Was-wordt-tabel aanpassing Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011 (1).docx
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Wijziging Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011 Leeswijzer: Aan elk gewijzigd artikel is een tabel gewijd. Per gewijzigd artikel worden in deze tabel telkens de bestaande en de nieuwe tekst benoemd. Hierbij worden ook de oude en de nieuwe locatie van het artikel weergegeven. In de kolom ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. Elke tabel wordt afgesloten met een toelichting op de doorgevoerde wijzigingen. De wettelijke grondslag van de verordening wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2021)
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd Wet milieubeheer art. 10.23, lid 1
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd 1. Artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet 2. Artikel 149 van de Gemeentewet 3. Artikel 10.23 van de Wet milieubeheer 4. Artikel 10.24, tweede lid, van de Wet milieubeheer 5. Artikel 10.25 van de Wet milieubeheer 6. Artikel 10.26 van de Wet milieubeheer 7. De Omgevingswet Toelichting
De wettelijke grondslagen zijn aangevuld en geactualiseerd. Omdat artikel 1 een begripsbepaling betreft die aan bepaalde artikelen hangt en deze artikelen deels overgaan naar de Verordening Fysieke Leefomgeving, wordt de begripsbepaling deels gedupliceerd. De begripsbepaling blijft dus bestaan in de Afvalstoffenverordening, maar wordt ook opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. Met deze reden bevinden zich hieronder twee was-wordt tabellen (één voor de Afvalstoffenverordening en één voor de Verordening Fysieke Leefomgeving). Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
1
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2021)
Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan: a. wet: Wet milieubeheer; b. inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden en het feitelijk ophalen en innemen daarvan; c. ter inzameling aanbieden: de wijze van overdragen van afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of voorzieningen of op een daartoe aangewezen plaats; d. inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een huisvuilzak, minicontainer, afvalemmer, kca-box, ten behoeve van één huishouden; e. inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats, bijvoorbeeld een verzamelcontainer, wijkcontainer of brengdepot, ten behoeve van meerdere huishoudens; f. inzameldienst: de krachtens artikel 2, eerste lid, aangewezen inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen; g. andere inzamelaars: de krachtens artikel 2, tweede lid, aangewezen personen en instanties, belast met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen; h.
gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en artikel 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt;
Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan: a. andere inzamelaars: de krachtens artikel 2, tweede lid, aangewezen personen en instanties, belast met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen; b. bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen, met uitzondering van gevaarlijke afvalstoffen en nog niet ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen; c. gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en artikel 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt; d. huishoudelijke afvalstoffen: huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer; e. inzameldienst: de krachtens artikel 2, eerste lid, aangewezen inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen; f. inzamelen: inzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer; g. inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een huisvuilzak, minicontainer, afvalemmer, kca-box, ten behoeve van één huishouden; h. inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats, bijvoorbeeld een verzamelcontainer, wijkcontainer of brengdepot, ten behoeve van meerdere huishoudens; i.
onzelfstandige woonruimte: woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond zonder gebruik 2
i.
straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel; j. wegen: de wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994; k. motorrijtuigen: alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c van de Wegenverkeerswet 1994; l. hoog -en stapelbouw: gebouw van minimaal 2 woonlagen dat bestemd is voor woondoeleinden, bijvoorbeeld galerijflats en portiekwoningen; m. perceel: ieder gebouw of gedeelte van een gebouw, bestemd tot zelfstandige bewoning; n. onzelfstandige woonruimte: woonruimte die niet kan worden aangemerkt als zelfstandige woonruimte in de zin van artikel 1623a, lid 3 BW; o. Huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, behoudens voor zover het ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen; p. Bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen. q.
te maken van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; j. perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan; k. straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel; l. ter inzameling aanbieden: de wijze van overdragen van afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of voorzieningen of op een daartoe aangewezen plaats; m. wegen: de wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994.
Toelichting De begripsbepalingen zijn gealfabetiseerd. De begripsbepalingen zijn gefilterd. Begrippen die niet genoemd worden in de verordening komen te vervallen. Dit geldt voor de begrippen ‘hoog -en stapelbouw’, ‘wet’ en ‘motorrijtuigen’. Fouten in de opmaak (hoofdletters, blokletters en interpunctie) zijn hersteld. Met de wijziging van de definities van de begrippen ‘bedrijfsafvalstoffen’, ‘huishoudelijke afvalstoffen’, ‘inzamelen’ en ‘onzelfstandige woonruimte’ wordt aangesloten bij de Databese 3
juridische begrippen Omgevingswet van de VNG. Het begrip is hiermee in overeenstemming gebracht met de begrippen die onder de Omgevingswet en ook in het omgevingsplan gehanteerd worden. Misverstanden worden hierdoor voorkomen. De definitie van het begrip ‘perceel’ is gewijzigd conform de modelverordening van de VNG. Het begrip perceel is omwille van de leesbaarheid opgenomen met een vaste toevoeging die bij het gebruik van dit begrip in de verordening telkens moet worden meegelezen. Het gaat immers telkens om percelen waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Deze toevoeging is opgenomen in verband met artikelen 10.21 en 10.22 van de Wm, waarin sprake is van de zorg van de gemeente voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen “bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan”. Wat onder perceel moet worden verstaan kan niet goed op het niveau van deze verordening worden vastgesteld. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 18 september 1991, nr. 27597, BNB 1991/333, is een perceel een plaats waar huishoudelijke afvalstoffen geregeld binnen een particuliere huishouding kunnen ontstaan.
Slechts dan is geen sprake van een perceel, indien het gaat om een gedeelte van een onroerende (of roerende) zaak dat blijkens indeling en inrichting niet is bestemd voor het voeren van een particuliere huishouding waarin geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Dit zal telkens naar de feiten en het spraakgebruik bepaald moeten worden. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1773) kon ook een woonruimte in een zorgcentrum een particuliere huishouding zijn waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan (zie voor de feiten Gerechtshof Den Haag 19 augustus 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2862). De overbodige q. is verwijderd.
Was
Wordt
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan: a. wet: Wet milieubeheer; b. inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden en het feitelijk ophalen en innemen daarvan; c. ter inzameling aanbieden: de wijze van overdragen van afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of voorzieningen of op een daartoe aangewezen plaats;
Artikel 1.1.1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: Andere inzamelaars: De krachtens artikel 2, tweede lid, aangewezen personen en instanties, belast met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen. Bedrijfsafvalstoffen: Afvalstoffen, met uitzondering van gevaarlijke afvalstoffen en nog niet ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen. Huishoudelijke afvalstoffen: Huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer.
4
d. inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een huisvuilzak, minicontainer, afvalemmer, kca-box, ten behoeve van één huishouden; e. inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats, bijvoorbeeld een verzamelcontainer, wijkcontainer of brengdepot, ten behoeve van meerdere huishoudens; f. inzameldienst: de krachtens artikel 2, eerste lid, aangewezen inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen; g. andere inzamelaars: de krachtens artikel 2, tweede lid, aangewezen personen en instanties, belast met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen; h. gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en artikel 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt; i. straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel; j. wegen: de wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994; k.
motorrijtuigen: alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c van de Wegenverkeerswet 1994; l. hoog -en stapelbouw: gebouw van minimaal 2 woonlagen dat bestemd is voor woondoeleinden, bijvoorbeeld galerijflats en portiekwoningen; m. perceel: ieder gebouw of gedeelte van een gebouw, bestemd tot zelfstandige bewoning; n. onzelfstandige woonruimte: woonruimte die niet kan worden
Inzameldienst: De krachtens artikel 2, eerste lid, aangewezen inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Inzamelen: Inzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer. Ter inzameling aanbieden: De wijze van overdragen van afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een daartoe aangewezen plaats. Weg: Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
5
aangemerkt als zelfstandige woonruimte in de zin van artikel 1623a, lid 3 BW; o. Huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, behoudens voor zover het ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen; p. Bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen. q. Toelichting De begrippen uit alle verordeningen die regels bezitten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zijn in de Verordening Fysieke Leefomgeving samengevoegd in artikel 1.1.1. Zo ook de begrippen uit de Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011. In de kolom ‘nieuwe tekst’ worden enkel de begrippen uit de Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011weergegeven en niet de gehele begripsbepaling uit de Verordening Fysieke Leefomgeving. Voor de gehele begripsbepaling wordt u doorverwezen naar artikel 1.1.1 in Verordening Fysieke Leefomgeving Rijswijk. De begripsbepalingen zijn gealfabetiseerd. De begripsbepalingen zijn gefilterd. Begrippen die niet genoemd worden in de Verordening Fysieke Leefomgeving worden niet meegenomen. Dit geldt voor de begrippen ‘hoog -en stapelbouw’, ‘wet’ en ‘motorrijtuigen’, ‘perceel’, ‘onzelfstandige woonruimte’, ‘straatafval’, ‘gebruiker van een perceel’, ‘inzamelmiddel’ en ‘inzamelvoorziening’.
Fouten in de opmaak (hoofdletters, blokletters en interpunctie) zijn hersteld. Met de wijziging van de definities van de begrippen ‘bedrijfsafvalstoffen’, ‘huishoudelijke afvalstoffen’ en ‘inzamelen’ wordt aangesloten bij de Databese juridische begrippen Omgevingswet van de VNG. Het begrip is hiermee in overeenstemming gebracht met de begrippen die onder de Omgevingswet en ook in het omgevingsplan gehanteerd worden. Misverstanden worden hierdoor voorkomen. Het begrip ‘weg’ is geharmoniseerd met de definitie uit een andere verordening. Omdat dit begrip algemeen is, is gezocht naar een definitie die de lading van dit begrip over de gehele Verordening Fysieke Leefomgeving dekt. De overbodige q. is verwijderd. Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd: Wordt 6
Was Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2021)
Artikel 2 Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars 1. Het college wijst de inzameldienst aan, die belast is met het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. 2. Naast de inzameldienst kan het college andere inzamelaars aanwijzen die belast zijn met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen. 3. Het college kan aan het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen voorschriften en beperkingen verbinden in het belang van de bescherming van het milieu. 4. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.
Artikel 2 Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars 1. Het college wijst de inzameldienst aan, die belast is met het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. 2. Naast de inzameldienst kan het college andere inzamelaars aanwijzen die belast zijn met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen. 3. Het college kan aan het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen voorschriften en beperkingen verbinden in het belang van de bescherming van het milieu. 4. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. a. In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’). Dat betekent dat wanneer het bevoegd gezag niet binnen de beslistermijn op een aanvraag om omgevingsvergunning beslist, er geen omgevingsvergunning van rechtswege meer zal worden verleend. De aanvrager zal na inwerkingtreding van de Omgevingswet alleen nog gebruik kunnen maken van de regeling dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen om een stilzittend bestuursorgaan tot besluitvorming te bewegen.
Toelichting 7
Onder de Omgevingswet vervalt de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’). Met deze reden is een extra sub toegevoegd aan lid 4. Artikel 3 en 4 blijven ongewijzigd, artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2021)
Artikel 5 Frequentie van inzamelen 1. Huishoudelijk restafval wordt ten minste een maal per 14 dagen ingezameld. 2. Groente -, fruit- en tuinafval wordt ten minste een maal per 14 dagen afzonderlijk ingezameld. 3. In afwijking van het tweede lid kan het college bepalen dat groente-, fruit- en tuinafval in de zomermaanden wekelijks wordt ingezameld. 4. Het college kan de frequentie van inzameling vaststellen van de overige categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk in aangewezen delen van de gemeente bij of nabij elk perceel worden ingezameld
Artikel 5 Frequentie van inzamelen 1. Huishoudelijk restafval wordt ten minste een maal per 14 dagen ingezameld. 2. Groente -, fruit- en tuinafval wordt ten minste een maal per 14 dagen afzonderlijk ingezameld. 3. In afwijking van het tweede lid kan het college bepalen dat groente-, fruit- en tuinafval in de zomermaanden wekelijks wordt ingezameld. 4. Het college kan de frequentie van inzameling vaststellen van de overige categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk in aangewezen delen van de gemeente bij of nabij elk perceel worden ingezameld.
Toelichting Aan het einde van lid 4 is een punt toegevoegd. Artikel 6 t/m 9 blijven ongewijzigd, artikel 10 wordt als volgt gewijzigd: Was Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Wordt Nieuwe tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2021)
8
Artikel 10 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel. 1. Het is de gebruiker van een perceel, voor wie krachtens artikel 4, tweede lid een inzamelmiddel of inzamelvoorziening is aangewezen, verboden de huishoudelijke afvalstoffen anders aan te bieden dan via het betreffende inzamelmiddel of de betreffende inzamelvoorziening of het betreffende brengdepot. 2. Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel of inzamelvoorziening aan te bieden, dan de categorie waarvoor dit inzamelmiddel of deze inzamelvoorziening krachtens artikel 4, tweede lid is bestemd. 3. Het college kan regels stellen omtrent het gebruik van een van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel. 4. Het college kan regels stellen omtrent de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden. 5. Het college kan categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen die zonder inzamelmiddel ter inzameling kunnen worden aangeboden. 6. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze ter inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald. 7. Het is verboden voor anderen dan de gebruiker van een perceel ten behoeve van wie krachtens artikel 4, tweede lid, een inzamelmiddel is verstrekt of aangewezen, hun afvalstoffen ter inzameling aan te bieden via dit inzamelmiddel.
Artikel 10 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel 1. Het is de gebruiker van een perceel, voor wie krachtens artikel 4, tweede lid een inzamelmiddel of inzamelvoorziening is aangewezen, verboden de huishoudelijke afvalstoffen anders aan te bieden dan via het betreffende inzamelmiddel of de betreffende inzamelvoorziening of het betreffende brengdepot. 2. Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel of inzamelvoorziening aan te bieden, dan de categorie waarvoor dit inzamelmiddel of deze inzamelvoorziening krachtens artikel 4, tweede lid is bestemd. 3. Het college kan regels stellen omtrent het gebruik van een van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel. 4. Het college kan regels stellen omtrent de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden. 5. Het college kan categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen die zonder inzamelmiddel ter inzameling kunnen worden aangeboden. 6. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze ter inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald. 7. Het is verboden voor anderen dan de gebruiker van een perceel ten behoeve van wie krachtens artikel 4, tweede lid, een inzamelmiddel is verstrekt of aangewezen, hun afvalstoffen ter inzameling aan te bieden via dit inzamelmiddel.
Toelichting De punt aan het einde van de naam van het artikel is verwijderd.
9
Artikel 11 t/m 15 blijven ongewijzigd, artikel 16 wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2021)
Artikel 16 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel. 1. De (hoofd)bewoner of gebruiker van het perceel is verplicht om er voor te zorgen dat uit dat perceel afkomstig huishoudelijk afval volgens de voorschriften van deze verordening ter inzameling wordt aangeboden zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid; 2. De (hoofd)bewoner of gebruiker van het perceel van wie huishoudelijk afval afkomstig is, is verplicht om er voor te zorgen dat dit afval volgens de voorschriften van deze verordening ter inzameling wordt aangeboden. 3. Degene die onzelfstandige woonruimte verhuurt, is verplicht er voor te zorgen dat uit die woonruimte afkomstig huishoudelijk afval volgens de voorschriften van deze verordening ter inzameling wordt aangeboden zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid en is verplicht om daartoe alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd. 4. Degene die woonruimte verhuurt, is verplicht er voor te zorgen dat uit die woonruimte afkomstig huishoudelijk afval dat niet volgens de voorschriften van deze verordening ter inzameling is aangeboden op eerste aanzegging van een toezichthouder of een opsporingsambtenaar wordt verwijderd.
Artikel 16 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel 1. De (hoofd)bewoner of gebruiker van het perceel is verplicht om er voor te zorgen dat uit dat perceel afkomstig huishoudelijk afval volgens de voorschriften van deze verordening ter inzameling wordt aangeboden zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid; 2. De (hoofd)bewoner of gebruiker van het perceel van wie huishoudelijk afval afkomstig is, is verplicht om er voor te zorgen dat dit afval volgens de voorschriften van deze verordening ter inzameling wordt aangeboden. 3. Degene die onzelfstandige woonruimte verhuurt, is verplicht er voor te zorgen dat uit die woonruimte afkomstig huishoudelijk afval volgens de voorschriften van deze verordening ter inzameling wordt aangeboden zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid en is verplicht om daartoe alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd. 4. Degene die woonruimte verhuurt, is verplicht er voor te zorgen dat uit die woonruimte afkomstig huishoudelijk afval dat niet volgens de voorschriften van deze verordening ter inzameling is aangeboden op eerste aanzegging van een toezichthouder of een opsporingsambtenaar wordt verwijderd.
Toelichting
10
De punt aan het einde van de naam van het artikel is verwijderd. Artikel 16A t/m 19 blijven ongewijzigd, paragraaf 5 wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2021)
PARAGRAAF 5. ZWERFAFVAL
PARAGRAAF 4. ZWERFAFVAL Toelichting
Paragraaf 4 werd overgeslagen in de huidige verordening. Paragraaf 5 is met die reden paragraaf 4 geworden. Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 20 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging 1. Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen. 2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3. Het verbod is niet van toepassing op: a. het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen;
Artikel 3.1.1 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging 1. Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen. 2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3. Het verbod is niet van toepassing op: a. het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen; 11
b. het thuis composteren van groente -, fruit- en tuinafval; c. voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de weg. 5. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet bodembescherming of het Besluit bodemkwaliteit voorziet in de beoogde bescherming van het milieu.
b. het thuis composteren van groente -, fruit- en tuinafval; c. voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de weg. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet bodembescherming of het Besluit bodemkwaliteit voorziet in de beoogde bescherming van het milieu.
Toelichting Artikel 20 blijft inhoudelijk ongewijzigd. Wel gaat dit artikel over naar de Verordening Fysieke Leefomgeving. Dit artikel bestaat dus niet langer in de Afvalstoffenverordening. Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2021)
Artikel 21 Achterlaten van straatafval 1. Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te laten zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen. 2. Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.
Artikel 20 Achterlaten van straatafval 1. Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te laten zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen. 2. Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.
Toelichting 12
Artikel 21 blijft inhoudelijk ongewijzigd. Omdat artikel 20 overgaat naar de Verordening Fysieke Leefomgeving en niet langer in de Afvalstoffenverordening bestaat, wordt artikel 21 artikel 20. Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2021)
Artikel 22 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen 1. Het is verboden afvalstoffen of inzamelmiddelen die ter inzameling gereed staan te doorzoeken en te verspreiden. 2. Het is verboden tegen afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter inzameling gereed staan, te stoten, te schoppen, deze omver te werpen of deze anderszins te behandelen waardoor er zwerfafval ontstaat.
Artikel 21 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen 1. Het is verboden afvalstoffen of inzamelmiddelen die ter inzameling gereed staan te doorzoeken en te verspreiden. 2. Het is verboden tegen afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter inzameling gereed staan, te stoten, te schoppen, deze omver te werpen of deze anderszins te behandelen waardoor er zwerfafval ontstaat.
Toelichting Artikel 22 blijft inhoudelijk ongewijzigd. Omdat artikel 20 overgaat naar de Verordening Fysieke Leefomgeving en niet langer in de Afvalstoffenverordening bestaat, wordt artikel 22 artikel 21. Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 23 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren 1. De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren
Artikel 3.1.2 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren 1. De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren 13
worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht: a. een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek afval kan achterlaten; b. zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft en dat die afvalbak, -mand of voorwerp steeds tijdig wordt geledigd; c. zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met de toezicht op de naleving van dit artikel, in de nabijheid van de inrichting achtergebleven afval, voor zover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig, wordt opgeruimd.
worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht: a. een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek afval kan achterlaten; b. zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft en dat die afvalbak, -mand of voorwerp steeds tijdig wordt geledigd; c. zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met de toezicht op de naleving van dit artikel, in de nabijheid van de inrichting achtergebleven afval, voor zover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig, wordt opgeruimd.
Toelichting Artikel 23 blijft inhoudelijk ongewijzigd. Wel gaat dit artikel over naar de Verordening Fysieke Leefomgeving. Dit artikel bestaat dus niet langer in de Afvalstoffenverordening. Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2021)
Artikel 24 Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal 1. Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of dergelijke of ander
Artikel 22 Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal 1. Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of dergelijke of ander 14
promotiemateriaal onder het publiek verspreidt, is verplicht deze of de verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten opruimen, indien deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek worden weggeworpen
promotiemateriaal onder het publiek verspreidt, is verplicht deze of de verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten opruimen, indien deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek worden weggeworpen.
Toelichting Artikel 24 blijft inhoudelijk ongewijzigd. Aan het einde van artikel 24 is een punt toegevoegd. Omdat artikel 20 en 23 overgaan naar de Verordening Fysieke Leefomgeving en niet langer in de Afvalstoffenverordening bestaan, wordt artikel 24 artikel 22. Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 25 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden 1. Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen zodanig te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig kan worden beïnvloed. 2. Indien bij het laden of lossen of vervoeren van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen deze weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig wordt beïnvloed, is degene die genoemde werkzaamheden verricht alsmede diens opdrachtgever verplicht deze weg te reinigen of te laten reinigen: a. direct na het ontstaan van de verontreiniging, indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert;
Artikel 3.1.3 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden 1. Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen zodanig te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig kan worden beïnvloed. 2. Indien bij het laden of lossen of vervoeren van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen deze weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig wordt beïnvloed, is degene die genoemde werkzaamheden verricht alsmede diens opdrachtgever verplicht deze weg te reinigen of te laten reinigen: a. direct na het ontstaan van de verontreiniging, indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert; 15
b. direct na beëindiging van de werkzaamheden, indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert; c. indien de werkzaamheden langer dan een dag duren, elke dag direct na beëindiging van de werkzaamheden.
b. direct na beëindiging van de werkzaamheden, indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert; c. indien de werkzaamheden langer dan een dag duren, elke dag direct na beëindiging van de werkzaamheden.
Toelichting Artikel 25 blijft inhoudelijk ongewijzigd. Omdat artikel 20 en 23 overgaan naar de Verordening Fysieke Leefomgeving en niet langer in de Afvalstoffenverordening bestaan, wordt artikel 25 artikel 23. Artikel 26 (paragraaf 6) wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 26 Verbod opslag van afvalstoffen 1. Het is verboden afvalstoffen op voor het publiek zichtbare plaats in de open lucht en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op het overdragen of ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst, andere inzamelaars of de personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.
Artikel 3.2.1 Verbod opslag van afvalstoffen 1. Het is verboden afvalstoffen op voor het publiek zichtbare plaats in de open lucht en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op het overdragen of ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst, andere inzamelaars of de personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.
16
Toelichting Artikel 26 blijft inhoudelijk ongewijzigd. Wel gaat dit artikel over naar de Verordening Fysieke Leefomgeving. Dit artikel bestaat dus niet langer in de Afvalstoffenverordening. Artikel 27 (paragraaf 6) wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 26 Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden 1. Het is de eigenaar of kentekenhouder verboden zich te ontdoen van een autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door afgifte aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit Beheer Autowrakken.
Artikel 3.3.1 Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden 1. Het is de eigenaar of kentekenhouder verboden zich te ontdoen van een autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door afgifte aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit Beheer Autowrakken.
Toelichting Artikel 26 blijft inhoudelijk ongewijzigd. Wel gaat dit artikel over naar de Verordening Fysieke Leefomgeving. Dit artikel bestaat dus niet langer in de Afvalstoffenverordening. Paragraaf 6 komt hiermee in de Afvalstoffenverordening te vervallen. Paragraaf 7 wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2021)
PARAGRAAF 7. SLOTBEPALINGEN
PARAGRAAF 5. SLOTBEPALINGEN Toelichting
17
Omdat paragraaf 4 werd overgeslagen in de huidige verordening (en paragraaf 5 met die reden paragraaf 4 is geworden) en omdat paragraaf 6 komt te vervallen (doordat artikel 25 en 26 worden opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving), wordt paragraaf 7 paragraaf 5. Omdat artikel 28 een strafbepaling betreft die aan bepaalde artikelen hangt en deze artikelen deels overgaan naar de Verordening Fysieke Leefomgeving, wordt de strafbepaling gedupliceerd. De strafbepaling blijft dus bestaan in de Afvalstoffenverordening, maar wordt ook opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. Met deze reden bevinden zich hieronder twee was-wordt tabellen (één voor de Afvalstoffenverordening en één voor de Verordening Fysieke Leefomgeving). Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2021)
Artikel 28 Strafbepaling 1. Een gedraging in strijd met de volgende artikelen is een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 3, Wet op de economische delicten:
Artikel 23 Strafbepaling 1. Een gedraging in strijd met de volgende artikelen is een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 3, Wet op de economische delicten:
Strafbepaling
Strafbepaling
Artikel
Onderwerp
Artikel 6
Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens aanwijzing
Artikel 7
Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen
Artikel 8
Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen
Artikel 9
Afzonderlijk ter inzameling aanbieden
Artikel 10
Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel
Artikel 11
Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via
Artikel
Onderwerp
Arti Inzamelverbod huishoudelijke kel afvalstoffen behoudens 6 aanwijzing Arti Verbod op het ter inzameling kel aanbieden van huishoudelijke 7 afvalstoffen aan anderen Arti Verbod op het ter inzameling kel aanbieden van huishoudelijke 8 afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen Arti Afzonderlijk ter inzameling kel aanbieden 9 Arti Ter inzameling aanbieden van kel huishoudelijke afvalstoffen via 10 een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel
18
een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen
Arti Ter inzameling aanbieden van kel huishoudelijke afvalstoffen via 11 een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen
Artikel 12
Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau
Arti Ter inzameling aanbieden van kel huishoudelijke afvalstoffen via 12 inzamelvoorzieningen op wijkniveau
Artikel 13
Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau
Arti Ter inzameling aanbieden van kel huishoudelijke afvalstoffen via 13 een brengdepot op lokaal of regionaal niveau
Artikel 14
Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen zonder inzamelmiddel
Arti Ter inzameling aanbieden van kel huishoudelijke afvalstoffen 14 zonder inzamelmiddel
Artikel 15
Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden
Artikel 16
Het door de (hoofd)bewoner c.q. verhuurder van een perceel ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
Arti Dagen en tijden voor het ter kel inzameling aanbieden 15
Artikel 18
Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst
Artikel 19
Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst
Artikel 20
Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging
Artikel 21
Achterlaten van straatafval
Artikel 22
Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen
Artikel 23
Vervallen
Artikel 24
Vervallen
Artikel 25
Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden
Artikel 26
Verbod opslag van afvalstoffen
Arti Het door de (hoofd)bewoner c.q. kel verhuurder van een perceel ter 16 inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen Arti Ter inzameling aanbieden van kel bedrijfsafvalstoffen aan de 18 inzameldienst Arti Het ter inzameling aanbieden kel van bedrijfsafvalstoffen aan een 19 ander dan de inzameldienst Arti Achterlaten van straatafval kel 20 Arti Voorkomen van zwerfafval bij kel ter inzameling gereed staande 21 afvalstoffen
19
Artikel 27
Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden
Toelichting Artikel 28 blijft inhoudelijk ongewijzigd. Omdat artikel 20, 23, 25, 26 en 27 overgaan naar de Verordening Fysieke Leefomgeving en niet langer in de Afvalstoffenverordening bestaan, wordt artikel 28 artikel 23. De hernummering van de artikelen is doorgevoerd. De artikelen die overgaan naar de Verordening Fysieke Leefomgeving zijn verwijderd. De vervallen artikelen zijn uit de tabel verwijderd.
Was
Wordt
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 28 Strafbepaling 1. Een gedraging in strijd met de volgende artikelen is een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 3, Wet op de economische delicten:
Artikel 11.1.1 Strafbepaling Bij overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en van de voorschriften en beperkingen die zijn verbonden aan de op grond van deze verordening verleende vergunningen of ontheffingen, geldt het volgende: 1. Een gedraging in strijd met de artikelen 3.1.1, 3.1.2, 3.1.3 en 3.3.1 is een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 3, Wet op de economische delicten.
Strafbepaling Artikel
Onderwerp
Artikel 6
Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens aanwijzing
Artikel 7
Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen
Artikel 8
Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen
Artikel 9
Afzonderlijk ter inzameling aanbieden
20
Artikel 10 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel Artikel 11 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen Artikel 12 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau Artikel 13 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau Artikel 14 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen zonder inzamelmiddel Artikel 15 Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden Artikel 16 Het door de (hoofd)bewoner c.q. verhuurder van een perceel ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen Artikel 18 Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst Artikel 19 Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst Artikel 20 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging Artikel 21 Achterlaten van straatafval Artikel 22 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen Artikel 23 Vervallen Artikel 24 Vervallen Artikel 25 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden Artikel 26 Verbod opslag van afvalstoffen Artikel 27 Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden 21
Toelichting Artikel 28 blijft inhoudelijk ongewijzigd. De strafbepalingen uit alle verordeningen die regels bezitten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zijn in de Verordening Fysieke Leefomgeving samengevoegd in artikel 11.1.1. Zo ook de strafbepalingen uit de Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011. In de kolom ‘nieuwe tekst’ worden enkel de strafbepalingen uit de Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011 weergegeven en niet de gehele strafbepaling uit de Verordening Fysieke Leefomgeving. Voor de gehele strafbepaling wordt u doorverwezen naar artikel 11.1.1 in de Verordening Fysieke Leefomgeving Rijswijk. Omdat artikel 29 een toezichtbepaling betreft die aan bepaalde artikelen hangt en deze artikelen deels overgaan naar de Verordening Fysieke Leefomgeving, wordt de toezichtbepaling gedupliceerd. De toezichtbepaling blijft dus bestaan in de Afvalstoffenverordening, maar wordt ook opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. Met deze reden bevinden zich hieronder twee was-wordt tabellen (één voor de Afvalstoffenverordening en één voor de Verordening Fysieke Leefomgeving). Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2021)
Artikel 29 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Artikel 24 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (18.6, eerste lid, van de Omgevingswet).
Toelichting Artikel 29 blijft inhoudelijk ongewijzigd. Omdat artikel 20, 23, 25, 26 en 27 overgaan naar de Verordening Fysieke Leefomgeving en niet langer in de Afvalstoffenverordening bestaan, wordt artikel 29 artikel 24. Artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht komt met de Omgevingswet te vervallen. Dit artikel wordt als artikel 18.6, eerste lid, opgenomen in de Omgevingswet. Om de wettelijke grondslag van artikel 29 ook onder de Omgevingswet te borgen, is deze verwijzing toegevoegd. 22
Was
Wordt
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 29 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Artikel 10.1.1 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening of delen daarvan zijn belast de door het college aangewezen personen. Hierbij geldt het volgende: a. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3.1.1, 3.1.2, 3.2.1 en 3.3.1 zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (18.6, eerste lid, Omgevingswet) door het college aangewezen personen.
Toelichting Artikel 29 blijft inhoudelijk ongewijzigd. De toezichtbepalingen uit alle verordeningen die regels bezitten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zijn in de Verordening Fysieke Leefomgeving samengevoegd in artikel 10.1.1. Zo ook de toezichtbepalingen uit de Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011. In de kolom ‘nieuwe tekst’ worden enkel de toezichtbepaling uit de Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011 weergegeven en niet de gehele toezichtbepaling uit de Verordening Fysieke Leefomgeving. Voor de gehele toezichtbepaling wordt u doorverwezen naar artikel 10.1.1 in de Verordening Fysieke Leefomgeving Rijswijk. Artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht komt met de Omgevingswet te vervallen. Dit artikel wordt als artikel 18.6, eerste lid, opgenomen in de Omgevingswet. Om de wettelijke grondslag van artikel 29 ook onder de Omgevingswet te borgen, is deze verwijzing toegevoegd. Omdat artikel 30 een overgangs- en slotbepaling betreft die aan bepaalde artikelen hangt en deze artikelen deels overgaan naar de Verordening Fysieke Leefomgeving, wordt de overgangs- en slotbepaling gedupliceerd. De overgangs- en slotbepaling blijft dus bestaan in de Afvalstoffenverordening, maar wordt ook opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving.
Met deze reden bevinden zich hieronder twee was-wordt tabellen (één voor de Afvalstoffenverordening en één voor de Verordening Fysieke Leefomgeving). Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:
23
Was
Wordt
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2021)
Artikel 30 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op de 8e dag na die waarop zij is bekendgemaakt.
Vervallen.
Toelichting Artikel 30 komt te vervallen omdat er overlap bestaat met artikel 32. Artikel 30 is overbodig.
Was
Wordt
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 30 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op de 8e dag na die waarop zij is bekendgemaakt.
Artikel 12.1.3 Inwerkingtreding nieuwe verordening en intrekking oude verordeningen en regels 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2. Op de dag bedoeld in het eerste lid worden ingetrokken: - Afvalstoffenverordening voor de gemeente Rijswijk 2011 - Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019 - Algemene verordening Ondergrondse Infrastructuur Rijswijk (AVOI) 2017 - Bouwverordening 2012 - Marktreglement gemeente Rijswijk 2012 - Marktverordening gemeente Rijswijk 2012 - Verordening straatnaamgeving en huisnummering 1995 - Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Rijswijk houdende belastingregels 24
parkeren Verordening Parkeerregulering en parkeerbelastingen Rijswijk 2016 Toelichting De overgangs- en slotbepalingen uit alle verordeningen die regels bezitten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zijn in de Verordening Fysieke Leefomgeving samengevoegd in hoofdstuk 12. Zo ook de overgangs- en slotbepalingen uit de Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011. Omdat artikel 31 een overgangs- en slotbepaling betreft die aan bepaalde artikelen hangt en deze artikelen deels overgaan naar de Verordening Fysieke Leefomgeving, wordt de overgangs- en slotbepaling gedupliceerd. De overgangs- en slotbepaling blijft dus bestaan in de Afvalstoffenverordening, maar wordt ook opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. Met deze reden bevinden zich hieronder twee was-wordt tabellen (één voor de Afvalstoffenverordening en één voor de Verordening Fysieke Leefomgeving). Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2021)
Artikel 31 Overgangsbepaling 1. Vergunningen verleend vóór het van kracht worden van deze verordening blijven - voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende drie ja(a)r(en) na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht en worden beschouwd als een aanwijzing bedoeld in artikel 2 van deze verordening. 2. Ontheffingen verleend vóór het van kracht worden van deze verordening blijven - voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende drie ja(a)r(en) na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht en worden beschouwd als een ontheffing als bedoeld in deze verordening. 3. Voorschriften en beperkingen opgelegd vóór het van kracht worden van deze
Artikel 25 Overgangsbepaling 1. Vergunningen verleend vóór het van kracht worden van deze verordening blijven - voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende drie ja(a)r(en) na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht en worden beschouwd als een aanwijzing bedoeld in artikel 2 van deze verordening. 2. Ontheffingen verleend vóór het van kracht worden van deze verordening blijven - voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende drie ja(a)r(en) na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht en worden beschouwd als een ontheffing als bedoeld in deze verordening. 3. Voorschriften en beperkingen opgelegd vóór het van kracht worden van deze 25
verordening blijven - indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ookzijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken nog gedurende drie ja(a)r(en) nade inwerkingtreding van deze verordening van kracht. 4. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot aanwijzing, als bedoeld in artikel 2 van deze verordening. 5. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing op grond van de verordening is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot ontheffing, als bedoeld in deze verordening. 6. Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na het tijdstip is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordening.
verordening blijven - indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken nog gedurende drie ja(a)r(en) na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht. 4. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot aanwijzing, als bedoeld in artikel 2 van deze verordening. 5. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing op grond van de verordening is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot ontheffing, als bedoeld in deze verordening. 6. Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na het tijdstip is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordening.
Toelichting Artikel 31 blijft inhoudelijk ongewijzigd. Omdat artikel 20, 23, 25, 26 en 27 overgaan naar de Verordening Fysieke Leefomgeving en niet langer in de Afvalstoffenverordening bestaan en artikel 30 komt te vervallen, wordt artikel 31 artikel 25. In lid 3 van artikel 31 zijn twee weggevallen spaties hersteld.
26
Was
Wordt
Bestaande tekst (Afvalstoffenverordening Rijswijk 2011)
Nieuwe tekst (Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel 31 Overgangsbepaling 1. Vergunningen verleend vóór het van kracht worden van deze verordening blijven - voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende drie ja(a)r(en) na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht en worden beschouwd als een aanwijzing bedoeld in artikel 2 van deze verordening. 2. Ontheffingen verleend vóór het van kracht worden van deze verordening blijven - voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende drie ja(a)r(en) na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht en worden beschouwd als een ontheffing als bedoeld in deze verordening. 3. Voorschriften en beperkingen opgelegd vóór het van kracht worden van deze verordening blijven - indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ookzijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken nog gedurende drie ja(a)r(en) nade inwerkingtreding van deze verordening van kracht. 4. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot aanwijzing, als bedoeld in artikel 2 van deze verordening. 5.
Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing op grond van de verordening is ingediend
Artikel 12.1.4 Overgangsrecht 1. Vergunningen verleend krachtens de Afvalstoffenverordening voor de gemeente Rijswijk 2011, vóór het van kracht worden van deze verordening blijven - voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende drie ja(a)r(en) na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht en worden beschouwd als een aanwijzing bedoeld in artikel 2 van de Afvalstoffenverordening voor de gemeente Rijswijk 2021. a. Ontheffingen verleend krachtens de Afvalstoffenverordening voor de gemeente Rijswijk 2011, vóór het van kracht worden van deze verordening blijven - voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende drie ja(a)r(en) na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht en worden beschouwd als een ontheffing als bedoeld in deze verordening. b. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de Afvalstoffenverordening voor de gemeente Rijswijk 2011, vóór het van kracht worden van deze verordening blijven - indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende drie ja(a)r(en) na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht. c.
Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning op grond van de Afvalstoffenverordening voor de 27
en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot ontheffing, als bedoeld in deze verordening. 6. Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na het tijdstip is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordening.
gemeente Rijswijk 2011, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot aanwijzing, als bedoeld in artikel 2 van de Afvalstoffenverordening voor de gemeente Rijswijk 2021. d. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing op grond van de Afvalstoffenverordening voor de gemeente Rijswijk 2011, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot ontheffing, als bedoeld in deze verordening. e. Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid, op grond van de Afvalstoffenverordening voor de gemeente Rijswijk 2011, dat voor of na het tijdstip is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordening.