CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt-tabel aanpassing Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011 (1).docx

Raadsvergadering 15 juni 2021, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling van de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Rijswijk (21-039)12.817 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Toelichting De overgangs- en slotbepalingen uit alle verordeningen die regels bezitten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zijn in de Verordening Fysieke Leefomgeving samengevoegd in hoofdstuk 12. Zo ook de overgangs- en slotbepalingen uit de Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011. In de kolom ‘nieuwe tekst’ worden enkel de overgangs- en slotbepalingen uit de Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011 weergegeven en niet de gehele overgangs- en slotbepaling uit de Verordening Fysieke Leefomgeving. Voor de gehele overgangs- en slotbepaling wordt u doorverwezen naar hoofdstuk 12 in de Verordening Fysieke Leefomgeving Rijswijk. In lid 3 van artikel 31 zijn twee weggevallen spaties hersteld.

28

Omdat artikel 32 een overgangs- en slotbepaling betreft die aan bepaalde artikelen hangt en deze artikelen deels overgaan naar de Verordening Fysieke Leefomgeving, wordt de overgangs- en slotbepaling gedupliceerd. De overgangs- en slotbepaling blijft dus bestaan in de Afvalstoffenverordening, maar wordt ook opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. Met deze reden bevinden zich hieronder twee was-wordt tabellen (één voor de Afvalstoffenverordening en één voor de Verordening Fysieke Leefomgeving). Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd: Was

Wordt

Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)

Nieuwe tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2021)

Artikel 32 Citeerbepaling i. Deze verordening wordt aangehaald als Afvalstoffenverordening gemeente Rijswijk ii. In te trekken de Afvalstoffenverordening Rijswijk 2004. iii. Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die waarop zij is bekend gemaakt.

Artikel 26 Citeerbepaling i. Deze verordening wordt aangehaald als Afvalstoffenverordening gemeente Rijswijk. ii. In te trekken de Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011. iii. Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekend gemaakt.

Toelichting Artikel 32 blijft inhoudelijk ongewijzigd. Omdat artikel 20, 23, 25, 26 en 27 overgaan naar de Verordening Fysieke Leefomgeving en niet langer in de Afvalstoffenverordening bestaan en artikel 30 komt te vervallen, wordt artikel 32 artikel 26. In artikel 30 werd gesteld dat de verordening op de 8e dag na de dag waarop zij bekend is gemaakt inwerking treedt. In artikel 32 werd gesteld dat de verordening op de 3e dag na die waarop zij bekend is gemaakt inwerking treedt. Deze inconsistentie is hersteld, dusdanig dat deze tegelijk oploopt met de inwerkingtreding van de Verordening Fysieke Leefomgeving. Aan het einde van lid 1 is een punt toegevoegd.

Was Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)

Wordt Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)

Artikel 32 Citeerbepaling 29

i. ii. iii.

Deze verordening wordt aangehaald als Afvalstoffenverordening gemeente Rijswijk In te trekken de Afvalstoffenverordening Rijswijk 2004. Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die waarop zij is bekend gemaakt.

Artikel 12.1.3 Inwerkingtreding nieuwe verordening en intrekking oude verordeningen en regels 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2. Op de dag bedoeld in het eerste lid worden ingetrokken: - Afvalstoffenverordening voor de gemeente Rijswijk 2011 - Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019 - Algemene verordening Ondergrondse Infrastructuur Rijswijk (AVOI) 2017 - Bouwverordening 2012 - Marktreglement gemeente Rijswijk 2012 - Marktverordening gemeente Rijswijk 2012 - Verordening straatnaamgeving en huisnummering 1995 - Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Rijswijk houdende belastingregels parkeren Verordening Parkeerregulering en parkeerbelastingen Rijswijk 2016 Artikel 12.1.5 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Rijswijk.

Toelichting De overgangs- en slotbepalingen uit alle verordeningen die regels bezitten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zijn in de Verordening Fysieke Leefomgeving samengevoegd in hoofdstuk 12. Zo ook de overgangs- en slotbepalingen uit de Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011. In de kolom ‘nieuwe tekst’ worden enkel de overgangs- en slotbepalingen uit de Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011 weergegeven en niet de gehele overgangs- en slotbepaling uit de Verordening Fysieke Leefomgeving. Voor de gehele overgangs- en slotbepaling wordt u doorverwezen naar hoofdstuk 12 in de Verordening Fysieke Leefomgeving Rijswijk. In de huidige Afvalstoffenverordening bestond nog geen toelichting. Omdat de toelichting aan bepaalde artikelen hangt en deze artikelen deels overgaan naar de Verordening Fysieke Leefomgeving, wordt de toelichting gedupliceerd. De toelichting blijft dus bestaan in de Afvalstoffenverordening, maar wordt ook opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. Met deze reden bevinden zich hieronder twee was-wordt tabellen (één voor de 30

Afvalstoffenverordening en één voor de Verordening Fysieke Leefomgeving). De toelichting wordt als volgt gewijzigd: Was

Wordt

Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)

Nieuwe tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2021) TOELICHTING ALGEMEEN DEEL 1. Inleiding Deze verordening dient het belang van de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig afvalstoffenbeheer. Het belang daarvan neemt toe omdat tegenwoordig anders naar afval wordt gekeken dan in het verleden. Afval wordt steeds meer benaderd als grondstof. In een meer circulaire economie is afval van waarde. Dat betekent duurzaam omgaan met natuurlijke hulpbronnen, zuiniger zijn op grondstoffen, voorwerpen langer en opnieuw gebruiken en optimalere reststromen. Afvalscheiding en inzameling is daarbij van wezenlijk belang. Welke bestanddelen van het afval gescheiden dienen te worden veranderd. Nieuwe technieken maken bijvoorbeeld de scheiding van kunststof mogelijk. Gemeenten werken mee in het Programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) om te komen tot een vermindering van het restafval per persoon per jaar en om een verbetering te bereiken van de kwaliteit van afvalscheiding en inzameling. Deze verordening moderniseert de regels van de gemeente op dit terrein. 2. Hoofdlijnen van de verordening Scheiden van afvalstromen begint bij huishoudens (huishoudelijke afvalstoffen) en bedrijven (kantoren, winkels, dienstverleners) waar die afvalstoffen ontstaan – of waar die in de openbare ruimte terechtkomen.

De verordening bevat regels over huishoudelijk afval, bedrijfsafval en afval in de openbare ruimte. Huishoudelijke afvalstoffen 31

Wat betreft huishoudelijke afvalstoffen heeft het gemeentebestuur de wettelijke taak om te zorgen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen door middel van de inzameldienst die daartoe [bij OF krachtens] deze verordening is aangewezen. Bij de uitvoering van deze taak wordt de gemeente in de praktijk in toenemende mate ondersteund door het initiatief van andere inzamelaars zoals scholen, ideële instellingen of anderen die bijvoorbeeld papier, glas of andere bestanddelen van het huishoudelijk afval verzamelen voor inzameling. Deze verordening regelt de aanwijzing van de inzameldienst en van andere inzamelaars en bepaalt welke bestanddelen gescheiden moeten worden aangeboden en dus ook gescheiden moeten worden ingezameld. Bedrijfsafvalstoffen Wat betreft bedrijfsafvalstoffen is de afvalscheiding door kantoren, winkels en diensten (hierna: KWD) binnen de gemeente van belang. De inzameling van dergelijk bedrijfsafval kan plaatsvinden door de inzameldienst maar ook door anderen. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen is in belangrijke mate op Rijksniveau geregeld door de Wet milieubeheer (hierna: Wm) en daarop gebaseerde centrale regelgeving. Deze verordening bevat enkele aanvullende regels die van belang indien de inzameling van de inzameldienst aan de orde is of die de wijze van aanbieding van bedrijfsafvalstoffen in de openbare ruimte betreffen.

Afval in de openbare ruimte Wat betreft het afval in de openbare ruimte is het belang van het voorkomen van zwerfafval van belang. Zwerfafval ontstaat niet alleen door illegale dumping maar kan ook ontstaan uit huishoudelijk afval, bijvoorbeeld als dat verkeerd is aangeboden of als ter inzameling gereedstaand huishoudelijk afval is doorzocht of omgeschopt. Zwerfafval komt ook in de openbare ruimte terecht via het publiek rondom winkels, eet- en drinkgelegenheden, evenementen of reclame- en promotiecampagnes. De verordening bevat regels voor het bestrijden van zwerfafval. Grondslag 32

De verordening geeft uitvoering aan de verplichting van artikel 10.23 van de Wm, waarin de gemeenteraad wordt opgedragen om in het belang van de bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening vast te stellen. De regels over het zwerfafval houden verband met de regels van de APV voor de openbare ruimte maar zijn vanwege de samenhang met het onderwerp van de Afvalstoffenverordening opgenomen in deze verordening. 3. Wettelijke begrippen In het belang van de eenvoud maakt deze verordening slechts in beperkte mate gebruik van begripsbepalingen. Ten eerste zijn geen definities van begrippen gegeven als deze begrippen al op grond van artikel 1.1 van de Wm zijn gedefinieerd. Deze begrippen gelden al onverkort voor de toepassing van deze verordening. Er zijn daarom niet opnieuw definities voor in de verordening opgenomen. Ten tweede is door de tekst van de verordening consistent in overeenstemming met deze begrippen te formuleren, de behoefte aan bepaalde definities die in het uit 2009 daterende VNG-model voor de Afvalstoffenverordening zijn opgenomen komen te vervallen.

Uitvoeringsbesluit van burgemeester en wethouders De verordening delegeert de bevoegdheid tot het stellen van regels over de volgende onderwerpen aan burgemeester en wethouders:  nadere regels over het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen;  nadere regels over de voorbereiding van de aanwijzing;  nadere regels over vrijstelling voor categorieën personen en organisaties als inzamelaars;  regels over afzonderlijke bestanddelen (geclausuleerd), frequentie en locatie van inzameling;  nadere regels inclusief vrijstelling voor gescheiden aanbieden ter inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, zoals het nader omschrijven van de bestanddelen huishoudelijke 33

 

afvalstoffen, of over fracties waarvan vermenging is toegestaan; regels over het gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen; regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen.

Daarnaast is sprake van nadere besluitvorming door burgemeester en wethouders die strikt genomen geen algemeen verbindende voorschriften inhouden maar die samen met de hiervoor genoemde regels opgenomen kunnen worden in het uitvoeringsbesluit van burgemeester en wethouders. Deze besluitvorming gaat over:  de aanwijzing van de inzameldienst;  de dagen en tijden waarop de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen plaatsvindt;  de aanwijzing van toezichthoudende ambtenaren. ARTIKELSGEWIJS Artikel 1. Begrippen Het begrip perceel is omwille van de leesbaarheid opgenomen met een vaste toevoeging die bij het gebruik van dit begrip in de verordening telkens moet worden meegelezen. Het gaat immers telkens om percelen waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Deze toevoeging is opgenomen in verband met artikelen 10.21 en 10.22 van de Wm, waarin sprake is van de zorg van de gemeente voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen “bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan”. Wat onder perceel moet worden verstaan kan niet goed op het niveau van deze verordening worden vastgesteld. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 18 september 1991, nr. 27597, BNB 1991/333, is een perceel een plaats waar huishoudelijke afvalstoffen geregeld binnen een particuliere huishouding kunnen ontstaan.

Slechts dan is geen sprake van een perceel, indien het gaat om een gedeelte van een onroerende (of roerende) zaak dat blijkens indeling en inrichting niet is bestemd voor het voeren van een particuliere huishouding waarin 34

geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Dit zal telkens naar de feiten en het spraakgebruik bepaald moeten worden. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1773) kon ook een woonruimte in een zorgcentrum een particuliere huishouding zijn waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan (zie voor de feiten Gerechtshof Den Haag 19 augustus 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2862). Artikel 2. Aanwijzing van de inzameldienst In het eerste lid geeft de gemeenteraad aan burgemeester en wethouders de opdracht om een onderdeel van de gemeentelijke dienst of een onderneming aan te wijzen, die met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen is belast. De zorg voor deze inzameling berust ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wm op de gemeenteraad en burgemeesters en wethouders. De aangewezen inzameldienst zal aan die zorg praktische uitvoering geven. In het derde lid wordt een grondslag gegeven om nadere regels te stellen over het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. Redenen van algemeen belang van milieu en gezondheid die met de aanwijzing van inzameldiensten zijn gemoeid dwingen ertoe geen regeling op te nemen voor het van rechtswege nemen van aanwijzingsbesluiten in gevallen waarin niet tijdig op een aanvraag zou worden beslist. De regeling van paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is daarom niet van toepassing.

Zo nodig kunnen bij het aanwijzingsbesluit beperkingen of voorschriften worden verbonden aan de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Het ligt in de rede dat dit alleen aan de orde is wanneer er ten aanzien van de aan te wijzen instantie bijzondere voorschriften of beperkingen moeten gelden. Nadere regels over de inzameling kunnen, indien noodzakelijk, door burgemeester en wethouders op grond van het derde lid worden gesteld. Artikel 3 Afzonderlijke inzameling Artikel 4 Inzamelmiddelen en –voorzieningen Artikel 5 Frequentie van inzamelen Deze artikelen regelen welke bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk moeten 35

worden ingezameld, met welke frequentie en op welke locatie. Deze locatie kan zijn bij elk perceel, nabij elk perceel of een van deze met uitzondering van bepaalde gebieden van de gemeente. Artikel 10.21 van de Wm schrijft voor dat het gemeentebestuur, al dan niet samen met het gemeentebestuur van andere gemeenten, ervoor zorgt dat ten minste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. Grove huishoudelijke afvalstoffen zijn daarvan uitgezonderd. GFT-afval moet volgens dit artikel verplicht afzonderlijk wordt ingezameld. De gemeenteraad kan volgens artikel 10.21, derde lid, van de Wm besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen. Deze vrijheid is ingeperkt door artikel 3 van de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. Dat verplicht gemeenten ertoe om afgedankte elektrische en elektronische apparatuur van particuliere huishoudens gescheiden in te zamelen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden met betrekking tot afvalstoffen dient het gemeentebestuur bovendien rekening te houden met het Landelijk afvalbeheersplan (hierna: LAP). In het LAP zijn bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen benoemd, die door de consument gescheiden dienen te worden.

In het Landelijke afvalbeheerplan 2 (hierna: LAP-2) worden de volgende bestanddelen van huishoudelijk afval genoemd die gescheiden kunnen worden ingezameld.  GFT-afval;  papier en karton;  glas;  textiel;  kunststof verpakkingsmateriaal;  elektrische of elektronische apparatuur;  klein chemisch afval. Deze lijst is overgenomen uit LAP-2. Het derde lid van artikel 7 biedt mogelijkheid om meer maatwerk te kunnen geven, bijv. i.v.m. nascheiding; de lijst is in zoverre facultatief, dat 36

daarin variatie kan worden aangebracht of dat deze kan worden aangevuld. Op grond van artikel 10.26 van de Wm kan de gemeenteraad in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen bij de afvalstoffenverordening afwijken:  van de inzameling bij elk perceel (bepaald mag worden nabij elk perceel),  van de frequentie van eenmaal per week (bepaald mag worden met welke regelmaat bij de verordening),  van de inzameling in het gehele grondgebied (bepaald mag worden dat in een gedeelte van het grondgebied geen huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld),  van de afzonderlijke inzameling van GFT-afval (bepaald mag worden dat bestanddelen GFT-afval afzonderlijk worden ingezameld),  en bepaald mag worden dat GFT-afval met andere daarbij aangewezen bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk van het overige huishoudelijke afval wordt ingezameld. Een afvalstoffenverordening die één van deze mogelijkheden benut dient te worden voorbereid met toepassing van de inspraakverordening die op grond van artikel 150 van de Gemeentewet is vastgesteld (artikel 10.26 van de Wm). Indien toepassing wordt gegeven aan de onderdelen b of c, dan moet de gemeente zorgen voor een daartoe ter beschikking gestelde plaats voor het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen. Dat laatste is geregeld in artikel 5 van deze verordening.

Het regelen van de frequentie en locatie inzameling wordt in beginsel overgelaten aan burgemeester en wethouders. De raad bepaalt wel welke bestanddelen in ieder geval afzonderlijk ingezameld dienen te worden. Artikel 6 Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens aanwijzing Dit artikel regelt de mate waarin het voor anderen dan de inzameldienst mogelijk is 37

huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. In beginsel is dit verboden. Er zijn echter drie categorieën van andere inzamelaars dan de inzameldienst, die bepaalde bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen mogen inzamelen. Ten eerste als een inzamelaar is aangewezen. Het gaat dan om een beschikking, waaraan op grond van het tweede lid voorschriften en beperkingen kunnen worden verbonden. Een aanwijzing wordt niet van rechtswege verleend als sprake zou zijn van niet tijdig beslissen. Ten tweede kunnen burgemeester en wethouders bepaalde personen of organisaties vrijstellen bij nadere regels. In het eerste lid, onder b, is mogelijk gemaakt dat er met generieke vrijstellingen kan worden gewerkt voor bijvoorbeeld scholen die papier inzamelen of voor andere organisaties of personen die bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen inzamelen als inzamelaar. Ten derde zijn er producenten van bijvoorbeeld witgoed voor wie op grond van de Wm in algemene maatregelen van bestuur verplichtingen bestaan tot inname van afgedankte producten. Het gaat dan om de producentenverantwoordelijkheid. Vanzelfsprekend kan daarvoor geen verbod gelden. De aanwijzing van inzamelaars verschilt qua karakter van de aanwijzing van de inzameldienst. Het gaat bij de inzamelaars om personen of organisaties die om verschillende redenen behulpzaam willen zijn bij de taak om huishoudelijk afval in te zamelen.

Deze aanwijzing heeft – anders dan de aanwijzing van de inzameldienst – het karakter van een vergunning en gaat niet gepaard met een uitvoeringsplicht. Artikel 7 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen Artikel 8 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen Artikel 9 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden Artikel 10 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel. Deze artikelen regelen dat het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen niet anders mag geschieden via de 38

kanalen die daarvoor zijn aangewezen. Dit tot de gebruikers van percelen waar huishoudelijke afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan gerichte verbod is de keerzijde van de in die artikelen tot de inzameldienst en andere inzamelaars gerichte verbod. Artikel 9 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden Dit artikel regelt de keerzijde van artikel 3. Wat gescheiden moet worden ingezameld, moet ook gescheiden worden aangeboden. Concrete omschrijvingen van de bestanddelen kunnen door burgemeester en wethouders in de nadere regels worden gegeven om discussies te slechten en om in het kader van de handhaving houvast te bieden (welles/nietes-lijst). Ook kan van de vrijstellingsmogelijkheid gebruik worden gemaakt om te regelen dat bepaalde hoeveelheden (fracties) van de bestanddelen mogen voorkomen bij de inzameling van andere bestanddelen. Zo zal niet verboden hoeven te zijn als er eens een papiertje tussen het GFTafval voorkomt. Artikel 10 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel Op deze plaats wordt afzonderlijk geregeld dat op ten minste een plaats ook buiten kantooruren of in het weekend (in voldoende mate dus) gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten.

Hiertoe is het gemeentebestuur verplicht in verband met de in artikel 7 geboden mogelijkheid om niet telkens per week en bij elk perceel in te zamelen. Ingevolge artikel 10.26, tweede lid, van de Wm is dit verplicht. Het gaat hier om een daartoe ter beschikking gestelde plaats, waar alle bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen kunnen worden achtergelaten. Het onderscheid zich dus als locatie waar huishoudelijke afvalstoffen in een inzamelmiddel, zoals een vuilniszak, een minicontainer of een afvalemmer naar toe worden gebracht, van een inzamelvoorziening, zoals een boven- of een ondergrondse container, waarin collectief huishoudelijke afvalstoffen kunnen worden achtergelaten met het oog op de inzameling daarvan. 39

Artikel 10 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel Artikel 11 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen Artikel 12 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau Artikel 13 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau Artikel 14 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen zonder inzamelmiddel Artikel 15 Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden Artikel 16 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel Er is een onderscheid tussen inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen. Inzamelmiddelen dienen het ter inzameling aanbieden door een huishouden, zoals een minicontainer, afvalemmer, plastic afvalzak. Inzamelvoorzieningen, dienen het collectief ter inzameling aanbieden door meerdere huishoudens, zoals een verzamelcontainer of een wijkcontainer, voor het inzamelen daarvan. Op grond van deze artikelen kunnen inzamelmiddelen worden voorgeschreven. Ook kunnen hier regels worden gesteld over het gebruik van inzamelvoorzieningen.

Artikel 15 Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden De tijdstippen voor de inzameling worden door burgemeester en wethouders bepaald. Het gaat hier om een besluit van algemene strekking. Artikel 17 Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst De inzameldienst kan ook bedrijfsafvalstoffen (of bepaalde bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen) inzamelen. Anders dan bij huishoudelijke afvalstoffen geldt voor bedrijfsafvalstoffen echter geen zorgplicht voor de gemeente. Inzameling van 40

bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst is daarom een daarvan te onderscheiden activiteit waarbij de inzameldienst tegen vergoeding afval inzamelt bij bedrijven. In de praktijk gaat het daarbij veelal om afval uit de KWD-sector of bouw- en sloopafval (voor zover dit niet wordt gerekend tot het huishoudelijk afval). Artikel 18 Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst Artikel 19 Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst Alleen die bedrijven die betalen voor de gemeentelijke inzamelvoorzieningen mogen hun bedrijfsafvalstoffen aanbieden aan de inzameldienst. Artikel 18 Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst Artikel 19 Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst Het college kan, net als bij huishoudelijke afvalstoffen, regels stellen over de wijze waarop de afvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden. De basis voor het stellen van regels over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen kan worden gevonden in artikel 10.23, derde lid, van de Wm. De memorie van toelichting zegt hierover: “Ten aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen mogen ook in het belang van de bescherming van het milieuregels worden gesteld. Blijkens het derde lid mogen deze regels geen vergunningstelsel inhouden.

Dit is krachtens artikel 10.48 Wm voorbehouden aan de minister. Vanzelfsprekend mogen de gemeenten hun bevoegdheid evenmin benutten ter bevoordeling van de eigen inzameldienst en ten nadele van andere aanbieders op de markt.” Het is dus mogelijk om in het belang van het milieu bepaalde dagen te kunnen aanwijzen waarop bedrijfsafvalstoffen mogen worden ingezameld. Bijvoorbeeld ter beperking of voorkoming van geluidhinder of aanzuigende werking of om ritten zoveel mogelijk te combineren. Dit artikel kan met name van belang zijn voor de inzameling van bedrijfsafvalstoffen in een 41

(historisch) centrum. Uiteraard kunnen deze regels voor alle betrokken inzamelaars die bedrijfsafvalstoffen ophalen. Artikel 21 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen Op grond van artikel 10.25, onder a en b, van de Wm kunnen gemeenten in hun afvalstoffenverordening de zwerfafvalproblematiek regelen. Er is sprake van facultatief medebewind. Gemeenten hebben hiertoe de bevoegdheid, maar geen wettelijke plicht. Artikel 23 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden Het gaat in dit artikel over laden en lossen en het biedt de mogelijkheid om door middel van bestuursdwang tot opruiming te dwingen. Artikel 25 Toezichthouders Deze systematiek volgt uit artikel 18.1a van de Wm en artikel 5.10, derde lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Toelichting De toelichting uit de modelverordening van de VNG is toegevoegd.

Was Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)

Wordt Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving) Toelichting Artikel 3.1.2 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren Dit sluit aan bij artikel 2.13 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, maar heeft het meer toegespitst op de problematiek van zwerfafval en wijkt daarom op een aantal punten van dat artikel af. Het dient ter aanvulling van het Activiteitenbesluit milieubeheer. 42

Artikel 3.1.3 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden Het gaat in dit artikel over laden en lossen en het biedt de mogelijkheid om door middel van bestuursdwang tot opruiming te dwingen. Artikel 3.2.1 Verbod opslag van afvalstoffen Kern van dit artikel is opslag van huishoudelijke afvalstoffen, het gaat niet op het bewaren van afvalstoffen voor aanbieding tijdens de eerstvolgende inzameling daarvan. Opslag is niet het bewaren voor de eerstvolgende aanbieding ter inzameling. Er is geen behoefte aan een mogelijkheid van ontheffing, nu in artikel voor gebieden waar vanwege de bouw uit de jaren 1970 geen ruimte heeft voor het houden van minicontainers bijvoorbeeld, een vrijstelling kan worden verleend. Waarneembaar gaat in de eerste plaats om zicht. Daarnaast kan sprake zijn van reukoverlast. Artikel 3.3.1 Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden Hierin is de afgifte van autowrakken door huishoudens geregeld. Op grond van artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken (hierna: BBA) moeten gemeenten in hun afvalstoffenverordening bepalen dat een autowrak, zijnde een huishoudelijk afvalstof, slechts mag worden afgegeven aan autodemontagebedrijven, garages en autoschadeherstelbedrijven of aan een persoon die in een ander land dan Nederland is gevestigd (onder strikte voorwaarden).

Op grond van artikel 7 van het BBA worden autowrakken, afkomstig van huishoudens uitdrukkelijk uitgezonderd van de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval. Toelichting De toelichting uit de modelverordening van de VNG is toegevoegd. De toelichtingen uit alle verordeningen die regels bezitten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zijn in de Verordening Fysieke Leefomgeving samengevoegd. Zo ook de toelichting uit de Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011. In de kolom ‘nieuwe tekst’ worden enkel de toelichting uit de Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011 weergegeven en niet de gehele toelichting 43

uit de Verordening Fysieke Leefomgeving. Voor de gehele toelichting wordt u doorverwezen naar de toelichting in de Verordening Fysieke Leefomgeving Rijswijk.

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=640ef83d-0ce6-4ff6-880f-d44c72f29e7f