RV 24-001 Bijlage B Sportpark Elsenburg Regels bestemmingsplan
Tekst van het document
Volgens de parkeernorm dienen er derhalve 18 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden. Hiervan zijn er minimaal 3 openbaar voor bezoekers van alle woningen. Toepassing parkeernormen bij “wonen” De vastgestelde parkeernormen worden toegepast bij nieuwbouw en inbreidingsprojecten. Nieuwbouw Parkeren wordt bij nieuwbouwwoningen in de directe omgeving opgevangen. Dit geldt ook voor functiewijziging of toename van het aantal woningen. Het parkeren wordt in beginsel opgelost op eigen terrein. Hier wordt minimaal één parkeerplaats per woning voor aangehouden. De overige parkeerplekken worden gerealiseerd in de openbare ruimte of voor het openbaar verkeer toegankelijk ruimte in de directe omgeving. Voorbeeld Woningbouwprogramma: 12 woningen in prijsklasse ‘midden’ in ‘overig’. De parkeernorm geeft aan dat hier dan 21 (12*1,7) parkeerplekken gerealiseerd moeten worden. 12 parkeerplekken worden er dan gerealiseerd op eigen terrein en 8,4 (dus 9) in de openbare ruimte of voor het openbaar verkeer toegankelijke ruimte in de directe omgeving. Inbreidingen Wanneer in een bestaande woonwijk een paar woningen worden afgebroken en hiervoor nieuwe worden herbouwd, is sprake van inbreidingsprojecten. Woningen die op een onbebouwd terrein binnen een woonwijk gebouwd worden, vallen hier ook onder. Voor de nieuw te bouwen woningen worden de parkeernormen toegepast.
Hiervoor geldt wederom dat in beginsel parkeren op eigen terrein wordt opgelost, met een minimum van één parkeerplaats per woning. De overige parkeerplekken worden gerealiseerd in de openbare ruimte of voor het openbaar verkeer toegankelijk ruimte in de directe omgeving. 8
Wanneer er in de openbare ruimte geen mogelijkheid is om het parkeren voor bezoekers op te vangen, moet in eerste instantie gezocht worden naar plekken op eigen terrein of een gezamenlijke parkeerlocatie, alvorens te zoeken naar parkeercapaciteit in de omliggende straten. Wanneer uit onderzoek blijkt dat in omliggende straten sprake is van een bezetting van minder dan 85% dan kan ontheffing verleend worden door het college van burgmeester en wethouders. Er zal dan een parkeerbalans opgesteld moeten worden om de effecten voor de directe omgeving in beeld te brengen (zie hoofdstuk 8). Voorbeeld Een appartementencomplex met 24 woningen wordt gebouwd, verdeeld over de drie prijsklassen in het centrumgebied. Parkeren vindt plaats onder het appartementencomplex. In totaal moeten er 33 parkeerplaatsen worden gebouwd, waarvan 24 gereserveerd voor de bewoners. De overige 9 plekken kunnen niet in de openbare ruimte worden gerealiseerd. Deze kunnen wel in de parkeergarage gebouwd worden en dienen dan toegankelijk te zijn voor alle bewoners en bezoekers van de woningen. Voorbeeld In een woonwijk worden 5 nieuwe woningen in de dure prijscategorie gebouwd op een braakliggend terrein. De parkeervraag ligt op 10 parkeerplaatsen, waarvan er 5 op eigen terrein worden gerealiseerd. Er is geen ruimte om ook de overige 5 parkeerplaatsen in de directe omgeving te realiseren.
Onderzoek moet aantonen of het mogelijk is om de overige 5 plaatsen in de directe omgeving te realiseren. Indien dit niet mogelijk blijkt kan onderzocht worden of ontheffing mogelijk is. Er dient dan voldoende parkeercapaciteit in de directe omgeving beschikbaar te zijn. Dit wordt gedaan aan de hand van een opstellen van een parkeerbalans of uitvoeren van parkeeronderzoek (parkeerdrukmeting). Parkeren op eigen terrein bij woningen Privé parkeerplaatsen bij de woning worden in vergelijking met openbare parkeerplaatsen minder efficiënt benut. Daarom worden privé-parkeervoorzieningen op eigen terrein bij het bepalen van de huidige parkeersituatie niet als volledige parkeervoorziening meegerekend bij het bepalen van de parkeerbehoefte. Geclusterde voorzieningen (b.v. parkeerkelder onder appartementencomplex) met een capaciteit boven de 25 parkeerplaatsen worden wel één op één meegerekend. Voorbeeld de Strijp In De Strijp zijn bij de aanleg van de wijk in principe voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd. De parkeernormen zijn goed toegepast, maar het feitelijk gebruik van de parkeerplaatsen op eigen terrein blijft achter bij de verwachtingen, waardoor in de huidige situatie een tekort aan parkeerplaatsen is ontstaan in het openbaar gebeid. Dit heeft onder meer te maken met het gebruik van de garages voor andere doeleinden dan parkeren.
Het afdwingen van het gebruik van deze parkeergelegenheid voor parkeren is niet mogelijk. Er is (vooraf) geen ruimte gereserveerd voor extra parkeervraag, waardoor in de huidige situatie de afweging moet worden gemaakt of andere functies als groen en speelruimte moeten worden opgeofferd voor de aanleg van extra parkeerplaatsen.
9
In de tabel staat aangegeven op welke wijze parkeervoorzieningen bij woningen worden meegeteld bij het bepalen van de parkeercapaciteit. Type parkeerplaats Enkele oprit zonder garage Lange oprit zonder garage Dubbele oprit zonder garage Garage zonder oprit Garage met enkele oprit Garage met lange oprit Garage met dubbele oprit
Voorkeursafmetingen 2,5x6,0
Theoretisch aantal 1
Berekeningsaantal 0,8
2,5x12,0
2
1,0
5,0x6,0
2
1,7
2,5x6,0 2,5x6,0 + 2,5x6,0
1 2
0,4 1,0
2,5x6,0 + 2,5x12,0 2,5x6,0 + 5,0x6,0
3 3
1,3 1,8
(bron: CROW, Publicatie 182, 2008, Parkeerkencijfers – Basis voor parkeernormering)
Voorbeeld In een gebied staan 20 woningen met oprit en garage en 8 parkeervakken op openbaar gebied. In theorie zijn er dus 48 parkeerplaatsen. Aangezien opritten en garages nooit volledig worden gebruikt wordt echter de oprit met garage niet als 2 maar als 1 parkeerplaats meegerekend. De aanwezige situatie wordt dus beoordeeld als een situatie met 28 parkeerplaatsen. Om bovenstaande situatie te kunnen oplossen en om flexibiliteit voor de toekomst te genereren is voor de uitleggebied Rijswijk Zuid een extra parkeeropgave gedefinieerd. Deze extra parkeeropgave wordt bij aanleg van de wijk niet gerealiseerd als parkeerruimte, maar kan als groenvoorziening worden ingericht. In het bestemmingsplan en bij de inrichting van de openbare ruimte wordt wel direct rekening gehouden met toekomstige aanleg van parkeergelegenheid. Er worden dan ook geen bouwwerken en bomen op deze plekken geplaatst. Wanneer de parkeerdruk in de directe omgeving boven de 85% is gestegen zal de aanleg van parkeergelegenheid op de gereserveerde ruimte worden overwogen. Dit gebeurt in samenspraak met de buurt en na akkoord van het college van burgmeester en wethouders.
Nieuw-voor-oud-regel: Bij functiewijziging (waarbij het pand blijft staan) kan worden afgeweken van de parkeernorm op eigen terrein, als de parkeervraag die bij de nieuwe functie hoort, lager of gelijk is aan de parkeervraag (op basis van de parkeernorm die gold bij de bouwaanvraag) van de oude functie. In dat geval hoeven er geen extra parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Als de norm voor de nieuwe functie hoger is, moet het verschil aan parkeerplaatsen tussen de nieuwe en de bestaande parkeereis (aan de oude functie toe te wijzen plaatsen) op eigen terrein extra worden aangelegd. Gehandicaptenparkeren Voor het aantal gehandicaptenparkeerplaatsen bij gemengde functies op openbare parkeerterreinen en in openbare parkeergarages wordt een percentage van 2% op het totaal aantal beschikbare plaatsen gehanteerd. Bij openbare voorzieningen is er minimaal 1 gehandicaptenparkeerplaats aanwezig. 10
6. Parkeernormen voor “werken/winkelen” In dit hoofdstuk worden de parkeernormen voor “werken/winkelen” en de toepassing ervan toegelicht. Onder de functie “werken” wordt onder andere verstaan: kantoren, bedrijven, winkels. Parkeren geschiedt hier door de medewerkers en bezoekers. Ook bij deze functie is de ligging bepalend voor de parkeernorm. De te hanteren parkeernormen zijn opgenomen in bijlage 3 van deze nota. In deze parkeernorm is zowel het werknemers als het bezoekers parkeren opgenomen. Het aandeel bezoekers bij verschillende functies is opgenomen in CROW publicatie Parkeerkencijfers. Toepassing parkeernormen bij “werken/winkelen” Bij de functie werken kan onderscheid worden gemaakt tussen bedrijven/kantoren en winkelcentra/detailhandel. De parkeernormen worden toegepast bij nieuwe bebouwing. Bij functieverandering of uitbreiding dient het aantal parkeerplaatsen te worden bepaald op basis van de nieuwe situatie. Deze parkeerplaatsen dienen in beginsel op eigen terrein te worden aangelegd. Eventueel kan op basis van onderzoek en gefundeerde onderbouwing voor het afwijken van de geldende parkeereis ontheffing verleend worden door het college van burgemeester en wethouders. Bedrijven/kantoren Op de bedrijventerreinen (kantoren e.d.) dient het parkeren bij nieuwbouw op eigen terrein te worden aangelegd. Dit geldt zowel voor werknemers als bezoekers.
Hiervoor gelden de parkeernormen uit het overzicht. Voor bedrijventerrein Hoornwijck is het parkeerregime van toepassing zoals dat is vastgelegd in de aanvullende verkoopvoorwaarden van het Industrieschap "De Plaspoelpolder" te Rijswijk voor gronden in "Hoornwijck" te Rijswijk (Akte d.d. 21 augustus 1996). Deze voorwaarden gaan uit van een parkeernorm van 1 parkeerplaats per 5 werknemers of 1 parkeerplaats per 125 m² bvo. Een voorwaarde voor de geldende parkeernorm is dat bedrijven een vervoersplan opstellen en in stand houden. Daarin staan maatregelen ten aanzien van bedrijfsvervoer en het bevorderen van carpoolen, fietsen en het gebruik van het openbaar vervoer. Winkelcentra/detailhandel Bij nieuwbouw van winkelcentra wordt in het parkeren van zowel bezoekers als werknemers voorzien.
11
7. Parkeerkencijfers voor “overige functies” Wanneer er andere functies gerealiseerd worden dan opgenomen in bijlage 2 en 3 van deze nota dan wordt CROW publicatie Parkeerkencijfers gebruikt voor het bepalen van het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen. Voor de gebieden Stationsomgeving/In de Bogaard en Oud Rijswijk wordt dan gekeken naar de kencijfers die horen bij de gebiedstypologie ‘centrum’. Voor functies buiten de vastgestelde centrumgebieden (bijlage 1) worden de kencijfers die behoren bij de gebiedstypologie ‘rest bebouwde kom’ gehanteerd. Toepassing van kencijfers bij overige functies In de CROW publicatie Parkeerkencijfers wordt onderscheid gemaakt tussen minimum en maximum kencijfers. Het gebruik van deze kencijfers wordt gerelateerd aan de parkeerdruk in de directe omgeving (zie “hoe worden parkeernormen bepaald?”). De minimumnorm moet in elk geval gerealiseerd worden. Wanneer in de directe omgeving sprake is van een hoge parkeerdruk moet het maximale parkeerkental als parkeernorm worden gehanteerd en gerealiseerd. Wanneer voor een bepaalde functie in deze nota geen parkeernorm genoemd is, geldt de parkeernorm uit de nieuwste CROW publicatie Parkeerkencijfers. Biedt dit ook geen uitkomst, dan zal op basis van ervaringen elders of volgens gezond verstand een eis gesteld worden door burgemeester en wethouders.
Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten ontheffing te verlenen op de gemeentelijke parkeereis. Als op de drukste momenten de parkeerdruk in de directe omgeving minder is dan 85% kan het aantal te realiseren parkeerplaatsen worden verminderd. De aanvrager moet aantonen dat de parkeerdruk in de directe omgeving minder is dan 85% en na realisatie van de parkeervoorzieningen niet hoger wordt. Hij dient dit aan te tonen met een onderzoek, uitgevoerd door een onafhankelijk onderzoeksbureau. Het onderzoek moet bestaan uit tellingen, uitgevoerd op twee tijdstippen, die op basis van de functies van de voorzieningen en de dag in de week als drukste momenten gelden. Bij twijfel over het drukste moment dient dit te worden bepaald met een berekening van de functies en aanwezigheidspercentages van pagina 13. Het college van burgmeester en wethouders besluit over het voorstel.
12
8. Parkeerbalans bij mengfuncties Het vaststellen van het aantal parkeerplaatsen dat moet worden gerealiseerd bij een combinatie van meerdere functies in een bouwplan gebeurt aan de hand van een parkeerbalans. De aanvrager dient een parkeerbalans op te stellen. Rijswijk hanteert daarbij het volgende stappenplan. 1) Bepalen bouwprogramma 2) Berekenen parkeervraag per functie (parkeernorm/parkeerkencijfer x programma) 3) Aanwezigheidspercentages: Aan de hand van de aanwezigheidspercentages wordt bepaald wat de parkeervraag is op een aantal momenten met behulp van onderstaande aanwezigheidspercentages. Werkdag Wonen Kantoren/bedrijven Detailhandel Sociaal Cultureel Sociaal Medisch Ziekenhuis Dagonderwijs Avondonderwijs Bibliotheek Museum Café Restaurant Bioscoop/theater Sport
50% 100% 30% 10% 100% 85% 100% 0% 30% 20% 30% 30% 15% 30%
Werkdag middag 60% 100% 70% 40% 100% 100% 100% 0% 70% 45% 40% 40% 30% 50%
Werkdag avond 90% 5% 20% 100% 30% 40% 0% 100% 100% 0% 90% 90% 90% 100%
Koop avond 100% 10% 100% 100% 15% 50% 0% 100% 70% 0% 85% 95% 90% 90%
Zaterdag middag 60% 5% 100% 60% 15% 25% 0% 0% 75% 100% 75% 70% 60% 100%
Zaterdag avond 60% 0% 0% 90% 5% 40% 0% 0% 0% 0% 100% 100% 100% 90%
Zondag 70% 0% 0% 25% 5% 40% 0% 0% 0% 90% 45% 40% 60% 85%
(bron: CROW, Publicatie 182, 2008, Parkeerkencijfers – Basis voor parkeernormering)
4) Bepalen parkeervraag op het drukste moment 5) Bepalen definitieve parkeereis (parkeerplaatsen op eigen terrein en in openbare/voor openbaar verkeer toegankelijke ruimte) 6) Toets parkeereis met de plannen voor ontwikkeling. 7) Eventueel voorstel voor afwijking van de parkeereis 8) Voostel voor burgemeester en wethouders van Rijswijk
Het is aan te raden in een vroeg stadium met de gemeente in overleg te treden over het aantal aan te leggen parkeerplaatsen bij ontwikkelingen. 13
9. Fietsparkeren Bij nieuwbouw, verbouw of herstructureringsprojecten van zowel woningen, bedrijven en voorzieningen dient rekening te worden gehouden met stallingsruimte voor fietsen. Daarbij dient tabel 36 uit de CROW publicatie 230, “Ontwerpwijzer Fietsverkeer” als uitgangspunt genomen te worden.
14
10. Procedures De parkeernormen geven een nadere uitwerking van de vereisten uit de bouwverordening. Het betreft artikel 2.5.30 uit de bouwverordening. Hierin is de rol van het college van burgemeesters en wethouders aangegeven. De aanvrager van een bouwvergunning dient voldoende parkeergelegenheid aan te leggen om de parkeerbehoefte op te vangen. De parkeernormen zoals opgenomen in de bijlage van deze nota zijn van toepassing. Daarbij geldt tevens dat de parkeergelegenheid niet ‘overbemeten’ mag zijn. Dit betekent dat de afmetingen geschikt moeten zijn om een auto te parkeren, maar niet te groot, zodat de ruimte voor andere functies wordt benut. Hierbij spelen aspecten van stedenbouwkundige, verkeerskundige en milieutechnische aard een doorslaggevende rol. Ook bij functiewijziging, bijvoorbeeld wanneer een woning gebruikt gaat worden als kantoor, dient voldaan te worden aan de eisen uit de bouwverordening ten aanzien van parkeren. Wanneer bij bouwplannen wordt voldaan aan de parkeernormen en daarmee de parkeereis duidelijk is, dient bij de bouwaanvraag de schriftelijke vastlegging van het aantal te realiseren parkeerplaatsen te worden aangegeven.
Indien de wens bestaat af te wijken van de parkeernormen (naar boven of beneden), of geen overeenstemming bestaat over de toe te passen parkeernormen dient een voorstel voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen en een onderbouwing voor het afwijken van de parkeernormen te worden opgesteld. Vervolgens beslist het college van burgmeester en wethouders ingevolge art. 2.5.30 lid 4 Bouwverordening over de bouwaanvraag. Wanneer in de toekomst blijkt dat aanpassingen en/of aanvullingen gewenst zijn, is het mogelijk de parkeernormen te herzien. In dit geval dienen de bijlagen van deze nota opnieuw te worden vastgesteld door de raad van de Gemeente Rijswijk. Tenminste eens in de vijf jaar wordt onderzocht of het gewenst is de parkeernormen te actualiseren. Afkoopregeling Aan het verlenen van ontheffing op de parkeereis kan een financiële voorwaarde worden gesteld. Het college onderzoekt de komende tijd de mogelijkheid en de randvoorwaarden voor het instellen van een financiële regeling voor de volgende gevallen: 1. Benutting bestaande parkeerplaatsen behorend tot het openbaar aanbod. 2. De gemeente draagt zorg voor het realiseren van de benodigde parkeerplaatsen, welke door de initiatiefnemer niet op eigen terrein (kunnen) worden gerealiseerd. 3. Aanleg van meer parkeerplaatsen dan de parkeereis toestaat.
15
Behorend bij Nota Parkeernormen Gemeeente Rijswijk Vastgesteld op 8 februari 2011
BIJLAGEN Behorende bij de “Nota Parkeernormen Gemeente Rijswijk”
1
Behorend bij Nota Parkeernormen Gemeeente Rijswijk Vastgesteld op 8 februari 2011
Bijlage 1: Gebiedsafbakening Behorende bij de “Nota Parkeernormen Gemeente Rijswijk” Binnen Rijswijk zijn drie gebiedstypen gedefinieerd. Het gaat om het centrumgebied, bestaand stedelijk gebied en uitleggebied. De centrumgebieden en het uitleggebied zijn in onderstaande kaarten afgebakend. De overige gebieden behoren tot het bestaand stedelijk gebied. Centrumgebieden In de Bogaard Het gebied stationsomgeving/In de Bogaard omvat het gebied gelegen tussen de Generaal Spoorlaan, de as van de Huis te Landelaan, de as van de Sir Winston Churchilllaan, het Generaal Eisenhowerplein, de Klaroenstraat, de as van de Admiraal Helfrichsingel, de as van de Prinses Beatrixlaan, de as van de Sir Winston Churchilllaan, de oostzijde van de Prinses Margrietsingel, de zuidzijde van de Prinses Irenelaan en de as van de Minister van de Tempellaan. In dit gebied liggen winkels en openbaar vervoervoorzieningen (tram 17, verschillende buslijnen, NS-station Rijswijk) binnen een straal van 500 meter van de woningen.
Figuur 1: afbakening stationsomgeving/In de Bogaard
2
Behorend bij Nota Parkeernormen Gemeeente Rijswijk Vastgesteld op 8 februari 2011
Oud Rijswijk Oud Rijswijk kenmerkt zich als een gebied waar voorzieningen in de directe omgeving van de woningen liggen. In de omgeving liggen openbaar vervoervoorzieningen die rechtstreekse verbindingen hebben met NS stations in Den Haag, Rijswijk en Voorburg. Het gebied wordt begrensd door: de gemeentegrens met Den Haag, de as van de Haagweg, de as van de Lindelaan, de as van de Rembrandtkade, het Ruysdaelplein, de as van de Steenlaan.
Figuur 2: afbakening Oud Rijswijk
3
Behorend bij Nota Parkeernormen Gemeeente Rijswijk Vastgesteld op 8 februari 2011
Uitleggebied Tot het uitleggebied behoort Rijswijk Zuid. Deze locatie is als volgt afgebakend. Rijswijk Zuid Deze nieuwbouwlocatie Rijswijk Zuid wordt afgebakend door de A4 aan de noordzijde, de Vliet, de gemeentegrens met Delft en de gemeentegrens met Midden Delfland.
Figuur 3: afbakening Rijswijk Zuid
4
Behorend bij Nota Parkeernormen Gemeeente Rijswijk Vastgesteld op 8 februari 2011
Bijlage 2: Parkeernormen Wonen en woningwaarden Behorende bij de “Nota Parkeernormen Gemeente Rijswijk” Deze bijlage bevat de relevante parkeernormen voor woonfuncties in Rijswijk. De wijze waarop deze parkeernormen gehanteerd worden staat beschreven in de Nota parkeernormen Gemeente Rijswijk waar deze bijlage bij hoort. In de parkeernormen voor wonen wordt onderscheid gemaakt naar woningen in 3 prijsklassen: duur, midden, goedkoop. In deze bijlage zijn de voor Rijswijk te hanteren prijsklassen opgenomen. Huur- en koopprijsgrenzen zijn gebaseerd op de woningcategorieën uit de regionale woonvisie en worden jaarlijks geïndexeerd. De looptijd is vanaf 1 juli van het betreffende jaar tot en met 30 juni van het erop volgende jaar. Vaststelling geschiedt door het dagelijks bestuur van het stadsgewest Haaglanden. De prijsklassen worden niet jaarlijks geïndexeerd, maar bij herziening van de parkeernormen opnieuw bepaald aan de hand van de dan geldende huur- en koopprijsgrenzen van de regionale woonvisie. Indien onduidelijkheid bestaat over de waarde en de toe te passen parkeernorm zal het college van burgemeester en wethouders gevraagd worden een besluit te nemen over de toe te passen parkeernorm. Parkeernormen wonen: Functie
Centrum
Bestaand stedelijk gebied
Uitleggebied Rijswijk Zuid
Huurwoningen Goedkoop (< € 357,-)* Midden (€ 357,00 - € 940,-)* Duur (> € 940,-)*
1,2 1,4 1,5
1,5 1,7 1,8
1,7** 1,9** 2,0**
Koopwoningen Goedkoop (< € 185.000,-)* Midden (€ 185.000,- tot € 272.000,-)* Duur (> € 272.000,-)*
1,2 1,4 1,5
1,5 1,7 1,8
1,7** 1,9** 2,0**
* Stand van zaken 1 juli 2010 ** Deze parkeernorm is exclusief de benodigde reservecapaciteit van 0,2 per woning. Fietsparkeren Bij nieuwbouw, verbouw of herstructureringsprojecten van zowel woningen, bedrijven en voorzieningen dient rekening te worden gehouden met stallingsruimte voor fietsen. Daarbij dient tabel 36 uit de CROW publicatie 230, “Ontwerpwijzer Fietsverkeer” als uitgangspunt genomen te worden.
5
Behorend bij Nota Parkeernormen Gemeeente Rijswijk Vastgesteld op 8 februari 2011
Bijlage 3: Parkeernormen Werken/Winkelen Behorende bij de “Nota Parkeernormen Gemeente Rijswijk” Deze bijlage bevat de relevante parkeernormen voor werkfuncties in Rijswijk. De wijze waarop deze parkeernormen gehanteerd worden staat beschreven in de Nota parkeernormen Gemeente Rijswijk waar deze bijlage bij hoort. Functie Kantoren Commerciële dienstverlening Bedrijven (arbeidsextensieve, bezoekers extensieve bedrijven, o.a. loods, opslag) Bedrijven (arbeidsintensieve, bezoekers extensieve bedrijven, o.a. garages, werkplaats) Bedrijven (arbeidsextensieve, bezoekers intensieve bedrijven, o.a. showrooms) Detailhandel Oud Rijswijk Detailhandel stationsomgeving Detailhandel overig Buurtwinkels Supermarkt
Centrum 1,0 per 100 m2 BVO 1,7 per 100 m2 BVO 0,3 per 100 m2 BVO
Overig 1,5 per 100 m2 BVO 2,5 per 100 m2 BVO 0,5 per 100 m2 BVO
1,0 per 100 m2 BVO
1,5 per 100m2 BVO
0,5 p per 100 m2 BVO
0,7 per 100 m2 BVO
2,1 per 100m2 BVO + 1,0 per 4 werknemers 4,0 per 100 m2 BVO 4,0 per 100 m2 BVO
3,0 per 100m2 BVO 2,0 per 100 m2 BVO 4,5 per 100 m2 BVO
voor businesspark Hoornwijck blijft conform de afspraken met de regio de parkeernorm van 1 pp per 125 m² gelden (0,8 per 100m2), voor businesspark Plaspoelpolder ontstaat concreet een lichte verruiming (0,8 per 100 m2 wordt 1,5 per 100m2) voor maximaal op eigen terrein te realiseren parkeerruimte, inclusief bezoekersparkeerplaatsen.
6