4.2 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
4.8 Ecologie 4.8.1
Algemeen
De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wnb ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en gebieden de uitvoering van het plan niet in de weg staan. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Ook in dit kader zijn de provincies het bevoegd gezag. Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden.
Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een bestemmingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld.
Hoofdstuk 4
30
Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; 2. het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en 3. de noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplichtig. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden.
Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden.
Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten; soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10). Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting.
Hoofdstuk 4
31
Houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. 4.8.2
Onderzoek
Gebiedsbescherming Het projectgebied ligt niet binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Roerdal’ bevindt zich op het dichtstbijzijnde punt, op circa 870 meter ten zuiden van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het projectgebied zijn externe effecten als licht en geluid uitgesloten. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van een woning betreft, kan een significante toename aan stikstofdepositie tijdens de aanleg- en gebruiksfase op omliggende Natura 2000-gebieden niet op voorhand worden uitgesloten. Daarnaast dient in het kader van voorliggend bestemmingsplan aangetoond te worden dat er geen negatieve effecten worden voorzien in het kader van stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. Om de effecten omtrent stikstofdepositie inzichtelijk te maken wordt gebruik gemaakt van het programma AERIUS calculator. De AERIUS calculator maakt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) op het oppervlak van de omliggende Natura 2000-gebied inzichtelijk. Met de recente uitspraak van de Raad van State (d.d.
29 mei 2019) is beslist dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet zondermeer als toestemmingsbasis mag gelden voor nieuwe activiteiten. In lijn met de recente uitspraak van de Raad van State geldt derhalve dat binnen onderhavig planvoornemen een projectbijdrage van 0,00 mol/ha/jaar als aanvaardbaar wordt geacht. In het kader van onderhavige plan is door BRO een AERIUS-berekening gemaakt voor de aanleg- en gebruiksfase.4 Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. De berekening is als bijlage aan deze toelichting toegevoegd. Op basis van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is het plangebied niet gelegen in of in de directe nabijheid van beschermingszones natuur en landschap. Het plangebied is niet gelegen binnen de goudgroene natuurzone. Het plangebied ligt geheel buiten de Goudgroene en Zilvergroene natuurzone en de Bronsgroene landschapszone. Op circa 400 meter ten zuidwesten van het plangebied ligt de bronsgroene landschapszone. Gezien de aard van het voorgenomen plan zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van de goudgroene natuurzone niet worden aangetast.
Vervolgonderzoek in het kader van de goudgroene natuurzone, zilvergroene natuurzone en bronsgroene landschapszone wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
4
BRO: AERIUS-berekening Hoofdstraat, Posterholt, projectnummer: P04164, d.d. 12 mei 2021.
Hoofdstuk 4
32
Soortenbescherming Het huidige terrein betreft een open veld gelegen in de kern van Posterholt. Er kan derhalve worden aangenomen dat zich binnen het plangebied weinig tot geen beschermde dier- en/of plantensoorten voorkomen. De soortenbescherming ziet echter op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.10 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Houtopstand Het onderdeel houtopstanden is niet van toepassing, aangezien het plangebied volledig binnen de bebouwde kom is gelegen. Wel geldt hier de gemeentelijke kapverordening. 4.8.3
Conclusie
Vanuit het aspect ‘ecologie’ bestaan er geen belemmeringen voor onderhavig plan.
4.9 Verkeer en parkeren Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de eventuele gevolgen voor de verkeersstructuur als voor het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt. 4.9.1
Verkeer
Onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van twee woningen. De verwachte verkeersaantrekkende werking van het planvoornemen is berekend op basis van de CROW-publicatie 381 "Toekomstbestendig parkeren". Hierbij is uitgegaan van een twee-onder-een-kap koopwoning in de ‘rest bebouwde kom’ van de gemeente Roerdalen (niet stedelijke gemeente). In totaal worden met de voorgenomen ontwikkeling maximaal 18 verkeersbewegingen per etmaal gegenereerd op een gemiddelde weekdag. Wat betreft profiel en capaciteit zijn de omliggende wegen berekend op de gestelde toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de realisatie van de woningen binnen het plangebied. 4.9.2
Parkeren
De gemeente Roerdalen maakt gebruik van de CROW-publicatie 381 “Toekomstbestendig parkeren” om de parkeerbehoefte te berekenen. Voor de woning (twee-onder-een-kap koopwoning in ‘rest bebouwde kom’ in een niet stedelijke gemeente) geldt een parkeernorm van minimaal 1,8 en maximaal 2,6. Parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden Bij beide woningen is voorzien in één parkeerplaats. Gelet op de doelgroep (senioren) is één parkeerplaats voldoende.
Hoofdstuk 4
33
4.10 Water 4.10.1
Algemeen
In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze in voorliggend plan rekening is gehouden met de (ruimtelijk) relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer. Een beknopte beschrijving van de kenmerken van het watersysteem kan het benodigde inzicht geven in het functioneren van dit systeem. Beschrijving van waterrelevant beleid In december 2015 heeft het kabinet het Nationaal Waterplan vastgesteld. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water, en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen. Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet die met ingang van 22 december 2009 van kracht is. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. De opgave in het POL2014 inzake het regionale water, is te komen tot robuuste en natuurlijk functionerende, veerkrachtige watersystemen, waardoor risico’s op wateroverlast en watertekort verminderen en ook bij klimaatverandering beheersbaar en maatschappelijk acceptabel blijven. Er dient voldaan te worden aan de regionale normering voor wateroverlast.
Daarnaast is de opgave het ontwikkelen van regionale, gebiedsgerichte adaptatiestrategieën en het treffen van effectieve maatregelen voor het omgaan met huidige én toekomstige watertekorten, waarbij beschikbaarheid van voldoende water van de juiste kwaliteit een belangrijke voorwaarde is. Op die manier zijn problemen op gebied van watertekort in tijden van schaarste, beheersbaar en maatschappelijk acceptabel. Een van de provinciale doelen is om wateroverlast en watertekorten in het regionale watersysteem te beperken door meer ruimte voor water beschikbaar te stellen, de sponswerking te versterken en te anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en -plassen toegekende functies afgestemd te worden. Naast deze ecologische functies dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties.
Kenmerken van het watersysteem De kenmerken van de watersystemen, zoals die voorkomen in het plangebied (en omgeving), kunnen het beste beschreven worden door een onderverdeling te maken in de soorten van water die in het gebied aanwezig zijn. De belangrijkste zijn: grondwater, oppervlaktewater, ecosysteem, hemel- en afvalwater.
Hoofdstuk 4
34
Grondwater en waterkwaliteit De locatie ligt volgens de POL2014 niet binnen waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. De locatie is wel gelegen binnen de ‘boringsvrije zone Roerdalslenk II’. Ter plaatse van deze zone is het niet toegestaan om boorputten dieper dan 30 meter te graven of werken uit te voeren die schade kunnen toebrengen aan de ‘Bovenste Brunssumklei’. Er zijn geen grondboringen voorzien die dieper gaan dan 30 meter. Oppervlaktewater Binnen het plangebied is geen primair oppervlaktewater aanwezig. Volgens de ‘Leggerkaart’ van het Waterschap Limburg blijken er daarnaast geen primaire waterlopen gelegen te zijn binnen of rondom het plangebied. In de toekomstige situatie wordt ook niet voorzien in nieuw oppervlaktewater binnen het plangebied. Afval- en hemelwater Het (huishoudelijk) afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Het hemelwater dient te worden gescheiden van het afvalwater en op eigen terrein te worden geïnfiltreerd. Conform de richtlijnen van het Waterschap Limburg dienen toekomstige hemelwatervoorzieningen in Noord- en Midden-Limburg gedimensioneerd te worden op een bui van 100 mm per vierkante meter verhard oppervlak met een leegloop/beschikbaarheid binnen 24 uur. In de bestaande situatie is het terrein een onbebouwd grasveld. De verharding zal met dit plan toenemen.
Via daken en dakgoten wordt het hemelwater naar een infiltratievoorziening op eigen terrein geleid en geïnfiltreerd in de bodem. De hwa van het gehele pand wordt afgekoppeld en geïnfiltreerd op eigen terrein. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt dit nader uitgewerkt. 4.10.2
Conclusie
Door de toename van bebouwing en verharding zal er ter compensatie een groter aandeel water moeten worden geïnfiltreerd op eigen terrein. Hiertoe zal een passende voorziening worden gerealiseerd. Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige plan geen nadelige gevolgen heeft voor het wateraspect en dat er voldoende ruimte is op eigen terrein om het hemelwater te infiltreren.
4.11 Archeologie en cultuurhistorie 4.11.1
Archeologie
De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving gaan naar de Omgevingswet die in 2019 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de periode 2016-2019 een overgangsregeling opgenomen.
Hoofdstuk 4
35
De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden. Voor het archeologiebeleid in de gemeente Roerdalen geldt in eerste instantie een door de gemeenteraad vastgesteld beleid d.d. 16 december 2010, bestaande uit een Archeologieverordening 2010 en archeologische verwachtingskaart. Deze topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied bevat de archeologische monumenten en archeologische verwachtingsgebieden. Tevens bevat de kaart ondergrenzen met betrekking tot grondroerende werkzaamheden. Op het plangebied ligt volgens het vigerend bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ en ‘Waarde – Archeologie 5’. Binnen de bestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ geldt een onderzoeksplicht indien het bebouwingsoppervlak groter is dan 250 m 2 en de ondergrondse bouwdiepte meer is dan 40 cm. Voor de gronden binnen de bestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ geldt een onderzoeksplicht indien het bebouwingsoppervlak groter is dan 1.000 m 2 en de ondergrondse bouwdiepte meer is dan 40 cm.
Conclusie Beide woningen tezamen hebben een oppervlakte van circa 240 m2 en er zijn geen grondwerkzaamheden voorzien die dieper gaan dan 40 cm. Een archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. 4.11.2
Cultuurhistorie
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) dient in het plan rekening gehouden te worden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Toetsing Cultuurhistorische waarden kunnen betrekking hebben op bebouwde cultuurhistorie (monumenten), cultuurhistorische landschappen en archeologische waarden van een gebied. Op basis van provinciale kaarten is bepaald welke cultuurhistorische waarden of elementen binnen of in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn. Het plangebied is gelegen in een gebied met sedert 1830 weinig veranderd verkavelingspatroon. Wat dit betekent is dat de structuren, zoals de loop van wegen en de vorm van kavels, in de afgelopen 200 jaar slechts in beperkte mate zijn veranderd.
Daarnaast ligt het plangebied aan een andere weg ouder dan 1806. Verder zijn er geen cultuurhistorische elementen, zoals beschermde stads- of dorpsgezichten, monumenten of beeldbepalende panden in of nabij het plangebied gelegen.
Hoofdstuk 4
36
Het plangebied is momenteel een braakliggend terrein. Aan de vorm van de kavel wordt niets gewijzigd. Ook het verloop en profiel van de Hoofdstraat blijft ongewijzigd. Conclusie Vanuit cultuurhistorisch oogpunt bestaat er geen bezwaar tegen het planvoornemen.
4.12 Toetsing Besluit m.e.r. / Vormvrije m.e.r.-beoordeling Deze ruimtelijke onderbouwing ziet op de realisatie van twee woningen, waarvan één woning in feite positief bestemd was en de vervallen bouwtitel wordt hersteld. Dit kan leiden tot een m.e.r.(beoordelings)-plicht. Of een m.e.r.-procedure of m.e.r-beoordeling noodzakelijk is, hangt af van het feit of de ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Per 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Wanneer de voorgenomen ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) moet getoetst worden of er sprake is van nadelige milieugevolgen en moet wanneer hier sprake van is een vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen worden. Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling en de hiervan deel uitmakende onderdelen komen in lijst C van de bijlage van het Besluit m.e.r. niet als activiteit voor. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D (11.2) van de bijlage van het Besluit m.e.r.
het volgende opgenomen: “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.” De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-beoordelingsplicht. In het voorliggende geval is sprake van een netto toename van 2 wooneenheden binnen een bestaande dorpskern. Gezien de omvang van het project, mede afgezet tegen de oppervlakten en aantallen die worden genoemd in categorie 11.2, onderdeel D, van de bijlage bij het Besluit m.e.r., is sprake van een kleinschalig project. Daarnaast is er geen sprake is van significante milieueffecten als gevolg van de ontwikkeling en is ook geen sprake van een ligging binnen of in de nabijheid van een kwetsbaar gebied (zie paragraaf 4.8). Conclusie De ontwikkeling heeft een relatief beperkte omvang en wordt mogelijk gemaakt binnen de kern in een overwegend woongebied. Daarnaast zijn er geen belemmerende milieuaspecten voorzien, welke een negatieve invloed hebben op de beoogde ontwikkeling of omliggende omgeving.
Gezien de aard, omvang, milieugevolgen (paragraaf 4.1 tot en met 4.11) en ligging kan gesteld worden dat onderhavig initiatief niet kan worden aangemerkt als een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ als bedoeld in categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. Er hoeft dan ook geen milieueffectrapport te worden opgesteld en er hoeft ook geen m.e.r.-beoordeling te worden doorlopen.
Hoofdstuk 4
37
5.
UITVOERBAARHEID In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.1.1
Kostenverhaal
Op grond van afdeling 6.4. van de Wro geldt voor de gemeente de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Bro. Het Bro stelt kostenverhaal verplicht in geval er sprake is van een van de volgende bouwplannen: de bouw van één of meer woningen en andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met één of meer woningen; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing ziet op de bouw van twee woningen. Er is derhalve sprake van een bouwplan als bedoeld in het Bro en dus is kostenverhaal aan de orde. Ten behoeve van onderhavig grondexploitatie heeft de gemeente met de ontwikkelende partij een (anterieure) exploitatieovereenkomst gesloten waarin de kosten voor de grondexploitatie worden verhaald op deze ontwikkelende partij.
Hiermee is het verhaal van kosten anderszins verzekerd en is het opstellen van een exploitatieplan in dit kader op basis van artikel 6.12 lid 2 van de Wro niet noodzakelijk. In de anterieure overeenkomst is ook het planschadeverhaal opgenomen. De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Onderhavige ruimtelijke onderbouwing zal meeliften met het reparatieplan. Deze ruimtelijke onderbouwing zal samen met het reparatieplan voor het herstellen van diverse bouwtitels in Roerdalen ter inzage worden gelegd.
Hoofdstuk 5
38
BIJLAGEN
Hoofdstuk 5
39
Bijlage 1: AERIUS-berekening stikstofdepositie
Hoofdstuk 5
40
Notitie
notitie
AERIUS-berekening Hoofdstraat, Posterholt
project AERIUS-berekening Hoofdstraat, Posterholt
Inleiding
datum 12 mei 2021
derland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb).
opdrachtgever Kern Architecten
zich op het dichtstbijzijnde punt, op circa 870 meter ten zui-
De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in NeDeze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk
projectnummer P04164
Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur
opgesteld door DAd
gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het
(EHS). Het projectgebied ligt niet binnen de grenzen van een
den van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het projectgebied zijn externe effecten als licht en geluid uitgesloten. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van twee woningen betreft, kan een significante toename aan stikstofdepositie tijdens de aanleg- en gebruiksfase op omliggende Natura 2000-gebieden niet op voorhand worden uitgesloten.
meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Roerdal’ bevindt
i.a.a. IMo
870 m
BRO Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl www.bro.nl
Figuur 1: Ligging van het projectgebied ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden (bron: Natura 2000 Network Viewer)
1
Notitie AERIUS-berekening Hoofdstraat, Posterholt
AERIUS-berekening Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUSberekening uitgevoerd. Uit deze berekeningen blijkt dat bij de aanlegfase en gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. In de bijlagen zijn de door AERIUS gegenereerde rapportages voor de aanlegfase en gebruiksfase opgenomen. In het voorliggende document wordt de invoer op sommige punten kort toegelicht.
Tabel 1
Mobiele werktuigen
Werktuig
Bouwjaar
Brandstof
Vermogen (kW)
Belasting (%)
Draaiuren
Totale emissie (kg/j)
Totale emissie (NH3)
Mobiele hijskraan
va. 2015
Diesel
125
61
24
1,65
0,0045
Laadschop
va. 2015
Diesel
100
55
24
1,19
0,00374
Graafmachine
va. 2015
Diesel
60
69
32
1,06
0,00346
Betonpomp
va. 2015
Diesel
200
69
20
2,76
0,00762
Trilplaat
va. 2008
Benzine
10
40
40
0,21
0,00009
2,061
0,005823
Stationair draaien (30%)
Aanlegfase Het planvoornemen betreft de ontwikkeling van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Posterholt, sectie D, nummer 3376, aan de Hoofdstraat te Posterholt. Op het perceel worden twee woningen mogelijk gemaakt. Met de ontwikkeling van deze woningen wordt het perceel heringericht en wordt voorzien in voldoende parkeervoorzieningen. Bij de realisatie van de woningen wordt gebruik gemaakt van meerdere (mobiele) werktuigen en vinden verkeersbewegingen plaats. Dit zorgt dan voor een emissie van stikstof. Deze emissie is berekend. (Mobiele) werktuigen Voor de inzet van (mobiele) werktuigen is uitgegaan van een gemiddeld gebruik van mobiele werktuigen bij de realisatie van een woningen en de aanleg van de omliggende gronden, gebaseerd op informatie van reeds uitgevoerde berekeningen. De mobiele werktuigen zijn weergegeven in tabel 1. Daarnaast is een extra bron ingevoerd waarbij het stationair draaien van de mobiele werktuigen is berekend.
woensdag 12 mei 2021
Verkeer bouw en aanleg Ten behoeve van de bouw en aanleg vinden ook verkeersbewegingen plaats, onder andere in de vorm van vrachtwagens en busjes. De totale verkeersgeneratie is weergegeven in tabel 2. De bewegingen zijn over de aanliggende wegen gemodelleerd, waarbij 100% van de bewegingen in twee richtingen is ingevoerd. Hierbij zijn dus meer bewegingen gemodelleerd dan daadwerkelijk plaats gaan vinden, waardoor onzekerheid over de richting van de bewegingen wordt opgevangen. Voor al het vrachtverkeer is een lus ingevoerd ter plaatse van het bouwterrein met een stagnatiefactor van 100%, vanwege het manoeuvreren en stationair draaien. Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rapportage. Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rapportage. Onderhavig initiatief betreft een kleinschalige ontwikkeling. Aangezien er slechts sprake is van een beperkte bouwperiode van enkele maanden, is de totale verkeersgeneratie van de vrachtauto’s ingevoerd voor een jaar.
Conclusie Het rekenresultaat met de ingevoerde mobiele werktuigen en het daarbij horende bouwverkeer is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j.
Tabel 2
Bouwverkeer
Verkeersbewegingen bouwverkeer
Totale verkeersgeneratie
Bedrijfsbusjes (licht verkeer)
6 p/etmaal
aan- en afvoer materialen (middelzwaar vrachtverkeer)
30 p/jaar
Betonmixer en zwaar transport (zwaar vrachtverkeer)
16 p/jaar
2
Notitie AERIUS-berekening Hoofdstraat, Posterholt
Gebruiksfase
Resultaat en conclusie
De nieuwe woningen worden gasloos opgeleverd en zorgt
Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij zowel de aan-
dan ook niet voor stikstofemissie. De verkeersbewegingen
legfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn
die met de gebruiksfase samenhangen zorgen hier echter
dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve
wel voor.
effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.
De verwachte verkeersaantrekkende werking van het planvoornemen is berekend op basis van de CROW-publicatie
Bijlagen
381 "Toekomstbestendig parkeren". Hierbij is uitgegaan van
Bijlage 1: Stikstofdepositieberekening Aanlegfase Bijlage 2: Stikstofdepositieberekening Gebruiksfase
een twee-onder-een-kap woning in de ‘rest bebouwde kom’ van de gemeente Roerdalen (niet stedelijke gemeente). In totaal worden er achttien verkeersbewegingen per etmaal gegenereerd op een gemiddelde weekdag met de voorgenomen ontwikkeling. Voor de volledigheid is ook een zware vrachtbewegingen meegenomen per week (bewegingen voor bijvoorbeeld een vuilniswagen). Deze bewegingen zijn over de aanliggende wegen gemodelleerd, waarbij 100% van de bewegingen in twee richtingen zijn ingevoerd. Hierbij zijn dus meer bewegingen gemodelleerd dan daadwerkelijk plaats gaan vinden, waardoor onzekerheid over de richting van de bewegingen wordt opgevangen. Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rapportage. Conclusie Het rekenresultaat is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j.
woensdag 12 mei 2021
3
Bijlage 1 AERIUS-berekening Aanlegfase
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Aanlegfase P04164 Hoofdstraat, Posterholt Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RT5yHDdx4r2e (12 mei 2021) pagina 1/7
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
BRO
Hoofdstraat, - Posterholt
Omschrijving
AERIUS kenmerk
P04164 Aanlegfase Hoofdstraat, Posterholt
RT5yHDdx4r2e
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
12 mei 2021, 13:39
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
9,15 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
AERIUS-berekening van de aanlegfase met betrekking tot de realisatie van een woning aan de hoofdstraat te Posterholt.
Aanlegfase P04164 Hoofdstraat, Posterholt
RT5yHDdx4r2e (12 mei 2021) pagina 2/7
Resultaten
Locatie Aanlegfase P04164 Hoofdstraat, Posterholt
Emissie Aanlegfase P04164 Hoofdstraat, Posterholt
Resultaten
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
8,92 kg/j
Bouwverkeer (west) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Bouwverkeer (oost) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Bouwverkeer (bouwplaats) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Aanlegfase P04164 Hoofdstraat, Posterholt
RT5yHDdx4r2e (12 mei 2021) pagina 3/7
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Aanlegfase P04164 Hoofdstraat, Posterholt
Resultaten
NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
AFW
Mobiele werktuigen 199864, 348668 8,92 kg/j < 1 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
Mobiele kraan
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
1,65 kg/j < 1 kg/j
AFW
Laadschop
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
1,19 kg/j < 1 kg/j
AFW
Graafmachine
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
1,06 kg/j < 1 kg/j
AFW
Betonpomp
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
2,76 kg/j < 1 kg/j
AFW
Trilplaat
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
AFW
Stationair draaien
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
2,06 kg/j < 1 kg/j
Aanlegfase P04164 Hoofdstraat, Posterholt
RT5yHDdx4r2e (12 mei 2021) pagina 4/7
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
6,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
30,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
16,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Bouwverkeer (west) 199802, 348660 < 1 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Standaard
Bouwverkeer (oost) 199899, 348637 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
6,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
30,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
16,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Aanlegfase P04164 Hoofdstraat, Posterholt
RT5yHDdx4r2e (12 mei 2021) pagina 5/7
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Standaard
Bouwverkeer (bouwplaats) 199873, 348681 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Middelzwaar vrachtverkeer
30,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Zwaar vrachtverkeer
16,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Aanlegfase P04164 Hoofdstraat, Posterholt
RT5yHDdx4r2e (12 mei 2021) pagina 6/7
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Aanlegfase P04164 Hoofdstraat, Posterholt
RT5yHDdx4r2e (12 mei 2021) pagina 7/7
Bijlage 2 AERIUS-berekening Gebruiksfase
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Gebruiksfase P04164 Hoofdstraat, Posterholt Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S2HfoUqTQLrV (12 mei 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
BRO
Hoofdstraat, - Posterholt
Omschrijving
AERIUS kenmerk
P04164 Gebruiksfase Hoofdstraat, Posterholt
S2HfoUqTQLrV
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
12 mei 2021, 13:39
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
< 1 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
AERIUS-berekening van de gebruiksfase met betrekking tot de realisatie van een woning aan de hoofdstraat te Posterholt.
Gebruiksfase P04164 Hoofdstraat, Posterholt
S2HfoUqTQLrV (12 mei 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Gebruiksfase P04164 Hoofdstraat, Posterholt
Emissie Gebruiksfase P04164 Hoofdstraat, Posterholt
Resultaten
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
Twee twee-onder-een-kap woningen Wonen en Werken | Woningen
-
-
wegverkeer (west) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
wegverkeer (oost) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Gebruiksfase P04164 Hoofdstraat, Posterholt
S2HfoUqTQLrV (12 mei 2021) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam
Gebruiksfase P04164 Hoofdstraat, Posterholt
Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
wegverkeer (west) 199805, 348659 < 1 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
18,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
4,0 / maand NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Twee twee-onder-een-kap woningen 199864, 348668 9,0 m 0,1 ha 0,5 m 0,000 MW Continue emissie
wegverkeer (oost) 199897, 348638 < 1 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
18,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
4,0 / maand NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Gebruiksfase P04164 Hoofdstraat, Posterholt
S2HfoUqTQLrV (12 mei 2021) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Gebruiksfase P04164 Hoofdstraat, Posterholt
S2HfoUqTQLrV (12 mei 2021) pagina 5/5
Bijlage 2: Akoestisch onderzoek wegverkeers- en industrielawaai
Hoofdstuk 5
41
Hoofdstraat ong. te Posterholt Akoestisch onderzoek optredende gevelbelastingen Rapportnummer: Rm210116aaA0
Rm210116aaA0.davh_01_002
2
Opdrachtgever:
Adviseur:
BRO Boxtel Bosscheweg 107 Tel.: 0411 850 400
5282 WV BOXTEL
Contactpersoon:
mw. H. Lelieveld
K+ Adviesgroep Jodenstraat 6 Postbus 224 Tel: 0475-470470 E-mail: info@k-plus.nl Behandeld door:
Datum
:
09-06-2021
Referentie
:
Rm210116aaA0.davh_01_002
6101 AS ECHT 6100 AE ECHT
dhr. ing. D.C.A. van Haperen
Rm210116aaA0.davh_01_002
3
INHOUD 1
Inleiding
4
2 2.1 2.2 2.2.1 2.3 2.4
Uitgangspunten Ruimtelijke gegevens Verkeersgegevens Wegverkeerslawaai Gegevens industrielawaai Toegepaste rekenmethode
5 5 5 5 5 6
3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.1.7 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Normstelling Wet geluidhinder Wegverkeerslawaai Algemeen Omvang geluidzones langs wegen Aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder Aftrek stille banden Stedelijk en buitenstedelijk gebied Nieuwe situaties Maximaal toelaatbare geluidbelasting Industrielawaai Algemeen Nieuwe situaties Maximaal toelaatbare geluidbelasting Bouwbesluit 2012
7 7 7 7 7 8 8 9 9 9 9 10 10 10
4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.2
Berekeningsresultaten Wegverkeerslawaai Hoofdstraat Heerbaan Industrielawaai
11 11 11 12 12
5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.3.1 5.3.2
Evaluatie Rekenresultaten & Conclusie Algemeen Wet geluidhinder Algemeen Industrieterrein Middenweg Niet gezoneerde wegen Hoofdstraat Heerbaan
13 13 13 13 13 13 13 14
Bijlagen: Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV
Situatietekening en figuren akoestisch rekenmodel Berekeningsgegevens en –resultaten optredende geluidbelastingen Verstrekte verkeersgegevens Geluidbelasting industrieterrein aan de Middenweg te Posterholt
Rm210116aaA0.davh_01_002
1
4
INLEIDING In opdracht van BRO Boxtel is, in het kader van de realisatie van nieuwbouwwoningen aan de Hoofdstraat ongenummerd (tussen nr. 29 en 33) te Posterholt, gemeente Roerdalen, door K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeers- en industrielawaai ter plaatse van de nieuwe situatie in het kader van de Wet geluidhinder. In figuur 1.1 is de locatie globaal omcirkeld, in bijlage I is de situatie opgenomen.
Figuur 1.1: Situatie (bron: Google maps) Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen de geluidzone van het industrieterrein aan de Middenweg te Posterholt. De locatie is gelegen in een 30 km/h zone. Dit betekent voor wegverkeerslawaai dat in het kader van de Wet geluidhinder geen eisen worden gesteld aan de te verwachten optredende gevelbelastingen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de Hoofdstraat en Heerbaan opgenomen in het akoestisch onderzoek. De berekeningen zijn gebaseerd op: - de “Wet geluidhinder”; - het “Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012”; - het “Besluit Geluidhinder”.
Rm210116aaA0.davh_01_002
5
2
UITGANGSPUNTEN
2.1
Ruimtelijke gegevens Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van een door de opdrachtgever verstrekte situatietekening, kaartmateriaal van de Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK), het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2) en Google Streetview. In bijlage I zijn de gehanteerde situatietekening en grafische weergaven van het akoestisch rekenmodel opgenomen.
2.2
Verkeersgegevens
2.2.1
Wegverkeerslawaai De verkeersgegevens voor de Hoofdstraat en Heerbaan zijn aangereikt door de gemeente Roerdalen. De gegevens zijn afkomstig uit het regionale verkeersmodel voor het maatgevende jaar 2031. Van de Hoofdstraat is de verdeling over de voertuigcategorieën en periode niet bekend. Derhalve is voor deze weg uitgegaan van een standaard verdeling zoals opgenomen in bijlage III. In tabel 2.1 is een overzicht opgenomen van de gehanteerde verkeersgegevens. Tabel 2.1: Overzicht verkeersgegevens 2031. Straat
Etmaalintensiteit
Hoofdstraat
1.050
Heerbaan
700
Periode verdeling D 6,60% A 3,60% N 0,80% D 6,86% A 3,19% N 0,62%
Verdeling per voertuigcategorie Qlv Qmv Qzv 93,50% 5,00% 1,50% 95,25% 3,50% 1,25% 97,00% 2,00% 1,00% 82,00% 14,40% 3,59% 84,02% 14,28% 1,70% 81,39% 15,25% 3,37%
Snelheid km/h
Wegdek
30
01
30
01
Hierbij is: Periode: gemiddeld uuraandeel betreffende periode in procenten van de etmaalintensiteit. Qlv: gemiddeld uuraandeel lichte motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten. Qmv: gemiddeld uuraandeel middelzware motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten. Qzv: gemiddeld uuraandeel zware motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten. Snelheid: ter plaatse toegestane maximum snelheid. Wegdek: type 01: Glad asfalt.
Voor nadere informatie inzake de in- en uitvoerparameters wordt verwezen naar de in bijlage II opgenomen rekenbladen. De verkeersgegevens zijn opgenomen in bijlage III. 2.3
Gegevens industrielawaai De geluidbelasting ten gevolge van het gezoneerde industrieterrein aan de Middenweg zijn aangeleverd door het servicecentrum MER. De geluidbelastingen zijn opgenomen in bijlage IV.
Rm210116aaA0.davh_01_002
2.4
6
Toegepaste rekenmethode De geluidbelastingen zijn bepaald met behulp van “Standaard Rekenmethode 2”, zoals deze is beschreven in het “Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012”. Bij de modellering van het akoestisch rekenmodel is gebruik gemaakt van het pakket WinHavik als ontwikkeld door dirActivity.
Rm210116aaA0.davh_01_002
7
3
NORMSTELLING WET GELUIDHINDER
3.1
Wegverkeerslawaai
3.1.1
Algemeen In de Wet geluidhinder dient met betrekking tot de geluidbelasting van een weg in nieuwe situaties de geluidbelasting in Lden in dB te worden bepaald. Dit is een gemiddeld geluidniveau over de dag-, avond- en nachtperiode en wordt bepaald met de volgende formule: day evening night 1 10 10 Lden 10 lg 12 *10 4 *10 8 *10 10 24
L
3.1.2
L
5
L
10
Omvang geluidzones langs wegen Krachtens de Wet geluidhinder worden aan weerszijden van een weg zones aangegeven (art. 74 Wgh). Binnen deze zones worden eisen gesteld aan de geluidbelasting. Buiten de zones worden geen eisen gesteld. Een weg is niet zoneplichtig indien er sprake is van: wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied (art. 74 lid 2a. Wgh) of; wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/h geldt (art. 74 lid 2b. Wgh). De breedte van de geluidzones als functie van het aantal rijstroken van de weg en het soort gebied is weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1: Breedte geluidzones aan weerszijde van de weg in meters. Gebied Stedelijk Buitenstedelijk
3.1.3
1 of 2 rijstroken 3 of meer rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken
Breedte (m) geluidzones (art. 74) 200 350 250 400 600
Aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder Op grond van verdere ontwikkelingen in de techniek en het treffen van geluid reducerende maatregelen aan de motorvoertuigen, is te verwachten, dat het wegverkeer in de toekomst minder geluid zal produceren dan momenteel het geval is. Binnen de Wet geluidhinder is middels artikel 110g de mogelijkheid geschapen om deze vermindering van de geluidsproductie in de geluidbelasting door te voeren. Deze aftrek mag alleen worden toegepast bij het toetsen van de geluidbelasting aan de normstelling en niet bij het bepalen van het binnenniveau (artikel 3.4 Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012). De
Rm210116aaA0.davh_01_002
8
hoogte van de aftrek is afhankelijk van de representatieve snelheid voor lichte motorvoertuigen. In tabel 3.2 is een overzicht opgenomen van de hoogte van de aftrek. Tabel 3.2: Overzicht aftrek 110 g Wet geluidhinder (artikel 3.4 RMV2012). Representatieve snelheid < 70 km/h
3.1.4
Aftrek artikel 110g Wgh
70 km/h
5 dB 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 110g Wgh 57 dB bedraagt
70 km/h
3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 110g Wgh 56 dB bedraagt
70 km/h
2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting
Aftrek stille banden In artikel 3.5 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 is een aftrek opgenomen voor stille banden. Deze aftrek geldt alleen bij wegen met rijsnelheden van 70 km/h en hoger. Standaard is de aftrek 2 dB. In de volgende situaties is de aftrek 1 dB: - Zeer Open Asfalt Beton; - 2-laags ZOAB, met uitzondering van 2-laags ZOAB-fijn; - Uitgeborsteld beton; - Geoptimaliseerd uitgeborsteld beton; - Oppervlaktebewerking. Een overzicht van de stille bandenaftrek is opgenomen in tabel 3.3. Tabel 3.3: Overzicht stille banden aftrek. Representatieve snelheid < 70 km/h 70 km/h
70 km/h
3.1.5
Wegverharding Alle ZOAB, 2-laags ZOAB, uitgeborsteld beton, geoptimaliseerd uitgeborsteld beton, oppervlaktebewerking Alle andere verhardingen dan bovenstaand vermeld
Correctie artikel 3.5 (stille banden aftrek) 0 dB 1 dB
2 dB
Stedelijk en buitenstedelijk gebied Gebieden binnen de bebouwde kom, met uitzondering van de gebieden binnen de bebouwde kom gelegen binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, worden als stedelijk aangemerkt. Als buitenstedelijke gebieden worden gebieden buiten de bebouwde kom, alsmede de bovengenoemde uitgezonderde gebieden binnen de bebouwde kom aangemerkt.
Rm210116aaA0.davh_01_002
3.1.6
9
Nieuwe situaties In al die gevallen waar in de aanleg van een geluidgevoelig object en/of een zoneplichtige weg door vaststelling of herziening van een bestemmingsplan wordt voorzien, is er sprake van 'nieuwe situaties'.
3.1.7
Maximaal toelaatbare geluidbelasting Normen met betrekking tot de geluidbelasting in 'nieuwbouw situaties' zijn in artikel 82 t/m 87 van de Wet geluidhinder vermeld. In eerste instantie wordt ervan uitgegaan dat een zogenaamde voorkeursgrenswaarde niet mag worden overschreden. Indien de voorkeursgrenswaarde wel maar de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden, kan onder bepaalde voorwaarden bij Algemene Maatregel van Bestuur ontheffing worden verleend voor een hogere toelaatbare geluidbelasting. Wanneer de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden is onder zeer strikte regels nieuwbouw mogelijk. Het plan dient dan te voorzien in zogenaamde dove-gevels. In de Wet geluidhinder worden voor nog niet geprojecteerde woningen in binnenstedelijk gebied de volgende eisen gesteld: - voorkeursgrenswaarde: 48 dB (art. 82 lid 1) - maximale ontheffingswaarde binnenstedelijk gebied 63 dB (art. 83 lid 2) Niet geprojecteerd betekent dat het vigerende bestemmingsplan geen woonbebouwing toestaat of dat de huidige locatie geen woonbebouwing heeft zodat het bestemmingsplan moet worden herzien. In het kader van de Wet geluidhinder is sprake van een nieuwe situatie.
3.2
Industrielawaai
3.3
Algemeen In de wet geluidhinder dient met betrekking tot de geluidbelasting van een industrieterrein de etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau in dB(A), veroorzaakt door de gezamenlijke inrichtingen en toestellen op het industrieterrein te worden bepaald. De etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau in dB(A) is met betrekking tot een industrieterrein de hoogste van de volgende drie waarden: - De waarde van het equivalente geluidniveau over de periode 07-19 uur (dag); - De met 5 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidniveau over de periode 19-23 uur (avond); - De met 10 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidniveau over de periode 23-07 uur (nacht).
Rm210116aaA0.davh_01_002
3.4
10
Nieuwe situaties In al die gevallen waar in de aanleg van een geluidgevoelig object door vaststelling of herziening van een bestemmingsplan wordt voorzien, is er sprake van een “nieuwe situatie”.
3.5
Maximaal toelaatbare geluidbelasting Normen met betrekking tot de geluidbelasting in 'nieuwe situaties' zijn in afdeling 5 van de Wet geluidhinder opgenomen. In de Wet geluidhinder worden voor nog niet geprojecteerde woningen binnen de zone van een industrieterrein de volgende eisen gesteld: - voorkeursgrenswaarde: 50 dB(A) (art. 44); - maximale ontheffingswaarde: 55 dB(A) (art. 45, lid 1). Niet geprojecteerd betekent dat het vigerende bestemmingsplan geen woonbebouwing toestaat of dat de huidige locatie geen woonbebouwing heeft zodat het bestemmingsplan moet worden herzien. In het kader van de Wet geluidhinder is sprake van een nieuwe situatie.
3.6
Bouwbesluit 2012 In het Bouwbesluit 2012 zijn in afdeling 3.1 voorschriften opgenomen voor bescherming tegen geluid van buiten. Als bij industrie-, weg- en spoorweglawaai de betreffende voorkeursgrenswaarde wordt overschreden stellen gemeenten op basis van de Wet geluidhinder een zogenoemd hogere-waardenbesluit vast, waarin plaatselijk hogere geluidbelastingen worden toegestaan («hoogst toelaatbare geluidbelasting») die in het bestemmingsplan worden opgenomen. In dergelijke zones mag alleen worden gebouwd wanneer de door de aanvrager van een omgevingsvergunning te realiseren karakteristieke geluidwering hoger is dan de in artikel 3.2 gegeven minimum waarde van 20 dB. Voor bestaande bouw dient te worden uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. Wanneer dergelijke zones niet zijn vastgesteld, zoals bij 30 km/h wegen dan dient overeenkomstig artikel 3.2 te worden voldaan aan de minimum eis van 20 dB.
Rm210116aaA0.davh_01_002
4
11
BEREKENINGSRESULTATEN Uitgaande van voornoemde uitgangspunten zijn de te verwachten toekomstige optredende gevelbelastingen bepaald. Als waarneemhoogte is uitgegaan van ongeveer het midden van de gevel, een en ander afhankelijk van het aantal bouwlagen en de gebouwhoogte. De ligging van de waarneempunten is opgenomen in de in bijlage I opgenomen figuren. De Hoofdstraat en Heerbaan kennen een snelheidsregime van 30 km/h, zodat deze wegen niet hoeven te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de wegen echter wel beschouwd. Om een afweging te kunnen maken is aansluiting gezocht bij de Wet geluidhinder en is dat toetsingskader dus ook gehanteerd voor deze wegen. Navolgend is per weg aangegeven het waarneempunt, de waarneemhoogte, de berekende waarde, de gehanteerde aftrek artikel 110g, de toetsingswaarde, de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde. De toetsingsgegevens zijn cursief weergegeven. De bijbehorende rekenbladen zijn opgenomen in bijlage II. De geluidbelastingen ten gevolge van het industrieterrein aan de Middenweg zijn berekend door het Servicecentrum MER. De geluidbelastingen ten gevolge van het industrieterrein zijn opgenomen in bijlage IV. De toetsingswaarden zijn tegen een gekleurde achtergrond weergegeven. De betekenis hiervan is als volgt: Groen: de voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden.
Geel: de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, de maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Oranje: de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden.
4.1
Wegverkeerslawaai
4.1.1
Hoofdstraat Tabel 4.1: Berekeningsresultaten Hoofdstraat (in dB). Waar- Waarneem- neempunt hoogte 1 1.5 1 4.5 2 1.5 2 4.5 3 1.5 3 4.5
Berekende waarde 53 53 53 53 47 48
Aftrek artikel 110g Wgh 5 5 5 5 5 5
Toetsingswaarde Wgh 48 48 48 48 42 43
Bestemming
wonen wonen wonen wonen wonen wonen
VoorkeursMaximale grenswaarde grenswaarde Wgh Wgh 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63
Rm210116aaA0.davh_01_002
12
Vervolg tabel 4.1: Berekeningsresultaten Hoofdstraat (in dB). Waar- Waarneem- neempunt hoogte 4 1.5 4 4.5 5 1.5 6 1.5 7 1.5 8 1.5 8 4.5 9 1.5 9 4.5 10 1.5 10 4.5 11 4.5
4.1.2
Berekende waarde 46 46 43 33 29 26 33 46 46 50 50 34
Aftrek artikel 110g Wgh 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
Toetsingswaarde Wgh 41 41 38 28 24 21 28 41 41 45 45 29
Bestemming
wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen
VoorkeursMaximale grenswaarde grenswaarde Wgh Wgh 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63
Heerbaan Tabel 4.2: Berekeningsresultaten Heerbaan (in dB). Waar- Waarneem- neempunt hoogte 1 1.5 1 4.5 2 1.5 2 4.5 3 1.5 3 4.5 4 1.5 4 4.5 5 1.5 6 1.5 7 1.5 8 1.5 8 4.5 9 1.5 9 4.5 10 1.5 10 4.5 11 4.5
4.2
Berekende waarde 25 25 24 25 28 33 32 35 31 38 35 36 38 24 32 26 33 39
Aftrek artikel 110g Wgh 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
Toetsingswaarde Wgh 20 20 19 20 23 28 27 30 26 33 30 31 33 19 27 21 28 34
Bestemming
wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen
VoorkeursMaximale grenswaarde grenswaarde Wgh Wgh 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63
Industrielawaai De geluidbelasting ten gevolge van het industrieterrein aan de Middenweg te Posterholt bedraagt maximaal 48 dB(A).
Rm210116aaA0.davh_01_002
5
EVALUATIE REKENRESULTATEN & CONCLUSIE
5.1
Algemeen
13
In opdracht van BRO Boxtel is, in het kader van de realisatie van nieuwbouwwoningen aan de Hoofdstraat ongenummerd (tussen nr. 29 en 33) te Posterholt, gemeente Roerdalen, door K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeers- en industrielawaai ter plaatse van de nieuwe situatie in het kader van de Wet geluidhinder. Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen de geluidzone van het industrieterrein aan de Middenweg te Posterholt. De locatie is gelegen in een 30 km/h zone. Dit betekent voor wegverkeerslawaai dat in het kader van de Wet geluidhinder geen eisen worden gesteld aan de te verwachten optredende gevelbelastingen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de Hoofdstraat en Heerbaan opgenomen in het akoestisch onderzoek. 5.2
Wet geluidhinder
5.2.1
Algemeen De Wet geluidhinder geeft uitsluitend grenswaarden ten aanzien van de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De definitie van een gevel luidt: “de bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak, met uitzondering van een constructie zonder te openen delen en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die tenminste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 33dB (bij verkeerslawaai)”.
5.2.2
Industrieterrein Middenweg -
De geluidbelasting ten gevolge van het industrieterrein bedraagt maximaal 48 dB(A). De waarde ligt onder de voorkeursgrenswaarde, waardoor geen hogere hoeft te worden aangevraagd. De Wet geluidhinder legt geen restricties op aan het plan ten gevolge van industrielawaai.
5.3
Niet gezoneerde wegen
5.3.1
Hoofdstraat -
Er is sprake van een 30 km/h zone, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de weg wel meegenomen en zijn de optredende gevelbelastingen beschouwd volgens de systematiek van de Wet geluidhinder.
Rm210116aaA0.davh_01_002
-
5.3.2
14
De voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden, zou getoetst worden aan de Wet geluidhinder. De geluidbelasting is ten hoogste 53 dB (excl. art. 110g Wgh). Zou de aftrek gehanteerd mogen worden is de belasting 48 dB (incl. art. 110g), waarmee deze waarde onder de voorkeursgrenswaarde ligt. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat.
Heerbaan -
-
-
Er is sprake van een 30 km/h zone, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de weg wel meegenomen en zijn de optredende gevelbelastingen beschouwd volgens de systematiek van de Wet geluidhinder. De voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden, zou getoetst worden aan de Wet geluidhinder. De geluidbelasting is ten hoogste 39 dB (excl. art. 110g Wgh). Zou de aftrek gehanteerd mogen worden is de belasting 34 dB (incl. art. 110g), waarmee deze waarde onder de voorkeursgrenswaarde ligt. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat.
BIJLAGE I Situatietekening en figuren akoestisch rekenmodel