05 Bijlage 4. Toelichting
Tekst van het document
6 DECEMBER 2023
Bestemmingsplan Waterschei 71 Melick Toelichting Gemeente Roerdalen Status: Vastgesteld Horeca met recreatieve appartementen
VOF OETSJPANNING “DE MEULEBERG Waterschei 71 6074 ES Melick
Bestemmingsplan Waterschei 71 Melick (Horeca met recreatieappartementen) Toelichting Gemeente Roerdalen Status: Vastgesteld Identificatienummer: NL.IMRO.1669.BPMLK2023Watersc71-VG01 Datum voorontwerp: 15 september 2021 Ontwerp: 15 augustus 2023 Vaststelling: 29 februari 2024 Beknopte inhoud: Bestemmingsplan voor het verbouwen van het voormalige museum tot tien recreatieappartementen aan de Waterschei 71 te Melick.
Initiatiefnemer en opsteller bestemmingsplan:
VOF Oetsjpanning “De Meuleberg” Waterschei 71 6074 ES Melick T: 0475 475901 E: info@demeuleberg.nl (www.demeuleberg.nl) Contactpersoon: Karin van Bommel
2
Inhoudsopgave
pagina
1. INLEIDING
4
1.1 Aanleiding en doel
4
1.2 Ligging en grens van het plangebied
5
1.3 Vigerend juridisch-planologisch kader
6
1.4 Leeswijzer
7
2. PLANBESCHRIJVING
7
2.1 Bestaande situatie
8
2.2 Toekomstige ontwikkeling
8
2.3 Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten
9
3. BELEIDSKADER
10
3.1 Rijksbeleid
10
3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
10
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
10
3.1.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro)
11
3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking
11
3.2 Provinciaal beleid
12
3.2.1 Provinciaal omgevingsplan Limburg 2014
12
3.2.2 Omgevingsverordening Limburg
13
3.3 Gemeentelijk beleid
19
3.3.1 Structuurvisie Roerdalen 2030
19
3.2.2 Beleidskader Recreatie en Toerisme 2023-2027
20
3.3.3 Gemeentelijk kwaliteitsmenu - LKM+
21
4. ONDERZOEK ASPECTEN
22
4.1 Milieuaspecten
22
4.1.1 Bodem
22
4.1.2 Geluidhinder
22
4.1.3 Luchtkwaliteit
23
4.1.4 Externe veiligheid
24
4.1.5 Milieuzonering
26
4.1.6 Geurhinder
27
4.1.7 M.E.R-plicht
27 3
4.2 Archeologie en cultuurhistorie
28
4.3 Leidingen en infrastructuur
29
4.4 Ecologie
29
4.5 Verkeer en parkeren
30
4.6 Waterhuishouding
31
5. JURIDISCHE PLANOPZET
33
5.1 Algemeen
33
5.2 Toelichting op de verbeelding
33
5.3 Toelichting op de regels
33
5.3.1 Inleidende regels
33
5.3.2 Bestemmingsregels
33
5.3.3 Algemene regels
34
5.3.4 Overgangs- en slotregels
35
6. ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
36
7. MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
37
7.1 Procedure
37
7.2 Vooroverleg en inspraak
37
7.3 Zienswijzen
37
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
38
Bijlage 1: Nota vooroverleg en inspraak Bijlage 2: Vooroverleg - Reactie provincie Limburg Bijlage 3: Aeriusberekening stikstof tijdens bouw- en gebruiksfase Bijlage 4: Situatieschets herinrichting omgeving Prins Bernhardmolen en Oetsjpanning “De Meuleberg” met uitbreiding 8 parkeerplaatsen. Bijlage 5: Nota van Zienswijzen
4
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel VOF Oetsjpanning “de Meuleberg” is een onderneming in de horeca. De Covid-19 periode heeft ons veel geleerd. Een van de lessen die we geleerd hebben is ons ondernemersrisico verkleinen door de bedrijfsvoering te verbreden. Met een doorontwikkeling van het bedrijf van enkel horeca naar horeca met B&B proberen we ons bedrijf een bredere basis te geven. In het kader van het voorliggende initiatief wordt er ten opzichte van de huidige situatie geen nieuwe bebouwing toegevoegd. De functie museum komt te vervallen en inpandig zal dit deel van het horecabedrijf worden omgebouwd tot 10 recreatieappartementen met maximaal 30 slaapplaatsen, hetgeen niet rechtstreeks is toegestaan op basis van het geldende bestemmingsplan. Om parkeren ten behoeve van de 10 recreatieappartementen mogelijk te maken, wordt een strook grond aan de zuidoostkant aansluitend aan de bebouwing voor parkeren ingericht. De gemeente Roerdalen heeft middels de beoordeling van het ingediende principeverzoek laten weten onder voorwaarden mee te werken aan het initiatief. De gemeente Roerdalen wil deze ontwikkeling mogelijk maken door middel van een herziening van het juridisch-planologisch kader. In voorliggend bestemmingsplan wordt de nieuwe situatie, waarbij de functie van museum komt te vervallen en wordt vervangen door 10 recreatieappartementen juridisch-planologisch geregeld.
5
1.2 Ligging en grens van het plangebied Het besluitgebied ligt aan de rand van de kern Melick, grenzend aan het buitengebied van de gemeente Roerdalen in Melick. Het besluitgebied wordt gevormd door het perceel kadastraal bekend als Melick en Herkenbosch H 543.
6
1.3 Vigerend juridisch-planologisch kader Voor het plangebied gelden de volgende plannen: 1. Facetbestemmingsplan. Vervallen bestemmingsplan regeling huisvesting (buitenlandse ) werknemers vastgesteld 23 mei 2019; Dit plan heeft echter geen consequenties voor de locatie Waterschei 71 te Melick. 2. het bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen – 2e herziening’ zoals door de gemeenteraad van Roerdalen is vastgesteld op 21 april 2016. In dit bestemmingsplan zijn de gronden ter plaatse bestemd als ‘Horeca’. Ter plaatse zijn horecabedrijven uit categorie 1a en 1b van de staat van horeca-activiteiten toegestaan. De locatie is daarnaast voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 2': tevens een restaurant annex museum. Er zijn geen dubbelbestemmingen van toepassing op het plangebied. Als nevenfunctie is binnen het plangebied een bed & breakfast, bestaande uit max. 8 slaapplaatsen verdeeld over max. 3 kamers, reeds toegestaan.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen – 2 e herziening’ met oranje de enkelbestemming Horeca, grijs het molenperceel met parkeerplaatsen, donkergroen natuur In het kader van het voorliggende initiatief wordt er ten opzichte van de huidige situatie geen nieuwe bebouwing toegevoegd. De functie museum komt te vervallen en inpandig zal dit deel van het horecabedrijf worden verbouwd tot 10 recreatieve appartementen. Hetgeen niet rechtstreeks is toegestaan op basis van het geldende bestemmingsplan.
7
1.4 Leeswijzer Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. Het juridische gedeelte van het bestemmingsplan wordt gevormd door de regels en de verbeelding tezamen. De toelichting is een beschrijving van hetgeen middels het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Daarnaast onderbouwt het de haalbaarheid van de planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. De toelichting van dit bestemmingsplan is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 wordt allereerst een beschrijving van zowel de bestaande situatie als de toekomstige ontwikkeling gegeven. De hoofdlijnen van beleid zijn vervolgens beschreven in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 worden de randvoorwaarden en onderzoek-aspecten beschreven. De juridische planopzet wordt nader toegelicht in hoofdstuk 5 en de economische uitvoerbaarheid in hoofdstuk 6. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 de procedure beschreven en het overleg ten behoeve van dit bestemmingsplan.
8
2. PLANBESCHRIJVING 2.1 Bestaande situatie Oetsjpanning “De Meuleberg”, Waterschei 71 6074 ES Melick is eind 2003 gebouwd door de gemeente Roerdalen ter ondersteuning van de Prins Bernhardmolen en het streekmuseum voor oude landbouwwerktuigen. Dit streekmuseum was gevestigd in het noordelijke deel van het gebouw, dat naast de begane grond nog een verdieping omvat. Op 4 april 2004 is het gebouw in gebruik genomen. Begin 2018 is het gehele gebouw in eigendom overgegaan naar de Vof “Oetsjpanning De Meuleberg”, met een horecabestemming tevens restaurant annex museum.
2.2 Toekomstige ontwikkeling In het kader van het voorliggende initiatief wordt er ten opzichte van de huidige situatie geen nieuwe bebouwing toegevoegd. De functie museum komt te vervallen en inpandig zal dit deel van het horecabedrijf worden verbouwd tot 10 recreatieappartementen (met maximaal 30 slaapplaatsen), hetgeen niet rechtstreeks is toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan. Tijdens het afgelopen jaar met de Covid-19 pandemie heeft het bedrijf geleerd om als bedrijf niet op een pijler te balanceren. Om het familiebedrijf in stand te kunnen houden is naar een bij de bedrijfsfilosofie passende bedrijfsuitbreiding gezocht. Oetsjpanning “De Meuleberg” wil graag een sterke speler zijn in de sector recreatie en toerisme. Deze filosofie past ook -zoals in hoofdstuk 3 verwoord- in het provinciaal- en gemeentelijk beleid. Dagrecreatie en verblijfsrecreatie vullen elkaar goed aan. Bovendien heeft Nederland in de afgelopen periode Roerdalen leren ontdekken. Het aantal overnachtingen in de regio neemt gestaag toe. Werk en inkomen zijn in Roerdalen vooral afhankelijk van land- en tuinbouw alsmede van recreatie en toerisme.
9
2.3 Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten. De realisatie van de vakantieappartementen vindt in zijn geheel binnen de huidige bebouwingscontouren plaats. Aan de noordoost kant van het gebouw komen voor de vakantieappartementen op de verdieping een aantal in de dakhelling geplaatste loggia’s, voorzien van een balustrade. Deze hebben geen uitzicht op in de nabijheid gelegen (woon-)bebouwing. Het gaat in totaal om maximaal 30 slaapplaatsen. Het gaat om kwalitatief goede loggia’s met elk een eigen badkamer met toilet. Het aantal bezoekers zal door deze veranderende bedrijfsvoering aanzienlijk verminderen omdat het grote aantal bezoekers voor feesten en partijen in de grote zaal ( voorheen museum) komt te vervallen. Daarnaast verdwijnt de gebruiksfunctie als museum. Desalniettemin wordt aandacht besteed aan parkeerfaciliteiten. Aansluitend aan de zuidzijde van het gebouw worden daarvoor 5 parkeerplaatsen op eigen terrein aangelegd. In overleg met de Stichting Molens Roerdalen vindt er passend binnen hun eigen gedachte een gedeeltelijke herinrichting plaats van de tegenover gelegen parkeerplaats. Er worden 3 extra parkeerplaatsen op dit terrein gerealiseerd. Daarnaast worden er voorzieningen toegevoegd, onder andere voor het plaatsen van fietsen. Het totaal aantal parkeermogelijkheden zal daarmee met 8 plaatsen toenemen.
Daarmee voldoet het initiatief aan de geldende parkeernormen. De realisatie van de parkeerplaatsen wordt geborgd met een voorwaardelijke verplichting in de planregels. Daarnaast is er een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemers en de gemeente waarin afspraken over de realisatie zijn vastgelegd.
10
3. BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) beoogt toekomstige ontwikkelingen op een zodanige wijze te laten plaatsvinden waardoor wij met trots een mooie leefbare wereld aan onze kinderen overdragen. Een nationale regie op de ruimtelijke ordening. Het rijk heeft middels deze landelijke omgevingsvisie opdrachten gegeven aan o.a. provincies die op hun beurt weer samen met gemeenten en waterschappen aan de hand van meerdere programma’s aan de slag zijn gegaan. De NOVI is door het rijk samen met maatschappelijke partijen vastgesteld en heeft vooral betrekking op de grotere opgaven waarvoor Nederland zorg moet dragen. Denk aan woningbouw, duurzaam energie opwekken, klimaatverandering, stikstofdepositie en de overgang naar een circulaire economie. Nederland moet ook voor de toekomstige generaties een veilig, gezond en welvarend land blijven. Minder regels en meer vertrouwen in de mensen die ermee werken. Met ruimte om lokale initiatieven mogelijk te maken en oplossingen op maat te creëren. Inzoomend op Roerdalen kent de Novi aan Roerdalen veel landschaps- en natuurwaarden toe. Onderstaand memoreren we nog het Provinciaal- en Gemeentelijk omgevingsplan. Afweging gerelateerd aan de voorgenomen planwijziging tot verbouw van het landbouwwerktuigenmuseum annex horeca tot recreatie-appartementen.
Nationale belangen zijn bij de voorgenomen ontwikkelingen niet in negatieve zin in het geding. “Een goede indeling van het landelijk gebied is nodig om een vitaal platteland te behouden, waar het prettig is om te werken, wonen en recreëren. Het landgebruik wordt in balans gebracht met natuurlijke systemen en ontwikkelingen in het landelijk gebied en gaat niet ten koste van de landschappelijke kwaliteiten. Dat draagt bij aan een landelijk gebied waar het prettig wonen en recreëren is en waarin ruimte is en blijft voor een vitale landbouw”. ( citaat uit Uitvoeringsagenda 2021-2024 Prioriteit 4) Met de voorgenomen verandering van de bedrijfsvoering komen voor de hard werkende mens mogelijkheden om te genieten van rust, ruimte, natuur en landschap. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De AMvB Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 juni 2011 zijn alle ontwerpstukken van de AMvB als bijlage bij de SVIR gepubliceerd. Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden. In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen.
De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Natuurnetwerk Nederland, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Afweging Geen van de bovengenoemde belangen is bij de ontwikkeling in het plangebied in het geding. De beoogde ontwikkeling is kortom niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. 11
3.1.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) De Rarro is gebaseerd op het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende gebieden en objecten worden aangewezen, waar gemeenten bij vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Afweging Vanuit het Rarro bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. 3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ geïntroduceerd. Deze ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In artikel 3.1.6, lid 2 Bro is vastgelegd dat de toelichting bij een bestemmingsplan die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan de systematiek van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’.
Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling is daarbij als volgt gedefinieerd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Per 1 juli 2017 is een nieuwe versie van de ladder van kracht. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Afweging Uit jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2017:1724) blijkt dat een bestemmingsplan dat bij recht een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, maar ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt, maar alleen een planologische functiewijziging, in beginsel niet voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro.
In het kader van onderhavige ontwikkeling is er sprake van een reeds aanwezige functie die wordt uitgebreid. Er is geen sprake van een functiewijziging met een groter ruimtebeslag, en dus van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De beoogde verbreding is passend binnen het buitengebied. Derhalve is er conform de jurisprudentie geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing op de beoogde ontwikkeling.
12
3.2 Provinciaal beleid De provincie Limburg heeft de provinciale omgevingsvisie op 25 oktober 2021 vastgesteld. De provinciale omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. In de Omgevingsverordening legt de Provincie regels vast voor onder meer natuur, milieu, (grond-)water, ontgronding, wegen, ruimte (verstedelijking, woon- en werklocaties, agrarische bedrijven). Het is goed ons nu te richten op de nieuwe omgevingsvisie. De investeringen die betrekking hebben op de wijziging van dit bestemmingsplan richten zich immers ook op de toekomst op de langere termijn. We zetten eerst het vigerende beleid van de provincie af tegen onze ontwikkelingen. Daarbij gaan we ook in op het toekomstige beleid bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. 3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (2030-2050) Vrijetijdseconomie De provincie wil het vakmanschap in de (water)recreatie sector versterken. En bevorderen dat ondernemers, overheden en kennisinstellingen samenwerken aan een goede fysieke infrastructuur.
Ook bevordert de provincie het delen van data en kennis, het vormen van sterke netwerken en het ontwikkelen van een gezamenlijke marketingstrategie die gericht is op de juiste doelgroepen. Een specifiek aandachtspunt daarbij is het voorkomen van overdruk om recht te doen aan belangen van inwoners. Gekozen wordt voor het verhogen van de kwaliteit van het aanbod. Een kwantitatieve uitbreiding van het aanbod is alleen mogelijk als dit niet leidt tot verdringing en leegstand. Dit geldt zowel voor verblijfs- als voor dagrecreatie. Hotels en dag recreatieve voorzieningen zoals bioscopen, escaperooms en casino’s horen thuis in het stedelijk gebied. Dit type voorzieningen en andere functies zoals detailhandel en horeca profiteren van elkaars aanwezigheid, zij versterken elkaar en daarmee de vitaliteit van de stadscentra. Voorzieningen als kartbanen en trampolineparken zijn fysiek meestal te groot voor de stadscentra, maar zijn ook gebonden aan het stedelijke gebied. In het landelijk gebied buiten de plattelandskernen en bebouwingsclusters zijn alleen initiatieven voor vrijetijdseconomie mogelijk die daar functioneel aan gebonden zijn, zoals een kampeerterrein en een dagstrand. Een uitzondering hierop is het vestigen van een grootschalige (boven)regionale dag recreatieve trekker, indien het landelijk gebied bij een integrale afweging de meest optimale locatie blijkt.
De provincie blijft de voorkeur geven aan het gebruik van monumenten en beeldbepalende gebouwen voor de vestiging van nieuwe initiatieven op het gebied van vrijetijdseconomie, als daar kwantitatief en kwalitatief behoefte aan bestaat. Waarbij het wenselijk blijft om de harde planvoorraad voor vrijetijdseconomie waarvoor geen zicht op realisatie is, te schrappen. Deze belemmert immers goede nieuwe initiatieven. Ook blijft de provincie voorstander van afspraken over kwantiteit en kwaliteit van verblijfsrecreatie en hotels op regionale schaal. De kwaliteitsslag die is ingezet voor bungalowparken en kampeerterreinen moet worden voortgezet en aangevuld met een kwaliteitsslag voor hotels. Bij deze kwaliteitsslag wordt in een maatwerkaanpak per individuele onderneming de gewenste doorontwikkeling bepaald. Mogelijke opties zijn daarbij onder meer: een verdere doorontwikkeling van het bedrijf, eventueel in combinatie met een kwaliteitsverbetering; een herontwikkeling van de bestaande locatie binnen de 13
vrijetijdseconomie; een transformatie/sanering van de bestaande locatie naar een andere functie. Hier kan sprake zijn van een nieuwe functie voor bestaande gebouwen, sloop van die gebouwen of een combinatie daarvan. In de jaren 2020 en 2021 heeft de Coronapandemie ons het nodige geleerd. Van het ene uur op het andere moest het volledige horecabedrijf gedurende vele maanden sluiten en kon geen inkomsten meer genereren. Dit heeft ons over de bedrijfsvoering aan het denken gezet. Door ander werk te aanvaarden en op ons vermogen in te teren hebben we ons zonder coronasteun kunnen redden. Dat willen we in de toekomst voorkomen. Andere (tijdelijke) ontwikkelingen in de bestaande gebouwen werden door de gemeente op deze locatie niet geaccepteerd. Deze locatie was enkel geschikt voor toeristisch recreatieve – of aanverwante activiteiten. Grote feesten, lezingen en bijeenkomsten bleven uit en dat heeft ertoe geleid dat wij onze bedrijfsactiviteiten met de ruimte die we daarvoor hebben willen aanpassen aan de behoeften die de markt vraagt. Aan vakantiegangers, die onze gastronomie bezochten, hebben we regelmatig gevraagd of ze ook in de toekomst onze verblijfsgasten zouden willen zijn. Deze vraag werd in veel gevallen positief beantwoord.
Onze nieuwe bedrijfsfilosofie is dan ook: Geen drukke festiviteiten meer maar kwalitatief verblijfsgenot bieden aan mensen die van rust, ruimte en natuur houden, afgestemd op de Natura 2000 gebieden zoals het Roerdal en NP. De Meinweg. Met deze 10 recreatieappartementen en het horecadeel is de bestaande bebouwing volledig benut bestendig naar de toekomst. Afweging De ontwikkeling sluit in grote mate aan bij de kaders die in de provinciale omgevingsvisie worden geschetst. Daarom kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling voor recreatieve appartementen met max. 10 kamers (vakantieappartementen) en 30 slaapplaatsen past binnen het vigerende provinciaal beleid. Er is hier geen sprake van verdringing, er wordt namelijk een concept toegevoegd dat voor Roerdalen uniek is (zie ook paragraaf 3.3.2). Het bestaande bedrijf wordt doorontwikkeld met de inzichten die de coronaperiode heeft gegeven aan de ondernemers. Door in te zetten op verblijfsrecreatie en de functie van museum/ ruimte voor het ontvangst van grotere groepen weg te bestemming ontstaat er een toekomst bestendige locatie. Recreatie en toerisme is een speerpunt van gemeentelijk beleid.
Intensieve samenwerking met de lokale brancheverenigingen en de gemeente laat duidelijk zien, dat recreatief gebruik van ons fraaie buitengebied met twee Natura 2000 gebieden en een nationaal park een groei laat zien van het aantal recreanten en toeristen. Het plan laat zien dat de kwaliteit van de voorzieningen ruim voldoende is. De realisering van deze recreatieappartementen vindt bovendien plaats in een bestaand gebouw dat hierdoor een zinvolle en duurzame krijgt, met het oog op de toekomst. Er wordt per saldo geen verstening toegevoegd. Het groene karakter van de omgeving sluit aan op de doelgroepen die men beoogd aan te trekken, namelijk de rust- en harmoniezoekers. De kernkwaliteiten van de groenblauwe mantel (voorheen Goudgroene landschapszone) blijven daarmee behouden. Er wordt voldaan aan het Provinciale Omgevingsvisie Limburg. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 / Omgevingsverordening Limburg 2021 De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 de 'Omgevingsverordening Limburg 2014' vastgesteld. Vanaf 1 januari 2024 treedt diens opvolger, de Omgevingsverordening Limburg 2021 in werking. Relevante artikelen zijn 2.4.6 uit de Omgevingsverordening Limburg 2014 en artikel 12.6 uit de Omgevingsverordening Limburg 2021. De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 ook de 'Omgevingsverordening Limburg 2014' vastgesteld.
Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL2014 juridische binding te geven. De Omgevingsverordening is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de 14
Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. Sinds december 2014 is de Omgevingsverordening uitgebreid met een nieuw hoofdstuk Ruimte. Dit hoofdstuk bevat een aantal instrumenten die gericht zijn op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het POL2014. Het ontwerp van de Omgevingsverordening Limburg (2021) heeft in de zomer van 2021 ter inzage gelegen. Omdat de Omgevingsverordening nog niet vastgesteld en nog niet in werking getreden is, is dit planvoornemen niet uitgebreid aan deze verordening getoetst. Inhoudelijk is de verwachting dat dit planvoornemen aan de Omgevingsverordening Limburg voldoet omdat de relevante provinciale belangen voor deze ontwikkeling niet wijzigen. Aan de begrenzing van de diverse gebiedsindeling wordt niets gewijzigd. Het aangrenzende gebied aan de zuidoostzijde blijft natuurnetwerk met de onderverdeling dennen-eiken-beukenbos. Maar de ontwikkeling blijft binnen het bestaande gebouw. Het beleid om het gebruik van recreatieverblijven voor andere functies dan verblijfsrecreatie, zoals permanent en tijdelijk wonen, te verbieden, wordt gecontinueerd. In afwijking van het voorgaande blijft, in het kader van de revitalisatie c.q. sanering van vakantieparken en kampeerterreinen, onder voorwaarden tijdelijke huisvesting van short-stay arbeidsmigranten toegestaan voor maximaal tien jaar.
In onderstaande paragrafen wordt ingegaan op beoogde ontwikkeling van het bedrijf voor de komende 10 tot 15 jaar. Daarnaast wordt er een beschrijving gegeven van de doelgroep die men wenst aan te trekken. Tot slot wordt ook ingegaan op het kwaliteitsniveau van de recreatieappartementen en wat deze toevoegen aan de gemeente Roerdalen en de regio. Visie op het bedrijf VOF Oetsjpanning “de Meuleberg” is een onderneming in de horeca. De Covid-19 periode heeft ons veel geleerd. Een van de lessen die we geleerd hebben is ons ondernemersrisico verkleinen door de bedrijfsvoering te verbreden. Met een doorontwikkeling van het bedrijf van enkel horeca naar horeca met vakantieappartementen proberen we ons bedrijf een bredere basis te geven. Wie zijn wij: Karin van Bommel heeft in Breda de NHTV met succes afgerond met als onderdeel International Tourism Management Consultancy. Zij is het onderwerpelijke bedrijf in 2004 gestart. In 2005 is haar broer Bas van Bommel ingestapt. Hij heeft zijn opleiding op de vakschool in Wageningen voltooid en is gediplomeerd bakker. Na zijn opleiding heeft hij bij een aantal Midden-Limburgse bakkerijen ervaring opgedaan. Samen zijn zij eigenaar van VOF Oetsjpanning “De Meuleberg”. In 2018 zijn de gebouwen van de gemeente aangekocht. In april 2024 bestaat ons bedrijf 20 jaar en zijn wij niet geheel nieuw in deze branche.
In het kader van het voorliggende initiatief wordt er ten opzichte van de huidige situatie geen nieuwe bebouwing toegevoegd. De functie museum komt te vervallen en inpandig zal dit deel van het horecabedrijf worden omgebouwd tot 10 recreatieappartementen met maximaal 30 slaapplaatsen, hetgeen niet rechtstreeks is toegestaan op basis van het geldende bestemmingsplan. Het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Roerdalen – 2e herziening” biedt ons de mogelijkheid om maximaal 3 kamers met max 10 bedden te realiseren. Het huidige restaurantgedeelte willen we de komende jaren zeker handhaven en intensiever benutten met ontbijtsessies voor de gasten van de vakantieappartementen. a. Maken we gebruik van de planologische mogelijkheid om slechts 3 kamers te realiseren dan is dat niet logisch en wel om de volgende redenen:
15
b. De ruimte die we dan ten dele in het voormalige museumgedeelte voor het realiseren van 3 kamers gebruiken maakt het resterende gedeelte van het gebouw inefficiënt en daarmee commercieel weinig zinvol. c. Zouden we de kamers gebruiken in de vorm van een Bed en Breakfast dan is het wenselijk om er zelf bij te wonen. Het gebouw kent geen woonbestemming en is daarvoor ook niet geschikt te maken. Bedrijfsmatig is de exploitatie van slechts 3 kamers met maximaal 10 bedden niet rendabel. d. Onze keuken en onze eigen vaardigheden in de bedrijfsvoering staan bij max 3 kamers niet meer in verhouding tot de huidige mogelijkheden. e. De bedrijfsvoering in het (blijvende) restaurant moet aan de nieuwe situatie aangepast worden en dat betekent geen feesten en partijen meer tot in de late uurtjes. Dat komt ook de omgeving ten goede. Echter dat betekent ook dat de daarmee gepaard gaande derving van inkomsten op een andere wijze opgevangen moeten worden. We hechten veel waarde aan gastvrijheid. De relatie tussen gasten en ons personeel vormen een wezenlijk onderdeel van ons kwaliteitsdoel. Behoud van kleinschaligheid in relatie tot rendabiliteit is voor ons van wezenlijk belang. Het is niet de bedoeling om uit te groeien tot een grootschalige hotelfunctie.
Afgezien dat de infrastructuur en de locatie hiervoor niet geschikt zijn beperkt dat ook de persoonlijke sfeer tussen onze gasten en het personeel. Een verdere ontwikkeling van ons bedrijf in de komende 10 tot 15 jaren blijft volgens de huidige inzichten beperkt tot de realisatie van deze 10 vakantieappartementen met maximaal 30 slaapplaatsen. Kwaliteitsniveau en doelgroep In de 20 jaren van ons bestaan hebben we met veel gasten gesproken over hun waardering van ons bedrijf. De jaren na de Covid-19 pandemie werden veel gasten van buiten de regio gevraagd of zij een verblijf bij ons zouden kunnen waarderen. Daarop werd in veel gevallen positief gereageerd. We zoeken gasten, die rust, ruimte en natuur weten te waarderen. Die met zijn tweetjes, als gezin, als vriendengroep of familiebijeenkomst kunnen genieten van de natuur, de rust, de ruimte en het landschap maar ook van de omliggende mogelijkheden in de winkelstad Roermond met het Outlet de oude monumentale binnenstad en het Retailcentrum of de kleine fraaie stadjes en dorpen in het aangrenzende Duitsland. Het zijn niet alleen de ouderen die ons bedrijf weten te vinden maar ook jonge gezinnen. De uitstekende ligging van Oetsjpanning “De Meuleberg ”aan de rand van het dorp en in de onmiddellijke nabijheid van bossen, natuur- en landbouwgebieden wordt zeer op prijs gesteld.
Bovendien lopen er lange (internationale-) afstandswandelroutes waaronder het “Pieterpad” en WaterWandelWereldroute langs ons bedrijf. Dat kan ook niet anders met 3 mooie Natura 2000 gebieden De Meinweg, het Roerdal en Vlootbeekdal.
16
Met behulp van de leefstijlvinder hebben we onze doelgroep gerichter gemaakt.
We richten ons op de harmonie en rust zoekers. De rustzoeker kenmerkt zich door niet al te veel poespas, privacy en rust. Ze wandelen en fietsen graag. Bij het zoeken naar een vakantie of weekendje weg willen ze graag van te voren zoveel mogelijk geregeld hebben. Laat dit nu iets zijn wat fantastisch aansluit op onze bedrijfsvoering en de USP van de Gemeente Roerdalen. Met ons klein geluk inspiratiepunt hebben we alle kennis van de omgeving en wandel- en fietskaarten in huis. Met niet te veel poespas bedoelen ze ook dat datgene wat ze boeken wel van goede kwaliteit moet zijn. De meeste gasten bestempelen ons als 2e huiskamer. De kamers worden ook op die manier ingericht. Goede bedden, goede douche en een mooi uitzicht , ofwel op een nog werkende standaard molen of op een mooi akkerveld met bosrand. Vergeet niet dat Bas bakker is, en dat het brood in eigen huis gebakken gaat worden. Met de geur van vers gebakken brood zal de rustzoekers in de morgen wakker worden. Daarnaast zullen we met 20 jaar ervaring in de horeca en gastvrijheids-branche ervoor zorgen dat het de rustzoeker aan niets ontbreekt. Een ander niet onbelangrijk aspect is duurzaamheid. Na de Covid-19 periode kwam voor on de volgende uitdaging…. Hoge energielasten en gasprijzen. Wetend dat een uitbereiding van onze bedrijfsvoering de kamers zouden worden hebben we zelf 50 zonnepanelen op ons sedum dak gelegd.
Omdat we al een pand hebben dat opgaat in de natuur met een sedum dak was het voor zonnepaneel bedrijven niet snel geld verdienen met een uitdaging. Samen met een erkend berdrijf hebben wij zelf de zonnepanelen geïnstalleerd. Ons hoogzeizoen is het drukst als de zon schijnt, en dan is het rendement ook groot. Met zicht op de uitbereiding van onze bedrijfsvoering hebben we er meteen meer geplaatst. Ook hebben we
17
onze gasoven in geruild voor een elektrische oven. Energie zuinig of zelfs neutraal is voor onze branche een must geworden om te kunnen overleven. De andere doelgroep die wij willen aantrekken is de harmonie zoeker. Gezelligheid! Waar vind je dat nu beter dan in de horeca. Zeker als je met je familie ( opa, oma, boer, zus, (klein-)kinderen) in ons horeca gedeelte kunt vertoeven met spelletjes en een streekbiertje en daarna meteen het bed in kunt. Of de ( klein) kids al op bed en nog even qualitytime met man of zoon en dochter. Het is immers op babyfoon afstand. Prachtige combinatie voor deze doelgroep. Overdag de natuur in, en van de geluksplekken genieten die in de gemeente Roerdalen te vinden zijn. Of huur een kano en geniet met de hele familie op de Roer! Wat is nog leuker als Oma haar 80ste verjaardag viert en met haar familie in de elektrisch aangedreven Geluksexpres stapt en een toeristisch rondje Roerdalen maakt. Om deze doelgroepen te bereiken zullen we o.a. gebruik maken van onze eigen social media, vvv hart van Limburg en diverse bookingsites. Arrangementen op maat en passend bij de doelgroep zullen zich ook rondspreken. Daarnaast zijn we lid van een toeristische ondernemersvereniging (Gastvrij RoerdalenWassenberg). In het kader van deze samenwerking weten we ook dat er in Roerdalen en in MiddenLimburg nog steeds behoefte is aan vakantieappartementen.
Elkaar promoten en eventuele gasten worden nu al doorgestuurd als collega ondernemers vol zitten. Daar zullen wij graag bij aan gaan sluiten. Voor een verdere onderbouwing verwijzen we nog door naar paragraaf 3.3.2 waar het plan aan het gemeentelijk beleidskader Recreactie en Toerisme wordt getoetst. Regionale afstemming (bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014) In artikel 2.4.6. lid 2 wordt verwezen naar de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg. In deze bestuursafspraken zijn afspraken vastgelegd over vrijetijdseconomie onder hoofdstuk 7. De regio midden-Limburg heeft daarin de ondergrens vastgelegd voor kleinschalige ontwikkelingen en noodzaak voor regionale afstemming. Voor alle ontwikkelingen geldt een ondergrens van 30 personen. Met het plan aan de Waterschei 71 worden maximaal 30 slaapplaatsen toegevoegd. Het plan voldoet daarmee aan de ondergrens. Regionale afstemming is dan ook niet aan de orde. De regio Midden-Limburg heeft verder nog regionale afspraken gemaakt die geen onderdeel uitmaken van de formele bestuursafspraken. Op basis van deze afspraken zal de regio wel worden geïnformeerd over het initiatief. Afweging Voor wat betreft de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt in deze toelichting verwezen naar paragraaf 3.1.4. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
In dat kader is er dan ook geen onderzoek gedaan naar de kwantitatieve behoefte. Een grootschalig kwantitatief onderzoek staat niet in verhouding tot de kleinschalige toevoeging van deze lokale onderneming. Wel is er uitgebreid aandacht besteed aan de kwalitatieve behoefte en hetgeen deze ontwikkeling toevoegt aan het toeristische aanbod in Roerdalen. Daarnaast hoeft het plan niet regionaal te worden afgestemd omdat het voldoet aan de ondergrens (maximaal 30 slaapplaatsen) voor een kleinschalige ontwikkeling. Vanuit het hoofdstuk Ruimte zijn er geen rechtstreeks doorwerkende regels die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. Het plangebied ligt binnen de (milieu)beschermingszone Roerdalslenk III. Er vinden geen boringen plaats, de ontwikkeling wordt volledig in de bestaande bebouwing gerealiseerd. Het plangebied ligt op basis van de Omgevingsvisie Limburg 2014 in de Goudgroene natuurzone. Het plangebied valt echter op grond van de nieuwe Omgevingsvisie buiten het Natuurnetwerk Limburg. Het gebied ligt dan in de Groenblauwe mantel. Er vindt geen aantasting plaats van de kernkwaliteiten, de 18
verbouwing is immers inpandig. De parkeerplaatsen die worden aangelegd komen op bestaande verharding, daar wordt geen onverhard oppervlak voor ingeleverd. Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het initiatief past binnen de beleidsuitgangspunten zoals vastgelegd in artikel 2.4.6 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 en ook niet strijdig is met de al door de provincie vastgestelde maar nog niet in werking zijnde Omgevingsverordening 2021.
19
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Roerdalen 2050 Op 8 juli 2021 heeft de gemeenteraad van Roerdalen de ontwerp Omgevingsvisie Roerdalen 2050 vastgesteld. De Omgevingsvisie Roerdalen 2050 brengt verschillende beleidsvisies (waaronder de Structuurvisie) samen en bevat beleid op hoofdlijnen. De visie geeft richting aan ruimtelijke- en maatschappelijke ontwikkelingen. Aan deze ontwikkelingen wil de gemeente de komende jaren werken. De Omgevingsvisie Roerdalen 2050 is opgesteld in de geest van de nieuwe Omgevingswet. De visie is de basis voor het toekomstige Omgevingsplan. We verdiepen ons in Hoofdstuk 4 onder het thema “Toeristisch Roerdalen”. Oetsjpanning “De Meuleberg” ligt in de bebouwde kom van de buurtschap “Waterschei”. De focus van de gemeente richt zich binnen het thema Toeristisch Roerdalen op: ▪ Profileren Roerdalen vanuit toeristisch perspectief. ▪ Versterken recreatieve routenetwerk. ▪ Benutten potentie Belevingspark de Meinweg. ▪ Ruimte voor kleinschalige verblijfsrecreatie in het buitengebied. ▪ Focus op kwaliteit van verblijfsrecreatie. ▪ Bewaken balans tussen behoud en beleving van natuurwaarden. ▪ Faciliteren van initiatieven en concrete plannen die bijdragen aan deze focuspunten. Roerdalen zet in op een verdere versterking en ontwikkeling van het recreatief aanbod om hiermee een impuls te kunnen geven aan de plaatselijke economie.
Goed passende recreatief-toeristische bedrijven en specifiek ook horeca, zijn belangrijk voor de gemeente, die deze wil behouden. Hier wil de gemeente meewerken aan verdere ontwikkeling. De wijze waarop is onder ander ook vastgelegd in de horeca visie van Roerdalen (Gemeente Roerdalen, mei 2018). Met onze ontwikkeling dragen we voor Roerdalen bij aan meer bezoekers, bezoekers die langer blijven en bezoekers die terugkomen Ontwikkelingen die absoluut een positieve impuls geven aan de economie in onze gemeente. De lokale supermarkt of bakker profiteert van alle bezoekers die op onze vakantieparken verblijven, maar datzelfde geldt voor de restaurants en cafés die wandelaars en fietsers ontvangen. We zetten in op een verdere versterking en ontwikkeling van het toeristisch-recreatief aanbod om hiermee een impuls te kunnen geven aan de plaatselijke economie. Een advies in de toeristische visie is een groene menukaart. Met de aanschaf van zonnepanelen en het in eigen huis bakken van broden , vlaaien en koekjes bij de koffie is onze menukaart al aardig groen. Daarbij richten we onze inkoop zoveel mogelijk op lokale bedrijven zodat verkeersbewegingen zo beperkt mogelijk zijn. In relatie tot de Omgevingsvisie Roerdalen 2050 is het van belang om hierbij te benadrukken hoe we omgaan met toeristisch-recreatieve ontwikkelingen.
De gemeente geeft aan in de kernen, vanuit een positieve insteek, nieuwe toeristisch-recreatieve ontwikkelingen en initiatieven te ondersteunen. Deze ontwikkeling past daarom geheel in de Omgevingsvisie Roerdalen 2050. Dat het initiatief past in de toeristisch-recreatieve structuur wordt nader onderbouwd aan de hand van het Beleidskader Recreatie en Toerisme 2023-2027.
20
3.3.2 Beleidskader Recreatie en Toerisme 2023-2027 De visie van de gemeente Roerdalen op recreatie en toerisme is in het beleidskader als volgt gemotiveerd: Wij streven naar kwaliteit van ons recreatief-toeristisch product. Daarnaast vinden we het belangrijk dat onze ondernemers economisch voordeel hebben, maar alleen als dit in balans blijft met de kleinschaligheid van onze gemeente. Tot slot willen wij dat onze inwoners achter ons staan, zodat de lusten en lasten altijd in balans zijn De ontwikkeling Waterschei 71 is een kwalitatieve ontwikkeling die past binnen de kleinschaligheid van de gemeente Roerdalen. De Meuleberg voorziet in 10 luxe B&B-achtige recreatieappartementen met maximaal 30 slaapplaatsen die zowel kwalitatief als qua kleinschaligheid perfect past. Onder de visie hangen verder een 4-tal speerpunten, te weten: -
Versterken Vernieuwen en innoveren Samenwerken Positioneren
1. Versterken Gemeente Roerdalen wil het aanbod graag versterken. Stilstand is achteruitgang. Dus we kijken waar we kunnen (door)ontwikkelen. Daarnaast werken wij aan de gastvrije sector en willen we bijdragen aan het aantal banen (werkgelegenheid). 2. Vernieuwen en innoveren Roerdalen wordt te ‘braaf ’ gevonden en doet te weinig aan vernieuwing. Daarom gaan wij vernieuwen en innoveren. Dat doen wij door vernieuwende initiatieven te stimuleren, te ontwikkelen en binnen te halen. Daarbij is ruimte voor variatie, vergroten van beleving, nieuwe doelgroepen en inspelen op toekomstige ontwikkelingen belangrijk. Natuurlijk wel passend binnen ons beleid. 3. Samenwerken Samenwerken hebben we vaak gehoord. Wij kunnen het niet alleen en moeten dat ook niet willen. Samenwerken zorgt sowieso voor meer draagvlak. We hebben het dan over samenwerken – het liefst met zoveel mogelijk partijen bij elkaar – met inwoners en ondernemers, met buurgemeenten in MiddenLimburg en over de grens met Wassenberg en Niederkrüchten en met onze partners. Wij gaan dan ook kijken waar we de al bestaande samenwerking kunnen verbeteren, maar ook waar we nieuwe samenwerkingen kunnen aangaan. 4. Positioneren Positioneren is zeer belangrijk richting de toekomst. Wie zijn wij, wat willen we zijn en hoe gaan we dat bereiken. Wij gaan Roerdalen zo goed mogelijk neerzetten en er reclame voor maken.
Dit doen wij door de eigen identiteit en de sterke en unieke kanten (meer) te laten zien. Afweging De ontwikkeling Waterschei 71 sluit uitstekend aan bij de pijlers ‘Versterken’ en ‘Vernieuwen en innoveren’. We willen ons aanbod versterken en dat doen we met deze ontwikkeling. In Roerdalen hebben we geen appartementen die voorzien in de behoefte van de luxe B&B-ganger die de gezelligheid en sfeer van een herberg zoekt. We hebben hotels, B&B’s, vakantieparken en campings, maar die trekken andere type gasten aan. Ook qua vernieuwen en innoveren sluit het naadloos aan omdat we nog geen 21
dergelijke verblijfsaccommodatie hebben. In een landschap waar veel wandelaars, fietsers en natuurliefhebbers komen speelt de ontwikkeling aan de Waterschei 71 heel goed in op de behoefte van deze doelgroep. 3.3.3 Kwaliteitskader Roerdalen Voor de voorgenomen ontwikkeling geldt het Kwaliteitskader Roerdalen, zoals dat is opgenomen in de Omgevingsvisie Roerdalen 2050. Op basis hiervan wordt er een (financiële) kwaliteitsbijdrage gevraagd voor een ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. In dit geval geldt module 2: 'gebiedseigen recreatie en toerisme'. Als basiskwaliteit geldt een ruimtelijk en landschappelijke inpassing, die kan bijdragen aan de kwaliteit van het buitengebied. Daarnaast is er een aanvullende kwaliteit van € 10,- per m2 bruto vloeroppervlak van de gewijzigde functie. Er is in deze echter sprake van een volledige interne verbouwing, waarbij de hoofdfunctie/bestemming horeca behouden blijft. Met deze omvorming worden géén andere belangen nadelig beïnvloed. Er vindt ook geen ontgroening plaats, dan wel extra ruimtebeslag. Daarom wordt er ingezet op het inpassen van de locatie inclusief voldoende parkeerplaatsen. De kwaliteitsverbeterende maatregel bestaat uit het realiseren van 8 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen worden op reeds verharde grond gerealiseerd.
22
4. ONDERZOEK ASPECTEN 4.1 Milieuaspecten 4.1.1 Bodem In het voorliggend plan blijft de bodem haar gevoeligste functie behouden. Ook zijn er geen aanwijzingen dat er een bodemverontreiniging heeft plaatsgevonden of een calamiteit is gebeurd. Het uitvoeren van een bodemonderzoek is dan ook niet noodzakelijk. 4.1.2 Geluidhinder De planlocatie ligt binnen de geluidzone verkeerslawaai van de weg Waterschei en de geluidcontouren van het industrieterrein “Heide-Roerstreek”. In hoofdstuk 4.1.5 Milieuzonering wordt ingegaan op de geluidsaspecten in relatie tot de omgeving. Verkeer In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg een geluidszone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. De weg waaraan deze ontwikkeling is gelegen heeft een snelheidsbeperking van 30 km/u. De voorgenomen ontwikkeling is geen geluidsgevoelig object en valt daarom ook niet onder de bepalingen van de Wet Geluidhinder. De verkeersaantrekkende werking in de zin van geluidhinder blijft in het hoogseizoen tussen 1 mei en 30 september beperkt tot gemiddeld ca 25 gemotoriseerde verkeersbewegingen per dag voor het restaurant en 14 voor de recreatieappartementen. De cijfers voor de recreatieappartementen zijn gebaseerd op een bezettingsgraad van 70% met 2 verkeersbewegingen per dag per appartement.
De aangrenzende woonwijk heeft een snelheidsbeperking van 30 km/u. en is dus niet zone plichtig. De huidige bestemmings- en gebruiksregels voor het gehele gebouw is horeca en bestemd voor horecabedrijven uit categorie 1a en 1 b van de staat van horeca-activiteiten. Eveneens is het mogelijk om een restaurant annex museum te exploiteren De voorgenomen gebruikswijziging van de bestemming en gebruik als horeca in het voormalige museumgedeelte in recreatie appartementen zal de verkeersaantrekkende werking voor de omgeving in gunstige zin beïnvloeden. Immers de mogelijkheid om gelijktijdig honderden gasten in het voormalig museumgedeelte te kunnen ontvangen is in de nieuwe situatie niet meer mogelijk. Het overgrote deel van onze gasten in het blijvende restaurant komt wandelend of met de fiets. Slechts een beperkt deel komt gemotoriseerd. Industrielawaai Ter plaatse van de voorgenomen activiteit geldt een geluidzone industrie. De ontwikkeling betreft geen geluidgevoelige functie en is om die reden niet strijdig. Aanvullende geluidhinder ten opzichte van het omgevingsgeluid is met dit verminderende gebruik niet te verwachten. Een aanvullend geluidhinderonderzoek is dan ook niet noodzakelijk.
23
4.1.3 Luchtkwaliteit De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Artikel 5.16 Wm (lid 1). Als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: a.
Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;
b.
Een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;
c.
Een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging;
d.
Een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen.
Regeling NIBM Binnen de getalsmatige grenzen van de Regeling NIBM draagt een project altijd niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor woningen gelden in de Regeling NIBM de volgende getalsmatige grenzen:
Woningen (maximaal)
minimaal 1 ontsluitingsweg
minimaal 2 ontsluitingswegen
3%-norm
3%-norm
1.500
3.000
Getalsmatige grenzen Regeling NIBM Het voorgenomen initiatief betreft de doorontwikkeling van het bestaande horecabedrijf met 10 recreatieve appartementen. De verkeersaantrekkende werking blijft voor het gewijzigd gebruik beperkt tot gemiddeld ca. 10 tot 20 verkeersbewegingen per dag. Met de beoogde ontwikkeling wordt ruimschoots onder de aantallen voor woningen gebleven, zoals genoemd in de ‘Regeling niet in betekenende mate’. De Wet luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor de realisatie van het plan. Achtergrondwaarden Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5.2 luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood en koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in Nederland met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM2,5 en PM10) van belang. De vigerende grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof zijn in de navolgende tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet en op plaatsen die niet toegankelijk zijn voor publiek en waar geen vaste bewoning is, zoals akkerland en de rijbaan en ontoegankelijke middenbermen van wegen.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bepaald te worden of de kwaliteit van de lucht ter plaatse goed genoeg is voor de realisatie van het bouwplan. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – RIVM) lag de concentratie PM2,5 in 2018 ter plaatse tussen de 10 en 12 µg/m³, de concentratie PM10 tussen de 18 en 20 µg/m³ en de concentratie NO2 in tussen de 15 en 20 µg/m³. Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse ruimschoots voldoende. Daarnaast zal naar verwachting de luchtkwaliteit in de toekomst nog verder verbeteren door voortschrijdende technologie.
24
Gezien de bestaande concentraties is er geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde en wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5.16 Wm lid 1 onder a. Daarnaast leidt onderhavig voornemen niet tot meer potentiële verkeersbewegingen dan de huidige toegestane functies. Bovendien draagt het project niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Daarmee voldoet het plangebied aan het bepaalde in artikel 5.16 Wm, lid 1 onder c en wordt een nader onderzoek met betrekking tot de luchtkwaliteit niet noodzakelijk geacht. Aanvullend onderzoek in het kader van luchtkwaliteit is derhalve niet noodzakelijk. 4.1.4 Externe veiligheid Beleidskader Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico's dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
Basisnet voor vervoer van gevaarlijke stoffen Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt sinds jaar en dag plaats via het spoor, over de weg en het water. Op 1 april 2015 is de Wet Basisnet in werking getreden. De Wet Basisnet voegt een nieuw hoofdstuk toe aan de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Deze toevoeging omvat regels voor het vaststellen van het maximaal toegestane risico door het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het Basisnet heeft als doel een evenwicht voor de lange termijn te creëren tussen de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de hoofdwegen, binnenwateren en de hoofdspoorwegen en de bebouwde omgeving die hierlangs ligt en de veiligheid van omwonenden. Het Basisnet stelt verder regels aan het vaststellen en beheersen van de risico's voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (vervoerskant). De Wet Basisnet is een aanvulling op de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, dat gaat over de vervoerskant. In de Regeling Basisnet (Stcrt 2014, 8242) zijn de basisnetafstanden voor de weg, het spoor en het water vastgelegd. Verder is de afstand van het plasbrandaandachtsgebied vastgelegd. De basisnetafstand geeft aan voor welke afstand een risicoplafond geldt. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een PRplafond en een GR-plafond. Een PR-plafond is in de Regeling Basisnet omschreven als de plaats waar het plaatsgebonden risico maximaal 10-6 per jaar is.
Het GR-plafond is in dezelfde regeling omschreven als de plaats waar het plaatsgebonden risico maximaal 10-7 of 10 -8 per jaar is. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin het overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording 25
(géén norm). In de Bevi, Bevt en Bevb is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Dit houdt in dat over elke overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico of toename van het groepsrisico verantwoording moet worden afgelegd (de zogeheten verantwoordingsplicht). Het betrokken bestuursorgaan moet, al dan niet in verband met de totstandkoming van een besluit, expliciet aangeven hoe de diverse factoren (waaronder zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid) zijn beoordeeld en eventuele in aanmerking komende maatregelen zijn afgewogen. Een belangrijk onderdeel van de verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de Veiligheidsregio. (Beperkt) kwetsbare objecten Er moet worden getoetst aan het Bevi, het Bevt en het Bevb wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. Een horecabedrijf, mede gelet op de verbreding van de functie met recreatieve appartementen, als gevolg waarvan er ook ’s nachts mensen verblijven, is een kwetsbaar object. Verdere toetsing aan de externe veiligheid is dan ook vereist. Inrichtingen Uit de risicokaart blijkt dat er in en in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen zijn gelegen, waarmee in het kader van de voorliggende ontwikkeling rekening mee dient te worden gehouden.
Risicokaart: buisleiding op ca 375 m afstand van Waterschei 71 6074 ES Melick Buisleidingen Volgens de risicokaart en het vigerende bestemmingsplan ligt op ca. 375 meter een leidingstrook. Betreft een hogedruk gasleiding (NEN 3650 )die gelet op de diameter en maximale druk onder de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) valt. Daar geldt een Plaatsgebonden risico PR 10-6 die max 4 meter uit het hart van de leiding mag liggen. Indien op het tijdstip waarop dit besluit op een buisleiding van toepassing wordt, het plaatsgebonden risico voor een kwetsbaar object, veroorzaakt door een buisleiding hoger is dan 10-6 per jaar, draagt de exploitant er zorg voor dat binnen drie jaar na dat tijdstip het plaatsgebonden risico die waarde niet meer overschrijdt.
26
De huidige situatie dateert van 2004. De afstand van het hart van de leiding tot het plangebied bedraagt ca. 375 m1. Het plaatsgebonden risico (PR 10-6) is niet in het geding. Onderhavige planontwikkeling leidt niet tot een saneringssituatie, en is als gevolg daarvan niet strijdig. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, water en spoor Er vindt in de wijde omgeving van het plangebied geen transport van gevaarlijke stoffen plaats over wegen, spoorwegen of waterwegen, die een belemmering kunnen vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie De cumulatieve kans per jaar dat een aantal personen overlijdt als gevolg van risicovolle activiteiten met gevaarlijke stoffen is niet aanwezig. Externe veiligheid staat de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg. 4.1.5 Milieuzonering Goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkómen van hinder en gevaar. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) kan goede ruimtelijke ordening gerealiseerd worden. Het is aan de ene kant zaak om te voorkomen dat er hinder en gevaar voor gevoelige bestemmingen ontstaat en aan de andere kant dient aan bedrijven voldoende zekerheid te worden geboden dat zij niet in hun activiteiten worden beperkt door nieuwe gevoelige functies.
Om te bepalen of tussen de milieubelastende activiteiten en de gevoelige functies voldoende afstand in acht wordt genomen, is gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. In deze publicatie worden de richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. In de onderstaande tabel zijn de richtafstanden van milieucategorie 1 tot en met 3.2 weergegeven, zoals deze gelden voor een rustige woonwijk en voor een gemengd gebied. In dit geval dient te worden uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. In de directe omgeving van het plangebied komen immers verschillende vormen van gebruik voor, waaronder wonen, recreatie, agrarische activiteiten en dienstverlening. Milieucategorie
Richtafstand tot gevoelige functies in
Richtafstand tot gevoelige functies in gemengd gebied
een rustige woonwijk 1
10 meter
0 meter
2
30 meter
10 meter
3.1
50 meter
30 meter
3.2
100 meter
50 meter
Het horecabedrijf betreft zelf geen functie die gevoelig is voor de hinder van andere inrichtingen/ bedrijven. De beoogde verbreding van het horecabedrijf, die middels dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, betreft een functie die volgens de (indicatieve) VNG brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ ( SBI 5510) gezoneerd dient te worden ten opzichte van milieugevoelige functies in de omgeving. Medewerking aan dit project is pas mogelijk indien blijkt dat een goed verblijfsklimaat in de omliggende woningen gegarandeerd is, alsmede dat het horecabedrijf niet in haar activiteiten wordt belemmerd.
27
Afweging De handreiking van de VNG voor Bedrijven en Milieuzonering” geeft als grootste afstand tot woonbebouwing 10 m (milieucategorie 1) aan. De bestaande afstand is en blijft ca 35 m1. De afstand tussen de perceelsgrens horeca en de naastgelegen perceelsgrens wonen is meer dan 10 m, waarmee aan de richtafstand wordt voldaan. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat in de omliggende woningen. Conclusie De ontwikkeling blijft ruimschoots binnen de normering van de Handreiking “Bedrijven en Milieuzonering”, en is ook met het oog op de toekomstige ruimtelijke visie geschikt voor functiemenging. 4.1.6 Geurhinder Op ca. 450 m1 van het plangebied is een intensieve varkenshouderij gelegen. De situatie is getoetst aan de “Verordening wet geurhinder en veehouderij” vastgesteld bij besluit van 17 december 2009 door de Raad van de gemeente Roerdalen. Conclusie De afstand tot een emissiepunt van het dierenverblijf tot de buitenzijde van de bebouwing binnen het plangebied bedraagt ruim meer dan de vereiste 50m1. 4.1.7 M.E.R.-plicht Om te bepalen of een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is dient bepaald te worden of de ontwikkeling voorkomt in lijst C of lijst D van het Besluit, of de drempelwaarden worden overschreden, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn.
Bij besluit van 21 februari 2011 is het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd. De belangrijkste wijziging betreft het meer in lijn brengen van het besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Dit houdt in dat onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter heeft gekregen. Met dit wijzigingsbesluit is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit behorende C- en D-lijst zijn opgenomen, altijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Dit strekt tot het bepalen of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Op hoofdlijnen komt het erop neer dat voor activiteiten die behoren tot de C-lijst een m.e.r.-plicht volgt en voor activiteiten op de D-lijst volgt dan wel een m.e.r.(beoordeling). Hierbij is (onder meer) de bij de activiteit behorende drempelwaarde van belang. Vanaf 16 mei 2017 is de Herziening van de m.e.r- wetgeving in werking getreden. Als een project (activiteit die voorkomt in Bijlage D van het Besluit m.e.r.) nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben moet een initiatiefnemer dit melden bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag moet dan binnen 6 weken beslissen of een m.e.r.-plicht geldt. In het voorliggend geval is sprake van een netto toename van 10 recreatieve appartementen. Deze vinden echter plaats in de bestaande bebouwing.