05 Bijlage 2c Toelichting met bijlagen BP Winkelweg ong. Posterholt
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN ‘Winkelweg ong. Posterholt’ NL.IMRO1669.BPPTH2022WINKELWG-VG01
O concept ontwerp O voorontwerp O ontwerp X vastgesteld 18 april 2024
Rapportnummer: 20220401OW - Apeladvies Horst - H. Engelen IDnr: NL.IMRO.1669.BPPTH2022WINKW-VG01 Datum: 21 november 2023 Opdrachtgever: Particulier
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg (Apeladvies), Gussekuulke 7, 5962 BC Melderslo, tel. 0642617410, info@apeladvies.nl
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
Inhoud 1.INLEIDING ....................................................................................................4 1.1.
Aanleiding en planvoornemen ......................................................................4
1.2.
Ligging en begrenzing plangebied .................................................................5
1.3.
Planologische regeling bestaande en nieuwe situatie .......................................8
1.3.1.
Vigerend bestemmingsplan ............................................................8
1.3.2.
Regeling herziening bestemming ....................................................9
1.4.
Leeswijzer ...............................................................................................10
2.BELEIDSKADERS ..........................................................................................11 2.1.
Nationaal beleid .......................................................................................11
2.1.1.
Rijksbeleid en Ladder van duurzame ontwikkeling ...........................11
2.1.2.
Nationaal Waterplan ....................................................................12
2.1.3.
Verdrag van Malta.......................................................................12
2.1.4.
m.e.r.-beoordeling / m.e.r.-plicht...................................................13
2.1.5.
Conclusie nationaal beleid ............................................................14
2.2.
Provinciaal beleid .....................................................................................15
2.2.1.
Provinciaal Omgevingsplan (POVI) ................................................15
2.2.2.
Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerd 16 december 2022) 16
2.2.3.
Conclusie provinciaal beleid..........................................................16
2.3.
Gemeentelijk beleid ..................................................................................17
2.3.1.
Omgevingsvisie Roerdalen 2050 ...................................................17
2.3.2.
Beleidsregel compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen 2022 .........................................................................................18
2.3.3.
Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 ..........................19
2.3.4.
Conclusie gemeentelijk beleid .......................................................21
3.MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................................22 Inleiding ...........................................................................................................22 3.1.
Milieuonderzoek .......................................................................................22
3.1.1.
Bodem ......................................................................................22
3.1.2.
Geluid .....................................................................................22
3.1.3.
Lucht ........................................................................................24
3.1.4.
Externe veiligheid .......................................................................24
3.1.5.
Geur .......................................................................................25
3.1.6.
Milieuzonering ..........................................................................25
3.2.
Waterhuishouding en Hydrologie.................................................................26
3.3.
Wet natuur bescherming en flora en fauna ...................................................26
3.4.
Monumenten, archeologie en cultuurhistorie ...............................................29
3.5.
Leidingen ................................................................................................29
3.6.
Verkeer en parkeren .................................................................................30
3.7.
Duurzaamheid .........................................................................................30
2 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
4.JURIDISCH PLAN ..........................................................................................31 4.1.
Opbouw van de regels ..............................................................................31
4.2.
Opbouw van de verbeelding ......................................................................31
4.3.
Toelichting op de regels ............................................................................31
5.HAALBAARHEID............................................................................................32 5.1.
Economische haalbaarheid ........................................................................32
5.2.
Maatschappelijke haalbaarheid ..................................................................32
6.Zienswijzen ontwerp-wijzigingsplan.................................................................32 Bijlage 1: Akoestisch onderzoek HMB Bijlage 2: MBH Consult onderzoek stikstofdepositie inclusief projectberekening Bijlage 3: Omgevingsdialoog
P.S. Voorzover de foto’s en afbeeldingen afkomstig zijn van pdok en/of materiaal aan Apeladvies ter beschikking gesteld door betrokken partijen is de bron niet bij de afbeeldingen vermeld. Aanvullend is eventueel gebruik gemaakt van Google.
3 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
1.INLEIDING 1.1.
Aanleiding en planvoornemen
Inleiding De initiatiefnemer verzocht de gemeente Roerdalen om medewerking te verlenen aan het realiseren van twee woningen door het wijzigen van de bestemming op de locatie aan de Winkelweg te Posterholt. Het college van B&W van de gemeente Roerdalen heeft principemedewerking verleend voor het bouwen van twee levensloopbestendige woningen op de locatie ‘Winkelweg ongenummerd’ te Posterholt onder een aantal voorwaarden (brief 30 november 2021, zaaknummer Z21-024902): a. Het aanleveren van een ontwerp-bestemmingsplan inclusief bijbehorende onderzoeken; b. Het betreft twee grondgebonden levensloopbestendige woningen via bestemmingsplan; c. Het voeren van een omgevingsdialoog; d. Voldoen aan de ‘Omgevingsvisie Roerdalen 2050’ en de ‘Structuurvisie Wonen MiddenLimburg 2018-1021’; e. Voldoen aan het kwaliteitskader Roerdalen; f. Parkeren op eigen terrein; g. Binnen 3 jaar na onherroepelijk planologisch besluit starten met de bouw; h. Het sluiten van een privaatrechtelijke overeenkomst inclusief planschade; i. Het principebesluit is 1 jaar geldig.
Met de opstelling van voorliggend bestemmingsplan ‘Winkelweg ong. Posterholt’’ wordt het vigerende bestemmingsplan gewijzigd onder de betreffende voorwaarden. Op deze voorwaarden wordt in de komende hoofdstukken nader ingegaan.
4 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
1.2.
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied wordt gevormd door het kadastraal perceel gemeente Posterholt, sectie G nummer 1018, plaatselijk bekend als Winkelweg ongenummerd te Posterholt. Op afbeelding 1 is het perceel zichtbaar met een blauwe markering. De kadastrale begrenzing van het perceel is tevens de begrenzing van het plangebied. De oppervlakte is 1095 m2.
Afbeelding 1: Op uitsneden van luchtfoto’s en de kadastrale kaart de kern Posterholt met markering van de locatie, de grens van het plangebied en de kadastrale kaart.
5 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
Het plangebied ligt in de bebouwde kom aan de dorpsrand naar het agrarisch buitengebied. Het ligt ten zuidwesten van de kern van Posterholt, gemeente Roerdalen. De gemeente Roerdalen ligt ten zuiden van de gemeente Roermond in Midden-Limburg.
Bedrijf Plangebied Bedrijf
Afbeelding 2: Uitsnede luchtfoto met bebouwing waaronder 2 bedrijven en voor het overige woonfuncties en het plangebied. Tot linksonder met huidig gebruik van de ruimte, waarbij het plangebied rechts is gelegen (ster).
Het perceel aan de Winkelweg wordt omsloten door bebouwing, voornamelijk vrijstaande en halfvrijstaande burgerwoningen met woonfuncties. Alleen aan de westzijde liggen twee aan de Boomstraat gesitueerde bedrijven, te weten een houtbewerkingsbedrijf en een bouwmarkt, welke de afsluiting vormen van de kern naar de agrarische gebieden met natuur- en landschapswaarden en natuurgebieden. De Winkelweg (een zijstraat van de Boomstraat), waar het plangebied aan is gelegen, loopt langs de plangrens van het vigerend bestemmingsplan in zuidoostelijke richting. Posterholt heeft een langgerekte vorm van circa 4 kilometer. Van de noordoostelijke zijde tot voorbij de zuidoostelijke zijde ligt de N293 - Karkernerweg. Deze weg verbindt Posterholt met de omliggende dorpen zoals Melick en Vlodrop.
6 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
Bestaande en nieuwe situatie
Afbeelding 3: bestaande situatie perceel In de bestaande situatie is het betreffend perceel ten dele in gebruik als moestuin en overigens braak liggend. Het groen wordt gemaaid zodra het te hoog groeit, waardoor overlast voor de omgeving wordt voorkomen. Aan de achterzijde ligt een relatief smal perceel tussen onderhavig perceel en de bedrijfsbebouwing. De voorzijde van het perceel sluit direct aan op de Winkelweg. De initiatiefnemer wil het perceel kadastraal in twee delen splitsen en ruimtelijk-planologisch op elk deel een grondgebonden levensloopbestendige woning mogelijk maken, passend in het dorpse karakter. Daarbij zullen in principe de regels worden gevolgd uit het vigerende bestemmingsplan, 1e Herziening Kernen Roerdalen (vastgesteld 17 juni 2016). Na het gevoerde overleg met de gemeente zal echter de rooilijn -in afwijking van de regels in het vigerend bestemmingsplan- worden aangehouden zoals die voor de naastgelegen bestaande woningen aan de van belang zijnde zijde van de Winkelweg is gevolgd. Daardoor ontstaat stedenbouwkundig een rustig en vloeiend verlopend straatbeeld. De begrenzing van het bestemmingsvlak Wonen en Tuin zal daarom worden aangepast.
7 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
1.3. 1.3.1.
Planologische regeling bestaande en nieuwe situatie Vigerend bestemmingsplan
Afbeelding 4: Uitsnede vigerend bestemmingsplan “1e herziening Kernen Roerdalen” Voor het perceel geldt de enkelbestemming ‘Wonen’ en ‘Tuin’ en de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie 4’ en 1 gebiedsaanduiding ‘milieuzone - Roerdalslenk II’. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: wonen, in de volgende categorieën: 1-vrijstaande woningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand'; 2-twee aaneen gebouwde woningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘twee-aaneen'; 3-meer aaneen gebouwde woningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘aaneengebouwd’; Nieuwe woningen mogen uitsluitend worden opgericht ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden’. Een hoofdgebouw is uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan. Er ligt geen bouwvlak en bouwaanduiding op het perceel waardoor het niet is toegestaan om er woningen op te realiseren. Om de woningen alsnog mogelijk te maken dient de procedure gevolgd te worden van een bestemmingsplanherziening. Daarbij dient sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening. Op de dubbelbestemming archeologie wordt later in deze toelichting ingegaan. De gebiedszone ‘milieuzone-Roerdalslenk II’ houden beperkingen in op dieptes van meer dan 30 meter. Dergelijke bodemingrepen zijn in het plan niet voorzien en zijn geen belemmering voor het plan.
De gemeente heeft in beginsel haar medewerking aan het initiatief toegezegd onder een aantal voorwaarden zoals genoemd op pagina 4. Het plan dient te voldoen aan het woonbeleid. De voorwaarden komen hierna aan de orde.
8 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
1.3.2.
Regeling herziening bestemming
Het nieuwe bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De begrenzing van de bestemmingsvlakken Wonen en Tuin zullen in verband met de rooilijn worden aangepast aan de stedenbouwkundig gewenste situatie. De aanduiding 'vrijstaand’ en ‘maximum aantal wooneenheden - 2’ worden aan de verbeelding toegevoegd, waardoor ter plaatse uitsluitend twee vrijstaande levensloopbestendige woningen mogen worden opgericht. De verbeelding bevat de bestemmingen van het vigerende plan. Tevens wordt het bouwvlak toegevoegd. De voorgevel van het hoofdgebouw mag vanwege de aangrenzende bestemming ‘Tuin’ op de bouwgrens worden gesitueerd. De afstand tot de zijdelingse perceelsgrens is minimaal 2 meter aan beide zijden van de vrijstaande woningen. De maximum goot- en bouwhoogte bedraagt respectievelijk 6 en 10 meter. De woningen worden voorzien van een kap met een dakhelling van minimaal 30 graden en maximaal 65 graden. Enkelbestemming Wonen en Tuin met bouwvlak Maximum aantal wooneenheden 2 Bouwaanduiding vrijstaand.
Indicatief de mogelijkheden binnen het bouwvlak voor twee woningen.
Afbeelding 5: verbeelding planologische regeling en de indicatieve invulling.
9 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
1.4.
Leeswijzer
Deze toelichting is als volgt te lezen: •·in hoofdstuk 1 is de bestaande situatie en het voorgenomen plan beschreven; •·in hoofdstuk 2 een beschrijving van het ruimtelijke beleidskader;
•·in hoofdstuk 3 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod; •·in hoofdstuk 4 volgt de beschrijving van het juridische deel van het plan; •·in hoofdstuk 5 komt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan bod; •·in hoofdstuk 6 en 7 komen de procedurebeschrijving en de bijlagen aan bod.
10 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
2.BELEIDSKADERS 2.1. 2.1.1.
Nationaal beleid Rijksbeleid en Ladder van duurzame ontwikkeling
De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI komt als Structuurvisie uit onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (WRO). Bij vaststelling ervan vervangt de NOVI op nationaal niveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, inclusief bijlage 6 (waarin de essentiële onderdelen van de Nota Mobiliteit zijn opgenomen) en delen van het Nationaal Waterplan, de Natuurvisie en het Nationaal Milieubeleidsplan. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze Structuurvisie gelden als een Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Hiermee kunnen we inspelen op een aantal dringende maatschappelijke opgaven en de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes of geeft de richting aan. Maar er is ook ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voornamelijk bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen op regionale schaal inhoudelijke keuzes worden gemaakt. Met de NOVI kunnen keuzes voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid in onze leefomgeving sneller en beter worden gemaakt.
Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: a) Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; b) duurzame circulaire economie; c) sterke en gezonde steden en regio’s met een goed bereikbaar netwerk en d) toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: a) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; b) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied.
Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; c) Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
11 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
Conclusie: Voorliggend plan is niet strijdig met de door de NOVI nagestreefde belangen en gehanteerde afwegingsprincipes. De beschikbare ruimte wordt efficiënt en zorgvuldig gebruikt en ingevuld met een dorps karakter en bovendien is levensloopbestendigheid toepasbaar. Ladder voor duurzame verstedelijking. Het Bro (artikel 3.1.6 lid 2) bepaalt dat voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen de treden van de ladder moeten worden doorlopen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infra-structurele besluiten nagestreefd. Met de beoogde ontwikkeling worden de stedenbouwkundige randvoorwaarden niet aangetast. Voor zover van belang voor dit kleinschalig plan worden de specifieke onderwerpen in deze toelichting aan de orde gesteld. Uit jurisprudentie van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is gebleken dat vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Omdat twee nieuwe woningen worden toegevoegd is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en is een toetsing aan de Ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling niet nodig. Er zijn geen strijdigheden met nationale belangen aan de orde.
In de AMvB Ruimte zijn de nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen en daarom doorwerken in bestemmingsplannen. Gezien de kleinschaligheid van het plan heeft deze AMvB geen gevolgen voor voorliggend plan. Ook de regels die in het ‘Barro’ zijn gesteld ter borging van de nationale belangen in bestemmingsplannen hebben gelet op de aard en de kleinschaligheid van voorliggend plan geen gevolgen. De ‘Rarro’ die projecten aanwijzen waarmee rekening gehouden moet worden hebben geen betekenis voor dit plan. Conclusie: De gewenste ontwikkeling is duurzaam, gaat zorgvuldig om met de ruimte, voorziet in een behoefte van de inwoners en past daarom in het bovenstaande beleid.
2.1.2.
Nationaal Waterplan
Met de structuurvisie Het Nationaal Waterplan is als doel gesteld dat Nederland ook voor de volgende generaties veilig en als welvarend waterland moet gelden. Daarom moet nu rekening gehouden worden met de aspecten klimaat, demografie, economie en een duurzaam waterbeheer. Een goede bescherming tegen overstromingen, het zoveel mogelijk voorkómen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit zijn de belangrijke basisvoorwaarden. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet daarom met de waterhuishouding rekening worden gehouden. Het afvalwater wordt aangesloten op het openbaar rioolstelsel en het hemelwater zal op het eigen perceel worden geïnfiltreerd. Zie hoofdstuk 3.2. Conclusie: Het plan is niet in strijd met het Nationaal waterplan.
2.1.3.
Verdrag van Malta
De Wet op de Archeologische Monumentenzorg (2007) is een raamwet die regelt hoe Rijk, provincie en gemeente bij ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. De wet beoogt het archeologische erfgoed te beschermen. Onder archeologisch erfgoed wordt verstaan: alle fysieke overblijfselen, zowel in als boven de grond, die bijdragen
12 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
aan het verkrijgen van inzicht in menselijke samenlevingen uit het verleden. Enkele van de uitgangspunten van deze wet zijn: • archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren en alleen opgraven als behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is; • vroeg in de ruimtelijke ordening al rekening houden met archeologie. Initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen moeten in een vroegtijdige stadium aangeven hoe met eventuele archeologische waarden bij bodemverstorende ingrepen zal worden omgegaan. Dit houdt in een verplichting tot vooronderzoek bij werkzaamheden die de grond gaan verstoren en eventuele maatregelen om behoudenswaardige archeologische resten te beschermen door deze op te graven of in de bodem te behouden. In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is aangegeven dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun bodemarchief. Het is verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. De gemeente Roerdalen beschikt over eigen archeologiebeleid en een archeologische waarden- en verwachtingenkaart. Verderop in deze toelichting wordt daar op teruggekomen in de archeologieparagraaf.
2.1.4.
m.e.r.-beoordeling / m.e.r.-plicht
Dit bestemmingsplan ziet op de realisatie van twee woningen. Dit kan leiden tot een m.e.r. (beoordelings)-plicht. Of een m.e.r.-procedure of m.e.r-beoordeling noodzakelijk is, hangt af van het feit of de ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Per 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Wanneer de voorgenomen de ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) moet getoetst worden of er sprake is van nadelige milieugevolgen en moet, wanneer hier sprake van is, een vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen worden. Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling en de hiervan deel uitmakende onderdelen komen in lijst C van de bijlage van het Besluit m.er. niet als activiteit voor. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D (11.2) van de bijlage van het Besluit m.e.r. het volgende opgenomen: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.
Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-beoordelingsplicht. In het voorliggende geval is sprake van een netto toename van 2 wooneenheden. Gezien de omvang van het project, mede afgezet tegen de oppervlakten en aantallen die worden genoemd in categorie 11.2, onderdeel D, van de bijlage bij het Besluit m.e.r., is sprake van een kleinschalig project. Daarnaast is er geen sprake is van significante milieueffecten als gevolg van de ontwikkeling en is ook geen sprake van een ligging binnen of in de nabijheid van een kwetsbaar gebied.
13 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
Conclusie De ontwikkeling heeft een relatief beperkte omvang en wordt mogelijk gemaakt binnen de kern in een overwegend woongebied. Daarnaast zijn er geen belemmerende milieuaspecten voorzien, welke een negatieve invloed hebben op de beoogde ontwikkeling of omliggende omgeving. Gezien de aard, omvang, milieugevolgen en ligging kan gesteld worden dat onderhavig initiatief niet kan worden aangemerkt als een `stedelijk ontwikkelingsproject¿ als bedoeld in categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. Er hoeft dan ook geen milieueffectrapport te worden opgesteld en er hoeft ook geen m.e.r.-beoordeling te worden doorlopen.
2.1.5.
Conclusie nationaal beleid
Met bovenstaande toelichting kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het nationaal beleid.
14 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
2.2.
Provinciaal beleid
2.2.1.
Provinciaal Omgevingsplan (POVI)
Op 1 oktober 2021 werd de Provinciale Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. In de Omgevingsverordening legt de Provincie regels vast voor onder meer natuur, milieu, (grond-)water, ontgronding, wegen, ruimte (verstedelijking, woon- en werklocaties, agrarische bedrijven). De hoofdopgaven zijn: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving A. in stedelijk c.q. bebouwd gebied B. in landelijk gebied 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie) 3. Klimaatadaptatie en energietransitie Er gelden een aantal principes die zorgen voor een juiste balans tussen beschermen en benutten van de leefomgeving: - We streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving die uitnodigt tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid. - De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Een gebiedsgerichte aanpak is de basis voor samenwerking met andere partijen en initiatiefnemers. Er is dus ruimte voor maatwerk. - Meer stad, meer land.
We koesteren de variatie in gebieden. Stedelijke functies worden geconcentreerd in compacte steden en dorpen. Landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukkere stedelijke gebieden ontwikkeld. - We gaan zorgvuldig om met onze ruimte en voorraden, zowel onder- als bovengronds. Limburg kent 3 hoofdtypes van zones die vervolgens zijn onderverdeeld in categorieën. Afbeelding 6: Zonering POVI
15 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
De provinciale belangen betreffen de volgende aspecten: ‘Wonen en leefomgeving’, ‘Veiligheid en gezondheid’, Cultuur, sport en erfgoed’, Economie’, Werklocaties’, Mobiliteit’, Energie’, Energie’, Landbouw’, Water’, Natuur’, Landschap’, Bodem en Ondergrond’. Met de gewenste ontwikkeling in onderhavig plan is sprake van twee nieuwe duurzame en levensloopbestendige woningen met een dorps karakter zoals in ‘Wonen en leefomgeving’ wordt voorgestaan. De ontwikkeling past ook in de visie dat er grote uitdagingen liggen voor steden en dorpen, die in de toekomst aantrekkelijk en leefbaar moeten zijn voor de inwoners. Een leefomgeving waar mensen zich prettig voelen. Het streven is verder gericht op voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek, op het juiste moment beschikbaar en betaalbaar. Het plan voorziet in de realisatie van twee nieuwe levensbestendige woningen binnen bebouwd gebied, passend binnen de Provinciale Omgevingsvisie.
2.2.2.
Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerd 16 december 2022)
Op dit moment geldt de Omgevingsverordening Limburg 2014. Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Op dat moment is een nieuwe omgevingsverordening nodig die de huidige gaat vervangen. Tot dat moment blijft de huidige verordening gelden. De verordening bepaalt dat een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt rekening houdt met de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Voor de toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar paragraaf 2.1.1. Verder dient in een woning te worden voorzien zoals is beschreven in de Regionale Structuurvisie Wonen Midden - Limburg en moet dit worden verantwoord met de wijze waarop aan de regionale opgave om de planvoorraad terug te dringen invulling wordt gegeven. Inmiddels zijn er twee wijzigingsverordeningen verwerkt in de omgevingsverordening: a) de Wijzigingsverordening vastgesteld 16 december 2022 betreffende de vestigingsmogelijkheden bedrijven, kleinschalige veehouderij-initiatieven, beschermingsgebied Einstein Telescope en klimaatadaptatie. b) de Wijzigingsverordening vastgesteld 30 september 2022 betreffende wonen, huisvesting internationale werknemers, naijlende effecten steenkoolwinning en zonne-energie.
Op het terrein van wonen zijn reeds vanaf 2014 (POL2014) bestuursafspraken van toepassing waarbij de provincie een regierol vervult in de samenwerkende gemeenten en regio’s. Vanuit deze bestuursafspraken zijn drie woonvisies vastgesteld voor Noord- Midden- en ZuidLimburg. De gemeente Roerdalen maakt deel uit van de regio Midden-Limburg en stelde de ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025’ vast op 7 juli 2022. Zie verder onder 2.3.2.
2.2.3.
Conclusie provinciaal beleid
Omdat het voornemen past in het provinciaal beleid is er geen belemmering voor het plan.
16 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
2.3.
Gemeentelijk beleid
Voor het bestemmingsplan wordt hier kortheidshalve verwezen naar hoofdstuk 1.3.2. van deze toelichting.
2.3.1.
Omgevingsvisie Roerdalen 2050
De gemeente heeft op 8 juli 2021 de ‘Omgevingsvisie Roerdalen 2050’ vastgesteld en op 28 september 2021 het ‘Uitvoeringsprogramma Omgevingsvisie Roerdalen 2050’. De omgevingsvisie richt zich voor de lange termijn op de kwaliteit en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. Met betrekking tot de woningmarkt wordt gestreefd naar een gezonde evenwichtige verdeling van koop, middenhuur en sociale huurwoningen. Hiermee wordt ingezet op het behoud van een gezonde diversiteit aan inwoners, zowel in leeftijd als achtergrond. Het strategisch verdunnen van het woningaanbod vormt een oplossingsrichting om de balans op de woningmarkt te herstellen. Het biedt kansen om de kwaliteit van de woningvoorraad binnen de kernen van Roerdalen op peil te houden. Op specifieke plekken kan strategisch een deel van de bebouwing worden gesloopt waarna de vrijgekomen ruimte kan worden benut voor de herbouw van woningtypes die aansluiten bij de behoefte zoals in levensloopbestendige woningen in duurzame uitvoering. De Focuspunten thema Wonen in Roerdalen zijn: • Behoud dorpse karakter. • Bouwen voor behoefte. • Voorkomen van leegstand. • Focus op bouwen binnen de bestaande kernen. • Strategisch verdunnen op specifieke locaties. • Economische concentratiegebieden.
• Verduurzaming en klimaatadaptatie van vastgoed en openbaar gebied. • Versterken groene uitstraling kernen onder andere door dorpsparken. In voorliggend plan is sprake van twee nieuwe vrijstaande levensloopbestendige woningen in een duurzame uitvoering. Dit plan sluit aan bij de bovengenoemde focuspunten dorpse karakter, bouwen voor behoefte, focus op bouwen binnen de bestaande kern, verduurzaming en klimaatadaptatie. In de omgeving liggen al meerdere vrijstaande grondgebonden woningen. De locatie ligt aan de rand van de kern en heeft reeds de bestemming wonen. Het plan voorziet in een bestaande behoefte. De woningen worden niet aangesloten op gas maar voorzien van (extra) zonnepanelen. Naar de beschikbare mogelijkheden zullen duurzame bouwmaterialen worden toegepast en water worden verwarmd via boilers. Op eigen grond wordt voorzien in een infiltratievoorziening voor het hemelwater. Conclusie Het plan sluit aan op de focuspunten genoemd in de Omgevingsvisie Roerdalen 2050.
17 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
2.3.2.
Beleidsregel compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen 2022
De ‘Beleidsregel compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen (2022)’ is vastgesteld op 14 juli 2022 en geldt voor nieuw te bouwen woningen die niet zijn opgenomen in de planvoorraadlijst. Bij woningbouwinitiatieven bestaat de mogelijkheid van compensatie (compenseren van de negatieve invloed op de woningvoorraad) in de vorm van een financiële bijdrage. Slechts die bouwplannen die voldoen aan het in artikel 3 en 4 gestelde, kunnen gebruik maken van financiële compensatie. Daarvoor gelden de volgende voorwaarden: 1. De ruimtelijke kwaliteit en de locatie van het initiatief worden door de gemeente akkoord bevonden. 2. Het gaat om de toevoeging van maximaal 20 woningen per project, met uitzondering van projecten waarbij wonen en zorg wordt gecombineerd; 3. Het woningbouwinitiatief voldoet aan minimaal 3 van de 5 criteria uit de kwaliteitszeef (die van toepassing blijft volgens Bijlage 5 van de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025): a. Er moet sprake zijn van inbreiding; b. Bestaand vastgoed wordt hergebruikt; c. Er moet sprake zijn van een herstructureringslocatie (oplossen rotte plekken); d. Het plan moet onderscheidend zijn op basis van duurzaamheid; e. Er moet sprake zijn van levensloopbestendig wonen.
Indien er een anterieure privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten tussen het bevoegd gezag en initiatiefnemer, dan zal een financiële bijdrage worden betaald conform artikel 6 en zal de planologische en/of omgevingsvergunningsprocedure worden gestart. Afbeelding 7: Kernenkaart Omgevingsvisie Roerdalen 2050
18 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
In het voorliggende plan is sprake van de toevoeging van twee vrijstaande levensloopbestendige woningen op een inbreidingslocatie aan de rand van de kern Posterholt. De locatie ligt braak en geeft voor de omgeving overlast wegens onkruid en stof (zo blijkt uit de omgevingsdialoog). Door bebouwing van het perceel gaat de ruimtelijke kwaliteit erop vooruit. Er zijn maximaal 2 woningen mogelijk gelet op de beschikbare oppervlakte. Zoals verderop in deze toelichting is vermeld zal het plan tevens onderscheidend zijn op basis van de duurzaamheid. Aansluitend op de verplichte duurzaamheidsmaatregelen zoals gasloos bouwen is levensloopbestendig bouwen ook een vorm van verduurzamen en zal afhankelijk van de beschikbare mogelijkheden gekozen worden in extra duurzame bouwmaterialen, extra zonnepanelen en het verwarmen van water door middel van een zonneboiler. Het initiatief voldoet aan minimaal 3 van de 5 criteria als hierboven uiteengezet. Voor dit type woning is het compensatiebedrag conform artikel 6 van de beleidsregel €0,00.
2.3.3.
Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025
Op 7 juli 2022 heeft de raad van Roerdalen deze Structuurvisie vastgesteld onder gelijktijdige intrekking van de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018-2021. De uitdagingen voor de komende periode zijn het bouwen van voldoende woningen voor de juiste doelgroepen en bestaande woningen moeten duurzamer en levensloopbestendiger zijn. Er is ruimte voor de juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment met aandacht voor herstructurering en transformatie. De leefbaarheid blijft daardoor op peil. De bevolkingssamenstelling wijzigt door ontgroening en vergrijzing en de huishoudens worden kleiner qua aantal personen. Het aantal ouderen blijft groeien. Volgens de structuurvisie is de planvoorraad toegenomen en ligt de prioriteit nu bij het versnellen van kansrijke initiatieven. Door goed beheer ontstaat meer ruimte voor en realisatie van kwalitatief passende woningen op gewenste locaties. De planvoorraad in Roerdalen bedroeg op 1 januari 2022 486 woningen. Het aantal inwoners in Roerdalen daalde slechts licht (-0,8%). Belangrijker is de veranderende bevolkingssamenstelling door ontgroening en vergrijzing. De groei van het aantal huishoudens is1%. Het aandeel en aantal ouderen blijft vooralsnog groeien en daarmede onder meer de behoefte aan levensloopbestendige woningen. De uitdaging is om voldoende woningen van de juiste kwaliteit toe te voegen op de juiste plaats.
De kwalitatieve opgaven zijn: - meer nadruk op de realisatie van huurwoningen en betaalbare koopwoningen voor kleinere huishoudens en/of specifieke doelgroepen (zoals senioren); - meer aandacht voor transformatie van bestaand vastgoed naar wonen, voor behoud van de leefbaarheid; - sturing op toekomstbestendigheid van de woningvoorraad (levensloopbestendig/duurzaam). Er is ruimte om tegemoet te komen aan de groeiende woningbehoefte met voldoende kwaliteit. De focus zal de aankomende jaren vooral gericht zijn op het bouwen van kwalitatief de juiste woningen, aansluitend bij de lokale en regionale behoefte. Aandachtspunten hierbij zijn de beschikbaarheid en bereikbaarheid van woningen.
19 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
Voor wat betreft de toekomstige woningbehoefte in kwantitatieve zin zijn de huishoudensprognoses van Etil al jaren leidend. Met name de top van het aantal huishoudens is bepalend voor het benodigde aantal woningen. Op basis van de meest recente huishoudenprognose (Etil, Progneff 2021) wordt in Midden-Limburg de komende jaren, op basis van de huidige bevolking, nog een groei van het aantal huishoudens verwacht van 5.387 met een top in 2034. De regio heeft de wens om bovenop deze prognoses aanvullend meer woningen te realiseren om tegemoet te komen aan de behoeften en wensen van (toekomstige) inwoners. Daarnaast is sprake van een regionale ambitie voor de langere termijn. Over de omvang en de wijze waarop deze ambitie wordt ingevuld, maken de samenwerkende gemeenten nadere afspraken gedurende de looptijd van deze structuurvisie. De ambitie voor het aantal woningen in de planperiode tot 2025 betreft een combinatie van de verwachte behoefte volgens de prognose van Etil 2021 en een aanvullende lokale ambitie op basis van nieuwe plannen en initiatieven. De ambitie van Roerdalen ligt op 75-100 jaarlijks te realiseren woningen.
Uit onderzoek in kwalitatieve zin blijkt dat vooral ingezet moet worden op de realisatie van: • seniorenwoningen (huur en koop; grondgebonden en appartementen met lift; nultreden en levensloopbestendig); • 1- en 2-persoonswoningen (grondgebonden en appartementen; huur en koop); • reguliere huurwoningen (grondgebonden en appartementen; sociale en middenhuur). De provincie stuurt in de Limburgse Agenda Wonen sinds medio 2020 op een versnelde realisatie van kwalitatieve plannen die voorzien in woningen voor met name senioren, starters, 1en 2-persoonshuishoudens en bijzondere doelgroepen. Deze doelgroepen sluiten voor Midden-Limburg aan bij de uitkomsten van het regionale woningmarktonderzoek. De Structuurvisie Wonen bevat op hoofdlijnen de kwantitatieve en kwalitatieve afsprakenkaders die de gemeenten naar eigen inzicht lokaal kunnen toepassen en aanvullen voor verschillende wijken en kernen. Roerdalen De gemeente Roerdalen wil een aantrekkelijke woongemeente zijn. Hierbij hoort een prettig woon- en leefklimaat om te wonen, werken en ondernemen. Dit in een omgeving van rust, ruimte en groen en een goede infrastructuur. Regionaal wordt deze woon- en leefkwaliteit ook nagestreefd. Roerdalen vindt het belangrijk dat de woningvoorraad past bij de wensen en behoeften van haar inwoners en daarom moet de leefbaarheid in de kernen worden bevorderd.
Daarbij is aandacht voor het welzijn, het woongenot en de veiligheid binnen de gemeente. Het streven is gericht naar een mix van jong en oud. Woningen waar senioren tot op hoge leeftijd kunnen wonen maar zonder de jongeren uit het oog te verliezen. Om deze doelen te halen is een woonwensenonderzoek (Etil, 2018) gedaan. Dit biedt een basis voor de woningen die Roerdalen wil hebben. Roerdalen kent momenteel een krapte op de woningmarkt. Binnen de algemene kaders van de Structuurvisie blijft er ruimte voor lokaal woonbeleid. Dat betekent dan ook het voortzetten van regulier woonbeleid. Realiseren van woningbouwplannen uit de planvoorraadlijst, passend bij de woningbehoefte zoals die o.a. op basis van
20 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
de resultaten van het Woningmarktonderzoek Midden-Limburg is vastgesteld. Het bestaand lokaal woonbeleid zoals de lokale “Beleidsregel compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen (2022)” met de daaraan gekoppelde afwegingscriteria blijft onverminderd van kracht. Het woonbeleid is dynamisch en dus onderhevig aan ontwikkelingen. Ten tijde van de vaststelling van de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 bevatte de planvoorraad Posterholt 39 woningen. Voorliggend plan voorziet in de toevoeging van twee vrijstaande levensloopbestendige woningen in Posterholt, die volgens een behoefteonderzoek in de lokale behoefte en kwaliteit voorzien en kansen biedt voor verschillende doelgroepen zoals starters en ouderen. De leefbaarheid van het dorp wordt vergroot. Het plan sluit aan bij het relevante beleid als boven omschreven.
2.3.4.
Conclusie gemeentelijk beleid
Het plan voldoet aan het gemeentelijk beleid en er is daarom geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
21 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
3.MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN Inleiding Bij de toekenning van een nieuwe functie of het uitbreiden van bestaande functies in een bepaald gebied dient rekening gehouden te worden met (milieu-)aspecten vanuit de omgeving op het initiatief en vanwege dat initiatief op de omgeving. Het onderzoek naar de milieuaspecten bodem, geluid, lucht, externe veiligheid en milieuzonering wordt in de navolgende paragrafen beschreven. Ook is gekeken naar de gevolgen van de gewenste aanpassing voor de aspecten archeologie, leidingen en infrastructuur, natuur en landschap, flora en fauna, waterhuishouding, verkeer en parkeren. De hieruit voortkomende bevindingen worden in onderstaande paragrafen toegelicht.
3.1.
Milieuonderzoek
3.1.1.
Bodem
Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Een bodemonderzoek moet worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of er sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Artikel 9 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan. In het plangebied vinden geen wijzigingen en/of uitbreidingen plaats die een bodemtoets of bodemonderzoek nodig maken. De huidige bodemfunctie blijft bestaan, zodat ruimtelijk gezien een bodemonderzoek niet noodzakelijk is. Het plan maakt het alleen mogelijk om op het perceel een bouwvlak toe te voegen zodat twee woningen kunnen worden gerealiseerd.
3.1.2.
Geluid
De Wet geluidhinder (Wgh) geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wgh stelt grenzen aan de toegelaten geluidsbelasting ter plaatse van geluidsgevoelige objecten als gevolg van wegen (wegverkeer), spoorwegen (railverkeer) en industrieterreinen (industrielawaai). Uit art. 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt.
22 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
Door bureau HMB BV werd op 29 april 2023 een rapport opgesteld op grond van een uitgevoerd akoestisch onderzoek. Het rapport nummer 22212801N (versie 2) is als bijlage toegevoegd en is hierna kernachtig samengevat. Industrielawaai In de omgeving van de planlocatie bevinden zich meerdere bedrijven, namelijk aan de Boomstraat 33 en 31a. Voor de Boomstraat 33 wordt voldaan aan de richtafstand uit de VNG brochure ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’. Hieruit volgt dat het bedrijf niet door de woningen op de planlocatie zal worden geschaad en anderzijds de woningen geen hinder zullen ondervinden door dit bedrijf en een goed woon- en leefklimaat heerst. De bedrijvigheid aan de Boomstraat voldoet niet aan de richtafstanden zodat nader onderzoek is uitgevoerd naar de daadwerkelijke geluidbelasting op de planlocatie. Boomstraat 31a is een bedrijfsverzamelgebouw waarvan met de eigenaar van het pand de te hanteren bedrijfsvoering en geluidsvermogens zijn vastgesteld. Via de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999 is het geluidimissieniveau op de planlocatie bepaald. Daaruit volgt dat aan de grenswaarde volgens de VNG-brochure wordt voldaan, de bedrijven niet in hun geluidruimte worden beperkt en anderzijds op de planlocatie er een goed woon- en leefklimaat zal zijn. Wegverkeerslawaai De planlocatie ligt binnen de zone van wegverkeer.
Ook de niet-zoneplichtige 30 km-wegen zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening beschouwd. De berekeningen zijn uitgevoerd conform de Standaard Rekenmethode 2 uit het reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Uit de berekeningen blijkt dat de gecorrigeerde geluidsbelasting voor het zone-plichtige weggedeelte lager ligt dan de voorkeursgrenswaarde en dus voldoet aan de eisen uit de Wet geluidhinder. De totale geluidsbelasting inclusief de 30km-wegen voldoet ook zonder correctie ruimschoots aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Deze grenswaarden zijn gerelateerd aan de kwaliteit van de leefomgeving. Indien hieraan voldaan wordt, kan in het kader van de Wro gesteld worden dat een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat als gevolg van wegverkeer gewaarborgd is. Cumulatie Uit het onderzoek blijkt dat voor alle deelaspecten aan de geluideisen of voorkeursgrenswaarden wordt voldaan. Nader onderzoek naar cumulatie is dan ook niet aan de orde. Een goed woon- en leefklimaat op de onderzoekslocatie is gewaarborgd. Conclusie Het doel van dit onderzoek is meerledig: •
er wordt onderzocht hoe de plannen zich verhouden tot omliggende zoneplichtige geluidbronnen (toetsingskader Wgh);
•
er wordt bepaald in hoeverre de herbestemming inbreuk doet op de geluidruimte van omliggende bedrijven/inrichtingen (toetsingskader Wro);
•
er wordt beoordeeld wat het effect van omliggende geluidbronnen is op het woon- en leefklimaat op de onderzoekslocatie (toetsingskader Wgh en Wro).
23 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
Uit het onderzoek volgt: •
dat voor alle omliggende zoneplichtige wegen voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde;
•
dat de nieuw beoogde woonbestemming geen inbreuk doet op de geluidruimte van omliggende bedrijven/inrichtingen;
•
dat een goed woon- en leefklimaat op de onderzoekslocatie gewaarborgd is. Vanuit akoestisch oogpunt zijn er geen bezwaren tegen de beoogde woningbouw.
3.1.3.
Lucht
De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet Milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (Wm). De Wm bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. De Wet Luchtkwaliteit maakt verschil tussen kleine en grote projecten, waarbij de kleine projecten niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. In het Besluit wordt toegelicht wat daaronder moet worden verstaan. Dergelijke kleine projecten die minder dan 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 en NO2 bijdragen kunnen doorgang vinden zonder toetsing. In de Regeling staan gevallen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen: inrichtingen, infrastructuur, kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Woningbouwprojecten van niet meer dan 1500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) dragen niet in betekende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 4 lid 1 Besluit NIBM jo. art. 4 lid 2, bijlage 3B.2 Regeling NIBM). In het voorliggende plan is sprake van de toevoeging van twee woningen.
Het aantal woningen neemt dus toe, maar is kleinschalig van aard zodat het niet in betekende mate bijdraagt aan een verandering/verslechtering van de luchtkwaliteit. Conclusie: Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.
3.1.4.
Externe veiligheid
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. In het plangebied wordt geen (beperkt) kwetsbaar object toegevoegd. Volgens de Risicokaart liggen er in de directe omgeving geen inrichtingen en geen kwetsbare objecten. De twee in de directe omgeving liggende bedrijven staan niet vermeld op de risicokaart. Het plaatsgebonden en groepsrisico vormen geen belemmering voor onderhavig plan. De dichtbijgelegen transportroute is de regionale weg N274 op een afstand van 360 meter.
24 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
Gelet op de afstand vormt dit geen probleem voor onderhavig plan. Ook liggen er geen buisleidingen of andere transportroutes op een voor het plan relevante afstand. Conclusie: Er kan gesteld worden dat de externe veiligheid geen belemmering is voor het plan.
3.1.5.
Geur
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat een regeling met betrekking de directe geurhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd en rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. De Wgv heeft betrekking op geurgevoelige objecten. Een geurgevoelig object is gedefinieerd als een gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt. In de Wgv zijn geurnormen opgenomen, waaraan het in werking zijn van een veehouderij moet worden getoetst. In een gemeentelijke verordening kan van de geurnormen uit de Wgv worden afgeweken. De gemeenteraad van Roerdalen heeft op 17 december 2009 een Verordening Wet geurhinder en veehouderij vastgesteld. In deze verordening wijkt de gemeente deels af van de wettelijke normen uit de Wgv. Afbeelding 8: gemeentelijke geurnormen en situatie veehouderij ten opzichte van omliggende burgerwoningen.
In de directe omgeving van het plangebied ligt geen voor het plangebied relevant zijnde agrarisch bedrijf, zodat het beursaspect geen belemmering vormt.
3.1.6.
Milieuzonering
Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en gevoelige functies zoals woningen te kunnen maken, wordt gebruik gemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk’ en de grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand tussen de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf wordt in een milieucategorie ingedeeld en per milieucategorie is een grootste af-
25 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
stand van toepassing: categorie 1 -10 meter; 2 -30 meter; 3.1 -50 meter; 3.2 -100 meter enz. In de directe omgeving van het plangebied liggen enkele bedrijven. De bedrijven Boomstraat 31 en Boomstraat 33 werden reeds getoetst vanwege het geluidsaspect, zodat naar hoofdstuk 3.1.2 wordt verwezen. Overige bedrijven liggen op dusdanige afstand van het plangebied dat er voor deze bedrijven, noch voor de 2 nieuwe woningen geen beperkingen ontstaan. Voor deze woningen is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig en de bedrijven worden eveneens niet in hun bestaan en ontwikkeling belemmerd.
3.2.
Waterhuishouding en Hydrologie
Sinds 1 november 2013 bestaat de verplichting een watertoets uit te voeren. Het Rijk heeft haar beleid voor waterbeheer vastgelegd in het Nationaal Waterplan. De provincie deed dat in het POL2014. Hoofddoelstelling van beleid is 'het hebben en houden van een veilig en bewoonbaar land en het in stand houden en versterken van gezonde en veerkrachtige watersystemen, waarmee een duurzaam gebruik blijft gegarandeerd'. Voor de verschillende watersystemen is specifiek beleid ontwikkeld. Goede waterkwaliteit, afkoppelen van hemelwater van de riolering en het bevorderen van infiltratie van water in de bodem zijn belangrijke uitgangspunten, ook op grond van gemeentelijk beleid. In of nabij het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Het plan ligt in het werkgebied van het Waterschap Limburg. Het plangebied heeft reeds een woonbestemming. Door het plan worden twee nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Het huishoudelijk afvalwater zal van elke woning apart op het gemeentelijk rioolstelsel worden aangesloten. Het hemelwater zal op eigen perceel in de bodem infiltreren en/of worden hergebruikt, waarbij de norm van 58 mm/m2 berging zal gelden conform de richtlijn van de gemeente Roerdalen. De kavels hebben elk een oppervlakte van ruim 500 m2, waardoor er voldoende ruimte is om in infiltratie op eigen terrein te voorzien.
De dimensionering en exacte uitvoering worden bepaald bij het ontwerp van de woningen. De aspecten rondom de waterhuishouding vormen derhalve geen belemmering voor de voorgestane ontwikkeling.
3.3.
Wet natuur bescherming en flora en fauna
In de voorliggende ontwikkeling is sprake van de realisatie van twee woningen door het toevoegen van een bouwvlak op de bestaande bestemming Wonen. Wet natuurbescherming Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Deze wet is gericht op: 1) Het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarden. 2) Het doelmatig uitvoeren van het beheer. 3) Samenhang brengen in het beleid.
26 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
Gebieden - Nationaal Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Nationaal Natuurnetwerk werd vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd. Het natuurnetwerk is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. De Natura 2000-gebieden maken deel uit van het NNN. Doel is in de eerste plaats om de Natura2000 gebieden te versterken, goed in te richten en te vrijwaren van negatieve invloeden van buitenaf. Ook het pro-actief beschermen van soorten ten behoeve van behoud van de biodiversiteit is hierbij essentieel. Daarnaast blijft ook verbetering van de onderlinge samenhang en verbinding van gebieden belangrijk door middel van verbeterde inrichting, aanpassing van de waterhuishouding, verbetering van de waterkwaliteit en vermindering van de stikstofdepositie. Het plangebied ligt in de bebouwde kom (kern) van Posterholt en niet in het NNN. De goudgroene natuurzone dat een planologische bescherming krijgt door een nee-tenzij benadering in de Omgevingsverordening van de provincie Limburg, ligt op relatief verre afstand, namelijk op 900 meter van het plangebied.
Op de bestaande situatie treedt qua functie geen wijziging op, behalve dat er in het bestemmingsvlak wonen een bouwvlak wordt toegevoegd zodat er twee woningen kunnen worden gerealiseerd. Voor het NNN heeft dit geen gevolgen gezien de kleinschaligheid van het plan en de afstand tot het gebied. - Natura2000 Het plan is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, ‘Roerdal’, bevindt zich op circa 168 meter afstand ten zuiden en westen van het plangebied. Activiteiten die de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied kunnen beïnvloeden moeten worden beoordeeld. Op dit moment is de stikstofdepositie in Limburg hoog. Dit staat het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000 - gebieden in de weg. Het nemen van passende maatregelen is derhalve onvermijdelijk. Door MBHConsult is onderzoek uitgevoerd naar de stikstofdepositie vanwege het plan. Alle nodige gegevens zijn in de actuele AERIUS Calculator ingevoerd. Daarbij is van twee woningen uitgegaan die opeenvolgend zullen worden gebouwd en daarna zal dan ook de volledige gebruiksfase aan de orde zijn. Het projecteffect bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/j. Bij een dergelijke projectbijdrage treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden.
Een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming is voor het plan niet noodzakelijk. Het onderzoeksrapport is als bijlage bij dit plan gevoegd. In feitelijke zin wijzigt de gebruikssituatie door het initiatief niet. De bestemming is een woonbestemming en die wijzigt niet. Op de gegeven afstand tot het Natura2000 - gebied met de tussenliggende bebouwing, bedrijven en wegen is er geen significant negatief effect te verwachten vanwege eventueel optredend geluid, trillingen en stikstofdepositie. Er is sprake van een zekere kleinschaligheid.
27 / 32
Bestemmingsplan Winkelweg ong. Posterholt – Toelichting – 21 nov 2023 Apeladvies
Significante externe effecten zijn gelet op de voorgenomen ontwikkeling, de bestaande situatie en het uitgevoerde onderzoek niet te verwachten. Vervolgonderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming wordt vanwege deze situatie niet noodzakelijk geacht.
Soorten - Flora en Fauna In de Wet natuurbescherming wordt wat flora en fauna betreft onderscheid gemaakt tussen vogels, soorten die voorkomen op de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn en overige soorten, laatstgenoemde groep is te vergelijken met de huidige zogenaamde “Tabel 2-soorten”. Ten aanzien van de soorten op de locatie dient aangetoond te worden dat de ontwikkelingen geen negatief effect hebben op de aanwezige natuurwaarden in het kader van de natuurweten regelgeving, dan wel indien noodzakelijk daarvoor een vergunning of ontheffing kan worden verkregen. Op de onderzoekslocatie is sprake van een planologische ingreep. Er worden twee woningen mogelijk gemaakt binnen de bestaande woonfunctie. Het plangebied bestaat uit een braakliggend perceel met opgroeiend groen als gras en brandnetel en ten dele een volkstuin. Het perceel wordt enkele malen per jaar gemaaid om overlast te voorkomen. Het perceel is afwisselend intensiever of minder intensief in gebruik, maar er komen geen beschermde planten voor, noch bloemrijke graslanden en kruidenrijke bermen. Effecten op broedvogels met jaarrond beschermde nesten zijn geheel uit te sluiten omdat er geen geschikte broedplekken aanwezig zijn.