SOL018929ARC-B_-Definitief-_Archeologisch_onderzoek_Verlegging_W-514-01_Rijswijk[1]
Tekst van het document
Fysieke kwaliteit Bouwwerkzaamheden in het tracé van de A4 hebben tot enige vergraving en bodemverstoring geleid, waardoor hier geen archeologische resten uit het neolithicum en later meer worden verwacht. Ter plaatse van het tracé van de te verwijderen gasleiding zal de aanleg van deze leiding tot bodemverstoring hebben geleid, waarbij de top van de Gantelafzettingen zal zijn verstoord (afhankelijk van de maaiveldhoogte tot circa 150-200 cm –mv). Dit komt mede tot uiting in het in deelgebied Zwethzone uitgevoerde booronderzoek (Coppens & Koot, 2010). Ook i n deelgebied A zal de aanleg van kabels en leidingen tot bodemverstoring hebben geleid (waarschijnlijk grotendeels tot 75 -100 cm –mv). In deelgebied B zijn, met uitzondering van de gasleiding, geen kabels of leidingen aanwezig. In het plangebied worden gedempte perceleringssloten en een deel van een wetering uit de late middeleeuwen en later verwacht. Ook hier zal de top van de Gantelafzettingen zijn vergraven. Met name oudere sloten en greppels, uit bijvoorbeeld de Romeinse tijd, betreffen echter naast ‘oude verstoringen’ ook een van de weinige archeologische grondsporen van een vrij volledig ingericht cultuurlandschap. Zonder de aanwezigheid van dateerbare archeologische indicatoren of bijvoorbeeld stratigrafische indicaties, is het onderscheid tussen sloten en greppels uit deze perioden lastig te maken.
RAAP-rapport 5572 / versie 11-07-2022
[34]
Plangebied Verlegging W -514-01 - v/d Kooijweg te Rijswijk, gemeente Rijswijk ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een verkennend booronderzoek. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van het door de bevoegde overheid goedgekeurde PvA (Peeters, 2021b). Het veldonderzoek is uitgevoerd op 04-05-2022. Op basis van het bureauonderzoek en de gespecificeerde verwachting zijn de werkterreinen rondom het intrede- en alternatieve uittredepunt nabij de Van Zijlweg en Van der Kooijweg (deelge bieden A en B) door middel van verkennende archeologische boringen onderzocht. Ter plaatse van het tracé van de HDD-boring en de te verwijderen leiding zijn conform het PvA geen boringen uitgevoerd, aangezien wordt verwacht dat de voorziene werkzaamheden in deze zones tot een relatief beperkte bodemverstoring leiden, (grotendeels) worden uitgevoerd in reeds geroerde grond en/of worden uitgevoerd in zones die reeds middels een archeologisch (karterend) booronderzoek zijn onderzocht (Coppens & Koot, 2010). Deelgebieden A (Van Zijlweg) en B (Van der Kooijweg) hebben een oppervlakte van respectievelijk 5.230 m 2 en 1.700 m 2 . Er zijn verspreid over deze werkterreinen 10 verkennende archeologische boringen uitgevoerd (figuur 15).
Hierbij is een focus aangebracht op de zones nabij de in-/uittredepunten waar, tussen deze punten en de bestaande leiding, ontgravingen plaatsvinden in de vorm van werkputten (nabij boringen 2-3 en 7-8). De afstand tussen individuele boringen bedroeg tussen 3 en 35 m en in de plaatsing van de boringen is rekening gehouden met de ligging van kabels en leidingen op basis van de uitgevoerde KLIC-graafmelding. Ten tijde van het veldonderzoek bleek dat boring 8 vrij dicht langs een in gebruik zijnde gasleiding was gelegen en daarnaast was er onvoldoende GPS-verbinding onder de bomen, waardoor de toezichthouder van de Gasunie een extra veiligheidsmarge heeft aangehouden. Hierdoor is deze boring circa 5 meter naar het zuiden verplaatst, ten opzichte van de doellocatie in het PvA. Er is geboord tot maximaal 500 cm -mv met een Edelmanboor (7 cm) en een gutsboor (3 cm). De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie-instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssyste em van RAAP (Deborah3: zie bijlage 3) en met behulp van een RTK-GPS ingemeten. Van alle boringen is de hoogte bepaald met behulp van een RTKGPS.
Hoewel het onderzoek een verkennend onderzoek betreft, is het opgeboorde materiaal in het veld door middel van verbrokkeling en versnijding gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aardewerk, metaal, bot, verbrande leem en fosfaatvlekken).
3.2 Resultaten 3.2.1
Veldwaarnemingen
In deelgebied B zijn hoogteverschillen aanwezig. Zo is een zone direct langs de Van der Kooijweg deel van een talud en relatief hoog gelegen. Boring 8 is deel van een parallel hieraan lager gelegen zone (greppel; maaiveld op 0,65 m -NAP) en het gebied ten zuiden hiervan (boringen 9 en 10) is weer hoger gelegen (op vergelijkbare hoogte als de Van Zijlweg; maaiveld op 0,3 m –NAP en 0,18 m NAP). Ten tijde van het veldonderzoek werden door de firma Sialtech peilbuizen nabij het onderzoeksgebied
RAAP-rapport 5572 / versie 11-07-2022
[35]
Plangebied Verlegging W -514-01 - v/d Kooijweg te Rijswijk, gemeente Rijswijk ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
geplaatst, onder andere circa 8 m ten zuidwesten van boring 7, waar tot 600 cm –mv is geboord. Deze locatie is met een GPS ingemeten (punt 100) en deze boring heeft aanvullende informatie opgeleverd met betrekking tot de dieper gelegen bodemopbouw. Deze informatie is in paragraaf 3.2.2 verwerkt. In deelgebied A (Van Zijlweg) zijn minder hoogteverschillen aanwezig. Hier is wel enig verloop in de maaiveldhoogte waar te nemen, aangezien het maaiveld in het oosten van dit deelgebied (boringen 1 en 4; 0,38-0,51 m NAP) lager ligt dan op boorlocaties ten westen hiervan. Bij boringen 5 en 6 is parallel aan de waterpartij een lichte verhoging in het landsc hap aanwezig (maaiveld op 0,04 m –NAP en 0,12 m NAP).
Figuur 14. Situatiefoto van deelgebied A, genomen vanaf boring 5 richting het oosten.
3.2.2
Geologie en bodem
De resultaten van de boringen die in beide onderzoeksgebieden zijn uit gevoerd illustreren in het algemeen vergelijkbare landschappelijke dynamieken. Er zijn wel enige verschillen met betrekking tot de diepere bodemopbouw waar te nemen (figuur 15), die het resultaat zijn van erosie en met name de ligging van beide gebieden ten opzichte van de ‘hoofdgeul’ van de Gantel. De resultaten van het verkennend booronderzoek worden van beneden naar boven beschreven.
RAAP-rapport 5572 / versie 11-07-2022
[36]
Plangebied Verlegging W -514-01 - v/d Kooijweg te Rijswijk, gemeente Rijswijk ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 15. Boorpuntenkaarten en de resultaten van de boringen in deelgebied B (links, Van der Kooijweg) en A (rechts, Van Zijlweg).
Slappe kleilagen (Laagpakket van Wormer, vermoedelijk wadafzettingen) Aan de basis van boring 8 in deelgebied B (Van der Kooijweg) zijn slappe grondlagen aanwezig. Deze afzettingen zijn onder een veenpakket gelegen (vanaf 450 cm –mv/5,15 m –NAP), maar zijn dusdanig slap dat ze tijdens het uitvoeren van de gutsboring werden weggedrukt en niet konden worden opgeboord. In feite kunnen deze lagen dus niet beschreven worden en zijn ze niet lithogenetisch te identificeren. Op basis van de boring in het kader van de geplaatste peilbuis, waar door middel van een Edelmanboring wel sediment is opgeboord (min of meer op een vergelijkbare diepte), kan de aard van deze lagen met enige vorm van zekerheid toch worden bepaald en beschreven. Op deze locatie, circa
RAAP-rapport 5572 / versie 11-07-2022
[37]
Plangebied Verlegging W -514-01 - v/d Kooijweg te Rijswijk, gemeente Rijswijk ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
8,5 m ten noordwesten van boring 8, is onder een veenlaag vanaf 490 cm –mv (5,01 m –NAP) slappe, uiterst siltige klei aanwezig (figuur 16). Deze klei is zwak humeus, kalkrijk en bevat enkele zeer dunne zandlagen en enkele plantenresten. Op basis van deze kenmer ken, de diepteligging en de stratigrafische positie van deze klei, betreft het waarschijnlijk wadafzettingen, die aan de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer kunnen worden toegeschreven.
Figuur 16. De aangetroffen slappe kleilagen onder het veen op de locatie van de peilbuis, circa 8,5 m ten noordwesten van boring 8.
RAAP-rapport 5572 / versie 11-07-2022
[38]
Plangebied Verlegging W -514-01 - v/d Kooijweg te Rijswijk, gemeente Rijswijk ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Hollandveen Laagpakket (Formatie van Nieuwkoop) In alle boringen in deelgebied B (boringen 7-10; figuur 15) zijn aan of nabij de basis veenlagen aangetroffen. Deze bestaan voornamelijk uit mineraalarm veen . De top van het veen is vaak iets donkerder van kleur (donkerbruin), maar is niet veraard. Deze bovenste veen lagen konden niet aan een veensoort worden toegeschreven. Onder deze donkerdere top zijn bruine lagen mineraalarm veen aanwezig. Een dergelijke veenlaag in boring 8 kon als rietveen worden geïnterpreteerd. In boring 9 is aan de basis een laag bruin, zwak kleiig veen waargenomen. Deze veenlagen in boringen 7, 8, 9 en 10 zijn vanaf 380 -480 cm –mv aangeboord (vanaf 4,27-4,85 m – NAP). In boring 8, waar de basis van het veen is aangeboord, is sprake van een 70 cm dik veenpakket. Deze veenlagen zijn in de andere boringen minimaal 20-71 cm dik. De bodemopbouw ter plaatse van de peilbuis is vergelijkbaar. Hier is het veen (bij benadering) vanaf 450 cm –mv aangetroffen (vanaf 4,61 m -NAP), maar lijkt wel een dunnere veenlaag aanwezig (40 cm dik). Dit veen is op basis van zijn stratigrafische positie aan het Hollandveen Laagpakket (Formatie van Nieuwkoop) toegeschreven.
Kwelderafzettingen (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren) In boringen 8, 9 en 10 zijn in het veen dikkere kleilagen aangetroffen, die in de laatste twee genoemde boringen als aparte lagen zijn beschreven (figuur 15). Deze kleilagen bestaan uit sterk siltige klei, die veel riet-/ en/of andere plantenresten en humusvlekken bevat. De klei is matig slap en in boring 10 zwak humeus en kalkloos. In boring 9 is de klei kalkrijk. De overgangen naar onderliggende veenlagen zijn geleidelijk of diffuus en de overgangen van bovenliggend veen naar de klei zijn abrupt o f geleidelijk. Deze kleilagen zijn in boringen 9 en 10 vanaf 465-470 cm –mv aangetroffen (vanaf 4,52-4,95 m –NAP) en zijn in boring 10 het laagst gelegen (in peil). Deze relatief slappe kleilagen zijn 15 en 35 cm dik. Deze in het veenpakket gelegen kleilagen zijn als kwelderafzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van geïnterpreteerd. Hoewel dergelijke kleilagen ook zogenaamde klapklei kunnen betreffen (dat in scheuren in het veen is gevormd in de periode na de veengroei), lijkt dit in dit geva l onwaarschijnlijk op basis de geleidelijke of diffuse overgangen naar het onderliggende veen. Beddingafzettingen van de Gantel (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren ; Gantel Laag) Aan de basis van alle boringen in deelgebied A zijn zandlagen a anwezig met vrij weinig gelaagdheid.
Dit zand bestaat voornamelijk uit zwak siltig, kalkrijk zand. Dit zand is matig fijn tot zeer fijn van mediaan. Hierin zijn enkele detrituslagen en/of kleilagen waargenomen en over de meeste trajecten schelpengruis/-fragmenten en/of plantenresten. In boring 6 is in een dergelijke laag op 450 cm -mv een zeer kleine complete schelp aangetroffen. Deze schelp is van een juveniel exemplaar en kon niet specifiek als kokkel of brakwaterkokkel worden gedetermineerd. Op basis van de context betreft het waarschijnlijk een brakwaterkokkel. Deze tweekleppige schelpensoort komt voor in brakke milieus met wisselende zoutgehalten en ze leven vaak deels ingegraven op diepten vanaf enkele decimeters. Deze zandlagen zijn vanaf 350-410 cm –mv aangetroffen (vanaf 3,58-4,25 m –NAP) en zijn als beddingafzettingen geïnterpreteerd, die door de getijdekreken van het Gantelsysteem zullen zijn
RAAP-rapport 5572 / versie 11-07-2022
[39]
Plangebied Verlegging W -514-01 - v/d Kooijweg te Rijswijk, gemeente Rijswijk ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
gevormd. Onder andere de aanwezigheid van een complete schelp van een brakwaterkokkel ondersteunt deze interpretatie. Geulafzettingen van de Gantel (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren; Gantel Laag) In alle boringen in deelgebieden A en B zijn zandlagen met meer gelaagdheid of gelaagde kleilagen aangetroffen. Direct boven de beddingafzettingen in boringen 1-5 (deelgebied A) is zand gelegen. Dit zand is zwak- tot matig siltig, zeer fijn tot uiterst fijn van mediaan en kalkrijk. Dit zand bevat enkele tot (zeer) veel kleilagen en/of detrituslagen. Hierin zijn hout -/plantenresten en/of schelpenfragmenten/gruis aangetroffen. Hierboven zijn gelaagde, kalkrijke kleilagen aanwezig, die enkele tot zeer veel zandlagen bevatten. In boring 6 ontbreken zandlagen met veel gelaagdheid en zijn zulke kleilagen direct boven de beddingafzettingen gelegen. Deze kleilag en zijn in deelgebied A vanaf 110-160 cm –mv aangetroffen (vanaf 1,33-1,98 m –NAP). In boringen 7-10 (deelgebied B) zijn direct boven het veen voornamelijk vergelijkbare zandlagen aangetroffen (zwak siltig, matig- tot uiterst fijn met enkele tot (zeer) veel kleilagen en/of detrituslagen). Zandlagen met minder gelaagheid (beddingafzettingen) zijn hier niet waargenomen. Hoger in het bodemprofiel zijn lagen uiterst siltige klei met enkele- tot veel zandlagen aanwezig.
Net als in deelgebied A is in het algemeen sprake van een ‘fining upwards’ sequentie, waarbij hoger in het bodemprofiel steeds fijner materiaal in minder snel stromend water is afgezet. Alleen in boring 9 is dit niet geheel het geval: hier zijn lagen matig siltig, uiterst fijn zand met veel kleila gen en/of detrituslagen op matig fijn, zwak siltig zand gelegen, met hieronder een dunne laag uiterst siltige klei met enkele dunne zandlagen. In deelgebied B zijn deze gelaagde klei - en/of zandlagen vanaf 110-230 cm –mv aangetroffen (vanaf 1,55-2,12 m –NAP). Hierbij valt op dat deze lagen in boringen 9 en 10 lager gelegen zijn (vanaf 2,05-2,12 m –NAP) dan in boringen 7 en 8 (vanaf 1,55-1,75 m –NAP). De overgangen naar onderliggende veenlagen zijn vaak schuin en waarneembaar erosief. Deze gelaagde klei- en zandlagen zijn als geulafzettingen geïnterpreteerd en zijn, net als de beddingafzettingen, aan de Gantel Laag toegeschreven (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren). Oeverafzettingen van de Gantel (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren ; Gantel Laag) In alle boringen, behalve boring 7, zijn boven de geulafzettingen lagen uiterst siltige klei aangetroffen met een matig stevige consistentie. Deze kleilagen zijn relatief goed gerijpt, kalkrijk, bevatten enkele ijzervlekken en nabij de basis meestal enkele (zeer) dunne zandlagen.
In boring 3 is de bovenste kleilaag wat blauwig van kleur (lichtblauwgrijs) en verstikt. Er zijn geen ontkalkte niveaus of laklagen in dergelijke kleilagen aangetroffen. De overgangen naar onderliggende geulafzetting en zijn geleidelijk. Deze kalkrijke lagen, uiterst siltige klei zijn in deelgebied A (boringen 1 -6) vanaf 75-120 cm –mv aangetroffen (vanaf 0,98-1,58 m –NAP; figuur 15). Hier zijn ze tussen 35 en 45 cm dik. In deelgebied B (boringen 8-10) zijn lithologisch vergelijkbare kleilagen vanaf 80 -165 cm –mv aanwezig (vanaf 1,351,46 m –NAP) en 30-70 cm dik. In boring 7 zijn dergelijke lagen dus afwezig. Wat betreft de dikte van deze lagen kan worden benoemd dat in boringen 9 en 10 in deelgebied B (waar geulafzettingen lager opduiken) sprake is van dikkere pakketten van 65-70 cm dik.
RAAP-rapport 5572 / versie 11-07-2022
[40]
Plangebied Verlegging W -514-01 - v/d Kooijweg te Rijswijk, gemeente Rijswijk ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Deze lagen uiterst siltige klei zijn als oeverafzettingen geïnterpreteerd (Gantel Laag; Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren). Oude bouwvoor In boringen 5, 9 en 10 zijn boven de oeverafzettingen enigszins rommelige lagen aangetroffen. Deze bestaan uit uiterst siltige of zwak zandige, zwak humeuze klei. Deze klei is kalkrijk, matig stevig tot stevig, bevat kleibrokken en kleine hoeveelheden rood puin en/of mortel. In boring 9 zijn ook grindkorrels aangetroffen. De overgangen naar onderliggende oeverafzettingen zijn geleidelijk. In boring 5 is een dergelijke laag vanaf 50 cm –mv aangetroffen (vanaf 0,54 m –NAP), in boring 9 vanaf 105 cm –mv (vanaf 0,87 m –NAP) en in boring 10 vanaf 50 cm –mv (vanaf 0,8 m –NAP; figuur 15). Deze enigszins rommelige, humeuze lagen zijn tussen 50 en 60 cm dik. Mogelijk betreft dit de minerale eerdlaag van de op basis van het bureauonderzoek verwachte woudeerdgrond. Deze lagen kunnen mogelijk als deel van de oude bouwvoor worden gezien, die is gelegen onder opgebrachte en/of verstoorde grond. Zulke gehomogeniseerde, humeuze lagen zijn vermoedelijk door agragrisch grondgebruik gevormd in de top van het natuurlijke bodemprofiel (oeverafzettingen van de Gantel), eventueel nadat zulke kleilagen kunnen zijn afgegraven.
Verstoorde en/of opgebrachte grond Aan het maaiveld van alle boringen zijn voornamelijk rommelig e kleilagen aanwezig, bestaande uit uiterst siltige tot sterk zandige klei met kleibrokken. In een groot aantal boringen zijn aan/ondiep onder het maaiveld ook rommelige zandlagen aangetroffen. In boringen 4 -10 zijn in zulke lagen enkele tot veel puinfragmenten aangetroffen. Deze bestaan vooral uit rood puin, maar ook geel puin, brokjes mortel, leisteen, sintels, steenkool en betonpuin zijn in dergelijke lagen waargenomen. Een deel van deze rommelige lagen in deelgebied B (boringen 7 -10) is, mede op basis van de aan het maaiveld aanwezige hoogteverschillen, als ‘opgebrachte grond’ geïnterpreteerd. Hieronder zijn in de meeste boringen lagen als ‘verstoorde grond’ beschreven. Alleen in boring 10 lijkt direct onder een opgebrachte laag een oude bouwvoor te zijn gelegen. In deelgebied A zijn alle rommelige lagen vanaf het maaiveld als verstoorde grond beschouwd, hoewel ook hier mogelijk grond is opgebracht, met name direct langs het nog aanwezige deel van de middeleeuwse wetering ten westen van dit onderzoeksgebied. De diepte tot waarop opgebrachte en/of verstoorde grond aanwezig is variabel:
In deelgebied A (boringen 1-6) reiken zulke lagen in individuele boringen tot 50-120 cm –mv (tot 0,54-1,58 m –NAP). Ter plekke van boring 5 is sprake van een vrij beperkte verstoringsdiepte (tot 50 cm –mv/0,54 m –NAP) en is hieronder dus een vermoedelijke oude bouwvoor gelegen. In boring 4 is de bodemopbouw het diepst verstoord (tot 120 cm –mv/1,58 m NAP). Op de locatie van de te graven werkput (boringen 2 -3) bij het intredepunt van de HDD is de bodem tot 115 cm –mv verstoord (tot 1,26-1,3 m –NAP).
In deelgebied B (boring 7-10) bestaat de bodemopbouw tot 80-150 cm –mv uit opgebrachte/verstoorde grond (tot 0,87-1,55 m –NAP). Hierbij is de bodem nabij het uittredepunt van de HDD het diepst verstoord (boringen 7 en 8; tot 1,45-1,55 m –NAP). Ter
RAAP-rapport 5572 / versie 11-07-2022
[41]
Plangebied Verlegging W -514-01 - v/d Kooijweg te Rijswijk, gemeente Rijswijk ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
plaatse van boringen 9 en 10 is de bodem minder diep verstoord (tot 50-105 cm –mv/0,87-1,35 m –NAP) en op deze locaties is ook een vermoedelijke oude bouwvoor aangetroffen.
3.2.3
Archeologische indicatoren
Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Let wel, het onderzoek betrof een verkennend booronderzoek en had in principe niet tot doel archeologische vindplaatsen op te sporen, aangezien de boordichtheid en boor diameter hiertoe ontoereikend waren.
3.3 Archeologische relevantie In de lagen verstoorde/opgebrachte grond zijn geen in situ archeologische resten te verwachten. De diepte tot waarop zulke lagen aanwezig zijn varieert. In deelgebied A (boringen 1 -6) is de bodem minimaal tot 50 cm –mv verstoord (0,54 m –NAP; boring 5). Ter plaatse van de aan te leggen werkput bij het intredepunt van de HDD is de bodem tot 115 cm –mv verstoord (tot 1,26-1,3 m –NAP). In deelgebied B (boringen 7-10) is de bodem in het algemeen dieper verstoord: minimaal tot 80 cm –mv (boring 8) en in NAP minimaal tot 0,87 m –NAP (boring 9). Nabij de werkput van het uittredepunt van de HDD (boringen 7 en 8) is de bodem tot 1,45 -1,55 m –NAP reeds geroerd. Op drie boorlocaties verspreid over de twee deelgebieden (boringen 5, 9 en 10) zijn waarschijnlijke restanten van een oude, nu deels afgedekte, bouwvoor aangetroffen. Deze lagen zijn in boring 5 vanaf 50 cm –mv aangetroffen (vanaf 0,54 m –NAP), in boring 9 vanaf 105 cm –mv (vanaf 0,87 m –NAP) en in boring 10 vanaf 50 cm –mv (vanaf 0,8 m –NAP). Op deze locaties is het maaiveld relatief hoog gelegen en hier lijkt een ophogingspakket te zijn opgebracht, die onderliggende lagen mogelijk heeft beschermd tegen ondiepe bodemingrepen. De zwak humeuze en enig szins rommelige lagen hebben vermoedelijk aan/nabij het maaiveld gelegen in de periode voor ophoging.
De aanwezigheid van zulke lagen illustreert de aanwezigheid van een goeddeels intact bodemprofiel uit de periode voorafgaand aan de ophoging (vermoedelijk voorafgaand aan de nieuwe tijd C). De aanwezigheid van een relatief homogene bouwvoor, die wordt gevormd door agrarische grondbewerking, illustreert waarschijnlijk wel dat de top van het natuurlijk bodemprofiel (oeverafzettingen van de Gantel) deels in de bouwvoor is opgenomen. In principe wordt, mede op basis van de oorspronkelijk agrarische ligging van de deelgebieden (paragraaf 2.4), verwacht dat in deze oude bouwvoor voornamelijk ‘off-site’ archeologie te verwachten is en op zijn hoogst verploegde resten uit de periode voorafgaand aan de middeleeuwen. Aangezien er geen historisch kaartmateriaal beschikbaar is voor de eerste fase van de ontginningen van het landschap, waarbij nederzettingen ook op enige afstand van latere ontginningsassen kunnen zijn gelegen, bestaat voor deze oude bouwvoor een lage-middelhoge archeologische verwachting voor de periode late middeleeuwen-nieuwe tijd. In alle boringen, behalve boring 7, zijn oeverafzettingen (eventueel ook te benoemen als kwelders) aangetroffen, die tot de Gantel Laag gerekend kunnen worden. In deelgebied A zijn relatief dunne lagen oeverafzettingen vanaf 75-120 cm –mv aangetroffen (vanaf 0,98-1,58 m –NAP).
In deelgebied B (boringen 8-10) zijn ze vanaf 80-165 cm –mv aanwezig (vanaf 1,35-1,46 m –NAP). Hierbij valt op dat met name in boringen 9 en 10 sprake is van een dikker oeverpakket, waarbij de bodemopbouw bestaat uit een vermoedelijke oude bouwvoor op een relatief dik oeverpakket op relatief laaggelegen geulafzettingen. Op deze boorlocaties en in de andere boringen zijn in de oeverafzettingen echter geen ontkalkte niveaus of laklagen waargenomen. Met name de afwezigheid van oeverafzettingen met een
RAAP-rapport 5572 / versie 11-07-2022
[42]
Plangebied Verlegging W -514-01 - v/d Kooijweg te Rijswijk, gemeente Rijswijk ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
ontkalkte top illustreert dat de oorspronkelijke top van het oeverpakket in bovenliggende oude bouwvoor of recenter verstoorde lagen is opgenomen en mogelijk is vergraven (in deze omgeving valt afgraving voor kleiwinning bijvoorbeeld niet uit te sluiten). Hiermee lijkt het oorspronkelijke archeologische niveau uit de periode late ijzertijd-vroege middeleeuwen niet meer intact aanwezig en is dit niveau in boring 7 door een diepe bodemverstoring überhaupt niet meer aanwezig . Er zouden op zulke locaties eventueel wel nog dieper gegraven archeologische grondsporen aanwezig kunnen zijn (op de meeste locaties vanaf 1,25-1,58 m –NAP) en in boringen 5 en 6 eventueel vanaf minder diep (vanaf 0,98-1,04 m –NAP). Hoewel het Romeinse cultuurlandschap maar op bepaalde hoogte kan worden gereconstrueerd, kan de aanwezigheid van greppels uit deze periode niet worden uitgesloten (figuur 6). Op basis van de aangetroffen dikte van de oude bouwvoor in boringen 5, 9 en 10), zullen zulke greppels (en andere grondsporen) vermoedelijk echter dieper dan 50 -60 cm moeten zijn geweest om nog tot op bepaalde hoogte op de boorlocaties bewaard te zullen zijn gebleven.
Met betrekking tot de aanwezigheid van geul - en beddingafzettingen van het Gantelsysteem, kan worden benoemd dat deze (net als bij onderzoek in de omgeving) in een aanzienlijk bredere zone aanwezig zijn, dan op basis van de Nieuwe geologische kaart van Den Haag en Rijswijk zou kunnen worden verwacht (figuur 3). In de aangetroffen geul- en beddingafzettingen worden, op basis van het dynamische karakter van het Gantelsysteem, dat grotendeels onder invloed van het getij zal hebben gestaan, geen vondsten als scheepswrakken, beschoeiingen of kades in deze afzettingen verwacht. In deelgebied A heeft de activiteit van de getijdenkreken tot erosie van eerder gevormde lagen geleid en specifiek eerder gevormd Hollandveen en de top van het Laagpakket van Wormer. In deelgebied B, dat verder weg van de ‘hoofdgeulen’ van dit systeem is gelegen, zijn wel n og restanten Hollandveen en hieronder vermoedelijk wadafzettingen van het Laagpakket van Wormer aanwezig. Op basis van de erosieve overgangen van geulafzettingen naar het veen zal de oorspronkelijke top van het veenpakket ook zijn geërodeerd. Aangezien ook geen veraarde niveaus in het veenrestant zijn aangetroffen bestaat voor deze lagen een lage archeologische verwachting.
De vermoedelijke kwelderafzettingen die in enkele boringen in het veenpakket zijn aangetroffen gaan ook gepaard met een lage archeologi sche verwachting voor bewoningsresten, aangezien na deze (mogelijk korte) fase van afzetting, wederom veengroei plaatsvond en er geen duidelijke tekenen van bodemvorming zijn waargenomen. Ook voor de slappe (wad)afzettingen onder het veen geldt een lage archeologische verwachting, omdat deze mariene sedimenten in een intergetijdenmilieu zijn gevormd en een groot deel van de tijd onder water zullen hebben gelegen.
RAAP-rapport 5572 / versie 11-07-2022
[43]
Plangebied Verlegging W -514-01 - v/d Kooijweg te Rijswijk, gemeente Rijswijk ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
4 Conclusies en advies 4.1 Conclusie Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: In deelgebieden A (Van Zijlweg) en B (Van der Kooijweg) is de bodemopbouw respectievelijk minimaal tot 50 cm –mv (tot 0,54 m –NAP) en minimaal tot 80 cm –mv verstoord (tot 0,87 m –NAP). Op/nabij de locaties van de aan te leggen werkputten bij de in-/uittredepunten van de HDD worden tot 1,26-1,3 m – NAP (deelgebied A; tot 115 cm –mv) en tot 1,45-1,55 m –NAP geen in situ archeologische resten verwacht (deelgebied B; afhankelijk van de maaiveldhoogte tot 80-150 cm –mv). Op enkele van de andere onderzochte locaties op de werkterreinen is de bodemopbouw beter intact. Hier is vanaf 50-110 cm –mv (vanaf 0,54-0,87 m –NAP) een vermoedelijke oude bouwvoor op oeverafzettingen gelegen. In deze lagen worden op basis van historisch kaartmateriaal met name sporen van ‘offsite’ archeologie uit de periode late mi ddeleeuwen-nieuwe tijd verwacht, maar zouden met name uit de eerste fasen van ontginningen ook bewoningslocaties verder weg van latere ontginningsassen kunnen zijn gelegen. Voor het niveau van deze oude bouwvoor bestaat een lagemiddelhoge archeologische verwachting voor de late middeleeuwen -nieuwe tijd.
In de oeverafzettingen van de Gantel, die in vrijwel alle boringen zijn aangetroffen, zijn geen ontkalk te niveaus of lak- of cultuurlagen aangetroffen. Vermoedelijk is de top van deze afzettingen in de hierboven gelegen oude bouwvoor of anderszins verstoorde lagen opgenomen (en mogelijk afgegraven). Het archeologisch niveau uit de Romeinse tijd lijkt hierme e niet meer intact aanwezig, maar hier kunnen wel nog dieper gelegen archeologische grondsporen als perceleringsgreppels aanwezig zijn. Indien deze in het plangebied hebben gelopen, zal op basis van het uitgevoerde veldonderzoek vermoedelijk echter slechts een klein deel (het onderste) bewaard zijn gebleven. Hierdoor bestaat voor de aangetroffen kalkrijke oeverafzettingen een lage archeologische verwachting. Voor de aangetroffen geul- en beddingafzettingen van het Gantelsysteem bestaat een lage archeologische verwachting voor bewoningssporen en dit is ook het geval voor het Hollandveen en de vermoedelijke kwelder- en wadafzettingen, die in deelgebied B zijn aangetroffen.
De uitvoering van de HDD-boring en het verwijderen van de bestaande leiding vormen naar verwachting geen bedreiging voor archeologische waarden, vanwege relatief beperkte ingrepen die zullen worden uitgevoerd in reeds geroerde grond en/of worden uitgevoerd in zones met een lage archeologische verwachting op basis van een eerder uitgevoerd (ka rterend) booronderzoek.
4.2 Advies Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt de kans zeer gering dat op de locaties van de te graven werkputten bij de in-/uittredepunten van de HDD archeologische resten bedreigd worden. Hier kunnen in principe uitsluitend dieper gegraven archeologische grondsporen worden verwacht en de kans dat bijvoorbeeld op de locatie van de relatief kleine werkputten (diepe) Romeinse perceleringsgreppels aanwezig zijn wordt klein geacht. Daarom wordt in het kader van de aanleg van deze werkputten geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumente nzorg (AMZ) noodzakelijk geacht.
RAAP-rapport 5572 / versie 11-07-2022
[44]
Plangebied Verlegging W -514-01 - v/d Kooijweg te Rijswijk, gemeente Rijswijk ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Op enkele boorlocaties op de omliggende werkterreinen blijkt de bodemopbouw beter intact en onder meer te bestaan uit een oude bouwvoor op oeverafzettingen. Er wordt aanbevolen om op de werkterreinen rondom boringen 5 en 9-10 geen bodemingrepen dieper dan 50 cm –mv te laten plaatsvinden (niet dieper dan 0,54 m –NAP rondom boring 5 in deelgebied Van Zijlweg en niet dieper dan 0,8 m –NAP in deelgebied Van der Kooijweg). Deze ‘grens’ van 50 cm –mv is gebaseerd op basis van de resultaten van het veldonderzoek en komt overeen met de in het bestemmingspla n opgenomen vrijstellingsgrens voor archeologisch onderzoek. Door minder diep dan deze niveaus te g raven wordt de kans op het verstoren van archeologische resten geminimaliseerd. Indien op deze werkterreinen plaatselijk, in het kader van de huidige of toekomstige plannen, toch diepere bodemingrepen noodzakelijk blijken, wordt geadviseerd om op deze locaties gravend vervolgonderzoek uit te voeren. Een proefsleuvenonderzoek (conform protocol IVO-P) is de meest geëigende methode voor het toetsen van de aanwezigheid van archeologische sporen en resten uit de periode Romeinse tijd -middeleeuwen. Voorafgaand aan deze vorm van gravend vervolgonderzoek dient een door de bevoegde overheid goed te keuren PvE te worden opgesteld.
Voor het tracé van de HDD-boring en de te verwijderen leiding wordt om eerder genoemde redenen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden ter plaatse van de te graven werkputten of tijdens het verwijderen van de bestaande gasleiding onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Addendum 11-07-2022 In de tracédelen waar een bestaande leiding wordt verwijderd buiten het gebied dat in eerste instantie in het bureau- en verkennend booronderzoek is meegenomen (figuur 2), lijkt een kleine kans te bestaan dat op deze locatie in situ archeologische resten aanwezig zijn. Hoewel, in feite geen concrete data voor deze tracédelen zijn verzameld, zal de bodemopbouw minimaal tot de top van de leiding reeds zijn geroerd tijdens de aanleg van de leiding en de gegraven leidingsleuf. Aangezien, op basis van informatie verstrekt door de opdrachtgever, in het algemeen smallere sleuven worden gegraven voor de verwijdering van een leiding dan voor de aanleg, bestaat er een geringe kans dat op deze locatie in situ archeologische resten aanwezig zijn.
Voor de zones waarin deze werkzaamheden plaatsvinden wordt geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht.
4.3 Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Rijswijk, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
RAAP-rapport 5572 / versie 11-07-2022
[45]
Plangebied Verlegging W -514-01 - v/d Kooijweg te Rijswijk, gemeente Rijswijk ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Literatuur Asmussen, P.S.G., 1992. Rijswijk : archeologisch onderzoek t.b.v. de spoorwegverdubbeling/ tunnelaanleg NS-tracé Rijswijk (ZH). RAAP-rapport 66. Stichting RAAP, Amsterdam. Bloemers, J.H.F., 1978. Rijswijk (Z.H.), ‘de Bult’: eine Siedlu ng der Cananefaten. Nederlandse Oudheden 8. Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek, Amersfoort. Bloemers, J.H.F., 1985. Rijswijk, in: archeologische kroniek van Zuid-Holland over 1984, Holland, 6, 1985, 352-353. Coppens, C.F.H. & J.M. Koot, 2010. Plangebied Zwethzone, gemeente Rijswijk; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (karterende fase). RAAPRapport 2188. RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., Weesp. Hallewas, D.P. & J.F. van Regteren Altena, 1980. Bewoningsgeschie denis en landschapsontwikkeling rond de Maasmond, in A. Verhulst/M.K.E. Gottschalk (red.), Transgressies en occupatiegeschiedenis in de kustgebieden van Nederland en België. Colloquium Gent 5 -7 september 1978. Universiteit Gent, Gent, 155-207. Hessing, W.A.M., 1990. Rijswijk Hoekpolder. Archeologische Kroniek van Zuid -Holland 1989, 343-344. Koomen, A.J.M. & G.J. Maas, 2004. Geomorfologische kaart Nederland (GKN). Achtergronddocument bij het landsdekkende digitale bestand. Alterra-rapport 1039, Wageningen. Koot, J.M., 1993. Tussen terp en Kreekrug: ontginningen op de rand van klei en veen (Rijswijkerbroek en Harnasch).
Doctoraalscriptie Universiteit van Amsterdam, Amsterdam. Koot, H., 2008. Opgegraven! Archeologisch onderzoek in Rijswijk, Rijswijkse Serie, 13. Koot, H., L. Bruning en R.A. Houkes (red.), 2008. Ypenburg - locatie 4: een nederzetting met grafveld uit het Midden-Neolithicum in het West-Nederlandse kustgebied. Hazenberg Archeologie, Leiden. Kruijthof, M.L., A.J. Brokke & V. Uffink, 2021. Evaluatieverslag. Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven. WarmtelinQ Vlaardingen Den Haag – gemeente Rijswijk. Projectnummer 437129. Antea Group. Louwe Kooijmans, L., P. & P.F.B. Jongste (eds.), 2006. Schipluiden: a neolithic settlement on the Dutch North Sea coast c. 3500 CAL BC. Analecta Praehistorica Leidensia 37/38. Leiden. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Peeters, D., 2021a. Plangebied Sportpark Elsenburg te Rijswijk, gemeente Rijswijk; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkenne nd booronderzoek). RAAPRapport 4980. RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., Weesp. Peeters, D., 2021b. Verkennend booronderzoek. Projectcode RYKB (versie 22 -12-2021) te Rijswijk, gemeente Rijswijk. RAAP-PvA. RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., Weesp. Peeters, D. & J.H.F. Leuvering, 2020.
Plangebied RijswijkBuiten; de elgebied Pasgeld-West, gemeente Rijswijk; archeologisch vooronderzoek: een inventaris erend veldonderzoek (verkennend booronderzoek). RAAP-Rapport 4231. RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., Weesp. SIKB, 2016. Beoordelingsrichtlijn Archeologie. BRL SIKB 4000. SIKB, Gouda.
RAAP-rapport 5572 / versie 11-07-2022
[46]
Plangebied Verlegging W -514-01 - v/d Kooijweg te Rijswijk, gemeente Rijswijk ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Vos, P.C., E.C. Rieffe & E.E.B. Bulten, 2007. Nieuwe geologische kaart van Den Haag en Rijswijk, schaal 1:25.000. Vos, P.C. & S. de Vries, 2013. 2e generatie paleo-geografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht. Weerts, H., J. Schokker, K. Rijsdijk & C. Laban, 2006. Geologische overzichtskaart van Nederland. TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht. Wink, K., 2015. Plangebied PHS 4-sporigheid Rijswijk-Delft Zuid, gemeenten Rijswijk en Delft; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek e n inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase). RAAP-Rapport 3018. RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., Weesp. Wolzak, J.A. & K. Wink, 2021. Plangebied Rijswijk Buiten deelgebied Sion te Rijswijk, gemeente Rijswijk; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (IVO-O, verkennende fase). RAAP-Rapport 3962. RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., Weesp.
RAAP-rapport 5572 / versie 11-07-2022
[47]
Plangebied Verlegging W -514-01 - v/d Kooijweg te Rijswijk, gemeente Rijswijk ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices Figuren: Figuur 1. Aanduiding uitgangssituatie archeologisch vooronderzoek. Inzet: ligging in Nederland (ster).
9
Figuur 2. Aanduiding (definitieve) locatie en aard van ingrepen behorende tot het plan. Inzet: ligging in Nederland (ster).
10
Figuur 3. Het plangebied op de Nieuwe Geologische Kaart van Den Haag en Rijswijk.
15
Figuur 4. Maaiveldhoogte in het plangebied en de omgeving.
16
Figuur 5. Het plangebied op de gemeentelijke archeologische verwachtings - en beleidskaart voor de Romeinse tijd en de late middeleeuwen-nieuwe tijd.
18
Figuur 6. Reconstructie van de verkaveling in de Romeinse tijd in de omgeving (Coppens & Koot, 2010). Het huidige plangebied is met een rood kader weergegeven.
19
Figuur 7. Het plangebied op de Archeologische Monumentenkaart.
21
Figuur 8. Archeologische vondstmeldingen uit de omgeving van het plangebied (Archis3).
22
Figuur 9. Archeologische onderzoeksmeldingen (veldonderzoeken) uit de omgeving van het plangebied (Archis3).
24
Figuur 10. Resultaten van het karterend booronderzoek in plangebied Zwethzone (Coppens & Koot, 2010). Het huidige plangebied is met een rood kader weergegeven.
26
Figuur 11. Overzicht van historische topografische kaarten (kaart a is west -georiënteerd).
28
Figuur 12. Luchtfoto van het plangebied en de ligging van kabels en leidingen (KLIC).
30
Figuur 13. Profiel van de HDD-boring.
32
Figuur 14. Situatiefoto van deelgebied A, genomen vanaf boring 5 richting het oosten.
36
Figuur 15. Boorpuntenkaarten en de resultaten van de boringen in deelgebied B (l inks, Van der Kooijweg) en A (rechts, Van Zijlweg).
37
Figuur 16. De aangetroffen slappe kleilagen onder het veen op de locatie van de peilbuis, circa 8,5 m ten noordwesten van boring 8.
38
Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.
11
Tabel 2. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.
17
Tabel 3. Overzicht van archeologische vondstlocaties rond het plangebied.
23
Tabel 4. Overzicht van archeologische onderzoeksmeldingen (veldonderzoeken) rond het plangebied.
25
Tabel 5. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.
29
Tabel 6. De toekomstige situatie.
31
Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen
RAAP-rapport 5572 / versie 11-07-2022
[48]
Plangebied Verlegging W -514-01 - v/d Kooijweg te Rijswijk, gemeente Rijswijk ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Bijlage 3. Boorbeschrijvingen
RAAP-rapport 5572 / versie 11-07-2022
[49]
Plangebied Verlegging W -514-01 - v/d Kooijweg te Rijswijk, gemeente Rijswijk ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Bijlage 1. Tijdschaal
RAAP-rapport 5572 / versie 11-07-2022
[50]
Plangebied Verlegging W -514-01 - v/d Kooijweg te Rijswijk, gemeente Rijswijk ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen
+
Geomorfologische kaart van NL
+
Gedetailleerde bodemkaarten
+
DINO
+
Gegevens milieukundig bodemonderzoek
+
Actueel Hoogtebestand Nederland
+
Lucht- en satellietfoto’s
+
Topografische kaart van Nederland
+
Oud(st)e kadasterkaarten
+
Historische kaarten van Nederland
+
Beeldmateriaal bouwhistorie
+
Archeologische en cultuurhistorische rapportages
+
Archieven (RAAP)
+
Eigenaar en gebruiker
+
AMK
+
ARCHIS
+
CMA
+
CAA
+
CHW
+
Literatuur (arch./aardwet.)
+
Gebiedsgerichte specialisten
+
Amateurarcheologen Gemeentelijke waarden- of verwachtingskaart Archeologisch depot
RAAP-rapport 5572 / versie 11-07-2022
Opmerking
Geologische kaart van NL
Bevat geen (nieuwe) relevante informatie
+
Niet beschikbaar voor dit plan-/onderzoeksgebied
Bodemkaart van NL
Geraadpleegd, niet afgebeeld
Bron
Geraadpleegd en afgebeeld/beschreven
LS03 en LS04, motivatie voor de keuze van de geraadpleegde bronnen (+ indien van toepassing)
+ + +
[51]
Plangebied Verlegging W -514-01 - v/d Kooijweg te Rijswijk, gemeente Rijswijk ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Bijlage 3. Boorbeschrijvingen
RAAP-rapport 5572 / versie 11-07-2022
[52]
RYKB - boorbeschrijvingen
Boring: RYKB_1 Kop algemeen: Projectcode: RYKB, Boornummer: 1, Beschrijver(s): DP/FW, Datum: 04-05-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 500 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 82066.732, Y-coördinaat in meters: 449012.845, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: -0.509, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Zuid-Holland, Gemeente: Rijswijk Uitvoering: Opdrachtgever: WSP, Uitvoerder: RAAP West 0 / -0.51 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 40, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak zandig, Bijmengsel humus: zwak humeus Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Brokken en vlekken: kleibrokken, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 40 / -0.91 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 50, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: zeer fijn Bodem: IJzer/mangaan: veel Fe-vlekken, Brokken en vlekken: kleibrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 50 / -1.01 Laag algemeen: Bovengrens laag in
cm: 50, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 75, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak zandig, Kalkgehalte: kalkrijk Bodem: IJzer/mangaan: veel Fe-vlekken, Brokken en vlekken: zand- en kleibrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 75 / -1.26 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 75, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 110, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Consistentie: matig stevig, Plantenresten: resten (onbepaald)-spoor (<1%), Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: oeverafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: IJzer/mangaan: Mn-concreties Laag opmerking: Opmerking: ook kalkconcreties 110 / -1.61 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 110, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 150, Aard ondergrens: diffuus (3-10 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Sublagen1: zandlagen-enkele-dun, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: zandige/kleiige geulafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: IJzer/mangaan: Fe-concreties 150 / -2.01 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 150, Aard
bovengrens: diffuus (3-10 cm), Ondergrens laag in cm: 305, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Sublagen1: zandlagen-veel-wisselende diktes, Plantenresten: resten (onbepaald)-spoor (<1%), Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: zandige/kleiige geulafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd 305 / -3.56 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 305, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 360, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Sublagen1: kleilagen-veel-dun, Sublagen2: detrituslagen-enkelewisselende diktes, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: zandige/kleiige geulafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd 360 / -4.11 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 360, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 500, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Sublagen2: detrituslagen-enkele-wisselende diktes, Schelpresten: schelp (onbepaald)-gruis-spoor (<1%), Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese:
beddingafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd Einde boring 500 / -5.51
bron: Rykb.geojson - 05-05-2022 13:59:12
RYKB - boorbeschrijvingen
Boring: RYKB_2 Kop algemeen: Projectcode: RYKB, Boornummer: 2, Beschrijver(s): DP/FW, Datum: 04-05-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 500 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 82072.838, Y-coördinaat in meters: 448979.941, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: -0.149, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Zuid-Holland, Gemeente: Rijswijk Uitvoering: Opdrachtgever: WSP, Uitvoerder: RAAP West 0 / -0.15 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 20, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig zandig, Bijmengsel humus: zwak humeus Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Brokken en vlekken: zand- en kleibrokken, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 20 / -0.35 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 20, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 45, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: IJzer/mangaan: veel Fe-vlekken, Brokken en vlekken: zand- en kleibrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 45 / -0.60 Laag
algemeen: Bovengrens laag in cm: 45, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 115, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Plantenresten: resten (onbepaald)-spoor (<1%), Kalkgehalte: kalkrijk Bodem: Brokken en vlekken: zand- en kleibrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 115 / -1.30 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 115, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 160, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Sublagen1: zandlagen-enkele-zeer dun, Consistentie: matig stevig, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: oeverafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: Brokken en vlekken: humusvlekken 160 / -1.75 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 160, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 180, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Sublagen1: zandlagen-veel-dun, Schelpresten: schelp (onbepaald)-fragment-spoor (<1%), Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: zandige/kleiige geulafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: IJzer/mangaan: Fe-concreties
180 / -1.95 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 180, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 210, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Sublagen1: zandlagen-veel-wisselende diktes, Plantenresten: resten (onbepaald)-spoor (<1%), Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: zandige/kleiige geulafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd 210 / -2.25 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 210, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 320, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: uiterst fijn, Sublagen1: kleilagen-zeer veel-wisselende diktes, Plantenresten: hout-spoor (<1%), Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: zandige/kleiige geulafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd 320 / -3.35 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 320, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 410, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Sublagen1: kleilagen-veel-wisselende
diktes, Schelpresten: schelp (onbepaald)-gruis-spoor (<1%), Lithogenese: zandige/kleiige geulafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd 410 / -4.25 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 410, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 440, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Sublagen1: detrituslagen-enkele-wisselende diktes, Schelpresten: schelp (onbepaald)-gruis-spoor (<1%), Lithogenese: beddingafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd 440 / -4.55 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 440, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 500, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Sublagen1: detrituslagen-enkele-wisselende diktes, Schelpresten: schelp (onbepaald)-gruis-spoor (<1%), Plantenresten: resten (onbepaald)-spoor (<1%), Lithogenese: beddingafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd Einde boring 500 / -5.15
bron: Rykb.geojson - 05-05-2022 13:59:12
RYKB - boorbeschrijvingen
Boring: RYKB_3 Kop algemeen: Projectcode: RYKB, Boornummer: 3, Beschrijver(s): DP/FW, Datum: 04-05-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 480 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 82075.341, Y-coördinaat in meters: 448975.589, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: -0.113, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Zuid-Holland, Gemeente: Rijswijk Uitvoering: Opdrachtgever: WSP, Uitvoerder: RAAP West 0 / -0.11 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig zandig, Bijmengsel humus: zwak humeus Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Brokken en vlekken: kleibrokken, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / -0.41 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 40, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Brokken en vlekken: zand- en kleibrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 40 / -0.51
Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 55, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak zandig, Bijmengsel humus: zwak humeus Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 55 / -0.66 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 55, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 115, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Schelpresten: schelp (onbepaald)-fragment-spoor (<1%) Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Brokken en vlekken: veen- en kleibrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 115 / -1.26 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 115, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 130, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: licht-blauw-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Consistentie: matig stevig, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: oeverafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren, Lithologie vrijveld: verstikt Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 130 / -1.41 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 130, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm),
Ondergrens laag in cm: 160, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Sublagen1: zandlagen-enkele-zeer dun, Consistentie: matig stevig, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: oeverafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 160 / -1.71 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 160, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 180, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Sublagen1: zandlagen-veel-dun, Consistentie: matig stevig, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: zandige/kleiige geulafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: IJzer/mangaan: Fe-concreties 180 / -1.91 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 180, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 200, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Sublagen1: zandlagen-veel-dun, Consistentie: matig stevig, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: zandige/kleiige geulafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd 200 / -2.11 Laag algemeen: Bovengrens laag in
cm: 200, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 250, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: uiterst fijn, Sublagen1: kleilagen-veel-dun, Sublagen2: detrituslagen-enkele-dun, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: zandige/kleiige geulafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd 250 / -2.61 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 250, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 280, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: uiterst fijn, Sublagen1: kleilagen-veel-wisselende diktes, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: zandige/kleiige geulafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd 280 / -2.91 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 280, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 300, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Sublagen1: zandlagen-veel-dun, Sublagen2: detrituslagen-enkele-zeer dun, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: zandige/kleiige geulafzettingen,
Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd 300 / -3.11 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 300, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 350, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Sublagen1: kleilagen-veel-wisselende diktes, Sublagen2: detrituslagenenkele-zeer dun, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: zandige/kleiige geulafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd 350 / -3.61 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 350, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 400, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Sublagen1: kleilagen-enkele-dun, Sublagen2: detrituslagen-enkele-zeer dun, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: beddingafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd 400 / -4.11 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 400, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 420, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel:
zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Sublagen1: detrituslagen-enkele-dun, Sublagen2: kleilagen-enkele-zeer dun, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: beddingafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd 420 / -4.31 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 420, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 480, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Lithogenese: beddingafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd Einde boring 480 / -4.91
bron: Rykb.geojson - 05-05-2022 13:59:12
RYKB - boorbeschrijvingen
Boring: RYKB_4 Kop algemeen: Projectcode: RYKB, Boornummer: 4, Beschrijver(s): DP/FW, Datum: 04-05-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 500 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 82093.004, Y-coördinaat in meters: 448986.236, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: -0.377, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Zuid-Holland, Gemeente: Rijswijk Uitvoering: Opdrachtgever: WSP, Uitvoerder: RAAP West 0 / -0.38 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig zandig, Bijmengsel humus: zwak humeus Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Brokken en vlekken: kleibrokken, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Laag opmerking: Opmerking: sintel 40 / -0.78 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 60, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak zandig, Bijmengsel humus: zwak humeus Bodem: IJzer/mangaan: Fe-concreties, Brokken en vlekken: zand- en kleibrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 60 / -0.98 Laag algemeen: