CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB 24 092 Bijlage B Plan-MER Omgevingsvisie Rijswijk

Forum Stad 3 december 2024, gemeente RijswijkBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken: vaststelling wijze van afdoening34.103 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

53/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Bodemkwaliteit Vergroening, zoals het aanplanten van bomen en planten, draagt bij aan de toevoeging van organisch materiaal aan de bodem. Dit organisch materiaal verrijkt de bodem en verbetert de bodemstructuur, waardoor de bodem beter in staat is om water vast te houden en voedingsstoffen te leveren aan planten. Rijswijk sluit ook aan bij de nationale beleidslijn 'water en bodem sturend' om een klimaatbestendige leefomgeving te creëren. Dit betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen worden aangepast aan het water- en bodemsysteem, waarbij de kwaliteit en kwantiteit van water doorslaggevend zijn. Veel locaties in Rijswijk waar de bodem (door historisch gebruik en bedrijfsactiviteiten) verontreinigd is geraakt zijn al aangepakt door deze te saneren of gebiedsgericht te beheren. Gebiedsontwikkeling is een natuurlijk moment om nog aanwezige historische verontreiniging te saneren. Hoofddoel is dat de milieu hygiënische bodemkwaliteit niet mag verslechteren, dit is volgens het ‘standstill’-principe. De installatie en het onderhoud van warmteoverdrachtstations en bodemenergiesystemen kunnen de bodemstructuur juist verstoren, wat invloed heeft op de doorlaatbaarheid van de bodem. Warmteoverdrachtstations kunnen daarnaast de bodemkwaliteit beïnvloeden doordat er warmte wordt onttrokken aan of toegevoegd aan de bodem.

Tevens maken bodemenergiesystemen gebruik van grondwater als warmtebron of -put. Dit kan de grondwaterstromen beïnvloeden. Grondwater transporteert voedingsstoffen door de bodem en draagt bij aan het handhaven van een evenwichtige nutriëntenbalans. Als de grondwaterstromen worden beïnvloed, kan dit leiden tot een verstoring van de nutriëntenbalans in de bodem. Ook kan verstoring van grondwaterstromen leiden tot verdichting of erosie. De komst van woningen, het toevoegen van infrastructuur, zoals stations en HOV-verbindingen, verdichting nabij OV-knooppunten, en functies binnen het bestaand bebouwd gebied zorgen voor een zekere mate van verharding. Dit kan leiden tot bodemverdichting. Verdichting vermindert de lucht- en waterdoorlatendheid van de bodem, waardoor het moeilijker wordt voor plantenwortels om zich te verspreiden en voedingsstoffen en water op te nemen. Ook hoogbouw kan per vierkante meter zorgen voor meer druk op de bodemkwaliteit. Hoogbouwgebouwen zijn over het algemeen zwaarder dan laagbouwgebouwen vanwege het gebruik van materialen zoals beton en staal. Dit extra gewicht kan leiden tot verdichting van de bodem, waardoor de porositeit en het vermogen van de bodem om water vast te houden worden verminderd. Al met al heeft de omgevingsvisie een positieve invloed op bodemkwaliteit met een licht negatieve invloed.

54/97

Kenmerk

5.6

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Klimaatbestendige leefomgeving

Tabel 5.6 Overzichtstabel beoordeling Klimaatbestendige leefomgeving Thema

Klimaatbestendige

Indicator

Huidige

Autonome

Invloed

situatie

ontwikkeling

Omgevingsvisie

Waterveiligheid

leefomgeving Wateroverlast

Hittestress

Droogte

Bodemdaling

Waterveiligheid Er worden in de visie doelen gesteld om in 2050 klimaatneutraal te zijn door middel van mitigatie, vooral door de energietransitie, en om in 2050 als gemeente klimaatbestendig te zijn door middel van adaptatie. Om deze doelen te behalen worden maatregelen genomen, zoals de integratie van klimaatadaptieve tools, zoals het Convenant klimaatadaptief bouwen en de Landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving, in ruimtelijke projecten. Verder wordt bij nieuwbouw de laatste innovaties toegepast, zoals Ladder van Koeling en BREEAM. Ook wordt er een klimaatadaptieve openbare ruimte gecreëerd door middel van groene zones, waterinfiltratie, schaduw en waterbeheersmaatregelen. Deze maatregelen hebben positieve effecten op waterveiligheid, omdat ze bijdragen aan klimaatadaptiviteit en daarmee water gerelateerde risico’s beperken. Specifieke maatregelen zoals de aanleg van waterbergingen en stedelijke waterbuffers, verbetering van de rioleringscapaciteit en het stimuleren van het hergebruik van regenwater zorgen voor een beter waterbergend vermogen. Hierdoor wordt wateroverlast voorkomen en wordt de waterveiligheid verbeterd. Ook werkt de gemeente samen met het Hoogheemraadschap van Delfland om een effectief waterbeheersysteem te realiseren, wat positief bijdraagt aan waterveiligheid.

Al met al wordt heeft de omgevingsvisie een positieve invloed op waterveiligheid. Wateroverlast Er worden in de visie verschillende maatregelen geïmplementeerd die bijdragen aan het waterbergend vermogen. Zo worden er wadi’s, waterbergingen en stedelijke waterbuffers aangelegd. Ook wordt de rioleringscapaciteit verbeterd en wordt regenwater hergebruikt voor huishoudelijk gebruik. Daarnaast wordt er ingezet op het afkoppelen van hemelwater en het creëren van een robuust watersysteem met ruimte voor water en infiltratie en opvang van water. Verder worden overstromingsrisico’s verminderd en wordt de natuurlijke watercyclus versterkt.

55/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

De gemeente wil zo een robuust watersysteem creëren, waarbij er ruimte is voor infiltratie en opvang. Dit voorkomt dat water direct naar stedelijke gebieden stroomt en overlast veroorzaakt. Ook het behoud van historische waterwegen heeft invloed op het waterbergend vermogen. Historische waterwegen zijn vaak ontworpen met een bepaald doel, zoals het afvoeren van water bij overstromingen. Door deze waterwegen te behouden, blijft de capaciteit om water op te vangen en af te voeren behouden. Dit kan helpen bij het verminderen van overstromingsrisico's en het handhaven van een gezond hydrologisch systeem. Het behoud van historische waterwegen draagt dus bij aan het waterbergend vermogen in een gebied. Het vergroenen van stedelijke gebieden kan ook helpen bij het verminderen van wateroverlast. Groene ruimtes, zoals parken en tuinen, kunnen regenwater absorberen en vasthouden, waardoor het afvoerstelsel minder wordt belast. Wel kan de komst van voorzieningen, woningen, een station en bedrijven leiden tot het verwijderen van vegetatie en het aanleggen van verhard oppervlak. Ook kan de bodemgesteldheid veranderen door het aanleggen van funderingen voor het toevoegen van woningen. Dit kan de infiltratie van regenwater in de bodem verminderen, wat de grondwaterstand beïnvloedt, waardoor er meer water afstroomt naar oppervlaktewateren en rioleringen.

Dit effect zal beperkt zijn doordat er veel groen wordt aangelegd en er wordt gefocust op verdichting. De infrastructurele veranderingen, zoals het aanleggen van HOV-verbindingen, het toevoegen van stops en een nieuw station RijswijkBuiten, kunnen ook leiden tot veranderingen in de afwateringssystemen. Bij de aanleg van spoorwegen worden vaak grondverzetwerkzaamheden uitgevoerd, waarbij het landschap wordt aangepast. Dit kan invloed hebben op de natuurlijke afwatering van regenwater. Daarnaast kunnen de bouwwerkzaamheden de doorstroming van water belemmeren en de waterafvoer veranderen. Hierdoor kunnen verhoogde waterstanden en overstromingen optreden, vooral tijdens hevige regenval. Het is daarom belangrijk om bij de aanleg van nieuwe infrastructuur rekening te houden met de afwatering om mogelijke negatieve effecten te minimaliseren. Al met al wordt heeft de omgevingsvisie een positieve invloed op wateroverlast met een licht negatieve invloed. Hittestress Het aanleggen van meer groen, zoals parken, volkstuinen en boomstructuren, kan helpen om de temperatuur in stedelijke gebieden te verlagen. Groene ruimtes, zoals parken, tuinen en bomen, het inzetten van natuurverbindingen in de stad, en het door ontwikkelen van groen op stenige oppervlakten, zoals kruispunten, zorgen voor schaduw en verdamping van water, waardoor de omgevingstemperatuur wordt verlaagd.

Ook hoogbouw zorgt voor meer schaduw. Dit leidt tot een vermindering van het hitte-eilandeffect. Verder ontwikkelt de gemeente een Lokaal Hitteplan en past een preventieve bouwstrategie toe, zoals groene daken en gevels, en gebruikt hittebestendige materialen.

56/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Ook wateropslaggebieden, zoals vijvers, meren en kanalen, kunnen fungeren als natuurlijke koelsystemen. Tijdens warme periodes kan het water in deze opslaggebieden warmte opnemen en vasthouden, waardoor de omgevingstemperatuur wordt verlaagd. Bovendien kan waterverdamping vanuit deze opslaggebieden zorgen voor verkoeling, vergelijkbaar met het effect van zweten op ons lichaam. Verder kan de komst van nieuwe woningen en verdichting, doordat functies in bestaand bebouwd gebied worden gerealiseerd, leiden tot een toename van hittestress. Oppervlakken van beton en asfalt absorberen en houden warmte vast. Hierdoor kunnen de temperaturen in stedelijke gebieden nog verder stijgen. Echter, dit effect wordt beperkt door bij de bouw van nieuwe woningen en bij verdichting rekening te houden met maatregelen om hittestress te verminderen, zoals het aanleggen van groene daken, geveltuinen en voldoende schaduwrijke zones met bomen en pergola’s. Droogte Het nemen van klimaatadaptieve maatregelen zorgt ervoor dat de consequenties van klimaatverandering , zoals droogte, worden tegengegaan. Verbeterde wateropslag en groenstructuren zorgen voor een groener en natter landschap. Dit draagt bij aan het behoud van de natuurlijke vegetatie dat essentieel is voor het vasthouden van vocht en het verminderen van droogte-effecten.

Ook het principe van water en bodem sturend wordt toegepast door de gemeente. Dit kan zorgen voor een verbetering van de wateropslag in de bodem en bevordert regeneratie van grondwater, en vermindering van waterverlies door erosie. Verder zorgt een groeiende bevolking en meer bedrijvigheid voor een toename in de vraag naar voor huishoudelijk gebruik en bedrijvigheid/industrie. Hiervoor is er minder water beschikbaar in wateropslaggebieden, wat kan zorg voor extra droogte. Daarnaast kan de toenemende verstedelijking leiden tot meer verhard oppervlak, wat weer kan leiden tot droogte. Al met al wordt de omgevingsvisie op droogte positief beoordeeld met een licht negatieve invloed. Bodemdaling Vergroening kan helpen bij het verminderen van bodemdaling. Door het aanplanten van bomen en andere vegetatie wordt de bodem beter beschermd tegen erosie en uitdroging. Bovendien kunnen de wortels van planten en bomen de bodemstructuur versterken en de bodemdaling verminderen. Vergroening helpt ook bij het vasthouden van water in de bodem, waardoor bodemdaling wordt tegengegaan. Daarnaast kan het bieden van meer ruimte voor water door de verschillende maatregelen om water op te slaan ook helpen bij het verminderen van bodemdaling. Door het creëren van waterbergingsgebieden en het verbeteren van de waterafvoer kan overtollig water beter worden afgevoerd, waardoor de bodem minder belast wordt.

Bij de bouw van treinstations, woningen, hoogbouw en bij het aanleggen van HOV-verbindingen, wordt de grond vaak verdicht om een stabiele basis te creëren. Deze verdichting kan leiden tot bodemdaling, zij het op kleinere schaal dan bij andere infrastructurele ontwikkelingen. Ook treinstations kunnen invloed hebben op het grondwaterpeil in de omgeving. Bijvoorbeeld, het aanleggen van ondergrondse tunnels of het veranderen van de drainagepatronen kan leiden tot veranderingen in de grondwaterstroming en uiteindelijk tot bodemdaling. 57/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Bodemdaling is afhankelijk van de locatie in Rijswijk. Een deel van Rijswijk, vooral het oudere deel, is op zand (strandwal) gebouwd. Hiervoor geldt een beperkt risico op bodemdaling. Nieuwere delen van Rijswijk, zoals Rijswijk-Buiten, zijn op gronden gebouwd waarvoor een hoger risico geldt op bodemdaling. Omdat de omgevingsvisie inzet op het realiseren van woningen en een station in Rijswijk-Buiten ontstaat er in dit gebied een risico op bodemdaling. Verder verwarmen of verkoelen warmteoverdrachtsstations de bodem door warmte-uitwisseling. Dit kan leiden tot thermische expansie of inkrimping van de bodem, waardoor bodemdaling kan optreden. Hoewel bodemdaling geen wijdverspreid probleem is in Rijswijk, kan het lokaal wel voorkomen en schade veroorzaken aan gebouwen, vooral in Rijswijk-Buiten is geldt een hoger risico door de voorgenomen ontwikkelingen in dit gebied. Al met al is de invloed van de omgevingsvisie op bodemdaling licht negatief met een licht positieve invloed.

5.7

Duurzame energievoorziening

Tabel 5.7 Overzichtstabel beoordeling Duurzame energievoorziening Thema

Indicator

Duurzame

Aandeel hernieuwbare energie

Huidige

Autonome

Invloed

situatie

ontwikkeling

Omgevingsvisie

energievoorziening

Aandeel hernieuwbare energie In de visie ligt er een sterke focus op de energietransitie, waarbij de overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame (hernieuwbare) bronnen van warmte en energie centraal staat. De visie stelt ambitieuze doelen, waaronder het aardgasvrij en energieneutraal maken van Rijswijk in 2050. Om deze transitie te realiseren worden verschillende maatregelen genomen. Bij de aanleg van nieuwe energiebronnen of -netwerken wordt ook rekening gehouden met de herinrichting van de openbare ruimte, de aanleg van meer groen en waterberging, klimaatadaptieve maatregelen en extra ruimte voor fietsers en voetgangers. Daarnaast wordt er samengewerkt met woningcorporaties om technische aanpassingen aan gebouwen te realiseren, worden zowel kleine maatregelen zoals radiatorfolie en brievenbusborstels als grote maatregelen zoals woningisolatie genomen, en moeten bestaande woningen minimaal energielabel C hebben in 2050. De gemeente noemt in de visie dat het nodig kan zijn om in relatie tot de keuze voor de toekomstige duurzame warmtebron verder te isoleren naar een hoger energielabel. Ook worden monumenten verduurzaamd door middel van energiebesparende maatregelen. Deze maatregelen dragen bij aan een lagere afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en een hoger aandeel hernieuwbare energie. De visie zet ook in op het aardgasvrij maken van woningen.

Om dit te realiseren wordt lokale (geothermie) en/of regionale (rest)warmtebronnen op WarmtelinQ aangesloten en wordt er ruimte gereserveerd voor warmteoverdrachtsstations. Bij nieuwbouw wordt er ook gebruik gemaakt van bodemenergiesystemen. Daarnaast wordt zonne-energie zoveel mogelijk opgewekt in de gebouwde omgeving, onder andere langs de (hoofd)wegen en parkeergarages. Dit zorgt voor een hoger aandeel hernieuwbare energie. 58/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Warmte en elektriciteit worden steeds vaker op lokaal niveau opgewekt en gebruikt. Er wordt veel aandacht besteed aan het efficiënt afstemmen van de vraag en het aanbod door middel van innovatieve opslagsystemen, zoals batterijen. Daarnaast worden kleinschalige energiesystemen, ook wel energyhubs genoemd, verkend en gestimuleerd, waarbij energie wordt uitgewisseld. Bovendien wordt er in de ondergrond meer ruimte gecreëerd voor het elektriciteitsnetwerk, zodat nieuwe lokale netwerken kunnen worden aangesloten en het netwerk kan worden uitgebreid met nieuwe kabels en onderstations. De gemeente heeft geen stimuleringsbeleid voor elektrificatie in warmtewijken, maar individuele keuzes blijven wel mogelijk. Het is echter mogelijk dat er netcongestie optreedt door de uitbreiding van elektriciteitsnetwerken. Om dit tegen te gaan, worden er verschillende maatregelen genomen. Zo wordt er nauw contact gehouden met Stedin en wordt er slim gebruik gemaakt van het netwerk. Daarnaast wordt gedragsverandering bij bewoners en bedrijven gestimuleerd. Ook grootschalige duurzame opweklocaties, zoals zonneparken en windmolens, zijn door de grote mate van verstedelijking in Rijswijk niet mogelijk. De gemeente richt zich daarom voornamelijk op het bevorderen van multifunctioneel gebruik van gebouwen en infrastructuur, zoals het plaatsen van zonnepanelen op daken of parkeergarages.

Het is echter belangrijk om te beseffen dat deze aanpak mogelijk niet voldoende is om de doelstelling van energieneutraliteit in 2050 te behalen. In het middengebied van de Plaspoelpolder wordt ruimte geboden aan bedrijven die meer milieuruimte nodig hebben, tot en met milieucategorie 3.2 (of vergelijkbaar). Het is echter belangrijk om op te merken dat als deze bedrijven geen gebruik maken van duurzame energie, dit kan leiden tot extra uitstoot en niet bijdraagt aan het aandeel hernieuwbare energie. Al met al heeft de omgevingsvisie een positieve invloed op het aandeel hernieuwbare energie en een licht negatieve invloed.

5.8

Innovatieve economie

Tabel 5.8 Overzichtstabel Beoordeling Innovatieve Economie Thema

Indicator

Innovatieve

Bedrijvigheid

Huidige

Autonome

Invloed

situatie

ontwikkeling

Omgevingsvisie

economie

Bedrijvigheid Met de omgevingsvisie wordt ingezet op het behouden van de aanwezige diversiteit aan bedrijven en de daarmee gepaard gaande werkgelegenheid en het versterken van de sectoren gericht op innovatie, techniek en energie. Door huidige bedrijventerreinen te verdichten, kunnen meer werklocaties worden gerealiseerd in Rijswijk. Dat deze werklocaties beschikbaar blijven voor werken en niet transformeren naar woon- of gemengde gebieden heeft een positief effect op het aanbod werklocaties. Alleen in de werklocatie Plaspoelpolder vindt aan de randen een transformatie plaats naar werk-woon-gebieden. Bepaalde functies, zoals opslagboxen, kringloopwinkels, sportscholen, kappers, beautysalons, et cetera. worden niet toegestaan voor nieuwvestiging op bedrijventerreinen. Dit komt ten goede van behoud van kwalitatieve vestigingslocaties.

59/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Het koesteren van de al aanwezige diversiteit aan bedrijven zorgt voor een stabiel en gevarieerd aanbod in banen. Door in te spelen op regionale ontwikkelingen wordt de werkgelegenheid vergroot en worden lokale ondernemers gestimuleerd om zich in Rijswijk te vestigen. Er wordt door de gemeente samengewerkt met partners om het ondernemers- en vestigingsklimaat te versterken. Dit heeft een positief effect op de bedrijvigheid. In het bijzonder bundelt de gemeente haar krachten samen met bedrijven, kennisinstellingen, en onderwijs om een verschuiving naar duurzame warmte en energie te realiseren. Ze werken samen aan slimme innovaties en kennisoverdracht en zetten in op de toepassing van duurzame technieken op het gebied van energie en warmte. Dit draagt bij aan het creëren van beschikbare en toekomstige banen op innovatie, techniek en energie. De beschikbare ruimte voor werken is een belangrijk vraagstuk op regionaal niveau. In Rijswijk ligt de focus vooral op het bieden van ruimte voor midden- en kleinbedrijf (mkb) en ‘startups’ die willen doorgroeien tot ‘scale-ups’. De transitie naar een circulaire economie vraagt echter ook om extra ruimte voor activiteiten die meer milieuruimte vragen. Rijswijk zet daarom in op het beter benutten van de werklocaties. Rijswijk biedt geen aanvullende ruimte voor grote ruimtevragers.

Wel wordt onderzocht welke kansen en uitbreidingsmogelijkheden er binnen Rijswijk zijn, zoals het golfbaanterrein, de TNO-locatie en in de Plaspoelpolder Retail- en horecabeleid is uitgewerkt in een toekomstperspectief per centrumgebied, waardoor het aanbod wordt geconcentreerd in de kansrijke centrumgebieden. Bestaande retail en horeca buiten de centra blijft behouden. Daarnaast zorgt een goede bereikbaarheid van werkgebieden, door betere verbindingen van en naar de station en voorzieningen voor lopen, fietsen en deelmobiliteit, ervoor dat werknemers gemakkelijk naar hun werk kunnen reizen. Dit vergroot aan de ene kant het bereik van potentiële werknemers voor bedrijven. Aan de andere kant kunnen bedrijven van de goede bereikbaarheid profiteren doordat ze een groter potentieel klantbereik hebben en een aantrekkelijkere zakelijke omgeving. Reisafstanden worden met de omgevingsvisie korter door meer functies in een gebied toe te staan. Dit kan een positief effect hebben op een sterkere lokale economie. De omgevingsvisie biedt op bedrijventerrein ’t Haantje ruimte aan bedrijven die duurzaamheid erg belangrijk vinden, met nadruk op klimaatbestendigheid en natuurinclusiviteit. Als enige bedrijventerrein in Rijswijk zijn er vrije bouwkavels. Het type bedrijven is en wordt op ’t Haantje niet op voorhand vastgelegd.

De ruimtes voor werken op de verschillende werklocaties blijven behouden en worden beter benut. Het gaat daarbij over de bedrijventerreinen Delftweg, Heulweg (inclusief TNO-locatie en BPRC), Bedrijvenstrook ’t Haantje, Vervoerscentrum Vrijenban, de kantoorlocaties Hoornwijck en Zuidflank. Verder vindt aan de randen (behalve aan de kant van de snelweg) van de Plaspoelpolder een geleidelijke transitie naar werk-woongebied plaats door het toevoegen van woningen. Naast woningen blijft er ruimte voor bedrijven. Het gaat om het Havenkwartier, Kessler Park, de Broodfabriek, Noordzijde en de Hof van Elsenburglocatie. Al met al wordt de invloed van de omgevingsvisie voornamelijk positief en licht negatief beoordeeld. 60/97

Kenmerk

5.9

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Goede bereikbaarheid

Tabel 5.9 Overzichtstabel beoordeling Goede bereikbaarheid Thema

Goede

Indicator

Huidige

Autonome

Invloed

situatie

ontwikkeling

Omgevingsvisie

Verkeersveiligheid

bereikbaarheid Verschuiving vervoerswijze

Bereikbaarheid

Verkeersveiligheid Er worden in de visie verschillende maatregelen genomen die gefocust zijn op verdichting. Zo worden functies binnen bestaand bebouwd gebied gerealiseerd en worden multifunctionele ruimtes aangeboden. Oud-Rijswijk wordt gezien als recreatief centrumgebied, waar wordt gestreefd naar een compacter centrum rondom een levendige en gevulde Herenstraat. Ook wordt er in de gemeente, behalve in Oud-Rijswijk, in de hoogte gebouwd. Verder wordt transformatie in de buurt van OV-knooppunten gerealiseerd. Door deze maatregelen worden reisafstanden verkort, waardoor het aantal verplaatsingen met de auto omlaag gaat. Daarnaast wordt er ingezet op duurzamere vormen van mobiliteit volgens het STOMP-principe. Zo wordt openbaar vervoer verbeterd en geïntensiveerd, en worden betere voorzieningen voor fietsen gerealiseerd. Dit nodigt uit tot alternatieve vormen van mobiliteit dan de auto. Verder worden nieuwe woningen ontwikkeld met een striktere parkeernorm. Dit maakt het voor bewoners minder aantrekkelijk om de auto te gebruiken in de stad. Minder auto's op de weg betekent namelijk vaak minder kans op verkeersongevallen. Met minder auto's is er minder drukte en congestie, wat de kans op botsingen en andere ongevallen kan verminderen.

Bovendien kan een grotere focus op fietsen en het openbaar vervoer ervoor zorgen dat de verkeersstromen beter verdeeld worden en dat er meer ruimte is voor kwetsbare weggebruikers, zoals fietsers en voetgangers. Daarnaast worden gevoelige functies voor zeer kwetsbare personen zoals scholen en kinderdagverblijven niet bij drukke wegen gevestigd, wat naar verwachting tot minder verkeersongevallen zal leiden. De komst van 10.000-11.000 woningen zorgt voor meer verkeersbewegingen, waardoor de kans op ongevallen groter wordt. Dit kan theoretisch gezien de kans op ongevallen vergroten. Echter, het is belangrijk om te benadrukken dat de impact op de verkeersveiligheid afhankelijk is van verschillende factoren, zoals de infrastructuur, verkeersmaatregelen en het gedrag van weggebruikers.

61/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Al met al wordt de omgevingsvisie op verkeersveiligheid positief beoordeeld met een licht negatieve invloed. Hoewel de komst van extra woningen zorgt voor meer verkeersbewegingen, wordt er ook sterk ingezet op het STOMP-principe waardoor dit effect waarschijnlijk beperkt zal blijven. Verschuiving vervoerswijze Er wordt in de visie sterk ingezet op de verbetering van het openbaar vervoer. OV-verbindingen worden uitgebreid en geïntensiveerd. Er komen meer en frequentere lijnen. Er wordt onder andere een frequentieverhoging over de oude lijn gerealiseerd en er worden in Rijswijk meer stops toegevoegd. Over de oude lijn wordt ook een nieuw station, RijswijkBuiten, toegevoegd. Bovendien wordt er ingezet op hoogwaardig openbaar vervoer (HOV). Hiervoor lopen een aantal verkenningen richting Westland en Ypenburg/Zoetermeer en over de Prinses Beatrixlaan. Ook vindt verdichting en transformatie nabij OV-knooppunten plaats. Dit draagt bij aan het beter toegankelijk maken en aantrekkelijker maken van het OV, waardoor de verwachting is dat meer mensen hier gebruik van zullen maken en het aandeel OV toeneemt. Daarnaast worden mobiliteitshubs gerealiseerd, die worden gekoppeld aan ov-haltes. Bij die hubs wordt een concentratie aan voorzieningen, zoals deelmobiliteit en laadinfrastructuur, gerealiseerd.

Dit is een goede manier om mensen andere vormen van mobiliteit dan de auto te laten gebruiken, zoals het OV en de fiets. Volgens het STOMP-principe wordt ook fietsen gestimuleerd. Om dit te stimuleren heeft de gemeente het gewenste netwerk vastgesteld in het Fietsplan 2040. Hierin staat onder andere de wens voor een nieuwe fietsbrug over de Vliet. Echter is hier nog geen concreet plan voor. Ook worden hoofdfietsroutes, stedelijke en regionale fietsroutes verbeterd op kwaliteit, comfort, snelheid en veiligheid. Ook het creëren van recreatieve groene verbindingen stimuleert mensen om meer gebruik te maken van de fiets. Dit draagt bij aan het beter toegankelijk maken en aantrekkelijker maken van de fiets. Hierdoor zal het aandeel van de fiets als vervoersmiddel groter worden. Verder wordt een fijnmazig netwerk voor langzaam verkeer als verbinding tussen ovhaltes, wijken, centra en groengebieden gerealiseerd en worden langzame verkeersverbindingen verbeterd. Bovendien worden er in de visie verschillende maatregelen genomen die gefocust zijn op verdichting, zoals genoemd in het hoofdstuk Verkeersveiligheid. Door die verdichting worden reisafstanden verkort, waardoor mensen eerder zullen gaan fietsen, wandelen of openbaar vervoer zullen gebruiken. Ook worden voor nieuwe woningen striktere parkeernormen gehanteerd.

Hierdoor is het voor nieuwe bewoners minder aantrekkelijk om de auto te gebruiken in de stad en zullen zij sneller geneigd zijn andere mobiliteitsvormen zoals fietsen en OV te gebruiken. Al met al wordt de omgevingsvisie op de verschuiving vervoerswijze positief beïnvloed.

62/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Bereikbaarheid Doordat functies plaats krijgen binnen bestaand bebouwd gebied wordt de bereikbaarheid verhoogd. Mensen hoeven minder ver te reizen om bijvoorbeeld van hun woning naar voorzieningen of hun werk te gaan. Daarnaast draagt het bevorderen van lopen, fietsen en gebruik van het openbaar vervoer (STOMP-principe) bij aan het verminderen van autogebruik. Het creëren van recreatieve groenverbindingen en groene netwerken stimuleert mensen bovendien om meer gebruik te maken van de fiets, wat minder ruimte inneemt dan de auto. Voor nieuwe woningen worden daarnaast striktere parkeernormen gehanteerd. Hierdoor is het voor mensen minder aantrekkelijk om de auto te gebruiken in de stad en zullen zij sneller geneigd zijn andere mobiliteitsvormen zoals fietsen en OV te gebruiken. Dit geldt dus alleen voor nieuwe bewoners. Minder autoverkeer is positief voor de bereikbaarheid, omdat alternatieve vervoermiddelen zoals fietsen, lopen en openbaar vervoer minder ruimte nodig hebben dan de auto. Hierdoor ontstaat minder congestie. Dit is positief voor de bereikbaarheid, omdat men zonder sneller en zonder hinder van A naar B kan verplaatsen. In de visie worden ook verschillende maatregelen genomen om de bereikbaarheid van het openbaar vervoer, fietsen en lopen te verbeteren.

Dit omvat onder andere de bouw van nieuwe stations, verkenningen van nieuwe HOV-verbindingen, het toevoegen van nieuwe stops, de aanleg van een nieuwe fietsbrug, het verbeteren van fietsroutes, de ontwikkeling van mobiliteitshubs en het verbeteren van looproutes rondom scholen, winkelcentra en stations. Deze maatregelen dragen bij aan een betere bereikbaarheid voor OV-gebruikers, fietsers en voetgangers. Hoewel de omgevingsvisie maatregelen neemt om de bereikbaarheid voor wandelen, fietsen en openbaar vervoer te verbeteren, worden er geen maatregelen genomen om de bereikbaarheid van de gemeente voor auto’s te verbeteren, terwijl er wel woningen worden gerealiseerd. Dit heeft naar verwachting een negatief effect op de bereikbaarheid van auto’s, omdat de komst van woningen kan leiden tot een toename van het autoverkeer. Hierdoor kan er congestie op de wegen ontstaan, wat de bereikbaarheid van gebieden negatief kan beïnvloeden. Wel wordt er sterk ingezet op het STOMP-principe en de modal shift, waardoor dit naar verwachting mee zal vallen. Al met al heeft de omgevingsvisie een positieve invloed op de bereikbaarheid met een licht negatieve invloed. De bereikbaarheid van openbaar vervoer, fietsen en wandelen zal naar verwachting verbeteren door alle maatregelen, maar door weinig investeringen in autowegen zal deze bereikbaarheid waarschijnlijk lichtelijk verslechteren.

63/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

6. Synergie en strijdigheden tussen ambities In dit hoofdstuk worden op een strategisch niveau de ambities vergeleken. In de Omgevingsvisie wil de gemeente de fysieke leefomgeving in onderlinge samenhang bezien waarbij functies elkaar niet belemmeren maar juist aanvullen en versterken. In dit hoofdstuk wordt onderzocht in hoeverre de verschillende ambities hier aan bijdragen. Allereerst worden de ambities op hoofdlijnen tegenover elkaar gezet en benoemd of er sprake is van synergie dan wel mogelijke tegenstrijdigheden. Aangezien er in de Omgevingsvisie sprake is van een groot aantal (sub) worden de ambities vergeleken op hoofdambitieniveau. In de toelichting op de mogelijke synergie en strijdigheden worden de relevante (sub) doelen beschreven.

6.1

Analyse synergie en strijdigheden

Op basis van de beoordeling van effecten in hoofdstuk 4 (en de bijbehorende factsheets) is een overzichtelijke kruistabel gemaakt waarin de hoofdambities van de Omgevingsvisie tegenover elkaar zijn gezet. Aangegeven is of er sprake is van (veel) mogelijkheden voor synergie, of de invloed tussen de ambities relatief beperkt is of dat er een kans in dat er onderling mogelijk tegenstrijdigheden zijn. In deze paragraaf worden de ambities die mogelijk synergie hebben dan wel kunnen leiden tot onderlinge tegenstrijdigheden kort beschreven. Tabel 6.1 Kruistabel synergie en strijdigheden van ambities uit de omgevingsvisie

6.2

Passend woon- en zorgaanbod

De ambitie ‘Passend woon- en zorgaanbod’ focust zich op het vinden van een geschikte en betaalbare woonruimte voor verschillende doelgroepen. Vanuit deze ambitie zijn er diverse mogelijkheden voor synergiën en strijdigheden met andere ambities. De komst van 10.000-11.000 woningen (ambitie 1) kan leiden tot strijdigheden bij ambities zoals ‘Gezonde leefomgeving’ (ambitie 2), ‘Leefbare en veilige wijken’ (ambitie 3) en ‘Groene stadsbiotoop’ (ambitie 5). Allereerst leidt de komst van nieuwe woningen tot meer vervoersbewegingen. Deze toename aan verkeer heeft mogelijk negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit en het aantal gehinderden door geluidsoverlast. 64/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Autoverkeer kan leiden tot wegverkeerlawaai door een toename van banden- en motorgeluid en zorgt voor een grotere uitstoot van broeikasgassen. Dit is strijdig met de ambitie van een ‘Gezonde leefomgeving’ (ambitie 2). De ambitie om een groot aantal woningen toe te voegen vergroot bovendien de druk op de ruimtelijke kwaliteit van de stad, wat mogelijk strijdigheid oplevert voor ‘Zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit’ (ambitie 4). Nieuwe woningen kunnen leiden tot een verandering van karakter in de stad en transformatie kan leiden tot verlies van historische gebouwen, groene ruimtes of andere waardevolle elementen in de stad. Echter, deze ambitie biedt ook kansen op synergie, doordat in de Erfgoednota de ruimtelijke kwaliteit en historie van Rijswijk worden geborgd en regels worden gesteld aan verdichting en hoogbouw. Verder kan de komst van woningen nadelig zijn voor de veiligheid op straat en in het verkeer. Meer mensen zorgt voor meer verkeersbewegingen, waardoor er een grotere kans op verkeersongevallen is. Dit is strijdig met de ambitie ‘Leefbare en veilige wijken’ (ambitie 3). Echter, het creëren van een woon- en zorgaanbod voor verschillende aandachtsgroepen biedt ook synergie met ‘Leefbare en veilige wijken’ (ambitie 3).

Door het bieden van diverse woon- en zorgmogelijkheden voor verschillende groepen mensen, zoals ouderen, mensen met een beperking of jongeren, ontstaat er een inclusieve samenleving waarin iedereen gelijke kansen krijgt. Dit kan leiden tot meer interactie en verbinding tussen mensen uit verschillende achtergronden en leeftijdsgroepen. Bovendien kan het creëren van een woon- en zorgaanbod voor verschillende aandachtsgroepen de sociale cohesie in een buurt versterken, doordat mensen elkaar beter leren kennen en ondersteuning kunnen bieden aan elkaar. Daarnaast leidt de komst van woningen tot verharding en verstening, waardoor de druk op het groen wordt vergroot. Dit is negatief voor de ambitie ‘Groene stadsbiotoop’ (ambitie 5). Bovendien leidt het verdwijnen van groen ook tot strijdigheden met de ambitie ‘Klimaatbestendige leefomgeving’ (ambitie 6). Verharding kan ook leiden tot een verslechtering van het waterbergend vermogen. Dit kan op die manier leiden tot wateroverlast, droogte en een verslechtering van de waterveiligheid. Bovendien kan de komst van nieuwe woningen leiden tot een slechtere bereikbaarheid (ambitie 9). Zoals hierboven benoemd leidt de komst van woningen namelijk tot extra verkeersbewegingen die de druk op het verkeersnetwerk in de stad zullen verhogen, vooral op het autonetwerk.

Desondanks is er kans op synergie voor deze ambitie, doordat in de visie het STOMP-principe wordt benadrukt gericht op alternatieve vormen van mobiliteit dan de auto. Juist deze vormen van mobiliteit bevorderen de bereikbaarheid, omdat ze minder ruimte in beslag nemen. Ook is er synergie met ‘Passend woon- en zorgaanbod’ (ambitie 1) en ‘Innovatie economie’ (ambitie 8). Het realiseren van een gevarieerd aanbod voor mensen die werken op kantoor, in een werkplaats, een onderzoekslaboratorium, zelfstandig of onder begeleiding sluit namelijk aan bij de wens om verschillende doelgroepen in Rijswijk te huisvesten.

65/97

Kenmerk

6.3

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Gezonde leefomgeving

Zoals hierboven beschreven zorgt ‘Passend woon- en zorgaanbod’ (ambitie 1) voor strijdigheden met ‘Gezonde leefomgeving’ (ambitie 2). Er zijn ook nog andere ambities die strijdig kunnen zijn met het streven naar een gezonde leefomgeving, zoals ‘Innovatieve economie’ (ambitie 8). De komst van extra voorzieningen en werklocaties hebben namelijk een verkeersaantrekkende werking, die nadelig kunnen zijn voor de gezonde leefomgeving door een verslechtering van luchtkwaliteit door uitstoot van fossiele brandstoffen en door wegverkeerslawaai. Veel ambities zorgen echter ook voor synergiën. Zo wordt er bij de ambitie ‘Leefbare en veilige wijken’ (ambitie 3) ingezet op sociale betrokkenheid en het zorgen voor goed toegankelijke maatschappelijke voorzieningen. Een goede fysieke en sociale veiligheid draagt ook bij aan een gezonde leefomgeving. Verder zorgt ‘Groene stadsbiotoop’ (ambitie 5) voor een gezonde leefomgeving. Vergroening kan goed zijn voor de luchtkwaliteit, kan hittestress verminderen, zorgt voor goed waterbeheer, bevordert biodiversiteit en kan goed zijn voor de mentale gezondheid. Het stimuleert mensen ook om naar buiten te gaan en maakt spelen, ontmoeten, en bewegen in de buitenruimte aantrekkelijker. Daarnaast draagt ‘Klimaatbestendige leefomgeving’ (ambitie 6) ook bij aan een gezonde leefomgeving.

Bij het nemen van klimaatadaptieve maatregelen worden hittestress en wateroverlast tegen gegaan. Dit draagt ook bij aan een gezonde leefomgeving. Ook het realiseren van een duurzame energievoorziening (ambitie 7) zorgt voor synergie met een gezonde leefomgeving. Deze ambitie zet in op de energietransitie, waarbij men wil overstappen op duurzame vormen van energie, zoals energie dat is opgewekt door bodemenergiesystemen of zonnepanelen. Doordat er meer energie komt uit hernieuwbare bronnen, worden er minder fossiele brandstoffen gebruikt. Dit heeft een positief effect op de luchtkwaliteit. Bovendien draagt de inzet op goede bereikbaarheid (ambitie 9), waarbij wandelen, fietsen en openbaar vervoer gebruik worden gestimuleerd, bij aan een gezonde leefomgeving. Door gebruik te maken van duurzame alternatieven voor mobiliteit worden er minder broeikasgassen uitgestoten door auto’s. Ook zorgen maatregelen die zorgen voor verdichting voor kortere reisafstanden, doordat functies en werklocaties bij elkaar worden gebracht. Dit leidt tot minder verplaatsingen met de auto en dus ook tot minder uitstoot.

6.4

Leefbare en veilige wijken

De ambitie om leefbare en veilige wijken te realiseren in Rijswijk levert strijdigheden met ‘Passend woon- en zorgaanbod’ (ambitie 1), zoals beschreven in 6.1.1. Het zorgt juist voor synergie met een ‘Gezonde leefomgeving’ (ambitie 2), zoals beschreven in 6.1.2. Er zijn ook nog synergiën en strijdigheden met andere ambities. Zo heeft de komst van nieuwe werklocaties en voorzieningen (ambitie 8) een verkeersaantrekkende werking. Dit kan nadelig zijn voor de fysieke veiligheid in wijken, omdat het risico op verkeersongevallen toeneemt. Aan de andere kant kan de komst van voorzieningen juist ook weer bijdragen aan de sociale betrokkenheid in een wijk, wat positief is voor de sociale veiligheid.

66/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Bovendien zorgt het nemen van klimaatbestendige maatregelen (ambitie 6), zoals aanleg van groenstroken voor waterinfiltratie het creëren van schaduwrijke zones met bomen en pergola’s, gebruik van waterdoorlatende bestrating, de aanleg van wadi’s et cetera, voor minder wateroverlast. Dit is positief voor de leefbaarheid en fysieke veiligheid in wijken. De inzet op een goede bereikbaarheid (ambitie 9) is ook zeer belangrijk voor de leefbaarheid en veiligheid in een wijk. Het hebben van korte reisafstanden in een stad stimuleert mensen om te wandelen en te fietsen. Hierdoor is er minder autoverkeer, wat bijdraagt aan minder verkeersongevallen en daarmee de fysieke veiligheid verbetert. Het draagt ook bij aan de sociale veiligheid, omdat het zal leiden tot meer ontmoetingen in de openbare ruimte als er meer mensen op straat wandelen en fietsen.

6.5

Zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit

De gemeente heeft als vierde ambitie om een zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit te realiseren (ambitie 4). Zoals eerder genoemd levert dit synergie en strijdigheden op met ‘Passend woon- en zorgaanbod (zie 6.1.2). Ook is er synergie met ‘Goede bereikbaarheid’ (ambitie 9). De aanleg van een nieuw station en nieuwe OV-stops kunnen namelijk zorgen voor een ander karakter van Rijswijk. Tegelijkertijd kan het juist ook bijdragen aan het Rijswijkse karakter. Er is bovendien een synergie en strijdigheid tussen deze ambitie en ‘Innovatieve economie’ (ambitie 8). Bij ‘Innovatieve economie’ is er een ruimtevraag voor de circulaire economie en voor de uitbreiding van werklocaties. De uitbreiding van bebouwing voor werklocaties en de circulaire economie kan in potentie de zichtbare historie van Rijswijk in gevaar brengen. Aan de andere kant wordt er ingezet op efficiënt ruimtegebruik bij bestaande werklocaties bij de bestaande bebouwing. Dit draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de stad, doordat de ruimte efficiënt wordt gebruikt. Daarnaast levert het synergie op met ‘Groene stadsbiotoop’ (ambitie 5), omdat vergroenende maatregelen bijdragen aan het karakter van Rijswijk. Vooral omdat er bij de ontwikkeling van het groen in Rijswijk vier groensferen zijn aangewezen. Die groensferen zijn afgestemd op doelsoorten en eigen groene karakteristieken.

Daarbij is er ook rekening gehouden met de cultuurhistorie en het karakter van Rijswijk. Daarnaast levert deze ambitie synergie op met ‘Duurzame energievoorziening’ (ambitie 7). Bij het realiseren van zichtbare historie en kwaliteit wordt er namelijk ook ingezet op verduurzaming van erfgoed.

6.6

Klimaatbestendige leefomgeving

De ambitie voor een klimaatbestendige leefomgeving heeft synergiën met ‘Gezonde leefomgeving’, ‘Leefbare en veilige wijken’, ‘Zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit’ en ‘Groene stadsbiotoop’ en heeft strijdigheden met ‘Passend woon- en zorgaanbod’ Bovendien kan de ambitie ‘Duurzame energievoorziening’ (ambitie 7) mogelijk leiden tot strijdigheden met ‘Klimaatbestendige leefomgeving’ (ambitie 6). Zo worden de claims op de ondergrond in de toekomst groter, onder andere als gevolg van de energietransitie (warmtenetten, WKO, geothermie). Dit kan leiden tot verrommeling en meer drukte in de ondergrond en daarmee tot mogelijke onderlinge knelpunten. 67/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Verder is er strijdigheid tussen ‘Innovatieve economie’ (ambitie 8), ‘Goede bereikbaarheid’ (ambitie 9) en een klimaatbestendige leefomgeving. Beide ambities leiden namelijk tot extra verharding in de stad. Bij ‘Innovatieve economie’ worden werklocaties uitgebreid. Bij ‘Goede bereikbaarheid’ wordt de infrastructuur uitgebreid. Zo wordt er een nieuw station aangelegd, worden nieuwe OV-stops toegevoegd en wordt er een verkenning gedaan naar nieuwe HOVverbindingen. Die verharding is slecht voor het waterbergend vermogen in de stad, wat kan leiden tot wateroverlast. Dit is dus strijdig met de ambitie van een klimaatbestendige omgeving.

6.7

Duurzame energievoorziening

De ambitie om een duurzame energievoorziening te realiseren heeft synergie met de ambitie ‘Innovatieve economie’ (ambitie 8). Voor het realiseren van een innovatieve economie wordt er samengewerkt met verschillende partijen, zoals bedrijven, kennisinstellingen en onderwijs, om een verschuiving naar duurzame warmte en energie te realiseren. De samenwerking tussen die verschillende partijen bevordert overdracht van kennis en stimuleert innovatie. Dit kan leiden tot innovaties voor duurzame energievoorziening. Er is bovendien synergie met de ambitie ‘Goede bereikbaarheid’ (ambitie 9), omdat korte reisafstanden uitnodigen tot duurzame vormen van mobiliteit. Dat zorgt voor minder energieverbruik door voertuigen die gebruik maken van fossiele brandstoffen, zoals auto’s.

6.8

Groene stadsbiotoop

Zoals beschreven in 6.1.1 kan de druk op het groen in de openbare ruimte sterk toenemen als gevolg van het groeiend aantal inwoners (ambitie 1). Bovendien kunnen uitbreidingslocaties voor werklocaties en de circulaire economie (ambitie 8), beslag leggen op het groen in Rijswijk. Ook de aanleg van een nieuw station en nieuwe OV-verbindingen voor een goede bereikbaarheid (ambitie 9) kan strijdig zijn met de ambitie van groene stadsbiotoop. Daarentegen is er een synergie tussen ‘Klimaatbestendige leefomgeving’ (ambitie 6) en ‘Groene stadsbiotoop’ (ambitie 5), omdat vergroening ook bijdraagt aan een klimaatbestendige leefomgeving. Een ruime opzet met veel ruimte voor groen draagt bij aan een betere infiltratie en het langer vasthouden van water, waardoor er minder kans is op wateroverlast en droogte. Het realiseren van kwalitatief openbaar groen en daarnaast het behoud van de huidige omvang van de groene buitengebieden draagt tevens bij aan klimaatbestendigheid op het thema hitte.

6.9

Innovatieve economie

Innovatieve economie heeft synergie met de ambitie ‘Goede bereikbaarheid’ (ambitie 9). Doordat er wordt ingezet op verdichting en efficiënt ruimtegebruik bij het realiseren van werklocaties, worden korte reisafstanden tussen wonen en werken gerealiseerd. Dit bevordert de bereikbaarheid. Daarnaast is een goede bereikbaarheid belangrijk voor de economie en bevordert het ondernemers- en vestigingsklimaat.

6.10

Goede bereikbaarheid

De ambitie ‘goede bereikbaarheid’ heeft diverse synergiën en strijdigheden met andere ambities die in alle bovengenoemde paragrafen al zijn uitgewerkt.

68/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

7. Doelbereik omgevingsvisie In de omgevingsvisie heeft de gemeente Rijswijk negen ambitiethema’s opgesteld. Per ambitie zijn aspecten benoemd waarop de gemeente Rijswijk een ambitie heeft met oog op de toekomstige ontwikkelingen tot 2050. In dit hoofdstuk wordt op kwalitatieve wijze gekeken in hoeverre de doelen die de gemeente stelt ook daadwerkelijk behaald kunnen worden.

7.1

Beoordeling doelbereik

Tabel 7.1 beoordeling doelbereik Passend woon- en zorgaanbod 1. Passend woon- en zorgaanbod Woningbouw en woningvoorraad

De gemeente heeft als ambitie om in Rijswijk voor verschillende

Huisvesting aandachtsgroepen

doelgroepen een geschikte en betaalbare woonruimte te vinden en te

Wonen en zorg

wonen in een prettige en gezonde leefomgeving. Daarbij is aandacht voor doelgroepen met een specifieke huisvestingsbehoefte. Om dit te realiseren heeft de gemeente allereerst een woningbouwprogramma van circa 10.000-11.000 woningen tot 2040 die zij willen realiseren. In de omgevingsvisie wordt benoemd dat de bij te bouwen woningen met name betaalbare koop- en huurwoningen in het middensegment en sociale huurwoningen zullen zijn. Hierdoor worden de beschikbare opties voor ouderen, jongeren en starters verbreed. Door het toevoegen van verschillende typen woningen neemt de diversiteit in Rijswijk toe. Desondanks is er onzekerheid in welke mate dit doel wordt gehaald. De type woningen zijn onder meer afhankelijk van ontwikkelingen rond de woningmarkt, bouwtempo, fluctuaties in grondstofprijzen, rentestanden en stikstofproblematiek. Ook wordt in de visie gesteld dat de doorstroming bevorderd kan worden door kleine appartementen voor alleenstaanden en grotere woonruimten voor gezinnen toe te voegen en door nieuwe zorgwoningen toe te voegen voor kwetsbare groepen. Echter, doorstroming is altijd een probleem, vooral in de randstad. Dit komt door de afhankelijkheid van woningcorporaties, projectontwikkelaars, waardoor het lastig is om te sturen om woningen te realiseren. De gemeente wijst enkel locaties aan. Ook dit vergroot de onzekerheid.

Verder wordt er gebouwd aan voldoende woonzorgaanbod, zoals zorgwoningen. Dit draagt bij aan de ambitie dat het in Rijswijk voor verschillende ‘aandachtsgroepen’ mogelijk is om een geschikte en betaalbare woonruimte te vinden. In het behalen van haar ambitie is de gemeente daarbij afhankelijk van de samenwerking met projectontwikkelaars en grond- en vastgoedeigenaren, wat in een grote mate van onzekerheid resulteert.

Bij nieuwe bouwprojecten wordt de nieuwe bouwnorm NEN9120 gehanteerd. Dit draagt bij aan het doel om een passend woon- en zorgaanbod te creëren. Ook moet er bij de inrichting van wijken en gebiedsontwikkelingen rekening worden gehouden met senioren die langer zelfstandig wonen en kwetsbare mensen die vanuit instellingen 69/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

1. Passend woon- en zorgaanbod uitstromen naar zelfstandige woningen. Hoelang senioren ergens wonen en wanneer mensen uitstromen is buiten de controle van de gemeente, waardoor dit een mate van onzekerheid meebrengt. Verder worden doelen rondom de huisvestingsbehoefte voor kwetsbare groepen opgenomen in de woonzorgvisie. De verwachting is daarom dat de omgevingsvisie positief bijdraagt aan deze ambitie, maar dat de ambitie niet volledig wordt behaald.

Tabel 7.2 beoordeling doelbereik Gezonde leefomgeving 2. Gezonde leefomgeving Gezondheidsbevordering

De gemeente streeft naar een gezonde leefomgeving door zowel

Milieukwaliteit

gezondheidsbevordering als -bescherming. Hierbij wordt

(gezondheidsbescherming)

gezondheidsschade door milieufactoren beperkt en wordt gezondheid

Luchtkwaliteit

bevorderd door het inrichten van een gezonde leefomgeving. Om een

Omgevingslawaai

gezonde leefomgeving te realiseren zet de gemeente in op

Omgevingsveiligheid

vergroening. Het aanleggen van onder andere groenstructuren,

Bodemkwaliteit

groenverbindingen en bomenrijen draagt bij aan het doel om een

Geur

gezondere leefomgeving te creëren. Groen heeft namelijk een positief effect op het welzijn en de gezondheid van mensen. Daarnaast wordt gezonde mobiliteit gestimuleerd door de bouw van een nieuw station, het uitvoeren van verkenningen naar nieuwe HOV-verbindingen, het toevoegen van nieuwe stops, de aanleg van een nieuwe fietsbrug, het verbeteren van fietsroutes, de ontwikkeling van mobiliteitshubs en het verbeteren van looproutes rondom scholen, winkelcentra en stations. Deze maatregelen dragen bij aan een gezonde leefstijl, doordat ze mensen uitnodigen tot bewegen, wat helpt om gezondheidsproblemen te voorkomen. Ook draagt dit, in combinatie met het Actieplan geluid, door het verlagen van de maximumsnelheid en het aanbrengen van stiller wegdek, bij aan het verminderen van omgevingslawaai. Ook het invoeren van lage parkeernormen bij nieuwbouwwijken draagt bij aan het verminderen van omgevingslawaai. Echter, gelden de lage parkeernormen alleen voor nieuwbouwwijken. Tenslotte hebben mensen een vrije keuze om te kiezen voor een vorm van transport. Dit brengt een mate van onzekerheid met zich mee.

Er worden in de visie diverse maatregelen genomen om de milieukwaliteit te verbeteren. Zo wordt er ingezet op elektrificatie van het wagenparken, worden milieuzones uitgebreid, wordt houtstook beperkt en worden er op langere termijn zero-emissiezones toegevoegd. Deze maatregelen dragen bij aan een vermindering van luchtverontreiniging, wat goed is voor de luchtkwaliteit. Verder draagt het realiseren van nieuwe functies voor kwetsbare personen buiten aandachtsgebieden bij aan een betere omgevingsveiligheid. Wel moeten er nog nadere beleidskeuzes worden vastgesteld in het omgevingsplan, wat leidt tot een grotere mate van onzekerheid. Door 70/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

2. Gezonde leefomgeving locaties met een gevoelige functie alleen toe te staan op locaties met een gezondheidsdeskundig voldoende tot matige bodemkwaliteit, wordt de blootstelling aan lood geminimaliseerd. Dit draagt bovendien bij aan de verbetering van de bodemkwaliteit. Daarnaast kunnen vergroenende maatregelen, zoals het creëren van groene verbindingen en het versterken van regionale parkgebieden, helpen om de lucht te zuiveren en de concentratie van schadelijke stoffen te verminderen. Met deze maatregelen wordt daarom een hoog doelbereik verwacht.

Verder zijn er nog een aantal maatregelen die een bepaalde bandbreedte van onzekerheid meebrengen. Zo is de verwachting dat geuremissie zal afnemen door het gebruik van de best beschikbare technieken. Hiervoor is de gemeente wel afhankelijk van andere partijen vanuit de markt.

Wat ook bijdraagt aan de onzekerheid van het doelbereik is dat er in de visie wordt gesteld dat woningen een gezond binnenklimaat moeten hebben met goede luchtkwaliteit, ventilatie en koeling. Ook hiervoor is de gemeente afhankelijk van andere partijen.

Verder zet de gemeente zich in voor toegankelijke voorzieningen in de directe nabijheid van de woonomgeving en ruimtes voor ontmoeting. Dit is goed voor de gezondheidsbevordering in de gemeente. Hierbij is de gemeente echter afhankelijk van de medewerking van marktpartijen en maatschappelijke organisaties. Bovendien is het onduidelijk over welke voorzieningen het precies gaat.

Tot slot staat in de visie dat sportvoorzieningen moeten meegroeien met het aantal inwoners. Dit wordt echter niet concreet gemaakt, waardoor dit de afhankelijkheid van andere partijen vergroot en een grote mate onzekerheid geeft. Ook het realiseren van ontmoetingsplekken is onzeker, mede door de betaalbaarheid en de beschikbare middelen.

Tabel 7.3 beoordeling doelbereik Leefbare en veilige wijken 3. Leefbare en veilige wijken Leefbaarheid

De ambitie van de gemeente is om leefbare en veilige wijken in Rijswijk

Sociale betrokkenheid

te realiseren waarin de fysieke en sociale veiligheid gewaarborgd is en

Leefbaarheid en veiligheid als

waarin inwoners betrokken zijn met elkaar, met de wijk en zorgdragen

gezamenlijke verantwoordelijkheid

voor een prettige woonomgeving. De gemeente wil voldoende en goed

Sociale betrokkenheid en prettige

toegankelijke voorzieningen en een breed palet aan sportactiviteiten in

woonomgeving

Rijswijk aanbieden. De doelstelling ‘voldoende’ voorzieningen wordt

Sociale en fysieke veiligheid

echter niet geconcretiseerd. Ook blijkt het in de praktijk lastig om ruimte

Maatschappelijke voorzieningen

te vinden voor maatschappelijke voorzieningen, zoals huisartsenzorg, 71/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

3. Leefbare en veilige wijken Sportvoorzieningen

onderwijs en kinderopvang, aangezien ontwikkelaars en

Onderwijs en kinderopvang

vastgoedeigenaren de voorkeur geven aan woningen door de hogere

Eerstelijnszorg

opbrengsten. Daarnaast is de gemeente voor de uitbreiding en

Ontmoetingsruimten

nieuwbouw van sportvoorzieningen afhankelijk van andere partijen, zoals vastgoedontwikkelaars. Ook is de gemeente afhankelijk van sportverenigingen die zich in vestigen in deze sportvoorzieningen. De kans dat de gemeente deze ambitie volledig behaalt is naar verwachting beperkt.

Bij de ambitie ‘Leefbare en veilige wijken’ wordt er ook sterk ingezet op sociale betrokkenheid. Voor het realiseren van sociale betrokkenheid is de gemeente sterk afhankelijk van diverse organisaties en inwoners.

Een beweegvriendelijke en groene omgeving heeft een positief effect op de gezondheid en het veiligheidsgevoel van inwoners. Voor de sociale veiligheid is het bovendien van belang dat gebouwen, straten en pleinen dusdanig ingericht worden dat bewoners en bezoekers zich veilig voelen. Dit doet de gemeente bijvoorbeeld door een hoge kwaliteit inrichting met hoogwaardige en duurzame materialen, maar ook door goed onderhoud, zodat de openbare ruimte schoon en heel is. Verder draagt extra capaciteit van hulpdiensten en het plaatsen van gevoelige functies buiten aandachtsgebieden bij aan de fysieke veiligheid. Echter, voor al deze maatregelen is de gemeente deels afhankelijk van andere partijen en financiële middelen. Zo hangt de inrichting van de openbare ruimte af van beschikbare financiële middelen, voor hoogwaardige en duurzame materialen en goed onderhoud, en van partijen die gebouwen bouwen en onderhouden. Deze afhankelijkheden gelden ook voor het uitvoeren van isolerende maatregelen. Voor de extra capaciteit van hulpdiensten is de gemeente afhankelijk van de beschikbaarheid van personeel en financiële middelen. Daarnaast zorgen de subjectieve factoren, zoals woonbeleving, sociale veiligheid en waarden van inwoners, voor een mate van onzekerheid van het doelbereik.

Verder geldt er volgens het bbl een verbod op het plaatsen van scootmobielen in algemene ruimtes, wat positief is voor de veiligheid in gebouwen. De gemeente wil samen met woningcorporaties en brandweer optrekken en een plan ontwikkelen voor de realisatie van voldoende brandveilige stallingen. Echter, bij deze maatregelen is de gemeente afhankelijk van deze andere partijen. Bovendien is het bbl landelijke wetgeving en gaat de gemeente hier niet direct over.

In de visie wordt gesteld dat voor basisonderwijs en sportvoorzieningen de behoefte in beeld is. Deze voorzieningen moeten geleidelijk met het aantal inwoners toenemen. Hoewel de behoefte voor basisonderwijs en sportvoorzieningen in beeld is, zijn er in de visie geen concrete 72/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

3. Leefbare en veilige wijken maatregelen opgenomen, zoals een locatiekeuze of het vrijmaken van financiën, om die voorzieningen toe te laten nemen. Voor andere voorzieningen, zoals zorg, ontmoetingsplekken en culturele voorzieningen, wordt de behoefte nog onderzocht en moet er nog een realisatiestrategie ontwikkeld worden. Aangezien de gemeente niet gaat over de komst van de voorzieningen en geen realisatiestrategie heeft is het onzeker of het doel wordt behaald.

In de visie wordt gesteld dat de gemeente inzet op het versterken van de eerstelijnszorg. Zo is men bij het realiseren van een voltijd huisarts voor elke 2.400 inwoners afhankelijk van de beschikbaarheid en bereidheid van artsen. En zet de gemeente in op een toegankelijke eerstelijnszorgaanbod door de ontwikkeling van gezondheidscentra te stimuleren met prioriteit voor nieuwe ontwikkelgebieden naast de blijvende aandacht voor de bestaande wijken. Zo nodig vervult de gemeente een actieve rol hierin, bijvoorbeeld door het reserveren van ruimte in ontwikkelplannen en het stimuleren van ruimte voor gezondheidsfuncties in overleg met de zorgverzekeraars. Het is positief dat dit planologisch mogelijk wordt gemaakt, maar blijft een zekere mate van afhankelijkheid bestaan. Bijvoorbeeld of er genoeg personeel is in de zorg om dit te realiseren en of er voldoende financiële middelen zijn.

Per saldo is de verwachting dat de omgevingsvisie positief bijdraagt aan deze ambitie. Er zijn echter veel onzekerheden, waardoor er een grote bandbreedte van onzekerheid is.

Tabel 7.4 beoordeling doelbereik Zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit 4. Zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit Cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit

De ambitie van de gemeente Rijswijk is het behouden, beheren,

van Rijswijk

onderzoeken en het toegankelijk en beleefbaar maken van het erfgoed

Hoofdlijnen erfgoedbeleid en

van Rijswijk. Deze ambitie is nader uitgewerkt in de Erfgoednota

Erfgoednota Rijswijk

Rijswijk. Cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij

Meewegen van cultuurhistorie in

omgevingsvergunningen en in ruimtelijke plannen. Ook worden

ruimtelijke plannen

benodigde onderzoeken uitgevoerd en wordt de nieuwe

Doorwerking van het erfgoedbeleid

Adviescommissie ruimtelijke kwaliteit betrokken. De gemeentelijke

Erfgoed en participatie

focus ligt op het aanwijzen en beschermen van naoorlogse erfgoed en

Monumentenzorg

oudere stads- en dorpsgezichten. Daarnaast is er samenwerking met

Aanwijzen van nieuw cultuurhistorisch

de provincie om erfgoedwaarden in provinciale Erfgoedlijnen verder te

waardevol erfgoed

ontwikkelen. Een belangrijk aspect is het verduurzamen van

Cultuurlandschappen

monumenten met energiebesparende maatregelen. Archeologie krijgt

Landgoederenzone en provinciale

een centrale plaats bij ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente

erfgoedlijnen

behoudt de opgravingsbevoegdheid en het archeologisch onderzoek

Naoorlogs erfgoed Historische land- en waterwegen Archeologie

wordt in eigen beheer gehouden. Bij vergunningaanvragen voor beschermde monumenten en gebieden met cultuurhistorische waarden worden de bouw-, architectuur- en cultuurhistorische waarden bepaald, 73/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

4. Zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit Stedenbouwkundige en ruimtelijke

zodat er voorwaarden gesteld kunnen worden aan de vergunning. Ook

kwaliteit bij ontwikkelingen

wordt er aandacht besteed aan het in stand houden en onderhouden van het openbaar groen in Rijswijk, wat een grote rol heeft gespeeld in de stedenbouwkundige aanleg van de stad. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden zorgvuldig bekeken en moeten passen binnen de structuur van Rijswijk. Daarbij worden historische land- en waterwegen ook beschermd en behouden. Met een integrale aanpak worden wenselijke nieuwe ontwikkelingen opgepakt en wordt er kwaliteit toegevoegd aan de fysieke leefomgeving.

Alle bovenstaande maatregelen dragen bij aan het doelbereik. Echter, voor de Erfgoednota is de gemeente afhankelijk van samenwerking met kennis- en erfgoedpartners om haar doelen te bereiken. Dit kan enige onzekerheid met zich meebrengen. Deze onzekerheid wordt deels verminderd door het archeologisch onderzoek in eigen beheer te houden. Daarnaast kan het toevoegen van een groot aantal woningen, nieuwe infrastructuur en voorzieningen zorgen voor een toenemende druk op de ruimtelijke kwaliteit van de stad. Dit kan het behalen van de doelen in de weg staan. Wel is het opstellen van uitgangspunten voor stedenbouw bij nieuwe ontwikkelingen en hoogbouw goed voor het doelbereik.

Al met al kan gesteld worden dat bij erfgoed er sprake is van een sterke afhankelijkheid van andere partijen. Erfgoed kan daarom alleen geborgd worden als het goed is vastgelegd, bijvoorbeeld in een Erfgoednota of omgevingsvisie. Het gemeentelijk beleid voor cultureel erfgoed dat wordt beschreven in de visie is grotendeels gebaseerd op de Erfgoednota, welke reeds is vastgesteld. Hierdoor worden de doelstellingen al autonoom behaald, maar voegt de visie weinig toe. Hierdoor wordt er wel een hoog doelbereik verwacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=80f655e5-2730-46ce-93e9-e91aa89722c0