CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Bijlage 2: (Concept) ontwerp ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 18 april 2024, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen Zonnepark Hobertsveldweg Sint Odilienberg29.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HOBERTSVELDWEG

IN VERBAND MET DE REALISERING VAN EEN ZONNEPARKPROJECT MET BATTERIJ-OPSLAG AAN EN NABIJ DE HOBERTSVELDWEG IN SINT ODILIËNBERG

Datum: Status: Versie:

6 februari 2024 Definitief 2 1

Inhoudsopgave: 1

Inleiding ......................................................................................................................................... 4

1.1

Aanleiding en doel ......................................................................................................................... 4

1.2

Locatie en begrenzing besluitgebied.............................................................................................. 4

1.3

Geldend bestemmingsplan ............................................................................................................ 5

1.4

Leeswijzer ...................................................................................................................................... 5

2

Projectbeschrijving ......................................................................................................................... 6

2.1

Beschrijving huidige situatie besluitgebied ..................................................................................... 6

2.1.1

Huidige situatie besluitgebied en directe omgeving ....................................................................... 6

2.1.2

Landschappelijke kwaliteiten en het voormalig gebruik van het besluitgebied ............................... 7

2.1.3

Bodem en natuurlijk watersysteem .............................................................................................. 10

2.1.4

Beleving besluitgebied en recreatie in de omgeving .................................................................... 11

2.1.5

Natuurwaarden binnen en rondom het besluitgebied................................................................... 11

2.2

Beschrijving toekomstige situatie besluitgebied ........................................................................... 12

2.2.1

Het zonneveld .............................................................................................................................. 12

2.2.2

De batterij-opslag ......................................................................................................................... 15

2.2.3

De toegankelijkheid, beveiliging en ontsluiting ............................................................................. 17

2.2.4

De landschappelijke inpassing ..................................................................................................... 18

2.2.5

Bouw ............................................................................................................................................ 23

2.2.6

Instandhouding en ontmanteling .................................................................................................. 23

2.3

Toetsing aan het bestemmingsplan ............................................................................................. 24

3

Beleid ........................................................................................................................................... 28

3.1

Rijksbeleid ................................................................................................................................... 28

3.2

Provinciaal beleid ......................................................................................................................... 31

3.3

Regionaal beleid .......................................................................................................................... 46

3.4

Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 49

4

Omgevingsaspecten .................................................................................................................... 59

4.1

Natuurwaarden ............................................................................................................................ 59

4.2

Archeologie .................................................................................................................................. 62

4.3

Cultuurhistorische waarden ......................................................................................................... 62

4.4

Water ........................................................................................................................................... 63

4.5

Bodem ......................................................................................................................................... 64

4.6

Geluid .......................................................................................................................................... 64 2

4.7

Luchtkwaliteit ............................................................................................................................... 66

4.8

Verkeer en parkeren .................................................................................................................... 66

4.9

Lichtreflectie ................................................................................................................................. 67

4.10

Elektromagnetische straling ......................................................................................................... 68

4.11

Bedrijven en milieuzonering ......................................................................................................... 69

4.12

Externe veiligheid......................................................................................................................... 69

4.13

Vormvrije m.e.r.-beoordeling ........................................................................................................ 72

4.14

Participatie en maatschappelijke meerwaarde ............................................................................. 73

5

Uitvoerbaarheid ........................................................................................................................... 77

5.1

Economische uitvoerbaarheid ...................................................................................................... 77

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid................................................................................................ 78

5.3

Crisis- en herstelwet .................................................................................................................... 78

3

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

Het kabinet heeft met het nationale Klimaatakkoord als centraal doel gesteld om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland in 2030 met 49% terug te dringen ten opzichte van 1990. Voor de elektriciteitssector geldt hierbij een opgave om in eerste instantie in 2030 de CO2-emmissies met tenminste 20,2 Mton te verminderen. Deze doelstelling is verdeeld over 30 energieregio’s. De gemeente Roerdalen maakt deel uit van de energieregio Noord- en Midden Limburg. In de Regionale Energiestrategie 1.0 heeft de energieregio Noord- en Midden Limburg als ambitie uitgesproken om 1.200 megawatt (MW) aan hernieuwbare elektriciteit op te wekken in 2030. Projecten die hiervoor nodig zijn, moeten vergund zijn in 2025. De gemeente Roerdalen neemt in het kader van deze energietransitie haar verantwoordelijkheden op zich. De gemeente wil een bijdrage leveren aan de realisatie van duurzaam gegenereerde elektriciteit op land en heeft als doelstelling om 70% van het elektriciteitsverbruik (230 TJ per jaar) duurzaam op te wekken in 2030. Dit doet de gemeente door een combinatie aan maatregelen. De gemeente stimuleert de aanleg van zonnepanelen op daken.

In aanvulling daarop maakt de gemeente de realisering van kwalitatieve zonneparkprojecten mogelijk, die voldoen aan de uitgangspunten uit het Beleidskader Zonne- en Windenergie Gemeente Roerdalen 2021-2030 (hierna: “het Beleidskader”) en de kwaliteitsnormeringen die zijn gesteld in de ‘beoordelingsmatrix Zon op Land’ (hierna: “de Beoordelingsmatrix”). De gemeente heeft in eerste tranche 25 MW opengesteld voor initiatieven die voldoen aan de Beoordelingsmatrix. Statkraft heeft bij de gemeente Roerdalen een principeverzoek ingediend voor de realisering van een zonneparkproject met batterij-opslag op de percelen aan en nabij de Hobertsveldweg in het buitengebied ten westen van de kern Sint-Odiliënberg. De gemeente heeft dit principeverzoek beoordeeld aan de hand van de Beoordelingsmatrix. Daarbij is de gemeente tot het oordeel gekomen dat het initiatief van Statkraft in vergelijking tot andere initiatieven hoger scoort met betrekking tot de aspecten die zijn opgenomen in de Beoordelingsmatrix. Om die reden is Statkraft door de gemeente uitgenodigd om de ruimtelijke procedure voor vergunningverlening te doorlopen.

Statkraft heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Roerdalen (hierna: “het college”) een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor de realisering van het zonneparkproject met batterij-opslag en landschappelijke inpassing, in afwijking van het geldend bestemmingsplan (op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3° Wabo). Deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld als onderdeel van de vergunningaanvraag. Hierna komen alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening voor het project aan de orde. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing beschrijft dat de realisering van het zonneparkproject met batterij-opslag en landschappelijke inpassing in overeenstemming is met de eis van een goede ruimtelijke ordening. 1.2

Locatie en begrenzing besluitgebied

Het besluitgebied is gesitueerd op tien percelen aan en nabij de Hobertsveldweg in het buitengebied ten westen van de kern Sint-Odiliënberg (kadastraal bekend gemeente Posterholt sectie B, perceelnummers: 4319, 4320, 4323, 4324, 4325, 4326, 4330, 4331, 4398, 4399, 4484 en 4485). Het besluitgebied heeft een oppervlakte van circa 14,4 hectare:

4

Figuur 1: Weergave ligging en begrenzing besluitgebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl) 1.3

Geldend bestemmingsplan

Het besluitgebied ligt binnen de grenzen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen – 2e herziening’, dat door de raad van de gemeente Roerdalen (hierna: “de raad”) is vastgesteld op 21 april 2016 (hierna: “bestemmingsplan”):

Figuur 2: Weergave besluitgebied binnen de plankaart van het bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De gronden van het besluitgebied zijn in het bestemmingsplan – al dan niet gedeeltelijk – aangewezen voor de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden - 1’, de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie - 5’ en ‘Waarde - Archeologie - 6’ en de gebiedsaanduiding ‘milieuzone - roerdalslenk II’. 1.4

Leeswijzer

Deze ruimtelijke onderbouwing is opgebouwd uit 5 hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de kenmerken van het huidige besluitgebied en het voorgenomen zonneparkproject met batterij-opslag en landschappelijke inpassing. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het project. De haalbaarheid van het project aan de hand van de relevante omgevingsaspecten wordt in hoofdstuk 4 behandeld. In hoofdstuk 5 komt tot slot de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid 5

aan bod. 2

Projectbeschrijving

Dit hoofdstuk gaat in op de huidige situatie en de voorgenomen ontwikkeling. Het gaat daarbij om een feitelijke beschrijving van de huidige en toekomstige inrichting van het besluitgebied. Ook volgt een toetsing aan het bestemmingsplan. 2.1

Beschrijving huidige situatie besluitgebied

2.1.1

Huidige situatie besluitgebied en directe omgeving

Het besluitgebied ligt in het buitengebied ten westen van de kern Sint-Odiliënberg. Het besluitgebied is circa 14,4 hectare groot. Momenteel is het besluitgebied volledig in gebruik voor agrarische doeleinden, deels als aspergeveld en deels voor de teelt van voederbieten, maïs en graan. Rondom het besluitgebied zijn verschillende wegen aanwezig. Het besluitgebied grenst direct aan de Maasbrachterweg (noordwestzijde), 1e Hobertsweg (westzijde), 2e Hobertsweg (oostzijde), Waarderweg (zuidzijde) en de Hobertsveldweg, die zich te midden van het besluitgebied bevindt. Ongeveer tweehonderd meter ten noorden van het besluitgebied bevindt zich de Grote Bergerweg.

Figuur 3: Weergave wegennetwerk rondom het besluitgebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Door de omliggende bosperceeltjes ligt het besluitgebied op de overgang tussen open en halfopen grondgebied. Hierbij fungeren de beplantingsstructuren van de omliggende wegen als aanvullende geleiding van het gebied. Aan de oostzijde van het besluitgebied gaan de structuren van het landschap over in een mozaïek van agrarische percelen en bospercelen aangevuld met enkele huiskavels.

6

2.1.2

Landschappelijke kwaliteiten en het voormalig gebruik van het besluitgebied

Aanwezige landschappelijke kwaliteiten binnen en rondom het besluitgebied Het besluitgebied ligt op de overgang van de oude velden aan de westzijde naar de jonge heideontginningen aan de oostzijde. Zoals in de ‘Kwaliteitskaart Landschap Noord- en Midden-Limburg’ is weergegeven, ligt het besluitgebied op de overgang van het landschapstype ‘Bouwland, veld’ naar het landschapstype ‘Droge heide-ontginning’. Verder is aan een gedeelte van het besluitgebied het landschapstype ‘Beekdal’ toegekend:

Figuur 4: Uitsnede van de ‘Kwaliteitskaart Landschap Noord- en Midden Limburg’ De aanwezigheid van oude Roermeanders is een bijzondere kwaliteit van het gebied. Het gebied heeft een golvend karakter als gevolg van de ligging van oude Roermeanders, die dateren uit de laatste ijstijd. Deze oude rivierbeddingen van de Roer vormen de belangrijkste kernkwaliteit van het agrarisch gebied tussen het “Sweeltje” in het zuiden en “Lerop” in het noorden. In het besluitgebied liggen delen van twee oude meanders. De meanderboog in het noordelijk deel van het besluitgebied is redelijk gaaf en over grote lengte in het landschap te volgen. De meander in het zuidelijk deel is aan de zuidzijde dichtgestoven en eindigt zodoende tegen een landduin.

Figuur 5: Geomorfologie en reliëf van de gronden van het besluitgebied

Door de aanwezigheid van meanders bedragen de hoogteverschillen in het landschap in en rondom het besluitgebied twee tot drie meter. Dit geeft het gebied een markante eigenschap. Daar waar veldwegen het landschap doorsnijden of doorsneden, zijn als gevolg van deze meanders steilranden ontstaan. Eén zo’n rand is in het besluitgebied gelegen, op de overgang van het aspergeveld aan de Waarderweg naar 7

de achterliggende percelen. Geschiedenis van het gebruik van de gronden binnen en rondom het besluitgebied Het besluitgebied is gelegen op de overgang van open naar halfopen agrarisch landschap. Er is sprake van deze mate van openheid sinds de ruilverkaveling uit de jaren ’60-’70. Destijds is een aantal snippers van bospercelen opgeruimd, en het huidige rationele patroon van veldwegen en de huidige Waarderweg zijn aangelegd. Historisch gezien behoort het besluitgebied bij Linne. Van hieruit is het gebied tot aan de huidige Waarderweg eeuwen geleden ontgonnen. De ligging van de heide was in Midden-Limburg traditioneel de ‘achterkant’ van de gemeente, het verste af gelegen van de hoofdkern en de Maas.

Figuur 6: Kaart met de daarop verschillende boerderijen en bijbehorende gronden zoals deze in de 17 e eeuw bestonden (bron: janruiten.nl) De gronden van het besluitgebied waren gezien de zandige bodem niet bijzonder vruchtbaar, zodat potstalmest voorzien van stro, bosstrooisel en heideplaggen en de aanvoer van kalk uit Zuid-Limburg noodzakelijk waren voor agrarisch gebruik. In de 17e eeuw vormden de gronden één geheel bestaande uit 68 morgen (ongeveer 70-75 hectare) akkerland en 59 morgen (ongeveer 65 hectare) bos en de boomgaard aan het huis in eigendom van de familie Puytlinck (zie figuur 5). In 1712 vervalt de ‘Hof op (gen) Hobert’ aan de gemeente Linne als afbetaling van achterstallige grondbelastingen. Sinds het begin van de 19e eeuw is geen sprake meer van de aanwezigheid van een boerderij op het Hobertsveld. Er is slechts sprake van de veldnaam ‘Huysplaets’ oostelijk van de 1e Hobertsweg, direct noordelijk van de steilrand in het besluitgebied.

8

Figuur 7: Historische kaart uit 1805

Figuur 8: Historische kaart uit 1928

Tot begin 20ste eeuw is het besluitgebied gelegen op de rand van de heide. In de loop van de 19e eeuw zijn verschillende bosbouwpercelen aangeplant ter voorbereiding op definitieve ontginning. Hiervan resteren wat kleine bosperceeltjes rondom het besluitgebied en de grotere bosgebieden van Het Boord en aan het noordelijk uiteinde van de 1e Hobertsweg. De Grote Bergerweg en de Waarderweg kennen een bomenstructuur die van verre herkenbaar is. Deze is aangeplant als onderdeel van de ruilverkaveling uit de jaren ’60-’70, ter completeren van een deels al bestaande boomstructuur aan de Grote Bergerweg. Van de agrarische bebouwing uit de tijd van de Hof op (gen) Hobert resteert alleen “De Waard”, naamgever van de Waarderweg. De overige bebouwing rondom het plangebied is van recenter datum. De meest nabij gelegen bebouwing is de Hobertshof, ten noorden van het besluitgebied aan de 1e Hobertsweg. Deze hoeve kan min of meer worden gezien als de opvolger van de Hof op (gen) Hobert, maar dateert van eind 19e eeuw. De meest nabij gelegen woningen aan de Waarderweg liggen nog iets verder weg in het buitengebied en zijn beide van recenter datum (jaren ‘70/’80).

Figuur 9: Historische kaart uit 1979 In 1991 wordt het buitengebied van Linne ten oosten van de spoorlijn bij de gemeente Ambt Montfort gevoegd, die later weer opgaat in de huidige gemeente Roerdalen. Van de oude landschapsstructuren die van voor de ruilverkaveling dateren, resteert de 1 e Hobertsweg en de Maasbrachterweg. De steilrand in het terrein is ook bijzonder oud, alleen lijkt deze rechtgetrokken te zijn bij de ruilverkaveling, omdat deze slechts op hoofdlijn overeenkomt met de kavelindeling van begin 19 e eeuw. Het huidige bosje aan de oostzijde verschijnt, na van de kaart te verdwijnen in de jaren ’30, begin jaren ’50 terug op de kaart terwijl het bosje ten westen van het plangebied al in de jaren ’30 op kaart verschijnt (daarvoor was het heide).

9

Figuur 10: Verbeelding van de steilrand op de oude grens tussen akker en heide 2.1.3

Bodem en natuurlijk watersysteem

Volgens de Limburgse ‘bodemkaart’ uit 2021 bestaat de bodem uit: ‘Radebrikgronden; fijnzandige lichte zavel’ (hieronder in de kleur rood/oranje weergegeven), ‘Vorstvaaggronden; lemig fijn zand’ (hieronder in de kleur lichtgroen weergegeven) en ‘Vorstvaaggronden; leemarm en zwak lemig fijn zand’ (hieronder in de kleur geel weergegeven):

Figuur 11: Uitsnede van de Limburgse bodemkaart 2021 Concreet bestaat de bodem van het besluitgebied uit een leemarme tot zwak lemig fijn zandige vorstvaaggrond aan de zijde van de Waarderweg, die in noordelijke richting overgaat in een lemig fijn zandige bodem. Dit bodemtype gaat in de oude Roermeanders over in een radebrikgrond van fijnzandige lichte zavel. Het grondwater zit betrekkelijk diep. De hoogste grondwaterstanden liggen tussen de 80 en 140 centimeter onder het maaiveld. De waterdoorlatendheid van de bodem is goed (k-waarde 1-5m/dag) tot matig (k-waarde 0,2-0,5 m/dag) in de oude Roermeanders. Dat betekent dat bij een maatgevende regenbui van 100 millimeter in een etmaal (0,1 m per dag), het water nauwelijks de neiging zal krijgen om tot oppervlakkige afstroming te komen. Op door manoeuvres van landbouwmachines verdichte locaties heeft het water echter wel de neiging een tijd te blijven staan.

10

2.1.4

Beleving besluitgebied en recreatie in de omgeving

Recreatie Het besluitgebied ligt in een halfopen tot open agrarisch gebied, op afstand van de populaire wandel- en fietsroutes. Rondom het besluitgebied is alleen de Waarderweg onderdeel van een fietsroute. Deze weg heeft een vrij liggend fietspad aan de zuidzijde die ook voor utilitair fietsverkeer dient. Het netwerk van wandelroutes passeert bij de Hobertshof ten noorden van het besluitgebied en vormt daar de verbinding tussen Montfort, Linne en de Linnerheide. Beleving Het besluitgebied en omgeving hebben een halfopen tot open karakter dat, beleefd van de Grote Bergerweg en Waarderweg, diepe uitzichten kent met als verste object de op circa 5 kilometer afstand gelegen Clauscentrale. Deze beleving wordt afgewisseld door de beslotenheid van een aantal bospercelen. De laanbeplanting aan de Bergerweg en de Waarderweg segmenteert de openheid van het gebied. Gezien vanuit het besluitgebied is de horizon dominant groen, waarbij bebouwing slechts incidenteel in het zicht staat. Naast de Clauscentrale neemt ook de vuilstort een markante plek in aan de horizon. De glooiing die ontstaan is door de oude Roermeanders en de afwisseling van landbouwgewassen geven de openheid karakter.

Maïs en Aspergeloof dragen daarnaast bij aan een seizoensgebonden en jaarlijks wisselende verdichting van het landschap, zodat de volledige openheid van het gebied niet het gehele jaar door in dezelfde mate wordt beleefd. Komende van Linne neemt de openheid kort voor Sint Odiliënberg sprongsgewijs af vanwege de aanwezigheid van bosperceeltjes en erfbeplantingen. De andere kant op opent het gebied zich juist tot bij het bos van ELKKS Limburgia. Doordat de Grote Bergerweg veelal wat hoger ligt dan de omgeving kijkt de weggebruiker redelijk goed over gewassen als maïs heen en blijft de horizon door het jaar heen vrijwel geheel in het zicht. De Waarderweg kent door een gelijkmatige verdeling van bosjes en erfbeplantingen een sterke afwisseling tussen diepe doorzichten en wijdse uitzichten enerzijds, en de beslotenheid van aanliggende dichte beplantingen anderzijds. Ook de Waarderweg ligt veelal iets hoger dan de omgeving, zo niet bij het plangebied. Daar ligt het eerste aspergeveld juist hoger. Wel blijft hier met aspergeloof op het veld de verre horizon als smalle streep zichtbaar. 2.1.5

Natuurwaarden binnen en rondom het besluitgebied

Vegetatie Binnen het besluitgebied zijn natuurlijke vegetaties aanwezig, zoals (bescheiden) bermvegetaties met gras en ruderale soorten. Aan de zuidzijde van het besluitgebied zijn aanpalende bosperceeltjes aanwezig met zomereik, berk, tamme kastanje en robinia. Uitzonderlijke floristische waarden – voor zover bekend – ontbreken binnen en rondom het besluitgebied. Fauna Het besluitgebied herbergt op dit moment geen bijzondere fauna. Wel kunnen bijvoorbeeld de ree en das foeragerend worden aangetroffen. Enkele jaren geleden is een lang geleden verlaten dassenburcht aangetroffen in een bosje in het zuidoosten van het besluitgebied. In hetzelfde bosje is ook een nestkast aanwezig van Torenvalk, maar deze bleek niet in gebruik. Naar verwachting wordt de bomenstructuur langs de Waarderweg door vleermuizen gebruikt als geleidingsroute en/of als foerageergebied. Door het ontbreken van bomen met holten zijn verblijfplaatsen van deze streng beschermde soortgroep niet te 11

verwachten. De omgeving van het besluitgebied is in potentie geschikt als leefgebied voor diverse vogelsoorten, zoals de nachtegaal en geelgors, eikenpage en mogelijk nog een aantal andere soorten. Daarnaast is het voorkomen van akker- en weidevogels, zoals Kwartel en Veldleeuwerik bekend uit de omgeving. De bosperceeltjes rondom het besluitgebied vormen bescheiden stapstenen in de migratie van diersoorten tussen de natuurgebieden Het Sweeltje, Het Boord en de Linnerheide. 2.2

Beschrijving toekomstige situatie besluitgebied

2.2.1

Het zonneveld

Locatie Het zonneveld zal betrekking hebben op een groot deel van het besluitgebied. De oppervlakte van het zonneveld (inclusief bijbehorende voorzieningen en onderhoudspaden) zal circa 11,5 hectare bedragen:

Figuur 12: Zonneveld (met landschappelijke inpassing en batterij-opslag) Kenmerken van het zonneveld De zonnepanelen worden opgesteld als omgekeerde oost-west opstelling, de zogenoemde “vlinder-opstelling”. De hoge zijde van de constructie zit aan de buitenzijde van de panelenrijen, in plaats van in een dakvorm in het midden. Hierdoor komt meer zonlicht en hemelwater onder de panelen terecht op de bodem dan bij een traditionele oost-west opstelling. De infiltratie vindt op een gecontroleerde manier plaats en heeft een positief effect op de natuurontwikkeling onder de panelen en op het bodemleven. Er worden drie palen van 4 meter hoog met een nestkast voor de diersoort Torenvalk geplaatst. De panelen hebben een rijbreedte van 9,5 meter.

• •

De lager gelegen panelen (onderste zijde) hebben een minimale hoogte van 60 centimeter en maximale hoogte van 1,20 meter vanaf het maaiveld (zie ook figuur 23). De hoger gelegen panelen (bovenste zijde) hebben een minimale hoogte van 1,4 meter en maximale hoogte van 2 meter vanaf het maaiveld (zie ook figuur 23).

12

Figuur 13.1: Maatvoering (in mm) van de vlinderopstelling. Onder de panelenrijen mogen vochtige laagtes aanwezig zijn. Er zal bij wijze van pilot onderzocht worden of asperges geteeld kunnen worden tussen de panelenrijen, op het oppervlak van 1 voetbalveld. De oriëntatie van de percelen binnen het besluitgebied is niet zodanig dat een volledig oostwest georiënteerde opstelling wenselijk is. Om in de structuur van de kavels te blijven en om een nette afwerking naar de zijkanten van het zonneveld mogelijk te maken, is ervoor gekozen de rijen circa 18 graden te draaien ten opzichte van oost-west. Daarmee staan de rijen nu haaks op de Hobertsveldweg en de perceelgrens in het verlengde van de steilrand. De steilrand blijft daarbij vrij van panelen, zodat deze als klein landschapselement zichtbaar en herkenbaar blijft vanuit de omgeving. Daarnaast is ervoor gekozen om de Roermeanders herkenbaar te maken in het zonneveld. Dit gebeurt enerzijds door ter plekke van de Roermeanders inhammen in het zonneveld vrij te houden van zonnepanelen. In deze inhammen worden poelen aangelegd als referentie aan de voormalige rivierbedding. In de opstelling van de zonnepanelen worden de oude Roermeanders herkenbaar gemaakt door de opstelling van de zonnepanelen lager uit te voeren dan op de aanliggende hoogtes. Zo wordt het al bestaande hoogteverschil tussen meander en hoogte nog verder geaccentueerd.

Figuur 13.2: Principeaanzicht van de lange zijde van een rij panelen met daarbij aangeduid het onderscheid tussen de rijen panelen in de oude Roermeander en de rijen panelen daarbuiten Werking van het zonneveld De opgewekte stroom wordt vanaf de zonnepanelen getransporteerd naar omvormers, veelal gemonteerd onder de panelen. De omvormers hebben een hoogte van 0,87 meter hoog, 1,14 meter lang, en 0,36 meter diep. Vanaf de omvormers wordt de stroom ondergronds getransporteerd naar één van de twee 13

transformatorstations die zijn gesitueerd aan de oost- en westzijde van het besluitgebied. Deze hebben een lengte van 6,01 meter, een breedte van 2.44 meter, en een hoogte van 3,4 meter. De fundering heeft een minimale diepte van 30 centimeter en maximale 120 meter. Vanaf de transformatoren wordt de stroom ondergronds naar de batterij-opslag en het inkoopstation getransporteerd, dat is gesitueerd aan de noordoostzijde van het besluitgebied. Deze hebben een lengte van 5,26 meter, een breedte van 3,06 meter, hoogte van 3,20 meter. De fundering heeft een diepte van 1,09 meter.

Figuur 14.1 Inkoop- en trafostation

14

Figuur 14.2: Omvormer De batterij-opslag zorgt ervoor dat de opgewekte elektriciteit deels opgeslagen kan worden en een meer gelijkmatige levering aan het net kan worden gerealiseerd.

Locatie inkoopstation Locatie trafostations

Figuur 15: Locatie inkoopstation en trafostations 2.2.2

De batterij-opslag

De realisatie van het energieopslag systeem (EOS) heeft betrekking op een klein deel van het besluitgebied. Het gaat om de gronden bij de toegangsweg aan de noordoostzijde van het besluitgebied.

15

Locatie batterij-opslag

Figuur 16: Locatie batterij-opslag Het energieopslag systeem (EOS) zal de volgende onderdelen bevatten: • • • •

Containers gevuld met batterijmodules Power conversie systeem voor het converteren van gelijkstroom naar wisselstroom en vice versa Transformatorsysteem voor het vergkrijgen van Figuur 17: Indicatieve detailtekening van een Fluence EOS. Bron: Fluence Energy LLC. het gewenste spanningsniveau https://www.intersolar.de/media/doc/615ef9ba17d1840f931e8fd3 Schakelsysteem voor het beschermen en het kunnen op- en afschakelen van het complete systeem

Op dit moment gaat Statkraft ervan uit dat er sprake zal zijn van een EOS met een vermogen van 10MW en een capaciteit van 40MWh. De maximale hoogte van de batterijcontainers zal 3 meter bedragen, gemeten vanaf het maaiveld. De batterijen zullen tussen de 0.16 en 0,2 hectare ruimte in beslag nemen. De daadwerkelijke dimensionering hangt samen met de toekomstige netaansluiting, leverancier en technologische ontwikkelingen. In dit hoofdstuk zijn twéé systemen visueel meegenomen als indicatie voor een toekomstige EOS (figuren 17 en 18). Statkraft zal niet buiten de grenzen van het besluitgebied treden, zoals te zien is in de verbeelding die als figuur 16 is opgenomen. Bij de plaatsing van de systeemonderdelen is als uitgangspunt gehanteerd dat het beschikbare terrein zo efficiënt mogelijk wordt ingericht. Eventuele ondersteunende voorzieningen (zoals een koelmotor of een aanvoerbuis voor lucht etc.) zouden – afhankelijk van de uiteindelijk te plaatsen opstelling – op de batterij containers geplaatst moeten kunnen worden. Deze hoogte bedraagt (aanvullend) maximaal 70 centimeter.

16

Figuur 18: Energie opslagsysteem gerealiseerd door Statkraft in Duitsland, Dörverden.

2.2.3

De toegankelijkheid, beveiliging en ontsluiting

Het zonneveld is niet openbaar toegankelijk (voor mensen). Rondom het zonneveld zal een hekwerk worden geplaatst met een poort van maximaal 2 meter hoog. Hierbij wordt geen horizontale bovenbuis of prikkeldraad toegepast. Door een grove maas oogt het transparant. Het gaas zal minimaal 10 centimeter boven het maaiveld beginnen of onderaan niet worden vastgemaakt, zodat kleinere diersoorten onder het hekwerk door kunnen.

Figuur 19: Verbeelding hekwerk, inclusief poort. Het zonneparkproject heeft zes ingangen, drie aan de westzijde, één aan de noordzijde, en twee aan de oostzijde. Langs de buitenranden is recreatief medegebruik mogelijk. Aan de 1e Hobertsweg – nabij de ingang aan de meest zuidelijke westzijde – zal een rustpunt worden ingericht door de plaatsing van een picknicktafel (180 cm lang x 70 cm breed x 70 cm hoog) met daarbij één informatiebord met een minimale hoogte van 0,8 meter en een maximale hoogte van 1,20 meter en een breedte van minimaal 1 meter en maximaal 1,5 meter. Ook een insectenhotel zal worden geplaatst van 1 meter lang en 0,4 meter breed en 2,50 meter hoog. De impact van het informatiepunt op de omgeving is beperkt gezien de bescheiden afmetingen. Met het oog op de toegankelijkheid van het gebied in geval van brand of andersoortige calamiteit, zal worden voorzien in een opstelplaats en eventueel halfverharde paden voor hulpverleningsvoertuigen op het zonneveld. Vanwege het belang van het waarborgen van de veiligheid van het besluitgebied (en de directe omgeving) zullen minimaal 20 en maximaal 27 CCTV-camera’s worden geplaatst. Deze hebben een minimale maat van 150 cm en een maximale maat van 450 cm. De camera’s worden op een mast van 5 meter hoog geplaatst.

17

Figuur 20 Weergave CCTV-camera 2.2.4

De landschappelijke inpassing

De landschappelijke inpassing van het zonneveld en de batterij-opslag zijn beschreven in het landschappelijk inrichtingsplan. Dit document is als bijlage 1 bij deze onderbouwing gevoegd. De landschappelijke inpassing van het project is gebaseerd op de beleidsuitgangspunten van de gemeente. Meer in het bijzonder is de landschappelijke inpassing gericht op het versterken van aanwezige landschappelijke waarden, het behoud van de openheid van het landschap (en de wensen van omwonenden) en het verbeteren van de biodiversiteit. Versterken van aanwezige landschappelijke kenmerken •

Statkraft heeft als uitgangspunt voor de landschappelijke inpassing van het zonneveld genomen dat deze een versterking moet opleveren van het halfopen karakter van het landschap van de jonge heideontginningen. Met dit uitgangspunt is rekening gehouden bij de inrichting van het zonneveld en de inrichting van de landschappelijke inpassing. Beide sluiten aan op het patroon van de aanwezige kleine bospercelen rondom het besluitgebied.

•

Een tweede uitgangspunt is het respecteren en herkenbaar maken van het glooiende terrein met de oude Roermeanders. Het besluitgebied ligt op de overgang van het open agrarisch gebied van het Linnerveld naar het halfopen karakter van de jonge heideontginningen, in de directe nabijheid van boomstructuren aan de Waarderweg en Grote Bergerweg. De landschappelijke inpassing versterkt de overgang tussen open en halfopen landschap, en daarmee de historische overgang tussen oude velden en jonge heideontginningen.

•

Voor de landschappelijke inpassing is daarbij bewust gekozen voor het toepassen van cultuurhistorische landschapselementen, zoals kleine houtkanten/bosjes, om op die manier het karakteristieke beeld van het halfopen landschap te versterken. Vanuit de maat- en schaalverhouding van in de omgeving voorkomende bosjes is ervoor gekozen om één bosje aan te planten aan de noordoostkant.

18

Figuur 21: Landschappelijke inpassing zonneparkproject

Behoud van de openheid van het landschap De beleving van de openheid van het gebied wijzigt door de aanleg van het zonneveld. Echter wordt dit effect grotendeels gemitigeerd door de keuzes die Statkraft maakt bij de inrichting van het zonneveld en de realisering van de landschappelijke inpassing. Vanaf de Grote Bergerweg richting Linne verandert het uitzicht over het Hobertsveld, waarbij de landschappelijke inpassing van het zonneveld een geleding aanbrengt in de openheid. •

Vanwege het golvende karakter van het terrein blijft de horizon met het bos bij de vuilstort en de Clauscentrale zichtbaar over de zonnepanelen:

Figuur 22: Zonneveld met landschappelijke inpassing gezien vanaf de Grote Bergerweg in de richting van de vuilstort •

In samenhang met de erfbeplanting van de Hobertshof en het bos van ELKKS Limburgia trechtert de landschappelijke inpassing van het zonneveld het uitzicht, zodat het monotone karakter van de openheid verandert in een afwisselend mozaïek met diepe doorzichten naar de horizon.

19

Figuur 23: Het Zonneveld met landschappelijke inpassing gezien vanaf de Waarderweg •

Doordat de grondvorm van het zonneveld uit twee ten opzichte van elkaar verschoven vlakken bestaat, ligt het zonneveld niet als een massief blok in het landschap, maar draagt het bij aan de versterking van de dieptewerking in het landschap. Zo draagt het zonneveld ook bij aan het herkenbaar maken van de nu in de openheid onzichtbare structuur van veldwegen en roermeanders. Dit maakt het open landschap van het Hobertsveld aantrekkelijker voor recreatie.

Figuur 24: Het Zonneveld met landschappelijke inpassing gezien vanaf de Waardeweg, nabij de 1e Hobertsweg •

Richting Sint Odiliënberg verandert vooral de dieptewerking in het landschap, versterkt door de extra coulisse die wordt opgeworpen door het L-vormige zonneveld. Het Sweeltje en de bomenstructuur van de Waarderweg blijven zichtbaar als horizon. De landschappelijke inbedding is zodanig gepositioneerd door over de zonnepanelen een diep doorzicht behouden blijft richting de horizon. Het accentueren van de roermeanders met hakhout draagt bij aan het herkenbaar maken van deze structuur in de ondergrond, zoals nu ook al het geval is op de percelen direct grenzend aan de Grote Bergerweg.

•

Vanaf de Waarderweg wordt aangesloten op het ritme van bospercelen en erfbeplantingen dat al aanwezig is aan weerszijden van de weg. Dit maakt de doorzichten op de openheid erachter belangrijker. Komende vanuit Montfort wordt het zonneveld zodanig ingepast dat de automobilist het zonneveld niet frontaal te zien krijgt vanuit de slinger westelijk van de 1e Hobertsweg. Enerzijds wordt een diep doorzicht gehandhaafd over de steilrand en de aansluitende opstelling met panelen, en wordt anderzijds middels een struweel op de hoek met de 1e Hobertsweg een rustig 20

wegbeeld gerealiseerd die tevens de reflectie van koplampen via de veelheid aan palen van de opstelling van de zonnepanelen voorkomt. •

Middels het aanvullen van de bomenstructuur aan de noordzijde van de weg wordt de aandacht van de weggebruiker gericht op de lengterichting van de weg. Vanwege het hier delen van het jaar (wanneer geen aspergeloof aanwezig is) aanwezige diepe doorzicht richting de Grote Bergerweg, is er wel voor gekozen de zonnepanelen grotendeels in het zicht te houden. Tussen en onder de rijen door blijft zo de Grote Bergerweg zichtbaar voor passagiers en gebruikers van het vrijliggend fietspad.

Figuur 25: Principedoorsneden van het zonneveld met landschappelijke inpassing •

Komende vanuit Sint Odiliënberg blijft de horizon over het zonneveld zichtbaar, net zoals dat jaarrond zichtbaar is over de maïs en het aspergeloof. De toevoeging van het bosje op de noordoosthoek van het zonneveld wijzigt hier weinig aan het beeld, vanwege de nabijheid van het bos van ELKKS Limburgia. Na het bestaande bosje aan de Waarderweg wijzigt het blikveld door de vervanging van het aspergeveld door zonnepanelen. Er is bewust voor gekozen om de rijen zonnepanelen niet direct aan de weg te laten beginnen, maar een aantal meter van de weg af. Op deze wijze blijft namelijk de horizon met Clauscentrale zichtbaar en blijft het groene karakter van het gebied beter zichtbaar. Het struweel op de hoek met de 1e Hobertsweg is zodanig gepositioneerd dat de zichtbare horizon vanuit de richting Sint Odiliënberg ongewijzigd blijft. Het doorzicht tussen en onder de rijen door verschuift wel en legt een deel van de focus in de richting van de Grote Bergerweg. Hierdoor worden de diepe doorzichten veel meer beleefd door de passagiers en gebruikers van het vrijliggend fietspad, dan door de chauffeurs. Dit bevordert overigens de verkeersveiligheid.

•

Komend vanuit de Heidestraat kijkt de weggebruiker bij de Waarderweg rechtdoor tussen de bomenrij en de rijen zonnepanelen door richting de horizon bij de Grote Bergerweg. Doordat de rijen niet direct na de weg beginnen, maar eerst een kruidenrijk grasland aanwezig is, blijft het uitzicht dominant groen, met het bos van ELKKS Limburgia en de bomenstructuur van de Grote Bergerweg als horizon.

De diepe doorzichten en het behoud van uitzicht op de horizon dragen ertoe bij dat de overgang halfopen naar open landschap een nieuwe kwaliteit krijgt na de realisatie van het zonneparkproject. Zo worden nu in de openheid onzichtbare structuren in het landschap zichtbaar gemaakt en krijgt dit landschap meer belevingswaarde voor zowel passant als recreant. Tijdens de inloopavond op 10 oktober 2022 bleek dat omwonenden hier meer waarde aan toekennen dan aan het huidige weidse uitzicht 21

Het verbeteren van de biodiversiteit •

Door de aanleg van het zonneveld verandert het terrein van een soortenarme akker/aspergeveld in een kruidenrijk grasland met zon- en schaduwspecialisten. De opstelling van de zonnepanelen zorgt voor een optimale lichtval onder de rijen, zodat een volledig gesloten kruidenrijk vegetatiedek kan ontstaan.

•

Door ruimte te houden tussen de individuele panelen op de opstelling valt regenwater verspreid en gelijkmatig over de breedte van de rij op de bodem (zie figuur 13.1). Dit bevordert het ontstaan en het behoud van een gesloten vegetatiedek onder de rijen panelen. De aanwezigheid van verschillende bodemtypen maakt de ontwikkeling van verschillende vegetatietypen mogelijk. Afhankelijk van de nutriëntenlast in de bodem zal een overgang kunnen ontstaan van droog schraalland op de hogere zandruggen aan de zuidzijde naar Glanshaverhooiland in de Roermeanders, en de lagere ruggen aan de noordzijde vanwege de daar aanwezige lichte zavel. De landschappelijke inpassing met het bosje, het struweel en de poelen worden buiten het hekwerk gehouden, zodat ze voor alle diersoorten bereikbaar zijn. Het toe te passen beplantingssortiment voor het bosje behoort tot het eiken-berkenbos. Daarbij passen we de ratelpopulier in grotere plantmaat en als snelle groeier toe, zodat het bosje snel volume krijgt en volwaardig meedoet in de landschapsbeleving. Ook kan het bosje zo al snel een functie vervullen als dagrustplaats voor bijvoorbeeld reewild.

•

De poelen en wadi’s vormen een potentieel leefgebied voor een breed aantal aan water gebonden soorten, waaronder bijzondere soorten amfibieën en libellen. Rondom de poelen worden elzen en wilgen aangeplant die als hakhout beheerd worden. Samen met de spontane ontwikkeling van een oevervegetatie bieden we leefruimte voor tal van aan watergebonden soorten. Ook zullen de poelen functioneren als drinkplek voor zoogdieren en vogels.

•

Het idee is om het zonneveld toegankelijk te houden voor diersoorten tot de grootte vergelijkbaar met een das. Dit kan door minimaal 10 centimeter ruimte te houden onderlangs het te plaatsen hekwerk. Door een grootwildraster toe te passen met grove maas oogt het 2 meter hoge hek transparant (zie ook paragraaf 2.2.4 van deze ruimtelijke onderbouwing). Met de aanwezigheid van een gesloten vegetatiedek met een kruidenrijk karakter biedt het zonneveld een divers biotoop aan allerhande insecten.

•

De aanplant van bosschages, struwelen, fruitbomen en de aanleg van wadi’s en poelen biedt daarnaast leefgebied en foerageergebied aan een keur aan andere soorten, waaronder de geelgors, nachtegaal en het boomblauwtje. Met het aanbrengen van stobbenhopen bij de stuwelen en het bosje wordt aansluitend leefgebied voor kleine marterachtigen, zoals bunzing, gefaciliteerd. Ook biedt de aanplant van jonge eiken waardplanten voor de lokaal voorkomende eikenpage.

•

Statkraft maakt het zonneveld ontoegankelijk voor de mens (beheerders uitgezonderd). Hierdoor vormt het park een gebied waar akker- en weidevogels met nog niet vliegvlugge jongen zich kunnen terugtrekken. Ook voor de haas biedt het zonnepark uitkomst als foerageergebied in een verder monotoon en soortenarm agrarisch gebied. Zelfs reewild hoeft zich niet te laten weerhouden door het hek en kan de sprong wagen. Ze zijn ertoe in staat en worden elders in Nederland 22

ook op zonnevelden (van Statkraft) waargenomen Hiernaast worden drie palen met nestkast voor de diersoort Torenvalk geplaatst (van 4 meter hoog). •

Aan de voorzieningen in de batterij-opslag worden vier vleermuiskasten opgehangen. Dit om de aanwezige populatie van gebouwbewonende, en in en rondom het zonnepark foeragerende soorten zoals gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger te faciliteren.

•

Met de aanwezige dekking is het zonneveld voor tal van soorten een functionele stapsteen tussen de grote boscomplexen van “Het Sweeltje”, “Het Boord” en de “Linnerheide”. Vooral voor de soorten met een kleinere actieradius, zoals reptielen, amfibieën en kleine marterachtigen, biedt dit perspectief voor het vergroten van uitwisselingsmogelijkheden tussen de verschillende populaties in de omgeving.

2.2.5

Bouw

De start van de bouw is afhankelijk van het moment dat de benodigde vergunningen worden verleend en de benodigde rijkssubsidies worden toegewezen. Na de vergunningverlening vraagt Statkraft de SDE++ subsidie aan. Na toewijzing van deze subsidie start de bouwvoorbereidingfase en vervolgens de bouwfase. Minstens drie weken voor aanvang van de bouw wordt de omgeving geïnformeerd over onder andere het tijdspad voor de bouw, de logistieke planning en transportroutes. In planning en tijdspad wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de belangen en wensen van de omgeving. Statkraft spant zich tot het uiterste in om eventuele overlast zoveel als mogelijk te beperken. Statkraft werkt standaard met klein materieel om minder bouwoverlast te veroorzaken voor de omwonenden en natuur en nemen de adviezen zoals aangegeven in de flora & fauna rapportage van Faunaconsult in acht. Om een gezonde bodem te bewerkstelligen betrekt Statkraft tijdens de bouwfase Wageningen University & Research (WUR), TNO en Bureau Verbeek. Lokale hoveniersbedrijven zullen worden ingeschakeld voor het aanplanten en beheren van de vegetatie. 2.2.6

Instandhouding en ontmanteling

Het zonneparkproject wordt tijdelijk voor de duur van 30 jaar aangevraagd. De exploitatie vangt aan op het moment van aanmelding bij CertiQ (of een andere bevoegde instantie) en vanaf dat moment begint de gestelde exploitatietermijn te lopen (zie ook: Rechtbank Oost-Brabant 23 juni 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:2652, r.o. 7.3). De amovering wordt zowel privaatrechtelijk (anterieure overeenkomst) als bestuursrechtelijk (voorschrift omgevingsvergunning) geborgd. In de anterieure overeenkomst wordt een bepaling opgenomen dat het zonnepark verwijderd moet worden na beëindiging van de exploitatie. Ook wordt in de overeenkomst geborgd dat de financiële middelen beschikbaar zijn om het zonnepark te kunnen verwijderen. Daarnaast bevat de omgevingsvergunning, overeenkomstig artikel 2.17.2 van de Omgevingsverordening Limburg 2014, een voorschrift dat het zonnepark na beëindiging van de exploitatie verwijderd moet worden. Om aan het einde van de looptijd het zonnepark te kunnen amoveren dient er in de businesscase een reservering gemaakt te worden. Dit om aan het einde van de looptijd het risico af te dekken van de mogelijke kosten die daarvoor gemaakt moeten worden. In het “Amoveringsplan” (bijlage 2) wordt dit verder toegelicht. 23

Gedurende deze termijn blijft de landschappelijke inpassing in stand en wordt deze beheerd volgens het beplantings- en beheerplan dat als bijlage 3 bij deze ruimtelijke onderbouwing is gevoegd. Het zonneveld kan na afloop van deze termijn, of nadat het zonneveld definitief buiten gebruik is gesteld, eenvoudig worden ontmanteld. De restmaterialen (staal, kabels, technische installaties en panelen) zullen volgens de dan geldende technieken worden hergebruikt en gerecycled. De betrokken gronden, waarop het zonneveld worden gerealiseerd, zullen na de exploitatieperiode, of nadat het zonneveld definitief buiten gebruik is gesteld, in onbebouwde staat worden teruggebracht. In dit kader wordt – in overeenstemming met de norm NEN 5740 – een nulmeting gemaakt van de feitelijke situatie voorafgaand aan de (bouw)werkzaamheden ter realisatie van het zonneparkproject. Statkraft zal de toestand van het besluitgebied in beginsel terugbrengen naar de staat, zoals deze is vastgelegd van de nulmeting. Statkraft zal gezamenlijk met de betrokken partijen, waaronder de gemeente, bezien of de Landschappelijke Inpassing van het zonneparkproject behouden kan blijven. Het is ook de uitdrukkelijke wens van Statkraft om de Landschappelijke Inpassing zoveel mogelijk te behouden, voor zover de ontmanteling ervan niet bijdraagt aan de toekomstig gewenste invulling van het besluitgebied.

De gevraagde afwijking van het bestemmingsplan heeft betrekking op een periode van 30 jaar. 2.2.7 Landschappelijke inbedding versus ontmanteling Voor de landschappelijke inbedding valt een onderscheid te maken in het parkgedeelte ten zuiden en het parkgedeelte ten noorden van de Hobertsveldweg. Voor het terreingedeelte ten zuiden van de Hobertsveldweg geldt, dat de landschappelijke inbedding een permanent karakter heeft en na amovering van de zonnepanelen als kleine landschapselementen in het terrein gehandhaafd blijven. Op het parkgedeelte ten noorden van de Hovertsveldweg kent ook de landschappelijke inbedding een tijdelijk karakter. Dat betekent dat de natte laagtes, bomen en houtkanten in beginsel worden opgeruimd en het terrein weer volledig wordt omgezet in landbouwgrond. Eventuele compensatie (wettelijk/omgevingsverordening) voor het verwijderen van de landschapselementen kan (afhankelijk van gemaakte afspraken) worden gerealiseerd op het terrein van het zuidelijke veld, zodat te allen tijde een robuuste stapsteen gehandhaafd blijft tussen de verschillende natuurgebieden in de omgeving. 2.3

Toetsing aan het bestemmingsplan

Met betrekking tot het initiatief zijn de volgende voorgenomen activiteiten met het oog op de omgevingsvergunningaanvraag relevant: 1.

2.

3.

Het gebruik van de gronden ten behoeve van het zonneveld met batterij-opslag en bijbehorende technische voorzieningen (waaronder een inkoopstation, omvormers, twee transformatorgebouwen, een hekwerk, picknicktafel, drie palen (met nestkast), maximaal 27 masten voor de CCTVcamera’s, een insectenhotel, en een recreatief informatiebord. Het bouwen van het zonneveld, een batterij-opslag, een inkoopstation, omvormers, twee transformatorgebouwen, een hekwerk, een picknicktafel drie palen (met nestkast), maximaal 27 masten voor de CCTV-camera’s, een insectenhotel, en een recreatief informatiebord. Het uitvoeren van grondwerkzaamheden, het aanbrengen van fundering en het aanbrengen van de landschappelijke inpassing. 24

Ad. 1: Het gebruik van de gronden gedurende de exploitatieperiode Volgens artikel 4.1 van de planregels behorend bij het bestemmingsplan (hierna: “de planregels”) zijn de voor ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden - 1' aangewezen gronden bestemd voor de uitvoering van een agrarisch bedrijf, met daarbij behorende voorzieningen, wonen in een bedrijfswoning, extensieve dagrecreatie, evenementen en verschillende nevenfuncties. Volgens artikel 4.1 van de planregels is het niet toegestaan om de gronden van het besluitgebied te gebruiken ten behoeve van een zonneveld, het inkoopstation, omvormers, de transformatorgebouwen, een insectenhotel, het recreatief informatiebord, de picknicktafel, het hekwerk, de batterij-opslag, maximaal 27 masten voor de CCTV-camera’s en de drie palen met nestkast. Het afwijkend gebruik van de gronden kan het college niet vergunnen met toepassing van een ‘binnenplanse afwijking’ of de ‘kruimelgevallenregeling’. Gelet daarop is voor het afwijkend gebruik een omgevingsvergunning benodigd waarbij het college de ‘buitenplanse afwijkingsmogelijkheid’ toepast. Ad.

2: Het bouwen van het zonneveld, de batterij-opslag, het inkoopstation de transformatorgebouwen, hekwerk, een picknicktafel drie palen (met nestkast), een insectenhotel, en een recreatief informatiebord Voor de bouw van het zonneveld, het inkoopstation, omvormers, de transformatorgebouwen, een insectenhotel, een recreatief informatiebord, de picknicktafel, het hekwerk, de batterij-opslag, maximaal 27 masten voor de CCTV-camera’s en de drie palen (met nestkast) geldt het volgende:

•

•

‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden – 1’ Volgens artikel 4.2 van de planregels is het ter plaatse van de gronden van het besluitgebied uitsluitend toegestaan bouwwerken te bouwen die ten dienste staan van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden – 1’. Het zonneveld, het inkoopstation, omvormers, de transformatorgebouwen, een insectenhotel, het recreatief informatiebord, de picknicktafel, het hekwerk, de batterij-opslag, maximaal 27 masten voor de CCTV-camera’s en de drie palen (met nestkast) zullen niet ten behoeve van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden – 1’ worden gebouwd. Dit betekent dat de bouw van deze bouwwerken niet in overeenstemming is met artikel 4.2 van de planregels. ‘Waarde – Archeologie – 5’ Op grond van artikel 56.2 van de planregels gelden ter plaatse aanvullende vereisten voor het bouwen van bouwwerken in het geval dat het daadwerkelijk te verstoren gebied groter is dan 1.000 m² en/of bodemingrepen plaatsvinden die dieper zijn dan 0,40 meter. De bouw van het zonneveld het inkoopstation, omvormers, de transformatorgebouwen, een insectenhotel, het recreatief informatiebord, de picknicktafel, het hekwerk, de batterij-opslag, maximaal 27 masten voor de CCTV-camera’s en de drie palen (met nestkast) gaat gepaard met bodemingrepen dieper dan 0,40 meter en een verstoring die groter is dan 1.000 m2.

Dit betekent dat de bouw van deze bouwwerken niet in overeenstemming is met artikel 56.2 van de planregels. Het college kan de afwijking vergunnen met toepassing van de ‘binnenplanse afwijkingsmogelijkheid’ die is opgenomen in artikel 56.3 van de planregels. ‘Waarde – Archeologie – 6’ 25

•

•

Op grond van artikel 57.2 van de planregels gelden ter plaatse aanvullende vereisten voor het bouwen van bouwwerken in het geval dat het daadwerkelijk te verstoren gebied groter is dan 2.500 m² en/of bodemingrepen plaatsvinden die dieper zijn dan 0,40 meter. De bouw van het zonneveld het inkoopstation, omvormers, de transformatorgebouwen, een insectenhotel, het recreatief informatiebord, de picknicktafel, het hekwerk, de batterij-opslag, maximaal 27 masten voor de CCTV-camera’s en de drie palen (met nestkast) gaat gepaard met bodemingrepen dieper dan 0,40 meter en een verstoring die groter is dan 2.500 m2. Dit betekent dat de realisatie van deze bouwwerken niet in overeenstemming is met artikel 57.2 van de planregels. Het college kan de afwijking vergunnen met toepassing van de ‘binnenplanse afwijkingsmogelijkheid’ die is opgenomen in artikel 57.3 van de planregels. ‘Milieuzone – roerdalslenk II’ Op grond van artikel 64.3.2 van de planregels gelden ter plaatse aanvullende vereisten voor het bouwen van bouwwerken in het geval dat boorputten worden opgericht die dieper gaan dan 30 meter beneden het maaiveld. De realisatie van het zonneveld (inclusief de technische voorzieningen) en de batterij-opslag gaat niet gepaard met de oprichting van boorputten dieper dan 30 meter beneden het maaiveld.

Op grond van artikel 64.3.2 is voor de activiteit ‘bouwen’ daarom geen afwijking van het bestemmingsplan benodigd.

Conclusie In verband met de bouw van het zonneveld, het inkoopstation, omvormers, de transformatorgebouwen, een insectenhotel, het recreatief informatiebord, de picknicktafel, het hekwerk, de batterij-opslag, maximaal 27 masten voor de CCTV-camera’s en de drie palen (met nestkast) dient dus te worden afgeweken van de artikelen 4.2, 56.2 en 57.2 van de planregels. De afwijking van de artikelen 56.2 en 57.2 kan door middel van een ‘binnenplanse afwijking’ worden vergund. Voor de afwijking van artikel 4.2 is het benodigd dat het college de ‘buitenplanse afwijkingsmogelijkheid’ (en dus de uitgebreide voorbereidingsprocedure) toepast. Ad. 3: Het uitvoeren van grondwerkzaamheden, het aanbrengen van fundering en het aanbrengen van de landschappelijke inpassing. Het aanbrengen van de fundering, de sleuven (voor de bekabeling) en de landschappelijke inpassing (waaronder de poelen en wadi’s) zijn werkzaamheden waarop een aantal aanvullende planregels van toepassing is (in het kader van de toestemming ‘uitvoeren van werk en werkzaamheden’, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo):

•

‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden - 1’ Volgens de artikelen 4.6.1 en 4.6.3 van de planregels is het uitvoeren van verschillende werken en werkzaamheden slechts toegestaan, indien daardoor de waarden, zoals in lid 4.1 onder l van de planregels bedoeld, niet onevenredig worden aangetast. Het gaat om de landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische en visueel-landschappelijke waarden van de gronden. Voor het uitvoeren van de werk en werkzaamheden die samenhangen met het project, waaronder het uitvoeren van grondwerkzaamheden, het aanbrengen van fundering en het aanbrengen van de landschappelijke inpassing, is een omgevingsvergunning nodig op grond van de artikelen 4.6.1 en 4.6.3 van de planregels. ‘Waarde - Archeologie - 5’ 26

•

Op grond van artikel 56.4.1 van de planregels gelden ter plaatse aanvullende vereisten voor het uitvoeren van werk en werkzaamheden in het geval dat het daadwerkelijk te verstoren gebied groter is dan 1.000 m² en/of bodemingrepen plaatsvinden die dieper zijn dan 0,40 meter. De realisatie van het zonneveld, de batterij-opslag en de landschappelijke inpassing gaat gepaard met bodemingrepen dieper dan 0,40 meter. Dit betekent dat Voor het uitvoeren van de werk en werkzaamheden die samenhangen met het project, waaronder het uitvoeren van grondwerkzaamheden, het aanbrengen van fundering en het aanbrengen van de landschappelijke inpassing, een omgevingsvergunning nodig is op grond van artikel 56.4.1 van de planregels.

•

Volgens artikel 56.4.3 kan het college de vergunning verlenen, indien de werken of werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden, of indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

•

•

‘Waarde - Archeologie - 6’ Op grond van artikel 57.4.1 van de planregels gelden ter plaatse aanvullende vereisten voor het uitvoeren van werk en werkzaamheden in het geval dat het daadwerkelijk te verstoren gebied groter is dan 2.500 m² en/of bodemingrepen plaatsvinden die dieper zijn dan 0,40 meter. De realisatie van het zonneveld, de batterij-opslag en de landschappelijke inpassing gaat gepaard met bodemingrepen dieper dan 0,40 meter. Dit betekent dat voor het uitvoeren van de werk en werkzaamheden die samenhangen met het project, waaronder het uitvoeren van grondwerkzaamheden, het aanbrengen van fundering en het aanbrengen van de landschappelijke inpassing, een omgevingsvergunning nodig is op grond van artikel 57.4.1 van de planregels. Volgens artikel 57.4.3 kan het college de vergunning verlenen, indien de werken of werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden, of indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

Conclusie In verband met het uitvoeren van de werk en werkzaamheden die samenhangen met het project zal niet worden afgeweken van de planregels die zijn opgenomen in de artikelen 4.6 (‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden - 1’), 56.4 (‘Waarde - Archeologie - 5’) en 57.4 (‘Waarde - Archeologie - 6’). Voor het uitvoeren van deze werk en werkzaamheden is evenwel een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘het uitvoeren van werken of werkzaamheden’ (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder b, van de Wabo) benodigd. Deze omgevingsvergunning kan worden verleend, omdat: -

-

De werken en werkzaamheden leiden niet tot een onevenredige aantastging van landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische en visueel-landschappelijke waarden van de gronden (zie hoofdstuk 4 van deze ruimtelijke onderbouwing). De werk en werkzaamheden zullen niet leiden tot een verstoring van de aanwezige archeologische waarden van de gronden (zie paragraaf 4.2 van deze ruimtelijke onderbouwing).

Voor zover een toestemming voor de activiteit ‘het uitvoeren van werken of werkzaamheden’ vereist is voor het aanbrengen van de fundering, de sleuven (voor de bekabeling) en de landschappelijke inpassing, kunnen die werkzaamheden vergund worden met toepassing van artikel 2.11 van de Wabo. Er is 27

daarom voor de activiteit ‘het uitvoeren van werken of werkzaamheden’ geen afwijking van het bestemmingsplan benodigd.

Samenvatting Voor de realisatie zijn de volgende afwijkingen van het bestemmingsplan benodigd: 1.

2.

3.

4.

Een afwijking van de artikel 4.1 van de planregels voor het gebruik van het zonneveld met batterij-opslag en bijbehorende technische voorzieningen (waaronder een inkoopstation, omvormers, twee transformatorgebouwen, picknicktafel, maximaal 27 masten voor de CCTV-camera’s, drie palen (met nestkast), een insectenhotel, een recreatief informatiebord. Een afwijking van artikel 4.2 van de planregels voor de bouw van het zonneveld met batterij-opslag en bijbehorende technische voorzieningen (waaronder een inkoopstation, omvormers, twee transformatorgebouwen, picknicktafel, maximaal 27 masten voor de CCTV-camera’s, drie palen (met nestkast), een insectenhotel, en een recreatief informatiebord. Een afwijking van artikel 56.2 van de planregels voor de realisatie van het zonneveld met de batterij-opslag, het inkoopstation, omvormers, maximaal 27 masten voor de CCTV-camera’s, het hekwerk en de drie palen. Een afwijking van artikel 56.3 van de planregels voor de realisatie van het zonneveld met de batterij-opslag, het inkoopstation, omvormers, maximaal 27 masten voor de CCTV-camera’s, het hekwerk en de drie palen.

Het college kan de afwijkingen van de artikelen 56.2 en 56.3 vergunnen met toepassing van de ‘binnenplanse afwijkingsmogelijkheden’ die zijn opgenomen in respectievelijk de artikelen 56.3 en 57.3 van de planregels. 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=a63cba98-7f93-4099-a587-90d2b6cdc04d