35301-196022 Uitvoeringsprogramma's SC MER 2023_UP2023 MER-Omgevingsdienst (OD)
Tekst van het document
Uitvoeringsprogramma MER-Omgevingsdienst 2023 Vergunningverlening, Toezicht & Handhaving
December 2022
1
Uitvoeringsprogramma 2023 MER-Omgevingsdienst
Inhoudsopgave Bestuurlijke samenvatting ....................................................................................................................... 4 Wijze van totstandkoming Uitvoeringsprogramma (UP) ........................................................................ 5 Leeswijzer ................................................................................................................................................ 6 1. Ontwikkelingen.................................................................................................................................... 7 1.1 Landelijke ontwikkelingen ............................................................................................................. 7 1.2 Regionale ontwikkelingen ........................................................................................................... 12 1.3 Lokale ontwikkelingen ................................................................................................................. 15 1.4 Opdrachtgever- en opdrachtnemerschap / accounthouders ..................................................... 20 2. Plek Uitvoeringsprogramma in planning & control-cyclus ................................................................ 21 3.
De 1e W: Wat willen we bereiken? .................................................................................................... 22 4. De 2e W: Wat gaan we daarvoor doen? ............................................................................................ 26 4.0 Probleemanalyse – plannen op grond van risico-afweging ....................................................... 26 4.1 Vergunningverlening ................................................................................................................... 27 4.1.1 Milieu .................................................................................................................................... 27 4.1.2 Bouwen, slopen en ruimtelijke ordening ............................................................................. 33 4.1.3 Plus-taken ............................................................................................................................. 40 4.2 Toezicht & Handhaving................................................................................................................ 45 4.2.1 Milieu.................................................................................................................................... 45 4.2.2 Bouwen, slopen en ruimtelijke ordening .............................................................................
52 4.2.3 Plus-taken ......................................................................................................................... 59 4.3 Specialistische Taken ............................................................................................................. 67 4.3.1 Juridische taken ............................................................................................................... 67 4.3.2 Bodem ................................................................................................................................ 76 4.3.3 Externe veiligheid (omgevingsveiligheid) .................................................................. 80 4.3.4 Geluid ................................................................................................................................. 83 4.3.5 Brandveiligheid................................................................................................................ 86 4.3.6 Luchtkwaliteit .................................................................................................................. 88 4.3.7 Groen en ecologie ............................................................................................................ 89 4.4 Projecten...................................................................................................................................
90 4.4.1 Project VVGB-bedrijven .................................................................................................. 90 4.4.2 Andere projecten Uitvoeringsprogramma 2023 ....................................................... 92 4.5 Overige werkzaamheden....................................................................................................... 96
2
Uitvoeringsprogramma 2023 MER-Omgevingsdienst
4.5.1 ‘Resttaken’ ......................................................................................................................... 96 4.5.2 Nieuwe ontwikkelingen/nieuwe wetgeving .............................................................. 97 4.5.3 Flexibiliteit/PM ............................................................................................................... 97 5. De 3e W: Wanneer gaan we dat doen? ....................................................................................... 98 6. De 4e W: Wat gaat het kosten? .................................................................................................... 99 7. Bestuurlijk restrisico.................................................................................................................. 101 7.1 Restrisico vergunningverlening milieu ............................................................................ 101 7.2 Restrisico vergunningverlening bouwen ......................................................................... 102 7.3 Restrisico vergunningen Plus-taken ................................................................................. 102 7.4 Restrisico toezicht objectgericht milieu........................................................................... 102 7.5 Restrisico toezicht bouwen, slopen en ruimtelijke ordening ......................................
103 7.6 Restrisico toezicht Plus-taken ............................................................................................ 103 7.7 Restrisico juridische taken ................................................................................................. 104 7.8 Restrisico specialistische taak bodem .............................................................................. 104 7.9 Restrisico specialistische taak externe veiligheid ......................................................... 104 7.10 Restrisico specialistische taak geluid ............................................................................. 104 7.11 Restrisico specialistische taak luchtkwaliteit .............................................................. 104 7.12 Restrisico specialistische taak brandveiligheid ........................................................... 105 7.13 Restrisico specialistische taak groen/ecologie ............................................................ 105 Bijlagen .............................................................................................................................................. 106 Bijlage 1
: UP2023-in-1-oogopslag (bestuurlijke samenvatting) .................................. 106
3
Uitvoeringsprogramma 2023 MER-Omgevingsdienst
Bestuurlijke samenvatting Voor u ligt het uitgewerkte Uitvoeringsprogramma 2023 van de gemeenten Maasgouw, EchtSusteren en Roerdalen voor de uitvoering van de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Deze taken worden in opdracht van de drie MER-gemeenten uitgevoerd door de Afdeling Omgevingsdienst van het Servicecentrum-MER. Dit uitvoeringsprogramma is een gedetailleerd werkprogramma op basis van rekenbladen en een tekstuele toelichting, waarin de wettelijke VTH-taken en de door het college gewenste projecten en lokale aandachtspunten zijn uitgewerkt en zijn vertaald in benodigde capaciteit. Van dit uitvoeringsprogramma (UP) is een beknopte, bestuurlijke samenvatting gemaakt in de vorm van een ‘UP in 1 oogopslag’. Dit is als bijlage 1 bij dit document gevoegd. In dit ‘UP in 1 oogopslag’ zijn de belangrijkste taken (inclusief aantallen/uren) grafisch vertaald in overzichtelijke icoontjes en voorzien van een korte toelichting waarin de relevante ontwikkelingen per taak worden beschreven. Dit ‘UP2023-in-1-oogopslag’ vormt daarmee de basis voor de kwartaalrapportages, waarmee het college wordt geïnformeerd over de voortgang van de afgesproken werkzaamheden.
In deze kwartaalrapportages zal ook wederom aandacht worden besteed aan de prestaties op het gebied van dienstverlening, zodat voor het college inzichtelijk is in hoeverre de afgesproken dienstverleningsnormen worden gehaald.
4
Uitvoeringsprogramma 2023 MER-Omgevingsdienst
Wijze van totstandkoming Uitvoeringsprogramma (UP) Dit uitvoeringsprogramma is een uitwerking van de Landelijke kwaliteitscriteria VTH 2.2, die op 1 juli 2019 in werking zijn getreden. Inmiddels ligt er een geactualiseerde set kwaliteitscriteria (versie 2.3, zomer 2022) in verband met de aankomende in werking treden van de Omgevingswet. Deze Landelijke kwaliteitscriteria zijn bedoeld om de uitvoering van vergunningverlening (de VTH-taken) door gemeenten en provincies in het Omgevingsrecht te professionaliseren en de kwaliteit in de organisatie te borgen. De criteria gaan over proces, inhoud en kritieke massa. Om uitvoering te kunnen geven aan deze Landelijke kwaliteitscriteria is per 1 januari 2013 de RUD Limburg Noord opgericht. Dit is een netwerk samenwerking van alle Noord- en Midden Limburgse gemeenten en provincie Limburg, inmiddels per 1 januari 2018 geformaliseerd in een GR-vorm. In het kader van deze netwerk samenwerking blijven de individuele gemeenten het bevoegde gezag over de eigen beleidscyclus (BIG-8). In deze beleidscyclus valt onder Planning & Control o.a. een uitvoeringsprogramma. Om te voorkomen dat iedere gemeente zelf het wiel moet gaan uitvinden is binnen het RUD samenwerkingsverband gekozen om deze format gezamenlijk te ontwikkelen met de mogelijkheid om lokale aanvullingen te geven.
De regionale format van dit uitvoeringsprogramma is tot stand gekomen door een ambtelijke afvaardiging van de RUD-gemeenten. Voor u ligt het Uitvoeringsprogramma 2023, waarin wettelijke taken, bestuurlijk gewenste projecten en lokale aandachtspunten zijn samengebracht. De regionale probleem- en risicoanalyse (herziene versie 2017) vormt mede de basis voor dit uitvoeringsprogramma. Doelstelling van dit uitvoeringsprogramma is: 1) een duidelijke verbinding met de gestelde prioriteiten en doelstellingen; 2) een weergave van de concrete activiteiten voor vergunningverlening en toezicht & handhaving, inclusief de bijbehorende activiteit. 3) een uitwerking van het uitvoeringsprogramma in een concrete werkplanning voor alle betrokken organisatieonderdelen. Dit uitvoeringsprogramma is daarmee de uitwerking van de visie van onze gemeente op het terrein van het omgevingsrecht, zoals is vastgelegd in de relevante beleidsdocumenten met betrekking tot het omgevingsrecht, zoals coalitieprogramma, structuurvisies en inhoudelijke beleidsdocumenten. Een geactualiseerd Beleidsplan Omgevingsrecht, waarin deze samenhang van strategie en uitvoering nader zal worden beschreven, wordt nog voorbereid. Ten behoeve van de realisatie van dit uitvoeringsprogramma is tussen de drie MER-gemeenten en de MER-OD een proces afgesproken.
De inhoudelijke voorbereiding van dit uitvoeringsprogramma heeft ambtelijk plaatsgevonden. Autonome wettelijke taken zijn vertaald – samen met de inhoudelijk betrokken professionals – in verwachte tijdsbesteding, op basis van aantallen en kengetallen
5
Uitvoeringsprogramma 2023 MER-Omgevingsdienst
(benodigde tijd per product). Hierbij zijn verwachte of reeds doorgevoerde wettelijke of decentrale ontwikkelingen meegenomen. Er is kritisch gekeken naar kengetallen. Op een enkel onderdeel heeft dit geleid tot een aanpassing van het kengetal naar boven of beneden, een en ander op basis van de meest recente inzichten. Vooraf en tussentijds in het proces is overleg gevoerd met betrokken portefeuillehouders. Bestuurders zijn daarmee zoveel mogelijk in positie gebracht om hun bestuurlijke input (lees: lokaal gewenste aandachtspunten en projecten) te kunnen geven en noodzakelijke afwegingen te kunnen maken rondom capaciteit, formatie en prioriteiten. Daarmee hebben de bestuurders regie kunnen voeren op de totstandkoming van het uitvoeringsprogramma en daarmee de opdracht die aan de ambtelijke organisatie wordt gegeven. Het eindconcept van het uitvoeringsprogramma is uiteindelijk ter besluitvorming aangeboden aan het DB van het Servicecentrum MER en vervolgens aan de drie colleges van Maasgouw, EchtSusteren en Roerdalen.
Leeswijzer Allereerst worden in hoofdstuk 1 de belangrijkste ontwikkelingen kort beschreven. In hoofdstuk 2 wordt de beleidscyclus beschreven, waarvan dit Uitvoeringsprogramma een onderdeel vormt. In de verdere opbouw van dit uitvoeringsprogramma is gekozen voor een indeling op basis van de zogenaamde 5W-vragen, zodat er een duidelijke relatie gelegd kan worden met de gemeentelijke begroting: -
-
-
Wat willen we bereiken? (hoofdstuk 3) Hier wordt (kort) een relatie gelegd met het beleidskader van de gemeente. Wat gaan we daarvoor doen? (hoofdstuk 4) In dit omvangrijke hoofdstuk worden de taken beschreven die dit jaar worden uitgevoerd. Werkzaamheden (activiteiten) worden uitgedrukt in aantallen, kengetallen en frequenties. Op die wijze wordt benodigde capaciteit in beeld gebracht. Het gaat om taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, waarbij ook wordt ingezoomd op de specialistische taken die daarvoor nodig zijn (juridisch, bodem, geluid, externe veiligheid, brandveiligheid, etc). Wanneer worden de taken uitgevoerd? (hoofdstuk 5) Kort wordt beschreven wanneer de geplande/geprognotiseerde werkzaamheden worden uitgevoerd. Wat gaat het kosten? (hoofdstuk 6)
6
Uitvoeringsprogramma 2023 MER-Omgevingsdienst
-
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de kosten die de uitvoering van de beschreven taken met zich meebrengen en wordt een relatie gelegd met de begroting waarin de benodigde middelen dienen te zijn geborgd. Welke restrisico’s zijn aan de orde? (hoofdstuk 7) Dit hoofdstuk gaat in op de (bestuurlijke) restrisico’s die voortvloeien uit de prioritering van taken in dit Uitvoeringsprogramma. Een prioritering die heeft plaatsgevonden op grond van een vastgestelde probleem- en risicoanalyse en die noodzakelijk is in verband met de veelheid van taken versus de beperkingen die (mogelijk) aanwezig zijn op basis van beschikbare capaciteit.
1. Ontwikkelingen 1.1 Landelijke ontwikkelingen Omgevingswet De nieuwe Omgevingswet integreert 26 wetten en beoogt het realiseren van ruimtelijke projecten gemakkelijker te maken. Voor de overheid door meer samenhang tussen verschillende plannen, waardoor de kaders voor projecten eenduidiger worden en initiatieven sneller kunnen worden gerealiseerd. Voor ondernemers en burgers omdat vergunningen, die nu nog los van elkaar worden verstrekt, in één vergunning worden ondergebracht. Inhoudelijk moet die vergunning nog steeds aan dezelfde voorwaarden en procedures voldoen als nu, zoals eisen vanuit milieu, natuur en andere omgevingskwaliteiten. Ook zullen gemeenten en provincies beleidsmatige eisen blijven stellen. De voorbereidingen op deze gigantische wetgevingsoperatie zijn al twee jaar in volle gang. Binnen de MER-gemeenten zijn projecten opgestart om de organisaties voor te bereiden op de komst van deze Omgevingswet en de implementatie van deze wetgevingsoperatie ter hand te nemen. Daarin trekken de drie MER-gemeenten en Servicecentrum samen op. Een kwartiermaker, ingehuurd via een extern bureau, werkt samen met de gemeentelijke projectleiders – vanuit de gezamenlijk opgestelde Projectopdracht: Omgevingswet en DSO “Samen wat kan, lokaal wat moet“ – aan de opgaven die met de komst van de Omgevingswet en het DSO samenhangen.
Dit gaat verder dan alleen de technische aansluiting van de Landelijke Voorziening (de
7
Uitvoeringsprogramma 2023 MER-Omgevingsdienst
nieuwe OLO), maar heeft ook betrekking op de meer beleidsmatige en regelgevende aspecten van de Omgevingswet, en raakt daarbij ook onderwerpen als dienstverlening en zaakgericht werken. De MER gemeenten en de MER-OD hebben afgesproken om de taken in het kader van de Omgevingswet gezamenlijk uit te werken aan de hand van de ´Minimale Actielijst van de VNG´. Deze (landelijke) minimale actielijst is opgenomen in de genoemde projectopdracht. Deze opdracht is zowel door de Stuurgroep Omgevingswet / DSO als door de drie colleges van B&W vastgesteld. Het overzicht van minimale acties Omgevingswet laat zien wat gemeenten minimaal moeten regelen, om klaar te zijn voor de invoering van de Omgevingswet. In onderstaande opsomming de lijst met minimale acties, waarin met de MER-OD is afgesproken om capaciteit te leveren voor het gezamenlijk kunnen uitwerken van deze acties met de moedergemeenten. Minimale Acties VNG: 1. Ambities, strategie, aanpak en financiën bepaald; 2. Kunnen ontvangen aanvragen en meldingen; 3. Proces behandelen vergunningaanvragen en meldingen ingericht; 4. Kunnen beoordelen vergunningaanvragen 5. Kunnen aanleveren indieningsvereisten 6. Gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit ingesteld 7. Vergunningverlening aangepast op de Wkb 8. Proces verkennen initiatief ingericht 9. Participatie bij initiatieven ingericht 10.
Kunnen opstellen en aanleveren vragenbomen vergunningcheck 11. Snelle dienstverlening voor topactiviteiten ingericht 12. Toezicht en Handhaving ingericht 13. Toezicht en handhaving aangepast aan de Wkb 14. Kunnen wijzigen omgevingsplan 15. Kunnen werken met tijdelijk omgevingsplan 16. Plan(ning) gemaakt voor een nieuw omgevingsplan 17. Programma luchtkwaliteit vastgesteld 18. Kennis vergaard over kerninstrument programma 19. Omgevingsvisie in voorbereiding 20. Monitoring en evaluatie ingericht 21. Kunnen uitvoeren gedecentraliseerde bodemtaken 22. Kunnen toepassen procedures en regels voorkeursrecht en onteigenen 23. Kunnen toepassen procedures en regels kostenverhaal 24. Legesmodel, mandaatregelingen en verordening planschade aangepast 25. Financiële arrangementen met uitvoeringsdiensten herzien 26. Verstrekken informatie over de Omgevingswet 27. Veranderopgave na 2022 bepaald Voor de werkzaamheden van de MER-Omgevingsdienst verandert er heel wat na in werking treding van de OW. Processen worden anders, onze houding ten opzichte van de klant wijzigt (participatie), regels moeten ‘toepasbaar’ worden gemaakt, de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen’ (WKB, zie ook hierna) moet worden voorbereid, specialisten moeten worden ingezet bij het opstellen van (pilot)omgevingsplannen. Om al die voorbereidende werkzaamheden goed te begeleiden en daarin
8
Uitvoeringsprogramma 2023 MER-Omgevingsdienst
samenhang te brengen, heeft de MER-OD twee projectleiders Omgevingswet aangesteld. Deze twee projectleiders geven sturing aan een projectorganisatie die bestaat uit een 12-tal deelprojectgroepen. Deze deelprojecten hebben ieder een opdracht/plan van aanpak en een zogenoemde facilitator (trekker). Er zijn onder andere deelprojecten voor het initiatievenproces, het vergunningenproces, de legesverordening, toepasbare regels, advisering omgevingsplannen en toezicht & handhaving. Zie verder ook paragraaf 4.4.2. Belangrijk is het voorbereiden van scholing van medewerkers, zowel op inhoudelijke kennis als op de voor het werken met de Omgevingswet vereiste vaardigheden (houding en gedrag). Zie hiervoor ook de toelichting bij paragraaf 1.3 Lokale ontwikkelingen. Daar waar mogelijk en zinvol wordt hiervoor de kennis en het netwerk van de RUD LN ingezet en gebruik gemaakt van het scholingsprogramma dat wordt aangeboden binnen de RUD-academy. Een nadrukkelijke link ligt er ook met de in 2023 voorziene ingebruikname van de nieuwe applicatie Rx.Mission. Zie hiervoor verder de specifieke toelichting op dat onderwerp hierna bij paragraaf 1.2 Regionale ontwikkelingen. Update naar aanleiding van uitstel OW Op 14 oktober 2022 is bekend geworden dat de OW wordt uitgesteld, minimaal tot 1-7-2023 en mogelijk zelfs langer.
Deze onzekerheid maakt het lastig om een inschatting te maken van de uren die in 2023 benodigd zullen zijn voor dit omvangrijke project. Zeker is dat een aantal werkzaamheden binnen de genoemde deelprojecten (grotendeels) is afgerond. Zo is er een initiatievenproces vormgegeven, zijn nieuwe vergunningprocessen uitgewerkt, zijn de effecten van de WKB in beeld gebracht en is veel tijd besteed aan het opzetten van een OW-proof legesverordening/tarieventabel. Maar er is nog veel te doen. Bovendien zal er bijgeschaafd en gefinetuned moeten worden in de processen/afspraken/activiteiten die wel gereed zijn. Bijvoorbeeld in genoemd initiatievenproces: OD en gemeenten willen graag starten met dit (meer klantfaciliterende) initiatievenproces. Afgezien van het feit dat ook dit proces an sich mogelijk meer tijd gaat vragen van de OD (er ontstaan bijvoorbeeld nieuwe rollen/taken), zullen er in de eerste maanden veel leermomenten zijn en verbeteracties moeten worden uitgevoerd. Dat kost tijd. Al met al is voor het UP'23 75% van de uren van 2022 gehandhaafd. Het aantal geraamde projecturen Omgevingswet is dus teruggebracht met 25% tov 2022. Mocht de inwerkingtreding toch per 1-7-23 of 1-1-24 doorgaan, zal opnieuw moeten worden bekeken of de nu geraamde uren voor 2023 voldoende zijn of dat er alsnog aanvullende afspraken moeten worden gemaakt over extra ureninzet bij de OD.
Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen Met het uitstel van de OW is ook de in werking treding van de nieuwe Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) uitgesteld. Op 14 mei 2019 heeft de Eerste Kamer de Wkb aangenomen. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Daarnaast wordt de aansprakelijkheid van aannemers ten opzichte van particuliere en professionele opdrachtgevers uitgebreid. De wet gaat gefaseerd in. Er wordt gestart met de eenvoudigere bouwprojecten, daarna volgen eventueel de meer complexere. De Wet Kwaliteitsborging heeft drie doelen:
9
Uitvoeringsprogramma 2023 MER-Omgevingsdienst
•verbeterde (borging van de) bouwkwaliteit •verbeterde positie van de consument •stimuleren van kwaliteitsverbetering en faalkostenvermindering Het bouwproces onder de Wkb Om de doelen van de Wkb te bewerkstelligen wordt het proces voor vergunningverlening in tweeën opgeknipt: •De ruimtelijke component (toets aan omgevingsplan en -veiligheid): deze loopt via de gemeente (MER-OD). •De bouwtechnische component: hiervoor wordt de papieren toets op het bouwplan vooraf vervangen door toetsing in de praktijk op het bouwwerk zoals gebouwd. De vergunninghouder wordt verplicht een onafhankelijke kwaliteitsborger in te schakelen die tijdens de bouw toetst op conformiteit met de bouwtechnische voorschriften uit het Bouwbesluit en verklaart of de getoetste onderdelen aan de voorschriften voldoen. Dit wordt bij private partijen belegd. Het bouw- en woningtoezicht, zoals gemeenten dat nu uitvoeren, wordt een taak van marktpartijen. Een verklaring van de kwaliteitsborger zal bij oplevering voorwaarde zijn voor ingebruikname. De MER-OD heeft de formatieve en financiële gevolgen van deze wet in beeld gebracht (“structurele effecten”). Uitkomsten van deze impactanalyse worden meegenomen in het Uitvoeringsprogramma 2024 (bij in werking treding per 1-7-2023 of 1-1-2024). Met andere woorden: in dit UP2023 wordt nog niet voorgesorteerd op de gevolgen van de OW en WKB.
Stikstofproblematiek – recente uitspraak Raad van State (nov ’22) Sinds 1 juli 2021 bevat de Wet natuurbescherming de bouwvrijstelling. De bedoeling daarvan was dat bij de vergunningverlening voor een project geen rekening hoefde te worden gehouden met de stikstofuitstoot van bepaalde bouwactiviteiten. Het werd hierdoor eenvoudiger om vergunningen te verlenen voor bouw- en infrastructurele projecten. Volgens de wetgever leidde de bouwvrijstelling niet tot aantasting van Natura 2000-gebieden dankzij een breder ‘robuust en effectief pakket aan maatregelen’. Volgens de wetgever leidt dit totale pakket van maatregelen, samen met de autonome daling van de stikstof, op een landelijk ‘hoger schaalniveau’ tot een zodanig grote verbetering van de natuur, dat de stikstofgevolgen van activiteiten tijdens de bouwfase daartegen zouden wegvallen. Deze bouwvrijstelling stikstof voldoet echter niet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bij uitspraak van 2 november 2022 bepaald dat de bouwvrijstelling niet gebruikt mag worden bij bouwprojecten. Hoewel de bouwvrijstelling daarmee van tafel is, betekent dat niet dat er nu een algehele bouwstop geldt. Net als in de situatie vóórdat de bouwvrijstelling werd ingevoerd, blijft het mogelijk om per project onderzoek te doen naar de mogelijke gevolgen van de uitstoot van stikstof.
10
Uitvoeringsprogramma 2023 MER-Omgevingsdienst
Eind november 2022 zal de Kamer door het kabinet worden geïnformeerd over de impact van de uitspraak en oplossingsrichtingen. Tot die tijd en waarschijnlijk ook daarna zal er bij elk bouwplan (lees: elke aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen) een aparte stikstofberekening (de zogenoemde aeriusberekening) moeten worden uitgevoerd. In zijn algemeenheid zal dat met name de grote(re) bouwprojecten/bestemmingsplanprocedures en bouwprojecten die in de nabijheid van een Natura 2000 gebied liggen tot een extra afweging in het vergunningproces leiden. In MER-verband zijn enkele kaderstellende uitgangspunten afgesproken waarbinnen wel wat mogelijk is zonder specifieke aeriusberekening. Bijvoorbeeld de bouw van een woning op een bepaalde afstand van een natura 2000 gebied, kleine verbouwingen etc. Dus in plaats van een algehele vrijstelling voor de bouwfase een vrijstelling onder voorwaarden/binnen bepaalde kaders. Deze toetsing aan stikstofuitstoot levert extra werk op voor de milieuadviseurs van de MEROmgevingsdienst. Met deze extra uren is in dit UP deels rekening gehouden. Slechts deels, omdat niet exact duidelijk is welke impact deze nieuwe werkwijze gaat hebben op de werkzaamheden in het kader van de vergunningverlening bij de OD.
Bodem Overdracht bodemtaken van provincie naar gemeenten Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet – vooralsnog gepland op 1-7-2023 – worden gemeenten bevoegd gezag voor taken op grond van de Wet Bodembescherming die nu onder de provincie vallen. In 2019 is gestart met een ‘warme overdracht’ om deze taakoverdracht soepel te laten verlopen. Voor de uitvoering gelden specifieke eisen voor de deskundigheid van medewerkers (kwaliteitscriteria). Er is in opdracht van de RUD LN onderzoek gedaan naar de effecten van deze overdracht, bijvoorbeeld naar de vraag welke kennis en capaciteit noodzakelijk is en op welke wijze de nieuwe taken kunnen worden ingevuld. In dit UP zijn – gekoppeld aan het project Omgevingswet – uren opgenomen in verband met de voorbereidingen op deze taakuitbreiding op het gebied van bodemsanering voor de gemeenten (uitvoering bij MER-OD). De MER-OD wil hierin in de regio mee aan stuur zitten. Er wordt gewerkt aan een regionale kennisgroep van bodemspecialisten, zowel op beleidsmatig als uitvoerend niveau, die meer gaan samenwerken in het vakgebied en op die wijze de gemeenten (in ons geval de MER-OD) beter kunnen adviseren.
Versterking omgevingsdiensten – rapport ‘Om de Leefomgeving’ commissie Van Aartsen Op verzoek van de staatssecretaris van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft een commissie onder leiding van Jozias van Aartsen een onderzoek uitgevoerd naar de werking van het huidige VTH-stelsel en mogelijkheden tot versterking van het (landelijke) stelsel voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. De uitkomsten en 10 aanbevelingen zijn verwerkt in het rapport “om de leefomgeving”, dat op 4 maart 2021 is gepubliceerd. Het rapport Van Aartsen zal naar verwachting deel uitmaken van het nieuwe regeerakkoord. De conclusies en aanbevelingen uit het rapport hebben ook gevolgen voor de RUD Limburg Noord, de netwerkorganisatie waarin de gemeenten Maasgouw, Echt-Susteren en Roerdalen (gebundeld in de MER-Omgevingsdienst) met de andere gemeenten in Noord-Limburg samenwerken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Het rapport vormt aanleiding voor een versnelling en verdieping van het reeds lopende verbetertraject binnen de RUD LN. Zie ook hierna bij regionale ontwikkelingen. De aanbevelingen van ‘Van Aartsen’ worden geïntegreerd in dit
11
Uitvoeringsprogramma 2023 MER-Omgevingsdienst
verbetertraject. Op deze wijze werkt de RUD LN niet alleen aan de door haar zelf gesignaleerde verbeteracties (“Schouders eronder”), maar wordt tevens aangesloten op deze landelijk ingezette verbeterslag met betrekking tot de werking van het VTH-stelsel.
1.2 Regionale ontwikkelingen Verbeterplan ‘Schouders eronder’ en Plan van Aanpak Ontwikkeling RUD LN De RUD Limburg-Noord is vanaf januari 2013 operationeel. De RUD is een samenwerkingsverband van de vijftien Noord- en Midden-Limburgse gemeenten en de Provincie Limburg. De partners binnen de RUD Limburg-Noord hebben destijds gekozen voor een netwerkmodel als organisatievorm en een bestuursovereenkomst als juridische basis. Per 1 januari 2018 is (ook) de RUD LN ingericht als een openbaar lichaam (OL) op basis van een Gemeenschappelijke Regeling (GR). Dit nieuwe organisatiemodel voldoet aan de eisen, waaraan een toekomstbestendige RUD moet voldoen. Dit model komt tegemoet aan de volgende voorwaarden voor een moderne (regionale) samenwerkingsorganisatie: 1. Efficiënt, bundeling van expertise (voldoen aan de kwaliteitseisen, incl. opleidingen en vlieguren); 2. Level playing field (gelijke behandeling van burgers en bedrijven in de regio); 3. Het moet mogelijk zijn meer of minder taken in te brengen dan het huidige pakket (tot uiteindelijk Wabo-breed); 4. Het moet mogelijk zijn om vanuit de deelnemers uitvoerende formatie in te brengen (alle risico’s en kosten voor de betreffende formatie blijven bij de inbrengende deelnemer); 5. De organisatie moet zich steeds kunnen aanpassen aan de ontwikkelingen in de maatschappij; 6.
Het model moet toekomstbestendig zijn (duurzaam en perspectief biedend). Bij de oprichting van de GR RUD Limburg Noord is het beslisdocument opgesteld. Daarin is onder andere opgenomen dat de directeur jaarlijks een evaluatie initieert door middel van het opstellen van een evaluatieplan. Deze evaluatie is in 2019 uitgevoerd door bureau Lysias. Lysias heeft in december 2019 een aantal conclusies neergelegd en een advies gegeven over de te nemen maatregelen die in hun ogen nodig waren om het effectief functioneren van de RUD Limburg Noord mogelijk te maken. Hierbij heeft men als beoordelingskader de volgende 6 aspecten gehanteerd: - Integraliteit - Governance en sturing - Kwaliteit(s)criteria - Samenwerking, informatie-uitwisseling - Processen, planning en technologie - Resultaatgericht, leren, innoveren. Daarnaast is gekeken naar de diverse gremia die in de organisatie van de RUD LN een rol spelen: - Bevoegde gezagen - Bestuur (AB en DB) - Partners in de keten
12
Uitvoeringsprogramma 2023 MER-Omgevingsdienst
- Coördinatiecentrum - Medewerkers gemeenten - Management (van RUD taken bij deelnemers en aansturing door directeur) De maatregelen die Lysias voorstelde zijn gekoppeld aan deze gremia. Het zijn dus geen technische oplossingen, maar ze gaan vooral over wijzigingen in de aanpak of de manier hoe de diverse gremia (onderling) opereren of zich tot elkaar verhouden. Door dit aan te passen wordt de RUD Limburg Noord effectiever. Tijdens een grote werkconferentie in kasteel Groot Buggenum te Grathem werden door bestuurders, managers en medewerkers de conclusies en aanbevelingen van Lysias breed onderschreven. Er werd een ‘Verklaring van Groot Buggenum’ opgesteld. Het DB verstrekte op 25 maart 2020 de opdracht aan de directeur om de uitwerking van de maatregelen die waren besproken in Grathem en op hoofdlijnen waren vastgelegd in de genoemde verklaring, ter hand te nemen. In de 2e helft van 2020 is gewerkt aan een verbeterplan. Dat heeft in eerste instantie geleid tot een rapport ‘Maatregelen Governance RUD Limburg Noord’. Dit rapport is bekrachtigd in het DB (20 september 2020) en AB RUD (8 oktober 2020). Het komt nu aan op uitvoering van de verbeteracties. Deze zijn inmiddels gebundeld in een bestuurlijk geaccordeerd Plan van Aanpak Ontwikkeling RUD LN.
Ten behoeve van de uitvoering van het plan van aanpak is in 2022 een projectorganisatie opgetuigd (met een ambtelijk kernteam, deelprojectgroepen en een aantal op specifieke deelprojecten aangehaakte bestuurders). Het verbetertraject zal doorlopen tot en met 2024. Voor het verbetertraject zijn aanvullende middelen gevraagd aan de gemeenten. Deze zijn najaar 2022 via een begrotingswijziging geformaliseerd. Het accent van die verbeteracties ligt in de wijze van opstellen, uitvoeren en monitoren van het regionale Uitvoeringsprogramma, het verbeteren van het functioneren van de kennisgroepen en deskundigenpools, het zoeken naar meer betekenis en daadkracht in de werkwijze van het Lijnmanagersoverleg RUD (LMO) en de versterking van de positie van de RUD-directeur. Daarnaast wordt gewerkt aan het benoemen en uitzetten van aanvullende verbeteracties die aansluiten op de aanbevelingen van het rapport ‘Van Aartsen’. Daarmee wordt het eigen verbetertraject gekoppeld aan de landelijke ontwikkelingen ter versterking van de omgevingsdiensten/RUD’s. Vanuit het landelijke IBT-programma 2022 zijn middelen beschikbaar gesteld voor verbetertrajecten bij alle RUD’s in Nederland. De RUD LN heeft een formeel verzoek ingediend om in aanmerking te komen voor deze middelen.
Project Rx.Mission – implementatie gezamenlijke VTH-applicatie Om de informatievoorziening voor de uitwisseling van werkzaamheden en de monitoring op kwaliteit en kwantiteit in de regio (cq provincie) te borgen is het noodzakelijk om te beschikken over een gezamenlijk VTH systeem. In oktober 2018 is de realisatie en het onderhoud hiervan gegund aan ROXIT BV. In de aanbestedingsprocedure is rekening gehouden met de mogelijkheid om alle Limburgse overheidsorganisaties aan te laten sluiten op deze applicatie: Squit20/20. Dit gebeurt in een provinciebreed samenwerkingsproject, SGIV genaamd. Met de implementatie van het VTH systeem zijn alle deelnemende partners in dit SGIV-project (en dus ook de MER-gemeenten) klaar voor de Omgevingswet op ICT vlak. In de originele planning zou het merendeel van de gemeenten binnen SGIV in 2019 over gaan op Squit20/20. Door diverse oorzaken, zoals de innovatieve aanpak waarbij meerdere deelnemers en
13
Uitvoeringsprogramma 2023 MER-Omgevingsdienst
organisaties in één applicatie gaan werken en de daarmee samenhangende eisen vanuit de AVG, was de applicatie echter niet voldoende voor ingebruikname. Het implementatietraject heeft hierdoor enorme vertraging opgelopen. Een deel van de gemeenten is inderdaad wel live gegaan met Squit20/20, maar een deel – waaronder de MER-OD – niet. Ondertussen heeft de leverancier gewerkt aan een verbeterde versie van Squit20/20, genaamd Rx.Mission. Momenteel loopt het traject om alle deelnemers binnen het SGIV-project (alle gemeenten in Limburg behalve Maastricht en Kerkrade, beide RUD’s, de provincie, de twee Veiligheidsregio’s en het Waterschap) de overstap te laten maken naar dit nieuwe systeem. Vóór de zomer 2023 zullen alle genoemde partners deze nieuwe applicatie in gebruik hebben genomen. De MER-OD staat nu gepand voor juni ’23. De voorbereidende werkzaamheden voor de ingebruikname van Rx.Mission vergen veel extra inzet van medewerkers, veel meer dan aanvankelijk aangenomen bij de start van het project in 2018. Dat betekent dat de reguliere werkzaamheden onder druk komen te staan. Met de voorziene externe ondersteuning die nodig is om deze druk op te vangen, is in dit UP rekening gehouden (zie paragraaf 4.4.2). Afstemming met de ontwikkelingen rondom de implementatie van de Omgevingswet – bijvoorbeeld het in gebruik nemen van het DSO – is daarbij van groot belang.
Regionale aanpak energie Intensivering van energiebesparing en het vergroten van het aandeel duurzaam opgewekte energie zijn belangrijke speerpunten van overheden. In het Energieakkoord 2013 is vastgelegd dat gemeenten en provincies prioriteit moeten geven aan handhaving van de energiebesparingsverplichtingen in de Wet milieubeheer. Vanaf 1 juli 2019 geldt een meldingsplicht voor middelgrote en grote energieverbruikers om te komen tot energiebesparende maatregelen en er geldt een verplichting voor het opstellen van energieaudits (in het kader van de EED) voor grote bedrijven. Hierdoor kan gericht toezicht gehouden worden op bedrijven die nog niet voldoen aan de energiebesparingsplicht van het Activiteitenbesluit. Door een gezamenlijke aanpak van het energietoezicht in de RUD Limburg Noord worden energiespecialisten en toezichthouders opgeleid, worden efficiencyvoordelen behaald, vindt een gelijke aanpak in de regio (level playing field) plaats en wordt de kwaliteit geborgd. Er wordt gewerkt aan het opzetten van een ‘pool’ van energiespecialisten in de regio. De MEROD heeft reeds een energiespecialist in haar gelederen, een tweede specialist wordt opgeleid en voert al bepaalde werkzaamheden uit. In dit Uitvoeringsprogramma wordt aangegeven welke concrete werkzaamheden worden uitgevoerd op het gebied van energie(toezicht) voor de drie MER-gemeenten.
De RUD Limburg Noord coördineert de opleidingsbehoefte, bewaakt kwaliteit en ondersteunt de uitvoering. In deze coördinatie speelt de energiespecialist van de MER-OD een belangrijke rol. Deze ureninzet ten behoeve van de regio wordt vergoed.
14
Uitvoeringsprogramma 2023 MER-Omgevingsdienst
De kennis rondom het thema energie die bij de MER-OD aanwezig is wordt niet alleen ingezet in de uitvoerende (wettelijke) taken, maar ook in de advisering naar de drie MER-gemeenten met betrekking tot initiatieven en ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid. Speciale Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUK THE) Naast de wettelijke energiebesparingsplicht voor bedrijven die per jaar minimaal 50.000 kWh aan elektriciteit en/of 25.000 m3 aardgas verbruiken, geldt er per juli 2019 ook een Informatieplicht energiebesparing voor specifiek aangeduide bedrijven. Deze bedrijven zijn verplicht om aan de overheid hun energiebesparingsmaatregelen te rapporteren. Om het toezicht op deze energieinformatieplicht te versterken, stelt het Rijk de komende jaren (vooralsnog t/m 2026) extra middelen beschikbaar aan de omgevingsdiensten in Nederland. Voor de RUD LN bedragen deze extra middelen (afgerond) 4 ton per jaar. Er gelden wel voorwaarden voor het beschikbaar krijgen van deze middelen. Eén van de voorwaarden is dat er minimaal één (coördinerend) toezichthouder energie wordt ondergebracht bij de RUD LN zelf. De RUD LN heeft deze uitkering aangevraagd. In 2023 zal bekeken worden hoe invulling wordt gegeven aan de specifieke voorwaarden voor deze uitkering.
1.3 Lokale ontwikkelingen Dienstverlening 2013 tot nu: van Wabo-balies naar werken op afspraak De MER-OD is belast met de uitvoering van de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dit zijn voor een groot deel zogenaamde ‘backoffice taken’, maar daarnaast zorgen de specialisten dienstverlening van de MER-OD ook in 2023 weer voor het op tijd en klantgericht afhandelen van de klantvragen van onze burgers en bedrijven, die via de vier daarvoor opengestelde kanalen (schriftelijk/post, op afspraak, digitaal en telefonisch) bij de drie gemeenten binnenkomen. Dit doen deze specialisten binnen de daarvoor met de gemeenten gemaakte kwaliteitsafspraken en de door de gemeenten gehanteerde openingstijden. De dienstverleners van de MER-OD zijn voor de burgers en bedrijven van de gemeenten Maasgouw, Echt-Susteren en Roerdalen dagelijks van ma-vr bereikbaar van 09.00 – 17.00 uur. De drie gemeenten behouden het gezicht, de klant- en ontwikkelregie. Samen met de MER-OD geven de gemeenten vorm aan voortdurende verbetering van de dienstverlening. In 2015 is door de gemeenten en MER-OD een start gemaakt met het werken op afspraak. Er is geen vrije inloopmogelijkheid meer bij de Wabo-loketten van de drie MER-gemeenten. Daarvoor in de plaats is een telefonische achtervang georganiseerd.
Ook kunnen burgers en bedrijven naar behoefte via de afsprakenmodule op de eigen gemeentelijke website een afspraak maken met een van de dienstverleners, die zich tijdens die afspraak kan laten bijstaan door een of meerdere specialisten vanuit de backoffice. Deze afspraken vinden plaats op de drie gemeenten. Normen dienstverlening Voor de hierboven benoemde tijdige afhandeling van de ingekomen klantvragen zijn met de drie gemeenten afspraken gemaakt. Er zijn normen afgesproken voor een drietal typen klantvragen: - Voor makkelijke klantvragen (vragen die direct door de dienstverlener kunnen worden afgehandeld) geldt een afhandeltermijn van 24 uur; - Voor moeilijke klantvragen (vragen die een advies van een inhoudelijk deskundig medewerker uit de backoffice behoeft) geldt een afhandeltermijn van 2 werkdagen;
15
Uitvoeringsprogramma 2023 MER-Omgevingsdienst
-
Voor complexe klantvragen (vragen die ‘multiproblem’ van aard zijn, zodanig dat hier een coördinerend medewerker regie op moet voeren) geldt een afhandeltermijn van 5 werkdagen.
Door de voortdurende aandacht voor opleiding van de dienstverleners, is er een ontwikkeling zichtbaar naar meer afgehandelde klantcontacten door die dienstverleners. Steeds beter slagen deze dienstverleners erin ook moeilijke en soms zelfs complexe vragen van de burgers en bedrijven te beantwoorden. De vragen die alsnog in de backoffice van de MER-OD belanden zijn vaak zodanig lastig van aard dat de afgesproken dienstverleningsnorm (2-5 dagen) onder druk komt te staan. Dat is zichtbaar op het dashboard. Mogelijk dienen deze normen te worden heroverwogen. Ontwikkelingen gezamenlijke MER-brede visie op dienstverlening In de door gemeenten en Servicecentrum in 2020 vastgestelde gezamenlijke dienstverleningsvisie is de visie voor de vier organisaties uitgewerkt. Het betreft een gezamenlijke visie op het gebied van externe dienstverlening en geldt voor alle domeinen van onze organisaties. Deze gezamenlijke dienstverleningsvisie is een strategische visie op dienstverlening. Lokaal beleid of richtlijnen dienen te passen binnen de gezamenlijke visie. Lokale initiatieven (gestart of nog op te starten) worden ingebracht in de MER-brede projectgroep dienstverlening, waarbij wordt bezien hoe dat het gezamenlijke proces georganiseerd wordt.
Uitgangspunt is dat lokale initiatieven die meerdere organisaties raken of waarbij meerdere organisaties zijn betrokken, enkel in gezamenlijkheid worden opgepakt: “Gezamenlijk wat kan, lokaal wat moet”. De klantvraag staat centraal in de dienstverlening van Maasgouw, Echt-Susteren, Roerdalen en het SC-MER. Die dienstverlening is zo eenvoudig mogelijk, snel en correct. Dienstverleningsprocessen worden efficiënt georganiseerd vanuit het klantperspectief. Bij de inrichting van de processen staat de klantvraag centraal, baseren we ons op de door VNG onderkende serviceformules – die aanhaken op de serviceformules van de Omgevingswet – en krijgen onze dienstverleners ruimte om maatwerk te leveren. Dienstverlening is van de vier organisaties samen en daarom organiseren we de dienstverlening gezamenlijk. We kiezen voor een projectmatige, oplossingsgerichte benadering waarbij continu gekeken wordt naar verbeteringen.
De visie bestaat uit vier pijlers: Pijler 1: De klantvraag staat centraal Pijler 2: Onze dienstverleningsprocessen zijn ingericht volgens landelijke serviceformules Pijler 3: Alle kanalen blijven open, maar we verleiden de klant met het digitale kanaal Pijler 4: Kwaliteit: Normstelling en verbetering Vanuit de klankbordgroep Dienstverlening wordt op basis van deze visie ook in 2023 verder gewerkt aan verbetering van de dienstverlening, waarbij harmonisatie van dienstverleningsprocessen – daar waar dit leidt tot efficiëntere organisatie voor de dienstverleners en daarmee tot een hogere klanttevredenheid – als een belangrijk uitgangspunt geldt. Zo is in 2020 door de projectgroep uitvoering gegeven aan de opdracht om de dienstverleningsprocessen via de kanalen digitaal, telefonie en balie te herontwerpen. In 2021 is gestart met projecten om uitvoering te geven aan deze
16
Uitvoeringsprogramma 2023 MER-Omgevingsdienst
doorontwikkeling, bijvoorbeeld de projecten ‘verbetering telefonische bereikbaarheid’, ‘Eformulieren’ en het programma rondom ‘Zaakgericht Werken’. In 2023 zal de klankbordgroep dienstverlening verder gaan – op basis van een prioritering die in afstemming met de gemeenten, het Breed Directie Beraad en het Dagelijks Bestuur van het Servicecentrum MER wordt bepaald – met het oppakken van deelprojecten die leiden tot verbetering van de dienstverlening. Daarbij zal nadrukkelijker dan voorheen gekeken worden naar het opstellen van een plan, een planning, een prioritering en een relatie met eventueel benodigde extra middelen worden gelegd. Specifiek voor de MER-OD in 2023: verder voorbereiden op de Omgevingswet De capaciteit voor dienstverlening wordt – zo blijkt uit bovenstaande – niet alleen ingezet voor het opvangen van de directe klantcontacten, maar ook ten behoeve van de doorontwikkeling van de dienstverlening. Dat gaat over de inzet van MER-OD medewerkers in de hierboven genoemde MERbrede ontwikkelingen, maar heeft ook te maken met de veranderopgave rondom de komst van de Omgevingswet per 1 juli 2023. In de vorm van een verandertraject (denk aan actieve workshops en communicatietraining) worden medewerkers opgeleid/meegenomen in de wijze waarop zij dichter bij de burger/bedrijf en zijn vraag kunnen komen.
Het gaat om het ontwikkelen van houding en gedrag, dat nog meer dan nu is gericht op een (pro-)actieve, helpende, onderzoekende attitude. Dit sluit aan bij de uitdagingen van een aankomende Omgevingswet, waarin dit faciliteren (daar ook wel participeren genoemd) nadrukkelijk als onderlegger is ingebouwd. Zie voor dit project ook paragraaf 4.4.2 van dit uitvoeringsprogramma. Binnen dit traject passen de hieronder puntsgewijs beschreven (reguliere) verbeteraspecten, zoals die door de MER-OD de laatste jaren steeds worden toegepast. Ook bij deze kwaliteitsverbeteringen is regie vanuit de MER-brede projectgroep Dienstverlening noodzakelijk.
Sturing op gebruik digitale kanaal; Het verder doorontwikkelen en stimuleren van werken op afspraak (vooroverleg); Het kritisch volgen en waar mogelijk sturen op verkorting van de doorlooptijden van de procedures; hierbij zijn de nieuwe werkprocessen van de Omgevingswet leidend; Het continu uitvoeren van de NPS (onderzoeksmethodiek naar klanttevredenheid) op Vergunningverlening en mogelijk ook toezicht en dienstverlening zelf en het gebruiken van de NPSanalyses om de organisatie van het werk binnen de MER-OD te verbeteren; ter aanvulling hierop wordt de mogelijkheid onderzocht om tweejaarlijks een externe klanttevredenheidsmeting uit te voeren; Het verder professionaliseren van het digitale (website, e-formulieren) en telefonische kanaal; Het verbeteren van de producten- en dienstencatalogus / FAQ’s op de gemeentelijke websites; Het professionaliseren van de ‘kennisbank dienstverlening’ bij de MER-OD; Verbetering communicatie tussen gemeente en MER-OD, bijv.
betere informatie-uitwisseling over beleid/actuele ontwikkelingen binnen organisatie; Het verbeteren van de aansluiting van het 1e contact van de klant met dienstverlening op het vervolgproces indien uit het 1e contact cq vooroverleg een formele aanvraag volgt; dit zal in 2023 ‘opgaan’ in het nieuwe initiatievenproces waarmee de gemeenten en MER-OD – vooruitlopend op de formele inwerkingtreding van de Omgevingswet – willen starten;
17
Uitvoeringsprogramma 2023 MER-Omgevingsdienst
Verbetering van de ondersteuning vanuit cluster DIV van de afdeling Bedrijfsvoering: een substantieel aantal klantcontacten heeft betrekking op het opvragen van dossiers (oude bouwvergunningen, bodemrapporten, etc.); daarbij is ondersteuning nodig van het cluster DIV; deze ondersteuning verliep ook in 2022 nog altijd niet optimaal, niet in de laatste plaats door het ontbreken van een deugdelijk archiefsysteem en gebrek aan afspraken over de aanlevering van deze archiefstukken (Wie doet wat? Wie is eigenaar?); doorontwikkeling van het cluster DIV en betere procesafspraken zijn randvoorwaardelijk voor een betere dienstverlening door de MER-OD; dit verbeterissue maakt deel uit van het verbeterplan Informatiebeheer en zal in 2023 verder worden opgepakt; Het organiseren van werksessies met externe stakeholders in het dienstverlenings- en vergunningsproces, bijvoorbeeld architecten en adviseurs of ondernemers; dit in navolging van eerdere initiatieven op dit gebied (Excellente dienstverlening Roerdalen, sessie met architecten, inloopavonden burgers en bedrijven); in Maasgouw zijn plannen om in Q1 2023 een bijeenkomst te organiseren met ondernemers, gemeentelijke medewerkers en vertegenwoordigers van de MER-OD; Het voorbereiden van de technische aansluiting van onze lokale systemen (Rx.Mission) op de Landelijke Voorziening van de Omgevingswet (project DSO); zie ook hierna.
Benodigde capaciteit 2023 dienstverlening Het aantal klantvragen lag in 2022 ongeveer op het niveau van de raming in het Uitvoeringsprogramma. Wel is een duidelijke trend waarneembaar in toename van complexiteit van de klantvragen. Daarbij is de ondersteuning vanuit het cluster DIV nog niet optimaal en zijn er aanhoudende issues op het gebied van ontsluiting van archiefstukken, waardoor veel meerwerk aan de orde is bij de dienstverleners van de MER-OD. Daarnaast blijkt capaciteit nodig voor het kunnen participeren in de hierboven genoemde ontwikkelingen/projecten rondom verbetering dienstverlening. Voor 2023 zijn er om die reden – net als in 2022 – extra uren gevraagd, MER-breed (cumulatief) goed voor ongeveer 0,5 fte. Hiermee kan inzet/deelname aan de belangrijkste dienstverleningsprojecten worden gegarandeerd. Digitaal Stelsel Omgevingswet en Rx.Mission In paragraaf 1.1. Landelijke ontwikkelingen is reeds toegelicht welke uitdagingen er liggen in de voorbereidingen op de komst van de Omgevingswet. Een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet is de aansluiting op het Digitaal Stelstel Omgevingswet (DSO).
Daar waar nu het Omgevingsloket online (OLO) voor vergunningen, de AIM-module voor milieumeldingen en ruimtelijkeplannen.nl voor de ontsluiting van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening beschikbaar zijn, worden deze onder de nieuwe Omgevingswet samengebracht in de zogenoemde Landelijke Voorziening. Deze technische transitie moet worden voorbereid en raakt aan alle ontwikkelingen op het gebied van zaakgericht werken en dienstverlening. Een ingehuurde kwartiermaker stuurt een in 2019 gestarte MER-brede projectgroep aan, bestaande uit medewerkers van gemeenten en Servicecentrum, die werkt aan de technische voorbereidingen voor aansluiting op het DSO. De aansluiting van dit DSO op de vakapplicatie van de MER-OD (SquitXO, in Q2-2023 te vervangen door Rx.Mission) wordt voorbereid vanuit de MER-OD interne projectgroep Rx.Mission. Intensieve samenwerking in het kwadrant Omgevingswet – Rx.Mission – Dienstverlening – DIV is essentieel voor het succes van deze grote digitale opgave.
18
Uitvoeringsprogramma 2023 MER-Omgevingsdienst
Aantal bouwplannen en legesinkomsten – nieuwe legesverordening Het aantal bij de MER-Omgevingsdienst ingekomen bouwplannen lag de afgelopen jaren veel hoger dan de jaren daarvoor. De economische opleving heeft ook in de bouwsector flink doorgewerkt en de effecten daarvan stralen af op de door de MER-Omgevingsdienst uit te voeren taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Zelfs de Coronacrisis heeft geen effect gehad op de bouwsector. Integendeel: in 2022 lag het aantal bouwplannen even hoog dan in 2021, zeker in de gemeenten Maasgouw en Echt-Susteren (Roerdalen bleef minimaal achter op de raming). Ook de legesinkomsten over 2022 lagen bijgevolg dienovereenkomstig hoog. Wederom wordt de grens (peilmoment november 2022) van 3 miljoen euro MER-breed gepasseerd. Die enorme legesopbrengst was overigens niet alleen een gevolg van een toename van het aantal bouwplannen, maar ook van een toegenomen complexiteit (in omvang van de bouwdossiers). De verwachting bestaat dat 2023 een vergelijkbaar beeld zal geven. De geraamde legesinkomsten – bepaald door de gemeenten in hun begroting 2023 – zijn gelijk gehouden aan die van 2022. In hoeverre de uitspraak van de Raad van State in het stikstof-dossier hier roet in het eten gaat gooien, was ten tijde van het opstellen van dit UP nog onvoldoende duidelijk.
Per 1 juli 2023 treedt – samen met de Omgevingswet – de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen in werking. Deze wet heeft consequenties voor de werkzaamheden van de MER-OD (gedeeltelijk wegvallen van de Bouwbesluit-toets en bouwtoezicht). In samenwerking met de gemeenten is in 2022 onderzocht welke gevolgen dit voor de inhoud van de Legesverordeningen en concreet voor de hoogte van de legesinkomsten heeft. Een en ander heeft geleid tot een traject, waarbij door de drie gemeenten en MER-OD in gezamenlijkheid is gewerkt aan een uniforme, Omgevingswet-proof gemaakte legesverordening en tarieventabel, waarbij uiteindelijk alleen nog op onderdelen de concrete tarieven verschillend zijn. Een heel mooi resultaat op het gebied van ‘Samen wat kan en alleen lokaal wat moet’. Deze legesverordening treedt in werking zodra de Omgevingswet dat doet. Uitbreiding capaciteit boa-toezicht Door de drie gemeenten zijn middelen beschikbaar gesteld om het boa-toezicht met ingang van 2023 structureel uit te breiden. In Maasgouw met 700 uur, in Echt-Susteren met 2100 uur en in Roerdalen met 1140 uur. Verderop in dit UP wordt dit uitgebreid toegelicht (paragraaf 4.2.3). Voor deze uitbreiding worden de gemeenten (deels) gecompenseerd door de zogenoemde Du-uitkering van het Rijk. De MER-OD gaat deze boa-uitbreiding organiseren. Daartoe worden boa’s geworven en in dienst genomen.
Dit levert een financieel voordeel op ten opzichte van inhuur.
19
Uitvoeringsprogramma 2023 MER-Omgevingsdienst
1.4 Opdrachtgever- en opdrachtnemerschap / accounthouders Het Servicecentrum MER, en daarbinnen de Afdeling Omgevingsdienst (verantwoordelijk voor de taken zoals beschreven in dit Uitvoeringsprogramma) werkt als uitvoeringsorganisatie aan haar inhoudelijke taken in opdracht van haar drie bestuurlijke opdrachtgevers. De ondersteuning op het gebied van bedrijfsvoering die de MER-Omgevingsdienst op haar beurt nodig heeft, wordt per 1-72017 geleverd door de Afdeling Bedrijfsvoering van het Servicecentrum MER. Het Servicecentrum is een uitvoeringsorganisatie, die de wettelijke taken en de taken die voortvloeien uit lokaal beleid volgens een bestuurlijk vastgesteld programma uitvoert. Het op afstand zetten van taken, zoals in het geval van de Omgevingsdienst, maakt regievoering vanuit de opdrachtgever noodzakelijk om grip tet krijgen/houden op budgetten en de wijze waarop en mate waarin de opgedragen taken worden uitgevoerd. Tot en met 2021 vond deze regie/afstemming plaats binnen de rol van opdrachtgever en opdrachtnemer. Dit model wordt met ingang van 2022 vervangen door een account-model. Dit model is meer dan het huidige model gestoeld op gelijkwaardige samenwerking tussen MER-gemeenten en Servicecentrum.
20
Uitvoeringsprogramma 2023 MER-Omgevingsdienst
2. Plek Uitvoeringsprogramma in planning & control-cyclus Hantering van een sluitende beleids- en operationele cyclus (Big 8, zie afbeelding) is een belangrijke voorwaarde voor het resultaatgericht organiseren en sturen. Onderdeel van de landelijke set kwaliteitscriteria voor de VTH-taken zijn daarom de zogenaamde procescriteria. Het voldoen aan de procescriteria borgt een gesloten plan-do-check-act cyclus, die begint met het opstellen van een strategisch beleidskader (probleemanalyse, doelstellingen, prioriteiten), overgaat in de daadwerkelijke uitvoering van de VTH-taken (planmatig geborgd in een uitvoeringsprogramma), het monitoren van de geleverde prestaties op basis van kritische prestatie-indicatoren en eindigt (c.q. begint opnieuw) met het bijstellen van het beleid naar aanleiding van de ervaringen in de praktijk. De gemeenten in Noord Limburg hebben binnen de RUD-samenwerking de krachten gebundeld om te gaan voldoen aan deze procescriteria en hebben daartoe onder meer een regionale format voor een Uitvoeringsprogramma opgesteld, dat als basis is gebruikt voor dit Uitvoeringsprogramma van de drie MER-gemeenten. Het Uitvoeringsprogramma bevindt zich in het hart van de BIG-8, hetgeen in onderstaande figuur wordt geïllustreerd.
Uitvoeringsprogramma
21
Uitvoeringsprogramma 2023 MER-Omgevingsdienst
3. De 1e W: Wat willen we bereiken? De gezamenlijke missie/visie die de drie colleges willen bereiken, is het benutten van kansen in de uitvoering. Daar zijn ze weer: te weten het leveren van (landelijke vereiste) kwaliteit, klantgerichtheid, kostenreductie, kwetsbaarheidsvermindering en kleur lokaal (de 5K’s). Dit uitvoeringsprogramma draagt bij aan realisatie van deze missie/visie, en heeft deze doelen geconcretiseerd naar uitvoeringsniveau. Specifieker voor de uitvoering van de VTH-taken is het de gezamenlijke doelstelling dat door het verlenen van vergunningen en ontheffingen, het houden van toezicht op naleving van regels en waar nodig het afdwingen daarvan de overlast wordt beperkt, de kwaliteit van de leefomgeving wordt behouden en waar mogelijk verbeterd en de veiligheid zo veel mogelijk wordt gewaarborgd. Dit zijn immers de achterliggende doelstellingen van de wetten en regels die gelden binnen het Omgevingsrecht+. Kwaliteit: Kwaliteit manifesteert zich op verschillende manieren, bijvoorbeeld door een goed gestroomlijnd en efficiënt werkproces, de inhoudelijke kwaliteit van de producten en diensten, een adequate planning- en control-cyclus en de tevredenheid van de klant, zowel intern als extern. Kwaliteit blijkt ook uit het aantal (on)gegronde bezwaar- en beroepsprocedures.
Door de samenwerking tussen de Omgevingsdienst en de RUD voldoen de gemeenten aan de landelijke kwaliteitscriteria. Hierdoor zijn de gemeenten in Limburg Noord in staat de gewenste kwaliteit, robuustheid (en daarmee kwetsbaarheidsvermindering) en continuïteit te leveren. Uitwisseling van kennis en het investeren in de ontwikkeling van medewerkers (middels een eigen opleidingsinstituut, de RUD-academie), alsmede het aan elkaar bieden van ondersteuning bij capaciteitsvraagstukken zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. De Omgevingsdienst toetst in toenemende mate ook intern de kwaliteit van de te leveren producten en diensten. Daartoe zijn reeds in 2018 kwaliteitsaudits gestart. De audits zijn inmiddels een vast onderdeel van het binnen de Omgevingsdienst gehanteerde principe van continu verbeteren. Vanaf 2022 worden deze kwaliteitsaudits wat anders ingevuld vanwege de aankomende overstap naar een nieuw digitaal systeem: Rx.Mission. Audits en kwaliteitsimpulsen in het procesmatig werken worden nu vooral gericht op het goed leren werken met deze nieuwe applicatie. Landelijk zijn er kwaliteitscriteria opgesteld (set kwaliteitscriteria 2.3) die het fundament vormen voor een adequate uitvoering van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van het Omgevingsrecht.
Inmiddels zijn deze landelijke kwaliteitseisen geborgd in de Wet VTH en de gemeentelijke Kwaliteitsverordeningen. De criteria gaan over kritieke massa, proces en inhoud. De criteria voor kritieke massa geven een ondergrens van het aantal medewerkers en hun deskundigheid, die nodig is om activiteiten in continuïteit te kunnen uitvoeren. In het Uitvoeringsprogramma van de Omgevingsdienst is per deskundigheidsgebied met deze ondergrens rekening gehouden. Deze vorm van robuust organiseren draagt bij aan de 4e K van kwetsbaarheidsvermindering.