CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB 25 074 bijlage 1 Ontwerp Warmteprogramma 2025

Forum Stad 7 oktober 2025, gemeente RijswijkBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken: vaststelling wijze van afdoening19.399 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

7.1 Procesmonitoring Voor de buurten waar we voor 2036 aan de slag gaan, monitoren we op de voortgang van het proces. Dit betreft: -

Het opstellen van een uitvoeringsplan. Het vaststellen van een warmtekavel. Het uitwerken van de aanwijsbevoegdheid. Het wijzigen van het omgevingsplan voor het opnemen van de aanwijsbevoegdheid.

7.2 Voortgangsmonitor De voortgangsmonitor richt zich op de hoofddoelstelling van het Warmteprogramma: het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Met de voortgangsmonitor brengen we in beeld: -

-

De ontwikkeling van het energieverbruik, waaronder: o De ontwikkeling van het elektriciteitsgebruik. o De ontwikkeling van het aardgasgebruik. De gebieden die aardgasvrij zijn geworden, en daarbij specifiek: o Het aantal gebouwen dat aardgasvrij is geworden. o Het aantal aansluitingen op het warmtenet. o Het aantal woningen dat opt-out keuze heeft gemaakt. o De tevredenheid van inwoners over het proces.

51

8. Hoe is dit Warmteprogramma tot stand gekomen? In december 2021 is de Transitievisie Warmte Rijswijk 2021 (hierna Transitievisie Warmte) vastgesteld door de gemeenteraad. Het opstellen van het Warmteprogramma is gestart met een terugblik op de uitvoering van de Transitievisie Warmte. In dit hoofdstuk gaan we in op die terugblik. Daarna volgt een toelichting op de participatie die tijdens het opstellen van het Warmteprogramma is uitgevoerd, de planmer-beoordeling, wie betrokken zijn geweest bij het opstellen van dit Warmteprogramma en een overzicht van de relevante onderzoeken en bronnen.

8.1 Terugblik Transitievisie Warmte In de Transitievisie Warmte zijn de volgende doelstellingen opgenomen: 1. “Gemeente Rijswijk legt de focus op isolatie en voorlichting, het ondersteunen van lokale initiatieven en het maken van een uitvoeringsplan om een aantal buurten voor 2030 stap voor stap van het gas af te halen.” 2. “Hoofdlijnen van de visie zijn: inzetten op het verkleinen van de warmtevraag, lokale initiatieven stimuleren en faciliteren, betaalbaarheid, stap voor stap, samen.” 3. “Jaarlijkse reductie van energieverbruik gemiddeld 1,4%.” 4. “Het maken van een uitvoeringsplan om een aantal buurten voor 2030 van het gas af te halen.” 5. “Informeren (communicatie) en betrekken (participatie) zijn twee losse sporen waar de gemeente intensief op inzet.” Vanaf 2022 is de uitvoering van de Transitievisie Warmte van start gegaan. De inzet heeft zich hoofdzakelijk gericht op energiebesparing en het onderzoek naar warmtenetten in Rijswijk west. Onder de noemer “Rijswijk schakelt over” is een communicatiecampagne gestart. Vanuit deze campagne is ingezet op energiebesparing door bewustwording om het energieverbruik te verlagen. In samenwerking met de energiefixers is ingezet op energiebesparende maatregelen en het verminderen van energiearmoede.

In 2024 is het Woningisolatieprogramma van start gegaan met een ondersteuningsaanbod voor VvE’s en individuele woningeigenaren om aan de slag te gaan met woningisolatie. De voorgenomen jaarlijkse reductie van energieverbruik met gemiddeld 1,4% is ruim behaald. In de periode 2014 – 2023 is de energievraag in Rijswijk met ongeveer 24,5% gedaald. Daarbij moet opgemerkt worden dat de energietekorten in 2021 en de daarbij behorende prijsstijgingen hebben bijgedragen aan de bewustwording en de actiebereidheid om energie te besparen. Ruim driekwart van de reductie heeft plaatsgevonden in de periode 2021-2023. Dit is niet alleen bereikt door isolatiemaatregelen maar ook door veranderend gedrag. Lokale initiatieven op het gebied van zonne-energie en bodemwarmte hebben zich vooral aangediend bij nieuwbouw en her-ontwikkelingsprojecten. Dit is in minder mate het geval geweest bij bestaande bouw. Lokale initiatieven in de bestaande bouw op het gebied van woningisolatie komen voornamelijk vanuit VvE’s en in mindere mate vanuit verenigingen. De gemeente biedt hierop ondersteuning en adviseert VvE’s ook over het ‘activeren’ van de VvE om met alle eigenaren binnen de VvE aan de slag te gaan met verduurzaming. Voor de overstap naar alternatieve warmtebronnen is voor de buurten in Rijswijk West een verkenning gestart naar de haalbaarheid van het warmtenet.

Dit heeft meer tijd gevraagd dan voorzien, waardoor de planning uit de Transitievisie Warmte niet is gehaald. Het opstellen van de uitvoeringsplannen zijn daardoor nog niet aan de orde geweest.

52

De communicatie richting de samenleving is vooral gericht op het informeren over energiereductie en de ontwikkeling rondom warmtenetten. Participatie heeft in mindere mate plaatsgevonden. Wel is de adviesraad Energietransitie opgericht, een groep inwoners die de gemeente adviseert over de beleidsontwikkeling op het gebied van de energietransitie.

8.2 Participatie en communicatie Voor de ontwikkeling van het Warmteprogramma 2025 hebben we een reeks participatieactiviteiten georganiseerd om inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners te betrekken. De participatie had als doel om bewustwording en betrokkenheid te creëren, ruimte te bieden voor vragen en zorgen, en input op te halen voor de verdere planvorming. De activiteiten richtte zich op het informeren, raadplegen en in gesprek gaan met inwoners via inloopavonden en een webinar. De communicatie voor deze participatiemomenten vond plaats via diverse kanalen zoals social media en lokale media. Het Warmteprogramma werd tekstueel uitgelegd op banners, en mondeling via presentaties en gesprekken, met extra nadruk op praktische vragen zoals kosten, planning en aanpassingen aan woningen. Tijdens de vijf fysieke bijeenkomsten en één digitale sessie kwamen vooral vragen naar voren over de praktische consequenties van de warmtetransitie: kosten, timing en benodigde aanpassingen aan woningen. Samengevat: de haalbaarheid en betaalbaarheid. Hoewel de bijeenkomsten bewust informeel en interactief waren opgezet, werd duidelijk dat er veel behoefte is aan duidelijke en toegankelijke informatie over concrete stappen. Ook kwamen enkele inwoners met initiatieven en ideeën die in de toekomst mogelijk verder uitgewerkt kunnen worden.

Naast de participatieactiviteiten gericht op inwoners en ondernemers is de Adviesraad Energietransitie Rijswijk meerdere keren betrokken geweest bij het proces en levert zij formeel advies. Sinds 2022 heeft de gemeente de Adviesraad Energietransitie Rijswijk (hierna adviesraad). De adviesraad bestaat uit inwoners die het College van burgemeester en wethouders gevraagd en ongevraagd advies geeft op het gebied van de energietransitie. Op die manier helpt de adviesraad de gemeente om beleid beter aan te laten sluiten op wat er leeft in de samenleving. Met de adviesraad is op verschillende momenten bijgepraat over het proces en de beleidsontwikkeling in het Warmteprogramma. In deze gesprekken zijn vragen en ideeën uitgewisseld. De adviesraad geeft voor vaststelling van het Warmteprogramma formeel advies op het ontwerp Warmteprogramma. Samenvattend hebben de participatieactiviteiten geleid tot waardevolle inzichten die meegenomen worden in het vervolgtraject. Uitgebreide informatie over hoe inwoners, ondernemers en de interne gemeentelijke organisatie zijn betrokken en wat er met hun inbreng is gedaan, staat in het participatieverslag dat als bijlage bij dit Warmteprogramma is bijgevoegd.

8.3 Milieueffectrapportage In de Omgevingswet is bepaald dat er voorafgaand aan bepaalde besluiten een procedure moet worden doorlopen voor het opstellen van een onderzoek naar de gevolgen voor het milieu. De procedure noemen we een plan-mer en de uitkomsten van het onderzoek komen te staan in een MER (de milieueffectrapportage). Een plan-mer is verplicht voor de vaststelling van het Warmteprogramma, als dat Warmteprogramma kaders stelt voor projecten die genoemd staan in bijlage V van het Omgevingsbesluit. In dit Warmteprogramma staan 4 activiteiten opgenomen die genoemd staan in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Dat is de aanleg van het warmtenet, tijdelijke warmtestations op aardgas, geothermische boring en bodemenergie. Van kaders is sprake als het programma criteria of voorwaarden bevat voor de goedkeuring of uitvoering van projecten door het bevoegd bezag, dat uiteindelijk 53

toestemming moet geven voor een project12. Voorbeelden daarvan staan opgenomen in de Handreiking mer in de warmtetransitie van het NPLW en zijn: -

Een locatiekeuze (of locatiecriteria). Een tracékeuze van een warmtenet (of criteria hiervoor) Tijdspaden of faseringen De omvang van de maatregelen te begrenzen De wijze van uitvoering te beschrijven die relevant is voor een later project-mer(beoordelings)plichtig besluit

Voor het vaststellen van de Omgevingsvisie Rijswijk is recent een plan-mer opgesteld. Met het doorlopen van de verplichte procedure zijn de milieueffecten voor de aanleg van het warmtenet, geothermische boring en bodemenergie in kaart gebracht. Voor het Warmteprogramma is een plan-mer-beoordeling uitgevoerd. Met een plan-mer-beoordeling wordt in beeld gebracht of er aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden, waardoor het wenselijk is om een plan-mer op te stellen. Advies- en ingenieursbureau Tauw heeft de plan-mer-beoordeling uitgevoerd. Deze in opgenomen in bijlage 3. De uitkomst van de plan-mer-beoordeling is op hoofdlijnen als volgt: -

Voor bijna alle thema’s (behalve voor stikstof) worden er geen aanzienlijke milieueffecten verwacht. Door toegepaste mitigerende maatregelen kunnen negatieve milieugevolgen van de geplande activiteiten aanzienlijk worden beperkt. De uitzondering hierop is stikstof. Voor stikstof is nader onderzoek nodig om te berekenen wat de stikstofneerslag van de activiteiten uit het Warmteprogramma zijn in Natura-2000 gebieden.

In de gemeente Rijswijk zijn geen Natura 2000-gebieden aangewezen. Wel liggen er enkele gebieden op relatief korte afstand van de gemeente, dit zijn: Meijendel & Berkheide (circa 10 kilometer), Westduinpark & Wapendal (circa 8 kilometer) en Solleveld & Kapittelduinen (circa 8 kilometer). Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden zullen effecten zoals verstoring door licht en geluid, verdroging van de bodem en verzuring niet van toepassing zijn. Wel kan er sprake zijn van stikstofdepositie in deze gebieden als gevolg van activiteiten uit het Warmteprogramma. Om aan te tonen dat er geen stikstofuitstoot neerkomt in de Natura 2000-gebieden is een stikstofdepositieberekening nodig. De stikstofuitstoot van de activiteiten uit het Warmteprogramma, bijvoorbeeld de tijdelijke warmtestations, maar ook graafwerkzaamheden voor de aanleg van een warmtenet, zullen op de lange termijn zorgen voor een vermindering van de stikstofuitstoot doordat gebouwen aardgasvrij verwarmd worden. Voorheen konden dergelijke toekomstige effecten tegen elkaar worden weggestreept, dat werd ‘intern salderen’ genoemd. Recente jurisprudentie van de Raad van State bepaalt dat voor intern salderen op projectniveau voortaan een natuurvergunning nodig is. Dit is aan de orde op het moment dat er een vergunning wordt verleend voor de uitvoering van het project.

Bron: Plannen en programma's en de milieueffectrapportage | Informatiepunt Leefomgeving, geraadpleegd 15-04-2025 12

54

Gezien de conclusies van de plan-mer-beoordeling is ervoor gekozen om geen plan-mer op te stellen voor het Warmteprogramma. Bij het opstellen van dit Warmteprogramma is gebruikt gemaakt van de plan-mer op de Omgevingsvisie en de plan-mer-beoordeling. Bij de uitwerking van projecten die benoemd staan in dit Warmteprogramma en in bijlage V van het Omgevingsbesluit worden de milieueffecten opnieuw in beeld gebracht met een project-mer.

8.4 Wie hebben er meegedacht? Bij het opstellen van het Warmteprogramma zijn verschillende partijen betrokken. De professionele partners hebben meegedacht in de Warmteprogramma Klankbordgroep. De leden van de klankbordgroep zijn: • Warmtebedrijf HVC • Woningcorporatie Rijswijk Wonen • Netbeheerder Stedin • Woningcorporatie Vidomes Ook is afgestemd met regiogemeenten in de Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag (RES), met name met de buurtgemeentes van Rijswijk in het zogenaamde RES-cluster Haaglanden. De leden van het RES-cluster Haaglanden zijn: • Gemeente Rijswijk • Gemeente Den Haag • Gemeente Leidschendam-Voorburg • Gemeente Delft • Gemeente Wassenaar Verder heeft regelmatig afstemming plaatsgevonden met de adviesraad Energietransitie.

8.5 Bronnen Voor het opstellen van dit Warmteprogramma is gebruik gemaakt van de onderstaande bronnen. •

CBS (2022), Aantal aardgasaansluitingen op wijk- en buurtniveau, 2022. Via URL: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2023/42/aantallen-aardgasaansluitingen-op-wijk-enbuurtniveau-2022

•

CBS, Regionale klimaatmonitor, via URL: https://klimaatmonitor.databank.nl/.

•

CE Delft (2023), MKBA Bodemenergie.

•

DNE research (2024), Nationaal Trendrapportage warmte.

•

EBN (2025), Energie in cijfers 2025.

•

Gemeente Utrecht (2025), Data-analyse voor de onderbouwing van de Beleidsnota Warmte en het Warmteprogramma.

•

Klimaateffectatlas, Kaartviewer, via URL: https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/kaartviewer.

•

Klimaateffectatlas, buurtdashboard, via URL https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/buurtdashboard.

55

•

KNMI (2023), KNMI’s23 klimaatscenario’s.

•

KNMI (2025), De staat van ons klimaat 2024.

•

KNMI, Klimaatdashboard. Via URL: https://www.knmi.nl/klimaat.

•

Mentink Procesmanagement (2025), Onderbouwing huidige en toekomstige warmte- en elektriciteitsvraag Rijswijk.

•

Mentink Procesmanagement (2025), Onderbouwing Warmtestrategie Rijswijk.

•

PBL (2024), Klimaat en Energieverkenning 2024

•

PBL (2025), Startanalyse aardgasvrije buurten 2025.

•

Rijksoverheid (2019), Schakelen naar de toekomst – IBO bekostiging elektriciteitsinfrastructuur

•

RVO (2024), Marktinformatie isolatiematerialen, isolatieglas en Hr-ketels 2010-2023.

•

RVO (2025), Monitor Verduurzaming Gebouwde Omgeving 2024.

•

Tauw (2025), PlanMER-beoordeling warmteprogramma gemeente Rijswijk.

•

Tauw, CE Delft, Klimaatverbond (2024), Handreiking Koelte in het Warmteprogramma.

•

TNO (2021), Energievraag van ruimtekoeling in woningen.

•

TNO (2025), Energieverbruik en energiebesparing in de bestaande woningbouw en utiliteitsbouw.

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=81cc0a43-4137-46fd-9600-3145700c81e1