CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RV 24-001 Bijlage B Sportpark Elsenburg Regels bestemmingsplan

Raadsvergadering 27 februari 2024, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Sportpark Elsenburg (RV 24-001)12.016 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Sportpark Elsenburg Rijswijk

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identif icatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0603.bpsportelsenburg-VA01

09-09-2022

projectnummer:

03-10-2023 27-02-2024

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

20210300 projectleider:

2

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

5

Artikel 1

Begrippen

5

Artikel 2

Wijze van meten

8

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

9

Artikel 3

Sport

9

Artikel 4

Leiding - Gas

11

Artikel 5

Leiding - Hoogspanning

13

Artikel 6

Waarde - Ecologie

15

Hoofdstuk 3

Algemene regels

17

Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

17

Artikel 8

Algemene bouwregels

18

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

20

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

21

Artikel 11

Algemene wijzigingsregels

22

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

25

Artikel 12

Overgangsrecht

25

Artikel 13

Slotregel

26

Bijlagen bij regels

27

Bijlage 1

Staat van Horeca-activiteiten

29

Bijlage 2

Nota Parkeernormen

31

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

3

Regels

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

4

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

5

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan Sportpark Elsenburg met identificatienummer NL.IMRO.0603.bpsportelsenburg-VA01 van de gemeente Rijswijk. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 archeologische waarde de aan een gebied toegerekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden; 1.6 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.7 bestaand gebouw een gebouw, dat op de eerste dag van de inwerkingtreding van het plan bestaat, dan wel in uitvoering is of mag worden opgericht krachtens een omgevingsvergunning die voor dat tijdstip is aangevraagd; 1.8 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.9 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.10 bijgebouw een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het

hoofdgebouw;

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

6

1.11 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.12 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.13 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, met inbegrip van de begane grond; hieronder wordt niet begrepen een onderbouw: een gedeelte van een gebouw dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven peil is gelegen; een vide, waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50% van de onderliggende laag; een onbenoemde ruimte, waarvan de oppervlakte, voor zover de hoogte groter is dan 1,50 m, niet meer bedraagt dan 50% van de oppervlakte van de onderliggende laag; 1.14 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.15 bouwperceelsgrens een grens van een bouwperceel; 1.16 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.17 bouwwerk elke constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.18 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke,

overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.19 hoofdgebouw een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.20 horeca het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of het bedrijfsmatig verstrekken van logies, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaakfunctie, uitgezonderd seksinrichtingen en prostitutie; 1.21 horecacategorie een aan horeca toegekende categorie volgens de in de bijlage 1 bij deze regels opgenomen 'Staat van Horeca-activiteiten';

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

7

1.22 maatschappelijke voorzieningen overheids-, medische, onderwijs-, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, sociaal-recreatieve en daarmee vergelijkbare maatschappelijke voorzieningen, alsmede niet-commerciële voorzieningen ten behoeve van sportbeoefening, voorzieningen ten behoeve van het verenigingsleven, speelvoorzieningen, kinderdagverblijven en kinderopvang, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. Dit met uitzondering van fitnesscentra en/of sportscholen. 1.23 peil 1. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van de weg; 2. in andere gevallen en voor bouwwerken: bovenkant vanaf het gemiddelde maaiveld van het aansluitend afgewerkt terrein. tenzij elders in deze regels anders bepaald; 1.24 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: a. een prostitutiebedrijf; waaronder begrepen een erotische massagesalon; b. een seksbioscoop of sekstheater; c. een seksautomatenhal; d.

een seksclub of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.25 Staat van Horeca-activiteiten lijst van horeca-activiteiten ingedeeld naar toelaatbaarheid in relatie tot uitstraling in het algemeen, zoals verstoring en/of hinder, zoals opgenomen in bijlage 'Staat van Horeca-activiteiten'; 1.26 voorgevel de naar de openbare wegzijde gekeerde gevel; in geval meerdere gevels zijn aan te merken als voorgevel, is de gevel die meetelt in de huisnummering de voorgevel.

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

8

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn; 2.2 de bebouwde oppervlakte de som van de oppervlakte van alle bouwwerken binnen een bouwperceel, een binnen het bouwperceel aanwezig bouwvlak of ander terrein; 2.3 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; zie ook de 'Algemene bouwregels'; 2.4 brutovloeroppervlakte wordt gemeten binnenwerks, met dien verstande, dat de totale vloeroppervlakte ten dienste van kantoren, winkels of bedrijven, met inbegrip van de daarbij behorende magazijnen en overige dienstruimten worden opgeteld; 2.5 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7 de grondoppervlakte buitenwerks en boven peil; 2.8 de hoogte van een windturbine vanaf het peil tot aan de as van de windturbine; 2.9 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.10 de lengte, breedte of diepte tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.11 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

9

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Bestemmingsregels

Sport

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sport en recreatie, niet zijnde verblijfsrecreatie; b. maatschappelijke voorzieningen, zoals: 1. kinderopvang; 2. fysiotherapeut; 3. podotherapeut. c. met daaraan ondergeschikt horeca tot en met categorie 1 en een oppervlakte van ten hoogste 20 m² ; d. ter plaatse van de functieaanduiding (kdv): tevens een kinderdagverblijf; met daarbij behorende: e. terrassen; f. groen; g. verkeer; h. paden en (ontsluitings-)wegen; i. parkeervoorzieningen; j. water en waterhuiskundige voorzieningen; k. tevens een startheuvel ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - startheuvel'; l. tevens een brug ter plaatse van de aanduiding 'brug'. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Hoofdgebouwen Ten aanzien van de in lid 3.1 bedoelde gronden gelden voor het bouwen van hoofdgebouwen de volgende bouwregels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen een bouwvlak; b. binnen het bouwvlak mogen twee gebouwen gebouwd worden met een brutovloeroppervlakte van maximaal 3.000 m²; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 meter. 3.2.2 Bebouwing buiten het bouwvlak De oppervlakte aan bebouwing buiten het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 500 m2.

3.2.3 Overige bouwwerken Ten aanzien van de in lid 3.1 bedoelde gronden geldt voor overige bouwwerken, uitgezonderd overkappingen, dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan: a. 22 m voor lichtmasten en ander masten; b. 10 m voor beeldende kunstwerken en tribunes; c. 8 m voor ballenvangers; d. 4 m voor luifels; bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

10

e. 4 m voor bruggen; f. 2 m voor erf- of perceelafscheidingen achter de voorgevelrooilijn, op terrein waarop tevens gebouwen staan; g. 1 m voor overige erf- en perceelafscheidingen; h. 3 m overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2.4 Overige bouwwerken - overkappingen a. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 4 meter. b. in afwijking van het bepaalde in 3.2.4 sub a mag ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van sport - startheuvel' de bouwhoogte van een startheuvel inclusief overkapping en/of geluidsscherm maximaal 10 m bedragen; 3.2.5 Voorwaardelijke verplichting waterberging Een omgevingsvergunning voor bouwen wordt slechts verleend indien er volgens het bevoegd gezag sprake is van voldoende waterberging en nadat het bevoegd gezag een advies hierover heeft ontvangen van de waterbeheerder. Er is in ieder geval sprake van voldoende waterbergingals op eigen terrein wordt voorzien in de verwerking van het daarop vallende regenwater door middel van hergebruik, bodeminfiltratie of (tijdelijke) waterberging met een minimale capaciteit van minimaal 270 m3 annex 750 m2 oppervlaktewater.

3.3 Nadere eisen 3.3.1 Externe veiligheid - vluchtmogelijkheden Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het aspect externe veiligheid, ter beheersing van de uitpandige vluchtroutes, en de bereikbaarheid voor de brandweer, voor zover dit niet elders in dit plan is vastgelegd, nadere eisen stellen aan: a. vluchtmogelijkheden en de situering van bouwwerken; b. vluchtmogelijkheden en de inrichting van terreinen/openbare ruimte; c. vluchtmogelijkheden en het bebouwd oppervlak van gebouwen; d. vluchtmogelijkheden en het vloeroppervlak van gebouwen. 3.3.2 Externe veiligheid - afsluitbaarheid mechanische ventilatie Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het aspect externe veiligheid, ter bescherming van de blootstelling aan toxische gassen, nadere eisen stellen aan de afsluitbaarheid van mechanische ventilatie. 3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Voorwaardelijke verplichting Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken overeenkomstig het in lid 3.1 toelaatbaar gesteld gebruik is slechts toegestaan indien de watercompensatie als beschreven in 3.2.5 is aangelegd, met dien verstande dat de waterberging is aangelegd binnen 12 maanden na de start van het gebruik en duurzaam in stand wordt gehouden.

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

11

Artikel 4

Leiding - Gas

4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Algemeen De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een aardgastransportleiding met een diameter van ten hoogste 762 mm en een druk van ten hoogste 66,2 bar en de daarbij behorende belemmeringenstrook. 4.1.2 Prioriteitenstelling Voor zover de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' in dit plan samenvalt met een of meer andere (dubbel)bestemmingen worden bij toepassing van de dubbelbestemming in dit plan ook de regels in acht genomen die bij deze andere (dubbel)bestemmingen horen. Indien strijdigheid ontstaat tussen het belang van de veiligheid en het beheer van de gastransportleiding als bedoeld in artikel 4.1 en de voor deze gronden geldende andere bestemmingen prevaleert de dubbelbestemming 'Leiding - Gas'. 4.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 4.1 genoemde bestemming uitsluitend overige bouwwerken worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; b.

ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 ten behoeve van de bouw van gebouwen anders dan in dat lid genoemd onder de voorwaarden dat: a. de bij de betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen, b. het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad, c. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant/beheerder; 4.3.2 Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels De afwijkingsmogelijkheden zoals genoemd in lid 4.3.1 kunnen slechts worden toegepast indien: a. de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende grenswaarde uit de Wet geluidhinder of de vastgestelde hogere grenswaarde; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1.

de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. het aantal parkeervoorzieningen; 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen; 6. de bebouwingsmogelijkheden en/of gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; 7. het milieu; bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

12

c. de verkeersaantrekkende werking hiervan in overeenstemming is met de functie en vormgeving van de wegen in de nabije omgeving; d. op een goede wijze in de (extra) parkeerbehoefte wordt voorzien. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Verbod zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Gas' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het rooien van hoogopgaande en/of diepwortelende beplantingen en bomen; d. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een andere wijze ingraven dan wel indrijven van voorwerpen in de bodem; f. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; g. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; h.

het permanent opslaan van goederen. 4.4.2 Uitzonderingen op het verbod Het verbod van lid 4.4.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; b. die normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. die van geringe omvang zijn of gericht op en noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de leiding; e. welke graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten vormen. 4.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de veiligheid van de leiding en van de bijbehorende belemmeringenstrook. 4.4.4 Adviesprocedure Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen als bedoeld in lid 4.4.1 wint het bevoegd gezag advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

13

Artikel 5

Leiding - Hoogspanning

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanning' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, het beheer en instandhouding van een hoogspanningsleiding; met de daarbij behorende: a. Belemmerde strook; b. Voorzieningen. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 5.2 Bouwregels bouwwerken Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op of in de in dit artikel bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken en/of gebouwen ten behoeve van de hoogspanningsverbinding worden gebouwd; b. Op of in de in dit artikel bedoelde gronden zijn geen gebouwen en bouwwerken toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen en bouwwerken; c. indien bestaande gebouwen en/of bouwwerken worden vervangen, vernieuwd of veranderd is dit toegestaan indien de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 5.3 Afwijken van de bouwregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.2 in die zin dat de in de basisbestemming(en) genoemde gebouwen of andere-bouwwerken worden gebouwd, mits: a.

geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de betreffende hoogspanningsleiding; b. vooraf schriftelijk advies is verkregen van de betreffende netbeheerder. 5.4 Afwegingskader De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de betreffende hoogspanningsverbinding. 5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende activiteiten uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen: a. het aanbrengen en/of rooien van diepwortelende beplanting en bomen; b. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging of andere graafwerkzaamheden; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het aanleggen en/of verwijderen van kabels en leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur, anders dan ten dienste van de in lid 5.1 omschreven bestemming; e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage; f.

het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) watergangen, alsmede het verhogen of verlagen van het waterpeil; g. het opslaan van goederen, (brandbare)stoffen en/of materialen; h. het aanleggen van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere niet bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

14

i. j.

opneembare oppervlakteverhardingen; het aanbrengen en/of slopen van ondergrondse constructies, straatmeubilair, installaties, opstallen of apparatuur anders dan ten dienste van deze in lid 5.1 omschreven bestemming; het aanleggen van zonnepanelen;

5.6 Uitzondering van de vergunningplicht Het in lid 5.5 vervatte verbod is niet van toepassing op een werk, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn bij het van kracht worden van het plan; b. die verband houden met de aanleg, aanpassing of onderhoud van de betreffende hoogspanningsverbinding en de daarbij behorende voorzieningen; c. die vallen onder de Wet Informatie-uitwisseling Boven- en Ondergrondse Netten 5.7 Voorwaarden vergunningverlening Tot het verlenen van een omgevingsvergunning wordt eerst overgegaan, indien uit het verkregen positief schriftelijk advies van de netbeheerder is gebleken dat hierdoor de veiligheid en leveringszekerheid niet blijvend onevenredig worden geschaad. Aan de hand daarvan kan het bevoegd gezag desgewenst voorwaarden verbinden aan de vergunning, ter bescherming van bedoelde verbinding. 5.8 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend: a. een gebruik dat geen rekening houdt met een ongestoorde werking van de ondergrondse hoogspanningsleiding en de risico's die ermee verbonden zijn;

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

15

Artikel 6

Waarde - Ecologie

6.1 Bestemmingsomschrijving 6.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van natte en/of droge ecologische verbindingszone. 6.1.2 Prioriteitenstelling Voor zover de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie' in dit plan samenvalt met een of meer andere (dubbel)bestemmingen worden bij toepassing van de dubbelbestemming in dit plan ook de regels in acht genomen die bij deze andere (dubbel)bestemmingen horen. Indien strijdigheid ontstaat tussen het belang van de ecologische waarden als bedoeld in artikel 6.1 en de voor deze gronden geldende andere bestemmingen prevaleert de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie'. 6.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 6.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd. 6.3 Afwijken van de bouwregels 6.3.1 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 voor het bouwen krachtens andere daar voorkomende bestemmingen, mits de ecologische waarden niet worden geschaad. Alvorens de omgevingsvergunning (voor het bouwen) te kunnen verlenen, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning aan burgemeester en wethouders hieromtrent een schriftelijk advies van de/een (gemeentelijk of gecertificeerd) ecoloog te overleggen.

6.3.2 Voorwaarden aan een te verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen Aan een omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor ecologische waarden (zoals verblijfplaatsen o.i.d) kunnen worden behouden; b. de verplichting de activiteit die tot een verstoring van ecologische waarden leidt, te laten begeleiden door een door de gemeente aan te wijzen deskundige op ecologisch gebied. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 6.4.1 Verbod zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Ecologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het rooien van hoogopgaande en/of diepwortelende beplantingen en bomen; c. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage. 6.4.2 Uitzonderingen op het verbod Het verbod van lid 6.4.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden: a.

die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; b. die normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

16

6.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, kan worden verleend indien blijkt dat de werken en werkzaamheden plaatsvinden in het kader van het beheer van de gronden en daarmee geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het in ecologisch opzicht waardevolle gebied. 6.4.4 Adviesprocedure Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen als bedoeld in lid 6.4.1 wint het bevoegd gezag advies in bij een ecoloog omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de ecologische waarden niet onevenredig schaden.

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

17

Hoofdstuk 3

Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

18

Artikel 8

Algemene bouwregels

8.1 Parkeernormen 8.1.1 Nota parkeernormen Binnen het plangebied moet worden voldaan aan de normen uit de 'Nota Parkeernormen Gemeente Rijswijk' van 8 februari 2012, zoals opgenomen als bijlage 2 bij deze regels. 8.1.2 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het plan te wijzigen indien van het beleidsdocument als bedoeld in lid 8.1.1 een actuelere versie is vastgesteld, met dien verstande dat alsdan de actuelere versie van overeenkomstige toepassing is. 8.2 Overschrijding bouwgrenzen 8.2.1 Algemeen De in deze regels ten aanzien van bouwgrenzen zijn niet van toepassing voor wat betreft overschrijdingen met betrekking tot: a. stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen; b. plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, indien de overschrijding van de bouwgrens niet meer dan 12 cm bedraagt; c. gevel en kroonlijsten en overstekende daken, overbouwingen, galerijen en luifels, voor zover deze de bouwgrens met niet meer dan 0,50 m overschrijden; d. erkers en balkons voor zover deze de bouwgrens met niet meer dan 1,50 m overschrijden; e. ondergrondse funderingen en ondergrondse bouwwerken, voor zover deze de bouwgrens met niet meer dan 1 m overschrijden; f.

hijsinrichtingen aan tot bewoning bestemde gebouwen, voor zover deze hijsinrichtingen in geen enkele stand de voorgevelbouwgrens met meer dan 1 m overschrijden. 8.2.2 Afwijking a. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 8.2.1 voor het overschrijden van de bouwgrenzen met ten hoogste 1,50 m, indien het betreft: 1. toegangen van bouwwerken; 2. stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen; 3. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen; 4. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 5. luifels, reclametoestellen en draagconstructies voor reclame; 6. hijsinrichtingen, laadbruggen, stortgoten, stort- en zuigbuizen; 7. kelderingangen en kelderkoekoeken; b. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 8.2.1voor het overschrijden van de aangegeven bouwgrenzen ten behoeve van het bouwen van verbindingen (loopbruggen) tussen gebouwen, mits die uit oogpunt van stedenbouwkunde en verkeersveiligheid aanvaardbaar wordt geacht. 8.3 Ondergronds bouwen De planregels inzake de toelaatbaarheid, de aard, de omvang en de situering van gebouwen zijn in geval van ondergrondse bouw van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat deze uitsluitend is toegestaan met inachtneming van de volgende voorwaarden: a.

ondergrondse bouw is uitsluitend toegestaan onder de oppervlakte van bovengronds gelegen gebouwen, alsmede ter verbinding van gebouwen, met dien verstande, dat dit niet van toepassing is op situaties als bedoeld in 8.2.1, onder e; bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

19

b. gebouwd mag worden tussen peil en 3,50 m onder peil.

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

20

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

9.1 Gebruik onbebouwde gronden Onder verboden gebruik van onbebouwde gronden wordt in ieder geval verstaan: a. het storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen; b. het opslaan van goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; c. het opslaan van onklare voer- en vaartuigen of onderdelen hiervan; d. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; e. het opslaan van vuurwerk en/of andere gevaarlijke stoffen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (artikel 1 onder g). 9.2 Uitzonderingen gebuiksverbod Het bepaalde in lid 9.1 van dit artikel is niet van toepassing op: a. het (tijdelijk) gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemmingen of het normale onderhoud van de gronden; b. de opslag van goederen in het kader van de in het plan toegestane bedrijfsvoering; c. het opslaan of storten van afval- en meststoffen, voor zover noodzakelijk voor het normale onderhoud van de gronden en de watergangen. 9.3 Gebruik bouwwerken Onder verboden gebruik van bouwwerken wordt in ieder geval verstaan: a. vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; b. prostitutie; c. seksinrichtingen; d. het opslaan van vuurwerk en/of andere gevaarlijke stoffen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (artikel 1 onder g).

9.4 Uitzondering gebruiksverbod Het bepaalde in lid 9.3 van dit artikel is niet van toepassing op: e. het (tijdelijk) gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemmingen of het normale onderhoud van de bouwwerken; f. de opslag van goederen in het kader van de in het plan toegestane bedrijfsvoering.

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

21

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in deze regels ten behoeve van: a. de de bouw van niet voor bewoning bestemde gebouwen ten dienste van het openbaar nut, waarbij de oppervlakte ten hoogste 35 m2 en de goothoogte ten hoogste 4 m mag bedragen; gasdrukregel- en gasdrukmeetstations uitgezonderd; b. het in geringe mate afwijken ten aanzien van bouwgrenzen, hoogtescheidingslijnen en overige aanduidingen in het horizontale vlak, indien bij definitieve uitmeting of verkaveling blijkt dat deze afwijking in het belang van een juiste verwezenlijking van het plan redelijk, gewenst of noodzakelijk is en de afwijking ten opzichte van hetgeen is aangegeven niet meer bedraagt dan 3 m; c. het afwijken van de voorgeschreven maatvoering van bouwwerken (waaronder goothoogte, bouwhoogte, grondoppervlakte, onderlinge afstand, afstand tot perceelsgrenzen), eventueel met een overschrijding van de bouwgrens, mits deze afwijkingen niet meer bedragen dan 10% van de in het plan voorgeschreven maten; d. het overschrijden van de regels inzake de bouwhoogte van overige bouwwerken met maximaal 20%; e.

de bouw van antennemasten voor communicatiedoeleinden, waarbij de bouwhoogte niet meer dan 45 m mag bedragen en waarbij het beleid gericht is op het combineren van deze voorzieningen, op een koppeling van voorzieningen met bebouwing en op een dusdanige situering dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gewenste stedenbouwkundige kwaliteit van het plangebied; f. de bouw van overige bouwwerken, zoals een kunstobject, antennes en dergelijke tot een bouwhoogte van 15 m; g. het houden van evenementen voor de duur van maximaal 15 dagen per evenement, inclusief op- en afbouw van voorzieningen ten behoeve van dat evenement; h. het toestaan van geluidwerende voorzieningen, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6 m; i. het toestaan van één vlaggenmast per perceel, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 7 m; j. het toestaan van één reclame- en/of informatiezuil of -bord per perceel, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 7 m; k. Afwijken is alleen mogelijk indien geen onevenredige afbreuk plaatsvindt van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. een goede woonsituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

22

Artikel 11

Algemene wijzigingsregels

11.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op: a. het oprichten van gebouwen ten dienste van (openbare) nutsvoorzieningen met een inhoud van ten hoogste 150 m3 en een goothoogte van ten hoogste 3 m, dit voor zover deze op grond van de 'Algemene afwijkingsregels' niet kunnen worden gebouwd; b. een enigszins andere situering en/of begrenzing van bouwpercelen, dan wel bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en bouwvlakken en/of aanduidingen, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken dat verschuivingen nodig zijn ter uitvoering van een bouwplan, op voorwaarde, dat de oppervlakte van het betreffende bouwperceel, bestemmingsvlak dan wel bouwvlak met niet meer dan 10% zal worden gewijzigd. 11.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Burgemeester en wethouders zijn, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op: a. het (gedeeltelijk) wijzigen van de bestemmingen 'Waarde - Archeologie, indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat sprake is van een hogere dan wel lagere verwachtingswaarde; b.

het (gedeeltelijk) verwijderen van de bestemmingen 'Waarde - Archeologie, indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat geen sprake meer is van archeologische verwachtingswaarden; c. het (gedeeltelijk) wijzigen van de bestemming 'Waarde - Ecologie', indien dit noodzakelijk is geworden door de aanleg of gewijzigde ligging van de natte en/of droge ecologische verbindingszone. d. het (gedeeltelijk) wijzigen van de bestemming 'Leiding - Gas', indien dit noodzakelijk is geworden door de aanleg of gewijzigde ligging van de betreffende leiding; e. het (gedeeltelijk) wijzigen van de bestemming 'Leiding - Hoogspanning', indien dit noodzakelijk is geworden door de aanleg of gewijzigde ligging van de betreffende leiding; 11.3 Algemene randvoorwaarden bij wijzigingen Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan een wijziging van het plan, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. het aantal parkeervoorzieningen; 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen; 6. de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden en/of bezonning van de aangrenzende gronden en bouwwerken; 7. het milieu: b.

voldaan wordt aan de onderzoeksverplichting op de volgende onderdelen: 1. luchtkwaliteit; 2. parkeerbehoefte; 3. geluid; 4. bodemkwaliteit; 5. watertoets; 6. archeologie; 7. externe veiligheid (afweging van het groepsrisico); bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

23

8. ecologie, toetsing Flora- en faunawet; 9. economische uitvoerbaar en kostenverhaal.

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

24

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

25

Hoofdstuk 4

Artikel 12

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

12.1 Overgangsrecht bouwwerken 12.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet worden vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 12.1.2 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het lid 12.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het lid 12.1.1 met maximaal 10%. 12.1.3 Uitzondering Lid 12.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2 Overgangsrecht gebruik 12.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

12.2.2 Afwijkingsmogelijkheid Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 12.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 12.2.3 Verlooptermijn Lid 12.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 12.2.4 Uitzondering Lid 12.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende (bestemmings)plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

26

Artikel 13

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Sportpark Elsenburg'.

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

27

Bijlagen bij regels

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

28

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

29

Bijlage 1 Staat van Horeca-activiteiten

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

BIJLAGE STAAT VAN HORECA BEDRIJVEN Categorie 1 “lichte horeca” Bedrijven die in beginsel alleen overdag en 's avonds behoeven te zijn geopend (vooral verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken. Binnen deze categorie worden de volgende subcategorieën onderscheiden: 1a. Aan de detailhandelsfunctie verwante horeca: - automatiek; - broodjeszaak; - croissanterie; - koffiebar; - lunchroom; - ijssalon; - snackbar; - tearoom; - traiteur. 1b. Overige lichte horeca: - bistro; - restaurant (zonder bezorg- en/of afhaalservice); - hotel. 1c. Bedrijven met een relatief grote verkeersaantrekkende werking: - bedrijven genoemd onder 1a en 1b met een bedrijfsoppervlak van meer dan 250 m². Categorie 2 “middelzware horeca” Bedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en die daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken: - bar; - bierhuis; - biljartcentrum; - café; - proeflokaal; - shoarma/ grillroom; - zalenverhuur (zonder regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen).

Categorie 3 “zware horeca” Bedrijven die voor een goed functioneren ook 's nachts geopend zijn en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen: - dancing; - discotheek; - nachtclub; - partycentrum (regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen).

31

Bijlage 2 Nota Parkeernormen

bestemmingsplan "Sportpark Elsenburg" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

Nota Parkeernormen Gemeente Rijswijk

Nota Parkeernormen Gemeente Rijswijk Definitief

`

Herenstraat 1947

Herenstraat 1967

éE Herenstraat 2009

Vastgesteld door de gemeenteraad op 8 februari 2011 Gemeente Rijswijk Afdeling Stad & Samenleving Sectie ROVM

Auteurs: Frank de Jong Marijke van der Lely Stéphan Suiker

Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.

Aanleiding ................................................................................................................................. 1 Hoe worden parkeernormen bepaald ?..................................................................................... 4 Stedelijkheidsgraad en gebiedsindeling.................................................................................... 5 Uitgangspunten bij het beleid.................................................................................................... 6 Parkeernormen voor “wonen” ................................................................................................... 8 Parkeernormen voor “werken/winkelen” ................................................................................. 11 Parkeerkencijfers voor “overige functies”................................................................................ 12 Parkeerbalans bij mengfuncties .............................................................................................. 13 Fietsparkeren .......................................................................................................................... 14 Procedures.............................................................................................................................. 15

Bijlagen: Bijlage 1: Gebiedsafbakening centrumgebieden Bijlage 2: Parkeernormen Wonen en woningwaarden Bijlage 3: Parkeernormen Werken

1. Aanleiding In 2000 is de Parkeernota “balans tussen functies” vastgesteld. In de praktijk is gebleken dat de in die nota vastgelegde parkeernormen voor nieuwbouwprojecten op meer dan één manier uitgelegd kunnen worden. Discussies rondom de parkeernormen en de rekenmethodes hebben tot onduidelijkheid kunnen leiden. Bouwplannen zijn vertraagd en zelfs tegengehouden als gevolg hiervan. Bouwaanvragen worden namelijk getoetst aan artikel 2.5.30 1 van de bouwverordening. Artikel 2.5.30 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen. 1. Indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen van auto’s in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Deze ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of de bewoning van het gebouw, waarbij rekening moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per openbaar vervoer. 2. De in het eerste lid bedoelde ruimte voor het parkeren van auto’s moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan: a. Indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten minste 1,8 m bij 5,0 m en ten hoogste 3,25 m bij 6,0 m bedragen; b.

Indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicaptevoor zover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst- ten minste 3,5 m bij 5,0 m bedragen. 3. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 4. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste en het derde lid: a. Indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. Voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. Op grond van deze bepaling moet bij elk bouwplan zijn voorzien in voldoende ruimte voor het stallen van auto’s. Of deze bepaling juist wordt toegepast wordt getoets in bezwaar- en (hoger) beroepsprocedures.

1

Dit artikel of indien dat het geval is in de toekomst, de vervanger/opvolger van het artikel. 1

Daarnaast zijn de parkeernormen ruim 9 jaar oud en zijn (landelijke) inzichten en (lokale) omstandigheden gewijzigd. De samenleving verandert. Aan de ene kant is er een toename van het autobezit en dagelijkse files, maar aan de andere kant is een trend waarneembaar van de ‘bewuste mobilist’ die kiest voor een mix van autogebruik en alternatieven van openbaar vervoer of fiets. In onze regio wordt flink geïnvesteerd in initiatieven die de bewuste keuze stimuleren. In verstedelijkte gebieden (centra) wordt het steeds gebruikelijker dat men niet langer kan verwachten de auto en/of tweede auto voor de eigen voordeur te kunnen parkeren. Om deze redenen dienen de parkeernormen vooruitlopend op de herijking van het parkeerbeleid te worden geactualiseerd. De komende jaren wordt een fors aantal bestemmingsplannen geactualiseerd en er zijn diverse bouw- en wijzigingsplannen in ontwikkeling. Actuele parkeernormen en een eenduidige interpretatie van de beleidsregels rondom bijvoorbeeld de rekenmethodes zijn een noodzakelijk beleidsinstrument. Om in de toekomst voldoende parkeergelegenheid te kunnen houden en duidelijkheid te krijgen over de implementatie van de parkeernormen is de “Nota Parkeernormen Gemeente Rijswijk” opgesteld. Deze nota is het toetsingskader voor de komende jaren.

Door herziening van de bijlagen bij deze nota kan de komende jaren flexibel worden ingespeeld op bijvoorbeeld maatschappelijke trends of een gewijzigde beleidsvisie. Samengevat: De parkeernormen van de gemeente Rijswijk zijn om de volgende redenen aan vernieuwing toe: 1. De parkeernormen zijn ruim 9 jaar oud en intussen zijn (landelijke) inzichten en (lokale) omstandigheden gewijzigd. 2. Centrumgebieden met een hoger aanbod aan openbaar vervoer en fietsvoorzieningen hebben een lagere parkeerbehoefte dan ´buitengebieden’. Differentiatie van parkeernormen is daarom noodzakelijk. 3. De huidige parkeernormen zijn niet eenduidig uit te leggen. Dit leidt tot het vertragen van ontwikkelingen. 4. De procedure voor het gebruik, toetsing en mogelijke afwijking van de normen moet worden verhelderd. 5. De komende jaren wordt een fors aantal bestemmingsplannen geactualiseerd. Om de nieuwe parkeernormen van toepassing te verklaren is de nota parkeernormen nodig. Deze nota vervangt paragraaf 4.2.5 van de Parkeernota “balans tussen functies” (2000). Om te voorkomen dat in de toekomst bij herziening van indeling van gebieden, vastgestelde woningwaarden of de parkeernormen de gehele nota herzien moet worden, zijn deze onderdelen in aparte bijlagen bij deze nota opgenomen. De overige beleidsonderwerpen uit de Parkeernota “balans tussen functies” blijven ongewijzigd van kracht.

Het gebruik van parkeernormen heeft tot doel een zodanig aantal parkeerplaatsen voor nieuwe ontwikkelingen (of bij uitbreidingen) voor te schrijven, dat de plaatsen voorzien in de vooraf in te schatten parkeervraag. Daarmee moet worden voorkomen dat door aanleg van te weinig parkeerplaatsen een tekort en daarmee parkeeroverlast ontstaat. Tevens voorkomen de normen dat teveel parkeerplaatsen worden aangelegd, waardoor de automobiliteit gestimuleerd wordt en de leefbaarheid nadelig wordt beïnvloed.

2

De normen zijn alleen van toepassing op (nieuwe) ontwikkelingen waarvoor een bouwvergunning vereist is, zoals nieuwbouwprojecten, uitbreidingen van bestaande bebouwing en functiewijzigingen waarvoor tevens een bouwvergunning is vereist. Bij bestaande situaties (bestaande bebouwing) spelen parkeernormen geen rol: bestaande situaties worden niet getoetst aan de bouwverordening of het bestemmingsplan. Het is niet zo dat wanneer er parkeerproblemen zijn in een bepaald gebied, via een parkeerbalans met nieuwe normen bepaald kan worden dat in het gebied een bepaalde hoeveelheid parkeerplaatsen bijgemaakt moet worden. Wel geeft het een indicatie van een mogelijk tekort aan parkeerplaatsen. Toelichting: Wat is een parkeernorm? Een parkeernorm is een getal dat aangeeft hoeveel parkeerplaatsen voor een functie nodig zijn bij een bepaalde eenheid: voor woningen bijvoorbeeld kan een norm 1,8 parkeerplaats per woning zijn. Parkeernormen worden alleen gebruikt voor de berekening van de parkeervraag bij bouwaanvragen voor nieuwe ontwikkelingen of bij functiewijzigingen waarvoor een bouwvergunning of een vrijstellingsprocedure is vereist. De parkeernormen die in deze nota worden voorgesteld bieden houvast bij het bepalen van de benodigde parkeerruimte (de parkeereis) bij woningen, kantoren, winkels, etc.

Het aantal aan te leggen parkeerplaatsen is afhankelijk van de grootte van de voorziening en de parkeernorm die bij die ontwikkeling hoort. Volgens de Bouwverordening dient degene die een bouwaanvraag indient, dit aantal parkeerplaatsen in eerste instantie aan te leggen op eigen terrein. Het gebruik van juiste parkeernormen draagt bij aan een gunstig leef- en woonklimaat: met voldoende parkeerplaatsen wordt parkeeroverlast voorkomen, en met een lager aanbod van plaatsen voor bepaalde functies kunnen mensen gestimuleerd worden tot een bewuster mobiliteitsgedrag en een andere vervoerwijze. Sturing in het aanbod van parkeerplaatsen via parkeernormen kan daarbij een middel zijn.

3

2. Hoe worden parkeernormen bepaald ? Voor het vaststellen van de nieuwe parkeernormen is gebruik gemaakt van landelijke kencijfers van het CROW 2 . Het CROW heeft in september 2008 nieuwe richtlijnen voor parkeernormen uitgebracht in publicatie 182: “Parkeerkencijfers – Basis voor parkeernormering”, verder kortheidshalve CROW publicatie Parkeerkencijfers te noemen. Deze richtlijnen zijn landelijk (ook juridisch) geaccepteerd als acceptabel en betrouwbaar. Op basis van deze kencijfers worden middels deze nota de parkeernormen voor de lokale situatie in Rijswijk vastgesteld. Frequente herijking van de parkeernormen is noodzakelijk om in te kunnen spelen op de veranderende vraag naar parkeerplaatsen en de ontwikkeling daarvan. Parkeerkencijfers zijn ontwikkeld als hulpmiddel voor ontwerpers om uit te rekenen hoeveel parkeerplaatsen bij een bepaalde voorziening ongeveer nodig zijn. Ze zijn op de praktijk gebaseerd. De parkeernormen die met deze nota worden vastgesteld voor wonen, werken en winkels geven het aantal parkeerplaatsen (bij een bestemming) aan dat bij nieuw- en verbouw moet worden aangelegd. Van deze parkeernorm wordt niet afgeweken tenzij door burgemeester en wethouders, ontheffing verleend wordt. Voor de overige, minder vaak voorkomende functies zullen de parkeerkencijfers van het CROW (publicatie 182) worden toegepast.

Vanwege de grote verschillen in kenmerken die bij deze functies de toe te passen parkeernorm bepalen, is besloten geen norm vast te stellen. Voorbeelden van deze voorzieningen zijn tuincentra, wijkcentra en grootschalige detailhandel. Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen wordt bepaald op basis van parkeernormen. Daarbij is in het vertalen van de parkeerkentallen naar parkeernormen voor Rijswijk rekening gehouden met: 1. bereikbaarheidskenmerken van de locatie; 2. specifieke kenmerken van de functie; 3. mobiliteitskenmerken van de gebruikers/bezoekers; 4. het gemeentelijk parkeerbeleid. Om uitdrukking te geven aan bereikbaarheidskenmerken wordt onderscheid gemaakt naar ligging van de functie in de stad en stedelijkheidsgraad (mate van de dichtheid van de bebouwing, mix van functies en bereikbaarheid). Centrumgebieden kenmerken zich over het algemeen door enerzijds een schaarse ruimte en anderzijds een goede bereikbaarheid met openbaar vervoer, waardoor de parkeervraag lager is dan in perifeer gelegen gebieden. Dit vraagt om differentiatie van de parkeernormen voor verschillende gebieden.

2

CROW: nationaal kennisplatform voor infrastructuur, verkeer en openbare ruimte 4

3. Stedelijkheidsgraad en gebiedsindeling In CROW publicatie Parkeerkencijfers, zijn de parkeerkencijfers opgebouwd naar stedelijkheidsgraad (zoals gehanteerd door het CBS) en gebiedsindeling. De stedelijkheidsgraad van de gemeente en specifiek de locatie bepaald welke parkeerkencijfers of -normen worden toegepast. De gemeente Rijswijk is te categoriseren als ‘zeer sterk stedelijk gebied’ met een omgevingsadressendichtheid (OAD) van circa 3000 adressen per km². In Rijswijk was tot nu toe geen gebiedsindeling aangegeven. Voor het parkeren is dit wel wenselijk. Er is voor gekozen om onderscheid te maken tussen drie gebiedstypen, namelijk centrum, bestaand stedelijk gebied en uitleggebieden. Onder het gebied centrum wordt verstaan: de stationsomgeving, In de Boogaard en Oud Rijswijk. Deze gebieden hebben duidelijke winkelconcentraties en een goede bereikbaarheid per openbaar vervoer. Dit uitleggebied omvat de nieuwbouwlocatie Rijswijk Zuid. Dit gebied ligt aan de rand van het bestaand stedelijk gebied en vraagt vanuit de ligging en bereikbaarheidskenmerken om een andere parkeernorm. Bovendien is er in deze gebieden de mogelijkheid om voor de flexibiliteit van parkeren ruimte te reserveren voor toekomstige parkeerplaatsen.

Daarbij kan worden gedacht aan opvang van de groeiende parkeerbehoefte door autonome groei van het autobezit of kinderrijke wijken, waar het autobezit groeit doordat kinderen als ze ouder worden ook auto gaan rijden. Voor dit gebied geldt dan ook aanvullend op de parkeernorm de eis dat 0,2 parkeerplaats per woning extra wordt gereserveerd in het openbaar gebied, waar in de toekomst mogelijk parkeerplaatsen kunnen worden aangelegd. Dit maakt de wijk toekomstbestendig. Tot die tijd kan deze gereserveerde ruimte worden gebruikt voor andere doeleinden, mits de ruimte eenvoudig is om te bouwen tot parkeergelegenheid. De overige gebieden worden aangewezen als bestaand stedelijk gebied, waarvoor dezelfde parkeernormen gelden, maar geen aanvullende eisen worden gesteld met het oog op de toekomst. In bijlage 1 van deze nota zijn de grenzen van de gebieden aangeduid.

5

4. Uitgangspunten bij het beleid Nieuwbouw en herstructurering De nieuwe parkeernormen gelden alleen voor nieuwbouw- en herstructureringsprojecten in de gemeente Rijswijk. Voor bestaande situaties is het uitgangspunt dat het huidige aantal parkeerplaatsen per functie/gebouw blijft gehandhaafd. Bij nieuwbouwprojecten wordt in principe alleen de parkeervraag van de nieuwe voorziening gerealiseerd. Wanneer dat wenselijk is én er is ruimte, kan er meer capaciteit door de ontwikkelaar of gemeente Rijswijk worden gerealiseerd om de bestaande parkeerdruk in omliggende straten op te vangen. Dit is echter niet verplicht. Voor de benodigde extra parkeerplaatsen is een onderbouwing op grond van parkeeronderzoek noodzakelijk. Het college neemt een besluit over de aanleg van extra parkeervoorzieningen. Voorbeeld In een gebied staan 20 woningen met 28 parkeerplekken. Een deel van de woningen (10 stuks) wordt gesloopt en hier komen nieuwe woningen voor terug. De nieuwbouw komt deels te liggen op de 28 parkeerplekken. Voor de bebouwing die niet gesloopt worden, moeten minimaal 14 plekken gehandhaafd blijven of worden herbouwd. Voor de nieuwbouw dient conform de parkeernormen een vast te stellen aantal parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Combinatie van functies Op bedrijventerreinen en in woonwijken is de parkeereis vrij eenvoudig te bepalen.

Wanneer meerdere functies in het gebied liggen, is het lastiger. Indien meerdere functies worden gerealiseerd dient het gewenst aantal parkeerplaatsen vastgesteld te worden op basis van een parkeerbalans. Hierbij wordt rekening gehouden met dubbelgebruik en aanwezigheid van parkeerders. In hoofdstuk 8 is de parkeerbalansmethode toegelicht. Definities De volgende definities zijn van belang bij het vaststellen van de parkeerbehoefte.  Eigen terrein: het kadastraal perceel of de kadastrale nummers/percelen behorende bij de betreffende functie;  Directe omgeving: omgeving rond het plangebied, per functie:  wonen: circa 100 meter  winkelen: circa 600 meter  werken: circa 800 meter  overige functies: circa 100 meter Deze afstanden zijn gebaseerd op de CROW richtlijnen.  Aanvrager: initiatiefnemer van de bouw- en ontwikkelingsplannen.  Openbare ruimte: de ruimte die voor iedereen toegankelijk is. Vanwege dit open karakter, vindt in deze ruimte veel van de dagelijkse activiteiten plaats. Plaatsen die onder de openbare ruimte vallen zijn onder andere straten en pleinen, kortom de ruimte die niet direct aan een bepaalde groep of individu kan worden toegeëigend.  Parkeernorm: een getal dat aangeeft hoeveel parkeerplaatsen voor een functie nodig zijn bij een bepaalde eenheid. 6

 Parkeereis: Verplicht aantal parkeerplaatsen dat moet worden aangelegd na berekening van de parkeernorm voor een ontwikkeling. Ingeval meerdere functies in de ontwikkeling zijn opgenomen dient een parkeerbalans te worden opgesteld die de parkeereis bepaald.  Parkeerbalans: Berekeningsmethode om het dubbelgebruik van parkeerplaatsen mee te wegen bij het berekenen van de parkeereis (zie hoofdstuk 8).  Voor het openbaar verkeer toegankelijke ruimte: alle wegen of paden als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 waarop de verkeersregels van toepassing zijn.  Hoge Parkeerdruk: Er is sprake van een hoge parkeerdruk wanneer uit onderzoek blijkt dat bij twee achtereenvolgende metingen op de drukste momenten de bezetting van het aantal parkeerplaatsen hoger is dan 85%. De drukste momenten worden bepaald aan de hand van de aanwezigheidspercentages van tabel op pagina 13. Afronding Parkeernormen worden altijd afgerond naar boven.

7

5. Parkeernormen voor “wonen” In dit hoofdstuk worden de parkeernormen voor “wonen” en de toepassing ervan toegelicht. De parkeervraag bij woningen (zowel koop als huur) wordt bepaald door de bewoners en door hun bezoekers. Uit onderzoek van het CROW blijkt dat de parkeervraag van woningen in hogere prijsklassen hoger is dan bij lagere prijsklassen. Naast onderscheid in ligging wordt bij de functie wonen dus ook onderscheid gemaakt in prijsklasse van de woning. In bijlage 2 zijn de te hanteren prijsklassen opgenomen. Deze zijn gebaseerd op de prijsklassen van woningen die door Stadsgewest Haaglanden wordt gehanteerd. Huur- en koopprijsgrenzen worden jaarlijks door het Dagelijks Bestuur van het stadsgewest Haaglanden vastgesteld en lopen van 1 januari tot en met 31 december van het betreffende jaar. In deze tabel zijn ook de te hanteren parkeernormen voor verschillende woningtype/-prijsklasse en per gebied opgenomen. De normen zijn gebaseerd op het autobezit in Rijswijk, stedelijkheidsgraad en ligging. Deze parkeernormen zijn inclusief parkeerruimte voor bezoekers. De parkeernorm voor bezoekers bedraagt 0,3 parkeerplaats per woning. Daarom moet in woongebieden altijd minimaal 0,3 parkeerplaats per woning in de openbare ruimte of op de openbare weg worden gerealiseerd. Voorbeeld Er worden 10 nieuwe woningen gebouwd buiten het centrumgebied in de dure prijsklasse.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=49b5fff4-29db-4d30-9820-885cba6bbe0f