enkele ruimtelijke initiatieven verwerkt en daarnaast zijn enkele noodzakelijke wijzigingen doorgevoerd.
Vastgesteld
5
Afbeelding 3. Uitsnede vigerende bestemmingsplan met plangebied rood omlijnd
Het plangebied is bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’ en voorzien van een bouwvlak van circa 3.220 m 2 . De locatie is daarnaast voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 5’ en de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – Roerdalslenk III’. De voor ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf in de vorm van een (vollegronds) akkerbouw bedrijf, een grondgebonden veehouderij of een sierteelt-, fruitteelt-, of bollenteeltkwekerij. Deze gronden zijn mede bestemd voor wonen in een bedrijfswoning en nevenfuncties zoals een beroep aan huis. Gebouwen en bouwwerken mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd. Het wonen in de bedrijfswoning is uitsluitend toegestaan voor het huishouden van een persoon wiens huisvesting ter plaatse, gelet op de agrarische bedrijfsvoering, noodzakelijk is. Burgerbewoning wordt uitgesloten in een bedrijfswoning en is daarom strijdig met het vigerende bestemmingsplan. In het vigerende bestemmingsplan is onder artikel 6.6.4 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur en landschapswaarden’, onder voorwaarden, om te zetten in de bestemming ‘Wonen’.
In dit geval kan echter geen gebruik gemaakt worden van deze wijzigingsbevoegdheid omdat de overtollige bebouwing voor een deel behouden blijft. Daarnaast dient de omzetting te voldoen aan het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM). Met onderhavig initiatief wordt niet aan de voorwaarden uit het LKM voldaan. Het LKM is beleidsmatig vervangen door het Kwaliteitskader Roerdalen. Aan het kwaliteitskader wordt wel voldaan waardoor, middels een bestemmingsplanwijziging, de omzetting kan plaats vinden. Er is volledigheidshalve echter wel getoetst aan de wijzigingsvoorwaarden.
Vastgesteld
6
2.
HUIDIGE SITUATIE
2.1
Algemeen
In dit hoofdstuk is een beschrijving van het plangebied gegeven. Hierbij komen de aanwezige ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en de omgeving aan bod. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Roerdalen, circa 160 meter ten zuiden van het gehucht Etsberg. Etsberg is gelegen in het zuiden van de gemeente Roerdalen, tegen de grens met Duitsland aan. Het is een klein gehucht met circa 160 inwoners.
Afbeelding 4. Vogelvluchtperspectief van het plangebied
Op historische kaarten is te zien dat de locatie omstreeks 1935 al is bebouwd is met de huidige woning. Tussen 1960 en 1970 is de locatie verder bebouwd door de oprichting van diverse agrarische gebouwen. De woning is opgericht in traditionele bouwstijl en is voorzien van een mansardedak dat is bedekt met muldenpannen. Gezien de leeftijd en de bouwstijl van de woning is deze opgenomen in het Monument Inventarisatie Project (MIP) van de provincie Limburg.
Afbeelding 5.Uitsnede historische kaart 1940
2.2
Afbeelding 6.Uitsnede historische kaart 1980
Ruimtelijke structuur
Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Etsberg. Het plangebied is gelegen op enige afstand van de rivier de Roer, een zijrivier van de Maas. Ten zuiden van het plangebied stroomt een van de aftakkingen van de Roer, zijnde de Rode Beek, die de grens vormt tussen Nederland en Duitsland. Deze rivieren en beken zijn dan ook belangrijke structuurdragers in de omgeving. Vastgesteld
7
Afbeelding 7. Impressie plangebied vanuit de Etsberg
Afbeelding 8. Impressie watergang Rode Beek
De omgeving ten zuiden en westen van het plangebied kenmerkt zich dan ook als een beekdal door de ligging van de diverse rivieren en beken. De omgeving in het noorden en oosten kenmerkt zich juist als een mozaïeklandschap. Hier liggen verschillende bos- en natuurgebieden met daartussen open gebieden. Dit is duidelijk herkenbaar in de omgeving door de grote onbebouwde landbouwpercelen en daartussen of omheen natuur- en bosgebieden.
2.3 Functionele structuur In het buitengebied van de gemeente Roerdalen overheerst voornamelijk de agrarische functie. In de omgeving zijn dan ook diverse agrarische bedrijven gelegen onder andere in de vorm van intensieve veehouderijen. De onbebouwde agrarische gronden zijn in gebruik als akker- of weiland. Verspreid over het buitengebied zijn nog enkele burgerwoningen en andersoortige bedrijven gelegen. In de omgeving is ook de natuurfunctie prominent aanwezig. Zo ligt ten noordoosten van het plangebied Nationaal Park de Meinweg en ten zuidenoosten het Duitse natuurpark Schwalm-Nette. Ook zijn in de omgeving diverse recreatievoorzieningen gelegen. Ten zuiden van het plangebied, net over de Duitse grens, ligt een groot recreatiemeer genaamd de Effelder Waldsee met daartegen aan een camping.
Afbeelding 9. Impressie Effelder Waldsee
Afbeelding 10. Impressie uitkijktoren De Meinweg
Ten noorden van het plangebied, in de bebouwde kom van Etsberg, is juist sprake van een overheersende woonfunctie. In de kern zijn dan voornamelijk woningen gelegen met daartussen een horecavoorziening. Voor wat betreft winkelvoorzieningen, is de kern aangewezen op het westelijk gelegen Vlodrop of het noordelijk gelegen Herkenbosch.
Vastgesteld
8
3.
BEOOGDE SITUATIE
Initiatiefnemer heeft de locatie Etsberg 38 in Vlodrop aangekocht en gaat hier vanaf mei 2022 hier te gaan wonen met zijn gezin. De locatie was voorheen in gebruik als akkerbouwbedrijf echter de bedrijfsactiviteiten zijn al enige jaren geleden beëindigd. Ondanks dat de locatie niet meer wordt gebruikt voor de uitoefening van agrarische (bedrijfs)activiteiten is de locatie, op basis van het vigerende bestemmingsplan, nog wel voor agrarische doeleinden bestemd. Initiatiefnemer wil dan ook graag de agrarische bestemming omzetten naar een woonbestemming. De locatie is momenteel bebouwd met een woning met daaraan vast een aanbouw en schuur. Achter de woning ligt een grote vrijstaande schuur. Ten zuiden van de woning ligt de garage met daaraan vast een werkplaats en twee schuren. De werkplaats en schuren zijn voorzien van een afdak. In totaal is de locatie bebouwd met circa 1.125 m2 aan bebouwing. De aanwezige bebouwing is sterk verouderd en verkeerd in slechte staat. Initiatiefnemer is daarom voornemens om een deel van deze verouderde bebouwing te renoveren dan wel te slopen.
Afbeelding 11. Impressie bebouwing Etsberg 38 Vlodrop
Initiatiefnemer wil graag de woning met aanbouw renoveren naar een duurzame en moderne woning. De woning is opgericht in traditionele bouwstijl en is voorzien van een mansardedak welke is bedekt met Muldenpannen. Gezien de leeftijd en de bouwstijl van de woning is deze opgenomen in het Monument Inventarisatie Project (MIP). De renovatie is noodzakelijk om de woning in ere te herstellen. De renovatie van de woning zal dan ook zo veel mogelijk inpandig plaats vinden zodat de karakteristieke buitenzijde behouden blijft. De schuur, die aan de aanbouw en woning vast zit, wil initiatiefnemer slopen. Deze ruimte wil initiatiefnemer graag gebruiken voor het realiseren van een terras en zwembad. De vrijstaande schuur wenst initiatiefnemer te slopen of te renoveren. Dit bijgebouw zal worden gebruikt voor de uitoefening van een beroep aan huis. Het bijgebouw zal bestaan uit een studio (circa 72 m2), een gemeenschappelijke ruimte (circa 36 m2), een kantoor (circa 12 m2), een spreekkamer (circa 12 m2), een sanitaire ruimte (circa 12 m2) en een overstek c.q. buitendek (circa 24 m2). De studio is beoogd als yoga en trainingsruimte voor groepen tot 12 personen. De gemeenschappelijke ruimte wordt ingericht met een klein keukenblok en een eettafel en zal met name worden gebruikt als kantine en ontvangstruimte.
Ten behoeve van het beroep aan huis zal een kleinschalige parkeerplaats worden gerealiseerd op eigen terrein.
Vastgesteld
9
Een beroep aan huis is binnen de woonbestemming toegestaan met een maximum oppervlakte van 1/3 van de woning en de bijbehorende bouwwerken. Op de locatie blijft 748 m2 aan bebouwing aanwezig waarvan maximaal 249 m2 kan worden gebruikt voor het beroep aan huis. Initiatiefnemer is voornemens om circa 168 m2 van de bijgebouwen te gebruiken voor het beroep aan huis waardoor het beroep aan huis ondergeschikt is aan de woonfunctie en passend is op basis van de woonbestemming.
Afbeelding 12. Impressie beoogde situatie Etsberg 38 Vlodrop
De bestaande garage met daaraan een werkplaats en schuur blijven behouden als bijgebouw bij de woning. Deze bebouwing blijft behouden voor eigen opslag en voor hobbymatige activiteiten. Een deel van de andere schuur en de twee afdaken wenst initiatiefnemer te slopen. Op de locatie van deze schuur wenst initiatiefnemer een kweekkas te realiseren van ongeveer 50 m2 . De kweekkas is beoogd om hobbymatig groenten en gewassen te telen. Deze groenten en gewassen zijn dan ook beoogd voor de eigen consumptie. In de beoogde situatie zal de locatie dan ook bebouwd zijn met de woning met aanbouw, een bijgebouw in gebruik als praktijkruimte, een garage, werkplaats, schuur en kweekkas. In de beoogde situatie is sprake van circa 748 m2 aan bebouwing waarvan circa 180 m2 de woning inclusief aanbouw en circa 568 m2 aan bijgebouwen. In de beoogde situatie is dan ook sprake van een afname van 379 m2 aan bebouwing. Bij het gehele perceel van de initiatiefnemers wordt de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur en landschapswaarden’ gewijzigd in de bestemming ‘Wonen – Buitengebied’. De woonbestemming sluit beter aan bij het toekomstige beeld van de initiatiefnemers. Binnen de woonbestemming wordt een nieuw bouwvlak aan de locatie toegekend die gelijk is aan het huidige bouwvlak.
Het is noodzakelijk om het gehele perceel van de initiatiefnemers te voorzien van een woonbestemming en van een gelijkwaardig bouwvlak zodat de toekomstige mogelijkheden behouden blijven. Het is uitgesloten om binnen het plangebied meer bebouwing te realiseren echter initiatiefnemer willen graag een flexibele inzet behouden met oog op de toekomst. Daarbij wordt het echter wel vastgelegd dat de oppervlakte van de te behouden bebouwing (750 m2 ) het maximaal aantal bebouwing betreft.
3.1
Uitgangspunten en doelstellingen van het plan
De doelstelling van dit bestemmingsplan is gericht op het planologisch mogelijk maken de locatie Etsberg 38 in Vlodrop te benutten voor woondoeleinden. De agrarische bestemming dient daarvoor te worden gewijzigd in een woonbestemming. Het uitvoeren van agrarische bedrijfsactiviteiten is dan niet meer toegestaan. De locatie kan uitsluitend worden gebruikt voor woondoeleinden. Ondergeschikt aan het woongebruik is initiatiefnemer voornemens een beroep aan huis uit te oefenen. Vastgesteld
10
Bij de opstelling van het onderhavige bestemmingsplan zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest: ▪ De bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’ wordt gewijzigd in de bestemming ‘Wonen – Buitengebied’. ▪ Binnen de woonbestemming is een nieuwe bouwvlak opgenomen dat gelijk is aan het huidige agrarische bouwvlak. ▪ Binnen de woonbestemming wordt de maatvoeringsaanduiding ‘maximum oppervlakte bijbehorende bouwwerken: 750 m2’ opgenomen zodat een deel van de voormalige bedijfsbebouwing behouden kan blijven c.q. kan worden vervangen tot een maximale oppervlakte van 750 m2. ▪ Binnen de woonbestemming wordt de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – voormalige bedrijfsbebouwing’ opgenomen waarmee wordt aangegeven dat een deel van de bebouwing voormalige bedijfsbebouwing betreft. ▪ Binnen het plangebied wordt de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing Etsberg 38 Vlodrop’ opgenomen om te garanderen dat de bestemmingswijziging gepaard gaat met een gedegen landschappelijke inpassing; ▪ De geldende dubbelbestemming en gebiedsaanduiding uit het vigerende bestemmingsplan dienen opnieuw te gelden.
▪ Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente Roerdalen dient het onderhavige bestemmingsplan qua systematiek aan te sluiten bij het bestemmingsplan “Buitengebied Roerdalen – 2e herziening”, zoals dat thans voor het plangebied geldt. De uitgangspunten hebben geleid tot een bestemmingsplan waarin het gehele plangebied is bestemd als ‘Wonen’. Binnen de woonbestemming is een nieuw bouwvlak opgenomen met de maatvoeringsaanduiding ‘maximum oppervlakte bijbehorende bouwwerken: 750 m2’ en de functieaanduidingen ‘specifieke van wonen – voormalige bedrijfsbebouwing’ en ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing Etsberg 38 Vlodrop’. De archeologische dubbelbestemming en de gebiedsaanduiding zijn voor het gehele plangebied opnieuw van toepassing verklaard.
3.2
Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten
Stedenbouwkundig wijzigt er ten opzichte van de huidige situatie amper iets. Er is namelijk geen sprake van een fysieke wijziging van de woning. De woning zal gerenoveerd worden echter dit zal zo veel mogelijk inpandig plaatsvinden zodat de karakteristieke buitenzijde behouden blijft. De bestemmingswijziging heeft louter betrekking op een functionele wijziging van de woning van bedrijfswoning naar burgerwoning. Met het initiatief is sprake van een forse kwaliteitsverbetering van de locatie; de woning en aanbouw worden gerenoveerd zodat een duurzame en moderne woning ontstaat. Daarnaast is sprake van ontstening van het landschap doordat meer bebouwing wordt gesloopt dan nieuw wordt opgericht. De locatie zal ten slotte compleet landschappelijk worden ingepast (zie paragraaf 3.3). Het initiatief heeft dan ook geen stedenbouwkundige of ruimtelijke consequenties. Gezien de ligging van de locatie, in de nabijheid van een natuurgebied, zijn er geen uitbreidingsmogelijkheden. De locatie is dan ook niet toekomstbestendig als agrarische bedrijfslocatie. Het omzetten van de agrarische bestemming naar een woonbestemming en de uitoefening van een kleinschalig bedrijf aan huis is beter passend in de omgeving.
Vastgesteld
11
3.3
Toetsing aan wijzigingsvoorwaarden
Binnen de agrarische bestemming is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’ te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’. Dit is uitsluitend toegestaan indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de bestemming wordt gewijzigd in een op de vervolgfunctie toegesneden bestemming; b. na de bestemmingswijziging dient een aanduiding te worden opgenomen, waarmee wordt aangegeven dat het voormalige bedrijfsbebouwing betreft; c. bij wijziging dient bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid zoveel mogelijk overtollige bebouwing gesloopt te worden; d. buitenopslag is niet toegestaan; e. de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking van vervolgfuncties mag niet onevenredig groot zijn en de bestaande infrastructuur dient berekend te zijn op de nieuwe activiteit; f. parkeren dient landschappelijk te worden ingepast en binnen het bouwvlak plaats te vinden; g. detailhandel is uitsluitend toegestaan als ondergeschikte functie die ten dienste staat van de nieuwe hoofdbestemming; h. een camping is toegestaan tot ten hoogste 40 standplaatsen voor kampeermiddelen; i. de vervolgfunctie dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; j. de bestaande bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt; k.
de vervolgfunctie wonen is alleen toegestaan als al een bedrijfswoning aanwezig is; l. het aantal woningen mag niet toenemen; m. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische en visueel-landschappelijke waarden zoals genoemd in lid 6.1 van de regels van het bestemmingsplan “Buitengebied Roerdalen – 2e herziening” onder g en h; n. er dient voldaan te worden aan de eisen die zijn gesteld in de in bijlage 2 behorende bij de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen – 2e herziening” opgenomen uitwerking van het kwaliteitsmenu. Hieronder wordt het initiatief getoetst aan deze voorwaarden: Ad.a. De toegestane vervolgfuncties zijn opgenomen in tabel 6.4 van de regels van het bestemmingsplan “Buitengebied Roerdalen – 2e herziening”. De vervolgfuncties betreffen recreatie, toerisme, zorg en wonen. Het voornemen bestaat om de agrarische bestemming om te zetten naar een woonbestemming. Het initiatief sluit dan ook aan bij de vervolgfunctie wonen. Ad.b. Binnen het plangebied wordt de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – voormalige bedrijfsbebouwing’ opgenomen. Ad.c. Initiatiefnemer is voornemens om de overtollige bebouwing te slopen. In totaal wordt circa 379 m2 aan bebouwing gesloopt. De andere bebouwing betreft geen overtollige bebouwing en wilt initiatiefnemer behouden danwel vervangen. Ad.d.
Het planvoornemen voorziet niet in het mogelijk maken van buitenopslag en de initiatiefnemer is dit ook niet van plan. Ad.e. Het initiatief heeft uitsluitend betrekking op het saneren van een agrarische bedrijfslocatie en het omzetten van de bedrijfswoning naar een burgerwoning. Een agrarisch bedrijf heeft een grote verkeersaantrekkende werking door het verkeer van en naar de locatie. De nieuwe woonfunctie met daaraan ondergeschikt een beroep aan huis heeft juist een geringe verkeersaantrekkende werking. De nieuwe functie heeft dan ook geen negatieve invloed op de verkeersveiligheid of de verkeersaantrekkende werking in de omgeving van het plangebied. Ad.f. De locatie wordt landschappelijk ingepast, zie paragraaf 3.3. De landschappelijke inpassing is opgesteld naar aanleiding van het gemeentelijke kwaliteitskader. Ad.g. Met het initiatief zijn geen detailhandelsactiviteiten beoogd. Ad.h. In de beoogde situatie zal geen sprake zijn van een camping met meer dan 40 standplaatsen.
Vastgesteld
12
Ad.i.
Ad.j.
Ad.k. Ad.l. Ad.m. Ad.n.
In paragraaf 5 is het initiatief getoetst aan diverse omgevingsaspecten. Uit deze toetsing blijkt dat ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, en dus een goed woonmilieu, gegarandeerd is. Er is geen sprake van negatieve effecten van bodem, geluid of geur. Er is sprake van een goede luchtkwaliteit. Daarnaast vormt het aspect milieuzonering geen belemmeringen. Gesteld kan worden dat het initiatief milieuhygiënisch inpasbaar is. In paragraaf 5 is tevens gekeken naar de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende functies. Uit de toetsing blijkt dat de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van deze inrichtingen niet worden aangetast met het initiatief. De locatie is in de huidige situatie bebouwd met een woonhuis met aanbouw, een garage, een werkplaats en diverse schuren. Het initiatief heeft betrekking op een bestaande woning waarvan de functie wordt gewijzigd. Het initiatief heeft uitsluitend betrekking op het omzetten van de bestaande bedrijfswoning naar burgerwoning. Het aantal woningen is momenteel één en in de nieuwe situatie zal dit ook één zijn. Zie Ad.i. Onderhavig initiatief heeft betrekking op het herbestemmen van een bedrijfswoning tot burgerwoning. Dit komt overeen met punt 10 sub b van bijlage 3 behorende bij de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen – 2 e herziening”.
Bij een dergelijke ontwikkeling is het uitgangspunt dat gebruik van de bestaande woning mag worden voortgezet. Daarnaast dient het bouwvlak verkleind te worden en mag maximaal 500 m2 aan bebouwing behouden blijven. Bij cultuurhistorisch waardevolle bebouwing zijn maximaal 3 woningen toegestaan, mits recreatie, toerisme en zorg niet mogelijk zijn. Met onderhavig initiatief wordt niet aan deze wijzigingsbevoegdheid voldaan aangezien meer dan 500 m2 aan bebouwing behouden blijft. Om de reden wordt een bestemmingsplanprocedure doorlopen i.p.v. een wijzigingsprocedure. Beleidsmatig gezien zijn er echter geen belemmeringen. Daarnaast heeft de gemeenteraad een nieuwe Omgevingsvisie met bijbehorend Kwaliteitskader vastgesteld. Het Limburgse Kwaliteitsmenu, zoals opgenomen in bijlage 3 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen – 2e herziening” is daarmee achterhaald en beleidsmatig vervangen door het Kwaliteitskader Roerdalen. Aan de eisen uit dit nieuwe kwaliteitskader wordt wel voldaan, daarmee kan in feite geconstateerd worden dat de voorwaarden zoals genoemd onder N is achterhaald.
3.3
Landschappelijke inpassing
Voor de ontwikkeling van de locatie is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, waarmee is gegarandeerd dat de ontwikkeling op een passende wijze onderdeel uitmaakt van het omringende landschap. Uitvoering van het gestelde in het landschappelijk inpassingsplan is als verplichting opgenomen in de planregels als voorwaardelijke bepaling. De landschappelijke inpassing geeft weer welke beplanting aangeplant wordt en hoe de locatie onderdeel vormt van het omliggende landschap. De oppervlakte van het plangebied bedraagt 3.300 m2 en waarvan minimaal 15 % landschappelijk dient te worden ingepast, zijnde 495 m2. De visie is om vanuit het bestaande groen het landschappelijke decor te vervolmaken in een boerenerf en beekdalstijl. Door een opsplitsing te maken tussen de tuin-erf-landschap kan dit mooi worden verwezenlijkt. Het tuindeel is het woonhuis, met bijbouw en opgeknapte schuur heeft een omkadering met beukenhagen en gemengde hagen. Hier worden coniferen en laurier weg gehaald, zodat het zicht op het omliggende landschap wordt verbeterd. Daarnaast wordt in het tuindeel een nieuwe beukenhaag aangeplant waarbinnen de intensievere inrichting en beheer plaatsvindt.
Vastgesteld
13
De schil rond de tuin vormt de boerenerf-tuin, waarbinnen de tweede opgeknapte schuur ligt, de nieuwe parkeerplaats met 12 parkeerplekken, de inrit en de beoogde kweekkas. Het erf is omkadert met enkele dwarssingels, hagen en een boomgaard. Door aan de beekzijde de bomen uit te dunnen (zieke Essen) krijgen de mooie bomen meer ruimte en kan de onderbeplanting zich goed ontwikkelen. Door de laurier weg te halen en houtrillen aan te leggen ontstaat een dichte zone. In het grotere geheel wordt het erf omgeven door het landschap, waarbij het weitje verder omkadert wordt door de singel met bomen, struiken en de haag. Door de singels uit te dunnen, bomenreductie, wordt er meer ruimte geboden voor de ondergroei en met houtrillen en de Hedera in de bomen is het een zeer natuurlijke omkadering van het weitje. De toevoeging van een poel en laagte op het weitje maakt het samen met de haagcirkel tot een leuk uitloopgebied voor de gasten. Zeker met een extensief beheer, wat gemaaide wandelpaden een aantrekkelijk geheel. Een mooie beekdalinvulling en opdeling met erf en de intensievere tuin. De bomen aan het straatje vormen een leuke entree van het geheel. De houten poorten maken mooie verbindingen naar het omliggende erf en weitje. Met het juiste beheer vormt de locatie een oase voor vele flora en fauna.
Afbeelding 13. Impressie landschappelijke inpassing Etsberg 38 Vlodrop
De visie heeft geresulteerd in het definitieve plan: A. Uit te dunnen bomen, terugsnoei stuikenlaag en weghalen conifeer en laurier (200 m2 en 450 m2). Aan de straatzijde is een mooie dichte zone met bomen en struiken. Om de “dichtheid” van deze zone te behouden is het noodzakelijk om de bomen uit te dunnen (25% weg te halen). Aan de beekzijde is het noodzakelijk om de essen uit te dunnen en de laurier weg te halen. Door de laurier weg te halen ontstaat ruimte voor een natuurlijke struiken en kruidenrand. B. Aan te planten beukenhaag rond tuindeel (100 meter). Hier komt nieuwe en een aanvullende Beukenhaag die het tuindeel omkadert, de voorzijde van de boomweide omkadert en de nieuwe inrit begeleidt. Er worden vier stuks per meter aangeplant die uiteindelijk uitgroeien tot een geheel met een hoogte van 1,2 meter.
Vastgesteld
14
C.
Aan te planten gemengde haag als kader erf (circa 90 meter). Verspreid over het plangebied wordt een gemengde haag aangeplant. De gemengde haag wordt aangeplant met vier stuks per meten die uitgroeien tot een geheel met een hoogte van 1,2 meter. D. Aan te planten struikensingels en bosschage (300 m2). Binnen het plangebied worden singels gezet als afbakening van de parkeerplaats, het weitje en het erf. In totaal worden 200 stuks struiken aangeplant met een onderlinge afstand van 1,25 x 1,25 meter. E. Aan de vullen boomweide (800 m2). De bestaande semituin wordt omgevormd tot een boomweide, waarbij de conifeer en laurier worden verwijderd en er nieuwe bomen worden toegevoegd. In totaal worden 7 fruitbomen aangeplant. F. Aan te planten 3 laan begeleidende bomen en 1 beeldbepalende boom (40 m2). Aan de voorzijde van het plangebied, langs de inrit, worden drie entree geleidingsbomen aangeplant die de geleiding vormen van de inrit. Daarnaast wordt in het zuidoosten één beeldbepalende boom aangeplant. G. Aan te leggen natuurlijke poel en laagte in het weiland (400 m2). Binnen het plangebied wordt een poel aangelegd met een insteeklengte/breedte van 14 x 7 meter. In de poel kan het regenwater en grondwater zich verzamelen waardoor een natuurlijke poel ontstaat. H. Graskruidenweitje en suggestie poorten. Het bestaande weiland is al een redelijk extensief weitje.
Middels een verschralingsbeheer zal een kruiden- en faunarijk grasland worden gerealiseerd. Daarnaast is het een suggestie om vier poorten te realiseren twee naar de entree van de weide een naar het erf en een naar de entree van de binnenplaats. De elementen waar vanuit dit de landschappelijke inpassing aanplant of beheer plaatsvindt hebben een oppervlakte van 2.330 m2. Met de aanvullende bestaande bomen heeft de landschappelijke inpassing een totale oppervlakte van ca 2.400 m2. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de eis van 15%. Middels een voorwaardelijke verplichting wordt geborgd dat het nieuwe gebruik van de locatie pas is toegestaan indien de landschappelijke inpassing is uitgevoerd en in stand wordt gehouden. Binnen het plangebied is dan ook de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing Etsberg 38 Vlodrop’ toegekend.
Vastgesteld
15
4.
BELEIDSKADER
In dit hoofdstuk worden de op het plangebied van toepassing zijnde beleidskaders behandeld. Gemeenten zijn immers niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincie geven met het door hen gevoerde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het van toepassing zijnde Rijksbeleid. In de daaropvolgende paragraaf komt het provinciaal beleid aan bod. In paragraaf 4.3 volgt ten slotte het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Roerdalen.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale omgevingsvisie Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
Vastgesteld
16
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.
Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt: ▪ Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; ▪ Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; ▪ Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; ▪ Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Met het saneren van de agrarische bestemming en het daarvoor in de plaats realiseren van een woonbestemming wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. Bovendien geldt voor het plangebied dat er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het initiatief. 4.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Met het initiatief worden geen van de andere belangen geschaad.
In het plangebied is verder geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Kortom, het initiatief is niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro.
Vastgesteld
17
4.1.3 Ladder duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de Ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd. De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst: “De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd.
Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Zoals de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen (uitspraak van 20 april 2016, zaak nr. ECLI:NL:RVS:2016:1075), is een planologische functiewijziging geen stedelijke ontwikkeling. Hiervan is met onderhavig initiatief sprake. Onderhavig initiatief heeft immers betrekking op de functiewijziging van een agrarisch bedrijf naar woondoeleinden. Er hoeft in het kader van het initiatief dan ook niet aan de ladder voor duurzame verstedelijking getoetst te worden.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. In de periode 7 september 2020 tot en met 18 oktober 2020 heeft de provincie Limburg een ontwerp provinciale omgevingsvisie ter inzage gelegd: ‘de Provinciale Omgevingsvisie Limburg.’ Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) vervangt na vaststelling het huidige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg’ (POL2014). De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. In de Provinciale Omgevingsvisie Limburg wordt de richting voor de periode 2021 tot 2030-2050 geschetst. Na een uitgebreid participatief proces is de Omgevingsvisie 15 december 2020 vastgesteld door Gedeputeerde Staten. Vervolgens vindt volgens de huidige planning besluitvorming over de omgevingsvisie plaats eind 2021 (Provinciale Staten). In de omgevingsvisie zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. In stedelijk c.q.
bebouwd gebied; Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk. Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming Vastgesteld
18
2.
3.
van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. b. In landelijk gebied; Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden. Dit is niet vanzelfsprekend. In het landelijk gebied ligt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadaptatie, de transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristisch-recreatief (mede)gebruik, biodiversiteit, stikstof en (grond)waterkwaliteit belangrijke thema’s. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie; Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg. De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag. In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt.
Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. Klimaatadaptieve en energietransitie; Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's. Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors. Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving.
De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: ▪ Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; ▪ Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad.
Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de Vastgesteld
19
ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Samen met hun partners wil de provincie een voortreffelijk woon- en leefomgeving realiseren; een leefomgeving waar mensen zich prettig voelen. Het is belangrijk dat mensen kunnen wonen in een zelf gekozen woning en woonomgeving (die past bij hun mogelijkheden en levensfase) waar ze zich thuis voelen. Dit doet de provincie door toe te werken naar een toekomstbestendige Limburgse woningmarkt met voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek, die waar mogelijk op het juiste moment beschikbaar én betaalbaar zijn. De provincie faciliteert daarbij flexibiliteit op de woningmarkt én stimuleert flexibele woonvormen waardoor aan de veranderende woonwensen en –behoeften van een diversere groep mensen tegemoet gekomen kan worden, in zowel de bestaande bouw als nieuwbouw. In de POVI geeft de provincie aan dat ze alle woonwensen willen vervullen, waarbij een voortreffelijke woon- en leefomgeving leidend zijn. Door middel van onderhavig initiatief wordt een agrarisch bedrijf gesaneerd wat in het algemeen bijdraagt aan een beter woon- en leefklimaat.
Daarnaast worden de woonwensen van initiatiefnemer ingewilligd, zonder daarbij fysiek een nieuwe woning te realiseren. Het initiatief voldoet daarmee aan de provinciale beleidskaders, zoals gesteld in het POVI. 4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2021 Op 17 december 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening Limburg vastgesteld. In de Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening, die grofweg twee typen regels bevat: ▪ Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap; ▪ Regels voor activiteiten die rechtstreeks voor eenieder gelden of voor specifieke doelgroepen. Op dit moment geldt de Omgevingsverordening Limburg 2014. Met de komst van de Omgevingswet (verwachte inwerkingtreding: 1 januari 2023) is een nieuwe omgevingsverordening nodig die de huidige gaat vervangen. Tot het moment dat de Omgevingswet en de nieuwe Omgevingsverordening Limburg in werking treden, blijft de huidige verordening gelden. Hieronder is het initiatief getoetst aan de huidige verordening. 4.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2014 Bij het POL2014 hoort de Omgevingsverordening Limburg. De juridische doorwerking van het omgevingsbeleid wordt in deze verordening geregeld.
Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is, net als het POL2014, op 12 december 2014 vastgesteld door Provinciale Staten en is per 16 januari 2015 in werking getreden. Sindsdien hebben allerlei wijzigingen van de Omgevingsverordening Limburg 2014 plaatsgevonden. In het kader van dit initiatief is de meest recente geconsolideerde versie geraadpleegd van december 2019. De volgende regels uit de Omgevingsverordening zijn in dit geval van toepassing: ▪ Bronsgroene landschapszone; ▪ Extensiveringsgebied intensieve veehouderij; ▪ Boringsvrije zone Roerdalslenk III; Vastgesteld
20
▪
Regionale wateroverlast – normering 1:10 en Regionale wateroverlast – geen normering.
Bronsgroene landschapszone In het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg kaart 4 worden de verschillende landschapstypen ruimtelijk geduid en in hoofdstuk 4 worden de kernkwaliteiten groene karakter (landschapsecologie/natuurlijk), visueel-ruimtelijke karakter, cultuurhistorisch erfgoed en reliëf van de diverse landschapstypen beschreven. Tevens wordt per landschapstype inspiratie gegeven voor een gewenste ontwikkelingsrichting. Bij de beschrijving van de verschillende landschapstypen wordt min of meer uitgegaan van het ideaaltype. In werkelijkheid zullen uitzonderingen voorkomen die met aanvullend (veld)onderzoek uitgewerkt kunnen worden. De kernkwaliteit cultuurhistorisch erfgoed heeft in het Landschapskader vooral betrekking op historische geografie. Daarom zijn voor deze kernkwaliteit een aantal generieke aspecten toegevoegd. Omdat de kernkwaliteit reliëf in het Landschapskader niet altijd specifiek uitgewerkt is, is een aantal generieke aspecten toegevoegd. De toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in de Bronsgroene landschapszone, bevat een beschrijving van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd.
Afbeelding 14. Uitsnede landschapskader Noord- en Midden-Limburg met plangebied rood omlijnd
Blijkens de bij het Landschapskader behorende kaart wordt het landschap ter plaatse van het plangebied voor het grootste deel aangeduid als ‘beekdal’ en voor een klein deel aangeduid als ‘bos en mozaïeklandschap’. Beekdal Binnen de beekdalen bestaat een grote differentiatie van allerlei typen beken (beken met nog een natuurlijke loop, rechtgetrokken beken, aangelegd in moeraszones, in Maasmeanders etc.). Daarnaast kan per beek nog een bovenloop, middenloop en ene benedenloop onderscheiden worden. Belangrijker echter dan al deze verschillen zijn de overeenkomsten tussen de verschillende beken in Noord- en Midden-Limburg. Dit is de bijzondere structurerende werking, met name binnen de dekzandgebieden tussen de Peel en maas. Hier liepen en lopen de belangrijkste watergangen met de bijbehorende afzettingen. Deze watergangen spelen een belangrijke rol bij de waterhuishouding van het gebied. Dit zijn dan ook de uitgelezen plekken om de verdrogingsproblematiek (deels) op te lossen door hier water vast te houden en vertraagd af te voeren.
Vastgesteld
21
De beekdalen zijn belangrijke structuurdragers van het landschap, met name op de zandgronden. Als gevolg van latere egaliseringen, ontwateringen en ontginningen zijn de beekdalen echter in veel gevallen nauwelijks herkenbaar. Een typisch beekdal wordt gekenmerkt door een halfopen kleinschalig landschap met afwisselend hooilanden, weilanden, bosjes en kleine landschapselementen. In het beekdal bevindt zich meestal weinig tot geen bebouwing. Daar waar de karakteristieke kleinschaligheid bewaard is gebleven, is het landschap visueel-ruimtelijk nog aantrekkelijk en waardevol. Binnen het beekdal wordt voornamelijk gericht op het ontwikkelen van de beekdalen tot herkenbare, structurerende elementen in het landschap. Er wordt dan voornamelijk ingezet op natuurontwikkeling (in de vorm van ruigten, EikenEssenbos of Elzenbos) en het ontwikkelen van lineaire landschapselementen loodrecht op de beek, beek begeleidende beplanting en de aanleg van poelen en bosjes. Bebouwing is het beekdal is niet wenselijk en moet zo mogelijk worden verwijderd. Bos- en mozaïeklandschap Het bos- en mozaïeklandschap bestaat uit verschillende bos- en natuurgebieden. Dit landschap kenmerkt zich dan ook door beslotenheid. Binnen de bos- en natuurgebieden liggen enkele open gebieden. De open gebieden kunnen grazige vegetaties zijn als heide, bloemrijk grasland, hooiland of kleine akkers.
De bos- en mozaïeklandschappen zijn visueel-ruimtelijk bijzonder aantrekkelijke gebieden als gevolg van de afwisseling van kleinschalige open ruimten en besloten bosgebieden, de dominante aanwezigheid van groen en de geringe bebouwing. Er zijn veel wisselende doorzichten naar het achterliggende (half) open landschap. Binnen het bos- en mozaïeklandschap wordt voornamelijk gericht op het versterken en uitbreiden van dit type landschap. Er wordt dan voornamelijk ingezet op het stimuleren en herstellen van de landschapselementen. Nieuwe bebouwing is over het algemeen niet wenselijk. Nieuwe bebouwing is alleen mogelijk als een bijdrage wordt geleverd aan de natuur, het bos en het landschap en mits de nieuwe bebouwing passend is binnen het aanwezige landschap. Doorwerking plangebied Het voornemen bestaat om een agrarische bedrijfslocatie te saneren en de aanwezige bedrijfswoning om te zetten naar een burgerwoning. Een deel van de voormalige bedrijfsbebouwing blijft behouden en aan klein deel wordt gesloopt. Daarnaast wordt nieuwe bebouwing gerealiseerd, die gesitueerd is op de locatie waar voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. De beoogde ontwikkeling tast de landschapskarakteristiek van de hierboven beschreven landschapstypes niet aan, doordat slechts sprake is van een functiewijziging.