10 Bijlage 3: Toelichting
Tekst van het document
4.3.4 Conclusie gemeentelijk beleid Gelet op de vorenstaande uiteenzetting van het gemeentelijke beleid wordt geconcludeerd dat onderhavige planontwikkeling niet strijdig is met dit beleid.
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
29
30
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
Hoofdstuk 5
Milieutechnische aspecten
Bij de realisering van een planontwikkeling moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met aspecten uit de omgeving die een negatieve invloed kunnen hebben op het plangebied. Dit geldt omgekeerd ook voor de uitwerking die het project heeft op zijn omgeving. Voor de locatie zijn in dit hoofdstuk de milieuaspecten bodem, geluid, milieuzonering, luchtkwaliteit en externe veiligheid nader beschouwd.
5.1
Bodem
Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Bij voorliggende planontwikkeling is sprake van een planologische functiewijziging omdat de geldende bestemmingen 'Cultuur en ontspanning - Prostitutie' en 'Bedrijf' wordt gewijzigd naar de bestemmingen 'Recreatie', 'Gemengd' dan wel 'Agrarisch met waarden'. Voorliggend plan voorziet echter niet in het wijzigen naar een gevoeligere bestemming. Bovendien gaat onderhavige ontwikkeling niet gepaard met het toevoegen van verblijfsruimten waar langdurig (meer dan 2 uur per dag) dezelfde mensen verblijven. Het uitvoeren van een bodemonderzoek is dan ook niet aan de orde. Gelet op vorenstaande vormt het aspect bodem geen belemmeringen voor de beoogde planontwikkeling.
5.2
Geluid
Met betrekking tot het aspect geluid (van externe komaf) kan sprake zijn van geluidbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai, industrielawaai en spoorweglawaai. Bij onderhavige ontwikkeling kan sprake zijn van geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai. Ten aanzien van alle wegen, behalve 30 km/u wegen en wegen behorende bij een woonerf, geldt een geluidszone, die ook wettelijk is vastgelegd in de Wet geluidhinder. Voor wegen die buitenstedelijk zijn gelegen en die bestaan uit één of twee rijstroken, geldt een wettelijk vastgestelde geluidzone van 250 meter aan weerszijden van de weg (gemeten vanuit de wegas). Wanneer er ontwikkelingen (gevoelige functies) worden gerealiseerd binnen geluidzones van wegen, zal middels een akoestisch onderzoek moeten worden aangetoond dat de gevelbelasting vanwege het wegverkeerslawaai niet zodanig is dat de, in de Wet geluidhinder opgenomen, voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor burgerwoningen wordt overschreden. Is dit wel het geval, dan zal een procedure voor het vaststellen van een Hogere Waarde gevolgd dienen te worden. Onderhavig planvoornemen heeft niet tot gevolg dat ter plekke van onderhavige locatie nieuwe geluidsgevoelige functies als bedoeld in de Wet geluidhinder worden gerealiseerd. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is derhalve niet aan de orde.
Gelet op het vorenstaande vormt het aspect geluid geen belemmeringen voor de beoogde planontwikkeling.
5.3
Milieuzonering
Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat (andersom) nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar mogelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
31
De gemeente beslist zelf of zij op een bepaalde locatie bedrijven of woningen wil mogelijk maken. Dit besluit dient echter wel zorgvuldig te worden afgewogen en te worden verantwoord. De milieuhinder die door bedrijfsactiviteiten wordt veroorzaakt, kan globaal worden beoordeeld met behulp van de methodiek van de VNG-handreiking 'Bedrijven en milieuzonering'(2009). In deze handreiking is een bedrijvenlijst opgenomen, die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst is op basis van een aantal factoren (waaronder geluid, geur en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen bedrijven en hindergevoelige functies (zoals woningen) waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen in beginsel rekening dienen te houden. Op basis van de indicatieve afstanden zijn de bedrijven ingedeeld in milieucategorieën die variëren van 1 (indicatieve afstand 10 meter) tot 6 (indicatieve afstand 1.500 meter). In de VNG-handreiking worden twee omgevingstypen onderscheiden, namelijk 'rustige woonwijk'/'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. De indicatieve afstanden uit de bedrijvenlijst zijn de afstanden die moeten worden aangehouden tot de gevels van woningen in een 'rustige woonwijk'.
Deze afstand dient in principe te worden gemeten tussen de gevel van het hindergevoelige object (de woning) enerzijds en de perceelsgrens van de hinderveroorzakende activiteit anderzijds. Voor woningen in een 'gemengd gebied' mag deze afstand worden gecorrigeerd en kan de indicatieve afstand met één trede worden verlaagd. De directe omgeving van onderhavig plangebied kan worden aangemerkt als een gemengd gebied omdat woondoeleinden, detailhandelsactiviteiten, bedrijfsactiviteiten en horeca-activiteiten elkaar afwisselen. Camperplaats Voorliggende planontwikkeling heeft onder andere betrekking op het realiseren van een camperplaats met 10 camperplekken. Tevens wordt het realiseren van een sanitairgebouw mogelijk gemaakt. Van belang is of de uitbreiding op voldoende afstand is gelegen van woningen, zodat overlast en hinder worden beperkt. In de VNG-handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' zijn voor een kampeerterrein specifieke richtafstanden opgenomen. De grootste afstand die in acht dient te worden genomen, bedraagt 50 meter ten aanzien van het aspect geluid. Daarnaast geldt een minimale afstand van 30 meter tot gevoelige objecten in het kader van het aspect geur. Voor de te realiseren camperplaats wordt niet voldaan aan de richtafstanden van 30 meter voor geluid in gemengd gebied.
Om die reden is er een een akoestisch onderzoek uitgevoerd, hetgeen is bijgevoegd als Bijlage 5. Op basis hiervan is de akoestische situatie getoetst aan een goede ruimtelijke ordening door te bepalen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau voldoet ter plaatse van de gevels en in de tuin van de woningen aan Herkenbosserweg 7 en 9 aan de geluidgrenswaarden van stap 2 gemengd gebied uit de VNG-publicatie, zijnde 50 dB(A) etmaalwaarde. Maximaal geluidniveau (LAmax) Het maximale geluidniveau voldoet ter plaatse van voornoemde rekenpunten aan de geluidgrenswaarden van stap 2 behorende bij een gemengd gebied uit de VNG-publicatie, zijnde 70 dB(A) etmaalwaarde. Indirecte hinder Indirecte hinder als gevolg van af- en aanvoerend verkeer van en naar de inrichting voldoet ter plaatse van de gevels van geluidgevoelige objecten aan de geluidgrenswaarde van stap 2 (gemengd gebied) uit de VNG-publicatie, zijnde 50 dB(A) etmaalwaarde. De toekomstige situatie ten aanzien van de in dit onderzoek aangegeven randvoorwaarden kan akoestisch inpasbaar en vergunbaar worden geacht. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in en rond de woning(en) aan Herkenbosserweg 7 en 9 en daarmee van een goede ruimtelijke ordening.
32
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
Horeca met detailhandelsactiviteiten Bovendien worden aan de oostzijde van het plangebied, op de locatie Herkenbosserweg 13-15 Vlodrop, detailhandelsactiviteiten, horeca-activiteiten en groothandelsactiviteiten in koffie met opslag beoogd. Op basis van de VNG-handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering (versie 2009)' geldt voor 'Detailhandel voor zover n.e.g.' (SBI-2008: 47) een minimale richtafstand van 10 meter. Voor 'restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d.' geldt eveneens op basis van de VNG-handreiking een minimale richtafstand van 10 meter. Voor een groothandel in koffie, thee, cacao en specerijen (SBI-2008:4637) dient een minimale richtafstand van 30 meter te worden aangehouden. Aan deze afstanden wordt voldaan. Gelet op vorenstaande vormt het aspect milieuzonering geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.
5.4
Luchtkwaliteit
5.4.1 Algemeen Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wm). Omdat de luchtkwaliteitseisen op zijn genomen in titel 5.2 van de Wm, staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex. artikel 5.16 Wm: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project leidt al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen. 5.4.2 Het besluit NIBM Deze Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) legt vast wanneer een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de toename van concentraties van bepaalde stoffen in de lucht.
Een project is NIBM wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM1 0) of stikstofdioxide (NO2 ). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM1 0 als NO2 . Het NSL is vanaf augustus 2009 van kracht, zodat de 3% grens aangehouden dient te worden. In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 1.500 woningen niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijn stof en stikstofdioxide in de lucht. Initiatiefneemster is voornemens om op de locatie Boslaan 1a Vlodrop een kleinschalige camperplaats te realiseren. Daarnaast wordt beoogd om ter plekke van onderhavig plangebied, bedrijfsmatige activiteiten, detailhandelsactiviteiten en horeca-activiteiten te exploiteren. Met inachtneming van de kleinschalige aard van onderhavige ontwikkeling kan worden geconcludeerd dat onderhavig voornemen geen invloed heeft op het aspect luchtkwaliteit. Het planvoornemen leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. NIBM-tool InfoMil Ook zal het plan niet leiden tot een dusdanig aantal toenemende verkeersbewegingen dat de grenswaarde van
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
33
de luchtkwaliteit daarmee wordt overschreden. InfoMil heeft een NIBM-tool ontwikkeld waarmee een 'worst-case' berekening kan worden verricht voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit. Dit rekenmodel toont aan dat tot 1.504 extra voertuigen (weekdaggemiddelde) niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierbij wordt uitgegaan van 0% vrachtverkeer. Het plan omvat een extra verkeersgeneratie van < 500 voertuigen. 5.4.3 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is gericht op de beperking van de vestiging in de nabijheid van provinciale en rijkswegen van gevoelige bestemmingen, zoals gebouwen voor kinderopvang, scholen, verzorgings- of verpleegtehuizen. Het Besluit gevoelige bestemmingen is niet op onderhavig planvoornemen van toepassing. 5.4.4 Conclusie luchtkwaliteit Gelet op het vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling.
5.5
Externe veiligheid
Het beleid in het kader van de externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving voor wat betreft handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen, als op het vervoer van deze stoffen. De begrippen 'kwetsbaar object' en 'beperkt kwetsbaar object' worden in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen nader gedefinieerd. Onder een 'kwetsbaar object' wordt verstaan: woningen, gebouwen bestemd voor het verblijf zoals ziekenhuizen of scholen, gebouwen waarin doorgaans grote aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn zoals kantoorgebouwen of hotels en kampeer- en andere recreatieterreinen. Onder een 'beperkt kwetsbaar object' wordt onder andere verstaan: verspreid liggende woningen, kantoorgebouwen, hotels en restaurants, winkels, sporthallen, sportterreinen en telefoon- of elektriciteitscentrales. Met inachtneming van onderhavige ontwikkeling wordt geconcludeerd dat onderhavig planvoornemen voorziet in het realiseren van een (beperkt) kwetsbaar object. 5.5.1 Beleid Het beleid in het kader van de externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving voor wat betreft handelingen met gevaarlijke stoffen.
Deze handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen, alsook op het vervoer van deze stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, vloeit de verplichting voort om in het kader van ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het plangebied als gevolg van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico's worden beoordeeld op twee soorten risico: het groepsrisico en het plaatsgebonden risico. 5.5.2 Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen tegelijkertijd komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek. In het Bevi is een verantwoordingsplicht binnen het invloedsgebied opgelegd, i.c. het gebied binnen de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens, zijnde de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf.
34
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
Voor elke verandering van het groepsrisico, dit kan een af- of toename zijn, in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd. Deze verantwoording ziet toe op de wijze waarop de toelaatbaarheid van de verandering van het groepsrisico in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico worden ook andere aspecten meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Hieronder vallen onder meer de zelfredzaamheid en de bestrijdbaarheid van een calamiteit. 5.5.3 Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans dat een onbeschermd individu in een jaar komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron. Voorbeelden van risicobronnen zijn bedrijven, (vaar)wegen en spoorlijnen. De 10-6-contour is de maatgevende grenswaarde, binnen welke contour geen kwetsbare objecten mogen worden opgericht. 5.5.4 Risicovollebronnen Ten behoeve van de beoordeling van de voor onderhavige kwetsbare objecten mogelijke externe veiligheidsrisico's, is de Risicokaart Limburg geraadpleegd. Op de risicokaart is informatie opgenomen over transportroutes, buisleidingen, en risicovolle inrichtingen. Tankstation Uit de Risicokaart Limburg volgt dat op een afstand van circa 950 meter van onderhavig plangebied het 'Nedoil tankstation De Kievit' aanwezig is.
Ter plekke is sprake van propaan- en butaanvulstations en een gasflessendepot. De grootste PR 10-6-risicocontour voor deze activiteiten bedraagt 110 meter. Derhalve vormt dit tankstation geen belemmering voor het planvoornemen. Propaantank Daarnaast volgt uit de Risicokaart dat op een afstand van circa 1.480 meter ten zuidwesten van onderhavig plangebied een bovengrondse propaantank aanwezig is met een inhoud van 5000 liter. De PR 10-6-risicocontour voor deze propaantank bedraagt 10 meter. Derhalve vormt deze geen belemmering voor het planvoornemen. 5.5.5 Resultaten en conclusies externe veiligheid Als gevolg van onderhavige ontwikkeling ontstaan er geen (extra) risico's in het kader van externe veiligheid. Daarbij kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid in casu goed te noemen is. Ook is de bereikbaarheid van de locatie bij een eventuele calamiteit goed. Hierdoor is de ontwikkeling in het kader van de externe veiligheid verantwoord te noemen. Gelet op vorenstaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling.
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
35
Uitsnede Risicokaart Limburg met aanduiding plangebied
36
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
Hoofdstuk 6
Overige ruimtelijke aspecten
Naast de diverse milieutechnische aspecten, zoals uiteengezet in hoofdstuk 5, dient tevens te worden gekeken naar de overige ruimtelijke aspecten. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aspecten archeologie, kabels en leidingen, verkeer en parkeren, waterhuishouding, natuur- en landschap, flora en fauna en duurzaamheid.
6.1
Archeologie
Archeologische waarden zijn bij wet beschermd (Erfgoedwet 2016, hoofdstuk vijf 'Archeologische monumentenzorg'). Gemeenten zijn verantwoordelijk voor hun eigen bodemarchief. De gemeente is dus het bevoegde gezag indien het gaat om het toetsen van de archeologische onderzoeken en Programma's van Eisen. Voorheen werd dit door de provincie gedaan, maar deze beperkt zich momenteel tot zaken die van provinciaal belang zijn. Voor (gemeentelijke) bestemmingsplannen (daaronder tevens begrepen: wijzigingsplannen) betekent dit concreet het volgende: de gemeenteraad dient bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden en monumenten; in een bestemmingsplan kan in het belang van de archeologie een vergunningenstelsel worden opgenomen. De aanvrager van een vergunning, waarbij bodemverstoring plaats vindt, kan langs de weg van het bestemmingsplan de verplichting krijgen tot het laten uitvoeren van een archeologisch (voor)onderzoek. Zo nodig kunnen aan dergelijke vergunningen regels worden verbonden ter bescherming van de archeologische waarden en monumenten. Op basis van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Roerdalen - 2e herziening' is ter plekke van onderhavig plangebied geen archeologische dubbelbestemming van toepassing.
Bovendien is onderhavige locatie op basis van de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Roerdalen gelegen in een gebied met een lage archeologische verwachting. Daarnaast zijn op korte afstand geen onderzoeksgebieden dan wel AMK-terreinen aanwezig.
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
37
Uitsnede kaart met aanduiding archeologische verwachtingswaarden gemeente Roerdalen Vooropgesteld moet worden dat onderhavige ontwikkeling ziet op het doorvoeren van een herontwikkeling ter plaatse van onderhavig plangebied. Deze ontwikkeling ziet onder andere op het doorvoeren van een functieverandering ter plaatse van bestaande bebouwing. Daarnaast wordt ten behoeve van de camperplaats voorzien in een nieuw sanitairgebouw. De oppervlakte van de bodemingrepen zijn dan ook relatief beperkt, waardoor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Op basis van de Erfgoedwet geldt echter de verplichting dat, indien tijdens toekomstige graafwerkzaamheden desondanks archeologische materialen en/of sporen aangetroffen worden, deze per direct gemeld dienen te worden bij de gemeente Roerdalen.
6.2
Kabels en leidingen
Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen met een planologische beschermingszone. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Indien aanpassingen aan de bestaande aansluitingen moeten worden doorgevoerd, dient met de verschillende netwerkbeheerders contact te worden opgenomen.
6.3
Verkeer en parkeren
Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt.
38
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
6.3.1 Verkeersstructuur Initiatiefneemster is voornemens om ter plaatse van onderhavig plangebied een herontwikkeling door te voeren waarbij verschillende activiteiten samen worden gebracht. Het voornemen is allereerst om een natuurlijke en kleinschalige camperplaats te realiseren. Daarnaast wordt beoogd om bedrijfsmatige activiteiten, detailhandelsactiviteiten en horeca-activiteiten te exploiteren. De verkeersbewegingen die gepaard gaan met onderhavige ontwikkeling betreffen in hoofdzaak auto's en campers. Bovendien zal incidenteel zwaar vrachtverkeer onderhavige locatie bezoeken. Dit uit oogpunt van bevoorrading. Tevens is relevant dat het verkeer van en naar het plangebied in hoofdzaak wordt afgewikkeld via de Herkenbosserweg en de Boslaan/Rothenbacherweg. De Herkenbosserweg en de Rothenbacherweg kunnen de met onderhavige ontwikkeling gepaard gaande toename aan verkeersbewegingen prima afwikkelen. De doorstroming en verkeersveiligheid zijn niet in het geding. 6.3.2 Parkeren Met betrekking tot het aspect parkeren is van belang dat onderhavig planvoornemen voorziet in het mogelijk maken van een aantal activiteiten, namelijk in recreatief en bedrijfsmatig opzicht. Bovendien worden detailhandelsactiviteiten en horeca-activiteiten beoogd.
In onderstaand schema is nader uiteengezet welke activiteiten op elke locatie worden beoogd en van welke parkeerbehoefte daarbij moet worden uitgegaan. Locatie
Activit Aantal/ Eenheid eit Oppervlak Herkenbosser Wonen 1 per woning weg 7-9
Herkenbosser Detail- 325 m2 weg 11-11a handel
Herkenbosser Opslag weg 13-15
445m2
Horeca 506m2
506 m2
PP Koop, huis, vrijstaand; niet stedelijk; rest bebouwde kom
Aanta Afwikkeling pp l pp 2 Eigen terrein
min. 1,9 - max. 2,7 per 100 m2 bvo Kringloopwinkel; niet 7 stedelijk; rest bebouwde kom
per 100 m2 bvo
min. 1,7 - max. 2,2 Bedrijf 5 arbeidsextensief/bezoek ersextensief (o.a. opslag); niet stedelijk; rest bebouwde kom
min. 0,8 - max. 1,3 per 100 m2 bvo Café/bar/cafetaria; niet 36 stedelijk; rest bebouwde kom
m2
Parkeergelegenheid op eigen buitenterrein
Parkeergelegenheid op eigen buitenterrein
Parkeergelegenheid op eigen buitenterrein
min. 6,0 - max. 8,0 (Kringloop)winkel; niet 10 stedelijk; rest bebouwde kom:
of Detailper 100 Parkeergelegenheid op (opp. kan of handel bvo eigen buitenterrein horeca of detailhandel zijn) min. 1,7 - max. 2,2 In totaliteit is volgt uit vorenstaande tabel een parkeerbehoefte van (maximaal) 50 parkeerplaatsen.
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
39
40
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
Boslaan 1a Wat betreft het camperterrein hoeft geen rekening te worden gehouden met een aanvullende parkeerbehoefte omdat de gasten onderhavig terrein bezoeken met hun camper. Op de beoogde camperplaatsen is voldoende ruimte aanwezig om een camper te stallen. Daarnaast biedt elke camperplek voldoende ruimte om de auto van een bezoeker te parkeren. De parkeerbehoefte van het camperterrein hoeft dan ook niet nader te worden beschouwd. Boslaan 1b De op de locatie Boslaan 1b aanwezige bebouwing wenst initiatiefneemster in gebruik te nemen als hobbymatige opslagruimte bij de woning Herkenbosserweg 7. Deze ontwikkeling gaat dan ook niet gepaard met een aanvullende parkeerbehoefte. Ter plekke van onderhavig plangebied wordt voorzien in 51 parkeerplaatsen op het buitenterrein. Daarmee wordt op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid voorzien om de parkeerbehoefte ten gevolge van onderhavige ontwikkeling op te vangen. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling.
6.4
Waterparagraaf
6.4.1 Nationaal waterplan In het Nationaal waterplan is het (strategische) waterbeleid van het Rijk vastgelegd. De hoofdlijnen van het Nationaal waterplan luiden als volgt (artikel 4.1, lid 2 Waterwet): a. b. c. d.
een aanduiding, in het licht van de wettelijke doelstellingen en normen, van de gewenste ontwikkeling, werking en bescherming van de watersystemen, alsmede van de bijbehorende termijnen; een uiteenzetting van de maatregelen en voorzieningen, die met het oog op die ontwikkeling, werking en bescherming nodig zijn; een aanduiding van de redelijkerwijze te verwachten financiële en economische gevolgen van het te voeren beleid; een visie op de gewenste ontwikkelingen in verband met de voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen en waterschaarste, voor een periode van ten minste veertig jaren mede in verband met de verwachte klimaatveranderingen.
Het Nationaal waterplan kent een looptijd van 2016 tot 2021 en vormt het kader voor de regionale waterplannen en de beheerplannen. 6.4.2 Provinciaalbeleid De provincie Limburg kent ook als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en -plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties.
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
41
6.4.3 Afvalwater en hemelwater Onderhavig plangebied is gelegen binnen de gemeente Roerdalen en in het beheergebied van Waterschap Limburg. Het Waterschap Limburg is verantwoordelijk voor de waterhuishouding en waterveiligheid binnen haar beheergebied. Sinds 1 april 2019 is de nieuwe Keur van het Waterschap Limburg van kracht. Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen onderhavig plangebied wordt hierna uiteengezet. Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen onderhavig plangebied wordt hierna uiteengezet. Afvalwater Het afvalwater als gevolg van onderhavige ontwikkeling zal worden geloosd op de gemeentelijke riolering van de gemeente Roerdalen. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het afvoeren van afvalwater via de gemeentelijke riolering vereist en daarmee tevens de beste optie. Hemelwater van onverhard en semi-verhard terrein Het hemelwater dat valt op de onverharde en semi-verharde terreindelen binnen het plangebied zal, zo nodig na beperkte oppervlakkige afstroming, rechtstreeks infiltreren in de bodem. Hemelwater (dak)verhardingen Het hemelwater dat valt op de nieuwe verharding zal worden opgevangen en oppervlakkig worden afgevoerd, hetzij via aanwezige paden hetzij via goten, naar een te realiseren hemelwatervoorziening.
Capaciteit hemelwatervoorziening Het streven is om bij nieuwbouw 100% van het verharde oppervlak af te koppelen. Om te beoordelen hoe groot de te realiseren hemelwatervoorziening moet zijn, dient op basis van de nieuwe Keur van het Waterschap Limburg per 1 april 2019 een te realiseren hemelwatervoorziening te worden gedimensioneerd op een extreme bui met een neerslaghoeveelheid van 100 millimeter in 24 uur, met een noodoverlaat. Onderhavige ontwikkeling gaat onder andere gepaard met het doorvoeren van een functieverandering ter plaatse van bestaande bebouwing. Deze ontwikkeling gaat niet gepaard met het toevoegen van verharding. Bovendien wordt voorzien in een camperplaats met bijbehorend sanitairgebouw. Het sanitairgebouw voorziet in het toevoegen van volledige verharding. Bovendien wordt voorzien in verharding aan de kopse kant van de entree van de camperplaats. De uitgang van de camperplaats wordt uitgevoerd met grasbetontegels, zijnde halfverharding. Gelet op het feit dat halfverharding waterdoorlatend is, zal een groot deel van het hemelwater dan ook rechtstreeks infiltreren in de bodem. Ter plaatse van de beoogde parkeerplaats, het klinkerpad nabij de camperplaatsen, een gedeelte van het beoogd terras en de toegangsweg ten behoeve van laden en lossen is reeds volledige verharding aanwezig.
Ter plekke van het sanitairgebouw en een gedeelte van het beoogd terras wordt met onderhavig planvoornemen nieuwe verharding aangelegd. Het sanitairgebouw heeft een oppervlak van circa 140 m2 . Het gedeelte van het beoogd terras dat momenteel nog niet verhard is, heeft een oppervlak van circa 150 m2 . Het oppervlak volledige verharding dat zal worden aangelegd in het kader van voorliggend planvoornemen bedraagt dan ook circa 290 m2 . Om de capaciteit van de beoogde hemelwatervoorziening te kunnen berekenen, wordt uitgegaan van een worse case scenario, zijnde een te verharden oppervlak van circa 290 m². Dit oppervlak impliceert een hoeveelheid te bufferen en af te voeren hemelwater van (290 x 100 =) 29 m³. Uitwerking hemelwatervoorziening Om deze hoeveelheid hemelwater op te vangen zal aan de noordzijde van het beoogde sanitairgebouw een infiltratiezone worden aangelegd hetgeen zal worden ingezaaid met bloemrijk grasland. Het hemelwater kan in deze infiltratiezone worden opgevangen en vervolgens rechtstreeks infiltreren in de bodem.
42
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
Opvang schoon hemelwater In de hemelwatervoorziening dient enkel schoon hemelwater te worden opgevangen, waaraan geen verontreinigde stoffen worden toegevoegd. Uitloging bij infiltratie wordt voorkomen door alleen schoon hemelwater te infiltreren. Een infiltratievoorziening kan in dat opzicht tevens dienst doen als bodempassage, waarmee gezorgd wordt dat het hemelwater wordt ontdaan van (diffuse) verontreinigingen alvorens het infiltreert. 6.4.4 Conclusie waterhuishouding Gelet op het vorenstaande vormt het aspect waterhuishouding geen onoverkomelijke belemmeringen voor onderhavig planvoornemen.
6.5
Natuur en landschap
6.5.1 Natura 2000 Natura-2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura-2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd door de biodiversiteit te behouden. Natura-2000 gebieden worden beschermd door de 'Wet Natuurbescherming'. Onderhavig plangebied ligt tegen het Natura-2000 gebied de ”Meinweg” aan.
Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden De sloopfase en de realisatiefase zijn ten gevolge van de uitspraak van de Raad van State d.d. 2 november 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3159) niet meer vrijgesteld van vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. Deze vrijstelling geldt ook niet voor structurele stikstofemissies in de gebruiksfase of
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
43
voor andere emissies dan stikstof. Derhalve is een stikstofonderzoek uitgevoerd naar de realisatie- en naar de gebruiksfase van het planvoornemen. De rapportage hiervan is opgenomen in Bijlage 6. - Realisatiefase De realisatiefase betreft de sloop van een aantal gebouwen op bovengenoemde locatie en de bouw van een nieuwe opslagloods en winkels en de aanleg van parkeer- en camperplaatsen. In de bouwfase wordt gebruik gemaakt van bouwmachines met een verbrandingsmotor die NOx-emissie veroorzaken. Naast het gebruik van bouwmachines veroorzaken verkeersbewegingen NOx-emissie. Op basis van de bouwtekening is een ruime inschatting gemaakt van de duur van het gebruik van de bouwmachines en het brandstofgebruik. Tijdens de bouw wordt o.a. gebruik gemaakt van een graafmachine en trilwals (voor de sloop en het bouwrijp maken van de locatie, het uitgraven van de fundering en de aanleg van bestrating), betonstorters (voor het storten van de fundering en de vloer) en een hijskraan voor het plaatsen van de spanten en de gevel- en dakplaten. De duur van het gebruik en de benodigde brandstof vindt u terug in de uitdraai van AERIUS in bijlage 1. De verkeersbewegingen behorende bij de realisatiefase worden in de Aerius berekening meegenomen tot het moment dat dit verkeer opgenomen wordt in het heersend verkeersbeeld. In dit geval zijnde de Herkenbosserweg (N570).
- Gebruiksfase De NOx-emissie van het gebruik van de nieuwe opslagruimte, de winkels/horeca en het gebruik van de camperplaatsen wordt berekend in de gebruiksfase. Zowel de opslag als de winkels/horeca worden voorzien van een warmtepomp en zonnepanelen en zijn als zodanig emissie-loos. In de nieuwe situatie zijn geen dieren meer aanwezig op deze locatie. Voor de verkeersbewegingen in de gebruiksfase is mede op basis van normering CROW (Nr. 381), het aantal verkeersbewegingen bepaald. Voor de opslagruimte is op basis van de normering volgens CROW (Bedrijf arbeidsextensief/bezoekers extensief (loods, opslag), Buitengebied), uitgegaan van 5,7 verkeersbewegingen per 100 m2 bruto vloeroppervlak (bvo). Dit betekent voor het gebruik van de betreffende opslag (700/100*5,7) 39.9 verkeersbewegingen. Op basis van feitelijk beoogd gebruik worden, worst-case, 50 verkeersbewegingen, onderverdeeld in 30 verkeersbewegingen licht verkeer, 10 verkeersbewegingen middelzwaar verkeer en 10 verkeersbewegingen zwaar verkeer per etmaal meegenomen in de berekening. Ten behoeve van het gebruik als detailhandel/horecalocatie in het buitengebied voorziet de CROW-publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' niet zo duidelijk in specifieke kengetallen voor de verkeersgeneratie.
In casu wordt op basis van cijfers van vergelijkbare situaties volgens de normering CROW ( een worst case benadering gemaakt van het aantal motorvoertuigbewegingen per etmaal (mvt/etm) gebaseerd op het feitelijk beoogde gebruik binnen het plangebied. Voor de detailhandel/horeca worden worst case 600 verkeersbewegingen opgenomen in de berekening, onderverdeeld in resp. 570, 20 en 10 verkeersbewegingen licht-, middelzwaar- en zwaar- verkeer. Voor het gebruik van de camperplaatsen zijn op basis van feitelijk gebruik resp. 80, 30 en 8 verkeersbewegingen licht-, middelzwaar- en zwaar-verkeer toegevoegd aan de berekening van de gebruiksfase. Het aantal meegenomen verkeersbewegingen staan vermeld in bijlage 2. De verkeersbewegingen in de gebruiksfase worden in de berekening meegenomen totdat het verkeer opgaat in het heersend verkeersbeeld. In dit geval zijnde de Herkenbosserweg (N570). - Resultaten Uit de berekeningen met AERIUS (bijlage 1 en 2) blijkt, dat er geen sprake is van verhoging van stikstofdepositie op een voor stikstof gevoelig natuurgebied. De stikstofdepositie is in de gebruiksfase van dien aard dat het uiteindelijke resultaat geen depositie(verschil) boven de 0,00 mol/ha/jr. oplevert.
44
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
Kortom: negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van N-2000 gebieden ten gevolge van stikstof kunnen met zekerheid worden uitgesloten. Conclusie Uit de verschilberekeningen blijkt, dat de depositie in < 0,00 mol/ha/jr. is, waardoor een mogelijk significant effect op N-2000 gebieden kan worden uitgesloten.
Bovendien is met inachtneming van de beoogde ontwikkeling de effectenindicator geraadpleegd.
Uitsnede effectenindicator Onderstaand is per storingseffect beschreven of dit effect aan de orde is als gevolg van de activiteiten van de initiatiefneemster in het plangebied: Oppervlakteverlies: Het plangebied ligt net buiten het Natura 2000-gebied 'Meinweg'. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten zijn er geen effecten op dit Natura 2000-gebied. Er is geen sprake van
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
45
oppervlakteverlies of versnippering van habitat- of foerageergebied; Verontreiniging: Verontreiniging kan plaatsvinden via bodem, water of lucht. De beoogde ontwikkelingen gaan niet gepaard met een potentiële verontreiniging ter plekke. Er wordt namelijk enk;el voorzien in inpandige functieveranderingen en het realiseren van een kleinschalige camperplaats, waar eerst parkeerplaats aanwezig was voor een prostitutiebedrijf (bestemming Cultuur en ontspanning) . Verstoring door geluid: Het planvoornemen ziet in hoofdzaak op het doorvoeren van een aantal functiewijzigingen. Deze functiewijzigingen vinden in hoofdzaak binnen de bestaande bebouwing plaats en hebben betrekking op opslagdoeleinden, detailhandel en horeca. Omdat deze activiteiten in hoofdzaak in de bebouwing plaatsvinden, hebben deze geen verstoring door geluid tot gevolg. Bovendien wordt een kleinschalige natuurlijke camperplaats gerealiseerd. Gelet op het natuurlijke karakter van de camperplaats komen bezoekers ter plaatse met name voor de rust en de ruimte. Op het buitenterrein worden geen speel- of zwemvoorzieningen gerealiseerd waardoor enkel menselijke leef- en verblijfgeluiden waarneembaar zullen zijn.
Tot slot dient in ogenschouw te worden genomen dat eventuele verstoring door geluid in de voormalige situatie nadrukkelijker aan de orde was omdat het terrein was bestemd tot 'Cultuur en ontspanning - Prostitutie' en grotendeels in gebruik was als parkeerterrein. Verstoring door licht: Gelet op het beoogde gebruik van het plangebied hebben de activiteiten geen verstoring door licht tot gevolg op Natura 2000 gebieden voor wat betreft dit aspect. Optische verstoring: Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. Dit leidt vooral tot vluchtgedrag van dieren. Vooropgesteld moet worden dat de activiteiten in hoofdzaak binnen de bestaande bebouwing plaatsvinden. Wat betreft de camperplaats is van belang dat deze kleinschalig en natuurlijk van aard is hetgeen ook blijkt uit het karakter van de camperplaats. Op het buitenterrein worden namelijk geen aanvullende voorzieningen gerealiseerd zoals speel- en zwemvoorzieningen. Wederom is ook hier van belang dat eventuele optische verstoring in de voormalige situatie nadrukkelijker aan de orde was omdat het terrein was bestemd tot 'Cultuur en ontspanning - Prostitutie' en grotendeels in gebruik was als parkeerterrein.
Verstoring door mechanische effecten: Er is geen sprake van mechanische effecten in de vorm van golfslag, luchtwervelingen etc. Flora en fauna In de Wet natuurbescherming zijn de onderdelen uit de Europese Habitatrichtlijn en onder meer de Vogelrichtlijn, die de bescherming van soorten betreft, geïmplementeerd. De wet biedt ook het kader voor de bescherming van inheemse dier- en plantensoorten die geen bescherming genieten op grond van de Habitatrichtlijn. Er geldt een aantal verboden ter bescherming van beschermde dier- en plantensoorten. Artikel 1.11 Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling heeft bureau Ecoplanning een quickscan flora- en fauna uitgevoerd op onderhavige locatie. De rapportage van de quickscan is bijgevoegd als Bijlage 7. De resultaten van de quickscan flora en fauna leiden tot de volgende conclusies: Er is geen potentieel functioneel leefgebied aanwezig in het plangebied van beschermde flora en fauna. De werkzaamheden hebben geen negatief effect op het potentieel functioneel leefgebied van beschermde flora en fauna.
Er zijn geen risico's op het overtreden van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb) artikelen 3.1, 3.5 en 3.10. De uitvoering van een nader onderzoek naar beschermde flora en fauna is niet nodig. De aanvraag van een ontheffing Wet natuurbescherming is niet nodig.
46
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect quickscan flora en fauna geen belemmeringen vormt voor onderhavig planvoornemen.
6.6
Duurzaamheid
Duurzame stedenbouw verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden, landschapsstructuren en landschapselementen. Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op het materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen (levensloopbestendig). Duurzaam bouwen heeft een volwaardige plaats in het ontwerp, het bouwen en beheren van de bebouwing. Tijdens de bouw kan door zuinig om te gaan met bouwmaterialen worden voorkomen dat er onnodig afval ontstaat. De nieuw op te richten bebouwing wordt gebouwd met duurzaam materiaal, waarbij aandacht wordt besteed aan de recyclebaarheid van de bouwmaterialen. Met betrekking tot de bouwkundige aspecten van onderhavig bouwplan kan worden gewezen op het feit dat deze verder zullen worden uitgewerkt in de aanvraag van de omgevingsvergunning activiteit bouwen.
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
47
48
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
Hoofdstuk 7
Uitvoerbaarheid
De uitvoerbaarheid van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.
7.1
Grondexploitatie
7.1.1 Algemeen Afdeling 6.2 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel 'Grondexploitatie'. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van den openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6.2 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden. 7.1.2 Exploitatieplan Afdeling 6.4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld).
Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Hoofdregel is dat er een plicht bestaat voor het opstellen van een exploitatieplan. Onder artikel 6.12, lid 2 Wro wordt hierop echter een aantal uitzonderingsmogelijkheden geboden: het verhaal van kosten over de in het plan of besluit begrepen kosten is anderszins verzekerd; het is niet nodig een tijdvak te bepalen waarbinnen de grondexploitatie zal plaatsvinden; het is niet nodig een fasering op te nemen waarbinnen werken, werkzaamheden en bouwplannen uitgevoerd moeten worden; het is niet nodig eisen en/of regels omtrent de uitvoering te stellen aan het bouwrijp maken en/of de inrichting van de openbare ruimte en/of de aanleg van nutsvoorzieningen; het is niet nodig regels te stellen omtrent de uitvoering van de in het bestemmingsplan opgenomen bepalingen omtrent sociale huur en/of koopwoningen, kavels voor particulier opdrachtgeverschap of branches in de detailhandel. De gemeente Roerdalen sluit een anterieure overeenkomst met de initiatiefneemster van het project. Hiermee is het kostenverhaal anderszins geregeld.
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
49
7.2
Planschade
Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een ontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefneemster van een ontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefneemster, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een ontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. De gemeente Roerdalen sluit een planschadeverhaalsovereenkomst met initiatiefneemster. Eventuele tegemoetkomingen in planschade zijn dan ook niet voor rekening van de gemeente Roerdalen.
50
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
Hoofdstuk 8
Planstukken
Het bestemmingsplan 'Boslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15' van de gemeente Roerdalen bestaat uit voorliggende toelichting, regels en een verbeelding schaal 1:1000.
8.1
Algemeen
Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, worden met de inwerkingtreding van de Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket 'RO Standaarden 2012' ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening'. Vergelijkbaarheid van bestemmings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012) op drie manieren gerealiseerd: er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc. Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist; er is een verplichte 'analoge verbeelding' voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan.
Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd; er is een verplichte 'digitale verbeelding' voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website). Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan deze digitaliseringverplichting.
8.2
Opbouw bestemmingsplan
Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderling verband te worden bezien. De regels en de verbeelding zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien op de verbeelding de bestemmingen visueel zijn weergegeven en de regels onder andere het gebruik en de bouwmogelijkheden bij deze bestemmingen geven. 8.2.1 Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het bestemmingsplan. 8.2.2 Regels Conform de SVBP2012 dienen de regels van een bestemmingsplan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld, waarbij opgemerkt dient te worden dat niet elk bestemmingsplan alle elementen van navolgende opbouw bevat:
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
51
Hoofdstuk 1: Inleidende regels - Begrippen - Wijze van meten Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels - Bestemmingen - Voorlopige bestemmingen - Uit te werken bestemmingen - Dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3: Algemene regels - Anti-dubbeltelregel - Algemene bouwregels - Algemene gebruiksregels - Algemene aanduidingsregels - Algemene afwijkingsregels - Algemene wijzigingsregels - Verwezelijking in de naaste toekomst - Algemene procedureregels - Overige regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels - Overgangsrecht - Slotregel De regels van de verschillende bestemmingen worden als volgt opgebouwd, waarbij eveneens geldt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten: Bestemmingsomschrijving Bouwregels Nadere eisen Afwijken van de bouwregels Specifieke gebruiksregels Afwijken van de gebruiksregels Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Wijzigingsbevoegdheid Vorenstaande gestandaardiseerde opbouw is gehanteerd bij het opstellen van de regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan. De inhoud van de regels is gebaseerd op het bestemmingsplan 'Buitengebied Roerdalen - 2e herziening' (het 'moederplan'). Dit betekent dat voor artikel 4 ('Detaihandel) de bestaande rechten uit het moederplan zijn overgenomen.
Omdat in het moederplan binnen de bestemming detailhandel geen branchering is opgenomen is die ook niet opgenomen binnen de bestemming Detailhandel. In beginsel zijn voor de gegeven bestemmingen de wijzigings- en afwijkingsmogelijkheden opgenomen zoals die ook gelden binnen het moederplan. Aangezien op een deel van het plangebied een vigerende bestemming 'Detailhandel' rust (artikel 4 van de planregels) is het voor die bestemming ook verantwoord om die wijzigings- en afwijkingsmogelijkeden in het voorliggende plan op te nemen. Voor de bestemming 'gemengd' bevatten de wijzigings- en afwijkingsmogelijkheden zodanige voorwaarden dat
52
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
daar waar vervolgfuncties zijn toegelaten dit vervolgfuncties zijn welke passend zijn in de omgeving en aansluiten op de omliggende bestemmingen. Vanwege de specifieke situatie van voorliggende planontwikkeling is een aantal regels afwijkend c.q. aanvullend op de door de gemeente gehanteerde standaarden. 8.2.3 Verbeelding De 'vroegere' plankaart wordt in het kader van het huidige planologische regime aangeduid als 'verbeelding'. Op een verbeelding wordt de grens van het plangebied weergegeven waarbinnen onder meer de verschillende (dubbel)bestemmingen, bouwvlakken en bouw-/functie-/maatvoeringsaanduidingen (en de ligging daarvan) visueel zijn weergegeven. De verbeelding met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan is ingetekend op schaal 1:1000. Verder voorziet bijbehorende verbeelding in de naam van voorliggend bestemmingsplan en een tekeningnummer. Dit zijn verplichtingen in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen.
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
53
54
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
Hoofdstuk 9 procedure 9.1
Vooroverleg, inspraak en formele
Inleiding
De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerp bestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.
9.2
Vooroverleg
Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen andere betrokken overheden en overheidsdiensten (wettelijke adviseurs). Daarbij moet worden gedacht aan naburige gemeenten, het waterschap, en de diensten van het Rijk en de provincie. Overleg met het waterschap is altijd verplicht, terwijl het tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoort om te beoordelen of overleg met de desbetreffende diensten van het Rijk en de provincie nodig is. Artikel 3:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van overeenkomstige toepassing. De bedoeling van dit vooroverleg is voornamelijk om de opstellers van het plan tijdig de mogelijkheid te geven het plan desgewenst aan opmerkingen van andere overheden aan te passen.
9.3
Inspraak
Ingevolge artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt. Ook is in voornoemd artikel bepaald dat het voornemen tot het voorbereiden van een bestemmingsplan, waarbij geen MER wordt opgesteld, dient te worden gepubliceerd conform artikel 3:12, lid 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht en langs elektronische weg. De gemeente Roerdalen heeft kenbaar gemaakt dat zij, alvorens de formele bestemmingsplanprocedure op te zullen starten, geen voorontwerp van voorliggend bestemmingsplan ter inzage zullen leggen.
9.4
Formele procedure
9.4.1 Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. 2.
3. 4. 5.
Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop
55
6. 7.
Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
9.4.2 Zienswijzen Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft vanaf 16 november 2022 tot en met 27 december 2022 voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn geen zienswijzen ingekomen. Dit heeft er toe geleid dat het bestemmingsplan op dit vlak ongewijzigd is gebleven. Wel zijn er ambtshalve een aantal wijzigingen doorgevoerd welke zijn vastgelegd in de nota bij het vaststellingsbesluit van de raad. Op 30 maart 2023 is het bestemmingsplan, naar aanleiding van de ambshalve wijzigingen gewijzigd, vastgesteld.
56
bestemmingsplanBoslaan 1a-1b en Herkenbosserweg 7 t/m 15 te Vlodrop