CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Bijlage 1- Natuurlijk Groen Roerdalen, groen- en bomenbeleid 2025-2050

Gemeenteraad 30 oktober 2025, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Groen- en bomenbeleid 'Natuurlijk groen Roerdalen' 2025-205020.320 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Natuurlijk Groen Roerdalen Groen- en bomenbeleid 2025-2050

Inhoudsopgave INHOUD INLEIDING

02 04

KADER (inter)Nationale afspraken Omgevingsvisie Roerdalen 2050 LEESWIJZER

04 04 05 07

WAAROM IS GROEN BELANGRIJK?

08

1.1 1.2 1.3

08 08 08

1.

2.

3.

HOE HOUDEN WE ROERDALEN GROEN EN LEEFBAAR?

10

2.1 2.2

VERGROENEN VERBINDEN

10 11

WAT GAAN WE DOEN?

12

3.1

12 13 15 15 15 16 17

3.2

4.

02

NORM VOOR GROENE AMBITIES 3.1.1 Vergroenen voor een gezond effect 3.1.2 Verbinden zorgt voor samenhang WAT HEBBEN WE? 3.2.1 Landschap van Roerdalen 3.2.2 Groen in de openbare ruimte 3.2.2 Bomenbestand openbare ruimte

BEHOUD EN BESCHERMING

21

4.1 4.2 4.3

21 21 22 23 23 24 25 26

4.4

5.

WAARDE VAN GROEN INWONERS HECHTEN WAARDE AAN GROEN GROENVISIE

BESCHERMING BINNEN DE KERNEN BESCHERMING BUITEN DE KERNEN BEHOUD EN VERGROENEN 4.3.1 Groen in omgevingsplan 4.3.2 Gemeentelijk kapverbod 4.3.3 Herplantplicht BEHOUD EN VERBINDEN 4.4.1 Snippergroen

BEHEER EN ONDERHOUD

27

5.1

27 27 27 29 29

BEHEER VAN GROEN EN BOMEN 5.1.1 Beheer voor meer groenareaal 5.1.2 Natuurvolgend beheer 5.1.3 Datagestuurd beheer 5.1.4 Vervanging in bomenlanen

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

5.2

6.

7.

8.

ONDERHOUD VAN GROEN EN BOMEN 5.2.1 Cyclus van boom aanplant tot vervanging 5.2.2 Boomveiligheidscontrole 5.2.3 Onderhoud en ervaren overlast

30 31 31 32

ONTWERP EN PLANVORMING

33

6.1

33 33 35 37 38 38

RUIMTE VOOR GROEN IN ONTWERP 6.1.1 Bomenparagraaf 6.1.2 Ruimtelijke groenvoorwaarden 6.1.3 Groeiplaatsverbetering bij ruimtelijk plan 6.1.4 Kroonsnoei en wortelkap bij ruimtelijk plan 6.1.5 Bronbemaling bij ruimtelijk plan

COMMUNICATIE EN PARTICIPATIE

39

7.1 7.2

39 40

COMMUNICATIE PARTICIPATIE

FINANCIËLE PARAGRAAF EN UITVOERING

41

BIJLAGE 1

2 3 4 5 6 7 8

COLOFON

43 WAARDEN VAN GROEN GEZONDHEID KLIMAAT BESTENDIG BIODIVERSITEIT IDENTITEIT ANALYSE BOMENBESTAND AANWIJSCRITERIA BESCHERMDE HOUTOPSTAND ROERDALEN TOELICHTING AFWEGINGSKADER KAP HOOFDGROENSTRUCTUUR IN DE ZES DORPEN EN DE HELE GEMEENTE LOCATIES SLIM MAAIBEHEER VOOR HET DONKER PIMPERNELBLAUWTJE OMGANG MET OVERLAST DOOR BOMEN ENQUÊTE OVER GROEN

43 43 44 45 46 47 52 56 57 61 62 64

67

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

03

Inleiding Roerdalen is groen. Nationaal Park De Meinweg, de afwisselende beekdalen, het open agrarisch landschap en dorpen met ieder een eigen identiteit, geven onze gemeente haar landelijke en kleinschalige uitstraling. Een groen visitekaartje dat inwoners én bezoekers waarderen. Met dit beleid borgen we onze groene identiteit, passend binnen onze Omgevingsvisie en gericht op de toekomst.

Kader Met groen bedoelen we fysiek groen, zowel natuurlijk als aangelegd, in en rond onze dorpen. Het gaat om al het groen. Van gras tot bomen, behalve landbouwgewassen, vooral in gemeentelijk- en soms in particulier bezit. De nadruk ligt op groen in de openbare ruimte, buiten de bossen en natuurgebieden, omdat de gemeente daar de meeste invloed heeft.

van een integrale ruimtelijke inrichting, komt het echt tot zijn recht. De ruimte is schaars. De uitdaging ligt in het slim combineren van opgaven. Geheel in lijn met wat de Omgevingswet van ons vraagt: maatwerk en samenwerking. Alleen zo ontstaat een leefomgeving die niet alleen duurzaam en veerkrachtig is, maar ook aantrekkelijk en toekomstbestendig.

(inter)Nationale afspraken Groen staat centraal in dit beleidsdocument, maar niet op zichzelf. In onze leefomgeving is groen een essentiële bouwsteen, maar altijd in samenhang met andere functies zoals wonen, mobiliteit, waterbeheer en voorzieningen. Pas als groen onderdeel is

De Europese Natuurherstelwet (2024) stelt eisen aan de kwaliteit van ecosystemen ofwel natuurlijke leefgemeenschappen. Niet alleen in natuurgebieden, maar ook in stedelijk gebied. Tot 2030 mag in Nederland het areaal aan groene

Afbeelding 1: de oppervlakte aan groen in de openbare ruimte per dorp, volgens de Klimaateffectatlas (peildatum 2021)

04

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

Afbeelding 2: het Natuur Netwerk Nederland, waarvan de Natura 2000 gebieden Roerdal en Meinweg onderdeel zijn

buitenruimte binnen de bebouwde kom én de boomkroonbedekking niet verminderen. Daarna moet het zelfs een stijgende trend laten zien. Zie ook afbeelding 1 ter illustratie van het oppervlak aan groen in de openbare ruimte van onze dorpen. De centrale overheid zorgt voor een nationaal herstelplan met een richtinggevend kader voor stedelijke groene ruimte en stedelijke boomkroonbedekking. Het Natuurnetwerk Nederland (zie afbeelding 2) moet natuurgebieden beter verbinden, met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Volgens de rijksnatuurvisie hoort natuur midden in de samenleving thuis, dus ook in de steden en dorpen. In de Nationale Omgevingsvisie is daarom ook veel aandacht voor natuur in de bebouwde kom. Meer groen in stedelijk gebied gaat namelijk problemen door klimaatveranderingen tegen en helpt dier- en plantsoorten. In het Limburgs Natuurprogramma 2023 - 2030 staan behoud, versterken en verbinden van natuur en biodiversiteit (soorten-

rijkdom) centraal, met oog voor beleefbaarheid en de waarde van natuur voor de mens.

Omgevingsvisie Roerdalen 2050 Hoe willen we dat onze omgeving er in 2050 uitziet? Onze gemeentelijke Omgevingsvisie schetst de koers naar een duurzame en leefbare toekomst, met balans tussen groei, natuur en kwaliteit van leven. Deze visie is de basis voor dit groen- en bomenbeleid. We behouden en versterken kernwaarden als het dorpse, landelijke en natuurlijke karakter. Zie afbeelding 3 voor een nadere toelichting op onze Omgevingsvisie, belicht vanuit een groene invalshoek. ‘Natuurlijk Groen Roerdalen’ geeft nadere invulling aan onze Omgevingsvisie en is een actualisatie van het Groenstructuurplan (2009) en de Bomennota (2017). Een nieuw, integraal groenbeleid is nodig om de uitdagingen waar we voor staan effectief aan te pakken.

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

05

Omgevingsvisie Roerdalen 2050 Verbindend Roerdalen “Roerdalen is een landelijke, groene en duurzame gemeente waar het prettig wonen, werken en recreëren is en waar iedereen gelukkig, gezond en veilig kan verblijven. Kortom: Roerdalen is in balans.” Ambities Kernwaarden die we graag willen behouden en versterken: • het afwisselende groene landschap; • cultuurhistorische waardevolle objecten (landgoederen); • dorpse karakter; • gezonde, veilige en leefbare kernen; • klimaatbestendige leefomgeving; • beleefbaarheid en bereikbaarheid van natuur en landschap. Uitwerking Thema wonen Een openbare ruimte die verbindt, waar mensen graag verblijven én in beweging komen. We zorgen voor een openbare ruimte die: • fysieke en mentale gezondheid bevordert; • het straatbeeld vergroent; • is aangepast aan klimaatverandering; • ruimte biedt voor beleving en ontmoeting (zoals ‘dorpsparken’).

Thema Landelijk en natuurlijk Roerdalen Twee kernpunten staan centraal: • Behoud en versterking van de karakteristieken en (natuur)waarden van landschapstypen bij toekomstige ontwikkelingen; • Het creëren van robuuste ecologische verbindingen tussen natuurgebieden. De ecologische verbindingen zijn de verbinding tussen het Roerdal, de bovenloop van de Vlootbeek en noord-zuid verbinding.

Afbeelding 3: Omgevingsvisie Roerdalen in een groene notendop

06

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

Leeswijzer ‘Natuurlijk Groen Roerdalen’ start met de betekenis van groen voor Roerdalen. Waarom is groen belangrijk, wat vinden onze inwoners en waar willen we naar toe met onze groene leefomgeving? Hieruit volgen onze ambities voor de lange-termijn, ofwel hoe we Roerdalen groen en leefbaar willen houden. Wat we gaan doen om dit te bereiken werken we uit in uitvoeringsmaatregelen voor de volgende thema’s: behoud en bescherming, beheer en onderhoud, ontwerp en planvorming, communicatie en participatie en uitvoering en financiën. Afbeelding 4 laat een korte samenvatting van het beleidsplan zien.

Kaders

• •

(inter)Nationaal natuurbeleid Omgevingsvisie Roerdalen

Inleiding

Waarom?

• •

Waarden van groen Waarde groen voor inwoners

Groenvisie

Hoe?

• •

Vergroenen Verbinden

Wat?

Vergroenen: • 1% meer groenareaal • 10% meer boomkroonbedekking • 75 m 2 groen per huishouden Verbinden: • Hoofdgroenstructuur versterken • Natuurvolgend • Slim maaien

Groene ambities

Ontwerp & Planvorming

Beheer & Onderhoud Behoud & Bescherming Communicatie & Participatie

Uitvoering & financiën

Afbeelding 4: de kaders en de uitwerking in onderdelen van dit groen- en bomenbeleid.

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

07

1. Waarom is groen belangrijk? Roerdalen koestert haar groene, kleinschalige karakter. Groen is van groot belang voor onze dorpen en het landschap, zowel ecologisch als sociaal. Het verbindt het buitengebied met het dorpshart, biedt onderdak aan dieren en versterkt de biodiversiteit. Groen verbetert de luchtkwaliteit, brengt verkoeling en vermindert stress. Het fungeert als ontmoetingsplek en draagt bij aan de eigenheid van Roerdalen. Groen is kortom essentieel voor de leefbaarheid van ons dorp en landschap.

1.1 Waarde van groen

1.2 Inwoners hechten waarde aan groen

De waarde van groen voor Roerdalen is veelzijdig en onmiskenbaar. Groen loont. De baten van groen uiten zich in vier duidelijke pijlers: • Gezondheid (recreatie, stimuleren beweging, vergroten welzijn, en groeninclusief ontwikkelen); • Klimaat bestendig (tegengaan hittestress, droogte en wateroverlast); • Biodiversiteit (herstel ecosystemen; stimuleren van gebiedseigen soorten); • Identiteit (eigenheid landschapstypes en dorpen, en verbinden bebouwd gebied en landschap).

Voor onze inwoners maakt groen de buurt aantrekkelijker, draagt het bij aan biodiversiteit en biedt ruimte om te bewegen en te spelen. Bomen en struiken hebben hierbij de voorkeur. Dat blijkt uit een enquête (mei 2025) waarin meer dan 300 inwoners hun mening gaven over groen. Maar liefst 89% van de inwoners wil zelfs meer groen in Roerdalen. Ook tijdens gesprekken in de dorpen gaven veel inwoners aan voorstander te zijn van extra groen.

In bijlage 1 wordt de waarde van groen voor Roerdalen aan de hand van deze vier baten nader toegelicht.

Hun motivatie voor meer groen varieert. Deelnemers benadrukken dat groen veilig moet zijn, goed moet aansluiten op het landschap en visueel aantrekkelijk moet zijn. Over het huidige groen in de openbare ruimte zijn de meningen verdeeld. Sommigen zijn tevreden over de hoeveelheid, kwaliteit, variatie en het onderhoud, terwijl anderen hier juist kritiek op hebben. Inwoners benadrukken het belang van passende beplanting op geschikte locaties en een eerlijke verdeling van groen over de verschillende kernen.

1.3 Groenvisie Groen is meer dan decoratie. Het is de basis voor een gezonde, veerkrachtige en toekomstbestendige omgeving. Onze dorpen en landschap zijn op een natuurlijke manier met elkaar verbonden. Deze kwaliteit willen we behouden én versterken. Roerdalen kiest voor kwaliteit. De gemeente zorgt ervoor dat het groen goed ‘presteert’. Daar bedoelen we mee dat we zorgen voor voldoende groen in de buurt, dat voldoet aan wensen en behoeftes en

Afbeelding 5: de vier baten van groen

08

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

dat veilig en beheerbaar is. De gemeente kiest voor kwaliteit boven kwantiteit. Een klein buurtpark met bankjes, bloemen, bomen en speelplek is vaak drukker bezocht dan een groot, leeg veld. Het loont vaak meer om te investeren in goede groeiplaatsen voor gezonde, grote bomen dan om simpelweg meer bomen aan te planten. Gemeente Roerdalen zet een groene stip aan de horizon:

In een parkdorp speelt groen een dragende rol in de leefomgeving. Niet alleen als aankleding, maar als fundament voor leefkwaliteit, biodiversiteit, gezondheid en sociale samenhang. Het kenmerkt zich door een groene, rustige en ruimtelijke opzet, met veel openbaar groen, zoals parkjes, plantsoenen en boomrijke lanen.

GroenVisie ‘Parkdorpen in een natuurlijk landschap.’ Een parkdorp is een dorp waarin de natuurlijke omgeving en het groene karakter een belangrijke rol spelen in het dagelijks leven en de ruimtelijke inrichting.

Afbeelding 6: natuur dichtbij; grote pimpernel (Sanguisorba officinalis) met een sluipvlieg (Eriothrix rufomaculatus)

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

09

2. Hoe houden we Roerdalen groen en leefbaar? Een groene toekomst is belangrijk voor de identiteit van Roerdalen, voor het welbevinden van mens en dier en het weerstand bieden tegen klimaatverandering. Onze ambitie is behoud en versterken van een groene leefomgeving. Dat doen we door vergroenen en verbinden. Meer groen en een groen netwerk voor een positief effect op zowel onze gezondheid als de biodiversiteit.

2.1 Vergroenen We zetten in op sterker, zichtbaarder en toekomstbestendig groen in het straatbeeld. Meer groen op straat dus, maar vooral beter groen. Nieuwe aanplant krijgt de ruimte om te groeien, terwijl bestaand groen een kwaliteitsimpuls krijgt. Het groene karakter maakt het dorp aantrekkelijk om in te wonen én te bezoeken. In een parkdorp draait het om rust, ruimte en een gezonde leefomgeving waarin bewoners kunnen genieten van buiten zijn, ontmoeten en ontspannen. De buitenruimte nodigt uit tot wandelen, fietsen en recreëren. Groen bevordert sociale interactie, wat stress vermindert en de algehele gezondheid verbetert. Kinderen die opgroeien in het groen gebruiken minder ADHD-medicatie. Werknemers met een burn-out herstellen sneller dankzij contact met natuur. Bomen zorgen voor schonere lucht door fijnstof en schadelijke stoffen te filteren. En schonere lucht verkleint de kans op hart- en vaatziekten.

Afbeelding 7: ontspannen aan de Roer, raadhuisplein Sint Odiliënberg.

10

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

Meer groen maakt de omgeving ook beter bestand tegen deze gevolgen van klimaatverandering. We krijgen vaker te maken met extreem weer. De toename van broeikasgas (CO2) leidt tot: • Hittestress; • Droogtestress; • 0Wateroverlast. Hittestress wordt veroorzaakt door absorptie van zonlicht door de donkere materialen (bijvoorbeeld asfalt) Het temperatuurverschil tussen de bebouwde kom en het omliggende landelijk gebied kan oplopen tot 4°C. Door de relatief lage windsnelheden in bebouwd gebied verliezen gebouwen minder warmte en is er ‘s nachts minder verkoeling. Bovendien vindt er 10 tot 20% minder verdamping plaats door de grote hoeveelheid verharding in bebouwd gebied. Droogtestress ontstaat bij langdurige hitte, wanneer de bodem zo ver uitdroogt dat planten niet goed kunnen verdampen. Bomen en planten reageren door hun bla-

Afbeelding 8: veldsalie (Salvia pratensis) met kleine klokjesbij (Chelostoma campanularum)

identiteit van de gemeente. Groenstructuren vertellen het verhaal van een plek. Oude bomenlanen, heggen of houtwallen laten zien hoe het landschap vroeger werd gebruikt. Ze markeren vroegere erfgrenzen, routes of dorpsranden. Veel van dit groen is verbonden met historische boerderijen, landgoederen of dorpskernen. Door deze structuren te behouden en te versterken, blijft het karakter van de gemeente zichtbaar. Zo draagt groen niet alleen bij aan natuur en klimaat, maar ook aan de cultuurhistorische identiteit van Roerdalen.

deren vroegtijdig af te werpen om waterverlies te beperken en schade door zonlicht te voorkomen, wat zorgt voor minder groei. Soorten kunnen lokaal verdwijnen en natuurbranden nemen toe en een uitgedroogde bodem kan leiden tot wateroverlast. In het bebouwd gebied is wateroverlast vaak het gevolg van een overschot aan bebouwing en verharding. Tijdens piekbuien kan het water hier onvoldoende infiltreren in open grond en het rioolstelsel kan de overvloed aan hemelwater niet verwerken. Met als gevolg dat het water in de straten blijft staan of kelders doet onderlopen. Groen in het dorp helpt tegen de opwarming. Bomen fungeren als natuurlijke airco’s door verdamping en beschaduwing. Daarnaast slaan ze CO2 op in hun hout, met een jaarlijkse opslag van 10 tot 40 kilo per boom, afhankelijk van de omstandigheden. Ook de bodem speelt een rol: een goed functionerend bodemvoedselweb houdt meer CO2 vast in de vorm van organisch materiaal. Groen vangt hemelwater op en laat het water beter in onverharde bodems infiltreren, wat overbelasting van riolen en wateroverlast vermindert. Bovendien creëert het waterbuffers in de bodem die van nut zijn tijdens droge periodes.

2.2 Verbinden Het landschap van Roerdalen is rijk aan historische (groene) landschapsstructuren. Zij dragen bij aan de

Groenstructuren verbinden. Die verbinding werkt het best in een netwerk. Als een spinnenweb dat het fundament vormt voor groen, bomen en natuur. Dit groene netwerk verbindt binnen de kernen en tussen de kernen en het buitengebied. Voor zowel mens als dier. Het Natuur Netwerk Nederland en de gemeentelijke Hoofdgroenstructuur leveren tezamen een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit en herkenbaarheid van het landschap, dorp, kern of wijk. Verbinding is ook goed voor de biodiversiteit of soortenrijkdom. Een groen netwerk zorgt ervoor dat planten en dieren zich kunnen verplaatsen tussen leefgebieden. Soorten zijn minder gebonden aan één plek. Door verbindingen krijgen ze toegang tot een groter, gevarieerder leefgebied. Het voorkomt isolatie. Dieren kunnen via groene routes veilig migreren, voedsel zoeken, nestelen of overwinteren. De biodiversiteit neemt af, ook in onze gemeente. Bebouwing, versnippering, industrie en intensieve landbouw hebben bijgedragen aan het verlies van natuurlijke leefgebieden en soortenrijkdom. De baten van natuur (ecosysteemdiensten) komen hierdoor in het gedrang. Voor het versterken van de biodiversiteit is de soortkeuze cruciaal. Inheemse planten en bomen ondersteunen meer dieren en insecten; zo biedt een zomereik onderdak aan 450 insectensoorten, terwijl een Amerikaanse eik er slechts 13 heeft.

Het gaat om de verscheidenheid van al het leven, dus ook om schimmels en kleine (bodem) organismen en de plekken waar ze leven. Ook het anders beheren van delen van groen, bijvoorbeeld door minder frequent te maaien, of het plaatsen van insectenhotels levert een bijdrage aan het versterken van de biodiversiteit.

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

11

3. Wat gaan we doen? Wat doen we om het straatbeeld groener te maken? En hoe werken we aan cultuurhistorische en ecologische verbindingen tussen natuurgebieden, dwars door dorpen heen? En wanneer zijn we daarin geslaagd? Heldere groene maatstaven helpen ons om koers te houden. Voor meer en beter groen. Voor een gezonde leefomgeving, veerkracht tegen klimaatverandering, een rijke biodiversiteit en een sterke identiteit.

3.1 Norm voor groene ambities Er bestaat nog geen universele groennorm in Nederland. Er zijn vuistregels als de 3-30-300 (zie toelichting in afbeelding 9), 75m2 groen per woning (nota ruimte 2004) of de Bomennorm van 2,2 m3 kroonvolume per m2 grondoppervlak (Norminstituut bomen). Geen enkele norm dekt alle beleidsthema’s (gezondheid, klimaat, biodiversiteit, en identiteit) en er ontbreekt een duidelijke kwaliteitseis voor het groen. Ze bieden wel waardevolle aanknopingspunten. Voor onze dorpen is het percentage groenareaal en boomkroonbedekking vergelijkbaar met de gemiddelde naoorlogse woonwijk (zie afbeelding 10 ter illustratie). Terwijl je zou verwachten dat landelijke dorpen van nature groener zijn. Tabel 1 geeft de percentages groen en boomkroonbedekking per dorp weer.

Wat is de 3-30-300 Vuistregel? Richtlijn voor de minimale bijdrage van bomen en ander groen aan een gezonde leefomgeving: 3 stuks bomen zichtbaar vanuit ieder huis • Voor het beleven van natuur nabij 30% bladerdek in iedere wijk • voor koeling, een beter microklimaat, betere luchtkwaliteit en stimuleren van (mentale) gezondheid 300 m. tot park of groene buitenruimte • voor het aanzetten tot recreatief gebruik van groen en groei van sociale contacten

Afbeelding 9: toelichting op 3-30-300 vuistregel

Maatstaven voor onze eigen groene ambities zijn:

Vergroenen: • 1% meer groenareaal in de dorpen in 2050 (zie ter illustratie tabel 1); • 10% meer boomkroonbedekking in de dorpen in 2050 (zie ter illustratie tabel 1); • 75 m2 groen als streven per woning bij woningbouwproject. Zie ook de (nog uit te werken) richtlijn voor integrale afstemming tussen grijs (gebouwen en wegen), groen en blauw (water); • Groeiplaatsverbetering bij bestaande bomen; voor snellere toename boomkroonbedekking; • Bomenparagraaf als hulpmiddel bij integrale afwegingen voor wonen, mobiliteit, duurzaamheid en groen (zie paragraaf 6.1.4);

Afbeelding 10: groenareaal (laag groen) en boomkroonbedekking (boom) in de plaats Sint Odiliënberg (bron: klimaateffectatlas, 2021)

12

Dorp Posterholt

Vlodrop

Sint Odiliënberg

Herkenbosch

Melick

Montfort

17%

16%

18%

18%

22%

17%

11%

11%

17%

22%

19%

22%

Groen Areaal (oppervlakte laag groen) Boomkroonbedekking

Tabel 1: gemeentelijk + particulier groenareaal en boomkroonbedekking als percentage van het grondoppervlak (bron: Klimaateffectatlas, peildatum 2021)

Verbinden:

3.1.1 Vergroenen voor een gezond effect

• Versterken Hoofdgroenstructuur: o Zorgen voor een aaneengesloten groen netwerk; o Aanvullen van (opengevallen) gaten in de laanbeplanting; o Realiseren van kruidenrijke bermen en grasstroken; o Verbreden Hoofdgroenstructuur; • Natuurvolgend; De natuur is inspiratiebron voor behoud dorpse karakter en versterken van biodiversiteit. We kiezen voor andere planten of ander beheer voor meer biodiversiteit; • Slim maaien; maaien op een wijze dat het de natuur ondersteunt in plaats van verstoort, op geschikte locaties.

Hoe kan vergroenen van de versteende plekken eruitzien? Wij vroegen het AI: enkele beelden, alleen bedoeld ter inspiratie. De rechter beelden van afbeeldingen 11 en 12 zijn droomplaatjes, maar laten duidelijk zien wat groen kan betekenen voor een versteende omgeving.

Deze groene maatstaven hanteren we zowel in bescherming, als in ontwerp en beheer van groen en bomen. Let wel: Groen staat niet alleen. De Omgevingswet vraagt om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Dat betekent: functies zoals wonen, werken, groen en recreatie zorgvuldig afstemmen op wat een plek aankan en nodig heeft. Daarbij staat de kwaliteit van de leefomgeving centraal. Denk aan gezondheid, veiligheid, biodiversiteit, erfgoed en ruimtelijke samenhang. Een goede toepassing van ETFAL voorkomt ruimtelijke knelpunten en draagt bij aan een leefomgeving die aantrekkelijk, gezond en toekomstbestendig is. Het is daarmee een belangrijk toetsingskader binnen het omgevingsplan.

Afbeelding 11: zo kan een kale versteende plek eruit komen te zien, door het plantvak rond de boom te vergroten en te voorzien van vaste planten.

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

13

Vitamine groen. Groen is meer dan mooi: het vermindert stress en draagt bij aan een gezonder leven. Het maakt de omgeving aangenamer én verbetert de luchtkwaliteit. In een tijd waarin gezondheid belangrijker is dan ooit, biedt een groene leefomgeving precies wat we nodig hebben: ruimte voor beweging, rust in het hoofd en ontmoeting met anderen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is een groene buitenruimte één van de uitgangspunten. Straten en pleinen worden waar mogelijk groen ingericht, verharding alleen daar waar dat echt nodig is. Zo versterken we een gezonde dorpse leefomgeving. Vergroenen helpt. Parkjes en bomenlanen nodigen uit om eropuit te gaan. Groeiplaatsverbetering bij bomen zorgt voor betere groei, meer boomkroonbedekking.

Afbeelding 12: zo kan een kale straat eruit komen te zien, met afwisselend parkeervakken en groenvakken.

Het vergroenen van versteende plekken helpt hittestress en wateroverlast te verminderen. Tegelijkertijd wordt regenwater beter vastgehouden om periodes van droogte beter door te komen. Vergroening gaat standaard meewegen bij elke herinrichting, bouw of aanleg. Meervoudig ruimtegebruik is de norm: functies worden slim gecombineerd binnen één plan of project.

Afbeelding 13: De Hoofdgroenstructuur vormt, als samenhangend netwerk, de groene verbinding tussen dorp en buitengebied en met het Natuur Netwerk Nederland. In rood de aanvullingen op de Hoofdgroenstructuur van 2009 (in groen).

14

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

3.1.2 Verbinden zorgt voor samenhang

3.2.1 Landschap van Roerdalen

De hiaten in het netwerk worden aangevuld (zie afbeelding 13), zodat groenstructuren en het Natuur Netwerk Nederland beter op elkaar aansluiten. De Hoofdgroenstructuur draait overigens niet altijd om bomen. In open landschap past vaak juist laagblijvend groen, geen bomenrij. Wat telt, is de juiste beplanting op de juiste plek.

Het landschap in Roerdalen is onder te verdelen in vier landschapstypes:

We richten groen zo in en beheren het zó, dat het duurzaam bijdraagt aan het herstel van biodiversiteit. We planten zoveel mogelijk soorten die hier van nature thuishoren. En als we cultuurgewassen of exoten planten, dan gebruiken we soorten die zoveel ecologisch van waarde zijn. De nadruk ligt op het variatie aanbrengen in het groen. Die variatie ontstaat door vroegbloeiers en laatbloeiers aan te planten of bijvoorbeeld door gelaagdheid in hoogtes aan te brengen (kruidlaag of vaste planten, struiken en bomen). We gaan slimmer maaien. Gazon- en bermbeheer is het voordeligst wanneer het maaisel kan blijven liggen. Het maaisel verteert en voedt de planten, waardoor de bodem rijk blijft aan voedingsstoffen. Maar juist soortenrijke vegetatie vraagt om voedselarme, verschraalde grond. Kwalitatief hoogwaardig groen draagt bij aan een herkenbare leefomgeving. We gaan meer variatie in beplanting aanbrengen. Voor een leefbaar, klimaatbestendig en biodiverse buitenruimte, met ook oog voor andere opgaven zoals wonen, basisvoorzieningen, duurzame mobiliteit en energietransitie. De gemeente gaat duidelijker communiceren over vergroening in bebouwd gebied: wat we doen, hoe we het aanpakken en waarom. We laten zien hoe inwoners kunnen bijdragen en welke ondersteuning ze daarbij krijgen. Samen maken we van Roerdalen een gezonde leefomgeving.

Ook kleine acties - zoals tegels vervangen of een boom planten - maken een groot verschil.

3.2 Wat hebben we? • Landschapstypes; • Groen in de openbare ruimte; • Bomen in de openbare ruimte.

1. Beekdallandschap Het Roerdal wordt gekenmerkt door de vrij meanderende Roer, omzoomd door populieren en natte broekbossen in oude rivierarmen. Het landschap toont een afwisseling van laagtes en stuifduinen, ontstaan in de voorlaatste ijstijd. Bebouwing ontbreekt grotendeels, op enkele kastelen en verspreide hoeven op de hogere randgebieden na. Opvallend zijn de open, vruchtbare verhoogde gebieden (“ohé’s”), die slechts bij extreem hoog water overstromen en zo het dal haar unieke karakter geven. Het dal van de Vlootbeek is een ouder Roerdal, eveneens grotendeels onbebouwd met een ontginningsweg langs de rand. Noemenswaardig zijn ook het Leropper- en Linnerveld, die van uitzonderlijke geomorfologische waarde zijn voor Nederland (Gonggrijp, 1989).

2. Bos- en mozaïeklandschap De hoger en lager gelegen zandgronden vormen een afwisselend landschap: open en wijds, maar ook kleinschalig en besloten. In dit zogenoemde bos- en mozaïeklandschap wisselen landbouwgronden, bossen en karakteristieke landschapselementen elkaar af, zoals houtwallen, pestbosjes en oude gegraven waterwegen (griften). Het landschap is opgedeeld in herkenbare ‘kamers’, die grotendeels agrarisch worden gebruikt.

3. Open cultuurlandschap Als tegenhanger van het mozaïeklandschap ligt het open cultuurlandschap: een grootschalig agrarisch gebied met lange zichtlijnen en weinig kleinschalige elementen. Dit landschap ademt ruimte en wordt intensief gebruikt voor landbouw en veeteelt.

4. Nationaal Park De Meinweg De Meinweg is een opvallend plateaugebied dat trapsgewijs ongeveer 50 meter stijgt, verdeeld over drie terrassen. Het is grotendeels bebost met naaldhout, al zorgt natuurontwikkeling nu voor meer afwisseling met loofhout en open plekken. Midden op het plateau ligt een uitgestrekt landbouwgebied op lössachtige grond, laat ontgonnen en open van karakter. De Meinweg herbergt ook twee grote heide-

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

15

Afbeelding 14: Informatiebord bij entree Nationaal park De Meinweg

velden met oorspronkelijke vennen, waar vroeger turf werd gewonnen. Nu vormen deze vennen belangrijke leefgebieden voor reptielen en amfibieën. De heide wordt verfraaid door oude, grillige eikenhakhoutstoven. Via de dalen van de Rode Beek en Boschbeek is het gebied verbonden met het omringende cultuurlandschap – een groene navelstreng naar het verleden.

3.2.2 Groen in de openbare ruimte Het openbaar groen bestaat onder meer uit hagen, grasvelden, bosschages, vaste plantenborders en bomen. Dit groen is per beheertype opgenomen in het gemeentelijk beheersysteem. Dit vormt de basis voor het beheer en onderhoud door de gemeente. Roerdalen hanteert vijf beheertypen: 1. Gras; 2. Natuurlijke beplanting; 3. Cultuurlijke beplanting; 4. Hagen; 5. Bomen. Onder gras vallen gazons, bermen, wadi’s en ruigtes. Bij natuurlijke beplanting gaat het om bosplantsoen, bosjes en houtwallen. Cultuurlijke beplanting bestaat uit rozen, vaste planten of heesters. Hagen kunnen lijnvormige heggen of blokhagen zijn. Deze vier beheertypes vormen tezamen het totale groenareaal, hoofdzakelijk binnen de kom.

!"#$"%&'("))(#*"%)+, &!"

!"

%"

#$" !"#$""%&'(#)*$+*,

-%).

/)),

0)$""%#+12'3&'(#)*$+*,

Afbeelding 15: aandeel beheertypes in oppervlak

Bomen staan in gras, natuurlijke beplanting, cultuurlijke beplanting of in de verharding (bijvoorbeeld in een boomspiegel in het trottoir). Bomen vormen zelf geen groenareaal. Bomen vragen wel specifiek beheer. Vandaar dat de beleidsuitgangspunten voor het beheertype bomen in paragraaf 3.2.3 beschreven zijn. Er is eigenlijk nog één vreemde eend in de bijt. Dit is het beheertype invasieve exoten. Deze beplantingsvorm, bestaande uit onder andere grote berenklauw of Japanse duizendknoop, is niet gewenst en vergt ander beheer. Deze beplanting wordt zoveel mogelijk bestreden om verdere verspreiding tegen te gaan. In totaal beheert Roerdalen 2,07 miljoen m2 ofwel 207 hectare groen areaal in de openbare ruimte (peildatum april 2025). De verdeling tussen de verschillende beheertypen is aangegeven in afbeelding 15.

16

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

-"#.*/01%()(#*"%)2"#3/3)2"#.'#01%(

'$"

'$"

,%4'*

5'%6)%7+*,

Afbeelding 16: verhouding tussen groen en verharding in de openbare ruimte

Afbeelding 17: gras, haag en bomen aan de Beatrixlaan te Melick

Gras maakt het grootste deel uit van dit areaal (80%). De verhouding tussen ruigte (ruig gras enkruiden) en gazon is 16% versus 84%. Het areaal ruigte is de laatste jaren gestegen ten opzichte van gazon om de biodiversiteit te stimuleren. Voor het herstel van biodiversiteit is het ook waardevol om meer hagen en heesters aan te planten. Deze bieden volop schuil- en broedplekken voor vogels en andere dieren.

Plaats

Vlodrop

114.092

68.840

38%

Bovenstaande verdeling in groen is de uitgangssituatie in 2025. De bedoeling is dat de verschillende beplantingsvormen binnen deze vier beheertypes nader gespecificeerd gaan worden. Enerzijds om het beheer van specifieke beplantingsvormen effectief aan te sturen, anderzijds om beter inzicht te geven in hoe we onze groene ambities in de buitenruimte realiseren. Mogelijk komt er in de toekomst bijvoorbeeld een aparte categorie ‘verticaal groen’ (gevelbeplanting).

TOTAAL

1.093.413

698.445

39%

Opvallend is dat in de openbare ruimte het aandeel groen bijna gelijk is aan het aandeel verharding (zoals wegen, stoepen en parkeerplaatsen). Zie afbeelding 16. In onze zes dorpen verschilt de balans tussen groen en verharding in de openbare ruimte. Gemiddeld bestaat 39% van die ruimte uit groenvoorzieningen. Onderling verschillen de dorpen sterk. Melick is het dorp met de groenste openbare ruimte (zie tabel 2). Deze gegevens komen uit ons eigen beheersysteem (peildatum mei 2025). Ze zijn nog niet volledig nauwkeurig en worden regelmatig bijgewerkt, maar geven wel een goed beeld van de situatie.

Verharding Totaal groen in m2 in m2

% Groen tov grijs

Herkenbosch

226.558

183.627

45%

Melick

205.011

187.470

48%

Montfort

179.482

62.427

26%

Posterholt

201.661

81.944

29%

St. Odiliënberg

166.610

114.137

41%

Tabel 2: Verhouding tussen groen en grijs in de zes dorpen (bron: gemeentelijk beheersysteem, peildatum mei 2025)

3.2.2 Bomenbestand openbare ruimte Bomen zijn de meeste beeldbepalende elementen binnen het groen. De gemeente Roerdalen is rijk aan bijzondere- en doodgewone bomen in allerlei soorten en maten. Er staan bomen die hier van nature thuishoren, maar ook gekweekte en exotische soorten. Ze staan op pleinen, trottoirs, gazons, in grasbermen en tussen heesters. Deze verscheidenheid geeft karakter aan straten, wijken en dorpen. De gemeente heeft een grote variatie aan boomsoorten, waaronder verschillende cultivars. In totaal staan er 18.222 bomen in de openbare ruimte (peildatum april 2025), beheerd door de gemeente. Bijna de helft van de bomen is eik. In onze gemeente staan in de openbare ruimte 55 boomsoorten (eigenlijk: geslachten). Zo staan er meerdere soorten eiken, zoals

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

17

de zomereik (90%), de Amerikaanse eik (5%) en de moeraseik (5%). In het buitengebied is de dominantie van de eik (60%) nog groter dan binnen de kom (28%) . Zie bijlage 2. De gemiddelde leeftijd van een gemeentelijke boom in Roerdalen is 37 jaar. In Nederland worden bomen in stedelijke gebieden gemiddeld naar schatting tussen de 35 en 40 jaar oud. Roerdalen is echter een landelijke gemeente waar de stadse drukte ontbreekt, waardoor je een hogere gemiddelde leeftijd zou mogen verwachten. Het grootste deel van het bomenbestand in de dorpen is relatief jong (zie afbeelding 18).

Aantal bomen per soort - gehele gemeente Roerdalen Boomsoort

Nederlandse naam

Aantal exemplaren

Percentage Bomenbestand

Quercus Fraxinus Fagus Acer Tilia Betula Prunus Carpinus Liquidambar Alnus Overige soorten TOTAAL

Eik Es Beuk Esdoorn Linde Berk Kers Haagbeuk Amberboom Els 45 soorten

8490 1591 1441 1294 1208 400 372 334 322 296 2.474 18.222

46,6% 8,7% 7,9% 7,1% 6,6% 2,2% 2,0% 1,8% 1,8% 1,6% 13,6% 100,0%

Tabel 3: Aandeel per boomsoort in Roerdalen

Afbeelding 18: aantal bomen per jaar van aanplant binnen de bebouwde kommen van Herkenbosch, Melick, Montfort, Posterholt, Sint Odiliënberg en Vlodrop

Aantal bomen per plantjaar - Binnen de kom 1.600 1.400 1.200 1.000 800 600 400 200

Bovendien is de gemiddelde leeftijd van onze bomen in de bebouwde kom relatief laag, gezien hun natuurlijke levensverwachting. In Nederland kunnen eiken en beuken honderden jaren oud worden, en zelfs snelgroeiende soorten als es of wilg bereiken onder gunstige omstandigheden vaak de 100 jaar. In bebouwde gebieden zijn de omstandigheden echter vaak minder optimaal voor bomen. Onder de stoep ligt geen bosgrond,

18

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

on be ke nd

02 4 20 20 -2

20 10 -2

01 9

00 9 20 00 -2

99 9 19 90 -1

98 9 19 80 -1

97 9 19 70 -1

96 9 19 60 -1

95 9

94 9

19 50 -1

19 40 -1

93 9 19 30 -1

92 9 19 20 -1

91 9 19 10 -1

19 00 -1

90 9

0

maar zandgrond, dat weinig voedingsstoffen en zuurstof biedt voor wortelgroei. Adequaat beheer en onderhoud is nodig om te voorkomen dat een deel van het bomenbestand uitvalt. Zeker als we in ogenschouw nemen dat door de klimaatverandering bijvoorbeeld een boomsoort als de beuk het moeilijk heeft op de droge zandgronden.

1. Kwaliteit bomen De conditie waarin het bomenbestand verkeert is overwegend voldoende (83%). Slechts een beperkt deel verkeert in een onvoldoende tot slechte conditie (15%). Uit de boomveiligheidscontrole (peiljaar 2024) blijkt dat 75% van de bomen in voldoende conditie geen gebreken vertoont. Bij bomen in onvoldoende conditie is dat slechts 62%.

Conditie bomen - gehele gemeente Roerdalen Conditie

Aantal bomen

Percentage Bomenbestand

Goed Voldoende Onvoldoende Slecht Zeer slecht Dood Onbekend Eindtotaal

16 15.191 2.314 419 36 120 126 18.222

0,1% 83,4% 12,7% 2,3% 0,2% 0,7% 0,7% 100,0% Tabel 4: conditie van de bomen

2. Kwaliteit groeiplaats Het grootste deel van de bomen staat in een ‘groene groeiplaats’. Slechts een beperkt deel staat in de verharding, bijvoorbeeld in de stoep in een boomspiegel van beperkte omvang. Een groene groeiplaats is gunstig voor de kwaliteit van het bomenbestand. Slechts 6% van de bomen staat in de verharding, bijvoorbeeld in de stoep. Onder tegels, klinkers of asfalt ligt een dragende zand/puinlaag, die sterk is verdicht. Deze laag van enkele tientallen cm bevat te weinig zuurstof, water en bodemleven. Nauwelijks geschikt voor wortelgroei. Het is alsof de bomen in een te kleine bloempot staan, waardoor ze niet goed kunnen groeien. De verschillen per dorp zijn ook best groot (zie bijlage 2). In Melick, Posterholt en Vlodrop staan er bijvoorbeeld nauwelijks bomen in het gazon. Terwijl in bijvoorbeeld Sint Odiliënberg bijna een derde van de bomen in het gazon staat.

Aantal bomen per standplaats - gehele gemeente Roerdalen 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0 Ruw gras

Gazon

Beplanting

Bos

Verharding

Onbekend

Afbeelding 19: Aantal bomen per standplaats

Aantal bomen per veiligheidsklasse onderverdeeld naar conditie 16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000

Zonder gebreken

Attentiebomen

Risicobomen

On be ke nd

Do od

le ch t Ze er s

Sl ec ht

On vo ld oe nd e

Vo ld oe nd e

0 Go ed

Gezien de vrij goede standplaatsen is het best opvallend dat de bomen er niet vitaler bij staan. Je zou juist verwachten dat de gemiddelde leeftijd van de bomen hier hoger ligt.

Onbekend

Afbeelding 20: aantal bomen met gebreken per conditieklasse

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

19

3. Biodiversiteit bomenbestand Bij boomsoorten maken we onderscheid tussen inheemse soorten en soorten die zich inmiddels hebben aangepast aan de Nederlandse omgeving

Biodiversiteit - gehele gemeente Roerdalen 2% 15%

Inheems Ingeburgerd Exoot

11%

(ingeburgerd). Dit betekent dat steeds meer planten en dieren van deze bomen gebruikmaken. Een bekend voorbeeld is de tamme kastanje, die al door de Romeinen werd ingevoerd en voor 1500 is ingeburgerd. De Amerikaanse eik daarentegen kwam pas in 1825 naar Nederland en is tussen 1900 en 2000 ingeburgerd geraakt (bron: WUR, soortentabel). Hoewel sommige mensen de Amerikaanse eik nog steeds als exoot zien, wordt deze boom hier tot de ingeburgerde soorten gerekend (ingeburgerd tussen 1900 en 2000). Ruim 72% van het bomenbestand is inheems. Nog eens 11% in ingeburgerd.

Onbekend

72%

Afbeelding 21: Aandeel herkomst bomen

Exotische soorten, zoals de plataan, spelen ook een waardevolle rol. Platanen gedijen goed in verstedelijkte gebieden en dragen bij aan het verminderen van hittestress en CO2-opslag. Voor het groen en leefbaar houden van onze dorpen zijn dus zowel inheemse soorten als exoten en cultuurvariëteiten belangrijk.

Afbeelding 22: door platanen beschut plein, Markt te Montfort

20

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

4. Behoud en bescherming Groen koesteren, is investeren in de toekomst. Groen kost ruimte én verrijkt die. Groen maakt onze leefomgeving gezonder en mooier, en die waarde groeit met de jaren. Het duurt jaren voordat een plantsoen zijn volle functie bereikt, en het kost decennia om een boom te laten uitgroeien. Het verwijderen ervan daarentegen, is in enkele minuten gedaan. Bescherming van groen is daarom essentieel om onze ambities voor vergroening en verbinding te realiseren.

4.1 Bescherming binnen de kernen De bescherming van groen is geregeld in de Omgevingswet, als één wettelijk kader voor de fysieke leefomgeving. De wet stimuleert een integrale aanpak waarbij groen niet op zichzelf staat, maar wordt meegenomen in de afweging met bijvoorbeeld water, bodem, gezondheid en klimaat. In het omgevingsplan hebben de Hoofdgroenstructuur, plantsoenen, groenvoorzieningen, beplantingen en bijvoorbeeld tuinen de functie ‘groen’ of mengfuncties als ‘parkeren en groen’. Daarnaast kan cultuurhistorisch waardevol groen zijn aangewezen als groen cultureel erfgoed. Denk aan historische landgoederen of bomen uit het Register Monumentale Bomen van de Bomenstichting. Voor dit groen en deze bomen gelden vaak extra beschermingsmaatregelen. Zie ook het overzicht van groene monumenten uit de Erfgoedatlas van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Binnen het groen hebben bomen een speciale positie. In de dorpen, dat wil zeggen binnen de zogeheten “bebouwingscontour houtkap’, gelden gemeentelijke kapregels. Dat wil zeggen voor (monumentale) bomen die staan op de Bomenlijst van gemeente Roerdalen. Op deze lijst staan zowel gemeentelijke als particuliere bomen. In de gemeente Roerdalen komt deze bebouwingscontour in beginsel overeen met de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet. De meest recente door de gemeenteraad vastgestelde bebouwingscontour houtkap geldt.

4.2 Bescherming buiten de kernen

of ecologische toets nodig. De provincie is verantwoordelijk voor de bescherming van Natura 2000 gebieden en beschermde plant en diersoorten. Het Limburgs Natuurprogramma 2023 – 2030 geeft nadere invulling aan behoud en bescherming van natuur en landschap. De provincie is ook verantwoordelijk voor het behoud van bossen en grote groepen bomen. Voor het kappen van bomen in een bos groter dan 10 are of een rij van meer dan 20 bomen, geldt een meldingsplicht en herplantplicht bij de provincie. Rijen wilgen of populieren langs buitenwegen of landbouwgronden, populieren, wilgen, essen of elzen die zijn aangeplant voor biomassa-productie, als ook kerstbomen, kweekgoed, fruitbomen en windschermen voor boomgaarden, zijn uitgezonderd van de meldings- en herplantplicht. De gemeente is verantwoordelijk voor de groengebieden in het buitengebied die zij in bezit heeft. En ook voor de bomen buiten de bebouwingscontour houtkap die onder het gemeentelijk kapverbod vallen. Dit zijn bomen in het buitengebied die op de Bomenlijst staan: • in tuinen of op erven staan; • solitair of in een rij van 20 of minder exemplaren of in een bos(je) met een oppervlakte van minder dan 10 are staan. Daarnaast kan groen vanuit het omgevingsplan beschermd zijn, bijvoorbeeld de Hoofdgroenstructuur of groen cultureel erfgoed.

Voor groen buiten de dorpen en buurtschappen kan een gebiedsbescherming gelden, zoals voor Natura 2000-gebieden. Voor ingrepen die gevolgen kunnen hebben voor beschermde natuur is een vergunning

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

21

Afbeelding 23: in deze oude tamme kastanje laan in Linnerveld staan meer dan 20 bomen op een rij. Voorheen was deze laan beschermd via de Bomenlijst. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de bescherming van deze laan op een andere wijze geregeld (zie omgevingsplan).

4.3 Behoud en vergroenen Vergroenen begint met behoud van wat we hebben. De gemeente heeft beperkte invloed op groen en bomen op particulier terrein. Voor behoud en versterking van het groene karakter van Roerdalen zijn we daarom vooral aangewezen op groen en bomen in gemeentelijk bezit. We geven zelf het goede voorbeeld en stimuleren inwoners om mee te doen met onze vergroening (zie hoofdstuk 7). We streven naar meer groen in de dorpen. Dat betekent dat het bestaande groen zoveel mogelijk behouden blijft én waar mogelijk wordt uitgebreid. De ambitie is om in 2050 gemiddeld 1% meer groen te hebben, bij voorkeur op versteende plekken. Bijvoorbeeld door overbodige verharding te vervangen door gras of beplanting (of een gerichte buurtactie voor groenere privé tuinen).

• 1% meer groen 10.000 m2 extra openbaar groen (op basis van tabel 2). Ofwel: elk jaar komt er gemiddeld 400 m² extra openbaar groen bij in onze dorpen.

22

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

We gaan ook voor 10% meer boomkroonbedekking in onze dorpen. Om hitte tegen te gaan én bij te dragen aan de gezondheid van onze inwoners. Het is lastig om deze toename goed te sturen, want bomen verdwijnen door ziekte en ook door herinrichting. Tegelijkertijd groeien bestaande bomen gewoon door. We beperken het verlies aan boomkroonbedekking door goed beheer en onderhoud (zie hoofdstuk 5). Daarnaast vergroten de boomkroonbedekking door bomen te voorzien van goede groeiplaatsen én door extra bomen te planten in de dorpen.

• 10% meer kroonbedekking bomen in de dorpen

400 extra

Ofwel: elk jaar worden er gemiddeld 16 bomen extra in de openbare ruimte bijgeplant, verdeeld over de zes dorpen. Extra wil zeggen dat er meer bomen geplant worden dan de herplant van gekapte exemplaren.

4.3.1 Groen in omgevingsplan De positie van groene buitenruimte in het omgevingsplan is niet vanzelfsprekend. Het vraagt om een actieve keuze van de gemeente om het juridisch-planologisch te verankeren, met duidelijke regels, waarden of beleidsuitgangspunten. Groen moet evenwichtig afgewogen kunnen worden tegen andere ruimtelijke en maatschappelijke belangen. Als groen moet wijken voor bijvoorbeeld wonen, dan wordt de functie van het groen (schaduw, wateropvang, spelen, natuur, enz.) elders of op een andere manier opgevangen, bijvoorbeeld: • Wadi’s in plaats van gazon voor wateropvang; • Groene daken als vervanging voor groenoppervlak; • Klimplanten voor verkoeling waar bomen verdwijnen; • Meer variatie in het groen in de omgeving aanbrengen voor meer biodiversiteit; • Versterken groen in de omgeving voor recreatie.

4.3.2 Gemeentelijk kapverbod Het kapverbod voor bomen van de Bomenlijst wordt (of is) onderdeel van het omgevingsplan. De Bomenlijst wordt periodiek geactualiseerd. De aanwijscriteria voor de Bomenlijst zijn daarvoor geactualiseerd (zie bijlage 3). Met deze vernieuwde criteria kunnen meer gemeentelijke bomen in aanmerking komen voor opname op de Bomenlijst.

wordt namelijk periodiek geactualiseerd. Herplantbomen mogen echter, voordat ze op de Bomenlijst zijn toegevoegd, niet gekapt worden zonder een vergunning. Omgevingsbomen zijn alle overige bomen. Dit is een omvangrijke groep bomen. Hun waarde ligt minder in zeldzaamheid of monumentale status, maar vooral in wat ze (als groep) doen voor hun omgeving. Voor het kappen of drastisch snoeien van een Bomenlijst-boom is een vergunning nodig. Bij het beoordelen van een kapaanvraag gaat het om een evenredige belangenafweging. Een afweging van het belang van verwijdering versus het belang van behoud. Voor dat laatste is de betekenis van de boom in kwestie van belang. Niet iedere boom heeft dezelfde betekenis voor de locatie waar hij staat. Voor het bepalen van het belang ofwel de waarde van de betreffende bomen maken we gebruik van de volgende criteria: • de natuur- en ecologische waarde van de houtopstand; • de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; • de landschappelijke waarde van de houtopstand; • de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; • de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.

Voor het beoordelen van de waarde van een boom maakt Roerdalen onderscheid tussen verschillende categorieën bomen, van belangrijk tot minder belangrijk. • Bomenlijst-bomen (‘monumentale bomen’); • Bomen die in de Hoofdgroenstructuur staan; • Herplantbomen; • Omgevingsbomen. De categorie monumentale bomen heeft de hoogste behoudsprioriteit. Bij bomen in de Hoofdgroenstructuur gaat het om exemplaren die een minimale stamdoorsnede hebben van 10 cm. Herplantbomen vormen een uitzondering. Deze bomen staan bij aanplant niet direct op de Bomenlijst. Deze lijst

Afbeelding 24: monumentale knoteiken langs de Bergerweg

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

23

Voor een evenredige afweging is het ook van belang de restlevensduur (levensverwachting) van de boom mee te nemen. Voor het vellen van een beschermde boom kan worden afgegeven als sprake is van een belang dat zwaarder weegt dan het boombelang.

Hierbij wordt de prioritering ‘hoog-middel-laag’ aangehouden. Zie tabel 5 en ter illustratie bijlage 4 voor deze wijze van rangschikken naar belang. Dit is niet bedoeld als volledige opsomming. Elke afweging vraagt uiteindelijk om maatwerk.

Behoudsprioriteit:

Verwijderingsbelang: laag

Verwijderingsbelang: middel

Verwijderingsbelang: hoog

Monumentaal restlevensduur > 5 jaar

Omgevingsvergunning weigeren

Omgevingsvergunning weigeren

Omgevingsvergunning weigeren / verlenen / alternatief

Monumentaal restlevensduur < 5 jaar

Omgevingsvergunning weigeren

Omgevingsvergunning weigeren / verlenen / alternatief

Omgevingsvergunning weigeren / verlenen / alternatief

Hoofdgroenstructuur restlevensduur > 5 jaar

Omgevingsvergunning weigeren

Omgevingsvergunning weigeren / verlenen / alternatief

Omgevingsvergunning verlenen

Hoofdgroenstructuur restlevensduur < 5 jaar

Omgevingsvergunning weigeren / verlenen / alternatief

Omgevingsvergunning verlenen

Omgevingsvergunning verlenen

Herplantboom

Omgevingsvergunning weigeren

Omgevingsvergunning weigeren / verlenen / alternatief

Omgevingsvergunning weigeren / verlenen / alternatief

Tabel 5: Afwegingskader voor kapaanvragen

4.3.3 Herplantplicht Bij het verlenen van een kapvergunning (‘omgevingsvergunning voor de activiteit kap ‘) kan een herplantplicht opgelegd worden. Herplant is bijvoorbeeld gewenst als de boom moet wijken voor een ontwikkeling, terwijl de betekenis en de kwaliteit van de boom zelf geen aanleiding geven tot het verlenen van een kapvergunning. Bij het kappen van een boom geldt: herplant naar waarde. De nieuwe boom moet zoveel mogelijk de functies van de oude boom compenseren, zoals biodiversiteit, verkoeling en uitstraling. In principe geldt

24

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

één-op-één herplant. Bij waardevolle of grote bomen kan herplant van meerdere exemplaren nodig zijn. Voor en boom van de 1ste grootte (wordt hoger dan 15 m) komt een boom van de 1ste grootte terug. Als er boven- als ondergronds onvoldoende ruimte is voor herplant, kan voor een boom van de 1ste grootte een herplant van twee bomen van de 2e grootte (8-15 m hoog) opgelegd worden. De nieuwe boom moet een minimale stamomtrek van 16–18 cm hebben (= stamdoorsnede 5 -6 cm).

Herplant boomgrootte

Minimale herplant maat 18 - 20 cm

Minimale doorwortelbare ruimte

1e grootte (soort > 15 m hoog)

16 - 18 cm

40 m3

2e grootte (soort 8-15 m hoog)

16 - 18 cm

20 m3

3e grootte (soort < 8 m hoog)

16 - 18 cm

10 m3

Tabel 6: Herplant uitgangspunten Hoofdgroenstructuur

De plek moet geschikt zijn: genoeg ruimte onder de grond en toegang tot water. Kan herplant ter plaatse niet, dan zoeken we een plek binnen 250 meter. Bij herplant in de Hoofdgroenstructuur geldt als extra eis dat de groeiplaats (doorwortelbare ruimte) een minimale grootte moet hebben. Zie tabel 6. Bij het bepalen van de groeiplaatsgrootte moet ook beoordeeld worden of de boom het grondwater kan bereiken. Is dat niet het geval, dan is de boom afhankelijk van hemelwater (hangwaterprofiel) en heeft een grotere groeiplaats nodig. Een eik van meer dan 24 m. hoog in een hangwaterprofiel heeft al gauw 70 m3 doorwortelbare ruimte nodig.

4.4 Behoud en verbinden We streven naar een aaneengesloten Hoofdgroenstructuur. Deze brengt samenhang en verbinding in het landschap en in de dorpen. De Hoofdgroenstructuur maakt het mogelijk dat vogels en andere dieren zich verplaatsen tussen natuur- en voedselrijke gebieden. Verbonden groen vergroot de biodiversiteit. Het breidt leefgebieden uit. Het versterkt de werking van ecosystemen. Aaneengesloten groen draagt ook bij aan de identiteit van Roerdalen. De Hoofdgroenstructuur draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit en versterkt de beleving van het dorp en het omliggende landschap. Het biedt inwoners en recreanten rust, schaduw en aantrekkelijke routes om te wandelen of fietsen.

omgevingsplan. Met duidelijke voorwaarden voor multifunctioneel ruimtegebruik, ook ondergronds (zie ook hoofdstuk 6 ontwerp en planvorming). Extra bescherming is mogelijk door de bomen in deze structuur op te nemen in de Bomenlijst. Het doel is de Hoofdgroenstructuur te versterken. Dit doen we door: • aanvullen; • kwaliteitsverbetering. Aanvullen betekent de lijnen verbinden. Ofwel de groene webstructuur aaneengesloten maken. Uitbreiden betekent ook het toevoegen van groenvlakken. Ofwel de Hoofdgroenstructuur aanvullen met bijzondere groene oases, plantvakken en parkjes. Dit zijn de groene plekken in het landschap en het dorp, waar dieren kunnen schuilen en inwoners kunnen recreëren. Zie afbeelding 25 de groenstructuur van Sint Odiliënberg ter illustratie. Onderdeel van de Hoofgroenstructuur in dit dorp zijn onder andere de wadi langs Schepersheuvel, de speeltuin aan de Fakkelweg en het groen langs de Roer bij de basiliek. De Hoofdgroenstructuur voor onze gehele gemeente en voor de zes dorpen met lijnen en vlakken zijn terug te vinden in bijlage 5. In de toekomst kunnen meer lijnen en vlakken aan deze Hoofdgroenstructuur toegevoegd worden. Bijvoorbeeld in een nieuwe wijk, zodat ook dit gebied onderdeel wordt van het groene netwerk. De (toekomstige) aanvulling is uiteraard ook een kwaliteitsverbetering van de Hoofdgroenstructuur.

De Hoofdgroenstructuur zoals deze is opgenomen in dit beleidsplan is leidend, tot het moment dat de gemeenteraad een nieuwe Hoofdgroenstructuur heeft vastgesteld. Versterken van de Hoofdgroenstructuur houdt ook in: opname in de Omgevingsvisie en/of Omgevingsplan en/of bepalingen als gevolg van de uitwerking in de kaders voor grijs/groen/blauw. We behouden wat we hebben. De structuur blijft zo beter herkenbaar en raakt minder versnipperd.

Behoud en bescherming van de Hoofdgroenstructuur wordt mogelijk door deze op te nemen in het

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

25

Afbeelding 25: Hoofdgroenstructuur van Sint Odiliënberg, met groene lijnen (donkergroen) en groene vlakken (gele sterren)

Kwaliteitsverbetering vindt bijvoorbeeld verder plaats door bomenlanen in de Hoofdgroenstructuur herplanten. Of door omvorming van gazon naar heesters of vaste planten. We werken zoveel mogelijk natuurvolgend, met inheemse soorten en versterking van gezond bodemleven.

26

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

4.4.1 Snippergroen Snippergroen zijn kleine stukjes openbaar groen, vaak grenzend aan tuinen of percelen, die vaak geen duidelijke functie hebben. Ze zijn voor de gemeente lastig te onderhouden. Gemeente Roerdalen verkoopt dit groen soms aan aangrenzende inwoners om het beheer te vereenvoudigen, kosten te besparen en de kavelgrenzen logisch te maken. Vanwege de vergroeningsopgave verkoopt de gemeente nog maar beperkt snippergroen. In de Hoofdgroenstructuur vindt in principe geen verkoop meer plaats.

5. Beheer en Onderhoud Het juiste beheer en onderhoud is nodig om te kunnen vergroenen en verbinden. Beheer richt zich op de toekomst: het bouwen aan een vitaal en duurzaam groen areaal en bomenbestand (investering). Dit omvat het herstellen en versterken van groenvakken en bomen door vervanging, aanplant en herinrichting. Onderhoud richt zich op de dagelijkse zorg voor groen en bomen (exploitatie).

5.1 Beheer van groen en bomen Beheer van groen en bomen omvat alle activiteiten die gericht zijn op het verzorgen en optimaliseren van de gezondheid, veiligheid en esthetische waarde van gazons, ruig gras, vaste planten, heesters, hagen en bomen. Bijvoorbeeld inspecties, snoeiwerk, bemesting, water geven en soms het vervangen of toevoegen van planten of bomen om de omgeving gezond, veilig en toekomstbestendig te houden.

5.1.1 Beheer voor meer groenareaal Meer groen in de openbare ruimte realiseren we vooral in de Hoofdgroenstructuur en op versteende plekken. Bij verbreding van de Hoofdgroenstructuur wordt het groenvak groter, zodat bijvoorbeeld kruiden, planten en bomen beter groeien. Zo kan door het verwijderen van overbodige verharding meer ruimte ontstaan voor groen en zorgt een boom voor minder wortelopdruk. Meer groenareaal betekent meer groenbeheer. Daar staat tegenover minder onderhoudskosten van de verharding en ook voor minder wortelschade, wat de restlevensduur van bomen vergroot. Versterken van de Hoofdgroenstructuur gebeurt door aanplant van bomen, heesters, vaste planten of grassen. Afhankelijk wat er op die locatie kan en gewenst is. Soms geven buurbomen teveel schaduw of is de groeiruimte beperkt vanwege kabels en leidingen. In die gevallen kan worden gekozen voor aanplant van een kleinere boomsoort of een kortere omlooptijd van een grotere boomsoort.

5.1.2 Natuurvolgend beheer Natuurvolgend groenbeheer is een manier van beheren die zoveel mogelijk aansluit bij de natuurlijke processen en eigenschappen van een gebied. In plaats van de natuur te sturen of strak te onderhou-

den, laten we de natuur haar gang gaan waar dat kan. We stimuleren van bodemleven en natuurlijke kringlopen, bijvoorbeeld door blad te laten liggen. Een goed functionerend bodemvoedselweb is ook goed tegen de opwarming. Een gezonde bodem slaat meer broeikasgas (CO2) op in de vorm van organisch materiaal. Het slaat hemelwater op, wat overbelasting van riolen en wateroverlast vermindert. Bovendien creëert het waterbuffers in de bodem die van nut zijn tijdens droge periodes. Natuurbescherming richt zich op het herstellen en behouden van ecosystemen met soorten die er van nature thuishoren. In de Hoofdgroenstructuur wordt daarom zoveel mogelijk gebruik gemaakt van inheemse plant en boomsoorten. Deze Hoofdgroenstructuur verbindt namelijk natuurgebieden. Ook het beheer van andere groenvakken en bomenlanen vindt bij voorkeur ook natuurvolgend plaats. Het idee daarachter is dat een natuurlijk ecosysteem goed functioneert omdat elk organisme in dat systeem al duizenden jaren een specifieke plek heeft. De opwarming gaat sneller dan ecosystemen aankunnen. Soorten die hier thuishoren, krijgen het moeilijk. Beuken houden bijvoorbeeld van vochtige, luchtige grond. Vooral in de bebouwde kom zijn deze omstandigheden vaak afwezig. Daarom vraagt toekomstgericht groenbeheer om slimme keuzes. Soms betekent dat het kiezen van soorten die beter tegen hitte en droogte kunnen.

Ook als die niet-inheems zijn. Zo houden we onze dorpen ook in de toekomst groen en leefbaar. We zorgen voor variatie in plantsoorten. Door klimaatverandering komen soortspecifieke ziektes

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

27

steeds vaker voor, met soms massale uitval tot gevolg. Daarom planten we bij laanbeplanting bij voorkeur een andere soort terug, die qua uiterlijk en eigenschappen past. Een afwisseling van plant- en boomsoorten in wijken en lanen, met inheemse én mediterrane soorten die beter bestand zijn tegen hitte en droogte. Alleen in historische lanen, zoals een oude lindenlaan, kiezen we in principe weer voor lindes.

5.1.2.1 Slim maaibeheer Bij ecologisch maaibeheer wordt het maaisel na 5–7 dagen drogen en zaadval afgevoerd. Dit verschraalt de bodem, bevordert soortenrijkdom en geeft insec-

ten en andere dieren tijd om een nieuwe voedselplek te vinden. De methode is arbeidsintensiever, maar ecologisch effectiever. In het buitengebied wordt op een aantal locaties (Herkenbosscherbroek, Vlootbeek en Waterschei Holst, zie bijlage 6) slim maaibeheer toegepast voor het donker pimpernelblauwtje. Dit is één van de allerzeldzaamste dagvlinders van Nederland. Het donker pimpernelblauwtje is zo zeldzaam vanwege zijn unieke en kwetsbare levenscyclus. De vlinder is volledig afhankelijk van één plant (de grote pimpernel) en één mierensoort (de gewone steekmier). Vrouwtjes leggen hun eitjes in de bloemknoppen. De rupsen eten daar enkele weken van, laten zich dan vallen en worden meegenomen naar mierennesten. Daar leven ze tien maanden als parasiet op mierenlarven. Pas daarna verpoppen ze en komen als vlinder weer tevoorschijn. Deze bijzondere cyclus slaagt alleen bij zorgvuldig beheer en voldoende leefruimte voor zowel plant als mier. Slim maaien kan niet overal. Sommige inwoners ervaren hinder bij het tuinonderhoud doordat zaden uit strooiselstroken overwaaien. De juiste locaties vinden is belangrijk. Goed overleg met inwoners en duidelijke uitleg over het nut van dergelijke stroken maken het verschil. Ook het strak blijven maaien van de eerste meter langs de stoep of het fietspad, vergroot de betrokkenheid.

Voor grotere graslanden adviseert de Vlinderstichting sinusbeheer: gefaseerd maaien in golvende patronen. Eerst wordt een slingerend pad gemaaid en het maaisel afgevoerd. Later volgt het binnendeel. Daarna volgt een nieuwe cyclus met een nieuw pad. Door deze afwisseling ontstaat meer variatie in microklimaat - gunstig voor insecten en andere dieren.

Afbeelding 26: voorbeeld van slim maaibeheer; de eerste meter langs de weg en het fietspad wordt frequent gemaaid, het middengedeelte is voor ruig gras.

28

Natuurlijk groen Roerdalen 2025 - 2050

Afbeelding 27: schapenbegrazing op de Schepersheuvel te Sint Odiliënberg

5.1.2.2 Schapen begrazing Begrazing door schapen is een natuurlijke manier om graslanden en heide te beheren. Het vergroot de biodiversiteit. Schapen grazen selectief, waardoor afwisseling in de vegetatie ontstaat. Dat is goed voor insecten, vogels en kleine dieren. Ze houden dominante soorten zoals pijpenstrootje en bramen in toom en geven ruimte aan kwetsbare planten. Zaden verspreiden zich via hun vacht en mest. Wat helpt om plantensoorten te verspreiden. Schapen verstoren de bodem nauwelijks. Het bodemleven blijft daardoor beter behouden dan bij maaien met machines. Zo draagt begrazing bij aan een gezonder en soortenrijk landschap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=41884e94-6ace-4d09-a8f8-779f88e62ebc