2. Regels & toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Platanenlaan & Kanunnik Willemsestraat te Sint Odiliënberg’ Gemeente Roerdalen Vastgesteld
Bestemmingsplan ‘Platanenlaan & Kanunnik Willemsestraat te Sint Odiliënberg’ Gemeente Roerdalen Vastgesteld
Rapportnummer:
P03568
IMRO IDN:
NL.IMRO.1669.BPOLD2021PLATKNWS-VG01
Datum:
18 oktober 2021
Opdrachtgever:
MCC installaties
Projectteam BRO:
HLe, DAd
Concept:
4 december 2020
Voorontwerp:
22 december 2020, 8 januari 2021, 11 mei 2021, 2 juli 2021
Ontwerp:
augustus 2021
Vastgesteld: Trefwoorden:
Bestemmingsplan, Platanenlaan, Kanunnik Willemsestraat, woningbouw, Sint Odiliënberg, gemeente Roerdalen
Bron foto kaft:
Hollandse Hoogte 4
Beknopte inhoud:
Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld ten behoeve van de realisatie van twee woningen aan de Platanenlaan en twee woningen aan de Kanunnik Willemsestraat te Sint Odiliënberg in de gemeente Roerdalen
BRO Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl
Toelichting
Inhoudsopgave
pagina
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Opbouw bestemmingsplan
3 3 4 6 8
2. GEBIEDS- EN BESLUITPROFIEL 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige ontwikkeling 2.3 Stedenbouwkundige en ruimtelijke inpassing
9 9 10 12
3. BELEID 3.1 Rijksbeleid
13 13
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) 3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid
13 14 14 14 15
3.2.1 Provinciaal Omgevingsplan 2014 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 3.2.3 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) 3.2.4 Ontwerp Omgevingsverordening Limburg 2021 3.3 Regionaal beleid
15 18 20 22 23
3.3.1 Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021 3.4 Gemeentelijk beleid
23 25
3.4.1 Structuurvisie Roerdalen 2030 25 3.4.2 Beleidsregel ‘Compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen (2019)’ 27 3.4.3 Gemeentelijk kwaliteitsmenu - LKM+ 28 3.4.4 Welstandsnota 2018 29
4. UITVOERINGSASPECTEN 4.1 Milieuaspecten
31 31
4.1.1 Bodem 4.1.2 Geluidhinder 4.1.3 Luchtkwaliteit
31 32 33
Inhoudsopgave
1
4.1.4 Externe veiligheid 4.1.5 Milieuzonering 4.1.6 M.e.r.-plicht 4.2 Archeologie en cultuurhistorie
34 36 38 39
4.2.1 Archeologie 4.2.2 Cultuurhistorie 4.3 Leidingen en infrastructuur 4.4 Ecologie 4.5 Verkeer en parkeren 4.6 Waterhuishouding 4.7 Duurzaamheid
39 41 41 42 44 46 48
5. JURIDISCHE ASPECTEN 5.1 Planonderdelen 5.2 Toelichting op de verbeelding 5.3 Toelichting op de planregels
50 50 50 50
5.3.1 Inleidende regels 5.3.2 Bestemmingsregels 5.3.3 Algemene regels 5.3.4 Overgangs- en slotregels
51 51 52 53
6. HANDHAVING
55
7. HAALBAARHEID 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
56 56 56
8. PROCEDURE
58
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Bodemonderzoek Platanenlaan Bijlage 2: Vooronderzoek bodem Kanunnik Willemsestraat Bijlage 3: AERIUS stikstofdepositieberekening Platanenlaan Bijlage 4: AERIUS stikstofberekening Kanunnik Willemsestraat Bijlage 5: Nota van Zienswijzen
Inhoudsopgave
2
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel Het voornemen bestaat om op een tweetal locaties in de dorpskern Sint Odiliënberg (gemeente Roerdalen) levensloopbestendige woningen te realiseren. De twee locaties betreffen de Platanenlaan in het zuiden van de dorpskern en de Kanunnik Willemsestraat in het noordelijke deel van deze dorpskern. Op beide locaties worden twee levensloopbestendige woningen gerealiseerd. Het gaat dus in totaal om de bouw van vier levensloopbestendige woningen.
Topografische kaart met globale aanduiding locaties (rood omlijnd)
De voorgenomen ontwikkelingen zijn niet rechtstreeks mogelijk op basis van de vigerende bestemmingsplannen. Ter plaatse van het de locatie ‘Platanenlaan’ is het bestemmingsplan ‘’T Sittert’ van toepassing. Deze is vastgesteld op 23 mei 2019 door de gemeenteraad van Roerdalen. Binnen dit bestemmingsplan is de planlocatie bestemd tot ‘Wonen’ met een maximaal aantal wooneenheden van negen. Op dit moment zijn er reeds acht woningen gerealiseerd. Met het realiseren van nog twee nieuwbouwwoningen wordt het maximum aantal wooneenheden overschreden. De beoogde ontwikkeling is derhalve niet rechtstreeks toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan.
Hoofdstuk 1
3
Ter plaatse van de locatie ‘Kanunnik Willemsestraat’ is het bestemmingsplan ‘1e herziening Kernen Roerdalen’ van toepassing. Deze is vastgesteld op 17 juni 2016 door de gemeenteraad van Roerdalen. Binnen dit bestemmingsplan is de planlocatie bestemd tot ‘Wonen’ zonder bouwvlak. Hierdoor is het niet mogelijk om twee woningen te realiseren. De beoogde ontwikkeling is derhalve niet rechtstreeks toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan. Door middel van het voorliggende bestemmingsplan worden de gewenste ontwikkelingen juridischplanologisch mogelijk gemaakt.
1.2 Plangebied De beoogde ontwikkeling vindt plaats op twee locaties rondom de kern Sint Odiliënberg. In de gehele toelichting worden alle aspecten per locatie binnen het plangebied apart toegelicht onder de namen ‘Platanenlaan’ en ‘Kanunnik Willemsestraat’. Platanenlaan De locatie aan de Platanenlaan is gelegen aan de rand ten zuiden van de kern Sint Odiliënberg. De locatie staat kadastraal bekend als Sint Odiliënberg, sectie G, nummer 384. De locatie wordt ontsloten aan de noordzijde door de gelijknamige straat ‘Platanenlaan’, waarna via de Reutjesweg, Schaapsweg en N293, de omliggende kernen bereikt kunnen worden. In de direct omgeving van de locatie liggen hoofdzakelijk burgerwoningen en agrarische gronden.
Uitsnede luchtfoto met kadastrale percelen met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)
Hoofdstuk 1
4
Kanunnik Willemsestraat De locatie aan de Kanunnik Willemsestraat is gelegen in het noorden van de kern Sint Odiliënberg. De locatie staat kadastraal bekend als Sint Odiliënberg, sectie G, nummer 2305 (ged.). De locatie wordt ontsloten aan de oostzijde door de gelijknamige straat ‘Kanunnik Willemsestraat, waarna via de Bernhardlaan en N293, de omliggende kernen bereikt kunnen worden. In de directe omgeving liggen hoofdzakelijk burgerwoningen.
Uitsnede luchtfoto met kadastrale percelen met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)
Hoofdstuk 1
5
1.3 Vigerend bestemmingsplan Platanenlaan Deze locatie maakt onderdeel uit van het vigerende bestemmingsplan ‘’T Sittert’, zoals vastgesteld op 23 mei 2019 door de gemeenteraad van Roerdalen. Ter plaatse geldt de bestemming ‘Wonen’, met bouwvlak en enkele bouwaanduidingen en maatvoeringen.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘’T Sittert’ met rood omlijnd het plangebied van het planvoornemen
Binnen het vigerende bestemmingsplan is het perceel bestemd tot ‘Wonen’ waarbinnen een maatvoering is opgenomen voor maximaal negen wooneenheden. Ter plaatse van deze aanduiding zijn reeds acht wooneenheden gerealiseerd. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van twee woningen. Hierdoor wordt de maatvoering met een wooneenheid overschreden en is deze ontwikkeling in strijd met het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan zijn geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden opgenomen om een extra woning toe te kunnen voegen. Daarnaast geldt voor de gehele planlocatie de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – Roerdalslenk II’. Dit brengt beperkingen met zich mee op een diepte van meer dan 30 meter. Het onderhavige bouwplan ziet niet op bodemingrepen dieper dan 30 meter en deze aanduiding levert voor dit bouwplan dan ook geen belemmeringen op.
Hoofdstuk 1
6
Kanunnik Willemsestraat Deze locatie maakt onderdeel uit van het vigerende bestemmingsplan ‘1 e herziening Kernen Roerdalen’, zoals vastgesteld op 17 juni 2016 door de gemeente raad van Roerdalen. Binnen het bestemmingsgebied geldt grotendeels de bestemming ‘Wonen’ en direct aan de weg geldt de bestemming ‘Tuin’.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘1e herziening Kernen Roerdalen’ met rood omlijnd het plangebied van het planvoornemen
Binnen het vigerende bestemmingsplan is het perceel bestemd tot ‘Wonen’, maar is ter plaatse van de beoogde woningen geen bouwvlak opgenomen. Hierdoor is het niet mogelijk om ter plaatse woningen te bouwen en de onderhavige ontwikkeling is dan ook in strijd met het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan zijn geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden opgenomen om de bouw van twee woningen mogelijk te maken. Het planvoornemen is derhalve niet rechtsreeks toegestaan conform het vigerende bestemmingsplan en dient de voorliggende ontwikkeling planologisch te worden geregeld via een herziening van het bestemmingsplan. Daarnaast geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’. In hoofdstuk 4.2 van deze toelichting vindt een verdere uiteenzetting plaats in het kader van het aspect ‘archeologie’. Tenslotte is ook hier de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – Roerdalslenk II’ van toepassing. Het onderhavige bouwplan ziet ook hier niet op bodemingrepen dieper dan 30 meter en deze aanduiding levert voor dit bouwplan dan ook geen belemmeringen op.
Hoofdstuk 1
7
1.4 Opbouw bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en onderhavige toelichting. Het juridische gedeelte van het bestemmingsplan wordt gevormd door de regels en de verbeelding tezamen. De toelichting is een beschrijving van hetgeen middels het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Daarnaast onderbouwt het de haalbaarheid van de planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. De toelichting van dit bestemmingsplan is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt allereerst een beschrijving van zowel de bestaande situatie als de toekomstige ontwikkeling gegeven. De hoofdlijnen van beleid zijn vervolgens beschreven in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de uitvoeringsaspecten, waarna in hoofdstuk 5 de juridische planopzet wordt beschreven. In hoofdstuk 6 komt de handhaving van het plan aan bod. In hoofdstuk 7 wordt de haalbaarheid van de ontwikkeling beschreven. In hoofdstuk 8 vindt tot slot een beschrijving van de procedure plaats.
Hoofdstuk 1
8
2.
GEBIEDS- EN BESLUITPROFIEL 2.1 Bestaande situatie De beoogde ontwikkeling vindt plaats op twee locaties in de dorpskern Sint Odiliënberg van de gemeente Roerdalen. Deze gemeente is gelegen ten zuiden van de stad Roermond en grenst aan de zuidoostzijde aan de Duitse grens en in noordwestelijke richting aan de gemeenten Echt-Susteren en Maasgouw. De gemeente Roerdalen bestaat uit een zestal dorpskernen en een negental buurtschappen en gehuchten. De dorpskern Sint Odiliënberg is noordwestelijk gelegen binnen de gemeente Roerdalen en ter plaatse is het gemeentehuis gelegen. Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op een tweetal locaties binnen de dorpskern. Platanenlaan De locatie is gelegen in het zuiden van de kern Sint Odiliënberg aan de rand van het stedelijke gebied. De ontwikkeling vindt plaats op het perceel kadastraal bekend als Sint Odiliënberg, sectie G, nummer 384 en heeft een oppervlakte van 598 m 2. In de huidige situatie betreft het een nog onbebouwde kavel binnen het nieuwbouwplan ’T Sittert’.
Luchtfoto de omgeving van het plangebied met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)
Hoofdstuk 2
9
Kanunnik Willemsestraat De locatie is gelegen in het noorden van de kern Sint Odiliënberg. De ontwikkeling vindt plaats op het perceel kadastraal bekend als Sint Odiliënberg, sectie G, nummer 2305 (ged.), plaatselijk bekend als Sint Odiliastraat 19. Ter plaatse is een woning gelegen met diepe achtertuin die doorloopt tot aan de Kanunnik Willemsestraat.
Luchtfoto de omgeving van het plangebied met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)
2.2 Toekomstige ontwikkeling Op beide locaties is woningbouw voorzien. Platanenlaan Ter plaatse van de Platanenlaan zijn twee grondgebonden en levensloopbestendige woningen voorzien. De beoogde woningen maken onderdeel uit van de woningbouwontwikkeling ’T Sittert’. De woningen worden naar het karakter van de woningen aan de Platanenlaan gerealiseerd in de vorm van twee-onder-één-kap woningen en parkeren op eigen terrein. Met onderhavige realisatie wordt de gehele uitbreidingslocatie gecompleteerd. In de navolgende afbeelding is een mogelijke schetsmatige stedenbouwkundige invulling van het plangebied zichtbaar met daarin de ruimtelijke hoofdopzet van onderhavig plan.
Hoofdstuk 2
10
Figuur 1 Situering nieuwbouwwoningen (Kern architecten, technisch ontwerp, projectnr. 17010, d.d. 18 februari 2020
Kanunnik Willemsestraat Ter plaatse van een deel van de huidige achtertuin van de woning aan de Sint Odiliastraat 19 zijn twee grondgebonden en levensloopbestendige nieuwbouwwoningen voorzien. De tuin wordt opgesplitst en ter hoogte van de Kanunnik Willemsestraat worden twee nieuwe woningen gebouwd. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 577 m2. De twee woningen op deze locatie worden eveneens als twee-onder-één-kap woning gerealiseerd. Parkeren wordt op eigen terrein voorzien. In de navolgende afbeeldingen is een mogelijke schetsmatige stedenbouwkundige invulling van het plangebied zichtbaar met daarin de ruimtelijke hoofdopzet van onderhavig plan.
Hoofdstuk 2
11
Figuur 2 Situering nieuwbouwwoningen (Kern architecten, Structuur ontwerp, projectnr.20028, d.d. 16 juni 2020
2.3 Stedenbouwkundige en ruimtelijke inpassing Voor beide locaties geldt dat er op elke locatie twee grondgebonden levensloopbestendige nieuwbouwwoningen gerealiseerd worden. Aangezien beide locaties zijn gelegen binnen een bestaand woongebied, passen de nieuw te bouwen woningen functioneel in de omgeving. Stedenbouwkundig bezien wordt onder andere qua hoogte, rooilijnen, typologieën, e.d. zoveel als mogelijk aansluiting gezocht bij de omliggende woonbebouwing. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling, is er kortom geen sprake van negatieve ruimtelijke en/of stedenbouwkundige effecten op de korte als op (middel)lange termijn. Vanuit ruimtelijk en stedenbouwkundig oogpunt wordt de ontwikkeling goed inpasbaar geacht.
Hoofdstuk 2
12
3.
BELEID In dit hoofdstuk wordt (beknopt) ingegaan op de relevante beleidsaspecten op rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau.
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 juli 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.
Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig project zijn als volgt: bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving;
Hoofdstuk 3
13
realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften.
Afweging Met het planvoornemen wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. Bovendien geldt voor het plangebied dat er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het project. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden. In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Ruimtereservering parallelle Kaag baan, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nationaal Natuurnetwerk, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Afweging Het Barro heeft voor wat betreft de genoemde onderwerpen en gezien de aard en kleinschaligheid van het project, geen gevolgen voor de realisatie van de woningbouwkavels. 3.1.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) De Rarro is gebaseerd op het Barro. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende gebieden en objecten worden aangewezen, waar gemeenten bij vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven.
Wel is het plangebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel. Gelet op de toegestane hoogtes is dit planvoornemen geen probleem. Afweging Vanuit het Rarro bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. 3.1.4
Ladder voor duurzame verstedelijking
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat de gemeente verplicht moet toepassen bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt.
Hoofdstuk 3
14
In artikel 1.1.1 Bro is gedefinieerd wat een nieuwe stedelijke ontwikkeling is: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie blijkt dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn1. Per 1 juli 2017 is de Ladder gewijzigd. Hierbij is de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om te motiveren hoe de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Indien de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, is een motivering nodig waarom men deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan realiseren (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking locaties De beoogde ontwikkeling aan de Platanenlaan en de Kanunnik Willemsestraat betreft de toevoeging van in totaal vier woningen. Het toevoegen van vier woningen is in lijn met de uitspraak 2 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juni 2017 een dermate kleinschalige ontwikkeling, dat geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Dit betekent dat artikel 3.1.6, lid 2 Bro niet van toepassing is. Het beoogde initiatief vereist zodoende geen toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
Volledigheidshalve dient opgemerkt te worden dat de ontwikkeling plaatsvindt op een locatie binnen bestaand stedelijk gebied, waardoor wordt aangesloten bij het principe van ‘zorgvuldig ruimtegebruik’.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1
Provinciaal Omgevingsplan 2014
Op 12 december 2014 is het Provinciaal Omgevingsplan 2014 (POL2014) vastgesteld. Het POL2014 richt zich op de vraag wat er nodig is om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in Limburg te verbeteren. Samen met de inspanningen op andere terreinen moet dat leiden tot een leef- en vestigingsklimaat van een voortreffelijke kwaliteit. In het POL2014 worden de ambities, opgaven en aanpak voor de thema’s benoemd waarop de provincie een rol heeft of wil vervullen. In het POL2014 is onderscheid gemaakt in acht soorten gebieden, elk met eigen herkenbare kernkwaliteiten. Voor de verschillende zones liggen er heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden.
1
O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319). 2 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Uitspraak 201608869/1/R3, ECLI:NL:RVS:2017:1724, 28 juni 2017
Hoofdstuk 3
15
Platanenlaan Volgens de kaart ‘Zonering Limburg’ van het POL2014 ligt deze locatie in de zone ‘Buitengebied’.
Uitsnede POL2014-kaart 'Zonering-Limburg' met globale aanduiding plangebied (zwart omlijnd)
Het buitengebied omvat de gronden in het landelijk gebied die niet behoren tot de goudgroene en zilvergroene natuurzones en de bronsgroene landschapszone. Deze zone omvat een breed scala aan gebieden variërend van landbouwgebieden in algemene zin, glastuinbouwgebieden, ontwikkelingsgebieden intensieve veehouderij, verblijfsrecreatieve terreinen, stadsrandzones tot linten en cluster van bebouwing. Beleidsmatig liggen de accenten voor deze zone op: Ontwikkelingsmogelijkheden voor nieuwe bedrijfslocaties landbouw; Terugdringen milieubelasting vanuit landbouw; Kwaliteit en functioneren ondergrond. In de visie op Midden-Limburg zijn de belangrijkste uitgangspunten voor wonen: werken aan de kwaliteit van de bestaande voorraad door kwaliteitsverbetering, herstructurering (transformatieopgave zorgvastgoed en huursector) en waar nodig sloop en nieuwkomers (waaronder arbeidsmigranten). Maar ook het terugdringen van nog niet gerealiseerde plannen die niet bijdragen aan de beoogde vernieuwing. Afweging Onderhavige ontwikkeling maakt onderdeel uit van een locatie die reeds als woningbouwlocatie is aangemerkt en dit is ook planologisch / juridisch in een onherroepelijk bestemmingsplan vastgelegd. Ter plaatse van deze woningbouwlocatie is reeds aangevangen met de bouw van woningen. Met de
Hoofdstuk 3
16
onderhavige ontwikkeling wordt de woningbouw afgerond. Feitelijk is er dan ook geen sprake meer van een buitengebied. Kanunnik Willemsestraat Volgens de kaart ‘Zonering Limburg’ van het POL2014 ligt het plangebied in de zone ‘overig bebouwd gebied’.
Uitsnede POL2014-kaart 'Zonering-Limburg' met globale aanduiding plangebied (zwart omlijnd)
Overige bebouwde gebieden zijn gemengde woon/werkgebieden met voorzieningen met deels een stedelijk karakter en deels een dorps karakter. De Limburgse woningmarkt moet kwalitatief en kwantitatief de sprong maken naar een nieuwe werkelijkheid. Kwantitatief ligt er een aanzienlijke opgave om ervoor te zorgen dat de woningmarkt aansluit bij de demografische ontwikkeling. De groei eindigt, maar niet in de hele provincie gelijktijdig en op dezelfde manier: de top in de woningbehoefte wordt naar verwachting in Midden- en Noord-Limburg bereikt rond 2028, terwijl de totale behoefte in Zuid-Limburg vanaf 2017 al daalt, wat in delen van het gebied nu al volop waarneembaar is. Overal moet de programmering ‘over de top heen kijken’ worden toegepast, ook in de regio’s Noord en Midden, waar de woningbehoefte nog toeneemt. Dat vergt andere benaderingen, als inbreiding in plaats van uitleglocaties, planmatig verdichten en verdunnen. De opgave ligt vooral in het onttrekken
Hoofdstuk 3
17
van incourante (particuliere) woningen, het omvangrijk genoeg houden (c.q. maken) van het aanbod aan huurwoningen en het planologisch niet meer uitbreiden van woonmilieus die er al in overvloed zijn. Naast de kwantitatieve uitdaging is er nog een kwalitatieve uitdaging. Deze uitdaging vraagt in een omslag in denken. Het toekomstbestendig houden en maken van de bestaande woningvoorraad is dan ook een aanzienlijke opgave. De Limburgse woningmarkt heeft belang bij de ontwikkeling naar meer toekomstbestendigheid. Deze toekomstbestendigheid omvat meerdere aspecten: duurzaamheid (energieprestatie en-gebruik gedurende de hele levenscyclus van vastgoed, duurzaamheid en energie tijdens de bouw en sloop en hergebruik van materialen); flexibiliteit in gebruiksmogelijkheden en functies; levensloopbestendigheid (gebruikskwaliteiten gedurende de levensloop van gebruikers); als ruimtelijke basis: de locatie van woning(en), wat een focus inhoudt op plaatsen waar de randvoorwaarden voor een hoogwaardig woonklimaat ook op langere termijn aanwezig zijn. Afweging Middels onderhavig plan wordt ingespeeld op de veranderende vraag naar woningen.
In het kader van het planvoornemen wordt een ontwikkeling mogelijk gemaakt op een inbreidingslocatie binnen bestaand stedelijk gebied, waarbij de huidige gronden worden herontwikkeld en passende nieuwbouw wordt gerealiseerd die aansluit op de groeiende kwalitatieve opgave binnen de gemeente en regio. Dit sluit aan bij het toekomstbestendig maken van de Limburgse woningmarkt. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met het POL2014. 3.2.2
Omgevingsverordening Limburg 2014
De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 ook de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL2014 juridische binding te geven. Ladder voor duurzame verstedelijking In de omgevingsverordening is een verwijzing opgenomen naar de Ladder voor duurzame verstedelijking en hierbij is in artikel 2.2.2 van de verordening het navolgende bepaald: 1. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, houdt rekening met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 2. Bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, worden tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen, zoals bedoeld in artikel 2.2.3, onderzocht. 3. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid. Bestuursafspraken In het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) zijn, na een proces van co-creatie, eind 2014 de hoofdlijnen voor de ambities, opgaven, rolopvatting en aanpak vastgesteld door Provinciale
Hoofdstuk 3
18
Staten. Samen met stakeholders hebben de gemeenten en provincie geconstateerd dat voor diverse thema’s meer uitvoeringsgerichte regionale bestuursafspraken nodig en wenselijk zijn. Het gaat om 8 thema's: wonen, detailhandel, bedrijventerreinen, kantoren, energie, land- en tuinbouw, vrijetijdseconomie en Nationaal Landschap Zuid-Limburg. De bestuursafspraken maken onderdeel uit van het samenwerkingsmodel gemeenten – Provincie dat de afgelopen jaren op het gebied van omgevingsbeleid is gegroeid. Het POL2014 schetst de ambities, opgaven, aanpak op hoofdlijnen en principes. Het is in co-creatie met de gemeenten tot stand gekomen. De gemeenten nemen vervolgens het stokje over en stellen regionale uitwerkingen op in de vorm van structuurvisies, visies of anderszins. De Provincie is partner in die regioprocessen en faciliteert deze. Vanuit de regierol ziet de provincie toe op de samenhang tussen de aanpak per regio en die in aangrenzende gebieden. Meer specifiek ten aanzien van het thema wonen hebben de bestuursafspraken geresulteerd in de vaststelling van een drietal woonvisies voor respectievelijk Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. De gemeente Roerdalen maakt onderdeel uit van de regio Midden-Limburg en binnen deze regio is de ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021’ vastgesteld.
In het kader van deze regionale uitwerking zijn in artikel 2.4.2 van de verordening de navolgende bestuursafspraken (per regio) vastgelegd: 1. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. 2. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg. 3. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. 4.
Als een ruimtelijk plan niet voldoet aan het gestelde in het eerste, tweede of derde lid , kunnen Gedeputeerde Staten, rekening houdend met het standpunt van het Regionaal Bestuurlijk Overleg, gelegenheid bieden voor maatwerk in afwijking van het bepaalde in die leden. 5. De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg respectievelijk de regio Midden-Limburg respectievelijk de regio Zuid-Limburg, dat betrekking heeft op het toevoegen van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen, bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid respectievelijk het tweede lid respectievelijk het derde lid, dan wel van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het vierde lid.
Hoofdstuk 3
19
6. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat tevens een verantwoording van de bijdrage die met de vaststelling van dat ruimtelijk plan wordt geleverd aan de regionale opgave gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen en als het vierde lid van toepassing is, van het versterken van de kwalitatieve woningvoorraad. Boringsvrije zone Roerdalslenk II Het is in de boringsvrije zone Roerdalslenk II verboden om een boorput, een bodemenergiesysteem of een aardwarmtesysteem te maken of hebben of de grond te roeren, dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei. Daarnaast is het verboden om werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei kunnen aantasten. Tot slot moet het voornemen tot het maken van een boorput, het aanleggen van een bodemenergiesysteem of het roeren van grond in de Roerdalslenk dieper dan 30 meter (in zone II) tot aan de Bovenste Brunssumklei vier weken tevoren schriftelijk gemeld worden aan gedeputeerde staten. Conclusie In hoofdstuk 3.3 wordt het regionale woonbeleid nader toegelicht en toegepast op onderhavig voornemen. De ladder voor duurzame verstedelijk is besproken in paragraaf 3.1.4. Deze ruimtelijke onderbouwing ziet op het toevoegen van vier woningen.
De ladder voor duurzame verstedelijking moet worden toegepast als er 12 of meer woningen worden toegevoegd. De ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet van toepassing. De ligging binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk II vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Er zijn namelijk geen grondboringen van dergelijke diepte voorzien. Voorgenomen ontwikkeling past binnen de Omgevingsverordening Limburg 2014. Vanuit de ‘Omgevingsverordening Limburg 2014’ bestaan er hiermee geen belemmeringen. 3.2.3
Provinciale Omgevingsvisie (POVI)
Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. In de periode 7 september 2020 tot en met 18 oktober 2020 heeft de provincie Limburg een ontwerp provinciale omgevingsvisie ter inzage gelegd: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg.’ Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt na vaststelling van deze Omgevingsvisie, het huidige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014).’ De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. Op 1 oktober 2021 is de Provinciale Omgevingsvisie vastgesteld. Na publicatie zal de POVI in werking treden en het POL2014 komt dan te vervallen.
Hoofdstuk 3
20
Daarnaast wordt een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. Deze wordt nader beschreven in de navolgende paragraaf. Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijkals in het bebouwde gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); Klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend.
Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en nietcourante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de ‘middenhuur’ en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen.
Hoofdstuk 3
21
Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogtes) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit. Afweging Deze ontwikkeling voorziet in een bestemmingswijziging, waarbij op 2 locaties woningen worden toegevoegd. Op de locatie ‘Platanenlaan’ wordt een nieuwbouw woonwijk afgerond met twee levensloopbestendige woningen.
Ter plaatse was in het oorspronkelijke nieuwbouwplan slechts één woning voorzien. Op de locatie ‘Kanunnik Willemsestraat’ wordt een diepe achtertuin opgesplitst in twee kavels waar levensloopbestendige woningen zijn voorzien. In beide gevallen is sprake van inbreiding. Met de bouw van de in totaal vier levensloopbestendige en duurzame woningen wordt aansluiting gezocht bij de groeiende kwalitatieve opgave binnen de gemeente en regio en de duurzaamheidseisen. Het plan past dan ook in de Provinciale Omgevingsvisie. 3.2.4 Ontwerp Omgevingsverordening Limburg 2021 Op 25 mei 2021 heeft het college van Gedeputeerde State het ontwerp van de Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Deze ontwerp-omgevingsverordening heeft van 7 juni tot en met 19 juli 2021 voor eenieder ter inzage gelegen en wordt naar verwachting in december 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Hoewel het ontwerp van de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in.
Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het besluitgebied binnen de ‘Landelijke kernen’.
Hoofdstuk 3
22
Conform artikel 12 van de ontwerp-omgevingsverordening dient de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van één of meerdere woningen het volgende beschrijven: a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek; c. over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d. het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in Afdeling 14.5; e. realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Afweging In deze ruimtelijke onderbouwing is in voldoende mate rekening gehouden met de in artikel 12 van de ontwerp-omgevingsverordening opgenomen instructieregels. Zoals volgt uit paragraaf 3.2.3 past deze ontwikkeling binnen de POVI Limburg.
In paragraaf 3.3 volgt een uitgebreide onderbouwing met betrekking tot de behoefte en de regionale afspraken en met de bouw van de woningen wordt spoedig een aanvang gemaakt, tenminste binnen 5 jaar na de verleende vergunning. Daarnaast wordt het plan opgenomen op de Plancapaciteitsmonitor Limburg. De onderhavige ontwikkeling is dan ook in lijn met de ontwerp-omgevingsverordening Limburg.
3.3 Regionaal beleid 3.3.1
Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021
De samenwerkende gemeenten in Midden-Limburg (Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert) hebben de ‘Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving MiddenLimburg’ (2014) geactualiseerd. In de ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 t/m 2021’ wordt onder andere de ontwikkelingsrichting van de zeven gemeenten in Midden-Limburg op het gebied van wonen vastgelegd. In de structuurvisie wordt aangegeven dat de periode 2014-2017 heeft laten zien dat nieuwbouw en economie niet losgekoppeld kunnen worden. Voor de komende periode heeft de regio haar ambities om te bouwen naar behoefte geactualiseerd om ervoor te blijven zorgen dat de juiste kwaliteit wonin-
Hoofdstuk 3
23
gen op de juiste plekken kunnen worden gebouwd. Hiervoor ligt aan deze actualisatie een nieuw woningmarktonderzoek ten grondslag en zijn de meest recente landelijke, provinciale en regionale ontwikkelingen vertaald. In de structuurvisie zijn naar aanleiding van de meest recente cijfers afspraken gemaakt over de maximaal aan te houden groei en de reductie van de planvoorraad. Voor Roerdalen geldt dat de maximaal aan te houden groei 380 woningen vanaf 2014 bedraagt. Vanaf de huishoudenstop in 2018 bedraagt het maximaal aantal te bouwen woningen 319. De te realiseren woningen (4 grondgebonden woningen) binnen het plangebied passen binnen dit maximaal aantal te bouwen woningen. Specifiek voor de kern Sint Odiliënberg geldt dat het richtcijfer van de te bouwen woningen 40 woningen omvat (met aftrek van de overcapaciteit). Op basis van het uitgevoerde woningmarktonderzoek blijkt verder dat in z’n algemeenheid het aantal huishoudens van 2018 tot 2030 binnen Roerdalen naar verwachting zal afnemen met circa 190 huishoudens. Het aantal huishoudens zal tot 2022 (huishoudenstop) nog toenemen. Wanneer naar de kwantitatieve woningbehoefte per doelgroep wordt gekeken, dan blijkt dat het aantal jongere huishoudens (tot 30 jaar) de komende jaren in Roerdalen afnemen tot circa 370 in 2030.
Voor de huishoudens in de middengroep (30-65 jarigen) is sprake van een afname van 5.339 naar 4.380 en voor oudere huishoudens (> 65 jaar) is juist sprake van een toename van 3.396 naar 4.233. Wanneer wordt gekeken naar de kwantitatieve woningbehoefte voor de sociale doelgroep, dan is voor Roerdalen sprake van een afname van 3.311 woningen in 2018 tot 3.214 woningen in 2030. Kort samengevat wordt de woningbehoefte dus grotendeels bepaald door de groeiende groep ouderenhuishoudens. Van alle huishoudens behoort daarnaast 45% tot de sociale doelgroep in de gemeente Roerdalen. Wanneer wordt gekeken naar de kwalitatieve woningbehoefte, dan bestaat deze grotendeels uit appartementen met lift en grondgebonden seniorenwoningen, zowel in de huur- als in de koopsector. De grootste uitval gaat ontstaan bij appartementen zonder lift en rij- /hoekwoningen in de huursector en bij rij/hoekwoningen en 2 onder 1 kapwoningen in de koopsector. De regio speelt in op de ruimte die de provincie biedt voor wat betreft woningbouw. Allereerst geven de prognoses meer ruimte. Voor de afbouw van de planvoorraad wordt meer tijd genomen. Van de mogelijkheid om nieuwe plannen toe te voegen die aansluiten bij de kwalitatieve behoefte wordt gebruik gemaakt.
Aanvullend moet worden geconstateerd dat het aantal huishoudens in Midden-Limburg de afgelopen jaren meer is gegroeid dan het netto toegevoegde aantal woningen. Hierdoor is de druk op de woningmarkt toegenomen. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen de bestaande kern van Sint Odiliënberg en omvat de bouw van grondgebonden seniorenwoningen op een tweetal locaties. Het betreft levensloopbestendige woningen voor alle doelgroepen, waaronder ook senioren. Op de Platanenlaan is één woning opgenomen in de woningbouwprogrammering (Woningbouwontwikkeling ’t Sittert). De overige drie woningen zijn niet opgenomen in de woningbouwprogrammering
Hoofdstuk 3
24
Op basis van de ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 t/m 2021’ mogen in de periode 2018 t/m 2021 nog 40 woningen in Sint Odiliënberg worden gebouwd. Sinds 1-1-2018 zijn er al 59 woningen gerealiseerd en er zijn nog vergevorderde plannen rondom de Petrusberg. Kwalitatief is er beperkt behoefte aan grondgebonden seniorenwoningen in St. Odiliënberg. Volgens de kwaliteitsenvelop zijn in St. Odiliënberg alleen grondgebonden senioren woningen in de koopsector in de prijscategorie tot € 125.000,-- kansrijk. Echter, de discrepantieanalyse uit onderhavige structuurvisie laat zien dat in de prijscategorieën € 200.000 - € 275.000 en € 275.000 - € 375.000 er ook een behoefte is aan 35 ‘koop’ grondgebonden seniorenwoningen. In 2019 zijn er al 22 grondgebonden seniorenwoningen in deze prijscategorie opgenomen. Hiervan worden er 6 (tijdelijk) verhuurd en derhalve zijn netto 16 koopwoningen in deze prijscategorie opgenomen. Er resteren dan nog maximaal 19 koopwoningen in deze prijscategorie, waarvan er reeds zestien gereserveerd zijn voor woningbouw op de voormalige schoollocatie ‘Brombemke’. Dit betekent dat er volkshuisvestelijk nog ruimte is voor de drie beoogde woningen binnen dit plangebied. De prijscategorie voor deze woningen ligt tussen de € 275.000 - € 375.000. Daarnaast zijn de onderhavige woningen levensloopbestendig en derhalve geschikt voor senioren.
Hiermee passen de woningen binnen de ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 t/m 2021’.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Roerdalen 2030 In de ‘Structuurvisie Roerdalen 2030’ (vastgesteld op 26 februari 2013) heeft de gemeente Roerdalen de gewenste ruimtelijke structuur voor de komende 10 tot 15 jaar vastgelegd. In de structuurvisie wordt de visie op alle kernen in de gemeente voor de periode tot 2030 beschreven. Het grondgebied van de gemeente Roerdalen bestaat grotendeels uit een bijzonder aantrekkelijk buitengebied. Het Nationaal Park De Meinweg, het Roerdal, het Vlootbeekdal, het Munnichsbos, het Sweeltje en de Linnerheide vormen hierin landschappelijke eenheden van formaat met belangrijke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten. Roerdalen heeft een afwisselend buitengebied waarin besloten bosgebieden, vergezichten en beken elkaar afwisselen. Het aantrekkelijke landschap vormt hiermee een visitekaartje voor de gemeente. Het is van grote waarde voor de woon- en leefomgeving van de eigen burgers, en voor het (recreatief-toeristisch) imago van Roerdalen naar buiten toe. Onderhavig besluitgebied is gelegen binnen het kerkdorp ‘Sint Odiliënberg’ en is aan de noordzijde gelegen aan de Roer.
Hoofdstuk 3
25
In de structuurvisie wordt voor de kernen nagestreefd om het eigen karakter van de zes dorpen te behouden. De inwoners voelen zich sterk betrokken bij hun eigen dorp en dat moet zo blijven. Daarnaast kunnen de dorpen zich ontwikkelen op een manier die het beste past bij de specifieke kenmerken van het betreffende dorp. Ieder dorp doet waar het goed in is, en samen wordt zo binnen Roerdalen een uitgebreid scala aan kwaliteiten en voorzieningen geboden. Hiermee wordt een oplossingsrichting geboden voor teruglopende levensvatbaarheid voor alle voorzieningen in alle dorpen. Structuurvisiekaart Het ruimtelijk raamwerk van Roerdalen, zoals dit in de Nota Bouwstenen is weergegeven, heeft de leidraad gevormd voor de toekomstige ontwikkeling van de gemeente. De uitwerking van het ruimtelijk raamwerk is verbeeld op de structuurvisiekaart. Het is belangrijk vast te stellen dat de structuurvisiekaart geen bestemmingsplankaart is en dat deze daardoor geen ontwikkelingen onwrikbaar vastlegt. Het gaat om de hoofdlijnen van beleid, die verder worden uitgewerkt in andere plannen zoals bestemmingsplannen. Op de structuurvisie kaart zijn beide locaties aangewezen als ‘kern’. Zonder een verdere specifieke functie of ontwikkelinrichting.
Woonvisie In een landelijke regio als Roerdalen geldt in het algemeen de regel dat zoveel woningen gebouwd mogen worden als nodig is voor de natuurlijke bevolkingsgroei. Het bestaande woningbouwprogramma omvat reeds meer woningen dan is benodigd. Prioriteit krijgt herstructurering van de bestaande woon- en leefomgeving. Belangrijk is verder dat hergebruik van leegstaande woningen voor sloop en nieuwbouw gaat. Daarentegen is sloop en nieuwbouw niet altijd te voorkomen bij het streven naar kwalitatief goede woningen. Verder gaat inbreiding voor uitbreiding, waarbij het ook belangrijk is om voldoende groene ruimtes en ‘lucht in het dorp’ te waarborgen of te ontwikkelen als deze ontbreken. Per saldo is in de dorpen dus meer aandacht nodig voor de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Deze voldoet als gevolg van een veranderende bevolkingssamenstelling niet geheel meer aan de huidige en toekomstige eisen, terwijl de woonkwaliteit een belangrijke invloed heeft op de leefbaarheid en vitaliteit van de gemeente. De gemeente Roerdalen hanteert derhalve de navolgende spelregels in haar woonvisie: Bouwen voor doelgroepen; De bouw van woningen moet aansluiten op de behoefte van het doelgroepenbeleid per kern. Provinciale/regionale afspraken; De bouw van woningen moet zijn afgestemd op de provinciale/regionale afspraken over woningbouw.
Hergebruik gaat boven sloop en nieuwbouw; Door hergebruik van leegstaande woningen te laten prevaleren boven de bouw van nieuwe woningen wordt het totale aantal woningen (en dus overcapaciteit) zoveel mogelijk voorkomen. Kwaliteit gaat boven hergebruik;
Hoofdstuk 3
26
De woonkwaliteit is een belangrijk onderdeel van de leefkwaliteit. Sloop en nieuwbouw is niet altijd te voorkomen bij het streven naar kwalitatief goede woningen. Inbreiding gaat boven uitbreiding; Door uitbreiding van de kernen te vermijden wordt verstening en verrommeling van het landschap voorkomen. Daarnaast kan terugloop van bewoners (en daarmee gepaard gaand de voorzieningen), in de kernen worden beperkt door inbreiding in de kernen de voorkeur te geven.
Conclusie Onderhavig plan heeft betrekking op de ontwikkeling van een inbreidingslocatie, waarbij ter plaatse van de Platanenlaan een grotere woningbouwontwikkeling (’t Sittert) als het ware wordt afgebouwd en ter hoogte van de Kanunnik Willemsestraat wordt een woonstraat opgevuld met twee woningen. De beoogde woningen zijn op beide locaties levensloopbestendig en uitermate geschikt voor senioren. Zoals volgt uit paragraaf 3.3.1 passen de beoogde woningen in het regionale beleid en daarmee ook binnen de gemeentelijke structuurvisie. 3.4.2 Beleidsregel ‘Compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen (2019)’ De ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021’ is nader uitgewerkt in de beleidsregel ‘compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen 2019’. De realisatie van nieuwe woningbouwontwikkelingen heeft een negatief effect op de huidige woningvoorraad. Ter compensatie wordt derhalve voor specifieke initiatieven een financiële compensatie vereist. De compensatieregeling is zodoende van toepassing op nieuw te bouwen woningen, die niet zijn opgenomen in de planvoorraadlijst. De beleidsregel wordt enkel toegepast indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden (artikel 4 van voornoemde beleidsregel): 1. De ruimtelijke kwaliteit en de locatie van het initiatief wordt door de gemeente akkoord bevonden; 2.
Er qua woningbouwprogramma aantoonbaar rekening wordt gehouden met de kwaliteitsenvelop voor de gemeente Roerdalen zoals opgenomen in bijlage 5 van de Structuurvisie Wonen MiddenLimburg 2018-2021; 3. Het gaat om de toevoeging van maximaal 20 woningen per project; 4. Door de gemeente wordt geconcludeerd, na bewijsvoering initiatiefnemer, dat woningcompensatie door middel van fysieke onttrekking niet mogelijk is én dat het woningbouwinitiatief niet uitgeruild kan worden met plannen waarvoor reeds een omgevingsvergunning is verleend, gebaseerd op een bouwtitel in een vigerend bestemmingsplan en/of een juridisch afdwingbare realisatieovereenkomst is gesloten. 5. Het woningbouwinitiatief voldoet aan minimaal 3 van de 5 criteria uit de kwaliteitszeef (zoals genoemd in de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018-2021): a. b. c. d. e.
Er moet sprake zijn van inbreiding; Bestaand vastgoed wordt hergebruikt; Er moet sprake zijn van een herstructureringslocatie (oplossen rotte plekken); Het plan moet onderscheidend zijn op basis van duurzaamheid; Er moet sprake zijn van levensloopbestendig wonen.
Hoofdstuk 3
27
De financiële compensatie voor grondgebonden seniorenwoningen bedraagt €0,- per woning. Er wordt daarom geen bijdrage in rekening gebracht. Conclusie De beoogde twee woningen aan de Kanunnik Willemsestraat en de bouw van één extra woning aan de Platanenlaan zijn niet opgenomen op de planvoorraadlijst. Van de twee nieuwbouwwoningen op laatstgenoemde locatie maakt de realisering van één woning onderdeel uit van het woningbouwproject ’t Sittert dat wel is opgenomen op de planvoorraadlijst. Om medewerking te verlenen aan onderhavige woningbouw moeten drie van de vier te bouwen woningen voldoen aan de gestelde voorwaarden van artikel 4. Indien daaraan wordt voldaan wordt een financiële compensatie door de gemeente in rekening gebracht. Hierna volgt een analyse op basis van de in artikel 4 gestelde voorwaarden. 1. De gemeente is akkoord gegaan met woningbouw op beide locaties. In beide gevallen wordt een woonstraat afgebouwd hetgeen de stedenbouwkundige en ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. 2. De woningen zijn grondgebonden seniorenwoningen en daarmee geschikt voor senioren en vallen binnen de prijscategorie € 275.000 - € 375.000 . Uit de discrepantieanalyse, zoals beschreven in paragraaf 3.3.1 van deze toelichting, volgt dat er behoefte is aan dit type woningen.
Dit zijn woningen met een bruto vloeroppervlak van maximaal 120 m2 en met maximaal drie kamers (woonkamer én slaapkamers) en alle basisvoorzieningen (slaapkamer, badkamer, keuken) op de begane grond, incl. een evt. inpandige berging. In de raadvergadering van 12 november 2020 is door de wethouder Wonen toegezegd dat dit begrip in de praktijk ruim wordt uitgelegd. Ook als een woning een gebruiksoppervlak van 120 m 2 en met maximaal drie kamers (woonkamer én slaapkamers) en alle basisvoorzieningen (slaapkamer, badkamer, keuken) op de begane grond, incl. een evt. inpandige berging passen we de beleidsregel toe. Voor grondgebonden seniorenwoningen bedraagt het compensatiebedrag €0,- . 3. Het betreft de toevoeging van vier woningen en daarmee wordt ruimschoots onder het gestelde maximum van 20 woningen gebleven. 4. Het betreft hier een ontwikkeling waarbij geen mogelijkheden zijn om fysiek te onttrekken of uitruil plaats te laten vinden met plannen die reeds vergund zijn, een planologische bouwtitel hebben en/of waarvoor een juridisch afdwingbare realisatieovereenkomst is gesloten. 5. Het plan voldoet aan 3 van de 5 criteria van de kwaliteitszeef, namelijk Er is sprake van inbreiding; Het plan is onderscheidend op basis van duurzaamheid. Het betreft hier namelijk nul-op-demeter woningen. Voor meer informatie wordt verwezen naar paragraaf 4.7 ‘Duurzaamheid’.
Er is sprake van levensloopbestendig wonen. Uit het voorgaande volgt dat de beleidsregel ‘Compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen 2019’ kan worden toegepast. 3.4.3 Gemeentelijk kwaliteitsmenu - LKM+ De provincie verlangt van de Limburgse gemeentes om uitwerking en uitvoering te geven aan het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM). Het LKM wordt uitgewerkt in een gemeentelijk kwaliteitsmenu dat wordt verankerd in de gemeentelijke structuurvisie. Hiermee kan het beleid worden afgestemd op de speci-
Hoofdstuk 3
28
fieke situatie voor de gemeente Roerdalen. De gemeente Roerdalen heeft in de 'Structuurvisie Roerdalen 2030' een op de gemeente Roerdalen afgestemd kwaliteitsmenu vastgelegd, te weten het LKM+. Het kwaliteitsmenu is van toepassing op (niet onaanvaardbare) ontwikkelingen die middels een bestemmingsplanwijziging of -afwijking mogelijk worden gemaakt. Het kenmerkende voor de bedoelde ontwikkelingen is dat het (nieuwe) functies zijn die een nieuw ruimtebeslag leggen met daaraan verbonden specifieke ruimtelijke invloeden op de omgeving In de tabel met ruimtelijke ontwikkelingen (bijlagen 2A en 2B) is aangegeven voor welke ontwikkelingen het gemeentelijk kwaliteitsmenu van toepassing is. Omdat het LKM als uitgangspunt is gehanteerd, is het gemeentelijk kwaliteitsmenu het LKM+ genoemd. Conclusie In relatie tot onderhavige ontwikkeling is bijlage 2B van belang aangezien deze van toepassing is op ruimtelijke ontwikkelingen in de bebouwde kom / binnen de rode contour. Onderhavig besluitgebied is gelegen binnen de bebouwde kom (kern Sint Odiliënberg). Voor woningbouwontwikkelingen in de kern geldt in dit geval module 12 ‘Woningen’. Voor deze module geldt een LKM+ bijdrage van € 35,- per m2 bouwvlak. Dit zal worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst met de ontwikkelende partij. 3.4.4
Welstandsnota 2018
In de raadsvergadering van 17 december 2015 heeft de gemeenteraad van Roerdalen besloten om uit de Welstandsnota 2016 de gebieden met niveau 2, 3 en 4 voor een periode van 2 jaar geheel welstandsvrij te verklaren. Dat betekent dat alleen de wettelijk verplichte monumenten en de plannen binnen een ‘niveau 1 gebied’ aan de omgevingscommissie ter beoordeling worden voorgelegd. De overige plannen worden niet meer voorgelegd. Wel blijft de excessenregeling van kracht. Deze nieuwe insteek is in de Welstandsnota 2018 geformaliseerd. Niveau-1 gebieden De gemeente Roerdalen staat voor zelfsturing en diversiteit. In bepaalde gebieden blijft sturing echter toch nodig. Sommige gebieden zijn beeldbepalend voor een gemeenschap. De gemeente wil voorkomen dat dit beeld wordt aangetast, dit is in het belang van de gehele gemeenschap. Daarnaast zijn er (nieuwbouw)plannen waarin een bepaalde sfeer, thema of kwaliteit wordt nagestreefd. Ook hierin is het niet gewenst om gehele vrijheid te geven. Om de directe omgeving te beschermen is het gewenst om sturing te geven aan bouwplannen die (grote) invloed hebben op de kwaliteit van de omgeving. Middels een beeldkwaliteitsplan kan worden gestuurd op een gewenste uitstraling.
Hoofdstuk 3
29
In principe geldt het welstandsvrij beleid voor het gehele grondgebied van de gemeente, maar om bepaalde ruimtelijke en esthetische kwaliteiten beter te beschermen of waarborgen, worden er twee uitzonderingssituaties gemaakt. Deze gebieden zijn dus niet welstandsvrij. Het betreft de beeldbepalende dorpsgezichten en de in- en uitbreidingslocaties. Niveau-2 gebieden (Welstandsvrij) De gemeente stelt alleen eisen aan de uiterlijke kwaliteit van bouwwerken als dit ook echt nodig is. Hiermee wordt getracht de 'belasting' of eisen aan de klant zo gering mogelijk te houden waarbij wel het algemeen belang wordt gerespecteerd. Daarom wordt er uitgegaan van een basis van welstandsvrijheid. Afweging Beide locaties zijn in een niveau-2 gebied gelegen. Dit betreft het welstandsvrije gebied. Derhalve is het niet noodzakelijk om te toetsen aan de welstandsnota 2018. Wel blijft de excessenregeling van kracht. Dit houdt in dat, mocht er sprake zijn van een bouwwerk dat ‘in ernstige mate in strijd is met de eisen van welstand’ het college van B&W de strijdige situatie ongedaan mag maken.
Hoofdstuk 3
30
4.
UITVOERINGSASPECTEN Bij de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling dient rekening gehouden te worden met (milieu)invloeden vanuit de omgeving op de ontwikkeling zelf en met invloeden vanuit de ontwikkeling op de omgeving. Binnen dit hoofdstuk wordt gekeken naar de aspecten geluid, archeologie, leidingen en infrastructuur, natuur en landschap, flora en fauna, waterhuishouding, verkeer en economische uitvoerbaarheid. De hieruit voortkomende bevindingen zijn in onderstaande paragrafen toegelicht.