3. Toelichting
Tekst van het document
Het Brombemke te Sint Odiliënberg
Inhoudsopgave
T oelichting
2
3
Bestemmingsplan "Het Brombemke te Sint Odiliënberg" (ontwerp)
Toelichting
Bestemmingsplan "Het Brombemke te Sint Odiliënberg" (ontwerp)
3
Bestemmingsplan ‘Het Brombemke te Sint Odiliënberg’ Gemeente Roerdalen Vastgesteld
Bestemmingsplan ‘Het Brombemke te Sint Odiliënberg’ Gemeente Roerdalen Vastgesteld
Rapportnummer:
P03570
IMRO IDN:
NL.IMRO.1669.BPODL2023BROMBEMKE-VG01
Datum:
28 juni 2023
Opdrachtgever:
MCC installaties
Projectteam BRO:
HLe
Concept:
25 maart 2021
Voorontwerp:
9 mei 2022
Ontwerp:
20 april 2023
Vastgesteld: Trefwoorden:
Bestemmingsplan, Het Brombemke, woningbouw, Sint Odiliënberg, gemeente Roerdalen
Bron foto kaft:
Hollandse Hoogte 4
Beknopte inhoud:
Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld ten behoeve van de herontwikkeling van het Brombemke en de realisatie van zestien woningen aan het Sittert te Sint Odiliënberg in de gemeente Roerdalen BRO Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl
Inhoudsopgave
pagina
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Opbouw bestemmingsplan
5 5 6 6 8
2. GEBIEDS- EN BESLUITPROFIEL 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige ontwikkeling 2.3 Stedenbouwkundige en ruimtelijke inpassing
9 9 10 11
3. BELEID 3.1 Rijksbeleid
15 15
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) 3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid
15 16 16 17 20
3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) 20 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie van 16 december 2022) 23 3.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2021 27 3.3 Regionaal beleid 28 3.3.1 Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 t/m 2025 3.4 Gemeentelijk beleid
28 30
3.4.1 Omgevingsvisie Roerdalen 2050 30 3.4.2 Beleidsregel compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen 202231 3.4.3 Kwaliteitskader Roerdalen 31
4. OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Milieuaspecten
33 33
4.1.1 Bodem 4.1.2 Geluidhinder 4.1.3 Luchtkwaliteit 4.1.4 Externe veiligheid 4.1.5 Milieuzonering
33 34 36 37 38
Hoofdstuk 0
3
4.1.6 M.e.r.-plicht 4.2 Archeologie en cultuurhistorie
42 48
4.2.1 Archeologie 4.2.2 Cultuurhistorie 4.3 Leidingen en infrastructuur 4.4 Ecologie 4.5 Verkeer en parkeren 4.6 Waterhuishouding 4.7 Duurzaamheid
48 50 50 50 54 55 56
5. JURIDISCHE ASPECTEN 5.1 Planonderdelen 5.2 Toelichting op de verbeelding 5.3 Toelichting op de planregels
58 58 58 58
5.3.1 Inleidende regels 5.3.2 Bestemmingsregels 5.3.3 Algemene regels 5.3.4 Overgangs- en slotregels
59 59 61 62
6. HANDHAVING
63
7. HAALBAARHEID 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
64 64 64
8. PROCEDURE
66
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Ladderonderbouwing Bijlage 2: Vooronderzoek bodem Bijlage 3: Aanvullend onderzoek bodem (PM) Bijlage 4: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 5: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 6: AERIUS stikstofdepositieberekening Bijlage 7: Quickscan flora en fauna Bijlage 8: Archeologisch onderzoek Bijlage 9: Omgevingsdialoog Bijlage 10: Nota van zienswijzen
67 67 67 67 67 67 67 67 67 67 67
Hoofdstuk 0
4
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel Het voornemen bestaat om op de hoek van de Schaapsweg en ‘t Sittert te Sint Odiliënberg (gemeente Roerdalen) zestien grondgebonden woningen te realiseren.
Topografische kaart met globale aanduiding locaties (rood omlijnd)
Ter plaatse van deze locatie is het bestemmingsplan ‘1e herziening Kernen Roerdalen’ van toepassing. Deze is vastgesteld op 17 juni 2016 door de gemeenteraad van Roerdalen. Binnen dit bestemmingsplan is de planlocatie bestemd tot ‘Maatschappelijk’ en binnen deze bestemming is woningbouw niet toegestaan. Door middel van het voorliggende bestemmingsplan worden de gewenste ontwikkelingen juridischplanologisch mogelijk gemaakt.
Hoofdstuk 1
5
1.2 Plangebied De planlocatie is gelegen in het zuiden van de kern Sint Odiliënberg. De locatie staat kadastraal bekend als Sint Odiliënberg, sectie C, nummers 3029 en 4349. Binnen het plangebied is thans een leegstaand en vervallen schoolgebouw / kinderdagcentrum gelegen met daar achter een dierenweide / kinderboerderij. De locatie wordt ontsloten aan de westzijde door ‘t Sittert, waarna via de Schaapsweg en N293, de omliggende kernen bereikt kunnen worden. In de direct omgeving van de locatie liggen hoofdzakelijk burgerwoningen en nog enkele bedrijven, waaronder een notariskantoor, een bouwbedrijf, een garagebedrijf en enkele maatschappelijke functies.
Uitsnede luchtfoto met kadastrale percelen met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)
1.3 Vigerend bestemmingsplan Bestemmingsplan 1e herziening Kernen Roerdalen Onderhavige locatie maakt onderdeel uit van het vigerende bestemmingsplan ‘1e herziening Kernen Roerdalen’, zoals vastgesteld op 17 juni 2016 door de gemeenteraad van Roerdalen. Binnen het bestemmingsgebied geldt de bestemming ‘Maatschappelijk’, en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’. Tevens zijn de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone Roerdalslenk II’ en ‘Vrijwaringszone – Straalpad’ aanwezig.
Hoofdstuk 1
6
Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘1e herziening Kernen Roerdalen’ met rood omlijnd het plangebied van het planvoornemen
De beoogde ontwikkeling is strijdig met de geldende bestemming. Binnen het vigerende bestemmingsplan is het perceel bestemd tot ‘Maatschappelijk’. Ter plaatse van desbetreffende bestemming is het niet toegestaan om woningen te realiseren. Hierdoor is het niet mogelijk om ter plaatse te bouwen. In het bestemmingsplan zijn geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Het planvoornemen past daarom niet rechtstreeks in het geldende bestemmingsplan. De voorliggende ontwikkeling dient dan ook planologisch te worden geregeld via een herziening van het bestemmingsplan. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ wordt in hoofdstuk 4.2 van deze toelichting nader toegelicht in het kader van het aspect ‘archeologie’. Daarnaast geldt voor de gehele planlocatie de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – Roerdalslenk II’. Dit brengt beperkingen met zich mee op een diepte van meer dan 30 meter. Het onderhavige bouwplan ziet niet op bodemingrepen dieper dan 30 meter en deze aanduiding levert voor dit bouwplan dan ook geen belemmeringen op. Tenslotte is de gebiedsaanduiding ‘Vrijwaringszone – straalpad’ opgenomen. Straalpaden (straalverbindingspaden) zijn optisch vrije paden, met een breedte van circa 200 m ten behoeve van telecommunicatie. Om de telecommunicatie ongestoord plaats te kunnen laten vinden gelden beperkingen aan de hoogte. Ter plaatse geldt een maximale hoogte van 40 meter.
Met het onderhavige bouwplan
Hoofdstuk 1
7
wordt deze maximale maat bij lange na niet gehaald en het straalpad levert dan ook geen belemmeringen op met betrekking tot onderhavig bouwvoornemen. Facetbestemmingsplan Vervallen bestemmingsplanregeling huisvesting (buitenlandse) werknemers Daarnaast geldt ter plaatse het Facetbestemmingsplan ‘Vervallen bestemmingsplanregeling huisvesting (buitenlandse) werknemers’, zoals vastgesteld op 23 mei 2019 door de gemeenteraad van Roerdalen. Met het facetbestemmingsplan worden de binnenplanse mogelijkheden voor de huisvesting van arbeidsmigranten in de vigerende bestemmingsplannen geschrapt. Zo ook in het vigerende bestemmingsplan ‘1e herziening Kernen Roerdalen’.
1.4 Opbouw bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en onderhavige toelichting. Het juridische gedeelte van het bestemmingsplan wordt gevormd door de regels en de verbeelding tezamen. De toelichting is een beschrijving van hetgeen middels het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Daarnaast onderbouwt het de haalbaarheid van de planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. De toelichting van dit bestemmingsplan is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt allereerst een beschrijving van zowel de bestaande situatie als de toekomstige ontwikkeling gegeven. De hoofdlijnen van beleid zijn vervolgens beschreven in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de uitvoeringsaspecten, waarna in hoofdstuk 5 de juridische planopzet wordt beschreven. In hoofdstuk 6 komt de handhaving van het plan aan bod. In hoofdstuk 7 wordt de haalbaarheid van de ontwikkeling beschreven. In hoofdstuk 8 vindt tot slot een beschrijving van de procedure plaats.
Hoofdstuk 1
8
2.
GEBIEDS- EN BESLUITPROFIEL 2.1 Bestaande situatie De beoogde ontwikkeling vindt plaats in de dorpskern Sint Odiliënberg van de gemeente Roerdalen. Deze gemeente is gelegen ten zuiden van de stad Roermond en grenst aan de zuidoostzijde aan de Duitse grens en in noordwestelijke richting aan de gemeenten Echt-Susteren en Maasgouw. De gemeente Roerdalen bestaat uit een zestal dorpskernen en een aantal buurtschappen en gehuchten. De dorpskern Sint Odiliënberg is noordwestelijk gelegen binnen de gemeente Roerdalen en ter plaatse is het gemeentehuis gelegen. Onderhavig bestemmingsplan heeft meer specifiek betrekking op een voormalige schoollocatie en kinderboerderij op de hoek van de Schaapsweg en ‘t Sittert, gelegen in het zuiden van de kern Sint Odilienberg. Dit perceel staat kadastraal bekend als Sint Odiliënberg, sectie C, nummers 3029 en 4349. Het totale plangebied heeft een oppervlakte van circa 7.750 m2. Ter plaatse is een leegstaand schoolgebouw. Hier heeft voorheen een kinderdagcentrum gezeten en het gebouw heeft dienst gedaan als tijdelijke huisvesting voor de basisschool van Sint Odiliënberg. Aan de achterzijde van het gebouw is een kinderboerderij gelegen. De kinderboerderij gaat in 2023 verhuizen naar het dorpspark Schepersheuvel in Sint Odiliënberg.
Luchtfoto de omgeving van het plangebied met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)
Hoofdstuk 2
9
2.2 Toekomstige ontwikkeling Het voornemen is om de bestaande bebouwing te slopen en ter plaatse zestien grondgebonden woningen met bijbehorende verkeer-, parkeer- en groenvoorzieningen te realiseren. Meer specifiek zijn ter plaatse zestien levensloopbestendige twee-onder-één-kap woningen beoogd met bijbehorende parkeervoorzieningen. In het openbare gebied worden eveneens parkeerplaatsen aangelegd. In de navolgende afbeeldingen is een mogelijke schetsmatige stedenbouwkundige invulling van het plangebied zichtbaar met daarin de ruimtelijke hoofdopzet van onderhavig plan.
Concept impressie van het planvoornemen
De vier woningen in het noordwesten van het plangebied worden aan de voorzijde richting ‘t Sittert’ gesitueerd. De andere woningen worden naar elkaar toe gesitueerd waardoor er een hofje ontstaat. Aan het einde van het hofje wordt genoeg ruimte gerealiseerd voor de draaicirkel van de vuilniswagen en hulpdiensten. De erfafschijding van de vier woningen aan de noordzijde van het plangebied (met
Hoofdstuk 2
10
de achterzijde gelegen aan de Schaapsweg) wordt uitgevoerd in de vorm van een uniforme erfafscheiding (bijvoorbeeld een muur of hekwerk met hederabeplanting). De realisatie en instandhouding van de erfafscheiding wordt geregeld in de planregels en de overeenkomst van de gemeente met de ontwikkelaar. Hiebij is tevens bepaald dat het niet is toegestaan om openingen, deuren, poorten, doorgangen of soortgelijke toegangen in de erfafscheiding aan te brengen. De kavels hebben in beginsel een oppervlakte van tussen de circa 264 m2 en circa 425 m2 en de woningen hebben een omvang van maximaal 120 m2 BVO. In het openbaar gebied wordt ruimte gecreëerd voor parkeren en voor de opvang van hemelwater en groenvoorzieningen.
2.3 Stedenbouwkundige en ruimtelijke inpassing In het kader van het initiatief worden de gronden geheel herontwikkeld. Aangezien er reeds woningen rondom de locatie aanwezig zijn en de locatie is gelegen binnen een bestaand woongebied, passen de nieuw te bouwen woningen functioneel in de omgeving. Stedenbouwkundig bezien wordt onder andere qua hoogte, rooilijnen, typologieën, e.d. zoveel als mogelijk aansluiting gezocht bij de omliggende woonbebouwing.
Hoofdstuk 2
11
De woningen worden uitgevoerd in één woonlaag en plat afgedekt met een schuin lopende carport voorzien van zonnepanelen..
Kern Architecten, Nieuwbouwwoningen Sint Odiliënberg (plattegrond woningen), projectnummer 17010, definitief ontwerp mei 2021
Hoofdstuk 2
12
Kern Architecten, Nieuwbouwwoningen Sint Odiliënberg (gevelaanzichten), projectnummer 17010, definitief ontwerp 23 november 2021
Kern Architecten, Nieuwbouwwoningen Sint Odiliënberg ’t Sittert, projectnr. 17010, definitief ontwerp mei 2021
Hoofdstuk 2
13
Er worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd en er is rekening gehouden met een tweetal wadi’s ten behoeve van de opvang van hemelwater. De uitwerking van de wadi’s volgt in het civieltechnisch plan. De achtertuin van de 4 woningen gelegen aan de Schaapsweg wordt voorzien van een gezamenlijke uniforme erfafscheiding zonder poorten, deuren e.d. richting de Schaapsweg. Hiermee worden achterpaden voorkomen. Daarnaast is in het ontwerp rekening gehouden met een draaicirkel voor vuilniswagens en hulpdiensten. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling, lijkt er geen sprake te zijn van negatieve ruimtelijke en/of stedenbouwkundige effecten op de korte als op (middel) lange termijn. Vanuit ruimtelijk en stedenbouwkundig oogpunt wordt de ontwikkeling goed inpasbaar geacht.
Hoofdstuk 2
14
3.
BELEID In dit hoofdstuk wordt (beknopt) ingegaan op de relevante beleidsaspecten op rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau.
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.
Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen.
Hoofdstuk 3
15
Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig project zijn als volgt: bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Afweging Met het planvoornemen wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. Bovendien geldt voor het plangebied dat er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het project. De ontwikkeling is niet in strijd met de NOVI. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden. In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Ruimtereservering parallelle Kaag baan, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nationaal Natuurnetwerk, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Afweging Het Barro heeft voor wat betreft de genoemde onderwerpen en gezien de aard en kleinschaligheid van het project, geen gevolgen voor de realisatie van dit plan. Het plangebied ligt niet binnen de invloedssfeer van reserveringsgebieden, begrenzingen en vrijwaringszones volgend uit het Barro. 3.1.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) De Rarro is gebaseerd op het Barro.
In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen en objecten, hoofdwegen en Nationaal Natuurnetwerk-gebieden worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In het Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Op dit bestemmingsplan zijn geen belangen uit de Rarro van toepassing. Afweging Vanuit het Rarro bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
Hoofdstuk 3
16
3.1.4
Ladder voor duurzame verstedelijking
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat de gemeente verplicht moet toepassen bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. In artikel 1.1.1 Bro is gedefinieerd wat een nieuwe stedelijke ontwikkeling is: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie blijkt dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn1. Per 1 juli 2017 is de Ladder gewijzigd. Hierbij is de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om te motiveren hoe de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Indien de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, is een motivering nodig waarom men deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan realiseren (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking locatie De beoogde ontwikkeling op de hoek van ‘t Sittert en de Schaapsweg omvat de toevoeging van zestien grondgebonden woningen.
Gelet op de bestaande jurisprudentie, uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juni 20172, is bij het toevoegen twaalf of meer woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Dit betekent dat artikel 3.1.6, lid 2 Bro van toepassing is en dat getoetst moet worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De hoofdvraag die in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking gesteld moet worden is als volgt: Voorziet het initiatief in een (kwantitatieve en kwalitatieve) behoefte en is er sprake van duurzaam ruimtegebruik binnen het verzorgingsgebied? Deze hoofdvraag wordt beantwoord in een beschrijving van het regionale en gemeentelijke beleid in de hoofdstukken 3.3 en 3.4 van deze toelichting. Voor de onderbouwing van de Ladder is het daarnaast relevant of de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt binnen of buiten bestaand stedelijk gebied.
1
2
O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319). Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Uitspraak 201608869/1/R3, ECLI:NL:RVS:2017:1724, 28 juni 2017
Hoofdstuk 3
17
De onderhavige planlocatie is gelegen midden in de dorpskern in een (overwegend) woonwijk. Het betreft hier dus een ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied, waardoor wordt aangesloten bij het principe van ‘zorgvuldig ruimtegebruik’. Ten behoeve van deze ontwikkeling is een woonladder opgesteld. 3 De Ladder voor duurzame verstedelijking is als bijlage toegevoegd. Hierna wordt volstaan met een korte samenvatting. Voor de onderbouwing van de woonbehoefte is gekeken naar de afbakening van de relevante regio, om zo de behoefte in beeld te brengen. Hiervoor is gekeken naar de regionale woningmarkt, die gedefinieerd wordt op basis van verhuisbewegingen. In dit behoefteonderzoek betreft het primaire verzorgingsgebied de gemeente Roerdalen en de regio Midden-Limburg het secundaire verzorgingsgebied. Kwantitatieve behoefte In de gemeente Roerdalen bestaat een resterende woningbouwopgave van 106 woningen tot aan 2030. Met de aanwezige planvoorraad (359 woningen) zijn er in beginsel voldoende woningbouwplannen om in deze behoefte te voorzien, ook wanneer rekening wordt gehouden met de huidige reductieopgave en de inzet van de transformatie eenheden. Dit betekent dat er op gemeenteniveau in kwantitatieve zin geen behoefte is aan extra woningen.
Het planinitiatief voorziet niet in een kwantitatieve behoefte in het primaire verzorgingsgebied aangezien er woningen worden toegevoegd terwijl al sprake is van een overcapaciteit op de planvoorraad. Desondanks is er vanuit kwalitatieve overwegingen behoefte aan het realiseren van nieuwe, passende woningen om de vraag in balans te brengen met het aanbod. Dit blijkt bijvoorbeeld ook uit de substantiële behoefte aan woningen voor oudere huishoudens. Deze kwalitatieve behoefte wordt hierna nader beschreven. Kwalitatieve behoefte Het planinitiatief op locatie Brombemke te Sint Odiliënberg, waarbij 16 grondgebonden seniorenwoningen worden gerealiseerd in de prijscategorie € 275.000 – € 375.000, voorziet in een kwalitatieve behoefte: De landelijke trend van vergrijzing is ook nadrukkelijk terug te zien in de verwachte demografische ontwikkeling in de provincie Limburg, de regio Midden-Limburg en de gemeente Roerdalen. Op provinciaal niveau wordt bijvoorbeeld verwacht dat het aantal huishoudens van 75 jaar en ouder de komende 20 jaar gaat stijgen met 70%. Ingegeven door deze ontwikkeling is er zowel in de gemeente Roerdalen (1.723) als in de regio Midden-Limburg (16.500) sprake van een substantieel tekort aan levensloopbestendige woningen. Het initiatief op de locatie Brombemke voegt juist die woningen toe waar de meeste behoefte aan bestaat.
De woningbehoefte komt de komende jaren met name vanuit deze oudere doelgroep en het is daarom belangrijk dat er geschikte woningen voor hen worden gerealiseerd. Naast dat de ontwikkeling van levensloopbestendige woningen voorziet in de behoefte van de ouderen doelgroep, wordt zo ook de doorstroming bevorderd. Op dit moment geldt namelijk dat ouderen noodgedwongen in hun (vaak te grote) woning blijven wonen, vanwege het ontbreken van
3
BRO, Ladder voor duurzame verstedelijking Het Brombemke te Sint Odiliënberg, projectnummer P03570, d.d. 27 februari 2023
Hoofdstuk 3
18
een alternatief. Als dat alternatief er wel is, komen meer woningen van ouderen vrij voor een doorstromer. Deze maakt op zijn beurt een (betaalbare) woning vrij voor een starter. De behoefte aan levensloopbestendige woningen bevindt zich deels in het grondgebonden woningtype. In de gemeente Roerdalen bestaat een tekort aan 736 grondgebonden seniorenwoningen, waarvan 279 in de koopsector. Het huidige (harde) planaanbod voorziet indicatief in 150 grondgebonden woningen. Het is niet bekend welk aandeel hiervan levensloopbestendig is, maar zelfs in het geval dat alle 150 grondgebonden woningen in de plannen levensloopbestendig zijn, is dit aanbod niet voldoende om in de (kwalitatieve) behoefte in de gemeente te voorzien. Naar verwachting is er daardoor sprake van een flinke kwalitatieve restbehoefte in dit segment in de gemeente Roerdalen. Tot slot is er zowel gemeentelijk als regionaal een behoefte aan grondgebonden seniorenwoningen in het prijssegment € 275.000 - € 375.000 (54 woningen gemeentelijk en 644 woningen regionaal). Rekening houdend met de aanwezige restbehoefte aan levensloopbestendige woningen mag naar redelijkheid worden aangenomen dat deze behoefte groot genoeg is om het planinitiatief van 16 woningen grondgebonden seniorenwoningen te faciliteren.
Geen onaanvaardbare effecten Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het planinitiatief onaanvaardbare effecten zullen optreden. Met het initiatief worden namelijk woningen gerealiseerd welke bijdrage aan het oplossen van de huidige en (potentieel) toekomstige mismatch tussen vraag en aanbod. Daarnaast draagt de realisatie van de beoogde woningen bij aan het creëren van een levendig woon- en leefklimaat in Sint Odiliënberg, onder andere door de herstructurering van de bestaande, verouderde bebouwing op deze locatie. Gesitueerd binnen bestaand stedelijk gebied Voor de onderbouwing via de Ladder is relevant of de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. Het plangebied is gelegen midden in de kern van Sint Odiliënberg. Bovendien wordt het plangebied aan alle zijdes omsloten door stedelijke functies zoals wonen, bedrijven en dienstverlening. Gezien het voorgaande is dus sprake van een ligging ‘binnen bestaand stedelijk gebied’ en is een verder motivering op dit punt niet nodig. Afweging In het voorliggende plan is gelet op de toevoeging van meer dan 11 woningen, sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een actuele behoefte. De ontwikkeling wordt daarnaast ingevuld met een herstructurering binnen bestaand stedelijk gebied.
De ontwikkeling voldoet kortom aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking.
Hoofdstuk 3
19
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1
Provinciale Omgevingsvisie (POVI)
Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg’ (hierna te noemen: POVI Limburg). De POVI Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De POVI is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL2014). Daarnaast wordt een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. Deze ontwerp-omgevingsverordening wordt besproken in paragraaf 3.2.3. Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg is een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het land lijkals in het bebouwde gebied; een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); klimaatadaptatie en energietransitie.
Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg.
Hoofdstuk 3
20
Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Wonen Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en nietcourante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten.
Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Limburgse principes De Provincie Limburg kiest bij (nieuwe) ontwikkelingen voor maatwerk, waarbij rekening wordt gehouden met het karakter en mogelijkheden van een gebied en de afweging van belangen op lokale schaal. Dit gebeurt op basis van onderstaande Limburgse principes: Streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal Meer stad, meer land Zorgvuldig omgaan met onze ruimte en voorraden bovengronds én ondergronds Zonering Het toekomstbeeld voor Limburg kan worden gevangen in een indicatieve zonering. Die zonering bouwt voort op de ‘tijdloze’ karakteristiek van de ondergrond; de geomorfologie en het watersysteem en de typering en ontwikkeling van het ruimtegebruik in deelgebieden binnen Limburg in de afgelopen decennia.
Het geformuleerde beleid in deze Omgevingsvisie leidt niet tot aanpassingen van de begrenzing in de bestaande indicatieve kaartbeelden. De Omgevingsvisie is een visie in tekst en bevat geen specifiek kaartmateriaal. De begrenzingen van de zoneringen en andere werkingsgebieden die
Hoofdstuk 3
21
voortkomen uit de Limburgse principes en de uitwerkingen in de thema’s in deze Omgevingsvisie, zullen verankerd worden in het kaartmateriaal behorende bij de Omgevingsverordening Limburg. Bij de ontwerp – POVI was nog kaartmateriaal toegevoegd. De zonering was weergegeven op kaart 2 ‘Limburgse principes’. Nu de bij de POVI behorende omgevingsverordening (zie paragraaf 3.2.3) nog niet in werking is getreden, wordt in deze toelichting gebruik gemaakt van het kaartmateriaal van de ontwerp – POVI. Afweging Het plangebied is gelegen binnen een landelijke kern.
Uitsnede kaart Limburgse principes van ontwerp- POVI (plangebied zwart omlijnd)
Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. De leefbaarheid en vitaliteit van de kernen in het landelijk gebied is belangrijk. Een aantal kernen vervult op sommige terreinen een regionale verzorgende functie met onderwijs, zorg, cultuur, winkels en werklocaties). De zorg voor een goede kwaliteit van de leefomgeving en een goede bereikbaarheid zijn hier belangrijke uitgangspunten.
Hoofdstuk 3
22
Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. Met deze ontwikkeling is er sprake van herstructurering in de landelijke kern Sint Odiliënberg. Het plangebied wordt ingevuld met duurzame (gasloze) en levensloopbestendige woningen voor ouderen in bestaand bebouwd gebied. Een verouderde schoollocatie en kinderboerderij worden getransformeerd tot een woonstraat inclusief groen- en parkeervoorzieningen dat aansluit op het bestaande woongebied. Hiermee wordt bijgedragen aan verduurzaming van de woningvoorraad en het meer klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. De ontwikkeling past daarnaast binnen de woningbouwbehoefte, zoals besproken in de ladder voor duurzame verstedelijking (zie ook paragraaf 3.1.4). Onderhavige woningbouwontwikkeling past dan ook binnen de uitgangspunten van de Provinciale Omgevingsvisie. 3.2.2
Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie van 16 december 2022)
De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid uit het voormalige Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) juridische binding te geven. Het POL2014 is inmiddels komen te vervallen, maar de in 2014 vastgestelde omgevingsverordening blijft van kracht totdat een nieuwe omgevingsverordening op grond van de nieuwe POVI in werking treedt. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet, en daarmee ook de inwerkingtreding van een nieuwe omgevingsverordening, zijn een tweetal wijzigingsverordeningen in procedure gebracht: 1. Wijzigingsverordening voor de onderwerpen: wonen, huisvesting internationale werknemers, naijlende effecten steenkoolwinning en zonne-energie (vastgesteld op 30 september 2022), en 2. Wijzigingsverordening voor de onderwerpen: vestigingsmogelijkheden bedrijven, kleinschalige veehouderij-initiatieven, beschermingsgebied Einstein Telescope en klimaatadaptatie (vastegsteld op 16 december 2022). Beide wijzigingsverordeningen zijn verwerkt in de geconsolideerde versie van 16 december 2022 en maken onderdeel uit van de Omgevingsverordening 2014. Hierna worden de van toepassing zijnde onderwerpen uit de omgevingsverordening toegelicht en toegepast op onderhavige planontwikkeling.
Hoofdstuk 3
23
Ladder voor duurzame verstedelijking In de omgevingsverordening is een verwijzing opgenomen naar de Ladder voor duurzame verstedelijking en hierbij is in artikel 2.2.2 van de verordening het navolgende bepaald: 1. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, houdt rekening met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 2. Bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, worden tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen, zoals bedoeld in artikel 2.2.3, onderzocht. 3. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid. Afweging Uit paragraaf 3.1.4 volgt dat de onderhavige ontwikkeling voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het voormalige schoolgebouw is geen monument of beeldbepalend gebouw dat behouden moet blijven. Het is ook niet geschikt om te worden getransformeerd tot een duurzaam en levensloopbestendig woongebouw. Er zijn op dit onderdeel dan ook geen belemmeringen voor de beoogde woningbouw.
Artikel 2.4.2 Bestuursafspraken wonen In het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) zijn, na een proces van co-creatie, eind 2014 de hoofdlijnen voor de ambities, opgaven, rolopvatting en aanpak vastgesteld door Provinciale Staten. Samen met stakeholders hebben de gemeenten en provincie geconstateerd dat voor diverse thema’s meer uitvoeringsgerichte regionale bestuursafspraken nodig en wenselijk zijn. Het gaat om 8 thema's: wonen, detailhandel, bedrijventerreinen, kantoren, energie, land- en tuinbouw, vrijetijdseconomie en Nationaal Landschap Zuid-Limburg. De bestuursafspraken maken onderdeel uit van het samenwerkingsmodel gemeenten – provincie dat de afgelopen jaren op het gebied van omgevingsbeleid is gegroeid. Het POL2014 schetst de ambities, opgaven, aanpak op hoofdlijnen en principes. Het is in co-creatie met de gemeenten tot stand gekomen. De gemeenten nemen vervolgens het stokje over en stellen regionale uitwerkingen op in de vorm van structuurvisies, visies of anderszins. De provincie is partner in die regioprocessen en faciliteert deze. Vanuit de regierol ziet de provincie toe op de samenhang tussen de aanpak per regio en die in aangrenzende gebieden. Meer specifiek ten aanzien van het thema wonen hebben de bestuursafspraken geresulteerd in de vaststelling van een drietal woonvisies voor respectievelijk Noord-, Midden- en Zuid-Limburg.
De gemeente Roerdalen maakt onderdeel uit van de regio Midden-Limburg en binnen deze regio is de ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018-2021’ vastgesteld. In artikel 2.4.2 is een instructieregel opgenomen voor de nieuwe planvoorraad wonen. Hierin is het volgende opgenomen:
Hoofdstuk 3
24
De toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat: a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; c. over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d. het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring. e. realisatie van de woningen beoogd is binnen vijf jaar na vaststelling van het ruimtelijk plan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Afweging Voor de onderhavige ontwikkeling is het volgende van toepassing: a. Er is rekening gehouden met de Limburgse principes, algemene zonering en de uitgangspunten met betrekking tot wonen en leefomgeving (zie ook paragraaf 3.2.1). b.
Er is een laddertoets uitgevoerd waaruit volgt dat binnen Sint Odiliënberg behoefte is aan grondgebonden levensloopbestendige en duurzame woningen voor ouderen. c. Er is overeenstemming binnen de regio omtrent de woningen. d. Het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring. e. Indien de woningen onverhoopt niet gebouwd worden binnen 5 jaar na vaststelling van dit bestemmingsplan is in de planregels de bevoegdheid opgenomen om het bestemmingsplan te wijzigen indien de onderhavige bouwtitel niet of deels niet wordt benut. Middels deze wijzigingsbevoegdheid is het mogelijk de onderhavige locatie te bestemmen als groen of naar een woonbestemming zonder bouwvlak en/of de mogelijkheid woningen te realiseren. Klimaatadaptatie In artikel 2.19.1 is het volgende opgenomen: 1. De toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van: a. de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s en gevolgen van klimaatverandering; en b. de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico’s en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende risico’s betrokken: 1. wateroverlast; 2. overstroming; 3. droogte;
Hoofdstuk 3
25
3. Bij de beschrijving wordt gebruik gemaakt van de informatie van gemeentelijke, regionale en landelijke stresstest- en overstromingskaarten. Afweging Het plan bevindt zich reeds binnen de stedelijke contouren waardoor het niet significant zal bijdragen aan droogte in het gebied. Daarnaast zal het hemelwater worden geïnfiltreerd waardoor omringende woningen, en de woningen zelf, geen toename aan wateroverlast zullen ervaren. Tevens bevindt het plangebied zich op enige afstand (circa 950 meter) van de Roer ook buiten het overstromingsbed van de Roer. De kans op overstroming op het plangebied valt daardoor binnen de overstromingsnorm van het Waterschap en het plan voldoet aan de voorschriften van de geconsolideerde Omgevingsverordening. Beschermingsgebieden Milieubeschermingsgebieden Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat het plangebied zich begeeft binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk II. Het is in de boringsvrije zone Roerdalslenk II verboden om een boorput, een bodemenergiesysteem of een aardwarmtesysteem te maken of hebben of de grond te roeren, dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei. Daarnaast is het verboden om werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei kunnen aantasten.
Tot slot moet het voornemen tot het maken van een boorput, het aanleggen van een bodemenergiesysteem of het roeren van grond in de Roerdalslenk dieper dan 30 meter (in zone II) tot aan de Bovenste Brunssumklei vier weken tevoren schriftelijk gemeld worden aan gedeputeerde staten. Afweging Binnen onderhavig voornemen zijn geen grondboringen dieper dan 30 meter voorzien. De ligging binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk II vormt derhalve geen belemmering. Beschermingszones natuur en landschap Het plangebied is niet gelegen in of in de directe nabijheid van een natuur of landschapszone. Het dichtstbij gelegen Natuur Netwerk Nederland (goudgroene natuurzone) ligt op een afstand van ca. 175 meter. De onderhavige ontwikkeling heeft geen invloed op deze zone. Afweging Er zijn op dit onderdeel geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling. Conclusie Er zijn geen rechtstreeks doorwerkende regels uit de Omgevingsverordening Limburg 2014 die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen de Omgevingsverordening Limburg 2014.
Hoofdstuk 3
26
3.2.3
Omgevingsverordening Limburg 2021
Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Provinciale Staten hebben op 17 december 2021 de Omgevingsverordening Limburg 2021 vastgesteld. De inwerkingtreding is voorzien op het moment dat ook de nieuwe Omgevingswet in werking zal treden. Hoewel het ontwerp van de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier onder andere om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Deze onderwerpen zijn overigens inmiddels ook vastgelegd in de huidige Omgevingsverordening Limburg 2014 middels een tweetal in procedure gebrachte wijzigingsverordeningen. Afweging Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het besluitgebied binnen het gebied ‘Landelijke kernen’ en meer specifiek binnen de thema’s detailhandel, kantoren, toerisme, werklocaties, verstedelijking en wonen. Voor wat betreft de voor deze ontwikkeling relevante onderwerpen en beschermingsgebieden wordt verwezen naar de nadere toelichting bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 (paragraaf 3.2.2).
De Omgevingsverordening Limburg 2021 brengt geen andere relevante onderwerpen aan de orde die hier nader besproken moeten worden. De onderhavige ontwikkeling is dan ook in lijn met de Omgevingsverordening Limburg 2021.
Hoofdstuk 3
27
Uitsnede kaart Wonen. Werken en recreëren Omgevingsverordening Limburg 2021 (plangebied zwart omlijnd)
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 t/m 2025 Op 14 juli 2022 is de ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025’ vastgesteld. Deze structuurvisie is de opvolger van de ‘Structuurvisie Wonen Midden Limburg 2018 tot en met 2022’. In de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025 leggen de gemeenteraden de gewenste ruimtelijke ontwikkelingsrichting vast op het gebied van wonen. Uitgangspunt is dat MiddenLimburg het verbindend hart is van Limburg, waar wonen aantrekkelijk is. De kwaliteit van de leefomgeving en daarmee van het wonen is hoog. Toch zijn er op het gebied van wonen, zeker gezien de huidige woningmarkt, uitdagingen: het (laten) bouwen van voldoende woningen voor de juiste doelgroepen. De structuurvisie legt de nadruk op het tegemoet komen aan de groeiende woningbehoefte met kwalitatief het juiste aanbod. Maar ook de bestaande woningen moeten duurzamer en levensloopbestendiger worden. In deze Structuurvisie wordt ruimte gemaakt om de juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment te kunnen realiseren. De ambitie, zoals opgenomen in de Structuurvisie, is hoog. Daarnaast is er aandacht voor transformatie en herstructurering. Doel is het op peil houden van de leefbaarheid in steden en dorpen en een thuis te kunnen bieden aan (toekomstige) inwoners.
Hoofdstuk 3
28
Algemeen De Structuurvisie Wonen Midden-Limburg voor 2022-2025 bepaalt de regionale koers met betrekking tot woningbouw in de komende jaren: De focus zal (nog steeds) liggen op het bouwen van woningen die aansluiten bij de lokale en regionale behoefte. Er is regionaal behoefte aan extra huurwoningen. Er is een beperkte doorstroming van ouderen naar een passendere woning. Het inspelen op hun behoefte moet niet alleen met nieuwbouw worden gedaan, maar ook moet de huidige woningvoorraad hierop worden aangepast. Er is een toenemende behoefte aan flexibele wooneenheden, waar zowel regulier wonen als wonen met zorg mogelijk is. Kwantitatieve en kwalitatieve kaders Volgens de meest recente prognose van Etil (2021) wordt in de regio nog een toename in het aantal huishoudens verwacht, met een top in 2034. Per gemeente zijn kwantitatieve afspraken gemaakt met betrekking tot woningbouw. Dit hangt samen met de verwachte behoefte op basis van de prognose en aanvullende lokale ambities. Terwijl in de leeftijdsgroepen tot 65 jaar een huishoudenskrimp zal ontstaan tot het jaar 2030, zal het aantal 65+ huishoudens toenemen. De woonbehoeftes vanuit senioren zullen dus steeds zwaarder mee gaan wegen in de woningbouw.
Er moet dan ook vooral ingezet worden ingezet op realisatie van seniorenwoningen (huur en koop, levensloopbestendig), 1- en 2-persoonswoningen en reguliere huurwoningen (sociale- en middenhuur). Kijkend naar de huidige woningvoorraad is er een kwalitatieve mismatch. Er ontstaat een overschot aan woningen zoals appartementen zonder lift en koopwoningen, en een groter tekort aan huurwoningen. Roerdalen Uit de prognose van Etil 2021 blijkt dat de top van het aantal huishoudens in Roerdalen wordt verwacht in 2025. Tot die tijd vertoont het aantal huishoudens een stijgende lijn. Verwacht wordt een toename van 68 huishoudens ten opzichte van 1 januari 2021. Roerdalen kent momenteel een krapte op de woningmarkt. In Roerdalen is de bouwproductie stevig, zo zijn er in 2018 bruto 64 woningen gerealiseerd (gereed gemeld), in 2019 en 2020 waren dit 75 respectievelijk 79 woningen en in 2021 zijn 40 woningen gerealiseerd. De ambitie is om jaarlijks 75-100 woningen te realiseren, waarbij de ingezette koers om te bouwen naar behoefte wordt gecontinueerd. Binnen de algemene kaders van deze Structuurvisie blijft er ruimte voor lokaal woonbeleid. Concreet betekent dit: 1. Het voortzetten van regulier woonbeleid. 2. Het koppelen van wonen en zorg. 3. Woningbouw aanvullend op de, volgens de huishoudensprognose, benodigde aantallen.
Hierbij wordt vooral ingezet op herstructurering- en transformatie projecten. De mogelijkheden van aanvullende woningbouw zijn mede afhankelijk van de behoefte.
Hoofdstuk 3
29
4. Het huisvesten van doelgroepen die tussen wal en schip (dreigen te) vallen, vraagt om een maatwerkoplossing. 5. Samenwerken met de woningcorporatie. 6. Innovatieve projecten. Verkennen van mogelijkheden voor innovatie projecten zoals ecologische wonen, tiny housing, tijdelijke woningen en alternatieve woonconcepten door en voor eigen inwoners. 7. Verduurzaming en klimaatadaptatie. De komende jaren staan in het teken van het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad en de duurzame, groenere en klimaat adaptieve woonomgeving (in combinatie met de resultaten uit de stresstest). Afweging Bij deze ontwikkeling wordt een voormalig schoolterrein getransformeerd tot een woongebied. Het betreft grondgebonden duurzame en levensloopbestendige woningen voor senioren. Dit past binnen de kwalitatieve woningbehoefte. Onderhavige ontwikkeling is zodoende in overeenstemming met de uitgangspunten uit de ontwerp ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025’.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Roerdalen 2050 De ‘Omgevingsvisie Roerdalen 2050’ is gericht op de kwaliteit en ontwikkeling buiten (onze fysieke leefomgeving) voor de lange termijn. De omgevingsvisie heeft betrekking op alle terreinen van de leefomgeving en gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur (wegen, sporen etc.) en cultureel erfgoed. De omgevingsvisie is vastgesteld door de gemeenteraad op 8 juli 2021. Met betrekking tot de woningmarkt wordt gestreefd naar een gezonde evenwichtige verdeling van koop, middenhuur en sociale huurwoningen. Hiermee wordt ingezet op het behoud van een gezonde mix (diversiteit) aan inwoners, zowel in leeftijd als achtergrond. Het strategisch verdunnen van het woningaanbod vormt een oplossingsrichting om de balans op de woningmarkt te herstellen. Het biedt kansen om de kwaliteit van de woningvoorraad, binnen de kernen van Roerdalen, op peil te houden. Strategisch verdunnen kan vorm krijgen door op specifieke plekken in een wijk een deel van de bebouwing te slopen. De vrijgekomen ruimte wordt benut voor de herbouw van woningtypes die aansluiten bij de behoefte; bijvoorbeeld levensloopbestendige woningbouw voor senioren. Deze vastgoedontwikkeling kan direct worden gebouwd conform de nieuwste eisen ten aanzien van energie en duurzaamheid.
In de omgevingsvisie zijn een aantal focuspunten opgesomd voor het thema Wonen: Behoud dorpse karakter. Bouwen voor behoefte. Voorkomen van leegstand. Focus op bouwen binnen de bestaande kernen.
Hoofdstuk 3
30
Strategisch verdunnen op specifieke locaties. Economische concentratiegebieden. Verduurzaming en klimaatadaptatie van vastgoed en openbaar gebied. Versterken groene uitstraling kernen onder andere door dorpsparken.
Met de beoogde ontwikkeling wordt met name aangesloten bij de focuspunten dorpse karakter, bouwen voor behoefte, focus op bouwen binnen bestaande kernen, verduurzaming en klimaatadaptatie van vastgoed en openbaar gebied. De beoogde ontwikkeling voorziet namelijk in soortgelijke grondgebonden woningen zoals in de directe omgeving al aanwezig zijn. Tevens wordt er ook gebouwd naar behoefte (zoals reeds omschreven in de ladder voor duurzame verstedelijking) en is er sprake van een herontwikkeling binnen de bestaande kern van Sint Odiliënberg. Tot slot wordt er ingezet op verduurzaming van vastgoed en klimaatadaptatie. De woningen worden namelijk gasloos gerealiseerd en er worden op eigen terrein en in het openbare gebied infiltratievoorzieningen gerealiseerd. Afweging Zoals reeds is aangegeven wordt met de beoogde ontwikkeling ingespeeld op een aantal focuspunten van de Omgevingsvisie Roerdalen 2050. Hiermee kan gesteld worden dat de ontwikkeling past binnen de kaders van de Omgevingsvisie Roerdalen 2050 3.4.2 Beleidsregel compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen 2022 Op 14 juli 2022 is de beleidsregel ‘Compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen (2022)’ vastgesteld. De realisatie van nieuwe woningbouwontwikkelingen heeft een negatief effect op de huidige woningvoorraad.
Ter compensatie wordt derhalve voor specifieke initiatieven een financiële compensatie vereist. De compensatieregeling is zodoende van toepassing op nieuw te bouwen woningen, die niet zijn opgenomen in de planvoorraadlijst. Afweging De beoogde 16 grondgebonden seniorenwoningen zijn opgenomen op de planvoorraadlijst en derhalve is deze beleidsregel verder niet van toepassing. 3.4.3
Kwaliteitskader Roerdalen
De provincie verlangt van de Limburgse gemeentes om uitwerking en uitvoering te geven aan het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM). Het LKM is uitgewerkt in het Kwaliteitskader Roerdalen. Het kwaliteitskader is als bijlage opgenomen in de Omgevingsvisie Roerdalen 2050. Het LKM stelt voorwaarden aan de gemeentelijke uitwerking. Deze voorwaarden zijn: De gemeente werkt het LKM als gemeentelijk beleid uit en verankert dit in de gemeentelijke structuurvisie.
Hoofdstuk 3
31
De gemeente respecteert de in het LKM opgenomen drempelwaarden. De gemeente maakt gebruik van een regionale kwaliteitscommissie. De gemeente rapporteert aan de provincie.
Grondprincipe van het kwaliteitsmenu is dat bepaalde ontwikkelingen in het buitengebied ter plaatse leiden tot verlies aan omgevingskwaliteit, wat moet worden gecompenseerd door een kwaliteit verbeterende maatregel en/of financiële bijdrage. De provincie verlangt van de Limburgse gemeentes uitwerking en uitvoering te geven aan het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM). Het LKM is uitgewerkt in een gemeentelijk kwaliteitsmenu voor Roerdalen, dat is verankerd in de gemeentelijke Omgevingsvisie Roerdalen 2050. Afweging Volgens het kwaliteitskader Roerdalen uit de Omgevingsvisie Roerdalen 2050 ter afweging van een ruimtelijke ontwikkeling binnen de bebouwde kom, valt de ontwikkeling onder de module 13 (projectmatige woningbouw) en hiervoor gelden maatwerkafspraken. De onderhavige ontwikkeling voorziet in de sloop van een leegstaand en verloederd gebouw en kinderboerderij en nieuwbouw van woningen. Hiermee is sprake van een kwaliteitsverbetering en een extra financiële vergoeding is dan ook niet aan de orde.
Hoofdstuk 3
32
4.
OMGEVINGSASPECTEN Bij de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling dient rekening gehouden te worden met (milieu)invloeden vanuit de omgeving op de ontwikkeling zelf en met invloeden vanuit de ontwikkeling op de omgeving. Binnen dit hoofdstuk wordt gekeken naar de aspecten bodem, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, archeologie, leidingen en infrastructuur, natuur en landschap, flora en fauna, waterhuishouding, verkeer, duurzaamheid en economische uitvoerbaarheid. De hieruit voortkomende bevindingen zijn in onderstaande paragrafen toegelicht.
4.1 Milieuaspecten 4.1.1
Bodem
Algemeen Formeel gezien dient in het kader van een bestemmingswijziging (over het algemeen middels een bodemonderzoek) aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Aangezien de ontwikkeling voorziet in het realiseren van woningen, wat gevoelige functies zijn, dient er aangetoond te worden dat de bodem hiervoor geschikt is. Onderzoek Er is in eerste instantie een milieuhygiënisch vooronderzoek verricht op de planlocatie.4 De rapportage is als bijlage 1 aan deze toelichting toegevoegd. Hierna wordt volstaan met een korte samenvatting. Het milieuhygiënisch vooronderzoek heeft tot doel te bepalen of er aanleiding bestaat voor het uitvoeren van een bodemonderzoek conform de NEN 5740 en/of NEN 5707, door middel van een archiefonderzoek, een interview met de eigenaar/gebruiker, een terreininspectie en een zintuiglijk bodemonderzoek. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem – Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek", aangevuld met een aantal profileringsboringen. Het opgeboorde materiaal is zintuiglijk beoordeeld. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem zijn er een aantal deellocaties geïdentificeerd. In de navolgende tabel zijn de onderzoeksstrategieën, die van toepassing zijn op de betreffende deellocaties, weergegeven.
4
Econsultancy, Rapportage milieuhygiënisch vooronderzoek Hoek Schaapsweg 3 ’t Sittert te Sint Odiliënberg, rapportnummer 14071.001, d.d. 3 december 2020
Hoofdstuk 4
33
Tabel 1. Onderzoeksstrategie
Onderzoeksstrategieën volgens NEN 5740: VED-HE-NL : Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging, niet lijnvormig ONV-NL : Onverdacht, niet lijnvormig Als bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. Naar aanleiding van bovenvermelde resultaten zal bij de sloop van het voormalige schoolgebouw vervolgonderzoek plaatsvinden. Conclusie Er is sprake van een verontreiniging dat nader onderzocht moet worden. Het meest efficiënt is om dit bij de sloop van het gebouw te doen. Uit het vervolgonderzoek zal blijken of nadere maatregelen moeten worden genomen. Om de uitvoering van het vervolgonderzoek te borgen is op de verbeelding aan het gehele plangebied de aanduiding ‘overige zone – bodemonderzoek’ toegekend. In de regels is opgenomen dat ter plaatse geen grondwerkzaamheden mogen worden uitgevoerd zonder voorafgaand onderzoek en indien sprake is van ernstige bodemverontreiniging deze is verwijderd / gesaneerd. 4.1.2
Geluidhinder
Algemeen Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van geluidsgevoelige objecten dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidsgevoelige objecten binnen een geluidszone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg een geluidszone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. Een nieuwe woning is een geluidsgevoelig object. Dit houdt in dat er moet worden aangetoond dat (weg)verkeerslawaai en industrielawaai ter plaatse geen negatieve effecten teweegbrengen voor de toekomstige bewoners van de woning.
Hoofdstuk 4
34
Toetsing In de nabije omgeving van onderhavige ontwikkeling is geen sprake van een spoorweg of industrieterrein. Wel zijn in de nabije omgeving enkele bedrijven gelegen die invloed kunnen hebben op het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen. In paragraaf 4.1.5 wordt hier verder op in gegaan. Onderhavige ontwikkeling is gelegen op de hoek van Het Sittert en de Schaapsweg. Beide wegen betreffen een 30km/u weg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient beoordeeld te worden of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen. Derhalve is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd.5 Dit onderzoek is als bijlage opgenomen. De conclusie is als volgt. De projectlocatie bevindt zich binnen de geluidzone van de Schaapsweg en ’t Sittert, beiden binnenstedelijk gebied (30 km/uur). Volgens de Wet geluidhinder hoeft de geluidbelasting als gevolg van het stedelijk gedeelte van de Schaapsweg en ’t Sittert niet nader te worden onderzocht, omdat dit 30 km/u-wegen zijn en deze daarmee geen geluidzone hebben. Aangezien dit in het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing wel wenselijk is, zijn deze wegen wel beschouwd. De geluidbelasting ten gevolge van de niet-gezoneerde Schaapsweg bedraagt ten hoogste 55 dB (excl. aftrek).