17 Bijlage 3.9: M.e.r. beoordelingsnotitie
Tekst van het document
M.e.r.-beoordelingsnotitie bij bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
COLOFON Opdrachtgever: Datum:
Phidias 8 november 2022
Projectnummer:
VPA 2021.46-MER
Vandewall Planologisch Advies BV Boschstraat 21A • 6211 AS Maastricht • 043.3217613 info@vandewall-planologie.nl • www.vandewall-planologie.nl
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding .................................................................................................................................. 3 1.2 Doelstelling ................................................................................................................................ 3 1.3 Leeswijzer .................................................................................................................................. 3 2 Wettelijk kader
4
3 Projectgebied 6 3.1 Ligging van het projectgebied .................................................................................................... 6 3.2 Bestaand gebruik projectgebied ................................................................................................ 6 3.3 Gevoelige gebieden in en nabij het projectgebied .................................................................... 9 4 Kenmerken project
10
5 Milieuaspecten 12 5.1 Waterhuishouding/hydrologie ................................................................................................ 12 5.2 Ecologie, flora & fauna ............................................................................................................. 15 5.3 Geluid – Bedrijven en milieuzonering ...................................................................................... 17 5.4 Bodemkwaliteit ........................................................................................................................ 18 5.5 Luchtkwaliteit .......................................................................................................................... 18 5.6 Externe veiligheid .................................................................................................................... 20 5.7 Archeologie .............................................................................................................................. 23 5.9 Overige milieuhinder ............................................................................................................... 25 6 Conclusies
26
Separate bijlagen: 1) Infiltratieonderzoek t.b.v. nieuwbouw op perceel G-1108 aan de Angsterweg te Vlodrop, Geonius Geotechniek B.V., documentnummer GA210917.R01.V2.0, d.d. 28.09.2021; 2) Quickscan ecologie Angsterweg Vlodrop in het kader van de Wet natuurbescherming, WSP, rapportnummer SLM017757.QS, versie 1, d.d. 07.09.2021; 3) Onderzoek stikstofdepositie uitbreiding Vekoma Vlodrop, WSP, rapportnummer SLM017757.NOT.AC.NG, d.d. 22.10.2021; 4) Uitbreiding Vekoma Vlodrop/Bedrijven en SLM017757.NOT003.v2.AC.NG, d.d. 13.06.2022;
milieuzonering,
WSP,
referentie
5) Verkennend bodemonderzoek perceel G 1108 gelegen aan de Angsterweg (ong.) in Vlodrop, Geonius Milieu B.V., rapportnummer MA210530.R01.V1.0, d.d. 20.09.2021; 6) Onderzoek externe veiligheid uitbreiding SLM017757.NOT001.AC.NG, d.d. 22.10.2021;
Vekoma
Vlodrop,
WSP,
referentie
7) Archeologisch onderzoek Angsterweg 65 te Vlodorp (archeologisch bureauonderzoek en IVO-) verkennende fase d.m.v. boringen), Geonius, rapportnummer AA210094.R01.v01.ARG341, d.d. 29.10.2021.
Bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
- pagina 2 -
2
m.e.r.-beoordelingsnotitie
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Het bedrijf Vekoma Rides is een wereldwijd opererend bedrijf dat gespecialiseerd is in het ontwerpen, produceren en onderhouden van achtbanen en andere soortgelijke attracties. De Nederlandse vestiging van het bedrijf is reeds jaren gevestigd aan de Schaapweg 18 in Vlodrop. De huidige bedrijfslocatie (circa 14.000 m² bedrijfsvloeroppervlakte) is het bedrijf inmiddels ontgroeid. Hierdoor heeft Vekoma Rides het plan opgevat om de bedrijfsactiviteiten te verplaatsen naar de nieuwe locatie ter plaatse van het onderhavige plangebied. Hiervoor heeft zich een geschikt perceel aangediend aan de Angsterweg 65 te Vlodrop. Deze gronden waren voorheen in gebruik als sportvelden. Vekoma Rides is voornemens op deze nieuwe locatie circa 20.000 m² aan bedrijfsvloeroppervlakte te realiseren. De beoogde bedrijfsuitbreiding zal gefaseerd plaatsvinden. In de eerste fase worden de fabrieks-/assemblagehal en het magazijn (12.000 m²) verplaatst van de oude bedrijfslocatie naar de nieuwe bedrijfslocatie. In de tweede fase worden de kantoorfunctie (6.600 m²) en het bedrijfsrestaurant (600 m²) verplaatst van de oude naar de nieuwe bedrijfslocatie. In de derde en laatste fase van de bedrijfsuitbreiding-/verplaatsing wordt nog voorzien in een uitbreiding van circa 960 m² bedrijfsoppervlak, waarvan de exacte invulling thans nog niet bekend is.
Tevens wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. In het ter plaatse vigerende bestemmingsplan ‘1e herziening Kernen Roerdalen’ is het onderhavige plangebied bestemd tot ‘Maatschappelijk’. Conform deze bestemming is de ontwikkeling van de nieuwe bedrijfslocatie niet mogelijk. Om de ontwikkeling toch mogelijk te maken dient voor het perceel een nieuw bestemmingsplan met een passende bestemming en een passende juridischplanologische regeling te worden vastgesteld. Dit benodigde bestemmingsplan is inmiddels opgesteld en middels de voorliggende notitie worden de milieuplanologische aspecten die bij de ontwikkeling een rol spelen geborgd.
1.2 Doelstelling Het doel van het plan is juridisch-planologisch mogelijk maken van de bedrijfsuitbreiding/verplaatsing van Vekoma Rides naar/op het perceel aan de Angsterweg ongenummerd (kadastraal bekend als gemeente Vlodrop, sectie F, nummers 80 (ged.) en 1486 (ged.) en sectie G, nummers 627 (ged.), 1107, 1108 (ged.). Het plangebied heeft een oppervlakte van 32.884 m². De gronden waren voorheen in gebruik als sportcomplex en hebben thans geen functie.
1.3 Leeswijzer In dit eerste inleidende hoofdstuk heeft de inleiding van de voorliggende m.e.r.-beoordelingsnotie plaatsgevonden. In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk beleidskader beschreven, waaruit de wettelijke verplichting van de m.e.r.-beoordeling voortkomt. In het derde hoofdstuk wordt de ligging en begrenzing van de projectlocatie beschreven. In hoofdstuk 4 worden de kenmerken van het project beschreven en in hoofdstuk 5 zijn de relevante milieuaspecten en de conclusies van de uitgevoerde milieuonderzoeken verwoord. In het zesde en laatste hoofdstuk zijn deze conclusies overzichtelijk samengevat.
Bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
- pagina 3 -
3
m.e.r.-beoordelingsnotitie
2 Wettelijk kader Wet milieubeheer Op basis van paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer (Wm), dient degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b, en voornemens is een verzoek in te dienen tot het nemen van een besluit als bedoeld in het vierde lid van dat artikel, dit voornemen schriftelijk mee te delen aan het bevoegd gezag. Bij de mededeling dient in ieder geval de informatie te worden verstrekt zoals omschreven in artikel 7.16 lid 2 tot en met 4 Wm. Op basis van artikel 7.17 Wm dient het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst een beslissing te nemen omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Besluit m.e.r. In bijlage C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten.
Onder de drempelwaarden van de D-lijst kan volstaan worden met een zogenaamde ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling. Dit project kan worden ondergebracht in categorie 11.2 van de D-lijst: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.’ De (relevante) drempelwaarde van categorie 11.2 ziet toe op gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Het projectgebied heeft een oppervlakte van 32.884 m² (circa 3,3 hectare) en is gelegen in de kern Vlodrop aan de Angsterweg. Het plangebied is gelegen aan de zuidzijde van de Angsterweg en grenst aan de zuidzijde aan het landelijk gebied. Er zal als gevolg van dit plan een gebouw worden gerealiseerd bestaande uit een assemblagehal, een magazijn en een kantoor met bedrijfsrestaurant. De drempelwaarde zoals vastgelegd onder categorie 11.2 van de D-lijst wordt niet overschreden. Aangezien de activiteit onder de drempelwaarden van 11.2 van de D-lijst blijft dient voor de voorgenomen activiteit een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden. Initiatiefnemer dient hiervoor een m.e.r.-beoordelingsnotitie (ook wel aanmeldnotitie genoemd) op te stellen.
Het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Roerdalen, moet vervolgens beoordelen of bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden waarvoor een m.e.r (-beoordeling) noodzakelijk is. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Middels deze paragraaf wordt invulling gegeven aan de vereisten van artikel 7.16 Wm, op basis waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 7.17 Wm een beslissing kan nemen. De achterliggende gedachte bij de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is dat ook kleinere projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: - belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. (-beoordeling) noodzakelijk; - belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r. (beoordeling) plaatsvinden.
Bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
- pagina 4 -
4
m.e.r.-beoordelingsnotitie
In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die genoemd zijn in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (2014/52/EU) een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Bij de beslissing of voor het project wel of geen m.e.r. nodig is houdt het bevoegd gezag rekening met deze criteria: - kenmerken van het project; - locatie van het project; - soort en kenmerken van het potentiële effect. Deze criteria zijn uitgewerkt in onderstaande tabel:
-
-
-
Criteria m.e.r.-beoordeling Kenmerken van het project omvang van het project; cumulatie met andere projecten; gebruik van natuurlijke grondstoffen; productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder; risico van ongevallen, mede gelet op de gebuikte stoffen en technologieën. Locatie van het project bestaand grondgebruik; de relatieve rijkdom aan kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; het opnameniveau van het natuurlijke milieu, met aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Natura2000-gebieden, gebieden waarbij vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. Soort en kenmerken van het potentiële effect bereik van het effect (geografische zone en grootte van de betrokken bevolking); grensoverschrijdende karakter van het effect; waarschijnlijkheid van het effect; duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect.
De m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van de voorgenomen ontwikkeling. Daar waar geen onderzoek noodzakelijk is geweest, is een motivering opgenomen.
Bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
- pagina 5 -
5
m.e.r.-beoordelingsnotitie
3 Projectgebied 3.1 Ligging van het projectgebied Het projectgebied is gelegen aan de Angsterweg 65, aan de zuidwestelijke rand van het dorp Vlodrop, dat tot de gemeente Roerdalen behoort. Het projectgebied ligt ingeklemd tussen de Angsterweg aan de noordzijde, woonzorgcomplex De Tram aan de oostzijde, de Koebroekweg aan de zuidzijde en de Weg achter het Koebroek aan de westzijde. De gronden die het projectgebied vormen zijn kadastraal bekend als gemeente Vlodrop, sectie F, nummers 80 (ged.) en 1486 (ged.) en sectie G, nummers 627 (ged.), 1107, 1108 (ged.). Het projectgebied heeft een oppervlakte van 32.884 m². De gronden waren voorheen in gebruik als sportcomplex en hebben thans geen functie. Op het onderstaande overzichtskaartje is het projectgebied middels een rode kleur weergegeven:
Overzichtskaartje projectgebied
3.2 Bestaand gebruik projectgebied Huidige functie De gronden waren voorheen in gebruik sportcomplex. Thans hebben de gronden geen functie. Bestemmingsplan ‘1e herziening kernen Roerdalen’ Het projectgebied is thans planologisch-juridisch geregeld in het vigerend bestemmingsplan ‘1e herziening kernen Roerdalen’ (vastgesteld door de raad van de gemeente Roerdalen op 17.06.2016). In dit bestemmingsplan zijn de gronden bestemd tot ‘Maatschappelijk’.
Bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
- pagina 6 -
6
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Op de onderstaande uitsnede van de bij het vigerende bestemmingsplan behorende verbeelding is het projectgebied middels een rode omlijning aangeduid:
Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘1e herziening kernen Roerdalen’
Enkelbestemming ‘Maatschappelijk’ De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: maatschappelijke voorzieningen; sportvoorzieningen; evenementen; met de daarbij behorende: werkplaatsen, magazijnen, kantines, ateliers en bergingen; kleedkamers, clubhuis/kantine, bergingen, ballenvangers, omheiningen, licht- en andere masten en sporttoestellen ter plaatse van de aanwezige sportvelden; voorzieningen zoals (ontsluitings)wegen, paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, tuinen en erven; speelvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met dien verstande dat: ter plaatse van de aanduiding ‘begraafplaats’ een begraafplaats is toegestaan; (*) alsmede voor: ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – molen’ (*) een molen, met: o horeca-activiteiten tot en met categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; o recreatief medegebruik; o detailhandel en consumentendienstverlening ten dienste van het recreatief medegebruik; ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk-aanleunwoning’ maximaal twee aanleunwoningen; (*) ter plaatse van de aanduiding ‘kantoor’ een kantoor; (*) ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk-hondenschool’ een hondenschool. (*)
Bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
- pagina 7 -
7
m.e.r.-beoordelingsnotitie
(*): deze aanduiding is niet van toepassing op het onderhavige plangebied. Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ Het volledige plangebied is voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’. De gronden met deze dubbelbestemming zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van een terrein met archeologische waarde. Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt die leidt tot een bodemverstoring met een verstoringsdiepte van meer dan 0,40 meter onder het maaiveld en over een oppervlakte van 1.000 m² of meer, dient voorafgaand aan deze ruimtelijke ontwikkeling een archeologisch onderzoek plaats te vinden. Gebiedsaanduiding ‘milieuzone – Roerdalslenk II’ Het volledige plangebied is gesitueerd binnen de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – Roerdalslenk II’. Ter plaatse van deze gebiedsaanduiding gelden voor die gronden, in afwijking van hetgeen in de overige regels is bepaald, de navolgende regels.
Bouwregels Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘milieuzone-Roerdalslenk II’ is het niet toegestaan om: boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben, dieper dan 30 meter beneden het maaiveld; de grond te roeren dieper dan 30 meter beneden het maaiveld, of deze handeling toe te laten, of anderszins werken in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de slechtdoorlatende bodemlagen kunnen aantasten. Uitzonderingen Deze verboden gelden niet voor: het inrichten van boorputten ten behoeve van het provinciale grondwaterbeheer in het kader van de Wet bodembescherming en Waterwet; het verrichten van bodemonderzoek die bij of krachtens wet zijn voorgeschreven. Indien er bij die werkzaamheden als bedoeld in dit artikel sprake is van een boorput, dienen de doorboorde weerstandbiedende lagen en het boorgat van 0 tot 3 meter beneden het maaiveld, te worden afgedicht met klei of betoniet. Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan Conform de bestemming ‘Maatschappelijk’ is het vestigen van een bedrijf niet toegestaan. Ook is het onderhavige plan bouwkundig niet uitvoerbaar, omdat op de verbeelding geen bouwvlak is aangegeven waarbinnen de realisering van bebouwing is toegestaan.
Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige plan zowel strijdig is met de gebruiksregels als met de bouwregels die in het vigerende bestemmingsplan voor deze gronden zijn vastgelegd.
Bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
- pagina 8 -
8
m.e.r.-beoordelingsnotitie
3.3 Gevoelige gebieden in en nabij het projectgebied Natura2000-gebieden Het plangebied wordt ten noordwesten, ten noorden, ten noordoosten en ten zuidwesten omringd door delen van het Natura2000-gebied ‘Roerdal’. De kortst gemeten afstand tussen dit Natura2000-gebied en het plangebied bedraagt circa 530 meter. Verder ten noordoosten van het plangebied, op een afstand van circa 2,7 kilometer, bevindt zich het Natura2000-gebied ‘Meinweg’. Op het onderstaande kaartje is de ligging van het plangebied middels een rode stip globaal aangeduid. De Natura 2000-gebieden ‘Roerdal’ en ‘Meinweg’ zijn middels een gele kleur (gedeeltelijk) weergegeven:
Natura2000-gebied ‘Meinweg’
Natura2000-gebied ‘Roerdal’
plangebied
Natura2000-gebieden ‘Geuldal’ en ‘Meinweg’ t.o.v. het plangebied
Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige plan is in het kader van de gebiedsbescherming een AERIUS-stikstofdepositieberekening uitgevoerd. De resultaten van de AERIUS-stikstofberekening die ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige plan is uitgevoerd, zijn beschreven in paragraaf 5.2 van deze notitie.
Bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
- pagina 9 -
9
m.e.r.-beoordelingsnotitie
4 Kenmerken project In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het project beschreven. Hierbij is de volgorde uit de Selectiecriteria Europese Richtlijn gehanteerd: 1) de omvang van het project; 2) de cumulatie met andere projecten; 3) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; 4) de productie van afvalstoffen; 5) verontreiniging en hinder; 6) risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen en technologieën; 7) risico’s voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling). De bovenstaande aspecten worden in de onderstaande tabel beschreven. Kenmerken van het project Criteria Omvang van het project
Cumulatie met andere projecten Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Productie van afvalstoffen
Verontreiniging en hinder
Risico van ongevallen
Locatie van het project Criteria Bestaand grondgebruik
Relatieve rijkdom aan kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnameniveau van het natuurlijke milieu, met aandacht voor: - gevoelige gebieden* (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, habitaten Vogelrichtlijngebieden
Toets Het projectgebied heeft een oppervlakte van 32.884 m². Middels de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan wordt de bedrijfsverplaatsing-/uitbreiding van Vekoma Rides mogelijk gemaakt. Er wordt een nieuw bedrijfsgebouw mogelijk gemaakt, bestaande uit een kantoorgebouw met bedrijfsrestaurant (voetprint 2.408 m²) en een assemblagehal met magazijn (voetprint 7.600 m²). Tevens worden parkeerplaatsen op eigen terrein aangelegd. Niet van toepassing. Er wordt geen permanent gebruik gemaakt van natuurlijke hulpbronnen, derhalve niet van toepassing. Er zal geen sprake zijn van de productie van afvalstoffen, anders dan bouwafval dat na de sloop van de oude bebouwing en na de bouw van de nieuwe bebouwing zal worden opgeruimd en afgevoerd. De ontwikkeling vindt plaats in de kern Vlodrop, dat onderdeel uitmaakt van het stedelijk gebied van de gemeente Roerdalen. De sloop-, aanleg- en bouwwerkzaamheden die gepaard gaan met de realisering van het bouwplan kunnen mogelijk leiden tot overlast. Deze overlast is echter tijdelijk van aard en zal zoveel mogelijk worden beperkt. Er is geen sprake van de realisering van een nieuwe risicobron. Er zijn ook geen bestaande risicobronnen in de omgeving aanwezig die de uitvoering van het project belemmeren. Toets Het terrein is in de huidige situatie grotendeels onbebouwd.
De gronden waren in het verleden in gebruik als sportveldencomplex, maar deze functie is enkele jaren geleden beëindigd waardoor het terrein thans geen functie heeft. Niet van toepassing.
In dit geval zijn de omliggende Natura2000-gebieden relevant. Het projectgebied ligt in de nabijheid van het Natura2000gebied ‘Roerdal’ dat zich op een afstand van circa 530 meter van het plangebied bevindt en het Natura2000-gebied ‘Meinweg’, dat zich op een afstand van circa 2,7 kilometer bevindt.
Bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
- pagina 10 -
10
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Uit de uitgevoerde stikstofdepositieberekening komt naar voren dat er in de gebruiksfase geen stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jr. plaatsvindt op dit en andere Natura2000gebieden. Er is derhalve geen noodzaak tot een passende beoordeling en derhalve ook geen natuurvergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming. Gebieden waarbij vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden (gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang)
Het projectgebied is in het Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) aangeduid als ‘Landelijke kern’. Deze zonering leidt niet tot belemmeringen voor het planvoornemen. Er is geen sprake van milieunormen die nu overschreden worden.
* Gevoelige gebieden In onderdeel A van de bijlage bij het besluit m.e.r. wordt onder een gevoelig gebied verstaan: - een gebied dat krachtens artikel 2.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming is aangewezen als Natura 2000-gebied; - een kerngebied, begrensd natuurontwikkelingsgebied of begrensde verbindingszone, dat deel uitmaakt van de ecologische hoofdstructuur, zoals die structuur is vastgelegd in een geldend bestemmingsplan of, bij het ontbreken daarvan, in een geldende structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening, of, bij het ontbreken daarvan, zoals die structuur voorkomt op de kaart Ecologische Hoofdstructuur, behorend bij deel 4 van het Structuurschema Groene Ruimte (LNV-kenmerk GRR-95194); - een gebied met behoud en herstel van de bestaande landschapskwaliteit, zoals dat gebied is vastgelegd in een geldend bestemmingsplan of, bij het ontbreken daarvan, in een geldende structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening, of, bij het ontbreken daarvan, zoals dat gebied voorkomt op de kaart Landschap, behorend bij deel 4 van het Structuurschema Groene Ruimte; - een krachtens artikel 1.2, tweede lid, onder a, van de wet bij provinciale verordening aangewezen gebied met uitzondering van de zones waar het met het oog op de bescherming van het diepe grondwater is verboden te boren; - een gebied dat krachtens artikel 3.1
van de Erfgoedwet is aangewezen als rijksmonument; - een Belvédère-gebied als bedoeld in de bijlage ‘Gebieden’ bij de Nota Belvédère, beleidsnota over de relatie tussen cultuurhistorie en ruimtelijke inrichting’ voor zover dat is vastgelegd in een geldende structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening of geldend bestemmingsplan.
Bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
- pagina 11 -
11
m.e.r.-beoordelingsnotitie
5 Milieuaspecten In dit hoofdstuk worden eventuele milieueffecten als gevolg van het beoogde revitaliseringsplan beschreven. De milieueffecten worden beschreven voor de volgende onderwerpen: 1) water/hydrologie; 2) ecologie, flora & fauna; 3) geluid; 4) bodemkwaliteit; 5) luchtkwaliteit; 6) externe veiligheid; 7) archeologie en cultuurhistorie; 8) milieuzonering; 9) overige aspecten. Voor zover onderzoeken zijn uitgevoerd zijn deze als bijlage bij deze notitie gevoegd.
5.1 Waterhuishouding/hydrologie De watertoets is een procesinstrument dat als doel heeft te komen tot een betere inbreng van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. De kern bestaat uit een set van procedure afspraken, vormvereisten en inhoudelijke aandachtspunten en wordt toegepast binnen de bestaande procedures en regelgeving. Voor initiatiefnemers van ruimtelijke plannen en besluiten, met name gemeenten en waterschappen, is het van belang om te weten dat de provincie toeziet of in ruimtelijke plannen en besluiten aan de watertoets gevolg wordt en is gegeven. De watertoets is van toepassing op bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen (grotere projecten). De initiatiefnemer van een ruimtelijk plan dient in principe de watertoets uit te voeren en de uitkomsten daarvan aan te geven in een waterparagraaf. De waterhuishoudkundige aspecten omvatten onder meer veiligheid voor water, wateroverlast, waterkwaliteit en verdroging. De gemeente Roerdalen valt in de zin van wateraangelegenheden binnen de Keur van het Waterschap Limburg. Conform het stroomschema van het Waterschap Limburg dienen bestemmingsplannen te worden ingediend bij het Watertoetsloket. Centraal staat dat alle toekomstige initiatieven voor wat betreft het watersysteem moet aansluiten bij de natuurlijke waterkringloop en de trits vasthouden-bergen-afvoeren.
Dit betekent dat schoon hemelwater van verhardingen niet met het huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd naar de zuiveringsinstallatie, maar wordt geïnfiltreerd of geborgen op lokaal niveau. Voor nieuwe bebouwing wordt gestreefd naar een volledig gescheiden rioolstelsel (en maximaal 20% verharding aangesloten op riolering). Voor bestaand stedelijk gebied is het doel om 20% van het bestaand verhard oppervlak op middellange termijn af te koppelen. De belangrijkste ruimtegerelateerde doelstellingen zijn: - aansluiten bij de natuurlijke waterkringloop door het afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering; - zoveel mogelijk voldoen aan de watervraag van de functies; - voor schoon oppervlaktewater is het sanering of verminderen van overstorten uit de riolering ook een belangrijk middel. Vanuit het streven naar een duurzaam regenwaterbeheer geldt voor (vervangende) nieuwbouw een afkoppelbeleid. Bij voorkeur wordt het regenwater geïnfiltreerd in de bodem. Het regenwater dient dan schoon te blijven en licht verontreinigd regenwater wordt gezuiverd. Daarnaast dient wateroverlast te worden voorkomen. Hiertoe heeft het Waterschap een voorkeurstabel opgesteld, Bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
- pagina 12 -
12
m.e.r.-beoordelingsnotitie
waarbij de voorkeursmaatregelen voor grondoppervlakken, dakoppervlakken, hergebruik, beheer en dimensionering worden weergegeven. De waterbeheerders hanteren de voorkeursvolgorde vasthouden c.q. infiltreren, bergen en afvoeren. De voorkeur gaat uit naar open bovengrondse centrale infiltratievoorzieningen met een bodemfilter. Wanneer niet geïnfiltreerd kan worden, mag vertraagd worden geloosd op oppervlaktewater. Voor de dimensionering van voorzieningen dient te worden uitgegaan van een bui van 35 mm in 45 minuten. De voorzieningen dienen binnen 24 uur weer beschikbaar te zijn voor een volgende gebeurtenis. Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft de bestaande en toekomstige situatie in het plangebied ten aanzien van het aspect water. Hierin is onder meer aangegeven welke afkoppelingsmaatregelen worden genomen teneinde wateroverlast in de toekomst te voorkomen dan wel het risico daarop zo minimaal mogelijk te maken. Achtereenvolgens komen de legger en keur van het waterschap aan de orde, de bestaande waterhuishoudkundige situatie, de toevoeging van bebouwing en verharding als gevolg van dit plan, de dimensionering van de afkoppelingsvoorziening en de wijze waarop deze vorm zal krijgen. Legger en Keur Waterschap Limburg Legger Op de legger van Waterschap Limburg is aangegeven welke waterinfrastructuur in beheer is van het waterschap.
Voor het waterschap is de legger, samen met de keur, hét instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een set van kaarten die samen onder meer aangeeft waar de primaire en secundaire watergangen zijn gelegen en welke gebods- en verbodsbepalingen daarvoor gelden. Ook geeft de legger aan wie waarvoor onderhoudsplichtig is. Ten aanzien van het voorliggende plangebied zijn er geen belangen vanuit de legger van het Waterschap Limburg. Keur De regels in de Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren van grondwater en water uit sloten en andere watergangen. Ook kent de Keur gebods- en verbodsbepalingen over zaken die niet mogen in of om watergangen, dijken en lijnvormige elementen. Bij alle werkzaamheden of activiteiten in en om water of dijken dient de Keur te worden geraadpleegd. Plangebied Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige plan is door Geonius Geotechniek B.V. een infiltratieonderzoek uitgevoerd. In het navolgende zijn de conclusies die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen beschreven. Infiltratieonderzoek t.b.v. nieuwbouw op perceel G-1108 aan de Angsterweg te Vlodrop, Geonius Geotechniek B.V., documentnummer GA210917.R01.V2.0, d.d.
28.09.2021 Infiltratie hemelwater Over het algemeen wordt gesteld dat infiltratie van hemelwater interessant is indien: - de doorlatendheid groter is dan circa 0,2 m/d; - de grondwaterstand dieper is dan 0,5 à 0,7 meter beneden maaiveld aanwezig is; - het in te leiden hemelwater niet verontreinigd is; - infiltratie van hemelwater behoort bij lagere doorlatendheden ook tot de mogelijkheden, mits hiervoor voldoende ruimte gereserveerd wordt om de geringe doorlatendheid te compenseren. Bij lagere doorlatendheden zal een voorziening voornamelijk als buffer functioneren.
Bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
- pagina 13 -
13
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Toetsing Aan de eerste eis wordt voldaan, aangezien alle gemeten doorlatendheden (zowel horizontaal als verticaal) groter zijn dan 0,2 m/d en er geen storende lagen op de boorlocaties voorkomen in het bodemtraject waar infiltratie invloed van heeft. Opgemerkt wordt dat de toplaag is geroerd en lokaal humeus van aard is. Aan de tweede eis wordt naar verwachting voldaan, aangezien het grondwater niet is aangetroffen tot een diepte van circa 2,5 meter beneden maaiveld, ofwel NAP + 28,5 meter. Aan de derde eis kan worden voldaan door alleen het schone regenwater te infiltreren. Voor infiltratie van het water zal een zand- en slibvangsysteem worden aangebracht. De mogelijkheden voor infiltratie zijn als volgt: 1. infiltratie in de bovengrond (tot circa 1,0 meter beneden maaiveld) door middel van oppervlakkige infiltratie via doorlatende verharde oppervlakten. Dit behoort tot de mogelijkheden, maar is geen economisch aantrekkelijke oplossing en zeer gevoelig voor dichtslibben (met name in de aangetroffen geroerde, silthoudende ondergrond). Doorlatende verhardingen kunnen wel toegepast worden om het af te koppelen oppervlak (en dus de toestroom van hemelwater) te beperken, bijvoorbeeld door de verhardingen met grind of grasbetontegels uit te voeren.
Tevens zal rekening gehouden moeten worden met de geroerde toplaag, deze zal verwijderd moeten worden en vervangen door goed doorlatend materiaal; 2.
Infiltratie in de bovengrond (tot circa 1,0 meter beneden maaiveld) middels een open bovengronds systeem, zoals een infiltratieveld, wadi of greppel. Dit behoort tot de mogelijkheden, maar zal ten koste gaan van de beschikbare ruimte. Afhankelijk van de beschikbare ruimte is dit wel een economisch aantrekkelijk, robuust en goed onderhoudbaar systeem;
3.
Infiltratie in de ondiepe ondergrond (tot circa 3,5 meter beneden maaiveld) middels een ondergronds systeem. Hierbij valt te denken aan infiltratie via infiltratiekratten, infiltratiekoffers, putten en/of infiltratieriool. Dit behoort tot de mogelijkheden. Het gekozen infiltratiesysteem dient wel op voldoende afstand van de bestaande en nieuwbouw geprojecteerd te worden;
4.
Infiltratie naar de diepere ondergrond (dieper dan circa 3,5 meter beneden het maaiveld). Dit kan middels infiltratiepalen naar een dieper niveau. Dit behoort tot de mogelijkheden, maar biedt gezien de goed doorlatende zandige toplaag geen toegevoegde waarde. Tevens dient dan de doorlatendheid van de diepere ondergrond onderzocht te worden.
Conclusie Uit de gemeten doorlatendheden en grondwaterstand blijkt dat infiltratie van hemelwater tot de mogelijkheden behoort. De doorlatendheid van de toplagen en ondiepe ondergrond is voldoende. Geadviseerd wordt een infiltratievoorziening in de toplaag aan te brengen middels een wadi of in de ondiepe ondergrond, bijvoorbeeld infiltratiekratten en/of grindkoffers. Infiltratie naar dieper gelegen lagen door gebruik te maken van bijvoorbeeld grindpalen behoort waarschijnlijk eveneens tot de mogelijkheden, doch gezien de gemeten doorlatendheden en infiltratiemogelijkheden in de toplagen en ondiepe ondergrond, wordt deze optie niet economisch aantrekkelijk geacht. Geconcludeerd kan worden dat ter plaatse van het onderhavige plangebied voldoende mogelijkheden bestaan voor infiltratie van hemelwater, waardoor het aspect water geen belemmering vormt voor de beoogde planontwikkeling. De rapportage van het infiltratieonderzoek is als separate bijlage 1 bij deze notitie opgenomen.
Bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
- pagina 14 -
14
m.e.r.-beoordelingsnotitie
5.2 Ecologie, flora & fauna Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient vanwege de Wet natuurbescherming zowel naar de gebiedsbescherming (Natura2000-gebieden) als de soortenbescherming (flora en fauna) te worden gekeken. Soortenbescherming Ter voorbereiding op de realisering van het beoogde plan is door bureau WSP een quickscan ecologie uitgevoerd. In het navolgende zijn de conclusies die uit de quickscan naar voren zijn gekomen beschreven. Quickscan ecologie Angsterweg Vlodrop in het kader van de Wet natuurbescherming, WSP, rapportnummer SLM017757.QS, versie 1, d.d. 07.09.2021 Conclusies De conclusies die uit de quickscan ecologie naar voren zijn gekomen, zijn schematisch weergegeven in de onderstaande tabel:
Tabel conclusies quickscan ecologie
Bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
- pagina 15 -
15
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Legenda behorende bij tabel
Geconcludeerd kan worden dat de conclusies uit de quickscan ecologie geen belemmering vormen voor de beoogde planvorming. De rapportage van de ecologische quickscan is als separate bijlage 2 bij deze notitie opgenomen. Gebiedsbescherming Het plangebied wordt ten noordwesten, ten noorden, ten noordoosten en ten zuidwesten omringd door delen van het Natura2000-gebied ‘Roerdal’. De kortst gemeten afstand tussen dit Natura2000-gebied en het plangebied bedraagt circa 530 meter. Verder ten noordoosten van het plangebied, op een afstand van circa 2,7 kilometer, bevindt zich het Natura2000-gebied ‘Meinweg’. Op het onderstaande kaartje is de ligging van het plangebied middels een rode stip globaal aangeduid. De Natura 2000-gebieden ‘Roerdal’ en ‘Meinweg’ zijn middels een gele kleur (gedeeltelijk) weergegeven:
Natura2000-gebied ‘Meinweg’
Natura2000-gebied ‘Roerdal’
plangebied
Natura2000-gebieden ‘Geuldal’ en ‘Meinweg’ t.o.v. het plangebied
In het kader van de soortenbescherming ten aanzien van deze Natura2000-gebieden is door bureau WSP een AERIUS-stikstofdepositieberekening uitgevoerd. In het navolgende zijn de resultaten van de berekening beschreven. Onderzoek stikstofdepositie uitbreiding SLM017757.NOT.AC.NG, d.d. 22.10.2021
Vekoma
Vlodrop,
Bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
- pagina 16 -
WSP,
rapportnummer
16
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Conclusie De voorgenomen uitbreiding van Vekoma te Vlodrop leidt niet tot significant negatieve effecten in nabijgelegen Natura2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie. Als gevolg van de te verwachten toename van de verkeersgeneratie in de gebruiksfase wordt immers geen toename van de stikstofdepositie veroorzaakt ten opzichte van de referentiesituatie. Dit betekent ook dat dat het project in aanmerking komt om gebruik te maken van de vrijstelling van de vergunningplicht voor de aanlegfase. Het bevoegd gezag zal voor de aanvang van de werkzaamheden geïnformeerd moeten worden over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verplichting van het beperken van de emissie. Geconcludeerd kan worden dat de Wet natuurbescherming vanuit het aspect stikstof geen belemmering vormt voor de vaststelling van het bestemmingsplan. De rapportage van de AERIUSstikstofdepositieberekening is als separate bijlage 3 bij deze notitie opgenomen.
5.3 Geluid – Bedrijven en milieuzonering Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige plan is door bureau WSP een onderzoek Bedrijven en milieuzonering uitgevoerd. In het navolgende zijn de conclusies die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen beschreven. Uitbreiding Vekoma Vlodrop/Bedrijven SLM017757.NOT003.v2.AC.NG, d.d. 13.06.2022
en
milieuzonering,
WSP,
referentie
Conclusie Voor de beoogde uitbreiding/nieuwe vestiging van Vekoma aan de Angsterweg in Vlodrop is ten behoeve van de onderbouwing van de ontwikkeling in het bestemmingsplan een onderzoek uitgevoerd naar het aspecten ‘bedrijven en milieuzonering’. Voor de maatgevende activiteit ‘constructiewerkplaats in de open lucht’ bedraagt de richtafstand conform de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ 200 meter voor het aspect geluid. De hindercontour van het bedrijf overlapt daarmee met de nabij gelegen woningen. Aan stap 1 uit de VNG-publicatie wordt bijgevolg niet voldaan. In het uitgevoerde onderzoek is – op verzoek van de gemeente – ook rekening gehouden met de plannen om aan de overzijde van de Angsterweg (ter plaatse van de bestaande sporthal) een basisschool te realiseren. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is hier momenteel geen school of andere geluidgevoelige bestemming toegestaan. Desondanks wordt de locatie wel als zodanig beschouwd in het uitgevoerde onderzoek. Ook ten opzichte van deze nog te realiseren basisschool geldt dat niet is voldaan aan stap 1 uit de VNG-publicatie.
Op basis van het nader akoestisch onderzoek is geconcludeerd dat zowel het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, het maximaal geluidsniveau als de geluidbelasting als gevolg van het verkeer van en naar de inrichting voldoen aan de richtwaarden conform stap 2 uit de VNG-publicatie, en dit zowel ter hoogte van de nabij gelegen woonbestemmingen als ter hoogte van de toekomstige basisschool. Bijgevolg wordt geconcludeerd dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat en een goede ruimtelijke ordening en dat het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ geen belemmering vormt voor de bestemmingsplanprocedure. De rapportage van het onderzoek ‘Bedrijven en milieuzonering’ is als separate bijlage 4 bij deze notitie opgenomen.
Bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
- pagina 17 -
17
m.e.r.-beoordelingsnotitie
5.4 Bodemkwaliteit Voorafgaand aan het volgen van een ruimtelijke procedure dient te worden nagegaan of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik. Het belangrijkste uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreinigingen geen onaanvaardbare risico’s opleveren voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Plangebied Ter voorbereiding op de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan is door Geonius Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. In het navolgende zijn de conclusies en aanbevelingen die uit dit onderzoek naar voren zijn gekomen beschreven. Verkennend bodemonderzoek perceel G 1108 gelegen aan de Angsterweg (ong.) in Vlodrop, Geonius Milieu B.V., rapportnummer MA210530.R01.V1.0, d.d.
20.09.2021 Conclusies en aanbevelingen Conclusies Na uitvoering van het verkennend bodemonderzoek blijkt het volgende: - in de zandige bovengrond (0,0-0,5 m-mv) zijn geen tot maximaal een licht verhoogd gehalte aan kobalt aangetoond (Bbk indicatief ‘achtergrondwaarde’); - in de zandige ondergrond (0,5-2,0 m-mv) zijn geen tot maximaal een licht verhoogd gehalte aan kobalt aangetoond (Bbk indicatief ‘achtergrondwaarde’); - in het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan barium, cadmium en/of nikkel aangetoond; - op basis van de vastgestelde bodemkwaliteit dient de hypothese ‘onverdacht’ voor de ondergrond te worden verworpen. Dit heeft geen consequenties voor de gevolgde onderzoeksstrategie. De hypothese ‘verdacht’ voor de bovengrond dient te worden aanvaard; - er is met voldoende betrouwbaarheid vastgesteld dat op de locatie geen asbest in de bodem aanwezig is. Vervolgonderzoek en maatregelen zijn niet noodzakelijk. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat geen milieuhygiënische belemmeringen bestaan voor het geplande gebruik van de locatie.
Aanbevelingen Voordat eventuele bouwwerkzaamheden op de locatie plaatsvinden wordt geadviseerd de vrijkomende grond middels een partijkeuring conform de richtlijnen uit het Besluit bodemkwaliteit te laten onderzoek teneinde de hergebruikmogelijkheden van de vrijkomende grond te bepalen. Geconcludeerd kan worden dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de beoogde planontwikkeling. De rapportage van het verkennend bodemonderzoek is als separate bijlage 5 bij deze notitie opgenomen.
5.5 Luchtkwaliteit In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) is titel 2 luchtkwaliteitseisen ingevoegd (ook ‘Wet luchtkwaliteit’ genoemd). Gelijktijdig zijn de volgende besluiten en regelingen van kracht geworden: - Besluit ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) - Regeling ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) - Regeling ‘Beoordeling luchtkwaliteit 2007 - Regeling ‘Projectsaldering luchtkwaliteit 2007’
Bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
- pagina 18 -
18
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Deze wet- en regelgeving omvat maatregelen om zowel de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken en te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. Besluit gevoelige bestemmingen Conform artikel 5.16a van de ‘Wet luchtkwaliteit’ kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur nog nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat bij een (dreigende) overschrijding van één of meerdere grenswaarde(n) projecten doorgang vinden die er toe leiden dat het aantal blootgestelden met een verhoogde gevoeligheid toeneemt. Dit Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) van 15 januari 2009 (in werking met ingang van 16 januari 2009) beperkt de mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren in overschrijdingssituaties voor zogenaamde ‘gevoelige bestemmingen’. Tot die gevoelige bestemmingen worden scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg of verzorgingshuizen gerekend.
In het Besluit is aangegeven dat moet worden onderzocht of op een locatie sprake is van een daadwerkelijke of een dreigende overschrijding van de grenswaarden indien de locatie: - is gelegen binnen 300 meter vanaf Rijkswegen (wegen in beheer van het Rijk); - is gelegen binnen 50 meter vanaf de rand van een provinciale weg (wegen in beheer bij de provincie) Plangebied Middels de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan wordt geen gevoelige bestemming mogelijk gemaakt, waardoor het Besluit gevoelige bestemmingen niet van toepassing op het voorliggende plan. Niet in betekenende mate (NIBM) In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.
Concreet houdt dit in dat bijvoorbeeld ontwikkelingen kleiner dan of gelijk aan 1.500 woningen bij minimaal één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Ook voor andere ruimtelijke initiatieven is aangegeven wanneer deze niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te voldoen aan het geschetste luchtkwaliteitskader. Onderhavig plan Luchtkwaliteit huidige situatie Uit de monitoringstool van het NSL (Nationaal Samenwerkingprogramma Luchtkwaliteit, Atlas voor de Leefomgeving) volgt dat de concentratie stikstofdioxide (NO2) ter plaatse van het plangebied 1819 µg/m³ bedraagt en de concentratie fijnstof (PM10) 15-17 µg/m³ bedraagt (bron: Atlas voor de Leefomgeving, december 2021). Beide waarden liggen daarmee lager dan de grenswaarden die voor deze stoffen zijn vastgesteld (voor beide 40 µg/m³). Hiermee kan worden gesteld dat er geen belemmeringen zijn voor wat betreft de actuele luchtkwaliteit in de omgeving van het plangebied. Bijdrage aan de luchtkwaliteit als gevolg van dit plan De bijdrage als gevolg van het voorliggende plan aan de luchtkwaliteit kan worden berekend met de zogenaamd NIBM-tool.
Daarbij is uitgegaan van een ‘worst-case-scenario’, alsof er op dit moment geen functies aanwezig (kunnen) zijn binnen het plangebied en is geen rekening gehouden met het feit dat in het onderhavige plan sprake is van de verplaatsing van een bestaand bedrijf. De oude bedrijfslocatie van Vekoma Rides aan de Schaapweg 18 wordt uiteindelijk immers gesaneerd.
Bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
- pagina 19 -
19
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Verkeersgeneratie Een belangrijke input bij de berekening van de NIBM-tool is de verkeersgeneratie die het plan bewerkstelligt. Ter voorbereiding op het voorliggende plan is een verkeerskundige analyse uitgevoerd, waarvan de resultaten in paragraaf 4.4 van deze toelichting zijn beschreven. Uit deze verkeerskundige analyse blijkt dat in de feitelijke situatie sprake is van een toename van 593 verkeersbewegingen licht verkeer en 80 verkeersbewegingen van vrachtwagens (ofwel 13,5 % vrachtverkeer). Wanneer deze gegevens worden ingevoerd in de NIBM-tool (versie 06.04.2021), leidt tot het onderstaande resultaat:
Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan.
5.6 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico’s voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van het transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen de inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) is de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10-6/jaar. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie Bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
- pagina 20 -
20
m.e.r.-beoordelingsnotitie
van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kan op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1.000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (geen norm). Het bevoegd gezag dient de hoogte van het groepsrisico alsmede elke verandering van het groepsrisico te verantwoorden. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (en advies vragen aan) de Veiligheidsregio. Externe veiligheid risicovolle bedrijven Bij de beoordeling van de risico’s voor de externe veiligheid worden de normen voor het PR en het GR gehanteerd, zoals vastgelegd in het Besluit externe veiligheid voor inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid voor inrichtingen (Revi). Bij de besluitvorming dient het bevoegd gezag het GR te verantwoorden. Het gebied waarbinnen de verantwoordingsplicht van toepassing is voor categoriale inrichtingen (zoals LPG-tankstations) is wettelijk vastgelegd in het Revi.
Externe veiligheid buisleidingen Sinds 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleiding (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van kracht. In dit besluit worden, in lijn met het Bevi, normen gesteld aan het PR voor buisleidingen en dient het GR van buisleidingen te worden verantwoord. Transport van gevaarlijke stoffen Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater is op 1 april 2015 de Wijzigingswet Wet vervoer gevaarlijke, enz. (Wet basisnet) in werking getreden. Deze wet bestaat uit drie onderdelen: spoor, weg en water. Het doel van het Basisnet is een duurzaam evenwicht tussen de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen, het gebruik van de ruimte langs het Basisnet en een maatschappelijk aanvaardbaar veiligheidsniveau in de nabijheid van het Basisnet. Daarnaast is de Regeling basisnet van kracht, waarin risicoplafonds voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn opgenomen. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten nu voldoen aan het Besluit externe veiligheid trasport (Bevt). Tevens zijn bouwkundige voorschriften ingevoerd voor nieuwbouw in zogeheten PlasbrandAandachtsGebieden (PAG). Plangebied Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige plan is door bureau WSP een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. In het navolgende zijn de bevindingen uit het onderzoek beschreven.
Onderzoek externe veiligheid uitbreiding SLM017757.NOT001.AC.NG, d.d. 22.10.2021
Vekoma
Vlodrop,
WSP,
referentie
Inleiding De bestaande inrichting aan de Schaapsweg is niet opgenomen op de Risicokaart en vormt dan ook geen risicovolle inrichting (Bevi-inrichting). Aangezien er geen andere activiteiten zullen plaatsvinden op de nieuwe locatie, wordt ook gesteld dat de uitbreiding aan de Angsterweg (ter plaatse van het onderhavige plangebied) eveneens geen Bevi-inrichting betreft. In het uitgevoerde onderzoek is derhalve enkel ingegaan op de beoordeling van risicovolle bronnen in de nabijheid van het plangebied die van invloed kunnen zijn op de beoogde uitbreiding. Ongevallen gevaarlijke stoffen Op basis van de Risicokaart zijn de dichtstbijzijnde externe veiligheidrisicobronnen in de omgeving van het plangebied geïnventariseerd.
Bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
- pagina 21 -
21
m.e.r.-beoordelingsnotitie
De dichtstbijzijnde risicobronnen zijn nader beschouwd in relatie tot het planvoornemen. Het betreft: 1) propaantanks agrarisch bedrijf Van Cruchten – Bergerweg 65; 2) propaantanks mevr. Van Elmpt – Etsberg 38. Op het onderstaande kaartje is de situering van het plangebied ten opzichte van de risicobronnen weergegeven. De begrenzing van het plangebied is middels een paarse kleur aangeduid en de genoemde risicobronnen middels gele cijfers:
Ligging plangebied t.o.v. risicobronnen (www.risicokaart.nl)
Analyse plaatsgebonden risico 1. Propaantanks agrarisch bedrijf Van Cruchten – Bergerweg 65 De inrichting aan de Bergweg 65 is gelegen op circa 1,6 kilometer van de grens van het plangebied. Op basis van de gegevens van de openbare risicokaart geldt voor deze bronnen, zijnde twee bovengrondse propaantanks van respectievelijk 3.000 liter en 8.000 liter, een risicocontour van maximaal 25 meter. Deze bronnen leveren daarmee geen belemmeringen op voor het plan. 2. Propaantank mevr. Van Elmpt – Etsberg 38 Voor de bovengrondse propaantank van 5.000 liter aan de Etsberg 38 geldt, conform de openbare risicokaart, een risicocontour van 10 meter. De inrichting is gelegen op circa 1,75 kilometer van de grens van het plangebied, waarmee deze bron geen belemmering vormt voor het plan. Analyse groepsrisico Voor de inrichtingen gelegen aan de Bergerweg 65 en de Etsberg 38 geldt een afstand tot de grens van het invloedsgebied van 150 meter. De inrichtingen bevinden zich op respectievelijk 1,6 en 1,75 kilometer van het plangebied. Omdat een toevoeging van personen op een dergelijk grote afstand geen invloed heeft op het groepsrisico van deze bron is nader onderzoek niet noodzakelijk. Hoogspanningslijnen De magneetveldzones rond het bovengrondse hoogspanningsnet zijn door het RIVM vastgelegd in de Netkaart. Deze Netkaart bevat de breedte van de indicatieve magneetveldzone.
Indien de indicatieve zone een bestemmingsplan overlapt, moet nader onderzoek plaatsvinden. De dichtstbijzijnde hoogspanningslijn is gelegen ten noordwesten van het plangebied, op een afstand van circa 550 meter. De indicatieve zone voor hoogspanningslijnen bedraagt maximaal 60 meter aan weerszijden. Het plangebied ligt dus ruim buiten de indicatieve zone, waardoor de hoogspanningslijnen geen risico opleveren voor de realisering van het plan.
Bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
- pagina 22 -
22
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Zendmasten Uit het Antenneregister blijkt dat de meest nabij gelegen zendmasten op een afstand van circa 600 meter liggen. Dit betreffen GSM-masten, LTE masten, UMTS-masten en vaste verbindingen. Agentschap Telecom, toezichthouder op het gebruik van elektromagnetische velden, voert jaarlijks door heel Nederland steekproefsgewijs veldsterktemetingen uit om na te gaan of de blootstellingslimieten worden overschreden. Uit geen enkele van de veldsterktemetingen blijkt dat de blootstellingslimieten op publiek toegankelijke plaatsen in Nederland worden overschreden. Conclusie In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen risicobronnen die een belemmering vormen voor de beoogde uitbreiding van Vekoma. De rapportage van het onderzoek externe veiligheid is als separate bijlage 6 bij deze notitie opgenomen.
5.7 Archeologie Sinds 1 juni 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. Het betreft zowel het roerend als het onroerend erfgoed. Samen met de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 ingaat, maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Voor het onroerend cultureel erfgoed zijn deze wetten van grote betekenis. Het deel van de Monumentenwet 1988 dat direct raakt aan de fysieke leefomgeving, gaat namelijk op in de Omgevingswet. Het resterende deel van de Monumentenwet gaat op in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet voorziet ook in overgangsrecht, zodat de artikelen uit de Monumentenwet tussen 2016 en 2021 niet zomaar komen te vervallen. De Erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de zorg voor ons bodemarchief en zijn de vertaling van het Verdrag van Malta, dat Nederland in 1992 ondertekende. De essentie van deze wetgeving is dat waardevolle archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem behouden blijven. Onderhavig plan Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige plan is door bureau Geonius een archeologisch onderzoek (bureauonderzoek en IVO-O verkennende fase door middel van boringen) uitgevoerd. In het navolgende zijn de conclusies die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen beschreven.
Archeologisch onderzoek Angsterweg 65 te Vlodorp (archeologisch bureauonderzoek en IVO-) verkennende fase d.m.v. boringen), Geonius, rapportnummer AA210094.R01.v01.ARG341, d.d. 29.10.2021 Conclusies en aanbevelingen Conclusies De conclusies zijn beschreven in de vorm van antwoorden op onderzoeksvragen: 1) Wat is bekend over de geo)morfo)logische bodemkundige opbouw van het plangebied? Het plangebied ligt op een dekzandrug, al dan niet met landbouwdek nabij het dal van de Roer. Binnen het plangebied komen oude rivierkleigronden, meer specifiek ooivaaggronden voor. 2) Wat was het historisch landgebruik van het plangebied, wat is het huidig landgebruik en wat is de verwachte invloed daarvan op de (bodem)gaafheid en mogelijk aanwezige archeologische waarden? Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als heide/weiland en is in de jaren ’70 ingericht tot sportterrein. Vermoedelijk zullen eventuele verstoringen beperkt zijn gebleven tot de bouwvoor. Bestemmingsplan ‘Vekoma Angsterweg Vlodrop’
- pagina 23 -
23
m.e.r.-beoordelingsnotitie
3) Welke gegevens met betrekking tot archeologische waarden zijn over het plangebied bekend? In de directe omgeving van het plangebied zijn archeologische vindplaatsen daterend uit het neolithicum tot en met vroege middeleeuwen bekend. 4) Wat is de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied? Voor het plangebied is een middelhoge verwachting opgesteld voor de perioden laatpaleolithicum tot en met vroege middeleeuwen en voor de late middeleeuwen en nieuwe tijd geldt een lage verwachting. 5) Stemt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek verwacht werd? Binnen het plangebied werden ooivaaggronden verwacht, in de boringen zijn intacte bodemprofielen aangetroffen waarin een duidelijk gedefinieerde B-, Banden-B en/of BChorizont waargenomen is. Dit komt niet overeen met de verwachte ooivaaggronden. 6) Is de bodemopbouw in (delen van) het plangebied intact en wat zegt dit over de gaafheid van eventuele archeologische waarden? Enkel in de noordoostelijke hoek van het plangebied (boringen 1, 2 en 4) lijkt de bodem afgetopt te zijn en onder een opgebracht pakket (egalisatie) werd enkel nog de C-horizont aangeboord. In de overige boringen, met uitzondering van boring 11, werd een B- of BChorizont herkend.
7) Op welke diepte bevindt zich de archeologisch interessante laag/het niveau waarop archeologische waarden in situ bewaard kunnen zijn gebleven? De B-horizont werd binnen het plangebied op een diepte vanaf 40 cm-mc aangetroffen (29,75-30,7 m +NAP). 8) Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld? Op basis van het bureauonderzoek werd verwacht dat als gevolg van de aanleg van de voetbalvelden de bodem zou zijn verstoord. Dit bleek echter maar in beperkte mate het geval te zijn, waardoor de verwachting kan worden bijgesteld van middelhoog naar hoog op het voorkoen van vindplaatsen vanaf het laat-paleolithicum tot en met vroege middeleeuwen. De lage verwachting op het voorkomen van vindplaatsen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd kan worden gehandhaafd. 9) Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventueel aanwezige archeologische waarden? Het is nog niet bekend hoe diep de toekomstige ingrepen zullen reiken, echter gezien de omvang van de geplande nieuwbouw en het relatief ondiep voorkomen van het archeologisch niveau (vanaf 40 cm-mv) is het aannemelijk dat eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied verstoord op vernietigd zullen worden door de geplande ingrepen.