CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RV 26 006 Bijlage A Actualisatie Integraal Huisvestingsplan (IHP) Rijswijk 2026-2041

Raadsvergadering 24 februari 2026, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadvoorstel Herijken Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2026-2041 (RV 26 006)14.490 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Actualisatie Integraal Huisvestingsplan Een toekomstbestendig perspectief voor de onderwijshuisvesting in de gemeente Rijswijk

Opdrachtgever Gemeente Rijswijk

Datum 16 januari 2026

Referentienummer 2250076/2060108

Auteurs Bram Treffers en Christel Breedijk

│ Onderdeel van ICS Ruimteregie Groep BV

Inhoudsopgave 1.

2.

Inleiding

7.

7.1

3

Slotsom, risico’s en aanbevelingen

36

38

Scope

3

8.1

Slotsom

38

1.2

Status IHP

3

8.2

Risico’s

38

1.3

Proces

3

8.3

Aanbevelingen

39

1.4

Leeswijzer

4

Juridisch en beleidsmatig kader

5

2.1

Onderwijswetten en verordening onderwijshuisvesting

5

2.2

Wettelijke zorgplicht

5

2.3

Wetswijzigingsvoorstel

6

Huidig aanbod onderwijshuisvesting Rijswijk

7

4.

Visie op onderwijshuisvesting

8

6.

8.

Uitgangspunten

36

1.1

3.

5.

Financiën

4.1

Kwaliteit

8

4.2

Capaciteit

10

4.3

Voorzieningen

11

4.4

Regie en rolverdeling

13

Methode en kernopgaves

14

5.1

Methode

14

5.2

Kernopgaves IHP

14

Planvorming

15

6.1

Projecten fase 1

16

6.2

Projecten fase 2

26

6.3

Projecten fase 3

32

6.4

Instandhouding

35

2250076/2060108 | www.icsadviseurs.nl

De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS Adviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS Adviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS Adviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS Adviseurs B.V.

1. Inleiding 1.1 Scope Het IHP biedt een perspectief voor de huisvesting van alle onderwijslocaties in de gemeente Rijswijk voor het primair en voortgezet onderwijs voor de komende zestien jaar (periode 2026 - 2041). Het IHP biedt een lange termijn overzicht, waarbij de investeringen voor de eerste vier jaar vaststaan (en per project worden goedgekeurd door de gemeenteraad), en waarbij het plan daarna een perspectief schetst voor de lange termijn. Ook de opgaves voor het bewegingsonderwijs maken onderdeel uit van het plan. De gemeente Rijswijk heeft voor het laatst in 2020 een IHP opgesteld, dit document betreft een actualisatie van het vigerend IHP. De aanleiding voor de actualisatie is een behoefte voor een concreter en scherper plan, dat haalbaar is en gedragen wordt door zowel de betrokken schoolbesturen als de gemeente.

1.3 Proces Het IHP voor de gemeente Rijswijk is een gezamenlijk plan van de gemeente, schoolbesturen en een kinderopvangpartij als vertegenwoordiging van de sector. Het plan is tot stand gekomen door samenwerking van schoolbesturen en gemeente, die input hebben gegeven voor de inhoud van het IHP. ICSadviseurs begeleidde het proces en bracht de informatie samen in een gefaseerde aanpak. De volgende processtappen zijn daarin doorlopen: 1.

2. 3.

1.2 Status IHP Dit IHP is opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs en in samenwerking met de schoolbesturen van het primair en voortgezet onderwijs en vertegenwoordigers van de gemeente. Het IHP is bestuurlijk vastgesteld in het OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg). Het IHP vormt een perspectief om alle besluiten rondom investeringen in huisvesting de komende jaren langs te leggen. Dit betekent dat huisvestingsaanvragen door schoolbesturen aan het kaders van het IHP worden getoetst. Verder dient periodiek het IHP te worden geactualiseerd. Het IHP vormt een koersdocument en is geen blauwdruk. Op deze manier blijft flexibiliteit (beargumenteerd) behouden1.

4. 5.

6.

Inventarisatie: voor alle schoollocaties zijn de basisgegevens geïnventariseerd middel vragenlijsten. Hierin geven schoolbesturen ook een eigen beoordeling van de kwaliteit per gebouw. Deze informatie vormt de input voor de zogenaamde factsheets per locatie. Interviews: de ontwikkelingen en ambities met betrekking tot de huisvesting zijn met de schoolbesturen verkend in een gesprek. Visie op onderwijs(huisvesting): In 2020 heeft gemeente Rijswijk een IHP laten opstellen. Dit is een basis geweest voor de visie op onderwijshuisvesting, die tijdens een werksessie is aangevuld en aangescherpt met de schoolbesturen en gemeente en samengevoegd tot een gedragen visie. Analyse: in zogenaamde kansenkaarten is de basisinformatie (factsheets), vertaald naar knelpuntenanalyse. Huisvestingsingrepen: op basis van de kansenkaarten zijn door de gemeente en schoolbesturen per schoolgebouw de scenario’s geformuleerd en een prioritering in één van de tijdvakken van het IHP gemaakt. Uitvoeringsagenda: de scenario’s zijn vertaald naar concrete huisvestingsmaatregelen zoals nieuwbouw of uitbreiding met een bepaalde omvang en bijbehorende planning.

OOGO: het concept rapport van het IHP wordt eerst vastgesteld door de schoolbesturen in een OOGO voordat dit wordt aangeboden aan de raad.

1 Deze flexibiliteit is ook benodigd voor ontwikkelingen waarop nu geen (duidelijk) antwoord is.

Voorbeeld hiervan is een mogelijke stelselwijziging voor de kinderopvang.

2250076/2060108 | www.icsadviseurs.nl

3/42

1.4 Leeswijzer Het integraal huisvestingsplan is als volgt opgebouwd: 1. 2. 3.

4.

5.

6. 7.

Hoofdstuk 2 juridisch en beleidsmatig kader voor onderwijshuisvesting; Hoofdstuk 3 geeft het huidige aanbod van onderwijshuisvesting in de gemeente weer; Hoofdstuk 4 bevat de visie op onderwijshuisvesting. Om tot plannen te komen is eerst de vraag beantwoord wat de gemeente en schoolbesturen met hun onderwijshuisvesting beogen. Thema’s als onderwijsaanbod, spreiding, duurzaamheid, het begrip ‘renovatie’, gezondheid en het realiseren van aanvullende voorzieningen zijn in werksessies met de schoolbesturen en in ambtelijke overleggen besproken; Hoofdstuk 5 geeft methode voor de totstandkoming van de plannen en de op basis van interviews en analyses geconstateerde kernopgaves weer voor het IHP; Op basis van de geconstateerde knelpunten is er naar oplossingen gezocht voor de schoolgebouwen die binnen het IHP om een ingreep vragen. De plannen die geformuleerd zijn voor het IHP zijn weergegeven in hoofdstuk 6. De oplossingsrichting is erop gericht de geconstateerde knelpunten op te lossen en de geformuleerde ambities te realiseren; In hoofdstuk 7 worden de financiële uitgangspunten uiteengezet; De rapportage sluit af met hoofdstuk 8 met een slotsom, geconstateerde risico’s en aanbevelingen voor de uitvoering van de in het IHP opgenomen plannen.

2250076/2060108 | www.icsadviseurs.nl

4/42

2. Juridisch en beleidsmatig kader 2.1 Onderwijswetten en verordening onderwijshuisvesting De wettelijke basis voor regelgeving over onderwijshuisvesting is vastgelegd in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), de Wet op de expertisecentra (WEC) en de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO). Deze wetten verplichten de gemeente om te zorgen voor adequate huisvesting. De regels die in acht moeten worden genomen zijn uitgewerkt in de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Rijswijk’ die de gemeenteraad in 2022 heeft vastgesteld en t/m heden geldig is. In de verordening is vastgelegd welke verantwoordelijkheden de gemeente en de schoolbesturen hebben ten aanzien van de huisvesting van de binnen de gemeente Rijswijk gevestigde scholen voor primair, voortgezet en speciaal onderwijs. Ook is beschreven welke voorzieningen schoolbesturen kunnen aanvragen bij de gemeente en welke procedures daarbij gelden. De verordening is de uitwerking van een aantal wettelijke bepalingen. De belangrijkste daarvan is dat de verordening zodanig moet worden opgezet dat kan worden voldaan aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van scholen in de gemeente stelt. Over aanvragen voor onderwijshuisvestingsvoorzieningen die de gemeente in behandeling heeft genomen, wordt op overeenstemming gericht overleg (OOGO) met de schoolbesturen gevoerd.

2.2 Wettelijke zorgplicht De taken en verantwoordelijkheden van gemeente en schoolbestuur zijn wettelijk bepaald. De afbeelding hieronder (figuur 1) toont het onderscheid in wettelijke taken en verantwoordelijkheden.

2250076/2060108 | www.icsadviseurs.nl

VO

Figuur 1 - taken en verantwoordelijkheden

De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het primair, speciaal, voortgezet onderwijs en bewegingsonderwijs. Deze zorgplicht is uitgewerkt in de verordening voorziening huisvesting onderwijs gemeente Rijswijk. De gemeente is onder andere verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding. Vooruitlopend op de aangekondigde wetswijziging wordt renovatie opgenomen als alternatieve optie voor passende huisvesting in plaats van sloop/nieuwbouw. Voor de uitvoering van de zorgplicht ontvangt de gemeente jaarlijks ongelabeld budget in het gemeentefonds vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De gemeente is vrij om deze middelen naar eigen inzicht te besteden en weegt daarvoor de investeringen in onderwijshuisvesting af tegen haar andere taken en verantwoordelijkheden. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de instandhouding van het schoolgebouw. Taken als het onderhouden, exploiteren en het uitvoeren van inpandige (onderwijskundige) aanpassingen zijn belegd bij het schoolbestuur. Voor het in stand houden van de schoolgebouwen ontvangen de besturen jaarlijks vanuit het Rijk een lumpsum vergoeding. Deze vergoeding wordt gebaseerd op basis van het aantal formele scholen (met eigen BRIN-nummer) en het aantal ingeschreven leerlingen.

5/42

Voor de gymzalen in eigendom van de gemeente is de gemeente zelf verantwoordelijk voor het buiten- en binnenonderhoud. In het geval dat een schoolbestuur voor primair onderwijs juridisch eigenaar is van een gymzaal zijn zij verantwoordelijk voor het volledig onderhoud. Voor de uitvoering van dit onderhoud ontvangen zij een vaste vergoeding van de gemeente. De bekostiging voor de instandhouding van bewegingsonderwijsaccommodaties voor het voortgezet onderwijs is onderdeel van de bekostiging die het VOschoolbestuur ontvangt vanuit het rijk. De gemeente heeft tenslotte geen wettelijke zorgplicht voor het huisvesten van kinderopvangorganisaties. Dit betreft altijd lokale afspraken of lokaal beleid.

5.

investeren in vastgoed vanuit een overschot in de exploitatie, conform hoe dit in het voortgezet onderwijs al geregeld is; Schoolbesturen stellen voor ieder gebouw verplicht een Meerjarenonderhoudsplan op en delen deze met de gemeente als onderdeel van het IHP-traject.

Het IHP zal aansluiten op het wijzigingsvoorstel. Zowel in de ambitie als bij het formuleren van scenario’s en het berekenen van investeringen zijn bovenstaande thema’s onder de aandacht gebracht en vertaald naar concrete voorstellen.

2.3 Wetswijzigingsvoorstel Er is een wetswijziging in behandeling waardoor het wettelijk kader voor onderwijshuisvesting gaat veranderen. Het ministerie van OCW doet geen uitspraken over de beoogde inwerkingtreding van de wetswijziging. Het voorstel bevat onder andere de volgende elementen: 1.

2.

3.

4.

Het IHP wordt een wettelijke verplichting van gemeenten. Het IHP heeft een scope van 16 jaar en daarbinnen een perspectief van een beschikking voor alle projecten in de eerste 4 jaar; Het IHP geeft inzicht in de basisgegevens van de gebouwen en laat zien wat de bouwtechnische staat is, hoe de functionaliteit in relatie tot de onderwijsvorm is en geeft inzicht in het energieverbruik en de overige exploitatielasten. Al deze onderdelen kunnen meewegen in het bepalen van de prioriteiten in een IHP; Renovatie wordt een voorziening in de huisvesting en valt onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid. Renovatie is daarmee een alternatieve optie voor passende huisvesting in plaats van sloop- en nieuwbouw. Dit kan gelijktijdig met het aanpassen van het binnenklimaat, verduurzamen van het huidige gebouw, waarbij ook subsidies benut kunnen worden. Er dient vastgelegd te worden wat de beoogde levensduur van de renovatie is. In het geval van een casco renovatie spreken we over “vernieuwbouw” en gaan we uit van een levensduur van minimaal 60 jaar; Het investeringsverbod voor het primair en speciaal onderwijs wordt gedeeltelijk opgeheven. Deze schoolbesturen kunnen vanaf dat moment

2250076/2060108 | www.icsadviseurs.nl

6/42

3. Huidig aanbod onderwijshuisvesting Rijswijk

Kentalis De Voorde

1968

Bazuinlaan 4

Rehobothschool

1957

Dr H. Colijnlaan 3

Elsenburgschool

1962

Laboucherelaan 3

Stichting Librijn Kentalis SCOH Openbaar Onderwijs Onderwijs

Montessorischool Parkrijk

2022

Parelmoervlinderlaan 102

OBS Nicolaas Beets

1931

Beetslaan 97

Kronenburgh

1929

Broekslootkade 95-07

1958

Daniel Catterwijckstraat 6

2022

Dr Poelslaan 4

1986

Goedendorplaan 3

Kindcentrum Buitenrijck

2018

Metelerkampstraat 105

Voortgezet onderwijs

Het Kristal CBS Melodie Prins Mauritsschool

1971 2014 2007

Henri Dunantlaan 90 Admiraal Helfrichsingel 20 Kerklaan 144

Bestuur School

KC Snijders

2019

Willem van Rijswijckstraat 13

Mariaschool

1915

Van Vredenburchweg 75

Petrusschool

1971

Johan Brouwerstraat 2

De Piramide

2016

P.C. Boutenslaan 2

Godfried Bomansschool

2019

Wijnandt van Elststraat 1

De Akker

1967

Trompetstraat 3

Openbare Basisschool 't Prisma Bredeschool Steenvoorde Wethouder Brederodeschool

2250076/2060108 | www.icsadviseurs.nl

Trilgrasstraat 4

VO Lucas Haagland Onderwijs en

Freinetschool Parkrijk

Adres

GSR

Stichting Librijn Openbaar Onderwijs Lucas Onderwijs

Adres

Bouw jaar 2021

Bestuur School

Laurentius

Bouw jaar

Bestuur School

Primair onderwijs

LEVWN

Speciaal onderwijs & speciaal basisonderwijs

Stanislascollege Beweeg vmbo/mavo Stanislas PrO Van Vredenburch College Rijswijks Lyceum GSR Gymnasium Atheneum Havo Vmbo

Bouw jaar

Adres

1962

P.C. Boutenslaan 203

1962

P.C. Boutenslaan 201

1996

Van Vredenburchweg 425

1962

Karmozijnstraat 2

1967

Trompetstraat 5

7/42

4. Visie op onderwijshuisvesting De visie op onderwijshuisvesting in dit IHP is opgebouwd rond vier hoofdthema’s die richting geven aan het realiseren van toekomstbestendige en goed functionerende schoolgebouwen. Deze thema’s vormen samen het inhoudelijk kompas voor de keuzes in dit IHP. Door vanuit deze thema’s te denken en te ontwerpen, sluiten de ambities van de schoolbesturen niet alleen aan bij de onderwijsbehoefte, maar dragen zij ook direct bij aan de bredere doelen uit de Omgevingsvisie van de gemeente Rijswijk: 1.

2.

3.

4.

Het thema Kwaliteit gaat over de ruimtelijke kwaliteit en toekomstwaarde van gebouwen en de buitenruimte en draagt daarmee bij aan de thema’s gezonde leefomgeving, groene stadsbiotoop, klimaatbestendige leefomgeving en duurzame energievoorziening uit de omgevingsvisie. Het thema Capaciteit gaat over omvang en spreiding, en draagt daarmee bij het realiseren van de voorzieningen die nodig zijn om te komen tot een Passend woon- en zorgaanbod in de gemeente. Het thema Voorzieningen draagt bij aan het thema Leefbare en veilige wijken waarmee in de omgevingsvisie wordt gestreefd naar een hoogwaardig voorzieningenniveau in iedere wijk. Het thema Regie en rolverdeling schetst op hoofdlijnen de processen, rollen en taken die nodig zijn om alle plannen uit te gaan voeren.

4.1 Kwaliteit 4.1.1

prettige, functionele en inspirerende werk- en leeromgevingen die bijdragen aan de ontwikkeling van leerlingen en leerkrachten. Uitgangspunten IHP ▪

▪

▪

▪

Kwalitatief goede onderwijshuisvesting

Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL, voorheen: bouwbesluit) stelt de minimale technische en wettelijke eisen aan onderwijshuisvesting op het gebied van veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Het BBL gaat echter niet integraal in op welke technische en functionele punten het wenselijk is om een bepaald kwaliteitsniveau aan te houden om niet alleen een wettelijk minimum te halen, maar óók om toekomstbestendigheid te kunnen realiseren. Het Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting van RuimteOK (hierna: Kwaliteitskader) is een landelijk gedragen leidraad die aangeeft op welke elementen extra kwaliteit wenselijk is om leeromgevingen aan te laten sluiten bij de ambities van het onderwijsveld. Dit kader helpt bij het realiseren van toekomstbestendige, 2250076/2060108 | www.icsadviseurs.nl

▪

In het IHP hanteren we het kwaliteitskader van RuimteOK (2025) als standaard uitgangspunt voor het kwaliteitsniveau van nieuwe onderwijshuisvesting. De gemeentelijke budgetten in het IHP sluiten aan bij het realiseren van voorzieningen conform het Kwaliteitskader. We hanteren in het IHP de marktconforme bedragen zoals opgenomen in de financiële paragraaf van het Kwaliteitskader, in plaats van de VNG normvergoeding om de kans op mislukte aanbestedingen te minimaliseren. Het IHP wordt periodiek geïndexeerd zodat we rekenen met reële budgetten die passen bij de begrotingscyclus van de gemeente. Conform het financieel beleid van de gemeente is de economische levensduur en afschrijftermijn van nieuwbouw 60 jaar. Gezien de levensduur van de bestaande schoolgebouwen (ook vaak ouder dan 60 jaar) én de hoge kwaliteit van nieuwbouw die op dit moment gerealiseerd wordt kiezen veel gemeenten bij nieuwe bouwprojecten voor een langere afschrijftermijn dan 40 jaar. Om dit te kunnen behalen is het nodig om toekomstbestendig te bouwen, de uitgangspunten van het kwaliteitskader dragen daaraan bij. Tegelijkertijd is ook van belang om te benoemen dat de nut en noodzaak om in de toekomst gebouwen te vervangen breder is dan alleen de economische levensduur, daarin kunnen meer overwegingen een rol spelen.

We zien vernieuwbouw (casco renovatie) als volwaardig alternatief voor nieuwbouw en kennen daar hetzelfde budget aan toe. In de haalbaarheidsfase wordt verkend welke optie het meest wenselijk is. In de afweging spelen de technische, ruimtelijke en financiële haalbaarheid een rol, maar ook de cultuurhistorische waarde van gebouwen. Zo zijn bijvoorbeeld een aantal scholen als onderdeel van het gemeentelijk erfgoedbeleid geïnventariseerd in het kader van naoorlogse architectuur en stedenbouw. Omdat we deze maatregel alléén toepassen als hetzelfde kwaliteitsniveau van nieuwbouw behaald kan worden, hanteren we ook hierin een afschrijftermijn van 60 jaar. We hanteren een stelpost van 10% op de investeringskosten als reservering voor alle kosten die buiten de normkostenverdeling vallen. Het schoolbestuur kan geen aanspraak maken op dit budget. Het wordt benut voor het bekostigen van bijzondere kosten (bijvoorbeeld eisen vanuit de welstand,

8/42

▪

▪

afwaarderen van een boekwaarde, sloopkosten, aanpassingen infrastructuur, of andere onvoorziene kosten/bijzondere omstandigheden). Omdat het bedrag per project kan verschillen wordt het per fase gereserveerd. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het in stand houden van de gebouwen die gedurende de looptijd van het IHP geen vernieuwingsingreep krijgen. Volgens de NEN2767 methodiek worden schoolgebouwen door de besturen minstens onderhouden op conditiescore 3. Het afbouwen van het onderhoudsniveau naar aanleiding van een aankomende gemeentelijke vernieuwingsopgave is alleen toegestaan na expliciete instemming van de gemeente. Schoolbesturen melden bij gemeente als er grote investeringen plaatsvinden die invloed hebben op de opstalverzekering. Dit betreft bijvoorbeeld het plaatsen van PV-panelen. Ook in het OOGO wordt het een standaard agendapunt.

4.1.2

▪

Duurzaamheid

Duurzaamheid is een breed begrip en bestaat niet alleen uit energieprestatie en CO2-reductie. Een duurzaam gebouw bestaat uit 5 pijlers: energieprestatie, gezondheid, grondstoffengebruik, natuurinclusiviteit en gebruikerswaarde. In het IHP formuleren we op ieder thema een uitgangspunt voor de planvorming en uitvoering. Sommige onderdelen worden al beschreven in het Kwaliteitskader, op andere onderdelen formuleren we aanvullende uitgangspunten. Uitgangspunten IHP ▪

▪

Energieprestatie: in de basis houden we de uitgangspunten uit het Kwaliteitskader aan. Hierin wordt een minimale set uitgangspunten beschreven waarin een gebouw maximaal wordt voorbereid op niveau ENG (Energie Neutraal Gebouw). Voor eventuele aanvullende investeringen om het ENG niveau te bereiken wordt onderzocht of dat het schoolbestuur hier een bijdrage aan kan leveren. Zie daarvoor de volgende paragraaf. Door veranderende wetgeving is de verwachting dat op termijn ENG de minimumnorm wordt bij nieuwbouw. In deze nieuwe situatie behoort het realiseren van een gebouw op niveau ENG bij de wettelijke (minimum)taak van de gemeente. Gezondheid: voor het onderdeel gezondheid is door de RVO een standaard PvE Frisse Scholen opgesteld. Hierin worden op diverse thema’s (zoals ventilatie, licht, geluid, etc) keuzes in ambitieniveaus beschreven. Het

2250076/2060108 | www.icsadviseurs.nl

▪

Kwaliteitskader geeft op ieder van deze thema’s een advies over het aan te houden ambitieniveau (A, B of C) voor een toekomstbestendig gebouw. In het IHP hanteren we dit advies als uitgangspunt voor nieuwe gebouwen. Grondstoffen: een nationale beleidskeuze van de Nederlandse overheid is om in 2050 een 100% circulaire economie te hebben. Dat betekent dat producten en grondstoffen opnieuw worden gebruikt en er bijna geen afval meer is. Om dat mogelijk te maken is het noodzakelijk om nu al te investeren in circulaire materialen, modulaire systemen en losmaakbare bouwmethodes. Alle gebouwen die we nu realiseren zullen immers tot minstens het jaar 2075 in gebruik zijn. Tevens kan met het toepassen van circulaire bouwmethoden gerekend worden met een financiële restwaarde, dat verlaagt de jaarlasten van de gemeente. Het financieel beleid van de gemeente voorziet hier al in. Op basis van recente ervaringen betreft een circulaire restwaarde circa 10% van de stichtingskosten. Om in te spelen op de toekomstige circulaire economie stellen we een extra geoormerkt taakstellend investeringsbudget ter beschikking voor de projecten in de eerste fase van het IHP van € 300, - per m2 bvo vastgestelde ruimtebehoefte. Dit is een toeslag van circa 7 à 8% op de stichtingskosten. Dit bedrag geldt voor nieuwbouw en vernieuwbouw projecten, maar niet voor uitbreidingen.

Binnen het project wordt verkend welke circulaire maatregelen mogelijk zijn en hoe met deze investering het meeste maatschappelijk rendement behaald kan worden. Met de extra investering in circulaire maatregelen kan ook in de kapitaallasten gerekend worden met een financiële restwaarde van 10%. Natuurinclusief: natuurinclusief bouwen is belangrijk omdat het de biodiversiteit versterkt, klimaatproblemen helpt opvangen en de leefkwaliteit van de verstedelijkte omgeving verbetert. Maatregelen voor het behoud van biodiversiteit zijn bijvoorbeeld groene daken, nestkasten en inheemse planten. Groene en blauwe elementen rond de school (of een volledig groen-blauw schoolplein) helpen daarnaast om water op te vangen bij piekbuien, maar ook hittestress te verminderen. Om natuurinclusieve maatregelen te realiseren bij nieuwe projecten stellen we een extra geoormerkt taakstellend investeringsbudget ter beschikking voor de projecten in de eerste fase van het IHP van € 150, - per m2 bvo vastgestelde ruimtebehoefte. Dit is een toeslag van circa 3 à 4% op de stichtingskosten. Dit bedrag geldt voor nieuwbouw en vernieuwbouw projecten, maar niet voor uitbreidingen. Binnen het project wordt verkend

9/42

▪

welke natuurinclusieve maatregelen mogelijk zijn en hoe met deze investering het meeste maatschappelijk rendement behaald kan worden. Gebruikerswaarde: duurzame voorzieningen moeten voor de gebruiker toekomstbestendig zijn. Daarmee is de belevingswaarde van groot belang, is functionaliteit gericht op optimale en lange gebruikerswaarde, ook voor een volgende gebruiker of in een andere vorm. Het Kwaliteitskader geeft richting aan uitgangspunten omtrent flexibiliteit en toekomstige aanpasbaarheid.

4.1.3

Gezamenlijk investeren in vernieuwingsopgaves

De mogelijkheden voor schoolbesturen om mee te investeren in (ver)nieuwbouwopgaves is wettelijk geregeld. PO-schoolbesturen mogen alléén investeren vanuit een vrijvallende onderhoudsvoorziening of in maatregelen of keuzes die zich aantoonbaar terugverdienen. Voor VO-schoolbesturen zijn er minder formele beperkingen. Na de voorgenomen wetswijziging planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting is de verwachting dat het PO juridisch dezelfde mogelijkheden krijgt om te investeren in vastgoed als het VO.

▪

de gemeente afspraken over het onderhoudsniveau waarop de school het gebouw moet blijven onderhouden tot aan de vernieuwingsopgave. Standaard wordt het schoolbestuur geacht om het gebouw op conditiescore 3 te behouden conform de NEN2767 methodiek. Als er sprake is van sloop-nieuwbouw, kunnen het schoolbestuur en de gemeente er voor kiezen om alleen nog het noodzakelijk onderhoud uit te laten voeren. De onderhoudsvoorziening en de middelen die tot de vernieuwing daarmee gereserveerd worden voor het onderhoud, vallen vrij en kunnen in plaats daarvan bijgedragen worden aan de vernieuwingsopgave. Investeren in maatregelen en keuzes die zich terugverdienen Sommige duurzaamheids- of kwaliteitskeuzes brengen exploitatievoordelen met zich mee. Denk aan het investeren in (extra) zonnepanelen, andere afwerking van het interieur of kunststof kozijnen. Wanneer deze maatregelen buiten het projectbudget vallen, kan het schoolbestuur er zelf aan de hand van een Total Cost of Ownership berekening voor kiezen om de meerprijs van deze maatregelen zelf te bekostigen vanuit het exploitatievoordeel. Deze keuzes kunnen doorlopend vanaf de haalbaarheidsfase (grof, zoals zonnepanelen) tot aan de realisatie (fijn, zoals keuzes in de afwerking) aan de orde komen.

Voor alle onderwijsvormen is het van belang dat investeringen in de gebouwen niet ten koste gaan van onderwijsgelden. De mogelijkheid kan daarmee ook per schoolbestuur en project verschillen. Het is in de haalbaarheidsfase van een project van belang om deze mogelijkheden te verkennen. Gezamenlijk investeren is daarmee altijd maatwerk en geen vanzelfsprekendheid. We formuleren de onderstaande uitgangspunten.

4.2 Capaciteit

Uitgangspunten IHP

4.2.1

Eventuele investeringen vanuit het schoolbestuur zijn per opgave maatwerk, en worden ingezet voor het bekostigen van extra duurzaamheids- of kwaliteitsambities die zij zelf belangrijk vinden en die buiten het toegekende budget en de bekostiging van de gemeente vallen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het bekostigen van de stap van BENG naar ENG, toepassen van specifieke (duurdere) materialisering die zich in de exploitatie terugverdient of het nastreven van hogere kwaliteitseisen dan in het Kwaliteitskader beschreven wordt. Formeel hebben schoolbesturen 2 mogelijkheden om mee te investeren in nieuwe gebouwen: ▪

Investeren vanuit een vrijvallende onderhoudsvoorziening Als in het IHP een project wordt gedefinieerd, maken het schoolbestuur en

2250076/2060108 | www.icsadviseurs.nl

Gezonde omvang

Om toekomstbestendige onderwijsvoorzieningen te realiseren is het van belang om na te denken over een gezonde en logische schoolomvang die past bij de buurt of wijk. Met krimpende budgetten en toenemende kosten worden schoolbesturen steeds kritischer op de omvang van de scholen die zij financieel in stand kunnen houden. Ook landelijk zien we hierin ontwikkelingen waarbij bijvoorbeeld de kleine scholentoeslag wordt afgebouwd voor de steden, of gemeentes lokaal in hun IHP of verordening sturen op een minimale omvang. Daarnaast wordt landelijk bij veel VO-scholen het onderwijsaanbod kritisch tegen het licht gehouden. Vanwege de toenemende kosten en het lerarentekort is het niet altijd meer mogelijk om op iedere locatie een breed onderwijsprogramma aan te bieden. Voor het IHP formuleren we de onderstaande uitgangspunten. Uitgangspunten IHP

10/42

Bij nieuwe projecten investeert de gemeente in gebouwen met een logische omvang, de exacte leerlingaantallen uit de gemeentelijke prognoses worden als richtlijn aangehouden. In overleg met het betrokken schoolbestuur wordt de meest optimale omvang bepaald. De exacte omvang van een enkel- of dubbelstroomse school is afhankelijk van het onderwijsconcept. We streven bij nieuwe gebouwen naar de volgende omvang: ▪ ▪ ▪ ▪

PO: minimaal enkelstrooms (200-250 leerlingen). Andere opties zijn 1,5-strooms (circa 300-350 leerlingen) of 2-strooms (400-450 leerlingen) scholen. SBO: maatwerk, kleinschalig. SO: maatwerk, kleinschalig. VO: per niveau verschillend. Minimale omvang is het volledig vullen van iedere geprogrammeerde onderwijsstroom.

Hiermee beschikken nieuwe scholen over een logische omvang (bijvoorbeeld: van alle groepen één klas) en een toekomstbestendige exploitatie. Na realisatie van een nieuw schoolgebouw geldt de gerealiseerde omvang als volumeafspraak. Scholen werken op wijkniveau samen om eventuele ruimtetekorten op te lossen. De gemeente verwijst binnen een wijk naar leegstaande capaciteit indien er 2 of meer lokalen beschikbaar zijn. Er wordt pas uitgebreid of nieuwe capaciteit toegevoegd als op wijkniveau onvoldoende capaciteit aanwezig is.

4.2.2

Uitgangspunten IHP

▪

▪

4.3 Voorzieningen 4.3.1

We proberen het clusteren van meerdere kleine scholen te voorkomen door te sturen op een minimale omvang zoals in 2.1 beschreven. In grotere wijken streven we ernaar om de gezonde omvang van scholen te combineren met een divers onderwijsaanbod. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het vormgeven van dit aanbod. Sommige scholen zijn voorzieningen die op stads- of regioniveau functioneren. Indien (ver)nieuwbouw voor deze scholen aan de orde is,

2250076/2060108 | www.icsadviseurs.nl

Extra capaciteit voor kindgerelateerde functies

In het PO faciliteren we het clusteren van voorzieningen die een doorgaande leerlijn van 0-12 mogelijk maken. Bij nieuwe onderwijsvoorzieningen wordt in eerste instantie gekeken naar het huisvesten van kindgerelateerde functies onder één dak met de school, zoals kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang, logopedist, et cetera. Daarmee wordt tevens invulling gegeven aan de beoogde wetswijziging waarmee de vraag naar opvang naar verwachting verder toe zal nemen. We formuleren voor het realiseren van passende voorzieningen de volgende uitgangspunten. Uitgangspunten IHP ▪

Spreiding

In het IHP streven we naar het behouden en versterken van een divers en goed gespreid onderwijsaanbod in Rijswijk. Daar hoort bij dat de scholen een gezonde omvang hebben (zie 2.1), maar ook dat er in grotere wijken of op regioniveau voldoende keuze(vrijheid) is. We formuleren de onderstaande uitgangspunten.

▪

▪

wordt ook bij deze scholen gekozen voor een logische omvang en passende volumeafspraak. Voor VO is het uitgangspunt om meerdere locaties te behouden en streven we niet naar een gezamenlijke campusvorming.

▪

De gemeente is bereid om bij nieuwe projecten capaciteit voor te financieren voor kindgerelateerde functies. Hier staat een minstens kostprijsdekkende en marktconforme huurprijs tegenover. De gemeente heeft hierin een faciliterende rol, van het schoolbestuur wordt verwacht dat zij met een voorstel komen. In de haalbaarheidsfase wordt verkend of er partijen in de markt zijn die invulling kunnen geven aan de beoogde capaciteit. Bij het realiseren van nieuwe voorzieningen heeft het voor de gemeente de voorkeur om juridisch eigendom van het volledige gebouw onder te brengen bij het schoolbestuur. De manier waarop dit het beste georganiseerd kan worden, vraagt nadere uitwerking. Omdat het schoolbestuur de juridische eigenaar is van het gebouw heeft de gemeente geen directe relatie met de huurder. In een dergelijke situatie heeft het schoolbestuur de verhuurrelatie met de huurder heeft en een deel van de huurpenningen (minimaal de dekking voor de gemeentelijke kapitaallasten) moet afdragen worden aan de gemeente. De aanvullende ruimte wordt gerealiseerd als onderwijscapaciteit, waardoor het betreffende schoolbestuur een passende opvangpartij kan selecteren. Gemeente en schoolbestuur komen overeen dat de te realiseren capaciteit niet wordt 11/42

▪

▪

geclaimd op het moment dat er behoefte is aan onderwijsruimte. Dat wordt vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Verdere afspraken over het beheer en gebruik (medegebruik/verhuur) worden per casus ook vastgelegd in een overeenkomst. Capaciteit wordt zo veel mogelijk multifunctioneel gebruikt om investeringen te beperken. Zo kan ruimte voor BSO gecombineerd worden met onderwijsruimte. Voor sommige voorzieningen, zoals KDV, is een eigen ruimte noodzakelijk. Op basis van een benchmark van ICS is in een kindcentrum gemiddeld 22% van het gebouwoppervlak ten behoeve van de kinderopvang. In het IHP reserveren we een investering voor dit oppervlak bij nieuwe projecten. In de jaarlasten heeft dit voor de gemeente geen effect omdat deze investering minstens kostprijsdekkend verhuurd wordt. De investering en ruimtevraag betreft een eerste uitgangspunt, in de haalbaarheidsfase wordt gezamenlijk met het schoolbestuur een specifieker ruimteprogramma bepaald in overleg met de betrokken opvangpartij.

4.3.2

Wijkvoorzieningen

Soms is het wenselijk om een school als bredere maatschappelijke voorziening te positioneren in een wijk. Dit kan aan de orde zijn als een wijk (nog) niet beschikt over bepaalde wenselijke voorzieningen. Dit kan bijvoorbeeld gaan om jeugdhulp, culturele voorzieningen, hulp op de arbeidsmarkt, et cetera. We formuleren hiervoor de volgende uitgangspunten. Uitgangspunten IHP ▪

In de voorbereiding op de haalbaarheidsfase van nieuwe projecten wordt binnen de gemeente verkend of er in de betreffende wijk vraagstukken spelen over het voorzieningenaanbod of huisvestingsvragen van maatschappelijke organisaties. Indien dit aan de orde is, wordt het verkennen van de haalbaarheid hiervan onderdeel van de haalbaarheidsstudie.

4.3.3

onderwijsplek te krijgen. Op kleiner schaalniveau is het wenselijk om leerlingen zo veel mogelijk thuis-nabij onderwijs te kunnen bieden. Dat vraagt voor sommige leerlingen om extra ondersteuning. We formuleren hiervoor de volgende uitgangspunten. Uitgangspunten IHP ▪

4.3.4

2250076/2060108 | www.icsadviseurs.nl

Bewegingsonderwijs

Sinds 2023 zijn basisscholen verplicht om minimaal 1,5 klokuur bewegingsonderwijs per week te geven aan leerlingen vanaf groep 3. Dit zijn vaak 2 lesuren. Voor het voortgezet onderwijs is geen wettelijk minimum, maar moeten scholen zoveel tijd besteden aan het vak als nodig is om aan de inhoudelijke eisen te voldoen. Gemiddeld komt dit neer op circa 2 tot 2,5 uur klokuur per week lichamelijke opvoeding. Scholen wisselen het bewegingsonderwijs af tussen gymzalen en de buitenruimte, echter dient voor het wettelijk minimum in ieder geval voldoende capaciteit in de zalen beschikbaar te zijn. Aanvullende of alternatieve beweegprogramma’s kunnen plaatsvinden op het schoolplein of bij sportvelden of sportverenigingen in de buurt van de school. Concreet formuleren we de onderstaande uitgangspunten. Uitgangspunten IHP ▪

Inclusiever onderwijs

Gemeente en schoolbesturen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het faciliteren van inclusiever onderwijs. Vanuit het Rijk is zelfs de doelstelling gesteld om het S(B)O af te schalen en iedere leerling een plek te kunnen bieden op een reguliere school. Iedere school maakt onderdeel uit van een regionaal samenwerkingsverband waarbij het doel is om voor alle leerlingen een passende

Inclusiever onderwijs kan op verschillende manieren ingevuld worden, afhankelijk van de specifieke behoefte op de school. Daarom kiezen we er in het IHP voor om niet vast te leggen hoe dit inhoudelijk vorm krijgt, maar dit wel ruimtelijk te faciliteren. Bij ieder (ver)nieuwbouwproject wordt een toeslag van 50 m2 bvo toegekend op de nieuwbouwnorm, indien het schoolbestuur gemotiveerd aan kan geven op welke manier zij invulling gaan geven aan inclusiever onderwijs op deze locatie. Hiermee kunnen bijvoorbeeld spreekruimtes, time-out ruimtes of behandelruimtes worden gerealiseerd.

▪

De gemeente is wettelijk verplicht om minstens voldoende zaalcapaciteit bewegingsonderwijs te faciliteren conform de splitsingstabel en leerlingentellingen. De gemeente wil bij nieuwe accommodaties zo veel mogelijk sportzalen en sporthallen realiseren, in plaats van solitaire gymzalen. Deze voorzieningen faciliteren multifunctioneel (avond)gebruik. Indien een solitaire gymzaal voldoet om het bewegingsonderwijs te programmeren gaat het IHP uit van

12/42

deze omvang. Een uitbreiding naar een sportzaal of sporthal ten behoeve van multifunctioneel gebruik gaat via een aanvullend besluitvormingstraject.

4.3.5

▪

Buitenruimte

Voor de omvang van de buitenruimte wordt uitgegaan van de normen die zijn opgenomen in de Verordening voorziening huisvesting onderwijs gemeente Rijswijk 2022. Voor de exacte normen voor PO en VO verwijzen wij naar dit document.

▪

Het Speelbeleid gemeente Rijswijk 2021–2026 legt de nadruk op het bevorderen van een positieve en inclusieve speelcultuur. Spelen, bewegen en ontmoeten worden gezien als essentiële bouwstenen voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren.

▪

Uitgangspunten voor het IHP ▪ ▪

Voor de omvang van de schoolpleinen wordt voor PO en VO uitgegaan van de verordening van gemeente Rijswijk. De gemeente richt zich op inclusieve, groene en klimaatbestendige speelplekken. Het aspect ‘gezonde leefomgeving’ uit de omgevingsvisie vertaalt zich in de plannen in gezondheidsbescherming (beschermen tegen geluid, hitte en UV) en gezondheidsbevordening (beweegvriendelijke en groene omgeving). Het realiseren van groen-blauwe schoolpleinen (zoals beschreven in paragraaf 2.2) draagt hier in grote mate aan bij.

4.4 Regie en rolverdeling Om de projecten in het IHP zonder vertraging uit te gaan rollen is een goede samenwerking en duidelijke rolverdeling tussen gemeente en schoolbesturen van groot belang. In deze paragraaf beschrijven we de belangrijkste uitgangspunten hierin. Uitgangspunten IHP ▪

IHP: wordt iedere 4 jaar geactualiseerd in opdracht van de gemeente. Afhankelijk van de behoeftes en ontwikkelingen op dat moment wordt een passend proces ingericht. Indien nodig worden tussentijds plannen bijgesteld als voortschrijdende inzichten zich opdoen.

2250076/2060108 | www.icsadviseurs.nl

▪

▪

▪

Leerlingprognoses: worden ieder jaar geactualiseerd in opdracht van de gemeente. Ze dienen als referentie voor het vaststellen van de ruimtebehoefte, maar bij nieuwe projecten wordt in goed overleg met het bestuur gekozen voor een logische schoolomvang. OOGO: IHP komt op iedere agenda terug, nieuwe inzichten worden besproken en waar nodig worden plannen of uitgangspunten bijgeschaafd. Schoolbesturen die werken aan een project presenteren daarvan kort de voortgang en lessen die zij daarin opdoen. Startnotitie: de start van ieder project is een startnotitie die wordt opgesteld door de gemeente. Gemeente en het betreffende schoolbestuur stellen deze samen vast. Hierin beschrijft de gemeente alle kaders die van belang zijn voor het uitwerken van de haalbaarheid en de uitvoering van het project. Ook zal het proces van conceptaanvraag tot aan de gemeenteraad stap voor stap worden opgenomen. Hierin komt terug: onderdelen die de gemeente wenst te zien in de haalbaarheidsstudie, ruimtelijke capaciteit, investeringsbudget, uit te werken scenario’s, gemeentelijke ambities en uitgangspunten, eventueel tijdelijke huisvesting, etc. Bouwheerschap: het bouwheerschap ligt bij nieuwe projecten in de basis bij het schoolbestuur. Eventueel kan de gemeente bij complexe projecten ervoor kiezen om het bouwheerschap over te nemen, maar dit heeft niet de voorkeur.

Er wordt een standaard demarcatielijst opgesteld met taakverdeling tussen de gemeente en de bouwheer. De personele inzet voor het bouwheerschap wordt bekostigd uit het bouwbudget. Verordening: de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Rijswijk 2022 vormt het geldende wettelijke kader. Het IHP fungeert als beleidsrijke aanvulling hierop. In gezamenlijkheid spreken wij af dat het IHP prevaleert boven de verordening voor het aanvragen van voorzieningen. Landelijke of regionale innovatieprogramma’s: op diverse plekken in het land wordt gewerkt aan standaardisatie- of innovatieprogramma’s om de vernieuwing van het gebouwbestand sneller, efficiënter en beter te maken. Het bekendste voorbeeld is in Amsterdam, maar dichter bij Rijswijk wordt ook in Den Haag en in Delft aan vergelijkbare programma’s gewerkt. Het is aan de gemeente om contact met buurgemeenten en landelijke programma’s te behouden en bevindingen en kansen te delen in het OOGO.

13/42

5. Methode en kernopgaves ▪

5.1 Methode De werkwijze voor de totstandkoming van de plannen in dit IHP bouwt deels voort op de basis die in 2020 is gelegd, maar creëert vooral ruimte voor vernieuwd gesprek en gezamenlijke reflectie. In plaats van een vaste formule of technische rekensom heeft het gesprek tussen de gemeente en de schoolbesturen centraal gestaan om gezamenlijk de prioriteiten te bepalen. Het IHP en de plannen die daarin zijn opgenomen zijn daarmee niet het resultaat van een vooraf bepaald model, maar van een gezamenlijk proces waarin gedeelde prioriteiten, inzichten en ambities zijn samengebracht en vertaald naar een uitvoerbaar plan. In de plannen zijn beschreven welke overwegingen hebben meegespeeld in het bepalen van het toekomstperspectief.

5.2 Kernopgaves IHP Op basis van een analyse van de schoolgebouwen (zie de factsheets opgenomen in bijlage 1), de daaropvolgende portefeuilleanalyse (bijlage 2) en gesprekken met gemeentelijke stakeholders en de onderwijsbesturen zijn een aantal specifieke opgaves geformuleerd waar het IHP aan bij dient te dragen. Voor het Rijswijk formuleren we vier kernopgaves voor het IHP. ▪

Het plan is ten eerste gericht op een doelmatige en toekomstbestendige inzet van onderwijshuisvesting binnen de gemeente Rijswijk. Het uitgangspunt is om zo efficiënt mogelijk om te gaan met tijdelijke voorzieningen. Het op projectniveau realiseren van noodlokalen leidt tot hoge eenmalige kosten met een onevenredige impact op de begroting. Daarom wordt dit in de vernieuwingsopgave zo veel mogelijk vermeden. In plaats daarvan worden de projecten afgestemd op de bestaande en beschikbare wissellocaties en andere maatschappelijke voorzieningen in de omgeving (zoals locaties van kinderopvang), zodat doorstroming tussen scholen en fasering van projecten optimaal kan worden georganiseerd. Waar het kan in het IHP voorzien we, waar dat kan, concrete oplossingen voor tijdelijke huisvesting. Voor de projecten die niet kunnen worden opgevangen in de bestaande tijdelijke huisvesting kan er gebruik worden gemaakt van de stelpost die per fase is

2250076/2060108 | www.icsadviseurs.nl

▪

▪

▪

opgenomen. Indien dat onvoldoende blijkt te zijn, zal aanvullend budget aangevraagd moeten worden. Daarnaast wordt ingezet op het uitbreiden van de onderwijscapaciteit rondom de gebieden Havenkwartier en Kesslerpark (onderdeel van de buurt Plaspoelpolder). In deze deelgebieden wordt de komende jaren een forse groei van het aantal leerlingen in het primair onderwijs verwacht als gevolg van woningbouwontwikkelingen. Naar verwachting worden in totaal circa 6.000 woningen gerealiseerd. De leerlingprognose waarmee in het IHP gewerkt wordt houdt rekening met een groei van circa 1.200 leerlingen uit dit gebied, daarvoor is op dit moment nog geen capaciteit. De leerlingprognoses waarop dit IHP is gebaseerd zijn bijgevoegd als bijlage 3 aan dit rapport. In deze prognose is rekening gehouden met het type woningen dat in deze gebieden wordt gerealiseerd (relatief klein, hoogbouw). In het IHP streven we naar het realiseren van de onderwijshuisvesting voor een eerste gedeelte van deze groei, de komende jaren moet aan de hand van een zorgvuldige monitoring blijken of dat de prognoses werkelijkheid worden en of aanvullend op de planvorming in het IHP nog onderwijscapaciteit nodig is. Een derde opgave is het waarborgen van passende en voldoende huisvesting in Rijswijk Buiten en Pasgeld.

Deze wijken zijn nog (deels) in ontwikkeling, een gevolg daarvan is dat het gebied nog een aantal tijdelijke onderwijslocaties heeft. Het is van belang om in het IHP te komen tot een toekomstbestendig en kwantitatief passend aanbod van onderwijshuisvesting in dit gebied. De vernieuwing van de oudste en technisch verouderde POschoolgebouwen is een belangrijk speerpunt. Door te investeren in renovatie of (ver)nieuwbouw wordt de kwaliteit van het binnenklimaat, de energieprestatie en de functionele bruikbaarheid van de gebouwen verbeterd. Als laatste vraagt ook het VO vanwege een technisch verouderd aanbod om een vernieuwingsopgave. Door een aantrekkelijk aanbod met passende huisvesting te realiseren wordt ook het VO als regionale voorziening weer toekomstbestendig.

14/42

itvoeringsagenda

ijs ijk

6. Planvorming ct alisatie at

Om invulling te geven aan de kernopgaves in het IHP is per schoollocatie een toekomstperspectief geformuleerd. De plannen zijn samengevat in de uitvoeringsagenda (bijlage 4) en weergegeven in figuur 2. De legenda van de uitvoeringsagenda is weergegeven in figuur 3.

e

e iramide redesc ool Steenvoorde ijdelijke

In het IHP zijn de plannen voor de korte termijn (fase 1) en de middellange termijn (fase 2) concreet geformuleerd, inclusief perspectief voor de tijdelijke huisvesting. Voor de plannen op lange termijn (fase 3) is in een volgende herijking van het IHP een concretere invulling te geven.

rrijk

elodie

isvesting

van lietlaan et ristal

m aal et ristal S ijs ijks

ce m

e

an redenb rc

kker ollege

m alen

In de opvolgende paragrafen worden de beoogde plannen op locatieniveau verder toegelicht. Hoe de plannen zich verhouden tot het vigerend IHP uit 2020 is opgenomen in bijlage 5.

icolaas eetssc ool m aal

icolaas eets etr ssc ool

m aal etr ssc ool Stanislas e eeg

Stanislas r m alen Stanislas reinet arkrijk ariasc ool m aal

ariasc ool

lsenb rgsc ool e obot sc ool m aal e obot sc ool

egenda

entalis de oorde ronenb rg

Instandhouding

Verhuisbeweging (Ver nieuwbouw ader te bepalen

ocatiestudie

Planvoorbereiding itbreiding Renovatie

t risma et o der rederodesc ool ontessori arkrijk m aal

ontessori arkrijk

indcentr m

itenrijck

m aal indcentr m

itenrijck

rins

Tijdelijke huisvesting n.t.b.

a ritssc ool

odfried omanssc ool Snijders

egenda Instandhouding

ocatiestudie

Verhuisbeweging

Planvoorbereiding

(Ver nieuwbouw

itbreiding

ader te bepalen

Renovatie

Tijdelijke huisvesting n.t.b.

Figuur 3: legenda uitvoeringsagenda Figuur 2: Uitvoeringsplan IHP Rijswijk

2250076/2060108 | www.icsadviseurs.nl

15/42

Kronenburgh egenda Ingreep fase

6.1 Projecten fase 1

icolaas eetsschool

een ingreep fase

Met de beoogde projecten in fase 1 faciliteren we het volgende:

─

Een eerste uitbreiding voor in totaal circa 250 leerlingen t.b.v. de groei uit Havenkwartier en Kesslerpark, op 2 locaties;

─

Tijdelijke onderwijscapaciteit in de nieuwe wijk Pasgeld;

─

Het behouden van een tijdelijk wissellocatie om een gedeelte van de vernieuwingsopgave efficiënt te doorlopen;

─ ─

Een vernieuwd programma en gebouw voor een gedeelte van het voortgezet onderwijs; Een vernieuwingsopgave voor een gedeelte van het primair onderwijs.

ariaschool Prins K

Snijders t Prisma odfried omanschool

Van Vredenburch college Rijswijks

auritsschool

Rehobothschool

ceum

Elsenburgschool De Piramide Stanislas Pro Stanislascollege eweeg vmbo mavo redeschool Steenvoorde

Tijdelijke huisvesting Petrusschool

De elodie De Akker SR

Kentalis de Voorde Het Kristal

ethouder rederodeschool

atuurrijk ontessori Parkrijk

2250076/2060108 | www.icsadviseurs.nl

K

uitenrijck

Freinet Parkrijk

16/42

Natuurrijk In de wijk Pasgeld wordt gewerkt aan een gebiedsontwikkeling met wonen en bijbehorende voorzieningen. Om te voldoen aan de onderwijsvraag in het gebied wordt op dit moment gewerkt aan het realiseren van een tijdelijk schoolgebouw. In september 2026 wordt daarin KC Natuurrijk geopend, onder het bestuur Laurentius. Het tijdelijk gebouw voorziet in de onderwijsvraag gedurende de ontwikkeling van de wijk.

kwantitatief voldoende en is dan ook het uitgangspunt voor de financiële doorrekening in het IHP.

Volgens de laatste projectplanning wordt in 2032 de permanente nieuwbouw voor KC Natuurrijk opgeleverd. Dit gebouw betreft een enkelstrooms school voor 250 leerlingen. In 2032 kan de tijdelijke locatie afgestoten worden. Het tijdelijke gebouw wordt door de gemeente aangekocht en bestaat uit modulaire bouwdelen. Indien nodig kan vanaf 2032 de capaciteit verplaatst worden naar elders in de gemeente, bijvoorbeeld als elders een wissellocatie nodig is. Bewegingsonderwijs Zodra de school start in een tijdelijk gebouw in het schooljaar 2026/2027 heeft het behoefte aan capaciteit voor bewegingsonderwijs, zoals wettelijk bepaald. In dit gebied zal een bestaand gebouw (loods) getransformeerd worden naar een tijdelijke gymzaal die voldoet aan het Kwaliteitskader huisvesting bewegingsonderwijs. Van deze voorziening kan zowel Natuurrijk als Freinet (indien nodig bij verdere groei) gebruik maken. Bij de permanente huisvesting van KC Natuurrijk wordt een sportzaal gerealiseerd, mede ten behoeve van het bewegingsonderwijs en multifunctioneel gebruik. Voor het bewegingsonderwijs is een gymzaal

at

2250076/2060108 | www.icsadviseurs.nl

rrijk

17/42 17/42

CBS De Melodie Het gebouw van CBS De Melodie komt uit 2014 en valt onder het bestuur Lucas Onderwijs. De school ligt in de Muziekbuurt, grenzend aan de Plaspoelpolder (specifieker de deelontwikkeling Kesslerpark). Als gevolg van de woningbouwontwikkelingen wordt een grote toename in het aantal leerlingen verwacht voor deze school. Volgens de prognoses ontstaat vanaf 2028 een tekort in de onderwijscapaciteit, die tot 2034 op blijft lopen. Binnen de gemeente streven we naar voorzieningen met een logische omvang. Op dit moment is de Melodie een enkelstrooms school met een capaciteit voor circa 200 leerlingen. Om invulling te geven aan het ruimtetekort dat op de school verwacht wordt, is het nodig om de school permanent uit te breiden naar een dubbelstroomse school. In de nieuwe situatie dient ruimte te zijn voor 425 leerlingen (gebaseerd op 25 leerlingen per klas, 16 reguliere klassen + 1 instroomklas). Uit een haalbaarheidsonderzoek moet blijken of realisatie zonder tijdelijke huisvesting mogelijk is. De uitbreiding naar 425 leerlingen geldt na de realisatie als maximaal volume voor deze school. Als op termijn blijkt dat extra capaciteit nodig is wordt dat gerealiseerd op of daarvoor verwezen naar andere locaties in de nabijheid. In het gebouw is kinderopvang (peuteropvang) aanwezig.

Om de doorlopende leerlijn te blijven handhaven en te voldoen aan de vraag uit de wijk wordt in de uitbreiding óók de peuteropvang met 1 groep uitgebreid. Een voorwaarde voor de uitbreiding voor kinderopvang is een langjarig kostprijsdekkend huurcontract. Bewegingsonderwijs CBS De Melodie beschikt over een gymzaal. De huidige gymzaal heeft voldoende capaciteit voor een dubbelstroomse school. Hiervoor worden geen huisvestingsingrepen voorzien.

e 2250076/2060108 | www.icsadviseurs.nl

elodie

18/42

De Piramide Het gebouw van De Piramide komt uit 2016 valt onder het bestuur Laurentius. De school ligt in het Stationskwartier, grenzend aan de Plaspoelpolder (specifieker de deelontwikkeling Kesslerpark). Als gevolg van de woningbouwontwikkelingen wordt een grote toename in het aantal leerlingen verwacht voor deze school. Volgens de prognoses ontstaat vanaf 2028 een tekort in de onderwijscapaciteit, die tot 2034 op blijft lopen. Op dit moment beschikt de Piramide over onvoldoende capaciteit voor een volwaardige dubbelstrooms school. Met de verwachte toename van de leerlingaantallen in het gebied wordt op korte termijn een ruimtetekort verwacht op de school. Binnen de gemeente streven we naar onderwijsvoorzieningen met een logische omvang. Op dit moment beschikt de school normatief over capaciteit ten behoeve van het huisvesten van circa 390 leerlingen. Dat is onvoldoende voor een volwaardige dubbelstroomse school. Door het schoolbestuur is aangegeven dat met een uitbreiding van 2 lokalen (incl. enkele bijbehorende inpandige aanpassingen) de school door kan groeien naar een volwaardige tweestrooms school en daarmee 450 leerlingen kan huisvesten. Er is op een eerder moment al onderzoek gedaan naar de ruimtelijke mogelijkheden. De meest wenselijke oplossingsrichting betreft het bebouwen van een ruimte onder de gymzaal en dichtbouwen van het dakterras.

Daarnaast dienen enkele inpandige aanpassingen gedaan te worden (zoals het uitbreiden van het aantal toiletten).

toe te voegen en een dislocatie in de directe omgeving is onwenselijk. Als op termijn blijkt dat extra capaciteit nodig is wordt dat gerealiseerd op of daarvoor verwezen naar andere locaties in de nabijheid. Bewegingsonderwijs De Piramide beschikt over een gymzaal. Mede gevolg van het medegebruik door de Elsenburgschool is hier een tekort in capaciteit. Een oplossingsrichting daarvoor wordt beschreven bij de Elsenburgschool.

Met de leerlingprognoses heeft de school formeel recht op meer capaciteit dan deze uitbreiding. In samenspraak met het schoolbestuur formuleren we echter het uitgangspunt dat 450 leerlingen de maximale omvang wordt en blijft voor deze school. Er is niet meer ruimte op het schoolplein om nog meer capaciteit

e iramide

2250076/2060108 | www.icsadviseurs.nl

19/42

Kindcentrum Steenvoorde Voor de Steenvoordeschool wordt op dit moment nieuwbouw gerealiseerd aan de Dr. Poelslaan, in combinatie met kinderopvang en een sportzaal van 2 zaaldelen. Naar verwachting wordt de school medio 2026 in gebruik genomen. De Bredeschool Steenvoorde valt onder het schoolbestuur Stichting Librijn Openbaar Onderwijs. Op dit moment is de school gehuisvest in een tijdelijke locatie aan de P. van Vlietlaan. Dit is een oude dependance van de Steenvoordeschool, na oplevering van de nieuwbouw verhuist de volledige school naar de locatie aan de Dr. Poelslaan en valt de tijdelijke locatie vrij.

redesc ool Steenvoorde ijdelijke

isvesting

2250076/2060108 | www.icsadviseurs.nl

van lietlaan

20/42

Tijdelijke huisvesting P. van Vlietlaan Oorspronkelijk zijn de noodlokalen aan de P. van Vlietlaan alleen bedoeld als tijdelijk onderkomen voor de Steenvoordeschool. Om ook de opvolgende vernieuwingsopgaves van andere scholen efficiënt te doorlopen zou het vanuit het perspectief van onderwijshuisvesting wenselijk zijn om de locatie te behouden als wissellocatie. De locatie zou geschikt zijn vanwege: ─

─ ─

─ ─

Het bestemmingsplan “Steenvoorde” (van rechtswege onderdeel van het Omgevingsplan) op de locatie heeft de bestemming “Maatschappelijk” (passend voor onderwijs) en beschikt al over een bouwvlak. Op de kavel heeft ook vóór de tijdelijke huisvesting een schoolgebouw gestaan, deze is na een brand afgebroken. Er zijn geen andere (onbebouwde) kavels in dit gebied met een passende bestemming “ aatschappelijk”. Het realiseren van een wissellocatie op een plek waar nog geen passende bestemming “ aatschappelijk” voor is, is vanwege de benodigde vergunningen complex. De beschikbaarheid van sportcapaciteit in de sportzaal van de vernieuwde Steenvoordeschool op relatief korte afstand. Het kavel van de P. van Vlietlaan ligt relatief centraal in een omgeving met een veel verouderde scholen. De ligging zou geschikt zijn voor een vernieuwing van 6 van de scholen in het IHP.

Door een centrale wissellocatie in stand te houden worden onevenredig hoge eenmalige kosten voor tijdelijke huisvesting op projectniveau voorkomen. Als het niet mogelijk is om een wissellocatie te behouden leidt dat tot veel hogere kosten die geen onderdeel uitmaken van de budgetten in het IHP.

ijdelijke

isvesting

2250076/2060108 | www.icsadviseurs.nl

Het eventueel behouden van de P. van Vlietlaan als wissellocatie vraagt nadere uitwerking. Naast het belang vanuit onderwijshuisvesting zijn er ook andere belangen en ruimteclaims binnen de gemeente die afgewogen moeten worden. Daarom dient begin 2026 onderzocht en besloten te worden of de wissellocatie in stand kan blijven, en in welke vorm. De huidige lokalen aan de P. van Vlietlaan worden gehuurd. In het IHP wordt budget opgenomen om een tijdelijke locatie te realiseren. Mogelijk kunnen de huidige lokalen aangekocht worden. Als dat niet mogelijk of wenselijk is, dient het gebouw vervangen of elders gerealiseerd te worden. Op korte termijn (in fase 1) voorzien we dat een wissellocatie nodig is voor de vernieuwing van Het Kristal (in 2027) en GSR/De Akker (in 2028/2029). In fase 2 is tijdelijke huisvesting nodig voor minstens de vernieuwing van de Petrusschool (voorzien voor 2030/2031). Op langere termijn (eind fase 2 of begin fase 3) blijft de wissellocatie tevens nodig voor de vernieuwing van de Wethouder Brederodeschool en Kentalis de Voorde. De exacte jaartallen en volgordelijkheid daarvan is op lange termijn is nader te bepalen.

van lietlaan 21/42

dat is onvoldoende voorbereidingstijd voor een integrale (ver)nieuwbouw. De renovatie is daarmee gericht op ingrepen die zonder omgevingsvergunning gerealiseerd kunnen worden.

Het Kristal Het Kristal is een schoolgebouw uit 1971 en is (voor zo ver bekend) nooit eerder vernieuwd vanuit een gemeentelijke ingreep. De school valt onder het bestuur Lucas Onderwijs. Voor het schoolbestuur heeft het gebouw een hoge prioriteit voor een vernieuwingsopgave vanwege de slechte technische staat van het gebouw en de hoge onderhouds- en energiekosten. In het IHP 2020 is het gebouw opgenomen voor een vernieuwingsopgave voor 2025-2030. Vanwege de leeftijd en technische staat van het gebouw is een gemeentelijke vernieuwingsopgave wenselijk in fase 1 om het gebouw voor langere tijd toekomstbestendig te maken. Om de levensduur van Het Kristal op korte termijn te kunnen verlengen stellen we in het IHP voor om een renovatie toe te passen. De overwegingen hierin zijn als volgt: ▪

Lucas Onderwijs heeft aangegeven dat het gebouw functioneel wordt gewaardeerd, maar er voornamelijk behoefte is aan een technische verduurzamingsingreep. Daarnaast is het ook een gebouw met cultuurhistorische waarde, waardoor het ook voor de gemeente wenselijk is om het gebouw te behouden.

▪

In het IHP werken we met tijdelijke wissellocaties. In dit gedeelte van Rijswijk is de tijdelijke huisvesting aan de P. van Vlietlaan vanaf medio 2026 tot eind 2027 beschikbaar. Vanaf 2028 is de tijdelijke huisvesting nodig voor de herontwikkeling van GSR/De Akker. Daarmee is voor Het Kristal vanaf de vaststelling van het IHP circa 1 tot 1,5 jaar voorbereidingstijd beschikbaar,

ijdelijke

isvesting

▪

De gemeente Rijswijk heeft een financiële opgave in haar begroting de komende jaren, waarbij niet alleen de exploitatie maar ook de solvabiliteit en de netto schuldquote onder druk staan. Een levensduurverlenging realiseren d.m.v. revitalisatie i.p.v. nieuwbouw kan aan deze opgave bijdragen.

Er wordt taakstellend 70% van het nieuwbouwbudget toegekend om de renovatie uit te voeren, gericht op een technische levensduurverlenging van 30 jaar. Door gebruik te maken van de DUMAVA subsidie kan een significant deel van deze kosten (circa 30% van de investering) gedekt worden met een bijdrage vanuit deze rijkssubsidie. Het risico op het toekennen van de subsidie ligt bij de gemeente. Bewegingsonderwijs De gymzaal van Het Kristal is en blijft nodig voor het programmeren van het bewegingsonderwijs, ook voor de Wethouder Brederodeschool. De gymzaal zal onderdeel uitmaken van de renovatie.

van lietlaan et ristal

m aal et ristal

2250076/2060108 | www.icsadviseurs.nl

22/42

GSR/De Akker De GSR en De Akker zijn samen gehuisvest in een gebouw uit 1967. De GSR is een voortgezet onderwijsschool onder een gelijknamig bestuur. De Akker valt onder het bestuur LEV WN. Al sinds het IHP 2020 wordt gewerkt aan een vernieuwingsopgave voor deze scholen. Er wordt beoogd om een programma te realiseren waarmee de scholen ook inhoudelijk gaan samenwerken, en er ook ruimte is voor kinderopvang. Op dit moment is het haalbaarheidsonderzoek afgerond. Na afronding van het IHP 2026 wordt een besluit genomen over het definitieve programma en kan de definitie- en ontwerpfase van start gaan. Voordat de realisatie kan plaatsvinden is nog enige voorbereidingstijd nodig. Er wordt voorzien dat de realisatie in 2028-2029 plaats kan vinden. De school kan daarvoor gebruik maken van de tijdelijke huisvesting aan de P. van Vlietlaan. Eventueel dient de capaciteit van de wissellocatie tijdelijk uitgebreid te worden indien het volledige gebouw gelijktijdig uitgeplaatst moet worden. Bewegingsonderwijs GSR/De Akker beschikt in de huidige situatie over een gymzaal ten behoeve van het bewegingsonderwijs, maar heeft een bredere onderwijskundige functie en wordt bijvoorbeeld ook benut voor tentamens. De gymzaal is niet strikt noodzakelijk om het bewegingsonderwijs te programmeren. In het gebied is binnen de verwijsafstand capaciteit beschikbaar in de Marimba Hal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=2872a98b-7e20-4d54-8721-1fbe7f11b54f