Was-wordt-tabel aanpassing Algemene verordening Ondergrondse Infrastructuur Rijswijk (AVOI) (1).docx
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Wijziging Algemene verordening Ondergrondse Infrastructuur Rijswijk (AVOI) 2017 Algemene toelichting en leeswijzer: De AVOI gaat in zijn geheel op in de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL). Alle regels in deze verordening hebben namelijk betrekking op de fysieke leefomgeving. Dit heeft ten gevolge dat de AVOI leeg achterblijft en dus kan komen te vervallen. In de kolom ‘nieuwe tekst’ worden dan ook de artikelnummers in de Verordening Fysieke Leefomgeving aangehouden. Met het oog op de leesbaarheid is een aantal tekstuele wijzigingen doorgevoerd. Inhoudelijk blijft de AVOI ongewijzigd. Aan elk gewijzigd artikel is een tabel gewijd. Per gewijzigd artikel worden in deze tabel telkens de bestaande en de nieuwe tekst benoemd. Hierbij worden ook de oude en de nieuwe locatie van het artikel weergegeven. In de kolom ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. Elke tabel wordt afgesloten met een toelichting op de doorgevoerde wijzigingen. Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (AVOI 2017)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 1.1 Begripsbepalingen a. Aanbieder: de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in de Telecommunicatiewet; b. aanvraag:de aanvraag van een instemmingsbesluit of vergunning; c. college: college van burgemeester en wethouders; d. instemmingsbesluit: 1. besluit van het college als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder b, van de Telecommunicatiewet; e. kabels en leidingen: één of meer kabels of leidingen, daaronder in ieder geval begrepen telecomkabels alsmede lege buizen, ondergrondse en bovengrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of
Artikel 1.1.1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: Aanbieder: De aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in de Telecommunicatiewet. College: Het college van Burgemeester en Wethouders van Rijswijk. Instemmingsbesluit: Besluit van het college als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder b, van de Telecommunicatiewet. Kabels en leidingen: Eén of meer kabels of leidingen, daaronder in ieder geval begrepen telecomkabels alsmede lege buizen, ondergrondse en bovengrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie. 1
gasvormige stoffen, van energie of van informatie; f. melding: melding als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid. Het betreft een melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard, waarvoor geen instemmingsbesluit of vergunning noodzakelijk is. g. netbeheerder: degene die als natuurlijk persoon handelende in de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon een net beheert. Onder netbeheerder wordt tevens verstaan een aanbieder; h. Openbaar elektronisch communicatienetwerk: netwerk als bedoeld in artikel 1.1, onder h, van de Telecommunicatiewet; i. openbare gronden: openbare gronden zoals bedoeld in artikel 1.1, onder aa, van de Telecommunicatiewet; j. Telecomkabel: een kabel als bedoeld in artikel 1.1, onder z, van de Telecommunicatiewet; k. vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid. Het betreft een vergunning voor de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels en leidingen in of op openbare gronden, niet zijnde telecomkabels; l. werkzaamheden van niet ingrijpende aard: categorieën van werkzaamheden waarvoor geen instemmingsbesluit of vergunning noodzakelijk is, maar waarbij kan worden volstaan met een melding.
Netbeheerder: Degene die als natuurlijk persoon handelende in de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon een net beheert. Onder netbeheerder wordt tevens verstaan een aanbieder. Openbaar elektronisch communicatienetwerk: Netwerk als bedoeld in artikel 1.1, onder h, van de Telecommunicatiewet. Openbare gronden: Openbare gronden zoals bedoeld in artikel 1.1, onder a, van de Telecommunicatiewet. Telecomkabel: Een kabel als bedoeld in artikel 1.1, onder z, van de Telecommunicatiewet. Werkzaamheden van niet ingrijpende aard: Categorieën van werkzaamheden waarvoor geen instemmingsbesluit of vergunning noodzakelijk is, maar waarbij kan worden volstaan met een melding.
Toelichting De begrippen uit alle verordeningen die regels bezitten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zijn in de Verordening Fysieke Leefomgeving samengevoegd in artikel 1.1.1. Zo ook de begrippen uit de AVOI. In de kolom ‘nieuwe tekst’ worden enkel de begrippen uit de AVOI weergegeven en niet de gehele begripsbepaling uit de Verordening Fysieke Leefomgeving. Voor de gehele begripsbepaling wordt u doorverwezen naar artikel 1.1.1 in de Verordening Fysieke Leefomgeving Rijswijk. Het begrip ‘college’ is geharmoniseerd met het begrip uit de andere verordeningen. Omdat dit begrip algemeen is, is gezocht naar een definitie die de lading van het begrip over de gehele Verordening Fysieke Leefomgeving dekt. 2
De begrippen ‘aanvraag’, ‘melding’ en ‘vergunning’ komen te vervallen. Deze begrippen worden in alle verordeningen gebruikt en zijn te algemeen om een definitie aan te verbinden. Het zijn Awbbegrippen. Bij de definitie van het begrip ‘openbare gronden’ is een extra ‘a’ verwijderd. De begrippen ‘aanbieder’, ‘instemmingsbesluit’, ‘kabels en leidingen’, ‘netbeheerder’, ‘openbare gronden’, ‘telecomkabel’ en ‘werkzaamheden van niet ingrijpende aard’ zijn ongewijzigd gebleven. Artikel 1.2 wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (AVOI 2017)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 1.2 Toepasselijkheid 1. Deze verordening is van toepassing op werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen in of op openbare gronden. 2. Het college voert de regie over de efficiënte ordening van werkzaamheden in verband met kabels en leidingen zoals bedoeld in het eerste lid. 3. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beslissing bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.
Artikel 6.1.1 Toepasselijkheid 1. Deze verordening is van toepassing op werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen in of op openbare gronden. 2. Het college voert de regie over de efficiënte ordening van werkzaamheden in verband met kabels en leidingen zoals bedoeld in het eerste lid. Artikel 9.1.1 Toepasselijkheid 1. Dit hoofdstuk is van toepassing voor zover andere van toepassing zijnde wetof regelgeving of specifieke regels in deze verordening niet anders bepalen. 2. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing op de artikelen 4.1.1, 5.1.5, 5.1.6, 5.1.7, 6.2.1 en 8.1.1. 3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de artikelen 2.1.1, 4.1.2, 4.2.1, 5.1.2, 5.1.3, 6.1.1 en 8.2.2.
Toelichting 3
Lid 3 van artikel 1.2 is met het oog op de leesbaarheid verplaatst naar artikel 9.1.1 VFL. Inhoudelijk blijft artikel 1.2 (nu 6.1.1 en 9.1.1 VFL) ongewijzigd. Artikel 2.1 wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (AVOI 2017)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 2.1 Vereiste van instemming of vergunning 1. Het is verboden om zonder of in afwijking van een door het college verleend instemmingsbesluit of verleende vergunning werkzaamheden uit te voeren in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen in of op openbare gronden. 2. In afwijking van het eerste lid kan voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard worden volstaan met een melding aan het college. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van categorieën van werkzaamheden van niet ingrijpende aard en kan aan de uitvoering van deze werkzaamheden voorschriften en beperkingen verbinden als bedoeld in artikel 2.4. 3. Het college kan één of meer gebieden aanwijzen waarbinnen niet volstaan kan worden met een melding, maar altijd een instemmingsbesluit of vergunning moet worden aangevraagd. 4. Werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening, waarvan uitstel redelijkerwijs niet mogelijk of niet gewenst is, dienen onverwijld te worden gemeld aan de burgemeester. Ingeval de openbare orde of gevaar dan wel de vrees voor het ontstaan van gevaar zich verzet tegen de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden kan de burgemeester besluiten dat de
Artikel 6.1.2 Vereiste van instemming of vergunning 1. Het is verboden om zonder of in afwijking van een door het college verleend instemmingsbesluit of verleende vergunning werkzaamheden uit te voeren in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen in of op openbare gronden. 2. In afwijking van het eerste lid kan voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard worden volstaan met een melding aan het college. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van categorieën van werkzaamheden van niet ingrijpende aard en kan aan de uitvoering van deze werkzaamheden voorschriften en beperkingen verbinden als bedoeld in artikel 6.1.5. 3. Het college kan één of meer gebieden aanwijzen waarbinnen niet volstaan kan worden met een melding, maar altijd een instemmingsbesluit of vergunning moet worden aangevraagd. 4. Werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening, waarvan uitstel redelijkerwijs niet mogelijk of niet gewenst is, dienen onverwijld te worden gemeld aan de burgemeester. Ingeval de openbare orde of gevaar dan wel de vrees voor het ontstaan van gevaar zich verzet tegen de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden kan de burgemeester besluiten dat de 4
werkzaamheden op een ander dan het voorgenomen tijdstip plaatsvinden. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de wijze van melding en uitvoering van deze werkzaamheden. 5. Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op werkzaamheden van de gemeente bij de uitoefening van haar publiekrechtelijke taak. 6. Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening of de Waterschapskeur.
werkzaamheden op een ander dan het voorgenomen tijdstip plaatsvinden. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de wijze van melding en uitvoering van deze werkzaamheden. 5. Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op werkzaamheden van de gemeente bij de uitoefening van haar publiekrechtelijke taak. 6. Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het provinciale Omgevingsbeleid of de Waterschapskeur.
Toelichting De provinciale wegenverordening is vervallen en vervangen door het omgevingsbeleid. Inhoudelijk blijft artikel 2.1 (nu 6.1.2 VFL) ongewijzigd. De artikel 2.2 t/m 3.7 worden als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (AVOI 2017)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 2.2 de aanvraag en de melding 1. Een aanvraag wordt ingediend bij het college. 2. De aanvrager levert op verzoek van het college de resultaten van het overleg tussen de aanvrager en de andere grondeigenaren of grondbeheerders aan, indien het college dit noodzakelijk acht voor de besluitvorming. 3. Een melding wordt minimaal vijf werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden aan het college gedaan. 4. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de bij een aanvraag of
Artikel 6.1.3 de aanvraag en de melding 1. Een aanvraag wordt ingediend bij het college. 2. De aanvrager levert op verzoek van het college de resultaten van het overleg tussen de aanvrager en de andere grondeigenaren of grondbeheerders aan, indien het college dit noodzakelijk acht voor de besluitvorming. 3. Een melding wordt minimaal vijf werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden aan het college gedaan. 4. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de bij een aanvraag of 5
melding te verstrekken gegevens en de wijze van verstrekking.
melding te verstrekken gegevens en de wijze van verstrekking.
Artikel 2.3 Beslistermijnen 1. Het college beslist op de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. 2. Indien voor de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen zowel een aanvraag op grond van deze verordening als een aanvraag op grond van een andere wet is ingediend, al dan niet bij een ander bestuursorgaan, dan stelt de aanvrager het college hiervan op de hoogte. 3. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een zo kort mogelijke termijn van ten hoogste acht weken waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 4. Op schriftelijk verzoek van de aanvrager stelt het college een aanvraag buiten behandeling.
Artikel 6.1.4 Beslistermijnen 1. Het college beslist op de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. 2. Indien voor de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen zowel een aanvraag op grond van deze verordening als een aanvraag op grond van een andere wet is ingediend, al dan niet bij een ander bestuursorgaan, dan stelt de aanvrager het college hiervan op de hoogte. 3. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een zo kort mogelijke termijn van ten hoogste acht weken waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 4. Op schriftelijk verzoek van de aanvrager stelt het college een aanvraag buiten behandeling.
Artikel 2.4 Voorschriften, beperkingen en weigergronden 1. Het college kan aan een instemmingsbesluit of een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden, dan wel een vergunning weigeren, in het belang van: a. de openbare orde; b. de veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de verkeersveiligheid of een goede doorstroming van het verkeer; c. het voorkomen of beperken van overlast; d. de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare gronden en gebouwen, het doelmatig beheer en onderhoud en het belang van nader aan te geven lokale evenementen; e. de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan
Artikel 6.1.5 Voorschriften, beperkingen en weigergronden 1. Het college kan aan een instemmingsbesluit of een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden, dan wel een vergunning weigeren, in het belang van: a. de openbare orde; b. de veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de verkeersveiligheid of een goede doorstroming van het verkeer; c. het voorkomen of beperken van overlast; d. de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare gronden en gebouwen, het doelmatig beheer en onderhoud en het belang van nader aan te geven lokale evenementen; e. de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan 6
wordt de bescherming van reeds in de grond aanwezige werken; f. de bescherming van eventuele archeologische vondsten, van groenvoorzieningen, bomen en van beplantingen; g. het uiterlijk aanzien van de omgeving; 2. De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen zes maanden na aanvang, tenzij in het instemmingsbesluit of de vergunning anders is bepaald. 3. De aanvrager draagt er zorg voor dat de voorschriften die aan het instemmingsbesluit of de vergunning zijn verbonden worden nageleefd. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de wijze van uitvoering van werkzaamheden aan kabels of leidingen.
wordt de bescherming van reeds in de grond aanwezige werken; f. de bescherming van eventuele archeologische vondsten, van groenvoorzieningen, bomen en van beplantingen; g. het uiterlijk aanzien van de omgeving; 2. De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen zes maanden na aanvang, tenzij in het instemmingsbesluit of de vergunning anders is bepaald. 3. De aanvrager draagt er zorg voor dat de voorschriften die aan het instemmingsbesluit of de vergunning zijn verbonden worden nageleefd. 4. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de wijze van uitvoering van werkzaamheden aan kabels of leidingen.
Artikel 2.5 Wijziging en intrekking 1. Het college kan het instemmingsbesluit of de vergunning wijzigen of intrekken, indien: a. de netbeheerder niet binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van het instemmingsbesluit of de vergunning, of de in het instemmingsbesluit of de vergunning opgenomen termijn, met de werkzaamheden als omschreven in het instemmingsbesluit of de vergunning is begonnen; b. de in het instemmingsbesluit of de vergunning benoemde werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van zes maanden stilliggen; c. het instemmingsbesluit of de vergunning is verleend op basis van onjuiste of onvolledige gegevens; d. de netbeheerder het bepaalde bij of krachtens deze verordening niet naleeft;
Artikel 6.1.6 Wijziging en intrekking 1. Het college kan het instemmingsbesluit of de vergunning wijzigen of intrekken, indien: a. de netbeheerder niet binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van het instemmingsbesluit of de vergunning, of de in het instemmingsbesluit of de vergunning opgenomen termijn, met de werkzaamheden als omschreven in het instemmingsbesluit of de vergunning is begonnen; b. de in het instemmingsbesluit of de vergunning benoemde werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van zes maanden stilliggen; c. het instemmingsbesluit of de vergunning is verleend op basis van onjuiste of onvolledige gegevens; d. de netbeheerder het bepaalde bij of krachtens deze verordening niet naleeft; 7
na het verlenen van het instemmingsbesluit of de vergunning naar het oordeel van het college gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht blijven van het instemmingsbesluit of de vergunning onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en hieraan door het stellen van nadere voorschriften en beperkingen aan het verleende instemmingsbesluit of de verleende vergunning niet kan worden tegemoetgekomen. Het college kan de vergunning wijzigen of intrekken, indien: a. de netbeheerder de leiding definitief buiten gebruik heeft gesteld; b. dit naar het oordeel van het college redelijkerwijs nodig is vanwege de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak. Het college gaat niet over tot intrekking of wijziging van het instemmingsbesluit of de vergunning dan nadat het college de houder van het instemmingsbesluit of de vergunning heeft gehoord. Aan het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning kan de verplichting worden verbonden om de betreffende kabels of leidingen aan te passen of deze te verwijderen. Het college trekt het instemmingsbesluit of de vergunning in indien de houder schriftelijk aan het college verklaart geen gebruik meer daarvan te willen maken.
Een instemmingsbesluit of een vergunning geldt voor een specifieke kabel of leiding en is overdraagbaar, tenzij in de vergunning of het instemmingsbesluit anders is bepaald. Het college kan het instemmingsbesluit of de vergunning op schriftelijk verzoek e.
2.
3.
4.
5.
6.
2.
3.
4.
5.
6.
e. na het verlenen van het instemmingsbesluit of de vergunning naar het oordeel van het college gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht blijven van het instemmingsbesluit of de vergunning onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en hieraan door het stellen van nadere voorschriften en beperkingen aan het verleende instemmingsbesluit of de verleende vergunning niet kan worden tegemoetgekomen. Het college kan de vergunning wijzigen of intrekken, indien: a. de netbeheerder de leiding definitief buiten gebruik heeft gesteld; b. dit naar het oordeel van het college redelijkerwijs nodig is vanwege de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak. Het college gaat niet over tot intrekking of wijziging van het instemmingsbesluit of de vergunning dan nadat het college de houder van het instemmingsbesluit of de vergunning heeft gehoord. Aan het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning kan de verplichting worden verbonden om de betreffende kabels of leidingen aan te passen of deze te verwijderen. Het college trekt het instemmingsbesluit of de vergunning in indien de houder schriftelijk aan het college verklaart geen gebruik meer daarvan te willen maken.
Een instemmingsbesluit of een vergunning geldt voor een specifieke kabel of leiding en is overdraagbaar, tenzij in de vergunning of het instemmingsbesluit anders is bepaald. Het college kan het instemmingsbesluit of de vergunning op schriftelijk verzoek 8
van de houder op naam stellen van een andere netbeheerder.
van de houder op naam stellen van een andere netbeheerder.
Artikel 3.1 Medegebruik van voorzieningen 1. Een aanbieder is verplicht om bij de aanleg van telecomkabels in openbare gronden zoveel mogelijk medegebruik te maken van bestaande, hetzij door andere aanbieders dan wel door of in opdracht van het college aangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, of kabel- en leidingentunnels. 2. Het eerste lid vindt geen toepassing indien de aanbieder aannemelijk kan maken dat medegebruik op technische of economische gronden niet haalbaar is. 3. Indien het gekozen tracé niet kan worden uitgevoerd, dient de aanbieder een alternatief tracé te kiezen. Ook kan het college een alternatief tracé aanwijzen.
Artikel 6.1.7 Medegebruik van voorzieningen 1. Een aanbieder is verplicht om bij de aanleg van telecomkabels in openbare gronden zoveel mogelijk medegebruik te maken van bestaande, hetzij door andere aanbieders dan wel door of in opdracht van het college aangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, of kabel- en leidingentunnels. 2. Het eerste lid vindt geen toepassing indien de aanbieder aannemelijk kan maken dat medegebruik op technische of economische gronden niet haalbaar is. 3. Indien het gekozen tracé niet kan worden uitgevoerd, dient de aanbieder een alternatief tracé te kiezen. Ook kan het college een alternatief tracé aanwijzen.
Artikel 3.2 Verplichtingen netbeheerder 1. Indien de eigendom, de exploitatie, het beheer of het gebruik van kabels of leidingen wijzigt, stelt de netbeheerder het college onverwijld schriftelijk van deze wijziging in kennis. 2. De netbeheerder levert op verzoek van het college informatie over een kabel of leiding.
Artikel 6.1.8 Verplichtingen netbeheerder 1. Indien de eigendom, de exploitatie, het beheer of het gebruik van kabels of leidingen wijzigt, stelt de netbeheerder het college onverwijld schriftelijk van deze wijziging in kennis. 2. De netbeheerder levert op verzoek van het college informatie over een kabel of leiding.
Artikel 3.3 Zorgplicht netbeheerder De netbeheerder is verplicht zorg te dragen voor een goede staat van onderhoud van kabels en leidingen.
Artikel 6.1.9 Zorgplicht netbeheerder De netbeheerder is verplicht zorg te dragen voor een goede staat van onderhoud van kabels en leidingen.
Artikel 3.4 Verontreiniging, gevaar en hinder 1. De netbeheerder is verplicht verontreiniging, gevaar of hinder, dan wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar of hinder kunnen optreden, onmiddellijk te melden aan het college en alle maatregelen te treffen teneinde verdere verontreiniging, schade of hinder te voorkomen. 2. Het college kan de netbeheerder opdragen een milieutechnisch onderzoek dan wel een onderzoek naar
Artikel 6.1.10 Verontreiniging, gevaar en hinder 1. De netbeheerder is verplicht verontreiniging, gevaar of hinder, dan wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar of hinder kunnen optreden, onmiddellijk te melden aan het college en alle maatregelen te treffen teneinde verdere verontreiniging, schade of hinder te voorkomen. 2. Het college kan de netbeheerder opdragen een milieutechnisch 9
mogelijk gevaar of hinder uit te voeren, indien een redelijk vermoeden bestaat van verontreiniging, gevaar of hinder, ontstaan bij de aanleg of de exploitatie van kabels en leidingen. 3. Het college kan bij gebleken of ernstige dreiging van verontreiniging, gevaar of hinder in of nabij het tracé van kabels en leidingen opschorting gelasten van de aanleg of de exploitatie van de betreffende kabels en leidingen. Artikel 3.5 Overleg en afstemming tijdens planvomring 1. De gemeente initieert en faciliteert nader overleg tussen alle betrokken partijen over alle projecten in openbare gronden. Dit overleg vindt periodiek, doch tenminste eenmaal per jaar plaats. 2. Het college initieert in de planfase van een door of vanwege de gemeente uit te voeren project overleg met de desbetreffende netbeheerder(s) ten einde de gevolgen van dat project voor de ligging en het onderhoud van kabels en leidingen te analyseren. De gemeente doet per bedoeld project een voorstel ten aanzien van het aantal overleggen en de regelmaat daarvan. 3. Op initiatief van het college wisselen alle betrokken partijen voorafgaand aan de start van een werk dat gevolgen heeft voor de ondergrondse infrastructuur de noodzakelijke informatie met elkaar uit. Artikel 3.6 Nadeelcompensatie 1.
Het college kent een netbeheerder, niet zijnde aanbieder, die schade lijdt of zal lijden als gevolg van een besluit van het college als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, onder e, of artikel 2.5, tweede lid, onder b, dan wel als gevolg van de rechtmatige uitoefening door het college van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak, op verzoek een vergoeding toe, voor zover de schade redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en voor
onderzoek dan wel een onderzoek naar mogelijk gevaar of hinder uit te voeren, indien een redelijk vermoeden bestaat van verontreiniging, gevaar of hinder, ontstaan bij de aanleg of de exploitatie van kabels en leidingen. 3. Het college kan bij gebleken of ernstige dreiging van verontreiniging, gevaar of hinder in of nabij het tracé van kabels en leidingen opschorting gelasten van de aanleg of de exploitatie van de betreffende kabels en leidingen. Artikel 6.1.11 Overleg en afstemming tijdens planvorming 1. De gemeente initieert en faciliteert nader overleg tussen alle betrokken partijen over alle projecten in openbare gronden. Dit overleg vindt periodiek, doch tenminste eenmaal per jaar plaats. 2. Het college initieert in de planfase van een door of vanwege de gemeente uit te voeren project overleg met de desbetreffende netbeheerder(s) ten einde de gevolgen van dat project voor de ligging en het onderhoud van kabels en leidingen te analyseren. De gemeente doet per bedoeld project een voorstel ten aanzien van het aantal overleggen en de regelmaat daarvan. 3. Op initiatief van het college wisselen alle betrokken partijen voorafgaand aan de start van een werk dat gevolgen heeft voor de ondergrondse infrastructuur de noodzakelijke informatie met elkaar uit. Artikel 6.1.12 Nadeelcompensatie 1.
Het college kent een netbeheerder, niet zijnde aanbieder, die schade lijdt of zal lijden als gevolg van een besluit van het college als bedoeld in artikel 6.1.6, eerste lid, onder e, of artikel 6.1.6, tweede lid, onder b, dan wel als gevolg van de rechtmatige uitoefening door het college van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak, op verzoek een vergoeding toe, voor zover de schade redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en voor 10
zover de vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd. 2. Het college stelt een nadeelcompensatieregeling vast over de uitoefening van de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid.
zover de vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd. 2. Het college stelt een nadeelcompensatieregeling vast over de uitoefening van de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.7 Herstraat- em degeneratiekosten 1. Indien door de netbeheerder werkzaamheden aan kabels of leidingen in of op openbare gronden worden uitgevoerd, brengt het college de kosten voor herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van openbare gronden die het rechtstreekse gevolg zijn van de uitgevoerde werkzaamheden bij de netbeheerder in rekening. 2. Het uitgangspunt bij het herstel van gronden is dat de grond wordt teruggebracht in de oude staat. 3. Het college stelt nadere regels vast over de uitoefening van de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 6.1.13 Herstraat- en degeneratiekosten 1. Indien door de netbeheerder werkzaamheden aan kabels of leidingen in of op openbare gronden worden uitgevoerd, brengt het college de kosten voor herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van openbare gronden die het rechtstreekse gevolg zijn van de uitgevoerde werkzaamheden bij de netbeheerder in rekening. 2. Het uitgangspunt bij het herstel van gronden is dat de grond wordt teruggebracht in de oude staat. 3. Het college stelt nadere regels vast over de uitoefening van de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid.
Toelichting De artikel 2.2 t/m 3.6 gaan inhoudelijk ongewijzigd over, enkel de artikelnummers en interne verwijzingen worden als bovenstaand gewijzigd. In artikel 3.7 (nu 6.1.13 VFL) is een tekstueel foutje hersteld. Artikel 4.1 wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (AVOI 2017)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 4.1 Overgangsbepalingen 1. Voor kabels en leidingen die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening rechtmatig aanwezig en in gebruik zijn geldt de door de gemeente verleende toestemming dan wel vergunning op grond waarvan zij gelegd zijn als een vergunning
Artikel 12.1.4 Overgangsrecht
Lid 3:
Voor kabels en leidingen die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening rechtmatig aanwezig en in gebruik zijn geldt de door de gemeente verleende toestemming dan wel vergunning op grond waarvan zij gelegd zijn als een vergunning respectievelijk 11
respectievelijk instemmingsbesluit krachtens deze verordening. 2. Voor zover er sprake is van privaatrechtelijke overeenkomsten tussen de gemeente en netbeheerders en tot het moment waarop deze zijn beëindigd, zijn de bepalingen in deze verordening, voor zover strijdig met de bepalingen in deze overeenkomsten, niet van toepassing. 3. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een instemmingsbesluit is aangevraagd op grond van de Telecomverordening Rijswijk, waarop nog niet is beslist, wordt deze aanvraag beoordeeld aan de hand van de bepalingen van de Telecomverordening Rijswijk.
instemmingsbesluit krachtens deze verordening. a. Voor zover er sprake is van privaatrechtelijke overeenkomsten tussen de gemeente en netbeheerders en tot het moment waarop deze zijn beëindigd, zijn de bepalingen in deze verordening, voor zover strijdig met de bepalingen in deze overeenkomsten, niet van toepassing. b. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een instemmingsbesluit is aangevraagd op grond van de Algemene verordening Ondergrondse Infrastructuur Rijswijk (AVOI) 2017, waarop nog niet is beslist, wordt deze aanvraag beoordeeld aan de hand van de bepalingen van de Algemene verordening Ondergrondse Infrastructuur Rijswijk (AVOI) 2017.
Toelichting De overgangs- en slotbepalingen uit alle verordeningen die regels bezitten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zijn in de Verordening Fysieke Leefomgeving samengevoegd in hoofdstuk 12. Zo ook de overgangs- en slotbepalingen uit de AVOI. In de kolom ‘nieuwe tekst’ worden enkel de overgangs- en slotbepalingen uit de AVOI weergegeven en niet de gehele overgangs- en slotbepaling uit de Verordening Fysieke Leefomgeving. Voor de gehele overgangsen slotbepaling wordt u doorverwezen naar hoofdstuk 12 in de Verordening Fysieke Leefomgeving Rijswijk. De term ‘Telecomverordening’ is vervangen door ‘Algemene verordening Ondergrondse Infrastructuur Rijswijk (AVOI) 2017’. Artikel 4.1 (nu 12.1.4, lid 3, VFL) is inhoudelijk ongewijzigd gebleven. Artikel 4.2 wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (AVOI 2017)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving) 12
Artikel 4.2 Toezicht op de naleving Het college wijst de personen aan die zijn belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde.
Artikel 10.1.1 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening of delen daarvan zijn belast de door het college aangewezen personen. Hierbij geldt het volgende:
Toelichting De toezichtbepalingen uit alle verordeningen die regels bezitten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zijn in de Verordening Fysieke Leefomgeving samengevoegd in hoofdstuk 10. Zo ook de toezichtbepaling uit de AVOI. In de kolom ‘nieuwe tekst’ wordt enkel de toezichtbepaling uit de AVOI weergegeven en niet de toezichtbepaling uit de Verordening Fysieke Leefomgeving. Voor de gehele toezichtbepaling wordt u doorverwezen naar hoofdstuk 10 in de Verordening Fysieke Leefomgeving Rijswijk. Artikel 4.2 (nu 10.1.1 VFL) blijft tekstueel en inhoudelijk ongewijzigd. Artikel 4.3 wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (AVOI 2017)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 4.3 Strafbepaling Overtreding van de artikelen 2.1, eerste, tweede en vierde lid, 2.4, derde lid, of 3.3 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie.
Artikel 11.1.1 Strafbepaling Bij overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en van de voorschriften en beperkingen die zijn verbonden aan de op grond van deze verordening verleende vergunningen of ontheffingen, geldt het volgende: Lid 3: Overtreding van de artikelen 6.1.2, eerste, tweede en vierde lid, 6.1.5, derde lid, of 6.1.9 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie.
Toelichting
13
De strafbepalingen uit alle verordeningen die regels bezitten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zijn in de Verordening Fysieke Leefomgeving samengevoegd in hoofdstuk 11. Zo ook de strafbepaling uit de AVOI. In de kolom ‘nieuwe tekst’ wordt enkel de strafbepaling uit de AVOI weergegeven en niet de strafbepaling uit de Verordening Fysieke Leefomgeving. Voor de gehele strafbepaling wordt u doorverwezen naar hoofdstuk 11 in de Verordening Fysieke Leefomgeving Rijswijk. Artikel 4.3 (nu 11.1.1, lid 3, VFL) blijft tekstueel en inhoudelijk ongewijzigd. Artikel 4.4 wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (AVOI 2017)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 4.4 Slotbepalingen 1. Deze verordening treedt op 1 mei 2017 in werking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als Algemene verordening ondergrondse infrastructuur Rijswijk (AVOI Rijswijk). 3. De Telecomverordening Rijswijk wordt op het tijdstip van inwerkingtreding van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur ingetrokken. 4. Artikel 2:11, vierde lid van de Algemene plaatselijke verordening wordt op het tijdstip van inwerkingtreding aangepast door de woorden "of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening" te vervangen door "of de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur".
Artikel 12.1.3 Inwerkingtreding nieuwe verordening en intrekking oude verordeningen en regels 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2. Op de dag bedoeld in het eerste lid worden ingetrokken: - Afvalstoffenverordening voor de gemeente Rijswijk 2011 - Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019 - Algemene verordening Ondergrondse Infrastructuur Rijswijk (AVOI) 2017 - Bouwverordening 2012 - Marktreglement gemeente Rijswijk 2012 - Marktverordening gemeente Rijswijk 2012 - Verordening straatnaamgeving en huisnummering 1995 - Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Rijswijk houdende belastingregels parkeren Verordening Parkeerregulering en parkeerbelastingen Rijswijk 2016 Artikel 12.1.5 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Rijswijk. 14
Toelichting De overgangs- en slotbepalingen uit alle verordeningen die regels bezitten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zijn in de Verordening Fysieke Leefomgeving samengevoegd in hoofdstuk 12. Zo ook de overgangs- en slotbepalingen uit de AVOI. In de kolom ‘nieuwe tekst’ worden enkel de overgangs- en slotbepalingen uit de AVOI weergegeven en niet de gehele overgangs- en slotbepaling uit de Verordening Fysieke Leefomgeving. Voor de gehele overgangsen slotbepaling wordt u doorverwezen naar hoofdstuk 12 in de Verordening Fysieke Leefomgeving Rijswijk. De wijziging als omschreven in het 4e lid van artikel 4.4 is geactualiseerd en doorgevoerd in artikel 2:11 van de APV (nu 6.2.1 VFL) De toelichting op de verordening is als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (AVOI 2017)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Hoofdstuk Toelichting
Toelichting
Artikel 1-4 Algemeen: Deze algemene verordening ondergrondse infrastructuur (verder aangeduid als AVOI) is een verordening die regels bevat met betrekking tot het aanleggen, in stand houden en opruimen van kabels en leidingen. In deze verordening zijn zowel regels gesteld betreffende kabels en leidingen ten dienste van openbare elektronische communicatienetwerken als regels voor de overige kabels en leidingen.
Artikel 6.1.1 Toepasselijkheid Lid 1 bepaald dat de verordening van toepassing is op werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen in of op openbare gronden. Zoals in de toelichting bij het begrip ‘openbare gronden’ reeds is aangegeven, vallen ook kunstwerken onder dit begrip. Voor kabels en leidingen die niet onder de Telecommunicatiewet vallen geldt de vergunningplicht slechts voor openbare gronden die in beheer zijn bij de gemeente. Voor telecomkabels zijn de regels van toepassing op alle openbare gronden, ongeacht wie deze beheert. De verordening heeft ten doel de regie te regelen met betrekking tot kabels en leidingen van partijen die in de openbare ondergrond binnen de gemeente willen werken. Dit komt in het tweede lid naar voren. De gemeente is als eigenaar en/of beheerder van de grond en als hoeder van de openbare ruimte de aangewezen partij om deze rol op zich te nemen. Ten aanzien van telecomkabels is deze taak reeds
Kernpunten van deze AVOI en de daarop gebaseerde besluiten zijn: • de bruikbaarheid en het aanzien van de weg; • de veiligheid van de kabels en leidingen; • het minimaliseren van risico’s voor milieu en gezondheid van mens en dier; • te stellen eisen aan de ordening en allocatie van kabels en leidingen; • te stellen eisen aan exploitatie en onderhoud van kabels en leidingen;
15
• te stellen eisen aan wijzigingen van leidingentracés en verwijdering van kabels en leidingen. De regels voor werkzaamheden betreffende een openbaar elektronisch communicatienetwerk waren voorheen opgenomen in de gemeentelijke Telecommunicatieverordening. Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze AVOI is de bestaande Telecommunicatieverordening als afzonderlijke verordening ingetrokken. Voor de uitvoering van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk bepaalt de Telecommunicatiewet (Tw) het kader voor de regels in deze verordening. Voor de werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van de overige kabels en leidingen ontbreekt een dergelijke vorm van wetgeving. Traditioneel wordt de vergunning voor deze werkzaamheden verleend op grond van de Algemene plaatselijke verordening (APV) of op grond van een leidingenverordening. Met de inwerkingtreding van deze AVOI wordt de vergunningverlening ten aanzien van kabels en leidingen beheerst door deze verordening. In deze verordening is het regime voor kabels en leidingen vallende onder de Tw en voor de overige kabels en leidingen zo veel als mogelijk geïntegreerd.
Het onderscheid in de toepassing blijkt expliciet uit de gebezigde tekst en uit de definities van ‘telecomkabel’ (alleen Tw) en ‘kabels en leidingen’ (alle kabels en leidingen inclusief telecomkabels). Artikelsgewijze toelichting 1. Inleidende bepalingen Artikel 1.1 Algemeen In dit artikel zijn de begripsbepalingen opgenomen. Voor een goed begrip van de AVOI is het van belang om op te merken dat in beginsel alle leidingen (waaronder ook
aan de gemeente opgedragen in de Telecommunicatiewet. Om een efficiënte regie door de gemeente mogelijk te maken is het noodzakelijk dat de gemeente ook ten aanzien van overige kabels en leidingen door middel van vergunningverlening deze taak op zich neemt. De regisseur is onafhankelijk en streeft naar afstemming van onder- en bovengrondse infrastructuur en naar samenwerking van alle betrokken partijen bij een project. De belangen die worden gediend met deze regie in de ondergrond zijn de volgende: Gemeente (wegbeheerder en regisseur): 1. Zo min mogelijk verstoring van de openbare ruimte en verkeersafwikkeling; 2. Zo min mogelijk hinder voor ondernemers en omgeving. Netbeheerder: 1. Ongestoorde ligging kabels en leidingen; 2. Geen onnodige werkzaamheden en verleggingen; 3. Vlotte uitvoering projecten. Deze regie kan zich op de volgende manieren per projectfase manifesteren: Planvormingsfase 1. De gemeente initieert een overleg met de betrokken netbeheerders teneinde de gevolgen van dat project voor de ligging en het onderhoud van kabels en leidingen te analyseren. 2. De gemeente attendeert netbeheerders op toekomstige plannen en gebiedsontwikkeling. 3. De gemeente neemt geen aanvragen in behandeling zonder verkregen gebiedsinformatie naar aanleiding van een oriëntatieverzoek of een graafmelding. Voorbereidingsfase 1.
De gemeente stimuleert de initiatiefnemer van een project om actief netbeheerders en anderen te benaderen voor het combineren van 16
rioolbuizen) in openbare gronden waarover de bevoegdheid van het gemeentebestuur zich uitstrekt onder de reikwijdte van de verordening vallen. Voor de definitie van ‘openbare gronden’ is aansluiting gezocht bij de definitie in de Telecommunicatiewet. Uit de definitie van ‘openbare gronden’ blijkt dat het bereik van de verordening niet beperkt blijft tot kabels en leidingen die in de grond liggen, maar ook ziet op kabels en leidingen en bijbehorende voorzieningen die in of op kunstwerken zijn of worden gelegd. Met kunstwerken wordt bedoeld infrastructuur die voor kabels en leidingen is aangelegd om bijvoorbeeld een barrière (zoals een snelweg of een waterweg) over te kunnen steken. Hierbij valt te denken aan leidingentunnels en leidingenviaducten. Ook worden voorzieningen in bestaande infrastructuur (zoals bruggen) in deze verordening als kunstwerken beschouwd. Kabelgoten vallen, voor zover zij in openbare gronden zijn gelegen, eveneens onder de werkingssfeer van de verordening. Kabels en leidingen die zich niet in of op openbare gronden bevinden (zoals bovengrondse hoogspanningsleidingen) vallen niet onder de werkingssfeer van de verordening. Artikel 1.1 a aanbieder Met het begrip ‘aanbieder’ wordt bedoeld: een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk in de zin van de Telecommunicatiewet.
Op deze ‘aanbieder’ zijn de rechten en plichten van hoofdstuk 5 van de Telecommunicatiewet van toepassing. De verordening bevat enkele bepalingen die slechts van toepassing zijn op ‘aanbieders’. Artikel 1.1 b aanvraag Met het begrip ‘aanvraag’ wordt bedoeld: een aanvraag om een instemmingsbesluit (conform de Telecommunicatiewet) of een vergunning (overige kabels en leidingen). De aanvraag moet onderscheiden worden van de melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard op grond van artikel 2.1 lid 2 van de verordening. Artikel 1.1 c college Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de taken voortvloeiende uit de AVOI af te handelen, waarbij deze bevoegdheden voor
werkzaamheden en voor medegebruik van voorzieningen. 2. De gemeente initieert één of meer overleggen tussen de initiatiefnemer van een project en betrokken netbeheerders om informatie met elkaar uit te wisselen. 3. De gemeente legt afspraken (bijvoorbeeld over fasering, verkeersmaatregelen en het voorkomen van hinder) vast door middel van vergunningvoorschriften. 4. De gemeente kan de nieuwe inrichting/plaatsbepaling van de ondergrondse infrastructuur vaststellen of hier een voorstel toe doen. Uitvoeringsfase 1. De gemeente handhaaft de voorschriften bij de vergunning of het instemmingsbesluit. 2. De gemeente bemiddelt, op verzoek van partijen, bij conflicten. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) behelst de zogenaamde lex silencio positivo (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen). Dit leerstuk is, zoals gesteld in lid 3 van dit artikel, niet van toepassing op de beschikkingen op grond van deze verordening. Dat betekent dat bij het verstrijken van de beslistermijnen de vergunning niet van rechtswege wordt geacht te zijn verleend.
Gelet op de grote publieke belangen die in het geding kunnen zijn, zoals het waarborgen van bereikbaarheid voor politie, brandweer en ambulance en de veiligheid voor het publiek, is het niet verantwoord dat zonder meer met de werkzaamheden mag worden begonnen als de gemeente verzuimd zou hebben binnen de gestelde termijn te beslissen. Dat laat natuurlijk onverlet dat, indien de gemeente in gebreke is, daartegen rechtsmiddelen openstaan. Hetzelfde geldt overigens voor de instemming voor de werkzaamheden in verband met aanleg, instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk (de instemming als bedoeld in artikel 5.4, lid 1, sub 17
wat betreft de uitvoering om praktische redenen deels gemandateerd zijn of worden aan een of meer daartoe aangewezen ambtenaren. Deze functie betreft enerzijds het houden van toezicht en anderzijds het coördineren en verlenen van instemmingen en vergunningen. Indien en voor zover de bevoegdheden op het gebied van coördinatie, het verlenen van vergunningen en instemmingbesluiten en het houden van toezicht gemandateerd zijn aan een of meer functionarissen, wordt met ‘college’ tevens deze functionaris bedoeld. Artikel 1.1 d instemmingsbesluit De Telecommunicatiewet bevat een gedoogplicht voor de aanleg van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. Deze gedoogplicht is vastgelegd in artikel 5.2 van de Telecommunicatiewet. De aanbieder dient echter wel instemming te verkrijgen van de gemeente binnen wier grondgebied de uit te voeren werkzaamheden plaats zullen vinden. Dit vloeit voort uit artikel 5.4 van de Telecommunicatiewet. De instemming geldt enkel voor werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming. Voor andere kabels en leidingen geldt de Telecommunicatiewet en de daarin opgenomen gedoogplicht niet. De toestemming om netten aan te leggen, in stand te houden en op te ruimen dient bij deze netten door middel van een vergunning plaats te vinden.
In verband met de verschillende regimes is het noodzakelijk om tussen een instemmingsbesluit en een vergunning onderscheid te maken. Artikel 1.1 e kabels en leidingen ‘Kabels en leidingen’ is zodanig gedefinieerd dat hier in principe alle kabels en leidingen onder vallen, waaronder mede wordt begrepen de daarbij behorende onderdelen, ondergrondse en bovengrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, zoals brandkranen, afsluiters, mantelbuizen, kasten en gebouwen. Kabels die onder de Telecommunicatiewet vallen en die in openbare gronden liggen of worden gelegd vallen eveneens onder deze definitie. Artikel 1.1 f melding
b, Tw). Het maatschappelijk risico van het stilzwijgend verlenen van de instemming wordt onwenselijk groot geacht, afgezet tegen het maatschappelijk voordeel van een tijdige vergunningverlening (zie de opvatting in de brief van de minister van Justitie aan de Tweede Kamer, d.d. 9 juni 2009, TK 29515, nr.293, in het bijzonder de bijlage 2; laatstelijk herbevestigd door de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel tot Wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen, TK 32549, nr.3, pp.29-31). Instemmingsbesluit en vergunning Artikel 6.1.2 Vereiste van instemming of vergunning Uitgangspunt van regels uit de AVOI die zijn opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving is dat werkzaamheden in openbare gronden verboden zijn, tenzij men beschikt over een vergunning of een instemmingbesluit. De vergunningplicht geldt alleen voor openbare gronden die in beheer zijn van de gemeente. Bij telecomkabels is dat anders als gevolg van het stelsel van de Telecommunicatiewet. Een instemmingsbesluit is namelijk vereist voor werkzaamheden in openbare gronden binnen de gemeente, ongeacht door wie deze beheerd worden. Een instemmingsbesluit vervalt nadat de werkzaamheden zijn voltooid. Voor bepaalde werkzaamheden kan worden volstaan met een lichtere meldingsprocedure (zowel voor telecomkabels als overige kabels en leidingen).
De categorieën van werkzaamheden van niet ingrijpende aard waarvoor dit geldt, worden door het college vastgesteld in de nadere regels. Het college kan echter ook een geografisch gebied vaststellen (opgenomen in de nadere regels) waarbinnen altijd een vergunning of instemmingsbesluit moet worden aangevraagd. Een historische kern van een stad of dorp kan bijvoorbeeld worden aangewezen als gebied waarbinnen niet kan worden volstaan met een melding. In geval van storingen waarbij reparatie geen uitstel kan lijden, kan uiteraard geen procedure van 5 werkdagen gelden. Deze dienen wel 18
De melding in de zin van deze verordening dient onderscheiden te worden van het begrip ‘melding’ in de zin van artikel 5.4 lid 4 van de Telecommunicatiewet. Met het begrip ‘melding’ wordt in deze verordening uitsluitend de melding van werkzaamheden van niet ingrijpende aard bedoeld. Artikel 1.1 g netbeheerder Onder netbeheerder wordt degene die als natuurlijk persoon handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon een net beheert, verstaan. Dit geldt dus voor alle partijen in de ondergrond. Deze definitie is ontleend aan de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten. In de verordening wordt een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk gelijkgesteld met een netbeheerder, tenzij uitdrukkelijk gesproken wordt van een ‘aanbieder’. Ook voor diegene die een niet-openbaar elektronisch communicatienetwerk beheert (bijvoorbeeld een ‘point to point’-verbinding tussen twee bedrijfslocaties), zijn de bepalingen van de verordening van toepassing. Omdat echter deze partij niet kan worden beschouwd als een aanbieder, er is namelijk geen sprake van een ‘openbaar’ elektronisch communicatienetwerk, hebben de specifieke bepalingen voor aanbieders geen betrekking op deze netbeheerder.
Deze netbeheerders dienen derhalve een vergunning in plaats van een instemmingsbesluit aan te vragen voor de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen in of op openbare gronden. Artikel 1.1 h openbaar elektronisch communicatienetwerk Artikel 1.1, onder h van de Telecommunicatiewet kent de volgende definitie van ‘openbaar elektronisch communicatienetwerk’: elektronisch communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt om openbare elektronische communicatiediensten aan te bieden, waaronder mede wordt begrepen een netwerk, bestemd voor het verspreiden van programma's voor zover dit aan het publiek geschiedt. Voor de invulling van het begrip ‘openbaar’ is het bepalend of eenieder van het
onverwijld, dus zo spoedig mogelijk en bij voorkeur nog voordat de werkzaamheden worden uitgevoerd, te worden gemeld. De burgemeester kan om redenen van openbare orde en veiligheid besluiten dat de werkzaamheden op een ander tijdstip moeten plaatsvinden. De termen 'ernstige belemmering' en 'storing' staan niet specifiek omschreven in de wet, maar gedacht moet worden aan een kabelbreuk (Vgl. Kamerstukken II 2004/05, 29 834, nr.3, p.55). Verder zal het gemeentebestuur moeten beoordelen of een ernstige belemmering of storing in de communicatie voldoende reden is om als spoedeisend te worden aangemerkt. Bij spoedeisend dient niet alleen gedacht te worden aan calamiteiten waarbij de openbare orde en veiligheid in het gedrang zijn. Ook storingen die financiële of economische consequenties tot gevolg hebben, kunnen een storing spoedeisendheid geven. Het is van belang dat de aanbieder het gemeentebestuur adequaat inlicht over de (potentiele) gevolgen van een storing, zodat het gemeentebestuur zich een beeld kan vormen van de omvang en spoedeisendheid ervan. Voor werkzaamheden rond de kabels en leidingen van de gemeente zelf, zoals de riolering maar ook eventuele andere kabels en leidingen, is om praktische redenen het in het eerste lid opgenomen verbod niet procedureel van toepassing.
Om redenen van effectiviteit en kwaliteit zullen intern binnen de gemeente de doelstellingen van deze verordening wel dienen te worden nageleefd. Ook is het in het eerste lid opgenomen verbod niet van toepassing op kabels en leidingen, niet zijnde telecomkabels, waarvoor reeds een ander bestuursorgaan zoals de provincie of het waterschap op grond van haar beheertaak de vergunningverlenende instantie is. Artikel 6.1.3 De aanvraag en de melding In geval van voorgenomen werkzaamheden moet de melding of aanvraag bij de gemeente plaatsvinden. Formeel gebeurt dat bij het college van burgemeester en wethouders, maar in de praktijk bij de gemachtigde ambtenaar. Op het verlenen van een vergunning of instemmingsbesluit zijn de algemene 19
aanbod van een aanbiedende onderneming gebruik kan maken. Indien de kring van gebruikers beperkt is, bijvoorbeeld vanwege het feit dat het aanbod enkel aan instellingen die zich richten op wetenschappelijk onderwijs beschikbaar wordt gesteld, is er geen sprake van een openbaar elektronische communicatiedienst.
beginselen van behoorlijk bestuur van toepassing zoals het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Een uitvoerende partij, de (onder)aannemer, vraagt in voorkomende gevallen namens de netbeheerder, de initiatiefnemer van werkzaamheden ten behoeve van het aanleggen, instandhouden of verwijderen van Artikel 1.1 i openbare gronden kabels en leidingen, een vergunning of een Onder ‘openbare gronden’ dient te worden instemmingsbesluit aan. Hoewel de verstaan: openbare wegen met inbegrip van de uitvoerende partij feitelijk de aanvraag indient, daartoe behorende stoepen, pleinen, is het de netbeheerder die als aanvrager van de plantsoenen, glooiingen, bermen, sloten, vergunning of het instemmingsbesluit moet worden beschouwd. De netbeheerder is ook de bruggen, viaducten, tunnels, duikers, partij op wiens naam de beschikking is gesteld beschoeiingen en andere werken, maar ook wateren met daartoe behorende bruggen, en die aangesproken dient te worden bij besluiten betreffende het wijzigingen of plantsoenen, pleinen en andere plaatsen die voor een ieder toegankelijk zijn. intrekken van een eerder afgegeven beschikking.
Artikel 1.1 j telecomkabel De in lid 2 opgenomen verplichting stelt de gemeente in staat om informatie op te vragen De definitie van ‘kabel’ in de indien zij dit noodzakelijk acht voor haar Telecommunicatiewet luidt: Fysieke geleidingsdraden bestemd voor de rechtstreekse besluitvorming. Overeenstemming tussen overdracht van signalen tussen punten en de bij grondeigenaren en netbeheerders is een privaatrechtelijke aangelegenheid en kan in deze fysieke geleidingsdraden behorende principe geen afwegingskader zijn van het ondergrondse ondersteuningswerken, besluit. Er zijn vanuit het beoordelingskader van beschermingswerken en signaalinrichtingen. de gemeente echter situaties voorstelbaar Hieronder worden in ieder geval begrepen waarbij het wel van belang is (bijvoorbeeld koper- en glasvezelverbindingen, handholes en indien een tracé meerdere percelen doorkruist kasten ten behoeve van een openbaar en niet uitvoerbaar is als de toestemming van elektronisch communicatienetwerk. Onder de definitie vallen tevens ondergrondse een der eigenaren is gegeven).
Op deze wijze is ondersteuningswerken en beschermingswerken voor het college de mogelijkheid gecreëerd om (zoals mantelbuizen) waarin of waarop geen bij de aanvrager deze informatie op te vragen welke in bijzondere gevallen benodigd is voor fysieke geleidingsdraden bestemd voor de rechtstreekse overdracht van signalen tussen het nemen van een zorgvuldig besluit. punten zijn aangebracht, en die aangelegd worden of zijn met het oogmerk deel uit te gaan Lid 4 bepaalt dat het college nadere regels maken van een openbaar elektronisch vaststelt ten aanzien van de bij een aanvraag of melding te verstrekken gegevens en de wijze communicatienetwerk. van verstrekking. De gemeente heeft als beheerder van openbare gronden deze Artikel 1.1 k vergunning De vergunning behelst de publiekrechtelijke informatie nodig voor een juiste beoordeling toestemming voor de aanleg, instandhouding of van werkzaamheden en inzicht in de belangen opruiming van kabels of leidingen, niet zijnde die worden geraakt. De te verstrekken telecomkabels, in of op openbare gronden die in gegevens worden om praktische redenen niet in beheer zijn van de gemeente. de verordening zelf opgesomd maar in de nadere regels. Artikel 1.1 l werkzaamheden van niet ingrijpende aard Artikel 6.1.4 Beslistermijnen 20
Het definiëren van het onderscheid tussen werkzaamheden van al dan niet ingrijpende aard vloeit voort uit artikel 5.4, lid 5 Telecommunicatiewet, maar geldt ook voor kabels en leidingen die niet onder de Telecommunicatiewet vallen. Het betreffen werkzaamheden waarvoor geen instemmingsbesluit of vergunning hoeft te worden aangevraagd, maar kan worden volstaan met een melding aan het college. Om welke categorieën van werkzaamheden het gaat wordt door het college vastgesteld in de nadere regels. Naast werkzaamheden aan huisaansluitingen worden andere niet ingrijpende werkzaamheden aan een lichter regime onderworpen, zolang de werkzaamheden voldoen aan de vastgestelde eisen en randvoorwaarden. Dit kan omdat deze werkzaamheden veelal slechts gedurende relatief korte tijd in een beperkt gedeelte van het netwerk worden verricht, en de impact relatief beperkt en kortstondig is. Voor deze niet ingrijpende werkzaamheden geldt een verkorte meldingsprocedure. Het college kan ook bepalen dat voor werkzaamheden aan bepaalde categorieën kabels en leidingen, of binnen een bepaald gebied, niet met een melding kan worden volstaan, maar altijd een vergunning of een instemmingsbesluit moet worden aangevraagd.
Artikel 1.2 Toepasselijkheid Lid 1 bepaald dat de verordening van toepassing is op werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen in of op openbare gronden. Zoals in de toelichting bij het begrip ‘openbare gronden’ reeds is aangegeven, vallen ook kunstwerken onder dit begrip. Voor kabels en leidingen die niet onder de Telecommunicatiewet vallen geldt de vergunningplicht slechts voor openbare gronden die in beheer zijn bij de gemeente. Voor telecomkabels zijn de regels van toepassing op alle openbare gronden, ongeacht wie deze beheert. De verordening heeft ten doel de regie te regelen met betrekking tot kabels en leidingen van partijen die in de openbare ondergrond binnen de gemeente willen werken. Dit komt in het tweede lid naar voren. De gemeente is als
Dit artikel regelt in het eerste lid dat er in beginsel binnen acht weken moet worden beslist op de aanvraag. De maximale termijn van acht weken is conform het bepaalde in de Awb. De termijn voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard is korter. Lukt het niet om binnen deze termijn een besluit te nemen dan geeft het derde lid de mogelijkheid om de beslistermijn met nog eens acht weken te verlengen. Uiteraard zal er naar worden gestreefd om zo spoedig mogelijk op de aanvragen te beslissen en gelden de genoemde termijnen als maximale beslistermijnen. De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het aanvragen van overige benodigde vergunningen voor zijn werkzaamheden (bijvoorbeeld een omgevingsvergunning). Als de aanvrager hierom verzoekt, zal de gemeente inhoudelijke afstemming van de beoordeling van de ingediende aanvragen bij andere bestuursorganen bevorderen. In geval dat de netbeheerder een aanvraag wenst in te trekken, doet hij hiervan schriftelijk mededeling aan het college. Het college stelt de aanvraag na dit schriftelijk verzoek buiten behandeling. Een reden tot het verzoeken van het intrekken van een aanvraag kan gelegen zijn in het feit dat de netbeheerder een gedeelte van de te betalen legeskosten kan restitueren.