CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Toelichting

Gemeenteraad 29 september 2022, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Bestemmingsplan Kastanjelaan 12 Melick17.700 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN “Kastanjelaan 12 Melick” NL.IMRO.1669.BPMLK2022KASTLN-VG01

Vastgesteld

Document:

Bestemmingsplan “Kastanjelaan 12 Melick”

IDN:

NL.IMRO.1669.BPMLK2022KASTLN-VG01

Status:

Vastgesteld

Datum:

11 juli 2022

Aanvrager:

Gemeente Roerdalen

Auteur:

Ing. P.W.M. van de Ligt Ing. N.A.H. van den Ekker

Bureau Leefomgeving B.V. Schoolstraat 7 5961 EE HORST 077 – 208 60 99 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl

INHOUDSOPGAVE 1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

8.

INLEIDING ...........................................................................................................................................................4 1.1

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan ................................................................................................................................... 4

1.2

Plangebied en begrenzingen ...................................................................................................................................................................... 5

1.3

Vigerende bestemmingsplannen.............................................................................................................................................................. 5

HUIDIGE SITUATIE ..........................................................................................................................................8 2.1

Algemeen........................................................................................................................................................................................................... 8

2.2

Ruimtelijke structuur ................................................................................................................................................................................... 9

2.3

Functionele structuur................................................................................................................................................................................... 9

BEOOGDE SITUATIE .....................................................................................................................................10 3.1

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan.............................................................................................................................. 11

3.2

Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten .................................................................................................................................... 12

3.3

Landschappelijke inpassing ...................................................................................................................................................................... 12

BELEIDSKADER................................................................................................................................................14 4.1

Rijksbeleid....................................................................................................................................................................................................... 14

4.2

Provinciaal beleid......................................................................................................................................................................................... 16

4.3

Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................................................................... 21

RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN ..............................................................24 5.1

Milieuaspecten .............................................................................................................................................................................................. 24

5.2

Kabels en leidingen..................................................................................................................................................................................... 32

5.3

Natuur ............................................................................................................................................................................................................. 33

5.4

Water............................................................................................................................................................................................................... 37

5.5

Archeologie en cultuurhistorie............................................................................................................................................................. 38

5.6

Verkeer en parkeren................................................................................................................................................................................. 40

JURIDISCHE ASPECTEN ...............................................................................................................................42 6.1

Toelichting op de verbeelding............................................................................................................................................................... 42

6.2

Toelichting op de planregels .................................................................................................................................................................. 43

UITVOERBAARHEID EN PROCEDURE ....................................................................................................44 7.1

Economische uitvoerbaarheid............................................................................................................................................................... 44

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................................................................... 44

PROCEDURE .....................................................................................................................................................45

Vastgesteld

2

BIJLAGEN Bijlage 1: AERIUS-berekening gebruiksfase Separate bijlagen: ▪ Flora en Fauna inspectie (Faunaconsult) ▪ Landschappelijk inpassingsplan (Erf en landschapsverfraaiing)

Vastgesteld

3

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan

In het buitengebied van Melick, aan de Kastanjelaan 12, ligt de gemeentewerf van de gemeente Roerdalen. Door de groei van het Team Onderhoud is deze gemeentewerf te klein geworden. De gemeente is dan ook voornemens om de gemeentewerf op te schalen door de naastgelegen locatie (Kastanjelaan 10) bij de gemeentewerf te betrekken. Daarnaast is een klein deel van de gemeentewerf foutief bestemd als ‘Natuur’. De gemeente is voornemens om deze omissie tegelijkertijd met de uitbreiding te repareren. De naastgelegen locatie betreft het huidige pand van Stichting Jong Nederland Melick. De gemeente wil dat Jong Nederland op deze locatie de activiteiten kan voortzetten maar wil daarnaast de locatie bij de gemeentewerf betrekken. Het huidige pand verkeert in slechte staat en dient in dat kader volledig gerenoveerd te worden. Om deze reden is de gemeente voornemens om de bestaande bebouwing te slopen en te vervangen door nieuwbouw. Met het nieuwe gebouw kan worden ingespeeld op zowel de behoefte van de gemeente als van Jong Nederland Melick.

Afbeelding 1. Ligging locatie Kastanjelaan 10 (rood omcirkeld) en Kastanjelaan 12 (blauw omcirkeld) in Melick

Op basis van het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Roerdalen – 2e herziening” is de beoogde ontwikkeling niet mogelijk. De Kastanjelaan 10 is bestemd als ‘Maatschappelijk’. Conform deze bestemming is het niet toegestaan de gronden te benutten als gemeentewerf. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken dient de maatschappelijke bestemming ter plaatse van de Kastanjelaan 10 te worden omgezet naar een bedrijfsbestemming. Daarnaast dient aan dit deel van het plangebied de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – gemeentewerf’ te worden toegekend om het gebruik als gemeentewerf toe te staan. Ter plaatse van de Kastanjelaan 12 zal de omissie worden hersteld. Om de omissie van de natuurbestemming te herstellen en de beoogde situatie in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), opgesteld.

Vastgesteld

4

1.2

Plangebied en begrenzingen

Betreffende locaties (in het vervolg aangeduid als “het plangebied”) zijn gelegen ten oosten van de kern Melick, aan de Kastanjelaan 10 en 12. De locaties staan kadastraal bekend als gemeente Melick en Herkenbosch, sectie H en perceelnummers 113 en 114 (ged.) en 625 (ged.).

Afbeelding 2. Luchtfoto en kadastrale begrenzing Dorpsstraat 11 (plangebied rood aangeduid).

De Groenstraat/ Melickerweg vormt de verbindingsweg tussen de kernen Melick en Herkenbosch. Net buiten de kern van Melick loopt de Groenstraat over in de Melickerweg. Ten noorden van waar deze wegen in elkaar overlopen ligt de Kastanjelaan. De Kastanjelaan is een rustieke plattelandsweg die, vanuit het kruispunt van de Groenstraat / Melickerweg met de Kastanjelaan/ Wagsbergweg, middels de Schaapsweg leidt naar de Keulsebaan (N570). De N570 leidt in noordwestelijke richting naar Roermond en in zuidoostelijke richting naar het Duitse Rothenbach. De Kastanjelaan wordt begeleid door wegbeplanting, gelegen aan weerszijde van de weg, De Kastanjelaan voert door een kleinschalig bosgebied en is beschut gelegen in dit bosgebied. Het bosgebied begint op het kruispunt van de Wasbergweg/ Kastanjelaan met de Groenstraat/ Melickerweg en voert langs de Kastanjelaan tot aan de N570. Aan de Kastanjelaan is alleen ter plaatse van het plangebied sprake van bebouwing. Rondom het bosgebied zijn grote landbouwpercelen gelegen. De landbouwpercelen zijn allen onbebouwd.

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Op 30 mei 2013 is het bestemmingsplan “Buitengebied Roerdalen” vastgesteld. In dit bestemmingsplan zijn afzonderlijke ruimtelijke initiatieven niet meegenomen. Een herziening en update van dit bestemmingsplan heeft plaatsgevonden in het bestemmingsplan “Buitengebied Roerdalen – 2e herziening” van de gemeente Roerdalen (vastgesteld d.d. 21 april 2016). In deze herzieningen van het bestemmingsplan buitengebied zijn de ruimtelijke initiatieven verwerkt en daarnaast zijn enkele noodzakelijke wijzigingen doorgevoerd.

Vastgesteld

5

Afbeelding 3. Uitsnede vigerende bestemmingsplan met rood omlijnd Kastanjelaan 10 en blauw omlijnd de Kastanjelaan 12

Kastanjelaan 10 De locatie Kastanjelaan 10 maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Buitengebied Roerdalen – 2e herziening” (vastgesteld d.d. 21 april 2016) en is hierin bestemd als ‘Maatschappelijk’ en voor een deel als ‘Natuur’. Binnen de maatschappelijke bestemming is een bouwvlak opgenomen met een oppervlakte van circa 1.300 m2. De locatie is daarnaast voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 5’ en de gebiedsaanduidingen ‘geluidzone – industrie’ en ‘milieuzone – Roerdalslenk III’. De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen en evenementen (met een maximale duur van 7 dagen) en de daarbij behorende voorzieningen. De voor maatschappelijk aangewezen gronden mogen mede worden gebruikt voor bepaalde horeca en sport, in de vorm van een ondergeschikte functie ten dienste van de maatschappelijke hoofdfunctie, zoals een kantine of gymzaal en sportveld. De voor ‘Natuur’ aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor natuur in de vorm van bos, weilanden, moeras, water, heide en/of zandgronden en voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorisch waarden en de aanwezige ecologische waarden. De gemeentewerf is uitsluitend beoogd op de plek van de maatschappelijke bestemming.

Een gemeentewerf is een bedrijfsfunctie en derhalve niet toegestaan ter plaatse van de bestemming ‘Maatschappelijk’. Het gebruik van deze grond als gemeentewerf is op basis van het vigerende bestemmingsplan dan ook niet toegestaan. Een gemeentewerf is in dit geval enkel toegestaan binnen de bedrijfsbestemming en enkel ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – gemeentewerf’.

Vastgesteld

6

Kastanjelaan 12 De locatie Kastanjelaan 12 maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Buitengebied Roerdalen – 2e herziening” (vastgesteld d.d. 21 april 2016) en is hierin voor het grootste deel bestemd als ‘Bedrijf’ en voor een klein deel bestemd als ‘Natuur’. Binnen de bedrijfsbestemming is een bouwvlak opgenomen met een oppervlakte van circa 5.350 m2. Binnen het bouwvlak is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – gemeentewerf’ opgenomen en de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bebouwingspercentage terrein: 50%’. De locatie is daarnaast voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 5’ en de gebiedsaanduidingen ‘geluidzone – industrie’ en ‘milieuzone – Roerdalslenk 111’. De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven van milieucategorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. In dit specifieke geval is tevens een gemeentewerf uit milieucategorie 3.1 toegestaan. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gerealiseerd waarbij het terrein voor maximaal 50% mag worden bebouwd. Een deel van de gemeentewerf is buiten de bedrijfsbestemming en buiten het bouwvlak gelegen en is, abusievelijk, bestemd als ‘Natuur’. De voor natuurbestemming aangewezen gronden zijn niet bestemd voor. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is het derhalve ook niet mogelijk de gemeentewerf hier in de gewenste vorm verder te ontwikkelen.

Vastgesteld

7

2.

HUIDIGE SITUATIE

2.1

Algemeen

In dit hoofdstuk is een beschrijving van het plangebied gegeven. Hierbij komen de aanwezige ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en de omgeving aan bod. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Roerdalen, circa 400 meter ten oosten van de kern Melick. Melick is gelegen in het noorden van de gemeente Roerdalen, net ten zuiden van Roermond. Melick heeft ruim 3.600 inwoners.

Afbeelding 4. Vogelvluchtperspectief van het plangebied

Medio jaren ’60 van de vorige eeuw is begonnen met het ontginnen van het bosgebied ter plaatse van het plangebied. De locatie is de daaropvolgende jaren beetje bij beetje verder ontgonnen tot de huidige situatie. Het kleinschalig bosgebied is daarbij verder niet aangetast waardoor het boslandschap nog duidelijk herkenbaar is in de directe omgeving van het plangebied.

Afbeelding 5.Uitsnede historische kaart 1970

Vastgesteld

Afbeelding 6.Uitsnede historische kaart 1990

8

2.2

Ruimtelijke structuur

Melick is ontstaan als de Romeinse nederzetting Mederiacum, gelegen aan de Roer en langs de Heirbaan van Xanten naar Heerlen. Het dorp is gelegen op de rechteroever van de rivier de Roer. Het landschap ten zuiden van Melick kenmerkt zich dan ook als rivierenlandschap. Het landschap ten noorden van Melick kenmerkt zich juist als veldcomplex.

Afbeelding 7. Overdekte stalling Kastanjelaan 12

Afbeelding 8. Gebouw Jong Nederland Melick

Aan het begin van de 19e eeuw bestaat Melick samen met Waterschei uit één langgerekt bebouwingslint met verspreid liggende bebouwing aan de Dorpsstraat/ Groenstraat/ Waterschei. De kern is vanaf eind jaren ’80 uitgebreid met woningbouw tussen de reeds bestaande boerderijen en woningbouw ten noorden van de Dorpsstraat. De kern is vervolgens in de jaren 90, in noordelijke richting, uitgegroeid tot in de huidige situatie. Door de diverse in- en uitbreidingen is Waterschei aan de kern Melick gegroeid. De Groenstraat loopt is oostelijke richting naar het buitengebied van Melick. Ten noorden van waar deze wegen in elkaar overlopen ligt de Kastanjelaan. De Kastanjelaan voert door een kleinschalig bosgebied en is beschut gelegen in dit bosgebied. Enkel ter plaatse van de Kastanjelaan 10 en 12 is het bosgebied ontgonnen en is sprake van bebouwing.

2.3 Functionele structuur Gelegen in het buitengebied van de gemeente Roerdalen is voornamelijk sprake van een natuur- en agrarische functie. Deze functies overheersen ook in de (directe) omgeving van het plangebied. Rondom het plangebied is een kleinschalig bosgebied aanwezig met daaromheen grote landbouwpercelen. De landbouwpercelen zijn met name is gebruik als akkergrond voor het telen van gewassen. Ten oosten van het plangebied, in de bebouwde kom van Melick, is juist sprake van een overheersende woonfunctie. In de kern zijn dan ook voornamelijk woningen gelegen afgewisseld met ondersteunende functies. Ook in het westen van het plangebied, in de bebouwde kom van Herkenbosch, overheerst de woonfunctie. In het buitengebied van de gemeente Roerdalen is, rondom de beide kernen en aan de Groenstraat/ Melickerweg, juist sprake van een afwisseling van landbouwpercelen met woningen en (agrarische) bedrijven.

Vastgesteld

9

3.

BEOOGDE SITUATIE

Door de groei van het Team Onderhoud van de gemeente Roerdalen van 25 naar circa 60 medewerkers is de gemeentewerf te klein geworden. Door de vergroting van het personeelsbestand is een behoefte ontstaan aan een grotere of extra kantine, wasgelegenheid en kleedruimte en aan meer parkeergelegenheid. Het is dan ook noodzakelijk om de bestaande gemeentewerf uit te breiden. Het voornemen bestaat om in het bestaande gebouw, ter plaatse van de huidige kantine, de wasgelegenheid, garderobe en kleedruimte uit te breiden. Met deze inpandige verbouwing is geen ruimte meer voor de kantine. Het voornemen bestaat dan ook om de kantine elders te realiseren. Een geschikte locatie voor de kantine is gevonden ter plaatse van het naastgelegen pand, aan de Kastanjelaan 10. Het pand aan de Kastanjelaan 10 is momenteel in gebruik door Stichting Jong Nederland Melick. Het pand verkeert echter in een slechte staat waardoor het pand gerenoveerd dient te worden. Aangezien het renoveren van het pand een dure investering betreft wil de gemeente liever de bestaande bebouwing slopen en een nieuw gebouw realiseren. Het nieuwe gebouw zal worden opgericht als aanbouw van de bestaande gemeenteloods. In die aanbouw worden de kantine en personeelsruimte voor het Team Onderhoud gerealiseerd. Daarnaast zal de aanbouw nog steeds voorzien in de huisvesting van Stichting Jong Nederland Melick.

Het Team Onderhoud zal overdag deze aanbouw in gebruik nemen en Stichting Jong Nederland Melick ’s avonds. De aanbouw kent daarmee een dubbelgebruik.

Afbeelding 9. Situatie tekening aanbouw Kastanjelaan 10 begane grond

Vastgesteld

10

De uitbreiding wil de gemeente graag combineren met het verduurzamen van de gemeentewerf. De bestaande en nieuwe verlichting zal worden uitgevoerd als LED verlichting. Dit type verlichting gebruikt aanzienlijk minder energie en is daarmee energiezuinig. De gemeente is daarnaast voornemens om 250 zonnepanelen te plaatsen op de daken van de daarvoor geschikte gebouwen. Met de plaatsing van de zonnepanelen probeert de gemeente zoveel als mogelijk energieneutraal te zijn. Een deel van de gemeentewerf ligt in de bestemming “Natuur”, buiten de contouren van de bedrijfsbestemming. Dit terwijl dit gedeelte wel als zodanig is vergund en in gebruik is. De gemeente is dan ook voornemens om deze omissie te corrigeren door de natuurbestemming nu meteen om te zetten in een bedrijfsbestemming. De Kastanjelaan 12 is in de huidige situatie bebouwd met een loods (circa 630 m2), een L-vormige overdekte stalling (circa 690 m2), een overdekte stalling met strooizout opslag (circa 630 m2) en een kleine overdekte stalling (circa 130 m2). De bestaande gemeentewerf is dan ook voorzien van circa 2.080 m2 aan bebouwing. De Kastanjelaan 10 is in de huidige situatie bebouwd met het Jong Nederland gebouw en is voorzien van circa 315 m2 aan bebouwing.

Het voornemen bestaat om de kleine overdekte stalling aan de Kastanjelaan 12 uit te breiden (tot circa 450 m2) en aan de loods een extra opslag ruimte te realiseren (circa 70 m2). Daarnaast zal het bestaande Jong Nederland pand worden gesloopt en hiervoor in de plaats wordt een aanbouw aan de bestaande gemeentewerf gerealiseerd van circa 350 m2. In de nieuwe situatie zal circa 2.950 m2.

3.1

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan

De doelstelling van dit bestemmingsplan is gericht op enerzijds het planologisch mogelijk maken om de locatie Kastanjelaan 10 bij de gemeentewerf te betrekken en als zodanig te gebruiken en anderzijds om de omissie, ter plaatse van de Kastanjelaan 12, te herstellen. Bij de opstelling van het onderhavige bestemmingsplan zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest: ▪ De locatie Kastanjelaan 10 wordt bij de gemeentewerf aan de Kastanjelaan 12 getrokken; ▪ Ter plaatse van de Kastanjelaan 10 wordt de maatschappelijke bestemming omgezet naar een bedrijfsbestemming; ▪ De Kastanjelaan 10 en 12 worden voorzien van één bouwvlak dat strak om de bebouwing en verharding is getrokken; ▪ Binnen het bouwvlak zijn de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – gemeentewerf’ en de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bebouwingspercentage: 50%’ opgenomen; ▪ Ter plaatse van de aanbouw aan de Kastanjelaan 10 is binnen het bouwvlak de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – maatschappelijk’ opgenomen; ▪ De gronden die, ter plaatse van de Kastanjelaan 10, buiten het nieuwe bouwvlak zijn gelegen worden herbestemd als ‘Natuur’; ▪ In het oostelijke deel van de Kastanjelaan 12 wordt de omissie hersteld; ▪ Verder dienen alle dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen uit de vigerende bestemmingsplannen opnieuw van toepassing te worden verklaard.

De uitgangspunten hebben geleid tot een bestemmingsplan waarin de locaties Kastanjelaan 10 en 12 samen zijn gevoegd en bestemd zijn als ‘Bedrijf’. Beide locaties zijn voorzien van één bouwvlak met de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijf – gemeentewerf’, ‘specifieke vorm van bedrijf – maatschappelijk’, ‘specifieke vorm van groen – voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing’ en ‘specifieke vorm van natuur – voorwaardelijke verplichting ecologie’ en de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bebouwingspercentage: 50%’. Hiermee kunnen beide locaties worden gebruikt ten behoeve van de plaatselijke gemeentewerf en voor een deel voor Stichting Jong Nederland Melick.

Vastgesteld

11

Het bouwvlak ter plaatse van de Kastanjelaan 10 is strak om de bebouwing en erfverharding getrokken. De gronden die buiten het bouwvlak zijn gelegen worden herbestemd als ‘Natuur’. Daarnaast ligt in het oosten van het plangebied een deel van de locatie buiten de bedrijfsbestemming en buiten het bouwvlak. Om deze omissie te herstellen is dit gedeelte herbestemd als ‘Bedrijf’ en voorzien van een bouwvlak. De archeologische dubbelbestemmingen en de gebiedsaanduidingen zijn voor het gehele plangebied opnieuw van toepassing verklaard.

3.2

Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten

Met de ontwikkeling wordt de gemeentewerf van de gemeente Roerdalen verder ontwikkeld c.q. herinrichting. De uitbreiding vindt plaats door het betrekken van de naastgelegen locatie, Kastanjelaan 10, bij de gemeentewerf. Het huidige gebouw ter plaatse van de Kastanjelaan 10 wordt gesloopt en een nieuw gebouw wordt opgericht, aan de bestaande gemeentewerf. Het pand aan de Kastanjelaan 10 beslaat momenteel een oppervlakte van circa 315 m2. Dit gebouw wordt gesloopt en teruggebouwd in de vorm van een aanbouw van de bestaande gemeentewerf. Daarnaast zal de overdekte stalling, die is gelegen in het noordoosten van de Kastanjelaan 12, worden uitgebreid. Tevens zal aan de bestaande loods een extra opslagruimte worden gerealiseerd. In de nieuwe situatie wordt circa 870 m2 aan nieuwe bebouwing gerealiseerd.

Afbeelding 10. Situatie tekening Kastanjelaan 12

Aangezien het initiatief betrekking heeft op twee reeds bestaand locaties is geen sprake van nieuw ruimtebeslag. Daarnaast betreffen de beide locaties de enige bebouwde percelen aan de Kastanjelaan. Ruimtelijke lijken de locaties samen één geheel en dit wordt nu vastgelegd. Het initiatief zorgt niet tot stedenbouwkundige of ruimtelijke belemmeringen.

3.3

Landschappelijke inpassing

Voor de gehele ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan1 opgesteld, waarmee is gegarandeerd dat de ontwikkeling op een passende wijze onderdeel uitmaakt van het omringende landschap. Uitvoering van het gestelde in het landschappelijk inpassingsplan is als verplichting opgenomen in de planregels als voorwaardelijke bepaling.

1 Ron Janssen, Erf- en landschapsverfraaiing, Landschapsplan ten behoeve van impuls gemeentewerf, 26 januari 2022

Vastgesteld

12

De landschappelijke inpassing geeft weer welke beplanting aangeplant wordt en hoe de locatie onderdeel uit maakt van het omliggende landschap. De landschappelijke inpassing vormt een mooi landschappelijk en goed beheerd plaatje, voor de gemeente, de voorbijgangers en de omgeving. Met de landschappelijke inpassing ontstaat dan ook een meerwaarde voor de ecologische waarden in de omgeving van het plangebied. De visie heeft geresulteerd in het definitieve plan: A. Aanvulling struikenlaag met makkelijke struiken; B. Aanplant losse gemengde haag; C. Aan te planten beeldbepalende toegangsboom; D. Aan te planten beeldbepalende andere boom; E. Aan te planten twee beeldbepalende entreebomen; F. Aanplant struiken bosmantelstruweel; G. Weghalen Amerikaanse vogelkers en waar nodig uitdunnen van de bomen in de rand; H. Suggestie voor het plaatsen landschapsbank met een “Melickse spreuk”.

Dit landschapsplan met beplantings- en beheerplan geeft weer wat aangeplant en verfraaid wordt om er nog meer een mooi geheel van te maken. Dit vormt een mooi landschappelijk en goed beheerd plaatje, voor de gemeente, de voorbijgangers en als voorbeeld naar de omgeving. Middels een voorwaardelijke verplichting wordt geborgd dat het nieuwe gebruik van de locatie pas is toegestaan indien de landschappelijke inpassing is uitgevoerd en in stand wordt gehouden. Binnen het plangebied is dan ook de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing’ toegekend.

Vastgesteld

13

4.

BELEIDSKADER

In dit hoofdstuk worden de op het plangebied van toepassing zijnde beleidskaders behandeld. Gemeenten zijn immers niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincie geven met het door hen gevoerde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het van toepassing zijnde Rijksbeleid. In de daaropvolgende paragraaf komt het provinciaal beleid aan bod. In paragraaf 4.3 volgt ten slotte het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Roerdalen.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale omgevingsvisie In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie die is vastgelegd in artikel 3.1, lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van artikel 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ▪ Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; ▪ Duurzaam economisch groeipotentieel; ▪ Sterke en gezonde steden en regio’s; ▪ Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzen. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteiten van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt: ▪ Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; ▪ Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; ▪ Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; ▪ Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat.

Vastgesteld

14

Met het initiatief wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. Bovendien geldt voor het plangebied dat er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding in het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het initiatief. 4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Met het ontplooien c.q.

herinrichten van de gemeentewerf op deze locatie worden geen van de genoemde belangen geschaad. In het plangebied is verder geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Kortom, het initiatief is niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. 4.1.3

Ladder duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking is in oktober 2012 ingevoerd en is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De ladder is juridisch vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ontwikkeling (Bro). Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd. De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst: “De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd.

Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”.

Vastgesteld

15

Zoals de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen (uitspraak van 20 april 2016, zaak nr. ECLI:NL:RVS:2016:1075), is een planologische functiewijziging geen stedelijke ontwikkeling. Hiervan is met onderhavig initiatief sprake. Onderhavig initiatief heeft immers betrekking op de functiewijziging van een maatschappelijke bestemming naar een bedrijfsbestemming zodat de gemeentewerf van de gemeente Roerdalen kan worden op geschaald. Er hoeft in het kader van het initiatief dan ook niet aan de ladder voor duurzame verstedelijking getoetst te worden.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg De Omgevingsvisie Limburg vervangt in 2021 het POL2014. De ontwerpversie is op 25 augustus 2020 vastgesteld door Gedeputeerde Staten. In 2021 vindt besluitvorming plaats bij de Provinciale staten over de Omgevingsvisie. Om te voldoen aan toekomstig beleid is de ontwerp Omgevingsvisie (POVI) meegenomen in dit bestemmingsplan. De POVI is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. In de Omgevingsvisie provincie Limburg wordt de richting voor de periode 2021 tot 20302050 geschetst. In de omgevingsvisie zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. In stedelijk c.q. bebouwd gebied; Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk.

Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. b. In landelijk gebied; Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden. Dit is niet vanzelfsprekend. In het landelijk gebied ligt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadaptatie, de transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristisch-recreatief (mede)gebruik, biodiversiteit, stikstof en (grond)waterkwaliteit belangrijke thema’s. 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie; Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg. De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag. In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren.

Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. 3. Klimaatadaptieve en energietransitie; Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's. Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors. Deze energietransitie zal ook een grote impact Vastgesteld

16

hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving. De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: ▪ Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; ▪ Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Werklocaties Voor de vestiging of uitbreiding van bedrijven is geschikte huisvesting en ruimte noodzakelijk. Dat kan in Limburg een probleem zijn. Soms is er onvoldoende beschikbare ruimte, of voldoet de ruimte niet aan de eisen van de gebruikers. Die eisen kunnen bovendien in de toekomst veranderen door digitalisering, verduurzaming, globalisering of robotisering van bedrijfsprocessen. De provincie Limburg heeft de ambitie om ook in de toekomst te beschikken over genoeg werklocaties en goede ontwikkelruimte voor bestaande en nieuwe bedrijven: bedrijventerreinen, kantoorlocaties en winkelgebieden. Samen met gemeenten en/of eigenaren werkt de provincie de komende jaren toe naar werklocaties die zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht aan de maat zijn.

Daarbij wil de provincie zo efficiënt mogelijk omgaan met het ruimtebeslag De provincie kiest voor compacte werklocaties om ruimtegebruik en landschappelijke inpassing te optimaliseren. De provincie hanteert daarbij de voorkeursvolgorde volgens de NOVI: 1. gebruik ruimte op bestaande terreinen; 2. ontwikkeling nieuwe terreinen aansluitend aan stedelijk gebied; 3. andere buitenstedelijke locaties. Hiermee sluit de provincie niet alleen aan bij de nationale lijn (NOVI), maar ook bij haar eigen ‘Limburgse principes’, met name de principes ‘meer stad, meer land’ en ‘zorgvuldig omgaan met onze ruimte en voorraden’. Nieuwe bedrijven vestigen zich dus bij voorkeur op bestaande werklocaties. Bij de vestiging van nieuwe bedrijven streeft de provincie zo veel mogelijk naar multifunctioneel ruimtegebruik. Combinaties van functies vergroot de levensvatbaarheid en duurzaamheid van bedrijventerreinen en de koppelkansen met andere beleidsdoelen zoals de energietransitie. De gemeente Roerdalen is voornemens om de naastgelegen locatie (Kastanjelaan 10) bij de gemeentewerf te betrekken. De naastgelegen locatie betreft Stichting Jong Nederland Melick. In het kader van onderhavig initiatief wordt de aanwezige bebouwing op deze locatie gesloopt en er wordt een nieuw gebouw opgericht.

Het nieuwe gebouw zal in gebruik worden genomen door de medewerkers van de gemeentewerf en door Stichting Jong Nederland Melick. Met het initiatief is dan ook sprake van zorgvuldig ruimtegebruik doordat een bebouwde locatie wordt hergebruikt. Daarnaast is sprake van het combineren van functies. Mede gelet op de regionale beleidskaders past het onderhavige initiatief binnen ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg. 4.2.2 Ontwerp Omgevingsverordening In de Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening, die grofweg twee typen regels bevat: ▪ Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap; ▪ Regels voor activiteiten die rechtstreeks voor eenieder gelden of voor specifieke doelgroepen.

Vastgesteld

17

Op dit moment geldt de Omgevingsverordening Limburg 2014. Met de komst van de Omgevingswet (verwachte inwerkingtreding: 1 juli 2022) is een nieuwe omgevingsverordening nodig die de huidige gaat vervangen. Tot het moment dat de Omgevingswet en de nieuwe Omgevingsverordening Limburg in werking treden, blijft de huidige verordening gelden. Hieronder is het initiatief getoetst aan de huidige verordening. 4.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2014 Bij het POL2014 hoort de Omgevingsverordening Limburg. De juridische doorwerking van het omgevingsbeleid wordt in deze verordening geregeld. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is, net als het POL2014, op 12 december 2014 vastgesteld door Provinciale Staten en is per 16 januari 2015 in werking getreden. Sindsdien hebben allerlei wijzigingen van de Omgevingsverordening Limburg 2014 plaatsgevonden. In het kader van dit initiatief is de meest recente geconsolideerde versie geraadpleegd van december 2019.

De volgende regels uit de Omgevingsverordening zijn in dit geval van toepassing: ▪ Bronsgroene landschapszone; ▪ Extensiveringsgebied intensieve veehouderij; ▪ Boringsvrije zone Roerdalslenk III; ▪ Regionale wateroverlast – normering 1:10; Bronsgroene landschapszone In het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg kaart 4 worden de verschillende landschapstypen ruimtelijk geduid en in hoofdstuk 4 worden de kernkwaliteiten groene karakter (landschapsecologie/natuurlijk), visueel-ruimtelijke karakter, cultuurhistorisch erfgoed en reliëf van de diverse landschapstypen beschreven. Tevens wordt per landschapstype inspiratie gegeven voor een gewenste ontwikkelingsrichting. Bij de beschrijving van de verschillende landschapstypen wordt min of meer uitgegaan van het ideaaltype. In werkelijkheid zullen uitzonderingen voorkomen die met aanvullend (veld)onderzoek uitgewerkt kunnen worden. De kernkwaliteit cultuurhistorisch erfgoed heeft in het Landschapskader vooral betrekking op historische geografie. Daarom zijn voor deze kernkwaliteit een aantal generieke aspecten toegevoegd. Omdat de kernkwaliteit reliëf in het Landschapskader niet altijd specifiek uitgewerkt is, is een aantal generieke aspecten toegevoegd.

De toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in de Bronsgroene landschapszone, bevat een beschrijving van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd.

Afbeelding 11. Uitsnede landschapskader Noord- en Midden-Limburg met plangebied rood omlijnd

Vastgesteld

18

Blijkens de bij het Landschapskader behorende kaart wordt het landschap ter plaatse van het plangebied voor het grootste deel aangeduid als ‘droge heideontginning’ en voor een klein deel aangeduid als ‘velden’ en ‘bos en mozaïeklandschap’. Droge heideontginningen De heideontginningen zijn de jongste ontginningen op de zandgronden en vormen het grootste oppervlak landbouwgrond. Binnen de jonge ontginningen zijn gebieden aan te wijzen waar nog zoveel (lineaire) landschapselementen te vinden zijn dat hierdoor een halfopen landschap ontstaat. Door het gebruik van transparante beplanting kan de belevingswaarde worden vergroot. Op sommige plekken levert het geometrisch patroon samen met verschillende opgaande beplantingen een bijzonder patroon van open en dichte ruimtes. Kenmerkend visueel-ruimtelijk aspect zijn de hoekverdraaiingen waarbij het patroon recht is maar niet loodrecht op elkaar staat. In de heide ontginningen liggen de meest vitale landbouwbedrijven. In dit landschapstype liggen dan ook mogelijkheden voor het uitbreiden van landbouwbedrijven. Tegelijkertijd is het wenselijk om dit landschap tegelijk te ontwikkelen tot een aantrekkelijker en waardevoller landschap voor natuur en recreatie door een verdichting van het landschap met groene (lijn)elementen. Op deze manier wordt tevens het verschil met de meer open natte ontginningslandschappen vergroot.

Het doel voor dit landschapstype is om het agrarisch karakter van deze gebieden verder te ontwikkelen en tegelijk een landschap te ontwikkelen met een meerwaarde voor natuur en recreatie door een zekere mate van verdichting. Binnen de linten is enige mate van verdichting mogelijk waarbij zorgvuldig omgegaan moet worden met het zicht naar de achterliggende landbouwgronden. In de nabijheid van het bos- en mozaïeklandschap kan hier ruimte zijn voor ontwikkelingen mits een bijdrage wordt geleverd aan de natuur, het bos en het landschap. Velden De velden zijn de oudste bouwlanden. Deze gronden behoren tot de vroegste ontginningen, waarbij mensen stukken land geschikt maakten voor landbouw. De verkaveling in deze gebieden is onregelmatig en niet al te grootschalig. Het gebied heeft een open karakter. Het contrast in schaal en maat tussen het open landschap en de omringende bebouwing en dorpen in de directe nabijheid maakt deze gebieden bijzonder waardevol. Tegelijkertijd is de verstedelijkingsdruk vanuit de nabijgelegen kernen op deze gebieden hoog als gevolg van die openheid, zo ook in dit geval. De oude bouwlanden staan sterk onder (verstedelijkings)druk door de nabijheid van dorpen en kernen. Voor een groot deel zijn deze reeds bebouwd. Binnen de verdichte rand, in de bestaande bebouwingslinten kan op een enkele plek nog ruimte gevonden worden voor verdichting.

Bos- en mozaïeklandschap Het bos- en mozaïeklandschap bestaat uit verschillende bos- en natuurgebieden. Dit landschap kenmerkt zich dan ook door beslotenheid. Binnen de bos- en natuurgebieden liggen enkele open gebieden. De open gebieden kunnen grazige vegetaties zijn als heide, bloemrijk grasland, hooiland of kleine akkers. De bos- en mozaïeklandschappen zijn visueel-ruimtelijk bijzonder aantrekkelijke gebieden als gevolg van de afwisseling van kleinschalige open ruimten en besloten bosgebieden, de dominante aanwezigheid van groen en de geringe bebouwing. Er zijn veel wisselende doorzichten naar het achterliggende (half) open landschap. Binnen het bos- en mozaïeklandschap wordt voornamelijk gericht op het versterken en uitbreiden van dit type landschap. Er wordt dan voornamelijk ingezet op het stimuleren en herstellen van de landschapselementen. Nieuwe bebouwing is over het algemeen niet wenselijk. Nieuwe bebouwing is alleen mogelijk als een bijdrage wordt geleverd aan de natuur, het bos en het landschap en mits de nieuwe bebouwing passend is binnen het aanwezige landschap. Vastgesteld

19

Doorwerking plangebied Het voornemen bestaat om de maatschappelijke bestemming ter plaatse van de Kastanjelaan 10 om te zetten naar een bedrijfsbestemming. Daarnaast wordt op deze locatie de aanwezige bebouwing gesloopt. Ter compensatie van de sloop wordt nieuwe bebouwing opgericht, in aansluiting op de bebouwing aan de Kastanjelaan 12. Tevens wordt ter plaatse van de Kastanjelaan 12 een omissie hersteld. De beoogde ontwikkelingen tasten de landschapskarakteristiek van de hierboven beschreven landschapstypes niet aan, doordat slechts sprake is van een functiewijziging. Met de beoogde ontwikkelingen worden twee bebouwde locaties samen gevoegd tot één locatie. Er is dan ook geen sprake van nieuw ruimte gebruik en het aanwezige bosgebied wordt derhalve niet aangetast. Bij een ontwikkeling in de bronsgroene landschapszone moet het landschap er in ieder geval op vooruit gaan. Met de aanwezige landschappelijke kwaliteiten is rekening gehouden bij de inrichting en inpassing van het plangebied door middel van een landschappelijke inpassing. Extensiveringsgebied intensieve veehouderij In extensiveringsgebieden krijgt in hoofdzaak de natuur de ruimte. In extensiveringsgebieden is zowel nieuwvestiging als uitbreiding van intensieve veehouderijen niet toegestaan. Aangezien in onderhavig bestemmingsplan geen intensieve veehouderij wordt opgericht of vergroot is dit niet van toepassing.

Boringsvrije zone Roerdalslenk III Het is in het gebied Roerdalslenk III binnen en buiten inrichtingen verboden: a. Een boorput, een bodemenergiesysteem of aardwarmtesysteem te maken of hebben of de grond te roeren, diepen dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei en/of dieper dan 80 meter beneden maaiveld; b. Werken op of in de bodem uit tevoren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de bovenste Brunssumklei kunnen aantasten. Met onderhavige ontwikkeling worden geen van bovenstaande ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Daarnaast worden er geen ingrepen verricht of stoffen gebruikt die de beschermende werking mogelijk zouden aantasten. De gebiedsaanduiding ‘milieuzone – Roerdalslenk III’ is opnieuw van toepassing verklaard voor het plangebied. Regionale wateroverlast In de Omgevingsverordening is voor verschillende te onderscheiden gebieden een norm opgenomen waarin is aangegeven waarop de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren moeten zijn ingericht. In de Bronsgroene landschapszone waar geen natuurbeek is gelegen (dit zijn overwegend beekdalen) is de norm (1:10) afgestemd op het meest geëigende en meest toegepaste grondgebruik, namelijk grasland. Voor de overige landbouwpercelen in het buitengebied geldt de referentienorm voor akkerbouw (1:25).

Voor belangrijke glastuinbouwgebieden is de referentienorm voor hoogwaardige land- en tuinbouw (1:50) toegepast. Voor bebouwde kernen is meestal de referentienorm voor bebouwd gebied (1:100) vastgesteld. De norm is uitgedrukt als de maximale kans per jaar dat wateroverlast mag optreden. In veel gebieden is de daadwerkelijke kans op wateroverlast kleiner dan de norm aangeeft. Het plangebied ligt in het buitengebied van Melick, binnen de bronsgroene landschapszone. Voor de bronsgroene landschapszone is de referentienorm voor wateroverlast vastgesteld op 1:10. Binnen het plangebied is de maximale kans vastgesteld op eens in de 10 jaar. Binnen het plangebied kan dan ook een goed werk- en leefklimaat worden gegarandeerd. Overig In artikel 2.2.2 van de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening moet houden met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid van het Bro (ladder duurzame verstedelijking). Vastgesteld

20

Onderhavig initiatief is getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zie paragraaf 4.1.3. Er is sprake van een functiewijziging van de maatschappelijke bestemming naar een bedrijfsbestemming. Er is geen sprake van nieuw ruimtebeslag en van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ladder niet van toepassing is.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Omgevingsvisie Roerdalen 2050 In 2020 en 2021 is de Omgevingsvisie Roerdalen 2050 tot stand gekomen en op 8 juli 2021 is de omgevingsvisie vastgesteld. De omgevingsvisie is gericht op de kwaliteit en ontwikkeling buiten (de fysieke leefomgeving) voor de lange termijn. De omgevingsvisie heeft betrekking op alle terreinen van de leefomgeving en gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur (wegen, sporen etc.) en cultureel erfgoed. In de omgevingsvisie staat wat de gemeente Roerdalen voor de lange termijn belangrijk vindt voor de fysieke leefomgeving. De koers die de gemeente de komende jaren wil gaan uitzetten is uitgewerkt in zeven leidende thema’s: 1. Samen Roerdalen 2. Wonen in Roerdalen 3. Landelijk en natuurlijk Roerdalen 4. Recreatief Roerdalen 5. Ondernemend Roerdalen 6. Duurzaam Roerdalen 7. Gezond en veilig Roerdalen. Deze thema’s vormen de basis voor het toekomstig omgevingsbeleid. Ondernemend Roerdalen De gemeente Roerdalen biedt de komende jaren ruimte aan startende ondernemers. Bij voorkeur worden deze startende ondernemers gehuisvest op bestaande bedrijfslocaties. Als het planologisch en milieutechnisch inpasbaar is, dan kunnen bedrijven ook op andere plekken in de kern (economisch hart) of in vrijkomende agrarische bebouwing in het buitengebied worden gehuisvest.

De gemeente stelt duidelijke kaders aan de (door)ontwikkeling van solitaire bedrijven die gevestigd zijn in kernen en in het buitengebied. Dit faciliteert de gemeente alleen indien de bedrijvigheid ook op lange termijn meerwaarde heeft voor de gemeenschap. Hiermee bedoelt de gemeente enerzijds de meerwaarde die het bedrijf levert (zoals werkgelegenheid) en anderzijds moeten activiteiten blijven passen in de omgeving (bijvoorbeeld qua milieubelasting). Naast bedrijventerrein de Roerstreek, het gedeelde industrieterrein met gemeente Roermond, heeft Roerdalen in een aantal kernen kleinschalige bedrijventerreinen. Op deze bedrijventerreinen worden de midden- en kleinbedrijven gefaciliteerd. Het is voor Roerdalen dan ook belangrijk dat bedrijventerrein hun concurrentiepositie behouden. Om dit te bereiken stimuleert de gemeente het parkmanagement op het gebied van samenwerking en innovatie en investeert de gemeente in een goed functionerende en aantrekkelijke openbare ruimte. Ook stimuleert de gemeente ondernemers die inzetten op verduurzaming van de bedrijfsvoering.

Met betrekking tot het thema ondernemend Roerdalen zijn de focuspunten: ▪ Versterken samenwerking overheid, bedrijfsleven, onderwijs en maatschappelijke organisaties; ▪ Ruimte bieden aan starters en het midden- en kleinbedrijf op bestaande industrieterreinen; ▪ Duidelijke kaders stellen aan (door)ontwikkeling solitaire bedrijven; ▪ Focus op duurzame, innovatieve en toekomstbestendige agrarische familiebedrijven; ▪ Mogelijkheden voor verbreding van bedrijfsactiviteiten en omvorming van functies bij agrarische bedrijven; ▪ Nieuwe grootschalige industrie alleen indien dit ook op langere termijn meerwaarde (economie, werkgelegenheid, infrastructuur) heeft voor gemeenschap en landschappelijk inpasbaar is. Vastgesteld

21

Afbeelding 12. Uitsnede themakaart “Ondernemend Roerdalen” met plangebied rood omlijnd

Doorwerking plangebied De gemeentewerf is op basis van de themakaart “Ondernemend Roerdalen” aangewezen als bedrijventerrein. Binnen de gronden aangewezen als bedrijventerrein richt de gemeente zich op het faciliteren van het midden- en kleinbedrijf. Daarnaast geeft de gemeente aan dat zij samenwerking, innovatie en verduurzaming van bedrijven binnen bedrijventerreinen stimuleren. Het voornemen bestaat om de gemeentewerf en Jong Nederland Melick samen te huisvesten in een nieuw duurzaam gebouw. Het gebouw kent daarmee een dubbelwerking. Daarnaast bestaat het voornemen om de gemeentewerf te verduurzamen door het vervangen van de verlichting voor LED verlichting en het plaatsen van zonnepanelen. Het initiatief sluit daarmee aan bij de visie van de gemeente Roerdalen en is daarmee passend binnen het de omgevingsvisie. 4.3.2

Structuurvisie Roerdalen 2030

Op 24 april 2008 heeft de gemeenteraad van Roerdalen ingestemd met het visiedocument “Toekomstvisie Roerdalen 2020”. In januari 2011 heeft een herijking van deze Toekomstvisie plaatsgevonden. De herijking heeft geresulteerd in de strategische visie “Roerdalen ’25, de toekomst is begonnen”. Deze strategische visie is echter (nog) geen ruimtelijk en beeldend document, dat past in - en voldoet aan de eisen van - de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro). Om deze reden heeft de gemeente Roerdalen de “Structuurvisie Roerdalen 2030” opgesteld. Deze structuurvisie is de ruimtelijke vertaling van de strategische visie “Roerdalen ‘25”. De structuurvisie vormt een handleiding voor de toekomst van de gemeente met heldere uitgangspunten voor de verschillende partijen; het is een “flexibel kader” met “spelregels” en toetsingscriteria ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen. De structuurvisie is daarmee tevens een inspirerende aanzet en stimulans voor nieuwe mogelijkheden, kansen en ideeën, waarbij vooral zal worden ingezet op het optimaliseren van de kwaliteit van dorp en landschap. Werken Roerdalen heeft een beperkt aantal grote bedrijven en bedrijventerreinen. Deze bieden beide nog gelegenheid voor herstructurering, maar er is geen grote vraag naar nieuwe terreinen.

Conform de Herstructureringsagenda MiddenLimburg zal nieuwe bedrijvigheid alleen op bestaande bedrijventerreinen plaatsvinden. Uitbreiding van bestaande bedrijven is mogelijk conform de voorwaarden van het Limburgs Kwaliteitsmenu.

Vastgesteld

22

Het toevoegen van de Kastanjelaan 10 bij de gemeentewerf van de gemeente Roerdalen is derhalve passend mits aan de voorwaarden van het Limburgs Kwaliteitsmenu wordt voldaan. In onderstaande paragraaf wordt het initiatief getoetst aan het Limburg Kwaliteitsmenu, zoals uitgewerkt in het kwaliteitsmenu Roerdalen. 4.3.3

Kwaliteitsmenu Roerdalen

De provincie verlangt van de Limburgse gemeentes om uitwerking en uitvoering te geven aan het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM). Het LKM wordt uitgewerkt in een gemeentelijk kwaliteitsmenu dat wordt verankerd in de gemeentelijke structuurvisie. Het Limburgs Kwaliteitsmenu van de provincie heeft dan ook zijn uitwerking naar lokaal niveau gekregen in het gemeentelijk kwaliteitsmenu Roerdalen. Het Kwaliteitskader Roerdalen richt zich op initiatieven in het buitengebied en is van toepassing op (niet onaanvaardbare) ontwikkelingen in het buitengebied die middels een planologische procedure mogelijk worden gemaakt. Het gaat om ontwikkelingen die niet rechtstreeks of via een flexibiliteitsbepaling zijn toegestaan in het vigerende bestemmingsplan/omgevingsplan. Bij het kwaliteitsmenu van de gemeente Roerdalen is een tabel opgezet met daarin de ruimtelijke ontwikkeling en de noodzakelijke kwaliteitsbijdrage. Onderhavig initiatief heeft betrekking op het toevoegen van de locatie Kastanjelaan 10 bij de gemeentewerf van de gemeente Roerdalen. Daarmee wordt een solitaire bedrijfslocatie uitgebreid. Deze uitbreiding zou dan vallen onder categorie 7b. Echter, in dit specifieke geval gaat het om een niet commerciële maatschappelijke voorziening gelet op het feit dat het een gemeentewerf betreft. Om die reden wordt dan ook aansluiting gezocht bij module 10a van het Kwaliteitskader.

In dat geval is een ruimtelijk en landschappelijk inpassingsplan noodzakelijk. Van een aanvullende kwaliteitsbijdrage is geen sprake. Om dit te borgen is in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen dat uitsluitend een gemeentewerf is toegestaan. Daarmee is het uitgesloten dat een commerciële bedrijfsmatige exploitatie ter plaatse kan plaatsvinden. Voor het initiatief is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (zie paragraaf 3.3). Het landschappelijk inpassingsplan is in lijn met het kwaliteitskader van de gemeente Roerdalen.

Vastgesteld

23

5.

RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN

Bij het uitbreiden van de gemeentewerf dient rekening gehouden te worden met (milieu-)-aspecten vanuit de omgeving en op de omgeving. Het onderzoek naar de milieuaspecten zoals geluid, luchtkwaliteit, bodem en grondwaterkwaliteit, milieu-invloed bedrijvigheid en externe veiligheid wordt in de navolgende paragrafen beschreven. Eveneens is gekeken naar de gevolgen van het initiatief voor onder andere de aspecten kabels, leidingen en straalpaden, geurhinder en veehouderijen, ecologie, waterhuishouding, archeologie en cultuurhistorie en verkeer en parkeren. Ook de hieruit voortkomende bevindingen worden in onderstaande paragrafen toegelicht.

5.1

Milieuaspecten

5.1.1 Milieueffectrapportage Op basis van artikel 7.17 Wm, dient het bevoegd gezag een beslissing te nemen omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Middels deze paragraaf wordt invulling gegeven aan de vereisten van artikel 7.16 Wm, op basis waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 7.17 Wm een beslissing kan nemen. Deze paragraaf bevat een toetsing aan de selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (zie hierna).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=a1174e28-de6c-482d-9675-49d879400d94